Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Ezechiël 37

1 De hand des HEEREN was op mij, en de HEERE voerde mij uit in den geest, en zette mij neder in het midden ener vallei; dezelve nu was vol beenderen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 De handH3027 des HEERENH3068 wasH1961 opH5921 mij, en de HEEREH3068 voerdeH3318 mij uit in den geestH7307, en zette mij neder in het middenH8432 ener valleiH1237; dezelveH1931 nu was volH4392 beenderenH6106. De hand des HEEREN was op mij, en de HEERE voerde mij uit in den geest, en zette mij neder in het midden ener vallei; dezelve nu was vol beenderen.

Ook in dit vers zette nederH5117

KJV The hand3 of the LORD4 was upon me, and carried me out5 in the spirit6 of the LORD,7 and set me down8 in the midst9 of the valley10 which was full12 of bones,

1 הָיְתָ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 עָלַי֮ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 יַד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 4 יְהוָה֒ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 וַיּוֹצִאֵ֤נִי H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 6 בְר֨וּחַ֙ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 7 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 וַיְנִיחֵ֖נִי H5117 rust, rusten, rust gegeven cease, be confederate, lay, let down, (be) quiet, remain, (cause to, be at, give, have, make to) rest, set down. Compare H3241 (יָנִים) 9 בְּת֣וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 10 הַבִּקְעָ֑ה H1237 vallei, dal, dalen plain, valley 11 וְהִ֖יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 12 מְלֵאָ֥ה H4392 vol, volle, Vol [idiom] she that was with child, fill(-ed, -ed with), full(-ly), multitude, as is worth 13 עֲצָמֽוֹת H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En Hij deed mij bij dezelve voorbijgaan geheel rondom; en ziet, er waren zeer vele op den grond der vallei; en ziet, zij waren zeer dor.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En Hij deed mij bij dezelve voorbijgaanH5674 geheel rondomH5439; en zietH2009, er waren zeerH3966 veleH7227 opH5921 den grondH6440 der valleiH1237; en zietH2009, zij waren zeerH3966 dorH3002. En Hij deed mij bij dezelve voorbijgaan geheel rondom; en ziet, er waren zeer vele op den grond der vallei; en ziet, zij waren zeer dor.

KJV And caused me to pass1 by them round about:3 and, behold, there were very7 many6 in the open9 valley;10 and, lo, they were very13 dry.

1 וְהֶעֱבִירַ֥נִי H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 2 עֲלֵיהֶ֖ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 סָבִ֣יב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 4 סָבִ֑יב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 5 וְהִנֵּ֨ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 6 רַבּ֤וֹת H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 7 מְאֹד֙ H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 פְּנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 10 הַבִּקְעָ֔ה H1237 vallei, dal, dalen plain, valley 11 וְהִנֵּ֖ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 12 יְבֵשׁ֥וֹת H3002 dorre, dor, drogen dried (away), dry 13 מְאֹֽד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En Hij zeide tot mij: Mensenkind! zullen deze beenderen levend worden? En ik zeide: Heere HEERE, Gij weet het!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En Hij zeideH559 totH413 mij: MensenkindH1121! zullen dezeH428 beenderenH6106 levendH2421 worden? En ik zeideH559: HeereH136 HEEREH3069, GijH859 weetH3045 het! En Hij zeide tot mij: Mensenkind! zullen deze beenderen levend worden? En ik zeide: Heere HEERE, Gij weet het!

KJV And he said1 unto me, Son3 of man,4 can these bones6 live?5 And I answered,8 O Lord9 GOD,10 thou knowest.

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֵלַ֔י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 אָדָ֕ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 5 הֲתִחְיֶ֖ינָה H2421 leven, leefde, levend keep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole 6 הָעֲצָמ֣וֹת H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very 7 הָאֵ֑לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 8 וָאֹמַ֕ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 אֲדֹנָ֥י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 10 יְהוִ֖ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 11 אַתָּ֥ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 12 יָדָֽעְתָּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Toen zeide Hij tot mij: Profeteer over deze beenderen, en zeg tot dezelve: Gij dorre beenderen! hoort des HEEREN woord.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Toen zeideH559 Hij totH413 mij: ProfeteerH5012 overH5921 dezeH428 beenderenH6106, en zegH559 totH413 dezelve: Gij dorreH3002 beenderenH6106! hoortH8085 des HEERENH3068 woordH1697. Toen zeide Hij tot mij: Profeteer over deze beenderen, en zeg tot dezelve: Gij dorre beenderen! hoort des HEEREN woord.

KJV Again he said1 unto me, Prophesy3 upon these bones,5 and say7 unto them, O ye dry10 bones,9 hear11 the word12 of the LORD.

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֵלַ֔י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 הִנָּבֵ֖א H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet 4 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 הָעֲצָמ֣וֹת H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very 6 הָאֵ֑לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 7 וְאָמַרְתָּ֣ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 אֲלֵיהֶ֔ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 הָעֲצָמוֹת֙ H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very 10 הַיְבֵשׁ֔וֹת H3002 dorre, dor, drogen dried (away), dry 11 שִׁמְע֖וּ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 12 דְּבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 13 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Alzo zegt de Heere HEERE tot deze beenderen: Ziet, Ik zal den geest in u brengen, en gij zult levend worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 AlzoH3541 zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069 tot dezeH428 beenderenH6106: ZietH2009, IkH589 zal den geestH7307 in u brengenH935, en gij zult levendH2421 worden. Alzo zegt de Heere HEERE tot deze beenderen: Ziet, Ik zal den geest in u brengen, en gij zult levend worden.

KJV Thus saith2 the Lord3 GOD4 unto these bones;5 Behold, I will cause breath11 to enter9 into you, and ye shall live:

1 כֹּ֤ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 4 יְהוִ֔ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 5 לָעֲצָמ֖וֹת H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very 6 הָאֵ֑לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 7 הִנֵּ֨ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 8 אֲנִ֜י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 9 מֵבִ֥יא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 10 בָכֶ֛ם 11 ר֖וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 12 וִחְיִיתֶֽם H2421 leven, leefde, levend keep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En Ik zal zenuwen op u leggen, en vlees op u doen opkomen, en een huid over u trekken, en den geest in u geven, en gij zult levend worden; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En Ik zal zenuwenH1517 opH5921 u leggenH5414, en vleesH1320 opH5921 u doen opkomenH5927, en een huidH5785 overH5921 u trekkenH7159, en den geestH7307 in u geven, en gij zult levendH2421 worden; en gij zult wetenH3045, datH3588 IkH589 de HEEREH3068 ben. En Ik zal zenuwen op u leggen, en vlees op u doen opkomen, en een huid over u trekken, en den geest in u geven, en gij zult levend worden; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.

KJV And I will lay1 sinews3 upon you, and will bring up4 flesh6 upon you, and cover7 you with skin,9 and put10 breath12 in you, and ye shall live;13 and ye shall know14 that I am the LORD.

1 וְנָתַתִּי֩ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 עֲלֵיכֶ֨ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 גִּדִ֜ים H1517 zenuwen, zenuw sinew 4 וְֽהַעֲלֵתִ֧י H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 5 עֲלֵיכֶ֣ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 בָּשָׂ֗ר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 7 וְקָרַמְתִּ֤י H7159 trekken, trok cover 8 עֲלֵיכֶם֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 ע֔וֹר H5785 vel, huid, vellen hide, leather, skin 10 וְנָתַתִּ֥י H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 11 בָכֶ֛ם 12 ר֖וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 13 וִחְיִיתֶ֑ם H2421 leven, leefde, levend keep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole 14 וִידַעְתֶּ֖ם H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 15 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 16 אֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 17 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Toen profeteerde ik, gelijk mij bevolen was, en er werd een geluid, als ik profeteerde, en ziet een beroering! en de beenderen naderden, elk been tot zijn been.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Toen profeteerdeH5012 ik, gelijk mij bevolenH6680 was, en er werd een geluidH6963, als ik profeteerdeH5012, en zietH2009 een beroeringH7494! en de beenderenH6106 naderdenH7126, elk beenH6106 totH413 zijn beenH6106. Toen profeteerde ik, gelijk mij bevolen was, en er werd een geluid, als ik profeteerde, en ziet een beroering! en de beenderen naderden, elk been tot zijn been.

KJV So I prophesied1 as I was commanded:3 and as I prophesied,6 there was a noise,5 and behold a shaking,8 and the bones10 came together,9 bone11 to his bone.

1 וְנִבֵּ֖אתִי H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet 2 כַּאֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 צֻוֵּ֑יתִי H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 4 וַֽיְהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 5 ק֤וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 6 כְּהִנָּֽבְאִי֙ H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet 7 וְהִנֵּה H2009 ziet, zie behold, lo, see 8 רַ֔עַשׁ H7494 aardbeving, beven, ruising commotion, confused noise, earthquake, fierceness, quaking, rattling, rushing, shaking 9 וַתִּקְרְב֣וּ H7126 offeren, naderen, naderde (cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take 10 עֲצָמ֔וֹת H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very 11 עֶ֖צֶם H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very 12 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 13 עַצְמֽוֹ H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En ik zag, en ziet, en er werden zenuwen op dezelve, en er kwam vlees op; en Hij trok een huid boven over dezelve, maar er was geen geest in hen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En ik zagH7200, en zietH2009, en er werden zenuwenH1517 op dezelve, en er kwam vleesH1320 op; en Hij trokH7159 een huidH5785 boven over dezelve, maar er was geenH369 geestH7307 in hen. En ik zag, en ziet, en er werden zenuwen op dezelve, en er kwam vlees op; en Hij trok een huid boven over dezelve, maar er was geen geest in hen.

KJV And when I beheld,1 lo, the sinews4 and the flesh5 came up6 upon them, and the skin9 covered7 them above:10 but there was no breath

1 וְרָאִ֜יתִי H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 וְהִנֵּֽה H2009 ziet, zie behold, lo, see 3 עֲלֵיהֶ֤ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 גִּדִים֙ H1517 zenuwen, zenuw sinew 5 וּבָשָׂ֣ר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 6 עָלָ֔ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 7 וַיִּקְרַ֧ם H7159 trekken, trok cover 8 עֲלֵיהֶ֛ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 ע֖וֹר H5785 vel, huid, vellen hide, leather, skin 10 מִלְמָ֑עְלָה H4605 opwaarts, hoogste, omhoog above, exceeding(-ly), forward, on ([idiom] very) high, over, up(-on, -ward), very 11 וְר֖וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 12 אֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 13 בָּהֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En Hij zeide tot mij: Profeteer tot den geest; profeteer, mensenkind! en zeg tot den geest: Zo zegt de Heere HEERE: Gij geest! kom aan van de vier winden, en blaas in deze gedoden, opdat zij levend worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En Hij zeideH559 totH413 mij: ProfeteerH5012 totH413 den geestH7307; profeteerH5012, mensenkindH1121! en zegH559 totH413 den geestH7307: ZoH3541 zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: Gij geestH7307! komH935 aan van de vierH702 windenH7307, en blaasH5301 in dezeH428 gedodenH2026, opdat zij levendH2421 worden. En Hij zeide tot mij: Profeteer tot den geest; profeteer, mensenkind! en zeg tot den geest: Zo zegt de Heere HEERE: Gij geest! kom aan van de vier winden, en blaas in deze gedoden, opdat zij levend worden.

KJV Then said1 he unto me, Prophesy3 unto the wind,5 prophesy,6 son7 of man,8 and say9 to the wind,11 Thus saith13 the Lord14 GOD;15 Come18 from the four16 winds,17 O breath,19 and breathe20 upon these slain,21 that they may live.

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֵלַ֔י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 הִנָּבֵ֖א H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 הָר֑וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 6 הִנָּבֵ֣א H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet 7 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 אָ֠דָם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 9 וְאָמַרְתָּ֨ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 10 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 הָר֜וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 12 כֹּֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 13 אָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 14 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 15 יְהוִ֗ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 16 מֵאַרְבַּ֤ע H702 vier, vierhonderd, veertien four 17 רוּחוֹת֙ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 18 בֹּ֣אִי H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 19 הָר֔וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 20 וּפְחִ֛י H5301 blaas, blazen, ziedenden blow, breath, give up, cause to lose (life), seething, snuff 21 בַּהֲרוּגִ֥ים H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 22 הָאֵ֖לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 23 וְיִֽחְיֽוּ H2421 leven, leefde, levend keep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En ik profeteerde, gelijk als Hij mij bevolen had. Toen kwam de geest in hen, en zij werden levend en stonden op hun voeten, een gans zeer groot heir.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En ik profeteerdeH5012, gelijk als Hij mij bevolenH6680 had. Toen kwamH935 de geestH7307 in hen, en zij werden levendH2421 en stondenH5975 opH5921 hun voetenH7272, een gansH3966 zeer grootH1419 heirH2428. En ik profeteerde, gelijk als Hij mij bevolen had. Toen kwam de geest in hen, en zij werden levend en stonden op hun voeten, een gans zeer groot heir.

KJV So I prophesied1 as he commanded3 me, and the breath6 came4 into them, and they lived,7 and stood up8 upon their feet,10 an exceeding13 great12 army.

1 וְהִנַּבֵּ֖אתִי H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet 2 כַּאֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 צִוָּ֑נִי H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 4 וַתָּבוֹא֩ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 5 בָהֶ֨ם 6 הָר֜וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 7 וַיִּֽחְי֗וּ H2421 leven, leefde, levend keep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole 8 וַיַּֽעַמְדוּ֙ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 9 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 רַגְלֵיהֶ֔ם H7272 voeten, voet, voetstappen [idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time 11 חַ֖יִל H2428 heir, kloeke, vermogen able, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily) 12 גָּד֥וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 13 מְאֹד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well 14 מְאֹֽד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Toen zeide Hij tot mij: Mensenkind! deze beenderen zijn het ganse huis Israels; ziet, zij zeggen: Onze beenderen zijn verdord, en onze verwachting is verloren, wij zijn afgesneden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Toen zeideH559 Hij totH413 mij: MensenkindH1121! dezeH428 beenderenH6106 zijn het ganseH3605 huisH1004 IsraelsH3478; zietH2009, zijH1992 zeggenH559: Onze beenderenH6106 zijn verdordH3001, en onze verwachtingH8615 is verlorenH6, wij zijn afgesnedenH1504. Toen zeide Hij tot mij: Mensenkind! deze beenderen zijn het ganse huis Israels; ziet, zij zeggen: Onze beenderen zijn verdord, en onze verwachting is verloren, wij zijn afgesneden.

KJV Then he said1 unto me, Son3 of man,4 these bones5 are the whole house8 of Israel:9 behold, they say,12 Our bones14 are dried,13 and our hope16 is lost:15 we are cut off

1 וַיֹּאמֶר֮ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֵלַי֒ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 אָדָ֕ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 5 הָעֲצָמ֣וֹת H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very 6 הָאֵ֔לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 7 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 9 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 10 הֵ֑מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 11 הִנֵּ֣ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 12 אֹמְרִ֗ים H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 13 יָבְשׁ֧וּ H3001 beschaamd, verdord, verdrogen be ashamed, clean, be confounded, (make) dry (up), (do) shame(-fully), [idiom] utterly, wither (away) 14 עַצְמוֹתֵ֛ינוּ H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very 15 וְאָבְדָ֥ה H6 vergaan, verloren, omkomen break, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee 16 תִקְוָתֵ֖נוּ H8615 verwachting, hoop, Verwachting expectation(-ted), hope, live, thing that I long for 17 נִגְזַ֥רְנוּ H1504 afgesneden, Doorsnijdt, afscheuren cut down (off), decree, divide, snatch 18 לָֽנוּ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Daarom, profeteer en zeg tot hen: Zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal uw graven openen, en zal ulieden uit uw graven doen opkomen, o Mijn volk! en Ik zal u brengen in het land Israels.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 DaaromH3651, profeteerH5012 en zegH559 totH413 hen: Zo zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: ZietH2009, IkH589 zal uw gravenH6913 openenH6605, en zal ulieden uit uw gravenH6913 doen opkomenH5927, o Mijn volkH5971! en Ik zal u brengenH935 in het landH127 IsraelsH3478. Daarom, profeteer en zeg tot hen: Zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal uw graven openen, en zal ulieden uit uw graven doen opkomen, o Mijn volk! en Ik zal u brengen in het land Israels.

KJV Therefore prophesy2 and say3 unto them, Thus saith6 the Lord7 GOD;8 Behold, O my people,17 I will open11 your graves,13 and cause you to come up14 out of your graves,16 and bring18 you into the land21 of Israel.

1 לָכֵן֩ H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 הִנָּבֵ֨א H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet 3 וְאָמַרְתָּ֜ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 אֲלֵיהֶ֗ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 כֹּֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 6 אָמַר֮ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 8 יְהוִה֒ H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 9 הִנֵּה֩ H2009 ziet, zie behold, lo, see 10 אֲנִ֨י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 11 פֹתֵ֜חַ H6605 open, opende, geopend appear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 קִבְרֽוֹתֵיכֶ֗ם H6913 graf, graven, begrafenissen burying place, grave, sepulchre 14 וְהַעֲלֵיתִ֥י H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 15 אֶתְכֶ֛ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 מִקִּבְרוֹתֵיכֶ֖ם H6913 graf, graven, begrafenissen burying place, grave, sepulchre 17 עַמִּ֑י H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 18 וְהֵבֵאתִ֥י H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 19 אֶתְכֶ֖ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 21 אַדְמַ֥ת H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land 22 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En gij zult weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik uw graven zal hebben geopend, en als Ik u uit uw graven zal hebben doen opkomen, o Mijn volk!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En gij zult wetenH3045, datH3588 IkH589 de HEEREH3068 ben, als Ik uw gravenH6913 zal hebben geopendH6605, en als Ik u uit uw gravenH6913 zal hebben doen opkomenH5927, o Mijn volkH5971! En gij zult weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik uw graven zal hebben geopend, en als Ik u uit uw graven zal hebben doen opkomen, o Mijn volk!

KJV And ye shall know1 that I am the LORD,4 when I have opened5 your graves,7 O my people,11 and brought you up8 out of your graves,

1 וִֽידַעְתֶּ֖ם H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 2 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 3 אֲנִ֣י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 4 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 בְּפִתְחִ֣י H6605 open, opende, geopend appear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 קִבְרֽוֹתֵיכֶ֗ם H6913 graf, graven, begrafenissen burying place, grave, sepulchre 8 וּבְהַעֲלוֹתִ֥י H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 9 אֶתְכֶ֛ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 מִקִּבְרוֹתֵיכֶ֖ם H6913 graf, graven, begrafenissen burying place, grave, sepulchre 11 עַמִּֽי H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En Ik zal Mijn Geest in u geven, en gij zult leven, en Ik zal u in uw land zetten; en gij zult weten, dat Ik, de HEERE, dit gesproken en gedaan heb, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En Ik zal Mijn GeestH7307 in u gevenH5414, en gij zult levenH2421, en Ik zal u in uw landH127 zettenH3240; en gij zult wetenH3045, datH3588 IkH589, de HEEREH3068, dit gesprokenH1696 en gedaanH6213 heb, spreektH5002 de HEEREH3068. En Ik zal Mijn Geest in u geven, en gij zult leven, en Ik zal u in uw land zetten; en gij zult weten, dat Ik, de HEERE, dit gesproken en gedaan heb, spreekt de HEERE.

KJV And shall put1 my spirit2 in you, and ye shall live,4 and I shall place5 you in your own land:8 then shall ye know9 that I the LORD12 have spoken13 it, and performed14 it, saith15 the LORD.

1 וְנָתַתִּ֨י H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 רוּחִ֤י H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 3 בָכֶם֙ 4 וִחְיִיתֶ֔ם H2421 leven, leefde, levend keep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole 5 וְהִנַּחְתִּ֥י H3240 laten, leide, liet bestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.) 6 אֶתְכֶ֖ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 אַדְמַתְכֶ֑ם H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land 9 וִידַעְתֶּ֞ם H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 10 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 אֲנִ֧י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 12 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 דִּבַּ֥רְתִּי H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 14 וְעָשִׂ֖יתִי H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 15 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 16 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Wijders geschieddeH1961 des HEERENH3068 woordH1697 totH413 mij, zeggendeH559: Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

KJV The word2 of the LORD3 came again unto me, saying,

1 וַיְהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אֵלַ֥י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Gij nu, mensenkind! neem u een hout, en schrijf daarop: Voor Juda, en voor de kinderen Israels, zijn metgezellen; en neem een ander hout, en schrijf daarop: Voor Jozef, het hout van Efraim, en van het ganse huis Israels, zijn metgezellen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Gij nu, mensenkindH1121! neemH3947 u een houtH6086, en schrijfH3789 daarop: Voor JudaH3063, en voor de kinderenH1121 IsraelsH3478, zijn metgezellenH2270; en neemH3947 een anderH259 houtH6086, en schrijfH3789 daarop: Voor JozefH3130, het houtH6086 van EfraimH669, en van het ganseH3605 huisH1004 IsraelsH3478, zijn metgezellenH2270. Gij nu, mensenkind! neem u een hout, en schrijf daarop: Voor Juda, en voor de kinderen Israels, zijn metgezellen; en neem een ander hout, en schrijf daarop: Voor Jozef, het hout van Efraim, en van het ganse huis Israels, zijn metgezellen.

KJV Moreover, thou son2 of man,3 take4 thee one7 stick,6 and write8 upon it, For Judah,10 and for the children11 of Israel12 his companions:13 then take14 another16 stick,15 and write17 upon it, For Joseph,19 the stick20 of Ephraim,21 and for all the house23 of Israel24 his companions:

1 וְאַתָּ֣ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 2 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 אָדָ֗ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 4 קַח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 5 לְךָ֙ 6 עֵ֣ץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 7 אֶחָ֔ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 8 וּכְתֹ֤ב H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 9 עָלָיו֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 לִֽיהוּדָ֔ה H3063 Juda Judah 11 וְלִבְנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 12 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 13 חֲבֵרָ֑יו H2270 metgezellen, gezel, medegenoten companion, fellow, knit together 14 וּלְקַח֙ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 15 עֵ֣ץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 16 אֶחָ֔ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 17 וּכְת֣וֹב H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 18 עָלָ֗יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 19 לְיוֹסֵף֙ H3130 Jozef, Jozefs Joseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף) 20 עֵ֣ץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 21 אֶפְרַ֔יִם H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 22 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 23 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 24 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 25 חֲבֵרָֽיו H2270 metgezellen, gezel, medegenoten companion, fellow, knit together
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Doe gij ze dan naderen, het een tot het ander tot een enig hout; en zij zullen tot een worden in uw hand.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Doe gij ze dan naderenH7126, het een tot het anderH259 totH413 een enigH259 houtH6086; en zijH1961 zullen tot een worden in uw handH3027. Doe gij ze dan naderen, het een tot het ander tot een enig hout; en zij zullen tot een worden in uw hand.

KJV And join1 them one3 to another5 into one8 stick;7 and they shall become one10 in thine hand.

1 וְקָרַ֨ב H7126 offeren, naderen, naderde (cause to) approach, (cause to) bring (forth, near), (cause to) come (near, nigh), (cause to) draw near (nigh), go (near), be at hand, join, be near, offer, present, produce, make ready, stand, take 2 אֹתָ֜ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 אֶחָ֧ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 אֶחָ֛ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 6 לְךָ֖ 7 לְעֵ֣ץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 8 אֶחָ֑ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 9 וְהָי֥וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 לַאֲחָדִ֖ים H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 11 בְּיָדֶֽךָ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En wanneer de kinderen uws volks tot u zullen spreken, zeggende: Zult gij ons niet te kennen geven, wat u deze dingen zijn?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En wanneer de kinderenH1121 uws volksH5971 totH413 u zullen sprekenH559, zeggendeH559: Zult gij ons nietH3808 te kennenH5046 geven, wat u dezeH428 dingen zijn? En wanneer de kinderen uws volks tot u zullen spreken, zeggende: Zult gij ons niet te kennen geven, wat u deze dingen zijn?

KJV And when the children4 of thy people5 shall speak2 unto thee, saying,6 Wilt thou not shew

1 וְכַֽאֲשֶׁר֙ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 2 יֹאמְר֣וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 אֵלֶ֔יךָ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 עַמְּךָ֖ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 6 לֵאמֹ֑ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 הֲלֽוֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 תַגִּ֥יד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 9 לָ֖נוּ 10 מָה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 11 אֵ֥לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 12 לָּֽךְ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Zo spreek tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal het hout van Jozef, dat in Efraims hand geweest is, en van de stammen Israels, zijn metgezellen, nemen, en Ik zal dezelve met hem voegen tot het hout van Juda, en zal ze maken tot een enig hout; en zij zullen een worden in Mijn hand.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Zo spreekH1696 tot hen: AlzoH3541 zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: ZietH2009, Ik zal het houtH6086 van JozefH3130, datH834 in EfraimsH669 handH3027 geweest is, en van de stammenH7626 IsraelsH3478, zijn metgezellenH2270, nemenH3947, en Ik zal dezelve met hem voegenH5414 tot het houtH6086 van JudaH3063, en zal ze makenH6213 tot een enigH259 houtH6086; en zijH1961 zullen een worden in Mijn handH3027. Zo spreek tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal het hout van Jozef, dat in Efraims hand geweest is, en van de stammen Israels, zijn metgezellen, nemen, en Ik zal dezelve met hem voegen tot het hout van Juda, en zal ze maken tot een enig hout; en zij zullen een worden in Mijn hand.

KJV Say1 unto them, Thus saith4 the Lord5 GOD;6 Behold, I will take9 the stick11 of Joseph,12 which is in the hand14 of Ephraim,15 and the tribes16 of Israel17 his fellows,18 and will put19 them with him, even with the stick23 of Judah,24 and make25 them one27 stick,26 and they shall be one29 in mine hand.

1 דַּבֵּ֣ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 2 אֲלֵהֶ֗ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 כֹּֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 4 אָמַר֮ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 6 יְהוִה֒ H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 7 הִנֵּה֩ H2009 ziet, zie behold, lo, see 8 אֲנִ֨י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 9 לֹקֵ֜חַ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 עֵ֤ץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 12 יוֹסֵף֙ H3130 Jozef, Jozefs Joseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף) 13 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 בְּיַד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 15 אֶפְרַ֔יִם H669 Efraim, Efraims, Efraimieten Ephraim, Ephraimites 16 וְשִׁבְטֵ֥י H7626 stammen, stam, roede [idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe 17 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 18 חֲבֵרָ֑יו H2270 metgezellen, gezel, medegenoten companion, fellow, knit together 19 וְנָתַתִּי֩ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 20 אוֹתָ֨ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 21 עָלָ֜יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 22 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 23 עֵ֣ץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 24 יְהוּדָ֗ה H3063 Juda Judah 25 וַֽעֲשִׂיתִם֙ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 26 לְעֵ֣ץ H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 27 אֶחָ֔ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 28 וְהָי֥וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 29 אֶחָ֖ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 30 בְּיָדִֽי H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 De houten nu, op dewelke gij zult geschreven hebben, zullen in uw hand zijn voor hunlieder ogen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 De houtenH6086 nu, opH5921 dewelkeH834 gij zult geschrevenH3789 hebben, zullen in uw handH3027 zijnH1961 voor hunlieder ogenH5869. De houten nu, op dewelke gij zult geschreven hebben, zullen in uw hand zijn voor hunlieder ogen.

KJV And the sticks2 whereon thou writest4 shall be in thine hand6 before their eyes.

1 וְהָי֨וּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 הָעֵצִ֜ים H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 3 אֲֽשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 תִּכְתֹּ֧ב H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 5 עֲלֵיהֶ֛ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 בְּיָדְךָ֖ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 7 לְעֵינֵיהֶֽם H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Spreek dan tot hen: Zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal de kinderen Israels halen uit het midden der heidenen, waarhenen zij getogen zijn, en zal ze vergaderen van rondom, en brengen hen in hun land;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 SpreekH1696 dan totH413 hen: ZoH3541 zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: ZietH2009, IkH589 zal de kinderenH1121 IsraelsH3478 halenH3947 uit het middenH996 der heidenenH1471, waarhenen zij getogenH1980 zijn, en zal ze vergaderenH6908 van rondomH5439, en brengenH935 hen in hun landH127; Spreek dan tot hen: Zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal de kinderen Israels halen uit het midden der heidenen, waarhenen zij getogen zijn, en zal ze vergaderen van rondom, en brengen hen in hun land;

KJV And say1 unto them, Thus saith4 the Lord5 GOD;6 Behold, I will take9 the children11 of Israel12 from among13 the heathen,14 whither they be gone,16 and will gather18 them on every side,20 and bring21 them into their own land:

1 וְדַבֵּ֣ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 2 אֲלֵיהֶ֗ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 כֹּֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 4 אָמַר֮ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 6 יְהוִה֒ H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 7 הִנֵּ֨ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 8 אֲנִ֤י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 9 לֹקֵ֨חַ֙ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 12 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 13 מִבֵּ֥ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 14 הַגּוֹיִ֖ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 15 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 16 הָֽלְכוּ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 17 שָׁ֑ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 18 וְקִבַּצְתִּ֤י H6908 vergaderen, vergaderd, vergaderde assemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up 19 אֹתָם֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 מִסָּבִ֔יב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 21 וְהֵבֵאתִ֥י H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 22 אוֹתָ֖ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 23 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 24 אַדְמָתָֽם H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En Ik zal ze maken tot een enig volk in het land, op de bergen Israels; en zij zullen allen te zamen een enigen Koning tot koning hebben; en zij zullen niet meer tot twee volken zijn, noch voortaan meer in twee koninkrijken verdeeld zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 En Ik zal ze makenH6213 tot een enigH259 volkH1471 in het landH776, op de bergenH2022 IsraelsH3478; en zij zullen allen te zamen een enigenH259 KoningH4428 tot koningH4428 hebben; en zijH1961 zullen niet meerH5750 tot tweeH8147 volkenH1471 zijn, nochH3808 voortaan meerH5750 in tweeH8147 koninkrijkenH4467 verdeeldH2673 zijn. En Ik zal ze maken tot een enig volk in het land, op de bergen Israels; en zij zullen allen te zamen een enigen Koning tot koning hebben; en zij zullen niet meer tot twee volken zijn, noch voortaan meer in twee koninkrijken verdeeld zijn.

KJV And I will make1 them one4 nation3 in the land5 upon the mountains6 of Israel;7 and one9 king8 shall be king12 to them all: and they shall be15 no more two16 nations,17 neither shall they be divided19 into two21 kingdoms

1 וְעָשִׂ֣יתִי H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 אֹ֠תָם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 לְג֨וֹי H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 4 אֶחָ֤ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 5 בָּאָ֨רֶץ֙ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 6 בְּהָרֵ֣י H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 7 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 8 וּמֶ֧לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 9 אֶחָ֛ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 10 יִֽהְיֶ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 11 לְכֻלָּ֖ם H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 לְמֶ֑לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 13 וְלֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 יִֽהְיוּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 15 עוֹד֙ H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 16 לִשְׁנֵ֣י H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 17 גוֹיִ֔ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 18 וְלֹ֨א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 19 יֵחָ֥צוּ H2673 verdeeld, deelde, half en half delen divide, [idiom] live out half, reach to the midst, participle 20 ע֛וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 21 לִשְׁתֵּ֥י H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 22 מַמְלָכ֖וֹת H4467 koninkrijk, koninkrijken, koninkrijks kingdom, king's, reign, royal 23 עֽוֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En zij zullen zich niet meer verontreinigen met hun drekgoden, en met hun verfoeiselen, en met al hun overtredingen; en Ik zal ze verlossen uit al hun woonplaatsen, in dewelke zij gezondigd hebben, en zal ze reinigen; zo zullen zij Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 En zij zullen zich nietH3808 meerH5750 verontreinigenH2930 met hun drekgodenH1544, en met hun verfoeiselenH8251, en met alH3605 hun overtredingenH6588; en Ik zal ze verlossenH3467 uit alH3605 hun woonplaatsenH4186, in dewelkeH834 zij gezondigdH2398 hebben, en zal ze reinigenH2891; zo zullen zijH1961 Mij tot een volkH5971 zijn, en IkH589 zal hun tot een GodH430 zijn. En zij zullen zich niet meer verontreinigen met hun drekgoden, en met hun verfoeiselen, en met al hun overtredingen; en Ik zal ze verlossen uit al hun woonplaatsen, in dewelke zij gezondigd hebben, en zal ze reinigen; zo zullen zij Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn.

KJV Neither shall they defile2 themselves any more with their idols,4 nor with their detestable things,5 nor with any of their transgressions:7 but I will save8 them out of all their dwellingplaces,11 wherein they have sinned,13 and will cleanse15 them: so shall they be my people,19 and I will be their God.

1 וְלֹ֧א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 יִֽטַמְּא֣וּ H2930 onrein, verontreinigd, verontreinigen defile (self), pollute (self), be (make, make self, pronounce) unclean, [idiom] utterly 3 ע֗וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 4 בְּגִלּֽוּלֵיהֶם֙ H1544 drekgoden idol 5 וּבְשִׁקּ֣וּצֵיהֶ֔ם H8251 verfoeiselen, verfoeisel, gruwel abominable filth (idol, -ation), detestable (thing) 6 וּבְכֹ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 פִּשְׁעֵיהֶ֑ם H6588 overtredingen, overtreding, afval rebellion, sin, transgression, trespass 8 וְהוֹשַׁעְתִּ֣י H3467 verlossen, verlost, behouden [idiom] at all, avenging, defend, deliver(-er), help, preserve, rescue, be safe, bring (having) salvation, save(-iour), get victory 9 אֹתָ֗ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 מִכֹּ֤ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 מוֹשְׁבֹֽתֵיהֶם֙ H4186 woningen, woning, zitplaats assembly, dwell in, dwelling(-place), wherein (that) dwelt (in), inhabited place, seat, sitting, situation, sojourning 12 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 חָטְא֣וּ H2398 gezondigd, zondigen, zondigt bear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass 14 בָהֶ֔ם 15 וְטִהַרְתִּ֤י H2891 reinigen, rein, gereinigd be (make, make self, pronounce) clean, cleanse (self), purge, purify(-ier, self) 16 אוֹתָם֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 וְהָיוּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 18 לִ֣י 19 לְעָ֔ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 20 וַאֲנִ֕י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 21 אֶהְיֶ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 22 לָהֶ֖ם 23 לֵאלֹהִֽים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 En Mijn Knecht David zal Koning over hen zijn; en zij zullen allen te zamen een Herder hebben; en zij zullen in Mijn rechten wandelen, en Mijn inzettingen bewaren en die doen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 En Mijn KnechtH5650 DavidH1732 zal KoningH4428 overH5921 hen zijn; en zij zullen allen te zamen een HerderH7462 hebben; en zijH1961 zullen in Mijn rechtenH4941 wandelenH3212, en Mijn inzettingenH2708 bewarenH8104 en die doenH6213. En Mijn Knecht David zal Koning over hen zijn; en zij zullen allen te zamen een Herder hebben; en zij zullen in Mijn rechten wandelen, en Mijn inzettingen bewaren en die doen.

Ook in dit vers tezamenH259

KJV And David2 my servant1 shall be king3 over them; and they all shall have one6 shepherd:5 they shall also walk10 in my judgments,9 and observe12 my statutes,11 and do

1 וְעַבְדִּ֤י H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 2 דָוִד֙ H1732 David, Davids David 3 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 4 עֲלֵיהֶ֔ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 וְרוֹעֶ֥ה H7462 weiden, herders, herder [idiom] break, companion, keep company with, devour, eat up, evil entreat, feed, use as a friend, make friendship with, herdman, keep (sheep) (-er), pastor, [phrase] shearing house, shepherd, wander, waste 6 אֶחָ֖ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 7 יִהְיֶ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 8 לְכֻלָּ֑ם H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 וּבְמִשְׁפָּטַ֣י H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 10 יֵלֵ֔כוּ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 11 וְחֻקֹּתַ֥י H2708 inzettingen, inzetting, ordinantien appointed, custom, manner, ordinance, site, statute 12 יִשְׁמְר֖וּ H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 13 וְעָשׂ֥וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 14 אוֹתָֽם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En zij zullen wonen in het land, dat Ik Mijn knecht Jakob gegeven heb, waarin uw vaders gewoond hebben; ja, daarin zullen zij wonen, zij en hun kinderen, en hun kindskinderen tot in eeuwigheid, en Mijn Knecht David zal hunlieder Vorst zijn tot in eeuwigheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 En zij zullen wonenH3427 in het landH776, datH834 Ik Mijn knechtH5650 JakobH3290 gegevenH5414 heb, waarin uw vadersH1 gewoondH3427 hebben; ja, daarin zullen zij wonenH3427, zij en hunH1992 kinderenH1121, en hun kindskinderenH1121 totH5704 in eeuwigheidH5769, en Mijn KnechtH5650 DavidH1732 zal hunlieder VorstH5387 zijn tot in eeuwigheidH5769. En zij zullen wonen in het land, dat Ik Mijn knecht Jakob gegeven heb, waarin uw vaders gewoond hebben; ja, daarin zullen zij wonen, zij en hun kinderen, en hun kindskinderen tot in eeuwigheid, en Mijn Knecht David zal hunlieder Vorst zijn tot in eeuwigheid.

KJV And they shall dwell1 in the land3 that I have given5 unto Jacob7 my servant,6 wherein your fathers11 have dwelt;9 and they shall dwell12 therein, even they, and their children,15 and their children's16 children17 for ever:19 and my servant21 David20 shall be their prince22 for18 ever.

1 וְיָשְׁב֣וּ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 2 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 הָאָ֗רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 4 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 נָתַ֨תִּי֙ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 6 לְעַבְדִּ֣י H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 7 לְיַֽעֲקֹ֔ב H3290 Jakob, Jakobs Jacob 8 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 יָֽשְׁבוּ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 10 בָ֖הּ 11 אֲבֽוֹתֵיכֶ֑ם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 12 וְיָשְׁב֣וּ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 13 עָלֶ֡יהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 14 הֵ֠מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 15 וּבְנֵיהֶ֞ם H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 16 וּבְנֵ֤י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 17 בְנֵיהֶם֙ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 18 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 19 עוֹלָ֔ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 20 וְדָוִ֣ד H1732 David, Davids David 21 עַבְדִּ֔י H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 22 נָשִׂ֥יא H5387 overste, oversten, vorst captain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour 23 לָהֶ֖ם 24 לְעוֹלָֽם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 En Ik zal een verbond des vredes met hen maken, het zal een eeuwig verbond met hen zijn; en Ik zal ze inzetten en zal ze vermenigvuldigen, en Ik zal Mijn heiligdom in het midden van hen zetten tot in eeuwigheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 En Ik zal een verbondH1285 des vredesH7965 met hen maken, het zal een eeuwigH5769 verbondH1285 met hen zijnH1961; en Ik zal ze inzettenH5414 en zal ze vermenigvuldigenH7235, en Ik zal Mijn heiligdomH4720 in het middenH8432 van hen zettenH5414 tot in eeuwigheidH5769. En Ik zal een verbond des vredes met hen maken, het zal een eeuwig verbond met hen zijn; en Ik zal ze inzetten en zal ze vermenigvuldigen, en Ik zal Mijn heiligdom in het midden van hen zetten tot in eeuwigheid.

KJV Moreover I will make1 a covenant3 of peace4 with them; it shall be an everlasting6 covenant5 with them: and I will place9 them, and multiply10 them, and will set12 my sanctuary14 in the midst15 of them for evermore.

1 וְכָרַתִּ֤י H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 2 לָהֶם֙ 3 בְּרִ֣ית H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 4 שָׁל֔וֹם H7965 vrede, welstand, vredes [idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly 5 בְּרִ֥ית H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 6 עוֹלָ֖ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 7 יִהְיֶ֣ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 8 אוֹתָ֑ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 וּנְתַתִּים֙ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 10 וְהִרְבֵּיתִ֣י H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 11 אוֹתָ֔ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 וְנָתַתִּ֧י H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 מִקְדָּשִׁ֛י H4720 heiligdom, heiligdoms, heiligdommen chapel, hallowed part, holy place, sanctuary 15 בְּתוֹכָ֖ם H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 16 לְעוֹלָֽם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 En Mijn tabernakel zal bij hen zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 En Mijn tabernakelH4908 zal bijH5921 hen zijn, en Ik zal hun tot een GodH430 zijn, en zij zullen Mij tot een volkH5971 zijn. En Mijn tabernakel zal bij hen zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.

KJV My tabernacle2 also shall be with them: yea, I will be their God,6 and they shall be my people.

1 וְהָיָ֤ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 מִשְׁכָּנִי֙ H4908 tabernakel, tabernakels, woningen dwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent 3 עֲלֵיהֶ֔ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 וְהָיִ֥יתִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 5 לָהֶ֖ם 6 לֵֽאלֹהִ֑ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 7 וְהֵ֖מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 8 יִֽהְיוּ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 לִ֥י 10 לְעָֽם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 En de heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, Die Israel heilige, als Mijn heiligdom in het midden van hen zal zijn tot in eeuwigheid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 En de heidenenH1471 zullen wetenH3045, datH3588 IkH589 de HEEREH3068 ben, Die IsraelH3478 heiligeH6942, als Mijn heiligdomH4720 in het middenH8432 van hen zal zijnH1961 tot in eeuwigheidH5769. En de heidenen zullen weten, dat Ik de HEERE ben, Die Israel heilige, als Mijn heiligdom in het midden van hen zal zijn tot in eeuwigheid.

KJV And the heathen2 shall know1 that I the LORD5 do sanctify6 Israel,8 when my sanctuary10 shall be in the midst11 of them for evermore.

1 וְיָֽדְעוּ֙ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 2 הַגּוֹיִ֔ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 3 כִּ֚י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 4 אֲנִ֣י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 5 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 מְקַדֵּ֖שׁ H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 9 בִּהְי֧וֹת H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 מִקְדָּשִׁ֛י H4720 heiligdom, heiligdoms, heiligdommen chapel, hallowed part, holy place, sanctuary 11 בְּתוֹכָ֖ם H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 12 לְעוֹלָֽם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ezechiël 37:1 Ezechiël 1:3 Ezechiël 3:22 Jeremia 8:2 Ezechiël 33:22 Lukas 4:1 Handelingen 8:39 Ezechiël 11:24 Jeremia 7:32
Ezechiël 37:2 Psalmen 141:7 Ezechiël 37:11 Deuteronomium 11:30
Ezechiël 37:3 Johannes 5:21 Johannes 11:25 Deuteronomium 32:39 Hebreeën 11:19 2 Korinthe 1:9 Romeinen 4:17 Handelingen 26:8 1 Samuël 2:6
Ezechiël 37:4 Johannes 5:28 Ezechiël 36:1 Johannes 5:25 Jeremia 22:29 Mattheüs 21:21 Johannes 2:5 Ezechiël 37:11 Micha 6:2
Ezechiël 37:5 Genesis 2:7 Psalmen 104:29 Efeze 2:5 Ezechiël 37:14 Ezechiël 37:9 Johannes 20:22 Romeinen 8:2
Ezechiël 37:6 Joël 2:27 Joël 3:17 Ezechiël 6:7 Ezechiël 38:23 Ezechiël 39:6 Ezechiël 34:27 Ezechiël 35:9 Jesaja 49:23
Ezechiël 37:7 1 Koningen 19:11 Handelingen 4:19 Handelingen 5:20 Handelingen 16:26 Jeremia 26:8 Jeremia 13:5 Handelingen 2:2 Handelingen 2:37
Ezechiël 37:9 Johannes 3:8 Psalmen 104:30 Hooglied 4:16 Ezechiël 37:5 Ezechiël 37:14
Ezechiël 37:10 Openbaring 11:11 Psalmen 104:30 Openbaring 20:4
Ezechiël 37:11 Ezechiël 39:25 Ezechiël 36:10 Jesaja 49:14 Efeze 2:1 Psalmen 77:7 Klaagliederen 3:54 Psalmen 141:7 Jeremia 31:1
Ezechiël 37:12 Jesaja 26:19 Hosea 13:14 Jesaja 66:14 Ezechiël 37:21 Ezechiël 37:25 Amos 9:14 1 Thessalonicenzen 4:16 Ezechiël 36:24
Ezechiël 37:13 Ezechiël 37:6 Ezechiël 16:62 Psalmen 126:2
Ezechiël 37:14 Ezechiël 36:27 Ezechiël 17:24 Joël 2:28 Ezechiël 39:29 Ezechiël 37:9 Ezechiël 36:36 Jesaja 32:15 Ezechiël 11:19
Ezechiël 37:16 2 Kronieken 15:9 2 Kronieken 10:19 2 Kronieken 10:17 Numeri 17:2 2 Kronieken 11:11 1 Koningen 12:16 2 Kronieken 30:11
Ezechiël 37:17 Jesaja 11:13 Hosea 1:11 Jeremia 50:4 Ezechiël 37:22 Sefanja 3:9
Ezechiël 37:18 Ezechiël 24:19 Ezechiël 12:9 Ezechiël 20:49 Ezechiël 17:12
Ezechiël 37:19 Zacharia 10:6 Ezechiël 37:16 Efeze 2:13 Kolossenzen 3:11 1 Kronieken 9:1
Ezechiël 37:20 Ezechiël 12:3 Hosea 12:10 Numeri 17:6
Ezechiël 37:21 Ezechiël 36:24 Obadja 1:17 Jeremia 23:8 Amos 9:14 Jeremia 29:14 Jeremia 16:15 Jesaja 43:5 Jeremia 32:37
Ezechiël 37:22 Ezechiël 37:24 Jeremia 50:4 Jeremia 3:18 Hosea 1:11 Ezechiël 34:23 Efeze 2:19 Jeremia 33:14 Openbaring 11:15
Ezechiël 37:23 Ezechiël 36:28 Psalmen 68:20 Jeremia 31:33 Leviticus 20:7 Zacharia 13:1 Micha 7:14 Hosea 1:10 Ezechiël 43:7
Ezechiël 37:24 Hosea 3:5 Jesaja 40:11 Ezechiël 37:22 Jeremia 30:9 Ezechiël 36:27 Ezechiël 37:25 Ezechiël 34:23 Jeremia 23:5
Ezechiël 37:25 Amos 9:15 Ezechiël 28:25 Ezechiël 37:24 Jesaja 66:22 Ezechiël 37:26 Joël 3:20 Sefanja 3:14 Jesaja 60:21
Ezechiël 37:26 Jesaja 55:3 Ezechiël 34:25 Jeremia 30:19 Ezechiël 43:7 Ezechiël 36:10 Ezechiël 36:37 Ezechiël 11:16 Psalmen 89:3
Ezechiël 37:27 Ezechiël 37:23 Johannes 1:14 Openbaring 21:3 Ezechiël 11:20 Hosea 2:23 Ezechiël 14:11 Leviticus 26:11 Ezechiël 36:28
Ezechiël 37:28 Ezechiël 20:12 Exodus 31:13 Ezechiël 36:23 Ezechiël 39:23 Ezechiël 36:36 Leviticus 20:8 Romeinen 11:15 Psalmen 126:2
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ezechiël 37 vers 1

hand des HEEREN was op mij, Zie boven Ezech. 1:3 .

Hertaald: hand des HEEREN was op mij, Zie hierboven Ezech. 1:3.

geest, Dat is, in een gezicht met optrekking van mijnen geest. Anders: zij [de hand des Heeren] voerde mij uit door den Geest des Heeren.

Hertaald: geest, Dat is: in een gezicht, waarbij mijn geest werd opgetrokken. Anders: zij, de hand van de HEERE, voerde mij uit door de Geest van de HEERE.

zette mij neder Hebreeuws, deed mij rusten.

Hertaald: zette mij neder Hebreeuws: deed mij rusten.

beenderen Versta, dorre dode beenderen van verstorven mensen, gelijk volgt. Door dit gezicht en het volgende teken van twee stukjes hout, heeft God willen verzekeren de vervulling der genadebeloften, die in het voorgaande wijlopig gedaan zijn, zo van de lichamelijke verlossing uit Babel als van de geestelijke door den Messias en de vergadering der algemene kerk uit Joden en heidenen, hetwelk alles het begrip en vermogen van den mens teboven ging, om zijn volk te leren dat het Hem [als den almachtigen God] zo licht is zulks alles te volbrengen als doden op te wekken en levend te maken, [waarvan God hier een levendig beeld tot het geloof zijner kerk, voorstelt] en twee stukjes hout samen te voegen.

Hertaald: beenderen Versta: dorre, dode beenderen van gestorven mensen, zoals volgt. Door dit gezicht, en door het volgende teken van de twee stukken hout, heeft God de vervulling willen verzekeren van de genadebeloften die in het voorgaande uitvoerig gedaan zijn: zowel van de lichamelijke verlossing uit Babel als van de geestelijke verlossing door de Messias en de vergadering van de algemene kerk uit Joden en heidenen. Dat alles ging het begrip en het vermogen van de mens te boven, en daarom leert God Zijn volk hier dat het voor Hem, de almachtige God, even gemakkelijk is dat alles te volbrengen als doden op te wekken en levend te maken — waarvan Hij hier een levendig beeld voor het geloof van Zijn kerk voorstelt — en twee stukken hout samen te voegen.

Ezechiël 37 vers 2

Hij deed mij Namelijk de Heere; anders mocht de profeet een natuurlijken schrik daarvan gehad hebben, en gevreesd hebben voor ceremonieële onreinheid.

Hertaald: Hij deed mij Namelijk de Heere; anders zou de profeet daarvan een natuurlijke schrik hebben kunnen krijgen en gevreesd hebben voor ceremoniële onreinheid.

geheel rondom; Hebreeuws, rondom, rondom.

Hertaald: geheel rondom; Hebreeuws: rondom, rondom.

grond der vallei; Hebreeuws, aangezicht.

Hertaald: grond der vallei; Hebreeuws: aangezicht.

Ezechiël 37 vers 3

Hij zeide tot mij De Heere.

Hertaald: Hij zeide tot mij Namelijk de Heere.

zullen deze beenderen levend worden? Alsof God zeide: Zouden zij wel kunnen levend worden? weet gij daartoe enig natuurlijk, begrijpelijk middel, raad, of vermogen? dunkt het u wel menselijk, mogelijk te zijn? Vergelijk deze vraag met Job 6:5-6 . Anderszins was de zaak van de toekomstige algemene verrijzenis der doden onder Gods volk bekend en buiten twijfel; zie Matt. 22:29 , enz.; Hebr. 11:13-14 , Hebr. 11:35 .

Hertaald: zullen deze beenderen levend worden? Alsof God zei: zouden zij wel levend kunnen worden? Weet u daarvoor enig natuurlijk, begrijpelijk middel, enige raad of enig vermogen? Lijkt het u menselijk gesproken mogelijk? Vergelijk deze vraag met Job 6:5-6. Overigens was de zaak van de toekomstige algemene opstanding van de doden onder Gods volk bekend en stond zij buiten twijfel; zie Matth. 22:29 enzovoort; Hebr. 11:13-14, Hebr. 11:35.

Gij weet het Alsof de profeet zeide: Ik weet uwe macht wel, maar wat Gij hier nu met deze beenderen voorhebt, en aan dezelve zult willen doen, dat is U bekend en mij van U nog niet geopenbaard; anderszins had de profeet in het algemeen het geloof der vrome voorvaderen; zie Gen. 23:4 , en Gen. 50:25 ; Ex. 13:19 ; Jes. 26:19 , enz.; zonder hetwelk de gelovigen de ellendigste aller mensen geweest zouden zijn, 1 Kor. 15:19 ; zie wijders Joh. 11:24 .

Hertaald: Gij weet het Alsof de profeet zei: ik ken Uw macht wel, maar wat U hier nu met deze beenderen voorhebt en wat U eraan zult willen doen, dat is U bekend en mij door U nog niet geopenbaard. Overigens had de profeet in het algemeen het geloof van de vrome voorvaderen; zie Gen. 23:4 en Gen. 50:25; Ex. 13:19; Jes. 26:19, enzovoort. Zonder dat geloof zouden de gelovigen de ellendigste van alle mensen geweest zijn, 1 Kor. 15:19; zie verder Joh. 11:24.

Ezechiël 37 vers 4

zeg tot hen: Vergelijk deze aanspraak met boven Ezech. 36:1 , en Ezech. 14:17 , met de aantekening; idem Rom. 4:17 .

Hertaald: zeg tot hen: Vergelijk deze aanspraak met hierboven Ezech. 36:1 en Ezech. 14:17 met de aantekening; eveneens Rom. 4:17.

Ezechiël 37 vers 5

geest in u brengen, Dat is, de ziel, in een iegelijk lichaam; alzo vs.8, 10. Zie Num. 16:22 .

Hertaald: geest in u brengen, Dat is: de ziel, in elk lichaam; zo ook vers 8 en 10. Zie Num. 16:22.

Ezechiël 37 vers 6

leggen, Hebreeuws, geven.

Hertaald: leggen, Hebreeuws: geven.

Ezechiël 37 vers 7

geluid, Dit waren tekenen en boden van Gods tegenwoordige majesteit en krachtige werking, gelijk in het volgende de wind.

Hertaald: geluid, Dit waren tekenen en voorboden van Gods tegenwoordige majesteit en krachtige werking, zoals in het vervolg de wind.

beroering Of, schudding, beving, beweging. Anders: [aard] beving, waarvan het Hebreeuwse woord veel gebruikt wordt; doch ook van andere beroerten, gelijk onder Ezech. 38:19-20 ; Nah. 3:2 .

Hertaald: beroering Of: schudding, beving, beweging. Anders: aardbeving, waarvoor het Hebreeuwse woord veel gebruikt wordt; maar het wordt ook van andere beroeringen gebruikt, zoals hieronder Ezech. 38:19-20; Nah. 3:2.

zijn been Zodat de beenderen, die in het leven bij elkander in elk lichaam geweest waren, in dit gezicht weder samenkwamen; een levendige afbeelding van hetgeen God zal werken in de opstanding der doden.

Hertaald: zijn been Zodat de beenderen die tijdens het leven in elk lichaam bij elkaar geweest waren, in dit gezicht weer samenkwamen — een levendige afbeelding van wat God zal werken in de opstanding van de doden.

Ezechiël 37 vers 8

geest in hen Gelijk boven vs.5.

Hertaald: geest in hen Zoals hierboven vers 5.

Ezechiël 37 vers 9

Profeteer tot den geest; Dat is, verkondig in mijnen naam dat Ik door mijn goddelijke kracht de zielen zal wederbrengen in deze dode lichamen, enz. Sommigen verstaan door het woord geest den wind, en alzo in het volgende van vs.9. Niet dat de wind den doden het leven of de ziel kan inblazen of geven; maar dat het God belieft den wind te gebruiken tot een voorbode zijner krachtige werking, om de gelijkheid, die er enigszins is tussen de werking Gods en de kracht van den wind, en het geblaas van den wind, [waarvan in het volgende] en het geblaas of adem, dat de ziel voortbrengt in den levende. VergelijK Hand. 2:2 , en Joh. 20:22 , enz.

Hertaald: Profeteer tot den geest; Dat is: verkondig in Mijn naam dat Ik door Mijn goddelijke kracht de zielen zal terugbrengen in deze dode lichamen, enzovoort. Sommigen verstaan onder het woord geest de wind, en zo ook in het vervolg van vers 9. Niet dat de wind aan de doden het leven of de ziel kan inblazen of geven, maar het behaagt God de wind te gebruiken als voorbode van Zijn krachtige werking, vanwege de zekere overeenkomst die er is tussen de werking van God en de kracht van de wind, en tussen het blazen van de wind (waarover het in het vervolg gaat) en de adem die de ziel in de levende voortbrengt. Vergelijk Hand. 2:2 en Joh. 20:22, enzovoort.

winden, Dat is, van de vier hoeken of delen der wereld. Zie boven Ezech. 5:10 .

Hertaald: winden, Dat is: van de vier hoeken of delen van de wereld. Zie hierboven Ezech. 5:10.

in deze gedoden, Of, op, of blaas deze gedoden aan.

Hertaald: in deze gedoden, Of: blaas op deze gedoden, of: blaas deze gedoden aan.

Ezechiël 37 vers 10

geest in hen, Dat is, ziel, gelijk boven vs.5.

Hertaald: geest in hen, Dat is: de ziel, zoals hierboven vers 5.

gans zeer groot heir Hebreeuws, zeer zeer.

Hertaald: gans zeer groot heir Hebreeuws: zeer zeer.

Ezechiël 37 vers 11

die zijn het ganse huis Israëls; Dat is, zij zijn een teken of afbeelding van het huis van Israël, of zij beduiden dat en hun tegenwoordigen staat in Babel.

Hertaald: die zijn het ganse huis Israëls; Dat is: zij zijn een teken of afbeelding van het huis van Israël, of zij duiden dat aan en zijn tegenwoordige toestand in Babel.

Onze beenderen zijn verdord, Daar is zo weinig hoop van onze verlossing uit Babel en de wederkomst in ons land, als er is dat dode, begraven en verrotte mensen en hun verdorde beenderen weder zouden levend worden. Deze redenen van ongeloof en mistroostigheid waren de aanleiding, en geven het oogmerk te kennen van het voorgaande gezicht.

Hertaald: Onze beenderen zijn verdord, Er is even weinig hoop op onze verlossing uit Babel en op onze terugkeer in ons land als er hoop is dat dode, begraven en verrotte mensen en hun verdorde beenderen weer levend zouden worden. Deze uitingen van ongeloof en moedeloosheid waren de aanleiding voor het voorgaande gezicht en geven het doel ervan aan.

afgesneden Gelijk takken, die afgesneden zijn en van den wortel geen sap kunnen trekken, moetende dienvolgens vergaan.

Hertaald: afgesneden Zoals takken die afgesneden zijn en uit de wortel geen sap meer kunnen trekken en dus wel moeten vergaan.

Ezechiël 37 vers 12

Ziet, God herhaalt hier sommierlijk de lichamelijke en geestelijke beloften, die in de voorgaande h.h. wijdlopig zijn gedaan, gebruikende daartoe figuurlijke manieren van spreken, die uit het voorgaande gezicht en hun eigen woorden genomen zijn.

Hertaald: Ziet, God herhaalt hier in het kort de lichamelijke en geestelijke beloften die in de voorgaande hoofdstukken uitvoerig gedaan zijn, en gebruikt daarvoor beeldende uitdrukkingen die ontleend zijn aan het voorgaande gezicht en aan hun eigen woorden.

Ezechiël 37 vers 14

dat Ik, de HEERE, Anders: dat Ik de HEERE [ben], Ik heb het gesproken en zal het doen.

Hertaald: dat Ik, de HEERE, Anders: dat Ik de HEERE ben; Ik heb het gesproken en zal het doen.

Ezechiël 37 vers 16

hout, Eene roede, of plat hout; vergelijk Num. 17:2 , enz.

Hertaald: hout, Namelijk een roede of een plat stuk hout; vergelijk Num. 17:2, enzovoort.

zijn metgezellen; Versta, Benjamin en Levi. Zie 2 Kron. 11:12-13 .

Hertaald: zijn metgezellen; Versta: Benjamin en Levi. Zie 2 Kron. 11:12-13.

ganse huis Israëls, Versta, de tien stammen, die zich aan Efraïm [als de machtigste] gehouden hadden, en daaronder dikwijls verstaan worden.

Hertaald: ganse huis Israëls, Versta: de tien stammen, die zich bij Efraïm als de machtigste aangesloten hadden en daaronder vaak begrepen worden.

Ezechiël 37 vers 17

Doe gij ze dan naderen, Dat is, breng hen nabij en tot elkander, dat zij een worden.

Hertaald: Doe gij ze dan naderen, Dat is: breng ze dicht bij elkaar, zodat zij één worden.

Ezechiël 37 vers 18

kinderen uws volks Zie boven Ezech. 3:11 .

Hertaald: kinderen uws volks Zie hierboven Ezech. 3:11.

wat u deze dingen zijn? Dat is, wat zij beduiden of betekenen, en wat Gij daarmede meent, wat daardoor te verstaan zij; zie boven Ezech. 24:19 .

Hertaald: wat u deze dingen zijn? Dat is: wat zij aanduiden of betekenen, wat U daarmee bedoelt en wat men daaronder moet verstaan; zie hierboven Ezech. 24:19.

Ezechiël 37 vers 19

hout van Jozef, Dat is, Jozefs nakomelingen, of de Efraïmieten met hun bijgevoegde stammen, die door dit hout samen betekend werden.

Hertaald: hout van Jozef, Dat is: de nakomelingen van Jozef, of de Efraïmieten met de stammen die zich bij hen gevoegd hadden en die door dit hout samen aangeduid werden.

hand geweest is, Dat is, de tien stammen, waarvan Efraïm het hoofd tevoren geweest was, toebehoorde.

Hertaald: hand geweest is, Dat is: aan de tien stammen, waarvan Efraïm tevoren het hoofd geweest was.

een worden in Mijn hand Gelijk de verdeeldheid en vijandschap tussen Juda en Efraïm [waarvan Samaria de hoofdstad was] als ene afbeelding was van de twee vijandelijke gedeelten der mensen, namelijk Joden en heidenen, alzo was de vereniging van dezelve een afbeelding of voorbeeld van de vereniging der algemene kerk, of van alle uitverkorenen in de ganse wereld, uit Joden en heidenen, door enen Geest en een geloof, onder een Hoofd, Koning en Zaligmaker, welke is onze Heere Jezus Christus, de beloofde Messias. Of nu wel enige van de tien stammen zich met Juda gevoegd hebben, en alzo samen uit Babel zijn opgetogen [ 1 Kron. 9:3 ] , zo heeft nochtans de rechte geestelijke vereniging haar aanvang genomen ten tijde des Heeren Christus en van zijne apostelen, [zie Joh. 4:9 , Joh. 4:21 , Joh. 4:23 , Joh. 4:35 , Joh. 4:39 , Joh. 4:41 ; Hand. 2:9-11 , en Hand. 8:5 , Hand. 8:14 , en Hand. 9:31 ] , en is voorts vervolgd onder de Joden, en voornamelijk onder de heidenen, en zal duren tot aan het einde der wereld, totdat gans geestelijk Israël is beroepen, in Gods hand, [dat is, in den Heere Christus, die in dezen des Vaders knecht is, in wiens hand Hij alles heeft overgegeven en tot

Hertaald: een worden in Mijn hand Zoals de verdeeldheid en vijandschap tussen Juda en Efraïm, van wie Samaria de hoofdstad was, een afbeelding was van de twee vijandige delen van de mensheid, namelijk Joden en heidenen, zo was de vereniging daarvan een afbeelding of voorbeeld van de vereniging van de algemene kerk, dat is: van alle uitverkorenen in de hele wereld, uit Joden en heidenen, door één Geest en één geloof, onder één Hoofd, Koning en Zaligmaker, namelijk onze Heere Jezus Christus, de beloofde Messias. Hoewel er enkelen van de tien stammen zich bij Juda gevoegd hebben en zo samen uit Babel opgetrokken zijn (1 Kron. 9:3), heeft de eigenlijke geestelijke vereniging toch haar begin genomen in de tijd van de Heere Christus en van Zijn apostelen (zie Joh. 4:9, Joh. 4:21, Joh. 4:23, Joh. 4:35, Joh. 4:39, Joh. 4:41; Hand. 2:9-11, Hand. 8:5, Hand. 8:14 en Hand. 9:31). Zij is voortgezet onder de Joden en vooral onder de heidenen, en zal duren tot aan het einde van de wereld, totdat heel het geestelijke Israël geroepen is in Gods hand — dat is: in de Heere Christus, Die hierin de Knecht van de Vader is, in Wiens hand Hij alles heeft overgegeven en tot

een worden in Mijn hand wien Hij alle uitverkorenen trekt] in een lichaam of eene kerk verenigd en behouden. Zie Matt. 28:19 ; Hand. 1:8 ; Rom. 11:25-26 ; Ef. 2:13 , enz.

Hertaald: een worden in Mijn hand Wie Hij alle uitverkorenen trekt — en in één lichaam of één kerk verenigd en behouden is. Zie Matth. 28:19; Hand. 1:8; Rom. 11:25-26; Ef. 2:13, enzovoort. De bron verdeelt deze ene zin over twee noten met hetzelfde kopwoord.

Ezechiël 37 vers 20

voor hunlieder ogen Gelijk den profeet dikwijls belast werd, hetgeen hun van God was geopenbaard het volk alzo levendig en als metterdaad af te beelden en voor ogen te stellen. Vergelijk boven Ezech. 12:3-4 , enz., met de aantekening; Jer. 27:2 , enz.

Hertaald: voor hunlieder ogen Zoals de profeet vaker opgedragen werd wat God hem geopenbaard had zo levendig en als het ware metterdaad voor het volk af te beelden en voor ogen te stellen. Vergelijk hierboven Ezech. 12:3-4 enzovoort, met de aantekening; Jer. 27:2, enzovoort.

Ezechiël 37 vers 21

halen Gelijk boven Ezech. 36:24 .

Hertaald: halen Zoals hierboven Ezech. 36:24.

uit het midden der heidenen, Of, van tussen.

Hertaald: uit het midden der heidenen, Of: van tussen.

land; Het geestelijk Kanaän, Jeruzalem, den berg Zion, dat is, in Gods kerk, eerst de strijdende, daarna de triomferende, [zie Gal. 4:25-26 ; Hebr. 12:22 ] afgebeeld door het aardse, waar God de Joden eerst weder inbracht uit Babel.

Hertaald: land; Namelijk het geestelijke Kanaän, Jeruzalem, de berg Sion, dat is: Gods kerk, eerst de strijdende en daarna de triomferende (zie Gal. 4:25-26; Hebr. 12:22), afgebeeld door het aardse land waar God de Joden eerst weer in terugbracht uit Babel.

Ezechiël 37 vers 22

Koning tot koning hebben; Den Messias, onzen Heere Jezus Christus.

Hertaald: Koning tot koning hebben; Namelijk de Messias, onze Heere Jezus Christus.

verdeeld zijn Hebreeuws alsof men zeide: Gehalveerd zijn.

Hertaald: verdeeld zijn In het Hebreeuws staat het alsof men zei: gehalveerd zijn.

Ezechiël 37 vers 23

drekgoden, Zie Lev. 26:30 .

Hertaald: drekgoden, Zie Lev. 26:30.

verfoeiselen, Zie boven Ezech. 20:7 .

Hertaald: verfoeiselen, Zie hierboven Ezech. 20:7.

al hun overtredingen; Of, enige.

Hertaald: al hun overtredingen; Of: enkele.

gezondigd hebben, Namelijk in Babel, Egypte, enz. Zie Jer. 44:8 ; boven Ezech. 14:3 , en Ezech. 20:30 , Ezech. 20:39 , enz.

Hertaald: gezondigd hebben, Namelijk in Babel, Egypte, enzovoort. Zie Jer. 44:8; hierboven Ezech. 14:3 en Ezech. 20:30, Ezech. 20:39, enzovoort.

Ezechiël 37 vers 24

Knecht David Zie boven Ezech. 34:23 .

Hertaald: Knecht David Zie hierboven Ezech. 34:23.

Herder hebben; Zie Joh. 10:16 .

Hertaald: Herder hebben; Zie Joh. 10:16.

Ezechiël 37 vers 26

verbond des vredes Zie boven Ezech. 34:25 .

Hertaald: verbond des vredes Zie hierboven Ezech. 34:25.

inzetten Inbrengen, plaatsen, endoen blijven en beklijven in mijne kerk. Hebreeuws, geven.

Hertaald: inzetten Namelijk inbrengen, plaatsen, en doen blijven en wortel schieten in Mijn kerk. Hebreeuws: geven.

heiligdom Deze manier van spreken is genomen van den staat van het Oude Testament, [gelijk elders dikwijls] betekenende de genaderijke inwoning Gods onder en in zijne kerk, met zijn woord, Geest, gunst en zegen; zie Lev. 26:12 ; 1 Kor. 3:16 ; 2 Kor. 6:16 ; Ef. 2:21-22 ; Openb. 21:3 .

Hertaald: heiligdom Deze manier van spreken is ontleend aan de toestand van het Oude Testament, zoals elders vaak, en betekent Gods genaderijke inwoning onder en in Zijn kerk met Zijn Woord, Geest, gunst en zegen; zie Lev. 26:12; 1 Kor. 3:16; 2 Kor. 6:16; Ef. 2:21-22; Openb. 21:3.

Ezechiël 37 vers 28

heilig, Zie boven Ezech. 20:12 .

Hertaald: heilig, Zie hierboven Ezech. 20:12.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Het dal der dorre beenderen  — een gezicht waarin twee keer geprofeteerd moet worden voordat er leven is (Ezech. 37:1-10)

"De hand des HEEREN was op mij, en de HEERE voerde mij uit in den geest, en zette mij neder in het midden ener vallei; dezelve nu was vol beenderen" (Ezech. 37:1); die uitdrukking staat aan het begin van dit boek (reeds behandeld bij Ezech. 1:3). Van de beenderen wordt tweemaal iets gezegd: er waren er zeer vele, "en ziet, zij waren zeer dor" (Ezech. 37:2). Dan komt de vraag: "Mensenkind! zullen deze beenderen levend worden? En ik zeide: Heere HEERE, Gij weet het!" (Ezech. 37:3). De profeet moet spreken: "Gij dorre beenderen! hoort des HEEREN woord" (Ezech. 37:4). Het gaat in twee gangen. Eerst komen de beenderen bijeen en komt er vlees en huid op, "maar er was geen geest in hen" (Ezech. 37:8). Daarna moet hij opnieuw profeteren: "Gij geest! kom aan van de vier winden, en blaas in deze gedoden, opdat zij levend worden" (Ezech. 37:9). Pas dan staan zij op hun voeten, "een gans zeer groot heir" (Ezech. 37:10).

Bijbelse betekenis: Merk op wat de profeet antwoordt. Hij zegt niet ja en hij zegt niet nee, maar: "Heere HEERE, Gij weet het!" (Ezech. 37:3). Dat is geen ontwijken; hij legt de vraag daar neer waar zij hoort, bij Degene Die haar stelde. Let vervolgens op de twee gangen van het gezicht. Na de eerste is er een volledig lichaam, met zenuwen, vlees en huid, en het ligt er dood bij. Wat er dan nog ontbreekt is niet een kleinigheid; zonder de geest is het geheel alleen maar netter geordend. Let ten slotte op het middel. Er moet gesproken worden, en wel tweemaal; de profeet krijgt geen ander gereedschap dan het woord. Wat dat woord uitwerkt, ligt niet in de spreker, want hij vroeg zelf nog of het mogelijk was.

Typologie: Bij de schepping van de mens gebeurt hetzelfde in twee stappen: eerst geformeerd uit het stof, en daarna "in zijn neusgaten geblazen de adem des levens" (Gen. 2:7). En de psalm zet beide kanten naast elkaar: "neemt Gij hun adem weg, zij sterven" en "Zendt Gij Uw Geest uit, zo worden zij geschapen" (Ps. 104:29-30).

Ezech. 37:1-10; Ezech. 1:3; Gen. 2:7; Ps. 104:29-30

De geopende graven  — de uitleg die de tekst zelf bij het gezicht geeft (Ezech. 37:11-14)

Het gezicht wordt niet aan de lezer overgelaten: "Mensenkind! deze beenderen zijn het ganse huis Israels" (Ezech. 37:11). In datzelfde vers staat wat het volk zelf zei: "Onze beenderen zijn verdord, en onze verwachting is verloren, wij zijn afgesneden." Daarop volgt de belofte in hetzelfde beeld: "Ziet, Ik zal uw graven openen, en zal ulieden uit uw graven doen opkomen, o Mijn volk! en Ik zal u brengen in het land Israels" (Ezech. 37:12). En het slot geeft wat er in hen komen zal: "En Ik zal Mijn Geest in u geven, en gij zult leven, en Ik zal u in uw land zetten" (Ezech. 37:14).

Bijbelse betekenis: Merk op dat de tekst zijn eigen uitleg meegeeft, en houd die vast. Het gezicht gaat over een volk zonder verwachting en niet over de opstanding der doden als leerstuk; wat de Schrift daarover zegt, staat elders (reeds behandeld bij 1 Kor. 15:42-44). Let vervolgens op wie het beeld het eerst gebruikte. Niet God maar zijzelf: "Onze beenderen zijn verdord" (Ezech. 37:11). Hun eigen klacht wordt opgenomen en beantwoord in de woorden waarin zij haar uitspraken. Let ten slotte op de drie dingen die zij zeggen. Verdord, de verwachting verloren, afgesneden — dat is meer dan tegenslag; het is het einde van elk uitzicht. Juist daar wordt de Geest beloofd, en dat is dezelfde belofte als een hoofdstuk eerder (reeds behandeld bij Ezech. 36:27).

Typologie: De Heere Jezus spreekt van graven die werkelijk opengaan: "de ure komt, in dewelke allen, die in de graven zijn, Zijn stem zullen horen" (Joh. 5:28). Wat hier een beeld is voor een volk, is daar de zaak zelf.

Ezech. 37:11-14; 1 Kor. 15:42-44; Ezech. 36:27; Joh. 5:28

De twee houten  — een tekenhandeling waarin een scheuring van eeuwen ongedaan gemaakt wordt (Ezech. 37:15-23)

De profeet moet twee stukken hout nemen en er namen op schrijven, het ene voor Juda en het andere "Voor Jozef, het hout van Efraim" (Ezech. 37:16). Dan moet hij ze samenvoegen: "Doe gij ze dan naderen, het een tot het ander tot een enig hout; en zij zullen tot een worden in uw hand" (Ezech. 37:17). De uitleg volgt op de vraag van de omstanders: "Ik zal het hout van Jozef, dat in Efraims hand geweest is, en van de stammen Israels, zijn metgezellen, nemen, en Ik zal dezelve met hem voegen tot het hout van Juda" (Ezech. 37:19), en in datzelfde vers staat dat zij één zullen worden in Gods hand. Wat dat betekent staat er zonder beeld bij: "zij zullen niet meer tot twee volken zijn, noch voortaan meer in twee koninkrijken verdeeld zijn" (Ezech. 37:22). En daaraan gaat iets vooraf: "en zal ze reinigen; zo zullen zij Mij tot een volk zijn" (Ezech. 37:23).

Bijbelse betekenis: Merk op hoe oud deze scheuring was. Zij begon bij de breuk onder Rehabeam (reeds behandeld bij 1 Kon. 12:16) en had eeuwen geduurd; toen dit gesproken werd, bestond het noordelijke rijk allang niet meer als staat. Wat hersteld wordt, was door mensen niet meer te herstellen. Let vervolgens op de twee handen in Ezech. 37:17 en Ezech. 37:19. In de hand van de profeet worden de houten één als teken; in de hand van God worden zij één in werkelijkheid. Let ten slotte op de volgorde in Ezech. 37:23. Eerst de reiniging, dan het ene volk. De eenheid komt hier niet uit een akkoord voort, maar volgt op hetzelfde werk van God aan beide helften.

Typologie: De Heere Jezus spreekt over schapen van een andere stal en zegt: "het zal worden een kudde, en een Herder" (Joh. 10:16). En Johannes schrijft dat Hij sterven zou "opdat Hij ook de kinderen Gods, die verstrooid waren, tot een zou vergaderen" (Joh. 11:52).

Ezech. 37:15-23; 1 Kon. 12:16; Joh. 10:16; Joh. 11:52

Het heiligdom in het midden  — de belofte waarmee het boek naar zijn slotgedeelte toewerkt (Ezech. 37:24-28)

"En Mijn Knecht David zal Koning over hen zijn; en zij zullen allen te zamen een Herder hebben" (Ezech. 37:24); over die belofte is bij Ezech. 34:23 gesproken. Ook het verbond keert terug, nu met een woord erbij: "En Ik zal een verbond des vredes met hen maken, het zal een eeuwig verbond met hen zijn" (Ezech. 37:26); over dat verbond is bij Ezech. 34:25 gesproken. Nieuw is wat in datzelfde vers volgt: "en Ik zal Mijn heiligdom in het midden van hen zetten tot in eeuwigheid". En het vers erna zegt het nog eenvoudiger: "En Mijn tabernakel zal bij hen zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn" (Ezech. 37:27).

Bijbelse betekenis: Merk op waar deze belofte tegenover staat. In het begin van dit boek gaat de heerlijkheid des HEEREN stap voor stap bij de tempel vandaan (reeds behandeld bij Ezech. 10:18-19). Hier wordt gezegd dat God Zijn heiligdom in hun midden zetten zal, en dat het daar blijven zal. Wat vertrokken is, keert terug. Let vervolgens op het woord tabernakel. Dat is niet het woord voor het gebouw van Salomo maar het oude woord uit de woestijn, uit de tijd dat God met Zijn volk meetrok. Let ten slotte op waar dit gedeelte staat. Het besluit het middendeel van het boek en wijst vooruit naar de laatste hoofdstukken, waarin een heiligdom beschreven wordt. Over de tijd en de vorm van de vervulling doet het register geen uitspraak.

Typologie: Johannes gebruikt hetzelfde woord van Christus: "het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond" (Joh. 1:14). Paulus past het toe op de gemeente en haalt daarbij de belofte aan: "Ik zal in hen wonen, en Ik zal onder hen wandelen" (2 Kor. 6:16). En het laatste boek eindigt ermee: "Ziet, de tabernakel Gods is bij de mensen, en Hij zal bij hen wonen" (Op. 21:3).

Ezech. 37:24-28; Ezech. 34:23,25; Ezech. 10:18-19; Joh. 1:14; 2 Kor. 6:16; Op. 21:3

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De verlossing en de losser niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen uitwerking

Kunnen deze beenderen levend worden? — 37:1-28

Ezechiël wordt in een dal gezet dat vol ligt met beenderen, en er staat nadrukkelijk bij: zij waren zeer dor. Niet pas gestorven — allang dood, uitgedroogd, hopeloos.

Op de vraag of dode beenderen leven kunnen, geeft Ezechiël het enige eerlijke antwoord: Heere HEERE, Gij weet het.

God laat hem er eerst rondom langs gaan. Het dal is vol, en de beenderen zijn zeer dor. Dan komt de vraag: mensenkind, zullen deze beenderen levend worden?

Ezechiël zegt niet ja en niet nee. Hij zegt: Heere HEERE, Gij weet het. Dat is precies de plaats waar de mens staat tegenover de dood.

En dan krijgt hij de vreemdste opdracht van heel het boek: profeteer tegen deze beenderen. Preken tegen dorre botten. Hij doet het, en er komt een geluid en een beroering, en de beenderen komen bijeen, been tot zijn been. Er komt vlees op, en huid. Maar er is geen geest in hen — het zijn nog steeds lijken, nu alleen compleet.

Pas als hij ook tot den geest profeteert, gaat de adem in hen en zij leven en staan op hun voeten, een gans zeer groot heir.

God legt de gelijkenis zelf uit: deze beenderen zijn het ganse huis Israëls, die zeggen dat hun hoop verloren is. Het gaat dus over een volk waarvan de zaak afgelopen leek.

Maar de woorden reiken verder dan de ballingschap, want er staat bij: Ik zal uw graven openen, en zal ulieden uit uw graven doen opkomen. Dat is de taal van de opstanding, en Christus gebruikt haar bijna woordelijk wanneer Hij zegt dat de stem van den Zoon van God gehoord zal worden door allen die in de graven zijn, en dat zij zullen uitgaan.

Het slot van het hoofdstuk brengt beide lijnen samen: Mijn Knecht David zal Koning over hen zijn, zij zullen allen tezamen één Herder hebben, en Mijn tabernakel zal bij hen zijn. Dat laatste is de belofte van Exodus 25, en zij klinkt onveranderd terug in het laatste hoofdstuk van de Bijbel.

  1. Ezechiël 37:3 — Zullen deze beenderen levend worden? Heere HEERE, Gij weet het.
  2. Ezechiël 37:7-8 — Been komt tot been, met vlees en huid — maar er is nog geen geest.
  3. Ezechiël 37:10 — Pas als de geest komt, staan zij op: een gans zeer groot heir.
  4. Ezechiël 37:12 — Ik zal uw graven openen en u uit uw graven doen opkomen.
  5. Johannes 5:28-29 — Allen die in de graven zijn zullen Zijn stem horen en uitgaan.
  6. Ezechiël 37:27 — Mijn tabernakel zal bij hen zijn; Ik zal hun tot een God zijn.
  7. Openbaring 21:3 — Ziet, de tabernakel Gods is bij de mensen.

In het Nieuwe Testament: Johannes 5:25-29; Efeze 2:1-5; Openbaring 21:3; Romeinen 8:11

Hoever dit reikt: God legt het gezicht zelf uit als het herstel van Israël. Dat het ook de opstanding raakt, staat er in vers 12-13 met zoveel woorden; dat het beeld daarnaast op de geestelijke levendmaking ziet, is de lezing die Paulus in Efeze 2 uitwerkt zonder Ezechiël te noemen.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Ezechiël 37

Ezechiël 37:1.KruisverwijzingenEzechiël 1:3Ezechiël 3:22Jeremia 8:2Ezechiël 33:22Lukas 4:1Handelingen 8:39Ezechiël 11:24Jeremia 7:32
— De hand des HEEREN was op mij, en de HEERE voerde mij uit in den geest, en zette mij neder in het midden ener vallei; dezelve nu was vol beenderen.
De knechten van God leren niets voordat zij een ervaring hebben zoals Ezechiël. Zij moeten door de Geest van de HEERE geleid worden, en hun ogen en hun mond moeten door Hem geopend worden. Dan kunnen zij het gezicht zien én het aan anderen vertellen.

De vallei was als een reusachtig graf, een knekelhuis, een slagveld waar de verslagenen niet begraven waren. Geen knecht van God zou naar zo’n plaats gaan zonder gezonden te zijn. En toch was het nodig dat Ezechiël daar was, opdat hij de boodschap van God zou begrijpen en spreken.

Ezechiël 37:2.KruisverwijzingenPsalmen 141:7Ezechiël 37:11Deuteronomium 11:30
— En Hij deed mij bij dezelve voorbijgaan geheel rondom; en ziet, er waren zeer vele op den grond der vallei; en ziet, zij waren zeer dor.
Hij moest dit grimmige en gruwelijke knekelhuis grondig opnemen. De beenderen hadden er zo lang gelegen dat de wind het merg had uitgedroogd en zij tot stof geworden waren.

Ezechiël 37:3.KruisverwijzingenJohannes 5:21Johannes 11:25Deuteronomium 32:39Hebreeën 11:192 Korinthe 1:9Romeinen 4:17Handelingen 26:81 Samuël 2:6
— En Hij zeide tot mij: Mensenkind! zullen deze beenderen levend worden? En ik zeide: Heere HEERE, Gij weet het!
God stelde deze vraag niet om Zelf iets te weten te komen, maar om de profeet. De HEERE wilde dat hij de moeilijkheden zou beseffen van het werk waartoe hij geroepen was, opdat hij des te volkomener op God zou steunen en niet op zichzelf.

Ezechiël 37:4.KruisverwijzingenJohannes 5:28Ezechiël 36:1Johannes 5:25Jeremia 22:29Mattheüs 21:21Johannes 2:5Ezechiël 37:11Micha 6:2
— Toen zeide Hij tot mij: Profeteer over deze beenderen, en zeg tot dezelve: Gij dorre beenderen! hoort des HEEREN woord.
Wij hebben gehoord van een rooms man die van zijn priester als boetedoening een dorre stok moest begieten. Ezechiëls taak om tot dorre beenderen te preken leek even nutteloos. En toch, gebiedt God ons hetzelfde, dan hebben wij geen andere rechtvaardiging nodig om het te doen. Wat in de ogen van de rede dwaas is, is in het oordeel van het geloof wijsheid.

Ezechiël 37:5-6.KruisverwijzingenGenesis 2:7Joël 2:27Psalmen 104:29Joël 3:17Efeze 2:5Ezechiël 37:14Ezechiël 37:9Johannes 20:22
— Alzo zegt de Heere HEERE tot deze beenderen: Ziet, Ik zal den geest in u brengen, en gij zult levend worden. En Ik zal zenuwen op u leggen, en vlees op u doen opkomen, en een huid over u trekken, en den geest in u geven, en gij zult levend worden; en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben.
Hij moest deze beenderen de onvoorwaardelijke voornemens en beloften van God verkondigen: “Ik zal” en “gij zult”. Zo werkt God Zijn eeuwige voornemens met de mensenkinderen uit. Hij gebiedt Zijn knechten Zijn boodschap uit te roepen, en dan vervult Hij Zelf Zijn eigen voornemens en beloften.

Ezechiël 37:7.Kruisverwijzingen1 Koningen 19:11Handelingen 4:19Handelingen 5:20Handelingen 16:26Jeremia 26:8Jeremia 13:5Handelingen 2:2Handelingen 2:37
— Toen profeteerde ik, gelijk mij bevolen was, en er werd een geluid, als ik profeteerde, en ziet een beroering! en de beenderen naderden, elk been tot zijn been.
Een geritsel — en zie, hier was goddelijke kracht die de beenderen op hun juiste plaats in de verschillende lichamen bracht en de uiteengevallen leden zich weer liet samenvoegen.

Ezechiël 37:8.
— En ik zag, en ziet, en er werden zenuwen op dezelve, en er kwam vlees op; en Hij trok een huid boven over dezelve, maar er was geen geest in hen.
Tot zover was er dus nog geen erg grote verbetering. Er waren nu alleen dode lichamen in plaats van dorre beenderen. Er viel meer te zien, maar niets aangenamers, en werkelijk niet meer leven dan tevoren.

Ezechiël 37:9.KruisverwijzingenJohannes 3:8Psalmen 104:30Hooglied 4:16Ezechiël 37:5Ezechiël 37:14
— En Hij zeide tot mij: Profeteer tot den geest; profeteer, mensenkind! en zeg tot den geest: Zo zegt de Heere HEERE: Gij geest! kom aan van de vier winden, en blaas in deze gedoden, opdat zij levend worden.
“Profeteer tot den geest.” Dat lijkt een zeer ongerijmde zaak om te doen. Maar waar God gebiedt, bestaan er geen ongerijmdheden.

Ezechiël 37:10.KruisverwijzingenOpenbaring 11:11Psalmen 104:30Openbaring 20:4
— En ik profeteerde, gelijk als Hij mij bevolen had. Toen kwam de geest in hen, en zij werden levend en stonden op hun voeten, een gans zeer groot heir.
Ezechiël was zeer gehoorzaam. Hij wilde alleen de wil van zijn Heere weten, en dan maakte hij geen enkele bedenking maar deed hij meteen precies wat hem gezegd was: “En ik profeteerde, gelijk als Hij mij bevolen had.” Het is een eerste vereiste in een knecht van God dat hij precies doet wat hem opgedragen wordt. Niet nadenken hoe híj het graag zou doen, en ook niet het plan volgen dat zijn eigen wijsheid ingeeft, maar eenvoudig doen wat hem gezegd is, zoals Ezechiël deed.

Ezechiël 37:11.KruisverwijzingenEzechiël 39:25Ezechiël 36:10Jesaja 49:14Efeze 2:1Psalmen 77:7Klaagliederen 3:54Psalmen 141:7Jeremia 31:1
— Toen zeide Hij tot mij: Mensenkind! deze beenderen zijn het ganse huis Israels; ziet, zij zeggen: Onze beenderen zijn verdord, en onze verwachting is verloren, wij zijn afgesneden.
“Er is voor ons geen hoop; wij zijn dood en erger dan dood. Ons geval is hopeloos; er is voor ons geen mogelijkheid van herstel.”

Ezechiëls gezicht van de vallei met de dorre beenderen geeft een treffend, leerzaam en indrukwekkend beeld. Maar het is geen loutere beeldspraak; het is een gelijkenis die berust op een opmerkelijke voorstelling van de opstanding van de doden. De kinderen Israëls wisten in die tijd weinig genoeg van de opstanding, maar de HEERE, de Heilige Geest, wist er alles van. En Hij gebruikte haar als een sprekend beeld van de verlossing van Israël uit die nationale dood die over hen gekomen was. Met evenveel recht mogen wij er een levendig beeld in zien van het genadewerk in het hart. Zo worden allen tot het geestelijke leven gebracht, door de kracht van de goddelijke genade.

Ezechiël 37:12.KruisverwijzingenJesaja 26:19Hosea 13:14Jesaja 66:14Ezechiël 37:21Ezechiël 37:25Amos 9:141 Thessalonicenzen 4:16Ezechiël 36:24
— Daarom, profeteer en zeg tot hen: Zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal uw graven openen, en zal ulieden uit uw graven doen opkomen, o Mijn volk! en Ik zal u brengen in het land Israels.
Er zou toch nog een huis van Israël zijn. Het volk leek dood en begraven, maar God zou het levend maken en herstellen. Deze belofte mag ook toegepast worden op een gemeente die in een zeer lage geestelijke staat verkeert, wanneer het lijkt of zij nooit meer goed doen kan: “Ziet, Ik zal uw graven openen.” En ook tot u spreekt God in deze belofte, lieve vrienden. Tot u die zeer zwaarmoedig bent en vol vertwijfeling, en die het gevoel hebt zo goed als dood en begraven te zijn. Geloof daarom Zijn Woord alsof het persoonlijk tot u gericht was: “Ziet, Ik zal uw graven openen, en zal ulieden uit uw graven doen opkomen, o Mijn volk! en Ik zal u brengen in het land Israels.”

Van nature zijn mensen dood in de zonde, totdat zij de stem van God horen en de levendmakende adem van de Geest voelen, en levend gemaakt worden naar dat woord: “die in Mij gelooft zal leven, al ware hij ook gestorven; En een iegelijk, die leeft, en in Mij gelooft, zal niet sterven in der eeuwigheid.” De zaligmaking van zondaars door de genade en de kracht van God is een even groot wonder als de algemene opstanding. Geestelijk leven in een natuurlijk mens leggen is een wonder der wonderen. Het moest evenveel verbazing wekken als de opwekking van Lazarus, of van het dochtertje van Jaïrus, of van de jongeman aan de poort van Naïn.

Wat een besef krijgt een mens dat er een God is, wanneer God hem zaligmaakt! Wanneer hij van harte begint te dansen van vreugde omdat hem alles vergeven is, dan weet hij dat de HEERE God is. Hij draagt een bewijs van de waarheid in zijn eigen hart om, en met tranen in de ogen vertelt hij het aan anderen. Och, zegt hij, daarover bestaat geen vergissing. Er is een barmhartig God, want ik heb barmhartigheid verkregen. Er is een toevlucht voor zondaars, want ik ben ertoe gevlucht. Er is vergeving, want ik heb haar ontvangen. Er is rust, want ik geniet haar. Er is een hemel, want ik begin de klokken ervan in mijn hart te horen luiden.

Ezechiël 37:13.KruisverwijzingenEzechiël 37:6Ezechiël 16:62Psalmen 126:2
— En gij zult weten, dat Ik de HEERE ben, als Ik uw graven zal hebben geopend, en als Ik u uit uw graven zal hebben doen opkomen, o Mijn volk!
Grote verlossingen en almachtige levendmakingen openbaren ons God en doen ons weten hoe heerlijk groot de HEERE is.

Ezechiël 37:14.KruisverwijzingenEzechiël 36:27Ezechiël 17:24Joël 2:28Ezechiël 39:29Ezechiël 37:9Ezechiël 36:36Jesaja 32:15Ezechiël 11:19
— En Ik zal Mijn Geest in u geven, en gij zult leven, en Ik zal u in uw land zetten; en gij zult weten, dat Ik, de HEERE, dit gesproken en gedaan heb, spreekt de HEERE.
Wanneer de Joden weer in Kanaän terugkomen — en dat zullen zij — zullen zij niet alleen weten dat de HEERE God is, maar ook dat Jezus Christus de ware Messias is. Mocht de HEERE die gezegende voleinding op Zijn eigen tijd verhaasten!

Ezechiël 37:15-16.Kruisverwijzingen2 Kronieken 15:92 Kronieken 10:192 Kronieken 10:17Numeri 17:22 Kronieken 11:111 Koningen 12:162 Kronieken 30:11
— Wijders geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende: Gij nu, mensenkind! neem u een hout, en schrijf daarop: Voor Juda, en voor de kinderen Israels, zijn metgezellen; en neem een ander hout, en schrijf daarop: Voor Jozef, het hout van Efraim, en van het ganse huis Israels, zijn metgezellen.
Let erop hoe de HEERE de profeet voortdurend “mensenkind” noemt. Wanneer God Zijn knechten veel gebruikt en hen grotelijks eert, zorgt Hij er altijd voor hen ootmoedig te houden door hen eraan te herinneren wat zij in zichzelf zijn. Zo is het ook hier: Ezechiël, u hebt tot de dorre beenderen geprofeteerd en zij zijn door uw profetie levend geworden. Maar het was niet door uw eigen kracht dat u dit deed. U bent niets dan een mensenkind; God moet alle eer van dit wonderlijke werk hebben.

Zij waren in afzonderlijke gezelschappen verdeeld. Eerst dwaalden zij van God af, en daarna dwaalden zij van elkaar af.

Ezechiël 37:17.KruisverwijzingenJesaja 11:13Hosea 1:11Jeremia 50:4Ezechiël 37:22Sefanja 3:9
— Doe gij ze dan naderen, het een tot het ander tot een enig hout; en zij zullen tot een worden in uw hand.
Terwijl hij ze in zijn hand hield, moesten zij tot één samengroeien. En wanneer alle kerken in de hand van Christus komen, zal er volmaakte eenheid tussen hen zijn. Wat dicht bij hetzelfde is, is ook dicht bij elkaar. Maar zolang de Heere niet komt en Zijn verdeelde Juda en Efraïm in Zijn eigen hand neemt, zal er tussen hen geen ware eenheid zijn. Dan echter wel.

Ezechiël 37:18-19.KruisverwijzingenEzechiël 24:19Ezechiël 12:9Ezechiël 20:49Ezechiël 17:12Zacharia 10:6Ezechiël 37:16Efeze 2:13Kolossenzen 3:11
— En wanneer de kinderen uws volks tot u zullen spreken, zeggende: Zult gij ons niet te kennen geven, wat u deze dingen zijn? Zo spreek tot hen: Alzo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal het hout van Jozef, dat in Efraims hand geweest is, en van de stammen Israels, zijn metgezellen, nemen, en Ik zal dezelve met hem voegen tot het hout van Juda, en zal ze maken tot een enig hout; en zij zullen een worden in Mijn hand.
Geen gemeente zal de zegen van de eenheid lang blijven genieten, tenzij zij dicht bij Christus blijft. Gemeenschap met Christus betekent gemeenschap van christenen onderling; alleen op die weg krijgen wij ware eenheid en ware gemeenschap.

Ezechiël 37:20-22.KruisverwijzingenEzechiël 36:24Obadja 1:17Ezechiël 37:24Jeremia 23:8Amos 9:14Jeremia 29:14Jeremia 16:15Jesaja 43:5
— De houten nu, op dewelke gij zult geschreven hebben, zullen in uw hand zijn voor hunlieder ogen. Spreek dan tot hen: Zo zegt de Heere HEERE: Ziet, Ik zal de kinderen Israels halen uit het midden der heidenen, waarhenen zij getogen zijn, en zal ze vergaderen van rondom, en brengen hen in hun land; En Ik zal ze maken tot een enig volk in het land, op de bergen Israels; en zij zullen allen te zamen een enigen Koning tot koning hebben; en zij zullen niet meer tot twee volken zijn, noch voortaan meer in twee koninkrijken verdeeld zijn.
Wanneer Christus komt, zal er in Israël deze ware eenheid zijn. Waar Christus al gekomen is, is deze ware eenheid in Zijn gemeente. En naarmate Christus tot ieder van ons komt, zal Hij het kwaad wegnemen dat ons van Hemzelf scheidt en dat ons van de anderen scheidt. Zo zullen wij één zijn in Zijn hand.

Ezechiël 37:23.KruisverwijzingenEzechiël 36:28Psalmen 68:20Jeremia 31:33Leviticus 20:7Zacharia 13:1Micha 7:14Hosea 1:10Ezechiël 43:7
— En zij zullen zich niet meer verontreinigen met hun drekgoden, en met hun verfoeiselen, en met al hun overtredingen; en Ik zal ze verlossen uit al hun woonplaatsen, in dewelke zij gezondigd hebben, en zal ze reinigen; zo zullen zij Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn.
Dit geldt eerst Israël naar de letter, en dan geestelijk alle uitverkorenen. Wat een gewichtige en veelomvattende belofte is het! Wij zullen verlost worden van onze afgoden, van de meest weerzinwekkende zonden en van onze huiselijke zonden: “Ik zal ze verlossen uit al hun woonplaatsen, in dewelke zij gezondigd hebben.” Waar gaan wij heen, mijn broeders, zonder zonde te vinden? Zonde in ons bed en zonde aan tafel, zonde in de winkel en zonde op straat, zonden in gezelschap en zonden wanneer wij alleen in het veld zijn, overal zonden. En toch kan de Heere Jezus Christus ons op elke plaats ontmoeten en ons reinigen. “zo zullen zij Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn.” Wat een wonderlijke verklaring is dit: wij zijn het volk van de HEERE en Hij is onze God! Wij zijn Zijn deel, en Hij is ons deel. Och, dat ieder van ons aan deze dubbele zegen deel mocht hebben!

Ezechiël 37:24.KruisverwijzingenHosea 3:5Jesaja 40:11Ezechiël 37:22Jeremia 30:9Ezechiël 36:27Ezechiël 37:25Ezechiël 34:23Jeremia 23:5
— En Mijn Knecht David zal Koning over hen zijn; en zij zullen allen te zamen een Herder hebben; en zij zullen in Mijn rechten wandelen, en Mijn inzettingen bewaren en die doen.
Och, dat de ene Koning regeren mag over het ene volk, dat de ene wet houdt en in heiligheid en ootmoed voor de ene Heere wandelt!

Ezechiël 37:25.KruisverwijzingenAmos 9:15Ezechiël 28:25Ezechiël 37:24Jesaja 66:22Ezechiël 37:26Joël 3:20Sefanja 3:14Jesaja 60:21
— En zij zullen wonen in het land, dat Ik Mijn knecht Jakob gegeven heb, waarin uw vaders gewoond hebben; ja, daarin zullen zij wonen, zij en hun kinderen, en hun kindskinderen tot in eeuwigheid, en Mijn Knecht David zal hunlieder Vorst zijn tot in eeuwigheid.
God behandelt Zijn heiligen nu toch zeker niet slechter dan Hij Israël in de dagen van ouds behandelde. Wij mogen dus tot Hem gaan in het gebed voor onze kinderen en voor onze kindskinderen.

Ezechiël 37:26.KruisverwijzingenJesaja 55:3Ezechiël 34:25Jeremia 30:19Ezechiël 43:7Ezechiël 36:10Ezechiël 36:37Ezechiël 11:16Psalmen 89:3
— En Ik zal een verbond des vredes met hen maken, het zal een eeuwig verbond met hen zijn; en Ik zal ze inzetten en zal ze vermenigvuldigen, en Ik zal Mijn heiligdom in het midden van hen zetten tot in eeuwigheid.
Och, dat gezegende woord “eeuwig”! Een zaligheid die niet eeuwig is, is het hebben niet waard. Een belofte die niet vervuld wordt en een genade die falen kan, zijn Gods belofte en Gods genade niet.

Ezechiël 37:27.KruisverwijzingenEzechiël 37:23Johannes 1:14Openbaring 21:3Ezechiël 11:20Hosea 2:23Ezechiël 14:11Leviticus 26:11Ezechiël 36:28
— En Mijn tabernakel zal bij hen zijn, en Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.
In vers 23 was de belofte van de HEERE: zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn. En hier keert de genade de volgorde om: “Ik zal hun tot een God zijn, en zij zullen Mij tot een volk zijn.” God heeft blijkbaar zo’n welgevallen in deze verklaring dat Hij haar herhaalt, en alleen de zinnen omdraait.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content