Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Verder geschieddeH1961 des HEERENH3068woordH1697totH413 mij, zeggendeH559:Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
KJVAgain the word2of the LORD3came unto me, saying,
2Mensenkind, maak Jeruzalem haar gruwelen bekend,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2MensenkindH1121, maakH3045JeruzalemH3389 haar gruwelenH8441bekendH3045,Mensenkind, maak Jeruzalem haar gruwelen bekend,
1בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth2אָדָ֕םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person3הוֹדַ֥עH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5יְרוּשָׁלִַ֖םH3389Jeruzalem, JeruzalemsJerusalem6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7תּוֹעֲבֹתֶֽיהָH8441gruwelen, gruwel, gruwelijkeabominable (custom, thing), abomination
3En zeg: Alzo zegt de Heere HEERE tot Jeruzalem: Uw handelingen en uw geboorten zijn uit het land der Kanaanieten; uw vader was een Amoriet en uw moeder een Hethietische.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En zegH559: AlzoH3541zegtH559 de HeereH136HEEREH3069 tot JeruzalemH3389: Uw handelingenH4351 en uw geboortenH4138 zijn uit het landH776 der KanaanietenH3669; uw vaderH1 was een AmorietH567 en uw moederH517 een HethietischeH2850.En zeg: Alzo zegt de Heere HEERE tot Jeruzalem: Uw handelingen en uw geboorten zijn uit het land der Kanaanieten; uw vader was een Amoriet en uw moeder een Hethietische.
KJVAnd say,1Thus saith3the Lord4GOD5unto Jerusalem;6Thy birth7and thy nativity8is of the land9of Canaan;10thy father11was an Amorite,12and thy mother13an Hittite.
4En aangaande uw geboorten: ten dage, als gij geboren waart, werd uw navel niet afgesneden; en gij waart niet met water gewassen, toen Ik u aanschouwde; gij waart ook geenszins met zout gewreven, noch in windselen gewonden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En aangaande uw geboortenH4138: ten dageH3117, als gij geborenH3205 waart, werd uw navelH8270nietH3808afgesnedenH3772; en gij waart nietH3808 met waterH4325gewassenH7364, toen Ik u aanschouwdeH4935; gij waart ook geenszinsH4414 met zout gewrevenH4414, nochH3808 in windselenH2853gewondenH2853.En aangaande uw geboorten: ten dage, als gij geboren waart, werd uw navel niet afgesneden; en gij waart niet met water gewassen, toen Ik u aanschouwde; gij waart ook geenszins met zout gewreven, noch in windselen gewonden.
KJVAnd as for thy nativity,1in the day2thou wast born3thy navel7was not cut,6neither wast thou washed10in water8to supple11thee; thou wast not salted12at all,14nor swaddled15at all.
1וּמוֹלְדוֹתַ֗יִךְH4138maagschap, geboorte, geborenbegotten, born, issue, kindred, native(-ity)2בְּי֨וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3הוּלֶּ֤דֶתH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)4אֹתָךְ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6כָרַּ֣תH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want7שָׁרֵּ֔ךְH8270navelnavel8וּבְמַ֥יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))9לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10רֻחַ֖צְתְּH7364baden, wassen, wiesbathe (self), wash (self)11לְמִשְׁעִ֑יH4935aanschouwdeto supple12וְהָמְלֵ֨חַ֙H4414geenszins, gemengd, verdwijnen[idiom] at all, salt, season, temper together, vanish away13לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14הֻמְלַ֔חַתְּH4414geenszins, gemengd, verdwijnen[idiom] at all, salt, season, temper together, vanish away15וְהָחְתֵּ֖לH2853gewonden, windselen[idiom] at all, swaddle16לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without17חֻתָּֽלְתְּH2853gewonden, windselen[idiom] at all, swaddle
5Geen oog had medelijden over u, om u een van deze dingen te doen, om zich over u te erbarmen; maar gij zijt geworpen geweest op het vlakke des velds, om de walgelijkheid van uw ziel, ten dage, toen gij geboren waart.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5GeenH3808oogH5869 had medelijdenH2347overH5921 u, om u eenH259 van dezeH428 dingen te doenH6213, om zich over u te erbarmenH2550; maar gij zijt geworpenH7993 geweest op het vlakkeH6440 des veldsH7704, om de walgelijkheidH1604 van uw zielH5315, ten dageH3117, toen gij geborenH3205 waart.Geen oog had medelijden over u, om u een van deze dingen te doen, om zich over u te erbarmen; maar gij zijt geworpen geweest op het vlakke des velds, om de walgelijkheid van uw ziel, ten dage, toen gij geboren waart.
KJVNone eye4pitied2thee, to do5any7of these unto thee, to have compassion9upon thee; but thou wast cast out11in the open13field,14to the lothing15of thy person,16in the day17that thou wast born.
1לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2חָ֨סָהH2347verschonen, sparen, verschonepity, regard, spare3עָלַ֜יִךְH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4עַ֗יִןH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)5לַעֲשׂ֥וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6לָ֛ךְ7אַחַ֥תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,8מֵאֵ֖לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)9לְחֻמְלָ֣הH2550verschonen, sparen, verschoondehave compassion, (have) pity, spare10עָלָ֑יִךְH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11וַֽתֻּשְׁלְכִ֞יH7993wierp, werpen, geworpenadventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw12אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13פְּנֵ֤יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you14הַשָּׂדֶה֙H7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild15בְּגֹ֣עַלH1604walgelijkheidloathing16נַפְשֵׁ֔ךְH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it17בְּי֖וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger18הֻלֶּ֥דֶתH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)19אֹתָֽךְH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
6Als Ik bij u voorbijging, zo zag Ik u, vertreden zijnde in uw bloed, en Ik zeide tot u in uw bloed: Leef; ja, Ik zeide tot u in uw bloed: Leef!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Als Ik bijH5921 u voorbijgingH5674, zo zagH7200 Ik u, vertredenH947 zijnde in uw bloedH1818, en Ik zeideH559 tot u in uw bloedH1818: LeefH2421; ja, Ik zeideH559 tot u in uw bloedH1818: LeefH2421!Als Ik bij u voorbijging, zo zag Ik u, vertreden zijnde in uw bloed, en Ik zeide tot u in uw bloed: Leef; ja, Ik zeide tot u in uw bloed: Leef!
KJVAnd when I passed1by thee, and saw3thee polluted4in thine own blood,5I said6unto thee when thou wast in thy blood,8Live;9yea, I said10unto thee when thou wast in thy blood,12Live.
1וָאֶעֱבֹ֤רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath2עָלַ֨יִךְ֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3וָֽאֶרְאֵ֔ךְH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions4מִתְבּוֹסֶ֖סֶתH947vertreden, treden, vertreedtloath, tread (down, under (foot)), be polluted5בְּדָמָ֑יִךְH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent6וָאֹ֤מַרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7לָךְ֙8בְּדָמַ֣יִךְH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent9חֲיִ֔יH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole10וָאֹ֥מַרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11לָ֖ךְ12בְּדָמַ֥יִךְH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent13חֲיִֽיH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole
7Ik heb u tot tien duizend, als het gewas des velds, gemaakt; en gij zijt gegroeid, en groot geworden, en zijt gekomen tot grote sierlijkheid; uw borsten zijn vast geworden, en uw haar is gewassen, doch gij waart naakt en bloot.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Ik heb u tot tien duizendH7233, als het gewasH6780 des veldsH7704, gemaakt; en gij zijt gegroeidH7235, en grootH1431 geworden, en zijt gekomenH935 tot grote sierlijkheidH5716; uw borstenH7699 zijn vastH3559 geworden, en uw haar is gewassenH6779, doch gijH859 waart naaktH5903 en blootH6181.Ik heb u tot tien duizend, als het gewas des velds, gemaakt; en gij zijt gegroeid, en groot geworden, en zijt gekomen tot grote sierlijkheid; uw borsten zijn vast geworden, en uw haar is gewassen, doch gij waart naakt en bloot.
KJVI have caused4thee to multiply1as the bud2of the field,3and thou hast increased5and waxen great,6and thou art come7to excellent8ornaments:9thy breasts10are fashioned,11and thine hair12is grown,13whereas thou wast naked15and bare.
1רְבָבָ֗הH7233tien duizend, tien duizenden, tienduizendenmany, million, [idiom] multiply, ten thousand2כְּצֶ֤מַחH6780gewas, SPRUIT, SPRUITEbranch, bud, that which (where) grew (upon), spring(-ing)3הַשָּׂדֶה֙H7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild4נְתַתִּ֔יךְH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield5וַתִּרְבִּי֙H7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very6וַֽתִּגְדְּלִ֔יH1431groot, groter, maaktadvance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower7וַתָּבֹ֖אִיH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8בַּעֲדִ֣יH5716sieraad, versiersel, mond[idiom] excellent, mouth, ornament9עֲדָיִ֑יםH5716sieraad, versiersel, mond[idiom] excellent, mouth, ornament10שָׁדַ֤יִםH7699borsten, borstbreast, pap, teat11נָכֹ֨נוּ֙H3559bereid, bevestigd, bereidencertain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed12וּשְׂעָרֵ֣ךְH8181haren, geschieden, harighair(-y), [idiom] rough13צִמֵּ֔חַH6779uitspruiten, gewassen, spruitenbear, bring forth, (cause to, make to) bud (forth), (cause to, make to) grow (again, up), (cause to) spring (forth, up)14וְאַ֖תְּH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you15עֵרֹ֥םH5903naakt, naakte, naaktheidnaked(-ness)16וְעֶרְיָֽהH6181bloot, blote, naaktebare, naked, [idiom] quite
8Als Ik nu bij u voorbijging, zag Ik u, en ziet, uw tijd was de tijd der minne; zo breidde Ik Mijn vleugel over u uit, en dekte uw naaktheid; ja, Ik zwoer u, en kwam met u in een verbond, spreekt de Heere HEERE en gij werdt de Mijne.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Als Ik nu bijH5921 u voorbijgingH5674, zagH7200 Ik u, en zietH2009, uw tijdH6256wasH1961 de tijdH6256 der minneH1730; zo breiddeH6566 Ik Mijn vleugelH3671overH5921 u uit, en dekteH3680 uw naaktheidH6172; ja, Ik zwoerH7650 u, en kwamH935 met u in een verbondH1285, spreektH5002 de HeereH136HEEREH3069 en gij werdt de Mijne.Als Ik nu bij u voorbijging, zag Ik u, en ziet, uw tijd was de tijd der minne; zo breidde Ik Mijn vleugel over u uit, en dekte uw naaktheid; ja, Ik zwoer u, en kwam met u in een verbond, spreekt de Heere HEERE en gij werdt de Mijne.
KJVNow when I passed1by thee, and looked3upon thee, behold, thy time5was the time6of love;7and I spread8my skirt9over thee, and covered11thy nakedness:12yea, I sware13unto thee, and entered15into a covenant16with thee, saith18the Lord19GOD,
1וָאֶעֱבֹ֨רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath2עָלַ֜יִךְH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3וָאֶרְאֵ֗ךְH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions4וְהִנֵּ֤הH2009ziet, ziebehold, lo, see5עִתֵּךְ֙H6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when6עֵ֣תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when7דֹּדִ֔יםH1730Liefste, oom, ooms(well-) beloved, father's brother, love, uncle8וָאֶפְרֹ֤שׂH6566uitbreiden, uitspreiden, breiddebreak, chop in pieces, lay open, scatter, spread (abroad, forth, selves, out), stretch (forth, out)9כְּנָפִי֙H3671vleugelen, vleugel, slip[phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed)10עָלַ֔יִךְH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11וָאֲכַסֶּ֖הH3680bedekt, bedekken, bedekteclad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה)12עֶרְוָתֵ֑ךְH6172schaamte, naaktheid, blootnakedness, shame, unclean(-ness)13וָאֶשָּׁ֣בַֽעH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear14לָ֠ךְ15וָאָב֨וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way16בִבְרִ֜יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league17אֹתָ֗ךְH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18נְאֻ֛םH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith19אֲדֹנָ֥יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord20יְהוִ֖הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod21וַתִּ֥הְיִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use22לִֽי
9Daarna wies Ik u met water, en Ik spoelde uw bloed van u af, en zalfde u met olie.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Daarna wiesH7364 Ik u met waterH4325, en Ik spoeldeH7857 uw bloedH1818 van u af, en zalfdeH5480 u met olieH8081.Daarna wies Ik u met water, en Ik spoelde uw bloed van u af, en zalfde u met olie.
KJVThen washed1I thee with water;2yea, I throughly washed away3thy blood4from thee, and I anointed6thee with oil.
1וָאֶרְחָצֵ֣ךְH7364baden, wassen, wiesbathe (self), wash (self)2בַּמַּ֔יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))3וָאֶשְׁטֹ֥ףH7857overstromen, gespoeld, overlopendrown, (over-) flow(-whelm, rinse, run, rush, (throughly) wash (away)4דָּמַ֖יִךְH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent5מֵֽעָלָ֑יִךְH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6וָאֲסֻכֵ֖ךְH5480zalfde, zalf, zalvenanoint (self), [idiom] at all7בַּשָּֽׁמֶןH8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine
10Ik bekleedde u ook met gestikt werk, en Ik schoeide u met dassenvellen, en omgordde u met fijn linnen, en bedekte u met zijde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Ik bekleeddeH3847 u ook met gestiktH7553 werk, en Ik schoeideH5274 u met dassenvellenH8476, en omgorddeH2280 u met fijn linnenH8336, en bedekteH3680 u met zijde.Ik bekleedde u ook met gestikt werk, en Ik schoeide u met dassenvellen, en omgordde u met fijn linnen, en bedekte u met zijde.
KJVI clothed1thee also with broidered work,2and shod3thee with badgers' skin,4and I girded5thee about with fine linen,6and I covered7thee with silk.
11Ook versierde Ik u met sieraad, en deed armringen aan uw handen, en een keten aan uw hals.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Ook versierdeH5710 Ik u met sieraadH5716, en deed armringenH6781aanH5921 uw handenH3027, en een ketenH7242aanH5921 uw halsH1627.Ook versierde Ik u met sieraad, en deed armringen aan uw handen, en een keten aan uw hals.
KJVI decked1thee also with ornaments,2and I put3bracelets4upon thy hands,6and a chain7on thy neck.
1וָאֶעְדֵּ֖ךְH5710versierd, versierdet, Versieradorn, deck (self), pass by, take away2עֶ֑דִיH5716sieraad, versiersel, mond[idiom] excellent, mouth, ornament3וָאֶתְּנָ֤הH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield4צְמִידִים֙H6781armringen, armring, dekselbracelet, covering5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6יָדַ֔יִךְH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves7וְרָבִ֖ידH7242ketenchain8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9גְּרוֹנֵֽךְH1627keel, hals[idiom] aloud, mouth, neck, throat
12Desgelijks deed Ik een voorhoofdsiersel aan uw aangezicht, en oorringen aan uw oren, en een kroon der heerlijkheid op uw hoofd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Desgelijks deed Ik een voorhoofdsierselH5141aanH5921 uw aangezichtH639, en oorringenH5694aanH5921 uw orenH241, en een kroonH5850 der heerlijkheidH8597 op uw hoofdH7218.Desgelijks deed Ik een voorhoofdsiersel aan uw aangezicht, en oorringen aan uw oren, en een kroon der heerlijkheid op uw hoofd.
KJVAnd I put1a jewel2on thy forehead,4and earrings5in thine ears,7and a beautiful9crown8upon thine head.
1וָאֶתֵּ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2נֶ֨זֶם֙H5141voorhoofdsiersel, oorsierselen, voorhoofdsierselenearring, jewel3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4אַפֵּ֔ךְH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath5וַעֲגִילִ֖יםH5694oorring, oorringenearring6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7אָזְנָ֑יִךְH241oren, oor, Oren[phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show8וַעֲטֶ֥רֶתH5850kroon, kronen, Krooncrown9תִּפְאֶ֖רֶתH8597heerlijkheid, sieraad, sierlijkebeauty(-iful), bravery, comely, fair, glory(-ious), honour, majesty10בְּרֹאשֵֽׁךְH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top
13Zo waart gij versierd met goud en zilver, en uw kleding was fijn linnen, en zijde, en gestikt werk; gij at meelbloem, en honig, en olie, en gij waart gans zeer schoon, en waart voorspoedig, dat gij een koninkrijk werdt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Zo waartH3302 gij versierdH5710 met goudH2091 en zilverH3701, en uw kledingH4403 was fijn linnenH8336, en zijde, en gestiktH7553 werk; gij atH398meelbloemH5560, en honigH1706, en olieH8081, en gij waart gansH3966 zeer schoonH3302, en waart voorspoedigH6743, dat gij een koninkrijkH4410 werdt.Zo waart gij versierd met goud en zilver, en uw kleding was fijn linnen, en zijde, en gestikt werk; gij at meelbloem, en honig, en olie, en gij waart gans zeer schoon, en waart voorspoedig, dat gij een koninkrijk werdt.
KJVThus wast thou decked1with gold2and silver;3and thy raiment4was of fine linen,5and silk,6and broidered work;7thou didst eat11fine flour,8and honey,9and oil:10and thou wast exceeding13beautiful,12and thou didst prosper15into a kingdom.
1וַתַּעְדִּ֞יH5710versierd, versierdet, Versieradorn, deck (self), pass by, take away2זָהָ֣בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather3וָכֶ֗סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)4וּמַלְבּוּשֵׁךְ֙H4403kleding, kledingen, gewaadapparel, raiment, vestment5שֵׁ֤שׁH8336linnen, marmeren, marmer[idiom] blue, fine (twined) linen, marble, silk6וָמֶ֨שִׁי֙H4897silk7וְרִקְמָ֔הH7553gestikt, gestikte, borduurselbroidered (work), divers colours, (raiment of) needlework (on both sides)8סֹ֧לֶתH5560meelbloem(fine) flour, meal9וּדְבַ֛שׁH1706honig, honigs, honigvloedhoney(-comb)10וָשֶׁ֖מֶןH8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine11אָכָ֑לְתְּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite12וַתִּ֨יפִי֙H3302schoon, oppronken, pronktbe beautiful, be (make self) fair(-r), deck13בִּמְאֹ֣דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well14מְאֹ֔דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well15וַֽתִּצְלְחִ֖יH6743voorspoedig, vaardig, gedijenbreak out, come (mightily), go over, be good, be meet, be profitable, (cause to, effect, make to, send) prosper(-ity, -ous, -ously)16לִמְלוּכָֽהH4410koninkrijk, koninklijk, koninkrijkskingsom, king's, [idiom] royal
14Daartoe ging van u een naam uit onder de heidenen om uw schoonheid; want die was volmaakt door Mijn heerlijkheid, die Ik op u gelegd had, spreekt de Heere HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14Daartoe ging van u een naamH8034 uit onder de heidenenH1471 om uw schoonheidH3308; wantH3588 die was volmaaktH3632 door Mijn heerlijkheidH1926, die Ik opH5921 u gelegdH7760 had, spreektH5002 de HeereH136HEEREH3069.Daartoe ging van u een naam uit onder de heidenen om uw schoonheid; want die was volmaakt door Mijn heerlijkheid, die Ik op u gelegd had, spreekt de Heere HEERE.
Ook in dit vers
werdtH3318
KJVAnd thy renown3went forth1among the heathen4for thy beauty:5for it was perfect7through my comeliness,9which I had put11upon thee, saith13the Lord14GOD.
1וַיֵּ֨צֵאH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2לָ֥ךְ3שֵׁ֛םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report4בַּגּוֹיִ֖םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people5בְּיָפְיֵ֑ךְH3308schoonheidbeauty6כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7כָּלִ֣ילH3632geheel, ganselijk, volmaaktall, every whit, flame, perfect(-ion), utterly, whole burnt offering (sacrifice), wholly8ה֗וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who9בַּֽהֲדָרִי֙H1926heerlijkheid, sieraad, eerbeauty, comeliness, excellency, glorious, glory, goodly, honour, majesty10אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11שַׂ֣מְתִּיH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work12עָלַ֔יִךְH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13נְאֻ֖םH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith14אֲדֹנָ֥יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord15יְהוִֽהH3069HEERE, HEEREN, HeereGod
15Maar gij hebt vertrouwd op uw schoonheid, en hebt gehoereerd vanwege uw naam; ja, hebt uw hoererijen uitgestort aan een ieder, die voorbijging; voor hem was zij.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Maar gij hebt vertrouwdH982 op uw schoonheidH3308, en hebt gehoereerdH2181vanwegeH5921 uw naamH8034; ja, hebt uw hoererijenH8457uitgestortH8210aanH5921 een iederH3605, die voorbijgingH5674; voor hem was zij.Maar gij hebt vertrouwd op uw schoonheid, en hebt gehoereerd vanwege uw naam; ja, hebt uw hoererijen uitgestort aan een ieder, die voorbijging; voor hem was zij.
KJVBut thou didst trust1in thine own beauty,2and playedst the harlot3because of thy renown,5and pouredst out6thy fornications8on every one that passed by;
1וַתִּבְטְחִ֣יH982vertrouwt, vertrouwen, vertrouwbe bold (confident, secure, sure), careless (one, woman), put confidence, (make to) hope, (put, make to) trust2בְיָפְיֵ֔ךְH3308schoonheidbeauty3וַתִּזְנִ֖יH2181hoer, hoereren, gehoereerd(cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5שְׁמֵ֑ךְH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report6וַתִּשְׁפְּכִ֧יH8210vergoten, uitgieten, stortcast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8תַּזְנוּתַ֛יִךְH8457hoererijen, hoererijfornication, whoredom9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11עוֹבֵ֖רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath12לוֹ13יֶֽהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
16En gij hebt van uw klederen genomen, en u gemaakt geplekte hoogten, en hebt daarop gehoereerd; zulks is niet gekomen, en zal niet geschieden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16En gij hebt van uw klederenH899genomenH3947, en u gemaaktH6213geplekteH2921hoogtenH1116, en hebt daarop gehoereerdH2181; zulks isH1961 niet gekomenH935, en zal niet geschieden.En gij hebt van uw klederen genomen, en u gemaakt geplekte hoogten, en hebt daarop gehoereerd; zulks is niet gekomen, en zal niet geschieden.
KJVAnd of thy garments2thou didst take,1and deckedst3thy high places5with divers colours,6and playedst the harlot7thereupon: the like things shall not come,
1וַתִּקְחִ֣יH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2מִבְּגָדַ֗יִךְH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe3וַתַּֽעֲשִׂיH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use4לָךְ֙5בָּמ֣וֹתH1116hoogten, hoogte, Bamothheight, high place, wave6טְלֻא֔וֹתH2921geplekte, bevlekte, geplektclouted, with divers colours, spotted7וַתִּזְנִ֖יH2181hoer, hoereren, gehoereerd(cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish8עֲלֵיהֶ֑םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10בָא֖וֹתH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way11וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12יִהְיֶֽהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
17Daartoe hebt gij genomen de vaten uws sieraads van Mijn goud en van Mijn zilver, dat Ik u gegeven had, en gij hebt u mansbeelden gemaakt, en gij hebt met dezelve gehoereerd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Daartoe hebt gij genomenH3947 de vatenH3627 uws sieraadsH8597 van Mijn goudH2091 en van Mijn zilverH3701, datH834 Ik u gegevenH5414 had, en gij hebt u mansbeeldenH6754gemaaktH6213, en gij hebt met dezelve gehoereerdH2181.Daartoe hebt gij genomen de vaten uws sieraads van Mijn goud en van Mijn zilver, dat Ik u gegeven had, en gij hebt u mansbeelden gemaakt, en gij hebt met dezelve gehoereerd.
KJVThou hast also taken1thy fair3jewels2of my gold4and of my silver,5which I had given7thee, and madest9to thyself images11of men,12and didst commit whoredom
1וַתִּקְחִ֞יH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2כְּלֵ֣יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever3תִפְאַרְתֵּ֗ךְH8597heerlijkheid, sieraad, sierlijkebeauty(-iful), bravery, comely, fair, glory(-ious), honour, majesty4מִזְּהָבִ֤יH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather5וּמִכַּסְפִּי֙H3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)6אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7נָתַ֣תִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield8לָ֔ךְ9וַתַּעֲשִׂיH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10לָ֖ךְ11צַלְמֵ֣יH6754beelden, beeld, evenbeeldimage, vain shew12זָכָ֑רH2145mannelijk, manspersonen, mannetje[idiom] him, male, man(child, -kind)13וַתִּזְנִיH2181hoer, hoereren, gehoereerd(cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish14בָֽם
18En gij hebt uw gestikte klederen genomen, en hebt ze bedekt; en gij hebt Mijn olie en Mijn reukwerk voor hun aangezichten gesteld.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En gij hebt uw gestikteH7553klederenH899genomenH3947, en hebt ze bedektH3680; en gij hebt Mijn olieH8081 en Mijn reukwerkH7004 voor hun aangezichtenH6440gesteldH5414.En gij hebt uw gestikte klederen genomen, en hebt ze bedekt; en gij hebt Mijn olie en Mijn reukwerk voor hun aangezichten gesteld.
19En Mijn brood, hetwelk Ik u gaf, meelbloem en olie, en honig, waarmede Ik u spijsde, dat hebt gij ook voor hun aangezichten gesteld tot een liefelijken reuk; zo is het geschied, spreekt de Heere HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En Mijn broodH3899, hetwelk Ik u gaf, meelbloemH5560 en olieH8081, en honigH1706, waarmede Ik u spijsdeH398, dat hebt gij ook voor hun aangezichtenH6440gesteldH5414 tot een liefelijkenH5207reukH7381; zo isH1961 het geschied, spreektH5002 de HeereH136HEEREH3069.En Mijn brood, hetwelk Ik u gaf, meelbloem en olie, en honig, waarmede Ik u spijsde, dat hebt gij ook voor hun aangezichten gesteld tot een liefelijken reuk; zo is het geschied, spreekt de Heere HEERE.
KJVMy meat1also which I gave3thee, fine flour,5and oil,6and honey,7wherewith I fed8thee, thou hast even set9it before10them for a sweet12savour:11and thus it was, saith14the Lord15GOD.
1וְלַחְמִי֩H3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals2אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3נָתַ֨תִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield4לָ֜ךְ5סֹ֣לֶתH5560meelbloem(fine) flour, meal6וָשֶׁ֤מֶןH8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine7וּדְבַשׁ֙H1706honig, honigs, honigvloedhoney(-comb)8הֶֽאֱכַלְתִּ֔יךְH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite9וּנְתַתִּ֧יהוּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield10לִפְנֵיהֶ֛םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11לְרֵ֥יחַH7381reuk, reukssavour, scent, smell12נִיחֹ֖חַH5207liefelijken, liefelijkesweet (odour)13וַיֶּ֑הִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use14נְאֻ֖םH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith15אֲדֹנָ֥יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord16יְהוִֽהH3069HEERE, HEEREN, HeereGod
20Verder hebt gij uw zonen en uw dochteren, die gij Mij gebaard hadt, genomen, en hebt ze denzelven geofferd om te verteren; is het wat kleins van uw hoererijen,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Verder hebt gij uw zonenH1121 en uw dochterenH1323, dieH834 gij Mij gebaardH3205 hadt, genomenH3947, en hebt ze denzelven geofferdH2076 om te verterenH398; is het wat kleinsH4592 van uw hoererijenH8457,Verder hebt gij uw zonen en uw dochteren, die gij Mij gebaard hadt, genomen, en hebt ze denzelven geofferd om te verteren; is het wat kleins van uw hoererijen,
KJVMoreover thou hast taken1thy sons3and thy daughters,5whom thou hast borne7unto me, and these hast thou sacrificed9unto them to be devoured.11Is this of thy whoredoms13a small matter,
1וַתִּקְחִ֞יH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3בָּנַ֤יִךְH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5בְּנוֹתַ֨יִךְ֙H1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village6אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7יָלַ֣דְתְּH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)8לִ֔י9וַתִּזְבָּחִ֥יםH2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay10לָהֶ֖ם11לֶאֱכ֑וֹלH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite12הַמְעַ֖טH4592weinig, weinige, bijnaalmost (some, very) few(-er, -est), lightly, little (while), (very) small (matter, thing), some, soon, [idiom] very13מִתַּזְנוּתָֽיִךְH8457hoererijen, hoererijfornication, whoredom
21Dat gij Mijn kinderen geslacht hebt, en hebt ze overgegeven, als gij dezelve voor hen door het vuur hebt doen gaan?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Dat gij Mijn kinderenH1121geslachtH7819 hebt, en hebt ze overgegevenH5414, als gij dezelve voor hen door het vuur hebt doen gaan?Dat gij Mijn kinderen geslacht hebt, en hebt ze overgegeven, als gij dezelve voor hen door het vuur hebt doen gaan?
KJVThat thou hast slain1my children,3and delivered4them to cause them to pass through
1וַֽתִּשְׁחֲטִ֖יH7819slachten, slachtte, slachttenkill, offer, shoot out, slay, slaughter2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3בָּנָ֑יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4וַֽתִּתְּנִ֔יםH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield5בְּהַעֲבִ֥ירH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath6אוֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7לָהֶֽם
22Ook hebt gij bij al uw gruwelen en uw hoererijen niet gedacht aan de dagen uwer jonkheid, als gij naakt en bloot waart, als gij vertreden waart in uw bloed.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Ook hebt gij bijH854alH3605 uw gruwelenH8441 en uw hoererijenH8457nietH3808gedachtH2142 aan de dagenH3117 uwer jonkheidH5271, als gij naaktH5903 en blootH6181 waart, als gij vertredenH947waartH1961 in uw bloedH1818.Ook hebt gij bij al uw gruwelen en uw hoererijen niet gedacht aan de dagen uwer jonkheid, als gij naakt en bloot waart, als gij vertreden waart in uw bloed.
KJVAnd in all thine abominations3and thy whoredoms4thou hast not remembered6the days8of thy youth,9when thou wast naked11and bare,12and wast polluted13in thy blood.
1וְאֵ֤תH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3תּוֹעֲבֹתַ֨יִךְ֙H8441gruwelen, gruwel, gruwelijkeabominable (custom, thing), abomination4וְתַזְנֻתַ֔יִךְH8457hoererijen, hoererijfornication, whoredom5לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6זָכַ֖רְתְּH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8יְמֵ֣יH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger9נְעוּרָ֑יִךְH5271jeugd, jonkheidchildhood, youth10בִּֽהְיוֹתֵךְ֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11עֵרֹ֣םH5903naakt, naakte, naaktheidnaked(-ness)12וְעֶרְיָ֔הH6181bloot, blote, naaktebare, naked, [idiom] quite13מִתְבּוֹסֶ֥סֶתH947vertreden, treden, vertreedtloath, tread (down, under (foot)), be polluted14בְּדָמֵ֖ךְH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent15הָיִֽיתH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
23Het is ook geschied na al uw boosheid,, wee, wee u, spreekt de Heere HEERE),
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Het isH1961 ook geschiedH310 na alH3605 uw boosheidH7451,, weeH188, weeH188 u, spreektH5002 de HeereH136HEEREH3069),Het is ook geschied na al uw boosheid,, wee, wee u, spreekt de Heere HEERE),
KJVAnd it came to pass after2all thy wickedness,4(woe,5woe6unto thee! saith8the Lord9GOD;)
24Dat gij u een verwelfsel gebouwd hebt, en u een hoge plaats gemaakt hebt in elke straat.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Dat gij u een verwelfselH1354gebouwdH1129 hebt, en u een hoge plaatsH7413gemaaktH6213 hebt in elke straatH7339.Dat gij u een verwelfsel gebouwd hebt, en u een hoge plaats gemaakt hebt in elke straat.
KJVThat thou hast also built1unto thee an eminent place,3and hast made4thee an high place6in every street.
1וַתִּבְנִיH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely2לָ֖ךְ3גֶּ֑בH1354verwelfsel, hoogten, rugback, body, boss, eminent (higher) place, (eye) brows, nave, ring4וַתַּעֲשִׂיH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5לָ֥ךְ6רָמָ֖הH7413hoge plaats, hoge plaatsenhigh place7בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8רְחֽוֹבH7339straten, straat, wijkenbroad place (way), street. See also H1050 (בֵּית רְחוֹב)
25Aan elk hoofd des wegs hebt gij uw hoge plaatsen gebouwd, en hebt uw schoonheid gruwelijk gemaakt, en hebt met uw benen geschreden voor een ieder, die voorbijging, en hebt uw hoererijen vermenigvuldigd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25AanH413elkH3605hoofdH7218 des wegsH1870 hebt gij uw hoge plaatsenH7413gebouwdH1129, en hebt uw schoonheidH3308gruwelijkH8581 gemaakt, en hebt met uw benenH7272geschredenH6589 voor een iederH3605, die voorbijgingH5674, en hebt uw hoererijenH8457vermenigvuldigdH7235.Aan elk hoofd des wegs hebt gij uw hoge plaatsen gebouwd, en hebt uw schoonheid gruwelijk gemaakt, en hebt met uw benen geschreden voor een ieder, die voorbijging, en hebt uw hoererijen vermenigvuldigd.
KJVThou hast built5thy high place6at every head3of the way,4and hast made thy beauty9to be abhorred,7and hast opened10thy feet12to every one that passed by,14and multiplied15thy whoredoms.
1אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3רֹ֣אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top4דֶּ֗רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)5בָּנִית֙H1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely6רָֽמָתֵ֔ךְH7413hoge plaats, hoge plaatsenhigh place7וַתְּתַֽעֲבִי֙H8581gruwel, gruwelijk, bedrijven gruwelijk(make to be) abhor(-red), (be, commit more, do) abominable(-y), [idiom] utterly8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9יָפְיֵ֔ךְH3308schoonheidbeauty10וַתְּפַשְּׂקִ֥יH6589geschreden, wijd opendoetopen (wide)11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12רַגְלַ֖יִךְH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time13לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14עוֹבֵ֑רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath15וַתַּרְבִּ֖יH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17תַּזְנוּתָֽיִךְH8457hoererijen, hoererijfornication, whoredom
26Gij hebt ook gehoereerd met de kinderen van Egypte, uw naburen, die groot van vlees zijn; en gij hebt uw hoererij vermenigvuldigd, om Mij tot toorn te verwekken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Gij hebt ook gehoereerdH2181 met de kinderenH1121 van EgypteH4714, uw naburenH7934, die groot van vleesH1320 zijn; en gij hebt uw hoererijH8457vermenigvuldigdH7235, om Mij totH413toornH3707 te verwekken.Gij hebt ook gehoereerd met de kinderen van Egypte, uw naburen, die groot van vlees zijn; en gij hebt uw hoererij vermenigvuldigd, om Mij tot toorn te verwekken.
KJVThou hast also committed fornication1with the Egyptians3thy neighbours,5great6of flesh;7and hast increased8thy whoredoms,10to provoke me to anger.
1וַתִּזְנִ֧יH2181hoer, hoereren, gehoereerd(cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4מִצְרַ֛יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim5שְׁכֵנַ֖יִךְH7934naburen, nabuur, gebureninhabitant, neighbour, nigh6גִּדְלֵ֣יH1432grotergreat, grew7בָשָׂ֑רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin8וַתַּרְבִּ֥יH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10תַּזְנֻתֵ֖ךְH8457hoererijen, hoererijfornication, whoredom11לְהַכְעִיסֵֽנִיH3707toorn verwekken, vertoornen, getergdbe angry, be grieved, take indignation, provoke (to anger, unto wrath), have sorrow, vex, be wroth
27Ziet, daarom strekte Ik Mijn hand over u uit, en verminderde uw bescheiden deel; en Ik gaf u over in den lust dergenen, die u haten, der dochteren der Filistijnen, die vanwege uw schandelijken weg beschaamd waren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27ZietH2009, daarom strekteH5186 Ik Mijn handH3027overH5921 u uit, en verminderdeH1639 uw bescheidenH2706 deel; en Ik gafH5414 u over in den lustH5315 dergenen, die u hatenH8130, der dochterenH1323 der FilistijnenH6430, die vanwege uw schandelijkenH2154wegH1870beschaamdH3637 waren.Ziet, daarom strekte Ik Mijn hand over u uit, en verminderde uw bescheiden deel; en Ik gaf u over in den lust dergenen, die u haten, der dochteren der Filistijnen, die vanwege uw schandelijken weg beschaamd waren.
KJVBehold, therefore I have stretched out2my hand3over thee, and have diminished5thine ordinary6food, and delivered7thee unto the will8of them that hate9thee, the daughters10of the Philistines,11which are ashamed12of thy lewd14way.
1וְהִנֵּ֨הH2009ziet, ziebehold, lo, see2נָטִ֤יתִיH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield3יָדִי֙H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves4עָלַ֔יִךְH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5וָאֶגְרַ֖עH1639afgetrokken, afdoen, verminderenabate, clip, (di-) minish, do (take) away, keep back, restrain, make small, withdraw6חֻקֵּ֑ךְH2706inzettingen, inzetting, bescheidenappointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task7וָאֶתְּנֵ֞ךְH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield8בְּנֶ֤פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it9שֹׂנְאוֹתַ֨יִךְ֙H8130haat, haten, hatersenemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly10בְּנ֣וֹתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village11פְּלִשְׁתִּ֔יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine12הַנִּכְלָמ֖וֹתH3637schande, schaamrood, beschaamdbe (make) ashamed, blush, be confounded, be put to confusion, hurt, reproach, (do, put to) shame13מִדַּרְכֵּ֥ךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)14זִמָּֽהH2154schandelijkheid, schandelijke daad, schandelijke dadenheinous crime, lewd(-ly, -ness), mischief, purpose, thought, wicked (device, mind, -ness)
28Verder hebt gij gehoereerd met de kinderen van Assur, omdat gij onverzadelijk waart; ja, als gij met hen gehoereerd hebt, zijt gij ook niet verzadigd geworden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Verder hebt gij gehoereerdH2181 met de kinderenH1121 van AssurH804, omdat gij onverzadelijkH7646 waart; jaH1571, als gij met hen gehoereerdH2181 hebt, zijt gij ook niet verzadigdH7654 geworden.Verder hebt gij gehoereerd met de kinderen van Assur, omdat gij onverzadelijk waart; ja, als gij met hen gehoereerd hebt, zijt gij ook niet verzadigd geworden.
KJVThou hast played the whore1also with the Assyrians,3because5thou wast unsatiable;10yea, thou hast played the harlot7with them, and yet couldest not be satisfied.
1וַתִּזְנִי֙H2181hoer, hoereren, gehoereerd(cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4אַשּׁ֔וּרH804Assyrie, Assur, AssyriersAsshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר)5מִבִּלְתִּ֖יH1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without6שָׂבְעָתֵ֑ךְH7654verzadiging, verzadigd, verzadigen(to have) enough, [idiom] till...be full, (un-) satiable, satisfy, [idiom] sufficiently7וַתִּזְנִ֕יםH2181hoer, hoereren, gehoereerd(cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish8וְגַ֖םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea9לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10שָׂבָֽעַתְּH7646verzadigd, verzadigen, verzadigthave enough, fill (full, self, with), be (to the) full (of), have plenty of, be satiate, satisfy (with), suffice, be weary of
29Maar gij hebt uw hoererij vermenigvuldigd in het land van Kanaan tot in Chaldea; en daarmede ook zijt gij niet verzadigd geworden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29Maar gij hebt uw hoererijH8457vermenigvuldigdH7235 in het landH776 van KanaanH3667totH413 in ChaldeaH3778; en daarmede ookH1571 zijt gij nietH3808verzadigdH7646 geworden.Maar gij hebt uw hoererij vermenigvuldigd in het land van Kanaan tot in Chaldea; en daarmede ook zijt gij niet verzadigd geworden.
KJVThou hast moreover multiplied1thy fornication3in the land5of Canaan6unto Chaldea;7and yet thou wast not satisfied11herewith.
1וַתַּרְבִּ֧יH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3תַּזְנוּתֵ֛ךְH8457hoererijen, hoererijfornication, whoredom4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5אֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world6כְּנַ֖עַןH3667Kanaan, koophandel, KanaanietenCanaan, merchant, traffick7כַּשְׂדִּ֑ימָהH3778Chaldeen, ChaldeaChaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea8וְגַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea9בְּזֹ֖אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus10לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11שָׂבָֽעַתְּH7646verzadigd, verzadigen, verzadigthave enough, fill (full, self, with), be (to the) full (of), have plenty of, be satiate, satisfy (with), suffice, be weary of
30Hoe zwak is uw hart (spreekt de Heere HEERE) als gij al deze dingen doet, zijnde het werk van een heersende hoerachtige vrouw!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30HoeH4100zwakH535 is uw hartH3826 (spreektH5002 de HeereH136HEEREH3069) als gij alH3605dezeH428 dingen doetH6213, zijnde het werkH4639 van een heersendeH7986hoerachtigeH2181vrouwH802!Hoe zwak is uw hart (spreekt de Heere HEERE) als gij al deze dingen doet, zijnde het werk van een heersende hoerachtige vrouw!
KJVHow weak2is thine heart,3saith4the Lord5GOD,6seeing thou doest7all these things, the work11of an imperious14whorish13woman;
1מָ֤הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why2אֲמֻלָה֙H535kweelt, kwelen, flauwlanguish, be weak, wax feeble3לִבָּתֵ֔ךְH3826harten, hartheart4נְאֻ֖םH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith5אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord6יְהוִ֑הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod7בַּעֲשׂוֹתֵךְ֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10אֵ֔לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)11מַעֲשֵׂ֥הH4639werk, werken, dadenact, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought12אִשָּֽׁהH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English13זוֹנָ֖הH2181hoer, hoereren, gehoereerd(cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish14שַׁלָּֽטֶתH7986heersendeimperious
31Als gij uw verwelfsel bouwt aan het hoofd van iederen weg, en uw hoge plaats maakt in elke straat, en niet zijt geweest als een hoer, het hoerenloon beschimpende.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31Als gij uw verwelfselH1354bouwtH1129 aan het hoofdH7218 van iederen wegH1870, en uw hoge plaatsH7413maaktH6213 in elke straatH7339, en nietH3808 zijt geweestH1961 als een hoerH2181, het hoerenloonH868beschimpendeH7046.Als gij uw verwelfsel bouwt aan het hoofd van iederen weg, en uw hoge plaats maakt in elke straat, en niet zijt geweest als een hoer, het hoerenloon beschimpende.
KJVIn that thou buildest1thine eminent place2in the head3of every way,5and makest7thine high place6in every street;9and hast not been as an harlot,12in that thou scornest13hire;
1בִּבְנוֹתַ֤יִךְH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely2גַּבֵּךְ֙H1354verwelfsel, hoogten, rugback, body, boss, eminent (higher) place, (eye) brows, nave, ring3בְּרֹ֣אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5דֶּ֔רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)6וְרָמָתֵ֥ךְH7413hoge plaats, hoge plaatsenhigh place7עָשִׂ֖יתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9רְח֑וֹבH7339straten, straat, wijkenbroad place (way), street. See also H1050 (בֵּית רְחוֹב)10וְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11הָיִ֥יתH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12כַּזּוֹנָ֖הH2181hoer, hoereren, gehoereerd(cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish13לְקַלֵּ֥סH7046bespotten, beschimpen, beschimpendemock, scoff, scorn14אֶתְנָֽןH868hoerenloon, hoerenbeloningenhire, reward
32O, die overspelige vrouw, zij neemt in plaats van haar man de vreemden aan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32O, die overspeligeH5003vrouwH802, zij neemtH3947 in plaatsH8478 van haar manH376 de vreemdenH2114 aan.O, die overspelige vrouw, zij neemt in plaats van haar man de vreemden aan.
KJVBut as a wife1that committeth adultery,2which taketh5strangers7instead of her husband!
1הָאִשָּׁ֖הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English2הַמְּנָאָ֑פֶתH5003overspel, overspelers, bedrijven overspeladulterer(-ess), commit(-ing) adultery, woman that breaketh wedlock3תַּ֣חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with4אִישָׁ֔הּH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)5תִּקַּ֖חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7זָרִֽיםH2114vreemde, vreemden, vreemd(come from) another (man, place), fanner, go away, (e-) strange(-r, thing, woman)
33Men geeft loon aan alle hoeren; maar gij geeft uw loon aan al uw boelen, en gij beschenkt ze, opdat zij tot u van rondom zouden ingaan om uw hoererijen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33Men geeftH5414 loon aan alleH3605hoerenH2181; maar gijH859geeftH5414 uw loon aan alH3605 uw boelenH157, en gij beschenktH7809 ze, opdat zij totH413 u van rondomH5439 zouden ingaanH935 om uw hoererijenH8457.Men geeft loon aan alle hoeren; maar gij geeft uw loon aan al uw boelen, en gij beschenkt ze, opdat zij tot u van rondom zouden ingaan om uw hoererijen.
Ook in dit vers
loonH5078
loonH5083
KJVThey give3gifts4to all whores:2but thou givest6thy gifts8to all thy lovers,10and hirest11them, that they may come13unto thee on every side15for thy whoredom.
1לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2זֹנ֖וֹתH2181hoer, hoereren, gehoereerd(cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish3יִתְּנוּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield4נֵ֑דֶהH5078loongifts5וְאַ֨תְּH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you6נָתַ֤תְּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8נְדָנַ֨יִךְ֙H5083loongift9לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10מְאַֽהֲבַ֔יִךְH157lief, liefhebben, liefheeft(be-) love(-d, -ly, -r), like, friend11וַתִּשְׁחֳדִ֣יH7809beschenkt, geschenkenhire, give a reward12אוֹתָ֗םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13לָב֥וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way14אֵלַ֛יִךְH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15מִסָּבִ֖יבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side16בְּתַזְנוּתָֽיִךְH8457hoererijen, hoererijfornication, whoredom
34Zo geschiedt met u in uw hoererijen het tegendeel van de vrouwen, dewijl men u niet naloopt, om te hoereren; want als gij hoerenloon geeft, en het hoerenloon u niet gegeven wordt; zo zijt gij tot een tegendeel geworden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34Zo geschiedtH1961 met u in uw hoererijenH8457 het tegendeelH2016vanH4480 de vrouwenH802, dewijl men u nietH3808nalooptH310, om te hoererenH2181; want als gij hoerenloonH868geeftH5414, en het hoerenloonH868 u nietH3808gegevenH5414 wordt; zo zijt gij tot een tegendeelH2016 geworden.Zo geschiedt met u in uw hoererijen het tegendeel van de vrouwen, dewijl men u niet naloopt, om te hoereren; want als gij hoerenloon geeft, en het hoerenloon u niet gegeven wordt; zo zijt gij tot een tegendeel geworden.
KJVAnd the contrary3is in thee from other women5in thy whoredoms,6whereas none followeth7thee to commit whoredoms:9and in that thou givest10a reward,11and no reward12is given14unto thee, therefore thou art1contrary.
1וַיְהִיH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בָ֨ךְ3הֵ֤פֶךְH2016tegendeelcontrary4מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with5הַנָּשִׁים֙H802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English6בְּתַזְנוּתַ֔יִךְH8457hoererijen, hoererijfornication, whoredom7וְאַחֲרַ֖יִךְH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with8לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9זוּנָּ֑הH2181hoer, hoereren, gehoereerd(cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish10וּבְתִתֵּ֣ךְH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield11אֶתְנָ֗ןH868hoerenloon, hoerenbeloningenhire, reward12וְאֶתְנַ֛ןH868hoerenloon, hoerenbeloningenhire, reward13לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14נִתַּןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield15לָ֖ךְ16וַתְּהִ֥יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use17לְהֶֽפֶךְH2016tegendeelcontrary
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35DaaromH3651, o hoerH2181, hoorH8085 des HEERENH3068woordH1697.Daarom, o hoer, hoor des HEEREN woord.
KJVWherefore, O harlot,2hear3the word4of the LORD:
1לָכֵ֣ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2זוֹנָ֔הH2181hoer, hoereren, gehoereerd(cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish3שִׁמְעִ֖יH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness4דְּבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work5יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
36Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat uw vergif uitgestort is, en uw schaamte door uw hoererijen met uw boelen ontdekt is, en met al de drekgoden uwer gruwelen, en na het bloed uwer kinderen, dat gij hun gegeven hebt;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36AlzoH3541zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: Omdat uw vergifH5178uitgestortH8210 is, en uw schaamteH6172 door uw hoererijenH8457 met uw boelenH157ontdektH1540 is, en met alH3605 de drekgodenH1544 uwer gruwelenH8441, en na het bloedH1818 uwer kinderenH1121, datH834 gij hun gegevenH5414 hebt;Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat uw vergif uitgestort is, en uw schaamte door uw hoererijen met uw boelen ontdekt is, en met al de drekgoden uwer gruwelen, en na het bloed uwer kinderen, dat gij hun gegeven hebt;
KJVThus saith2the Lord3GOD;4Because thy filthiness7was poured out,6and thy nakedness9discovered8through thy whoredoms10with thy lovers,12and with all the idols15of thy abominations,16and by the blood17of thy children,18which thou didst give
1כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder2אָמַ֞רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet3אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord4יְהֹוִ֗הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod5יַ֣עַןH3282omdat, daarombecause (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why6הִשָּׁפֵ֤ךְH8210vergoten, uitgieten, stortcast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip7נְחֻשְׁתֵּךְ֙H5178koperen, koper, kopersbrasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel8וַתִּגָּלֶ֣הH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover9עֶרְוָתֵ֔ךְH6172schaamte, naaktheid, blootnakedness, shame, unclean(-ness)10בְּתַזְנוּתַ֖יִךְH8457hoererijen, hoererijfornication, whoredom11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12מְאַהֲבָ֑יִךְH157lief, liefhebben, liefheeft(be-) love(-d, -ly, -r), like, friend13וְעַל֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15גִּלּוּלֵ֣יH1544drekgodenidol16תוֹעֲבוֹתַ֔יִךְH8441gruwelen, gruwel, gruwelijkeabominable (custom, thing), abomination17וְכִדְמֵ֣יH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent18בָנַ֔יִךְH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth19אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection20נָתַ֖תְּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield21לָהֶֽם
37Daarom, zie, Ik zal al uw boelen vergaderen, met dewelke gij vermengd zijt geweest, en allen, die gij liefgehad hebt, met allen, die gij gehaat hebt; en Ik zal hen van rondom vergaderen tegen u, en Ik zal voor hen uw naaktheid ontdekken, dat zij uw ganse naaktheid zien zullen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37DaaromH3651, zieH2005, Ik zal alH3605 uw boelenH157vergaderenH6908, met dewelkeH834 gij vermengdH6149 zijt geweest, en allenH3605, dieH834 gij liefgehadH157 hebt, met allenH3605, dieH834 gij gehaatH8130 hebt; en Ik zal hen van rondomH5439vergaderenH6908 tegen u, en Ik zal voor hen uw naaktheidH6172ontdekkenH1540, dat zij uw ganseH3605naaktheidH6172zienH7200 zullen.Daarom, zie, Ik zal al uw boelen vergaderen, met dewelke gij vermengd zijt geweest, en allen, die gij liefgehad hebt, met allen, die gij gehaat hebt; en Ik zal hen van rondom vergaderen tegen u, en Ik zal voor hen uw naaktheid ontdekken, dat zij uw ganse naaktheid zien zullen.
KJVBehold, therefore I will gather3all thy lovers,6with whom thou hast taken pleasure,8and all them that thou hast loved,13with all them that thou hast hated;17I will even gather18them round about21against thee, and will discover22thy nakedness23unto them, that they may see25all thy nakedness.
1לָ֠כֵןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2הִנְנִ֨יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though3מְקַבֵּ֤ץH6908vergaderen, vergaderd, vergaderdeassemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6מְאַהֲבַ֨יִךְ֙H157lief, liefhebben, liefheeft(be-) love(-d, -ly, -r), like, friend7אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8עָרַ֣בְתְּH6149zoet, vermengdbe pleasant(-ing), take pleasure in, be sweet9עֲלֵיהֶ֔םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13אָהַ֔בְתְּH157lief, liefhebben, liefheeft(be-) love(-d, -ly, -r), like, friend14עַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17שָׂנֵ֑אתH8130haat, haten, hatersenemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly18וְקִבַּצְתִּי֩H6908vergaderen, vergaderd, vergaderdeassemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up19אֹתָ֨םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20עָלַ֜יִךְH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with21מִסָּבִ֗יבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side22וְגִלֵּיתִ֤יH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover23עֶרְוָתֵךְ֙H6172schaamte, naaktheid, blootnakedness, shame, unclean(-ness)24אֲלֵהֶ֔םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)25וְרָא֖וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions26אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)27כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)28עֶרְוָתֵֽךְH6172schaamte, naaktheid, blootnakedness, shame, unclean(-ness)
38Daartoe zal Ik u naar de rechten der overspeelsters en der bloedvergietsters richten; en Ik zal u overgeven aan het bloed der grimmigheid en des ijvers.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38Daartoe zal Ik u naar de rechtenH4941 der overspeelstersH5003 en der bloedvergietstersH8210richtenH8199; en Ik zal u overgevenH5414 aan het bloedH1818 der grimmigheidH2534 en des ijversH7068.Daartoe zal Ik u naar de rechten der overspeelsters en der bloedvergietsters richten; en Ik zal u overgeven aan het bloed der grimmigheid en des ijvers.
KJVAnd I will judge1thee, as women that break wedlock3and shed4blood5are judged;2and I will give6thee blood7in fury8and jealousy.
39En Ik zal u in hun hand overgeven, en zij zullen uw verwelfsel afbreken, en uw hoge plaatsen omwerpen, en uw klederen u uittrekken, en uw sierlijke juwelen nemen, en u naakt en bloot laten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
39En Ik zal u in hun handH3027overgevenH5414, en zij zullen uw verwelfselH1354afbrekenH2040, en uw hoge plaatsenH7413omwerpenH5422, en uw klederenH899 u uittrekkenH6584, en uw sierlijkeH8597juwelenH3627nemenH3947, en u naaktH5903 en blootH6181latenH3240.En Ik zal u in hun hand overgeven, en zij zullen uw verwelfsel afbreken, en uw hoge plaatsen omwerpen, en uw klederen u uittrekken, en uw sierlijke juwelen nemen, en u naakt en bloot laten.
KJVAnd I will also give1thee into their hand,3and they shall throw down4thine eminent place,5and shall break down6thy high places:7they shall strip8thee also of thy clothes,10and shall take11thy fair13jewels,12and leave14thee naked15and bare.
1וְנָתַתִּ֨יH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2אוֹתָ֜ךְH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3בְּיָדָ֗םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves4וְהָרְס֤וּH2040afbreken, afgebroken, verbrokenbeat down, break (down, through), destroy, overthrow, pluck down, pull down, ruin, throw down, [idiom] utterly5גַבֵּךְ֙H1354verwelfsel, hoogten, rugback, body, boss, eminent (higher) place, (eye) brows, nave, ring6וְנִתְּצ֣וּH5422brak, afbreken, brakenbeat down, break down (out), cast down, destroy, overthrow, pull down, throw down7רָמֹתַ֔יִךְH7413hoge plaats, hoge plaatsenhigh place8וְהִפְשִׁ֤יטוּH6584uittrekken, ingevallen, overvielenfall upon, flay, invade, make an invasion, pull off, put off, make a road, run upon, rush, set, spoil, spread selves (abroad), strip (off, self)9אוֹתָךְ֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10בְּגָדַ֔יִךְH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe11וְלָקְח֖וּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win12כְּלֵ֣יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever13תִפְאַרְתֵּ֑ךְH8597heerlijkheid, sieraad, sierlijkebeauty(-iful), bravery, comely, fair, glory(-ious), honour, majesty14וְהִנִּיח֖וּךְH3240laten, leide, lietbestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.)15עֵירֹ֥םH5903naakt, naakte, naaktheidnaked(-ness)16וְעֶרְיָֽהH6181bloot, blote, naaktebare, naked, [idiom] quite
40Daarna zullen zij tegen u een vergadering doen opkomen, en zullen u met stenen stenigen, en u met hun zwaarden doorsteken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
40Daarna zullen zij tegenH5921 u een vergaderingH6951 doen opkomenH5927, en zullen u met stenenH68stenigenH7275, en u met hun zwaardenH2719doorstekenH1333.Daarna zullen zij tegen u een vergadering doen opkomen, en zullen u met stenen stenigen, en u met hun zwaarden doorsteken.
KJVThey shall also bring up1a company3against thee, and they shall stone4thee with stones,6and thrust thee through7with their swords.
1וְהֶעֱל֤וּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work2עָלַ֨יִךְ֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3קָהָ֔לH6951gemeente, vergadering, hoopassembly, company, congregation, multitude4וְרָגְמ֥וּH7275stenigen, stenigden, stenigde[idiom] certainly, stone5אוֹתָ֖ךְH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6בָּאָ֑בֶןH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)7וּבִתְּק֖וּךְH1333doorstekenthrust through8בְּחַרְבוֹתָֽםH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool
41Zij zullen ook uw huizen met vuur verbranden, en oordelen tegen u uitvoeren voor veler vrouwen ogen; en Ik zal u doen ophouden van een hoer te zijn, en gij zult ook niet meer hoerenloon geven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
41Zij zullen ook uw huizenH1004 met vuurH784verbrandenH8313, en oordelenH8201 tegen u uitvoeren voor velerH7227vrouwenH802ogenH5869; en Ik zal u doenH6213ophoudenH7673 van een hoerH2181 te zijn, en gij zult ookH1571nietH3808meerH5750hoerenloonH868gevenH5414.Zij zullen ook uw huizen met vuur verbranden, en oordelen tegen u uitvoeren voor veler vrouwen ogen; en Ik zal u doen ophouden van een hoer te zijn, en gij zult ook niet meer hoerenloon geven.
KJVAnd they shall burn1thine houses2with fire,3and execute4judgments6upon thee in the sight7of many9women:8and I will cause thee to cease10from playing the harlot,11and thou also shalt give15no hire
1וְשָׂרְפ֤וּH8313verbranden, verbrand, verbrandde(cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly2בָתַּ֨יִךְ֙H1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)3בָּאֵ֔שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot4וְעָשׂוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use5בָ֣ךְ6שְׁפָטִ֔יםH8201gerichten, oordelen, Gerichtenjudgment7לְעֵינֵ֖יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)8נָשִׁ֣יםH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English9רַבּ֑וֹתH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)10וְהִשְׁבַּתִּיךְ֙H7673ophouden, rusten, houdt(cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away11מִזּוֹנָ֔הH2181hoer, hoereren, gehoereerd(cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish12וְגַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea13אֶתְנַ֖ןH868hoerenloon, hoerenbeloningenhire, reward14לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15תִתְּנִיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield16עֽוֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)
42Zo zal Ik Mijn grimmigheid op u doen rusten, en Mijn ijver zal van u afwijken; en Ik zal stil zijn, en niet meer toornig wezen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
42Zo zal Ik Mijn grimmigheidH2534 op u doen rustenH5117, en Mijn ijverH7068 zal vanH4480 u afwijkenH5493; en Ik zal stilH8252 zijn, en nietH3808meerH5750toornigH3707 wezen.Zo zal Ik Mijn grimmigheid op u doen rusten, en Mijn ijver zal van u afwijken; en Ik zal stil zijn, en niet meer toornig wezen.
KJVSo will I make my fury2toward thee to rest,1and my jealousy5shall depart4from thee, and I will be quiet,7and will be no more angry.
1וַהֲנִחֹתִ֤יH5117rust, rusten, rust gegevencease, be confederate, lay, let down, (be) quiet, remain, (cause to, be at, give, have, make to) rest, set down. Compare H3241 (יָנִים)2חֲמָתִי֙H2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)3בָּ֔ךְ4וְסָ֥רָהH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without5קִנְאָתִ֖יH7068ijver, ijveringen, ijversenvy(-ied), jealousy, [idiom] sake, zeal6מִמֵּ֑ךְH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with7וְשָׁ֣קַטְתִּ֔יH8252stil, rusten, rustappease, idleness, (at, be at, be in, give) quiet(-ness), (be at, be in, give, have, take) rest, settle, be still8וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9אֶכְעַ֖סH3707toorn verwekken, vertoornen, getergdbe angry, be grieved, take indignation, provoke (to anger, unto wrath), have sorrow, vex, be wroth10עֽוֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)
43Daarom dat gij niet gedacht hebt aan de dagen uwer jonkheid, en Mij tot beroering geweest zijt met dit alles, zie, zo zal Ik ook uw weg op uw hoofd geven, spreekt de Heere HEERE; en gij zult die schandelijke daad niet doen boven al uw gruwelen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
43Daarom datH834 gij nietH3808gedachtH2142 hebt aan de dagenH3117 uwer jonkheidH5271, en Mij tot beroeringH7264 geweest zijt met ditH428 alles, zie, zo zal IkH589ookH1571 uw wegH1870 op uw hoofdH7218gevenH5414, spreektH5002 de HeereH136HEEREH3069; en gij zult die schandelijke daadH2154nietH3808doenH6213bovenH5921alH3605 uw gruwelenH8441.Daarom dat gij niet gedacht hebt aan de dagen uwer jonkheid, en Mij tot beroering geweest zijt met dit alles, zie, zo zal Ik ook uw weg op uw hoofd geven, spreekt de Heere HEERE; en gij zult die schandelijke daad niet doen boven al uw gruwelen.
Ook in dit vers
ieH1887
KJVBecause thou hast not remembered4the days6of thy youth,7but hast fretted8me in all these things; behold,14therefore I also will recompense17thy way15upon thine head,16saith18the Lord19GOD:20and thou shalt not commit22this lewdness24above all thine abominations.
1יַ֗עַןH3282omdat, daarombecause (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why2אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4זָכַרְתְּ֙H2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6יְמֵ֣יH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7נְעוּרַ֔יִךְH5271jeugd, jonkheidchildhood, youth8וַתִּרְגְּזִיH7264beroerd, woeden, beroerdenbe afraid, stand in awe, disquiet, fall out, fret, move, provoke, quake, rage, shake, tremble, trouble, be wroth9לִ֖י10בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11אֵ֑לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)12וְגַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea13אֲנִ֨יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who14הֵ֜אH1887iebehold, lo15דַּרְכֵּ֣ךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)16בְּרֹ֣אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top17נָתַ֗תִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield18נְאֻם֙H5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith19אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord20יְהוִ֔הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod21וְלֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without22עָשִׂית֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use23אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)24הַזִּמָּ֔הH2154schandelijkheid, schandelijke daad, schandelijke dadenheinous crime, lewd(-ly, -ness), mischief, purpose, thought, wicked (device, mind, -ness)25עַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with26כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)27תּוֹעֲבֹתָֽיִךְH8441gruwelen, gruwel, gruwelijkeabominable (custom, thing), abomination
44Zie, een ieder, die spreekwoorden gebruikt, zal van u een spreekwoord gebruiken, zeggende: Zo de moeder is, is haar dochter.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
44ZieH2009, een iederH3605, die spreekwoorden gebruiktH4911, zal van u een spreekwoordH4911 gebruiken, zeggendeH559: Zo de moederH517 is, is haar dochterH1323.Zie, een ieder, die spreekwoorden gebruikt, zal van u een spreekwoord gebruiken, zeggende: Zo de moeder is, is haar dochter.
KJVBehold, every one that useth proverbs3shall use this proverb5against thee, saying,6As is the mother,7so is her daughter.
1הִנֵּה֙H2009ziet, ziebehold, lo, see2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3הַמֹּשֵׁ֔לH4911gebruik, spreekwoord, gebruikenbe(-come) like, compare, use (as a) proverb, speak (in proverbs), utter4עָלַ֥יִךְH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5יִמְשֹׁ֖לH4911gebruik, spreekwoord, gebruikenbe(-come) like, compare, use (as a) proverb, speak (in proverbs), utter6לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7כְּאִמָּ֖הH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting8בִּתָּֽהּH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village
45Gij zijt de dochter uwer moeder, die de walg had van haar man en van haar kinderen; en gij zijt de zuster uwer zusteren, die de walg gehad hebben van haar mannen en van haar kinderen; uw moeder was een Hethietische, en uw vader een Amoriet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
45Gij zijt de dochterH1323 uwer moederH517, die de walgH1602 had van haar manH376 en van haar kinderenH1121; en gijH859 zijt de zusterH269 uwer zusterenH269, dieH834 de walgH1602 gehad hebben van haar mannenH582 en van haar kinderenH1121; uw moederH517 was een HethietischeH2850, en uw vaderH1 een AmorietH567.Gij zijt de dochter uwer moeder, die de walg had van haar man en van haar kinderen; en gij zijt de zuster uwer zusteren, die de walg gehad hebben van haar mannen en van haar kinderen; uw moeder was een Hethietische, en uw vader een Amoriet.
KJVThou art thy mother's2daughter,1that lotheth4her husband5and her children;6and thou art the sister7of thy sisters,8which lothed11their husbandsand their children:13your mother14was an Hittite,15and your father16an Amorite.
1בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village2אִמֵּ֣ךְH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting3אַ֔תְּH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you4גֹּעֶ֥לֶתH1602walgen, walg, gewalgdabhor, fail, lothe, vilely cast away5אִישָׁ֖הּH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)6וּבָנֶ֑יהָH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7וַאֲח֨וֹתH269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together8אֲחוֹתֵ֜ךְH269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together9אַ֗תְּH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you10אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11גָּֽעֲ֨לוּ֙H1602walgen, walg, gewalgdabhor, fail, lothe, vilely cast away12אַנְשֵׁיהֶ֣ןH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)13וּבְנֵיהֶ֔ןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth14אִמְּכֶ֣ןH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting15חִתִּ֔יתH2850Hethieten, Hethiet, HethietischeHittite, Hittities16וַאֲבִיכֶ֖ןH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'17אֱמֹרִֽיH567Amorieten, Amoriet, AmorietischenAmorite
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
46Uw grote zuster nu is Samaria, zij en haar dochteren, dewelke woont aan uw linkerhand; maar uw zuster, die kleiner is dan gij, die tegen uw rechterhand woont, is Sodom en haar dochteren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
46Uw groteH1419zusterH269 nu is SamariaH8111, zijH1931 en haar dochterenH1323, dewelke woontH3427aanH5921 uw linkerhandH8040; maar uw zusterH269, die kleinerH6996 is danH4480 gij, die tegen uw rechterhandH3225woontH3427, is SodomH5467 en haar dochterenH1323.Uw grote zuster nu is Samaria, zij en haar dochteren, dewelke woont aan uw linkerhand; maar uw zuster, die kleiner is dan gij, die tegen uw rechterhand woont, is Sodom en haar dochteren.
KJVAnd thine elder2sister1is Samaria,3she and her daughters5that dwell6at thy left hand:8and thy younger10sister,9that dwelleth12at thy right hand,13is Sodom14and her daughters.
1וַאֲחוֹתֵ֨ךְH269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together2הַגְּדוֹלָ֤הH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very3שֹֽׁמְרוֹן֙H8111SamariaSamaria4הִ֣יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who5וּבְנוֹתֶ֔יהָH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village6הַיּוֹשֶׁ֖בֶתH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8שְׂמֹאולֵ֑ךְH8040linkerhand, linkerzijde, linkerleft (hand, side)9וַאֲחוֹתֵ֞ךְH269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together10הַקְּטַנָּ֣הH6996kleinste, kleine, kleinleast, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est)11מִמֵּ֗ךְH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with12הַיּוֹשֶׁ֨בֶת֙H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry13מִֽימִינֵ֔ךְH3225rechterhand, rechter, rechterschouder[phrase] left-handed, right (hand, side), south14סְדֹ֖םH5467SodomSodom15וּבְנוֹתֶֽיהָH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village
47Doch gij hebt in haar wegen niet gewandeld, noch naar haar gruwelen gedaan; het was wat gerings, een verdriet; maar gij hebt het meer verdorven dan zij, in al uw wegen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
47Doch gij hebt in haar wegenH1870nietH3808gewandeldH1980, noch naar haar gruwelenH8441gedaanH6213; het was wat geringsH4592, een verdrietH6962; maar gij hebt het meer verdorvenH7843 dan zij, in alH3605 uw wegenH1870.Doch gij hebt in haar wegen niet gewandeld, noch naar haar gruwelen gedaan; het was wat gerings, een verdriet; maar gij hebt het meer verdorven dan zij, in al uw wegen.
KJVYet hast thou not walked3after their ways,2nor done5after their abominations:4but, as if that were a very7little6thing, thou wast corrupted8more than they9in all thy ways.
1וְלֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2בְדַרְכֵיהֶן֙H1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)3הָלַ֔כְתְּH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl4וּבְתוֹעֲבֽוֹתֵיהֶ֖ןH8441gruwelen, gruwel, gruwelijkeabominable (custom, thing), abomination5עָשִׂ֑יתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6כִּמְעַ֣טH4592weinig, weinige, bijnaalmost (some, very) few(-er, -est), lightly, little (while), (very) small (matter, thing), some, soon, [idiom] very7קָ֔טH6985very8וַתַּשְׁחִ֥תִיH7843verderven, verdorven, verdierfbatter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)9מֵהֵ֖ןH2004zij, haar (vrouwelijk meervoud)[idiom] in, such like, (with) them, thereby, therein, (more than) they, wherein, in which, whom, withal10בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11דְּרָכָֽיִךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
48Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, indien Sodom, uw zuster, zij met haar dochteren, gedaan heeft, gelijk gij gedaan hebt en uw dochteren!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
48Zo waarachtig als IkH589leefH2416, spreektH5002 de HeereH136HEEREH3069, indienH518SodomH5467, uw zusterH269, zijH1931 met haar dochterenH1323, gedaan heeft, gelijk gijH859 gedaan hebt en uw dochterenH1323!Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, indien Sodom, uw zuster, zij met haar dochteren, gedaan heeft, gelijk gij gedaan hebt en uw dochteren!
KJVAs I live,1saith3the Lord4GOD,5Sodom8thy sister9hath not done,7she nor her daughters,11as thou hast done,13thou and thy daughters.
1חַיH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop2אָ֗נִיH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who3נְאֻם֙H5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith4אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord5יְהוִ֔הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod6אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet7עָֽשְׂתָה֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8סְדֹ֣םH5467SodomSodom9אֲחוֹתֵ֔ךְH269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together10הִ֖יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who11וּבְנוֹתֶ֑יהָH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village12כַּאֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13עָשִׂ֔יתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use14אַ֖תְּH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you15וּבְנוֹתָֽיִךְH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village
49Ziet, dit was de ongerechtigheid uwer zuster Sodom; hoogmoed, zatheid van brood en stille gerustheid had zij en haar dochteren; maar zij sterkte de hand des armen en nooddruftigen niet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
49ZietH2009, ditH2088wasH1961 de ongerechtigheidH5771 uwer zusterH269SodomH5467; hoogmoedH1347, zatheidH7653 van broodH3899 en stilleH8252gerustheidH7962 had zijH1961 en haar dochterenH1323; maar zij sterkteH2388 de handH3027 des armenH6041 en nooddruftigenH34nietH3808.Ziet, dit was de ongerechtigheid uwer zuster Sodom; hoogmoed, zatheid van brood en stille gerustheid had zij en haar dochteren; maar zij sterkte de hand des armen en nooddruftigen niet.
KJVBehold, this was the iniquity4of thy sister6Sodom,5pride,7fulness8of bread,9and abundance10of idleness11was in her and in her daughters,14neither did she strengthen19the hand15of the poor16and needy.
1הִנֵּהH2009ziet, ziebehold, lo, see2זֶ֣הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)3הָיָ֔הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4עֲוֺ֖ןH5771ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaadfault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin5סְדֹ֣םH5467SodomSodom6אֲחוֹתֵ֑ךְH269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together7גָּא֨וֹןH1347hovaardij, hoogmoed, heerlijkheidarrogancy, excellency(-lent), majesty, pomp, pride, proud, swelling8שִׂבְעַתH7653zatheidfulness9לֶ֜חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals10וְשַׁלְוַ֣תH7962stilheid, voorspoed, gerustheidabundance, peace(-ably), prosperity, quietness11הַשְׁקֵ֗טH8252stil, rusten, rustappease, idleness, (at, be at, be in, give) quiet(-ness), (be at, be in, give, have, take) rest, settle, be still12הָ֤יָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13לָהּ֙14וְלִבְנוֹתֶ֔יהָH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village15וְיַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves16עָנִ֥יH6041ellendigen, ellendige, ellendigafflicted, humble, lowly, needy, poor17וְאֶבְי֖וֹןH34nooddruftige, nooddruftigen, armenbeggar, needy, poor (man)18לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without19הֶחֱזִֽיקָהH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand
50En zij verhieven zich, en deden gruwelijkheid voor Mijn aangezicht; daarom deed Ik ze weg, nadat Ik het gezien had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
50En zij verhievenH1361 zich, en dedenH6213gruwelijkheidH8441 voor Mijn aangezichtH6440; daarom deed Ik ze wegH5493, nadatH7200 Ik het gezien had.En zij verhieven zich, en deden gruwelijkheid voor Mijn aangezicht; daarom deed Ik ze weg, nadat Ik het gezien had.
KJVAnd they were haughty,1and committed2abomination3before4me: therefore I took them away5as I saw
1וַֽתִּגְבְּהֶ֔ינָהH1361hoger, hoog, verheffenexalt, be haughty, be (make) high(-er), lift up, mount up, be proud, raise up great height, upward2וַתַּעֲשֶׂ֥ינָהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use3תוֹעֵבָ֖הH8441gruwelen, gruwel, gruwelijkeabominable (custom, thing), abomination4לְפָנָ֑יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5וָאָסִ֥ירH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without6אֶתְהֶ֖ןH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7כַּאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8רָאִֽיתִיH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions
51Samaria ook heeft naar de helft uwer zonden niet gezondigd; en gij hebt uw gruwelen meer dan zij vermenigvuldigd, en hebt uw zusters gerechtvaardigd door al uw gruwelen, die gij gedaan hebt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
51SamariaH8111 ook heeft naar de helftH2677 uwer zondenH2403nietH3808gezondigdH2398; en gij hebt uw gruwelenH8441 meer dan zij vermenigvuldigdH7235, en hebt uw zustersH269gerechtvaardigdH6663 door alH3605 uw gruwelenH8441, dieH834 gij gedaanH6213 hebt.Samaria ook heeft naar de helft uwer zonden niet gezondigd; en gij hebt uw gruwelen meer dan zij vermenigvuldigd, en hebt uw zusters gerechtvaardigd door al uw gruwelen, die gij gedaan hebt.
KJVNeither hath Samaria1committed5half2of thy sins;3but thou hast multiplied6thine abominations8more than they,9and hast justified10thy sisters12in all thine abominations14which thou hast done.
1וְשֹׁ֣מְר֔וֹןH8111SamariaSamaria2כַּחֲצִ֥יH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts3חַטֹּאתַ֖יִךְH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)4לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5חָטָ֑אָהH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass6וַתַּרְבִּ֤יH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8תּוֹעֲבוֹתַ֨יִךְ֙H8441gruwelen, gruwel, gruwelijkeabominable (custom, thing), abomination9מֵהֵ֔נָּהH2007zij, deze (vrouwelijk meervoud)[idiom] in, [idiom] such (and such things), their, (into) them, thence, therein, these, they (had), on this side, whose, wherein10וַתְּצַדְּקִי֙H6663rechtvaardig, gerechtvaardigd, rechtvaardigencleanse, clear self, (be, do) just(-ice, -ify, -ify self), (be turn to) righteous(-ness)11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12אֲחוֹתַ֔יִךְH269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together13בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14תּוֹעֲבוֹתַ֖יִךְH8441gruwelen, gruwel, gruwelijkeabominable (custom, thing), abomination15אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16עָשִֽׂיתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
52Draag gij dan ook uw schande, gij, die voor uw zusteren geoordeeld hebt door uw zonden, die gij gruwelijker gemaakt hebt dan zij; zij zijn rechtvaardiger dan gij; wees gij dan ook beschaamd, en draag uw schande, omdat gij uw zusters gerechtvaardigd hebt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
52DraagH5375gijH859 dan ookH1571 uw schandeH3639, gij, dieH834 voor uw zusterenH269geoordeeldH6419 hebt door uw zondenH2403, dieH834 gij gruwelijkerH8581 gemaakt hebt dan zij; zij zijn rechtvaardigerH6663danH4480 gij; wees gij dan ookH1571beschaamdH954, en draagH5375 uw schandeH3639, omdat gij uw zustersH269gerechtvaardigdH6663 hebt.Draag gij dan ook uw schande, gij, die voor uw zusteren geoordeeld hebt door uw zonden, die gij gruwelijker gemaakt hebt dan zij; zij zijn rechtvaardiger dan gij; wees gij dan ook beschaamd, en draag uw schande, omdat gij uw zusters gerechtvaardigd hebt.
KJVThou also, which hast judged6thy sisters,7bear3thine own shame4for thy sins8that thou hast committed more abominable10than they:11they are more righteous12than thou: yea, be thou confounded16also, and bear17thy shame,18in that thou hast justified19thy sisters.
1גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2אַ֣תְּH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you3שְׂאִ֣יH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield4כְלִמָּתֵ֗ךְH3639schande, smaad, smaadhedenconfusion, dishonour, reproach, shame5אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6פִּלַּלְתְּ֙H6419bidden, bad, bidintreat, judge(-ment), (make) pray(-er, -ing), make supplication7לַֽאֲחוֹתֵ֔ךְH269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together8בְּחַטֹּאתַ֛יִךְH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)9אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10הִתְעַ֥בְתְּH8581gruwel, gruwelijk, bedrijven gruwelijk(make to be) abhor(-red), (be, commit more, do) abominable(-y), [idiom] utterly11מֵהֵ֖ןH2004zij, haar (vrouwelijk meervoud)[idiom] in, such like, (with) them, thereby, therein, (more than) they, wherein, in which, whom, withal12תִּצְדַּ֣קְנָהH6663rechtvaardig, gerechtvaardigd, rechtvaardigencleanse, clear self, (be, do) just(-ice, -ify, -ify self), (be turn to) righteous(-ness)13מִמֵּ֑ךְH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with14וְגַםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea15אַ֥תְּH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you16בּ֨וֹשִׁי֙H954beschaamd, beschaamt, schamen(be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long17וּשְׂאִ֣יH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield18כְלִמָּתֵ֔ךְH3639schande, smaad, smaadhedenconfusion, dishonour, reproach, shame19בְּצַדֶּקְתֵּ֖ךְH6663rechtvaardig, gerechtvaardigd, rechtvaardigencleanse, clear self, (be, do) just(-ice, -ify, -ify self), (be turn to) righteous(-ness)20אַחְיוֹתֵֽךְH269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together
53Als Ik haar gevangenen wederbrengen zal, namelijk de gevangenen van Sodom en haar dochteren, en de gevangenen van Samaria en haar dochteren, dan zal Ik wederbrengen de gevangenen uwer gevangenis in het midden van haar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
53Als Ik haar gevangenenH7622wederbrengenH7725 zal, namelijk de gevangenenH7622 van SodomH5467 en haar dochterenH1323, en de gevangenenH7622 van SamariaH8111 en haar dochterenH1323, dan zal Ik wederbrengen de gevangenenH7622 uwer gevangenisH7622 in het middenH8432 van haar.Als Ik haar gevangenen wederbrengen zal, namelijk de gevangenen van Sodom en haar dochteren, en de gevangenen van Samaria en haar dochteren, dan zal Ik wederbrengen de gevangenen uwer gevangenis in het midden van haar.
KJVWhen I shall bring again1their captivity,3the captivity5of Sodom6and her daughters,7and the captivity9of Samaria10and her daughters,11then will I bring again the captivity12of thy captivesin the midst
1וְשַׁבְתִּי֙H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3שְׁבִ֣יתְהֶ֔ןH7622gevangenis, gevangenen, gevangenissencaptive(-ity)4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5שְׁב֤וּתH7622gevangenis, gevangenen, gevangenissencaptive(-ity)6סְדֹם֙H5467SodomSodom7וּבְנוֹתֶ֔יהָH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village8וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9שְׁב֥וּתH7622gevangenis, gevangenen, gevangenissencaptive(-ity)10שֹׁמְר֖וֹןH8111SamariaSamaria11וּבְנוֹתֶ֑יהָH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village12וּשְׁב֥וּתH7622gevangenis, gevangenen, gevangenissencaptive(-ity)13שְׁבִיתַ֖יִךְH7628gevangenis, gevangenen, gevangenecaptive(-ity), prisoners, [idiom] take away, that was taken14בְּתוֹכָֽהְנָהH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)
54Opdat gij uw schande draagt, en te schande gemaakt wordt, om al hetgeen gij gedaan hebt, als gij haar troosten zult.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
54Opdat gij uw schande draagtH5375, en te schande gemaakt wordt, om alH3605hetgeenH834 gij gedaanH6213 hebt, als gij haar troostenH5162 zult.Opdat gij uw schande draagt, en te schande gemaakt wordt, om al hetgeen gij gedaan hebt, als gij haar troosten zult.
Ook in dit vers
schandeH3637
schandeH3639
KJVThat thou mayest bear2thine own shame,3and mayest be confounded4in all that thou hast done,7in that thou art a comfort
1לְמַ֨עַן֙H4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to2תִּשְׂאִ֣יH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield3כְלִמָּתֵ֔ךְH3639schande, smaad, smaadhedenconfusion, dishonour, reproach, shame4וְנִכְלַ֕מְתְּH3637schande, schaamrood, beschaamdbe (make) ashamed, blush, be confounded, be put to confusion, hurt, reproach, (do, put to) shame5מִכֹּ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7עָשִׂ֑יתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8בְּנַחֲמֵ֖ךְH5162troosten, berouwde, berouwcomfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self)9אֹתָֽןH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
55Als uw zusters, Sodom en haar dochteren, zullen wederkeren tot haar vorigen staat, mitsgaders Samaria en haar dochteren zullen wederkeren tot haar vorigen staat, zult gij ook en uw dochteren wederkeren tot uw vorigen staat.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
55Als uw zustersH269, SodomH5467 en haar dochterenH1323, zullen wederkerenH7725 tot haar vorigen staatH6927, mitsgaders SamariaH8111 en haar dochterenH1323 zullen wederkerenH7725 tot haar vorigen staatH6927, zult gijH859 ook en uw dochterenH1323wederkerenH7725 tot uw vorigen staatH6927.Als uw zusters, Sodom en haar dochteren, zullen wederkeren tot haar vorigen staat, mitsgaders Samaria en haar dochteren zullen wederkeren tot haar vorigen staat, zult gij ook en uw dochteren wederkeren tot uw vorigen staat.
KJVWhen thy sisters,1Sodom2and her daughters,3shall return4to their former estate,5and Samaria6and her daughters7shall return8to their former estate,9then thou and thy daughters11shall return12to your former estate.
1וַאֲחוֹתַ֗יִךְH269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together2סְדֹ֤םH5467SodomSodom3וּבְנוֹתֶ֨יהָ֙H1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village4תָּשֹׁ֣בְןָH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw5לְקַדְמָתָ֔ןH6927vorigen staat, eer, oudheidafore, antiquity, former (old) estate6וְשֹֽׁמְרוֹן֙H8111SamariaSamaria7וּבְנוֹתֶ֔יהָH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village8תָּשֹׁ֖בְןָH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw9לְקַדְמָתָ֑ןH6927vorigen staat, eer, oudheidafore, antiquity, former (old) estate10וְאַתְּ֙H859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you11וּבְנוֹתַ֔יִךְH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village12תְּשֻׁבֶ֖ינָהH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw13לְקַדְמַתְכֶֽןH6927vorigen staat, eer, oudheidafore, antiquity, former (old) estate
56Ja, uw zuster Sodom is in uw mond niet gehoord geweest, ten dage uws groten hoogmoeds,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
56Ja, uw zusterH269SodomH5467isH1961 in uw mondH6310nietH3808gehoordH8052 geweest, ten dageH3117 uws groten hoogmoedsH1347,Ja, uw zuster Sodom is in uw mond niet gehoord geweest, ten dage uws groten hoogmoeds,
KJVFor thy sister4Sodom3was not mentioned5by thy mouth6in the day7of thy pride,
1וְל֤וֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2הָֽיְתָה֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use3סְדֹ֣םH5467SodomSodom4אֲחוֹתֵ֔ךְH269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together5לִשְׁמוּעָ֖הH8052gerucht, tijding, gehoordbruit, doctrine, fame, mentioned, news, report, rumor, tidings6בְּפִ֑יךְH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word7בְּי֖וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger8גְּאוֹנָֽיִךְH1347hovaardij, hoogmoed, heerlijkheidarrogancy, excellency(-lent), majesty, pomp, pride, proud, swelling
57Aleer uw boosheid ontdekt was. Als de tijd was der versmading van de dochteren van Syrie, en van al degenen, die rondom datzelve waren, de dochteren der Filistijnen, die u verachten van rondom,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
57Aleer uw boosheidH7451ontdektH1540 was. Als de tijdH6256 was der versmadingH2781 van de dochterenH1323 van SyrieH758, en van alH3605 degenen, die rondomH5439 datzelve waren, de dochterenH1323 der FilistijnenH6430, die u verachtenH7590 van rondomH5439,Aleer uw boosheid ontdekt was. Als de tijd was der versmading van de dochteren van Syrie, en van al degenen, die rondom datzelve waren, de dochteren der Filistijnen, die u verachten van rondom,
KJVBefore thy wickedness3was discovered,2as at the time5of thy reproach6of the daughters7of Syria,8and all that are round about10her, the daughters11of the Philistines,12which despise13thee round about.
1בְּטֶרֶם֮H2962eer, terwijlbefore, ere, not yet2תִּגָּלֶ֣הH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover3רָעָתֵךְ֒H7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)4כְּמ֗וֹH3644gelijk, alsaccording to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth5עֵ֚תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when6חֶרְפַּ֣תH2781smaadheid, smaad, versmaadheidrebuke, reproach(-fully), shame7בְּנוֹתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village8אֲרָ֔םH758Syriers, Syrie, AramAram, Mesopotamia, Syria, Syrians9וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10סְבִיבוֹתֶ֖יהָH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side11בְּנ֣וֹתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village12פְּלִשְׁתִּ֑יםH6430Filistijnen, Filistijn, FilistijnsPhilistine13הַשָּׁאט֥וֹתH7590beroofd, beroven, verachtenthat (which) despise(-d)14אוֹתָ֖ךְH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15מִסָּבִֽיבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side
58Hebt gij uw schandelijke daden en uw gruwelen gedragen, spreekt de HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
58Hebt gijH859 uw schandelijke dadenH2154 en uw gruwelenH8441gedragenH5375, spreektH5002 de HEEREH3068.Hebt gij uw schandelijke daden en uw gruwelen gedragen, spreekt de HEERE.
59Want alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal u ook doen, gelijk als gij gedaan hebt, die den eed veracht hebt, brekende het verbond.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
59WantH3588alzoH3541zegtH559 de HeereH136HEEREH3069: Ik zal u ook doenH6213, gelijk als gij gedaanH6213 hebt, dieH834 den eedH423verachtH959 hebt, brekendeH6565 het verbondH1285.Want alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal u ook doen, gelijk als gij gedaan hebt, die den eed veracht hebt, brekende het verbond.
KJVFor thus saith3the Lord4GOD;5I will even deal6with thee as thou hast done,9which hast despised11the oath12in breaking13the covenant.
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2כֹ֤הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder3אָמַר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4אֲדֹנָ֣יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord5יְהוִ֔הH3069HEERE, HEEREN, HeereGod6וְעָשִׂ֥יתִיH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7אוֹתָ֖ךְH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8כַּאֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9עָשִׂ֑יתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11בָּזִ֥יתH959veracht, verachtte, verachtendespise, disdain, contemn(-ptible), [phrase] think to scorn, vile person12אָלָ֖הH423vloek, eed, eed vloekscurse, cursing, execration, oath, swearing13לְהָפֵ֥רH6565vernietigen, vernietigd, ganselijk[idiom] any ways, break (asunder), cast off, cause to cease, [idiom] clean, defeat, disannul, disappoint, dissolve, divide, make of none effect, fail, frustrate, bring (come) to nought, [idiom] utterly, make void14בְּרִֽיתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league
60Evenwel zal Ik gedachtig wezen aan Mijn verbond met u, in de dagen uwer jonkheid, en Ik zal met u een eeuwig verbond oprichten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
60Evenwel zal IkH589gedachtigH2142 wezen aan Mijn verbondH1285 met u, in de dagenH3117 uwer jonkheidH5271, en Ik zal met u een eeuwigH5769verbondH1285oprichtenH6965.Evenwel zal Ik gedachtig wezen aan Mijn verbond met u, in de dagen uwer jonkheid, en Ik zal met u een eeuwig verbond oprichten.
KJVNevertheless I will remember1my covenant4with thee in the days6of thy youth,7and I will establish8unto thee an everlasting11covenant.
1וְזָכַרְתִּ֨יH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well2אֲנִ֧יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4בְּרִיתִ֛יH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league5אוֹתָ֖ךְH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6בִּימֵ֣יH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7נְעוּרָ֑יִךְH5271jeugd, jonkheidchildhood, youth8וַהֲקִמוֹתִ֥יH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)9לָ֖ךְ10בְּרִ֥יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league11עוֹלָֽםH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
61Dan zult gij uwer wegen gedenken en beschaamd zijn, als gij uw zusteren, die groter zijn dan gij, aannemen zult; want Ik zal u dezelve geven tot dochteren, maar niet uit uw verbond.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
61Dan zult gij uwer wegenH1870gedenkenH2142 en beschaamdH3637 zijn, als gij uw zusterenH269, die groterH1419 zijn danH4480 gij, aannemenH3947 zult; want Ik zal u dezelveH5414 geven totH413dochterenH1323, maar nietH3808 uit uw verbondH1285.Dan zult gij uwer wegen gedenken en beschaamd zijn, als gij uw zusteren, die groter zijn dan gij, aannemen zult; want Ik zal u dezelve geven tot dochteren, maar niet uit uw verbond.
Ook in dit vers
kleinerH6996
KJVThen thou shalt remember1thy ways,3and be ashamed,4when thou shalt receive5thy sisters,7thine elder8and thy younger:11and I will give13them unto thee for daughters,16but not by thy covenant.
1וְזָכַ֣רְתְּH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3דְּרָכַיִךְ֮H1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)4וְנִכְלַמְתְּ֒H3637schande, schaamrood, beschaamdbe (make) ashamed, blush, be confounded, be put to confusion, hurt, reproach, (do, put to) shame5בְּקַחְתֵּ֗ךְH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7אֲחוֹתַ֨יִךְ֙H269zuster, zusters, zusteren(an-) other, sister, together8הַגְּדֹל֣וֹתH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very9מִמֵּ֔ךְH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with10אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11הַקְּטַנּ֖וֹתH6996kleinste, kleine, kleinleast, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est)12מִמֵּ֑ךְH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with13וְנָתַתִּ֨יH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield14אֶתְהֶ֥ןH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15לָ֛ךְ16לְבָנ֖וֹתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village17וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without18מִבְּרִיתֵֽךְH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league
62Want Ik zal Mijn verbond met u oprichten, en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
62Want Ik zal Mijn verbondH1285metH854 u oprichtenH6965, en gij zult wetenH3045, datH3588IkH589 de HEEREH3068 ben;Want Ik zal Mijn verbond met u oprichten, en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben;
KJVAnd I will establish1my covenant4with thee; and thou shalt know6that I am the LORD:
1וַהֲקִימוֹתִ֥יH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2אֲנִ֛יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4בְּרִיתִ֖יH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league5אִתָּ֑ךְH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix6וְיָדַ֖עַתְּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot7כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who9יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
63Opdat gij het gedachtig zijt, en u schaamt, en niet meer uw mond opent vanwege uw schande, wanneer Ik voor u verzoening doen zal over al hetgeen gij gedaan hebt, spreekt de Heere HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
63OpdatH4616 gij het gedachtigH2142 zijt, en u schaamtH954, en nietH3808meerH5750 uw mondH6310opentH6610vanwegeH6440 uw schandeH3639, wanneer Ik voor u verzoeningH3722 doen zal over alH3605hetgeenH834 gij gedaanH6213 hebt, spreektH5002 de HeereH136HEEREH3069.Opdat gij het gedachtig zijt, en u schaamt, en niet meer uw mond opent vanwege uw schande, wanneer Ik voor u verzoening doen zal over al hetgeen gij gedaan hebt, spreekt de Heere HEERE.
KJVThat thou mayest remember,2and be confounded,3and never open8thy mouth9any more because10of thy shame,11when I am pacified12toward thee for all that thou hast done,16saith17the Lord18GOD.
1לְמַ֤עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to2תִּזְכְּרִי֙H2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well3וָבֹ֔שְׁתְּH954beschaamd, beschaamt, schamen(be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long4וְלֹ֨אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5יִֽהְיֶהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6לָּ֥ךְ7עוֹד֙H5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)8פִּתְח֣וֹןH6610opening, opentopen(-ing)9פֶּ֔הH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word10מִפְּנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11כְּלִמָּתֵ֑ךְH3639schande, smaad, smaadhedenconfusion, dishonour, reproach, shame12בְּכַפְּרִיH3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)13לָךְ֙14לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16עָשִׂ֔יתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use17נְאֻ֖םH5002spreekt, zegt, gesproken(hath) said, saith18אֲדֹנָ֥יH136Heere, HEERE, Heeren(my) Lord19יְהוִֽהH3069HEERE, HEEREN, HeereGod
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ezechiël 16:2— Mensenkind, maak Jeruzalem haar gruwelen bekend,Ezechiël 22:2→Ezechiël 20:4→Jesaja 58:1→Ezechiël 23:36→Ezechiël 33:7→Ezechiël 8:9→Hosea 8:1→
Ezechiël 16:3— En zeg: Alzo zegt de Heere HEERE tot Jeruzalem: Uw handelingen en uw geboorten zijn uit het land der Kanaanieten; uw vader was een Amoriet en uw moeder een Hethietische.Ezechiël 16:45→Ezechiël 21:30→Genesis 15:16→Deuteronomium 20:17→Johannes 8:44→Ezra 9:1→Mattheüs 11:24→Lukas 3:7→
Ezechiël 16:4— En aangaande uw geboorten: ten dage, als gij geboren waart, werd uw navel niet afgesneden; en gij waart niet met water gewassen, toen Ik u aanschouwde; gij waart ook geenszins met zout gewreven, noch in windselen gewonden.Hosea 2:3→Lukas 2:7→Exodus 1:11→Exodus 5:16→Deuteronomium 5:6→Handelingen 7:6→Jozua 24:2→Ezechiël 20:13→
Ezechiël 16:5— Geen oog had medelijden over u, om u een van deze dingen te doen, om zich over u te erbarmen; maar gij zijt geworpen geweest op het vlakke des velds, om de walgelijkheid van uw ziel, ten dage, toen gij geboren waart.Jesaja 49:15→Jeremia 9:21→Klaagliederen 2:11→Deuteronomium 32:10→Jeremia 22:19→Klaagliederen 2:19→Ezechiël 2:6→Exodus 1:22→
Ezechiël 16:6— Als Ik bij u voorbijging, zo zag Ik u, vertreden zijnde in uw bloed, en Ik zeide tot u in uw bloed: Leef; ja, Ik zeide tot u in uw bloed: Leef!Johannes 5:25→Titus 3:3→Efeze 2:4→Hebreeën 10:29→Psalmen 105:26→Exodus 3:7→Mattheüs 5:13→Exodus 2:24→
Ezechiël 16:7— Ik heb u tot tien duizend, als het gewas des velds, gemaakt; en gij zijt gegroeid, en groot geworden, en zijt gekomen tot grote sierlijkheid; uw borsten zijn vast geworden, en uw haar is gewassen, doch gij waart naakt en bloot.Exodus 1:7→Deuteronomium 1:10→Ezechiël 16:22→Hooglied 4:5→Psalmen 148:14→Psalmen 135:4→Exodus 3:22→Openbaring 3:17→
Ezechiël 16:8— Als Ik nu bij u voorbijging, zag Ik u, en ziet, uw tijd was de tijd der minne; zo breidde Ik Mijn vleugel over u uit, en dekte uw naaktheid; ja, Ik zwoer u, en kwam met u in een verbond, spreekt de Heere HEERE en gij werdt de Mijne.Ruth 3:9→Jesaja 43:4→Romeinen 5:8→Exodus 19:4→Jeremia 2:2→Jeremia 31:3→1 Samuël 12:22→Ezechiël 16:6→
Ezechiël 16:9— Daarna wies Ik u met water, en Ik spoelde uw bloed van u af, en zalfde u met olie.Ruth 3:3→Psalmen 23:5→Openbaring 1:5→Ezechiël 16:4→1 Johannes 2:20→1 Johannes 5:8→Jesaja 4:4→Hebreeën 9:10→
Ezechiël 16:10— Ik bekleedde u ook met gestikt werk, en Ik schoeide u met dassenvellen, en omgordde u met fijn linnen, en bedekte u met zijde.Ezechiël 16:18→Ezechiël 16:13→Jesaja 61:10→Ezechiël 27:16→Exodus 26:36→Ezechiël 27:7→Jesaja 61:3→Genesis 41:42→
Ezechiël 16:11— Ook versierde Ik u met sieraad, en deed armringen aan uw handen, en een keten aan uw hals.Genesis 24:22→Genesis 41:42→Jesaja 3:19→Genesis 24:47→Ezechiël 23:42→Spreuken 1:9→Ezechiël 23:40→Hosea 2:13→
Ezechiël 16:12— Desgelijks deed Ik een voorhoofdsiersel aan uw aangezicht, en oorringen aan uw oren, en een kroon der heerlijkheid op uw hoofd.Jesaja 28:5→Jesaja 3:21→Jeremia 13:18→
Ezechiël 16:13— Zo waart gij versierd met goud en zilver, en uw kleding was fijn linnen, en zijde, en gestikt werk; gij at meelbloem, en honig, en olie, en gij waart gans zeer schoon, en waart voorspoedig, dat gij een koninkrijk werdt.Deuteronomium 32:13→1 Koningen 4:21→Psalmen 50:2→Psalmen 45:13→Psalmen 48:2→Deuteronomium 8:8→Genesis 17:6→2 Samuël 8:15→
Ezechiël 16:14— Daartoe ging van u een naam uit onder de heidenen om uw schoonheid; want die was volmaakt door Mijn heerlijkheid, die Ik op u gelegd had, spreekt de Heere HEERE.Klaagliederen 2:15→1 Koningen 10:24→1 Korinthe 4:7→Jozua 2:9→Jozua 9:6→Deuteronomium 4:6→2 Kronieken 9:23→2 Kronieken 2:11→
Ezechiël 16:15— Maar gij hebt vertrouwd op uw schoonheid, en hebt gehoereerd vanwege uw naam; ja, hebt uw hoererijen uitgestort aan een ieder, die voorbijging; voor hem was zij.Jesaja 57:8→Jeremia 2:20→Ezechiël 16:25→Jeremia 7:4→Ezechiël 23:3→Hosea 1:2→Jesaja 1:21→Ezechiël 23:8→
Ezechiël 16:16— En gij hebt van uw klederen genomen, en u gemaakt geplekte hoogten, en hebt daarop gehoereerd; zulks is niet gekomen, en zal niet geschieden.2 Koningen 23:7→2 Kronieken 28:24→Hosea 2:8→Ezechiël 7:20→
Ezechiël 16:17— Daartoe hebt gij genomen de vaten uws sieraads van Mijn goud en van Mijn zilver, dat Ik u gegeven had, en gij hebt u mansbeelden gemaakt, en gij hebt met dezelve gehoereerd.Exodus 32:1→Jeremia 2:27→Jeremia 3:9→Jesaja 57:7→Ezechiël 23:14→Hosea 2:13→Ezechiël 16:11→Jesaja 44:19→
Ezechiël 16:19— En Mijn brood, hetwelk Ik u gaf, meelbloem en olie, en honig, waarmede Ik u spijsde, dat hebt gij ook voor hun aangezichten gesteld tot een liefelijken reuk; zo is het geschied, spreekt de Heere HEERE.Ezechiël 16:13→Deuteronomium 32:14→Hosea 2:8→Genesis 8:21→
Ezechiël 16:20— Verder hebt gij uw zonen en uw dochteren, die gij Mij gebaard hadt, genomen, en hebt ze denzelven geofferd om te verteren; is het wat kleins van uw hoererijen,Ezechiël 23:37→Jeremia 7:31→Exodus 13:2→Ezechiël 20:31→Psalmen 106:37→Exodus 13:12→Jesaja 57:5→Deuteronomium 29:11→
Ezechiël 16:21— Dat gij Mijn kinderen geslacht hebt, en hebt ze overgegeven, als gij dezelve voor hen door het vuur hebt doen gaan?2 Koningen 17:17→2 Koningen 23:10→Jeremia 19:5→Leviticus 18:21→2 Koningen 21:6→Psalmen 106:37→Leviticus 20:1→Deuteronomium 18:10→
Ezechiël 16:22— Ook hebt gij bij al uw gruwelen en uw hoererijen niet gedacht aan de dagen uwer jonkheid, als gij naakt en bloot waart, als gij vertreden waart in uw bloed.Jeremia 2:2→Ezechiël 16:43→Hosea 11:1→Ezechiël 16:60→Hosea 2:3→Ezechiël 16:3→
Ezechiël 16:23— Het is ook geschied na al uw boosheid,, wee, wee u, spreekt de Heere HEERE),Mattheüs 11:21→Mattheüs 23:13→Ezechiël 13:3→Ezechiël 2:10→Sefanja 3:1→Openbaring 12:12→Ezechiël 13:18→Openbaring 8:13→
Ezechiël 16:24— Dat gij u een verwelfsel gebouwd hebt, en u een hoge plaats gemaakt hebt in elke straat.Psalmen 78:58→Ezechiël 16:31→Ezechiël 16:39→Jesaja 57:7→Ezechiël 20:28→Jeremia 3:2→Jeremia 2:20→2 Koningen 23:11→
Ezechiël 16:25— Aan elk hoofd des wegs hebt gij uw hoge plaatsen gebouwd, en hebt uw schoonheid gruwelijk gemaakt, en hebt met uw benen geschreden voor een ieder, die voorbijging, en hebt uw hoererijen vermenigvuldigd.Ezechiël 16:31→Jeremia 3:2→Spreuken 9:14→Jeremia 6:15→Jesaja 3:9→Ezechiël 16:15→Openbaring 17:1→Openbaring 17:12→
Ezechiël 16:26— Gij hebt ook gehoereerd met de kinderen van Egypte, uw naburen, die groot van vlees zijn; en gij hebt uw hoererij vermenigvuldigd, om Mij tot toorn te verwekken.Ezechiël 23:19→Ezechiël 20:7→Deuteronomium 29:16→Exodus 32:4→Jesaja 30:21→Ezechiël 23:8→Ezechiël 8:14→Ezechiël 8:17→
Ezechiël 16:27— Ziet, daarom strekte Ik Mijn hand over u uit, en verminderde uw bescheiden deel; en Ik gaf u over in den lust dergenen, die u haten, der dochteren der Filistijnen, die vanwege uw schandelijken weg beschaamd waren.Jesaja 9:12→Ezechiël 16:57→Ezechiël 16:37→Ezechiël 23:28→Ezechiël 23:46→Jesaja 9:17→Ezechiël 5:6→Psalmen 106:41→
Ezechiël 16:28— Verder hebt gij gehoereerd met de kinderen van Assur, omdat gij onverzadelijk waart; ja, als gij met hen gehoereerd hebt, zijt gij ook niet verzadigd geworden.2 Koningen 16:7→2 Koningen 16:10→Jeremia 2:18→Jeremia 2:36→Hosea 10:6→2 Kronieken 28:23→Ezechiël 23:5→2 Koningen 21:11→
Ezechiël 16:29— Maar gij hebt uw hoererij vermenigvuldigd in het land van Kanaan tot in Chaldea; en daarmede ook zijt gij niet verzadigd geworden.Ezechiël 13:14→Richteren 2:12→Ezechiël 23:14→2 Koningen 21:9→
Ezechiël 16:30— Hoe zwak is uw hart (spreekt de Heere HEERE) als gij al deze dingen doet, zijnde het werk van een heersende hoerachtige vrouw!Jeremia 3:3→Jeremia 4:22→Jesaja 1:3→Spreuken 9:13→Jesaja 3:9→Openbaring 17:1→Spreuken 7:11→Spreuken 7:21→
Ezechiël 16:31— Als gij uw verwelfsel bouwt aan het hoofd van iederen weg, en uw hoge plaats maakt in elke straat, en niet zijt geweest als een hoer, het hoerenloon beschimpende.Ezechiël 16:33→Jesaja 52:3→Ezechiël 16:24→Hosea 12:11→Ezechiël 16:39→
Ezechiël 16:32— O, die overspelige vrouw, zij neemt in plaats van haar man de vreemden aan.Jeremia 3:20→Jeremia 3:1→Ezechiël 23:45→2 Korinthe 11:2→Hosea 3:1→Jeremia 2:25→Ezechiël 23:37→Ezechiël 16:8→
Ezechiël 16:33— Men geeft loon aan alle hoeren; maar gij geeft uw loon aan al uw boelen, en gij beschenkt ze, opdat zij tot u van rondom zouden ingaan om uw hoererijen.Hosea 8:9→Jesaja 57:9→Jesaja 30:6→Hosea 2:12→Deuteronomium 23:17→Jesaja 30:3→Micha 1:7→Joël 3:3→
Ezechiël 16:35— Daarom, o hoer, hoor des HEEREN woord.Jesaja 1:10→Hosea 2:5→Hosea 4:1→Jeremia 3:1→Nahum 3:4→Openbaring 17:5→Jesaja 1:21→Jeremia 3:6→
Ezechiël 16:36— Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat uw vergif uitgestort is, en uw schaamte door uw hoererijen met uw boelen ontdekt is, en met al de drekgoden uwer gruwelen, en na het bloed uwer kinderen, dat gij hun gegeven hebt;Ezechiël 23:10→Ezechiël 22:15→Ezechiël 36:25→Jeremia 13:22→Genesis 3:7→Sefanja 3:1→Ezechiël 23:18→Psalmen 139:11→
Ezechiël 16:37— Daarom, zie, Ik zal al uw boelen vergaderen, met dewelke gij vermengd zijt geweest, en allen, die gij liefgehad hebt, met allen, die gij gehaat hebt; en Ik zal hen van rondom vergaderen tegen u, en Ik zal voor hen uw naaktheid ontdekken, dat zij uw ganse naaktheid zien zullen.Jeremia 13:22→Hosea 2:10→Klaagliederen 1:8→Nahum 3:5→Jeremia 13:26→Openbaring 17:16→Ezechiël 23:9→Hosea 2:3→
Ezechiël 16:38— Daartoe zal Ik u naar de rechten der overspeelsters en der bloedvergietsters richten; en Ik zal u overgeven aan het bloed der grimmigheid en des ijvers.Leviticus 20:10→Jeremia 18:21→Genesis 9:6→Sefanja 1:17→Ezechiël 16:40→Ezechiël 23:25→Genesis 38:24→Deuteronomium 22:22→
Ezechiël 16:39— En Ik zal u in hun hand overgeven, en zij zullen uw verwelfsel afbreken, en uw hoge plaatsen omwerpen, en uw klederen u uittrekken, en uw sierlijke juwelen nemen, en u naakt en bloot laten.Hosea 2:3→Ezechiël 23:26→Ezechiël 16:24→Hosea 2:9→Jesaja 3:16→Ezechiël 23:29→Ezechiël 16:10→Ezechiël 7:22→
Ezechiël 16:40— Daarna zullen zij tegen u een vergadering doen opkomen, en zullen u met stenen stenigen, en u met hun zwaarden doorsteken.Ezechiël 23:47→Habakuk 1:6→Ezechiël 24:21→Ezechiël 23:10→Jeremia 25:9→Johannes 8:5→
Ezechiël 16:41— Zij zullen ook uw huizen met vuur verbranden, en oordelen tegen u uitvoeren voor veler vrouwen ogen; en Ik zal u doen ophouden van een hoer te zijn, en gij zult ook niet meer hoerenloon geven.Ezechiël 23:48→Jeremia 52:13→Jeremia 39:8→Ezechiël 23:27→2 Koningen 25:9→Deuteronomium 13:16→Ezechiël 5:8→Ezechiël 23:10→
Ezechiël 16:42— Zo zal Ik Mijn grimmigheid op u doen rusten, en Mijn ijver zal van u afwijken; en Ik zal stil zijn, en niet meer toornig wezen.Ezechiël 5:13→Ezechiël 39:29→Ezechiël 21:17→Jesaja 54:9→Zacharia 6:8→Jesaja 40:1→2 Samuël 21:14→Jesaja 1:24→
Ezechiël 16:43— Daarom dat gij niet gedacht hebt aan de dagen uwer jonkheid, en Mij tot beroering geweest zijt met dit alles, zie, zo zal Ik ook uw weg op uw hoofd geven, spreekt de Heere HEERE; en gij zult die schandelijke daad niet doen boven al uw gruwelen.Ezechiël 16:22→Psalmen 78:42→Ezechiël 22:31→Ezechiël 11:21→Ezechiël 6:9→Jesaja 63:10→Psalmen 106:13→Psalmen 95:10→
Ezechiël 16:44— Zie, een ieder, die spreekwoorden gebruikt, zal van u een spreekwoord gebruiken, zeggende: Zo de moeder is, is haar dochter.Ezechiël 18:2→1 Samuël 24:13→2 Koningen 21:9→Psalmen 106:35→1 Koningen 21:16→2 Koningen 17:15→Ezechiël 16:3→Ezra 9:1→
Ezechiël 16:45— Gij zijt de dochter uwer moeder, die de walg had van haar man en van haar kinderen; en gij zijt de zuster uwer zusteren, die de walg gehad hebben van haar mannen en van haar kinderen; uw moeder was een Hethietische, en uw vader een Amoriet.Jesaja 1:4→Zacharia 11:8→Ezechiël 23:37→Ezechiël 16:8→Ezechiël 16:20→Deuteronomium 12:31→Ezechiël 16:15→Romeinen 1:30→
Ezechiël 16:46— Uw grote zuster nu is Samaria, zij en haar dochteren, dewelke woont aan uw linkerhand; maar uw zuster, die kleiner is dan gij, die tegen uw rechterhand woont, is Sodom en haar dochteren.Ezechiël 23:4→Ezechiël 16:53→Genesis 13:10→Ezechiël 16:48→Jeremia 3:8→Ezechiël 16:51→Ezechiël 16:61→Ezechiël 23:11→
Ezechiël 16:47— Doch gij hebt in haar wegen niet gewandeld, noch naar haar gruwelen gedaan; het was wat gerings, een verdriet; maar gij hebt het meer verdorven dan zij, in al uw wegen.2 Koningen 21:9→Ezechiël 5:6→Ezechiël 16:48→Ezechiël 16:51→1 Koningen 16:31→Johannes 15:21→2 Koningen 21:16→Ezechiël 8:17→
Ezechiël 16:48— Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, indien Sodom, uw zuster, zij met haar dochteren, gedaan heeft, gelijk gij gedaan hebt en uw dochteren!Mattheüs 10:15→Lukas 10:12→Mattheüs 11:23→Handelingen 7:52→Markus 6:11→
Ezechiël 16:49— Ziet, dit was de ongerechtigheid uwer zuster Sodom; hoogmoed, zatheid van brood en stille gerustheid had zij en haar dochteren; maar zij sterkte de hand des armen en nooddruftigen niet.Genesis 13:10→Psalmen 138:6→Ezechiël 28:9→Jesaja 3:9→Ezechiël 18:12→Ezechiël 28:2→Amos 5:11→Ezechiël 18:16→
Ezechiël 16:50— En zij verhieven zich, en deden gruwelijkheid voor Mijn aangezicht; daarom deed Ik ze weg, nadat Ik het gezien had.Genesis 19:24→Genesis 19:5→Genesis 13:13→Genesis 18:20→Leviticus 18:22→Sefanja 2:9→2 Koningen 23:7→Spreuken 16:18→
Ezechiël 16:51— Samaria ook heeft naar de helft uwer zonden niet gezondigd; en gij hebt uw gruwelen meer dan zij vermenigvuldigd, en hebt uw zusters gerechtvaardigd door al uw gruwelen, die gij gedaan hebt.Jeremia 3:8→Mattheüs 12:41→Lukas 12:47→Romeinen 3:9→
Ezechiël 16:52— Draag gij dan ook uw schande, gij, die voor uw zusteren geoordeeld hebt door uw zonden, die gij gruwelijker gemaakt hebt dan zij; zij zijn rechtvaardiger dan gij; wees gij dan ook beschaamd, en draag uw schande, omdat gij uw zusters gerechtvaardigd hebt.Mattheüs 7:1→Romeinen 6:21→Romeinen 2:10→Ezechiël 39:26→Lukas 6:37→Ezechiël 36:31→Ezechiël 36:15→Genesis 38:26→
Ezechiël 16:53— Als Ik haar gevangenen wederbrengen zal, namelijk de gevangenen van Sodom en haar dochteren, en de gevangenen van Samaria en haar dochteren, dan zal Ik wederbrengen de gevangenen uwer gevangenis in het midden van haar.Jesaja 19:24→Ezechiël 39:25→Ezechiël 29:14→Jeremia 31:23→Jeremia 20:16→Romeinen 11:23→Jesaja 1:9→Ezechiël 16:60→
Ezechiël 16:54— Opdat gij uw schande draagt, en te schande gemaakt wordt, om al hetgeen gij gedaan hebt, als gij haar troosten zult.Jeremia 2:26→Ezechiël 14:22→Ezechiël 16:63→Ezechiël 36:31→Ezechiël 16:52→
Ezechiël 16:55— Als uw zusters, Sodom en haar dochteren, zullen wederkeren tot haar vorigen staat, mitsgaders Samaria en haar dochteren zullen wederkeren tot haar vorigen staat, zult gij ook en uw dochteren wederkeren tot uw vorigen staat.Maleachi 3:4→Ezechiël 36:11→Ezechiël 16:53→
Ezechiël 16:56— Ja, uw zuster Sodom is in uw mond niet gehoord geweest, ten dage uws groten hoogmoeds,Sefanja 3:11→Lukas 18:11→Jesaja 65:5→Lukas 15:28→
Ezechiël 16:57— Aleer uw boosheid ontdekt was. Als de tijd was der versmading van de dochteren van Syrie, en van al degenen, die rondom datzelve waren, de dochteren der Filistijnen, die u verachten van rondom,2 Koningen 16:5→2 Kronieken 28:18→2 Kronieken 28:5→Jesaja 7:1→Ezechiël 16:36→Ezechiël 21:24→Genesis 10:22→Klaagliederen 4:22→
Ezechiël 16:58— Hebt gij uw schandelijke daden en uw gruwelen gedragen, spreekt de HEERE.Ezechiël 23:49→Klaagliederen 5:7→Genesis 4:13→
Ezechiël 16:59— Want alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal u ook doen, gelijk als gij gedaan hebt, die den eed veracht hebt, brekende het verbond.Ezechiël 17:19→Jesaja 24:5→2 Kronieken 34:31→Ezechiël 17:13→Ezechiël 14:4→Jeremia 2:19→Ezechiël 7:4→Exodus 24:1→
Ezechiël 16:60— Evenwel zal Ik gedachtig wezen aan Mijn verbond met u, in de dagen uwer jonkheid, en Ik zal met u een eeuwig verbond oprichten.Jeremia 50:5→Jesaja 55:3→Psalmen 106:45→Jeremia 31:31→Hosea 2:19→Ezechiël 16:8→Jeremia 32:38→Leviticus 26:42→
Ezechiël 16:61— Dan zult gij uwer wegen gedenken en beschaamd zijn, als gij uw zusteren, die groter zijn dan gij, aannemen zult; want Ik zal u dezelve geven tot dochteren, maar niet uit uw verbond.Galaten 4:26→Hebreeën 8:13→Efeze 3:6→Ezechiël 20:43→Jesaja 66:7→Romeinen 15:16→Jeremia 31:18→Romeinen 11:11→
Ezechiël 16:62— Want Ik zal Mijn verbond met u oprichten, en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben;Jeremia 24:7→Ezechiël 6:7→Hosea 2:18→Ezechiël 16:60→Daniël 9:27→Joël 3:17→Ezechiël 20:43→Ezechiël 39:22→
Ezechiël 16:63— Opdat gij het gedachtig zijt, en u schaamt, en niet meer uw mond opent vanwege uw schande, wanneer Ik voor u verzoening doen zal over al hetgeen gij gedaan hebt, spreekt de Heere HEERE.Romeinen 3:19→Psalmen 39:9→Daniël 9:7→Ezechiël 36:31→Job 40:4→Psalmen 79:9→Titus 3:3→Klaagliederen 3:39→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ezechiël 16 vers 2— Mensenkind, maak Jeruzalem haar gruwelen bekend,
Jeruzalem
Dat is, de inwoners van Jeruzalem, die hier vervolgens om deze oorzaak in het eenvoudig getal en in het vrouwelijk geslacht toegesproken worden.
Hertaald:Jeruzalem
Dat is: de inwoners van Jeruzalem, die hier vervolgens om die reden in het enkelvoud en in het vrouwelijk geslacht toegesproken worden.
gruwelen bekend,
Dat is, gruwelijke werken, voornamelijk door afgoderij bedreven.
Hertaald:gruwelen bekend,
Dat is: gruwelijke werken, vooral bedreven door afgoderij.
Ezechiël 16 vers 3— En zeg: Alzo zegt de Heere HEERE tot Jeruzalem: Uw handelingen en uw geboorten zijn uit het land der Kanaanieten; uw vader was een Amoriet en uw moeder een Hethietische.
handelingen
Velen verstaan hierdoor al het bedrijf van het gehele Israëlietische volk, in het stukk van den godsdienst; waaronder ook te begrijpen zijn de werken rakende den wandel des levens. Anderen vertalen dit woord afkomsten, of geslachten, oorsprongen, woningen, of verkeringen.
Hertaald:handelingen
Velen verstaan hieronder al het doen en laten van het hele Israëlitische volk op het punt van de godsdienst, waaronder ook de werken van de levenswandel te begrijpen zijn. Anderen vertalen dit woord met afkomsten, of geslachten, oorsprongen, woonplaatsen of verblijven.
geboorten
Dat is, de beginselen en de oorsprongen van uw voorgemelde handelingen zijn niet uit Abraham en Sara, van wie gij u beroemt afkomstig te wezen, maar uit de afgodische en goddeloze heidenen, welker doen gij nagevolgd hebt, ontaardende van het geloof en de werken van uwen vader Abraham; vergelijk Joh. 8:39 ; Rom. 2:28 ; en Rom. 9:7-8 . Sommigen menen dat het Hebreeuwse woord hier in het getal van velen gesteld wordt, om aan te wijzen dat de Israëlieten altijd verscheidene afgodische godsdiensten nagevolgd hebben, met een niet tevreden zijnde.
Hertaald:geboorten
Dat is: het begin en de oorsprong van uw genoemde daden liggen niet bij Abraham en Sara, van wie u zich beroemt af te stammen, maar bij de afgodische en goddeloze heidenen, wier doen u nagevolgd hebt, terwijl u ontaardde van het geloof en de werken van uw vader Abraham; vergelijk Joh. 8:39; Rom. 2:28 en Rom. 9:7-8. Sommigen menen dat het Hebreeuwse woord hier in het meervoud staat om aan te wijzen dat de Israëlieten altijd verschillende afgodische godsdiensten nagevolgd hebben en zich met één niet tevredenstelden.
een Amoriet en uw moeder
Zie van de afkomst van dit volk, Gen. 10:16 , en van derzelver boosheid, Gen. 15:16 .
Hertaald:een Amoriet en uw moeder
Zie over de afkomst van dit volk Gen. 10:16, en over hun boosheid Gen. 15:16.
Hethietische
Van der Hethieten afkomst, zie Gen. 10:15 , en van hunne boosheid, Gen. 27:46 .
Hertaald:Hethietische
Over de afkomst van de Hethieten, zie Gen. 10:15, en over hun boosheid Gen. 27:46.
Ezechiël 16 vers 4— En aangaande uw geboorten: ten dage, als gij geboren waart, werd uw navel niet afgesneden; en gij waart niet met water gewassen, toen Ik u aanschouwde; gij waart ook geenszins met zout gewreven, noch in windselen gewonden.
ten dage,
Dat is, ten tijde als Ik Abram, die een afgodendienaar was, Joz. 24:2 , toen gij in zijne lenden waart, riep uit Ur in Chaldea om in het land Kanaän te komen, bracht zijn zaad in Egypte, en leidde het door de woestijn in het beloofde land. Vergelijk Hos. 2:2 .
Hertaald:ten dage,
Dat is: in de tijd toen Ik Abram, die een afgodendienaar was (Joz. 24:2) en in wiens lendenen u toen was, uit Ur in Chaldea riep om naar het land Kanaän te komen, zijn nageslacht in Egypte bracht en het door de woestijn naar het beloofde land leidde. Vergelijk Hos. 2:2.
werd uw navel
De ellende van het volk Israëls wordt hier beschreven door ene gelijkenis, genomen van een nieuwgeboren kind, dat uit zijner moeder lichaam voortgekomen zijnde van niemand gadegeslagen wordt.
Hertaald:werd uw navel
De ellende van het volk Israël wordt hier beschreven met een vergelijking, ontleend aan een pasgeboren kind dat, wanneer het uit het lichaam van zijn moeder is voortgekomen, door niemand verzorgd wordt.
niet afgesneden;
Dit betekent dat geen bloot schepsel dit volk van zijn aangeboren ellende, zonde en dood verloste of verlossen kon, om het tot de eeuwige zaligheid te brengen.
Hertaald:niet afgesneden;
Dit betekent dat geen enkel schepsel dit volk van zijn aangeboren ellende, zonde en dood verloste of verlossen kon om het tot de eeuwige zaligheid te brengen.
toen Ik u aanschouwde;
Hebreeuws, met mijn aanschouwen; dat is, zo haast als Ik u aanschouwde. Alzo vertalen ook enigen de woorden bij, of met mijnen voet; Gen. 30:30 . Dat is, zo haast als Ik inkwam. Anders: tot mijn aanschouwen; dat is, tot een welgevallen van mijn aanschouwen, zulks dat gij mijn gezicht zoudt aangenaam geweest zijn. Anders: tot verzachting; te weten waardoor de huid van het nieuwgeboren kind zacht, zuiver, net als glad wordt gemaakt, als dezelve na de afwassing met enige stoffen daartoe gebruikelijk, bestreken is geweest.
Hertaald:toen Ik u aanschouwde;
Hebreeuws: met Mijn aanschouwen; dat is: zodra Ik u aanschouwde. Zo vertalen sommigen ook de woorden bij, of met mijn voet in Gen. 30:30, dat is: zodra ik binnenkwam. Anders: tot Mijn aanschouwen; dat is: tot een welgevallen van Mijn aanschouwen, zodat u Mijn oog aangenaam zou zijn. Anders: tot verzachting, namelijk waardoor de huid van een pasgeboren kind zacht, schoon, net en glad gemaakt wordt wanneer die na het wassen met de daarvoor gebruikelijke middelen ingesmeerd is.
geenszins met zout gewreven,
Hebreeuws, gezouten wordende, gezouten worden. Het zout werd in voortijden ook gebruikt tot verstijving van de huid en versterking der inwendige delen. Dit alles geeft te verstaan dat God in de Israëlieten, als Hij hen voor zijn volk aannam, niets anders gevonden heeft dan ellende, vuilnis en zwakheid, en vervolgens hen verkoren heeft niet uit aanzien van hunne waarde, maar door zijne genade in den beloofden Middelaar.
Hertaald:geenszins met zout gewreven,
Hebreeuws: gezouten wordende, gezouten worden. Het zout werd vroeger ook gebruikt om de huid steviger te maken en de inwendige delen te versterken. Dit alles geeft te kennen dat God in de Israëlieten, toen Hij hen tot Zijn volk aannam, niets anders gevonden heeft dan ellende, vuil en zwakheid, en dat Hij hen dus niet verkozen heeft vanwege hun waarde, maar door Zijn genade in de beloofde Middelaar.
Ezechiël 16 vers 5— Geen oog had medelijden over u, om u een van deze dingen te doen, om zich over u te erbarmen; maar gij zijt geworpen geweest op het vlakke des velds, om de walgelijkheid van uw ziel, ten dage, toen gij geboren waart.
Geen oog had medelijden over u,
Te weten niet alleen omdat zij niet wilden, maar ook niet konden. Hebreeuws, geen oog spaarde, of verschoonde over u.
Hertaald:Geen oog had medelijden over u,
Namelijk niet alleen omdat zij niet wilden, maar ook omdat zij niet konden. Hebreeuws: geen oog spaarde of verschoonde u.
van deze dingen te doen,
Te weten, die aan een zodanig nieuwgeboren kind noodzakelijk tot zijn behoud gedaan moet worden.
Hertaald:van deze dingen te doen,
Namelijk wat aan zo'n pasgeboren kind noodzakelijk gedaan moet worden om het in leven te houden.
zijt geworpen geweest
Dat is, als van allen verlaten en van niemand te helpen dan van God.
Hertaald:zijt geworpen geweest
Dat is: als door allen verlaten en door niemand te helpen dan door God.
van uw ziel,
Want arglistig is het hart meer dan enig ding, ja dodelijk is het; Jer. 17:9 . Het bedenken van het vlees is vijandschap tegen God, Rom. 8:7 , en hij geheel als een made en worm, Job 25:6 , ja lichter dan de ijdelheid, Ps. 62:10 .
Hertaald:van uw ziel,
Want arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja dodelijk is het; Jer. 17:9. Het bedenken van het vlees is vijandschap tegen God, Rom. 8:7; en de mens is als een made en een worm, Job 25:6, ja lichter dan de ijdelheid, Ps. 62:10.
Ezechiël 16 vers 6— Als Ik bij u voorbijging, zo zag Ik u, vertreden zijnde in uw bloed, en Ik zeide tot u in uw bloed: Leef; ja, Ik zeide tot u in uw bloed: Leef!
in uw bloed,
Te weten dat aan uw lijf was toen gij eerst ter wereld kwaamt. Dit bloed betekent ons de verdorvenheid der natuur, in welke wij allen ontvangen en geboren zijn, en die ons den tijdelijken en eeuwigen dood onderworpen maakt.
Hertaald:in uw bloed,
Namelijk het bloed dat aan uw lichaam zat toen u pas ter wereld kwam. Dit bloed duidt voor ons de verdorvenheid van de natuur aan, waarin wij allen ontvangen en geboren zijn en die ons aan de tijdelijke en de eeuwige dood onderworpen maakt.
in uw bloed
Dat is, daar gij in uw bloed waart.
Hertaald:in uw bloed
Dat is: terwijl u in uw bloed lag.
Leef;
Dat is, gij zult leven, niettegenstaande gij zeer verdorven en ellendig zijt. Het is een bevel, inhoudende ene belofte des levens; van welke manier van spreken zie Ps. 37:3 , en Spr. 3:25 . De Heere wil zeggen: Hoewel gij zeer onrein en mismaakt zijt, en ligt als in het midden des doods, nochtans zal Ik maken dat gij zult leven. Dit is doorgaans vervuld, volgens het verbond der genade, hetwelk God met Abraham heeft opgericht.
Hertaald:Leef;
Dat is: u zult leven, ondanks dat u zeer verdorven en ellendig bent. Het is een bevel dat een belofte van leven inhoudt; over deze manier van spreken, zie Ps. 37:3 en Spr. 3:25. De HEERE wil zeggen: hoewel u zeer onrein en misvormd bent en als het ware midden in de dood ligt, zal Ik toch maken dat u leeft. Dit is voortdurend vervuld overeenkomstig het genadeverbond dat God met Abraham opgericht heeft.
ja,
Dit wordt tweemaal gezegd om te tonen dat God zijne beloften menigmaal heeft vernieuwd en dat zij vast gaan. Zie van deze beloften, Gen. 12:1-3 , en Gen. 13:15-16 , en Gen. 15:1 , enz., en Gen. 17:1-2 , enz., en Gen. 22:17 , enz., en Gen. 24:7 , en Gen. 26:3 , en Gen. 28:13 , enz.
Hertaald:ja,
Dit wordt tweemaal gezegd om te tonen dat God Zijn beloften herhaaldelijk vernieuwd heeft en dat zij vast staan. Zie over deze beloften Gen. 12:1-3, Gen. 13:15-16, Gen. 15:1 enzovoort, Gen. 17:1-2 enzovoort, Gen. 22:17 enzovoort, Gen. 24:7, Gen. 26:3 en Gen. 28:13, enzovoort.
Ezechiël 16 vers 7— Ik heb u tot tien duizend, als het gewas des velds, gemaakt; en gij zijt gegroeid, en groot geworden, en zijt gekomen tot grote sierlijkheid; uw borsten zijn vast geworden, en uw haar is gewassen, doch gij waart naakt en bloot.
tien duizend,
Dat is, tot een zeer grote menigte. Zie Ex. 1:7 , en Ex. 12:37 . Een zeker getal voor een onzeker.
Hertaald:tien duizend,
Dat is: tot een zeer grote menigte. Zie Ex. 1:7 en Ex. 12:37. Een bepaald getal voor een onbepaald.
grote sierlijkheid;
Hebreeuws, tot een sierlijkheid de sierlijkheden; dat is, tot zeer grote of de allermeeste frisheid. Zie van deze manier van spreken, Lev. 2:3 . Versta dit van een geestelijke sierlijkheid en frisheid, welker oorzaak zie Deut. 7:7-8 , en is vervolgens voortgekomen uit de eerste weldaad hier vermeld, begrepen in de belofte des levens, boven vs.6.
Hertaald:grote sierlijkheid;
Hebreeuws: tot een sieraad der sieraden; dat is: tot zeer grote, of de allergrootste bloei. Zie over deze manier van spreken Lev. 2:3. Versta dit van een geestelijke luister en bloei, waarvan de oorzaak te vinden is in Deut. 7:7-8 en die dus voortkwam uit de eerste weldaad die hier genoemd is, vervat in de belofte van het leven, hierboven vers 6.
naakt en bloot
Hebreeuws, naaktheid. Versta, de beroving der oorspronkelijke gerechtigheid en de ledigheid van al het zaligmakend goed. Zie van de geestelijke naaktheid ook Openb. 3:17 .
Hertaald:naakt en bloot
Hebreeuws: naaktheid. Versta: de beroving van de oorspronkelijke gerechtigheid en het gemis van al het zaligmakende goed. Zie over de geestelijke naaktheid ook Openb. 3:17.
Ezechiël 16 vers 8— Als Ik nu bij u voorbijging, zag Ik u, en ziet, uw tijd was de tijd der minne; zo breidde Ik Mijn vleugel over u uit, en dekte uw naaktheid; ja, Ik zwoer u, en kwam met u in een verbond, spreekt de Heere HEERE en gij werdt de Mijne.
der minne;
Dat is dat gij huwbaar waart, of bekwaam om ten huwelijk begeerd te worden. De Heere spreekt hier menselijkerwijze van het geestelijke huwelijk, hetwelk Hij uit enkel genade en liefde aangegaan heeft met het Joodse volk, als Hij dat van alle andere volken der aarde heeft afgezonderd en daarmede een verbond der genade in den Messias opgericht.
Hertaald:der minne;
Dat is: dat u huwbaar was, of geschikt om ten huwelijk begeerd te worden. De HEERE spreekt hier op menselijke wijze over het geestelijke huwelijk dat Hij uit louter genade en liefde met het Joodse volk aangegaan is, toen Hij dat van alle andere volken op aarde afzonderde en er een genadeverbond in de Messias mee oprichtte.
breidde Ik Mijn vleugel over u uit,
Dat is, Ik nam u in mijne bewaring om u tot mijne bruid te nemen; vergelijk Ruth 3:9 .
Hertaald:breidde Ik Mijn vleugel over u uit,
Dat is: Ik nam u in Mijn bescherming om u tot Mijn bruid te nemen; vergelijk Ruth 3:9.
naaktheid;
Of, schaamte.
Hertaald:naaktheid;
Of: schaamte.
een verbond,
Te weten het geestelijke huwelijk, dat Ik uw God en gij mijn volk zoudt wezen; zie Gen. 17:1-2 , enz.
Hertaald:een verbond,
Namelijk het geestelijke huwelijk, dat Ik uw God en u Mijn volk zou zijn; zie Gen. 17:1-2, enzovoort.
Ezechiël 16 vers 9— Daarna wies Ik u met water, en Ik spoelde uw bloed van u af, en zalfde u met olie.
wies Ik u met water,
Hierdoor verstaan velen de weldaad van de vergeving der zonden, vloeiende uit het genadeverbond, en die dikwijls door afwassing afgebeeld en uitgedrukt wordt; Ex. 24:8 ; Lev. 15:13 ; Ps. 51:4 , Ps. 51:9 ; onder Ezech. 36:25 ; Hand. 22:16 ; 1 Kor. 6:11 ; Openb. 1:5 . Doch versta ook dit en het volgende van de wedergeboorte en heiligmaking, ten aanzien van de kinderen der belofte en de uitverkorenen, die onder het volk waren.
Hertaald:wies Ik u met water,
Velen verstaan hieronder de weldaad van de vergeving van de zonden, die voortvloeit uit het genadeverbond en die vaak met een afwassing wordt afgebeeld en uitgedrukt; Ex. 24:8; Lev. 15:13; Ps. 51:4, Ps. 51:9; hieronder Ezech. 36:25; Hand. 22:16; 1 Kor. 6:11; Openb. 1:5. Maar versta dit en het volgende ook van de wedergeboorte en de heiligmaking, met betrekking tot de kinderen van de belofte en de uitverkorenen die onder het volk waren.
uw bloed van u af,
Te weten dat in uwe geboorte aan u gevonden werd.
Hertaald:uw bloed van u af,
Namelijk het bloed dat bij uw geboorte aan u gevonden werd.
zalfde u met olie
Te weten om u behagelijk te maken. Vergelijk Est. 2:12 . Dit betekende de geestelijke zalving met olie der wedergeboorte, waardoor de mens tot een beter leven geheiligd wordt. Zie van deze olie en zalving, 2 Kor. 1:21-22 ; 1 Joh. 2:20 , 1 Joh. 2:27 .
Hertaald:zalfde u met olie
Namelijk om u aantrekkelijk te maken. Vergelijk Est. 2:12. Dit betekende de geestelijke zalving met de olie van de wedergeboorte, waardoor de mens tot een beter leven geheiligd wordt. Zie over deze olie en zalving 2 Kor. 1:21-22; 1 Joh. 2:20, 1 Joh. 2:27.
Ezechiël 16 vers 10— Ik bekleedde u ook met gestikt werk, en Ik schoeide u met dassenvellen, en omgordde u met fijn linnen, en bedekte u met zijde.
Ik bekleedde u ook
Dat is, Ik heb u overvloediglijk voorzien, niet alleen naar het lichaam van al hetgeen u nodig was, maar met geestelijke goederen en weldaden zo verrijkt en vervuld, dat gij onder andere volken uitsteekt, Gen. 12:2-3 ; Num. 24:5-7 , Num. 24:17-19 ; Deut. 4:6-8 ; Ps. 132:13-15 , enz. en door mijn huwelijk ene koningin geworden zijt; zie Ps. 45:10-14 , enz. Zie ook onder vs.13.
Hertaald:Ik bekleedde u ook
Dat is: Ik heb u overvloedig voorzien, niet alleen naar het lichaam van alles wat u nodig had, maar Ik heb u ook met geestelijke goederen en weldaden zo verrijkt en vervuld dat u boven andere volken uitsteekt (Gen. 12:2-3; Num. 24:5-7, Num. 24:17-19; Deut. 4:6-8; Ps. 132:13-15, enzovoort) en door Mijn huwelijk een koningin geworden bent; zie Ps. 45:10-14, enzovoort. Zie ook hieronder vers 13.
gestikt werk,
Of, borduurwerk; alzo onder vs.18.
Hertaald:gestikt werk,
Of: borduurwerk; zo ook hieronder vers 18.
dassenvellen,
Zie van deze Ex. 25:5 .
Hertaald:dassenvellen,
Zie daarover Ex. 25:5.
fijn linnen,
Zie Gen. 41:42 .
Hertaald:fijn linnen,
Zie Gen. 41:42.
Ezechiël 16 vers 11— Ook versierde Ik u met sieraad, en deed armringen aan uw handen, en een keten aan uw hals.
armringen aan uw handen,
Zie Gen. 24:22 .
Hertaald:armringen aan uw handen,
Zie Gen. 24:22.
keten
Zie van dit woord ook Gen. 41:42 .
Hertaald:keten
Zie over dit woord ook Gen. 41:42.
hals
Hebreeuws, keel, of gorgel.
Hertaald:hals
Hebreeuws: keel, of strot.
Ezechiël 16 vers 12— Desgelijks deed Ik een voorhoofdsiersel aan uw aangezicht, en oorringen aan uw oren, en een kroon der heerlijkheid op uw hoofd.
voorhoofdsiersel
Zie Gen. 24:22 .
Hertaald:voorhoofdsiersel
Zie Gen. 24:22.
aan uw aangezicht,
Of, over uwen neus, of aan uw voorhoofd. Zie Gen. 24:47 .
Hertaald:aan uw aangezicht,
Of: over uw neus, of aan uw voorhoofd. Zie Gen. 24:47.
oorringen aan uw oren,
Zie hetzelfde woord in dezelfde betekenig Gen. 35:4 .
Hertaald:oorringen aan uw oren,
Zie hetzelfde woord in dezelfde betekenis in Gen. 35:4.
een kroon der heerlijkheid op uw hoofd
Of, ene kroon des sieraads; dat is een heerlijke of sierlijke kroon. Zie Spr. 4:9 , en de aantekening.
Hertaald:een kroon der heerlijkheid op uw hoofd
Of: een kroon van het sieraad; dat is: een heerlijke of sierlijke kroon. Zie Spr. 4:9 met de aantekening.
Ezechiël 16 vers 13— Zo waart gij versierd met goud en zilver, en uw kleding was fijn linnen, en zijde, en gestikt werk; gij at meelbloem, en honig, en olie, en gij waart gans zeer schoon, en waart voorspoedig, dat gij een koninkrijk werdt.
Zo waart gij versierd
Door al deze gelijkenissen, genomen van lichamelijken sieraad, nooddruft, schoonheid en voorspoed, wordt afgebeeld de overvloed der geestelijke gaven, waarmede God het Israëlietische volk boven andere natiën verheven had, als daar waren de geving der wet, de openbaring van de hemelse leer, de gave der profetie, het priesterdom, de zuivere godsdienst, de wonderen, de hoop van het toekomende leven, enz.
Hertaald:Zo waart gij versierd
Met al deze vergelijkingen, ontleend aan lichamelijke sieraden, levensbehoeften, schoonheid en voorspoed, wordt de overvloed van geestelijke gaven afgebeeld waarmee God het Israëlitische volk boven andere volken verheven had: de gave van de wet, de openbaring van de hemelse leer, de gave van de profetie, het priesterschap, de zuivere godsdienst, de wonderen, de hoop op het toekomende leven, enzovoort.
gestikt werk;
Of, borduurwerk.
Hertaald:gestikt werk;
Of: borduurwerk.
meelbloem,
Versta onder de soorten van leeftocht hier verhaald, al wat nodig is tot onderhouding des levens en aangenaam tot deszelfs vermaking.
Hertaald:meelbloem,
Versta onder de soorten leeftocht die hier genoemd worden alles wat nodig is om het leven te onderhouden en aangenaam is om het te veraangenamen.
gans
Hebreeuws, in zeer zeer.
Hertaald:gans
Hebreeuws: in zeer zeer.
zeer schoon,
Dat is, zeer aangenaam en van alle volken met verwondering aangezien.
Hertaald:zeer schoon,
Dat is: zeer aantrekkelijk en door alle volken met verwondering aangezien.
dat gij een koninkrijk werdt
Dat is, dat gij uw eigen koningen gehad hebt, die u regeerden. Of, gij hadt voorspoed in het koninkrijk; te weten meest onder de regering van de koningen David en Salomo. De koninklijke hoogheid was den Israëlieten beloofd, Gen. 17:6 en Gen. 49:10 .
Hertaald:dat gij een koninkrijk werdt
Dat is: dat u uw eigen koningen gehad hebt die u regeerden. Of: u had voorspoed in het koninkrijk, namelijk vooral onder de regering van de koningen David en Salomo. De koninklijke waardigheid was aan de Israëlieten beloofd, Gen. 17:6 en Gen. 49:10.
Ezechiël 16 vers 14— Daartoe ging van u een naam uit onder de heidenen om uw schoonheid; want die was volmaakt door Mijn heerlijkheid, die Ik op u gelegd had, spreekt de Heere HEERE.
ging van u een naam uit
Zie de belofte hiervan, Gen. 12:2 ; Deut. 4:6-8 . De vervulling Num. 23:8 , Num. 23:21 , enz.; Joz. 2:9 ; 2 Sam. 7:9 ; 1 Kon. 10:1 , 1 Kon. 10:24 enz.; 2 Kron. 32:33 .
Hertaald:ging van u een naam uit
Zie de belofte hiervan in Gen. 12:2; Deut. 4:6-8. De vervulling in Num. 23:8, Num. 23:21 enzovoort; Joz. 2:9; 2 Sam. 7:9; 1 Kon. 10:1, 1 Kon. 10:24 enzovoort; 2 Kron. 32:33.
heerlijkheid,
Zie boven vs.10, 13.
Hertaald:heerlijkheid,
Zie hierboven vers 10 en 13.
Ezechiël 16 vers 15— Maar gij hebt vertrouwd op uw schoonheid, en hebt gehoereerd vanwege uw naam; ja, hebt uw hoererijen uitgestort aan een ieder, die voorbijging; voor hem was zij.
vertrouwd op uw schoonheid,
Even alsof gij die altijd behouden zoudt, hoe gij het ook met mij maaktet.
Hertaald:vertrouwd op uw schoonheid,
Precies alsof u die altijd zou behouden, hoe u het ook met Mij maakte.
gehoereerd
Dat is, afgoderij bedreven, eensdeels in uw afgodendienst, anderdeels in uw snode verbintenissen met de volken. Zie van de geestelijke hoererij door afgodendienst, Lev. 17:7 , en Lev. 20:5 , en van de ongeoorloofde verbintenissen door God verboden, Ex. 23:32 , en Ex. 34:12 ; Deut. 7:2-3 , en van de Joden gemaakt, 2 Kron. 19:2 , en 2 Kron. 20:35 , enz.
Hertaald:gehoereerd
Dat is: afgoderij bedreven, enerzijds in uw afgodendienst, anderzijds in uw verfoeilijke verbintenissen met de volken. Zie over de geestelijke hoererij door afgodendienst Lev. 17:7 en Lev. 20:5, en over de door God verboden verbintenissen Ex. 23:32 en Ex. 34:12; Deut. 7:2-3, en over die welke de Joden aangingen 2 Kron. 19:2 en 2 Kron. 20:35, enzovoort.
vanwege uw naam;
Dat is, omdat gij den naam hebt van zeer schoon te zijn, en uit zulke oorzaak den wil u gemeen te maken tot verzadiging van uwen hoerachtigen aard.
Hertaald:vanwege uw naam;
Dat is: omdat u de naam hebt zeer schoon te zijn, en om die reden zin had u aan iedereen te geven om uw hoerachtige aard te bevredigen.
zij
Te weten uwe schoonheid. Vergelijk Jes. 57:5 ; Jer. 2:20 , Jer. 2:23 , Jer. 2:36 en Jer. 3:6 .
Ezechiël 16 vers 16— En gij hebt van uw klederen genomen, en u gemaakt geplekte hoogten, en hebt daarop gehoereerd; zulks is niet gekomen, en zal niet geschieden.
hoogten,
Versta, altaren in hoge plaatsen den afgoden opgericht, en met bonte of breed geplekte klederen behangen, opdat zij, van verre gezien zijnde, de voorbijgangers tot afgoderij zouden aantrekken. Deze worden hier vergeleken bij de bedden der hoeren, welke schoon en kostelijk opgepronkt worden, om de minnaars aan te lokken, Spr. 7:16 ; waarom ook deze afgodische plaatsen der afgodendienaren bedden genaamd worden, Jes. 57:7 .
Hertaald:hoogten,
Versta: altaren die op hoge plaatsen voor de afgoden opgericht waren en met bonte of grofgevlekte kleden behangen, opdat zij van verre gezien de voorbijgangers tot afgoderij zouden trekken. Die worden hier vergeleken met de bedden van hoeren, die mooi en kostbaar opgesierd worden om minnaars te lokken, Spr. 7:16; daarom worden deze afgodische plaatsen ook bedden genoemd, Jes. 57:7.
zulks is niet gekomen,
De zin is dat het de Joden zo grof maakten met hunne afgoderij, dat zij huns gelijken niet hadden noch hebben zouden.
Hertaald:zulks is niet gekomen,
De betekenis is dat de Joden het met hun afgoderij zo bont maakten, dat zij hun gelijke niet hadden en ook niet zouden krijgen.
Ezechiël 16 vers 17— Daartoe hebt gij genomen de vaten uws sieraads van Mijn goud en van Mijn zilver, dat Ik u gegeven had, en gij hebt u mansbeelden gemaakt, en gij hebt met dezelve gehoereerd.
de vaten uws sieraads
Het Hebreeuwse woord wordt in het algemeen genomen voor allerlei vatentuig, gereedschap, of huisraad, dat van goud, zilver, enz. gemaakt is. Vergelijk Lev. 15:4 .
Hertaald:de vaten uws sieraads
Het Hebreeuwse woord wordt in het algemeen gebruikt voor allerlei vaatwerk, gereedschap of huisraad dat van goud, zilver enzovoort gemaakt is. Vergelijk Lev. 15:4.
Mijn goud en van Mijn zilver,
Dat is, hetwelk Ik u gegeven had tot noodzakelijk gebruik en matig sieraad. Vergelijk Hos. 2:8 .
Hertaald:Mijn goud en van Mijn zilver,
Dat is: wat Ik u gegeven had voor noodzakelijk gebruik en gepaste opsiering. Vergelijk Hos. 2:8.
mansbeelden
Het schijnt dat hier mansbeelden genaamd worden, en niet vrouwenbeelden, omdat Jeruzalem hier ingevoerd wordt onder de persoon van ene hoer, die zich met alle mannen vermengt. Of, omdat zij enige beelden hebben gehad in den vorm van een man, zeer onkuis en ijselijk afgebeeld.
Hertaald:mansbeelden
Het lijkt erop dat zij hier mansbeelden genoemd worden en geen vrouwenbeelden, omdat Jeruzalem hier wordt voorgesteld in de persoon van een hoer die zich met alle mannen afgeeft. Of omdat zij bepaalde beelden gehad hebben in de gedaante van een man, zeer onkuis en afzichtelijk afgebeeld.
gemaakt,
Te weten van dat goud en zilver.
Hertaald:gemaakt,
Namelijk van dat goud en zilver.
gehoereerd
Te weten met aan die offeranden te doen, hen aan te roepen en alle godsdienstige eer te bewijzen.
Hertaald:gehoereerd
Namelijk door hun offers te brengen, hen aan te roepen en alle godsdienstige eer te bewijzen.
Ezechiël 16 vers 18— En gij hebt uw gestikte klederen genomen, en hebt ze bedekt; en gij hebt Mijn olie en Mijn reukwerk voor hun aangezichten gesteld.
hebt ze bedekt;
Te weten uwe beelden, en dat, om die ook met kostelijk sieraad te vereren, hetwelk mede afgoderij is.
Hertaald:hebt ze bedekt;
Namelijk uw beelden, en dat om ook die met kostbare opschik te vereren, wat eveneens afgoderij is.
Mijn olie
Die Ik u tot ander gebruik gegeven heb, en onder anderen tot mijn dienst; zie Gen. 28:18 ; Ex. 27:20-21 , en Ex. 30:7 ; Lev. 2:1-2 , en Lev. 8:2 , en Richt. 9:9 .
Hertaald:Mijn olie
Die Ik u voor ander gebruik gegeven heb, en onder meer voor Mijn dienst; zie Gen. 28:18; Ex. 27:20-21 en Ex. 30:7; Lev. 2:1-2 en Lev. 8:2, en Richt. 9:9.
reukwerk
Van het reukwerk uit verscheidene specerijen tot het gebruik van den godsdienst gemaakt, zie Ex. 30:34-35 .
Hertaald:reukwerk
Over het reukwerk dat uit verschillende specerijen voor het gebruik in de godsdienst gemaakt werd, zie Ex. 30:34-35.
Ezechiël 16 vers 19— En Mijn brood, hetwelk Ik u gaf, meelbloem en olie, en honig, waarmede Ik u spijsde, dat hebt gij ook voor hun aangezichten gesteld tot een liefelijken reuk; zo is het geschied, spreekt de Heere HEERE.
hun aangezichten gesteld
Te weten der beelden.
Hertaald:hun aangezichten gesteld
Namelijk van de beelden.
liefelijken reuk;
Vergelijk Gen. 8:21 .
Hertaald:liefelijken reuk;
Vergelijk Gen. 8:21.
Ezechiël 16 vers 20— Verder hebt gij uw zonen en uw dochteren, die gij Mij gebaard hadt, genomen, en hebt ze denzelven geofferd om te verteren; is het wat kleins van uw hoererijen,
Mij gebaard hadt,
Te weten die mij toekwamen uit kracht van het verbond, dat Ik met u en uw zaad gemaakt heb. Want hoewel het Joodse volk God verlaten had en waardig was van God verlaten te worden, nochtans dewijl dit nog niet geschied was, genereerde het kinderen, die Hij ook door de besnijdenis voor de zijnen nog waardigde te kennen, niet willende de kinderen om de misdaad der ouders straffen. Alzo onder Ezech. 23:37 .
Hertaald:Mij gebaard hadt,
Namelijk die Mij toekwamen op grond van het verbond dat Ik met u en uw nageslacht gemaakt heb. Want hoewel het Joodse volk God verlaten had en het verdiende door God verlaten te worden, verwekte het, zolang dat nog niet gebeurd was, kinderen die Hij door de besnijdenis nog voor de Zijnen wilde erkennen, omdat Hij de kinderen niet om de misdaad van de ouders wilde straffen. Zo ook hieronder Ezech. 23:37.
hun geofferd
Te weten afgoden en beelden.
Hertaald:hun geofferd
Namelijk afgoden en beelden.
om te verteren;
Dat is opdat zij die met het vuur verslinden zouden.
Hertaald:om te verteren;
Dat is: opdat zij die met vuur zouden verslinden.
is het wat kleins van uw hoererijen,
Te weten in uwe ogen, of oordeel, dat gij zulke gruwelen doet als in het voorgaande en volgende verhaald worden, voortkomende uit uwe hoererij?
Hertaald:is het wat kleins van uw hoererijen,
Namelijk in uw ogen, of naar uw oordeel, dat u zulke gruwelen doet als in het voorgaande en het volgende verteld worden en die uit uw hoererij voortkomen?
Ezechiël 16 vers 21— Dat gij Mijn kinderen geslacht hebt, en hebt ze overgegeven, als gij dezelve voor hen door het vuur hebt doen gaan?
geslacht hebt,
Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk kelen, of de keel afsteken, Lev. 1:5 ; maar hier wordt het enkel genomen voor doden; mits door het vuur te doen gaan. Zie Lev. 18:21 ; 2 Kon. 23:10 ; 2 Kron. 28:3 , en onder Ezech. 23:37 .
Hertaald:geslacht hebt,
Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk kelen, of de keel afsnijden, Lev. 1:5; maar hier wordt het eenvoudig gebruikt voor doden, en wel door hen door het vuur te laten gaan. Zie Lev. 18:21; 2 Kon. 23:10; 2 Kron. 28:3, en hieronder Ezech. 23:37.
voor dezen door het vuur hebt doen gaan?
Dat is ter ere der afgoden.
Hertaald:voor dezen door het vuur hebt doen gaan?
Dat is: ter ere van de afgoden.
Ezechiël 16 vers 22— Ook hebt gij bij al uw gruwelen en uw hoererijen niet gedacht aan de dagen uwer jonkheid, als gij naakt en bloot waart, als gij vertreden waart in uw bloed.
uwer jonkheid,
Zie boven vs.4.
Hertaald:uwer jonkheid,
Zie hierboven vers 4.
gij naakt en bloot waart,
Zie boven vs.7.
Hertaald:gij naakt en bloot waart,
Zie hierboven vers 7.
vertreden waart in uw bloed
Zie boven vs.6.
Hertaald:vertreden waart in uw bloed
Zie hierboven vers 6.
Ezechiël 16 vers 24— Dat gij u een verwelfsel gebouwd hebt, en u een hoge plaats gemaakt hebt in elke straat.
verwelfsel gebouwd hebt,
Dat is, verheven plaats om daarop uwe afgoderij te bedrijven; vergelijk Lev. 26:30 ; Jes. 57:7 , enz.; Jer. 3:6 .
Hertaald:verwelfsel gebouwd hebt,
Dat is: een verhoogde plaats om daarop uw afgoderij te bedrijven; vergelijk Lev. 26:30; Jes. 57:7 enzovoort; Jer. 3:6.
Ezechiël 16 vers 25— Aan elk hoofd des wegs hebt gij uw hoge plaatsen gebouwd, en hebt uw schoonheid gruwelijk gemaakt, en hebt met uw benen geschreden voor een ieder, die voorbijging, en hebt uw hoererijen vermenigvuldigd.
Aan elk hoofd des wegs
Of, op elken hoofdweg, of vooraan op allen weg; dat is op alle kruiswegen en aanvangen der straten; alzo onder Ezech. 21:21 . Vergelijk Spr. 8:2 , en de aantekening, waar de scheidweg een huis der paden wordt genoemd.
Hertaald:Aan elk hoofd des wegs
Of: op elke hoofdweg, of vooraan op elke weg; dat is: op alle kruispunten en aan het begin van alle straten; zo ook hieronder Ezech. 21:21. Vergelijk Spr. 8:2 met de aantekening, waar de splitsing een huis van de paden genoemd wordt.
hebt met uw
Dat is, gij hebt u overgegeven tot allerlei soort van allersnoodste en onbeschaamdste afgoderij, van welke volken gij ze ontleend zoudt mogen hebben. Het Hebreeuwse woord wordt gebruikt van den mond en van de benen; van den mond, voor dien wijd opensperren om lichtvaardig en onbeschaamd te spreken, Spr. 13:3 ; van de benen, voor open te zetten tot onkuischheid, gelijk hier.
Hertaald:hebt met uw
Dat is: u hebt zich overgegeven aan allerlei soorten van de laagste en onbeschaamdste afgoderij, van welke volken u die ook maar overgenomen zou kunnen hebben. Het Hebreeuwse woord wordt gebruikt van de mond en van de benen: van de mond, voor die wijd opensperren om lichtvaardig en onbeschaamd te spreken, Spr. 13:3; van de benen, voor die openen tot onkuisheid, zoals hier.
benen geschreden voor een ieder,
Hebreeuws, voeten.
Hertaald:benen geschreden voor een ieder,
Hebreeuws: voeten.
Ezechiël 16 vers 26— Gij hebt ook gehoereerd met de kinderen van Egypte, uw naburen, die groot van vlees zijn; en gij hebt uw hoererij vermenigvuldigd, om Mij tot toorn te verwekken.
gehoereerd
Te weten met ongeoorloofde verbonden met hen te maken; vergelijk Jes. 30:2 , en Jes. 31:1 , tegen het bevel des Heeren, Deut. 17:16 . Alzo is ook onder vs.28 het woord hoereren genomen.
Hertaald:gehoereerd
Namelijk door ongeoorloofde verbonden met hen te sluiten; vergelijk Jes. 30:2 en Jes. 31:1, tegen het bevel van de HEERE in, Deut. 17:16. Zo is het woord hoereren ook hieronder in vers 28 op te vatten.
kinderen van Egypte,
Dat is, Egyptenaars; alzo kinderen van Assur voor Assyriërs, onder vs.28; kinderen van Babel, onder Ezech. 23:17 .
Hertaald:kinderen van Egypte,
Dat is: Egyptenaren; zo staat ook kinderen van Assur voor Assyriërs, hieronder vers 28, en kinderen van Babel, hieronder Ezech. 23:17.
groot van vlees zijn;
Dat is, die zeer geweldig en machtig zijn, zelfs in onkuischheid. Vergelijk onder Ezech. 23:20 .
Hertaald:groot van vlees zijn;
Dat is: die zeer geweldig en machtig zijn, ook in onkuisheid. Vergelijk hieronder Ezech. 23:20.
Ezechiël 16 vers 27— Ziet, daarom strekte Ik Mijn hand over u uit, en verminderde uw bescheiden deel; en Ik gaf u over in den lust dergenen, die u haten, der dochteren der Filistijnen, die vanwege uw schandelijken weg beschaamd waren.
strekte Ik Mijn hand over u uit,
Te weten om u te straffen, gelijk volgt; zie boven Ezech. 14:9 .
Hertaald:strekte Ik Mijn hand over u uit,
Namelijk om u te straffen, zoals volgt; zie hierboven Ezech. 14:9.
bescheiden deel;
Te weten van spijs en drank, en gewoon onderhoud; zie Job 23:12 .
Hertaald:bescheiden deel;
Namelijk van spijs en drank en gewoon levensonderhoud; zie Job 23:12.
gaf u over in den lust dergenen,
Zie de verklaring dezer manier van spreken Ps. 27:12 .
Hertaald:gaf u over in den lust dergenen,
Zie de verklaring van deze manier van spreken bij Ps. 27:12.
der dochteren der Filistijnen,
Dat is, van het volk der Filistijnen; zie 2 Kon. 19:21 .
Hertaald:der dochteren der Filistijnen,
Dat is: van het volk van de Filistijnen; zie 2 Kon. 19:21.
uw schandelijken weg
Hebreeuws, uwen weg van schandelijkheid.
Hertaald:uw schandelijken weg
Hebreeuws: uw weg van schandelijkheid.
Ezechiël 16 vers 28— Verder hebt gij gehoereerd met de kinderen van Assur, omdat gij onverzadelijk waart; ja, als gij met hen gehoereerd hebt, zijt gij ook niet verzadigd geworden.
Hertaald:kinderen van Assur,
Zie 2 Kon. 16:7; 2 Kron. 28:16.
onverzadelijk waart;
Te weten van hoereren.
Hertaald:onverzadelijk waart;
Namelijk van hoereren.
Ezechiël 16 vers 29— Maar gij hebt uw hoererij vermenigvuldigd in het land van Kanaan tot in Chaldea; en daarmede ook zijt gij niet verzadigd geworden.
in het land van Kanaän tot in Chaldea;
Sommigen verstaan dit alzo, dat de Joden niet alleen de afgoderij der Kanaänieten nagevolgd hebben, maar ook die der Chaldeën, en dat zulks zou mogen geschied zijn van degenen, die met Jechonia naar Babel gevankelijk zijn weggevoerd geweest.
Hertaald:in het land van Kanaän tot in Chaldea;
Sommigen verstaan dit zo, dat de Joden niet alleen de afgoderij van de Kanaänieten nagevolgd hebben maar ook die van de Chaldeeën, en dat dit zou kunnen zijn gebeurd door hen die met Jechonia gevankelijk naar Babel weggevoerd waren.
Ezechiël 16 vers 30— Hoe zwak is uw hart (spreekt de Heere HEERE) als gij al deze dingen doet, zijnde het werk van een heersende hoerachtige vrouw!
zwak is uw hart
Of, flauw, week, mat; te weten vermoeid en overarbeid zijnde, door die onverzadelijke hoerachtige begeerlijkheid.
Hertaald:zwak is uw hart
Of: flauw, week, mat; namelijk vermoeid en afgemat door die onverzadigbare hoerachtige begeerte.
heersende hoerachtige vrouw
Dat is, die niet alleen ene hoer is, maar in de hoererij zo overdadig, dartel en moedwillig, dat zij de meesteresse boven allen is.
Hertaald:heersende hoerachtige vrouw
Dat is: een vrouw die niet alleen een hoer is, maar in de hoererij zo buitensporig, dartel en moedwillig dat zij boven allen de meesteres is.
Ezechiël 16 vers 31— Als gij uw verwelfsel bouwt aan het hoofd van iederen weg, en uw hoge plaats maakt in elke straat, en niet zijt geweest als een hoer, het hoerenloon beschimpende.
verwelfsel bouwt
Zie boven vs.24.
Hertaald:verwelfsel bouwt
Zie hierboven vers 24.
aan het hoofd van iederen weg,
Zie boven vs.25.
Hertaald:aan het hoofd van iederen weg,
Zie hierboven vers 25.
een hoer,
Dewijl zij geen loon begeert, maar toegeeft. Zie vs.33,34.
Hertaald:een hoer,
Omdat zij geen loon vraagt, maar toegeeft. Zie vers 33 en 34.
Ezechiël 16 vers 32— O, die overspelige vrouw, zij neemt in plaats van haar man de vreemden aan.
overspelige vrouw,
Te weten die andere mannen tot zich lokt, zonder enig loon te begeren.
Hertaald:overspelige vrouw,
Namelijk die andere mannen naar zich toe lokt zonder enig loon te vragen.
haar man
Die God zelf is, Hos. 2:19 ; 2 Kor. 11:2 .
Hertaald:haar man
Dat is God Zelf, Hos. 2:19; 2 Kor. 11:2.
vreemden aan
Te weten boelen en hoereerders; dat is, vreemde en valse goden; Ps. 44:21 ; Jer. 2:25 , en Jer. 3:13 .
Hertaald:vreemden aan
Namelijk minnaars en hoereerders; dat is: vreemde en valse goden; Ps. 44:21; Jer. 2:25 en Jer. 3:13.
Ezechiël 16 vers 33— Men geeft loon aan alle hoeren; maar gij geeft uw loon aan al uw boelen, en gij beschenkt ze, opdat zij tot u van rondom zouden ingaan om uw hoererijen.
Men geeft loon aan alle hoeren;
Hebreeuws, zij geven; te weten de hoereerders.
Hertaald:Men geeft loon aan alle hoeren;
Hebreeuws: zij geven; namelijk de hoereerders.
uw loon
Te weten zowel in het bekomen en verkrijgen van de vreemde goden en de wijze om die te dienen, als om afgodische verbonden met de heidenen te maken.
Hertaald:uw loon
Namelijk zowel om vreemde goden te verkrijgen en de manier te leren om die te dienen, als om afgodische verbonden met de heidenen te sluiten.
boelen,
Hebreeuws, liefhebbers, of minnaars; alzo in het volgende.
Hertaald:boelen,
Hebreeuws: liefhebbers, of minnaars; zo ook in het vervolg.
van rondom
Dat is, van alle steden en landen.
Hertaald:van rondom
Dat is: uit alle steden en landen.
zouden ingaan
Zie van deze manier van spreken Gen. 6:4 .
Hertaald:zouden ingaan
Zie over deze manier van spreken Gen. 6:4.
om uw hoererijen
Dat is, om met u hoererij te bedrijven.
Hertaald:om uw hoererijen
Dat is: om met u hoererij te bedrijven.
Ezechiël 16 vers 34— Zo geschiedt met u in uw hoererijen het tegendeel van de vrouwen, dewijl men u niet naloopt, om te hoereren; want als gij hoerenloon geeft, en het hoerenloon u niet gegeven wordt; zo zijt gij tot een tegendeel geworden.
het tegendeel
Hebreeuws, omkering.
Hertaald:het tegendeel
Hebreeuws: omkering.
van de vrouwen,
Te weten die onkuis zijn en haar lichaam gemeen maken. Want zij begeren hoerenloon te ontvangen en niet te geven.
Hertaald:van de vrouwen,
Namelijk die onkuis zijn en hun lichaam aan iedereen geven. Want zij willen hoerenloon ontvangen en niet geven.
dewijl men u niet naloopt,
Hebreeuws, achter u om werd niet gehoereerd; dat is, dewijl u niemand vervolgt of naloopt om met u hoererij te bedrijven.
Hertaald:dewijl men u niet naloopt,
Hebreeuws: achter u werd niet gehoereerd; dat is: omdat niemand u achtervolgt of naloopt om met u hoererij te bedrijven.
Ezechiël 16 vers 36— Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat uw vergif uitgestort is, en uw schaamte door uw hoererijen met uw boelen ontdekt is, en met al de drekgoden uwer gruwelen, en na het bloed uwer kinderen, dat gij hun gegeven hebt;
vergif uitgestort is,
Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk koper, koperroest, kopergroen, Spaansgroen, hetwelk vergiftig is, en wordt hier bij gelijkenis genomen voor den vuilen vloed, die ene hoer met veel hoereren krijgt aan haar lichaam. Waarmede te verstaan gegeven wordt hoe vuil en schandelijk de afgoderij voor God is. Naar anderer gevoelen wijst het woord op de onverzadelijke begeerlijkheid der hoeren; zie van het Hebreeuwse woord onder Ezech. 24:11 . Dit vertalen anderen vuiligheid, lelijkheid, schamelheid, of fielterij.
Hertaald:vergif uitgestort is,
Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk koper, koperroest, kopergroen of Spaans groen, dat giftig is, en wordt hier bij vergelijking gebruikt voor de vieze afscheiding die een hoer door veelvuldig hoereren aan haar lichaam krijgt. Daarmee wordt te kennen gegeven hoe vuil en schandelijk de afgoderij voor God is. Naar de mening van anderen wijst het woord op de onverzadigbare begeerte van de hoeren; zie over het Hebreeuwse woord hieronder Ezech. 24:11. Anderen vertalen het met vuiligheid, lelijkheid, schamelheid of laagheid.
uw boelen ontdekt is,
Hier wordt verhaald tweeërlei geestelijke hoererij; de eerste met vreemde volken door ongeoorloofde verbonden, als daar waren de Assyriërs, Egyptenaars en Babyloniërs; de andere met de afgoden door valse godsdiensten.
Hertaald:uw boelen ontdekt is,
Hier wordt tweeërlei geestelijke hoererij genoemd: de eerste met vreemde volken door ongeoorloofde verbonden, zoals met de Assyriërs, Egyptenaren en Babyloniërs; de andere met de afgoden door valse godsdiensten.
uwer gruwelen,
De afgoden worden zo genoemd omdat in hun afgodsdienst vele gruwelen geschieden.
Hertaald:uwer gruwelen,
De afgoden worden zo genoemd omdat er bij hun dienst veel gruwelen plaatsvinden.
bloed uwer kinderen,
Hebreeuws, de bloeden; dat is, doodslagen, zie Gen. 4:10 , waardoor gij uwe kinderen wredelijk vermoord hebt, den afgoden ter ere. Zie boven vs.20,21. Anders: bij, of omtrent het bloed van uwe kinderen, enz.; dat is, als gij uwe kinderen vermoord hebt.
Hertaald:bloed uwer kinderen,
Hebreeuws: de bloeden; dat is: doodslagen, zie Gen. 4:10, waarmee u uw kinderen wreed vermoord hebt ter ere van de afgoden. Zie hierboven vers 20 en 21. Anders: bij, of omtrent het bloed van uw kinderen, enzovoort; dat is: toen u uw kinderen vermoord hebt.
Ezechiël 16 vers 37— Daarom, zie, Ik zal al uw boelen vergaderen, met dewelke gij vermengd zijt geweest, en allen, die gij liefgehad hebt, met allen, die gij gehaat hebt; en Ik zal hen van rondom vergaderen tegen u, en Ik zal voor hen uw naaktheid ontdekken, dat zij uw ganse naaktheid zien zullen.
boelen vergaderen,
Uit hetwelk het heirleger der Babyloniërs bestond.
Hertaald:boelen vergaderen,
Uit wie het leger van de Babyloniërs bestond.
vermengd zijt geweest,
Te weten in geestelijke afgoderij, zowel der goddeloze verbonden als der valse godsdiensten. Anders: wellust of vermaak genomen, of gedreven hebt, of wellustig geweest zijt, of het zoet gehad hebt.
Hertaald:vermengd zijt geweest,
Namelijk in de geestelijke afgoderij, zowel van de goddeloze verbonden als van de valse godsdiensten. Anders: genot of vermaak beleefd hebt, of wellustig geweest bent, of het zoet gehad hebt.
uw naaktheid ontdekken,
Of, uwe schaamte. Dit betekent de snoodste en laagste schande, die men iemand zou mogen voor de mensen aandoen. Vergelijk 2 Sam. 10:4 ; Jes. 20:4 , en Jes. 47:3 ; Jer. 13:22 , Jer. 13:26 ; Nah. 3:5 .
Hertaald:uw naaktheid ontdekken,
Of: uw schaamte. Dit betekent de laagste en gemeenste schande die men iemand voor de mensen zou kunnen aandoen. Vergelijk 2 Sam. 10:4; Jes. 20:4 en Jes. 47:3; Jer. 13:22, Jer. 13:26; Nah. 3:5.
Ezechiël 16 vers 38— Daartoe zal Ik u naar de rechten der overspeelsters en der bloedvergietsters richten; en Ik zal u overgeven aan het bloed der grimmigheid en des ijvers.
de rechten der overspeelsters
Zie van deze rechten Lev. 20:10 ; Deut. 22:22 .
Hertaald:de rechten der overspeelsters
Zie over deze rechtsregels Lev. 20:10; Deut. 22:22.
der bloedvergietsters richten;
Zie Gen. 9:6 ; Ex. 21:12 ; Matt. 26:52 ; Openb. 13:10 .
het bloed der grimmigheid
Dat is, den dood, die voortkomen zal uit mijn grimmigheid en ijver.
Hertaald:het bloed der grimmigheid
Dat is: de dood, die uit Mijn grimmigheid en ijver zal voortkomen.
ijvers
Zie boven Ezech. 4:13 .
Hertaald:ijvers
Zie hierboven Ezech. 4:13.
Ezechiël 16 vers 39— En Ik zal u in hun hand overgeven, en zij zullen uw verwelfsel afbreken, en uw hoge plaatsen omwerpen, en uw klederen u uittrekken, en uw sierlijke juwelen nemen, en u naakt en bloot laten.
sierlijke juwelen nemen,
Hebreeuws, vaten of gereedschappen van uw sieraad, of uwer heerlijkheid.
Hertaald:sierlijke juwelen nemen,
Hebreeuws: vaten of gereedschappen van uw sieraad, of van uw heerlijkheid.
Ezechiël 16 vers 41— Zij zullen ook uw huizen met vuur verbranden, en oordelen tegen u uitvoeren voor veler vrouwen ogen; en Ik zal u doen ophouden van een hoer te zijn, en gij zult ook niet meer hoerenloon geven.
met vuur verbranden,
Deze straf is hier misschien ook vermeld ten aanzien van de zonde van overspel, die alzo door enige oude wetten is gestraft geweest. Vergelijk Gen. 38:24 ; Lev. 21:9 ; Jer. 29:22-23 ; onder Ezech. 23:45 , Ezech. 23:47 . Zie deze verbranding vervuld, 2Ki 25 , en 2Ch 36 , en Jer 52 .
Hertaald:met vuur verbranden,
Deze straf wordt hier misschien ook genoemd met het oog op de zonde van overspel, die volgens sommige oude wetten zo gestraft werd. Vergelijk Gen. 38:24; Lev. 21:9; Jer. 29:22-23; hieronder Ezech. 23:45, Ezech. 23:47. Zie deze verbranding vervuld in 2 Kon. 25, 2 Kron. 36 en Jer. 52.
vrouwen ogen;
Dat is, volken. Alzo is het Joodse volk in dezen gehelen handel voorgesteld onder den naam van een overspelige vrouw. Zo worden ook door dochters in de Heilige Schrift volken verstaan. Zie boven vs.27. Hier nu wordt gesproken van de omliggende volken, wien de Joden in hunnen ondergang tot een openbaar voorbeeld van Gods wraak, ja velen tot een spot geworden zijn. Zie Ps. 137:7 ; Klaagl. 1:8 , 21, en Klaagl. 2:15-16 , onder Ezech. 25:3 , enz., en Ezech. 26:2 , enz.
Hertaald:vrouwen ogen;
Dat is: van de volken. Zo is het Joodse volk in dit hele betoog voorgesteld onder de naam van een overspelige vrouw. Ook worden in de Heilige Schrift met dochters volken bedoeld. Zie hierboven vers 27. Hier gaat het over de omliggende volken, voor wie de Joden bij hun ondergang een openbaar voorbeeld van Gods wraak, ja voor velen een voorwerp van spot geworden zijn. Zie Ps. 137:7; Klaagl. 1:8 en 21, en Klaagl. 2:15-16, hieronder Ezech. 25:3 enzovoort, en Ezech. 26:2, enzovoort.
Ezechiël 16 vers 42— Zo zal Ik Mijn grimmigheid op u doen rusten, en Mijn ijver zal van u afwijken; en Ik zal stil zijn, en niet meer toornig wezen.
Mijn grimmigheid op u doen rusten,
Zie boven Ezech. 5:13 .
Hertaald:Mijn grimmigheid op u doen rusten,
Zie hierboven Ezech. 5:13.
Mijn ijver zal van u afwijken;
Te weten, nadat Ik al mijn schrikkelijke oordelen tegen u zal uitgevoerd hebben, zulks dat Ik mij daarmede tevreden houden zal zonder mij over uwe snoodheid meer te storen. God spreekt van zichzelven menselijkerwijze.
Hertaald:Mijn ijver zal van u afwijken;
Namelijk nadat Ik al Mijn verschrikkelijke oordelen tegen u voltrokken zal hebben, zodat Ik Mij daarmee tevredenstel en Mij niet langer over uw laagheid opwind. God spreekt hier op menselijke wijze over Zichzelf.
Ezechiël 16 vers 43— Daarom dat gij niet gedacht hebt aan de dagen uwer jonkheid, en Mij tot beroering geweest zijt met dit alles, zie, zo zal Ik ook uw weg op uw hoofd geven, spreekt de Heere HEERE; en gij zult die schandelijke daad niet doen boven al uw gruwelen.
aan de dagen uwer jonkheid,
Dat is, aan uwe eerste ellende en mijne weldadigheid daarin tegen u. Zie boven vs.4, enz.
Hertaald:aan de dagen uwer jonkheid,
Dat is: aan uw eerste ellende en aan Mijn weldadigheid daarin jegens u. Zie hierboven vers 4, enzovoort.
tot beroering geweest zijt met dit alles,
Te weten tot toorn. Alzo is dit woord voor toornige beroering genomen, Gen. 45:24 ; Spr. 29:9 . Zie de aantekening.
Hertaald:tot beroering geweest zijt met dit alles,
Namelijk tot toorn. Zo is dit woord opgevat voor toornige opwinding in Gen. 45:24; Spr. 29:9. Zie de aantekening daar.
uw weg op uw hoofd geven,
Zie boven Ezech. 9:10 .
Hertaald:uw weg op uw hoofd geven,
Zie hierboven Ezech. 9:10.
die schandelijke
Versta, de vergeting van hare jonkheid, waarvan in het begin van vs.43 gemeld is. Anders, de vermoording van hare kinderen, waarvan zie boven vs.20,21. Sommigen nemen het Hebreeuwse woord in het goede, en vertalen deze woorden aldus: en gij hebt niet een gedachte gemaakt, of gehad; dat is niet eens gedacht aan al uwe gruwelen.
Hertaald:die schandelijke
Versta: het vergeten van haar jeugd, waarover aan het begin van vers 43 gesproken is. Anders: het vermoorden van haar kinderen, waarover hierboven vers 20 en 21. Sommigen vatten het Hebreeuwse woord in gunstige zin op en vertalen deze woorden zo: en u hebt niet één gedachte gehad; dat is: u hebt niet eens gedacht aan al uw gruwelen.
gruwelen
Dat is, gruwelijke afgoderijen.
Hertaald:gruwelen
Dat is: gruwelijke afgoderijen.
Ezechiël 16 vers 44— Zie, een ieder, die spreekwoorden gebruikt, zal van u een spreekwoord gebruiken, zeggende: Zo de moeder is, is haar dochter.
Zo de moeder is, is haar dochter
Dat is de dochter volgt zeer dikwijls den aard en de zeden hare moeder.
Hertaald:Zo de moeder is, is haar dochter
Dat is: de dochter volgt zeer vaak de aard en de zeden van haar moeder.
Ezechiël 16 vers 45— Gij zijt de dochter uwer moeder, die de walg had van haar man en van haar kinderen; en gij zijt de zuster uwer zusteren, die de walg gehad hebben van haar mannen en van haar kinderen; uw moeder was een Hethietische, en uw vader een Amoriet.
Gij zijt de dochter uwer moeder,
Dat is, gij aardt naar haar en zijt haar in manieren en werken gelijk.
Hertaald:Gij zijt de dochter uwer moeder,
Dat is: u aardt naar haar en bent haar in manieren en werken gelijk.
van haar man en van haar kinderen;
Dat is, van God, dien zij door de afgoderij verliet, en van haar eigen zonen en dochters, die zij den afgoden ter ere vermoordde.
Hertaald:van haar man en van haar kinderen;
Dat is: van God, Die zij door de afgoderij verliet, en van haar eigen zonen en dochters, die zij ter ere van de afgoden vermoordde.
uwer zusteren,
Genaamd Samaria en Sodom in vs.46. Hebreeuws, zuster; dat is, van elke uwer zusters, alzo in het volgende.
Hertaald:uwer zusteren,
Zij heten Samaria en Sodom in vers 46. Hebreeuws: zuster; dat is: van elk van uw zusters, zo ook in het vervolg.
uw moeder was een Hethietische,
Zie boven vs.3.
Hertaald:uw moeder was een Hethietische,
Zie hierboven vers 3.
Ezechiël 16 vers 46— Uw grote zuster nu is Samaria, zij en haar dochteren, dewelke woont aan uw linkerhand; maar uw zuster, die kleiner is dan gij, die tegen uw rechterhand woont, is Sodom en haar dochteren.
grote zuster nu is Samaria,
Samaria, waardoor de tien stammen verstaan zijn, wordt Jeruzalems grote zuster genaamd, omdat haar koninkrijk meerder was dan het koninkrijk van Juda, alzo Sodom haar kleine zuster, omdat haar koninkrijk minder was.
Hertaald:grote zuster nu is Samaria,
Samaria, waarmee de tien stammen bedoeld zijn, wordt Jeruzalems grote zuster genoemd omdat haar koninkrijk groter was dan het koninkrijk van Juda; zo heet Sodom haar kleine zuster omdat haar koninkrijk kleiner was.
dochteren,
Het woord dochters betekent wel dikwijls de onderhorige plaatsen der grote steden, [zie 2 Kon. 19:21 ] , maar hier kan men het verstaan van de inwoners dezer steden en landen.
Hertaald:dochteren,
Het woord dochters betekent vaak de plaatsen die onder een grote stad vielen (zie 2 Kon. 19:21), maar hier kan men het opvatten van de inwoners van deze steden en landen.
aan uw linkerhand;
Dat is, noordwaarts van u. Want die in Jeruzalem waren, staande met het aangezicht naar het oosten, hadden Samaria aan de linkerhand; dat is benoorden, en Sodom aan de rechterhand, dat is bezuiden.
Hertaald:aan uw linkerhand;
Dat is: ten noorden van u. Want wie in Jeruzalem stonden met het gezicht naar het oosten, hadden Samaria aan de linkerhand, dat is ten noorden, en Sodom aan de rechterhand, dat is ten zuiden.
Ezechiël 16 vers 47— Doch gij hebt in haar wegen niet gewandeld, noch naar haar gruwelen gedaan; het was wat gerings, een verdriet; maar gij hebt het meer verdorven dan zij, in al uw wegen.
hebt in haar wegen niet gewandeld,
Dat is, hare zonden zijn nog bij de uwe, die veel meerder en gruwelijker zijn, niet te vergelijken.
Hertaald:hebt in haar wegen niet gewandeld,
Dat is: haar zonden zijn nog niet te vergelijken met die van u, die veel talrijker en gruwelijker zijn.
het was wat gerings,
Te weten niets anders te zondigen dan die van Samaria en Sodom gezondigd hadden.
Hertaald:het was wat gerings,
Namelijk niets anders te zondigen dan wat de inwoners van Samaria en Sodom gezondigd hadden.
een verdriet;
Te weten dat gij niet meer zoudt doen dan zij gedaan hebben.
Hertaald:een verdriet;
Namelijk dat u niet meer zou doen dan zij gedaan hebben.
meer verdorven dan zij,
Dat is, erger gemaakt en goddelozer geleefd. Alzo is het woord verderven, of verdorven maken genomen. Deut. 31:29 ; Richt. 2:19 . Anders noemt dit de Heilige Schriftuur, zijnen weg verderven, Gen. 6:12 ; zijne handelingen, of werken verderven, Sef. 3:7 .
Hertaald:meer verdorven dan zij,
Dat is: het erger gemaakt en goddelozer geleefd. Zo is het woord verderven of bederven opgevat in Deut. 31:29; Richt. 2:19. Elders noemt de Heilige Schrift dit: zijn weg verderven (Gen. 6:12), of: zijn daden of werken verderven (Zef. 3:7).
wegen
Dat is, werken.
Hertaald:wegen
Dat is: werken.
Ezechiël 16 vers 48— Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, indien Sodom, uw zuster, zij met haar dochteren, gedaan heeft, gelijk gij gedaan hebt en uw dochteren!
uw dochteren
Een afgebroken reden, in het eedzweren gebruikelijk.
Hertaald:uw dochteren
Een afgebroken zin, zoals gebruikelijk is bij het afleggen van een eed.
Ezechiël 16 vers 49— Ziet, dit was de ongerechtigheid uwer zuster Sodom; hoogmoed, zatheid van brood en stille gerustheid had zij en haar dochteren; maar zij sterkte de hand des armen en nooddruftigen niet.
zatheid van brood
Versta al de zonden, welke uit den overvloed van lichamelijke nooddruft plegen in den goddeloze voort te komen, alzo in het volgende: gerust voor het kwaad, dat daaruit komt.
Hertaald:zatheid van brood
Versta: alle zonden die uit de overvloed van lichamelijke levensbehoeften in de goddeloze plegen voort te komen; zo ook in het vervolg gerust voor het kwaad dat daaruit voortkomt.
Ezechiël 16 vers 50— En zij verhieven zich, en deden gruwelijkheid voor Mijn aangezicht; daarom deed Ik ze weg, nadat Ik het gezien had.
gruwelijkheid
Zie hiervan Gen. 13:13 , en Gen. 18:20 , en Gen. 19:5 .
Hertaald:gruwelijkheid
Zie daarover Gen. 13:13, Gen. 18:20 en Gen. 19:5.
voor Mijn aangezicht;
Zie Gen. 6:11 .
Hertaald:voor Mijn aangezicht;
Zie Gen. 6:11.
nadat Ik het gezien had
Te weten hoe gruwelijk zij leefden. Vergelijk Gen. 18:21 , en de aantekening. Het is menselijkerwijze van God gesproken.
Hertaald:nadat Ik het gezien had
Namelijk hoe gruwelijk zij leefden. Vergelijk Gen. 18:21 met de aantekening. Het is op menselijke wijze van God gesproken.
Ezechiël 16 vers 51— Samaria ook heeft naar de helft uwer zonden niet gezondigd; en gij hebt uw gruwelen meer dan zij vermenigvuldigd, en hebt uw zusters gerechtvaardigd door al uw gruwelen, die gij gedaan hebt.
niet gezondigd;
Te weten om uwe ondankbaarheid, waardoor gij de weldadigheid, die van mij aan u veel meer dan aan Samaria geweest is, smadelijk verworpen hebt; en om uwe zorgeloosheid, waardoor gij de straffen, die Ik over Samaria gezonden heb, u tot een voorbeeld en waarschuwing, hebt in den wind geslagen.
Hertaald:niet gezondigd;
Namelijk vanwege uw ondankbaarheid, waarmee u de weldadigheid die Ik u veel meer dan Samaria bewezen heb smadelijk verworpen hebt, en vanwege uw zorgeloosheid, waarmee u de straffen die Ik over Samaria gezonden heb, u tot voorbeeld en waarschuwing, in de wind geslagen hebt.
gerechtvaardigd door al uw gruwelen,
Dat is, verklaard vromer te zijn dan gij, omdat zij zo gruwelijk niet gezondigd hebben. Vergelijk Jer. 3:11 .
Hertaald:gerechtvaardigd door al uw gruwelen,
Dat is: zij zijn vromer verklaard dan u, omdat zij niet zo gruwelijk gezondigd hebben. Vergelijk Jer. 3:11.
Ezechiël 16 vers 52— Draag gij dan ook uw schande, gij, die voor uw zusteren geoordeeld hebt door uw zonden, die gij gruwelijker gemaakt hebt dan zij; zij zijn rechtvaardiger dan gij; wees gij dan ook beschaamd, en draag uw schande, omdat gij uw zusters gerechtvaardigd hebt.
zusteren
Hebreeuws, zuster. Zie boven vs.45.
Hertaald:zusteren
Hebreeuws: zuster. Zie hierboven vers 45.
geoordeeld hebt
Dat is, gerechtvaardigd en vromer dan uzelven gesproken hebt, gelijk in vs.51. Anders: die uwe zuster, te weten Samaria, veroordeeld hebt, verklarende dat zij om haar afval rechtvaardig van God gestraft en verlaten was. Anders: gij die uwe zusters geoordeeld hebt, draag ook uwe schande om uwe zonden, enz.
Hertaald:geoordeeld hebt
Dat is: gerechtvaardigd en vromer dan uzelf genoemd hebt, zoals in vers 51. Anders: die uw zuster, namelijk Samaria, veroordeeld hebt door te verklaren dat zij om haar afval terecht door God gestraft en verlaten was. Anders: u die uw zusters geoordeeld hebt, draag ook uw schande om uw zonden, enzovoort.
zusters gerechtvaardigd hebt
Hebreeuws, zuster. Zie boven vs.45.
Hertaald:zusters gerechtvaardigd hebt
Hebreeuws: zuster. Zie hierboven vers 45.
Ezechiël 16 vers 53— Als Ik haar gevangenen wederbrengen zal, namelijk de gevangenen van Sodom en haar dochteren, en de gevangenen van Samaria en haar dochteren, dan zal Ik wederbrengen de gevangenen uwer gevangenis in het midden van haar.
gevangenen wederbrengen zal,
Hebreeuws, gevangenis, alzo in het volgende. Zie Num. 31:12 .
Hertaald:gevangenen wederbrengen zal,
Hebreeuws: gevangenschap, zo ook in het vervolg. Zie Num. 31:12.
gevangenen van Samaria
Het woord gevangenis wordt genomen voor allerlei plagen en straffen, die den mens overkomen. Zie Job 42:10 en de aantekening.
Hertaald:gevangenen van Samaria
Het woord gevangenschap wordt gebruikt voor allerlei plagen en straffen die de mens overkomen. Zie Job 42:10 met de aantekening.
dan zal Ik wederbrengen
Dat is, nimmermeer. Want Sodom en Samaria waren gans uitgeroeid zonder enige hoop van in haar vorigen staat hersteld te worden; alzo in vs.55. Versta dit met uitneming van degenen, die God uit genade verkoren had, tot een heilig zaad en een overblijfsel zijner kerk, van welke zie onder vs.60.
Hertaald:dan zal Ik wederbrengen
Dat is: nooit. Want Sodom en Samaria waren volkomen uitgeroeid zonder enige hoop op herstel in hun vroegere staat; zo ook in vers 55. Versta dit met uitzondering van hen die God uit genade verkoren had tot een heilig zaad en een overblijfsel van Zijn kerk; zie daarover hieronder vers 60.
Ezechiël 16 vers 54— Opdat gij uw schande draagt, en te schande gemaakt wordt, om al hetgeen gij gedaan hebt, als gij haar troosten zult.
haar
Te weten Sodom en Samaria.
Hertaald:haar
Namelijk Sodom en Samaria.
troosten zult
Dat is, in hare plagen, die zij ontvangen hebben, verlichten, als zij zullen inzien dat gelijke zonden gelijke plagen krijgen. Vergelijk boven Ezech. 14:22 .
Hertaald:troosten zult
Dat is: verlichting brengen in de plagen die zij ondergaan hebben, wanneer zij zullen inzien dat gelijke zonden gelijke plagen opleveren. Vergelijk hierboven Ezech. 14:22.
Ezechiël 16 vers 56— Ja, uw zuster Sodom is in uw mond niet gehoord geweest, ten dage uws groten hoogmoeds,
is in uw mond niet gehoord geweest,
Hebreeuws, is niet tot een gehoor of gerucht geweest in uwen mond; dat is, gij hebt kwalijk enig gewag gemaakt van het vreselijk exempel mijner wraak, die Ik over de Sodomieten uitgestort heb, ten einde gij met vermijding van gelijke zonden, gelijke straffen zoudt mogen ontgaan.
Hertaald:is in uw mond niet gehoord geweest,
Hebreeuws: is niet tot een gehoor of gerucht geweest in uw mond; dat is: u hebt nauwelijks gewag gemaakt van het verschrikkelijke voorbeeld van Mijn wraak die Ik over de Sodomieten uitgestort heb, opdat u door gelijke zonden te vermijden gelijke straffen zou kunnen ontgaan.
uws groten hoogmoeds,
Hebreeuws, uwer hoogmoeden; dat is, als gij zeer hoogmoedig zijt geweest, te weten als gij met grote hovaardigheid en stoutmoedigheid alle waarschuwingen mijner profeten versmaad hebt en in uwe gruwelen voortgegaan zijt. Anders, uwer heerlijkheden, of overtreffelijkheden; dat is, als gij in uw hoogsten welstand, weelde en waardigheid waart. Het Hebreeuwse woord wordt in het kwade voor hoogmoed, of hovaardij genomen, Lev. 26:19 ; Job 35:12 ; boven Ezech. 7:24 ; in het goede voor heerlijkheid, overtreffelijkheid, hoogheid, Ex. 15:7 ; Job 40:5 ; Ps. 47:5 .
Hertaald:uws groten hoogmoeds,
Hebreeuws: van uw hoogmoeden; dat is: toen u zeer hoogmoedig was, namelijk toen u met grote hoogmoed en brutaliteit alle waarschuwingen van Mijn profeten veracht hebt en in uw gruwelen voortgegaan bent. Anders: van uw heerlijkheden of voortreffelijkheden; dat is: toen u op het hoogtepunt van welstand, weelde en waardigheid was. Het Hebreeuwse woord wordt in ongunstige zin gebruikt voor hoogmoed of hovaardij (Lev. 26:19; Job 35:12; hierboven Ezech. 7:24) en in gunstige zin voor heerlijkheid, voortreffelijkheid en hoogheid (Ex. 15:7; Job 40:5; Ps. 47:5).
Ezechiël 16 vers 57— Aleer uw boosheid ontdekt was. Als de tijd was der versmading van de dochteren van Syrie, en van al degenen, die rondom datzelve waren, de dochteren der Filistijnen, die u verachten van rondom,
ontdekt was
Te weten door mijne straffen, die Ik over u gezonden heb. Anders zijn de zonden van Gods volk door de predikatie en vermaningen der profeten altijd ontdekt geweest.
Hertaald:ontdekt was
Namelijk door Mijn straffen die Ik over u gezonden heb. Overigens zijn de zonden van Gods volk altijd door de prediking en de vermaningen van de profeten aan het licht gebracht.
der versmading van de dochteren van Syrië,
Dat is, waardoor gij van de Syriërs zijt versmaad geweest, als zij uw land afliepen en plunderden; 2 Kon. 16:5-6 ; 2 Kron. 28:5-6 .
Hertaald:der versmading van de dochteren van Syrië,
Dat is: waardoor u door de Syriërs veracht bent, toen zij uw land afliepen en plunderden; 2 Kon. 16:5-6; 2 Kron. 28:5-6.
datzelve waren,
Te weten land van Syrië.
Hertaald:datzelve waren,
Namelijk het land van Syrië.
de dochteren der Filistijnen,
Dat is, de Filistijnen; zie 2 Kron. 28:18 .
Hertaald:de dochteren der Filistijnen,
Dat is: de Filistijnen; zie 2 Kron. 28:18.
verachten
Versta, de verachting, die recht tevoren versmading is genaamd geweest. Anders: beroofden en plunderden. Want het Hebreeuwse woord betekent naar veler gevoelen niet alleen verachten, maar ook beroven.
Hertaald:verachten
Versta: de verachting, die zojuist versmading genoemd is. Anders: beroofden en plunderden. Want het Hebreeuwse woord betekent volgens velen niet alleen verachten, maar ook beroven.
van rondom,
Dat is, van alle zijden.
Hertaald:van rondom,
Dat is: van alle kanten.
Ezechiël 16 vers 58— Hebt gij uw schandelijke daden en uw gruwelen gedragen, spreekt de HEERE.
uw schandelijke daden
Hebreeuws, schandelijke daad, schandelijkheid; dat is, straffen derzelve, waardoor uwe boosheid is begonnen ontdekt te worden.
Hertaald:uw schandelijke daden
Hebreeuws: schandelijke daad, schandelijkheid; dat is: de straffen daarvan, waardoor uw boosheid aan het licht begon te komen.
Ezechiël 16 vers 59— Want alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal u ook doen, gelijk als gij gedaan hebt, die den eed veracht hebt, brekende het verbond.
Ik zal u ook doen,
Dat is, gelijk gij het verbond gebroken hebt, alzo heb Ik nu ook de vrijheid hetzelfde te doen.
Hertaald:Ik zal u ook doen,
Dat is: zoals u het verbond gebroken hebt, zo heb Ik nu ook de vrijheid hetzelfde te doen.
eed veracht hebt,
Te weten waardoor gij gezworen en u vervloekt hebt, indien gij het verbond, dat Ik met u gemaakt hebt, kwaamt te breken; Deut. 27:15 , enz. Vergelijk Neh. 10:29 , en de aantekening.
Hertaald:eed veracht hebt,
Namelijk de eed waarmee u gezworen en uzelf vervloekt hebt voor het geval u het verbond dat Ik met u gemaakt heb zou breken; Deut. 27:15, enzovoort. Vergelijk Neh. 10:29 met de aantekening.
verbond
Gemaakt op den berg Sinaï.
Hertaald:verbond
Gesloten op de berg Sinaï.
Ezechiël 16 vers 60— Evenwel zal Ik gedachtig wezen aan Mijn verbond met u, in de dagen uwer jonkheid, en Ik zal met u een eeuwig verbond oprichten.
gedachtig wezen aan Mijn verbond
Zie Gen. 8:1 .
Hertaald:gedachtig wezen aan Mijn verbond
Zie Gen. 8:1.
met u,
Dat is, dat Ik met u gemaakt heb ten tijde van Abraham, Izak en Jakob. Want met dezen en hunne nakomelingen had God een verbond der genade opgericht, steunende op de verdiensten van den toekomenden Messias; Gen. 17:2 .
Hertaald:met u,
Dat is: het verbond dat Ik met u gemaakt heb in de tijd van Abraham, Izak en Jakob. Want met hen en hun nakomelingen had God een genadeverbond opgericht, dat rustte op de verdiensten van de komende Messias; Gen. 17:2.
eeuwig verbond oprichten
Te weten hangende van het voorgaande verbond der genade en ene vernieuwing daarvan zijnde, en mede openstaande voor alle heidenen, die in Christus geloven zouden.
Hertaald:eeuwig verbond oprichten
Namelijk een verbond dat afhangt van het voorgaande genadeverbond en een vernieuwing daarvan is, en dat ook openstaat voor alle heidenen die in Christus zouden geloven.
Ezechiël 16 vers 61— Dan zult gij uwer wegen gedenken en beschaamd zijn, als gij uw zusteren, die groter zijn dan gij, aannemen zult; want Ik zal u dezelve geven tot dochteren, maar niet uit uw verbond.
gij uwer wegen gedenken
Namelijk, o Jeruzalem en Juda.
Hertaald:gij uwer wegen gedenken
Namelijk u, Jeruzalem en Juda.
uw zusteren,
Versta, degenen die uit de Israëlieten, of de tien stammen, en uit de volken, zo grote, zo kleine, in den Messias geloven, en zich tot de ware kennis van God bekeren zouden.
Hertaald:uw zusteren,
Versta: hen die uit de Israëlieten, of de tien stammen, en uit de volken — zowel de grote als de kleine — in de Messias zouden geloven en zich tot de ware kennis van God zouden bekeren.
aannemen zult;
Dat is, ontvangen tot de gemeenschap der kerk.
Hertaald:aannemen zult;
Dat is: opnemen in de gemeenschap van de kerk.
tot dochteren,
Te weten als uit u geboren door de prediking van het heilig Evangelie.
Hertaald:tot dochteren,
Namelijk als uit u geboren door de prediking van het heilig Evangelie.
uw verbond
Te weten het verbond der wet, dat Ik met u gemaakt heb, alsof gij dat wel onderhouden hadt; maar uit mijn genadeverbond, hetwelk ook mijnen uitverkorenen uit de heidenen aangaat.
Hertaald:uw verbond
Namelijk het verbond van de wet dat Ik met u gemaakt heb, alsof u dat goed onderhouden had; maar wel uit Mijn genadeverbond, dat ook Mijn uitverkorenen uit de heidenen betreft.
Ezechiël 16 vers 62— Want Ik zal Mijn verbond met u oprichten, en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben;
verbond
Versta het verbond der genade, en vergelijk Jer. 31:32 .
Hertaald:verbond
Versta: het genadeverbond, en vergelijk Jer. 31:32.
oprichten,
Of bevestigen.
Hertaald:oprichten,
Of: bevestigen.
Ezechiël 16 vers 63— Opdat gij het gedachtig zijt, en u schaamt, en niet meer uw mond opent vanwege uw schande, wanneer Ik voor u verzoening doen zal over al hetgeen gij gedaan hebt, spreekt de Heere HEERE.
niet meer uw mond opent
Hebreeuws, niet meer opening des monds hebt; dat is, opdat gij niet meer de stoutheid noch de stof hebt om u te ontschuldigen en uwe zonden te verschonen. Deze manier van spreken in het goede genomen, is zoveel als de vrijmoedigheid en stof te hebben om iets klaarlijk uit te spreken; zie onder Ezech. 29:21 ; Ef. 6:19 .
Hertaald:niet meer uw mond opent
Hebreeuws: geen opening van de mond meer hebt; dat is: opdat u niet meer de brutaliteit en ook de stof hebt om zich te verontschuldigen en uw zonden goed te praten. Deze manier van spreken betekent in gunstige zin: de vrijmoedigheid en de stof hebben om iets duidelijk uit te spreken; zie hieronder Ezech. 29:21; Ef. 6:19.
voor u verzoening doen zal
Dat is, u met mij verzoenen zal; alzo 2 Kron. 30:18 . Of, genadig zijn zal; Deut. 21:8 . Zie de aantekening.
Hertaald:voor u verzoening doen zal
Dat is: u met Mij verzoenen zal; zo ook 2 Kron. 30:18. Of: genadig zal zijn; Deut. 21:8. Zie de aantekening daar.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Het vondelingskind — de geschiedenis van Jeruzalem verteld als die van een te vondeling gelegd kind (Ezech. 16:1-8)
Het hoofdstuk begint bij de geboorte: de navel werd niet afgesneden, het kind werd niet gewassen en niet in windselen gewonden (Ezech. 16:4). "Geen oog had medelijden over u, om u een van deze dingen te doen, om zich over u te erbarmen; maar gij zijt geworpen geweest op het vlakke des velds" (Ezech. 16:5). Dan komt de wending: "Als Ik bij u voorbijging, zo zag Ik u, vertreden zijnde in uw bloed, en Ik zeide tot u in uw bloed: Leef; ja, Ik zeide tot u in uw bloed: Leef!" (Ezech. 16:6). Het kind groeit op (Ezech. 16:7), en dan volgt: "zo breidde Ik Mijn vleugel over u uit, en dekte uw naaktheid; ja, Ik zwoer u, en kwam met u in een verbond, spreekt de Heere HEERE en gij werdt de Mijne" (Ezech. 16:8). Wat daarna komt is de ontrouw, in beelden van overspel; het register geeft die niet weer en werkt ze niet uit.
Bijbelse betekenis: Merk op wanneer God ingrijpt. Niet nadat het kind schoongemaakt is, maar terwijl het in zijn bloed ligt; het woord Leef wordt tweemaal gesproken over iets wat men had weggelegd. Let vervolgens op wat er niet gezegd wordt. Er staat geen enkele reden waarom Hij voorbijging en zag; er wordt niets aantrekkelijks aan dit kind genoemd, integendeel. Dat is de kern: het begin ligt geheel bij Hem. Let ten slotte op de volgorde van het hoofdstuk. Eerst de gevonden vondeling en het verbond, dán de ontrouw. Wie de aanklacht van dit hoofdstuk leest zonder de eerste acht verzen, begrijpt haar verkeerd; het verwijt weegt zo zwaar juist omdát het begin zo was.
Typologie: Paulus zegt hetzelfde over de gemeente: God heeft ons liefgehad toen wij dood waren door de misdaden (Ef. 2:4-5). En Johannes: "Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons lief heeft gehad" (1 Joh. 4:10).
Ezech. 16:1-8; Ef. 2:4-5; 1 Joh. 4:10
Beschaamd door de vergeving — het slot van Ezechiël 16, waarin schaamte volgt op de verzoening (Ezech. 16:60-63)
Na een lang hoofdstuk van aanklacht komt onverwacht dit: "Evenwel zal Ik gedachtig wezen aan Mijn verbond met u, in de dagen uwer jonkheid, en Ik zal met u een eeuwig verbond oprichten" (Ezech. 16:60). Wat dat uitwerkt staat erbij: "Dan zult gij uwer wegen gedenken en beschaamd zijn" (Ezech. 16:61). En het slotvers zegt het nog eens, met de reden erachter: "Opdat gij het gedachtig zijt, en u schaamt, en niet meer uw mond opent vanwege uw schande, wanneer Ik voor u verzoening doen zal over al hetgeen gij gedaan hebt" (Ezech. 16:63).
Bijbelse betekenis: Merk op in welke volgorde het staat. Niet: word eerst beschaamd, dan zal Ik verzoenen; maar andersom: wanneer God verzoening doet, dán volgt de schaamte. De schaamte is hier vrucht van de vergeving en geen voorwaarde ervoor. Let vervolgens op wat er met de mond gebeurt. Er staat dat die zich niet meer opent vanwege de schande; het verweer houdt op. Wie vergeven is, hoeft zichzelf niet meer te verdedigen en kán dat ook niet meer. Let ten slotte op het woordje "Evenwel" waarmee Ezech. 16:60 begint. Alles wat eraan voorafgaat is aanklacht, en dan begint de zin met een woord dat er dwars tegenin gaat. Het verbond wordt niet opgericht ondanks een klein tekort maar tegen alles in wat het hoofdstuk heeft opgesomd.
Typologie: Paulus zegt dat de goedertierenheid Gods tot bekering leidt (reeds behandeld bij Rom. 2:4); ook daar gaat het goede vooraf aan de omkeer. En Petrus weende bitterlijk nadat de Heere hem aanzag (reeds behandeld bij Luk. 22:61-62).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Het verbondniveau 2Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsenuitwerking
Ik zeide tot u in uw bloed: Leef — 16:6-8, 59-63
Ezechiël moet Jeruzalem haar eigen geschiedenis vertellen, en hij doet dat als het levensverhaal van één vrouw: een vondeling die niemand wilde, opgenomen en getrouwd, en daarna ontrouw geworden. Het is een van de scherpste hoofdstukken van de Schrift, en het eindigt anders dan men na zestig verzen zou durven hopen.
God vindt een pasgeboren kind dat te vondeling gelegd is, zegt tweemaal Leef, en richt later een verbond met haar op dat zij breekt en Hij niet.
Het begin is een tafereel waar men liever langs kijkt: een pasgeborene, niet gewassen, niet verzorgd, weggeworpen op het open veld. En dan komt Iemand voorbij. “Als Ik bij u voorbijging, zo zag Ik u, vertreden zijnde in uw bloed, en Ik zeide tot u in uw bloed: Leef; ja, Ik zeide tot u in uw bloed: Leef!” De kanttekening legt uit wat dat bloed betekent: het duidt de verdorvenheid van de natuur aan waarin wij allen ontvangen en geboren zijn. En zij noemt dat Leef een bevel dat een belofte van leven inhoudt. God wil zeggen: al bent u onrein en misvormd, en al ligt u als het ware midden in de dood, Ik zal toch maken dat u leeft.
Waarom staat het er twee keer? Ook daar heeft de kanttekening een antwoord op, en het is een mooi antwoord: om te tonen dat God Zijn beloften herhaaldelijk vernieuwd heeft en dat zij vaststaan. De verdubbeling is geen stijlfiguur maar een waarborg.
Jaren later gaat Hij opnieuw voorbij, en dan is het kind volwassen geworden. Wat er dan gebeurt is een huwelijk. Hij breidt Zijn vleugel over haar uit en dekt haar naaktheid, Hij zweert haar, Hij komt met haar in een verbond, en dan staat er in vier woorden wat dat betekent: en gij werdt de Mijne. De kanttekening zegt waarover het gaat: over het geestelijke huwelijk dat God uit louter genade en liefde met Zijn volk aangegaan is, een genadeverbond in de Messias. En zij verwijst voor dat uitspreiden van de vleugel naar Ruth, waar een weduwe aan de voeten van haar losser om precies dat vraagt.
Wat er tussen vers acht en vers negenenvijftig staat, is het treurigste deel van het hoofdstuk, en het hoeft hier niet nagelopen te worden: de bruid is ontrouw geworden en heeft het geschenk gebruikt tegen de Gever. God noemt haar handelwijze bij name en zegt dat Hij haar zal doen zoals zij gedaan heeft, want zij heeft de eed veracht en het verbond gebroken.
En dan valt het woord waarmee alles omdraait: evenwel. “Evenwel zal Ik gedachtig wezen aan Mijn verbond met u, in de dagen uwer jonkheid, en Ik zal met u een eeuwig verbond oprichten.” De kanttekening wijst aan welk verbond bedoeld wordt: het verbond met Abraham, Izak en Jakob, dat rustte op de verdiensten van de komende Messias. Het nieuwe hangt aan het oude en is er een vernieuwing van, en het staat, staat er uitdrukkelijk bij, ook open voor alle heidenen die in Christus zouden geloven.
Het slotvers zegt hoe dat afloopt bij de vrouw zelf. Zij zal zich schamen en haar mond niet meer opendoen — niet omdat zij monddood gemaakt is, maar omdat er niets meer goed te praten valt. En de reden staat erachter: wanneer Ik voor u verzoening doen zal over al hetgeen gij gedaan hebt. Het hoofdstuk begint dus met een kind in zijn bloed en eindigt met een verzoening, en tussen die twee in staat een verbond dat één van beide partijen niet gehouden heeft.
Paulus schrijft eeuwen later over een Bruidegom Die Zijn gemeente liefhad en Zichzelf voor haar overgaf, om haar te reinigen en zonder vlek of rimpel voor Zich te stellen. Dat is dit hoofdstuk, verteld vanaf de andere kant.
Ezechiël 16:8 — God spreidt Zijn vleugel uit, zweert, en gaat een verbond aan.
Ezechiël 16:59 — De eed wordt veracht en het verbond gebroken — door haar, niet door Hem.
Ezechiël 16:60 — Evenwel: God gedenkt Zijn verbond en richt een eeuwig verbond op.
Ezechiël 16:63 — En de grond daarvan is een verzoening die Hij doen zal.
Efeze 5:25-27 — De Bruidegom Die Zichzelf overgaf om Zijn bruid te reinigen.
In het Nieuwe Testament: Efeze 5:25-27; Titus 3:3-5; Jeremia 31:31-34; Openbaring 19:7-8
Hoever dit reikt: De kanttekenaars lezen dit hoofdstuk zelf christologisch: het verbond van vers 8 heet bij hen een genadeverbond in de Messias, en het eeuwig verbond van vers 60 rust volgens hen op de verdiensten van de komende Messias. Wat het Nieuwe Testament niet doet, is dit hoofdstuk aanhalen. Het verband met Efeze 5 berust dus niet op een aanhaling. Het rust op het beeld van het huwelijk, dat in de Schrift vaker dient voor de verhouding tussen God en Zijn volk.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Ezechiël 16:2.KruisverwijzingenEzechiël 22:2→Ezechiël 20:4→Jesaja 58:1→Ezechiël 23:36→Ezechiël 33:7→Ezechiël 8:9→Hosea 8:1→ — Mensenkind, maak Jeruzalem haar gruwelen bekend, Dit is een zeer nodig bevel. Want zolang mensen hun ziekte niet kennen, zullen zij zich niet tot de grote Geneesheer wenden. Alleen wie weet dat hij arm is, wil een aalmoes aannemen. Het hoort dus bij de taak van Gods knechten om zondaars hun boze wegen te doen kennen: “Mensenkind, maak Jeruzalem haar gruwelen bekend.”
Ezechiël 16:3.KruisverwijzingenEzechiël 16:45→Ezechiël 21:30→Genesis 15:16→Deuteronomium 20:17→Johannes 8:44→Ezra 9:1→Mattheüs 11:24→Lukas 3:7→ — En zeg: Alzo zegt de Heere HEERE tot Jeruzalem: Uw handelingen en uw geboorten zijn uit het land der Kanaanieten; uw vader was een Amoriet en uw moeder een Hethietische. Abraham, de vader van het volk, kwam van de overzijde van de rivier. Maar hier schrijft God, om de zonde van het volk, hun geboorte toe aan de plaats waar zij zich gevestigd hadden, en niet aan die uitverkoren en edele man. Zij hadden zo lang in Kanaän gewoond dat zij Kanaänieten geworden waren. Hun gewoonten waren zo slecht dat er weinig te kiezen viel tussen de Israëlieten en de Amorieten en Hethieten die God in Zijn toorn geslagen had. Daarom zegt de HEERE: “uw vader was een Amoriet en uw moeder een Hethietische”.
Ezechiël 16:5.KruisverwijzingenJesaja 49:15→Jeremia 9:21→Klaagliederen 2:11→Deuteronomium 32:10→Jeremia 22:19→Klaagliederen 2:19→Ezechiël 2:6→Exodus 1:22→ — Geen oog had medelijden over u, om u een van deze dingen te doen, om zich over u te erbarmen; maar gij zijt geworpen geweest op het vlakke des velds, om de walgelijkheid van uw ziel, ten dage, toen gij geboren waart. U herinnert zich dat Farao alle mannelijke kinderen van de gevangen Israëlieten trachtte te doden. Geen sterfelijk oog had medelijden met dat vertrapte volk in het diensthuis. Maar God zag uit de hemel neer in liefde, in ontferming en in genade.
Ezechiël 16:6-7.KruisverwijzingenJohannes 5:25→Exodus 1:7→Deuteronomium 1:10→Titus 3:3→Efeze 2:4→Ezechiël 16:22→Hebreeën 10:29→Psalmen 105:26→ — Als Ik bij u voorbijging, zo zag Ik u, vertreden zijnde in uw bloed, en Ik zeide tot u in uw bloed: Leef; ja, Ik zeide tot u in uw bloed: Leef! Ik heb u tot tien duizend, als het gewas des velds, gemaakt; en gij zijt gegroeid, en groot geworden, en zijt gekomen tot grote sierlijkheid; uw borsten zijn vast geworden, en uw haar is gewassen, doch gij waart naakt en bloot. Israël trok uit Egypte, uitermate vermenigvuldigd, een groot volk. En toen zij zich in Kanaän gevestigd hadden, namen zij nog toe, totdat zij een talrijk en machtig volk waren. Bedenk dat heel deze beschrijving geestelijk op ons van toepassing is. Er was een dag dat ook wij verontreinigd leken, weggeworpen en aan het verderf overgelaten. Maar God ging voorbij in grote barmhartigheid en zei tot ons: leef!
Ezechiël 16:8-9.KruisverwijzingenRuth 3:9→Jesaja 43:4→Romeinen 5:8→Exodus 19:4→Jeremia 2:2→Jeremia 31:3→1 Samuël 12:22→Ezechiël 16:6→ — Als Ik nu bij u voorbijging, zag Ik u, en ziet, uw tijd was de tijd der minne; zo breidde Ik Mijn vleugel over u uit, en dekte uw naaktheid; ja, Ik zwoer u, en kwam met u in een verbond, spreekt de Heere HEERE en gij werdt de Mijne. Daarna wies Ik u met water, en Ik spoelde uw bloed van u af, en zalfde u met olie. Hoe wonderlijk heeft de HEERE dit alles voor ons gedaan! Onze wassing en onze zalving kunnen wij nooit vergeten.
Ezechiël 16:10.KruisverwijzingenEzechiël 16:18→Ezechiël 16:13→Jesaja 61:10→Ezechiël 27:16→Exodus 26:36→Ezechiël 27:7→Jesaja 61:3→Genesis 41:42→ — Ik bekleedde u ook met gestikt werk, en Ik schoeide u met dassenvellen, en omgordde u met fijn linnen, en bedekte u met zijde. Alles wat God voor Israël doen kon, heeft Hij gedaan. Dat arme, behoeftige volk nam toe en vermenigvuldigde zich, totdat het in de dagen van David en Salomo hoog aangeschreven stond onder de volken en buitengewoon rijk en welvarend was. Zo heeft God ook met ons gehandeld. Hij is de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, “Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in den hemel in Christus”. Wij die kort geleden nog als hulpeloos en waardeloos weggeworpen waren, heeft Hij rijk gemaakt met de schat van de hemel.
Ezechiël 16:11-13.KruisverwijzingenGenesis 24:22→Genesis 41:42→Jesaja 3:19→Genesis 24:47→Deuteronomium 32:13→1 Koningen 4:21→Psalmen 50:2→Ezechiël 23:42→ — Ook versierde Ik u met sieraad, en deed armringen aan uw handen, en een keten aan uw hals. Desgelijks deed Ik een voorhoofdsiersel aan uw aangezicht, en oorringen aan uw oren, en een kroon der heerlijkheid op uw hoofd. Zo waart gij versierd met goud en zilver, en uw kleding was fijn linnen, en zijde, en gestikt werk; gij at meelbloem, en honig, en olie, en gij waart gans zeer schoon, en waart voorspoedig, dat gij een koninkrijk werdt. Het werk van de Heere Jezus en het werk van de Heilige Geest hebben een wonderlijk heerlijk “gestikt werk” gemaakt tot onze geestelijke versiering. Terecht zingt de goede Dr. Watts:
Hoe ver gaat het hemels gewaad te boven wat aardse vorsten dragen! Wat blinken deze sieraden! Hoe wit zijn deze klederen! Wonderlijk getooid, mijn ziel, door de grote heilige Drie-eenheid! Laat al uw krachten samenstemmen in de zoetste harmonie van lof.
Ezechiël 16:14.KruisverwijzingenKlaagliederen 2:15→1 Koningen 10:24→1 Korinthe 4:7→Jozua 2:9→Jozua 9:6→Deuteronomium 4:6→2 Kronieken 9:23→2 Kronieken 2:11→ — Daartoe ging van u een naam uit onder de heidenen om uw schoonheid; want die was volmaakt door Mijn heerlijkheid, die Ik op u gelegd had, spreekt de Heere HEERE. Deze woorden gelden ongetwijfeld Israël. Maar zij passen nog veel beter op ons, wanneer wij met de gerechtigheid van Christus bekleed zijn en schoon gemaakt zijn in Zijn schoonheid.
Ezechiël 16:15.KruisverwijzingenJesaja 57:8→Jeremia 2:20→Ezechiël 16:25→Jeremia 7:4→Ezechiël 23:3→Hosea 1:2→Jesaja 1:21→Ezechiël 23:8→ — Maar gij hebt vertrouwd op uw schoonheid, en hebt gehoereerd vanwege uw naam; ja, hebt uw hoererijen uitgestort aan een ieder, die voorbijging; voor hem was zij. Zodra de Israëlieten rijk en machtig werden, begonnen zij altaren voor de valse goden te bouwen. Juist de schatten die God hun gegeven had, ontheiligden zij door er afgoden van te maken. En God noemt dit een geestelijke hoererij: zich afkeren van de ene ware God, Die de Man van dat volk was, om valse goden achterna te gaan.
Het is een kwaad teken bij ieder van ons wanneer Gods zegeningen zelf tot afgoden gemaakt worden. Begint u uw rijkdom te aanbidden, of uw gezondheid, uw kinderen, uw geleerdheid, of iets anders dat God u gegeven heeft, dan is dat uiterst tergend voor de Allerhoogste. Het is een breuk van het huwelijksverbond tussen uw ziel en God.
De rest van dit hoofdstuk is meer voor het lezen in stilte dan voor de openbare samenkomst. Het geeft een werkelijk ontzagwekkend beeld van de zonde van Israël en stapelt de vreselijkste beschrijvingen op van de manier waarop het volk zich van God afkeerde. Ik erken dat ik, na dit hoofdstuk tot het einde gelezen te hebben, verbaasd sta dat het besluit zoals het besluit. Het is een verbazingwekkend bewijs van de onveranderlijke liefde van God.
Ezechiël 16:60.KruisverwijzingenJeremia 50:5→Jesaja 55:3→Psalmen 106:45→Jeremia 31:31→Hosea 2:19→Ezechiël 16:8→Jeremia 32:38→Leviticus 26:42→ — Evenwel zal Ik gedachtig wezen aan Mijn verbond met u, in de dagen uwer jonkheid, en Ik zal met u een eeuwig verbond oprichten. Gezegend “evenwel”!
Oneindige barmhartigheid maakt mensen beschaamd over hun zondigheid. Grote vergeving brengt ootmoed én heiligheid voort. De goddelozen denken dat God, door grote zonde te vergeven, er verlof toe zou geven. Maar de HEERE weet dat het niet zo is. Hij begrijpt dat juist de grootheid van Zijn vergevende liefde de oorzaak zal zijn dat de vergeven zondaar de zonde gaat haten: “Dan zult gij uwer wegen gedenken en beschaamd zijn.”
Ezechiël 16:62-63.KruisverwijzingenRomeinen 3:19→Jeremia 24:7→Psalmen 39:9→Daniël 9:7→Ezechiël 6:7→Ezechiël 36:31→Hosea 2:18→Ezechiël 16:60→ — Want Ik zal Mijn verbond met u oprichten, en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben; Opdat gij het gedachtig zijt, en u schaamt, en niet meer uw mond opent vanwege uw schande, wanneer Ik voor u verzoening doen zal over al hetgeen gij gedaan hebt, spreekt de Heere HEERE. Vergeving van God voor grote zonde legt al onze hoogmoed het zwijgen op. Wij durven onze mond nooit meer te openen vanwege onze schande. En toch maakt het gezegende zwijgen van een dankbaar hart ware muziek voor Gods troon; en wanneer de HEERE onze lippen opent, dan zal onze mond Zijn lof verkondigen.
Twee woorden leren ons de diepste praktische wijsheid: zonde en genade. Niemand heeft ze ooit gemeten dan Één, en toen Híj ze mat, was Hij in een bloedig zweet en stortte Hij Zijn ziel uit in de dood. Alleen onze lijdende Liefhebber, de Heere Jezus Christus, kent die twee tot in hun volkomenheid.
Het Hebreeuwse woord dat hier vergeving betekent, betekent eigenlijk: iets bedekken met wat aan het bedekte kleeft en vastzit. Niet met droog stof of met bladeren, die gemakkelijk weggenomen kunnen worden, maar met lijm of pek, zodat het verborgene niet zomaar weer te voorschijn te halen is. Hetzelfde woord wordt van de ark van Noach gebruikt: “gij zult die bepekken van binnen en van buiten met pek”. Alle planken moesten met het pek bedekt worden. Niet met een dun laagje verf dat ze nauwelijks kleurde, maar met een dikke, kleverige pek die aan het hout hechtte, erin doordrong en het geheel bedekte.
Ja, het is helemaal weg. Wat God betreft heeft onze zonde opgehouden te bestaan. Hij heeft haar gelegd op Jezus Christus, onze Plaatsvervanger, en Hij heeft haar gedragen en de straf ervoor betaald. Als onze zondebok heeft Hij onze zonde volkomen weggedragen, en zij is verloren in de woestijn van de vergetelheid. In de diepten van de zee heeft Hij onze ongerechtigheden geworpen; in Zijn eigen graf heeft Hij onze overtredingen begraven.
Door het geloof in Jezus zijn al onze overtredingen zo ver van ons weggedaan als het oosten van het westen is. De diepten hebben onze zonden bedekt; er is er niet één van over. De HEERE is verzoend over alles wat wij gedaan hebben, zodat er geen grond voor twist meer overblijft. Sinds wij in Jezus Christus geloofd hebben, is onze zonde niet flauw zichtbaar geworden; zij is ook niet met zoeken als een schaduw in de verte te ontdekken. Nee, God ziet haar in eeuwigheid niet meer. De zonde is bedekt in de nadrukkelijkste zin van het woord. De HEERE heeft heel de grimmigheid van Zijn toorn afgewend, en wij mogen zeggen: “Ik dank U, HEERE! dat Gij toornig op mij geweest zijt, maar Uw toorn is afgekeerd, en Gij troost mij.”
Wanneer God onze zonde vergeeft, bedekt Hij ons zo volkomen als het hout van de ark van binnen en van buiten met pek bedekt was. Onze zonde is bedekt en geheel aan Zijn oog onttrokken. God is over ons verzoend omdat onze zonde bedekt is — en dat helemaal.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Spurgeons Commentaar
Ezechiël 16
Ezechiël 16:2.KruisverwijzingenEzechiël 22:2→Ezechiël 20:4→Jesaja 58:1→Ezechiël 23:36→Ezechiël 33:7→Ezechiël 8:9→Hosea 8:1→
— Mensenkind, maak Jeruzalem haar gruwelen bekend,
Dit is een zeer nodig bevel. Want zolang mensen hun ziekte niet kennen, zullen zij zich niet tot de grote Geneesheer wenden. Alleen wie weet dat hij arm is, wil een aalmoes aannemen. Het hoort dus bij de taak van Gods knechten om zondaars hun boze wegen te doen kennen: “Mensenkind, maak Jeruzalem haar gruwelen bekend.”
Ezechiël 16:3.KruisverwijzingenEzechiël 16:45→Ezechiël 21:30→Genesis 15:16→Deuteronomium 20:17→Johannes 8:44→Ezra 9:1→Mattheüs 11:24→Lukas 3:7→
— En zeg: Alzo zegt de Heere HEERE tot Jeruzalem: Uw handelingen en uw geboorten zijn uit het land der Kanaanieten; uw vader was een Amoriet en uw moeder een Hethietische.
Abraham, de vader van het volk, kwam van de overzijde van de rivier. Maar hier schrijft God, om de zonde van het volk, hun geboorte toe aan de plaats waar zij zich gevestigd hadden, en niet aan die uitverkoren en edele man. Zij hadden zo lang in Kanaän gewoond dat zij Kanaänieten geworden waren. Hun gewoonten waren zo slecht dat er weinig te kiezen viel tussen de Israëlieten en de Amorieten en Hethieten die God in Zijn toorn geslagen had. Daarom zegt de HEERE: “uw vader was een Amoriet en uw moeder een Hethietische”.
Ezechiël 16:5.KruisverwijzingenJesaja 49:15→Jeremia 9:21→Klaagliederen 2:11→Deuteronomium 32:10→Jeremia 22:19→Klaagliederen 2:19→Ezechiël 2:6→Exodus 1:22→
— Geen oog had medelijden over u, om u een van deze dingen te doen, om zich over u te erbarmen; maar gij zijt geworpen geweest op het vlakke des velds, om de walgelijkheid van uw ziel, ten dage, toen gij geboren waart.
U herinnert zich dat Farao alle mannelijke kinderen van de gevangen Israëlieten trachtte te doden. Geen sterfelijk oog had medelijden met dat vertrapte volk in het diensthuis. Maar God zag uit de hemel neer in liefde, in ontferming en in genade.
Ezechiël 16:6-7.KruisverwijzingenJohannes 5:25→Exodus 1:7→Deuteronomium 1:10→Titus 3:3→Efeze 2:4→Ezechiël 16:22→Hebreeën 10:29→Psalmen 105:26→
— Als Ik bij u voorbijging, zo zag Ik u, vertreden zijnde in uw bloed, en Ik zeide tot u in uw bloed: Leef; ja, Ik zeide tot u in uw bloed: Leef! Ik heb u tot tien duizend, als het gewas des velds, gemaakt; en gij zijt gegroeid, en groot geworden, en zijt gekomen tot grote sierlijkheid; uw borsten zijn vast geworden, en uw haar is gewassen, doch gij waart naakt en bloot.
Israël trok uit Egypte, uitermate vermenigvuldigd, een groot volk. En toen zij zich in Kanaän gevestigd hadden, namen zij nog toe, totdat zij een talrijk en machtig volk waren. Bedenk dat heel deze beschrijving geestelijk op ons van toepassing is. Er was een dag dat ook wij verontreinigd leken, weggeworpen en aan het verderf overgelaten. Maar God ging voorbij in grote barmhartigheid en zei tot ons: leef!
Ezechiël 16:8-9.KruisverwijzingenRuth 3:9→Jesaja 43:4→Romeinen 5:8→Exodus 19:4→Jeremia 2:2→Jeremia 31:3→1 Samuël 12:22→Ezechiël 16:6→
— Als Ik nu bij u voorbijging, zag Ik u, en ziet, uw tijd was de tijd der minne; zo breidde Ik Mijn vleugel over u uit, en dekte uw naaktheid; ja, Ik zwoer u, en kwam met u in een verbond, spreekt de Heere HEERE en gij werdt de Mijne. Daarna wies Ik u met water, en Ik spoelde uw bloed van u af, en zalfde u met olie.
Hoe wonderlijk heeft de HEERE dit alles voor ons gedaan! Onze wassing en onze zalving kunnen wij nooit vergeten.
Ezechiël 16:10.KruisverwijzingenEzechiël 16:18→Ezechiël 16:13→Jesaja 61:10→Ezechiël 27:16→Exodus 26:36→Ezechiël 27:7→Jesaja 61:3→Genesis 41:42→
— Ik bekleedde u ook met gestikt werk, en Ik schoeide u met dassenvellen, en omgordde u met fijn linnen, en bedekte u met zijde.
Alles wat God voor Israël doen kon, heeft Hij gedaan. Dat arme, behoeftige volk nam toe en vermenigvuldigde zich, totdat het in de dagen van David en Salomo hoog aangeschreven stond onder de volken en buitengewoon rijk en welvarend was. Zo heeft God ook met ons gehandeld. Hij is de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, “Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in den hemel in Christus”. Wij die kort geleden nog als hulpeloos en waardeloos weggeworpen waren, heeft Hij rijk gemaakt met de schat van de hemel.
Ezechiël 16:11-13.KruisverwijzingenGenesis 24:22→Genesis 41:42→Jesaja 3:19→Genesis 24:47→Deuteronomium 32:13→1 Koningen 4:21→Psalmen 50:2→Ezechiël 23:42→
— Ook versierde Ik u met sieraad, en deed armringen aan uw handen, en een keten aan uw hals. Desgelijks deed Ik een voorhoofdsiersel aan uw aangezicht, en oorringen aan uw oren, en een kroon der heerlijkheid op uw hoofd. Zo waart gij versierd met goud en zilver, en uw kleding was fijn linnen, en zijde, en gestikt werk; gij at meelbloem, en honig, en olie, en gij waart gans zeer schoon, en waart voorspoedig, dat gij een koninkrijk werdt.
Het werk van de Heere Jezus en het werk van de Heilige Geest hebben een wonderlijk heerlijk “gestikt werk” gemaakt tot onze geestelijke versiering. Terecht zingt de goede Dr. Watts:
Hoe ver gaat het hemels gewaad te boven
wat aardse vorsten dragen!
Wat blinken deze sieraden!
Hoe wit zijn deze klederen!
Wonderlijk getooid, mijn ziel,
door de grote heilige Drie-eenheid!
Laat al uw krachten samenstemmen
in de zoetste harmonie van lof.
Ezechiël 16:14.KruisverwijzingenKlaagliederen 2:15→1 Koningen 10:24→1 Korinthe 4:7→Jozua 2:9→Jozua 9:6→Deuteronomium 4:6→2 Kronieken 9:23→2 Kronieken 2:11→
— Daartoe ging van u een naam uit onder de heidenen om uw schoonheid; want die was volmaakt door Mijn heerlijkheid, die Ik op u gelegd had, spreekt de Heere HEERE.
Deze woorden gelden ongetwijfeld Israël. Maar zij passen nog veel beter op ons, wanneer wij met de gerechtigheid van Christus bekleed zijn en schoon gemaakt zijn in Zijn schoonheid.
Ezechiël 16:15.KruisverwijzingenJesaja 57:8→Jeremia 2:20→Ezechiël 16:25→Jeremia 7:4→Ezechiël 23:3→Hosea 1:2→Jesaja 1:21→Ezechiël 23:8→
— Maar gij hebt vertrouwd op uw schoonheid, en hebt gehoereerd vanwege uw naam; ja, hebt uw hoererijen uitgestort aan een ieder, die voorbijging; voor hem was zij.
Zodra de Israëlieten rijk en machtig werden, begonnen zij altaren voor de valse goden te bouwen. Juist de schatten die God hun gegeven had, ontheiligden zij door er afgoden van te maken. En God noemt dit een geestelijke hoererij: zich afkeren van de ene ware God, Die de Man van dat volk was, om valse goden achterna te gaan.
Het is een kwaad teken bij ieder van ons wanneer Gods zegeningen zelf tot afgoden gemaakt worden. Begint u uw rijkdom te aanbidden, of uw gezondheid, uw kinderen, uw geleerdheid, of iets anders dat God u gegeven heeft, dan is dat uiterst tergend voor de Allerhoogste. Het is een breuk van het huwelijksverbond tussen uw ziel en God.
De rest van dit hoofdstuk is meer voor het lezen in stilte dan voor de openbare samenkomst. Het geeft een werkelijk ontzagwekkend beeld van de zonde van Israël en stapelt de vreselijkste beschrijvingen op van de manier waarop het volk zich van God afkeerde. Ik erken dat ik, na dit hoofdstuk tot het einde gelezen te hebben, verbaasd sta dat het besluit zoals het besluit. Het is een verbazingwekkend bewijs van de onveranderlijke liefde van God.
Ezechiël 16:60.KruisverwijzingenJeremia 50:5→Jesaja 55:3→Psalmen 106:45→Jeremia 31:31→Hosea 2:19→Ezechiël 16:8→Jeremia 32:38→Leviticus 26:42→
— Evenwel zal Ik gedachtig wezen aan Mijn verbond met u, in de dagen uwer jonkheid, en Ik zal met u een eeuwig verbond oprichten.
Gezegend “evenwel”!
Oneindige barmhartigheid maakt mensen beschaamd over hun zondigheid. Grote vergeving brengt ootmoed én heiligheid voort. De goddelozen denken dat God, door grote zonde te vergeven, er verlof toe zou geven. Maar de HEERE weet dat het niet zo is. Hij begrijpt dat juist de grootheid van Zijn vergevende liefde de oorzaak zal zijn dat de vergeven zondaar de zonde gaat haten: “Dan zult gij uwer wegen gedenken en beschaamd zijn.”
Ezechiël 16:62-63.KruisverwijzingenRomeinen 3:19→Jeremia 24:7→Psalmen 39:9→Daniël 9:7→Ezechiël 6:7→Ezechiël 36:31→Hosea 2:18→Ezechiël 16:60→
— Want Ik zal Mijn verbond met u oprichten, en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben; Opdat gij het gedachtig zijt, en u schaamt, en niet meer uw mond opent vanwege uw schande, wanneer Ik voor u verzoening doen zal over al hetgeen gij gedaan hebt, spreekt de Heere HEERE.
Vergeving van God voor grote zonde legt al onze hoogmoed het zwijgen op. Wij durven onze mond nooit meer te openen vanwege onze schande. En toch maakt het gezegende zwijgen van een dankbaar hart ware muziek voor Gods troon; en wanneer de HEERE onze lippen opent, dan zal onze mond Zijn lof verkondigen.
Twee woorden leren ons de diepste praktische wijsheid: zonde en genade. Niemand heeft ze ooit gemeten dan Één, en toen Híj ze mat, was Hij in een bloedig zweet en stortte Hij Zijn ziel uit in de dood. Alleen onze lijdende Liefhebber, de Heere Jezus Christus, kent die twee tot in hun volkomenheid.
Het Hebreeuwse woord dat hier vergeving betekent, betekent eigenlijk: iets bedekken met wat aan het bedekte kleeft en vastzit. Niet met droog stof of met bladeren, die gemakkelijk weggenomen kunnen worden, maar met lijm of pek, zodat het verborgene niet zomaar weer te voorschijn te halen is. Hetzelfde woord wordt van de ark van Noach gebruikt: “gij zult die bepekken van binnen en van buiten met pek”. Alle planken moesten met het pek bedekt worden. Niet met een dun laagje verf dat ze nauwelijks kleurde, maar met een dikke, kleverige pek die aan het hout hechtte, erin doordrong en het geheel bedekte.
Ja, het is helemaal weg. Wat God betreft heeft onze zonde opgehouden te bestaan. Hij heeft haar gelegd op Jezus Christus, onze Plaatsvervanger, en Hij heeft haar gedragen en de straf ervoor betaald. Als onze zondebok heeft Hij onze zonde volkomen weggedragen, en zij is verloren in de woestijn van de vergetelheid. In de diepten van de zee heeft Hij onze ongerechtigheden geworpen; in Zijn eigen graf heeft Hij onze overtredingen begraven.
Door het geloof in Jezus zijn al onze overtredingen zo ver van ons weggedaan als het oosten van het westen is. De diepten hebben onze zonden bedekt; er is er niet één van over. De HEERE is verzoend over alles wat wij gedaan hebben, zodat er geen grond voor twist meer overblijft. Sinds wij in Jezus Christus geloofd hebben, is onze zonde niet flauw zichtbaar geworden; zij is ook niet met zoeken als een schaduw in de verte te ontdekken. Nee, God ziet haar in eeuwigheid niet meer. De zonde is bedekt in de nadrukkelijkste zin van het woord. De HEERE heeft heel de grimmigheid van Zijn toorn afgewend, en wij mogen zeggen: “Ik dank U, HEERE! dat Gij toornig op mij geweest zijt, maar Uw toorn is afgekeerd, en Gij troost mij.”
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas