Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Ezechiël 16

1 Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Verder geschieddeH1961 des HEERENH3068 woordH1697 totH413 mij, zeggendeH559: Verder geschiedde des HEEREN woord tot mij, zeggende:

KJV Again the word2 of the LORD3 came unto me, saying,

1 וַיְהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אֵלַ֥י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Mensenkind, maak Jeruzalem haar gruwelen bekend,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 MensenkindH1121, maakH3045 JeruzalemH3389 haar gruwelenH8441 bekendH3045, Mensenkind, maak Jeruzalem haar gruwelen bekend,

KJV Son1 of man,2 cause Jerusalem5 to know3 her abominations,

1 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 אָדָ֕ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 3 הוֹדַ֥ע H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 יְרוּשָׁלִַ֖ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 תּוֹעֲבֹתֶֽיהָ H8441 gruwelen, gruwel, gruwelijke abominable (custom, thing), abomination
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En zeg: Alzo zegt de Heere HEERE tot Jeruzalem: Uw handelingen en uw geboorten zijn uit het land der Kanaanieten; uw vader was een Amoriet en uw moeder een Hethietische.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En zegH559: AlzoH3541 zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069 tot JeruzalemH3389: Uw handelingenH4351 en uw geboortenH4138 zijn uit het landH776 der KanaanietenH3669; uw vaderH1 was een AmorietH567 en uw moederH517 een HethietischeH2850. En zeg: Alzo zegt de Heere HEERE tot Jeruzalem: Uw handelingen en uw geboorten zijn uit het land der Kanaanieten; uw vader was een Amoriet en uw moeder een Hethietische.

KJV And say,1 Thus saith3 the Lord4 GOD5 unto Jerusalem;6 Thy birth7 and thy nativity8 is of the land9 of Canaan;10 thy father11 was an Amorite,12 and thy mother13 an Hittite.

1 וְאָמַרְתָּ֞ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 כֹּה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַ֨ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 אֲדֹנָ֤י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 5 יְהוִה֙ H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 6 לִיר֣וּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 7 מְכֹרֹתַ֨יִךְ֙ H4351 handelingen, koophandels, woningen birth, habitation, nativity 8 וּמֹ֣לְדֹתַ֔יִךְ H4138 maagschap, geboorte, geboren begotten, born, issue, kindred, native(-ity) 9 מֵאֶ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 10 הַֽכְּנַעֲנִ֑י H3669 Kanaanieten, Kanaaniet, Kanaanietische Canaanite, merchant, trafficker 11 אָבִ֥יךְ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 12 הָאֱמֹרִ֖י H567 Amorieten, Amoriet, Amorietischen Amorite 13 וְאִמֵּ֥ךְ H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 14 חִתִּֽית H2850 Hethieten, Hethiet, Hethietische Hittite, Hittities
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En aangaande uw geboorten: ten dage, als gij geboren waart, werd uw navel niet afgesneden; en gij waart niet met water gewassen, toen Ik u aanschouwde; gij waart ook geenszins met zout gewreven, noch in windselen gewonden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En aangaande uw geboortenH4138: ten dageH3117, als gij geborenH3205 waart, werd uw navelH8270 nietH3808 afgesnedenH3772; en gij waart nietH3808 met waterH4325 gewassenH7364, toen Ik u aanschouwdeH4935; gij waart ook geenszinsH4414 met zout gewrevenH4414, nochH3808 in windselenH2853 gewondenH2853. En aangaande uw geboorten: ten dage, als gij geboren waart, werd uw navel niet afgesneden; en gij waart niet met water gewassen, toen Ik u aanschouwde; gij waart ook geenszins met zout gewreven, noch in windselen gewonden.

KJV And as for thy nativity,1 in the day2 thou wast born3 thy navel7 was not cut,6 neither wast thou washed10 in water8 to supple11 thee; thou wast not salted12 at all,14 nor swaddled15 at all.

1 וּמוֹלְדוֹתַ֗יִךְ H4138 maagschap, geboorte, geboren begotten, born, issue, kindred, native(-ity) 2 בְּי֨וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 הוּלֶּ֤דֶת H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 4 אֹתָךְ֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 כָרַּ֣ת H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 7 שָׁרֵּ֔ךְ H8270 navel navel 8 וּבְמַ֥יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 9 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 רֻחַ֖צְתְּ H7364 baden, wassen, wies bathe (self), wash (self) 11 לְמִשְׁעִ֑י H4935 aanschouwde to supple 12 וְהָמְלֵ֨חַ֙ H4414 geenszins, gemengd, verdwijnen [idiom] at all, salt, season, temper together, vanish away 13 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 הֻמְלַ֔חַתְּ H4414 geenszins, gemengd, verdwijnen [idiom] at all, salt, season, temper together, vanish away 15 וְהָחְתֵּ֖ל H2853 gewonden, windselen [idiom] at all, swaddle 16 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 חֻתָּֽלְתְּ H2853 gewonden, windselen [idiom] at all, swaddle
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Geen oog had medelijden over u, om u een van deze dingen te doen, om zich over u te erbarmen; maar gij zijt geworpen geweest op het vlakke des velds, om de walgelijkheid van uw ziel, ten dage, toen gij geboren waart.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 GeenH3808 oogH5869 had medelijdenH2347 overH5921 u, om u eenH259 van dezeH428 dingen te doenH6213, om zich over u te erbarmenH2550; maar gij zijt geworpenH7993 geweest op het vlakkeH6440 des veldsH7704, om de walgelijkheidH1604 van uw zielH5315, ten dageH3117, toen gij geborenH3205 waart. Geen oog had medelijden over u, om u een van deze dingen te doen, om zich over u te erbarmen; maar gij zijt geworpen geweest op het vlakke des velds, om de walgelijkheid van uw ziel, ten dage, toen gij geboren waart.

KJV None eye4 pitied2 thee, to do5 any7 of these unto thee, to have compassion9 upon thee; but thou wast cast out11 in the open13 field,14 to the lothing15 of thy person,16 in the day17 that thou wast born.

1 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 חָ֨סָה H2347 verschonen, sparen, verschone pity, regard, spare 3 עָלַ֜יִךְ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 עַ֗יִן H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 5 לַעֲשׂ֥וֹת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 6 לָ֛ךְ 7 אַחַ֥ת H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 8 מֵאֵ֖לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 9 לְחֻמְלָ֣ה H2550 verschonen, sparen, verschoonde have compassion, (have) pity, spare 10 עָלָ֑יִךְ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 וַֽתֻּשְׁלְכִ֞י H7993 wierp, werpen, geworpen adventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw 12 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 13 פְּנֵ֤י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 14 הַשָּׂדֶה֙ H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 15 בְּגֹ֣עַל H1604 walgelijkheid loathing 16 נַפְשֵׁ֔ךְ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 17 בְּי֖וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 18 הֻלֶּ֥דֶת H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 19 אֹתָֽךְ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Als Ik bij u voorbijging, zo zag Ik u, vertreden zijnde in uw bloed, en Ik zeide tot u in uw bloed: Leef; ja, Ik zeide tot u in uw bloed: Leef!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Als Ik bijH5921 u voorbijgingH5674, zo zagH7200 Ik u, vertredenH947 zijnde in uw bloedH1818, en Ik zeideH559 tot u in uw bloedH1818: LeefH2421; ja, Ik zeideH559 tot u in uw bloedH1818: LeefH2421! Als Ik bij u voorbijging, zo zag Ik u, vertreden zijnde in uw bloed, en Ik zeide tot u in uw bloed: Leef; ja, Ik zeide tot u in uw bloed: Leef!

KJV And when I passed1 by thee, and saw3 thee polluted4 in thine own blood,5 I said6 unto thee when thou wast in thy blood,8 Live;9 yea, I said10 unto thee when thou wast in thy blood,12 Live.

1 וָאֶעֱבֹ֤ר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 2 עָלַ֨יִךְ֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 וָֽאֶרְאֵ֔ךְ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 4 מִתְבּוֹסֶ֖סֶת H947 vertreden, treden, vertreedt loath, tread (down, under (foot)), be polluted 5 בְּדָמָ֑יִךְ H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 6 וָאֹ֤מַר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 לָךְ֙ 8 בְּדָמַ֣יִךְ H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 9 חֲיִ֔י H2421 leven, leefde, levend keep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole 10 וָאֹ֥מַר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 11 לָ֖ךְ 12 בְּדָמַ֥יִךְ H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 13 חֲיִֽי H2421 leven, leefde, levend keep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Ik heb u tot tien duizend, als het gewas des velds, gemaakt; en gij zijt gegroeid, en groot geworden, en zijt gekomen tot grote sierlijkheid; uw borsten zijn vast geworden, en uw haar is gewassen, doch gij waart naakt en bloot.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Ik heb u tot tien duizendH7233, als het gewasH6780 des veldsH7704, gemaakt; en gij zijt gegroeidH7235, en grootH1431 geworden, en zijt gekomenH935 tot grote sierlijkheidH5716; uw borstenH7699 zijn vastH3559 geworden, en uw haar is gewassenH6779, doch gijH859 waart naaktH5903 en blootH6181. Ik heb u tot tien duizend, als het gewas des velds, gemaakt; en gij zijt gegroeid, en groot geworden, en zijt gekomen tot grote sierlijkheid; uw borsten zijn vast geworden, en uw haar is gewassen, doch gij waart naakt en bloot.

KJV I have caused4 thee to multiply1 as the bud2 of the field,3 and thou hast increased5 and waxen great,6 and thou art come7 to excellent8 ornaments:9 thy breasts10 are fashioned,11 and thine hair12 is grown,13 whereas thou wast naked15 and bare.

1 רְבָבָ֗ה H7233 tien duizend, tien duizenden, tienduizenden many, million, [idiom] multiply, ten thousand 2 כְּצֶ֤מַח H6780 gewas, SPRUIT, SPRUITE branch, bud, that which (where) grew (upon), spring(-ing) 3 הַשָּׂדֶה֙ H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 4 נְתַתִּ֔יךְ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 5 וַתִּרְבִּי֙ H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 6 וַֽתִּגְדְּלִ֔י H1431 groot, groter, maakt advance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower 7 וַתָּבֹ֖אִי H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 8 בַּעֲדִ֣י H5716 sieraad, versiersel, mond [idiom] excellent, mouth, ornament 9 עֲדָיִ֑ים H5716 sieraad, versiersel, mond [idiom] excellent, mouth, ornament 10 שָׁדַ֤יִם H7699 borsten, borst breast, pap, teat 11 נָכֹ֨נוּ֙ H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed 12 וּשְׂעָרֵ֣ךְ H8181 haren, geschieden, harig hair(-y), [idiom] rough 13 צִמֵּ֔חַ H6779 uitspruiten, gewassen, spruiten bear, bring forth, (cause to, make to) bud (forth), (cause to, make to) grow (again, up), (cause to) spring (forth, up) 14 וְאַ֖תְּ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 15 עֵרֹ֥ם H5903 naakt, naakte, naaktheid naked(-ness) 16 וְעֶרְיָֽה H6181 bloot, blote, naakte bare, naked, [idiom] quite
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Als Ik nu bij u voorbijging, zag Ik u, en ziet, uw tijd was de tijd der minne; zo breidde Ik Mijn vleugel over u uit, en dekte uw naaktheid; ja, Ik zwoer u, en kwam met u in een verbond, spreekt de Heere HEERE en gij werdt de Mijne.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Als Ik nu bijH5921 u voorbijgingH5674, zagH7200 Ik u, en zietH2009, uw tijdH6256 wasH1961 de tijdH6256 der minneH1730; zo breiddeH6566 Ik Mijn vleugelH3671 overH5921 u uit, en dekteH3680 uw naaktheidH6172; ja, Ik zwoerH7650 u, en kwamH935 met u in een verbondH1285, spreektH5002 de HeereH136 HEEREH3069 en gij werdt de Mijne. Als Ik nu bij u voorbijging, zag Ik u, en ziet, uw tijd was de tijd der minne; zo breidde Ik Mijn vleugel over u uit, en dekte uw naaktheid; ja, Ik zwoer u, en kwam met u in een verbond, spreekt de Heere HEERE en gij werdt de Mijne.

KJV Now when I passed1 by thee, and looked3 upon thee, behold, thy time5 was the time6 of love;7 and I spread8 my skirt9 over thee, and covered11 thy nakedness:12 yea, I sware13 unto thee, and entered15 into a covenant16 with thee, saith18 the Lord19 GOD,

1 וָאֶעֱבֹ֨ר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 2 עָלַ֜יִךְ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 וָאֶרְאֵ֗ךְ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 4 וְהִנֵּ֤ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 5 עִתֵּךְ֙ H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 6 עֵ֣ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 7 דֹּדִ֔ים H1730 Liefste, oom, ooms (well-) beloved, father's brother, love, uncle 8 וָאֶפְרֹ֤שׂ H6566 uitbreiden, uitspreiden, breidde break, chop in pieces, lay open, scatter, spread (abroad, forth, selves, out), stretch (forth, out) 9 כְּנָפִי֙ H3671 vleugelen, vleugel, slip [phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed) 10 עָלַ֔יִךְ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 וָאֲכַסֶּ֖ה H3680 bedekt, bedekken, bedekte clad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה) 12 עֶרְוָתֵ֑ךְ H6172 schaamte, naaktheid, bloot nakedness, shame, unclean(-ness) 13 וָאֶשָּׁ֣בַֽע H7650 gezworen, zweren, zwoer adjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear 14 לָ֠ךְ 15 וָאָב֨וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 16 בִבְרִ֜ית H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 17 אֹתָ֗ךְ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 18 נְאֻ֛ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 19 אֲדֹנָ֥י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 20 יְהוִ֖ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 21 וַתִּ֥הְיִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 22 לִֽי
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Daarna wies Ik u met water, en Ik spoelde uw bloed van u af, en zalfde u met olie.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Daarna wiesH7364 Ik u met waterH4325, en Ik spoeldeH7857 uw bloedH1818 van u af, en zalfdeH5480 u met olieH8081. Daarna wies Ik u met water, en Ik spoelde uw bloed van u af, en zalfde u met olie.

KJV Then washed1 I thee with water;2 yea, I throughly washed away3 thy blood4 from thee, and I anointed6 thee with oil.

1 וָאֶרְחָצֵ֣ךְ H7364 baden, wassen, wies bathe (self), wash (self) 2 בַּמַּ֔יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 3 וָאֶשְׁטֹ֥ף H7857 overstromen, gespoeld, overlopen drown, (over-) flow(-whelm, rinse, run, rush, (throughly) wash (away) 4 דָּמַ֖יִךְ H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 5 מֵֽעָלָ֑יִךְ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 וָאֲסֻכֵ֖ךְ H5480 zalfde, zalf, zalven anoint (self), [idiom] at all 7 בַּשָּֽׁמֶן H8081 olie, olieachtige, Olie anointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Ik bekleedde u ook met gestikt werk, en Ik schoeide u met dassenvellen, en omgordde u met fijn linnen, en bedekte u met zijde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Ik bekleeddeH3847 u ook met gestiktH7553 werk, en Ik schoeideH5274 u met dassenvellenH8476, en omgorddeH2280 u met fijn linnenH8336, en bedekteH3680 u met zijde. Ik bekleedde u ook met gestikt werk, en Ik schoeide u met dassenvellen, en omgordde u met fijn linnen, en bedekte u met zijde.

KJV I clothed1 thee also with broidered work,2 and shod3 thee with badgers' skin,4 and I girded5 thee about with fine linen,6 and I covered7 thee with silk.

1 וָאַלְבִּישֵׁ֣ךְ H3847 bekleed, aantrekken, trok (in) apparel, arm, array (self), clothe (self), come upon, put (on, upon), wear 2 רִקְמָ֔ה H7553 gestikt, gestikte, borduursel broidered (work), divers colours, (raiment of) needlework (on both sides) 3 וָאֶנְעֲלֵ֖ךְ H5274 besloten, slot, grendel bolt, inclose, lock, shoe, shut up 4 תָּ֑חַשׁ H8476 dassenvellen badger 5 וָאֶחְבְּשֵׁ֣ךְ H2280 verbinden, zadelde, verbindt bind (up), gird about, govern, healer, put, saddle, wrap about 6 בַּשֵּׁ֔שׁ H8336 linnen, marmeren, marmer [idiom] blue, fine (twined) linen, marble, silk 7 וַאֲכַסֵּ֖ךְ H3680 bedekt, bedekken, bedekte clad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה) 8 מֶֽשִׁי H4897 silk
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Ook versierde Ik u met sieraad, en deed armringen aan uw handen, en een keten aan uw hals.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Ook versierdeH5710 Ik u met sieraadH5716, en deed armringenH6781 aanH5921 uw handenH3027, en een ketenH7242 aanH5921 uw halsH1627. Ook versierde Ik u met sieraad, en deed armringen aan uw handen, en een keten aan uw hals.

KJV I decked1 thee also with ornaments,2 and I put3 bracelets4 upon thy hands,6 and a chain7 on thy neck.

1 וָאֶעְדֵּ֖ךְ H5710 versierd, versierdet, Versier adorn, deck (self), pass by, take away 2 עֶ֑דִי H5716 sieraad, versiersel, mond [idiom] excellent, mouth, ornament 3 וָאֶתְּנָ֤ה H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 4 צְמִידִים֙ H6781 armringen, armring, deksel bracelet, covering 5 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 יָדַ֔יִךְ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 7 וְרָבִ֖יד H7242 keten chain 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 גְּרוֹנֵֽךְ H1627 keel, hals [idiom] aloud, mouth, neck, throat
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Desgelijks deed Ik een voorhoofdsiersel aan uw aangezicht, en oorringen aan uw oren, en een kroon der heerlijkheid op uw hoofd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Desgelijks deed Ik een voorhoofdsierselH5141 aanH5921 uw aangezichtH639, en oorringenH5694 aanH5921 uw orenH241, en een kroonH5850 der heerlijkheidH8597 op uw hoofdH7218. Desgelijks deed Ik een voorhoofdsiersel aan uw aangezicht, en oorringen aan uw oren, en een kroon der heerlijkheid op uw hoofd.

KJV And I put1 a jewel2 on thy forehead,4 and earrings5 in thine ears,7 and a beautiful9 crown8 upon thine head.

1 וָאֶתֵּ֥ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 נֶ֨זֶם֙ H5141 voorhoofdsiersel, oorsierselen, voorhoofdsierselen earring, jewel 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 אַפֵּ֔ךְ H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 5 וַעֲגִילִ֖ים H5694 oorring, oorringen earring 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 אָזְנָ֑יִךְ H241 oren, oor, Oren [phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show 8 וַעֲטֶ֥רֶת H5850 kroon, kronen, Kroon crown 9 תִּפְאֶ֖רֶת H8597 heerlijkheid, sieraad, sierlijke beauty(-iful), bravery, comely, fair, glory(-ious), honour, majesty 10 בְּרֹאשֵֽׁךְ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Zo waart gij versierd met goud en zilver, en uw kleding was fijn linnen, en zijde, en gestikt werk; gij at meelbloem, en honig, en olie, en gij waart gans zeer schoon, en waart voorspoedig, dat gij een koninkrijk werdt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Zo waartH3302 gij versierdH5710 met goudH2091 en zilverH3701, en uw kledingH4403 was fijn linnenH8336, en zijde, en gestiktH7553 werk; gij atH398 meelbloemH5560, en honigH1706, en olieH8081, en gij waart gansH3966 zeer schoonH3302, en waart voorspoedigH6743, dat gij een koninkrijkH4410 werdt. Zo waart gij versierd met goud en zilver, en uw kleding was fijn linnen, en zijde, en gestikt werk; gij at meelbloem, en honig, en olie, en gij waart gans zeer schoon, en waart voorspoedig, dat gij een koninkrijk werdt.

KJV Thus wast thou decked1 with gold2 and silver;3 and thy raiment4 was of fine linen,5 and silk,6 and broidered work;7 thou didst eat11 fine flour,8 and honey,9 and oil:10 and thou wast exceeding13 beautiful,12 and thou didst prosper15 into a kingdom.

1 וַתַּעְדִּ֞י H5710 versierd, versierdet, Versier adorn, deck (self), pass by, take away 2 זָהָ֣ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 3 וָכֶ֗סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 4 וּמַלְבּוּשֵׁךְ֙ H4403 kleding, kledingen, gewaad apparel, raiment, vestment 5 שֵׁ֤שׁ H8336 linnen, marmeren, marmer [idiom] blue, fine (twined) linen, marble, silk 6 וָמֶ֨שִׁי֙ H4897 silk 7 וְרִקְמָ֔ה H7553 gestikt, gestikte, borduursel broidered (work), divers colours, (raiment of) needlework (on both sides) 8 סֹ֧לֶת H5560 meelbloem (fine) flour, meal 9 וּדְבַ֛שׁ H1706 honig, honigs, honigvloed honey(-comb) 10 וָשֶׁ֖מֶן H8081 olie, olieachtige, Olie anointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine 11 אָכָ֑לְתְּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 12 וַתִּ֨יפִי֙ H3302 schoon, oppronken, pronkt be beautiful, be (make self) fair(-r), deck 13 בִּמְאֹ֣ד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well 14 מְאֹ֔ד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well 15 וַֽתִּצְלְחִ֖י H6743 voorspoedig, vaardig, gedijen break out, come (mightily), go over, be good, be meet, be profitable, (cause to, effect, make to, send) prosper(-ity, -ous, -ously) 16 לִמְלוּכָֽה H4410 koninkrijk, koninklijk, koninkrijks kingsom, king's, [idiom] royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Daartoe ging van u een naam uit onder de heidenen om uw schoonheid; want die was volmaakt door Mijn heerlijkheid, die Ik op u gelegd had, spreekt de Heere HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Daartoe ging van u een naamH8034 uit onder de heidenenH1471 om uw schoonheidH3308; wantH3588 die was volmaaktH3632 door Mijn heerlijkheidH1926, die Ik opH5921 u gelegdH7760 had, spreektH5002 de HeereH136 HEEREH3069. Daartoe ging van u een naam uit onder de heidenen om uw schoonheid; want die was volmaakt door Mijn heerlijkheid, die Ik op u gelegd had, spreekt de Heere HEERE.

Ook in dit vers werdtH3318

KJV And thy renown3 went forth1 among the heathen4 for thy beauty:5 for it was perfect7 through my comeliness,9 which I had put11 upon thee, saith13 the Lord14 GOD.

1 וַיֵּ֨צֵא H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 2 לָ֥ךְ 3 שֵׁ֛ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 4 בַּגּוֹיִ֖ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 5 בְּיָפְיֵ֑ךְ H3308 schoonheid beauty 6 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 כָּלִ֣יל H3632 geheel, ganselijk, volmaakt all, every whit, flame, perfect(-ion), utterly, whole burnt offering (sacrifice), wholly 8 ה֗וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 9 בַּֽהֲדָרִי֙ H1926 heerlijkheid, sieraad, eer beauty, comeliness, excellency, glorious, glory, goodly, honour, majesty 10 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 שַׂ֣מְתִּי H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 12 עָלַ֔יִךְ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 נְאֻ֖ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 14 אֲדֹנָ֥י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 15 יְהוִֽה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Maar gij hebt vertrouwd op uw schoonheid, en hebt gehoereerd vanwege uw naam; ja, hebt uw hoererijen uitgestort aan een ieder, die voorbijging; voor hem was zij.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Maar gij hebt vertrouwdH982 op uw schoonheidH3308, en hebt gehoereerdH2181 vanwegeH5921 uw naamH8034; ja, hebt uw hoererijenH8457 uitgestortH8210 aanH5921 een iederH3605, die voorbijgingH5674; voor hem was zij. Maar gij hebt vertrouwd op uw schoonheid, en hebt gehoereerd vanwege uw naam; ja, hebt uw hoererijen uitgestort aan een ieder, die voorbijging; voor hem was zij.

KJV But thou didst trust1 in thine own beauty,2 and playedst the harlot3 because of thy renown,5 and pouredst out6 thy fornications8 on every one that passed by;

1 וַתִּבְטְחִ֣י H982 vertrouwt, vertrouwen, vertrouw be bold (confident, secure, sure), careless (one, woman), put confidence, (make to) hope, (put, make to) trust 2 בְיָפְיֵ֔ךְ H3308 schoonheid beauty 3 וַתִּזְנִ֖י H2181 hoer, hoereren, gehoereerd (cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish 4 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 שְׁמֵ֑ךְ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 6 וַתִּשְׁפְּכִ֧י H8210 vergoten, uitgieten, stort cast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 תַּזְנוּתַ֛יִךְ H8457 hoererijen, hoererij fornication, whoredom 9 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 עוֹבֵ֖ר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 12 לוֹ 13 יֶֽהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 En gij hebt van uw klederen genomen, en u gemaakt geplekte hoogten, en hebt daarop gehoereerd; zulks is niet gekomen, en zal niet geschieden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 En gij hebt van uw klederenH899 genomenH3947, en u gemaaktH6213 geplekteH2921 hoogtenH1116, en hebt daarop gehoereerdH2181; zulks isH1961 niet gekomenH935, en zal niet geschieden. En gij hebt van uw klederen genomen, en u gemaakt geplekte hoogten, en hebt daarop gehoereerd; zulks is niet gekomen, en zal niet geschieden.

KJV And of thy garments2 thou didst take,1 and deckedst3 thy high places5 with divers colours,6 and playedst the harlot7 thereupon: the like things shall not come,

1 וַתִּקְחִ֣י H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 מִבְּגָדַ֗יִךְ H899 klederen, kleed, ambtsklederen apparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe 3 וַתַּֽעֲשִׂי H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 4 לָךְ֙ 5 בָּמ֣וֹת H1116 hoogten, hoogte, Bamoth height, high place, wave 6 טְלֻא֔וֹת H2921 geplekte, bevlekte, geplekt clouted, with divers colours, spotted 7 וַתִּזְנִ֖י H2181 hoer, hoereren, gehoereerd (cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish 8 עֲלֵיהֶ֑ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 בָא֖וֹת H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 11 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 יִהְיֶֽה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Daartoe hebt gij genomen de vaten uws sieraads van Mijn goud en van Mijn zilver, dat Ik u gegeven had, en gij hebt u mansbeelden gemaakt, en gij hebt met dezelve gehoereerd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Daartoe hebt gij genomenH3947 de vatenH3627 uws sieraadsH8597 van Mijn goudH2091 en van Mijn zilverH3701, datH834 Ik u gegevenH5414 had, en gij hebt u mansbeeldenH6754 gemaaktH6213, en gij hebt met dezelve gehoereerdH2181. Daartoe hebt gij genomen de vaten uws sieraads van Mijn goud en van Mijn zilver, dat Ik u gegeven had, en gij hebt u mansbeelden gemaakt, en gij hebt met dezelve gehoereerd.

KJV Thou hast also taken1 thy fair3 jewels2 of my gold4 and of my silver,5 which I had given7 thee, and madest9 to thyself images11 of men,12 and didst commit whoredom

1 וַתִּקְחִ֞י H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 כְּלֵ֣י H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 3 תִפְאַרְתֵּ֗ךְ H8597 heerlijkheid, sieraad, sierlijke beauty(-iful), bravery, comely, fair, glory(-ious), honour, majesty 4 מִזְּהָבִ֤י H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 5 וּמִכַּסְפִּי֙ H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 6 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 נָתַ֣תִּי H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 8 לָ֔ךְ 9 וַתַּעֲשִׂי H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 10 לָ֖ךְ 11 צַלְמֵ֣י H6754 beelden, beeld, evenbeeld image, vain shew 12 זָכָ֑ר H2145 mannelijk, manspersonen, mannetje [idiom] him, male, man(child, -kind) 13 וַתִּזְנִי H2181 hoer, hoereren, gehoereerd (cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish 14 בָֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En gij hebt uw gestikte klederen genomen, en hebt ze bedekt; en gij hebt Mijn olie en Mijn reukwerk voor hun aangezichten gesteld.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En gij hebt uw gestikteH7553 klederenH899 genomenH3947, en hebt ze bedektH3680; en gij hebt Mijn olieH8081 en Mijn reukwerkH7004 voor hun aangezichtenH6440 gesteldH5414. En gij hebt uw gestikte klederen genomen, en hebt ze bedekt; en gij hebt Mijn olie en Mijn reukwerk voor hun aangezichten gesteld.

KJV And tookest1 thy broidered4 garments,3 and coveredst5 them: and thou hast set8 mine oil6 and mine incense7 before

1 וַתִּקְחִ֛י H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 בִּגְדֵ֥י H899 klederen, kleed, ambtsklederen apparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe 4 רִקְמָתֵ֖ךְ H7553 gestikt, gestikte, borduursel broidered (work), divers colours, (raiment of) needlework (on both sides) 5 וַתְּכַסִּ֑ים H3680 bedekt, bedekken, bedekte clad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה) 6 וְשַׁמְנִי֙ H8081 olie, olieachtige, Olie anointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine 7 וּקְטָרְתִּ֔י H7004 reukwerk, reukwerks, reukaltaar (sweet) incense, perfume 8 נָתַ֖תְּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 9 לִפְנֵיהֶֽם H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En Mijn brood, hetwelk Ik u gaf, meelbloem en olie, en honig, waarmede Ik u spijsde, dat hebt gij ook voor hun aangezichten gesteld tot een liefelijken reuk; zo is het geschied, spreekt de Heere HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En Mijn broodH3899, hetwelk Ik u gaf, meelbloemH5560 en olieH8081, en honigH1706, waarmede Ik u spijsdeH398, dat hebt gij ook voor hun aangezichtenH6440 gesteldH5414 tot een liefelijkenH5207 reukH7381; zo isH1961 het geschied, spreektH5002 de HeereH136 HEEREH3069. En Mijn brood, hetwelk Ik u gaf, meelbloem en olie, en honig, waarmede Ik u spijsde, dat hebt gij ook voor hun aangezichten gesteld tot een liefelijken reuk; zo is het geschied, spreekt de Heere HEERE.

KJV My meat1 also which I gave3 thee, fine flour,5 and oil,6 and honey,7 wherewith I fed8 thee, thou hast even set9 it before10 them for a sweet12 savour:11 and thus it was, saith14 the Lord15 GOD.

1 וְלַחְמִי֩ H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 2 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 נָתַ֨תִּי H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 4 לָ֜ךְ 5 סֹ֣לֶת H5560 meelbloem (fine) flour, meal 6 וָשֶׁ֤מֶן H8081 olie, olieachtige, Olie anointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine 7 וּדְבַשׁ֙ H1706 honig, honigs, honigvloed honey(-comb) 8 הֶֽאֱכַלְתִּ֔יךְ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 9 וּנְתַתִּ֧יהוּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 10 לִפְנֵיהֶ֛ם H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 11 לְרֵ֥יחַ H7381 reuk, reuks savour, scent, smell 12 נִיחֹ֖חַ H5207 liefelijken, liefelijke sweet (odour) 13 וַיֶּ֑הִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 14 נְאֻ֖ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 15 אֲדֹנָ֥י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 16 יְהוִֽה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Verder hebt gij uw zonen en uw dochteren, die gij Mij gebaard hadt, genomen, en hebt ze denzelven geofferd om te verteren; is het wat kleins van uw hoererijen,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Verder hebt gij uw zonenH1121 en uw dochterenH1323, dieH834 gij Mij gebaardH3205 hadt, genomenH3947, en hebt ze denzelven geofferdH2076 om te verterenH398; is het wat kleinsH4592 van uw hoererijenH8457, Verder hebt gij uw zonen en uw dochteren, die gij Mij gebaard hadt, genomen, en hebt ze denzelven geofferd om te verteren; is het wat kleins van uw hoererijen,

KJV Moreover thou hast taken1 thy sons3 and thy daughters,5 whom thou hast borne7 unto me, and these hast thou sacrificed9 unto them to be devoured.11 Is this of thy whoredoms13 a small matter,

1 וַתִּקְחִ֞י H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 בָּנַ֤יִךְ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 בְּנוֹתַ֨יִךְ֙ H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 6 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 יָלַ֣דְתְּ H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 8 לִ֔י 9 וַתִּזְבָּחִ֥ים H2076 offeren, offerde, offerden kill, offer, (do) sacrifice, slay 10 לָהֶ֖ם 11 לֶאֱכ֑וֹל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 12 הַמְעַ֖ט H4592 weinig, weinige, bijna almost (some, very) few(-er, -est), lightly, little (while), (very) small (matter, thing), some, soon, [idiom] very 13 מִתַּזְנוּתָֽיִךְ H8457 hoererijen, hoererij fornication, whoredom
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Dat gij Mijn kinderen geslacht hebt, en hebt ze overgegeven, als gij dezelve voor hen door het vuur hebt doen gaan?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Dat gij Mijn kinderenH1121 geslachtH7819 hebt, en hebt ze overgegevenH5414, als gij dezelve voor hen door het vuur hebt doen gaan? Dat gij Mijn kinderen geslacht hebt, en hebt ze overgegeven, als gij dezelve voor hen door het vuur hebt doen gaan?

KJV That thou hast slain1 my children,3 and delivered4 them to cause them to pass through

1 וַֽתִּשְׁחֲטִ֖י H7819 slachten, slachtte, slachtten kill, offer, shoot out, slay, slaughter 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 בָּנָ֑י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 וַֽתִּתְּנִ֔ים H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 5 בְּהַעֲבִ֥יר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 6 אוֹתָ֖ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 לָהֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Ook hebt gij bij al uw gruwelen en uw hoererijen niet gedacht aan de dagen uwer jonkheid, als gij naakt en bloot waart, als gij vertreden waart in uw bloed.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Ook hebt gij bijH854 alH3605 uw gruwelenH8441 en uw hoererijenH8457 nietH3808 gedachtH2142 aan de dagenH3117 uwer jonkheidH5271, als gij naaktH5903 en blootH6181 waart, als gij vertredenH947 waartH1961 in uw bloedH1818. Ook hebt gij bij al uw gruwelen en uw hoererijen niet gedacht aan de dagen uwer jonkheid, als gij naakt en bloot waart, als gij vertreden waart in uw bloed.

KJV And in all thine abominations3 and thy whoredoms4 thou hast not remembered6 the days8 of thy youth,9 when thou wast naked11 and bare,12 and wast polluted13 in thy blood.

1 וְאֵ֤ת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 2 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 תּוֹעֲבֹתַ֨יִךְ֙ H8441 gruwelen, gruwel, gruwelijke abominable (custom, thing), abomination 4 וְתַזְנֻתַ֔יִךְ H8457 hoererijen, hoererij fornication, whoredom 5 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 זָכַ֖רְתְּ H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 יְמֵ֣י H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 9 נְעוּרָ֑יִךְ H5271 jeugd, jonkheid childhood, youth 10 בִּֽהְיוֹתֵךְ֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 11 עֵרֹ֣ם H5903 naakt, naakte, naaktheid naked(-ness) 12 וְעֶרְיָ֔ה H6181 bloot, blote, naakte bare, naked, [idiom] quite 13 מִתְבּוֹסֶ֥סֶת H947 vertreden, treden, vertreedt loath, tread (down, under (foot)), be polluted 14 בְּדָמֵ֖ךְ H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 15 הָיִֽית H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Het is ook geschied na al uw boosheid,, wee, wee u, spreekt de Heere HEERE),
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Het isH1961 ook geschiedH310 na alH3605 uw boosheidH7451,, weeH188, weeH188 u, spreektH5002 de HeereH136 HEEREH3069), Het is ook geschied na al uw boosheid,, wee, wee u, spreekt de Heere HEERE),

KJV And it came to pass after2 all thy wickedness,4 (woe,5 woe6 unto thee! saith8 the Lord9 GOD;)

1 וַיְהִ֕י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 אַחֲרֵ֖י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 3 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 רָעָתֵ֑ךְ H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 5 א֣וֹי H188 Wee, wee, Och alas, woe 6 א֣וֹי H188 Wee, wee, Och alas, woe 7 לָ֔ךְ 8 נְאֻ֖ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 9 אֲדֹנָ֥י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 10 יְהוִֽה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Dat gij u een verwelfsel gebouwd hebt, en u een hoge plaats gemaakt hebt in elke straat.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Dat gij u een verwelfselH1354 gebouwdH1129 hebt, en u een hoge plaatsH7413 gemaaktH6213 hebt in elke straatH7339. Dat gij u een verwelfsel gebouwd hebt, en u een hoge plaats gemaakt hebt in elke straat.

KJV That thou hast also built1 unto thee an eminent place,3 and hast made4 thee an high place6 in every street.

1 וַתִּבְנִי H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 2 לָ֖ךְ 3 גֶּ֑ב H1354 verwelfsel, hoogten, rug back, body, boss, eminent (higher) place, (eye) brows, nave, ring 4 וַתַּעֲשִׂי H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 5 לָ֥ךְ 6 רָמָ֖ה H7413 hoge plaats, hoge plaatsen high place 7 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 רְחֽוֹב H7339 straten, straat, wijken broad place (way), street. See also H1050 (בֵּית רְחוֹב)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Aan elk hoofd des wegs hebt gij uw hoge plaatsen gebouwd, en hebt uw schoonheid gruwelijk gemaakt, en hebt met uw benen geschreden voor een ieder, die voorbijging, en hebt uw hoererijen vermenigvuldigd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 AanH413 elkH3605 hoofdH7218 des wegsH1870 hebt gij uw hoge plaatsenH7413 gebouwdH1129, en hebt uw schoonheidH3308 gruwelijkH8581 gemaakt, en hebt met uw benenH7272 geschredenH6589 voor een iederH3605, die voorbijgingH5674, en hebt uw hoererijenH8457 vermenigvuldigdH7235. Aan elk hoofd des wegs hebt gij uw hoge plaatsen gebouwd, en hebt uw schoonheid gruwelijk gemaakt, en hebt met uw benen geschreden voor een ieder, die voorbijging, en hebt uw hoererijen vermenigvuldigd.

KJV Thou hast built5 thy high place6 at every head3 of the way,4 and hast made thy beauty9 to be abhorred,7 and hast opened10 thy feet12 to every one that passed by,14 and multiplied15 thy whoredoms.

1 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 2 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 רֹ֣אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 4 דֶּ֗רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 5 בָּנִית֙ H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 6 רָֽמָתֵ֔ךְ H7413 hoge plaats, hoge plaatsen high place 7 וַתְּתַֽעֲבִי֙ H8581 gruwel, gruwelijk, bedrijven gruwelijk (make to be) abhor(-red), (be, commit more, do) abominable(-y), [idiom] utterly 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 יָפְיֵ֔ךְ H3308 schoonheid beauty 10 וַתְּפַשְּׂקִ֥י H6589 geschreden, wijd opendoet open (wide) 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 רַגְלַ֖יִךְ H7272 voeten, voet, voetstappen [idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time 13 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 14 עוֹבֵ֑ר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 15 וַתַּרְבִּ֖י H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 16 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 תַּזְנוּתָֽיִךְ H8457 hoererijen, hoererij fornication, whoredom
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Gij hebt ook gehoereerd met de kinderen van Egypte, uw naburen, die groot van vlees zijn; en gij hebt uw hoererij vermenigvuldigd, om Mij tot toorn te verwekken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 Gij hebt ook gehoereerdH2181 met de kinderenH1121 van EgypteH4714, uw naburenH7934, die groot van vleesH1320 zijn; en gij hebt uw hoererijH8457 vermenigvuldigdH7235, om Mij totH413 toornH3707 te verwekken. Gij hebt ook gehoereerd met de kinderen van Egypte, uw naburen, die groot van vlees zijn; en gij hebt uw hoererij vermenigvuldigd, om Mij tot toorn te verwekken.

KJV Thou hast also committed fornication1 with the Egyptians3 thy neighbours,5 great6 of flesh;7 and hast increased8 thy whoredoms,10 to provoke me to anger.

1 וַתִּזְנִ֧י H2181 hoer, hoereren, gehoereerd (cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 בְּנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 מִצְרַ֛יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 5 שְׁכֵנַ֖יִךְ H7934 naburen, nabuur, geburen inhabitant, neighbour, nigh 6 גִּדְלֵ֣י H1432 groter great, grew 7 בָשָׂ֑ר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 8 וַתַּרְבִּ֥י H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 תַּזְנֻתֵ֖ךְ H8457 hoererijen, hoererij fornication, whoredom 11 לְהַכְעִיסֵֽנִי H3707 toorn verwekken, vertoornen, getergd be angry, be grieved, take indignation, provoke (to anger, unto wrath), have sorrow, vex, be wroth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Ziet, daarom strekte Ik Mijn hand over u uit, en verminderde uw bescheiden deel; en Ik gaf u over in den lust dergenen, die u haten, der dochteren der Filistijnen, die vanwege uw schandelijken weg beschaamd waren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 ZietH2009, daarom strekteH5186 Ik Mijn handH3027 overH5921 u uit, en verminderdeH1639 uw bescheidenH2706 deel; en Ik gafH5414 u over in den lustH5315 dergenen, die u hatenH8130, der dochterenH1323 der FilistijnenH6430, die vanwege uw schandelijkenH2154 wegH1870 beschaamdH3637 waren. Ziet, daarom strekte Ik Mijn hand over u uit, en verminderde uw bescheiden deel; en Ik gaf u over in den lust dergenen, die u haten, der dochteren der Filistijnen, die vanwege uw schandelijken weg beschaamd waren.

KJV Behold, therefore I have stretched out2 my hand3 over thee, and have diminished5 thine ordinary6 food, and delivered7 thee unto the will8 of them that hate9 thee, the daughters10 of the Philistines,11 which are ashamed12 of thy lewd14 way.

1 וְהִנֵּ֨ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 נָטִ֤יתִי H5186 neig, uitgestrekt, uitgestrekten [phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield 3 יָדִי֙ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 4 עָלַ֔יִךְ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 וָאֶגְרַ֖ע H1639 afgetrokken, afdoen, verminderen abate, clip, (di-) minish, do (take) away, keep back, restrain, make small, withdraw 6 חֻקֵּ֑ךְ H2706 inzettingen, inzetting, bescheiden appointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task 7 וָאֶתְּנֵ֞ךְ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 8 בְּנֶ֤פֶשׁ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 9 שֹׂנְאוֹתַ֨יִךְ֙ H8130 haat, haten, haters enemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly 10 בְּנ֣וֹת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 11 פְּלִשְׁתִּ֔ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 12 הַנִּכְלָמ֖וֹת H3637 schande, schaamrood, beschaamd be (make) ashamed, blush, be confounded, be put to confusion, hurt, reproach, (do, put to) shame 13 מִדַּרְכֵּ֥ךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 14 זִמָּֽה H2154 schandelijkheid, schandelijke daad, schandelijke daden heinous crime, lewd(-ly, -ness), mischief, purpose, thought, wicked (device, mind, -ness)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Verder hebt gij gehoereerd met de kinderen van Assur, omdat gij onverzadelijk waart; ja, als gij met hen gehoereerd hebt, zijt gij ook niet verzadigd geworden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 Verder hebt gij gehoereerdH2181 met de kinderenH1121 van AssurH804, omdat gij onverzadelijkH7646 waart; jaH1571, als gij met hen gehoereerdH2181 hebt, zijt gij ook niet verzadigdH7654 geworden. Verder hebt gij gehoereerd met de kinderen van Assur, omdat gij onverzadelijk waart; ja, als gij met hen gehoereerd hebt, zijt gij ook niet verzadigd geworden.

KJV Thou hast played the whore1 also with the Assyrians,3 because5 thou wast unsatiable;10 yea, thou hast played the harlot7 with them, and yet couldest not be satisfied.

1 וַתִּזְנִי֙ H2181 hoer, hoereren, gehoereerd (cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 אַשּׁ֔וּר H804 Assyrie, Assur, Assyriers Asshur, Assur, Assyria, Assyrians. See H838 (אָשֻׁר) 5 מִבִּלְתִּ֖י H1115 niet, niemand, tenzij because un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without 6 שָׂבְעָתֵ֑ךְ H7654 verzadiging, verzadigd, verzadigen (to have) enough, [idiom] till...be full, (un-) satiable, satisfy, [idiom] sufficiently 7 וַתִּזְנִ֕ים H2181 hoer, hoereren, gehoereerd (cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish 8 וְגַ֖ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 9 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 שָׂבָֽעַתְּ H7646 verzadigd, verzadigen, verzadigt have enough, fill (full, self, with), be (to the) full (of), have plenty of, be satiate, satisfy (with), suffice, be weary of
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Maar gij hebt uw hoererij vermenigvuldigd in het land van Kanaan tot in Chaldea; en daarmede ook zijt gij niet verzadigd geworden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 Maar gij hebt uw hoererijH8457 vermenigvuldigdH7235 in het landH776 van KanaanH3667 totH413 in ChaldeaH3778; en daarmede ookH1571 zijt gij nietH3808 verzadigdH7646 geworden. Maar gij hebt uw hoererij vermenigvuldigd in het land van Kanaan tot in Chaldea; en daarmede ook zijt gij niet verzadigd geworden.

KJV Thou hast moreover multiplied1 thy fornication3 in the land5 of Canaan6 unto Chaldea;7 and yet thou wast not satisfied11 herewith.

1 וַתַּרְבִּ֧י H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 תַּזְנוּתֵ֛ךְ H8457 hoererijen, hoererij fornication, whoredom 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 אֶ֥רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 6 כְּנַ֖עַן H3667 Kanaan, koophandel, Kanaanieten Canaan, merchant, traffick 7 כַּשְׂדִּ֑ימָה H3778 Chaldeen, Chaldea Chaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea 8 וְגַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 9 בְּזֹ֖את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 10 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 שָׂבָֽעַתְּ H7646 verzadigd, verzadigen, verzadigt have enough, fill (full, self, with), be (to the) full (of), have plenty of, be satiate, satisfy (with), suffice, be weary of
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Hoe zwak is uw hart (spreekt de Heere HEERE) als gij al deze dingen doet, zijnde het werk van een heersende hoerachtige vrouw!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 HoeH4100 zwakH535 is uw hartH3826 (spreektH5002 de HeereH136 HEEREH3069) als gij alH3605 dezeH428 dingen doetH6213, zijnde het werkH4639 van een heersendeH7986 hoerachtigeH2181 vrouwH802! Hoe zwak is uw hart (spreekt de Heere HEERE) als gij al deze dingen doet, zijnde het werk van een heersende hoerachtige vrouw!

KJV How weak2 is thine heart,3 saith4 the Lord5 GOD,6 seeing thou doest7 all these things, the work11 of an imperious14 whorish13 woman;

1 מָ֤ה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 2 אֲמֻלָה֙ H535 kweelt, kwelen, flauw languish, be weak, wax feeble 3 לִבָּתֵ֔ךְ H3826 harten, hart heart 4 נְאֻ֖ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 5 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 6 יְהוִ֑ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 7 בַּעֲשׂוֹתֵךְ֙ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 אֵ֔לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 11 מַעֲשֵׂ֥ה H4639 werk, werken, daden act, art, [phrase] bakemeat, business, deed, do(-ing), labor, thing made, ware of making, occupation, thing offered, operation, possession, [idiom] well, (handy-, needle-, net-) work(ing, -manship), wrought 12 אִשָּֽׁה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 13 זוֹנָ֖ה H2181 hoer, hoereren, gehoereerd (cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish 14 שַׁלָּֽטֶת H7986 heersende imperious
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 Als gij uw verwelfsel bouwt aan het hoofd van iederen weg, en uw hoge plaats maakt in elke straat, en niet zijt geweest als een hoer, het hoerenloon beschimpende.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 Als gij uw verwelfselH1354 bouwtH1129 aan het hoofdH7218 van iederen wegH1870, en uw hoge plaatsH7413 maaktH6213 in elke straatH7339, en nietH3808 zijt geweestH1961 als een hoerH2181, het hoerenloonH868 beschimpendeH7046. Als gij uw verwelfsel bouwt aan het hoofd van iederen weg, en uw hoge plaats maakt in elke straat, en niet zijt geweest als een hoer, het hoerenloon beschimpende.

KJV In that thou buildest1 thine eminent place2 in the head3 of every way,5 and makest7 thine high place6 in every street;9 and hast not been as an harlot,12 in that thou scornest13 hire;

1 בִּבְנוֹתַ֤יִךְ H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 2 גַּבֵּךְ֙ H1354 verwelfsel, hoogten, rug back, body, boss, eminent (higher) place, (eye) brows, nave, ring 3 בְּרֹ֣אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 4 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 דֶּ֔רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 6 וְרָמָתֵ֥ךְ H7413 hoge plaats, hoge plaatsen high place 7 עָשִׂ֖ית H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 רְח֑וֹב H7339 straten, straat, wijken broad place (way), street. See also H1050 (בֵּית רְחוֹב) 10 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 הָיִ֥ית H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 12 כַּזּוֹנָ֖ה H2181 hoer, hoereren, gehoereerd (cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish 13 לְקַלֵּ֥ס H7046 bespotten, beschimpen, beschimpende mock, scoff, scorn 14 אֶתְנָֽן H868 hoerenloon, hoerenbeloningen hire, reward
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 O, die overspelige vrouw, zij neemt in plaats van haar man de vreemden aan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 O, die overspeligeH5003 vrouwH802, zij neemtH3947 in plaatsH8478 van haar manH376 de vreemdenH2114 aan. O, die overspelige vrouw, zij neemt in plaats van haar man de vreemden aan.

KJV But as a wife1 that committeth adultery,2 which taketh5 strangers7 instead of her husband!

1 הָאִשָּׁ֖ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 2 הַמְּנָאָ֑פֶת H5003 overspel, overspelers, bedrijven overspel adulterer(-ess), commit(-ing) adultery, woman that breaketh wedlock 3 תַּ֣חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 4 אִישָׁ֔הּ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 5 תִּקַּ֖ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 זָרִֽים H2114 vreemde, vreemden, vreemd (come from) another (man, place), fanner, go away, (e-) strange(-r, thing, woman)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 Men geeft loon aan alle hoeren; maar gij geeft uw loon aan al uw boelen, en gij beschenkt ze, opdat zij tot u van rondom zouden ingaan om uw hoererijen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 Men geeftH5414 loon aan alleH3605 hoerenH2181; maar gijH859 geeftH5414 uw loon aan alH3605 uw boelenH157, en gij beschenktH7809 ze, opdat zij totH413 u van rondomH5439 zouden ingaanH935 om uw hoererijenH8457. Men geeft loon aan alle hoeren; maar gij geeft uw loon aan al uw boelen, en gij beschenkt ze, opdat zij tot u van rondom zouden ingaan om uw hoererijen.

Ook in dit vers loonH5078 loonH5083

KJV They give3 gifts4 to all whores:2 but thou givest6 thy gifts8 to all thy lovers,10 and hirest11 them, that they may come13 unto thee on every side15 for thy whoredom.

1 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 זֹנ֖וֹת H2181 hoer, hoereren, gehoereerd (cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish 3 יִתְּנוּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 4 נֵ֑דֶה H5078 loon gifts 5 וְאַ֨תְּ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 6 נָתַ֤תְּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 נְדָנַ֨יִךְ֙ H5083 loon gift 9 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 מְאַֽהֲבַ֔יִךְ H157 lief, liefhebben, liefheeft (be-) love(-d, -ly, -r), like, friend 11 וַתִּשְׁחֳדִ֣י H7809 beschenkt, geschenken hire, give a reward 12 אוֹתָ֗ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 לָב֥וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 14 אֵלַ֛יִךְ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 15 מִסָּבִ֖יב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 16 בְּתַזְנוּתָֽיִךְ H8457 hoererijen, hoererij fornication, whoredom
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 Zo geschiedt met u in uw hoererijen het tegendeel van de vrouwen, dewijl men u niet naloopt, om te hoereren; want als gij hoerenloon geeft, en het hoerenloon u niet gegeven wordt; zo zijt gij tot een tegendeel geworden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 Zo geschiedtH1961 met u in uw hoererijenH8457 het tegendeelH2016 vanH4480 de vrouwenH802, dewijl men u nietH3808 nalooptH310, om te hoererenH2181; want als gij hoerenloonH868 geeftH5414, en het hoerenloonH868 u nietH3808 gegevenH5414 wordt; zo zijt gij tot een tegendeelH2016 geworden. Zo geschiedt met u in uw hoererijen het tegendeel van de vrouwen, dewijl men u niet naloopt, om te hoereren; want als gij hoerenloon geeft, en het hoerenloon u niet gegeven wordt; zo zijt gij tot een tegendeel geworden.

KJV And the contrary3 is in thee from other women5 in thy whoredoms,6 whereas none followeth7 thee to commit whoredoms:9 and in that thou givest10 a reward,11 and no reward12 is given14 unto thee, therefore thou art1 contrary.

1 וַיְהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בָ֨ךְ 3 הֵ֤פֶךְ H2016 tegendeel contrary 4 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 5 הַנָּשִׁים֙ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 6 בְּתַזְנוּתַ֔יִךְ H8457 hoererijen, hoererij fornication, whoredom 7 וְאַחֲרַ֖יִךְ H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 8 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 זוּנָּ֑ה H2181 hoer, hoereren, gehoereerd (cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish 10 וּבְתִתֵּ֣ךְ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 11 אֶתְנָ֗ן H868 hoerenloon, hoerenbeloningen hire, reward 12 וְאֶתְנַ֛ן H868 hoerenloon, hoerenbeloningen hire, reward 13 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 נִתַּן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 15 לָ֖ךְ 16 וַתְּהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 17 לְהֶֽפֶךְ H2016 tegendeel contrary
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 Daarom, o hoer, hoor des HEEREN woord.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 DaaromH3651, o hoerH2181, hoorH8085 des HEERENH3068 woordH1697. Daarom, o hoer, hoor des HEEREN woord.

KJV Wherefore, O harlot,2 hear3 the word4 of the LORD:

1 לָכֵ֣ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 זוֹנָ֔ה H2181 hoer, hoereren, gehoereerd (cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish 3 שִׁמְעִ֖י H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 4 דְּבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 5 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat uw vergif uitgestort is, en uw schaamte door uw hoererijen met uw boelen ontdekt is, en met al de drekgoden uwer gruwelen, en na het bloed uwer kinderen, dat gij hun gegeven hebt;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 AlzoH3541 zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: Omdat uw vergifH5178 uitgestortH8210 is, en uw schaamteH6172 door uw hoererijenH8457 met uw boelenH157 ontdektH1540 is, en met alH3605 de drekgodenH1544 uwer gruwelenH8441, en na het bloedH1818 uwer kinderenH1121, datH834 gij hun gegevenH5414 hebt; Alzo zegt de Heere HEERE: Omdat uw vergif uitgestort is, en uw schaamte door uw hoererijen met uw boelen ontdekt is, en met al de drekgoden uwer gruwelen, en na het bloed uwer kinderen, dat gij hun gegeven hebt;

KJV Thus saith2 the Lord3 GOD;4 Because thy filthiness7 was poured out,6 and thy nakedness9 discovered8 through thy whoredoms10 with thy lovers,12 and with all the idols15 of thy abominations,16 and by the blood17 of thy children,18 which thou didst give

1 כֹּֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 2 אָמַ֞ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 3 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 4 יְהֹוִ֗ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 5 יַ֣עַן H3282 omdat, daarom because (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why 6 הִשָּׁפֵ֤ךְ H8210 vergoten, uitgieten, stort cast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip 7 נְחֻשְׁתֵּךְ֙ H5178 koperen, koper, kopers brasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel 8 וַתִּגָּלֶ֣ה H1540 gevankelijk, ontdekken, ontdekt [phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover 9 עֶרְוָתֵ֔ךְ H6172 schaamte, naaktheid, bloot nakedness, shame, unclean(-ness) 10 בְּתַזְנוּתַ֖יִךְ H8457 hoererijen, hoererij fornication, whoredom 11 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 מְאַהֲבָ֑יִךְ H157 lief, liefhebben, liefheeft (be-) love(-d, -ly, -r), like, friend 13 וְעַל֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 14 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 גִּלּוּלֵ֣י H1544 drekgoden idol 16 תוֹעֲבוֹתַ֔יִךְ H8441 gruwelen, gruwel, gruwelijke abominable (custom, thing), abomination 17 וְכִדְמֵ֣י H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 18 בָנַ֔יִךְ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 19 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 20 נָתַ֖תְּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 21 לָהֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 Daarom, zie, Ik zal al uw boelen vergaderen, met dewelke gij vermengd zijt geweest, en allen, die gij liefgehad hebt, met allen, die gij gehaat hebt; en Ik zal hen van rondom vergaderen tegen u, en Ik zal voor hen uw naaktheid ontdekken, dat zij uw ganse naaktheid zien zullen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 DaaromH3651, zieH2005, Ik zal alH3605 uw boelenH157 vergaderenH6908, met dewelkeH834 gij vermengdH6149 zijt geweest, en allenH3605, dieH834 gij liefgehadH157 hebt, met allenH3605, dieH834 gij gehaatH8130 hebt; en Ik zal hen van rondomH5439 vergaderenH6908 tegen u, en Ik zal voor hen uw naaktheidH6172 ontdekkenH1540, dat zij uw ganseH3605 naaktheidH6172 zienH7200 zullen. Daarom, zie, Ik zal al uw boelen vergaderen, met dewelke gij vermengd zijt geweest, en allen, die gij liefgehad hebt, met allen, die gij gehaat hebt; en Ik zal hen van rondom vergaderen tegen u, en Ik zal voor hen uw naaktheid ontdekken, dat zij uw ganse naaktheid zien zullen.

KJV Behold, therefore I will gather3 all thy lovers,6 with whom thou hast taken pleasure,8 and all them that thou hast loved,13 with all them that thou hast hated;17 I will even gather18 them round about21 against thee, and will discover22 thy nakedness23 unto them, that they may see25 all thy nakedness.

1 לָ֠כֵן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 הִנְנִ֨י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 3 מְקַבֵּ֤ץ H6908 vergaderen, vergaderd, vergaderde assemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 מְאַהֲבַ֨יִךְ֙ H157 lief, liefhebben, liefheeft (be-) love(-d, -ly, -r), like, friend 7 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 עָרַ֣בְתְּ H6149 zoet, vermengd be pleasant(-ing), take pleasure in, be sweet 9 עֲלֵיהֶ֔ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 וְאֵת֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 אָהַ֔בְתְּ H157 lief, liefhebben, liefheeft (be-) love(-d, -ly, -r), like, friend 14 עַ֖ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 16 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 17 שָׂנֵ֑את H8130 haat, haten, haters enemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly 18 וְקִבַּצְתִּי֩ H6908 vergaderen, vergaderd, vergaderde assemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up 19 אֹתָ֨ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 עָלַ֜יִךְ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 21 מִסָּבִ֗יב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 22 וְגִלֵּיתִ֤י H1540 gevankelijk, ontdekken, ontdekt [phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover 23 עֶרְוָתֵךְ֙ H6172 schaamte, naaktheid, bloot nakedness, shame, unclean(-ness) 24 אֲלֵהֶ֔ם H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 25 וְרָא֖וּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 26 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 27 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 28 עֶרְוָתֵֽךְ H6172 schaamte, naaktheid, bloot nakedness, shame, unclean(-ness)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 Daartoe zal Ik u naar de rechten der overspeelsters en der bloedvergietsters richten; en Ik zal u overgeven aan het bloed der grimmigheid en des ijvers.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 Daartoe zal Ik u naar de rechtenH4941 der overspeelstersH5003 en der bloedvergietstersH8210 richtenH8199; en Ik zal u overgevenH5414 aan het bloedH1818 der grimmigheidH2534 en des ijversH7068. Daartoe zal Ik u naar de rechten der overspeelsters en der bloedvergietsters richten; en Ik zal u overgeven aan het bloed der grimmigheid en des ijvers.

KJV And I will judge1 thee, as women that break wedlock3 and shed4 blood5 are judged;2 and I will give6 thee blood7 in fury8 and jealousy.

1 וּשְׁפַטְתִּיךְ֙ H8199 richten, richtte, rechters [phrase] avenge, [idiom] that condemn, contend, defend, execute (judgment), (be a) judge(-ment), [idiom] needs, plead, reason, rule 2 מִשְׁפְּטֵ֣י H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 3 נֹאֲפ֔וֹת H5003 overspel, overspelers, bedrijven overspel adulterer(-ess), commit(-ing) adultery, woman that breaketh wedlock 4 וְשֹׁפְכֹ֖ת H8210 vergoten, uitgieten, stort cast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip 5 דָּ֑ם H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 6 וּנְתַתִּ֕יךְ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 7 דַּ֥ם H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 8 חֵמָ֖ה H2534 grimmigheid, grimmige, vurig venijn anger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה) 9 וְקִנְאָֽה H7068 ijver, ijveringen, ijvers envy(-ied), jealousy, [idiom] sake, zeal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 En Ik zal u in hun hand overgeven, en zij zullen uw verwelfsel afbreken, en uw hoge plaatsen omwerpen, en uw klederen u uittrekken, en uw sierlijke juwelen nemen, en u naakt en bloot laten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 En Ik zal u in hun handH3027 overgevenH5414, en zij zullen uw verwelfselH1354 afbrekenH2040, en uw hoge plaatsenH7413 omwerpenH5422, en uw klederenH899 u uittrekkenH6584, en uw sierlijkeH8597 juwelenH3627 nemenH3947, en u naaktH5903 en blootH6181 latenH3240. En Ik zal u in hun hand overgeven, en zij zullen uw verwelfsel afbreken, en uw hoge plaatsen omwerpen, en uw klederen u uittrekken, en uw sierlijke juwelen nemen, en u naakt en bloot laten.

KJV And I will also give1 thee into their hand,3 and they shall throw down4 thine eminent place,5 and shall break down6 thy high places:7 they shall strip8 thee also of thy clothes,10 and shall take11 thy fair13 jewels,12 and leave14 thee naked15 and bare.

1 וְנָתַתִּ֨י H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 אוֹתָ֜ךְ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 בְּיָדָ֗ם H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 4 וְהָרְס֤וּ H2040 afbreken, afgebroken, verbroken beat down, break (down, through), destroy, overthrow, pluck down, pull down, ruin, throw down, [idiom] utterly 5 גַבֵּךְ֙ H1354 verwelfsel, hoogten, rug back, body, boss, eminent (higher) place, (eye) brows, nave, ring 6 וְנִתְּצ֣וּ H5422 brak, afbreken, braken beat down, break down (out), cast down, destroy, overthrow, pull down, throw down 7 רָמֹתַ֔יִךְ H7413 hoge plaats, hoge plaatsen high place 8 וְהִפְשִׁ֤יטוּ H6584 uittrekken, ingevallen, overvielen fall upon, flay, invade, make an invasion, pull off, put off, make a road, run upon, rush, set, spoil, spread selves (abroad), strip (off, self) 9 אוֹתָךְ֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 בְּגָדַ֔יִךְ H899 klederen, kleed, ambtsklederen apparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe 11 וְלָקְח֖וּ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 12 כְּלֵ֣י H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 13 תִפְאַרְתֵּ֑ךְ H8597 heerlijkheid, sieraad, sierlijke beauty(-iful), bravery, comely, fair, glory(-ious), honour, majesty 14 וְהִנִּיח֖וּךְ H3240 laten, leide, liet bestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.) 15 עֵירֹ֥ם H5903 naakt, naakte, naaktheid naked(-ness) 16 וְעֶרְיָֽה H6181 bloot, blote, naakte bare, naked, [idiom] quite
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 Daarna zullen zij tegen u een vergadering doen opkomen, en zullen u met stenen stenigen, en u met hun zwaarden doorsteken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 Daarna zullen zij tegenH5921 u een vergaderingH6951 doen opkomenH5927, en zullen u met stenenH68 stenigenH7275, en u met hun zwaardenH2719 doorstekenH1333. Daarna zullen zij tegen u een vergadering doen opkomen, en zullen u met stenen stenigen, en u met hun zwaarden doorsteken.

KJV They shall also bring up1 a company3 against thee, and they shall stone4 thee with stones,6 and thrust thee through7 with their swords.

1 וְהֶעֱל֤וּ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 2 עָלַ֨יִךְ֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 קָהָ֔ל H6951 gemeente, vergadering, hoop assembly, company, congregation, multitude 4 וְרָגְמ֥וּ H7275 stenigen, stenigden, stenigde [idiom] certainly, stone 5 אוֹתָ֖ךְ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 בָּאָ֑בֶן H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 7 וּבִתְּק֖וּךְ H1333 doorsteken thrust through 8 בְּחַרְבוֹתָֽם H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
41 Zij zullen ook uw huizen met vuur verbranden, en oordelen tegen u uitvoeren voor veler vrouwen ogen; en Ik zal u doen ophouden van een hoer te zijn, en gij zult ook niet meer hoerenloon geven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

41 Zij zullen ook uw huizenH1004 met vuurH784 verbrandenH8313, en oordelenH8201 tegen u uitvoeren voor velerH7227 vrouwenH802 ogenH5869; en Ik zal u doenH6213 ophoudenH7673 van een hoerH2181 te zijn, en gij zult ookH1571 nietH3808 meerH5750 hoerenloonH868 gevenH5414. Zij zullen ook uw huizen met vuur verbranden, en oordelen tegen u uitvoeren voor veler vrouwen ogen; en Ik zal u doen ophouden van een hoer te zijn, en gij zult ook niet meer hoerenloon geven.

KJV And they shall burn1 thine houses2 with fire,3 and execute4 judgments6 upon thee in the sight7 of many9 women:8 and I will cause thee to cease10 from playing the harlot,11 and thou also shalt give15 no hire

1 וְשָׂרְפ֤וּ H8313 verbranden, verbrand, verbrandde (cause to, make a) burn((-ing), up) kindle, [idiom] utterly 2 בָתַּ֨יִךְ֙ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 3 בָּאֵ֔שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 4 וְעָשׂוּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 5 בָ֣ךְ 6 שְׁפָטִ֔ים H8201 gerichten, oordelen, Gerichten judgment 7 לְעֵינֵ֖י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 8 נָשִׁ֣ים H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 9 רַבּ֑וֹת H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 10 וְהִשְׁבַּתִּיךְ֙ H7673 ophouden, rusten, houdt (cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away 11 מִזּוֹנָ֔ה H2181 hoer, hoereren, gehoereerd (cause to) commit fornication, [idiom] continually, [idiom] great, (be an, play the) harlot, (cause to be, play the) whore, (commit, fall to) whoredom, (cause to) go a-whoring, whorish 12 וְגַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 13 אֶתְנַ֖ן H868 hoerenloon, hoerenbeloningen hire, reward 14 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 תִתְּנִי H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 16 עֽוֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
42 Zo zal Ik Mijn grimmigheid op u doen rusten, en Mijn ijver zal van u afwijken; en Ik zal stil zijn, en niet meer toornig wezen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

42 Zo zal Ik Mijn grimmigheidH2534 op u doen rustenH5117, en Mijn ijverH7068 zal vanH4480 u afwijkenH5493; en Ik zal stilH8252 zijn, en nietH3808 meerH5750 toornigH3707 wezen. Zo zal Ik Mijn grimmigheid op u doen rusten, en Mijn ijver zal van u afwijken; en Ik zal stil zijn, en niet meer toornig wezen.

KJV So will I make my fury2 toward thee to rest,1 and my jealousy5 shall depart4 from thee, and I will be quiet,7 and will be no more angry.

1 וַהֲנִחֹתִ֤י H5117 rust, rusten, rust gegeven cease, be confederate, lay, let down, (be) quiet, remain, (cause to, be at, give, have, make to) rest, set down. Compare H3241 (יָנִים) 2 חֲמָתִי֙ H2534 grimmigheid, grimmige, vurig venijn anger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה) 3 בָּ֔ךְ 4 וְסָ֥רָה H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 5 קִנְאָתִ֖י H7068 ijver, ijveringen, ijvers envy(-ied), jealousy, [idiom] sake, zeal 6 מִמֵּ֑ךְ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 7 וְשָׁ֣קַטְתִּ֔י H8252 stil, rusten, rust appease, idleness, (at, be at, be in, give) quiet(-ness), (be at, be in, give, have, take) rest, settle, be still 8 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 אֶכְעַ֖ס H3707 toorn verwekken, vertoornen, getergd be angry, be grieved, take indignation, provoke (to anger, unto wrath), have sorrow, vex, be wroth 10 עֽוֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
43 Daarom dat gij niet gedacht hebt aan de dagen uwer jonkheid, en Mij tot beroering geweest zijt met dit alles, zie, zo zal Ik ook uw weg op uw hoofd geven, spreekt de Heere HEERE; en gij zult die schandelijke daad niet doen boven al uw gruwelen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

43 Daarom datH834 gij nietH3808 gedachtH2142 hebt aan de dagenH3117 uwer jonkheidH5271, en Mij tot beroeringH7264 geweest zijt met ditH428 alles, zie, zo zal IkH589 ookH1571 uw wegH1870 op uw hoofdH7218 gevenH5414, spreektH5002 de HeereH136 HEEREH3069; en gij zult die schandelijke daadH2154 nietH3808 doenH6213 bovenH5921 alH3605 uw gruwelenH8441. Daarom dat gij niet gedacht hebt aan de dagen uwer jonkheid, en Mij tot beroering geweest zijt met dit alles, zie, zo zal Ik ook uw weg op uw hoofd geven, spreekt de Heere HEERE; en gij zult die schandelijke daad niet doen boven al uw gruwelen.

Ook in dit vers ieH1887

KJV Because thou hast not remembered4 the days6 of thy youth,7 but hast fretted8 me in all these things; behold,14 therefore I also will recompense17 thy way15 upon thine head,16 saith18 the Lord19 GOD:20 and thou shalt not commit22 this lewdness24 above all thine abominations.

1 יַ֗עַן H3282 omdat, daarom because (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why 2 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 זָכַרְתְּ֙ H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 יְמֵ֣י H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 7 נְעוּרַ֔יִךְ H5271 jeugd, jonkheid childhood, youth 8 וַתִּרְגְּזִי H7264 beroerd, woeden, beroerden be afraid, stand in awe, disquiet, fall out, fret, move, provoke, quake, rage, shake, tremble, trouble, be wroth 9 לִ֖י 10 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 אֵ֑לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 12 וְגַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 13 אֲנִ֨י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 14 הֵ֜א H1887 ie behold, lo 15 דַּרְכֵּ֣ךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 16 בְּרֹ֣אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 17 נָתַ֗תִּי H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 18 נְאֻם֙ H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 19 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 20 יְהוִ֔ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 21 וְלֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 22 עָשִׂית֙ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 23 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 24 הַזִּמָּ֔ה H2154 schandelijkheid, schandelijke daad, schandelijke daden heinous crime, lewd(-ly, -ness), mischief, purpose, thought, wicked (device, mind, -ness) 25 עַ֖ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 26 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 27 תּוֹעֲבֹתָֽיִךְ H8441 gruwelen, gruwel, gruwelijke abominable (custom, thing), abomination
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
44 Zie, een ieder, die spreekwoorden gebruikt, zal van u een spreekwoord gebruiken, zeggende: Zo de moeder is, is haar dochter.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

44 ZieH2009, een iederH3605, die spreekwoorden gebruiktH4911, zal van u een spreekwoordH4911 gebruiken, zeggendeH559: Zo de moederH517 is, is haar dochterH1323. Zie, een ieder, die spreekwoorden gebruikt, zal van u een spreekwoord gebruiken, zeggende: Zo de moeder is, is haar dochter.

KJV Behold, every one that useth proverbs3 shall use this proverb5 against thee, saying,6 As is the mother,7 so is her daughter.

1 הִנֵּה֙ H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 הַמֹּשֵׁ֔ל H4911 gebruik, spreekwoord, gebruiken be(-come) like, compare, use (as a) proverb, speak (in proverbs), utter 4 עָלַ֥יִךְ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 יִמְשֹׁ֖ל H4911 gebruik, spreekwoord, gebruiken be(-come) like, compare, use (as a) proverb, speak (in proverbs), utter 6 לֵאמֹ֑ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 כְּאִמָּ֖ה H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 8 בִּתָּֽהּ H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
45 Gij zijt de dochter uwer moeder, die de walg had van haar man en van haar kinderen; en gij zijt de zuster uwer zusteren, die de walg gehad hebben van haar mannen en van haar kinderen; uw moeder was een Hethietische, en uw vader een Amoriet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

45 Gij zijt de dochterH1323 uwer moederH517, die de walgH1602 had van haar manH376 en van haar kinderenH1121; en gijH859 zijt de zusterH269 uwer zusterenH269, dieH834 de walgH1602 gehad hebben van haar mannenH582 en van haar kinderenH1121; uw moederH517 was een HethietischeH2850, en uw vaderH1 een AmorietH567. Gij zijt de dochter uwer moeder, die de walg had van haar man en van haar kinderen; en gij zijt de zuster uwer zusteren, die de walg gehad hebben van haar mannen en van haar kinderen; uw moeder was een Hethietische, en uw vader een Amoriet.

KJV Thou art thy mother's2 daughter,1 that lotheth4 her husband5 and her children;6 and thou art the sister7 of thy sisters,8 which lothed11 their husbands and their children:13 your mother14 was an Hittite,15 and your father16 an Amorite.

1 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 2 אִמֵּ֣ךְ H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 3 אַ֔תְּ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 4 גֹּעֶ֥לֶת H1602 walgen, walg, gewalgd abhor, fail, lothe, vilely cast away 5 אִישָׁ֖הּ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 6 וּבָנֶ֑יהָ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 וַאֲח֨וֹת H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together 8 אֲחוֹתֵ֜ךְ H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together 9 אַ֗תְּ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 10 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 גָּֽעֲ֨לוּ֙ H1602 walgen, walg, gewalgd abhor, fail, lothe, vilely cast away 12 אַנְשֵׁיהֶ֣ן H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 13 וּבְנֵיהֶ֔ן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 14 אִמְּכֶ֣ן H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 15 חִתִּ֔ית H2850 Hethieten, Hethiet, Hethietische Hittite, Hittities 16 וַאֲבִיכֶ֖ן H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 17 אֱמֹרִֽי H567 Amorieten, Amoriet, Amorietischen Amorite

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
46 Uw grote zuster nu is Samaria, zij en haar dochteren, dewelke woont aan uw linkerhand; maar uw zuster, die kleiner is dan gij, die tegen uw rechterhand woont, is Sodom en haar dochteren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

46 Uw groteH1419 zusterH269 nu is SamariaH8111, zijH1931 en haar dochterenH1323, dewelke woontH3427 aanH5921 uw linkerhandH8040; maar uw zusterH269, die kleinerH6996 is danH4480 gij, die tegen uw rechterhandH3225 woontH3427, is SodomH5467 en haar dochterenH1323. Uw grote zuster nu is Samaria, zij en haar dochteren, dewelke woont aan uw linkerhand; maar uw zuster, die kleiner is dan gij, die tegen uw rechterhand woont, is Sodom en haar dochteren.

KJV And thine elder2 sister1 is Samaria,3 she and her daughters5 that dwell6 at thy left hand:8 and thy younger10 sister,9 that dwelleth12 at thy right hand,13 is Sodom14 and her daughters.

1 וַאֲחוֹתֵ֨ךְ H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together 2 הַגְּדוֹלָ֤ה H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 3 שֹֽׁמְרוֹן֙ H8111 Samaria Samaria 4 הִ֣יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 5 וּבְנוֹתֶ֔יהָ H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 6 הַיּוֹשֶׁ֖בֶת H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 7 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 שְׂמֹאולֵ֑ךְ H8040 linkerhand, linkerzijde, linker left (hand, side) 9 וַאֲחוֹתֵ֞ךְ H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together 10 הַקְּטַנָּ֣ה H6996 kleinste, kleine, klein least, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est) 11 מִמֵּ֗ךְ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 12 הַיּוֹשֶׁ֨בֶת֙ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 13 מִֽימִינֵ֔ךְ H3225 rechterhand, rechter, rechterschouder [phrase] left-handed, right (hand, side), south 14 סְדֹ֖ם H5467 Sodom Sodom 15 וּבְנוֹתֶֽיהָ H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
47 Doch gij hebt in haar wegen niet gewandeld, noch naar haar gruwelen gedaan; het was wat gerings, een verdriet; maar gij hebt het meer verdorven dan zij, in al uw wegen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

47 Doch gij hebt in haar wegenH1870 nietH3808 gewandeldH1980, noch naar haar gruwelenH8441 gedaanH6213; het was wat geringsH4592, een verdrietH6962; maar gij hebt het meer verdorvenH7843 dan zij, in alH3605 uw wegenH1870. Doch gij hebt in haar wegen niet gewandeld, noch naar haar gruwelen gedaan; het was wat gerings, een verdriet; maar gij hebt het meer verdorven dan zij, in al uw wegen.

KJV Yet hast thou not walked3 after their ways,2 nor done5 after their abominations:4 but, as if that were a very7 little6 thing, thou wast corrupted8 more than they9 in all thy ways.

1 וְלֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 בְדַרְכֵיהֶן֙ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 3 הָלַ֔כְתְּ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 4 וּבְתוֹעֲבֽוֹתֵיהֶ֖ן H8441 gruwelen, gruwel, gruwelijke abominable (custom, thing), abomination 5 עָשִׂ֑ית H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 6 כִּמְעַ֣ט H4592 weinig, weinige, bijna almost (some, very) few(-er, -est), lightly, little (while), (very) small (matter, thing), some, soon, [idiom] very 7 קָ֔ט H6985 very 8 וַתַּשְׁחִ֥תִי H7843 verderven, verdorven, verdierf batter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r) 9 מֵהֵ֖ן H2004 zij, haar (vrouwelijk meervoud) [idiom] in, such like, (with) them, thereby, therein, (more than) they, wherein, in which, whom, withal 10 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 דְּרָכָֽיִךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
48 Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, indien Sodom, uw zuster, zij met haar dochteren, gedaan heeft, gelijk gij gedaan hebt en uw dochteren!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

48 Zo waarachtig als IkH589 leefH2416, spreektH5002 de HeereH136 HEEREH3069, indienH518 SodomH5467, uw zusterH269, zijH1931 met haar dochterenH1323, gedaan heeft, gelijk gijH859 gedaan hebt en uw dochterenH1323! Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, indien Sodom, uw zuster, zij met haar dochteren, gedaan heeft, gelijk gij gedaan hebt en uw dochteren!

KJV As I live,1 saith3 the Lord4 GOD,5 Sodom8 thy sister9 hath not done,7 she nor her daughters,11 as thou hast done,13 thou and thy daughters.

1 חַי H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 2 אָ֗נִי H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 3 נְאֻם֙ H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 4 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 5 יְהוִ֔ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 6 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 7 עָֽשְׂתָה֙ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 סְדֹ֣ם H5467 Sodom Sodom 9 אֲחוֹתֵ֔ךְ H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together 10 הִ֖יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 11 וּבְנוֹתֶ֑יהָ H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 12 כַּאֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 עָשִׂ֔ית H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 14 אַ֖תְּ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 15 וּבְנוֹתָֽיִךְ H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
49 Ziet, dit was de ongerechtigheid uwer zuster Sodom; hoogmoed, zatheid van brood en stille gerustheid had zij en haar dochteren; maar zij sterkte de hand des armen en nooddruftigen niet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

49 ZietH2009, ditH2088 wasH1961 de ongerechtigheidH5771 uwer zusterH269 SodomH5467; hoogmoedH1347, zatheidH7653 van broodH3899 en stilleH8252 gerustheidH7962 had zijH1961 en haar dochterenH1323; maar zij sterkteH2388 de handH3027 des armenH6041 en nooddruftigenH34 nietH3808. Ziet, dit was de ongerechtigheid uwer zuster Sodom; hoogmoed, zatheid van brood en stille gerustheid had zij en haar dochteren; maar zij sterkte de hand des armen en nooddruftigen niet.

KJV Behold, this was the iniquity4 of thy sister6 Sodom,5 pride,7 fulness8 of bread,9 and abundance10 of idleness11 was in her and in her daughters,14 neither did she strengthen19 the hand15 of the poor16 and needy.

1 הִנֵּה H2009 ziet, zie behold, lo, see 2 זֶ֣ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 3 הָיָ֔ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 עֲוֺ֖ן H5771 ongerechtigheid, ongerechtigheden, misdaad fault, iniquity, mischeif, punishment (of iniquity), sin 5 סְדֹ֣ם H5467 Sodom Sodom 6 אֲחוֹתֵ֑ךְ H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together 7 גָּא֨וֹן H1347 hovaardij, hoogmoed, heerlijkheid arrogancy, excellency(-lent), majesty, pomp, pride, proud, swelling 8 שִׂבְעַת H7653 zatheid fulness 9 לֶ֜חֶם H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 10 וְשַׁלְוַ֣ת H7962 stilheid, voorspoed, gerustheid abundance, peace(-ably), prosperity, quietness 11 הַשְׁקֵ֗ט H8252 stil, rusten, rust appease, idleness, (at, be at, be in, give) quiet(-ness), (be at, be in, give, have, take) rest, settle, be still 12 הָ֤יָה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 13 לָהּ֙ 14 וְלִבְנוֹתֶ֔יהָ H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 15 וְיַד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 16 עָנִ֥י H6041 ellendigen, ellendige, ellendig afflicted, humble, lowly, needy, poor 17 וְאֶבְי֖וֹן H34 nooddruftige, nooddruftigen, armen beggar, needy, poor (man) 18 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 19 הֶחֱזִֽיקָה H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
50 En zij verhieven zich, en deden gruwelijkheid voor Mijn aangezicht; daarom deed Ik ze weg, nadat Ik het gezien had.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

50 En zij verhievenH1361 zich, en dedenH6213 gruwelijkheidH8441 voor Mijn aangezichtH6440; daarom deed Ik ze wegH5493, nadatH7200 Ik het gezien had. En zij verhieven zich, en deden gruwelijkheid voor Mijn aangezicht; daarom deed Ik ze weg, nadat Ik het gezien had.

KJV And they were haughty,1 and committed2 abomination3 before4 me: therefore I took them away5 as I saw

1 וַֽתִּגְבְּהֶ֔ינָה H1361 hoger, hoog, verheffen exalt, be haughty, be (make) high(-er), lift up, mount up, be proud, raise up great height, upward 2 וַתַּעֲשֶׂ֥ינָה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 3 תוֹעֵבָ֖ה H8441 gruwelen, gruwel, gruwelijke abominable (custom, thing), abomination 4 לְפָנָ֑י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 5 וָאָסִ֥יר H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 6 אֶתְהֶ֖ן H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 כַּאֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 רָאִֽיתִי H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
51 Samaria ook heeft naar de helft uwer zonden niet gezondigd; en gij hebt uw gruwelen meer dan zij vermenigvuldigd, en hebt uw zusters gerechtvaardigd door al uw gruwelen, die gij gedaan hebt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

51 SamariaH8111 ook heeft naar de helftH2677 uwer zondenH2403 nietH3808 gezondigdH2398; en gij hebt uw gruwelenH8441 meer dan zij vermenigvuldigdH7235, en hebt uw zustersH269 gerechtvaardigdH6663 door alH3605 uw gruwelenH8441, dieH834 gij gedaanH6213 hebt. Samaria ook heeft naar de helft uwer zonden niet gezondigd; en gij hebt uw gruwelen meer dan zij vermenigvuldigd, en hebt uw zusters gerechtvaardigd door al uw gruwelen, die gij gedaan hebt.

KJV Neither hath Samaria1 committed5 half2 of thy sins;3 but thou hast multiplied6 thine abominations8 more than they,9 and hast justified10 thy sisters12 in all thine abominations14 which thou hast done.

1 וְשֹׁ֣מְר֔וֹן H8111 Samaria Samaria 2 כַּחֲצִ֥י H2677 helft, halve, halven half, middle, mid(-night), midst, part, two parts 3 חַטֹּאתַ֖יִךְ H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering) 4 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 חָטָ֑אָה H2398 gezondigd, zondigen, zondigt bear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass 6 וַתַּרְבִּ֤י H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 תּוֹעֲבוֹתַ֨יִךְ֙ H8441 gruwelen, gruwel, gruwelijke abominable (custom, thing), abomination 9 מֵהֵ֔נָּה H2007 zij, deze (vrouwelijk meervoud) [idiom] in, [idiom] such (and such things), their, (into) them, thence, therein, these, they (had), on this side, whose, wherein 10 וַתְּצַדְּקִי֙ H6663 rechtvaardig, gerechtvaardigd, rechtvaardigen cleanse, clear self, (be, do) just(-ice, -ify, -ify self), (be turn to) righteous(-ness) 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 אֲחוֹתַ֔יִךְ H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together 13 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 14 תּוֹעֲבוֹתַ֖יִךְ H8441 gruwelen, gruwel, gruwelijke abominable (custom, thing), abomination 15 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 16 עָשִֽׂית H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
52 Draag gij dan ook uw schande, gij, die voor uw zusteren geoordeeld hebt door uw zonden, die gij gruwelijker gemaakt hebt dan zij; zij zijn rechtvaardiger dan gij; wees gij dan ook beschaamd, en draag uw schande, omdat gij uw zusters gerechtvaardigd hebt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

52 DraagH5375 gijH859 dan ookH1571 uw schandeH3639, gij, dieH834 voor uw zusterenH269 geoordeeldH6419 hebt door uw zondenH2403, dieH834 gij gruwelijkerH8581 gemaakt hebt dan zij; zij zijn rechtvaardigerH6663 danH4480 gij; wees gij dan ookH1571 beschaamdH954, en draagH5375 uw schandeH3639, omdat gij uw zustersH269 gerechtvaardigdH6663 hebt. Draag gij dan ook uw schande, gij, die voor uw zusteren geoordeeld hebt door uw zonden, die gij gruwelijker gemaakt hebt dan zij; zij zijn rechtvaardiger dan gij; wees gij dan ook beschaamd, en draag uw schande, omdat gij uw zusters gerechtvaardigd hebt.

KJV Thou also, which hast judged6 thy sisters,7 bear3 thine own shame4 for thy sins8 that thou hast committed more abominable10 than they:11 they are more righteous12 than thou: yea, be thou confounded16 also, and bear17 thy shame,18 in that thou hast justified19 thy sisters.

1 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 אַ֣תְּ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 3 שְׂאִ֣י H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 4 כְלִמָּתֵ֗ךְ H3639 schande, smaad, smaadheden confusion, dishonour, reproach, shame 5 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 פִּלַּלְתְּ֙ H6419 bidden, bad, bid intreat, judge(-ment), (make) pray(-er, -ing), make supplication 7 לַֽאֲחוֹתֵ֔ךְ H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together 8 בְּחַטֹּאתַ֛יִךְ H2403 zonde, zondoffer, zonden punishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering) 9 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 הִתְעַ֥בְתְּ H8581 gruwel, gruwelijk, bedrijven gruwelijk (make to be) abhor(-red), (be, commit more, do) abominable(-y), [idiom] utterly 11 מֵהֵ֖ן H2004 zij, haar (vrouwelijk meervoud) [idiom] in, such like, (with) them, thereby, therein, (more than) they, wherein, in which, whom, withal 12 תִּצְדַּ֣קְנָה H6663 rechtvaardig, gerechtvaardigd, rechtvaardigen cleanse, clear self, (be, do) just(-ice, -ify, -ify self), (be turn to) righteous(-ness) 13 מִמֵּ֑ךְ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 14 וְגַם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 15 אַ֥תְּ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 16 בּ֨וֹשִׁי֙ H954 beschaamd, beschaamt, schamen (be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long 17 וּשְׂאִ֣י H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 18 כְלִמָּתֵ֔ךְ H3639 schande, smaad, smaadheden confusion, dishonour, reproach, shame 19 בְּצַדֶּקְתֵּ֖ךְ H6663 rechtvaardig, gerechtvaardigd, rechtvaardigen cleanse, clear self, (be, do) just(-ice, -ify, -ify self), (be turn to) righteous(-ness) 20 אַחְיוֹתֵֽךְ H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
53 Als Ik haar gevangenen wederbrengen zal, namelijk de gevangenen van Sodom en haar dochteren, en de gevangenen van Samaria en haar dochteren, dan zal Ik wederbrengen de gevangenen uwer gevangenis in het midden van haar.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

53 Als Ik haar gevangenenH7622 wederbrengenH7725 zal, namelijk de gevangenenH7622 van SodomH5467 en haar dochterenH1323, en de gevangenenH7622 van SamariaH8111 en haar dochterenH1323, dan zal Ik wederbrengen de gevangenenH7622 uwer gevangenisH7622 in het middenH8432 van haar. Als Ik haar gevangenen wederbrengen zal, namelijk de gevangenen van Sodom en haar dochteren, en de gevangenen van Samaria en haar dochteren, dan zal Ik wederbrengen de gevangenen uwer gevangenis in het midden van haar.

KJV When I shall bring again1 their captivity,3 the captivity5 of Sodom6 and her daughters,7 and the captivity9 of Samaria10 and her daughters,11 then will I bring again the captivity12 of thy captives in the midst

1 וְשַׁבְתִּי֙ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 שְׁבִ֣יתְהֶ֔ן H7622 gevangenis, gevangenen, gevangenissen captive(-ity) 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 שְׁב֤וּת H7622 gevangenis, gevangenen, gevangenissen captive(-ity) 6 סְדֹם֙ H5467 Sodom Sodom 7 וּבְנוֹתֶ֔יהָ H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 8 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 שְׁב֥וּת H7622 gevangenis, gevangenen, gevangenissen captive(-ity) 10 שֹׁמְר֖וֹן H8111 Samaria Samaria 11 וּבְנוֹתֶ֑יהָ H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 12 וּשְׁב֥וּת H7622 gevangenis, gevangenen, gevangenissen captive(-ity) 13 שְׁבִיתַ֖יִךְ H7628 gevangenis, gevangenen, gevangene captive(-ity), prisoners, [idiom] take away, that was taken 14 בְּתוֹכָֽהְנָה H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
54 Opdat gij uw schande draagt, en te schande gemaakt wordt, om al hetgeen gij gedaan hebt, als gij haar troosten zult.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

54 Opdat gij uw schande draagtH5375, en te schande gemaakt wordt, om alH3605 hetgeenH834 gij gedaanH6213 hebt, als gij haar troostenH5162 zult. Opdat gij uw schande draagt, en te schande gemaakt wordt, om al hetgeen gij gedaan hebt, als gij haar troosten zult.

Ook in dit vers schandeH3637 schandeH3639

KJV That thou mayest bear2 thine own shame,3 and mayest be confounded4 in all that thou hast done,7 in that thou art a comfort

1 לְמַ֨עַן֙ H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 2 תִּשְׂאִ֣י H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 3 כְלִמָּתֵ֔ךְ H3639 schande, smaad, smaadheden confusion, dishonour, reproach, shame 4 וְנִכְלַ֕מְתְּ H3637 schande, schaamrood, beschaamd be (make) ashamed, blush, be confounded, be put to confusion, hurt, reproach, (do, put to) shame 5 מִכֹּ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 עָשִׂ֑ית H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 בְּנַחֲמֵ֖ךְ H5162 troosten, berouwde, berouw comfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self) 9 אֹתָֽן H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
55 Als uw zusters, Sodom en haar dochteren, zullen wederkeren tot haar vorigen staat, mitsgaders Samaria en haar dochteren zullen wederkeren tot haar vorigen staat, zult gij ook en uw dochteren wederkeren tot uw vorigen staat.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

55 Als uw zustersH269, SodomH5467 en haar dochterenH1323, zullen wederkerenH7725 tot haar vorigen staatH6927, mitsgaders SamariaH8111 en haar dochterenH1323 zullen wederkerenH7725 tot haar vorigen staatH6927, zult gijH859 ook en uw dochterenH1323 wederkerenH7725 tot uw vorigen staatH6927. Als uw zusters, Sodom en haar dochteren, zullen wederkeren tot haar vorigen staat, mitsgaders Samaria en haar dochteren zullen wederkeren tot haar vorigen staat, zult gij ook en uw dochteren wederkeren tot uw vorigen staat.

KJV When thy sisters,1 Sodom2 and her daughters,3 shall return4 to their former estate,5 and Samaria6 and her daughters7 shall return8 to their former estate,9 then thou and thy daughters11 shall return12 to your former estate.

1 וַאֲחוֹתַ֗יִךְ H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together 2 סְדֹ֤ם H5467 Sodom Sodom 3 וּבְנוֹתֶ֨יהָ֙ H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 4 תָּשֹׁ֣בְןָ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 5 לְקַדְמָתָ֔ן H6927 vorigen staat, eer, oudheid afore, antiquity, former (old) estate 6 וְשֹֽׁמְרוֹן֙ H8111 Samaria Samaria 7 וּבְנוֹתֶ֔יהָ H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 8 תָּשֹׁ֖בְןָ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 9 לְקַדְמָתָ֑ן H6927 vorigen staat, eer, oudheid afore, antiquity, former (old) estate 10 וְאַתְּ֙ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 11 וּבְנוֹתַ֔יִךְ H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 12 תְּשֻׁבֶ֖ינָה H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 13 לְקַדְמַתְכֶֽן H6927 vorigen staat, eer, oudheid afore, antiquity, former (old) estate
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
56 Ja, uw zuster Sodom is in uw mond niet gehoord geweest, ten dage uws groten hoogmoeds,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

56 Ja, uw zusterH269 SodomH5467 isH1961 in uw mondH6310 nietH3808 gehoordH8052 geweest, ten dageH3117 uws groten hoogmoedsH1347, Ja, uw zuster Sodom is in uw mond niet gehoord geweest, ten dage uws groten hoogmoeds,

KJV For thy sister4 Sodom3 was not mentioned5 by thy mouth6 in the day7 of thy pride,

1 וְל֤וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 הָֽיְתָה֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 3 סְדֹ֣ם H5467 Sodom Sodom 4 אֲחוֹתֵ֔ךְ H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together 5 לִשְׁמוּעָ֖ה H8052 gerucht, tijding, gehoord bruit, doctrine, fame, mentioned, news, report, rumor, tidings 6 בְּפִ֑יךְ H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 7 בְּי֖וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 8 גְּאוֹנָֽיִךְ H1347 hovaardij, hoogmoed, heerlijkheid arrogancy, excellency(-lent), majesty, pomp, pride, proud, swelling
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
57 Aleer uw boosheid ontdekt was. Als de tijd was der versmading van de dochteren van Syrie, en van al degenen, die rondom datzelve waren, de dochteren der Filistijnen, die u verachten van rondom,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

57 Aleer uw boosheidH7451 ontdektH1540 was. Als de tijdH6256 was der versmadingH2781 van de dochterenH1323 van SyrieH758, en van alH3605 degenen, die rondomH5439 datzelve waren, de dochterenH1323 der FilistijnenH6430, die u verachtenH7590 van rondomH5439, Aleer uw boosheid ontdekt was. Als de tijd was der versmading van de dochteren van Syrie, en van al degenen, die rondom datzelve waren, de dochteren der Filistijnen, die u verachten van rondom,

KJV Before thy wickedness3 was discovered,2 as at the time5 of thy reproach6 of the daughters7 of Syria,8 and all that are round about10 her, the daughters11 of the Philistines,12 which despise13 thee round about.

1 בְּטֶרֶם֮ H2962 eer, terwijl before, ere, not yet 2 תִּגָּלֶ֣ה H1540 gevankelijk, ontdekken, ontdekt [phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover 3 רָעָתֵךְ֒ H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 4 כְּמ֗וֹ H3644 gelijk, als according to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth 5 עֵ֚ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 6 חֶרְפַּ֣ת H2781 smaadheid, smaad, versmaadheid rebuke, reproach(-fully), shame 7 בְּנוֹת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 8 אֲרָ֔ם H758 Syriers, Syrie, Aram Aram, Mesopotamia, Syria, Syrians 9 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 סְבִיבוֹתֶ֖יהָ H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 11 בְּנ֣וֹת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 12 פְּלִשְׁתִּ֑ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 13 הַשָּׁאט֥וֹת H7590 beroofd, beroven, verachten that (which) despise(-d) 14 אוֹתָ֖ךְ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 מִסָּבִֽיב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
58 Hebt gij uw schandelijke daden en uw gruwelen gedragen, spreekt de HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

58 Hebt gijH859 uw schandelijke dadenH2154 en uw gruwelenH8441 gedragenH5375, spreektH5002 de HEEREH3068. Hebt gij uw schandelijke daden en uw gruwelen gedragen, spreekt de HEERE.

KJV Thou hast borne6 thy lewdness2 and thine abominations,4 saith7 the LORD.

1 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 זִמָּתֵ֥ךְ H2154 schandelijkheid, schandelijke daad, schandelijke daden heinous crime, lewd(-ly, -ness), mischief, purpose, thought, wicked (device, mind, -ness) 3 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 תּוֹעֲבוֹתַ֖יִךְ H8441 gruwelen, gruwel, gruwelijke abominable (custom, thing), abomination 5 אַ֣תְּ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 6 נְשָׂאתִ֑ים H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 7 נְאֻ֖ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 8 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
59 Want alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal u ook doen, gelijk als gij gedaan hebt, die den eed veracht hebt, brekende het verbond.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

59 WantH3588 alzoH3541 zegtH559 de HeereH136 HEEREH3069: Ik zal u ook doenH6213, gelijk als gij gedaanH6213 hebt, dieH834 den eedH423 verachtH959 hebt, brekendeH6565 het verbondH1285. Want alzo zegt de Heere HEERE: Ik zal u ook doen, gelijk als gij gedaan hebt, die den eed veracht hebt, brekende het verbond.

KJV For thus saith3 the Lord4 GOD;5 I will even deal6 with thee as thou hast done,9 which hast despised11 the oath12 in breaking13 the covenant.

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 כֹ֤ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 3 אָמַר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 אֲדֹנָ֣י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 5 יְהוִ֔ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 6 וְעָשִׂ֥יתִי H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 7 אוֹתָ֖ךְ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 כַּאֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 עָשִׂ֑ית H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 10 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 בָּזִ֥ית H959 veracht, verachtte, verachten despise, disdain, contemn(-ptible), [phrase] think to scorn, vile person 12 אָלָ֖ה H423 vloek, eed, eed vloeks curse, cursing, execration, oath, swearing 13 לְהָפֵ֥ר H6565 vernietigen, vernietigd, ganselijk [idiom] any ways, break (asunder), cast off, cause to cease, [idiom] clean, defeat, disannul, disappoint, dissolve, divide, make of none effect, fail, frustrate, bring (come) to nought, [idiom] utterly, make void 14 בְּרִֽית H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
60 Evenwel zal Ik gedachtig wezen aan Mijn verbond met u, in de dagen uwer jonkheid, en Ik zal met u een eeuwig verbond oprichten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

60 Evenwel zal IkH589 gedachtigH2142 wezen aan Mijn verbondH1285 met u, in de dagenH3117 uwer jonkheidH5271, en Ik zal met u een eeuwigH5769 verbondH1285 oprichtenH6965. Evenwel zal Ik gedachtig wezen aan Mijn verbond met u, in de dagen uwer jonkheid, en Ik zal met u een eeuwig verbond oprichten.

KJV Nevertheless I will remember1 my covenant4 with thee in the days6 of thy youth,7 and I will establish8 unto thee an everlasting11 covenant.

1 וְזָכַרְתִּ֨י H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 2 אֲנִ֧י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 בְּרִיתִ֛י H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 5 אוֹתָ֖ךְ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 בִּימֵ֣י H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 7 נְעוּרָ֑יִךְ H5271 jeugd, jonkheid childhood, youth 8 וַהֲקִמוֹתִ֥י H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 9 לָ֖ךְ 10 בְּרִ֥ית H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 11 עוֹלָֽם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
61 Dan zult gij uwer wegen gedenken en beschaamd zijn, als gij uw zusteren, die groter zijn dan gij, aannemen zult; want Ik zal u dezelve geven tot dochteren, maar niet uit uw verbond.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

61 Dan zult gij uwer wegenH1870 gedenkenH2142 en beschaamdH3637 zijn, als gij uw zusterenH269, die groterH1419 zijn danH4480 gij, aannemenH3947 zult; want Ik zal u dezelveH5414 geven totH413 dochterenH1323, maar nietH3808 uit uw verbondH1285. Dan zult gij uwer wegen gedenken en beschaamd zijn, als gij uw zusteren, die groter zijn dan gij, aannemen zult; want Ik zal u dezelve geven tot dochteren, maar niet uit uw verbond.

Ook in dit vers kleinerH6996

KJV Then thou shalt remember1 thy ways,3 and be ashamed,4 when thou shalt receive5 thy sisters,7 thine elder8 and thy younger:11 and I will give13 them unto thee for daughters,16 but not by thy covenant.

1 וְזָכַ֣רְתְּ H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 דְּרָכַיִךְ֮ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 4 וְנִכְלַמְתְּ֒ H3637 schande, schaamrood, beschaamd be (make) ashamed, blush, be confounded, be put to confusion, hurt, reproach, (do, put to) shame 5 בְּקַחְתֵּ֗ךְ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 אֲחוֹתַ֨יִךְ֙ H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together 8 הַגְּדֹל֣וֹת H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 9 מִמֵּ֔ךְ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 10 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 הַקְּטַנּ֖וֹת H6996 kleinste, kleine, klein least, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est) 12 מִמֵּ֑ךְ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 13 וְנָתַתִּ֨י H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 14 אֶתְהֶ֥ן H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 לָ֛ךְ 16 לְבָנ֖וֹת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 17 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 18 מִבְּרִיתֵֽךְ H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
62 Want Ik zal Mijn verbond met u oprichten, en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

62 Want Ik zal Mijn verbondH1285 metH854 u oprichtenH6965, en gij zult wetenH3045, datH3588 IkH589 de HEEREH3068 ben; Want Ik zal Mijn verbond met u oprichten, en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben;

KJV And I will establish1 my covenant4 with thee; and thou shalt know6 that I am the LORD:

1 וַהֲקִימוֹתִ֥י H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 2 אֲנִ֛י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 בְּרִיתִ֖י H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 5 אִתָּ֑ךְ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 6 וְיָדַ֖עַתְּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 7 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 אֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 9 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
63 Opdat gij het gedachtig zijt, en u schaamt, en niet meer uw mond opent vanwege uw schande, wanneer Ik voor u verzoening doen zal over al hetgeen gij gedaan hebt, spreekt de Heere HEERE.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

63 OpdatH4616 gij het gedachtigH2142 zijt, en u schaamtH954, en nietH3808 meerH5750 uw mondH6310 opentH6610 vanwegeH6440 uw schandeH3639, wanneer Ik voor u verzoeningH3722 doen zal over alH3605 hetgeenH834 gij gedaanH6213 hebt, spreektH5002 de HeereH136 HEEREH3069. Opdat gij het gedachtig zijt, en u schaamt, en niet meer uw mond opent vanwege uw schande, wanneer Ik voor u verzoening doen zal over al hetgeen gij gedaan hebt, spreekt de Heere HEERE.

KJV That thou mayest remember,2 and be confounded,3 and never open8 thy mouth9 any more because10 of thy shame,11 when I am pacified12 toward thee for all that thou hast done,16 saith17 the Lord18 GOD.

1 לְמַ֤עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 2 תִּזְכְּרִי֙ H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 3 וָבֹ֔שְׁתְּ H954 beschaamd, beschaamt, schamen (be, make, bring to, cause, put to, with, a-) shamed(-d), be (put to) confounded(-fusion), become dry, delay, be long 4 וְלֹ֨א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 יִֽהְיֶה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 6 לָּ֥ךְ 7 עוֹד֙ H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 8 פִּתְח֣וֹן H6610 opening, opent open(-ing) 9 פֶּ֔ה H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 10 מִפְּנֵ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 11 כְּלִמָּתֵ֑ךְ H3639 schande, smaad, smaadheden confusion, dishonour, reproach, shame 12 בְּכַפְּרִי H3722 verzoening, verzoenen, verzoend appease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation) 13 לָךְ֙ 14 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 16 עָשִׂ֔ית H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 17 נְאֻ֖ם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 18 אֲדֹנָ֥י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 19 יְהוִֽה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Ezechiël 16:2 Ezechiël 22:2 Ezechiël 20:4 Jesaja 58:1 Ezechiël 23:36 Ezechiël 33:7 Ezechiël 8:9 Hosea 8:1
Ezechiël 16:3 Ezechiël 16:45 Ezechiël 21:30 Genesis 15:16 Deuteronomium 20:17 Johannes 8:44 Ezra 9:1 Mattheüs 11:24 Lukas 3:7
Ezechiël 16:4 Hosea 2:3 Lukas 2:7 Exodus 1:11 Exodus 5:16 Deuteronomium 5:6 Handelingen 7:6 Jozua 24:2 Ezechiël 20:13
Ezechiël 16:5 Jesaja 49:15 Jeremia 9:21 Klaagliederen 2:11 Deuteronomium 32:10 Jeremia 22:19 Klaagliederen 2:19 Ezechiël 2:6 Exodus 1:22
Ezechiël 16:6 Johannes 5:25 Titus 3:3 Efeze 2:4 Hebreeën 10:29 Psalmen 105:26 Exodus 3:7 Mattheüs 5:13 Exodus 2:24
Ezechiël 16:7 Exodus 1:7 Deuteronomium 1:10 Ezechiël 16:22 Hooglied 4:5 Psalmen 148:14 Psalmen 135:4 Exodus 3:22 Openbaring 3:17
Ezechiël 16:8 Ruth 3:9 Jesaja 43:4 Romeinen 5:8 Exodus 19:4 Jeremia 2:2 Jeremia 31:3 1 Samuël 12:22 Ezechiël 16:6
Ezechiël 16:9 Ruth 3:3 Psalmen 23:5 Openbaring 1:5 Ezechiël 16:4 1 Johannes 2:20 1 Johannes 5:8 Jesaja 4:4 Hebreeën 9:10
Ezechiël 16:10 Ezechiël 16:18 Ezechiël 16:13 Jesaja 61:10 Ezechiël 27:16 Exodus 26:36 Ezechiël 27:7 Jesaja 61:3 Genesis 41:42
Ezechiël 16:11 Genesis 24:22 Genesis 41:42 Jesaja 3:19 Genesis 24:47 Ezechiël 23:42 Spreuken 1:9 Ezechiël 23:40 Hosea 2:13
Ezechiël 16:12 Jesaja 28:5 Jesaja 3:21 Jeremia 13:18
Ezechiël 16:13 Deuteronomium 32:13 1 Koningen 4:21 Psalmen 50:2 Psalmen 45:13 Psalmen 48:2 Deuteronomium 8:8 Genesis 17:6 2 Samuël 8:15
Ezechiël 16:14 Klaagliederen 2:15 1 Koningen 10:24 1 Korinthe 4:7 Jozua 2:9 Jozua 9:6 Deuteronomium 4:6 2 Kronieken 9:23 2 Kronieken 2:11
Ezechiël 16:15 Jesaja 57:8 Jeremia 2:20 Ezechiël 16:25 Jeremia 7:4 Ezechiël 23:3 Hosea 1:2 Jesaja 1:21 Ezechiël 23:8
Ezechiël 16:16 2 Koningen 23:7 2 Kronieken 28:24 Hosea 2:8 Ezechiël 7:20
Ezechiël 16:17 Exodus 32:1 Jeremia 2:27 Jeremia 3:9 Jesaja 57:7 Ezechiël 23:14 Hosea 2:13 Ezechiël 16:11 Jesaja 44:19
Ezechiël 16:19 Ezechiël 16:13 Deuteronomium 32:14 Hosea 2:8 Genesis 8:21
Ezechiël 16:20 Ezechiël 23:37 Jeremia 7:31 Exodus 13:2 Ezechiël 20:31 Psalmen 106:37 Exodus 13:12 Jesaja 57:5 Deuteronomium 29:11
Ezechiël 16:21 2 Koningen 17:17 2 Koningen 23:10 Jeremia 19:5 Leviticus 18:21 2 Koningen 21:6 Psalmen 106:37 Leviticus 20:1 Deuteronomium 18:10
Ezechiël 16:22 Jeremia 2:2 Ezechiël 16:43 Hosea 11:1 Ezechiël 16:60 Hosea 2:3 Ezechiël 16:3
Ezechiël 16:23 Mattheüs 11:21 Mattheüs 23:13 Ezechiël 13:3 Ezechiël 2:10 Sefanja 3:1 Openbaring 12:12 Ezechiël 13:18 Openbaring 8:13
Ezechiël 16:24 Psalmen 78:58 Ezechiël 16:31 Ezechiël 16:39 Jesaja 57:7 Ezechiël 20:28 Jeremia 3:2 Jeremia 2:20 2 Koningen 23:11
Ezechiël 16:25 Ezechiël 16:31 Jeremia 3:2 Spreuken 9:14 Jeremia 6:15 Jesaja 3:9 Ezechiël 16:15 Openbaring 17:1 Openbaring 17:12
Ezechiël 16:26 Ezechiël 23:19 Ezechiël 20:7 Deuteronomium 29:16 Exodus 32:4 Jesaja 30:21 Ezechiël 23:8 Ezechiël 8:14 Ezechiël 8:17
Ezechiël 16:27 Jesaja 9:12 Ezechiël 16:57 Ezechiël 16:37 Ezechiël 23:28 Ezechiël 23:46 Jesaja 9:17 Ezechiël 5:6 Psalmen 106:41
Ezechiël 16:28 2 Koningen 16:7 2 Koningen 16:10 Jeremia 2:18 Jeremia 2:36 Hosea 10:6 2 Kronieken 28:23 Ezechiël 23:5 2 Koningen 21:11
Ezechiël 16:29 Ezechiël 13:14 Richteren 2:12 Ezechiël 23:14 2 Koningen 21:9
Ezechiël 16:30 Jeremia 3:3 Jeremia 4:22 Jesaja 1:3 Spreuken 9:13 Jesaja 3:9 Openbaring 17:1 Spreuken 7:11 Spreuken 7:21
Ezechiël 16:31 Ezechiël 16:33 Jesaja 52:3 Ezechiël 16:24 Hosea 12:11 Ezechiël 16:39
Ezechiël 16:32 Jeremia 3:20 Jeremia 3:1 Ezechiël 23:45 2 Korinthe 11:2 Hosea 3:1 Jeremia 2:25 Ezechiël 23:37 Ezechiël 16:8
Ezechiël 16:33 Hosea 8:9 Jesaja 57:9 Jesaja 30:6 Hosea 2:12 Deuteronomium 23:17 Jesaja 30:3 Micha 1:7 Joël 3:3
Ezechiël 16:35 Jesaja 1:10 Hosea 2:5 Hosea 4:1 Jeremia 3:1 Nahum 3:4 Openbaring 17:5 Jesaja 1:21 Jeremia 3:6
Ezechiël 16:36 Ezechiël 23:10 Ezechiël 22:15 Ezechiël 36:25 Jeremia 13:22 Genesis 3:7 Sefanja 3:1 Ezechiël 23:18 Psalmen 139:11
Ezechiël 16:37 Jeremia 13:22 Hosea 2:10 Klaagliederen 1:8 Nahum 3:5 Jeremia 13:26 Openbaring 17:16 Ezechiël 23:9 Hosea 2:3
Ezechiël 16:38 Leviticus 20:10 Jeremia 18:21 Genesis 9:6 Sefanja 1:17 Ezechiël 16:40 Ezechiël 23:25 Genesis 38:24 Deuteronomium 22:22
Ezechiël 16:39 Hosea 2:3 Ezechiël 23:26 Ezechiël 16:24 Hosea 2:9 Jesaja 3:16 Ezechiël 23:29 Ezechiël 16:10 Ezechiël 7:22
Ezechiël 16:40 Ezechiël 23:47 Habakuk 1:6 Ezechiël 24:21 Ezechiël 23:10 Jeremia 25:9 Johannes 8:5
Ezechiël 16:41 Ezechiël 23:48 Jeremia 52:13 Jeremia 39:8 Ezechiël 23:27 2 Koningen 25:9 Deuteronomium 13:16 Ezechiël 5:8 Ezechiël 23:10
Ezechiël 16:42 Ezechiël 5:13 Ezechiël 39:29 Ezechiël 21:17 Jesaja 54:9 Zacharia 6:8 Jesaja 40:1 2 Samuël 21:14 Jesaja 1:24
Ezechiël 16:43 Ezechiël 16:22 Psalmen 78:42 Ezechiël 22:31 Ezechiël 11:21 Ezechiël 6:9 Jesaja 63:10 Psalmen 106:13 Psalmen 95:10
Ezechiël 16:44 Ezechiël 18:2 1 Samuël 24:13 2 Koningen 21:9 Psalmen 106:35 1 Koningen 21:16 2 Koningen 17:15 Ezechiël 16:3 Ezra 9:1
Ezechiël 16:45 Jesaja 1:4 Zacharia 11:8 Ezechiël 23:37 Ezechiël 16:8 Ezechiël 16:20 Deuteronomium 12:31 Ezechiël 16:15 Romeinen 1:30
Ezechiël 16:46 Ezechiël 23:4 Ezechiël 16:53 Genesis 13:10 Ezechiël 16:48 Jeremia 3:8 Ezechiël 16:51 Ezechiël 16:61 Ezechiël 23:11
Ezechiël 16:47 2 Koningen 21:9 Ezechiël 5:6 Ezechiël 16:48 Ezechiël 16:51 1 Koningen 16:31 Johannes 15:21 2 Koningen 21:16 Ezechiël 8:17
Ezechiël 16:48 Mattheüs 10:15 Lukas 10:12 Mattheüs 11:23 Handelingen 7:52 Markus 6:11
Ezechiël 16:49 Genesis 13:10 Psalmen 138:6 Ezechiël 28:9 Jesaja 3:9 Ezechiël 18:12 Ezechiël 28:2 Amos 5:11 Ezechiël 18:16
Ezechiël 16:50 Genesis 19:24 Genesis 19:5 Genesis 13:13 Genesis 18:20 Leviticus 18:22 Sefanja 2:9 2 Koningen 23:7 Spreuken 16:18
Ezechiël 16:51 Jeremia 3:8 Mattheüs 12:41 Lukas 12:47 Romeinen 3:9
Ezechiël 16:52 Mattheüs 7:1 Romeinen 6:21 Romeinen 2:10 Ezechiël 39:26 Lukas 6:37 Ezechiël 36:31 Ezechiël 36:15 Genesis 38:26
Ezechiël 16:53 Jesaja 19:24 Ezechiël 39:25 Ezechiël 29:14 Jeremia 31:23 Jeremia 20:16 Romeinen 11:23 Jesaja 1:9 Ezechiël 16:60
Ezechiël 16:54 Jeremia 2:26 Ezechiël 14:22 Ezechiël 16:63 Ezechiël 36:31 Ezechiël 16:52
Ezechiël 16:55 Maleachi 3:4 Ezechiël 36:11 Ezechiël 16:53
Ezechiël 16:56 Sefanja 3:11 Lukas 18:11 Jesaja 65:5 Lukas 15:28
Ezechiël 16:57 2 Koningen 16:5 2 Kronieken 28:18 2 Kronieken 28:5 Jesaja 7:1 Ezechiël 16:36 Ezechiël 21:24 Genesis 10:22 Klaagliederen 4:22
Ezechiël 16:58 Ezechiël 23:49 Klaagliederen 5:7 Genesis 4:13
Ezechiël 16:59 Ezechiël 17:19 Jesaja 24:5 2 Kronieken 34:31 Ezechiël 17:13 Ezechiël 14:4 Jeremia 2:19 Ezechiël 7:4 Exodus 24:1
Ezechiël 16:60 Jeremia 50:5 Jesaja 55:3 Psalmen 106:45 Jeremia 31:31 Hosea 2:19 Ezechiël 16:8 Jeremia 32:38 Leviticus 26:42
Ezechiël 16:61 Galaten 4:26 Hebreeën 8:13 Efeze 3:6 Ezechiël 20:43 Jesaja 66:7 Romeinen 15:16 Jeremia 31:18 Romeinen 11:11
Ezechiël 16:62 Jeremia 24:7 Ezechiël 6:7 Hosea 2:18 Ezechiël 16:60 Daniël 9:27 Joël 3:17 Ezechiël 20:43 Ezechiël 39:22
Ezechiël 16:63 Romeinen 3:19 Psalmen 39:9 Daniël 9:7 Ezechiël 36:31 Job 40:4 Psalmen 79:9 Titus 3:3 Klaagliederen 3:39
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Ezechiël 16 vers 2

Jeruzalem Dat is, de inwoners van Jeruzalem, die hier vervolgens om deze oorzaak in het eenvoudig getal en in het vrouwelijk geslacht toegesproken worden.

Hertaald: Jeruzalem Dat is: de inwoners van Jeruzalem, die hier vervolgens om die reden in het enkelvoud en in het vrouwelijk geslacht toegesproken worden.

gruwelen bekend, Dat is, gruwelijke werken, voornamelijk door afgoderij bedreven.

Hertaald: gruwelen bekend, Dat is: gruwelijke werken, vooral bedreven door afgoderij.

Ezechiël 16 vers 3

handelingen Velen verstaan hierdoor al het bedrijf van het gehele Israëlietische volk, in het stukk van den godsdienst; waaronder ook te begrijpen zijn de werken rakende den wandel des levens. Anderen vertalen dit woord afkomsten, of geslachten, oorsprongen, woningen, of verkeringen.

Hertaald: handelingen Velen verstaan hieronder al het doen en laten van het hele Israëlitische volk op het punt van de godsdienst, waaronder ook de werken van de levenswandel te begrijpen zijn. Anderen vertalen dit woord met afkomsten, of geslachten, oorsprongen, woonplaatsen of verblijven.

geboorten Dat is, de beginselen en de oorsprongen van uw voorgemelde handelingen zijn niet uit Abraham en Sara, van wie gij u beroemt afkomstig te wezen, maar uit de afgodische en goddeloze heidenen, welker doen gij nagevolgd hebt, ontaardende van het geloof en de werken van uwen vader Abraham; vergelijk Joh. 8:39 ; Rom. 2:28 ; en Rom. 9:7-8 . Sommigen menen dat het Hebreeuwse woord hier in het getal van velen gesteld wordt, om aan te wijzen dat de Israëlieten altijd verscheidene afgodische godsdiensten nagevolgd hebben, met een niet tevreden zijnde.

Hertaald: geboorten Dat is: het begin en de oorsprong van uw genoemde daden liggen niet bij Abraham en Sara, van wie u zich beroemt af te stammen, maar bij de afgodische en goddeloze heidenen, wier doen u nagevolgd hebt, terwijl u ontaardde van het geloof en de werken van uw vader Abraham; vergelijk Joh. 8:39; Rom. 2:28 en Rom. 9:7-8. Sommigen menen dat het Hebreeuwse woord hier in het meervoud staat om aan te wijzen dat de Israëlieten altijd verschillende afgodische godsdiensten nagevolgd hebben en zich met één niet tevredenstelden.

een Amoriet en uw moeder Zie van de afkomst van dit volk, Gen. 10:16 , en van derzelver boosheid, Gen. 15:16 .

Hertaald: een Amoriet en uw moeder Zie over de afkomst van dit volk Gen. 10:16, en over hun boosheid Gen. 15:16.

Hethietische Van der Hethieten afkomst, zie Gen. 10:15 , en van hunne boosheid, Gen. 27:46 .

Hertaald: Hethietische Over de afkomst van de Hethieten, zie Gen. 10:15, en over hun boosheid Gen. 27:46.

Ezechiël 16 vers 4

ten dage, Dat is, ten tijde als Ik Abram, die een afgodendienaar was, Joz. 24:2 , toen gij in zijne lenden waart, riep uit Ur in Chaldea om in het land Kanaän te komen, bracht zijn zaad in Egypte, en leidde het door de woestijn in het beloofde land. Vergelijk Hos. 2:2 .

Hertaald: ten dage, Dat is: in de tijd toen Ik Abram, die een afgodendienaar was (Joz. 24:2) en in wiens lendenen u toen was, uit Ur in Chaldea riep om naar het land Kanaän te komen, zijn nageslacht in Egypte bracht en het door de woestijn naar het beloofde land leidde. Vergelijk Hos. 2:2.

werd uw navel De ellende van het volk Israëls wordt hier beschreven door ene gelijkenis, genomen van een nieuwgeboren kind, dat uit zijner moeder lichaam voortgekomen zijnde van niemand gadegeslagen wordt.

Hertaald: werd uw navel De ellende van het volk Israël wordt hier beschreven met een vergelijking, ontleend aan een pasgeboren kind dat, wanneer het uit het lichaam van zijn moeder is voortgekomen, door niemand verzorgd wordt.

niet afgesneden; Dit betekent dat geen bloot schepsel dit volk van zijn aangeboren ellende, zonde en dood verloste of verlossen kon, om het tot de eeuwige zaligheid te brengen.

Hertaald: niet afgesneden; Dit betekent dat geen enkel schepsel dit volk van zijn aangeboren ellende, zonde en dood verloste of verlossen kon om het tot de eeuwige zaligheid te brengen.

toen Ik u aanschouwde; Hebreeuws, met mijn aanschouwen; dat is, zo haast als Ik u aanschouwde. Alzo vertalen ook enigen de woorden bij, of met mijnen voet; Gen. 30:30 . Dat is, zo haast als Ik inkwam. Anders: tot mijn aanschouwen; dat is, tot een welgevallen van mijn aanschouwen, zulks dat gij mijn gezicht zoudt aangenaam geweest zijn. Anders: tot verzachting; te weten waardoor de huid van het nieuwgeboren kind zacht, zuiver, net als glad wordt gemaakt, als dezelve na de afwassing met enige stoffen daartoe gebruikelijk, bestreken is geweest.

Hertaald: toen Ik u aanschouwde; Hebreeuws: met Mijn aanschouwen; dat is: zodra Ik u aanschouwde. Zo vertalen sommigen ook de woorden bij, of met mijn voet in Gen. 30:30, dat is: zodra ik binnenkwam. Anders: tot Mijn aanschouwen; dat is: tot een welgevallen van Mijn aanschouwen, zodat u Mijn oog aangenaam zou zijn. Anders: tot verzachting, namelijk waardoor de huid van een pasgeboren kind zacht, schoon, net en glad gemaakt wordt wanneer die na het wassen met de daarvoor gebruikelijke middelen ingesmeerd is.

geenszins met zout gewreven, Hebreeuws, gezouten wordende, gezouten worden. Het zout werd in voortijden ook gebruikt tot verstijving van de huid en versterking der inwendige delen. Dit alles geeft te verstaan dat God in de Israëlieten, als Hij hen voor zijn volk aannam, niets anders gevonden heeft dan ellende, vuilnis en zwakheid, en vervolgens hen verkoren heeft niet uit aanzien van hunne waarde, maar door zijne genade in den beloofden Middelaar.

Hertaald: geenszins met zout gewreven, Hebreeuws: gezouten wordende, gezouten worden. Het zout werd vroeger ook gebruikt om de huid steviger te maken en de inwendige delen te versterken. Dit alles geeft te kennen dat God in de Israëlieten, toen Hij hen tot Zijn volk aannam, niets anders gevonden heeft dan ellende, vuil en zwakheid, en dat Hij hen dus niet verkozen heeft vanwege hun waarde, maar door Zijn genade in de beloofde Middelaar.

Ezechiël 16 vers 5

Geen oog had medelijden over u, Te weten niet alleen omdat zij niet wilden, maar ook niet konden. Hebreeuws, geen oog spaarde, of verschoonde over u.

Hertaald: Geen oog had medelijden over u, Namelijk niet alleen omdat zij niet wilden, maar ook omdat zij niet konden. Hebreeuws: geen oog spaarde of verschoonde u.

van deze dingen te doen, Te weten, die aan een zodanig nieuwgeboren kind noodzakelijk tot zijn behoud gedaan moet worden.

Hertaald: van deze dingen te doen, Namelijk wat aan zo'n pasgeboren kind noodzakelijk gedaan moet worden om het in leven te houden.

zijt geworpen geweest Dat is, als van allen verlaten en van niemand te helpen dan van God.

Hertaald: zijt geworpen geweest Dat is: als door allen verlaten en door niemand te helpen dan door God.

van uw ziel, Want arglistig is het hart meer dan enig ding, ja dodelijk is het; Jer. 17:9 . Het bedenken van het vlees is vijandschap tegen God, Rom. 8:7 , en hij geheel als een made en worm, Job 25:6 , ja lichter dan de ijdelheid, Ps. 62:10 .

Hertaald: van uw ziel, Want arglistig is het hart, meer dan enig ding, ja dodelijk is het; Jer. 17:9. Het bedenken van het vlees is vijandschap tegen God, Rom. 8:7; en de mens is als een made en een worm, Job 25:6, ja lichter dan de ijdelheid, Ps. 62:10.

Ezechiël 16 vers 6

in uw bloed, Te weten dat aan uw lijf was toen gij eerst ter wereld kwaamt. Dit bloed betekent ons de verdorvenheid der natuur, in welke wij allen ontvangen en geboren zijn, en die ons den tijdelijken en eeuwigen dood onderworpen maakt.

Hertaald: in uw bloed, Namelijk het bloed dat aan uw lichaam zat toen u pas ter wereld kwam. Dit bloed duidt voor ons de verdorvenheid van de natuur aan, waarin wij allen ontvangen en geboren zijn en die ons aan de tijdelijke en de eeuwige dood onderworpen maakt.

in uw bloed Dat is, daar gij in uw bloed waart.

Hertaald: in uw bloed Dat is: terwijl u in uw bloed lag.

Leef; Dat is, gij zult leven, niettegenstaande gij zeer verdorven en ellendig zijt. Het is een bevel, inhoudende ene belofte des levens; van welke manier van spreken zie Ps. 37:3 , en Spr. 3:25 . De Heere wil zeggen: Hoewel gij zeer onrein en mismaakt zijt, en ligt als in het midden des doods, nochtans zal Ik maken dat gij zult leven. Dit is doorgaans vervuld, volgens het verbond der genade, hetwelk God met Abraham heeft opgericht.

Hertaald: Leef; Dat is: u zult leven, ondanks dat u zeer verdorven en ellendig bent. Het is een bevel dat een belofte van leven inhoudt; over deze manier van spreken, zie Ps. 37:3 en Spr. 3:25. De HEERE wil zeggen: hoewel u zeer onrein en misvormd bent en als het ware midden in de dood ligt, zal Ik toch maken dat u leeft. Dit is voortdurend vervuld overeenkomstig het genadeverbond dat God met Abraham opgericht heeft.

ja, Dit wordt tweemaal gezegd om te tonen dat God zijne beloften menigmaal heeft vernieuwd en dat zij vast gaan. Zie van deze beloften, Gen. 12:1-3 , en Gen. 13:15-16 , en Gen. 15:1 , enz., en Gen. 17:1-2 , enz., en Gen. 22:17 , enz., en Gen. 24:7 , en Gen. 26:3 , en Gen. 28:13 , enz.

Hertaald: ja, Dit wordt tweemaal gezegd om te tonen dat God Zijn beloften herhaaldelijk vernieuwd heeft en dat zij vast staan. Zie over deze beloften Gen. 12:1-3, Gen. 13:15-16, Gen. 15:1 enzovoort, Gen. 17:1-2 enzovoort, Gen. 22:17 enzovoort, Gen. 24:7, Gen. 26:3 en Gen. 28:13, enzovoort.

Ezechiël 16 vers 7

tien duizend, Dat is, tot een zeer grote menigte. Zie Ex. 1:7 , en Ex. 12:37 . Een zeker getal voor een onzeker.

Hertaald: tien duizend, Dat is: tot een zeer grote menigte. Zie Ex. 1:7 en Ex. 12:37. Een bepaald getal voor een onbepaald.

grote sierlijkheid; Hebreeuws, tot een sierlijkheid de sierlijkheden; dat is, tot zeer grote of de allermeeste frisheid. Zie van deze manier van spreken, Lev. 2:3 . Versta dit van een geestelijke sierlijkheid en frisheid, welker oorzaak zie Deut. 7:7-8 , en is vervolgens voortgekomen uit de eerste weldaad hier vermeld, begrepen in de belofte des levens, boven vs.6.

Hertaald: grote sierlijkheid; Hebreeuws: tot een sieraad der sieraden; dat is: tot zeer grote, of de allergrootste bloei. Zie over deze manier van spreken Lev. 2:3. Versta dit van een geestelijke luister en bloei, waarvan de oorzaak te vinden is in Deut. 7:7-8 en die dus voortkwam uit de eerste weldaad die hier genoemd is, vervat in de belofte van het leven, hierboven vers 6.

naakt en bloot Hebreeuws, naaktheid. Versta, de beroving der oorspronkelijke gerechtigheid en de ledigheid van al het zaligmakend goed. Zie van de geestelijke naaktheid ook Openb. 3:17 .

Hertaald: naakt en bloot Hebreeuws: naaktheid. Versta: de beroving van de oorspronkelijke gerechtigheid en het gemis van al het zaligmakende goed. Zie over de geestelijke naaktheid ook Openb. 3:17.

Ezechiël 16 vers 8

der minne; Dat is dat gij huwbaar waart, of bekwaam om ten huwelijk begeerd te worden. De Heere spreekt hier menselijkerwijze van het geestelijke huwelijk, hetwelk Hij uit enkel genade en liefde aangegaan heeft met het Joodse volk, als Hij dat van alle andere volken der aarde heeft afgezonderd en daarmede een verbond der genade in den Messias opgericht.

Hertaald: der minne; Dat is: dat u huwbaar was, of geschikt om ten huwelijk begeerd te worden. De HEERE spreekt hier op menselijke wijze over het geestelijke huwelijk dat Hij uit louter genade en liefde met het Joodse volk aangegaan is, toen Hij dat van alle andere volken op aarde afzonderde en er een genadeverbond in de Messias mee oprichtte.

breidde Ik Mijn vleugel over u uit, Dat is, Ik nam u in mijne bewaring om u tot mijne bruid te nemen; vergelijk Ruth 3:9 .

Hertaald: breidde Ik Mijn vleugel over u uit, Dat is: Ik nam u in Mijn bescherming om u tot Mijn bruid te nemen; vergelijk Ruth 3:9.

naaktheid; Of, schaamte.

Hertaald: naaktheid; Of: schaamte.

een verbond, Te weten het geestelijke huwelijk, dat Ik uw God en gij mijn volk zoudt wezen; zie Gen. 17:1-2 , enz.

Hertaald: een verbond, Namelijk het geestelijke huwelijk, dat Ik uw God en u Mijn volk zou zijn; zie Gen. 17:1-2, enzovoort.

Ezechiël 16 vers 9

wies Ik u met water, Hierdoor verstaan velen de weldaad van de vergeving der zonden, vloeiende uit het genadeverbond, en die dikwijls door afwassing afgebeeld en uitgedrukt wordt; Ex. 24:8 ; Lev. 15:13 ; Ps. 51:4 , Ps. 51:9 ; onder Ezech. 36:25 ; Hand. 22:16 ; 1 Kor. 6:11 ; Openb. 1:5 . Doch versta ook dit en het volgende van de wedergeboorte en heiligmaking, ten aanzien van de kinderen der belofte en de uitverkorenen, die onder het volk waren.

Hertaald: wies Ik u met water, Velen verstaan hieronder de weldaad van de vergeving van de zonden, die voortvloeit uit het genadeverbond en die vaak met een afwassing wordt afgebeeld en uitgedrukt; Ex. 24:8; Lev. 15:13; Ps. 51:4, Ps. 51:9; hieronder Ezech. 36:25; Hand. 22:16; 1 Kor. 6:11; Openb. 1:5. Maar versta dit en het volgende ook van de wedergeboorte en de heiligmaking, met betrekking tot de kinderen van de belofte en de uitverkorenen die onder het volk waren.

uw bloed van u af, Te weten dat in uwe geboorte aan u gevonden werd.

Hertaald: uw bloed van u af, Namelijk het bloed dat bij uw geboorte aan u gevonden werd.

zalfde u met olie Te weten om u behagelijk te maken. Vergelijk Est. 2:12 . Dit betekende de geestelijke zalving met olie der wedergeboorte, waardoor de mens tot een beter leven geheiligd wordt. Zie van deze olie en zalving, 2 Kor. 1:21-22 ; 1 Joh. 2:20 , 1 Joh. 2:27 .

Hertaald: zalfde u met olie Namelijk om u aantrekkelijk te maken. Vergelijk Est. 2:12. Dit betekende de geestelijke zalving met de olie van de wedergeboorte, waardoor de mens tot een beter leven geheiligd wordt. Zie over deze olie en zalving 2 Kor. 1:21-22; 1 Joh. 2:20, 1 Joh. 2:27.

Ezechiël 16 vers 10

Ik bekleedde u ook Dat is, Ik heb u overvloediglijk voorzien, niet alleen naar het lichaam van al hetgeen u nodig was, maar met geestelijke goederen en weldaden zo verrijkt en vervuld, dat gij onder andere volken uitsteekt, Gen. 12:2-3 ; Num. 24:5-7 , Num. 24:17-19 ; Deut. 4:6-8 ; Ps. 132:13-15 , enz. en door mijn huwelijk ene koningin geworden zijt; zie Ps. 45:10-14 , enz. Zie ook onder vs.13.

Hertaald: Ik bekleedde u ook Dat is: Ik heb u overvloedig voorzien, niet alleen naar het lichaam van alles wat u nodig had, maar Ik heb u ook met geestelijke goederen en weldaden zo verrijkt en vervuld dat u boven andere volken uitsteekt (Gen. 12:2-3; Num. 24:5-7, Num. 24:17-19; Deut. 4:6-8; Ps. 132:13-15, enzovoort) en door Mijn huwelijk een koningin geworden bent; zie Ps. 45:10-14, enzovoort. Zie ook hieronder vers 13.

gestikt werk, Of, borduurwerk; alzo onder vs.18.

Hertaald: gestikt werk, Of: borduurwerk; zo ook hieronder vers 18.

dassenvellen, Zie van deze Ex. 25:5 .

Hertaald: dassenvellen, Zie daarover Ex. 25:5.

fijn linnen, Zie Gen. 41:42 .

Hertaald: fijn linnen, Zie Gen. 41:42.

Ezechiël 16 vers 11

armringen aan uw handen, Zie Gen. 24:22 .

Hertaald: armringen aan uw handen, Zie Gen. 24:22.

keten Zie van dit woord ook Gen. 41:42 .

Hertaald: keten Zie over dit woord ook Gen. 41:42.

hals Hebreeuws, keel, of gorgel.

Hertaald: hals Hebreeuws: keel, of strot.

Ezechiël 16 vers 12

voorhoofdsiersel Zie Gen. 24:22 .

Hertaald: voorhoofdsiersel Zie Gen. 24:22.

aan uw aangezicht, Of, over uwen neus, of aan uw voorhoofd. Zie Gen. 24:47 .

Hertaald: aan uw aangezicht, Of: over uw neus, of aan uw voorhoofd. Zie Gen. 24:47.

oorringen aan uw oren, Zie hetzelfde woord in dezelfde betekenig Gen. 35:4 .

Hertaald: oorringen aan uw oren, Zie hetzelfde woord in dezelfde betekenis in Gen. 35:4.

een kroon der heerlijkheid op uw hoofd Of, ene kroon des sieraads; dat is een heerlijke of sierlijke kroon. Zie Spr. 4:9 , en de aantekening.

Hertaald: een kroon der heerlijkheid op uw hoofd Of: een kroon van het sieraad; dat is: een heerlijke of sierlijke kroon. Zie Spr. 4:9 met de aantekening.

Ezechiël 16 vers 13

Zo waart gij versierd Door al deze gelijkenissen, genomen van lichamelijken sieraad, nooddruft, schoonheid en voorspoed, wordt afgebeeld de overvloed der geestelijke gaven, waarmede God het Israëlietische volk boven andere natiën verheven had, als daar waren de geving der wet, de openbaring van de hemelse leer, de gave der profetie, het priesterdom, de zuivere godsdienst, de wonderen, de hoop van het toekomende leven, enz.

Hertaald: Zo waart gij versierd Met al deze vergelijkingen, ontleend aan lichamelijke sieraden, levensbehoeften, schoonheid en voorspoed, wordt de overvloed van geestelijke gaven afgebeeld waarmee God het Israëlitische volk boven andere volken verheven had: de gave van de wet, de openbaring van de hemelse leer, de gave van de profetie, het priesterschap, de zuivere godsdienst, de wonderen, de hoop op het toekomende leven, enzovoort.

gestikt werk; Of, borduurwerk.

Hertaald: gestikt werk; Of: borduurwerk.

meelbloem, Versta onder de soorten van leeftocht hier verhaald, al wat nodig is tot onderhouding des levens en aangenaam tot deszelfs vermaking.

Hertaald: meelbloem, Versta onder de soorten leeftocht die hier genoemd worden alles wat nodig is om het leven te onderhouden en aangenaam is om het te veraangenamen.

gans Hebreeuws, in zeer zeer.

Hertaald: gans Hebreeuws: in zeer zeer.

zeer schoon, Dat is, zeer aangenaam en van alle volken met verwondering aangezien.

Hertaald: zeer schoon, Dat is: zeer aantrekkelijk en door alle volken met verwondering aangezien.

dat gij een koninkrijk werdt Dat is, dat gij uw eigen koningen gehad hebt, die u regeerden. Of, gij hadt voorspoed in het koninkrijk; te weten meest onder de regering van de koningen David en Salomo. De koninklijke hoogheid was den Israëlieten beloofd, Gen. 17:6 en Gen. 49:10 .

Hertaald: dat gij een koninkrijk werdt Dat is: dat u uw eigen koningen gehad hebt die u regeerden. Of: u had voorspoed in het koninkrijk, namelijk vooral onder de regering van de koningen David en Salomo. De koninklijke waardigheid was aan de Israëlieten beloofd, Gen. 17:6 en Gen. 49:10.

Ezechiël 16 vers 14

ging van u een naam uit Zie de belofte hiervan, Gen. 12:2 ; Deut. 4:6-8 . De vervulling Num. 23:8 , Num. 23:21 , enz.; Joz. 2:9 ; 2 Sam. 7:9 ; 1 Kon. 10:1 , 1 Kon. 10:24 enz.; 2 Kron. 32:33 .

Hertaald: ging van u een naam uit Zie de belofte hiervan in Gen. 12:2; Deut. 4:6-8. De vervulling in Num. 23:8, Num. 23:21 enzovoort; Joz. 2:9; 2 Sam. 7:9; 1 Kon. 10:1, 1 Kon. 10:24 enzovoort; 2 Kron. 32:33.

heerlijkheid, Zie boven vs.10, 13.

Hertaald: heerlijkheid, Zie hierboven vers 10 en 13.

Ezechiël 16 vers 15

vertrouwd op uw schoonheid, Even alsof gij die altijd behouden zoudt, hoe gij het ook met mij maaktet.

Hertaald: vertrouwd op uw schoonheid, Precies alsof u die altijd zou behouden, hoe u het ook met Mij maakte.

gehoereerd Dat is, afgoderij bedreven, eensdeels in uw afgodendienst, anderdeels in uw snode verbintenissen met de volken. Zie van de geestelijke hoererij door afgodendienst, Lev. 17:7 , en Lev. 20:5 , en van de ongeoorloofde verbintenissen door God verboden, Ex. 23:32 , en Ex. 34:12 ; Deut. 7:2-3 , en van de Joden gemaakt, 2 Kron. 19:2 , en 2 Kron. 20:35 , enz.

Hertaald: gehoereerd Dat is: afgoderij bedreven, enerzijds in uw afgodendienst, anderzijds in uw verfoeilijke verbintenissen met de volken. Zie over de geestelijke hoererij door afgodendienst Lev. 17:7 en Lev. 20:5, en over de door God verboden verbintenissen Ex. 23:32 en Ex. 34:12; Deut. 7:2-3, en over die welke de Joden aangingen 2 Kron. 19:2 en 2 Kron. 20:35, enzovoort.

vanwege uw naam; Dat is, omdat gij den naam hebt van zeer schoon te zijn, en uit zulke oorzaak den wil u gemeen te maken tot verzadiging van uwen hoerachtigen aard.

Hertaald: vanwege uw naam; Dat is: omdat u de naam hebt zeer schoon te zijn, en om die reden zin had u aan iedereen te geven om uw hoerachtige aard te bevredigen.

zij Te weten uwe schoonheid. Vergelijk Jes. 57:5 ; Jer. 2:20 , Jer. 2:23 , Jer. 2:36 en Jer. 3:6 .

Hertaald: zij Namelijk uw schoonheid. Vergelijk Jes. 57:5; Jer. 2:20, Jer. 2:23, Jer. 2:36 en Jer. 3:6.

Ezechiël 16 vers 16

hoogten, Versta, altaren in hoge plaatsen den afgoden opgericht, en met bonte of breed geplekte klederen behangen, opdat zij, van verre gezien zijnde, de voorbijgangers tot afgoderij zouden aantrekken. Deze worden hier vergeleken bij de bedden der hoeren, welke schoon en kostelijk opgepronkt worden, om de minnaars aan te lokken, Spr. 7:16 ; waarom ook deze afgodische plaatsen der afgodendienaren bedden genaamd worden, Jes. 57:7 .

Hertaald: hoogten, Versta: altaren die op hoge plaatsen voor de afgoden opgericht waren en met bonte of grofgevlekte kleden behangen, opdat zij van verre gezien de voorbijgangers tot afgoderij zouden trekken. Die worden hier vergeleken met de bedden van hoeren, die mooi en kostbaar opgesierd worden om minnaars te lokken, Spr. 7:16; daarom worden deze afgodische plaatsen ook bedden genoemd, Jes. 57:7.

zulks is niet gekomen, De zin is dat het de Joden zo grof maakten met hunne afgoderij, dat zij huns gelijken niet hadden noch hebben zouden.

Hertaald: zulks is niet gekomen, De betekenis is dat de Joden het met hun afgoderij zo bont maakten, dat zij hun gelijke niet hadden en ook niet zouden krijgen.

Ezechiël 16 vers 17

de vaten uws sieraads Het Hebreeuwse woord wordt in het algemeen genomen voor allerlei vatentuig, gereedschap, of huisraad, dat van goud, zilver, enz. gemaakt is. Vergelijk Lev. 15:4 .

Hertaald: de vaten uws sieraads Het Hebreeuwse woord wordt in het algemeen gebruikt voor allerlei vaatwerk, gereedschap of huisraad dat van goud, zilver enzovoort gemaakt is. Vergelijk Lev. 15:4.

Mijn goud en van Mijn zilver, Dat is, hetwelk Ik u gegeven had tot noodzakelijk gebruik en matig sieraad. Vergelijk Hos. 2:8 .

Hertaald: Mijn goud en van Mijn zilver, Dat is: wat Ik u gegeven had voor noodzakelijk gebruik en gepaste opsiering. Vergelijk Hos. 2:8.

mansbeelden Het schijnt dat hier mansbeelden genaamd worden, en niet vrouwenbeelden, omdat Jeruzalem hier ingevoerd wordt onder de persoon van ene hoer, die zich met alle mannen vermengt. Of, omdat zij enige beelden hebben gehad in den vorm van een man, zeer onkuis en ijselijk afgebeeld.

Hertaald: mansbeelden Het lijkt erop dat zij hier mansbeelden genoemd worden en geen vrouwenbeelden, omdat Jeruzalem hier wordt voorgesteld in de persoon van een hoer die zich met alle mannen afgeeft. Of omdat zij bepaalde beelden gehad hebben in de gedaante van een man, zeer onkuis en afzichtelijk afgebeeld.

gemaakt, Te weten van dat goud en zilver.

Hertaald: gemaakt, Namelijk van dat goud en zilver.

gehoereerd Te weten met aan die offeranden te doen, hen aan te roepen en alle godsdienstige eer te bewijzen.

Hertaald: gehoereerd Namelijk door hun offers te brengen, hen aan te roepen en alle godsdienstige eer te bewijzen.

Ezechiël 16 vers 18

hebt ze bedekt; Te weten uwe beelden, en dat, om die ook met kostelijk sieraad te vereren, hetwelk mede afgoderij is.

Hertaald: hebt ze bedekt; Namelijk uw beelden, en dat om ook die met kostbare opschik te vereren, wat eveneens afgoderij is.

Mijn olie Die Ik u tot ander gebruik gegeven heb, en onder anderen tot mijn dienst; zie Gen. 28:18 ; Ex. 27:20-21 , en Ex. 30:7 ; Lev. 2:1-2 , en Lev. 8:2 , en Richt. 9:9 .

Hertaald: Mijn olie Die Ik u voor ander gebruik gegeven heb, en onder meer voor Mijn dienst; zie Gen. 28:18; Ex. 27:20-21 en Ex. 30:7; Lev. 2:1-2 en Lev. 8:2, en Richt. 9:9.

reukwerk Van het reukwerk uit verscheidene specerijen tot het gebruik van den godsdienst gemaakt, zie Ex. 30:34-35 .

Hertaald: reukwerk Over het reukwerk dat uit verschillende specerijen voor het gebruik in de godsdienst gemaakt werd, zie Ex. 30:34-35.

Ezechiël 16 vers 19

hun aangezichten gesteld Te weten der beelden.

Hertaald: hun aangezichten gesteld Namelijk van de beelden.

liefelijken reuk; Vergelijk Gen. 8:21 .

Hertaald: liefelijken reuk; Vergelijk Gen. 8:21.

Ezechiël 16 vers 20

Mij gebaard hadt, Te weten die mij toekwamen uit kracht van het verbond, dat Ik met u en uw zaad gemaakt heb. Want hoewel het Joodse volk God verlaten had en waardig was van God verlaten te worden, nochtans dewijl dit nog niet geschied was, genereerde het kinderen, die Hij ook door de besnijdenis voor de zijnen nog waardigde te kennen, niet willende de kinderen om de misdaad der ouders straffen. Alzo onder Ezech. 23:37 .

Hertaald: Mij gebaard hadt, Namelijk die Mij toekwamen op grond van het verbond dat Ik met u en uw nageslacht gemaakt heb. Want hoewel het Joodse volk God verlaten had en het verdiende door God verlaten te worden, verwekte het, zolang dat nog niet gebeurd was, kinderen die Hij door de besnijdenis nog voor de Zijnen wilde erkennen, omdat Hij de kinderen niet om de misdaad van de ouders wilde straffen. Zo ook hieronder Ezech. 23:37.

hun geofferd Te weten afgoden en beelden.

Hertaald: hun geofferd Namelijk afgoden en beelden.

om te verteren; Dat is opdat zij die met het vuur verslinden zouden.

Hertaald: om te verteren; Dat is: opdat zij die met vuur zouden verslinden.

is het wat kleins van uw hoererijen, Te weten in uwe ogen, of oordeel, dat gij zulke gruwelen doet als in het voorgaande en volgende verhaald worden, voortkomende uit uwe hoererij?

Hertaald: is het wat kleins van uw hoererijen, Namelijk in uw ogen, of naar uw oordeel, dat u zulke gruwelen doet als in het voorgaande en het volgende verteld worden en die uit uw hoererij voortkomen?

Ezechiël 16 vers 21

geslacht hebt, Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk kelen, of de keel afsteken, Lev. 1:5 ; maar hier wordt het enkel genomen voor doden; mits door het vuur te doen gaan. Zie Lev. 18:21 ; 2 Kon. 23:10 ; 2 Kron. 28:3 , en onder Ezech. 23:37 .

Hertaald: geslacht hebt, Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk kelen, of de keel afsnijden, Lev. 1:5; maar hier wordt het eenvoudig gebruikt voor doden, en wel door hen door het vuur te laten gaan. Zie Lev. 18:21; 2 Kon. 23:10; 2 Kron. 28:3, en hieronder Ezech. 23:37.

voor dezen door het vuur hebt doen gaan? Dat is ter ere der afgoden.

Hertaald: voor dezen door het vuur hebt doen gaan? Dat is: ter ere van de afgoden.

Ezechiël 16 vers 22

uwer jonkheid, Zie boven vs.4.

Hertaald: uwer jonkheid, Zie hierboven vers 4.

gij naakt en bloot waart, Zie boven vs.7.

Hertaald: gij naakt en bloot waart, Zie hierboven vers 7.

vertreden waart in uw bloed Zie boven vs.6.

Hertaald: vertreden waart in uw bloed Zie hierboven vers 6.

Ezechiël 16 vers 24

verwelfsel gebouwd hebt, Dat is, verheven plaats om daarop uwe afgoderij te bedrijven; vergelijk Lev. 26:30 ; Jes. 57:7 , enz.; Jer. 3:6 .

Hertaald: verwelfsel gebouwd hebt, Dat is: een verhoogde plaats om daarop uw afgoderij te bedrijven; vergelijk Lev. 26:30; Jes. 57:7 enzovoort; Jer. 3:6.

Ezechiël 16 vers 25

Aan elk hoofd des wegs Of, op elken hoofdweg, of vooraan op allen weg; dat is op alle kruiswegen en aanvangen der straten; alzo onder Ezech. 21:21 . Vergelijk Spr. 8:2 , en de aantekening, waar de scheidweg een huis der paden wordt genoemd.

Hertaald: Aan elk hoofd des wegs Of: op elke hoofdweg, of vooraan op elke weg; dat is: op alle kruispunten en aan het begin van alle straten; zo ook hieronder Ezech. 21:21. Vergelijk Spr. 8:2 met de aantekening, waar de splitsing een huis van de paden genoemd wordt.

hebt met uw Dat is, gij hebt u overgegeven tot allerlei soort van allersnoodste en onbeschaamdste afgoderij, van welke volken gij ze ontleend zoudt mogen hebben. Het Hebreeuwse woord wordt gebruikt van den mond en van de benen; van den mond, voor dien wijd opensperren om lichtvaardig en onbeschaamd te spreken, Spr. 13:3 ; van de benen, voor open te zetten tot onkuischheid, gelijk hier.

Hertaald: hebt met uw Dat is: u hebt zich overgegeven aan allerlei soorten van de laagste en onbeschaamdste afgoderij, van welke volken u die ook maar overgenomen zou kunnen hebben. Het Hebreeuwse woord wordt gebruikt van de mond en van de benen: van de mond, voor die wijd opensperren om lichtvaardig en onbeschaamd te spreken, Spr. 13:3; van de benen, voor die openen tot onkuisheid, zoals hier.

benen geschreden voor een ieder, Hebreeuws, voeten.

Hertaald: benen geschreden voor een ieder, Hebreeuws: voeten.

Ezechiël 16 vers 26

gehoereerd Te weten met ongeoorloofde verbonden met hen te maken; vergelijk Jes. 30:2 , en Jes. 31:1 , tegen het bevel des Heeren, Deut. 17:16 . Alzo is ook onder vs.28 het woord hoereren genomen.

Hertaald: gehoereerd Namelijk door ongeoorloofde verbonden met hen te sluiten; vergelijk Jes. 30:2 en Jes. 31:1, tegen het bevel van de HEERE in, Deut. 17:16. Zo is het woord hoereren ook hieronder in vers 28 op te vatten.

kinderen van Egypte, Dat is, Egyptenaars; alzo kinderen van Assur voor Assyriërs, onder vs.28; kinderen van Babel, onder Ezech. 23:17 .

Hertaald: kinderen van Egypte, Dat is: Egyptenaren; zo staat ook kinderen van Assur voor Assyriërs, hieronder vers 28, en kinderen van Babel, hieronder Ezech. 23:17.

groot van vlees zijn; Dat is, die zeer geweldig en machtig zijn, zelfs in onkuischheid. Vergelijk onder Ezech. 23:20 .

Hertaald: groot van vlees zijn; Dat is: die zeer geweldig en machtig zijn, ook in onkuisheid. Vergelijk hieronder Ezech. 23:20.

Ezechiël 16 vers 27

strekte Ik Mijn hand over u uit, Te weten om u te straffen, gelijk volgt; zie boven Ezech. 14:9 .

Hertaald: strekte Ik Mijn hand over u uit, Namelijk om u te straffen, zoals volgt; zie hierboven Ezech. 14:9.

bescheiden deel; Te weten van spijs en drank, en gewoon onderhoud; zie Job 23:12 .

Hertaald: bescheiden deel; Namelijk van spijs en drank en gewoon levensonderhoud; zie Job 23:12.

gaf u over in den lust dergenen, Zie de verklaring dezer manier van spreken Ps. 27:12 .

Hertaald: gaf u over in den lust dergenen, Zie de verklaring van deze manier van spreken bij Ps. 27:12.

der dochteren der Filistijnen, Dat is, van het volk der Filistijnen; zie 2 Kon. 19:21 .

Hertaald: der dochteren der Filistijnen, Dat is: van het volk van de Filistijnen; zie 2 Kon. 19:21.

uw schandelijken weg Hebreeuws, uwen weg van schandelijkheid.

Hertaald: uw schandelijken weg Hebreeuws: uw weg van schandelijkheid.

Ezechiël 16 vers 28

gehoereerd Zie boven vs.26.

Hertaald: gehoereerd Zie hierboven vers 26.

kinderen van Assur, Zie 2 Kon. 16:7 ; 2 Kron. 28:16 .

Hertaald: kinderen van Assur, Zie 2 Kon. 16:7; 2 Kron. 28:16.

onverzadelijk waart; Te weten van hoereren.

Hertaald: onverzadelijk waart; Namelijk van hoereren.

Ezechiël 16 vers 29

in het land van Kanaän tot in Chaldea; Sommigen verstaan dit alzo, dat de Joden niet alleen de afgoderij der Kanaänieten nagevolgd hebben, maar ook die der Chaldeën, en dat zulks zou mogen geschied zijn van degenen, die met Jechonia naar Babel gevankelijk zijn weggevoerd geweest.

Hertaald: in het land van Kanaän tot in Chaldea; Sommigen verstaan dit zo, dat de Joden niet alleen de afgoderij van de Kanaänieten nagevolgd hebben maar ook die van de Chaldeeën, en dat dit zou kunnen zijn gebeurd door hen die met Jechonia gevankelijk naar Babel weggevoerd waren.

Ezechiël 16 vers 30

zwak is uw hart Of, flauw, week, mat; te weten vermoeid en overarbeid zijnde, door die onverzadelijke hoerachtige begeerlijkheid.

Hertaald: zwak is uw hart Of: flauw, week, mat; namelijk vermoeid en afgemat door die onverzadigbare hoerachtige begeerte.

heersende hoerachtige vrouw Dat is, die niet alleen ene hoer is, maar in de hoererij zo overdadig, dartel en moedwillig, dat zij de meesteresse boven allen is.

Hertaald: heersende hoerachtige vrouw Dat is: een vrouw die niet alleen een hoer is, maar in de hoererij zo buitensporig, dartel en moedwillig dat zij boven allen de meesteres is.

Ezechiël 16 vers 31

verwelfsel bouwt Zie boven vs.24.

Hertaald: verwelfsel bouwt Zie hierboven vers 24.

aan het hoofd van iederen weg, Zie boven vs.25.

Hertaald: aan het hoofd van iederen weg, Zie hierboven vers 25.

een hoer, Dewijl zij geen loon begeert, maar toegeeft. Zie vs.33,34.

Hertaald: een hoer, Omdat zij geen loon vraagt, maar toegeeft. Zie vers 33 en 34.

Ezechiël 16 vers 32

overspelige vrouw, Te weten die andere mannen tot zich lokt, zonder enig loon te begeren.

Hertaald: overspelige vrouw, Namelijk die andere mannen naar zich toe lokt zonder enig loon te vragen.

haar man Die God zelf is, Hos. 2:19 ; 2 Kor. 11:2 .

Hertaald: haar man Dat is God Zelf, Hos. 2:19; 2 Kor. 11:2.

vreemden aan Te weten boelen en hoereerders; dat is, vreemde en valse goden; Ps. 44:21 ; Jer. 2:25 , en Jer. 3:13 .

Hertaald: vreemden aan Namelijk minnaars en hoereerders; dat is: vreemde en valse goden; Ps. 44:21; Jer. 2:25 en Jer. 3:13.

Ezechiël 16 vers 33

Men geeft loon aan alle hoeren; Hebreeuws, zij geven; te weten de hoereerders.

Hertaald: Men geeft loon aan alle hoeren; Hebreeuws: zij geven; namelijk de hoereerders.

uw loon Te weten zowel in het bekomen en verkrijgen van de vreemde goden en de wijze om die te dienen, als om afgodische verbonden met de heidenen te maken.

Hertaald: uw loon Namelijk zowel om vreemde goden te verkrijgen en de manier te leren om die te dienen, als om afgodische verbonden met de heidenen te sluiten.

boelen, Hebreeuws, liefhebbers, of minnaars; alzo in het volgende.

Hertaald: boelen, Hebreeuws: liefhebbers, of minnaars; zo ook in het vervolg.

van rondom Dat is, van alle steden en landen.

Hertaald: van rondom Dat is: uit alle steden en landen.

zouden ingaan Zie van deze manier van spreken Gen. 6:4 .

Hertaald: zouden ingaan Zie over deze manier van spreken Gen. 6:4.

om uw hoererijen Dat is, om met u hoererij te bedrijven.

Hertaald: om uw hoererijen Dat is: om met u hoererij te bedrijven.

Ezechiël 16 vers 34

het tegendeel Hebreeuws, omkering.

Hertaald: het tegendeel Hebreeuws: omkering.

van de vrouwen, Te weten die onkuis zijn en haar lichaam gemeen maken. Want zij begeren hoerenloon te ontvangen en niet te geven.

Hertaald: van de vrouwen, Namelijk die onkuis zijn en hun lichaam aan iedereen geven. Want zij willen hoerenloon ontvangen en niet geven.

dewijl men u niet naloopt, Hebreeuws, achter u om werd niet gehoereerd; dat is, dewijl u niemand vervolgt of naloopt om met u hoererij te bedrijven.

Hertaald: dewijl men u niet naloopt, Hebreeuws: achter u werd niet gehoereerd; dat is: omdat niemand u achtervolgt of naloopt om met u hoererij te bedrijven.

Ezechiël 16 vers 36

vergif uitgestort is, Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk koper, koperroest, kopergroen, Spaansgroen, hetwelk vergiftig is, en wordt hier bij gelijkenis genomen voor den vuilen vloed, die ene hoer met veel hoereren krijgt aan haar lichaam. Waarmede te verstaan gegeven wordt hoe vuil en schandelijk de afgoderij voor God is. Naar anderer gevoelen wijst het woord op de onverzadelijke begeerlijkheid der hoeren; zie van het Hebreeuwse woord onder Ezech. 24:11 . Dit vertalen anderen vuiligheid, lelijkheid, schamelheid, of fielterij.

Hertaald: vergif uitgestort is, Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk koper, koperroest, kopergroen of Spaans groen, dat giftig is, en wordt hier bij vergelijking gebruikt voor de vieze afscheiding die een hoer door veelvuldig hoereren aan haar lichaam krijgt. Daarmee wordt te kennen gegeven hoe vuil en schandelijk de afgoderij voor God is. Naar de mening van anderen wijst het woord op de onverzadigbare begeerte van de hoeren; zie over het Hebreeuwse woord hieronder Ezech. 24:11. Anderen vertalen het met vuiligheid, lelijkheid, schamelheid of laagheid.

uw boelen ontdekt is, Hier wordt verhaald tweeërlei geestelijke hoererij; de eerste met vreemde volken door ongeoorloofde verbonden, als daar waren de Assyriërs, Egyptenaars en Babyloniërs; de andere met de afgoden door valse godsdiensten.

Hertaald: uw boelen ontdekt is, Hier wordt tweeërlei geestelijke hoererij genoemd: de eerste met vreemde volken door ongeoorloofde verbonden, zoals met de Assyriërs, Egyptenaren en Babyloniërs; de andere met de afgoden door valse godsdiensten.

uwer gruwelen, De afgoden worden zo genoemd omdat in hun afgodsdienst vele gruwelen geschieden.

Hertaald: uwer gruwelen, De afgoden worden zo genoemd omdat er bij hun dienst veel gruwelen plaatsvinden.

bloed uwer kinderen, Hebreeuws, de bloeden; dat is, doodslagen, zie Gen. 4:10 , waardoor gij uwe kinderen wredelijk vermoord hebt, den afgoden ter ere. Zie boven vs.20,21. Anders: bij, of omtrent het bloed van uwe kinderen, enz.; dat is, als gij uwe kinderen vermoord hebt.

Hertaald: bloed uwer kinderen, Hebreeuws: de bloeden; dat is: doodslagen, zie Gen. 4:10, waarmee u uw kinderen wreed vermoord hebt ter ere van de afgoden. Zie hierboven vers 20 en 21. Anders: bij, of omtrent het bloed van uw kinderen, enzovoort; dat is: toen u uw kinderen vermoord hebt.

Ezechiël 16 vers 37

boelen vergaderen, Uit hetwelk het heirleger der Babyloniërs bestond.

Hertaald: boelen vergaderen, Uit wie het leger van de Babyloniërs bestond.

vermengd zijt geweest, Te weten in geestelijke afgoderij, zowel der goddeloze verbonden als der valse godsdiensten. Anders: wellust of vermaak genomen, of gedreven hebt, of wellustig geweest zijt, of het zoet gehad hebt.

Hertaald: vermengd zijt geweest, Namelijk in de geestelijke afgoderij, zowel van de goddeloze verbonden als van de valse godsdiensten. Anders: genot of vermaak beleefd hebt, of wellustig geweest bent, of het zoet gehad hebt.

uw naaktheid ontdekken, Of, uwe schaamte. Dit betekent de snoodste en laagste schande, die men iemand zou mogen voor de mensen aandoen. Vergelijk 2 Sam. 10:4 ; Jes. 20:4 , en Jes. 47:3 ; Jer. 13:22 , Jer. 13:26 ; Nah. 3:5 .

Hertaald: uw naaktheid ontdekken, Of: uw schaamte. Dit betekent de laagste en gemeenste schande die men iemand voor de mensen zou kunnen aandoen. Vergelijk 2 Sam. 10:4; Jes. 20:4 en Jes. 47:3; Jer. 13:22, Jer. 13:26; Nah. 3:5.

Ezechiël 16 vers 38

de rechten der overspeelsters Zie van deze rechten Lev. 20:10 ; Deut. 22:22 .

Hertaald: de rechten der overspeelsters Zie over deze rechtsregels Lev. 20:10; Deut. 22:22.

der bloedvergietsters richten; Zie Gen. 9:6 ; Ex. 21:12 ; Matt. 26:52 ; Openb. 13:10 .

Hertaald: der bloedvergietsters richten; Zie Gen. 9:6; Ex. 21:12; Matth. 26:52; Openb. 13:10.

het bloed der grimmigheid Dat is, den dood, die voortkomen zal uit mijn grimmigheid en ijver.

Hertaald: het bloed der grimmigheid Dat is: de dood, die uit Mijn grimmigheid en ijver zal voortkomen.

ijvers Zie boven Ezech. 4:13 .

Hertaald: ijvers Zie hierboven Ezech. 4:13.

Ezechiël 16 vers 39

sierlijke juwelen nemen, Hebreeuws, vaten of gereedschappen van uw sieraad, of uwer heerlijkheid.

Hertaald: sierlijke juwelen nemen, Hebreeuws: vaten of gereedschappen van uw sieraad, of van uw heerlijkheid.

Ezechiël 16 vers 41

met vuur verbranden, Deze straf is hier misschien ook vermeld ten aanzien van de zonde van overspel, die alzo door enige oude wetten is gestraft geweest. Vergelijk Gen. 38:24 ; Lev. 21:9 ; Jer. 29:22-23 ; onder Ezech. 23:45 , Ezech. 23:47 . Zie deze verbranding vervuld, 2Ki 25 , en 2Ch 36 , en Jer 52 .

Hertaald: met vuur verbranden, Deze straf wordt hier misschien ook genoemd met het oog op de zonde van overspel, die volgens sommige oude wetten zo gestraft werd. Vergelijk Gen. 38:24; Lev. 21:9; Jer. 29:22-23; hieronder Ezech. 23:45, Ezech. 23:47. Zie deze verbranding vervuld in 2 Kon. 25, 2 Kron. 36 en Jer. 52.

vrouwen ogen; Dat is, volken. Alzo is het Joodse volk in dezen gehelen handel voorgesteld onder den naam van een overspelige vrouw. Zo worden ook door dochters in de Heilige Schrift volken verstaan. Zie boven vs.27. Hier nu wordt gesproken van de omliggende volken, wien de Joden in hunnen ondergang tot een openbaar voorbeeld van Gods wraak, ja velen tot een spot geworden zijn. Zie Ps. 137:7 ; Klaagl. 1:8 , 21, en Klaagl. 2:15-16 , onder Ezech. 25:3 , enz., en Ezech. 26:2 , enz.

Hertaald: vrouwen ogen; Dat is: van de volken. Zo is het Joodse volk in dit hele betoog voorgesteld onder de naam van een overspelige vrouw. Ook worden in de Heilige Schrift met dochters volken bedoeld. Zie hierboven vers 27. Hier gaat het over de omliggende volken, voor wie de Joden bij hun ondergang een openbaar voorbeeld van Gods wraak, ja voor velen een voorwerp van spot geworden zijn. Zie Ps. 137:7; Klaagl. 1:8 en 21, en Klaagl. 2:15-16, hieronder Ezech. 25:3 enzovoort, en Ezech. 26:2, enzovoort.

Ezechiël 16 vers 42

Mijn grimmigheid op u doen rusten, Zie boven Ezech. 5:13 .

Hertaald: Mijn grimmigheid op u doen rusten, Zie hierboven Ezech. 5:13.

Mijn ijver zal van u afwijken; Te weten, nadat Ik al mijn schrikkelijke oordelen tegen u zal uitgevoerd hebben, zulks dat Ik mij daarmede tevreden houden zal zonder mij over uwe snoodheid meer te storen. God spreekt van zichzelven menselijkerwijze.

Hertaald: Mijn ijver zal van u afwijken; Namelijk nadat Ik al Mijn verschrikkelijke oordelen tegen u voltrokken zal hebben, zodat Ik Mij daarmee tevredenstel en Mij niet langer over uw laagheid opwind. God spreekt hier op menselijke wijze over Zichzelf.

Ezechiël 16 vers 43

aan de dagen uwer jonkheid, Dat is, aan uwe eerste ellende en mijne weldadigheid daarin tegen u. Zie boven vs.4, enz.

Hertaald: aan de dagen uwer jonkheid, Dat is: aan uw eerste ellende en aan Mijn weldadigheid daarin jegens u. Zie hierboven vers 4, enzovoort.

tot beroering geweest zijt met dit alles, Te weten tot toorn. Alzo is dit woord voor toornige beroering genomen, Gen. 45:24 ; Spr. 29:9 . Zie de aantekening.

Hertaald: tot beroering geweest zijt met dit alles, Namelijk tot toorn. Zo is dit woord opgevat voor toornige opwinding in Gen. 45:24; Spr. 29:9. Zie de aantekening daar.

uw weg op uw hoofd geven, Zie boven Ezech. 9:10 .

Hertaald: uw weg op uw hoofd geven, Zie hierboven Ezech. 9:10.

die schandelijke Versta, de vergeting van hare jonkheid, waarvan in het begin van vs.43 gemeld is. Anders, de vermoording van hare kinderen, waarvan zie boven vs.20,21. Sommigen nemen het Hebreeuwse woord in het goede, en vertalen deze woorden aldus: en gij hebt niet een gedachte gemaakt, of gehad; dat is niet eens gedacht aan al uwe gruwelen.

Hertaald: die schandelijke Versta: het vergeten van haar jeugd, waarover aan het begin van vers 43 gesproken is. Anders: het vermoorden van haar kinderen, waarover hierboven vers 20 en 21. Sommigen vatten het Hebreeuwse woord in gunstige zin op en vertalen deze woorden zo: en u hebt niet één gedachte gehad; dat is: u hebt niet eens gedacht aan al uw gruwelen.

gruwelen Dat is, gruwelijke afgoderijen.

Hertaald: gruwelen Dat is: gruwelijke afgoderijen.

Ezechiël 16 vers 44

spreekwoord gebruiken, Zie boven Ezech. 12:22 .

Hertaald: spreekwoord gebruiken, Zie hierboven Ezech. 12:22.

Zo de moeder is, is haar dochter Dat is de dochter volgt zeer dikwijls den aard en de zeden hare moeder.

Hertaald: Zo de moeder is, is haar dochter Dat is: de dochter volgt zeer vaak de aard en de zeden van haar moeder.

Ezechiël 16 vers 45

Gij zijt de dochter uwer moeder, Dat is, gij aardt naar haar en zijt haar in manieren en werken gelijk.

Hertaald: Gij zijt de dochter uwer moeder, Dat is: u aardt naar haar en bent haar in manieren en werken gelijk.

van haar man en van haar kinderen; Dat is, van God, dien zij door de afgoderij verliet, en van haar eigen zonen en dochters, die zij den afgoden ter ere vermoordde.

Hertaald: van haar man en van haar kinderen; Dat is: van God, Die zij door de afgoderij verliet, en van haar eigen zonen en dochters, die zij ter ere van de afgoden vermoordde.

uwer zusteren, Genaamd Samaria en Sodom in vs.46. Hebreeuws, zuster; dat is, van elke uwer zusters, alzo in het volgende.

Hertaald: uwer zusteren, Zij heten Samaria en Sodom in vers 46. Hebreeuws: zuster; dat is: van elk van uw zusters, zo ook in het vervolg.

uw moeder was een Hethietische, Zie boven vs.3.

Hertaald: uw moeder was een Hethietische, Zie hierboven vers 3.

Ezechiël 16 vers 46

grote zuster nu is Samaria, Samaria, waardoor de tien stammen verstaan zijn, wordt Jeruzalems grote zuster genaamd, omdat haar koninkrijk meerder was dan het koninkrijk van Juda, alzo Sodom haar kleine zuster, omdat haar koninkrijk minder was.

Hertaald: grote zuster nu is Samaria, Samaria, waarmee de tien stammen bedoeld zijn, wordt Jeruzalems grote zuster genoemd omdat haar koninkrijk groter was dan het koninkrijk van Juda; zo heet Sodom haar kleine zuster omdat haar koninkrijk kleiner was.

dochteren, Het woord dochters betekent wel dikwijls de onderhorige plaatsen der grote steden, [zie 2 Kon. 19:21 ] , maar hier kan men het verstaan van de inwoners dezer steden en landen.

Hertaald: dochteren, Het woord dochters betekent vaak de plaatsen die onder een grote stad vielen (zie 2 Kon. 19:21), maar hier kan men het opvatten van de inwoners van deze steden en landen.

aan uw linkerhand; Dat is, noordwaarts van u. Want die in Jeruzalem waren, staande met het aangezicht naar het oosten, hadden Samaria aan de linkerhand; dat is benoorden, en Sodom aan de rechterhand, dat is bezuiden.

Hertaald: aan uw linkerhand; Dat is: ten noorden van u. Want wie in Jeruzalem stonden met het gezicht naar het oosten, hadden Samaria aan de linkerhand, dat is ten noorden, en Sodom aan de rechterhand, dat is ten zuiden.

Ezechiël 16 vers 47

hebt in haar wegen niet gewandeld, Dat is, hare zonden zijn nog bij de uwe, die veel meerder en gruwelijker zijn, niet te vergelijken.

Hertaald: hebt in haar wegen niet gewandeld, Dat is: haar zonden zijn nog niet te vergelijken met die van u, die veel talrijker en gruwelijker zijn.

het was wat gerings, Te weten niets anders te zondigen dan die van Samaria en Sodom gezondigd hadden.

Hertaald: het was wat gerings, Namelijk niets anders te zondigen dan wat de inwoners van Samaria en Sodom gezondigd hadden.

een verdriet; Te weten dat gij niet meer zoudt doen dan zij gedaan hebben.

Hertaald: een verdriet; Namelijk dat u niet meer zou doen dan zij gedaan hebben.

meer verdorven dan zij, Dat is, erger gemaakt en goddelozer geleefd. Alzo is het woord verderven, of verdorven maken genomen. Deut. 31:29 ; Richt. 2:19 . Anders noemt dit de Heilige Schriftuur, zijnen weg verderven, Gen. 6:12 ; zijne handelingen, of werken verderven, Sef. 3:7 .

Hertaald: meer verdorven dan zij, Dat is: het erger gemaakt en goddelozer geleefd. Zo is het woord verderven of bederven opgevat in Deut. 31:29; Richt. 2:19. Elders noemt de Heilige Schrift dit: zijn weg verderven (Gen. 6:12), of: zijn daden of werken verderven (Zef. 3:7).

wegen Dat is, werken.

Hertaald: wegen Dat is: werken.

Ezechiël 16 vers 48

uw dochteren Een afgebroken reden, in het eedzweren gebruikelijk.

Hertaald: uw dochteren Een afgebroken zin, zoals gebruikelijk is bij het afleggen van een eed.

Ezechiël 16 vers 49

zatheid van brood Versta al de zonden, welke uit den overvloed van lichamelijke nooddruft plegen in den goddeloze voort te komen, alzo in het volgende: gerust voor het kwaad, dat daaruit komt.

Hertaald: zatheid van brood Versta: alle zonden die uit de overvloed van lichamelijke levensbehoeften in de goddeloze plegen voort te komen; zo ook in het vervolg gerust voor het kwaad dat daaruit voortkomt.

stille gerustheid Of, gerust stilheid. Anders: overvloedige ledigheid.

Hertaald: stille gerustheid Of: geruste stilte. Anders: overvloedige ledigheid.

Ezechiël 16 vers 50

gruwelijkheid Zie hiervan Gen. 13:13 , en Gen. 18:20 , en Gen. 19:5 .

Hertaald: gruwelijkheid Zie daarover Gen. 13:13, Gen. 18:20 en Gen. 19:5.

voor Mijn aangezicht; Zie Gen. 6:11 .

Hertaald: voor Mijn aangezicht; Zie Gen. 6:11.

nadat Ik het gezien had Te weten hoe gruwelijk zij leefden. Vergelijk Gen. 18:21 , en de aantekening. Het is menselijkerwijze van God gesproken.

Hertaald: nadat Ik het gezien had Namelijk hoe gruwelijk zij leefden. Vergelijk Gen. 18:21 met de aantekening. Het is op menselijke wijze van God gesproken.

Ezechiël 16 vers 51

niet gezondigd; Te weten om uwe ondankbaarheid, waardoor gij de weldadigheid, die van mij aan u veel meer dan aan Samaria geweest is, smadelijk verworpen hebt; en om uwe zorgeloosheid, waardoor gij de straffen, die Ik over Samaria gezonden heb, u tot een voorbeeld en waarschuwing, hebt in den wind geslagen.

Hertaald: niet gezondigd; Namelijk vanwege uw ondankbaarheid, waarmee u de weldadigheid die Ik u veel meer dan Samaria bewezen heb smadelijk verworpen hebt, en vanwege uw zorgeloosheid, waarmee u de straffen die Ik over Samaria gezonden heb, u tot voorbeeld en waarschuwing, in de wind geslagen hebt.

gerechtvaardigd door al uw gruwelen, Dat is, verklaard vromer te zijn dan gij, omdat zij zo gruwelijk niet gezondigd hebben. Vergelijk Jer. 3:11 .

Hertaald: gerechtvaardigd door al uw gruwelen, Dat is: zij zijn vromer verklaard dan u, omdat zij niet zo gruwelijk gezondigd hebben. Vergelijk Jer. 3:11.

Ezechiël 16 vers 52

zusteren Hebreeuws, zuster. Zie boven vs.45.

Hertaald: zusteren Hebreeuws: zuster. Zie hierboven vers 45.

geoordeeld hebt Dat is, gerechtvaardigd en vromer dan uzelven gesproken hebt, gelijk in vs.51. Anders: die uwe zuster, te weten Samaria, veroordeeld hebt, verklarende dat zij om haar afval rechtvaardig van God gestraft en verlaten was. Anders: gij die uwe zusters geoordeeld hebt, draag ook uwe schande om uwe zonden, enz.

Hertaald: geoordeeld hebt Dat is: gerechtvaardigd en vromer dan uzelf genoemd hebt, zoals in vers 51. Anders: die uw zuster, namelijk Samaria, veroordeeld hebt door te verklaren dat zij om haar afval terecht door God gestraft en verlaten was. Anders: u die uw zusters geoordeeld hebt, draag ook uw schande om uw zonden, enzovoort.

zusters gerechtvaardigd hebt Hebreeuws, zuster. Zie boven vs.45.

Hertaald: zusters gerechtvaardigd hebt Hebreeuws: zuster. Zie hierboven vers 45.

Ezechiël 16 vers 53

gevangenen wederbrengen zal, Hebreeuws, gevangenis, alzo in het volgende. Zie Num. 31:12 .

Hertaald: gevangenen wederbrengen zal, Hebreeuws: gevangenschap, zo ook in het vervolg. Zie Num. 31:12.

gevangenen van Samaria Het woord gevangenis wordt genomen voor allerlei plagen en straffen, die den mens overkomen. Zie Job 42:10 en de aantekening.

Hertaald: gevangenen van Samaria Het woord gevangenschap wordt gebruikt voor allerlei plagen en straffen die de mens overkomen. Zie Job 42:10 met de aantekening.

dan zal Ik wederbrengen Dat is, nimmermeer. Want Sodom en Samaria waren gans uitgeroeid zonder enige hoop van in haar vorigen staat hersteld te worden; alzo in vs.55. Versta dit met uitneming van degenen, die God uit genade verkoren had, tot een heilig zaad en een overblijfsel zijner kerk, van welke zie onder vs.60.

Hertaald: dan zal Ik wederbrengen Dat is: nooit. Want Sodom en Samaria waren volkomen uitgeroeid zonder enige hoop op herstel in hun vroegere staat; zo ook in vers 55. Versta dit met uitzondering van hen die God uit genade verkoren had tot een heilig zaad en een overblijfsel van Zijn kerk; zie daarover hieronder vers 60.

Ezechiël 16 vers 54

haar Te weten Sodom en Samaria.

Hertaald: haar Namelijk Sodom en Samaria.

troosten zult Dat is, in hare plagen, die zij ontvangen hebben, verlichten, als zij zullen inzien dat gelijke zonden gelijke plagen krijgen. Vergelijk boven Ezech. 14:22 .

Hertaald: troosten zult Dat is: verlichting brengen in de plagen die zij ondergaan hebben, wanneer zij zullen inzien dat gelijke zonden gelijke plagen opleveren. Vergelijk hierboven Ezech. 14:22.

Ezechiël 16 vers 56

is in uw mond niet gehoord geweest, Hebreeuws, is niet tot een gehoor of gerucht geweest in uwen mond; dat is, gij hebt kwalijk enig gewag gemaakt van het vreselijk exempel mijner wraak, die Ik over de Sodomieten uitgestort heb, ten einde gij met vermijding van gelijke zonden, gelijke straffen zoudt mogen ontgaan.

Hertaald: is in uw mond niet gehoord geweest, Hebreeuws: is niet tot een gehoor of gerucht geweest in uw mond; dat is: u hebt nauwelijks gewag gemaakt van het verschrikkelijke voorbeeld van Mijn wraak die Ik over de Sodomieten uitgestort heb, opdat u door gelijke zonden te vermijden gelijke straffen zou kunnen ontgaan.

uws groten hoogmoeds, Hebreeuws, uwer hoogmoeden; dat is, als gij zeer hoogmoedig zijt geweest, te weten als gij met grote hovaardigheid en stoutmoedigheid alle waarschuwingen mijner profeten versmaad hebt en in uwe gruwelen voortgegaan zijt. Anders, uwer heerlijkheden, of overtreffelijkheden; dat is, als gij in uw hoogsten welstand, weelde en waardigheid waart. Het Hebreeuwse woord wordt in het kwade voor hoogmoed, of hovaardij genomen, Lev. 26:19 ; Job 35:12 ; boven Ezech. 7:24 ; in het goede voor heerlijkheid, overtreffelijkheid, hoogheid, Ex. 15:7 ; Job 40:5 ; Ps. 47:5 .

Hertaald: uws groten hoogmoeds, Hebreeuws: van uw hoogmoeden; dat is: toen u zeer hoogmoedig was, namelijk toen u met grote hoogmoed en brutaliteit alle waarschuwingen van Mijn profeten veracht hebt en in uw gruwelen voortgegaan bent. Anders: van uw heerlijkheden of voortreffelijkheden; dat is: toen u op het hoogtepunt van welstand, weelde en waardigheid was. Het Hebreeuwse woord wordt in ongunstige zin gebruikt voor hoogmoed of hovaardij (Lev. 26:19; Job 35:12; hierboven Ezech. 7:24) en in gunstige zin voor heerlijkheid, voortreffelijkheid en hoogheid (Ex. 15:7; Job 40:5; Ps. 47:5).

Ezechiël 16 vers 57

ontdekt was Te weten door mijne straffen, die Ik over u gezonden heb. Anders zijn de zonden van Gods volk door de predikatie en vermaningen der profeten altijd ontdekt geweest.

Hertaald: ontdekt was Namelijk door Mijn straffen die Ik over u gezonden heb. Overigens zijn de zonden van Gods volk altijd door de prediking en de vermaningen van de profeten aan het licht gebracht.

der versmading van de dochteren van Syrië, Dat is, waardoor gij van de Syriërs zijt versmaad geweest, als zij uw land afliepen en plunderden; 2 Kon. 16:5-6 ; 2 Kron. 28:5-6 .

Hertaald: der versmading van de dochteren van Syrië, Dat is: waardoor u door de Syriërs veracht bent, toen zij uw land afliepen en plunderden; 2 Kon. 16:5-6; 2 Kron. 28:5-6.

datzelve waren, Te weten land van Syrië.

Hertaald: datzelve waren, Namelijk het land van Syrië.

de dochteren der Filistijnen, Dat is, de Filistijnen; zie 2 Kron. 28:18 .

Hertaald: de dochteren der Filistijnen, Dat is: de Filistijnen; zie 2 Kron. 28:18.

verachten Versta, de verachting, die recht tevoren versmading is genaamd geweest. Anders: beroofden en plunderden. Want het Hebreeuwse woord betekent naar veler gevoelen niet alleen verachten, maar ook beroven.

Hertaald: verachten Versta: de verachting, die zojuist versmading genoemd is. Anders: beroofden en plunderden. Want het Hebreeuwse woord betekent volgens velen niet alleen verachten, maar ook beroven.

van rondom, Dat is, van alle zijden.

Hertaald: van rondom, Dat is: van alle kanten.

Ezechiël 16 vers 58

uw schandelijke daden Hebreeuws, schandelijke daad, schandelijkheid; dat is, straffen derzelve, waardoor uwe boosheid is begonnen ontdekt te worden.

Hertaald: uw schandelijke daden Hebreeuws: schandelijke daad, schandelijkheid; dat is: de straffen daarvan, waardoor uw boosheid aan het licht begon te komen.

Ezechiël 16 vers 59

Ik zal u ook doen, Dat is, gelijk gij het verbond gebroken hebt, alzo heb Ik nu ook de vrijheid hetzelfde te doen.

Hertaald: Ik zal u ook doen, Dat is: zoals u het verbond gebroken hebt, zo heb Ik nu ook de vrijheid hetzelfde te doen.

eed veracht hebt, Te weten waardoor gij gezworen en u vervloekt hebt, indien gij het verbond, dat Ik met u gemaakt hebt, kwaamt te breken; Deut. 27:15 , enz. Vergelijk Neh. 10:29 , en de aantekening.

Hertaald: eed veracht hebt, Namelijk de eed waarmee u gezworen en uzelf vervloekt hebt voor het geval u het verbond dat Ik met u gemaakt heb zou breken; Deut. 27:15, enzovoort. Vergelijk Neh. 10:29 met de aantekening.

verbond Gemaakt op den berg Sinaï.

Hertaald: verbond Gesloten op de berg Sinaï.

Ezechiël 16 vers 60

gedachtig wezen aan Mijn verbond Zie Gen. 8:1 .

Hertaald: gedachtig wezen aan Mijn verbond Zie Gen. 8:1.

met u, Dat is, dat Ik met u gemaakt heb ten tijde van Abraham, Izak en Jakob. Want met dezen en hunne nakomelingen had God een verbond der genade opgericht, steunende op de verdiensten van den toekomenden Messias; Gen. 17:2 .

Hertaald: met u, Dat is: het verbond dat Ik met u gemaakt heb in de tijd van Abraham, Izak en Jakob. Want met hen en hun nakomelingen had God een genadeverbond opgericht, dat rustte op de verdiensten van de komende Messias; Gen. 17:2.

eeuwig verbond oprichten Te weten hangende van het voorgaande verbond der genade en ene vernieuwing daarvan zijnde, en mede openstaande voor alle heidenen, die in Christus geloven zouden.

Hertaald: eeuwig verbond oprichten Namelijk een verbond dat afhangt van het voorgaande genadeverbond en een vernieuwing daarvan is, en dat ook openstaat voor alle heidenen die in Christus zouden geloven.

Ezechiël 16 vers 61

gij uwer wegen gedenken Namelijk, o Jeruzalem en Juda.

Hertaald: gij uwer wegen gedenken Namelijk u, Jeruzalem en Juda.

uw zusteren, Versta, degenen die uit de Israëlieten, of de tien stammen, en uit de volken, zo grote, zo kleine, in den Messias geloven, en zich tot de ware kennis van God bekeren zouden.

Hertaald: uw zusteren, Versta: hen die uit de Israëlieten, of de tien stammen, en uit de volken — zowel de grote als de kleine — in de Messias zouden geloven en zich tot de ware kennis van God zouden bekeren.

aannemen zult; Dat is, ontvangen tot de gemeenschap der kerk.

Hertaald: aannemen zult; Dat is: opnemen in de gemeenschap van de kerk.

tot dochteren, Te weten als uit u geboren door de prediking van het heilig Evangelie.

Hertaald: tot dochteren, Namelijk als uit u geboren door de prediking van het heilig Evangelie.

uw verbond Te weten het verbond der wet, dat Ik met u gemaakt heb, alsof gij dat wel onderhouden hadt; maar uit mijn genadeverbond, hetwelk ook mijnen uitverkorenen uit de heidenen aangaat.

Hertaald: uw verbond Namelijk het verbond van de wet dat Ik met u gemaakt heb, alsof u dat goed onderhouden had; maar wel uit Mijn genadeverbond, dat ook Mijn uitverkorenen uit de heidenen betreft.

Ezechiël 16 vers 62

verbond Versta het verbond der genade, en vergelijk Jer. 31:32 .

Hertaald: verbond Versta: het genadeverbond, en vergelijk Jer. 31:32.

oprichten, Of bevestigen.

Hertaald: oprichten, Of: bevestigen.

Ezechiël 16 vers 63

niet meer uw mond opent Hebreeuws, niet meer opening des monds hebt; dat is, opdat gij niet meer de stoutheid noch de stof hebt om u te ontschuldigen en uwe zonden te verschonen. Deze manier van spreken in het goede genomen, is zoveel als de vrijmoedigheid en stof te hebben om iets klaarlijk uit te spreken; zie onder Ezech. 29:21 ; Ef. 6:19 .

Hertaald: niet meer uw mond opent Hebreeuws: geen opening van de mond meer hebt; dat is: opdat u niet meer de brutaliteit en ook de stof hebt om zich te verontschuldigen en uw zonden goed te praten. Deze manier van spreken betekent in gunstige zin: de vrijmoedigheid en de stof hebben om iets duidelijk uit te spreken; zie hieronder Ezech. 29:21; Ef. 6:19.

voor u verzoening doen zal Dat is, u met mij verzoenen zal; alzo 2 Kron. 30:18 . Of, genadig zijn zal; Deut. 21:8 . Zie de aantekening.

Hertaald: voor u verzoening doen zal Dat is: u met Mij verzoenen zal; zo ook 2 Kron. 30:18. Of: genadig zal zijn; Deut. 21:8. Zie de aantekening daar.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Het vondelingskind  — de geschiedenis van Jeruzalem verteld als die van een te vondeling gelegd kind (Ezech. 16:1-8)

Het hoofdstuk begint bij de geboorte: de navel werd niet afgesneden, het kind werd niet gewassen en niet in windselen gewonden (Ezech. 16:4). "Geen oog had medelijden over u, om u een van deze dingen te doen, om zich over u te erbarmen; maar gij zijt geworpen geweest op het vlakke des velds" (Ezech. 16:5). Dan komt de wending: "Als Ik bij u voorbijging, zo zag Ik u, vertreden zijnde in uw bloed, en Ik zeide tot u in uw bloed: Leef; ja, Ik zeide tot u in uw bloed: Leef!" (Ezech. 16:6). Het kind groeit op (Ezech. 16:7), en dan volgt: "zo breidde Ik Mijn vleugel over u uit, en dekte uw naaktheid; ja, Ik zwoer u, en kwam met u in een verbond, spreekt de Heere HEERE en gij werdt de Mijne" (Ezech. 16:8). Wat daarna komt is de ontrouw, in beelden van overspel; het register geeft die niet weer en werkt ze niet uit.

Bijbelse betekenis: Merk op wanneer God ingrijpt. Niet nadat het kind schoongemaakt is, maar terwijl het in zijn bloed ligt; het woord Leef wordt tweemaal gesproken over iets wat men had weggelegd. Let vervolgens op wat er niet gezegd wordt. Er staat geen enkele reden waarom Hij voorbijging en zag; er wordt niets aantrekkelijks aan dit kind genoemd, integendeel. Dat is de kern: het begin ligt geheel bij Hem. Let ten slotte op de volgorde van het hoofdstuk. Eerst de gevonden vondeling en het verbond, dán de ontrouw. Wie de aanklacht van dit hoofdstuk leest zonder de eerste acht verzen, begrijpt haar verkeerd; het verwijt weegt zo zwaar juist omdát het begin zo was.

Typologie: Paulus zegt hetzelfde over de gemeente: God heeft ons liefgehad toen wij dood waren door de misdaden (Ef. 2:4-5). En Johannes: "Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons lief heeft gehad" (1 Joh. 4:10).

Ezech. 16:1-8; Ef. 2:4-5; 1 Joh. 4:10

Beschaamd door de vergeving  — het slot van Ezechiël 16, waarin schaamte volgt op de verzoening (Ezech. 16:60-63)

Na een lang hoofdstuk van aanklacht komt onverwacht dit: "Evenwel zal Ik gedachtig wezen aan Mijn verbond met u, in de dagen uwer jonkheid, en Ik zal met u een eeuwig verbond oprichten" (Ezech. 16:60). Wat dat uitwerkt staat erbij: "Dan zult gij uwer wegen gedenken en beschaamd zijn" (Ezech. 16:61). En het slotvers zegt het nog eens, met de reden erachter: "Opdat gij het gedachtig zijt, en u schaamt, en niet meer uw mond opent vanwege uw schande, wanneer Ik voor u verzoening doen zal over al hetgeen gij gedaan hebt" (Ezech. 16:63).

Bijbelse betekenis: Merk op in welke volgorde het staat. Niet: word eerst beschaamd, dan zal Ik verzoenen; maar andersom: wanneer God verzoening doet, dán volgt de schaamte. De schaamte is hier vrucht van de vergeving en geen voorwaarde ervoor. Let vervolgens op wat er met de mond gebeurt. Er staat dat die zich niet meer opent vanwege de schande; het verweer houdt op. Wie vergeven is, hoeft zichzelf niet meer te verdedigen en kán dat ook niet meer. Let ten slotte op het woordje "Evenwel" waarmee Ezech. 16:60 begint. Alles wat eraan voorafgaat is aanklacht, en dan begint de zin met een woord dat er dwars tegenin gaat. Het verbond wordt niet opgericht ondanks een klein tekort maar tegen alles in wat het hoofdstuk heeft opgesomd.

Typologie: Paulus zegt dat de goedertierenheid Gods tot bekering leidt (reeds behandeld bij Rom. 2:4); ook daar gaat het goede vooraf aan de omkeer. En Petrus weende bitterlijk nadat de Heere hem aanzag (reeds behandeld bij Luk. 22:61-62).

Ezech. 16:60-63; Rom. 2:4; Luk. 22:61-62

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het verbond niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen uitwerking

Ik zeide tot u in uw bloed: Leef — 16:6-8, 59-63

Ezechiël moet Jeruzalem haar eigen geschiedenis vertellen, en hij doet dat als het levensverhaal van één vrouw: een vondeling die niemand wilde, opgenomen en getrouwd, en daarna ontrouw geworden. Het is een van de scherpste hoofdstukken van de Schrift, en het eindigt anders dan men na zestig verzen zou durven hopen.

God vindt een pasgeboren kind dat te vondeling gelegd is, zegt tweemaal Leef, en richt later een verbond met haar op dat zij breekt en Hij niet.

Het begin is een tafereel waar men liever langs kijkt: een pasgeborene, niet gewassen, niet verzorgd, weggeworpen op het open veld. En dan komt Iemand voorbij. “Als Ik bij u voorbijging, zo zag Ik u, vertreden zijnde in uw bloed, en Ik zeide tot u in uw bloed: Leef; ja, Ik zeide tot u in uw bloed: Leef!” De kanttekening legt uit wat dat bloed betekent: het duidt de verdorvenheid van de natuur aan waarin wij allen ontvangen en geboren zijn. En zij noemt dat Leef een bevel dat een belofte van leven inhoudt. God wil zeggen: al bent u onrein en misvormd, en al ligt u als het ware midden in de dood, Ik zal toch maken dat u leeft.

Waarom staat het er twee keer? Ook daar heeft de kanttekening een antwoord op, en het is een mooi antwoord: om te tonen dat God Zijn beloften herhaaldelijk vernieuwd heeft en dat zij vaststaan. De verdubbeling is geen stijlfiguur maar een waarborg.

Jaren later gaat Hij opnieuw voorbij, en dan is het kind volwassen geworden. Wat er dan gebeurt is een huwelijk. Hij breidt Zijn vleugel over haar uit en dekt haar naaktheid, Hij zweert haar, Hij komt met haar in een verbond, en dan staat er in vier woorden wat dat betekent: en gij werdt de Mijne. De kanttekening zegt waarover het gaat: over het geestelijke huwelijk dat God uit louter genade en liefde met Zijn volk aangegaan is, een genadeverbond in de Messias. En zij verwijst voor dat uitspreiden van de vleugel naar Ruth, waar een weduwe aan de voeten van haar losser om precies dat vraagt.

Wat er tussen vers acht en vers negenenvijftig staat, is het treurigste deel van het hoofdstuk, en het hoeft hier niet nagelopen te worden: de bruid is ontrouw geworden en heeft het geschenk gebruikt tegen de Gever. God noemt haar handelwijze bij name en zegt dat Hij haar zal doen zoals zij gedaan heeft, want zij heeft de eed veracht en het verbond gebroken.

En dan valt het woord waarmee alles omdraait: evenwel. “Evenwel zal Ik gedachtig wezen aan Mijn verbond met u, in de dagen uwer jonkheid, en Ik zal met u een eeuwig verbond oprichten.” De kanttekening wijst aan welk verbond bedoeld wordt: het verbond met Abraham, Izak en Jakob, dat rustte op de verdiensten van de komende Messias. Het nieuwe hangt aan het oude en is er een vernieuwing van, en het staat, staat er uitdrukkelijk bij, ook open voor alle heidenen die in Christus zouden geloven.

Het slotvers zegt hoe dat afloopt bij de vrouw zelf. Zij zal zich schamen en haar mond niet meer opendoen — niet omdat zij monddood gemaakt is, maar omdat er niets meer goed te praten valt. En de reden staat erachter: wanneer Ik voor u verzoening doen zal over al hetgeen gij gedaan hebt. Het hoofdstuk begint dus met een kind in zijn bloed en eindigt met een verzoening, en tussen die twee in staat een verbond dat één van beide partijen niet gehouden heeft.

Paulus schrijft eeuwen later over een Bruidegom Die Zijn gemeente liefhad en Zichzelf voor haar overgaf, om haar te reinigen en zonder vlek of rimpel voor Zich te stellen. Dat is dit hoofdstuk, verteld vanaf de andere kant.

  1. Ezechiël 16:6 — Een weggeworpen kind hoort tweemaal hetzelfde woord: Leef.
  2. Ezechiël 16:8 — God spreidt Zijn vleugel uit, zweert, en gaat een verbond aan.
  3. Ezechiël 16:59 — De eed wordt veracht en het verbond gebroken — door haar, niet door Hem.
  4. Ezechiël 16:60 — Evenwel: God gedenkt Zijn verbond en richt een eeuwig verbond op.
  5. Ezechiël 16:63 — En de grond daarvan is een verzoening die Hij doen zal.
  6. Efeze 5:25-27 — De Bruidegom Die Zichzelf overgaf om Zijn bruid te reinigen.

In het Nieuwe Testament: Efeze 5:25-27; Titus 3:3-5; Jeremia 31:31-34; Openbaring 19:7-8

Hoever dit reikt: De kanttekenaars lezen dit hoofdstuk zelf christologisch: het verbond van vers 8 heet bij hen een genadeverbond in de Messias, en het eeuwig verbond van vers 60 rust volgens hen op de verdiensten van de komende Messias. Wat het Nieuwe Testament niet doet, is dit hoofdstuk aanhalen. Het verband met Efeze 5 berust dus niet op een aanhaling. Het rust op het beeld van het huwelijk, dat in de Schrift vaker dient voor de verhouding tussen God en Zijn volk.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Spurgeons Commentaar

Ezechiël 16

Ezechiël 16:2.KruisverwijzingenEzechiël 22:2Ezechiël 20:4Jesaja 58:1Ezechiël 23:36Ezechiël 33:7Ezechiël 8:9Hosea 8:1
— Mensenkind, maak Jeruzalem haar gruwelen bekend,
Dit is een zeer nodig bevel. Want zolang mensen hun ziekte niet kennen, zullen zij zich niet tot de grote Geneesheer wenden. Alleen wie weet dat hij arm is, wil een aalmoes aannemen. Het hoort dus bij de taak van Gods knechten om zondaars hun boze wegen te doen kennen: “Mensenkind, maak Jeruzalem haar gruwelen bekend.”

Ezechiël 16:3.KruisverwijzingenEzechiël 16:45Ezechiël 21:30Genesis 15:16Deuteronomium 20:17Johannes 8:44Ezra 9:1Mattheüs 11:24Lukas 3:7
— En zeg: Alzo zegt de Heere HEERE tot Jeruzalem: Uw handelingen en uw geboorten zijn uit het land der Kanaanieten; uw vader was een Amoriet en uw moeder een Hethietische.
Abraham, de vader van het volk, kwam van de overzijde van de rivier. Maar hier schrijft God, om de zonde van het volk, hun geboorte toe aan de plaats waar zij zich gevestigd hadden, en niet aan die uitverkoren en edele man. Zij hadden zo lang in Kanaän gewoond dat zij Kanaänieten geworden waren. Hun gewoonten waren zo slecht dat er weinig te kiezen viel tussen de Israëlieten en de Amorieten en Hethieten die God in Zijn toorn geslagen had. Daarom zegt de HEERE: “uw vader was een Amoriet en uw moeder een Hethietische”.

Ezechiël 16:5.KruisverwijzingenJesaja 49:15Jeremia 9:21Klaagliederen 2:11Deuteronomium 32:10Jeremia 22:19Klaagliederen 2:19Ezechiël 2:6Exodus 1:22
— Geen oog had medelijden over u, om u een van deze dingen te doen, om zich over u te erbarmen; maar gij zijt geworpen geweest op het vlakke des velds, om de walgelijkheid van uw ziel, ten dage, toen gij geboren waart.
U herinnert zich dat Farao alle mannelijke kinderen van de gevangen Israëlieten trachtte te doden. Geen sterfelijk oog had medelijden met dat vertrapte volk in het diensthuis. Maar God zag uit de hemel neer in liefde, in ontferming en in genade.

Ezechiël 16:6-7.KruisverwijzingenJohannes 5:25Exodus 1:7Deuteronomium 1:10Titus 3:3Efeze 2:4Ezechiël 16:22Hebreeën 10:29Psalmen 105:26
— Als Ik bij u voorbijging, zo zag Ik u, vertreden zijnde in uw bloed, en Ik zeide tot u in uw bloed: Leef; ja, Ik zeide tot u in uw bloed: Leef! Ik heb u tot tien duizend, als het gewas des velds, gemaakt; en gij zijt gegroeid, en groot geworden, en zijt gekomen tot grote sierlijkheid; uw borsten zijn vast geworden, en uw haar is gewassen, doch gij waart naakt en bloot.
Israël trok uit Egypte, uitermate vermenigvuldigd, een groot volk. En toen zij zich in Kanaän gevestigd hadden, namen zij nog toe, totdat zij een talrijk en machtig volk waren. Bedenk dat heel deze beschrijving geestelijk op ons van toepassing is. Er was een dag dat ook wij verontreinigd leken, weggeworpen en aan het verderf overgelaten. Maar God ging voorbij in grote barmhartigheid en zei tot ons: leef!

Ezechiël 16:8-9.KruisverwijzingenRuth 3:9Jesaja 43:4Romeinen 5:8Exodus 19:4Jeremia 2:2Jeremia 31:31 Samuël 12:22Ezechiël 16:6
— Als Ik nu bij u voorbijging, zag Ik u, en ziet, uw tijd was de tijd der minne; zo breidde Ik Mijn vleugel over u uit, en dekte uw naaktheid; ja, Ik zwoer u, en kwam met u in een verbond, spreekt de Heere HEERE en gij werdt de Mijne. Daarna wies Ik u met water, en Ik spoelde uw bloed van u af, en zalfde u met olie.
Hoe wonderlijk heeft de HEERE dit alles voor ons gedaan! Onze wassing en onze zalving kunnen wij nooit vergeten.

Ezechiël 16:10.KruisverwijzingenEzechiël 16:18Ezechiël 16:13Jesaja 61:10Ezechiël 27:16Exodus 26:36Ezechiël 27:7Jesaja 61:3Genesis 41:42
— Ik bekleedde u ook met gestikt werk, en Ik schoeide u met dassenvellen, en omgordde u met fijn linnen, en bedekte u met zijde.
Alles wat God voor Israël doen kon, heeft Hij gedaan. Dat arme, behoeftige volk nam toe en vermenigvuldigde zich, totdat het in de dagen van David en Salomo hoog aangeschreven stond onder de volken en buitengewoon rijk en welvarend was. Zo heeft God ook met ons gehandeld. Hij is de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, “Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in den hemel in Christus”. Wij die kort geleden nog als hulpeloos en waardeloos weggeworpen waren, heeft Hij rijk gemaakt met de schat van de hemel.

Ezechiël 16:11-13.KruisverwijzingenGenesis 24:22Genesis 41:42Jesaja 3:19Genesis 24:47Deuteronomium 32:131 Koningen 4:21Psalmen 50:2Ezechiël 23:42
— Ook versierde Ik u met sieraad, en deed armringen aan uw handen, en een keten aan uw hals. Desgelijks deed Ik een voorhoofdsiersel aan uw aangezicht, en oorringen aan uw oren, en een kroon der heerlijkheid op uw hoofd. Zo waart gij versierd met goud en zilver, en uw kleding was fijn linnen, en zijde, en gestikt werk; gij at meelbloem, en honig, en olie, en gij waart gans zeer schoon, en waart voorspoedig, dat gij een koninkrijk werdt.
Het werk van de Heere Jezus en het werk van de Heilige Geest hebben een wonderlijk heerlijk “gestikt werk” gemaakt tot onze geestelijke versiering. Terecht zingt de goede Dr. Watts:

Hoe ver gaat het hemels gewaad te boven
wat aardse vorsten dragen!
Wat blinken deze sieraden!
Hoe wit zijn deze klederen!
Wonderlijk getooid, mijn ziel,
door de grote heilige Drie-eenheid!
Laat al uw krachten samenstemmen
in de zoetste harmonie van lof.

Ezechiël 16:14.KruisverwijzingenKlaagliederen 2:151 Koningen 10:241 Korinthe 4:7Jozua 2:9Jozua 9:6Deuteronomium 4:62 Kronieken 9:232 Kronieken 2:11
— Daartoe ging van u een naam uit onder de heidenen om uw schoonheid; want die was volmaakt door Mijn heerlijkheid, die Ik op u gelegd had, spreekt de Heere HEERE.
Deze woorden gelden ongetwijfeld Israël. Maar zij passen nog veel beter op ons, wanneer wij met de gerechtigheid van Christus bekleed zijn en schoon gemaakt zijn in Zijn schoonheid.

Ezechiël 16:15.KruisverwijzingenJesaja 57:8Jeremia 2:20Ezechiël 16:25Jeremia 7:4Ezechiël 23:3Hosea 1:2Jesaja 1:21Ezechiël 23:8
— Maar gij hebt vertrouwd op uw schoonheid, en hebt gehoereerd vanwege uw naam; ja, hebt uw hoererijen uitgestort aan een ieder, die voorbijging; voor hem was zij.
Zodra de Israëlieten rijk en machtig werden, begonnen zij altaren voor de valse goden te bouwen. Juist de schatten die God hun gegeven had, ontheiligden zij door er afgoden van te maken. En God noemt dit een geestelijke hoererij: zich afkeren van de ene ware God, Die de Man van dat volk was, om valse goden achterna te gaan.

Het is een kwaad teken bij ieder van ons wanneer Gods zegeningen zelf tot afgoden gemaakt worden. Begint u uw rijkdom te aanbidden, of uw gezondheid, uw kinderen, uw geleerdheid, of iets anders dat God u gegeven heeft, dan is dat uiterst tergend voor de Allerhoogste. Het is een breuk van het huwelijksverbond tussen uw ziel en God.

De rest van dit hoofdstuk is meer voor het lezen in stilte dan voor de openbare samenkomst. Het geeft een werkelijk ontzagwekkend beeld van de zonde van Israël en stapelt de vreselijkste beschrijvingen op van de manier waarop het volk zich van God afkeerde. Ik erken dat ik, na dit hoofdstuk tot het einde gelezen te hebben, verbaasd sta dat het besluit zoals het besluit. Het is een verbazingwekkend bewijs van de onveranderlijke liefde van God.

Ezechiël 16:60.KruisverwijzingenJeremia 50:5Jesaja 55:3Psalmen 106:45Jeremia 31:31Hosea 2:19Ezechiël 16:8Jeremia 32:38Leviticus 26:42
— Evenwel zal Ik gedachtig wezen aan Mijn verbond met u, in de dagen uwer jonkheid, en Ik zal met u een eeuwig verbond oprichten.
Gezegend “evenwel”!

Oneindige barmhartigheid maakt mensen beschaamd over hun zondigheid. Grote vergeving brengt ootmoed én heiligheid voort. De goddelozen denken dat God, door grote zonde te vergeven, er verlof toe zou geven. Maar de HEERE weet dat het niet zo is. Hij begrijpt dat juist de grootheid van Zijn vergevende liefde de oorzaak zal zijn dat de vergeven zondaar de zonde gaat haten: “Dan zult gij uwer wegen gedenken en beschaamd zijn.”

Ezechiël 16:62-63.KruisverwijzingenRomeinen 3:19Jeremia 24:7Psalmen 39:9Daniël 9:7Ezechiël 6:7Ezechiël 36:31Hosea 2:18Ezechiël 16:60
— Want Ik zal Mijn verbond met u oprichten, en gij zult weten, dat Ik de HEERE ben; Opdat gij het gedachtig zijt, en u schaamt, en niet meer uw mond opent vanwege uw schande, wanneer Ik voor u verzoening doen zal over al hetgeen gij gedaan hebt, spreekt de Heere HEERE.
Vergeving van God voor grote zonde legt al onze hoogmoed het zwijgen op. Wij durven onze mond nooit meer te openen vanwege onze schande. En toch maakt het gezegende zwijgen van een dankbaar hart ware muziek voor Gods troon; en wanneer de HEERE onze lippen opent, dan zal onze mond Zijn lof verkondigen.

Twee woorden leren ons de diepste praktische wijsheid: zonde en genade. Niemand heeft ze ooit gemeten dan Één, en toen Híj ze mat, was Hij in een bloedig zweet en stortte Hij Zijn ziel uit in de dood. Alleen onze lijdende Liefhebber, de Heere Jezus Christus, kent die twee tot in hun volkomenheid.

Het Hebreeuwse woord dat hier vergeving betekent, betekent eigenlijk: iets bedekken met wat aan het bedekte kleeft en vastzit. Niet met droog stof of met bladeren, die gemakkelijk weggenomen kunnen worden, maar met lijm of pek, zodat het verborgene niet zomaar weer te voorschijn te halen is. Hetzelfde woord wordt van de ark van Noach gebruikt: “gij zult die bepekken van binnen en van buiten met pek”. Alle planken moesten met het pek bedekt worden. Niet met een dun laagje verf dat ze nauwelijks kleurde, maar met een dikke, kleverige pek die aan het hout hechtte, erin doordrong en het geheel bedekte.

Ja, het is helemaal weg. Wat God betreft heeft onze zonde opgehouden te bestaan. Hij heeft haar gelegd op Jezus Christus, onze Plaatsvervanger, en Hij heeft haar gedragen en de straf ervoor betaald. Als onze zondebok heeft Hij onze zonde volkomen weggedragen, en zij is verloren in de woestijn van de vergetelheid. In de diepten van de zee heeft Hij onze ongerechtigheden geworpen; in Zijn eigen graf heeft Hij onze overtredingen begraven.

Door het geloof in Jezus zijn al onze overtredingen zo ver van ons weggedaan als het oosten van het westen is. De diepten hebben onze zonden bedekt; er is er niet één van over. De HEERE is verzoend over alles wat wij gedaan hebben, zodat er geen grond voor twist meer overblijft. Sinds wij in Jezus Christus geloofd hebben, is onze zonde niet flauw zichtbaar geworden; zij is ook niet met zoeken als een schaduw in de verte te ontdekken. Nee, God ziet haar in eeuwigheid niet meer. De zonde is bedekt in de nadrukkelijkste zin van het woord. De HEERE heeft heel de grimmigheid van Zijn toorn afgewend, en wij mogen zeggen: “Ik dank U, HEERE! dat Gij toornig op mij geweest zijt, maar Uw toorn is afgekeerd, en Gij troost mij.”

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Wanneer God onze zonde vergeeft, bedekt Hij ons zo volkomen als het hout van de ark van binnen en van buiten met pek bedekt was. Onze zonde is bedekt en geheel aan Zijn oog onttrokken. God is over ons verzoend omdat onze zonde bedekt is — en dat helemaal.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content