Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Daarna zeide de HEERE tot Mozes: Ga in tot Farao, en spreek tot hem: Alzo zegt de HEERE, de God der Hebreen: Laat Mijn volk trekken, dat het Mij diene.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Daarna zeideH559 de HEEREH3068totH413MozesH4872: Ga in totH413FaraoH6547, en spreekH1696totH413 hem: AlzoH3541zegtH559 de HEEREH3068, de GodH430 der HebreenH5680: Laat Mijn volkH5971trekkenH7971, dat het Mij dieneH5647.Daarna zeide de HEERE tot Mozes: Ga in tot Farao, en spreek tot hem: Alzo zegt de HEERE, de God der Hebreen: Laat Mijn volk trekken, dat het Mij diene.
KJVThen the LORD2said1unto Moses,4Go5in unto Pharaoh,7and tell8him, Thus saith11the LORD12God13of the Hebrews,14Let my people17go,15that they may serve
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5בֹּ֖אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7פַּרְעֹ֑הH6547FaraoPharaoh8וְדִבַּרְתָּ֣H1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work9אֵלָ֗יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder11אָמַ֤רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty14הָֽעִבְרִ֔יםH5680Hebreen, Hebreer, HebreinnenHebrew(-ess, woman)15שַׁלַּ֥חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17עַמִּ֖יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people18וְיַֽעַבְדֻֽנִיH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,
2Want zo gij hen weigert te laten trekken, en gij hen nog met geweld ophoudt,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2WantH3588zoH518 gij hen weigertH3986 te laten trekkenH7971, en gij hen nogH5750 met geweldH2388 ophoudt,Want zo gij hen weigert te laten trekken, en gij hen nog met geweld ophoudt,
KJVFor if thou refuse3to let them go,5and wilt hold
1כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet3מָאֵ֥ןH3986weigertrefuse4אַתָּ֖הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you5לְשַׁלֵּ֑חַH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)6וְעוֹדְךָ֖H5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)7מַחֲזִ֥יקH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand8בָּֽם
3Zie, de hand des HEEREN zal zijn over uw vee, dat in het veld is, over de paarden, over de ezelen, over de kemelen, over de runderen, en over het klein vee, door een zeer zware pestilentie.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3ZieH2009, de handH3027 des HEERENH3068 zal zijnH1961 over uw veeH4735, datH834 in het veldH7704 is, over de paardenH5483, over de ezelenH2543, over de kemelenH1581, over de runderenH1241, en over het klein veeH6629, door een zeerH3966zwareH3515pestilentieH1698.Zie, de hand des HEEREN zal zijn over uw vee, dat in het veld is, over de paarden, over de ezelen, over de kemelen, over de runderen, en over het klein vee, door een zeer zware pestilentie.
KJVBehold, the hand2of the LORD3is4upon thy cattle5which is in the field,7upon the horses,8upon the asses,9upon the camels,10upon the oxen,11and upon the sheep:12there shall be a very15grievous14murrain.
1הִנֵּ֨הH2009ziet, ziebehold, lo, see2יַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves3יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4הוֹיָ֗הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use5בְּמִקְנְךָ֙H4735vee, bezitting, beestencattle, flock, herd, possession, purchase, substance6אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7בַּשָּׂדֶ֔הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild8בַּסּוּסִ֤יםH5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)9בַּֽחֲמֹרִים֙H2543ezel, ezelen, ezels(he) ass10בַּגְּמַלִּ֔יםH1581kemelen, kemels, kemelcamel11בַּבָּקָ֖רH1241runderen, rund, koeienbeeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox12וּבַצֹּ֑אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)13דֶּ֖בֶרH1698pestilentie, pest, pestilentienmurrain, pestilence, plague14כָּבֵ֥דH3515zwaar, zware, zwaren(so) great, grievous, hard(-ened), (too) heavy(-ier), laden, much, slow, sore, thick15מְאֹֽדH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
4En de HEERE zal een afzondering maken tussen het vee der Israelieten, en tussen het vee der Egyptenaren, dat er niets sterve van al wat van de kinderen Israels is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En de HEEREH3068 zal een afzonderingH6395 maken tussenH996 het veeH4735 der IsraelietenH3478, en tussenH996 het veeH4735 der EgyptenarenH4714, dat er nietsH1697sterveH4191 van alH3605 wat van de kinderenH1121IsraelsH3478 is.En de HEERE zal een afzondering maken tussen het vee der Israelieten, en tussen het vee der Egyptenaren, dat er niets sterve van al wat van de kinderen Israels is.
KJVAnd the LORD2shall sever1between the cattle4of Israel5and the cattle7of Egypt:8and there shall nothing14die10of all that is the children's12of Israel.
1וְהִפְלָ֣הH6395afgezonderd, afzondering, Maakput a difference, show marvellous, separate, set apart, sever, make wonderfully2יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3בֵּ֚יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within4מִקְנֵ֣הH4735vee, bezitting, beestencattle, flock, herd, possession, purchase, substance5יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6וּבֵ֖יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within7מִקְנֵ֣הH4735vee, bezitting, beestencattle, flock, herd, possession, purchase, substance8מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim9וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10יָמ֛וּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise11מִכָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12לִבְנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael14דָּבָֽרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work
5En de HEERE bestemde een zekeren tijd, zeggende: Morgen zal de HEERE deze zaak in dit land doen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En de HEEREH3068bestemdeH7760 een zekeren tijdH4150, zeggendeH559: MorgenH4279 zal de HEEREH3068 deze zaakH1697 in ditH2088landH776doenH6213.En de HEERE bestemde een zekeren tijd, zeggende: Morgen zal de HEERE deze zaak in dit land doen.
KJVAnd the LORD2appointed1a set time,3saying,4To morrow5the LORD7shall do6this thing8in the land.
1וַיָּ֥שֶׂםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work2יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3מוֹעֵ֣דH4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)4לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5מָחָ֗רH4279morgen, Morgentime to come, tomorrow6יַעֲשֶׂ֧הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8הַדָּבָ֥רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work9הַזֶּ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)10בָּאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
6En de HEERE deed deze zaak des anderen daags; en al het vee der Egyptenaren stierf; maar van het vee der kinderen Israels stierf niet een.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En de HEEREH3068deedH6213dezeH2088zaakH1697 des anderen daagsH4283; en alH3605 het veeH4735 der EgyptenarenH4714stierfH4191; maar van het veeH4735 der kinderenH1121IsraelsH3478stierfH4191nietH3808eenH259.En de HEERE deed deze zaak des anderen daags; en al het vee der Egyptenaren stierf; maar van het vee der kinderen Israels stierf niet een.
KJVAnd the LORD2did1that thing4on the morrow,6and all the cattle9of Egyptdied:7but of the cattle11of the children12of Israel13died15not one.
1וַיַּ֨עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַדָּבָ֤רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work5הַזֶּה֙H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)6מִֽמָּחֳרָ֔תH4283daags, dag, gansenmorrow, next day7וַיָּ֕מָתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise8כֹּ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9מִקְנֵ֣הH4735vee, bezitting, beestencattle, flock, herd, possession, purchase, substance10מִצְרָ֑יִםH4713Egyptenaars, Egyptische, EgyptenaarEgyptian, of Egypt11וּמִמִּקְנֵ֥הH4735vee, bezitting, beestencattle, flock, herd, possession, purchase, substance12בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael14לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15מֵ֥תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise16אֶחָֽדH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
7En Farao zond er heen, en ziet, van het vee van Israel was niet tot een toe gestorven. Doch het hart van Farao werd verzwaard, en hij liet het volk niet trekken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En FaraoH6547zondH7971 er heen, en zietH2009, van het veeH4735 van IsraelH3478 was nietH3808 tot eenH259toeH5704gestorvenH4191. Doch het hartH3820 van FaraoH6547 werd verzwaardH3513, en hij liet het volkH5971nietH3808trekkenH7971.En Farao zond er heen, en ziet, van het vee van Israel was niet tot een toe gestorven. Doch het hart van Farao werd verzwaard, en hij liet het volk niet trekken.
KJVAnd Pharaoh2sent,1and, behold, there was not one9of the cattle6of the Israelites7dead.5And the heart11of Pharaoh12was hardened,10and he did not let the people16go.
1וַיִּשְׁלַ֣חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2פַּרְעֹ֔הH6547FaraoPharaoh3וְהִנֵּ֗הH2009ziet, ziebehold, lo, see4לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5מֵ֛תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise6מִמִּקְנֵ֥הH4735vee, bezitting, beestencattle, flock, herd, possession, purchase, substance7יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet9אֶחָ֑דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,10וַיִּכְבַּד֙H3513zwaar, eren, verheerlijktabounding with, more grievously afflict, boast, be chargeable, [idiom] be dim, glorify, be (make) glorious (things), glory, (very) great, be grievous, harden, be (make) heavy, be heavier, lay heavily, (bring to, come to, do, get, be had in) honour (self), (be) honourable (man), lade, [idiom] more be laid, make self many, nobles, prevail, promote (to honour), be rich, be (go) sore, stop11לֵ֣בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom12פַּרְעֹ֔הH6547FaraoPharaoh13וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14שִׁלַּ֖חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16הָעָֽםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
8Toen zeide de HEERE tot Mozes en tot Aaron: Neemt gijlieden uw vuisten vol as uit den oven; en Mozes strooie die naar de hemel voor de ogen van Farao.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Toen zeideH559 de HEEREH3068totH413MozesH4872 en totH413AaronH175: NeemtH3947 gijlieden uw vuistenH2651volH4393asH6368 uit den ovenH3536; en MozesH4872strooieH2236 die naar de hemelH8064 voor de ogenH5869 van FaraoH6547.Toen zeide de HEERE tot Mozes en tot Aaron: Neemt gijlieden uw vuisten vol as uit den oven; en Mozes strooie die naar de hemel voor de ogen van Farao.
KJVAnd the LORD2said1unto Moses4and unto Aaron,6Take7to you handfuls10of ashes11of the furnace,12and let Moses14sprinkle13it toward the heaven15in the sight16of Pharaoh.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָה֮H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁ֣הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5וְאֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6אַהֲרֹן֒H175Aaron, Aarons, AaronietenAaron7קְח֤וּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win8לָכֶם֙9מְלֹ֣אH4393volheid, vol, volle menigte[idiom] all along, [idiom] all that is (there-) in, fill, ([idiom] that whereof...was) full, fulness, (hand-) full, multitude10חָפְנֵיכֶ֔םH2651vuisten, handenfists, (both) hands, hand(-ful)11פִּ֖יחַH6368asashes12כִּבְשָׁ֑ןH3536oven, ovensfurnace13וּזְרָק֥וֹH2236sprengen, sprengde, sprengdenbe here and there, scatter, sprinkle, strew14מֹשֶׁ֛הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses15הַשָּׁמַ֖יְמָהH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)16לְעֵינֵ֥יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)17פַרְעֹֽהH6547FaraoPharaoh
9En zij zal tot klein stof worden over het ganse Egypteland; en zij zal aan de mensen, en aan het vee worden tot zweren, uitbrekende met blaren, in het ganse Egypteland.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En zij zal tot klein stofH80 worden overH5921 het ganseH3605EgyptelandH776; en zijH1961 zal aanH5921 de mensenH120, en aanH5921 het veeH929 worden tot zwerenH7822, uitbrekendeH6524 met blarenH76, in het ganseH3605EgyptelandH776.En zij zal tot klein stof worden over het ganse Egypteland; en zij zal aan de mensen, en aan het vee worden tot zweren, uitbrekende met blaren, in het ganse Egypteland.
KJVAnd it shall become small dust2in all the land5of Egypt,6and shall be a boil12breaking forth13with blains14upon man,9and upon beast,11throughout all the land16of Egypt.
1וְהָיָ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2לְאָבָ֔קH80stof, klein stof, pulver(small) dust, powder3עַ֖לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world6מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim7וְהָיָ֨הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9הָאָדָ֜םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person10וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with11הַבְּהֵמָ֗הH929beesten, vee, beestbeast, cattle12לִשְׁחִ֥יןH7822zweren, zweer, gezwelboil, botch13פֹּרֵ֛חַH6524bloeien, groeien, groenen[idiom] abroad, [idiom] abundantly, blossom, break forth (out), bud, flourish, make fly, grow, spread, spring (up)14אֲבַעְבֻּעֹ֖תH76blarenblains15בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16אֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world17מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
10En zij namen as uit den oven, en stonden voor Farao's aangezicht; en Mozes strooide die naar den hemel; toen werden er zweren, uitbrekende met blaren, aan de mensen en aan het vee;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En zij namenH3947asH6368 uit den ovenH3536, en stondenH5975 voor FaraoH6547's aangezichtH6440; en MozesH4872strooideH2236 die naar den hemelH8064; toen werdenH1961 er zwerenH7822, uitbrekendeH6524 met blarenH76, aan de mensenH120 en aan het veeH929;En zij namen as uit den oven, en stonden voor Farao's aangezicht; en Mozes strooide die naar den hemel; toen werden er zweren, uitbrekende met blaren, aan de mensen en aan het vee;
KJVAnd they took1ashes3of the furnace,4and stood5before6Pharaoh;7and Moses10sprinkled8it up toward heaven;11and it became a boil13breaking forth15with blains14upon man,16and upon beast.
1וַיִּקְח֞וּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3פִּ֣יחַH6368asashes4הַכִּבְשָׁ֗ןH3536oven, ovensfurnace5וַיַּֽעַמְדוּ֙H5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry6לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7פַרְעֹ֔הH6547FaraoPharaoh8וַיִּזְרֹ֥קH2236sprengen, sprengde, sprengdenbe here and there, scatter, sprinkle, strew9אֹת֛וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10מֹשֶׁ֖הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses11הַשָּׁמָ֑יְמָהH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)12וַיְהִ֗יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13שְׁחִין֙H7822zweren, zweer, gezwelboil, botch14אֲבַעְבֻּעֹ֔תH76blarenblains15פֹּרֵ֕חַH6524bloeien, groeien, groenen[idiom] abroad, [idiom] abundantly, blossom, break forth (out), bud, flourish, make fly, grow, spread, spring (up)16בָּאָדָ֖םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person17וּבַבְּהֵמָֽהH929beesten, vee, beestbeast, cattle
11Alzo dat de tovenaars voor Mozes niet staan konden, vanwege de zweren; want aan de tovenaars waren zweren, en aan al de Egyptenaren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Alzo dat de tovenaarsH2748 voor MozesH4872nietH3808staanH5975kondenH3201, vanwegeH6440 de zwerenH7822; wantH3588 aan de tovenaarsH2748warenH1961zwerenH7822, en aan alH3605 de EgyptenarenH4714.Alzo dat de tovenaars voor Mozes niet staan konden, vanwege de zweren; want aan de tovenaars waren zweren, en aan al de Egyptenaren.
KJVAnd the magicians3could2not stand4before5Moses6because7of the boils;8for the boil11was upon the magicians,12and upon all the Egyptians.
1וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2יָכְל֣וּH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer3הַֽחַרְטֻמִּ֗יםH2748tovenaarsmagician4לַעֲמֹ֛דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry5לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6מֹשֶׁ֖הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses7מִפְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8הַשְּׁחִ֑יןH7822zweren, zweer, gezwelboil, botch9כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10הָיָ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11הַשְּׁחִ֔יןH7822zweren, zweer, gezwelboil, botch12בַּֽחֲרְטֻמִּ֖םH2748tovenaarsmagician13וּבְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14מִצְרָֽיִםH4713Egyptenaars, Egyptische, EgyptenaarEgyptian, of Egypt
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
12Doch de HEERE verstokte Farao's hart, dat hij naar hen niet hoorde, gelijk de HEERE tot Mozes gesproken had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Doch de HEEREH3068verstokteH2388FaraoH6547's hartH3820, datH834 hij naar hen nietH3808hoordeH8085, gelijk de HEEREH3068totH413MozesH4872gesprokenH1696 had.Doch de HEERE verstokte Farao's hart, dat hij naar hen niet hoorde, gelijk de HEERE tot Mozes gesproken had.
KJVAnd the LORD2hardened1the heart4of Pharaoh,5and he hearkened7not unto them; as the LORD11had spoken10unto Moses.
1וַיְחַזֵּ֤קH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4לֵ֣בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom5פַּרְעֹ֔הH6547FaraoPharaoh6וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7שָׁמַ֖עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness8אֲלֵהֶ֑םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10דִּבֶּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work11יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
13Toen zeide de HEERE tot Mozes: Maak u morgen vroeg op, en stel u voor Farao's aangezicht, en zeg tot hem: Zo zegt de HEERE, de God der Hebreen: Laat Mijn volk trekken, dat zij Mij dienen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Toen zeideH559 de HEEREH3068totH413MozesH4872: MaakH7925 u morgenH1242vroegH7925 op, en stelH3320 u voor FaraoH6547's aangezichtH6440, en zegH559totH413 hem: ZoH3541zegtH559 de HEEREH3068, de GodH430 der HebreenH5680: Laat Mijn volkH5971trekkenH7971, dat zij Mij dienenH5647.Toen zeide de HEERE tot Mozes: Maak u morgen vroeg op, en stel u voor Farao's aangezicht, en zeg tot hem: Zo zegt de HEERE, de God der Hebreen: Laat Mijn volk trekken, dat zij Mij dienen.
KJVAnd the LORD2said1unto Moses,4Rise up early5in the morning,6and stand7before8Pharaoh,9and say10unto him, Thus saith13the LORD14God15of the Hebrews,16Let my people19go,17that they may serve
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5הַשְׁכֵּ֣םH7925vroeg, stond, stonden(arise, be up, get (oneself) up, rise up) early (betimes), morning6בַּבֹּ֔קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow7וְהִתְיַצֵּ֖בH3320stelde, stellen, steltpresent selves, remaining, resort, set (selves), (be able to, can, with-) stand (fast, forth, -ing, still, up)8לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you9פַרְעֹ֑הH6547FaraoPharaoh10וְאָמַרְתָּ֣H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11אֵלָ֗יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder13אָמַ֤רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet14יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty16הָֽעִבְרִ֔יםH5680Hebreen, Hebreer, HebreinnenHebrew(-ess, woman)17שַׁלַּ֥חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)18אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19עַמִּ֖יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people20וְיַֽעַבְדֻֽנִיH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,
14Want ditmaal zal Ik al Mijn plagen in uw hart zenden, en over uw knechten, en over uw volk, opdat gij weet, dat er niemand is gelijk Ik, op de ganse aarde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14WantH3588ditmaalH6471 zal IkH589alH3605 Mijn plagenH4046 in uw hartH3820zendenH7971, en over uw knechtenH5650, en over uw volkH5971, opdat gij weetH3045, dat er niemandH369 is gelijk Ik, op de ganseH3605aardeH776.Want ditmaal zal Ik al Mijn plagen in uw hart zenden, en over uw knechten, en over uw volk, opdat gij weet, dat er niemand is gelijk Ik, op de ganse aarde.
KJVFor I will at this time2send5all my plagues8upon thine heart,10and upon thy servants,11and upon thy people;12that thou mayest know14that there is none like me in all the earth.
1כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2בַּפַּ֣עַםH6471ditmaal, malen, tweemaalanvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel3הַזֹּ֗אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus4אֲנִ֨יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who5שֹׁלֵ֜חַH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8מַגֵּפֹתַי֙H4046plaag, plage, slag([idiom] be) plague(-d), slaughter, stroke9אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10לִבְּךָ֔H3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom11וּבַעֲבָדֶ֖יךָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant12וּבְעַמֶּ֑ךָH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people13בַּעֲב֣וּרH5668wil, harentwil, waarlijkbecause of, for (...'s sake), (intent) that, to14תֵּדַ֔עH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot15כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet16אֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)17כָּמֹ֖נִיH3644gelijk, alsaccording to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth18בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)19הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
15Want nu heb Ik Mijn hand uitgestrekt, opdat Ik u en uw volk met de pestilentie zou slaan, en dat gij van de aarde zoudt verdelgd worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Want nuH6258 heb Ik Mijn handH3027uitgestrektH7971, opdat Ik u en uw volkH5971 met de pestilentieH1698 zou slaanH5221, en dat gij vanH4480 de aardeH776 zoudt verdelgdH3582 worden.Want nu heb Ik Mijn hand uitgestrekt, opdat Ik u en uw volk met de pestilentie zou slaan, en dat gij van de aarde zoudt verdelgd worden.
KJVFor now I will stretch out3my hand,5that I may smite6thee and thy people9with pestilence;10and thou shalt be cut off11from the earth.
1כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2עַתָּה֙H6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas3שָׁלַ֣חְתִּיH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5יָדִ֔יH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves6וָאַ֥ךְH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound7אוֹתְךָ֛H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8וְאֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9עַמְּךָ֖H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people10בַּדָּ֑בֶרH1698pestilentie, pest, pestilentienmurrain, pestilence, plague11וַתִּכָּחֵ֖דH3582verborgen, afgesneden, verbergenconceal, cut down (off), desolate, hide12מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with13הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
16Maar waarlijk, daarom heb Ik u verwekt, opdat Ik Mijn kracht aan u betoonde, en opdat men Mijn Naam vertelle op de ganse aarde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Maar waarlijkH5668, daarom heb Ik u verwektH5975, opdat Ik Mijn krachtH3581 aan u betoondeH7200, en opdatH4616 men Mijn NaamH8034vertelleH5608 op de ganseH3605aardeH776.Maar waarlijk, daarom heb Ik u verwekt, opdat Ik Mijn kracht aan u betoonde, en opdat men Mijn Naam vertelle op de ganse aarde.
KJVAnd in very1deed2for this cause have I raised thee up,4for to shew6in thee my power;8and that my name11may be declared10throughout all the earth.
1וְאוּלָ֗םH199gewisselijk, waarlijk, zekerlijkas for, but, howbeit, in very deed, surely, truly, wherefore2בַּעֲב֥וּרH5668wil, harentwil, waarlijkbecause of, for (...'s sake), (intent) that, to3זֹאת֙H2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus4הֶעֱמַדְתִּ֔יךָH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry5בַּעֲב֖וּרH5668wil, harentwil, waarlijkbecause of, for (...'s sake), (intent) that, to6הַרְאֹתְךָ֣H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8כֹּחִ֑יH3581kracht, macht, vermogenability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth9וּלְמַ֛עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to10סַפֵּ֥רH5608schrijver, vertellen, tellencommune, (ac-) count; declare, number, [phrase] penknife, reckon, scribe, shew forth, speak, talk, tell (out), writer11שְׁמִ֖יH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report12בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
17Verheft gij uzelven nog tegen Mijn volk, dat gij het niet wilt laten trekken?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17VerheftH5549 gij uzelven nogH5750 tegen Mijn volkH5971, dat gij het nietH1115 wilt laten trekkenH7971?Verheft gij uzelven nog tegen Mijn volk, dat gij het niet wilt laten trekken?
KJVAs yet exaltest2thou thyself against my people,3that thou wilt not let them go?
1עוֹדְךָ֖H5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)2מִסְתּוֹלֵ֣לH5549verhoogt, Verhef, Verheftcast up, exalt (self), extol, make plain, raise up3בְּעַמִּ֑יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people4לְבִלְתִּ֖יH1115niet, niemand, tenzijbecause un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without5שַׁלְּחָֽםH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)
18Zie, Ik zal morgen omtrent dezen tijd een zeer zware hagel doen regenen, desgelijks in Egypte niet geweest is van dien dag af, dat het gegrond is, tot nu toe.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18ZieH2005, Ik zal morgenH4279 omtrent dezen tijdH6256 een zeerH3966zwareH3515hagelH1259 doen regenenH4305, desgelijks in EgypteH4714nietH3808 geweest is vanH4480 dien dagH3117 af, dat het gegrondH3245 is, tot nuH6258 toe.Zie, Ik zal morgen omtrent dezen tijd een zeer zware hagel doen regenen, desgelijks in Egypte niet geweest is van dien dag af, dat het gegrond is, tot nu toe.
KJVBehold, to morrow4about this time3I will cause it to rain2a very7grievous6hail,5such as hath not been11in Egypt12since13the foundation14
1הִנְנִ֤יH2005ziet, ziebehold, if, lo, though2מַמְטִיר֙H4305regenen, regende, beregend(cause to) rain (upon)3כָּעֵ֣תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when4מָחָ֔רH4279morgen, Morgentime to come, tomorrow5בָּרָ֖דH1259hagel, hagels, hagelstenenhail(stones)6כָּבֵ֣דH3515zwaar, zware, zwaren(so) great, grievous, hard(-ened), (too) heavy(-ier), laden, much, slow, sore, thick7מְאֹ֑דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well8אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10הָיָ֤הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11כָמֹ֨הוּ֙H3644gelijk, alsaccording to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth12בְּמִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim13לְמִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with14הַיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger15הִוָּסְדָ֖הH3245gegrond, gegrondvest, grondappoint, take counsel, establish, (lay the, lay for a) found(-ation), instruct, lay, ordain, set, [idiom] sure16וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet17עָֽתָּהH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas
19En nu, zend heen, vergader uw vee, en alles wat gij op het veld hebt; alle mens en gedierte, dat op het veld gevonden zal worden, en niet in huis verzameld zal zijn, als deze hagel op hen vallen zal, zo zullen zij sterven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En nuH6258, zendH7971 heen, vergaderH5756 uw veeH4735, en allesH3605watH834 gij op het veldH7704 hebt; alleH3605mensH120 en gedierteH929, datH834 op het veldH7704gevondenH4672 zal worden, en nietH3808 in huisH1004verzameldH622 zal zijn, als deze hagelH1259opH5921 hen vallenH3381 zal, zo zullen zij stervenH4191.En nu, zend heen, vergader uw vee, en alles wat gij op het veld hebt; alle mens en gedierte, dat op het veld gevonden zal worden, en niet in huis verzameld zal zijn, als deze hagel op hen vallen zal, zo zullen zij sterven.
KJVSend2therefore now, and gather3thy cattle,5and all that thou hast in the field;10for upon every man12and beast13which shall be found15in the field,16and shall not be brought18home,19the hail22shall come down20upon them, and they shall die.
1וְעַתָּ֗הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2שְׁלַ֤חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)3הָעֵז֙H5756Vlucht, vergader, vlucht hopengather (self, self to flee), retire4אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5מִקְנְךָ֔H4735vee, bezitting, beestencattle, flock, herd, possession, purchase, substance6וְאֵ֛תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9לְךָ֖10בַּשָּׂדֶ֑הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12הָאָדָ֨םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person13וְהַבְּהֵמָ֜הH929beesten, vee, beestbeast, cattle14אֲשֶֽׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15יִמָּצֵ֣אH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on16בַשָּׂדֶ֗הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild17וְלֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without18יֵֽאָסֵף֙H622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw19הַבַּ֔יְתָהH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)20וְיָרַ֧דH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down21עֲלֵהֶ֛םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with22הַבָּרָ֖דH1259hagel, hagels, hagelstenenhail(stones)23וָמֵֽתוּH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
20Wie onder Farao's knechten des HEEREN woord vreesde, die deed zijn knechten en zijn vee in de huizen vlieden;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Wie onder FaraoH6547's knechtenH5650 des HEERENH3068woordH1697vreesdeH3373, die deed zijn knechtenH5650 en zijn veeH4735 in de huizenH1004vliedenH5127;Wie onder Farao's knechten des HEEREN woord vreesde, die deed zijn knechten en zijn vee in de huizen vlieden;
KJVHe that fearedthe word3of the LORD4among the servants5of Pharaoh6made his servants9and his cattle11flee7into the houses:
1הַיָּרֵא֙H3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3דְּבַ֣רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work4יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5מֵֽעַבְדֵ֖יH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant6פַּרְעֹ֑הH6547FaraoPharaoh7הֵנִ֛יסH5127vloden, vlieden, vluchtte[idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9עֲבָדָ֥יוH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant10וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11מִקְנֵ֖הוּH4735vee, bezitting, beestencattle, flock, herd, possession, purchase, substance12אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13הַבָּתִּֽיםH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
21Doch die zijn hart niet zette tot des HEEREN woord, die liet zijn knechten en zijn vee op het veld.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Doch die zijn hartH3820nietH3808zetteH7760totH413 des HEERENH3068woordH1697, die lietH5800 zijn knechtenH5650 en zijn veeH4735 op het veldH7704.Doch die zijn hart niet zette tot des HEEREN woord, die liet zijn knechten en zijn vee op het veld.
KJVAnd he that regarded3not the word6of the LORD7left8his servants10and his cattle12in the field.
1וַאֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection2לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3שָׂ֛םH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work4לִבּ֖וֹH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6דְּבַ֣רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work7יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8וַֽיַּעֲזֹ֛בH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10עֲבָדָ֥יוH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant11וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12מִקְנֵ֖הוּH4735vee, bezitting, beestencattle, flock, herd, possession, purchase, substance13בַּשָּׂדֶֽהH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild
22Toen zeide de HEERE tot Mozes: Strek uw hand uit naar den hemel, en er zal hagel zijn in het ganse Egypteland; over de mensen, en over het vee, en over al het kruid des velds in Egypteland.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Toen zeideH559 de HEEREH3068totH413MozesH4872: StrekH5186 uw handH3027 uit naar den hemelH8064, en er zal hagelH1259zijnH1961 in het ganseH3605EgyptelandH776; overH5921 de mensenH120, en overH5921 het veeH929, en overH5921alH3605 het kruidH6212 des veldsH7704 in EgyptelandH776.Toen zeide de HEERE tot Mozes: Strek uw hand uit naar den hemel, en er zal hagel zijn in het ganse Egypteland; over de mensen, en over het vee, en over al het kruid des velds in Egypteland.
KJVAnd the LORD2said1unto Moses,4Stretch forth5thine hand7toward heaven,9that there may be hail11in all the land13of Egypt,14upon man,16and upon beast,18and upon every herb21of the field,22throughout the land23of Egypt.
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5נְטֵ֤הH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7יָֽדְךָ֙H3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9הַשָּׁמַ֔יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)10וִיהִ֥יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11בָרָ֖דH1259hagel, hagels, hagelstenenhail(stones)12בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world14מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim15עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with16הָאָדָ֣םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person17וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18הַבְּהֵמָ֗הH929beesten, vee, beestbeast, cattle19וְעַ֛לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with20כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)21עֵ֥שֶׂבH6212kruid, gras, kruidengrass, herb22הַשָּׂדֶ֖הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild23בְּאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world24מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
23Toen strekte Mozes zijn staf naar den hemel; en de HEERE gaf donder en hagel, en het vuur schoot naar de aarde; en de HEERE liet hagel regenen over Egypteland.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Toen strekteH5186MozesH4872 zijn stafH4294 naar den hemelH8064; en de HEEREH3068gafH5414donderH6963 en hagelH1259, en het vuurH784schootH1980 naar de aardeH776; en de HEEREH3068 liet hagelH1259regenenH4305overH5921EgyptelandH776.Toen strekte Mozes zijn staf naar den hemel; en de HEERE gaf donder en hagel, en het vuur schoot naar de aarde; en de HEERE liet hagel regenen over Egypteland.
KJVAnd Moses2stretched forth1his rod4toward heaven:6and the LORD7sent8thunder9and hail,10and the fire12ran along11upon the ground;13and the LORD15rained14hail16upon the land18of Egypt.
1וַיֵּ֨טH5186neig, uitgestrekt, uitgestrekten[phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield2מֹשֶׁ֣הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4מַטֵּהוּ֮H4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6הַשָּׁמַיִם֒H8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)7וַֽיהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8נָתַ֤ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield9קֹלֹת֙H6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell10וּבָרָ֔דH1259hagel, hagels, hagelstenenhail(stones)11וַתִּ֥הֲלַךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl12אֵ֖שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot13אָ֑רְצָהH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world14וַיַּמְטֵ֧רH4305regenen, regende, beregend(cause to) rain (upon)15יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16בָּרָ֖דH1259hagel, hagels, hagelstenenhail(stones)17עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with18אֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world19מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
24En er was hagel, en vuur in het midden des hagels vervangen; hij was zeer zwaar; desgelijks is in het ganse Egypteland nooit geweest, sedert het tot een volk geweest is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24En er wasH1961hagelH1259, en vuurH784 in het middenH8432 des hagelsH1259vervangenH3947; hij was zeerH3966zwaarH3515; desgelijks is in het ganseH3605EgyptelandH776nooitH3808 geweest, sedert het tot een volkH1471 geweest is.En er was hagel, en vuur in het midden des hagels vervangen; hij was zeer zwaar; desgelijks is in het ganse Egypteland nooit geweest, sedert het tot een volk geweest is.
KJVSo there was hail,2and fire3mingled5with the hail,6very8grievous,7such as there was none10like it in all the land14of Egypt15since it became a nation.
1וַיְהִ֣יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בָרָ֔דH1259hagel, hagels, hagelstenenhail(stones)3וְאֵ֕שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot4מִתְלַקַּ֖חַתH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win5בְּת֣וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)6הַבָּרָ֑דH1259hagel, hagels, hagelstenenhail(stones)7כָּבֵ֣דH3515zwaar, zware, zwaren(so) great, grievous, hard(-ened), (too) heavy(-ier), laden, much, slow, sore, thick8מְאֹ֔דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well9אֲ֠שֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11הָיָ֤הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12כָמֹ֨הוּ֙H3644gelijk, alsaccording to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth13בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world15מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim16מֵאָ֖זH227toen, alsdanbeginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet17הָיְתָ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use18לְגֽוֹיH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people
25En de hagel sloeg, in het ganse Egypteland, alles wat op het veld was, van de mensen af tot de beesten toe; ook sloeg de hagel al het kruid des velds, en verbrak al het geboomte des velds.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En de hagelH1259sloegH5221, in het ganseH3605EgyptelandH776, allesH3605watH834 op het veldH7704 was, van de mensenH120 af totH5704 de beestenH929 toe; ook sloegH5221 de hagelH1259alH3605 het kruidH6212 des veldsH7704, en verbrakH7665alH3605 het geboomteH6086 des veldsH7704.En de hagel sloeg, in het ganse Egypteland, alles wat op het veld was, van de mensen af tot de beesten toe; ook sloeg de hagel al het kruid des velds, en verbrak al het geboomte des velds.
KJVAnd the hail2smote1throughout all the land4of Egypt5all that was in the field,9both man10and beast;12and the hail18smote17every herb15of the field,16and brake23every tree21of the field.
1וַיַּ֨ךְH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound2הַבָּרָ֜דH1259hagel, hagels, hagelstenenhail(stones)3בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5מִצְרַ֗יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim6אֵ֚תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9בַּשָּׂדֶ֔הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild10מֵאָדָ֖םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person11וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet12בְּהֵמָ֑הH929beesten, vee, beestbeast, cattle13וְאֵ֨תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15עֵ֤שֶׂבH6212kruid, gras, kruidengrass, herb16הַשָּׂדֶה֙H7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild17הִכָּ֣הH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound18הַבָּרָ֔דH1259hagel, hagels, hagelstenenhail(stones)19וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)21עֵ֥ץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood22הַשָּׂדֶ֖הH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild23שִׁבֵּֽרH7665verbroken, gebroken, verbrekenbreak (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר))
26Alleen in het land Gosen, waar de kinderen Israels waren, daar was geen hagel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Alleen in het landH776GosenH1657, waar de kinderenH1121IsraelsH3478 waren, daarH8033wasH1961geenH3808hagelH1259.Alleen in het land Gosen, waar de kinderen Israels waren, daar was geen hagel.
KJVOnly in the land2of Goshen,3where the children6of Israel7were, was there no hail.
1רַ֚קH7535alleen, slechtsbut, even, except, howbeit howsoever, at the least, nevertheless, nothing but, notwithstanding, only, save, so (that), surely, yet (so), in any wise2בְּאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world3גֹּ֔שֶׁןH1657GosenGoshen4אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5שָׁ֖םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither6בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9הָיָ֖הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10בָּרָֽדH1259hagel, hagels, hagelstenenhail(stones)
27Toen schikte Farao heen, en hij riep Mozes en Aaron, en zeide tot hen: Ik heb mij ditmaal verzondigd; de HEERE is rechtvaardig; ik daarentegen en mijn volk zijn goddelozen!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Toen schikteH7971FaraoH6547 heen, en hij riepH7121MozesH4872 en AaronH175, en zeideH559totH413 hen: Ik heb mij ditmaalH6471verzondigdH2398; de HEEREH3068 is rechtvaardigH6662; ikH589 daarentegen en mijn volkH5971 zijn goddelozenH7563!Toen schikte Farao heen, en hij riep Mozes en Aaron, en zeide tot hen: Ik heb mij ditmaal verzondigd; de HEERE is rechtvaardig; ik daarentegen en mijn volk zijn goddelozen!
KJVAnd Pharaoh2sent,1and called3for Moses4and Aaron,5and said6unto them, I have sinned8this time:9the LORD10is righteous,11and I and my people13are wicked.
28Bidt vuriglijk tot den HEERE (want het is genoeg), dat geen donder Gods noch hagel meer zij; dan zal ik ulieden trekken laten, en gij zult niet langer blijven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Bidt vuriglijkH6279totH413 den HEEREH3068 (want het isH1961genoegH7227), dat geen donderH6963GodsH430 noch hagelH1259 meer zij; dan zal ik ulieden trekkenH7971 laten, en gij zult nietH3808langerH3254 blijven.Bidt vuriglijk tot den HEERE (want het is genoeg), dat geen donder Gods noch hagel meer zij; dan zal ik ulieden trekken laten, en gij zult niet langer blijven.
KJVIntreat1the LORD3(for it is enough)4that there be no more mighty7thunderings6and hail;8and I will let you go,9and ye shall stay13no longer.
1הַעְתִּ֨ירוּ֙H6279verbidden, Bidt vuriglijk, badintreat, (make) pray(-er)2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4וְרַ֕בH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)5מִֽהְיֹ֛תH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6קֹלֹ֥תH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell7אֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8וּבָרָ֑דH1259hagel, hagels, hagelstenenhail(stones)9וַאֲשַׁלְּחָ֣הH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)10אֶתְכֶ֔םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12תֹסִפ֖וּןH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield13לַעֲמֹֽדH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry
29Toen zeide Mozes tot hem: Wanneer ik ter stad uitgegaan zal zijn, zo zal ik mijn handen uitbreiden voor den HEERE; de donder zal ophouden, en de hagel zal niet meer zijn; opdat gij weet, dat de aarde des HEEREN is!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29Toen zeideH559MozesH4872totH413 hem: Wanneer ik ter stadH5892uitgegaanH3318 zal zijn, zo zal ik mijn handenH3709uitbreidenH6566 voor den HEEREH3068; de donderH6963 zal ophoudenH2308, en de hagelH1259 zal nietH3808meerH5750zijnH1961; opdatH4616 gij weetH3045, datH3588 de aardeH776 des HEERENH3068 is!Toen zeide Mozes tot hem: Wanneer ik ter stad uitgegaan zal zijn, zo zal ik mijn handen uitbreiden voor den HEERE; de donder zal ophouden, en de hagel zal niet meer zijn; opdat gij weet, dat de aarde des HEEREN is!
KJVAnd Moses3said1unto him, As soon as I am gone out4of the city,6I will spread abroad7my hands9unto the LORD;11and the thunder12shall cease,13neither shall there be any more hail;14that thou mayest know19how that the earth22is the LORD'S.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלָיו֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses4כְּצֵאתִי֙H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הָעִ֔ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town7אֶפְרֹ֥שׂH6566uitbreiden, uitspreiden, breiddebreak, chop in pieces, lay open, scatter, spread (abroad, forth, selves, out), stretch (forth, out)8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9כַּפַּ֖יH3709handen, hand, reukschaalbranch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon10אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12הַקֹּל֣וֹתH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell13יֶחְדָּל֗וּןH2308ophouden, hielden, nalatencease, end, fall, forbear, forsake, leave (off), let alone, rest, be unoccupied, want14וְהַבָּרָד֙H1259hagel, hagels, hagelstenenhail(stones)15לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16יִֽהְיֶהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use17ע֔וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)18לְמַ֣עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to19תֵּדַ֔עH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot20כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet21לַיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)22הָאָֽרֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
30Nochtans u en uw knechten aangaande, weet ik, dat gijlieden voor het aangezicht van den HEERE God nog niet vrezen zult.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30Nochtans u en uw knechtenH5650 aangaande, weetH3045 ik, datH3588 gijlieden voor het aangezichtH6440 van den HEEREH3068GodH430 nog niet vrezenH3372 zult.Nochtans u en uw knechten aangaande, weet ik, dat gijlieden voor het aangezicht van den HEERE God nog niet vrezen zult.
KJVBut as for thee and thy servants,2I know3that ye will not yet fear6the LORD8God.
1וְאַתָּ֖הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2וַעֲבָדֶ֑יךָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant3יָדַ֕עְתִּיH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot4כִּ֚יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5טֶ֣רֶםH2962eer, terwijlbefore, ere, not yet6תִּֽירְא֔וּןH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)7מִפְּנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9אֱלֹהִֽיםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
31Het vlas nu, en de gerst werd geslagen; want de gerst was in de aar, en het vlas was in den halm.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31Het vlasH6594 nu, en de gerstH8184 werd geslagenH5221; wantH3588 de gerstH8184 was in de aarH24, en het vlasH6594 was in den halmH1392.Het vlas nu, en de gerst werd geslagen; want de gerst was in de aar, en het vlas was in den halm.
KJVAnd the flax1and the barley2was smitten:3for the barley5was in the ear,6and the flax7was bolled.
32Maar de tarwe en de spelt werden niet geslagen; want zij waren bedekt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32Maar de tarweH2406 en de speltH3698 werden nietH3808geslagenH5221; wantH3588 zij waren bedektH648.Maar de tarwe en de spelt werden niet geslagen; want zij waren bedekt.
KJVBut the wheat1and the rie2were not smitten:4for they7were not grown up.
1וְהַחִטָּ֥הH2406tarwe, tarweoogst, tarwemeelbloemwheat(-en)2וְהַכֻּסֶּ֖מֶתH3698speltfitches, rie3לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4נֻכּ֑וּH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound5כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6אֲפִילֹ֖תH648bedektnot grown up7הֵֽנָּהH2007zij, deze (vrouwelijk meervoud)[idiom] in, [idiom] such (and such things), their, (into) them, thence, therein, these, they (had), on this side, whose, wherein
33Zo ging Mozes van Farao ter stad uit, en breidde zijn handen tot den HEERE; de donder en de hagel hielden op, en de regen werd niet meer uitgegoten op de aarde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33Zo ging MozesH4872 van FaraoH6547 ter stadH5892 uit, en breiddeH6566 zijn handenH3709totH413 den HEEREH3068; de donderH6963 en de hagelH1259hieldenH2308 op, en de regenH4306 werd nietH3808 meer uitgegotenH5413 op de aardeH776.Zo ging Mozes van Farao ter stad uit, en breidde zijn handen tot den HEERE; de donder en de hagel hielden op, en de regen werd niet meer uitgegoten op de aarde.
KJVAnd Moses2went out1of the city6from Pharaoh,4and spread abroad7his hands8unto the LORD:10and the thunders12and hail13ceased,11and the rain14was not poured16upon the earth.
1וַיֵּצֵ֨אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2מֹשֶׁ֜הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3מֵעִ֤םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)4פַּרְעֹה֙H6547FaraoPharaoh5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הָעִ֔ירH5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town7וַיִּפְרֹ֥שׂH6566uitbreiden, uitspreiden, breiddebreak, chop in pieces, lay open, scatter, spread (abroad, forth, selves, out), stretch (forth, out)8כַּפָּ֖יוH3709handen, hand, reukschaalbranch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11וַֽיַּחְדְּל֤וּH2308ophouden, hielden, nalatencease, end, fall, forbear, forsake, leave (off), let alone, rest, be unoccupied, want12הַקֹּלוֹת֙H6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell13וְהַבָּרָ֔דH1259hagel, hagels, hagelstenenhail(stones)14וּמָטָ֖רH4306regen, plasregenrain15לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16נִתַּ֥ךְH5413uitgestort, uitgegoten, gesmoltendrop, gather (together), melt, pour (forth, out)17אָֽרְצָהH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
34Toen Farao zag, dat de regen en hagel, en de donder ophielden, zo verzondigde hij zich verder, en hij verzwaarde zijn hart, hij en zijn knechten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34Toen FaraoH6547zagH7200, dat de regenH4306 en hagelH1259, en de donderH6963ophieldenH2308, zo verzondigdeH2398 hij zich verder, en hij verzwaardeH3513 zijn hartH3820, hijH1931 en zijn knechtenH5650.Toen Farao zag, dat de regen en hagel, en de donder ophielden, zo verzondigde hij zich verder, en hij verzwaarde zijn hart, hij en zijn knechten.
KJVAnd when Pharaoh2saw1that the rain5and the hail6and the thunders7were ceased,4he sinned9yet more,8and hardened10his heart,11he and his servants.
1וַיַּ֣רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2פַּרְעֹ֗הH6547FaraoPharaoh3כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet4חָדַ֨לH2308ophouden, hielden, nalatencease, end, fall, forbear, forsake, leave (off), let alone, rest, be unoccupied, want5הַמָּטָ֧רH4306regen, plasregenrain6וְהַבָּרָ֛דH1259hagel, hagels, hagelstenenhail(stones)7וְהַקֹּלֹ֖תH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell8וַיֹּ֣סֶףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield9לַחֲטֹ֑אH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass10וַיַּכְבֵּ֥דH3513zwaar, eren, verheerlijktabounding with, more grievously afflict, boast, be chargeable, [idiom] be dim, glorify, be (make) glorious (things), glory, (very) great, be grievous, harden, be (make) heavy, be heavier, lay heavily, (bring to, come to, do, get, be had in) honour (self), (be) honourable (man), lade, [idiom] more be laid, make self many, nobles, prevail, promote (to honour), be rich, be (go) sore, stop11לִבּ֖וֹH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom12ה֥וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who13וַעֲבָדָֽיוH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant
35Alzo werd Farao's hart verstokt, dat hij de kinderen Israels niet trekken liet, gelijk als de HEERE gesproken had door Mozes.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35Alzo werd FaraoH6547's hartH3820verstoktH2388, datH834 hij de kinderenH1121IsraelsH3478nietH3808trekkenH7971 liet, gelijk als de HEEREH3068gesprokenH1696 had door MozesH4872.Alzo werd Farao's hart verstokt, dat hij de kinderen Israels niet trekken liet, gelijk als de HEERE gesproken had door Mozes.
KJVAnd the heart2of Pharaoh3was hardened,1neither would he let the children7of Israel8go;5as the LORD11had spoken10by12Moses.
1וַֽיֶּחֱזַק֙H2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand2לֵ֣בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom3פַּרְעֹ֔הH6547FaraoPharaoh4וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5שִׁלַּ֖חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael9כַּאֲשֶׁ֛רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10דִּבֶּ֥רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work11יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12בְּיַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves13מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Exodus 9:1— Daarna zeide de HEERE tot Mozes: Ga in tot Farao, en spreek tot hem: Alzo zegt de HEERE, de God der Hebreen: Laat Mijn volk trekken, dat het Mij diene.Exodus 8:1→Exodus 8:20→Exodus 9:13→Exodus 4:22→Exodus 5:1→Exodus 3:18→Exodus 10:3→
Exodus 9:2— Want zo gij hen weigert te laten trekken, en gij hen nog met geweld ophoudt,Exodus 8:2→Openbaring 2:21→Leviticus 26:27→Romeinen 2:8→Exodus 10:4→Openbaring 16:9→Jesaja 1:20→Exodus 4:23→
Exodus 9:3— Zie, de hand des HEEREN zal zijn over uw vee, dat in het veld is, over de paarden, over de ezelen, over de kemelen, over de runderen, en over het klein vee, door een zeer zware pestilentie.Exodus 7:4→Handelingen 13:11→Exodus 8:19→Exodus 5:3→1 Samuël 6:9→1 Samuël 5:6→
Exodus 9:4— En de HEERE zal een afzondering maken tussen het vee der Israelieten, en tussen het vee der Egyptenaren, dat er niets sterve van al wat van de kinderen Israels is.Exodus 8:22→Jesaja 65:13→Exodus 10:23→Exodus 12:13→Maleachi 3:18→
Exodus 9:5— En de HEERE bestemde een zekeren tijd, zeggende: Morgen zal de HEERE deze zaak in dit land doen.Exodus 8:23→Mattheüs 27:63→Exodus 10:4→Exodus 9:18→Jeremia 28:16→Prediker 3:1→Numeri 16:5→Job 24:1→
Exodus 9:6— En de HEERE deed deze zaak des anderen daags; en al het vee der Egyptenaren stierf; maar van het vee der kinderen Israels stierf niet een.Psalmen 78:48→Exodus 9:25→Psalmen 78:50→Exodus 9:19→
Exodus 9:7— En Farao zond er heen, en ziet, van het vee van Israel was niet tot een toe gestorven. Doch het hart van Farao werd verzwaard, en hij liet het volk niet trekken.Exodus 7:14→Exodus 8:32→Exodus 9:12→Spreuken 29:1→Jesaja 48:4→Job 9:4→Daniël 5:20→Romeinen 9:18→
Exodus 9:8— Toen zeide de HEERE tot Mozes en tot Aaron: Neemt gijlieden uw vuisten vol as uit den oven; en Mozes strooie die naar de hemel voor de ogen van Farao.Exodus 8:16→
Exodus 9:9— En zij zal tot klein stof worden over het ganse Egypteland; en zij zal aan de mensen, en aan het vee worden tot zweren, uitbrekende met blaren, in het ganse Egypteland.Deuteronomium 28:27→Openbaring 16:2→Job 2:7→Deuteronomium 28:35→Leviticus 13:18→
Exodus 9:10— En zij namen as uit den oven, en stonden voor Farao's aangezicht; en Mozes strooide die naar den hemel; toen werden er zweren, uitbrekende met blaren, aan de mensen en aan het vee;Deuteronomium 28:27→
Exodus 9:11— Alzo dat de tovenaars voor Mozes niet staan konden, vanwege de zweren; want aan de tovenaars waren zweren, en aan al de Egyptenaren.Openbaring 16:2→2 Timotheüs 3:8→Exodus 8:18→Jesaja 47:12→Exodus 7:11→
Exodus 9:12— Doch de HEERE verstokte Farao's hart, dat hij naar hen niet hoorde, gelijk de HEERE tot Mozes gesproken had.Exodus 4:21→Psalmen 81:11→Openbaring 16:10→Exodus 7:13→
Exodus 9:13— Toen zeide de HEERE tot Mozes: Maak u morgen vroeg op, en stel u voor Farao's aangezicht, en zeg tot hem: Zo zegt de HEERE, de God der Hebreen: Laat Mijn volk trekken, dat zij Mij dienen.Exodus 8:20→Exodus 7:15→Exodus 9:1→
Exodus 9:14— Want ditmaal zal Ik al Mijn plagen in uw hart zenden, en over uw knechten, en over uw volk, opdat gij weet, dat er niemand is gelijk Ik, op de ganse aarde.Exodus 8:10→Jeremia 19:8→Openbaring 18:8→2 Samuël 7:22→Micha 6:13→Deuteronomium 32:39→Leviticus 26:21→Jeremia 10:6→
Exodus 9:15— Want nu heb Ik Mijn hand uitgestrekt, opdat Ik u en uw volk met de pestilentie zou slaan, en dat gij van de aarde zoudt verdelgd worden.Exodus 3:20→Exodus 9:16→Exodus 12:29→Exodus 14:28→Exodus 9:3→Exodus 9:6→1 Koningen 13:34→Exodus 11:4→
Exodus 9:16— Maar waarlijk, daarom heb Ik u verwekt, opdat Ik Mijn kracht aan u betoonde, en opdat men Mijn Naam vertelle op de ganse aarde.Romeinen 9:17→Spreuken 16:4→Psalmen 83:17→1 Petrus 2:8→Exodus 14:17→Exodus 15:11→Psalmen 136:10→Exodus 14:4→
Exodus 9:17— Verheft gij uzelven nog tegen Mijn volk, dat gij het niet wilt laten trekken?Job 40:9→Job 9:4→Jesaja 10:15→Jesaja 37:29→Job 15:25→Jesaja 45:9→Jesaja 37:23→1 Korinthe 10:22→
Exodus 9:18— Zie, Ik zal morgen omtrent dezen tijd een zeer zware hagel doen regenen, desgelijks in Egypte niet geweest is van dien dag af, dat het gegrond is, tot nu toe.1 Koningen 19:2→2 Koningen 7:1→Exodus 9:22→1 Koningen 20:6→Psalmen 83:15→2 Koningen 7:18→
Exodus 9:19— En nu, zend heen, vergader uw vee, en alles wat gij op het veld hebt; alle mens en gedierte, dat op het veld gevonden zal worden, en niet in huis verzameld zal zijn, als deze hagel op hen vallen zal, zo zullen zij sterven.Habakuk 3:2→
Exodus 9:20— Wie onder Farao's knechten des HEEREN woord vreesde, die deed zijn knechten en zijn vee in de huizen vlieden;Markus 13:14→Spreuken 13:13→Spreuken 22:3→Spreuken 16:16→Spreuken 22:23→Jona 3:5→Hebreeën 11:7→
Exodus 9:21— Doch die zijn hart niet zette tot des HEEREN woord, die liet zijn knechten en zijn vee op het veld.Exodus 7:23→1 Samuël 4:20→1 Kronieken 22:19→Job 7:17→Spreuken 24:32→Ezechiël 40:4→Daniël 10:12→Job 34:14→
Exodus 9:22— Toen zeide de HEERE tot Mozes: Strek uw hand uit naar den hemel, en er zal hagel zijn in het ganse Egypteland; over de mensen, en over het vee, en over al het kruid des velds in Egypteland.Openbaring 16:21→Exodus 8:5→Exodus 8:16→Exodus 7:19→
Exodus 9:23— Toen strekte Mozes zijn staf naar den hemel; en de HEERE gaf donder en hagel, en het vuur schoot naar de aarde; en de HEERE liet hagel regenen over Egypteland.Jesaja 30:30→Ezechiël 38:22→Openbaring 8:7→Jozua 10:11→Psalmen 18:13→Psalmen 78:47→Psalmen 148:8→Openbaring 16:21→
Exodus 9:24— En er was hagel, en vuur in het midden des hagels vervangen; hij was zeer zwaar; desgelijks is in het ganse Egypteland nooit geweest, sedert het tot een volk geweest is.Mattheüs 24:21→Exodus 10:6→Exodus 9:23→
Exodus 9:25— En de hagel sloeg, in het ganse Egypteland, alles wat op het veld was, van de mensen af tot de beesten toe; ook sloeg de hagel al het kruid des velds, en verbrak al het geboomte des velds.Psalmen 105:32→Psalmen 78:47→
Exodus 9:26— Alleen in het land Gosen, waar de kinderen Israels waren, daar was geen hagel.Exodus 9:4→Exodus 11:7→Exodus 9:6→Exodus 10:23→Exodus 12:13→Jesaja 32:18→Exodus 8:22→
Exodus 9:27— Toen schikte Farao heen, en hij riep Mozes en Aaron, en zeide tot hen: Ik heb mij ditmaal verzondigd; de HEERE is rechtvaardig; ik daarentegen en mijn volk zijn goddelozen!Psalmen 129:4→Exodus 10:16→2 Kronieken 12:6→Klaagliederen 1:18→Psalmen 145:17→Daniël 9:14→Psalmen 9:16→Romeinen 3:19→
Exodus 9:28— Bidt vuriglijk tot den HEERE (want het is genoeg), dat geen donder Gods noch hagel meer zij; dan zal ik ulieden trekken laten, en gij zult niet langer blijven.Exodus 8:8→Exodus 10:17→Exodus 8:28→Psalmen 29:3→Exodus 11:1→Handelingen 8:24→
Exodus 9:29— Toen zeide Mozes tot hem: Wanneer ik ter stad uitgegaan zal zijn, zo zal ik mijn handen uitbreiden voor den HEERE; de donder zal ophouden, en de hagel zal niet meer zijn; opdat gij weet, dat de aarde des HEEREN is!1 Koningen 8:38→Jesaja 1:15→Psalmen 143:6→1 Korinthe 10:26→1 Koningen 8:22→Deuteronomium 10:14→Psalmen 135:6→Ezra 9:5→
Exodus 9:30— Nochtans u en uw knechten aangaande, weet ik, dat gijlieden voor het aangezicht van den HEERE God nog niet vrezen zult.Jesaja 26:10→Spreuken 16:6→Jesaja 63:17→
Exodus 9:31— Het vlas nu, en de gerst werd geslagen; want de gerst was in de aar, en het vlas was in den halm.Ruth 2:23→Ruth 1:22→Habakuk 3:17→Amos 4:9→
Exodus 9:32— Maar de tarwe en de spelt werden niet geslagen; want zij waren bedekt.Exodus 10:22→
Exodus 9:33— Zo ging Mozes van Farao ter stad uit, en breidde zijn handen tot den HEERE; de donder en de hagel hielden op, en de regen werd niet meer uitgegoten op de aarde.Exodus 9:29→Exodus 8:12→Jakobus 5:17→Exodus 10:18→
Exodus 9:34— Toen Farao zag, dat de regen en hagel, en de donder ophielden, zo verzondigde hij zich verder, en hij verzwaarde zijn hart, hij en zijn knechten.Exodus 7:14→2 Kronieken 33:23→Exodus 4:21→2 Kronieken 36:13→Prediker 8:11→Exodus 8:15→2 Kronieken 28:22→Romeinen 2:4→
Exodus 9:35— Alzo werd Farao's hart verstokt, dat hij de kinderen Israels niet trekken liet, gelijk als de HEERE gesproken had door Mozes.Exodus 4:21→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Exodus 9 vers 1— Daarna zeide de HEERE tot Mozes: Ga in tot Farao, en spreek tot hem: Alzo zegt de HEERE, de God der Hebreen: Laat Mijn volk trekken, dat het Mij diene.
diene
Dat is, offerande doe.
Hertaald:diene
Dat is: een offer brengt.
Exodus 9 vers 3— Zie, de hand des HEEREN zal zijn over uw vee, dat in het veld is, over de paarden, over de ezelen, over de kemelen, over de runderen, en over het klein vee, door een zeer zware pestilentie.
hand des HEEREN zal zijn over uw vee,
Dat is, de grote kracht Gods, zonder dat enig werk der mensen er tussen zal komen; zie boven, Ex. 8:19.
Hertaald:hand des HEEREN zal zijn over uw vee,
Dat is: de grote kracht van God, zonder dat daarbij enig menselijk toedoen te pas komt; zie Ex. 8:19.
Exodus 9 vers 6— En de HEERE deed deze zaak des anderen daags; en al het vee der Egyptenaren stierf; maar van het vee der kinderen Israels stierf niet een.
al het vee der Egyptenaren stierf;
Dat is, allerlei, van iedere soort enigen; of, versta, al de beesten, die in het veld waren, vs.3, want er zijn er nog enigen overgebleven, gelijk te zien is onder, vs.19, 25, en Ex. 10:5.
Hertaald:al het vee der Egyptenaren stierf;
Dat is: van elke soort enige dieren; of versta: al het vee dat in het veld was, vers 3, want er zijn er nog enige overgebleven, zoals te zien is in vers 19, 25, en Ex. 10:5.
Exodus 9 vers 8— Toen zeide de HEERE tot Mozes en tot Aaron: Neemt gijlieden uw vuisten vol as uit den oven; en Mozes strooie die naar de hemel voor de ogen van Farao.
uw vuisten vol as uit den oven;
Hebreeuws, de volheid der vuisten.
Hertaald:uw vuisten vol as uit den oven;
Hebreeuws: de volheid der vuisten.
Exodus 9 vers 9— En zij zal tot klein stof worden over het ganse Egypteland; en zij zal aan de mensen, en aan het vee worden tot zweren, uitbrekende met blaren, in het ganse Egypteland.
uitbrekende met blaren,
Anders, uitbottende, uitvloeiende.
Hertaald:uitbrekende met blaren,
Anders: uitbottende, uitvloeiende.
Exodus 9 vers 11— Alzo dat de tovenaars voor Mozes niet staan konden, vanwege de zweren; want aan de tovenaars waren zweren, en aan al de Egyptenaren.
vanwege de zweren;
Hebreeuws, van, of, voor het aangezicht van het geweld. Zie van deze manier van spreken, Jes. 17:9.
Hertaald:vanwege de zweren;
Hebreeuws: van, of: voor het aangezicht van de kwaal. Zie over deze manier van spreken, Jes. 17:9.
Exodus 9 vers 14— Want ditmaal zal Ik al Mijn plagen in uw hart zenden, en over uw knechten, en over uw volk, opdat gij weet, dat er niemand is gelijk Ik, op de ganse aarde.
al Mijn plagen
Te weten, allen, die Ik nog voorgenomen heb over u te zenden, totdat gij mijn volk zult laten trekken.
Hertaald:al Mijn plagen
Namelijk: alle plagen die Ik nog van plan ben over u te zenden, totdat gij Mijn volk zult laten gaan.
in uw hart zenden,
Hij wil zeggen: hetgeen Ik na dezen over u zal laten komen, zal u in de huid niet gaan, maar het zal zodanig wezen, dat het uw hart doorboren en kwetsen zal.
Hertaald:in uw hart zenden,
Hij wil zeggen: wat Ik hierna over u zal laten komen, zal u niet slechts oppervlakkig raken, maar zodanig zijn, dat het uw hart zal doorboren en kwetsen.
Exodus 9 vers 15— Want nu heb Ik Mijn hand uitgestrekt, opdat Ik u en uw volk met de pestilentie zou slaan, en dat gij van de aarde zoudt verdelgd worden.
uitgestrekt,
Hebreeuws, uitgezonden; te weten, met pestilentie onder het vee, vs.3, 6.
Hertaald:uitgestrekt,
Hebreeuws: uitgezonden; namelijk: met de pest onder het vee, vers 3 en 6.
opdat Ik u en uw volk met de pestilentie zou slaan,
Dat is, Ik zou wel met dezelfde pestilentie u ook geslagen hebben, gelijk gij wel verdiend hebt; maar om een andere oorzaak [die vs.16 verhaald wordt], heb Ik u gespaard.
Hertaald:opdat Ik u en uw volk met de pestilentie zou slaan,
Dat is: Ik zou u ook met dezelfde pest getroffen hebben, zoals gij wel verdiend had; maar om een andere reden (die in vers 16 verteld wordt) heb Ik u gespaard.
Exodus 9 vers 16— Maar waarlijk, daarom heb Ik u verwekt, opdat Ik Mijn kracht aan u betoonde, en opdat men Mijn Naam vertelle op de ganse aarde.
verwekt,
Alzo staat er Rom. 9:17. Hebreeuws, daarom heb Ik u doen staan.
Hertaald:verwekt,
Zo staat er in Rom. 9:17. Hebreeuws: daarom heb Ik u doen standhouden.
Exodus 9 vers 18— Zie, Ik zal morgen omtrent dezen tijd een zeer zware hagel doen regenen, desgelijks in Egypte niet geweest is van dien dag af, dat het gegrond is, tot nu toe.
een zeer zwaren hagel doen regenen,
Dit mirakel is des te wonderbaarlijker, omdat het in Egypte niet placht te regenen, noch te hagelen.
Hertaald:een zeer zwaren hagel doen regenen,
Dit wonder is des te opmerkelijker, omdat het in Egypte gewoonlijk niet regende, en ook niet hagelde.
Exodus 9 vers 19— En nu, zend heen, vergader uw vee, en alles wat gij op het veld hebt; alle mens en gedierte, dat op het veld gevonden zal worden, en niet in huis verzameld zal zijn, als deze hagel op hen vallen zal, zo zullen zij sterven.
vergader uw vee,
Zie van het Hebreeuwse woord Jer. 4:6.
Hertaald:vergader uw vee,
Zie over het Hebreeuwse woord Jer. 4:6.
Exodus 9 vers 21— Doch die zijn hart niet zette tot des HEEREN woord, die liet zijn knechten en zijn vee op het veld.
die zijn hart niet zette tot des HEEREN woord,
Dat is, die des Heeren woord niet achtte, noch ter harte nam; zie boven, Ex. 7:23.
Hertaald:die zijn hart niet zette tot des HEEREN woord,
Dat is: die het woord van de Heere niet ter harte nam; zie Ex. 7:23.
Exodus 9 vers 23— Toen strekte Mozes zijn staf naar den hemel; en de HEERE gaf donder en hagel, en het vuur schoot naar de aarde; en de HEERE liet hagel regenen over Egypteland.
donder en hagel,
Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk stemmen; en het wordt ook genomen voor donder, geluid, gedruis.
Hertaald:donder en hagel,
Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk stemmen, en het wordt ook gebruikt voor donder, geluid, gedruis.
schoot naar de aarde;
Hebreeuws, wandelde naar de aarde. Versta hier het vuur van den bliksem, hetwelk met den hagel vermengd was.
Hertaald:schoot naar de aarde;
Hebreeuws: wandelde naar de aarde. Versta hier het vuur van de bliksem, dat met de hagel vermengd was.
Exodus 9 vers 24— En er was hagel, en vuur in het midden des hagels vervangen; hij was zeer zwaar; desgelijks is in het ganse Egypteland nooit geweest, sedert het tot een volk geweest is.
vervangen;
Hebreeuws, zich vattende, of bevangende. De hagel, welke water is, vermengde zich met het vuur, zodat dit een mirakel in een ander mirakel is.
Hertaald:vervangen;
Hebreeuws: zich vattende, of: bevangende. De hagel, die water is, vermengde zich met het vuur, zodat dit een wonder is binnen een ander wonder.
sedert het tot een volk geweest is
Dat is, sinds er volk in Egypte geweest of gewoond heeft.
Hertaald:sedert het tot een volk geweest is
Dat is: sinds er een volk in Egypte bestaan of gewoond heeft.
Exodus 9 vers 25— En de hagel sloeg, in het ganse Egypteland, alles wat op het veld was, van de mensen af tot de beesten toe; ook sloeg de hagel al het kruid des velds, en verbrak al het geboomte des velds.
al het geboomte des velds
Dat is, het grootste deel der bomen, of allerlei bomen; want onder, Ex. 10:5, blijkt, dat er nog enige bomen van deze plaag zijn vrijgebleven.
Hertaald:al het geboomte des velds
Dat is: het grootste deel van de bomen, of allerlei bomen; want in Ex. 10:5 blijkt dat er nog enige bomen van deze plaag gespaard zijn gebleven.
Exodus 9 vers 27— Toen schikte Farao heen, en hij riep Mozes en Aaron, en zeide tot hen: Ik heb mij ditmaal verzondigd; de HEERE is rechtvaardig; ik daarentegen en mijn volk zijn goddelozen!
ditmaal verzondigd;
Faraö kwanswijs hier zijn zonde belijdende, spreekt huichelend, zeggende [ditmaat] alsof hij hij ook niet meermalen tevoren gezondigd had.
Hertaald:ditmaal verzondigd;
Farao, hier zogenaamd zijn zonde belijdend, spreekt huichelachtig, met het woord [ditmaal], alsof hij niet ook al eerder herhaaldelijk gezondigd had.
Exodus 9 vers 28— Bidt vuriglijk tot den HEERE (want het is genoeg), dat geen donder Gods noch hagel meer zij; dan zal ik ulieden trekken laten, en gij zult niet langer blijven.
(want het is genoeg),
Anders, want het is te veel, dat er [meer] donderen Gods en hagel is.
Hertaald:(want het is genoeg),
Anders: want het is te veel, dat er [nog meer] donder van God en hagel is.
donder Gods noch hagel meer zij;
Dat is, die van God afkomt, of zulke grote en sterke donderslagen.
Hertaald:donder Gods noch hagel meer zij;
Dat is: die van God afkomt, of zulke grote en zware donderslagen.
en gij zult niet langer blijven
Hebreeuws, en zult niet toedoen te staan.
Hertaald:en gij zult niet langer blijven
Hebreeuws: en zult niet voortgaan te staan.
Exodus 9 vers 29— Toen zeide Mozes tot hem: Wanneer ik ter stad uitgegaan zal zijn, zo zal ik mijn handen uitbreiden voor den HEERE; de donder zal ophouden, en de hagel zal niet meer zijn; opdat gij weet, dat de aarde des HEEREN is!
dat de aarde des HEEREN is!
Anders, dat dit land des Heere zij; als zijnde een Schepper en Regeerder daarvan, Deut. 10:14-15; Ps. 24:1, en Ps. 135:6, en 1 Kor. 10:26.
Hertaald:dat de aarde des HEEREN is!
Anders: dat dit land van de HEERE is; als zijnde er Schepper en Regeerder van, Deut. 10:14-15; Ps. 24:1, en Ps. 135:6, en 1 Kor. 10:26.
Exodus 9 vers 30— Nochtans u en uw knechten aangaande, weet ik, dat gijlieden voor het aangezicht van den HEERE God nog niet vrezen zult.
dat gijlieden voor het aangezicht van den HEERE God
Dit wordt bevestigd en bewezen waar te zijn, onder, vs.35.
Hertaald:dat gijlieden voor het aangezicht van den HEERE God
Dit wordt bevestigd en als waar bewezen in vers 35.
Exodus 9 vers 31— Het vlas nu, en de gerst werd geslagen; want de gerst was in de aar, en het vlas was in den halm.
werd geslagen;
Te weten, door den hagel.
Hertaald:werd geslagen;
Namelijk: door de hagel.
aar,
Anders, in den halm. Hebreeuws, de gerst was groene aren, of, halm. En het vlas was halm.
Hertaald:aar,
Anders: in de halm. Hebreeuws: de gerst was groene aren, of: halm. En het vlas was in de halm.
Exodus 9 vers 32— Maar de tarwe en de spelt werden niet geslagen; want zij waren bedekt.
werden niet geslagen;
Te weten, door den hagel.
Hertaald:werden niet geslagen;
Namelijk: door de hagel.
bedekt
Hebreeuws, duister. Hij wil zeggen dat zij nog geen aren en nog geen halmen hadden.
Hertaald:bedekt
Hebreeuws: donker. Hij wil zeggen dat zij nog geen aren en nog geen halmen hadden.
Exodus 9 vers 35— Alzo werd Farao's hart verstokt, dat hij de kinderen Israels niet trekken liet, gelijk als de HEERE gesproken had door Mozes.
door Mozes
Hebreeuws, door de hand van Mozes; dat is, door Mozes' dienst, als zijnde het instrument hetwelk God de Heere gebruikt heeft. Zie deze wijze van spreken, Ex. 35:29; Lev. 8:36; 2 Sam. 11:14; 2 Kon. 17:13; Hag. 1:1; Mal. 1:1, en elders meer.
Hertaald:door Mozes
Hebreeuws: door de hand van Mozes; dat is: door Mozes' dienst, als het instrument dat God de HEERE gebruikt heeft. Zie deze manier van spreken in Ex. 35:29; Lev. 8:36; 2 Sam. 11:14; 2 Kon. 17:13; Hag. 1:1; Mal. 1:1, en elders meer.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Mozes — getrokken, uitgetrokken
Het kind van een Levitisch echtpaar (later genoemd Amram en Jochebed, Ex. 6:20), dat na drie maanden verborgen te zijn geweest in een biezen kistje op de Nijl gelegd werd en door de dochter van Farao gevonden en opgevoed werd; zij gaf hem deze naam 'want ik heb hem uit het water getrokken' (Ex. 2:10). Later, na de doodslag op een Egyptenaar, vluchtte hij naar Midian; van daaruit riep de HEERE hem bij de brandende braambos om Zijn volk uit Egypte te leiden (Ex. 3). Hij is de grote leidsman en wetgever van Israël, en een van de duidelijkste voorafbeeldingen van Christus als Middelaar.
Aäron — bergbewoner, of: verlichter
De oudere broer van Mozes, drie jaar vóór hem geboren uit Amram en Jochebed (Ex. 6:20). Toen Mozes zich niet welbespraakt genoeg achtte, stelde de HEERE Aäron aan om voor hem tot het volk en tot Farao te spreken, 'hij zal u tot een mond zijn' (Ex. 4:14-16). Later zou hij de eerste hogepriester van Israël worden.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Egypte — in de Bijbel doorgaans Mizraïm genoemd — zie voor de volledige geschiedenis van het land het artikel bij Genesis 12, waar Egypte voor het eerst in de Schrift genoemd wordt
Ligging: Gelegen in het noordoosten van Afrika, met het bewoonbare land vrijwel geheel beperkt tot de smalle, vruchtbare Nijlvallei en de waaiervormige Delta.
Geschiedenis: Waar Jozef eerst als slaaf en gevangene, en later als onderkoning verhoogd werd, en waar zijn hele familie zich in het land Gosen vestigde (Gen. 37-50), wordt Egypte in het boek Exodus het land van verdrukking: "er stond een nieuwe koning op over Egypte, die Jozef niet gekend had" (Ex. 1:8). Uit vrees voor de groei van het volk Israël werden de Hebreeën tot harde slavenarbeid gedwongen, onder meer voor de bouw van de voorraadsteden Pithom en Raämses, en werd bevel gegeven hun pasgeboren zonen te doden (Ex. 1:8-22). Dit vormt het decor van heel het boek Exodus, tot aan de uittocht (Ex. 12) en de doortocht door de Schelfzee (Ex. 14).
Bijbelse betekenis: Het land dat eerst redding en overvloed bood (onder Jozef), wordt hier het "ijzeren smeltoven" van verdrukking (Deut. 4:20) — waaruit de HEERE Zijn volk met sterke hand en uitgestrekte arm zou uitleiden, tot in alle latere Schrift het grondpatroon van verlossing.
Ex. 1:1-22; en de rest van het boek Exodus
Gosen — zie voor de volledige geschiedenis het artikel bij Genesis 45, waar Gosen voor het eerst genoemd wordt
Ligging: Het gebied in het noordoosten van de Nijldelta waar Israël sinds Jozefs tijd woonde.
Geschiedenis: Tijdens de plaag van de steekvliegen maakte de HEERE voor het eerst uitdrukkelijk onderscheid tussen Egypte en Zijn volk: "Ik zal te dien dage het land Gosen, waarin Mijn volk woont, afzonderen, dat er geen vermenging van ongedierte zij" (Ex. 8:22-23). Ook bij de plaag van de hagel bleef Gosen gespaard: "alleen in het land Gosen, waar de kinderen Israëls waren, daar was geen hagel" (Ex. 9:26).
Bijbelse betekenis: Een zichtbaar, letterlijk merkbaar teken van de HEERE'S onderscheid tussen Zijn verbondsvolk en de Egyptenaren temidden van hetzelfde land — opdat Farao (en Israël zelf) zou weten dat de HEERE is in het midden des lands (Ex. 8:22).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De tien plagen van Egypte — De reeks oordelen waarmee God Farao dwong Israël te laten gaan, en waarmee Hij de goden van Egypte richtte (Ex. 12:12)
Tussen de eerste ontmoeting met Farao en de uittocht liggen tien slagen, die de Schrift zelf gerichten noemt. Zij treffen achtereenvolgens het water, het land, het vee, het lichaam, de oogst, de lucht en ten slotte de eerstgeborenen (Ex. 7:14-12:30). Twee dingen worden er uitdrukkelijk bij gezegd. Het eerste raakt de goden van Egypte: "Ik zal in dezen nacht door Egypteland gaan, en alle eerstgeborenen in Egypteland slaan, van de mensen af tot de beesten toe; en Ik zal gerichten oefenen aan alle goden der Egyptenaren, Ik, de HEERE!" (Ex. 12:12). Het tweede raakt Farao zelf: "daarom heb Ik u verwekt, opdat Ik Mijn kracht aan u betoonde, en opdat men Mijn Naam vertelle op de ganse aarde" (Ex. 9:16). Vanaf de vierde plaag maakt God bovendien scheiding, zodat het land Gosen gespaard blijft (Ex. 8:22-23).
Bijbelse betekenis: De plagen zijn geen willekeurige rampen maar gerichte oordelen. De rivier die Egypte voedde, het vee dat het aanbad, de zon die het vereerde: telkens wordt een steunpunt van het land geraakt, en de Schrift zegt dat daarmee de goden zelf gericht worden. Drie dingen horen erbij. Het eerste is de scheiding tussen Gosen en de rest, die zichtbaar maakt dat het oordeel niet blind is. Het tweede is de laatste plaag, waarbij ook Israël alleen behouden blijft door het bloed aan de deurposten (Ex. 12:13, reeds behandeld); het onderscheid ligt dus niet in afkomst maar in het offer. Het derde is het hart van Farao. De Schrift zegt zowel dat Farao zijn hart verzwaarde als dat de HEERE het verhardde. Het register laat die beide uitspraken naast elkaar staan zoals de tekst ze geeft, en gaat niet verder dan wat er staat.
Typologie: Paulus haalt Ex. 9:16 aan wanneer hij over Gods vrijmacht spreekt: "Tot ditzelve heb Ik u verwekt, opdat Ik in u Mijn kracht bewijzen zou, en opdat Mijn Naam verkondigd worde op de ganse aarde" (Rom. 9:17). En de Openbaring gebruikt de beelden van deze plagen opnieuw bij de laatste oordelen, tot de zweren, het bloed en de duisternis toe (Op. 16:2-4,10). Wat aan Egypte gebeurde, staat dus niet alleen in de geschiedenis maar ook als voorbeeld.
Exodus 9:27.KruisverwijzingenPsalmen 129:4→Exodus 10:16→2 Kronieken 12:6→Klaagliederen 1:18→Psalmen 145:17→Daniël 9:14→Psalmen 9:16→Romeinen 3:19→ — Toen schikte Farao heen, en hij riep Mozes en Aaron, en zeide tot hen: Ik heb mij ditmaal verzondigd; de HEERE is rechtvaardig; ik daarentegen en mijn volk zijn goddelozen! De farao is een voorbeeld van de verharde zondaar die, wanneer angst hem overweldigt, zegt: “Ik heb mij ditmaal verzondigd.”
Hoeveel verharde opstandelingen hebben zich niet aan boord van een schip bevonden, wanneer het hout onder de druk begon te kraken, de mast brak en het schip door de storm werd voortgesleept? Wanneer de hongerige golven hun kaken openden om het schip en allen die zich erop bevonden te verslinden, hebben velen van hen dan hun knieën gebogen, met tranen in hun ogen, en uitgeroepen: “Ik heb mij ditmaal verzondigd.”?
Maar wat was de waarde van zo’n belijdenis? Wat bracht het werkelijk voort? Het berouw dat in de storm werd opgewekt, verdwijnt vaak weer zodra de rust terugkeert. Het berouw dat ontstond te midden van donder en bliksem, houdt op wanneer alles weer stil is geworden.
De man die op zee, midden in het gevaar, een vrome zeeman leek te zijn, wordt vaak dezelfde goddeloze en verdorven man zodra hij weer veilig vaste grond onder zijn voeten heeft.
Farao wordt bedreigd, dat, zo hij de kinderen van Israël langer zal ophouden, als vijfde plaag, een zeer zware pest over het vee komen zal. Deze komt werkelijk op de bepaalde tijd, verschoont echter het vee van de Israëlieten, gelijk de Heere gezegd had. farao overtuigt er zich nauwkeurig van dat Israël gespaard gebleven is, doch laat nog het volk niet vertrekken.
1. Daarna, toen het duidelijk gebleken was dat farao er niet meer aan dacht, om aan zijn gegeven woord (hoofdstuk 8:28) te voldoen, zei de HEERE tot Mozes: Ga in tot farao, en spreek tot hem: Alzo zegt de HEERE, de God van de Hebreeën, die gij gemeend hebt straffeloos te kunnen verachten, ondanks alle plagen, die reeds over u gekomen zijn: Laat Mijn volk vertrekken, om Mij te dienen.
2. Want zo gij hen wederom weigert 1) te laten vertrekken, en gij hen nog met geweld ophoudt,
1) Door vrees voor straf wil God hem weer tot gehoorzaamheid dwingen, zoals Hij gewoonlijk met de onbuigzamen handelt. Echter staat Hij hem een zekere tijd toe tot berouw, zo hij soms van zijn verkeerde stemming van gemoed, om te weigeren, afstand mocht doen.
3. Zie de hand1) des HEEREN zal zijn over uw 2) en over uw volks vee, dat in het veld is, dat zich buiten op de weiden bevindt, over de paarden, over de ezels, over de kamelen, over de runderen en over het klein vee, schapen en geiten, door een zeer zware pest, 3) zodat grote aantallen daarvan sterven.
1) Dat is: de grote kracht van God, zonder dat enige werking van de mensen (Aärons staf) daartussen zal komen.
Farao moest het weten, dat het de hand des Heeren was, die dit alles bewerkte, en niet Mozes. En dit, opdat, daar het hem van de zijde van God niet aan waarschuwingen zou ontbreken, hij straks geen enkele reden van verontschuldiging zou hebben. Te midden van de toorn is de Heere nog lankmoedig! Maar o, indien die lankmoedigheid wordt veracht, zal het oordeel des te vreselijker zijn. Miskende liefde is des te vreselijker in de openbaring van haar toorn.
2) “Uw vee.” Hieronder is het vee van zijn onderdanen begrepen. farao regeerde met absolute macht. Daarom noemt God het vee van de Egyptenaren, het vee van Egypte’s koning.
De vorige plagen waren slechts tot last geweest, deze zal grote schade aanbrengen.
3) In het Hebreeuws Deber, eigenlijk als een (zeer zware) pest. Letterlijk: als een verdervende. Deze ziekte werd altijd, als onmiddellijk uit de hand des Heeren voortkomende, aangemerkt.
Om de vrees des te groter te doen zijn, kondigt de Heere deze plaag aan, als zeer zwaar.
4. En de HEERE zal bij deze pest een afzondering 1) maken tussen het vee van de Israëlieten en tussen het vee van de Egyptenaren, dat, terwijl het laatste in menigte wordt weggenomen, er niets, zelfs niet een enkel stuk, sterft van al, wat van de kinderen van Israël is. Zo zult gij weten, dat hier geen gewone algemene plaag is, maar een, die door des Heeren besturing alleen voor de Egyptenaars is, omdat zij Zijn volk verdrukken.
1) Een “afzondering maken.” Beter vertaald: een onderscheid maken. De straffende hand van de Heere en de bewakende hand van de Heere worden hier tegenover elkaar gesteld.
5. En de HEERE, toen Hij Mozes deze last voor farao meedeelde: bestemde tevens een zekere tijd, wanneer de plaag zou beginnen, zeggende: Morgen 1) zal de HEERE deze zaak in dit land doen. Zo had farao nog tijd om te beslissen, of hij het bevel van God wilde opvolgen, of door verder weigeren de hand des Heeren over zijn en zijn volks vee moedwillig zou laten komen.
1) En gelijk bij de vorige plaag wordt ook nu de zekere tijdsbepaling erbij gevoegd, om als een ontwijfelbaar kenmerk te zijn van het eigen werk van God, dat reeds van tevoren aldus was aangekondigd. “En de Heere bestemde een zekere tijd, zeggende: morgen zal de Heere deze zaak in dit land doen.” Op zichzelf beschouwd is het “morgen” (machar) steeds iets onzekers voor de mens, en niemand van ons weet of hij morgen zal zien, er dan nog zal zijn. Maar als dat morgen eenmaal in Gods raad, in verband tot enige zaak aangaande u en de uwen is opgenomen en aldus een bepaalde en “bestemde tijd” (moed) is geworden, dan zal dit morgen voor u ook gewis komen. De bestemde tijd is steeds het door God vooraf tot enig bepaald doel aangewezen en afgebakend tijdstip, waarop iets geschieden moet.
6. En de HEERE deed daarom deze zaak, waarmee Hij de koning bedreigd had, gelijk Hij gezegd, de volgende dag; en al 1) het vee van de Egyptenaren stierf, maar van het vee van de kinderen van Israël stierf, overeenkomstig de goddelijke toezegging (vs.4), niet één.
1) Nu farao niet hoort, maar weerspannig blijft, zendt God wederom zijn oordelen. Er staat “al het vee.” Dit wil niet zeggen, dat er geen enkel stuk vee meer overbleef, maar dat een zeer grote menigte door de pest getroffen werd. “Al” is hier genomen in de zin van, veel, of zeer veel.
7. En farao, die weten wilde, of hetgeen omtrent het land Gosen voorzegd was, (dat niets van de kinderen van Israël sterven zou) eveneens geschied was, zond 1) erheen; en ziet, het was zo; van het vee van Israël was niet één gestorven. Doch het hart van farao werd verzwaard; bij deze onloochenbare openbaring van de hand des Heeren versterkte hij zich nochthans in zijn voornemens, om nu eerst die hand te trotseren (Jesaja 8:21, Openb.16:9), en hij liet het volk niet vertrekken. 2)
1) Of hij toen voor het eerst zijn verspieders gezonden heeft, laat ik in het midden. Doch het is mogelijk, dat hij, verblind door zijn hardnekkig verzet, dit onderscheid niet eerder heeft opgemerkt, dan toen hij door Mozes daarop is gewezen. Want wij weten, dat de verworpenen hun ogen sluiten voor de zichtbare tekenen van Gods toorn en vanzelf hun dwalingen toedekken. Het is althans aan geen twijfel onderhevig, of farao, terwijl hij zich op velerlei wijze zocht te verstokken, heeft niet gaarne opgemerkt, wat het meest nuttig was, om door hem geweten te worden. Maar omdat hij omtrent het teken van de afzondering tussen de Egyptenaars en de Israëlieten van Mozes een zekere kennis had verkregen, is hij gedwongen gewild of ongewild, door de aanschouwing ervan zelf, te weten, waarvan hij zich graag onkundig had gehouden. Doch dit was een openlijk bewijs van Zijn vaderlijke gunst jegens het uitverkoren volk, dat hun land, dat in Egypte het meest rijk aan vee was, niet door de pest, welke het naburige land in de omtrek had overvallen, werd aangetast. Waardoor de stompheid van de goddeloze koning des te schandelijker en te verwonderlijker was, dat hij door zulk een sprekend voorbeeld niet bewogen is geworden. Want dat hij, terwijl dit door zijn lijfwacht werd gezien en ervaren, zijn hart heeft teruggehouden, om God te gehoorzamen, dit getuigt van een verschrikkelijke zinloosheid.
2) Wederom verstokt farao zijn hart, maar nu is ook de maat van de ongerechtigheid vol. Nu wordt hij aan het oordeel van de verharding overgegeven. Voortaan wordt er niet meer gezegd, dat hij zijn hart verhardde, maar dat God het deed, d.w.z. zijn zonde met het oordeel van de verharding trof.
II. Exodus 9 vers 8-12
onder voorafgegane aankondiging volgt op de vorige plaag aanstonds de zesde. Mozes en Aäron moeten as uit de oven van farao nemen en naar de hemel strooien; daarvan komen zwarte blaren aan mensen en aan vee, zodat de tovenaars die eveneens met zweren bedekt waren, zich uit de omgeving van de koning moeten terughouden. Intussen verstokt de Heere farao’s hart, dat hij naar Mozes en Aäron ook ditmaal niet hoort.
8. Toen zei 1) de HEERE tot Mozes en tot Aäron: Zegt het farao niet meer in woorden aan, wat Ik doen zal, maar neemt gij 2) uw vuisten vol as uit de oven, 3) en Mozes moet die naar de hemel strooien voor de ogen van farao, en Ik zal het tot een plaag voor de verdrukkers laten worden.
1) Hier zegt God de tijd van de straf niet vantevoren aan, maar laat de plagen onmiddellijk achter elkaar volgen. Ook wordt farao niet gewaarschuwd, maar terwijl hij aan zichzelf wordt overgelaten, volgt het oordeel op hetzelfde ogenblik, waarop het besloten werd. Immers, niet alleen omdat het meer dan duidelijk was geworden, dat de waarschuwingen op hem niets hadden uitgewerkt, maar ook vervolgens, opdat op allerlei wijze zijn goddeloosheid aan het licht zou treden.
2) Niet Aäron alleen, maar Mozes en Aäron beide, opdat farao zou weten, dat het een onmiddellijk bevel van God was.
3) Niet zonder betekenis is het, dat Mozes en Aäron as uit de kalkovens moesten nemen. Immers, die ovens dienden, opdat door Egypte’s koningen de prachtige piramiden konden worden gebouwd. Dezelfde ovens, die eigenlijk moesten dienen, om de vreugde en roem van farao te vermelden, worden nu oorzaak van groot verderf voor hem en zijn volk. Zo toont
God, dat Hij machtig is, om het water, de bodem, en nu ook de ovens te doen dienen tot verderf in plaats van tot zegen. En dat alles wederom, opdat farao zal moeten bukken voor Hem, de hoge God. Ook wilde God waarschijnlijk daarmee aan farao tonen, dat, gelijk Israël, door hem als in de smeltoven van verdrukking werd verteerd, God, de Heere, machtig was tot redding van dit zo verdrukte volk, hun verdrukkers door iets, dat een afzichtelijke en pijnlijke plaag veroorzaakte, te kastijden.
9. En zij, de as, zal tot klein stof worden over geheel Egypte, zij zal tot dun stof worden in de lucht, en zich over het gehele land verspreiden; en zij zal aan de mensen en aan het vee worden tot zweren, uitbrekende met blaren, 1) in geheel Egypte.
1) Een samenspraak zal ditmaal geen plaats hebben. Mozes en Aäron moeten, terwijl zij de koning, bij zijn uitgaan, tegemoet treden, zonder meer, het stof voor zijn ogen in de lucht strooien. Wat de Heere van farao wil, dat weet hij genoegzaam, en dat het uitstrooien van de as een nieuwe plaag betekent, zal hij evenzeer vermoeden; welke plaag het is, behoeft hij thans niet te weten, het is vroeg genoeg wanneer zij komt. Een teken was echter nodig, opdat de koning zou erkennen, dat de plaag niet vanzelf kwam, daar brandende uitslag en bladerachtige zweren niet zeldzaam in Egypte zijn; maar dat zij op buitengewone wijze door God gewerkt was, en eveneens in betrekking stond tot de last, die Mozes en Aäron te volbrengen hadden. Maar, waarom wordt juist as uit de oven tot een uiterlijk teken, om zo te zeggen, tot een zaad gemaakt, dat over het gehele land uitgestrooid, de boze en zwarte blaren bij mens en vee teweegbrengt? Egypte was de smelt-, de vuuroven (Deuteronomium. 4:21), waarin farao het volk des Heeren met alle macht terughouden wil. Voor zijn gebouwen, die hij wilde oprichten, moesten zij hem verder dienen (hoofdstuk 1:11), zo dat zij niet eens verlof konden krijgen om het bevel van God te volgen, opdat hen niet pestilentie of zwaard zouden overkomen (hoofdstuk 5:3). Daarom moet de as van een smeltoven tot een pestzaad voor farao en voor zijn vuuroven, het voor Israël zo treurige Egypte, worden, opdat het hem en de pijnigers van Gods volk zelf daarin heet zullen worden; het zwaard zal evenmin uitblijven, wanneer de Here midden in de nacht uitgaat en alle eerstgeborenen in Egypte slaat van de eerstgeboren zoon van de farao af, die op zijn zetel zit tot op de eerstgeborene van de gevangene in de kerker (hoofdstuk 12:28)
10. En zij namen as uit de oven, en stonden, met die as in hun vuisten, voor farao’s aangezicht, die zij hadden opgewacht op een plaats, waar zij wisten, dat hij voorbijzou gaan; en Mozes strooide die naar de hemel, gelijk ook Aäron op zijn voorbeeld deed, zodat zij zich naar alle vier de luchtstreken over het land verbreidde. Toen werden er aanstonds zweren, uitbrekende met blaren, 1) aan de mensen en aan het vee.
1) Over de aard van deze ziekte zijn de uitleggers het niet eens. De Septuaginta vertaalt het door fluatidev, d.i. gezwellen. De Vulgata door vesècae turgentes, gezwellen aan de oppervlakte van de huid. Anderen zijn van mening, dat het een soort van pestkool is geweest. Hoe het ook zij, het was een vuile en boosaardige ziekte, welke zelfs het leven kon aantasten. Als de Heere Zijn zegen en Zijn vloek uitspreekt, dan komt onder de straffen ook voor de zweren van Egypte (Deuteronomium. 28:27).
11. Alzo dat de tovenaars, Jannes en Jambres, die zich in de omgeving van de koning bevonden hadden en met hun toverkunsten zoveel tot zijn hardnekkige tegenstand hadden bijgedragen (2Tim.3:8), bij de volgendeontmoeting (vs.13 vv.) voor Mozes niet staan konden vanwege de zweren. 1) Zij hadden zich moeten verwijderen; want aan de tovenaars waren zweren en aan al de Egyptenaren. 2) Ook later, toen zij van de plaag geheeld waren, hebben zij niet meer de ontmoetingen van Mozes met farao (hoofdstuk 10) bijgewoond, daar hundwaasheid nu aan ieder openbaar geworden was (2Tim.3:9).
1) Daar toen de tovenaars ook tegenwoordig waren, daarom is het niet twijfelachtig, dat zij met dezelfde zinneloosheid als vroeger zijn aangegrepen, om als het ware gereed te staan, indien hun de macht daartoe werd gegeven, om met hen te strijden. En zeker, al wordt satan tienmaal overwonnen, toch wordt hij steeds meer door onvermoeibare hardnekkigheid aangegrepen; zo ook zijn dienaren, hoe zij ook ervaren, dat zij ongelukkig in de strijd zijn, toch laten zij niet af van hun razernij. Onlangs hadden deze bedriegers beleden, dat hun kunst niets meer vermocht, nu echter verstouten zij zich, om kostte wat kost, het uiterste te beproeven totdat de plaag van de zweren hen met schande overdekt. Waaruit wij leren, opdat niet een gelijke stoutmoedigheid ons zinneloos make, de eer van God ongeschonden te bewaren, door uit eigen beweging te wijken. Doch dat farao niet slechts van hun hulp verstoken, maar ook van hun tegenwoordigheid ontbloot en beroofd, niet veranderd nog vertederd wordt, daaruit blijkt, zowel dat hij niet door de bedriegerijen van derden is verleid, als wel door eigen boosheid en goddeloosheid gevoelloos is gemaakt.
Dus heeft God deze goddeloze verleiders op verscheidene wijze en bij trappen meer en meer te schande gemaakt; 1e. Wanneer hij hun staven liet verslinden door die van Aäron. 2e. Wanneer hen belet werd luizen voort te brengen, zodat zij gedwongen waren te bekennen, dat dit Gods vinger was. 3e. In alle andere plagen, deed hij wel hun onmacht blijken, wanneer zij geen van deze zelf konden wegnemen, noch de Israëlieten in Gosen iets dergelijks toebrengen. 4e. Eindelijk werden zij hier voornamelijk te schande gemaakt, wanneer zij vol boze zweren, pijn en smart niet kunnen staan voor Mozes’ en Aäron’s aangezichten, veel minder door hun toverbedrijven bij weerwraak, de dienaren van de God van Israël iets, het minste leed toebrengen.
2) Dat de tovenaars hier in één adem genoemd worden met al de Egyptenaren dient, om daarmee de onmacht van hun toverij te doen uitkomen. De tovenaren, die heilige mannen in de ogen van de Egyptenaren, hadden evenveel te lijden van de plagen van Israëls God, als het volk zelf.
12. Nu had de koning wel reden genoeg, om zich voor de God van Israël te buigen, en Zijn dienaren te eren; doch de HEERE verstokte farao’s hart, 1) bracht, tot straf voor zijn moedwillige verharding (vs.7), detoestand van gehele verstokking van hart over hem, zodat hij naar hen niet hoorde, gelijk de HEERE tot Mozes (hoofdstuk 4:21) gesproken had.
1) Zie, als de felle kracht van het “eigen ik” door God zelf werd gebroken en het evenwel niet gewillig zich onderwerpt, dan is het oordeel van de verharding of verstokking over de farao’s harten gekomen. In eigen ontwikkeling gestuit, als onderbonden, drogen de nodige levenssappen op, worden de weke vezels tot hout en kan het hart evenwel tot God niet komen. God laat dan dat hoogmoedig en zelfzuchtig menselijk hart geheel aan zichzelf over, zonder dat Zijn heiligende invloed nog enigszins daarop inwerkt; terwijl Zijn woord wet en wil in al hun kracht blijven gelden en even ernstig worden voorgesteld. In die zin moet dan de uitdrukking “de Heere verhardde het hart van farao” begrepen worden.
III. Exodus 9 vers 13-35
Daar nu het bericht van de goddelijke verstokking op farao rust, worden de drie volgende plagen reeds van dien aard, dat zij voorbereidingen zijn tot de laatste beslissende slag, en worden zij met bijzondere nadruk de hardnekkige koning aangekondigd. De eerstvolgende plaag, waarover in dit gedeelte gehandeld wordt, is een hagel, zoals er nog nooit in Egypte geweest was. Degenen, die des Heeren woord hadden leren vrezen, wordt vooraf gelegenheid gegeven, om nog ter rechter tijd hun knechten en hun vee van het veld te voeren, en zich voor schade te vrijwaren.
13. Toen, op een van de volgende dagen, zei de HEERE tot Mozes: 1) Maak u morgen vroeg op, en stel u voor farao’s aangezicht, wanneer hij naar het water gaat(hoofdstuk 8:20) en zeg tot hem: Zo zegt de HEERE de God van de Hebreeën: Laat Mijn volk trekken, dat zij Mij dienen.
1) God keert zich nog weer tot bedreigingen, om het gemoed van de goddeloze koning te vertederen, niet omdat er enige hoop op beterschap was, maar opdat zijn onverbeterlijke hardnekkigheid ermee ontdekt zou worden. Want ten voorbeeld heeft hij gestrekt, dat duidelijk zou bekend worden, hoe zij met haast in hun verderf rennen, die aan een verkeerde zin zich overgeven, en door een geest van verkeerdheid worden gedreven. Ongelooflijk zou het zeker zijn, dat ooit enig mens zo in blindelingse zinneloosheid en zo grote hardnekkigheid God heeft weerstaan, tenzij dit beeld ons voor ogen is gesteld geworden. Hoe dikwijls is farao bevolen het volk te laten trekken, en telkens weer werd het teken er bijgevoegd, dat het met het bevel menens was, zodat God niet minder uit de hemel donderde, als vanuit de aarde sprak, door de mond van zijn knecht en heraut? En toch wordt het gemoed van de tiran niet gekneed om te gehoorzamen. En dat, daar satan waanzinnig maakt, wie hij, onder de toelating van God, aan zich verbonden en onderworpen houdt.
14. Want ditmaal, van nu aan, zal Ik, zo gij verder tegenstreeft, al Mijn plagen, die Ik Mij nog voorgenomen heb, in 1) uw hart zenden en over uw knechten, en over uw volk, opdat gij weet, dat er niemand is zoals Ik, op de gehele aarde, 2) hoe gij er u ook op verheft dat Mijn wil niets op de uwen vermocht heeft, en hoezeer gij meent met uw verzet te kunnen voortgaan.
1) In het Hebreeuws El-libgaa. Niet tot uw hart, maar aan uw hart. Hiermee kondigt de Heere plagen aan, die het hart zullen doorwonden, aan het hart zullen raken en daarom dodelijke wonden zullen toebrengen, gelijk dus ook geschied is.
2) Het is niet twijfelachtig, dat de goddelozen, ofschoon zij aan de ene zijde de almacht van God erkennen, naderhand echter weer zo met krankzinnige drift voortijlen, dat hun boosheid zo met stompheid wordt omwikkeld, dat zij ziende niet zien.
De Heere God wil hier niet zeggen, dat dit ook door farao zou erkend worden, maar dat het hem duidelijk zou worden. Tegen wil en dank zou farao zien en ondervinden de Almacht van Jehova en daartegenover de nietigheid en de onmacht van de afgoden van Egypte. Ook dit zien zou farao’s oordeel verzwaren.
16. a) Maar Ik heb dit niet willen doen, en laat ook heden nog niet uw verdelging van de aarde plaats hebben; want waarlijk, daarom heb Ik u verwekt, 1) u doen staan, opdat Ik Mijn kracht aan u betoonde, en gij tot eenbewijs zou zijn, dat Ik de hardnekkigste en boosaardigste tegenstander overwin, en opdat men Mijn naam vertelt op de gehele aarde, 2) ten gevolge van deze bewijzen van Mijn grote kracht, die u tot verderf is.
a) Rom.9:17
1) In het Kytdmeh (Heémadthigaa). De LXX vertaalt exhgeira se, heeft u verwekt. Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk God heeft u doen staan, doen overblijven.
Omdat Hij zich gematigd heeft, wijst Hij hem aan als een teken van zijn verdraagzaamheid, daar, indien Hij in een lichte strijd farao gedood had, de roem van de overwinning minder glorierijk zou geweest zijn. Kortom, opdat Hij hem niet vleit of farao, zich verhardende door een vruchteloos vertrouwen, het zou uithouden, zegt God dat Hem geenszins Zijn krachten hebben ontbroken, om hem in één ogenblik te verderven, maar dat Hij om een ander doel, de uiterste straffen heeft uitgesteld waarmee Hij farao als het ware in het algemeen leert, dat hij zich vruchteloos meet met Zijn onvergelijkelijke macht en dat aldus voor alle eeuwen zijn, zo in het oog lopende, geschiedenis, zou vermaard blijven. Ofschoon nu Paulus de Griekse vertaling is gevolgd, staat toch niets in de weg, waardoor men verhinderd zou worden, dat laatste gevoel te omhelzen. Want wij weten, dat de Apostelen niet bij de woorden zich hebben gehouden, maar meer op de zaak hebben gewezen. Want, opdat wij zouden bekennen, dat door de verdraagzaamheid van God farao tot hiertoe is blijven staan, terwijl hij voor allen een duidelijk en kennelijk bewijs was, hoe redeloos en zinneloos zij zijn, die God weerstaan, dit heeft ook betrekking op de eeuwige Voorzienigheid Gods. Want daarom heeft God farao gespaard, opdat hij een tijd lang zou blijven, daar hij, voordat hij geboren was, daartoe was voorbeschikt.
Hier wordt ons een goddelijk geheim ontraadseld en ons een blik gegund in de verborgen diepten van het heilig albestuur van God, dat ons zo dikwijls allerlei vragen van de ongerustheid en twijfelende onzekerheid op de lippen brengt. Ja, hier wordt ons, met het leerstuk van de eeuwige verkiezing, ook de nog veel meer bestreden geheimvolle waarheid van de verwerping van eeuwigheid duidelijk geleerd. Zij treedt in farao’s geschiedenis onomwonden op, zij wordt door God zelf uitgesproken, zij moet het geheim van de macht van de goddeloosheid verklaren en boven alles in haar onlosmakelijk verband tot het zedelijk bewustzijn en de heiligheid van Gods wezen en werken blijken. Ook de verwerping heeft de eer van God ten heilig doel en tot gewisse uitkomst.
Farao is slechts koning geworden, opdat hij des te dieper vernederd zou worden; opdat ook hij een middel zou zijn tot bereik van Gods doeleinden, daartoe heeft hij de troon beklommen.
Dus wordt dit “daartoe heb ik u verwekt” of u koning gemaakt aangeduid.” Met de vertaling: “heb ik u doen blijven staan”, wordt Gods eeuwig raadsbesluit, omtrent farao, niet verduisterd of verwaterd.
2) Diende men op de Egyptische aarde, zoals alle andere heidenen deden, de afgoden en vertelden de Egyptenaren, tot roem van hun namen en daden, elkaar vreemde en ongelooflijke dingen, terwijl zij God hun Maker niet kenden, noch erkenden, de grote en geduchte en heerlijke naam Gods moest in geheel Egypte, ja, op de gehele aarde, gekend en verkondigd worden en ook daarom wilde God dat alles op zulk een luisterrijk en heerlijke wijze tegen de hardnekkige, trotse en machtige farao uitvoeren, opdat, zegt de Heere, men mijn naam vertelt op de gehele aarde, opdat mijn macht en heerlijkheid overal uitgebazuind wordt en de volken mij daarin mogen erkennen, immer zich wachten om met mij te willen twisten, of zich tegen mij te verharden.
17. Verheft gij u zelf nog tegen Mijn volk, dat gij het niet wilt laten vertrekken; wilt gij de strijd nog verder voortzetten, ook nadat uw goden en bondgenoten, detovenaars, verslagen zijn (hoofdstuk 8:19; 9:11), zo zal een reeks van wonderen tot uw vernietiging aanvangen.
1) Het woord in de grondtekst betekent eigenlijk, een dam opwerpen, en vandaar de betekenis van weerstaan, zich ertegen verzetten. De Heere wil het farao meer dan duidelijk maken, dat Hij strijdt voor Zijn volk, en dat alles, wat farao overkomt, enig en alleen is, om dat volk, dat hij niet wil laten vertrekken.
18. Zie, Ik zal morgen omtrent deze tijd een zeer zware hagel doen regenen, 1) zoals in Egypte niet geweest is van die dag af, dat het gegrond is, sedert Egypte tot een rijk geworden is (vs.24), tot nu toe.
1) Het woord “regenen” wordt in het Hebreeuws ook voor het vallen van hagelstenen gebruikt.
19. En nu, zend boden heen naar het veld, waar uw vee weidt, vergader uw vee, breng het onder beschuttingen, en alles, wat gij op het veld hebt, 1) alle mens en gedierte, dat op het veld gevonden zal worden, en niet in huis verzameld zal zijn, als deze hagel op hen vallen zal, zo zullen zij sterven, zo groot en zwaar zullen de hagelstenen zijn.
1) Hoewel de Heere farao reeds overgegeven heeft aan de verharding van zijn hart, geeft Hij hem toch nog gelegenheid om het verderf te ontvluchten, wanneer hij nog gelovig wil worden. Dat is die zichzelf tot het uiterste uitputtende liefde, die de dood van de zondaar niet wil, maar dat hij zich bekeert en leeft, gelijk zij zich ook later aan Judas, de verrader, openbaart. Hoewel Jezus weet, dat Judas niet meer van zijn voornemen af te brengen is, dat alle vermaning en waarschuwing integendeel slechts dient, om hem geheel te verstokken, bemoeit zich de Heere nog ten laatste met hem, en grijpt zijn hart aan, als moest het Hem nog gelukken, dit kind van het verderf te redden. Neen, o God, bij U is geen schuld: Gij hebt alles beproefd. De vijand en tegenstander van Uw Majesteit is oorzaak van Uw straffen, omdat hij de Zoon, die Hem alleen kon redden, en tot wie hij gebeden is te komen, verworpen heeft!.
Ook hier blijkt het weer, dat God in de toorn de ontferming nog indachtig is. Waar Hij naar zijn rechtvaardigheid alles kan verderven om der zonden wil, daar wil Hij naar Zijn barmhartigheid nog een middel tot ontkoming bereiden.
20. Wie nu onder farao’s knechten, onder zijn hovelingen, des HEEREN woord, dat zij uit de mond van Mozes gehoord hadden, vreesde, 1) die deed zijn knechten en zijn vee in de huizen vluchten.
1) Met deze woorden toont Mozes, dat sommigen door de ervaring hadden geleerd, dat zij volstrekt niet moesten verachten, wat Mozes hen gezegd had. Vandaar hun vrezen bij de aankondiging van de straf, daar zij overtuigd waren, dat Mozes een knecht van God en een profeet, ja, een aankondiger van de oordelen van God was. Evenwel tegelijk blijkt, dat zij niet ernstig tot zichzelf zijn gekomen, maar door een tijdelijke en ogenblikkelijke schrik zijn aangezet, om zich te hoeden. Zo dringt een bijzondere vrees de goddelozen dikwijls, óf om de straf Gods af te bidden, óf om die te ontvluchten.
Hiermee wordt niet gezegd, dat zij een heilige en kinderlijke vrees voor God hadden, maar dat zij een betamelijk ontzag hadden voor Zijn Woord.
21. Doch die zijn hart, het voorbeeld van de goddeloze koning opvolgend, niet zette tot des HEEREN woord, die liet zijn knechten en zijn vee op het veld. 1)
1) Gelijk vroeger een scheiding was geweest tussen Israël en de Egyptenaren (hoofdstuk 8:22 vv.), zo kwam nu ook een scheiding tussen die Egyptenaren, die, na het zien van zoveel wonderen, voor het woord van Israëls God beefden en degenen, die als farao hun hart verstokten.
22. Toen het tijdstip gekomen was, dat God (vs.18) voor het begin van de nieuwe plaag bepaald had, zei de HEERE tot Mozes: Strek uw hand uit naar de hemel, en er zal hagel zijn in geheel Egypte; over de mensen en over het vee, en over al het kruid van het veld in Egypte.
23. Toen strekte Mozes zijn staf naar de hemel; en de HEERE gaf donder en hagel, en het bliksemvuur schoot naar de aarde; en de HEERE liet hagel regenen over Egypte.
24. En er was hagel, en vuur in het midden van de hagels vervangen, (Hebreeuws hagel en vuur, dat in elkaar greep onder de hagel), vuur viel gelijktijdig met de hagel neer; hij was zeer zwaar, iets dergelijks in geheel Egypte nooit geweest, sedert het tot een volk geweest is.
25. En de hagel sloeg in geheel Egypte, alles, wat op het veld was, van de mensen af tot de beesten toe; ook sloeg de hagel al het kruid van het veld, en verbrak al het geboomte van het veld. De hagel richtte een vreselijke verwoestingaan, zodat er bijna geen groen meer overbleef (hoofdstuk 10:5,15).
Dat woeden van de elementen en de losgebroken orkanen was wederom niet maar een woest en wild spel van de onstuimige en als uit de band gesprongen natuur. Het was Gods wil en werk. Ook de natuur, in haar woeste uitbarstingen en ontzettendste, onstuimigste ogenblikken, blijft de volgzame en gewillige dienares van de Heere. Dat wil Gods woord u duidelijk doen voelen, gelijk farao en zijn onderdanen mede daardoor moesten leren, dat het is, gelijk Jehova het had gesproken (vs.14), niemand op aarde is zoals Hij. Immers ook aan het woeden van de opgeruide en opgezweepte natuur was een perk gesteld. “Alleen in het land Gosen waar de kinderen van Israël waren, daar was geen hagel.”.
26. Alleen in het land Gosen, waar de kinderen van Israël waren, daar was geen hagel. 1)
1) Onweders hebben in Beneden en Midden-Egypte soms plaats, doch alleen in de maanden december tot april. Het wonderbare van deze plaag ligt dus vooreerst in de voorafgegane aankondiging met de juiste vervulling, maar ook vooral in de ontzettende zwaarte van de hagelstenen en de verschoning van het land Gosen. De ontzettende biksems, welke daarbij als brandende fakkels onophoudelijk op aarde schoten, zijn zinnebeelden van de vuurijver van God, die de wederspannigen verteren zal. farao begint nu op te merken, dat God een verterend vuur is, en dat het vreselijk is in Zijn hand te vallen. (Hebr.10:31; 12:29)
Gosen wordt verschoond. Want in Gosen woont Israël. En bij Israël woont de Heere op bijzondere wijze. Waarlijk voor Israël ook wel een tijd, om het bij ervaring te leren kennen, dat het des Heeren volk is omwille van het Verbond en van de beloften, tevens het volk van de aanneming tot kinderen.
Toen schikte, zond farao heen, aangegrepen door angst en schrik bij zulk een openbaring van de Goddelijke toorn, en hij riep Mozes en Aäron, en zei tot hen: Ik heb mij ditmaal verzondigd; 1) de HEERE, uw God, die ik niet erkend heb voor de ware God, is rechtvaardig; Hij heeft naar recht met ons gehandeld; ik daarentegen en mijn volk zijn goddelozen.
1) Deze belijdenis, indien zij werkelijk uit de diepte van zijn gemoed voortgekomen was, zou een teken van berouw zijn geweest. Maar Mozes erkent terstond, dat de vrees in het hart van de goddeloze niet leidt tot blijvende gehoorzaamheid. En dit is uit het vervolg van de zaak duidelijk geworden. Evenwel moet in gedachte gehouden worden, dat farao niet met voorbedachten rade bedrogen heeft, omdat hij, door schrik aangegrepen, op allerlei manier wel eerst God heeft trachten te verzoenen, maar kort daarop weer tot zijn vroegere manier is vervallen. Want ofschoon de goddelozen met vossenlist onderwerping vertonen als zij zich gewonnen zien, om verlossing van de plagen te verkrijgen, menen zij toch niet God met hun vleiende woorden om de tuin te leiden. Of liever, waar de nood dringt, zijn zij bereid op enige manier te onderhandelen en daarom bieden zij zoenoffers en schadevergoeding aan, maar nauwelijks is de vrees weer verdwenen, of opnieuw leven zij weer op, daar hun door geweld was afgeperst, wat zij beloofd hadden.
Gelijk hij Jehova de eer gaf van de rechtvaardigheid van diens oordelen, zo beschuldigde hij zichzelf en zijn volk van hardnekkigheid en onrechtvaardigheid. Het ware maar te wensen geweest, dat hij, die zijn zonden beleed, op de rechte wijze de verzoening hiervan gezocht had, maar omdat hij van de plagen verlost, in zijn zonden verhardde en zijn oude hardnekkigheid toonde, zo bleek daaruit, dat zijn boetvaardigheid en schuldbekentenis niet oprecht waren.
Dat is dan de belijdenis van een door en door goddeloos, voorzeker onbekeerlijk hart, in het uur van benauwdheid. Het is de angstkreet van de ziel en van de verbijsterende schrik, die voor een tijd tot matiging en bezinning stemt. Hier is eerst de vernedering, van tegenover de smadelijk bejegende Amramszonen nu graag en ongevraagd de minste te willen zijn; daarbij de ongevergde belijdenis van eigen verkeerd inzicht (chata); daarenboven de erkenning van Gods heilig recht bij het niet loochenen van eigen misdadig verzet evenmin als van dat van het volk.
28. Bidt vuriglijk tot de HEERE, (want het is genoeg). 1) Bidt dat geen donder van God, noch hagel meer zij, 2) hoewel wij het verdiend hadden, dat Zijn toorn ons vernietigde; dan zal ik u laten vertrekken, en gij zult niet langer blijven. 3)
1) In het Hebreeuws Rab, het is genoeg, of, het is voldoende. farao wil hiermee zeggen, dat deze plaag genoeg bij hem heeft uitgewerkt, dat hij nu bereid is het volk te laten vertrekken. Anderen zijn van mening, dat hij hiermee bedoeld heeft, dat de straf meer dan genoeg is geweest.
2) Wederom smeekt farao afwending van de plaag, maar vergeving van zonde vraagt hij niet.
3) Noch de boete, die farao hier doet, noch zijn geloofsbetuiging zijn recht. Wel is geen van beiden gelogen; maar er is boete zonder geloof (Matth.27:3 vv.) en geloof zonder boete (Jacobus 2:19). farao’s boete is door de ogenblikkelijke schrik teweeggebracht en zeer oppervlakkig, gelijk hij zegt: “Ik heb mij ditmaal verzondigd” (vs.27), en hoe weinig zijn geloof te vertrouwen is, zegt hem Mozes (vs.30) openlijk. De wereld siddert dikwijls voor de dood; is iemand het sterven nabij, dan wil hij dikwijls vroom worden. De een geeft zijn hart aan het ene, de ander aan iets anders, zolang hij leeft; maar vergeet zijn arme ziel. Bij het naderen van de dood, dan zijn er grote klachten, dan wil men zich aan God overgeven; maar ik vrees, dat de goddelijke genade, die hij altijd bespot heeft, bezwaarlijk zijn deel zal worden. (vrgl.Spreuken. 1:26 vv.).
29. Toen zei Mozes tot hem: Wanneer ik de stad uitgegaan zal zijn, deze plaats zal verlaten hebben, die door uw zonden zó ontheiligd is, dat hier niet eens meer een gebed mag uitgesproken worden (Genesis 18:33 Matth.10:14; 24:15), zo zal ik mijn handen uitbreiden voor de HEERE; de donder zal ophouden, en de hagel zal niet meer zijn; opdat gij, gelijk eerst door de plaag zelf, nu ook door het ophouden, weet, dat de aarde van de HEERE is, 1) en alzo ook uw land in Zijn macht is, om daaraan te doen naar Zijn welbehagen.
1) Hiermee wil Mozes farao doen gevoelen, of liever, gelast hem om uit het ophouden van de plaag te besluiten, dat de God van Israël ook Heer is van het land Egypte. Onder de “aarde”, beter vertaald door “land”, moet hier Egypte verstaan worden, omdat de donder en hagel zich alleen tot Egypte hadden bepaald.
30. Nochthans aangaande u en uw knechten, 1) weet ik, dat gij, ondanks al de tekenen, voor het aangezicht van de HEERE God nog niet vrezen zult. 2) Ik weet het, gij zult u niet bekeren, zodat gij u onder Zijn hand zou verootmoedigen: integendeel, gij zult voortgaan Hem tetrotseren, wanneer er enige verademing gekomen is (vs.34). Doch het mag genoeg zijn, dat gij God de eer geeft, die Zijn Naam toekomt (vs.28), en de Heere zich tenminste aan u verheerlijkt heeft, daar Hij zich niet meer in u en door u verheerlijken kan (vs.16).
1) Zulk een vrijmoedige berisping toont duidelijk, met hoe grote kloekmoedigheid de heilige profeet bezield was, die de woede van de gevaarlijke en wrede tiran voor niets achtend, niet aarzelt, hem met geheel zijn hof van goddeloosheid te beschuldigen. Het is dan ook niet aan twijfel onderhevig, of God heeft hen beteugeld, om hun handen van Mozes af te houden, daar het niet aan hun gematigdheid of zachtzinnigheid kon toegeschreven worden, dat zij, die van elders als meer dan bloeddorstig bekend staan, hem niet honderdmaal gedood hebben, terwijl hij hen zeer hevig aanviel. Overigens, uit deze standvastigheid blijkt ook, hoe hij is voortgevaren, nadat hij zijn eerste veldtocht gemaakt had, omdat hij tevoren, reeds van ver bevreesd voor de worp van de pijl, om bescherming gezocht had, en nu in het heetste van de strijd niet beefde.
Waarom doodt de koning de man niet, die de moed heeft zijn wereldlijke majesteit zo tegen te staan, en de moed heeft hem in het gezicht te zeggen, dat hij een huichelaar is, en evenals zijn priesters en dienaars, van de ware godsvrucht, het beginsel van de wijsheid, ver verwijderd. Er is iets groots in de moed van recht en waarheid, en alle goddelozen en huichelaars moeten voor zijn getuigenis verstommen. Zorg daarom dat gij in het geloof en de waarheid staat, en belijd dan open en vrij, al verenigden zich alle machten van de hel, tegen u; zij sidderen voor u, en kunnen u door hun woeden geen haar krenken.
2) “Voor het aangezicht van de Heere God vrezen” wil zeggen, met een kinderlijke vrees jegens de Heere verkeren; met zulk een vrees, die samengaat en gevolgd wordt met en door een gewillig zich onderwerpen aan zijn wil. En dit, Mozes weet het, wordt bij farao niet gevonden. Wel is hij voor het ogenblik bereid, maar als straks de roede weer is opgeheven, zal hij weer de oude van vroeger zijn.
31. Het vlas nu en de gerst werd geslagen door de genoemde plaag, daar farao het zo ver had laten komen en zich niet eerder gebogen had; want de gerst was reeds in de aar, en het vlas was in de halm.
32. Maar de tarwe en spelt 1) werden niet door de hagel geslagen, zodat de oogst hier van nog niet vernield werd, want zij waren bedekt, 2) zij waren nog niet zo opgegroeid, of zij konden zich nog herstellen en vrucht geven.
1) Vlas en gerst komen in Egypte veel vroeger tot rijpheid dan tarwe en spelt; het laatste (Jesaja 28:25 Ezech.4:9) is een koren, dat overeenkomt met de gerst, en in verschillende soorten verbouwd wordt, en een fijner en witter meel, maar een hard en minder voedzaam brood geeft dan de tarwe. De plaag kwam waarschijnlijk in de maand maart; tot op de uittocht van de kinderen van Israël (hoofdstuk 12 en 13) verliepen dan nog ongeveer drie weken. In de Lutherse vertaling is in plaats van spelt, rogge vertaald, omdat wij, van spelt horende, ons een minder belangrijke veldvrucht zouden voorstellen; terwijl toch die vrucht bedoeld wordt, waarvan de Egyptenaars, gelijk wij van de rogge, gewoon waren brood te bakken.
2) Hebreeuws “omdat zij zacht waren”, d.w.z. nog geen aren hadden.
33. Zo ging Mozes, na de samenspraak (vs.27-30) van farao de stad, Zoan of Tamis (zie “Ex 5.1), uit, en breidde met sterke smekingen zijn handen tot de HEERE; en de donder en de hagel hielden op, en de regen werd niet meer uitgegoten op de aarde, 1) in het land Egypte.
1) Op een uitwendige belijdenis van zonde, geeft God reeds verademing. Zo ook later bij Achab. Nadat deze berouw had getoond, wordt de profeet andermaal tot hem gezonden, om hem aan te kondigen, dat de straf niet in zijn dagen zou komen. Hieruit leren wij, dat al is uiterlijk berouw zo het daarbij blijft, niet nut tot de zaligheid, het toch tot tijdelijke zegen kan zijn. Nationale bekering wordt gevolgd door nationale voorspoed en zegen.
Het kan verwondering opwekken, dat op een belijdenis, die ook Mozes terstond doorziet als niet oprecht, en die slechts het gevolg van een voorbijgaande vrees was, toch de voorbede geschiedt en verhoring vindt. Doch het is genoeg, dat farao God de eer gegeven heeft en zich gebogen heeft onder Gods geweldige hand. Zo gaf de Heer regen aan Israël, nadat het offer op Karmel de belijdenis had afgedwongen: “de Heer is God,” hoewel het spoedig bleek, dat Israël Baäl niet werkelijk verlaten had. Een uitwendige belijdenis van de waarheid, een uiterlijke dienst van God, een nalaten van openbare zonden, is reeds geen onverschillige zaak, hoewel ons ter zaligheid daarvan geen vrucht toekomt. De Heer wil hierop voor deze aard reeds een afzien van straffen doen volgen, opdat de mens ziet, dat Gods welgevallen reeds op het kleinste bewijs van erkenning van Zijn naam rust, en hij daardoor opgewekt zal worden de ware vrees van de Heer te begeren.
34. Toen echter farao zag, dat de regen en hagel, en de donder ophielden, zo verzondigde hij zich verder, en hij verzwaarde zijn hart, hij en zijn knechten, daar hij de indrukken, door dit laatste wonder ontvangen, evenals de vorige met geweld onderdrukte.
35. a) Alzo werd farao’s hart hoe langer hoe meer verstokt, dat hij de kinderen van Israël ook nu nog niet liet vertrekken, hoewel hij het weer beloofd had (hoofdstuk 8:28); b) gelijk als de HEERE gesproken had door Mozes, 1) dat het zijn zou.
a) Exodus. 4:21 b) Exodus. 7:3
1) Wederom neemt farao’s vermetelheid toe, door de verzachting van de straf; gelijk de veiligheid de verworpeling wapens tegen God in de hand geeft. Tenslotte evenwel doet Mozes zijn schuld als zo veel groter kennen, omdat hij er bijvoegt, dat dit door hem tevoren is voorspeld (vs.30). Wij hebben het reeds enkele malen gezien, dat de goddeloze koning zich verhardde, “gelijk de Heere tot Mozes gesproken had”; hier wordt nog meer gezegd, namelijk dit, dat Mozes zelf hem deze onveranderlijke hardnekkigheid heeft voorspeld.
Farao verachtte de goedertierenheid des Heeren, maar vergaderde zich ook daardoor toorn als een schat tegen de dag van Gods rechtvaardig oordeel, hier beneden reeds in aanvang aan hem voltrokken.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Exodus 9
Exodus 9:27.KruisverwijzingenPsalmen 129:4→Exodus 10:16→2 Kronieken 12:6→Klaagliederen 1:18→Psalmen 145:17→Daniël 9:14→Psalmen 9:16→Romeinen 3:19→
— Toen schikte Farao heen, en hij riep Mozes en Aaron, en zeide tot hen: Ik heb mij ditmaal verzondigd; de HEERE is rechtvaardig; ik daarentegen en mijn volk zijn goddelozen!
De farao is een voorbeeld van de verharde zondaar die, wanneer angst hem overweldigt, zegt: “Ik heb mij ditmaal verzondigd.”
Hoeveel verharde opstandelingen hebben zich niet aan boord van een schip bevonden, wanneer het hout onder de druk begon te kraken, de mast brak en het schip door de storm werd voortgesleept? Wanneer de hongerige golven hun kaken openden om het schip en allen die zich erop bevonden te verslinden, hebben velen van hen dan hun knieën gebogen, met tranen in hun ogen, en uitgeroepen: “Ik heb mij ditmaal verzondigd.”?
Maar wat was de waarde van zo’n belijdenis? Wat bracht het werkelijk voort? Het berouw dat in de storm werd opgewekt, verdwijnt vaak weer zodra de rust terugkeert. Het berouw dat ontstond te midden van donder en bliksem, houdt op wanneer alles weer stil is geworden.
De man die op zee, midden in het gevaar, een vrome zeeman leek te zijn, wordt vaak dezelfde goddeloze en verdorven man zodra hij weer veilig vaste grond onder zijn voeten heeft.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
PESTILENTIE. ZWEREN. HAGEL.
I. Exodus 9 vers 1-7
Farao wordt bedreigd, dat, zo hij de kinderen van Israël langer zal ophouden, als vijfde plaag, een zeer zware pest over het vee komen zal. Deze komt werkelijk op de bepaalde tijd, verschoont echter het vee van de Israëlieten, gelijk de Heere gezegd had. farao overtuigt er zich nauwkeurig van dat Israël gespaard gebleven is, doch laat nog het volk niet vertrekken.
1. Daarna, toen het duidelijk gebleken was dat farao er niet meer aan dacht, om aan zijn gegeven woord (hoofdstuk 8:28) te voldoen, zei de HEERE tot Mozes: Ga in tot farao, en spreek tot hem: Alzo zegt de HEERE, de God van de Hebreeën, die gij gemeend hebt straffeloos te kunnen verachten, ondanks alle plagen, die reeds over u gekomen zijn: Laat Mijn volk vertrekken, om Mij te dienen.
2. Want zo gij hen wederom weigert 1) te laten vertrekken, en gij hen nog met geweld ophoudt,
1) Door vrees voor straf wil God hem weer tot gehoorzaamheid dwingen, zoals Hij gewoonlijk met de onbuigzamen handelt. Echter staat Hij hem een zekere tijd toe tot berouw, zo hij soms van zijn verkeerde stemming van gemoed, om te weigeren, afstand mocht doen.
3. Zie de hand1) des HEEREN zal zijn over uw 2) en over uw volks vee, dat in het veld is, dat zich buiten op de weiden bevindt, over de paarden, over de ezels, over de kamelen, over de runderen en over het klein vee, schapen en geiten, door een zeer zware pest, 3) zodat grote aantallen daarvan sterven.
1) Dat is: de grote kracht van God, zonder dat enige werking van de mensen (Aärons staf) daartussen zal komen.
Farao moest het weten, dat het de hand des Heeren was, die dit alles bewerkte, en niet Mozes. En dit, opdat, daar het hem van de zijde van God niet aan waarschuwingen zou ontbreken, hij straks geen enkele reden van verontschuldiging zou hebben. Te midden van de toorn is de Heere nog lankmoedig! Maar o, indien die lankmoedigheid wordt veracht, zal het oordeel des te vreselijker zijn. Miskende liefde is des te vreselijker in de openbaring van haar toorn.
2) “Uw vee.” Hieronder is het vee van zijn onderdanen begrepen. farao regeerde met absolute macht. Daarom noemt God het vee van de Egyptenaren, het vee van Egypte’s koning.
De vorige plagen waren slechts tot last geweest, deze zal grote schade aanbrengen.
3) In het Hebreeuws Deber, eigenlijk als een (zeer zware) pest. Letterlijk: als een verdervende. Deze ziekte werd altijd, als onmiddellijk uit de hand des Heeren voortkomende, aangemerkt.
Om de vrees des te groter te doen zijn, kondigt de Heere deze plaag aan, als zeer zwaar.
4. En de HEERE zal bij deze pest een afzondering 1) maken tussen het vee van de Israëlieten en tussen het vee van de Egyptenaren, dat, terwijl het laatste in menigte wordt weggenomen, er niets, zelfs niet een enkel stuk, sterft van al, wat van de kinderen van Israël is. Zo zult gij weten, dat hier geen gewone algemene plaag is, maar een, die door des Heeren besturing alleen voor de Egyptenaars is, omdat zij Zijn volk verdrukken.
1) Een “afzondering maken.” Beter vertaald: een onderscheid maken. De straffende hand van de Heere en de bewakende hand van de Heere worden hier tegenover elkaar gesteld.
5. En de HEERE, toen Hij Mozes deze last voor farao meedeelde: bestemde tevens een zekere tijd, wanneer de plaag zou beginnen, zeggende: Morgen 1) zal de HEERE deze zaak in dit land doen. Zo had farao nog tijd om te beslissen, of hij het bevel van God wilde opvolgen, of door verder weigeren de hand des Heeren over zijn en zijn volks vee moedwillig zou laten komen.
1) En gelijk bij de vorige plaag wordt ook nu de zekere tijdsbepaling erbij gevoegd, om als een ontwijfelbaar kenmerk te zijn van het eigen werk van God, dat reeds van tevoren aldus was aangekondigd. “En de Heere bestemde een zekere tijd, zeggende: morgen zal de Heere deze zaak in dit land doen.” Op zichzelf beschouwd is het “morgen” (machar) steeds iets onzekers voor de mens, en niemand van ons weet of hij morgen zal zien, er dan nog zal zijn. Maar als dat morgen eenmaal in Gods raad, in verband tot enige zaak aangaande u en de uwen is opgenomen en aldus een bepaalde en “bestemde tijd” (moed) is geworden, dan zal dit morgen voor u ook gewis komen. De bestemde tijd is steeds het door God vooraf tot enig bepaald doel aangewezen en afgebakend tijdstip, waarop iets geschieden moet.
6. En de HEERE deed daarom deze zaak, waarmee Hij de koning bedreigd had, gelijk Hij gezegd, de volgende dag; en al 1) het vee van de Egyptenaren stierf, maar van het vee van de kinderen van Israël stierf, overeenkomstig de goddelijke toezegging (vs.4), niet één.
1) Nu farao niet hoort, maar weerspannig blijft, zendt God wederom zijn oordelen. Er staat “al het vee.” Dit wil niet zeggen, dat er geen enkel stuk vee meer overbleef, maar dat een zeer grote menigte door de pest getroffen werd. “Al” is hier genomen in de zin van, veel, of zeer veel.
7. En farao, die weten wilde, of hetgeen omtrent het land Gosen voorzegd was, (dat niets van de kinderen van Israël sterven zou) eveneens geschied was, zond 1) erheen; en ziet, het was zo; van het vee van Israël was niet één gestorven. Doch het hart van farao werd verzwaard; bij deze onloochenbare openbaring van de hand des Heeren versterkte hij zich nochthans in zijn voornemens, om nu eerst die hand te trotseren (Jesaja 8:21, Openb.16:9), en hij liet het volk niet vertrekken. 2)
1) Of hij toen voor het eerst zijn verspieders gezonden heeft, laat ik in het midden. Doch het is mogelijk, dat hij, verblind door zijn hardnekkig verzet, dit onderscheid niet eerder heeft opgemerkt, dan toen hij door Mozes daarop is gewezen. Want wij weten, dat de verworpenen hun ogen sluiten voor de zichtbare tekenen van Gods toorn en vanzelf hun dwalingen toedekken. Het is althans aan geen twijfel onderhevig, of farao, terwijl hij zich op velerlei wijze zocht te verstokken, heeft niet gaarne opgemerkt, wat het meest nuttig was, om door hem geweten te worden. Maar omdat hij omtrent het teken van de afzondering tussen de Egyptenaars en de Israëlieten van Mozes een zekere kennis had verkregen, is hij gedwongen gewild of ongewild, door de aanschouwing ervan zelf, te weten, waarvan hij zich graag onkundig had gehouden. Doch dit was een openlijk bewijs van Zijn vaderlijke gunst jegens het uitverkoren volk, dat hun land, dat in Egypte het meest rijk aan vee was, niet door de pest, welke het naburige land in de omtrek had overvallen, werd aangetast. Waardoor de stompheid van de goddeloze koning des te schandelijker en te verwonderlijker was, dat hij door zulk een sprekend voorbeeld niet bewogen is geworden. Want dat hij, terwijl dit door zijn lijfwacht werd gezien en ervaren, zijn hart heeft teruggehouden, om God te gehoorzamen, dit getuigt van een verschrikkelijke zinloosheid.
2) Wederom verstokt farao zijn hart, maar nu is ook de maat van de ongerechtigheid vol. Nu wordt hij aan het oordeel van de verharding overgegeven. Voortaan wordt er niet meer gezegd, dat hij zijn hart verhardde, maar dat God het deed, d.w.z. zijn zonde met het oordeel van de verharding trof.
II. Exodus 9 vers 8-12
onder voorafgegane aankondiging volgt op de vorige plaag aanstonds de zesde. Mozes en Aäron moeten as uit de oven van farao nemen en naar de hemel strooien; daarvan komen zwarte blaren aan mensen en aan vee, zodat de tovenaars die eveneens met zweren bedekt waren, zich uit de omgeving van de koning moeten terughouden. Intussen verstokt de Heere farao’s hart, dat hij naar Mozes en Aäron ook ditmaal niet hoort.
8. Toen zei 1) de HEERE tot Mozes en tot Aäron: Zegt het farao niet meer in woorden aan, wat Ik doen zal, maar neemt gij 2) uw vuisten vol as uit de oven, 3) en Mozes moet die naar de hemel strooien voor de ogen van farao, en Ik zal het tot een plaag voor de verdrukkers laten worden.
1) Hier zegt God de tijd van de straf niet vantevoren aan, maar laat de plagen onmiddellijk achter elkaar volgen. Ook wordt farao niet gewaarschuwd, maar terwijl hij aan zichzelf wordt overgelaten, volgt het oordeel op hetzelfde ogenblik, waarop het besloten werd. Immers, niet alleen omdat het meer dan duidelijk was geworden, dat de waarschuwingen op hem niets hadden uitgewerkt, maar ook vervolgens, opdat op allerlei wijze zijn goddeloosheid aan het licht zou treden.
2) Niet Aäron alleen, maar Mozes en Aäron beide, opdat farao zou weten, dat het een onmiddellijk bevel van God was.
3) Niet zonder betekenis is het, dat Mozes en Aäron as uit de kalkovens moesten nemen. Immers, die ovens dienden, opdat door Egypte’s koningen de prachtige piramiden konden worden gebouwd. Dezelfde ovens, die eigenlijk moesten dienen, om de vreugde en roem van farao te vermelden, worden nu oorzaak van groot verderf voor hem en zijn volk. Zo toont
God, dat Hij machtig is, om het water, de bodem, en nu ook de ovens te doen dienen tot verderf in plaats van tot zegen. En dat alles wederom, opdat farao zal moeten bukken voor Hem, de hoge God. Ook wilde God waarschijnlijk daarmee aan farao tonen, dat, gelijk Israël, door hem als in de smeltoven van verdrukking werd verteerd, God, de Heere, machtig was tot redding van dit zo verdrukte volk, hun verdrukkers door iets, dat een afzichtelijke en pijnlijke plaag veroorzaakte, te kastijden.
9. En zij, de as, zal tot klein stof worden over geheel Egypte, zij zal tot dun stof worden in de lucht, en zich over het gehele land verspreiden; en zij zal aan de mensen en aan het vee worden tot zweren, uitbrekende met blaren, 1) in geheel Egypte.
1) Een samenspraak zal ditmaal geen plaats hebben. Mozes en Aäron moeten, terwijl zij de koning, bij zijn uitgaan, tegemoet treden, zonder meer, het stof voor zijn ogen in de lucht strooien. Wat de Heere van farao wil, dat weet hij genoegzaam, en dat het uitstrooien van de as een nieuwe plaag betekent, zal hij evenzeer vermoeden; welke plaag het is, behoeft hij thans niet te weten, het is vroeg genoeg wanneer zij komt. Een teken was echter nodig, opdat de koning zou erkennen, dat de plaag niet vanzelf kwam, daar brandende uitslag en bladerachtige zweren niet zeldzaam in Egypte zijn; maar dat zij op buitengewone wijze door God gewerkt was, en eveneens in betrekking stond tot de last, die Mozes en Aäron te volbrengen hadden. Maar, waarom wordt juist as uit de oven tot een uiterlijk teken, om zo te zeggen, tot een zaad gemaakt, dat over het gehele land uitgestrooid, de boze en zwarte blaren bij mens en vee teweegbrengt? Egypte was de smelt-, de vuuroven (Deuteronomium. 4:21), waarin farao het volk des Heeren met alle macht terughouden wil. Voor zijn gebouwen, die hij wilde oprichten, moesten zij hem verder dienen (hoofdstuk 1:11), zo dat zij niet eens verlof konden krijgen om het bevel van God te volgen, opdat hen niet pestilentie of zwaard zouden overkomen (hoofdstuk 5:3). Daarom moet de as van een smeltoven tot een pestzaad voor farao en voor zijn vuuroven, het voor Israël zo treurige Egypte, worden, opdat het hem en de pijnigers van Gods volk zelf daarin heet zullen worden; het zwaard zal evenmin uitblijven, wanneer de Here midden in de nacht uitgaat en alle eerstgeborenen in Egypte slaat van de eerstgeboren zoon van de farao af, die op zijn zetel zit tot op de eerstgeborene van de gevangene in de kerker (hoofdstuk 12:28)
10. En zij namen as uit de oven, en stonden, met die as in hun vuisten, voor farao’s aangezicht, die zij hadden opgewacht op een plaats, waar zij wisten, dat hij voorbijzou gaan; en Mozes strooide die naar de hemel, gelijk ook Aäron op zijn voorbeeld deed, zodat zij zich naar alle vier de luchtstreken over het land verbreidde. Toen werden er aanstonds zweren, uitbrekende met blaren, 1) aan de mensen en aan het vee.
1) Over de aard van deze ziekte zijn de uitleggers het niet eens. De Septuaginta vertaalt het door fluatidev, d.i. gezwellen. De Vulgata door vesècae turgentes, gezwellen aan de oppervlakte van de huid. Anderen zijn van mening, dat het een soort van pestkool is geweest. Hoe het ook zij, het was een vuile en boosaardige ziekte, welke zelfs het leven kon aantasten. Als de Heere Zijn zegen en Zijn vloek uitspreekt, dan komt onder de straffen ook voor de zweren van Egypte (Deuteronomium. 28:27).
11. Alzo dat de tovenaars, Jannes en Jambres, die zich in de omgeving van de koning bevonden hadden en met hun toverkunsten zoveel tot zijn hardnekkige tegenstand hadden bijgedragen (2Tim.3:8), bij de volgendeontmoeting (vs.13 vv.) voor Mozes niet staan konden vanwege de zweren. 1) Zij hadden zich moeten verwijderen; want aan de tovenaars waren zweren en aan al de Egyptenaren. 2) Ook later, toen zij van de plaag geheeld waren, hebben zij niet meer de ontmoetingen van Mozes met farao (hoofdstuk 10) bijgewoond, daar hundwaasheid nu aan ieder openbaar geworden was (2Tim.3:9).
1) Daar toen de tovenaars ook tegenwoordig waren, daarom is het niet twijfelachtig, dat zij met dezelfde zinneloosheid als vroeger zijn aangegrepen, om als het ware gereed te staan, indien hun de macht daartoe werd gegeven, om met hen te strijden. En zeker, al wordt satan tienmaal overwonnen, toch wordt hij steeds meer door onvermoeibare hardnekkigheid aangegrepen; zo ook zijn dienaren, hoe zij ook ervaren, dat zij ongelukkig in de strijd zijn, toch laten zij niet af van hun razernij. Onlangs hadden deze bedriegers beleden, dat hun kunst niets meer vermocht, nu echter verstouten zij zich, om kostte wat kost, het uiterste te beproeven totdat de plaag van de zweren hen met schande overdekt. Waaruit wij leren, opdat niet een gelijke stoutmoedigheid ons zinneloos make, de eer van God ongeschonden te bewaren, door uit eigen beweging te wijken. Doch dat farao niet slechts van hun hulp verstoken, maar ook van hun tegenwoordigheid ontbloot en beroofd, niet veranderd nog vertederd wordt, daaruit blijkt, zowel dat hij niet door de bedriegerijen van derden is verleid, als wel door eigen boosheid en goddeloosheid gevoelloos is gemaakt.
Dus heeft God deze goddeloze verleiders op verscheidene wijze en bij trappen meer en meer te schande gemaakt; 1e. Wanneer hij hun staven liet verslinden door die van Aäron. 2e. Wanneer hen belet werd luizen voort te brengen, zodat zij gedwongen waren te bekennen, dat dit Gods vinger was. 3e. In alle andere plagen, deed hij wel hun onmacht blijken, wanneer zij geen van deze zelf konden wegnemen, noch de Israëlieten in Gosen iets dergelijks toebrengen. 4e. Eindelijk werden zij hier voornamelijk te schande gemaakt, wanneer zij vol boze zweren, pijn en smart niet kunnen staan voor Mozes’ en Aäron’s aangezichten, veel minder door hun toverbedrijven bij weerwraak, de dienaren van de God van Israël iets, het minste leed toebrengen.
2) Dat de tovenaars hier in één adem genoemd worden met al de Egyptenaren dient, om daarmee de onmacht van hun toverij te doen uitkomen. De tovenaren, die heilige mannen in de ogen van de Egyptenaren, hadden evenveel te lijden van de plagen van Israëls God, als het volk zelf.
12. Nu had de koning wel reden genoeg, om zich voor de God van Israël te buigen, en Zijn dienaren te eren; doch de HEERE verstokte farao’s hart, 1) bracht, tot straf voor zijn moedwillige verharding (vs.7), detoestand van gehele verstokking van hart over hem, zodat hij naar hen niet hoorde, gelijk de HEERE tot Mozes (hoofdstuk 4:21) gesproken had.
1) Zie, als de felle kracht van het “eigen ik” door God zelf werd gebroken en het evenwel niet gewillig zich onderwerpt, dan is het oordeel van de verharding of verstokking over de farao’s harten gekomen. In eigen ontwikkeling gestuit, als onderbonden, drogen de nodige levenssappen op, worden de weke vezels tot hout en kan het hart evenwel tot God niet komen. God laat dan dat hoogmoedig en zelfzuchtig menselijk hart geheel aan zichzelf over, zonder dat Zijn heiligende invloed nog enigszins daarop inwerkt; terwijl Zijn woord wet en wil in al hun kracht blijven gelden en even ernstig worden voorgesteld. In die zin moet dan de uitdrukking “de Heere verhardde het hart van farao” begrepen worden.
III. Exodus 9 vers 13-35
Daar nu het bericht van de goddelijke verstokking op farao rust, worden de drie volgende plagen reeds van dien aard, dat zij voorbereidingen zijn tot de laatste beslissende slag, en worden zij met bijzondere nadruk de hardnekkige koning aangekondigd. De eerstvolgende plaag, waarover in dit gedeelte gehandeld wordt, is een hagel, zoals er nog nooit in Egypte geweest was. Degenen, die des Heeren woord hadden leren vrezen, wordt vooraf gelegenheid gegeven, om nog ter rechter tijd hun knechten en hun vee van het veld te voeren, en zich voor schade te vrijwaren.
13. Toen, op een van de volgende dagen, zei de HEERE tot Mozes: 1) Maak u morgen vroeg op, en stel u voor farao’s aangezicht, wanneer hij naar het water gaat(hoofdstuk 8:20) en zeg tot hem: Zo zegt de HEERE de God van de Hebreeën: Laat Mijn volk trekken, dat zij Mij dienen.
1) God keert zich nog weer tot bedreigingen, om het gemoed van de goddeloze koning te vertederen, niet omdat er enige hoop op beterschap was, maar opdat zijn onverbeterlijke hardnekkigheid ermee ontdekt zou worden. Want ten voorbeeld heeft hij gestrekt, dat duidelijk zou bekend worden, hoe zij met haast in hun verderf rennen, die aan een verkeerde zin zich overgeven, en door een geest van verkeerdheid worden gedreven. Ongelooflijk zou het zeker zijn, dat ooit enig mens zo in blindelingse zinneloosheid en zo grote hardnekkigheid God heeft weerstaan, tenzij dit beeld ons voor ogen is gesteld geworden. Hoe dikwijls is farao bevolen het volk te laten trekken, en telkens weer werd het teken er bijgevoegd, dat het met het bevel menens was, zodat God niet minder uit de hemel donderde, als vanuit de aarde sprak, door de mond van zijn knecht en heraut? En toch wordt het gemoed van de tiran niet gekneed om te gehoorzamen. En dat, daar satan waanzinnig maakt, wie hij, onder de toelating van God, aan zich verbonden en onderworpen houdt.
14. Want ditmaal, van nu aan, zal Ik, zo gij verder tegenstreeft, al Mijn plagen, die Ik Mij nog voorgenomen heb, in 1) uw hart zenden en over uw knechten, en over uw volk, opdat gij weet, dat er niemand is zoals Ik, op de gehele aarde, 2) hoe gij er u ook op verheft dat Mijn wil niets op de uwen vermocht heeft, en hoezeer gij meent met uw verzet te kunnen voortgaan.
1) In het Hebreeuws El-libgaa. Niet tot uw hart, maar aan uw hart. Hiermee kondigt de Heere plagen aan, die het hart zullen doorwonden, aan het hart zullen raken en daarom dodelijke wonden zullen toebrengen, gelijk dus ook geschied is.
2) Het is niet twijfelachtig, dat de goddelozen, ofschoon zij aan de ene zijde de almacht van God erkennen, naderhand echter weer zo met krankzinnige drift voortijlen, dat hun boosheid zo met stompheid wordt omwikkeld, dat zij ziende niet zien.
De Heere God wil hier niet zeggen, dat dit ook door farao zou erkend worden, maar dat het hem duidelijk zou worden. Tegen wil en dank zou farao zien en ondervinden de Almacht van Jehova en daartegenover de nietigheid en de onmacht van de afgoden van Egypte. Ook dit zien zou farao’s oordeel verzwaren.
16. a) Maar Ik heb dit niet willen doen, en laat ook heden nog niet uw verdelging van de aarde plaats hebben; want waarlijk, daarom heb Ik u verwekt, 1) u doen staan, opdat Ik Mijn kracht aan u betoonde, en gij tot eenbewijs zou zijn, dat Ik de hardnekkigste en boosaardigste tegenstander overwin, en opdat men Mijn naam vertelt op de gehele aarde, 2) ten gevolge van deze bewijzen van Mijn grote kracht, die u tot verderf is.
a) Rom.9:17
1) In het Kytdmeh (Heémadthigaa). De LXX vertaalt exhgeira se, heeft u verwekt. Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk God heeft u doen staan, doen overblijven.
Omdat Hij zich gematigd heeft, wijst Hij hem aan als een teken van zijn verdraagzaamheid, daar, indien Hij in een lichte strijd farao gedood had, de roem van de overwinning minder glorierijk zou geweest zijn. Kortom, opdat Hij hem niet vleit of farao, zich verhardende door een vruchteloos vertrouwen, het zou uithouden, zegt God dat Hem geenszins Zijn krachten hebben ontbroken, om hem in één ogenblik te verderven, maar dat Hij om een ander doel, de uiterste straffen heeft uitgesteld waarmee Hij farao als het ware in het algemeen leert, dat hij zich vruchteloos meet met Zijn onvergelijkelijke macht en dat aldus voor alle eeuwen zijn, zo in het oog lopende, geschiedenis, zou vermaard blijven. Ofschoon nu Paulus de Griekse vertaling is gevolgd, staat toch niets in de weg, waardoor men verhinderd zou worden, dat laatste gevoel te omhelzen. Want wij weten, dat de Apostelen niet bij de woorden zich hebben gehouden, maar meer op de zaak hebben gewezen. Want, opdat wij zouden bekennen, dat door de verdraagzaamheid van God farao tot hiertoe is blijven staan, terwijl hij voor allen een duidelijk en kennelijk bewijs was, hoe redeloos en zinneloos zij zijn, die God weerstaan, dit heeft ook betrekking op de eeuwige Voorzienigheid Gods. Want daarom heeft God farao gespaard, opdat hij een tijd lang zou blijven, daar hij, voordat hij geboren was, daartoe was voorbeschikt.
Hier wordt ons een goddelijk geheim ontraadseld en ons een blik gegund in de verborgen diepten van het heilig albestuur van God, dat ons zo dikwijls allerlei vragen van de ongerustheid en twijfelende onzekerheid op de lippen brengt. Ja, hier wordt ons, met het leerstuk van de eeuwige verkiezing, ook de nog veel meer bestreden geheimvolle waarheid van de verwerping van eeuwigheid duidelijk geleerd. Zij treedt in farao’s geschiedenis onomwonden op, zij wordt door God zelf uitgesproken, zij moet het geheim van de macht van de goddeloosheid verklaren en boven alles in haar onlosmakelijk verband tot het zedelijk bewustzijn en de heiligheid van Gods wezen en werken blijken. Ook de verwerping heeft de eer van God ten heilig doel en tot gewisse uitkomst.
Farao is slechts koning geworden, opdat hij des te dieper vernederd zou worden; opdat ook hij een middel zou zijn tot bereik van Gods doeleinden, daartoe heeft hij de troon beklommen.
Dus wordt dit “daartoe heb ik u verwekt” of u koning gemaakt aangeduid.” Met de vertaling: “heb ik u doen blijven staan”, wordt Gods eeuwig raadsbesluit, omtrent farao, niet verduisterd of verwaterd.
2) Diende men op de Egyptische aarde, zoals alle andere heidenen deden, de afgoden en vertelden de Egyptenaren, tot roem van hun namen en daden, elkaar vreemde en ongelooflijke dingen, terwijl zij God hun Maker niet kenden, noch erkenden, de grote en geduchte en heerlijke naam Gods moest in geheel Egypte, ja, op de gehele aarde, gekend en verkondigd worden en ook daarom wilde God dat alles op zulk een luisterrijk en heerlijke wijze tegen de hardnekkige, trotse en machtige farao uitvoeren, opdat, zegt de Heere, men mijn naam vertelt op de gehele aarde, opdat mijn macht en heerlijkheid overal uitgebazuind wordt en de volken mij daarin mogen erkennen, immer zich wachten om met mij te willen twisten, of zich tegen mij te verharden.
17. Verheft gij u zelf nog tegen Mijn volk, dat gij het niet wilt laten vertrekken; wilt gij de strijd nog verder voortzetten, ook nadat uw goden en bondgenoten, detovenaars, verslagen zijn (hoofdstuk 8:19; 9:11), zo zal een reeks van wonderen tot uw vernietiging aanvangen.
1) Het woord in de grondtekst betekent eigenlijk, een dam opwerpen, en vandaar de betekenis van weerstaan, zich ertegen verzetten. De Heere wil het farao meer dan duidelijk maken, dat Hij strijdt voor Zijn volk, en dat alles, wat farao overkomt, enig en alleen is, om dat volk, dat hij niet wil laten vertrekken.
18. Zie, Ik zal morgen omtrent deze tijd een zeer zware hagel doen regenen, 1) zoals in Egypte niet geweest is van die dag af, dat het gegrond is, sedert Egypte tot een rijk geworden is (vs.24), tot nu toe.
1) Het woord “regenen” wordt in het Hebreeuws ook voor het vallen van hagelstenen gebruikt.
19. En nu, zend boden heen naar het veld, waar uw vee weidt, vergader uw vee, breng het onder beschuttingen, en alles, wat gij op het veld hebt, 1) alle mens en gedierte, dat op het veld gevonden zal worden, en niet in huis verzameld zal zijn, als deze hagel op hen vallen zal, zo zullen zij sterven, zo groot en zwaar zullen de hagelstenen zijn.
1) Hoewel de Heere farao reeds overgegeven heeft aan de verharding van zijn hart, geeft Hij hem toch nog gelegenheid om het verderf te ontvluchten, wanneer hij nog gelovig wil worden. Dat is die zichzelf tot het uiterste uitputtende liefde, die de dood van de zondaar niet wil, maar dat hij zich bekeert en leeft, gelijk zij zich ook later aan Judas, de verrader, openbaart. Hoewel Jezus weet, dat Judas niet meer van zijn voornemen af te brengen is, dat alle vermaning en waarschuwing integendeel slechts dient, om hem geheel te verstokken, bemoeit zich de Heere nog ten laatste met hem, en grijpt zijn hart aan, als moest het Hem nog gelukken, dit kind van het verderf te redden. Neen, o God, bij U is geen schuld: Gij hebt alles beproefd. De vijand en tegenstander van Uw Majesteit is oorzaak van Uw straffen, omdat hij de Zoon, die Hem alleen kon redden, en tot wie hij gebeden is te komen, verworpen heeft!.
Ook hier blijkt het weer, dat God in de toorn de ontferming nog indachtig is. Waar Hij naar zijn rechtvaardigheid alles kan verderven om der zonden wil, daar wil Hij naar Zijn barmhartigheid nog een middel tot ontkoming bereiden.
20. Wie nu onder farao’s knechten, onder zijn hovelingen, des HEEREN woord, dat zij uit de mond van Mozes gehoord hadden, vreesde, 1) die deed zijn knechten en zijn vee in de huizen vluchten.
1) Met deze woorden toont Mozes, dat sommigen door de ervaring hadden geleerd, dat zij volstrekt niet moesten verachten, wat Mozes hen gezegd had. Vandaar hun vrezen bij de aankondiging van de straf, daar zij overtuigd waren, dat Mozes een knecht van God en een profeet, ja, een aankondiger van de oordelen van God was. Evenwel tegelijk blijkt, dat zij niet ernstig tot zichzelf zijn gekomen, maar door een tijdelijke en ogenblikkelijke schrik zijn aangezet, om zich te hoeden. Zo dringt een bijzondere vrees de goddelozen dikwijls, óf om de straf Gods af te bidden, óf om die te ontvluchten.
Hiermee wordt niet gezegd, dat zij een heilige en kinderlijke vrees voor God hadden, maar dat zij een betamelijk ontzag hadden voor Zijn Woord.
21. Doch die zijn hart, het voorbeeld van de goddeloze koning opvolgend, niet zette tot des HEEREN woord, die liet zijn knechten en zijn vee op het veld. 1)
1) Gelijk vroeger een scheiding was geweest tussen Israël en de Egyptenaren (hoofdstuk 8:22 vv.), zo kwam nu ook een scheiding tussen die Egyptenaren, die, na het zien van zoveel wonderen, voor het woord van Israëls God beefden en degenen, die als farao hun hart verstokten.
22. Toen het tijdstip gekomen was, dat God (vs.18) voor het begin van de nieuwe plaag bepaald had, zei de HEERE tot Mozes: Strek uw hand uit naar de hemel, en er zal hagel zijn in geheel Egypte; over de mensen en over het vee, en over al het kruid van het veld in Egypte.
23. Toen strekte Mozes zijn staf naar de hemel; en de HEERE gaf donder en hagel, en het bliksemvuur schoot naar de aarde; en de HEERE liet hagel regenen over Egypte.
24. En er was hagel, en vuur in het midden van de hagels vervangen, (Hebreeuws hagel en vuur, dat in elkaar greep onder de hagel), vuur viel gelijktijdig met de hagel neer; hij was zeer zwaar, iets dergelijks in geheel Egypte nooit geweest, sedert het tot een volk geweest is.
25. En de hagel sloeg in geheel Egypte, alles, wat op het veld was, van de mensen af tot de beesten toe; ook sloeg de hagel al het kruid van het veld, en verbrak al het geboomte van het veld. De hagel richtte een vreselijke verwoestingaan, zodat er bijna geen groen meer overbleef (hoofdstuk 10:5,15).
Dat woeden van de elementen en de losgebroken orkanen was wederom niet maar een woest en wild spel van de onstuimige en als uit de band gesprongen natuur. Het was Gods wil en werk. Ook de natuur, in haar woeste uitbarstingen en ontzettendste, onstuimigste ogenblikken, blijft de volgzame en gewillige dienares van de Heere. Dat wil Gods woord u duidelijk doen voelen, gelijk farao en zijn onderdanen mede daardoor moesten leren, dat het is, gelijk Jehova het had gesproken (vs.14), niemand op aarde is zoals Hij. Immers ook aan het woeden van de opgeruide en opgezweepte natuur was een perk gesteld. “Alleen in het land Gosen waar de kinderen van Israël waren, daar was geen hagel.”.
26. Alleen in het land Gosen, waar de kinderen van Israël waren, daar was geen hagel. 1)
1) Onweders hebben in Beneden en Midden-Egypte soms plaats, doch alleen in de maanden december tot april. Het wonderbare van deze plaag ligt dus vooreerst in de voorafgegane aankondiging met de juiste vervulling, maar ook vooral in de ontzettende zwaarte van de hagelstenen en de verschoning van het land Gosen. De ontzettende biksems, welke daarbij als brandende fakkels onophoudelijk op aarde schoten, zijn zinnebeelden van de vuurijver van God, die de wederspannigen verteren zal. farao begint nu op te merken, dat God een verterend vuur is, en dat het vreselijk is in Zijn hand te vallen. (Hebr.10:31; 12:29)
Gosen wordt verschoond. Want in Gosen woont Israël. En bij Israël woont de Heere op bijzondere wijze. Waarlijk voor Israël ook wel een tijd, om het bij ervaring te leren kennen, dat het des Heeren volk is omwille van het Verbond en van de beloften, tevens het volk van de aanneming tot kinderen.
1) Deze belijdenis, indien zij werkelijk uit de diepte van zijn gemoed voortgekomen was, zou een teken van berouw zijn geweest. Maar Mozes erkent terstond, dat de vrees in het hart van de goddeloze niet leidt tot blijvende gehoorzaamheid. En dit is uit het vervolg van de zaak duidelijk geworden. Evenwel moet in gedachte gehouden worden, dat farao niet met voorbedachten rade bedrogen heeft, omdat hij, door schrik aangegrepen, op allerlei manier wel eerst God heeft trachten te verzoenen, maar kort daarop weer tot zijn vroegere manier is vervallen. Want ofschoon de goddelozen met vossenlist onderwerping vertonen als zij zich gewonnen zien, om verlossing van de plagen te verkrijgen, menen zij toch niet God met hun vleiende woorden om de tuin te leiden. Of liever, waar de nood dringt, zijn zij bereid op enige manier te onderhandelen en daarom bieden zij zoenoffers en schadevergoeding aan, maar nauwelijks is de vrees weer verdwenen, of opnieuw leven zij weer op, daar hun door geweld was afgeperst, wat zij beloofd hadden.
Gelijk hij Jehova de eer gaf van de rechtvaardigheid van diens oordelen, zo beschuldigde hij zichzelf en zijn volk van hardnekkigheid en onrechtvaardigheid. Het ware maar te wensen geweest, dat hij, die zijn zonden beleed, op de rechte wijze de verzoening hiervan gezocht had, maar omdat hij van de plagen verlost, in zijn zonden verhardde en zijn oude hardnekkigheid toonde, zo bleek daaruit, dat zijn boetvaardigheid en schuldbekentenis niet oprecht waren.
Dat is dan de belijdenis van een door en door goddeloos, voorzeker onbekeerlijk hart, in het uur van benauwdheid. Het is de angstkreet van de ziel en van de verbijsterende schrik, die voor een tijd tot matiging en bezinning stemt. Hier is eerst de vernedering, van tegenover de smadelijk bejegende Amramszonen nu graag en ongevraagd de minste te willen zijn; daarbij de ongevergde belijdenis van eigen verkeerd inzicht (chata); daarenboven de erkenning van Gods heilig recht bij het niet loochenen van eigen misdadig verzet evenmin als van dat van het volk.
28. Bidt vuriglijk tot de HEERE, (want het is genoeg). 1) Bidt dat geen donder van God, noch hagel meer zij, 2) hoewel wij het verdiend hadden, dat Zijn toorn ons vernietigde; dan zal ik u laten vertrekken, en gij zult niet langer blijven. 3)
1) In het Hebreeuws Rab, het is genoeg, of, het is voldoende. farao wil hiermee zeggen, dat deze plaag genoeg bij hem heeft uitgewerkt, dat hij nu bereid is het volk te laten vertrekken. Anderen zijn van mening, dat hij hiermee bedoeld heeft, dat de straf meer dan genoeg is geweest.
2) Wederom smeekt farao afwending van de plaag, maar vergeving van zonde vraagt hij niet.
3) Noch de boete, die farao hier doet, noch zijn geloofsbetuiging zijn recht. Wel is geen van beiden gelogen; maar er is boete zonder geloof (Matth.27:3 vv.) en geloof zonder boete (Jacobus 2:19). farao’s boete is door de ogenblikkelijke schrik teweeggebracht en zeer oppervlakkig, gelijk hij zegt: “Ik heb mij ditmaal verzondigd” (vs.27), en hoe weinig zijn geloof te vertrouwen is, zegt hem Mozes (vs.30) openlijk. De wereld siddert dikwijls voor de dood; is iemand het sterven nabij, dan wil hij dikwijls vroom worden. De een geeft zijn hart aan het ene, de ander aan iets anders, zolang hij leeft; maar vergeet zijn arme ziel. Bij het naderen van de dood, dan zijn er grote klachten, dan wil men zich aan God overgeven; maar ik vrees, dat de goddelijke genade, die hij altijd bespot heeft, bezwaarlijk zijn deel zal worden. (vrgl.Spreuken. 1:26 vv.).
29. Toen zei Mozes tot hem: Wanneer ik de stad uitgegaan zal zijn, deze plaats zal verlaten hebben, die door uw zonden zó ontheiligd is, dat hier niet eens meer een gebed mag uitgesproken worden (Genesis 18:33 Matth.10:14; 24:15), zo zal ik mijn handen uitbreiden voor de HEERE; de donder zal ophouden, en de hagel zal niet meer zijn; opdat gij, gelijk eerst door de plaag zelf, nu ook door het ophouden, weet, dat de aarde van de HEERE is, 1) en alzo ook uw land in Zijn macht is, om daaraan te doen naar Zijn welbehagen.
1) Hiermee wil Mozes farao doen gevoelen, of liever, gelast hem om uit het ophouden van de plaag te besluiten, dat de God van Israël ook Heer is van het land Egypte. Onder de “aarde”, beter vertaald door “land”, moet hier Egypte verstaan worden, omdat de donder en hagel zich alleen tot Egypte hadden bepaald.
30. Nochthans aangaande u en uw knechten, 1) weet ik, dat gij, ondanks al de tekenen, voor het aangezicht van de HEERE God nog niet vrezen zult. 2) Ik weet het, gij zult u niet bekeren, zodat gij u onder Zijn hand zou verootmoedigen: integendeel, gij zult voortgaan Hem tetrotseren, wanneer er enige verademing gekomen is (vs.34). Doch het mag genoeg zijn, dat gij God de eer geeft, die Zijn Naam toekomt (vs.28), en de Heere zich tenminste aan u verheerlijkt heeft, daar Hij zich niet meer in u en door u verheerlijken kan (vs.16).
1) Zulk een vrijmoedige berisping toont duidelijk, met hoe grote kloekmoedigheid de heilige profeet bezield was, die de woede van de gevaarlijke en wrede tiran voor niets achtend, niet aarzelt, hem met geheel zijn hof van goddeloosheid te beschuldigen. Het is dan ook niet aan twijfel onderhevig, of God heeft hen beteugeld, om hun handen van Mozes af te houden, daar het niet aan hun gematigdheid of zachtzinnigheid kon toegeschreven worden, dat zij, die van elders als meer dan bloeddorstig bekend staan, hem niet honderdmaal gedood hebben, terwijl hij hen zeer hevig aanviel. Overigens, uit deze standvastigheid blijkt ook, hoe hij is voortgevaren, nadat hij zijn eerste veldtocht gemaakt had, omdat hij tevoren, reeds van ver bevreesd voor de worp van de pijl, om bescherming gezocht had, en nu in het heetste van de strijd niet beefde.
Waarom doodt de koning de man niet, die de moed heeft zijn wereldlijke majesteit zo tegen te staan, en de moed heeft hem in het gezicht te zeggen, dat hij een huichelaar is, en evenals zijn priesters en dienaars, van de ware godsvrucht, het beginsel van de wijsheid, ver verwijderd. Er is iets groots in de moed van recht en waarheid, en alle goddelozen en huichelaars moeten voor zijn getuigenis verstommen. Zorg daarom dat gij in het geloof en de waarheid staat, en belijd dan open en vrij, al verenigden zich alle machten van de hel, tegen u; zij sidderen voor u, en kunnen u door hun woeden geen haar krenken.
2) “Voor het aangezicht van de Heere God vrezen” wil zeggen, met een kinderlijke vrees jegens de Heere verkeren; met zulk een vrees, die samengaat en gevolgd wordt met en door een gewillig zich onderwerpen aan zijn wil. En dit, Mozes weet het, wordt bij farao niet gevonden. Wel is hij voor het ogenblik bereid, maar als straks de roede weer is opgeheven, zal hij weer de oude van vroeger zijn.
31. Het vlas nu en de gerst werd geslagen door de genoemde plaag, daar farao het zo ver had laten komen en zich niet eerder gebogen had; want de gerst was reeds in de aar, en het vlas was in de halm.
32. Maar de tarwe en spelt 1) werden niet door de hagel geslagen, zodat de oogst hier van nog niet vernield werd, want zij waren bedekt, 2) zij waren nog niet zo opgegroeid, of zij konden zich nog herstellen en vrucht geven.
1) Vlas en gerst komen in Egypte veel vroeger tot rijpheid dan tarwe en spelt; het laatste (Jesaja 28:25 Ezech.4:9) is een koren, dat overeenkomt met de gerst, en in verschillende soorten verbouwd wordt, en een fijner en witter meel, maar een hard en minder voedzaam brood geeft dan de tarwe. De plaag kwam waarschijnlijk in de maand maart; tot op de uittocht van de kinderen van Israël (hoofdstuk 12 en 13) verliepen dan nog ongeveer drie weken. In de Lutherse vertaling is in plaats van spelt, rogge vertaald, omdat wij, van spelt horende, ons een minder belangrijke veldvrucht zouden voorstellen; terwijl toch die vrucht bedoeld wordt, waarvan de Egyptenaars, gelijk wij van de rogge, gewoon waren brood te bakken.
2) Hebreeuws “omdat zij zacht waren”, d.w.z. nog geen aren hadden.
33. Zo ging Mozes, na de samenspraak (vs.27-30) van farao de stad, Zoan of Tamis (zie “Ex 5.1), uit, en breidde met sterke smekingen zijn handen tot de HEERE; en de donder en de hagel hielden op, en de regen werd niet meer uitgegoten op de aarde, 1) in het land Egypte.
1) Op een uitwendige belijdenis van zonde, geeft God reeds verademing. Zo ook later bij Achab. Nadat deze berouw had getoond, wordt de profeet andermaal tot hem gezonden, om hem aan te kondigen, dat de straf niet in zijn dagen zou komen. Hieruit leren wij, dat al is uiterlijk berouw zo het daarbij blijft, niet nut tot de zaligheid, het toch tot tijdelijke zegen kan zijn. Nationale bekering wordt gevolgd door nationale voorspoed en zegen.
Het kan verwondering opwekken, dat op een belijdenis, die ook Mozes terstond doorziet als niet oprecht, en die slechts het gevolg van een voorbijgaande vrees was, toch de voorbede geschiedt en verhoring vindt. Doch het is genoeg, dat farao God de eer gegeven heeft en zich gebogen heeft onder Gods geweldige hand. Zo gaf de Heer regen aan Israël, nadat het offer op Karmel de belijdenis had afgedwongen: “de Heer is God,” hoewel het spoedig bleek, dat Israël Baäl niet werkelijk verlaten had. Een uitwendige belijdenis van de waarheid, een uiterlijke dienst van God, een nalaten van openbare zonden, is reeds geen onverschillige zaak, hoewel ons ter zaligheid daarvan geen vrucht toekomt. De Heer wil hierop voor deze aard reeds een afzien van straffen doen volgen, opdat de mens ziet, dat Gods welgevallen reeds op het kleinste bewijs van erkenning van Zijn naam rust, en hij daardoor opgewekt zal worden de ware vrees van de Heer te begeren.
34. Toen echter farao zag, dat de regen en hagel, en de donder ophielden, zo verzondigde hij zich verder, en hij verzwaarde zijn hart, hij en zijn knechten, daar hij de indrukken, door dit laatste wonder ontvangen, evenals de vorige met geweld onderdrukte.
35. a) Alzo werd farao’s hart hoe langer hoe meer verstokt, dat hij de kinderen van Israël ook nu nog niet liet vertrekken, hoewel hij het weer beloofd had (hoofdstuk 8:28); b) gelijk als de HEERE gesproken had door Mozes, 1) dat het zijn zou.
a) Exodus. 4:21 b) Exodus. 7:3
1) Wederom neemt farao’s vermetelheid toe, door de verzachting van de straf; gelijk de veiligheid de verworpeling wapens tegen God in de hand geeft. Tenslotte evenwel doet Mozes zijn schuld als zo veel groter kennen, omdat hij er bijvoegt, dat dit door hem tevoren is voorspeld (vs.30). Wij hebben het reeds enkele malen gezien, dat de goddeloze koning zich verhardde, “gelijk de Heere tot Mozes gesproken had”; hier wordt nog meer gezegd, namelijk dit, dat Mozes zelf hem deze onveranderlijke hardnekkigheid heeft voorspeld.
Farao verachtte de goedertierenheid des Heeren, maar vergaderde zich ook daardoor toorn als een schat tegen de dag van Gods rechtvaardig oordeel, hier beneden reeds in aanvang aan hem voltrokken.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel