Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Toen deed Mozes de ganse vergadering der kinderen Israels verzamelen, en zeide tot hen: Dit zijn de woorden, die de HEERE geboden heeft, dat men ze doe.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Toen deed MozesH4872 de ganseH3605vergaderingH5712 der kinderenH1121IsraelsH3478verzamelenH6950, en zeideH559totH413 hen: DitH428 zijn de woordenH1697, die de HEEREH3068gebodenH6680 heeft, datH834 men ze doeH6213.Toen deed Mozes de ganse vergadering der kinderen Israels verzamelen, en zeide tot hen: Dit zijn de woorden, die de HEERE geboden heeft, dat men ze doe.
KJVAnd Moses2gathered1all the congregation5of the children6of Israel7together,and said8unto them, These are the words11which the LORD14hath commanded,13that ye should do
1וַיַּקְהֵ֣לH6950vergaderden, vergaderde, verzameldeassemble (selves) (together), gather (selves) (together)2מֹשֶׁ֗הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5עֲדַ֛תH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)6בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9אֲלֵהֶ֑םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10אֵ֚לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)11הַדְּבָרִ֔יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work12אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order14יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15לַעֲשֹׂ֥תH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use16אֹתָֽםH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
2Zes dagen zal men het werk doen; maar op den zevenden dag zal ulieden heiligheid zijn, een sabbat der rust den HEERE; al wie daarop werk doet, zal gedood worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2ZesH8337dagenH3117 zal men het werkH4399doenH6213; maar op den zevendenH7637dagH3117 zal ulieden heiligheidH6944zijnH1961, een sabbatH7676 der rustH7677 den HEEREH3068; alH3605 wie daarop werkH4399doetH6213, zal gedoodH4191 worden.Zes dagen zal men het werk doen; maar op den zevenden dag zal ulieden heiligheid zijn, een sabbat der rust den HEERE; al wie daarop werk doet, zal gedood worden.
KJVSix1days2shall work4be done,3but on the seventh6day5there shall be to you an holy day,9a sabbath10of rest11to the LORD:12whosoever doeth14work16therein shall be put to death.
1שֵׁ֣שֶׁתH8337zes, zeshonderd, zestiensix(-teen, -teenth), sixth2יָמִים֮H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3תֵּעָשֶׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use4מְלָאכָה֒H4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)5וּבַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6הַשְּׁבִיעִ֗יH7637zevenden, zevende, zevenseventh (time)7יִהְיֶ֨הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use8לָכֶ֥ם9קֹ֛דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary10שַׁבַּ֥תH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath11שַׁבָּת֖וֹןH7677rust, rusterest, sabbath12לַיהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14הָעֹשֶׂ֥הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use15ב֛וֹ16מְלָאכָ֖הH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)17יוּמָֽתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
3Gij zult geen vuur aansteken in enige uwer woningen op den sabbatdag.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Gij zult geenH3808vuurH784aanstekenH1197 in enigeH3605 uwer woningenH4186 op den sabbatdagH7676.Gij zult geen vuur aansteken in enige uwer woningen op den sabbatdag.
KJVYe shall kindle2no fire3throughout your habitations5upon the sabbath7day.
1לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2תְבַעֲר֣וּH1197wegdoen, branden, aangestokenbe brutish, bring (put, take) away, burn, (cause to) eat (up), feed, heat, kindle, set (on fire), waste3אֵ֔שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot4בְּכֹ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5מֹשְׁבֹֽתֵיכֶ֑םH4186woningen, woning, zitplaatsassembly, dwell in, dwelling(-place), wherein (that) dwelt (in), inhabited place, seat, sitting, situation, sojourning6בְּי֖וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7הַשַּׁבָּֽתH7676sabbat, sabbatten, sabbatdag([phrase] every) sabbath
4Verder sprak Mozes tot de ganse vergadering der kinderen Israels, zeggende: Dit is het woord, dat de HEERE geboden heeft, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Verder sprakH559MozesH4872totH413 de ganseH3605vergaderingH5712 der kinderenH1121IsraelsH3478, zeggendeH559: DitH2088 is het woordH1697, dat de HEEREH3068gebodenH6680 heeft, zeggendeH559:Verder sprak Mozes tot de ganse vergadering der kinderen Israels, zeggende: Dit is het woord, dat de HEERE geboden heeft, zeggende:
KJVAnd Moses2spake1unto all the congregation5of the children6of Israel,7saying,8This is the thing10which the LORD13commanded,12saying,
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5עֲדַ֥תH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)6בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9זֶ֣הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)10הַדָּבָ֔רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work11אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12צִוָּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order13יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14לֵאמֹֽרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
5Neemt van hetgeen, dat gijlieden hebt, een hefoffer den HEERE; een ieder, wiens hart vrijwillig is, zal het brengen, ten hefoffer des HEEREN: goud, en zilver, en koper;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5NeemtH3947vanH854 hetgeen, dat gijlieden hebt, een hefofferH8641 den HEEREH3068; een iederH3605, wiens hartH3820vrijwilligH5081 is, zal het brengenH935, ten hefofferH8641 des HEERENH3068: goudH2091, en zilverH3701, en koperH5178;Neemt van hetgeen, dat gijlieden hebt, een hefoffer den HEERE; een ieder, wiens hart vrijwillig is, zal het brengen, ten hefoffer des HEEREN: goud, en zilver, en koper;
KJVTake1ye from among you an offering3unto the LORD:4whosoever5is of a willing6heart,7let him bring8it, an offering10of the LORD;11gold,12and silver,13and brass,
1קְח֨וּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2מֵֽאִתְּכֶ֤םH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix3תְּרוּמָה֙H8641hefoffer, hefofferen, heffinggift, heave offering (shoulder), oblation, offered(-ing)4לַֽיהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5כֹּ֚לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6נְדִ֣יבH5081prinsen, vrijwilligen, edelenfree, liberal (things), noble, prince, willing (hearted)7לִבּ֔וֹH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom8יְבִיאֶ֕הָH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10תְּרוּמַ֣תH8641hefoffer, hefofferen, heffinggift, heave offering (shoulder), oblation, offered(-ing)11יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12זָהָ֥בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather13וָכֶ֖סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)14וּנְחֹֽשֶׁתH5178koperen, koper, kopersbrasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel
6Als ook hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn linnen, en geiten haar;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Als ook hemelsblauwH8504, en purperH713, en scharlakenH8144, en fijn linnenH8336, en geitenH5795 haar;Als ook hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn linnen, en geiten haar;
KJVAnd blue,1and purple,2and scarlet,4and fine linen,5and goats'
7En roodgeverfde ramsvellen, en dassenvellen, en sittimhout;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En roodgeverfdeH119ramsvellenH352, en dassenvellenH8476, en sittimhoutH7848;En roodgeverfde ramsvellen, en dassenvellen, en sittimhout;
8En olie tot den luchter, en specerijen ter zalfolie, en tot roking welriekende specerijen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En olieH8081 tot den luchterH3974, en specerijen ter zalfolieH4888, en tot rokingH7004 welriekende specerijen;En olie tot den luchter, en specerijen ter zalfolie, en tot roking welriekende specerijen;
Ook in dit vers
specerijenH1314
specerijenH5561
KJVAnd oil1for the light,2and spices3for anointing5oil,4and for the sweet7incense,
9En sardonixstenen, en vervullende stenen, tot den efod en tot den borstlap.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En sardonixstenenH7718, en vervullendeH4394stenenH68, tot den efodH646 en tot den borstlapH2833.En sardonixstenen, en vervullende stenen, tot den efod en tot den borstlap.
KJVAnd onyx2stones,1and stones3to be set4for the ephod,5and for the breastplate.
10En allen, die wijs van hart zijn onder ulieden, zullen komen, en maken alles, wat de HEERE geboden heeft:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En allenH3605, die wijsH2450 van hartH3820 zijn onder ulieden, zullen komenH935, en makenH6213 alles, watH834 de HEEREH3068gebodenH6680 heeft:En allen, die wijs van hart zijn onder ulieden, zullen komen, en maken alles, wat de HEERE geboden heeft:
KJVAnd every wise2hearted3among you shall come,5and make6all that the LORD11hath commanded;
1וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2חֲכַםH2450wijzen, wijs, wijzecunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man)3לֵ֖בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom4בָּכֶ֑ם5יָבֹ֣אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way6וְיַעֲשׂ֔וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7אֵ֛תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10צִוָּ֖הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order11יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
11De tabernakel, zijn tent en zijn deksel, zijn haakjes en zijn berderen, zijn richelen, zijn pilaren, en zijn voeten;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11De tabernakelH4908, zijn tentH168 en zijn dekselH4372, zijn haakjesH7165 en zijn berderenH7175, zijn richelenH1280, zijn pilarenH5982, en zijn voetenH134;De tabernakel, zijn tent en zijn deksel, zijn haakjes en zijn berderen, zijn richelen, zijn pilaren, en zijn voeten;
KJVThe tabernacle,2his tent,4and his covering,6his taches,8and his boards,10his bars,12his pillars,14and his sockets,
1אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2הַ֨מִּשְׁכָּ֔ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent3אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4אָהֳל֖וֹH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6מִכְסֵ֑הוּH4372deksel, dassendekselcovering7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8קְרָסָיו֙H7165haakjestache9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10קְרָשָׁ֔יוH7175berderen, berdbench, board11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12בְּרִיחָ֕וH1280grendelen, richelen, grendelbar, fugitive13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14עַמֻּדָ֖יוH5982pilaren, pilaar, wolkkolom[idiom] apiece, pillar15וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16אֲדָנָֽיוH134voeten, grondvesten, voetfoundation, socket
12De ark en haar handbomen, het verzoendeksel en den voorhang des deksels;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12De arkH727 en haar handbomenH905, het verzoendekselH3727 en den voorhangH6532 des dekselsH4539;De ark en haar handbomen, het verzoendeksel en den voorhang des deksels;
KJVThe ark,2and the staves4thereof, with the mercy seat,6and the vail8of the covering,
1אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2הָאָרֹ֥ןH727ark, kistark, chest, coffin3וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4בַּדָּ֖יוH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הַכַּפֹּ֑רֶתH3727verzoendeksel, verzoendekselsmercy seat7וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8פָּרֹ֥כֶתH6532voorhang, voorhangsvail9הַמָּסָֽךְH4539deksel, dekselscovering, curtain, hanging
13De tafel en haar handbomen, en al haar gereedschap, en de toonbroden;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13De tafelH7979 en haar handbomenH905, en alH3605 haar gereedschapH3627, en de toonbrodenH6440;De tafel en haar handbomen, en al haar gereedschap, en de toonbroden;
KJVThe table,2and his staves,4and all his vessels,7and the shewbread,10
1אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2הַשֻּׁלְחָ֥ןH7979tafel, tafelen, tafelstable3וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4בַּדָּ֖יוH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength5וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7כֵּלָ֑יוH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever8וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9לֶ֥חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals10הַפָּנִֽיםH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you
14En den kandelaar tot het licht, en zijn gereedschap, en zijn lampen, en de olie tot het licht;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En den kandelaarH4501 tot het lichtH3974, en zijn gereedschapH3627, en zijn lampenH5216, en de olieH8081 tot het lichtH3974;En den kandelaar tot het licht, en zijn gereedschap, en zijn lampen, en de olie tot het licht;
KJVThe candlestick2also for the light,3and his furniture,5and his lamps,7with the oil9for the light,
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2מְנֹרַ֧תH4501kandelaar, kandelaars, kandelarencandlestick3הַמָּא֛וֹרH3974licht, luchter, lichtenbright, light4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כֵּלֶ֖יהָH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever6וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7נֵרֹתֶ֑יהָH5216lampen, lamp, Lampcandle, lamp, light8וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9שֶׁ֥מֶןH8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine10הַמָּאֽוֹרH3974licht, luchter, lichtenbright, light
15En het reukaltaar, en zijn handbomen, en de zalfolie, en het reukwerk van welriekende specerijen; en het deksel der deur aan de deur des tabernakels;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En het reukaltaarH7004, en zijn handbomenH905, en de zalfolieH4888, en het reukwerkH7004 van welriekende specerijenH5561; en het dekselH4539 der deurH6607 aan de deur des tabernakelsH4908;En het reukaltaar, en zijn handbomen, en de zalfolie, en het reukwerk van welriekende specerijen; en het deksel der deur aan de deur des tabernakels;
KJVAnd the incense3altar,2and his staves,5and the anointing8oil,7and the sweet11incense,10and the hanging13for the door at the entering in14of the tabernacle,
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2מִזְבַּ֤חH4196altaar, altaren, altaarsaltar3הַקְּטֹ֨רֶת֙H7004reukwerk, reukwerks, reukaltaar(sweet) incense, perfume4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5בַּדָּ֔יוH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength6וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7שֶׁ֣מֶןH8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine8הַמִּשְׁחָ֔הH4888zalfolie, zalving, zalve(to be) anointed(-ing), ointment9וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10קְטֹ֣רֶתH7004reukwerk, reukwerks, reukaltaar(sweet) incense, perfume11הַסַּמִּ֑יםH5561specerijen, rokingsweet (spice)12וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13מָסַ֥ךְH4539deksel, dekselscovering, curtain, hanging14הַפֶּ֖תַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place15לְפֶ֥תַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place16הַמִּשְׁכָּֽןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent
16Het altaar des brandoffers, en den koperen rooster, dien het hebben zal, zijn handbomen, en al zijn gereedschappen; het wasvat en zijn voet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Het altaarH4196 des brandoffersH5930, en den koperenH5178roosterH4345, dienH834 het hebben zal, zijn handbomenH905, en alH3605 zijn gereedschappenH3627; het wasvatH3595 en zijn voetH3653.Het altaar des brandoffers, en den koperen rooster, dien het hebben zal, zijn handbomen, en al zijn gereedschappen; het wasvat en zijn voet.
KJVThe altar2of burnt offering,3with his brasen6grate,5his staves,10and all his vessels,13the laver15and his foot,
1אֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2מִזְבַּ֣חH4196altaar, altaren, altaarsaltar3הָעֹלָ֗הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5מִכְבַּ֤רH4345rooster, roostersgrate6הַנְּחֹ֨שֶׁת֙H5178koperen, koper, kopersbrasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel7אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8ל֔וֹ9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10בַּדָּ֖יוH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength11וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13כֵּלָ֑יוH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15הַכִּיֹּ֖רH3595wasvat, wasvaten, haardhearth, laver, pan, scaffold16וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17כַּנּֽוֹH3653voet, staat, rechtbase, estate, foot, office, place, well
17De behangselen des voorhofs, zijn pilaren en zijn voeten; en het deksel van de poort des voorhofs;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17De behangselenH7050 des voorhofsH2691, zijn pilarenH5982 en zijn voetenH134; en het dekselH4539 van de poortH8179 des voorhofsH2691;De behangselen des voorhofs, zijn pilaren en zijn voeten; en het deksel van de poort des voorhofs;
KJVThe hangings2of the court,3his pillars,5and their sockets,7and the hanging9for the door10of the court,
1אֵ֚תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2קַלְעֵ֣יH7050behangselen, slinger, slingerstenenhanging, leaf, sling3הֶחָצֵ֔רH2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5עַמֻּדָ֖יוH5982pilaren, pilaar, wolkkolom[idiom] apiece, pillar6וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7אֲדָנֶ֑יהָH134voeten, grondvesten, voetfoundation, socket8וְאֵ֕תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9מָסַ֖ךְH4539deksel, dekselscovering, curtain, hanging10שַׁ֥עַרH8179poort, poorten, stadspoortcity, door, gate, port ([idiom] -er)11הֶחָצֵֽרH2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village
18De nagelen des tabernakels, en de pennen des voorhofs, met derzelver zelen;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18De nagelenH3489 des tabernakelsH4908, en de pennenH3489 des voorhofsH2691, met derzelver zelenH4340;De nagelen des tabernakels, en de pennen des voorhofs, met derzelver zelen;
KJVThe pins2of the tabernacle,3and the pins5of the court,6and their cords,
1אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2יִתְדֹ֧תH3489pennen, nagel, pinnail, paddle, pin, stake3הַמִּשְׁכָּ֛ןH4908tabernakel, tabernakels, woningendwelleth, dwelling (place), habitation, tabernacle, tent4וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5יִתְדֹ֥תH3489pennen, nagel, pinnail, paddle, pin, stake6הֶחָצֵ֖רH2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8מֵיתְרֵיהֶֽםH4340zelen, koorden, pezencord, string
19De ambtsklederen om in het heilige te dienen, de heilige klederen van den priester Aaron, en de klederen zijner zonen, om het priesterambt te bedienen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19De ambtsklederenH899 om in het heiligeH6944 te dienenH8334, de heiligeH6944klederenH899 van den priesterH3548AaronH175, en de klederenH899 zijner zonenH1121, om het priesterambt te bedienen.De ambtsklederen om in het heilige te dienen, de heilige klederen van den priester Aaron, en de klederen zijner zonen, om het priesterambt te bedienen.
Ook in dit vers
priesterambt bedienenH3547
KJVThe cloths2of service,3to do service4in the holy5place, the holy8garments7for Aaron9the priest,10and the garments12of his sons,13to minister in the priest's office.
1אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2בִּגְדֵ֥יH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe3הַשְּׂרָ֖דH8278service4לְשָׁרֵ֣תH8334dienen, dienaars, diendeminister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on5בַּקֹּ֑דֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7בִּגְדֵ֤יH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe8הַקֹּ֨דֶשׁ֙H6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary9לְאַהֲרֹ֣ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron10הַכֹּהֵ֔ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer11וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12בִּגְדֵ֥יH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe13בָנָ֖יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth14לְכַהֵֽןH3547priesterambt bedienen, priesterambt, bedienendeck, be (do the office of a, execute the, minister in the) priest('s office)
20Toen ging de ganse vergadering der kinderen Israels uit van voor het aangezicht van Mozes.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Toen ging de ganseH3605vergaderingH5712 der kinderenH1121IsraelsH3478 uit van voor het aangezichtH6440 van MozesH4872.Toen ging de ganse vergadering der kinderen Israels uit van voor het aangezicht van Mozes.
KJVAnd all the congregation3of the children4of Israel5departed1from the presence6of Moses.
1וַיֵּֽצְא֛וּH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3עֲדַ֥תH5712vergadering, gemeente, bijenzwermassembly, company, congregation, multitude, people, swarm. Compare H5713 (עֵדָה)4בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6מִלִּפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7מֹשֶֽׁהH4872Mozes, Mozes', mozesMoses
21En zij kwamen, alle man, wiens hart hem bewoog, en een ieder, wiens geest hem vrijwillig maakte, die brachten des HEEREN hefoffer tot het werk van de tent der samenkomst, en tot al haar dienst, en tot de heilige klederen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En zij kwamen, alleH3605manH376, wiens hartH3820 hem bewoogH5375, en een iederH3605, wiens geestH7307 hem vrijwilligH5068 maakte, dieH834brachtenH935 des HEERENH3068hefofferH8641 tot het werkH4399 van de tentH168 der samenkomstH4150, en tot alH3605 haar dienstH5656, en tot de heiligeH6944klederenH899.En zij kwamen, alle man, wiens hart hem bewoog, en een ieder, wiens geest hem vrijwillig maakte, die brachten des HEEREN hefoffer tot het werk van de tent der samenkomst, en tot al haar dienst, en tot de heilige klederen.
KJVAnd they came,1every one3whose4heart6stirred him up,5and every one whom his spirit10made willing,9and they brought12the LORD'S15offering14to the work16of the tabernacle17of the congregation,18and for all his service,20and for the holy22garments.
1וַיָּבֹ֕אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3אִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)4אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5נְשָׂא֣וֹH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield6לִבּ֑וֹH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom7וְכֹ֡לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8אֲשֶׁר֩H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9נָדְבָ֨הH5068vrijwillig, gewillig aangeboden, vrijwillig gegevenoffer freely, be (give, make, offer self) willing(-ly)10רוּח֜וֹH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)11אֹת֗וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12הֵ֠בִיאוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14תְּרוּמַ֨תH8641hefoffer, hefofferen, heffinggift, heave offering (shoulder), oblation, offered(-ing)15יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16לִמְלֶ֨אכֶתH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)17אֹ֤הֶלH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent18מוֹעֵד֙H4150samenkomst, gezette hoogtijden, tijdappointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)19וּלְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)20עֲבֹ֣דָת֔וֹH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought21וּלְבִגְדֵ֖יH899klederen, kleed, ambtsklederenapparel, cloth(-es, ing), garment, lap, rag, raiment, robe, [idiom] very (treacherously), vesture, wardrobe22הַקֹּֽדֶשׁH6944heilige, heiligheid, heiligdomsconsecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary
22Zo kwamen dan de mannen met de vrouwen, alle vrijwilligen van hart; zij brachten haken, en oorsierselen, en ringen, en spanselen, alle gouden vaten; en alle man, die een gouden beweegoffer den HEERE offerde,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Zo kwamen dan de mannenH582 met de vrouwenH802, alleH3605vrijwilligenH5081 van hartH935; zij brachten hakenH2397, en oorsierselenH5141, en ringenH2885, en spanselenH3558, alleH3605goudenH2091vatenH3627; en alleH3605manH376, dieH834 een goudenH2091beweegofferH8573 den HEEREH3068offerdeH5130,Zo kwamen dan de mannen met de vrouwen, alle vrijwilligen van hart; zij brachten haken, en oorsierselen, en ringen, en spanselen, alle gouden vaten; en alle man, die een gouden beweegoffer den HEERE offerde,
KJVAnd they came,1both3menand women,4as many as5were willing6hearted,7and brought8bracelets,9and earrings,10and rings,11and tablets,12all jewels14of gold:15and every man2that offered19offered an offering20of gold21unto the LORD.
1וַיָּבֹ֥אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2הָאֲנָשִׁ֖יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4הַנָּשִׁ֑יםH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English5כֹּ֣לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6נְדִ֣יבH5081prinsen, vrijwilligen, edelenfree, liberal (things), noble, prince, willing (hearted)7לֵ֗בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom8הֵ֠בִיאוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9חָ֣חH2397haken, haakbracelet, chain, hook10וָנֶ֜זֶםH5141voorhoofdsiersel, oorsierselen, voorhoofdsierselenearring, jewel11וְטַבַּ֤עַתH2885ringen, ring, vingerringring12וְכוּמָז֙H3558gordel, spanselentablet13כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14כְּלִ֣יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever15זָהָ֔בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather16וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17אִ֕ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)18אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection19הֵנִ֛יףH5130bewegen, bewoog, bewogenlift up, move, offer, perfume, send, shake, sift, strike, wave20תְּנוּפַ֥תH8573beweegoffer, beweegoffers, beweegborstoffering, shaking, wave (offering)21זָהָ֖בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather22לַיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
23En alle man, bij wien gevonden werd hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn linnen, en geiten haar, en roodgeverfde ramsvellen, en dassenvellen, die brachten ze.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En alleH3605manH376, bijH854 wien gevondenH4672 werd hemelsblauwH8504, en purperH713, en scharlakenH8144, en fijn linnenH8336, en geitenH5795 haar, en roodgeverfdeH119ramsvellenH352, en dassenvellenH8476, dieH834brachtenH935 ze.En alle man, bij wien gevonden werd hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn linnen, en geiten haar, en roodgeverfde ramsvellen, en dassenvellen, die brachten ze.
KJVAnd every man,2with whom was found4blue,6and purple,7and scarlet,9and fine linen,10and goats'11hair, and red14skins12of rams,13and badgers'16skins,15brought
1וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2אִ֞ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4נִמְצָ֣אH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on5אִתּ֗וֹH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix6תְּכֵ֧לֶתH8504hemelsblauw, hemelsblauwe, hemelsblauwenblue7וְאַרְגָּמָ֛ןH713purper, purperenpurple8וְתוֹלַ֥עַתH8438scharlaken, worm, karmozijncrimson, scarlet, worm9שָׁנִ֖יH8144scharlaken, dubbele klederen, scharlakendraadcrimson, scarlet (thread)10וְשֵׁ֣שׁH8336linnen, marmeren, marmer[idiom] blue, fine (twined) linen, marble, silk11וְעִזִּ֑יםH5795geiten, geit, geitenbok(she) goat, kid12וְעֹרֹ֨תH5785vel, huid, vellenhide, leather, skin13אֵילִ֧םH352ram, rammen, postenmighty (man), lintel, oak, post, ram, tree14מְאָדָּמִ֛יםH119roodgeverfde, rood, roderbe (dyed, made) red (ruddy)15וְעֹרֹ֥תH5785vel, huid, vellenhide, leather, skin16תְּחָשִׁ֖יםH8476dassenvellenbadger17הֵבִֽיאוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way
24Allen, die een hefoffer van zilver of koper offerden, die brachten het ten hefoffer des HEEREN; en allen, bij welke sittimhout gevonden werd, brachten het tot alle werk van den dienst.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Allen, die een hefofferH8641 van zilverH3701 of koperH5178offerdenH7311, die brachtenH935 het ten hefofferH8641 des HEERENH3068; en allenH3605, bij welkeH834sittimhoutH7848gevondenH4672 werd, brachtenH935 het tot alleH3605werkH4399 van den dienstH5656.Allen, die een hefoffer van zilver of koper offerden, die brachten het ten hefoffer des HEEREN; en allen, bij welke sittimhout gevonden werd, brachten het tot alle werk van den dienst.
KJVEvery one that did offer2an offering3of silver4and brass5brought6the LORD'S9offering:8and every man, with whom was found12shittim15wood14for any work17of the service,18brought
1כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2מֵרִ֗יםH7311verhoogd, verhogen, offerenbring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms3תְּר֤וּמַתH8641hefoffer, hefofferen, heffinggift, heave offering (shoulder), oblation, offered(-ing)4כֶּ֨סֶף֙H3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)5וּנְחֹ֔שֶׁתH5178koperen, koper, kopersbrasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel6הֵבִ֕יאוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way7אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8תְּרוּמַ֣תH8641hefoffer, hefofferen, heffinggift, heave offering (shoulder), oblation, offered(-ing)9יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10וְכֹ֡לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11אֲשֶׁר֩H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12נִמְצָ֨אH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on13אִתּ֜וֹH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix14עֲצֵ֥יH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood15שִׁטִּ֛יםH7848sittimhout, sittim, sittimboomshittah, shittim. See also H1029 (בֵּית הַשִּׁטָּה)16לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17מְלֶ֥אכֶתH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)18הָעֲבֹדָ֖הH5656dienst, dienstwerk, dienstbaarheidact, bondage, [phrase] bondservant, effect, labour, ministering(-try), office, service(-ile, -itude), tillage, use, work, [idiom] wrought19הֵבִֽיאוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way
25En alle vrouwen, die wijs van hart waren, sponnen met haar handen, en zij brachten het gesponnene, de hemelsblauwe zijde, en het purper, het scharlaken, en het fijn linnen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En alleH3605vrouwenH802, die wijsH2450 van hartH3820 waren, sponnenH2901 met haar handenH3027, en zij brachtenH935 het gesponneneH4299, de hemelsblauweH8504 zijde, en het purperH713, het scharlakenH8144, en het fijn linnenH8336.En alle vrouwen, die wijs van hart waren, sponnen met haar handen, en zij brachten het gesponnene, de hemelsblauwe zijde, en het purper, het scharlaken, en het fijn linnen.
KJVAnd all the women2that were wise3hearted4did spin6with their hands,5and brought7that which they had spun,8both of blue,10and of purple,12and of scarlet,15and of fine linen.
1וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2אִשָּׁ֥הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English3חַכְמַתH2450wijzen, wijs, wijzecunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man)4לֵ֖בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom5בְּיָדֶ֣יהָH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves6טָו֑וּH2901sponnenspin7וַיָּבִ֣יאוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8מַטְוֶ֗הH4299gesponnenespun9אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הַתְּכֵ֨לֶת֙H8504hemelsblauw, hemelsblauwe, hemelsblauwenblue11וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12הָֽאַרְגָּמָ֔ןH713purper, purperenpurple13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14תּוֹלַ֥עַתH8438scharlaken, worm, karmozijncrimson, scarlet, worm15הַשָּׁנִ֖יH8144scharlaken, dubbele klederen, scharlakendraadcrimson, scarlet (thread)16וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17הַשֵּֽׁשׁH8336linnen, marmeren, marmer[idiom] blue, fine (twined) linen, marble, silk
26En alle vrouwen, welker hart haar bewoog in wijsheid, die sponnen het geiten haar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26En alleH3605vrouwenH802, welker hartH3820 haar bewoogH5375 in wijsheidH2451, dieH834sponnenH2901 het geitenH5795 haar.En alle vrouwen, welker hart haar bewoog in wijsheid, die sponnen het geiten haar.
KJVAnd all the women2whose heart5stirred4them up in wisdom7spun8goats'
1וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2הַ֨נָּשִׁ֔יםH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English3אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4נָשָׂ֥אH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield5לִבָּ֛ןH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom6אֹתָ֖נָהH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7בְּחָכְמָ֑הH2451wijsheid, Wijsheid, wijsskilful, wisdom, wisely, wit8טָו֖וּH2901sponnenspin9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הָעִזִּֽיםH5795geiten, geit, geitenbok(she) goat, kid
27De oversten nu brachten sardonixstenen en vulstenen, tot den efod en tot den borstlap;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27De overstenH5387 nu brachtenH935sardonixstenenH7718 en vulstenenH68, tot den efodH646 en tot den borstlapH2833;De oversten nu brachten sardonixstenen en vulstenen, tot den efod en tot den borstlap;
KJVAnd the rulers1brought2onyx5stones,4and stones7to be set,8for the ephod,9and for the breastplate;
1וְהַנְּשִׂאִ֣םH5387overste, oversten, vorstcaptain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour2הֵבִ֔יאוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way3אֵ֚תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4אַבְנֵ֣יH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)5הַשֹּׁ֔הַםH7718sardonixstenen, Sardonix, Sardonixstenenonyx6וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7אַבְנֵ֣יH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)8הַמִּלֻּאִ֑יםH4394vuloffers, vulofferen, vervullendeconsecration, be set9לָאֵפ֖וֹדH646efod, efods, lijfrokephod10וְלַחֹֽשֶׁןH2833borstlap, borstlapsbreastplate
28En specerijen en olie, tot den luchter en tot de zalfolie, en tot roking welriekende specerijen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28En specerijen en olieH8081, tot den luchterH3974 en tot de zalfolieH4888, en tot rokingH7004 welriekende specerijen.En specerijen en olie, tot den luchter en tot de zalfolie, en tot roking welriekende specerijen.
Ook in dit vers
specerijenH1314
specerijenH5561
KJVAnd spice,2and oil4for the light,5and for the anointing7oil,6and for the sweet9incense.
1וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2הַבֹּ֖שֶׂםH1314specerijen, specerij, specerijkalmussmell, spice, sweet (odour)3וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַשָּׁ֑מֶןH8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine5לְמָא֕וֹרH3974licht, luchter, lichtenbright, light6וּלְשֶׁ֨מֶן֙H8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine7הַמִּשְׁחָ֔הH4888zalfolie, zalving, zalve(to be) anointed(-ing), ointment8וְלִקְטֹ֖רֶתH7004reukwerk, reukwerks, reukaltaar(sweet) incense, perfume9הַסַּמִּֽיםH5561specerijen, rokingsweet (spice)
29Alle man en vrouw, welker hart hen vrijwillig bewoog te brengen tot al het werk, hetwelk de HEERE geboden had te maken door de hand van Mozes; dat brachten de kinderen Israels tot een vrijwillig offer den HEERE.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29AlleH3605manH376 en vrouwH802, welker hartH3820 hen vrijwillig bewoogH5068 te brengenH935 tot alH3605 het werkH4399, hetwelkH834 de HEEREH3068gebodenH6680 had te makenH6213 door de handH3027 van MozesH4872; dat brachtenH935 de kinderenH1121IsraelsH3478 tot een vrijwillig offerH5071 den HEEREH3068.Alle man en vrouw, welker hart hen vrijwillig bewoog te brengen tot al het werk, hetwelk de HEERE geboden had te maken door de hand van Mozes; dat brachten de kinderen Israels tot een vrijwillig offer den HEERE.
KJVThe children18of Israel19brought8a willing offering20unto the LORD,13every man2and woman,3whose4heart6made them willing5to bring17for all manner of work,10which the LORD21had commanded12to be made14by the hand15of Moses.
1כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3וְאִשָּׁ֗הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English4אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5נָדַ֣בH5068vrijwillig, gewillig aangeboden, vrijwillig gegevenoffer freely, be (give, make, offer self) willing(-ly)6לִבָּם֮H3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom7אֹתָם֒H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8לְהָבִיא֙H935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10הַמְּלָאכָ֔הH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)11אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12צִוָּ֧הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order13יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14לַעֲשׂ֖וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use15בְּיַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves16מֹשֶׁ֑הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses17הֵבִ֧יאוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way18בְנֵיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth19יִשְׂרָאֵ֛לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael20נְדָבָ֖הH5071vrijwillig offer, vrijwillige offeren, vrijwillige gavefree(-will) offering, freely, plentiful, voluntary(-ily, offering), willing(-ly), offering)21לַיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
30Daarna zeide Mozes tot de kinderen Israels: Ziet, de HEERE heeft met name geroepen Bezaleel, den zoon van Uri, den zoon van Hur, van den stam van Juda.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30Daarna zeideH559MozesH4872totH413 de kinderenH1121IsraelsH3478: ZietH7200, de HEEREH3068 heeft met nameH8034geroepenH7121BezaleelH1212, den zoonH1121 van UriH221, den zoonH1121 van HurH2354, van den stamH4294 van JudaH3063.Daarna zeide Mozes tot de kinderen Israels: Ziet, de HEERE heeft met name geroepen Bezaleel, den zoon van Uri, den zoon van Hur, van den stam van Juda.
KJVAnd Moses2said1unto the children4of Israel,5See,6the LORD8hath called7by name9Bezaleel10the son11of Uri,12the son13of Hur,14of the tribe15of Judah;
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מֹשֶׁה֙H4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6רְא֛וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions7קָרָ֥אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say8יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9בְּשֵׁ֑םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report10בְּצַלְאֵ֛לH1212BezaleelBezaleel11בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12אוּרִ֥יH221UriUri13בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth14ח֖וּרH2354HurHur15לְמַטֵּ֥הH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe16יְהוּדָֽהH3063JudaJudah
31En de Geest Gods heeft hem vervuld met wijsheid, met verstand, en met wetenschap, namelijk in alle handwerk;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31En de GeestH7307GodsH430 heeft hem vervuldH4390 met wijsheidH2451, met verstandH8394, en met wetenschapH1847, namelijk in alleH3605handwerkH4399;En de Geest Gods heeft hem vervuld met wijsheid, met verstand, en met wetenschap, namelijk in alle handwerk;
KJVAnd he hath filled1him with the spirit3of God,4in wisdom,5in understanding,6and in knowledge,7and in all manner of workmanship;
1וַיְמַלֵּ֥אH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly2אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3ר֣וּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)4אֱלֹהִ֑יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5בְּחָכְמָ֛הH2451wijsheid, Wijsheid, wijsskilful, wisdom, wisely, wit6בִּתְבוּנָ֥הH8394verstand, verstandigheid, verstandsdiscretion, reason, skilfulness, understanding, wisdom7וּבְדַ֖עַתH1847wetenschap, kennis, kennencunning, (ig-) norantly, know(-ledge), (un-) awares (wittingly)8וּבְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9מְלָאכָֽהH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)
32En om te bedenken vernuftigen arbeid, te werken in goud, en in zilver, en in koper,
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32En om te bedenkenH2803vernuftigen arbeidH4284, te werkenH6213 in goudH2091, en in zilverH3701, en in koperH5178,En om te bedenken vernuftigen arbeid, te werken in goud, en in zilver, en in koper,
KJVAnd to devise1curious works,2to work3in gold,4and in silver,5and in brass,
33En in kunstige steensnijding, om in te zetten, en in kunstige houtsnijding; om te werken in alle vernuftige handwerk.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33En in kunstige steensnijdingH2799, om in te zettenH4390, en in kunstige houtsnijdingH2799; om te werkenH6213 in alleH3605vernuftigeH4284handwerkH4399.En in kunstige steensnijding, om in te zetten, en in kunstige houtsnijding; om te werken in alle vernuftige handwerk.
KJVAnd in the cutting1of stones,2to set3them, and in carving4of wood,5to make6any manner of cunning9work.
1וּבַחֲרֹ֥שֶׁתH2799kunstige houtsnijding, kunstige steensnijdingcarving, cutting2אֶ֛בֶןH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)3לְמַלֹּ֖אתH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly4וּבַחֲרֹ֣שֶׁתH2799kunstige houtsnijding, kunstige steensnijdingcarving, cutting5עֵ֑ץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood6לַעֲשׂ֖וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8מְלֶ֥אכֶתH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)9מַחֲשָֽׁבֶתH4284gedachten, gedachte, vernuftigen arbeidcunning (work), curious work, device(-sed), imagination, invented, means, purpose, thought
34Hij heeft hem ook in zijn hart gegeven anderen te onderwijzen, hem en Aholiab, den zoon van Ahisamach, van den stam van Dan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34Hij heeft hem ook in zijn hartH3820gegevenH5414 anderen te onderwijzenH3384, hem en AholiabH171, den zoonH1121 van AhisamachH294, van den stamH4294 van Dan.Hij heeft hem ook in zijn hart gegeven anderen te onderwijzen, hem en Aholiab, den zoon van Ahisamach, van den stam van Dan.
KJVAnd he hath put2in his heart3that he may teach,1both he, and Aholiab,5the son6of Ahisamach,7of the tribe8of Dan.
1וּלְהוֹרֹ֖תH3384leren, schieten, schutters([phrase]) archer, cast, direct, inform, instruct, lay, shew, shoot, teach(-er,-ing), through2נָתַ֣ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield3בְּלִבּ֑וֹH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom4ה֕וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who5וְאָֽהֳלִיאָ֥בH171AholiabAholiab6בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7אֲחִיסָמָ֖ךְH294AhisamachAhisamach8לְמַטֵּהH4294stam, staf, stammenrod, staff, tribe9דָֽןH1835DanDaniel
35Hij heeft hen vervuld met wijsheid des harten, om te maken alle werk eens werkmeesters, en des allervernuftigsten handwerkers, en des borduurders en hemelsblauw, en in purper, in scharlaken, en in fijn linnen, en des wevers; makende alle werk, en bedenkende vernuftigen arbeid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35Hij heeft hen vervuldH4390 met wijsheidH2451 des hartenH3820, om te maken alle werkH4399 eens werkmeestersH2796, en des allervernuftigstenH2803 handwerkers, en des borduurdersH7551 en hemelsblauwH8504, en in purperH713, in scharlakenH8144, en in fijn linnenH8336, en des weversH707; makendeH6213alleH3605werkH4399, en bedenkendeH2803vernuftigen arbeidH4284.Hij heeft hen vervuld met wijsheid des harten, om te maken alle werk eens werkmeesters, en des allervernuftigsten handwerkers, en des borduurders en hemelsblauw, en in purper, in scharlaken, en in fijn linnen, en des wevers; makende alle werk, en bedenkende vernuftigen arbeid.
KJVThem hath he filled1with wisdom3of heart,4to work5all manner of work,7of the engraver,8and of the cunning workman,9and of the embroiderer,10in blue,11and in purple,12in scarlet,14and in fine linen,15and of the weaver,16even of them that do17any6work,19and of those that devise20cunning work.
1מִלֵּ֨אH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly2אֹתָ֜םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3חָכְמַתH2451wijsheid, Wijsheid, wijsskilful, wisdom, wisely, wit4לֵ֗בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom5לַעֲשׂוֹת֮H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7מְלֶ֣אכֶתH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)8חָרָ֣שׁH2796werkmeesters, timmerlieden, werkmeesterartificer, ([phrase]) carpenter, craftsman, engraver, maker, [phrase] mason, skilful, ([phrase]) smith, worker, workman, such as wrought9וְחֹשֵׁב֒H2803geacht, gedacht, bedenken(make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think10וְרֹקֵ֞םH7551geborduurd, borduurder, borduurdersembroiderer, needlework, curiously work11בַּתְּכֵ֣לֶתH8504hemelsblauw, hemelsblauwe, hemelsblauwenblue12וּבָֽאַרְגָּמָ֗ןH713purper, purperenpurple13בְּתוֹלַ֧עַתH8438scharlaken, worm, karmozijncrimson, scarlet, worm14הַשָּׁנִ֛יH8144scharlaken, dubbele klederen, scharlakendraadcrimson, scarlet (thread)15וּבַשֵּׁ֖שׁH8336linnen, marmeren, marmer[idiom] blue, fine (twined) linen, marble, silk16וְאֹרֵ֑גH707weversboom, geweven, weversweaver(-r)17עֹשֵׂי֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use18כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)19מְלָאכָ֔הH4399werk, werks, handwerkbusiness, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship)20וְחֹשְׁבֵ֖יH2803geacht, gedacht, bedenken(make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think21מַחֲשָׁבֹֽתH4284gedachten, gedachte, vernuftigen arbeidcunning (work), curious work, device(-sed), imagination, invented, means, purpose, thought
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Exodus 35:1— Toen deed Mozes de ganse vergadering der kinderen Israels verzamelen, en zeide tot hen: Dit zijn de woorden, die de HEERE geboden heeft, dat men ze doe.Exodus 34:32→Romeinen 2:13→Exodus 25:1→Jakobus 1:22→Mattheüs 7:21→Exodus 31:1→
Exodus 35:2— Zes dagen zal men het werk doen; maar op den zevenden dag zal ulieden heiligheid zijn, een sabbat der rust den HEERE; al wie daarop werk doet, zal gedood worden.Exodus 20:9→Leviticus 23:3→Exodus 34:21→Numeri 15:32→Exodus 23:12→Hebreeën 2:2→Johannes 5:16→Exodus 31:13→
Exodus 35:3— Gij zult geen vuur aansteken in enige uwer woningen op den sabbatdag.Exodus 16:23→Numeri 15:32→Exodus 12:16→Jesaja 58:13→
Exodus 35:4— Verder sprak Mozes tot de ganse vergadering der kinderen Israels, zeggende: Dit is het woord, dat de HEERE geboden heeft, zeggende:Exodus 25:1→
Exodus 35:5— Neemt van hetgeen, dat gijlieden hebt, een hefoffer den HEERE; een ieder, wiens hart vrijwillig is, zal het brengen, ten hefoffer des HEEREN: goud, en zilver, en koper;Exodus 25:2→Psalmen 110:3→2 Korinthe 9:7→Markus 12:41→Richteren 5:9→2 Korinthe 8:11→
Exodus 35:6— Als ook hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn linnen, en geiten haar;Exodus 26:1→Exodus 28:5→Exodus 26:31→Exodus 28:15→Exodus 28:33→Exodus 26:36→Exodus 26:7→
Exodus 35:8— En olie tot den luchter, en specerijen ter zalfolie, en tot roking welriekende specerijen;Exodus 30:28→Exodus 25:1→Exodus 27:20→Exodus 30:23→
Exodus 35:9— En sardonixstenen, en vervullende stenen, tot den efod en tot den borstlap.Exodus 28:17→Exodus 25:5→Exodus 39:6→Exodus 28:9→
Exodus 35:10— En allen, die wijs van hart zijn onder ulieden, zullen komen, en maken alles, wat de HEERE geboden heeft:Exodus 31:1→Exodus 36:1→
Exodus 35:11— De tabernakel, zijn tent en zijn deksel, zijn haakjes en zijn berderen, zijn richelen, zijn pilaren, en zijn voeten;Exodus 26:1→Exodus 36:8→Exodus 31:7→
Exodus 35:12— De ark en haar handbomen, het verzoendeksel en den voorhang des deksels;Exodus 25:10→Exodus 36:35→Exodus 26:31→Exodus 37:1→Exodus 26:7→
Exodus 35:13— De tafel en haar handbomen, en al haar gereedschap, en de toonbroden;Exodus 25:23→Leviticus 24:5→Exodus 37:10→
Exodus 35:14— En den kandelaar tot het licht, en zijn gereedschap, en zijn lampen, en de olie tot het licht;Exodus 25:31→Mattheüs 5:14→Psalmen 148:3→Exodus 37:17→
Exodus 35:15— En het reukaltaar, en zijn handbomen, en de zalfolie, en het reukwerk van welriekende specerijen; en het deksel der deur aan de deur des tabernakels;Exodus 30:1→Exodus 26:36→Psalmen 141:2→Exodus 30:22→Exodus 37:25→Exodus 36:37→
Exodus 35:16— Het altaar des brandoffers, en den koperen rooster, dien het hebben zal, zijn handbomen, en al zijn gereedschappen; het wasvat en zijn voet.Exodus 27:1→Exodus 30:18→Exodus 38:1→
Exodus 35:17— De behangselen des voorhofs, zijn pilaren en zijn voeten; en het deksel van de poort des voorhofs;2 Samuël 7:2→Exodus 27:9→Exodus 38:9→
Exodus 35:18— De nagelen des tabernakels, en de pennen des voorhofs, met derzelver zelen;Exodus 27:19→
Exodus 35:19— De ambtsklederen om in het heilige te dienen, de heilige klederen van den priester Aaron, en de klederen zijner zonen, om het priesterambt te bedienen.Exodus 31:10→Exodus 39:1→Numeri 4:5→Exodus 28:1→Exodus 39:41→
Exodus 35:21— En zij kwamen, alle man, wiens hart hem bewoog, en een ieder, wiens geest hem vrijwillig maakte, die brachten des HEEREN hefoffer tot het werk van de tent der samenkomst, en tot al haar dienst, en tot de heilige klederen.Exodus 25:2→Exodus 35:29→Exodus 35:5→Exodus 35:22→Exodus 36:2→Exodus 35:26→Jeremia 30:21→Mattheüs 12:34→
Exodus 35:22— Zo kwamen dan de mannen met de vrouwen, alle vrijwilligen van hart; zij brachten haken, en oorsierselen, en ringen, en spanselen, alle gouden vaten; en alle man, die een gouden beweegoffer den HEERE offerde,Jesaja 60:13→2 Kronieken 24:9→Numeri 31:50→Markus 12:41→1 Kronieken 29:6→Nehemia 7:70→Exodus 32:3→Jesaja 3:19→
Exodus 35:23— En alle man, bij wien gevonden werd hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn linnen, en geiten haar, en roodgeverfde ramsvellen, en dassenvellen, die brachten ze.1 Kronieken 29:8→Exodus 25:2→Exodus 35:6→
Exodus 35:24— Allen, die een hefoffer van zilver of koper offerden, die brachten het ten hefoffer des HEEREN; en allen, bij welke sittimhout gevonden werd, brachten het tot alle werk van den dienst.2 Korinthe 8:12→
Exodus 35:25— En alle vrouwen, die wijs van hart waren, sponnen met haar handen, en zij brachten het gesponnene, de hemelsblauwe zijde, en het purper, het scharlaken, en het fijn linnen.Romeinen 16:6→Lukas 8:2→Spreuken 14:1→Filippenzen 4:3→Romeinen 16:12→Spreuken 31:19→Galaten 3:28→2 Koningen 23:7→
Exodus 35:26— En alle vrouwen, welker hart haar bewoog in wijsheid, die sponnen het geiten haar.Exodus 35:21→Exodus 35:29→Exodus 36:8→
Exodus 35:27— De oversten nu brachten sardonixstenen en vulstenen, tot den efod en tot den borstlap;1 Kronieken 29:6→Ezra 2:68→Exodus 35:9→
Exodus 35:28— En specerijen en olie, tot den luchter en tot de zalfolie, en tot roking welriekende specerijen.Exodus 30:23→Exodus 35:8→
Exodus 35:29— Alle man en vrouw, welker hart hen vrijwillig bewoog te brengen tot al het werk, hetwelk de HEERE geboden had te maken door de hand van Mozes; dat brachten de kinderen Israels tot een vrijwillig offer den HEERE.Exodus 35:4→Jesaja 8:20→1 Kronieken 29:9→1 Kronieken 29:14→Deuteronomium 11:32→Deuteronomium 12:32→Exodus 36:3→1 Korinthe 3:5→
Exodus 35:30— Daarna zeide Mozes tot de kinderen Israels: Ziet, de HEERE heeft met name geroepen Bezaleel, den zoon van Uri, den zoon van Hur, van den stam van Juda.Jakobus 1:17→Exodus 31:1→1 Korinthe 3:10→1 Korinthe 12:11→Jesaja 28:26→1 Korinthe 12:4→1 Koningen 7:13→
Exodus 35:31— En de Geest Gods heeft hem vervuld met wijsheid, met verstand, en met wetenschap, namelijk in alle handwerk;Kolossenzen 2:3→1 Korinthe 12:4→2 Kronieken 2:14→Jesaja 11:2→Jesaja 28:26→Jakobus 1:17→Jesaja 61:1→
Exodus 35:34— Hij heeft hem ook in zijn hart gegeven anderen te onderwijzen, hem en Aholiab, den zoon van Ahisamach, van den stam van Dan.Exodus 31:6→2 Kronieken 2:14→Ezra 7:10→1 Korinthe 12:7→Jesaja 28:24→Jakobus 1:16→Nehemia 2:12→1 Korinthe 1:5→
Exodus 35:35— Hij heeft hen vervuld met wijsheid des harten, om te maken alle werk eens werkmeesters, en des allervernuftigsten handwerkers, en des borduurders en hemelsblauw, en in purper, in scharlaken, en in fijn linnen, en des wevers; makende alle werk, en bedenkende vernuftigen arbeid.Exodus 35:31→1 Koningen 7:14→Jesaja 28:26→Exodus 31:6→Exodus 31:3→Galaten 3:5→1 Timotheüs 4:16→1 Korinthe 12:4→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Exodus 35 vers 1— Toen deed Mozes de ganse vergadering der kinderen Israels verzamelen, en zeide tot hen: Dit zijn de woorden, die de HEERE geboden heeft, dat men ze doe.
de woorden,
Anders, zaken, dingen; alzo ook vs.4, en elders.
Hertaald:de woorden,
Ook mogelijk: zaken, dingen; zo ook in vers 4 en elders.
Exodus 35 vers 2— Zes dagen zal men het werk doen; maar op den zevenden dag zal ulieden heiligheid zijn, een sabbat der rust den HEERE; al wie daarop werk doet, zal gedood worden.
heiligheid zijn,
Dat is, een heilige dag.
Hertaald:heiligheid zijn,
Dat is: een heilige dag.
Exodus 35 vers 3— Gij zult geen vuur aansteken in enige uwer woningen op den sabbatdag.
geen vuur aansteken
Te weten, om spijs te koken, Ex. 16:23. Of om te werken, maar men mocht het vuur ten brandoffer wel aansteken.
Hertaald:geen vuur aansteken
Namelijk: om voedsel te koken, Ex. 16:23. Of om te werken; maar men mocht het vuur voor het brandoffer wel aansteken.
enige uwer woningen
Hebreeuws, al uwe, enz.
Hertaald:enige uwer woningen
Hebreeuws: al uw woningen.
Exodus 35 vers 5— Neemt van hetgeen, dat gijlieden hebt, een hefoffer den HEERE; een ieder, wiens hart vrijwillig is, zal het brengen, ten hefoffer des HEEREN: goud, en zilver, en koper;
hetgeen,
Hebreeuws, dat bij ulieden is.
Hertaald:hetgeen,
Hebreeuws: wat bij u is.
vrijwillig is,
Zie Job 12:21.
Hertaald:vrijwillig is,
Zie Job 12:21.
Exodus 35 vers 12— De ark en haar handbomen, het verzoendeksel en den voorhang des deksels;
handbomen,
Waarmede men de ark droeg van de ene plaats naar de andere.
Hertaald:handbomen,
Waarmee men de ark van de ene plaats naar de andere droeg.
des deksels;
Dit deksel was van geitenhaar gemaakt, Ex. 26:7.
Hertaald:des deksels;
Dit deksel was van geitenhaar gemaakt, Ex. 26:7.
Exodus 35 vers 13— De tafel en haar handbomen, en al haar gereedschap, en de toonbroden;
de toonbroden;
Zie Ex. 25:30.
Hertaald:de toonbroden;
Zie Ex. 25:30.
Exodus 35 vers 14— En den kandelaar tot het licht, en zijn gereedschap, en zijn lampen, en de olie tot het licht;
tot het licht,
Anders, des lichts; dat is, licht gevende; alzo staat er Ps. 148:3
Hertaald:tot het licht,
Ook mogelijk: van het licht; dat is: lichtgevend; zo staat er ook in Ps. 148:3.
Exodus 35 vers 15— En het reukaltaar, en zijn handbomen, en de zalfolie, en het reukwerk van welriekende specerijen; en het deksel der deur aan de deur des tabernakels;
reukaltaar,
Versta dit van het gouden altaar, Ex. 30:1.
Hertaald:reukaltaar,
Versta dit als het gouden altaar, Ex. 30:1.
Exodus 35 vers 18— De nagelen des tabernakels, en de pennen des voorhofs, met derzelver zelen;
nagelen des tabernakels,
Hiermede maakten zij de onderste einden van het deksel of behangsel vast in de aarde, opdat de wind het niet bewegen of verwaaien zou.
Hertaald:nagelen des tabernakels,
Hiermee maakten zij de onderste einden van het dekkleed of behangsel vast in de grond, zodat de wind het niet kon bewegen of wegwaaien.
zelen;
Deze zelen dienden om de voorhangsels of deksels des tabernakels te binden en vast te maken.
Hertaald:zelen;
Deze koorden dienden om de voorhangsels of dekkleden van de tabernakel vast te binden.
Exodus 35 vers 19— De ambtsklederen om in het heilige te dienen, de heilige klederen van den priester Aaron, en de klederen zijner zonen, om het priesterambt te bedienen.
het priesterambt te bedienen
Te weten, het hogepriesterambt, gelijk Ex. 31:10.
Hertaald:het priesterambt te bedienen
Namelijk: het hogepriesterambt, zoals in Ex. 31:10.
Exodus 35 vers 21— En zij kwamen, alle man, wiens hart hem bewoog, en een ieder, wiens geest hem vrijwillig maakte, die brachten des HEEREN hefoffer tot het werk van de tent der samenkomst, en tot al haar dienst, en tot de heilige klederen.
bewoog,
Anders, verhief..
Hertaald:bewoog,
Ook mogelijk: verhief.
de heilige klederen
Hebreeuws, klederen der heiligheid.
Hertaald:de heilige klederen
Hebreeuws: klederen der heiligheid.
Exodus 35 vers 22— Zo kwamen dan de mannen met de vrouwen, alle vrijwilligen van hart; zij brachten haken, en oorsierselen, en ringen, en spanselen, alle gouden vaten; en alle man, die een gouden beweegoffer den HEERE offerde,
spanselen,
Anders, hangende gordels.
Hertaald:spanselen,
Ook mogelijk: hangende gordels.
offerde,
Hebreeuws, bewoog; omdat het goud, dat de mannen brachten, bewogen en opgeheven werd, wanneer zij het den Heere gaven, daarom wordt het genoemd een beweegoffer, vs.22, en Ex. 38:24.
Hertaald:offerde,
Hebreeuws: bewoog; omdat het goud dat de mannen brachten bewogen en omhoog geheven werd wanneer zij het aan de HEERE gaven, wordt het daarom een beweegoffer genoemd, vers 22 en Ex. 38:24.
Exodus 35 vers 23— En alle man, bij wien gevonden werd hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn linnen, en geiten haar, en roodgeverfde ramsvellen, en dassenvellen, die brachten ze.
gevonden werd hemelsblauw,
Dat is, was, gelijk Est. 1:5; Mal. 2:6. Alzo ook, er is geen bedrog in zijn mond gevonden; dat is, er was geen bedrog in zijn mond.
Hertaald:gevonden werd hemelsblauw,
Dat is: was, zoals in Est. 1:5; Mal. 2:6. Zo ook: er is geen bedrog in zijn mond gevonden; dat is: er was geen bedrog in zijn mond.
Exodus 35 vers 24— Allen, die een hefoffer van zilver of koper offerden, die brachten het ten hefoffer des HEEREN; en allen, bij welke sittimhout gevonden werd, brachten het tot alle werk van den dienst.
dienst
Versta, van den godsdienst.
Hertaald:dienst
Versta: van de eredienst.
Exodus 35 vers 25— En alle vrouwen, die wijs van hart waren, sponnen met haar handen, en zij brachten het gesponnene, de hemelsblauwe zijde, en het purper, het scharlaken, en het fijn linnen.
met haar handen,
Zij lieten het haar maagden of gehuurde vrouwen niet spinnen, maar zij sponnen het zelven.
Hertaald:met haar handen,
Zij lieten het niet spinnen door hun dienstmeisjes of ingehuurde vrouwen, maar spinnen het zelf.
Exodus 35 vers 29— Alle man en vrouw, welker hart hen vrijwillig bewoog te brengen tot al het werk, hetwelk de HEERE geboden had te maken door de hand van Mozes; dat brachten de kinderen Israels tot een vrijwillig offer den HEERE.
de hand van Mozes;
Dat is, op bestelling, order, bevel van Mozes.
Hertaald:de hand van Mozes;
Dat is: op aansturing, order, bevel van Mozes.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Mozes — getrokken, uitgetrokken
Het kind van een Levitisch echtpaar (later genoemd Amram en Jochebed, Ex. 6:20), dat na drie maanden verborgen te zijn geweest in een biezen kistje op de Nijl gelegd werd en door de dochter van Farao gevonden en opgevoed werd; zij gaf hem deze naam 'want ik heb hem uit het water getrokken' (Ex. 2:10). Later, na de doodslag op een Egyptenaar, vluchtte hij naar Midian; van daaruit riep de HEERE hem bij de brandende braambos om Zijn volk uit Egypte te leiden (Ex. 3). Hij is de grote leidsman en wetgever van Israël, en een van de duidelijkste voorafbeeldingen van Christus als Middelaar.
Aäron — bergbewoner, of: verlichter
De oudere broer van Mozes, drie jaar vóór hem geboren uit Amram en Jochebed (Ex. 6:20). Toen Mozes zich niet welbespraakt genoeg achtte, stelde de HEERE Aäron aan om voor hem tot het volk en tot Farao te spreken, 'hij zal u tot een mond zijn' (Ex. 4:14-16). Later zou hij de eerste hogepriester van Israël worden.
Hur — vrijheid, of: blankheid
Samen met Aäron ondersteunde hij de handen van Mozes op de heuvel tijdens de strijd tegen Amalek, totdat de zon onderging (Ex. 17:10, 12). Later, toen Mozes de berg Sinaï opklom, liet hij Aäron en Hur als leiders bij het volk achter (Ex. 24:14). Volgens de overlevering was hij de man van Mirjam en de grootvader van Bezaleël, de kunstenaar van de tabernakel (Ex. 31:2).
Bezaleël — in de schaduw (bescherming) van God
De zoon van Uri, de zoon van Hur, uit de stam Juda. De HEERE riep hem met name en vervulde hem met de Geest van God, met wijsheid, verstand en kennis in allerlei vakmanschap, om het kunstwerk van de tabernakel en al haar gerei te ontwerpen en te vervaardigen (Ex. 31:1-5). Hij was de hoofdverantwoordelijke kunstenaar, en maakte onder meer de ark van het verbond zelf (Ex. 37:1).
Aholiab — tent van de vader
De zoon van Ahisamach, uit de stam Dan, die de HEERE aan Bezaleël toevoegde om hem te helpen bij het werk aan de tabernakel (Ex. 31:6). Hij was bijzonder bedreven in het weven en borduren, en had samen met Bezaleël ook de gave om anderen in dit werk te onderwijzen (Ex. 35:34-35).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
God bij Zijn volkniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindinguitwerking
Naar het voorbeeld dat u getoond is — 35:4-10, 20-35
Na het gouden kalf en na de verzoening roept Mozes de vergadering bijeen. De tabernakel moet er komen. God had zes hoofdstukken lang de aanwijzingen gegeven; nu volgt het verslag van de uitvoering, en dat verslag herhaalt vrijwel alles nog een keer.
Alles wordt gemaakt zoals het bevolen was, door mensen die het vrijwillig brengen en door een handwerksman die met Gods Geest vervuld is.
Wie Exodus achter elkaar leest, struikelt hier over de herhaling. Eerst geeft God zes hoofdstukken lang de instructies voor de tabernakel en de priesterklederen, en daarna wordt in bijna dezelfde bewoordingen verteld dat het zo gemaakt is. Waarom die dubbeling?
De reden staat in het boek zelf. Het gedeelte begon met het bevel aan Mozes om alles te maken naar het voorbeeld dat hem op de berg getoond was. En het eindigt met de telkens terugkerende vaststelling dat zij het gemaakt hebben naar alles wat de HEERE Mozes geboden had; in hoofdstuk 40 staat dat wel acht keer. Al die herhaling onderstreept één ding: God bepaalt de wijze van de eredienst, en de mens mag daar niets aan veranderen. Het gaat er niet alleen om dát men de ware God aanbidt, maar ook dat men Hem aanbidt op de manier die Hij aanwijst. De tabernakel stond er als een zichtbaar getuigenis dat de zaligheid Gods weg is of geen weg.
Binnen die gehoorzaamheid is er echter veel ruimte voor het hart, en dat is het tweede wat dit hoofdstuk laat zien. De materialen komen niet uit een belasting maar uit een gift: een ieder wiens hart vrijwillig is, zal het brengen. En als het zover is staat er: “En zij kwamen, alle man, wiens hart hem bewoog, en een ieder, wiens geest hem vrijwillig maakte.” Even verderop moet Mozes hen zelfs laten ophouden, omdat er te veel binnenkomt.
En dan komt een detail dat men gemakkelijk overleest en dat de moeite waard is. Van Bezaleël wordt gezegd dat God hem met name geroepen heeft, en er staat bij: “En de Geest Gods heeft hem vervuld met wijsheid, met verstand, en met wetenschap, namelijk in alle handwerk.” Dit is de eerste mens in de Bijbel van wie gezegd wordt dat hij met Gods Geest vervuld is, en het is geen profeet, geen priester en geen koning. Het is een edelsmid en houtsnijder. En het staat er niet toevallig bij dat hij uit de stam van Juda komt.
Wat er gemaakt wordt is bovendien niet sober. Er is hemelsblauw, purper, scharlaken en fijn linnen; er wordt geborduurd en geweven en gesneden. God vult iemand met Zijn Geest opdat het mooi wordt.
En waar dient het toe? Voor een tent waarin God bij mensen wonen wil. Wanneer Johannes over de menswording schrijft, gebruikt hij precies dat woord: het Woord is vlees geworden en heeft onder ons getabernakeld. Wat hier met blauw en purper en goud werd nagemaakt naar een hemels voorbeeld, is daar een Mens geworden. En de Hebreeënbrief zegt van de hele inrichting dat zij een voorbeeld en schaduw is van de hemelse dingen.
Exodus 25:9 — Maak alles naar het voorbeeld dat u op de berg getoond is.
Exodus 35:5 — De materialen komen niet uit een heffing maar uit vrijwillige giften.
Exodus 35:31 — De eerste mens die met Gods Geest vervuld heet, is een handwerksman.
Exodus 39:42 — Zij deden het naar alles wat de HEERE Mozes geboden had.
Hebreeën 8:5 — Zij dienen het voorbeeld en de schaduw der hemelse dingen.
Johannes 1:14 — Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons Zijn tent opgeslagen.
In het Nieuwe Testament: Hebreeën 8:5; Johannes 1:14; Kolossenzen 2:17; Exodus 25:9; 2 Korinthe 9:7
Hoever dit reikt: Dat de tabernakel een voorbeeld en schaduw van hemelse dingen is, zegt Hebreeën 8 met zoveel woorden; over die grondlijn bestaat geen twijfel. De uitleg van afzonderlijke onderdelen vraagt om terughoudendheid, want de Schrift geeft die maar voor een deel. Wat hier over Bezaleël gezegd wordt is de tekst zelf: hij is de eerste van wie staat dat hij met de Geest van God vervuld is. Dat hij uit Juda kwam wordt hier alleen genoemd, niet uitgelegd.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
SABBATSRUST. VRIJWILLIGE HEFOFFERS. ROEPING VAN DE WERKMEESTERS.
I. Vers 1-3
Nadat het Verbond met God hersteld was, gaat Mozes over tot volvoering van de in hoofdstuk 25-31 ontvangen bevelen, ten opzichte van het vervaardigen van het heiligdom met zijn gereedschappen. Allereerst deelt hij, volgens hoofdstuk 31:12-17, aan de gehele gemeente het Sabbatsgebod mee, dat hij versterkt door de bepaling, dat er op de Sabbat geen vuur in de woningen mag aangestoken worden.
1. Toen deed Mozes de gehele vergadering 1) van de kinderen van Israël verzamelen voor zijn tent buiten het leger (hoofdstuk 33:7), en zei tot hen: Dit zijn de woorden, die de HEERE, toen ik de eerste maal de 40 dagen en 40 nachten bij Hem op de berg was, geboden heeft, dat men ze doe.
1) Onder de gehele vergadering hebben wij nu ook te verstaan, de hoofden en oudsten van Israël, die weer op hun beurt aan de menigte bekend maakten.
2. a) Zes dagen zal men het werk doen; maar op de zevende dag zal voor u heiligheid zijn, daar gij die zult houden als een Sabbat, een rustdag ter nagedachtenis aan de rust voor de HEERE; na Zijn volbracht scheppingswerk (hoofdstuk 20:11); al wie daarop werk doet, zal gedood worden. (Numeri. 15:32 vv.)
a) Ex.20:8; 31:15 Leviticus. 23:3 Deuteronomium. 5:12 Luk.13:14
3. Gij zult, opdat gij, na de herstelling van het Verbond met God, u nauwkeurig aan het door Hem vastgestelde verbondsteken (hoofdstuk 31:13,17) houdt, zelfs geen vuur aansteken in een van uw woningen op de Sabbatdag, 1) om iets te koken of te braden; gij zult tevoren de voor die dag nodige spijzen bereiden.
1) Aanstonds moest met deze strenge waarneming van de sabbatswet een begin gemaakt worden, daar nu de arbeid voor de tent der samenkomst begon. Israël moest zes dagen lang vlijtig arbeiden, maar ook de zevende dag des te beslister vieren, en er geen vrijbrief inzien, dat de arbeid des Heeren in het heiligdom voortging, om zich over Gods gebod heen te zetten. Wat de onthouding zelfs van spijsbereiding betreft, zo moet men bedenken, dat in die hete landen de behoefte aan warme spijs minder is, dan bij ons.
II. Vers 4-19
Vervolgens vraagt Mozes, volgens hoofdstuk 25:1-9, het volk, om vrijwillige bijdragen te geven tot het bouwen van het heiligdom, en nodigt, volgens hoofdstuk 31:1-11, de met verstand begaafden uit, om mee te delen in het oprichten van de tabernakel.
4. Verder sprak Mozes tot de gehele vergadering van de kinderen van Israël, zeggende: Dit is het woord, dat de HEERE geboden heeft, zeggende:
5. Neemt van hetgeen dat gij hebt, een hefoffer voor de HEERE; een ieder, wiens hart vrijwillig is, zal het brengen tot een hefoffer voor de HEERE; goud en zilver en koper;
a) Ex.25:2
Het was geen belasting, die hun werd opgelegd, maar een vrijwilligheid of vrijwillige gift, om niet onduidelijk te kennen te geven: A. Dat God ons juk niet zwaar gemaakt heeft. Hij is een vorst, die Zijn onderdanen niet met belastingen drukt, noch zich doet dienen met een hefoffer, maar trekt ons met mensenkoorden, en laat ons zelf oordelen, wat recht is. Over Zijn regering heeft men geen oorzaak te klagen, want Hij regeert niet met strengheid. B. Dat God een blijmoedige gever liefheeft, en vooral behagen schept in de vrijwillige hefoffers. Dergelijke diensten zijn Hem aangenaam, die voortkomen uit een vrijwillig hart van een zeer gewillig volk.
6. a) Als ook hemelsblauw, en purper, en scharlaken garen, en fijn linnen, witte byssus en tot garen gesponnen geitehaar.
a) Ex.25:4
7. En roodgeverfde ramsvellen, en dassenvellen, en sittimhout. 1)
a) Ex.25:5
1) Sittimhout wordt tegenwoordig ook wel acaciahout genoemd.
8. a) En olie tot de luchter, en specerijen tot zalfolie, en tot roking welriekende specerijen.
a) Ex.25:6
9. a) En sardónixstenen, en vervullende stenen, stenen om in goud in te zetten, tot de efod en tot de borstlap, voor de Hogepriester.
a) Ex.25:7; 28:17,20
10. En allen, die wijs van hart zijn in enige kunst, onder u, zullen komen tot de beide door de Heere aangewezen werkmeesters (vs.30 vv.), en maken alles, wat de HEERE geboden heeft:
11. De tabernakel, de binnenste bedeksel of tapijten (hoofdstuk 26:1 vv.), zijn tent en zijn deksel, de tweede (hoofdstuk 26:7 vv.) en de beide andere bedeksels (hoofdstuk 26:14), zijn haakjes (hoofdstuk 26:6,11) en zijn stijlen,zijn richels, zijn pilaren en zijn voeten (hoofdstuk 26:15-30,32,37).
12. De Ark en haar handbomen (hoofdstuk 25:10,16), het Verzoendeksel en de voorhang van de deksel (hoofdstuk 25:17,22; 26:31).
13. De tafel en haar handbomen, en al haar gereedschap, en de toonbroden (hoofdstuk 25:23-30).
14. En de kandelaar tot het licht, en zijn gereedschap, en zijn lampen, en de olie tot het licht (hoofdstuk 25:31-39; 27:20 vv.);
15. En het reukaltaar en zijn handbomen (hoofdstuk 30:1 vv.), en de zalfolie en het reukwerk van welriekende specerijen (hoofdstuk 30:23 vv.), en het deksel van de deur aan de deur van de tabernakel (hoofdstuk 26:36).
16. Het brandofferaltaar, en het koperen rooster, die het hebben zal, zijn handbomen en al zijn gereedschappen (hoofdstuk 27:1 vv.); het wasvat en zijn voet (hoofdstuk 30:18).
17. De behangselen van de voorhof, zijn pilaren en zijn voeten; en het deksel van de poort van de voorhof (hoofdstuk 27:9 vv.).
18. De nagels van de tabernakel, en de pennen van de voorhof (hoofdstuk 27:19) met de touwen, die tot het vastmaken van de tent en van de omhangselen van de voorhof aan de in de grond geslagen pinnen dienen, envroeger als zaken van minder betekenis niet genoemd zijn.
19. De ambtskleren, om in het heilige te dienen, de kostbare kleren van het ambstgewaad van de Hogepriester, de heilige kleren van de priester Aäron, die hij met de overige priesters gemeen heeft, en de heilige kleren van zijn zonen om het priesterambt te bedienen, de kleren van de gewone priesters (hoofdstuk 31:10).
III. Vers 20-35
Het volk voldoet gewillig aan de vraag, om de verlangde zaken te brengen tot een hefoffer voor de Heere. Daarop maakt Mozes bekend, dat God tot volbrenging van de bouw Bezßleël en Ahóliab geroepen en met Zijn Geest bedeeld heeft, om niet alleen de plannen voor de afzonderlijke werken te ontwerpen, maar ook de onder hun opzicht staande arbeiders bij de uitvoering te onderwijzen.
20. Toen ging de gehele vergadering van de kinderen van Israël uit, van voor het aangezicht van Mozes naar het leger terug.
21. En zij kwamen, een ieder, wiens hart hem bewoog, en een ieder, wiens geest hem vrijwillig maakte, die brachten de HEERE een hefoffer tot het werk van de tent der samenkomst, 1) en tot al haar dienst, en tot de heilige klederen.
1) Deze uitdrukking (Hebreeuws Moëd), die wij het eerst in hoofdstuk 27:21 vonden, wijst het heiligdom als de plaats aan, waar God zich bij Zijn volk als aanwezig wilde openbaren (hoofdstuk 25:22), waarom het eerst nog een tent was (zie Ex 26.1); in hoeverre reeds de bouworde op een toekomstig eigenlijk huis wijst, zie Ex 26.15
22. Zo kwamen dan de mannen met de vrouwen, alle vrijwilligen van hart; zij brachten haken en oorversieringen, en ringen (Genesis 38:18) en spanselen 1) (Genesis 24:22), alle ofallerlei gouden vaten; en iedereen, die een gouden beweegoffer 2)nog onbearbeid goud tot offergave, aan de HEERE offerde.
1) Deze gouden voorwerpen werden óf om de armen, óf om de hals gedragen, zowel door de Israëlieten, als door de Midianieten.
2) Deze twee woorden “heffen en bewegen,” moeten wij leren gebruiken en verstaan; want een offer of een gave voor de godsdienst heet daarom een hefoffer, omdat men het voor de Heere ophief. Bewegen heet, dat men het heen en weer trok naar de vier richtingen: Oosten, Westen, Noorden en Zuiden.
23. En iedereen, bij wie gevonden werd hemelsblauw en purper en scharlaken, en fijn linnen en geitehaar, en roodgeverfde ramsvellen, en dassenvellen, die brachten ze.
24. Allen, die een hefoffer van zilver of koper offerden, die een deel van zijn bezitting aan de Heere wilden geven, die brachten het ten hefoffer voor de HEERE; en allen, bij welke sittimhout gevonden werd, brachten het tot elk werkvan de dienst.
25. En a) alle vrouwen, die wijs van hart waren, die kennis hadden van zodanige werken, die sponnen met haar handen; en zij brachten het gesponnene, de hemelsblauwe zijde en het purper, het scharlaken en het fijn linnen.
a) Spreuken. 31:19
26. En alle vrouwen, wier hart haar bewoog in wijsheid, alle vrouwen, die deze kunst verstonden en wier hart daartoe gewillig was, die sponnen het geitehaar. 1)
1) Op het schiereiland van Sinaï spinnen nog heden de vrouwen uit kameel- of geitenhaar de stoffen voor de tenten en bewerken de wol voor de kleding. Het weven uit gesponnen garen geschiedde voor de tent door mannen, minder, omdat in Egypte het weven meestal bezigheid van de mannen was, als hoofdzakelijk omdat de weefsels voor de tapijten en voorhangsels waren, die kunstig bewerkt moesten worden; dit verstonden de vrouwen niet, de mannen hadden het echter in Egypte geleerd.
27. De oversten nu, de voornamen en hoofden onder het volk, die deze dingen bezaten, welke tot hogere stand behoren, brachten sardónixstenen en vulstenen, tot de efod en tot de borstlap;
28. En specerijen en olie tot de luchter en tot de zalfolie, en tot roking welriekende specerijen (Ex.25:6).
29. Elke man en vrouw, wiens hart hen vrijwillig bewoog te brengen tot al het werk, dat de HEERE geboden had te maken door de hand van Mozes, dat brachten de kinderen van Israël tot een vrijwillig offer 1) voor de HEERE.
1) Wat gemaakt moest worden, was geboden; wat gebracht moest worden, was aan de vrije wil overgelaten.
De kinderen van Israël nu hadden in Egypte niet alleen alle kunstwerken geleerd, die tot volvoering van het bouwen van de tent nodig waren (1 Kronieken 4:14,21,23), maar zij waren daar ten dele ook rijk en vermogend geworden en niet met lege handen uitgetrokken (hoofdstuk 12:35 vv. Genesis 15:14), veel van de nodige bouwstoffen kon ook in de woestijn gevonden worden (dassenvellen en acaciahout) of van doortrekkende karavanen gekocht worden (specerijen en reukwerken).
Een ieder gaf naar vermogen vrijwillig. Bij de bouw van de tabernakel was Israël een lieflijk beeld van de eenheid van Christus’ gemeente, waarin ieder zijn eigenaardige roeping heeft: waarin aan de voet en aan de hand, aan het oog en aan het oor is opgedragen, zoals het de Heere belieft.
30. Daarna zei Mozes tot de kinderen van Israël, nadat zij een grote menigte bouwstoffen bij elkaar gebracht hadden, en hij hen weer voor zijn tent verzameld had: Ziet, de HEERE heeft met name geroepen Bezßleël, de zoon van Uri, dezoon van Hur, uit de stam van Juda (Ex.31:2).
31. En de Geest van God heeft hem vervuld met wijsheid, met verstand, en met wetenschap, namelijk in elke handwerk (Ex.31:3).
32. En om te bedenken vernuftige arbeid, en om te werken in goud, en in zilver, en in koper (Ex.31:4).
33. En in kunstige steensnijding, om in te zetten in goud, en in kunstige houtsnijding, om te werken in elk vernuftige handwerk (Ex.31:5).
34. Hij heeft hem ook in zijn hart gegeven, hem bekwaamheid en lust geschonken om anderen te onderwijzen; hem, en Ahóliab, de zoon van Ahisamach, van de stam van Dan.
35. Hij heeft hen vervuld met wijsheid van hart, om te maken elk werk van een werkmeester, in metaal, hout en edelgesteente, en van de allervernuftigste handwerker(hoofdstuk 26:1,31), en van de borduurder (hoofdstuk 26:36; 27:16), in hemelsblauw, en in purper, in scharlaken, en in fijn linnen, in beide soorten, het damast en het bontkleurig werken, en van de wever, 1) (hoofdstuk 27:9-15; 28:31), makende elk werk, en bedenkende vernuftige arbeid. God heeft hen met wijsheid vervuld, niet alleen omalle dergelijke werken te verrichten, maar ook om vooraf de monsters daarvoor te vinden.
1) Er zijn hier drie soorten van bearbeiding van de in hoofdstuk 21:4 genoemde vier grondstoffen genoemd: 1e. het kunstwerken bestaat in het damastwijze inweven van kunstige figuren met drie purperkleuren in de grondstof; de laatste moet daarbij altijd getwijnd zijn (hoofdstuk 28:6,8 in hoofdstuk 39:2 vv.; 5:8 komen er ook nog gouddraden bij); 2e. het bontwerken daarentegen bestaat in het inweven van strepen in de grondstof; en 3e. het eenvoudig weven vormde weefsels uit slechts één stof.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Exodus 35
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
SABBATSRUST. VRIJWILLIGE HEFOFFERS. ROEPING VAN DE WERKMEESTERS.
I. Vers 1-3
Nadat het Verbond met God hersteld was, gaat Mozes over tot volvoering van de in hoofdstuk 25-31 ontvangen bevelen, ten opzichte van het vervaardigen van het heiligdom met zijn gereedschappen. Allereerst deelt hij, volgens hoofdstuk 31:12-17, aan de gehele gemeente het Sabbatsgebod mee, dat hij versterkt door de bepaling, dat er op de Sabbat geen vuur in de woningen mag aangestoken worden.
1. Toen deed Mozes de gehele vergadering 1) van de kinderen van Israël verzamelen voor zijn tent buiten het leger (hoofdstuk 33:7), en zei tot hen: Dit zijn de woorden, die de HEERE, toen ik de eerste maal de 40 dagen en 40 nachten bij Hem op de berg was, geboden heeft, dat men ze doe.
1) Onder de gehele vergadering hebben wij nu ook te verstaan, de hoofden en oudsten van Israël, die weer op hun beurt aan de menigte bekend maakten.
2. a) Zes dagen zal men het werk doen; maar op de zevende dag zal voor u heiligheid zijn, daar gij die zult houden als een Sabbat, een rustdag ter nagedachtenis aan de rust voor de HEERE; na Zijn volbracht scheppingswerk (hoofdstuk 20:11); al wie daarop werk doet, zal gedood worden. (Numeri. 15:32 vv.)
a) Ex.20:8; 31:15 Leviticus. 23:3 Deuteronomium. 5:12 Luk.13:14
3. Gij zult, opdat gij, na de herstelling van het Verbond met God, u nauwkeurig aan het door Hem vastgestelde verbondsteken (hoofdstuk 31:13,17) houdt, zelfs geen vuur aansteken in een van uw woningen op de Sabbatdag, 1) om iets te koken of te braden; gij zult tevoren de voor die dag nodige spijzen bereiden.
1) Aanstonds moest met deze strenge waarneming van de sabbatswet een begin gemaakt worden, daar nu de arbeid voor de tent der samenkomst begon. Israël moest zes dagen lang vlijtig arbeiden, maar ook de zevende dag des te beslister vieren, en er geen vrijbrief inzien, dat de arbeid des Heeren in het heiligdom voortging, om zich over Gods gebod heen te zetten. Wat de onthouding zelfs van spijsbereiding betreft, zo moet men bedenken, dat in die hete landen de behoefte aan warme spijs minder is, dan bij ons.
II. Vers 4-19
Vervolgens vraagt Mozes, volgens hoofdstuk 25:1-9, het volk, om vrijwillige bijdragen te geven tot het bouwen van het heiligdom, en nodigt, volgens hoofdstuk 31:1-11, de met verstand begaafden uit, om mee te delen in het oprichten van de tabernakel.
4. Verder sprak Mozes tot de gehele vergadering van de kinderen van Israël, zeggende: Dit is het woord, dat de HEERE geboden heeft, zeggende:
5. Neemt van hetgeen dat gij hebt, een hefoffer voor de HEERE; een ieder, wiens hart vrijwillig is, zal het brengen tot een hefoffer voor de HEERE; goud en zilver en koper;
a) Ex.25:2
Het was geen belasting, die hun werd opgelegd, maar een vrijwilligheid of vrijwillige gift, om niet onduidelijk te kennen te geven: A. Dat God ons juk niet zwaar gemaakt heeft. Hij is een vorst, die Zijn onderdanen niet met belastingen drukt, noch zich doet dienen met een hefoffer, maar trekt ons met mensenkoorden, en laat ons zelf oordelen, wat recht is. Over Zijn regering heeft men geen oorzaak te klagen, want Hij regeert niet met strengheid. B. Dat God een blijmoedige gever liefheeft, en vooral behagen schept in de vrijwillige hefoffers. Dergelijke diensten zijn Hem aangenaam, die voortkomen uit een vrijwillig hart van een zeer gewillig volk.
6. a) Als ook hemelsblauw, en purper, en scharlaken garen, en fijn linnen, witte byssus en tot garen gesponnen geitehaar.
a) Ex.25:4
7. En roodgeverfde ramsvellen, en dassenvellen, en sittimhout. 1)
a) Ex.25:5
1) Sittimhout wordt tegenwoordig ook wel acaciahout genoemd.
8. a) En olie tot de luchter, en specerijen tot zalfolie, en tot roking welriekende specerijen.
a) Ex.25:6
9. a) En sardónixstenen, en vervullende stenen, stenen om in goud in te zetten, tot de efod en tot de borstlap, voor de Hogepriester.
a) Ex.25:7; 28:17,20
10. En allen, die wijs van hart zijn in enige kunst, onder u, zullen komen tot de beide door de Heere aangewezen werkmeesters (vs.30 vv.), en maken alles, wat de HEERE geboden heeft:
11. De tabernakel, de binnenste bedeksel of tapijten (hoofdstuk 26:1 vv.), zijn tent en zijn deksel, de tweede (hoofdstuk 26:7 vv.) en de beide andere bedeksels (hoofdstuk 26:14), zijn haakjes (hoofdstuk 26:6,11) en zijn stijlen,zijn richels, zijn pilaren en zijn voeten (hoofdstuk 26:15-30,32,37).
12. De Ark en haar handbomen (hoofdstuk 25:10,16), het Verzoendeksel en de voorhang van de deksel (hoofdstuk 25:17,22; 26:31).
13. De tafel en haar handbomen, en al haar gereedschap, en de toonbroden (hoofdstuk 25:23-30).
14. En de kandelaar tot het licht, en zijn gereedschap, en zijn lampen, en de olie tot het licht (hoofdstuk 25:31-39; 27:20 vv.);
15. En het reukaltaar en zijn handbomen (hoofdstuk 30:1 vv.), en de zalfolie en het reukwerk van welriekende specerijen (hoofdstuk 30:23 vv.), en het deksel van de deur aan de deur van de tabernakel (hoofdstuk 26:36).
16. Het brandofferaltaar, en het koperen rooster, die het hebben zal, zijn handbomen en al zijn gereedschappen (hoofdstuk 27:1 vv.); het wasvat en zijn voet (hoofdstuk 30:18).
17. De behangselen van de voorhof, zijn pilaren en zijn voeten; en het deksel van de poort van de voorhof (hoofdstuk 27:9 vv.).
18. De nagels van de tabernakel, en de pennen van de voorhof (hoofdstuk 27:19) met de touwen, die tot het vastmaken van de tent en van de omhangselen van de voorhof aan de in de grond geslagen pinnen dienen, envroeger als zaken van minder betekenis niet genoemd zijn.
19. De ambtskleren, om in het heilige te dienen, de kostbare kleren van het ambstgewaad van de Hogepriester, de heilige kleren van de priester Aäron, die hij met de overige priesters gemeen heeft, en de heilige kleren van zijn zonen om het priesterambt te bedienen, de kleren van de gewone priesters (hoofdstuk 31:10).
III. Vers 20-35
Het volk voldoet gewillig aan de vraag, om de verlangde zaken te brengen tot een hefoffer voor de Heere. Daarop maakt Mozes bekend, dat God tot volbrenging van de bouw Bezßleël en Ahóliab geroepen en met Zijn Geest bedeeld heeft, om niet alleen de plannen voor de afzonderlijke werken te ontwerpen, maar ook de onder hun opzicht staande arbeiders bij de uitvoering te onderwijzen.
20. Toen ging de gehele vergadering van de kinderen van Israël uit, van voor het aangezicht van Mozes naar het leger terug.
21. En zij kwamen, een ieder, wiens hart hem bewoog, en een ieder, wiens geest hem vrijwillig maakte, die brachten de HEERE een hefoffer tot het werk van de tent der samenkomst, 1) en tot al haar dienst, en tot de heilige klederen.
1) Deze uitdrukking (Hebreeuws Moëd), die wij het eerst in hoofdstuk 27:21 vonden, wijst het heiligdom als de plaats aan, waar God zich bij Zijn volk als aanwezig wilde openbaren (hoofdstuk 25:22), waarom het eerst nog een tent was (zie Ex 26.1); in hoeverre reeds de bouworde op een toekomstig eigenlijk huis wijst, zie Ex 26.15
22. Zo kwamen dan de mannen met de vrouwen, alle vrijwilligen van hart; zij brachten haken en oorversieringen, en ringen (Genesis 38:18) en spanselen 1) (Genesis 24:22), alle ofallerlei gouden vaten; en iedereen, die een gouden beweegoffer 2)nog onbearbeid goud tot offergave, aan de HEERE offerde.
1) Deze gouden voorwerpen werden óf om de armen, óf om de hals gedragen, zowel door de Israëlieten, als door de Midianieten.
2) Deze twee woorden “heffen en bewegen,” moeten wij leren gebruiken en verstaan; want een offer of een gave voor de godsdienst heet daarom een hefoffer, omdat men het voor de Heere ophief. Bewegen heet, dat men het heen en weer trok naar de vier richtingen: Oosten, Westen, Noorden en Zuiden.
23. En iedereen, bij wie gevonden werd hemelsblauw en purper en scharlaken, en fijn linnen en geitehaar, en roodgeverfde ramsvellen, en dassenvellen, die brachten ze.
24. Allen, die een hefoffer van zilver of koper offerden, die een deel van zijn bezitting aan de Heere wilden geven, die brachten het ten hefoffer voor de HEERE; en allen, bij welke sittimhout gevonden werd, brachten het tot elk werkvan de dienst.
25. En a) alle vrouwen, die wijs van hart waren, die kennis hadden van zodanige werken, die sponnen met haar handen; en zij brachten het gesponnene, de hemelsblauwe zijde en het purper, het scharlaken en het fijn linnen.
a) Spreuken. 31:19
26. En alle vrouwen, wier hart haar bewoog in wijsheid, alle vrouwen, die deze kunst verstonden en wier hart daartoe gewillig was, die sponnen het geitehaar. 1)
1) Op het schiereiland van Sinaï spinnen nog heden de vrouwen uit kameel- of geitenhaar de stoffen voor de tenten en bewerken de wol voor de kleding. Het weven uit gesponnen garen geschiedde voor de tent door mannen, minder, omdat in Egypte het weven meestal bezigheid van de mannen was, als hoofdzakelijk omdat de weefsels voor de tapijten en voorhangsels waren, die kunstig bewerkt moesten worden; dit verstonden de vrouwen niet, de mannen hadden het echter in Egypte geleerd.
27. De oversten nu, de voornamen en hoofden onder het volk, die deze dingen bezaten, welke tot hogere stand behoren, brachten sardónixstenen en vulstenen, tot de efod en tot de borstlap;
28. En specerijen en olie tot de luchter en tot de zalfolie, en tot roking welriekende specerijen (Ex.25:6).
29. Elke man en vrouw, wiens hart hen vrijwillig bewoog te brengen tot al het werk, dat de HEERE geboden had te maken door de hand van Mozes, dat brachten de kinderen van Israël tot een vrijwillig offer 1) voor de HEERE.
1) Wat gemaakt moest worden, was geboden; wat gebracht moest worden, was aan de vrije wil overgelaten.
De kinderen van Israël nu hadden in Egypte niet alleen alle kunstwerken geleerd, die tot volvoering van het bouwen van de tent nodig waren (1 Kronieken 4:14,21,23), maar zij waren daar ten dele ook rijk en vermogend geworden en niet met lege handen uitgetrokken (hoofdstuk 12:35 vv. Genesis 15:14), veel van de nodige bouwstoffen kon ook in de woestijn gevonden worden (dassenvellen en acaciahout) of van doortrekkende karavanen gekocht worden (specerijen en reukwerken).
Een ieder gaf naar vermogen vrijwillig. Bij de bouw van de tabernakel was Israël een lieflijk beeld van de eenheid van Christus’ gemeente, waarin ieder zijn eigenaardige roeping heeft: waarin aan de voet en aan de hand, aan het oog en aan het oor is opgedragen, zoals het de Heere belieft.
30. Daarna zei Mozes tot de kinderen van Israël, nadat zij een grote menigte bouwstoffen bij elkaar gebracht hadden, en hij hen weer voor zijn tent verzameld had: Ziet, de HEERE heeft met name geroepen Bezßleël, de zoon van Uri, dezoon van Hur, uit de stam van Juda (Ex.31:2).
31. En de Geest van God heeft hem vervuld met wijsheid, met verstand, en met wetenschap, namelijk in elke handwerk (Ex.31:3).
32. En om te bedenken vernuftige arbeid, en om te werken in goud, en in zilver, en in koper (Ex.31:4).
33. En in kunstige steensnijding, om in te zetten in goud, en in kunstige houtsnijding, om te werken in elk vernuftige handwerk (Ex.31:5).
34. Hij heeft hem ook in zijn hart gegeven, hem bekwaamheid en lust geschonken om anderen te onderwijzen; hem, en Ahóliab, de zoon van Ahisamach, van de stam van Dan.
35. Hij heeft hen vervuld met wijsheid van hart, om te maken elk werk van een werkmeester, in metaal, hout en edelgesteente, en van de allervernuftigste handwerker(hoofdstuk 26:1,31), en van de borduurder (hoofdstuk 26:36; 27:16), in hemelsblauw, en in purper, in scharlaken, en in fijn linnen, in beide soorten, het damast en het bontkleurig werken, en van de wever, 1) (hoofdstuk 27:9-15; 28:31), makende elk werk, en bedenkende vernuftige arbeid. God heeft hen met wijsheid vervuld, niet alleen omalle dergelijke werken te verrichten, maar ook om vooraf de monsters daarvoor te vinden.
1) Er zijn hier drie soorten van bearbeiding van de in hoofdstuk 21:4 genoemde vier grondstoffen genoemd: 1e. het kunstwerken bestaat in het damastwijze inweven van kunstige figuren met drie purperkleuren in de grondstof; de laatste moet daarbij altijd getwijnd zijn (hoofdstuk 28:6,8 in hoofdstuk 39:2 vv.; 5:8 komen er ook nog gouddraden bij); 2e. het bontwerken daarentegen bestaat in het inweven van strepen in de grondstof; en 3e. het eenvoudig weven vormde weefsels uit slechts één stof.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel