Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1(Want de HEERE had tot Mozes gesproken: Ik zal nog een plaag over Farao, en over Egypte brengen, daarna zal hij ulieden van hier laten trekken; als hij u geheellijk zal laten trekken, zo zal hij u haastelijk van hier uitdrijven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1(Want de HEEREH3068 had totH413MozesH4872gesprokenH559: Ik zal nogH5750eenH259plaagH5061overH5921FaraoH6547, en overH5921EgypteH4714brengenH935, daarnaH310 zal hij ulieden van hier laten trekkenH7971; als hij u geheellijkH3617 zal laten trekkenH7971, zoH3651 zal hij u haastelijkH1644 van hierH2088uitdrijvenH1644.(Want de HEERE had tot Mozes gesproken: Ik zal nog een plaag over Farao, en over Egypte brengen, daarna zal hij ulieden van hier laten trekken; als hij u geheellijk zal laten trekken, zo zal hij u haastelijk van hier uitdrijven.
KJVAnd the LORD2said1unto Moses,4Yet will I bring8one7plague6more upon Pharaoh,10and upon Egypt;12afterwards13he will let you go15hence: when he shall let you go,18he shall surely20thrust you out21hence altogether.
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁ֗הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5ע֣וֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)6נֶ֤גַעH5061plaag, plage, plagenplague, sore, stricken, stripe, stroke, wound7אֶחָד֙H259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,8אָבִ֤יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10פַּרְעֹה֙H6547FaraoPharaoh11וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim13אַֽחֲרֵיH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with14כֵ֕ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you15יְשַׁלַּ֥חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)16אֶתְכֶ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17מִזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)18כְּשַׁ֨לְּח֔וֹH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)19כָּלָ֕הH3617voleinding, uiterste, verdelgingaltogether, (be, utterly) consume(-d), consummation(-ption), was determined, (full, utter) end, riddance20גָּרֵ֛שׁH1644uitdrijven, verstotene, dreefcast up (out), divorced (woman), drive away (forth, out), expel, [idiom] surely put away, trouble, thrust out21יְגָרֵ֥שׁH1644uitdrijven, verstotene, dreefcast up (out), divorced (woman), drive away (forth, out), expel, [idiom] surely put away, trouble, thrust out22אֶתְכֶ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)23מִזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
2Spreek nu voor de oren des volks, dat ieder man van zijn naaste, en iedere vrouw van haar naaste zilveren vaten en gouden vaten eise.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2SpreekH1696 nu voor de orenH241 des volksH5971, dat ieder manH376vanH854 zijn naaste, en iedere vrouwH802vanH854 haar naaste zilverenH3701vatenH3627 en goudenH2091vatenH3627eiseH7592.Spreek nu voor de oren des volks, dat ieder man van zijn naaste, en iedere vrouw van haar naaste zilveren vaten en gouden vaten eise.
Ook in dit vers
naasteH7453
naasteH7468
KJVSpeak1now in the ears3of the people,4and let every man6borrow5of his neighbour,8and every woman9of her neighbour,11jewels12of silver,13and jewels14of gold.
1דַּבֶּרH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2נָ֖אH4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh3בְּאָזְנֵ֣יH241oren, oor, Oren[phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show4הָעָ֑םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5וְיִשְׁאֲל֞וּH7592vraagde, vragen, begeerdask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish6אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)7מֵאֵ֣תH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix8רֵעֵ֗הוּH7453naaste, naasten, vriendbrother, companion, fellow, friend, husband, lover, neighbour, [idiom] (an-) other9וְאִשָּׁה֙H802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English10מֵאֵ֣תH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix11רְעוּתָ֔הּH7468naaste, ander, metgezellin[phrase] another, mate, neighbour12כְּלֵיH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever13כֶ֖סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)14וּכְלֵ֥יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever15זָהָֽבH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather
3En de HEERE gaf het volk genade in de ogen der Egyptenaren; ook was de man Mozes zeer groot in Egypteland voor de ogen van Farao's knechten, en voor de ogen des volks.)
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En de HEEREH3068gafH5414 het volkH5971genadeH2580 in de ogenH5869 der EgyptenarenH4714; ookH1571 was de manH376MozesH4872zeerH3966 groot in EgyptelandH776 voor de ogenH5869 van FaraoH6547's knechtenH5650, en voor de ogenH5869 des volksH5971.)En de HEERE gaf het volk genade in de ogen der Egyptenaren; ook was de man Mozes zeer groot in Egypteland voor de ogen van Farao's knechten, en voor de ogen des volks.)
KJVAnd the LORD2gave1the people5favour4in the sight6of the Egyptians.14Moreover the man9Moses10was very12great11in the land13of Egypt,in the sight15of Pharaoh's17servants,16and in the sight18of the people.
4Verder zeide Mozes: Zo heeft de HEERE gezegd: Omtrent middernacht zal Ik uitgaan door het midden van Egypte;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Verder zeideH559MozesH4872: ZoH3541 heeft de HEEREH3068gezegdH559: Omtrent middernachtH3915 zal IkH589uitgaanH3318 door het middenH8432 van EgypteH4714;Verder zeide Mozes: Zo heeft de HEERE gezegd: Omtrent middernacht zal Ik uitgaan door het midden van Egypte;
KJVAnd Moses2said,1Thus saith4the LORD,5About midnight7will I go out9into the midst10of Egypt:
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3כֹּ֖הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder4אָמַ֣רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet5יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6כַּחֲצֹ֣תH2676middernachtmid(-night)7הַלַּ֔יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)8אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who9יוֹצֵ֖אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter10בְּת֥וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)11מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
5En alle eerstgeborenen in Egypteland zullen sterven, van Farao's eerstgeborene af, die op zijn troon zitten zou, tot den eerstgeborene der dienstmaagd, die achter de molen is, en alle eerstgeborenen van het vee.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En alleH3605eerstgeborenenH1060 in EgyptelandH776 zullen stervenH4191, van FaraoH6547's eerstgeboreneH1060 af, die opH5921 zijn troonH3678zittenH3427 zou, totH5704 den eerstgeboreneH1060 der dienstmaagdH8198, dieH834achterH310 de molenH7347 is, en alleH3605eerstgeborenenH1060 van het veeH929.En alle eerstgeborenen in Egypteland zullen sterven, van Farao's eerstgeborene af, die op zijn troon zitten zou, tot den eerstgeborene der dienstmaagd, die achter de molen is, en alle eerstgeborenen van het vee.
KJVAnd all the firstborn3in the land4of Egypt5shall die,1from the firstborn6of Pharaoh7that sitteth8upon his throne,10even unto the firstborn12of the maidservant13that is behind15the mill;16and all the firstborn18of beasts.
1וּמֵ֣תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3בְּכוֹר֮H1060eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboreneldest (son), firstborn(-ling)4בְּאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5מִצְרַיִם֒H4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim6מִבְּכ֤וֹרH1060eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboreneldest (son), firstborn(-ling)7פַּרְעֹה֙H6547FaraoPharaoh8הַיֹּשֵׁ֣בH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10כִּסְא֔וֹH3678troon, stoel, troonsseat, stool, throne11עַ֚דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet12בְּכ֣וֹרH1060eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboreneldest (son), firstborn(-ling)13הַשִּׁפְחָ֔הH8198dienstmaagd, dienstmaagden, maagden(bond-, hand-) maid(-en, -servant), wench, bondwoman, womanservant14אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15אַחַ֣רH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with16הָרֵחָ֑יִםH7347molen, molens, molenstenenmill (stone)17וְכֹ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)18בְּכ֥וֹרH1060eerstgeborene, eerstgeborenen, eerstgeboreneldest (son), firstborn(-ling)19בְּהֵמָֽהH929beesten, vee, beestbeast, cattle
6En er zal een groot geschrei zijn in het ganse Egypteland, desgelijks nooit geweest is, en desgelijks niet meer wezen zal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En er zal een grootH1419geschreiH6818zijnH1961 in het ganseH3605EgyptelandH776, desgelijks nooitH3808 geweest is, en desgelijks nietH3254 meer wezen zal.En er zal een groot geschrei zijn in het ganse Egypteland, desgelijks nooit geweest is, en desgelijks niet meer wezen zal.
KJVAnd there shall be1a great3cry2throughout all the land5of Egypt,6such as there was none9like it, nor12shall be like it any more.
1וְהָֽיְתָ֛הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2צְעָקָ֥הH6818geroep, geschrei, gekrijtscry(-ing)3גְדֹלָ֖הH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very4בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world6מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim7אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8כָּמֹ֨הוּ֙H3644gelijk, alsaccording to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth9לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10נִהְיָ֔תָהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11וְכָמֹ֖הוּH3644gelijk, alsaccording to, (such) as (it were, well as), in comparison of, like (as, to, unto), thus, when, worth12לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13תֹסִֽףH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield
7Maar bij alle kinderen Israels zal niet een hond zijn tong verroeren, van de mensen af tot de beesten toe; opdat gijlieden weet, dat de HEERE tussen de Egyptenaren en tussen de Israelieten een afzondering maakt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Maar bij alleH3605kinderenH1121IsraelsH3478 zal nietH3808 een hondH3611 zijn tongH3956verroerenH2782, van de mensenH376 af totH5704 de beestenH929 toe; opdatH4616 gijlieden weetH3045, datH834 de HEEREH3068tussenH996 de EgyptenarenH4714 en tussenH996 de IsraelietenH3478 een afzonderingH6395 maakt.Maar bij alle kinderen Israels zal niet een hond zijn tong verroeren, van de mensen af tot de beesten toe; opdat gijlieden weet, dat de HEERE tussen de Egyptenaren en tussen de Israelieten een afzondering maakt.
KJVBut against any of the children2of Israel3shall not a dog6move5his tongue,7against man8or beast:10that ye may know12how that the LORD15doth put a difference14between the Egyptians17and Israel.
1וּלְכֹ֣לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3יִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5יֶֽחֱרַץH2782vastelijk besloten, bestemd, geroerdbestir self, decide, decree, determine, maim, move6כֶּ֨לֶב֙H3611honden, hond, hondsdog7לְשֹׁנ֔וֹH3956tong, spraak, tongen[phrase] babbler, bay, [phrase] evil speaker, language, talker, tongue, wedge8לְמֵאִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet10בְּהֵמָ֑הH929beesten, vee, beestbeast, cattle11לְמַ֨עַן֙H4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to12תֵּֽדְע֔וּןH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot13אֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14יַפְלֶ֣הH6395afgezonderd, afzondering, Maakput a difference, show marvellous, separate, set apart, sever, make wonderfully15יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16בֵּ֥יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within17מִצְרַ֖יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim18וּבֵ֥יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within19יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
8Dan zullen al deze uw knechten tot mij afkomen, en zich voor mij neigen, zeggende: Trek uit, gij en al het volk, dat uw voetstappen volgt; en daarna zal ik uitgaan. En hij ging uit van Farao in hitte des toorns.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Dan zullen alH3605dezeH428 uw knechtenH5650totH413 mij afkomenH3381, en zich voor mij neigenH7812, zeggendeH559: TrekH3318 uit, gijH859 en alH3605 het volkH5971, datH834 uw voetstappenH7272 volgt; en daarnaH310 zal ik uitgaanH3318. En hij ging uit van FaraoH6547 in hitteH2750 des toornsH639.Dan zullen al deze uw knechten tot mij afkomen, en zich voor mij neigen, zeggende: Trek uit, gij en al het volk, dat uw voetstappen volgt; en daarna zal ik uitgaan. En hij ging uit van Farao in hitte des toorns.
KJVAnd all these thy servants3shall come down1unto me, and bow down6themselves unto me, saying,8Get thee out,9and all the people12that follow14thee: and after15that I will go out.17And he went out18from Pharaoh20in a great21anger.
1וְיָרְד֣וּH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down2כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3עֲבָדֶיךָ֩H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant4אֵ֨לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)5אֵלַ֜יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6וְהִשְׁתַּֽחֲוּוּH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship7לִ֣י8לֵאמֹ֗רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet9צֵ֤אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter10אַתָּה֙H859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you11וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12הָעָ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people13אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14בְּרַגְלֶ֔יךָH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time15וְאַחֲרֵיH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with16כֵ֖ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you17אֵצֵ֑אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter18וַיֵּצֵ֥אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter19מֵֽעִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)20פַּרְעֹ֖הH6547FaraoPharaoh21בָּחֳרִיH2750ontsteking, hittigheid, hittefierce, [idiom] great, heat22אָֽףH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath
9De HEERE dan had tot Mozes gesproken: Farao zal naar ulieden niet horen, opdat Mijn wonderen in Egypteland vermenigvuldigd worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9De HEEREH3068 dan had totH413MozesH4872gesprokenH559: FaraoH6547 zal naarH413 ulieden nietH3808horenH8085, opdatH4616 Mijn wonderenH4159 in EgyptelandH776vermenigvuldigdH7235 worden.De HEERE dan had tot Mozes gesproken: Farao zal naar ulieden niet horen, opdat Mijn wonderen in Egypteland vermenigvuldigd worden.
KJVAnd the LORD2said1unto Moses,4Pharaoh8shall not hearken6unto you; that my wonders11may be multiplied10in the land12of Egypt.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without6יִשְׁמַ֥עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness7אֲלֵיכֶ֖םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8פַּרְעֹ֑הH6547FaraoPharaoh9לְמַ֛עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to10רְב֥וֹתH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very11מוֹפְתַ֖יH4159wonderen, wonderteken, wondermiracle, sign, wonder(-ed at)12בְּאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
10En Mozes en Aaron hebben al deze wonderen gedaan voor Farao's aangezicht; doch de HEERE verhardde Farao's hart, dat hij de kinderen Israels uit zijn land niet trekken liet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En MozesH4872 en AaronH175 hebben alH3605dezeH428wonderenH4159gedaanH6213 voor FaraoH6547's aangezichtH6440; doch de HEEREH3068verharddeH2388FaraoH6547's hartH3820, dat hij de kinderenH1121IsraelsH3478 uit zijn landH776nietH3808trekkenH7971 liet.En Mozes en Aaron hebben al deze wonderen gedaan voor Farao's aangezicht; doch de HEERE verhardde Farao's hart, dat hij de kinderen Israels uit zijn land niet trekken liet.
KJVAnd Moses1and Aaron2did3all these wonders6before8Pharaoh:9and the LORD11hardened10Pharaoh's14heart,13so that he would not let the children18of Israel19go out16of his land.
1וּמֹשֶׁ֣הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses2וְאַהֲרֹ֗ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron3עָשׂ֛וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6הַמֹּפְתִ֥יםH4159wonderen, wonderteken, wondermiracle, sign, wonder(-ed at)7הָאֵ֖לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)8לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you9פַרְעֹ֑הH6547FaraoPharaoh10וַיְחַזֵּ֤קH2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand11יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13לֵ֣בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom14פַּרְעֹ֔הH6547FaraoPharaoh15וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16שִׁלַּ֥חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)17אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth19יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael20מֵאַרְצֽוֹH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Exodus 11:1— (Want de HEERE had tot Mozes gesproken: Ik zal nog een plaag over Farao, en over Egypte brengen, daarna zal hij ulieden van hier laten trekken; als hij u geheellijk zal laten trekken, zo zal hij u haastelijk van hier uitdrijven.Exodus 12:31→Genesis 15:14→Exodus 3:20→Deuteronomium 4:34→Leviticus 26:21→Exodus 9:14→Job 10:17→Openbaring 16:9→
Exodus 11:2— Spreek nu voor de oren des volks, dat ieder man van zijn naaste, en iedere vrouw van haar naaste zilveren vaten en gouden vaten eise.Exodus 3:22→Exodus 12:35→Psalmen 105:37→Hagai 2:8→Job 27:16→Spreuken 13:22→Exodus 12:1→Exodus 32:2→
Exodus 11:3— En de HEERE gaf het volk genade in de ogen der Egyptenaren; ook was de man Mozes zeer groot in Egypteland voor de ogen van Farao's knechten, en voor de ogen des volks.)Exodus 3:21→Exodus 12:36→Psalmen 106:46→Genesis 12:2→2 Samuël 7:9→Jesaja 60:14→Deuteronomium 34:11→Esther 9:4→
Exodus 11:4— Verder zeide Mozes: Zo heeft de HEERE gezegd: Omtrent middernacht zal Ik uitgaan door het midden van Egypte;Exodus 12:29→Amos 4:10→Job 34:20→Exodus 12:12→Mattheüs 25:6→Jesaja 42:13→Amos 5:17→Exodus 12:23→
Exodus 11:5— En alle eerstgeborenen in Egypteland zullen sterven, van Farao's eerstgeborene af, die op zijn troon zitten zou, tot den eerstgeborene der dienstmaagd, die achter de molen is, en alle eerstgeborenen van het vee.Psalmen 78:51→Psalmen 135:8→Exodus 4:23→Psalmen 136:10→Exodus 12:29→Psalmen 105:36→Exodus 12:12→Mattheüs 24:41→
Exodus 11:6— En er zal een groot geschrei zijn in het ganse Egypteland, desgelijks nooit geweest is, en desgelijks niet meer wezen zal.Exodus 12:30→Amos 5:17→Klaagliederen 3:8→Jesaja 15:4→Openbaring 6:16→Openbaring 18:18→Exodus 3:7→Spreuken 21:13→
Exodus 11:7— Maar bij alle kinderen Israels zal niet een hond zijn tong verroeren, van de mensen af tot de beesten toe; opdat gijlieden weet, dat de HEERE tussen de Egyptenaren en tussen de Israelieten een afzondering maakt.Exodus 8:22→Jozua 10:21→Maleachi 3:18→Exodus 10:23→Exodus 9:4→Job 5:16→1 Korinthe 4:7→Exodus 7:22→
Exodus 11:8— Dan zullen al deze uw knechten tot mij afkomen, en zich voor mij neigen, zeggende: Trek uit, gij en al het volk, dat uw voetstappen volgt; en daarna zal ik uitgaan. En hij ging uit van Farao in hitte des toorns.Exodus 12:31→Ezechiël 3:14→Richteren 8:5→Deuteronomium 32:24→Openbaring 3:9→Markus 3:5→Numeri 12:3→Daniël 3:19→
Exodus 11:9— De HEERE dan had tot Mozes gesproken: Farao zal naar ulieden niet horen, opdat Mijn wonderen in Egypteland vermenigvuldigd worden.Exodus 7:3→Exodus 10:1→Exodus 3:19→Romeinen 9:16→
Exodus 11:10— En Mozes en Aaron hebben al deze wonderen gedaan voor Farao's aangezicht; doch de HEERE verhardde Farao's hart, dat hij de kinderen Israels uit zijn land niet trekken liet.Exodus 4:21→Exodus 10:20→Exodus 10:27→Exodus 7:13→Job 9:4→Romeinen 9:22→Deuteronomium 2:30→1 Samuël 6:6→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Exodus 11 vers 1— (Want de HEERE had tot Mozes gesproken: Ik zal nog een plaag over Farao, en over Egypte brengen, daarna zal hij ulieden van hier laten trekken; als hij u geheellijk zal laten trekken, zo zal hij u haastelijk van hier uitdrijven.
had tot Mozes gesproken
Eer Faraö met dreigementen Mozes van zich gedreven had; Ex. 10:28. Dit is de oorzaak waarom Mozes zo vrijmoediglijk Faraö had aangesproken; Ex. 10:29.
Hertaald:had tot Mozes gesproken
Voordat Farao Mozes met dreigementen van zich weggejaagd had; Ex. 10:28. Dit is de reden waarom Mozes zo vrijmoedig tot Farao gesproken had; Ex. 10:29.
nog een plaag over Faraö, en over Egypte brengen,
Zie van deze plaag, onder, vs.4,5.
Hertaald:nog een plaag over Faraö, en over Egypte brengen,
Zie over deze plaag vers 4 en 5.
haastelijk van hier uitdrijven
Hebreeuws, uitstotende, uitstoten. Zie de vervulling, Ex. 12:31-33.
Hertaald:haastelijk van hier uitdrijven
Hebreeuws: uitstotende, uitstoten. Zie de vervulling in Ex. 12:31-33.
Exodus 11 vers 2— Spreek nu voor de oren des volks, dat ieder man van zijn naaste, en iedere vrouw van haar naaste zilveren vaten en gouden vaten eise.
volks,
Te weten, der Israëlieten.
Hertaald:volks,
Namelijk: van de Israëlieten.
ieder man
Zie Ex. 3:22.
Hertaald:ieder man
Zie Ex. 3:22.
zijn naaste,
Te weten, van zijn Egyptischen naaste.
Hertaald:zijn naaste,
Namelijk: van zijn Egyptische naaste.
eise
Dat is, lene.
Hertaald:eise
Dat is: lene.
Exodus 11 vers 3— En de HEERE gaf het volk genade in de ogen der Egyptenaren; ook was de man Mozes zeer groot in Egypteland voor de ogen van Farao's knechten, en voor de ogen des volks.)
genade in de ogen der Egyptenaren;
Dat is, gunst; zie deze manier van spreken Gen. 39:21.
Hertaald:genade in de ogen der Egyptenaren;
Dat is: gunst; zie deze manier van spreken in Gen. 39:21.
ook was de man Mozes
Dit was de oorzaak waarom Faraö Mozes niet durfde aantasten, een oploop vrezende onder het volk.
Hertaald:ook was de man Mozes
Dit was de reden waarom Farao Mozes niet durfde aan te tasten, uit vrees voor oproer onder het volk.
zeer groot in Egypteland
Dat is, in zeer groot aanzien.
Hertaald:zeer groot in Egypteland
Dat is: in zeer groot aanzien.
des volks.)
Versta, van het Egyptische volk.
Hertaald:des volks.)
Versta: van het Egyptische volk.
Exodus 11 vers 4— Verder zeide Mozes: Zo heeft de HEERE gezegd: Omtrent middernacht zal Ik uitgaan door het midden van Egypte;
zeide Mozes
Te weten, tot Faraö, eer hij van hem scheidde, vs.8; want dit is het vervolg van Mozes' woorden; Ex. 10:29.
Hertaald:zeide Mozes
Namelijk: tot Farao, voordat hij van hem wegging, vers 8; want dit is het vervolg van Mozes' woorden; Ex. 10:29.
heeft de HEERE gezegd
Te weten, toen Hij mij laatst tot u gezonden heeft.
Hertaald:heeft de HEERE gezegd
Namelijk: toen Hij mij laatst tot u gezonden heeft.
Exodus 11 vers 5— En alle eerstgeborenen in Egypteland zullen sterven, van Farao's eerstgeborene af, die op zijn troon zitten zou, tot den eerstgeborene der dienstmaagd, die achter de molen is, en alle eerstgeborenen van het vee.
eerstgeborenen in Egypteland zullen sterven,
Wat God hier bedreigt, dat heeft Hij door zijn engel uitgevoerd; Ex. 12:23, Ex. 12:29.
Hertaald:eerstgeborenen in Egypteland zullen sterven,
Wat God hier dreigt, heeft Hij door Zijn engel uitgevoerd; Ex. 12:23, Ex. 12:29.
die op zijn troon zitten zou,
Dat is, die na hem regeren zou, gelijk 1 Kon. 2:24, en 1 Kron. 28:5.
Hertaald:die op zijn troon zitten zou,
Dat is: die na hem regeren zou, zoals 1 Kon. 2:24, en 1 Kron. 28:5.
achter den molen is,
Daarom staat hier achter den molen, omdat degenen, die met de handmolens maalden, de malende stenen voor het ganse lichaam met haar handen voortstieten. Zie Ex. 12:29; Richt. 16:21; Jes. 47:1-2.
Hertaald:achter den molen is,
Daarom staat hier: achter de molen, omdat degenen die met de handmolens maalden, de molenstenen met hun handen voortduwden, met het hele lichaam mee. Zie Ex. 12:29; Richt. 16:21; Jes. 47:1-2.
Exodus 11 vers 6— En er zal een groot geschrei zijn in het ganse Egypteland, desgelijks nooit geweest is, en desgelijks niet meer wezen zal.
een groot geschrei zijn in het ganse Egypteland,
Zo van de ouders, wier kinderen zullen gedood worden, alsook van de kinderen, die zulks zullen horen en zien, vrezende dat het hen ook gelden mocht, gelijk dit in zulke schrikkelijke plagen placht te geschieden.
Hertaald:een groot geschrei zijn in het ganse Egypteland,
Zowel van de ouders wier kinderen gedood zullen worden, als van de kinderen die dit zullen horen en zien, uit vrees dat het hen ook zou treffen, zoals dat bij zulke verschrikkelijke plagen gewoonlijk gebeurt.
Exodus 11 vers 7— Maar bij alle kinderen Israels zal niet een hond zijn tong verroeren, van de mensen af tot de beesten toe; opdat gijlieden weet, dat de HEERE tussen de Egyptenaren en tussen de Israelieten een afzondering maakt.
zal niet een hond zijn tong verroeren,
Dat is, het zal onder hen zo stil zijn, dat zelfs de honden [die door een klein gerucht wakker worden] niet eens blaffen zullen. Zie dergelijke manier van spreken, Joz. 10:21.
Hertaald:zal niet een hond zijn tong verroeren,
Dat is: het zal onder hen zo stil zijn, dat zelfs de honden (die al bij een klein geluid wakker worden) niet eens zullen blaffen. Zie eenzelfde manier van spreken in Joz. 10:21.
de mensen af tot de beesten toe;
Dat is, noch tegen de mensen, noch tegen de beesten.
Hertaald:de mensen af tot de beesten toe;
Dat is: noch tegen de mensen, noch tegen de dieren.
Exodus 11 vers 8— Dan zullen al deze uw knechten tot mij afkomen, en zich voor mij neigen, zeggende: Trek uit, gij en al het volk, dat uw voetstappen volgt; en daarna zal ik uitgaan. En hij ging uit van Farao in hitte des toorns.
tot mij afkomen,
Te weten, door u tot mij gezonden zijnde.
Hertaald:tot mij afkomen,
Namelijk: door u tot mij gezonden.
voetstappen volgt;
Hebreeuws, dat van uw voeten is; dat is, die u volgen, of, die door u geleid worden, en onder uw gebied staan. Zie dergelijke manier van spreken Richt. 8:5; 1 Kon. 20:10; 2 Kon. 3:9.
Hertaald:voetstappen volgt;
Hebreeuws: dat van uw voeten is; dat is: die u volgen, of: die door u geleid worden en onder uw gezag staan. Zie eenzelfde manier van spreken in Richt. 8:5; 1 Kon. 20:10; 2 Kon. 3:9.
ik uitgaan
Versta hierbij, en al het van Israël, ook alles wat wij hebben, en alles wat wij willen medenemen.
Hertaald:ik uitgaan
Versta hierbij: en al wat van Israël is, ook alles wat wij hebben, en alles wat wij willen meenemen.
in hitte des toorns
Mozes ijvert voor de eer van God: anderszins is hij geweest een zeer zachtzinnig man; Num. 12:3.
Hertaald:in hitte des toorns
Mozes ijvert hier voor de eer van God; verder was hij een zeer zachtmoedig man; Num. 12:3.
Exodus 11 vers 9— De HEERE dan had tot Mozes gesproken: Farao zal naar ulieden niet horen, opdat Mijn wonderen in Egypteland vermenigvuldigd worden.
had tot Mozes gesproken
Te weten, Ex. 3:19, en Ex. 10:1, en elders.
Hertaald:had tot Mozes gesproken
Namelijk: Ex. 3:19, en Ex. 10:1, en elders.
Mijn wonderen in Egypteland vermenigvuldigd worden
Dat is, mijn wonderbaarlijke plagen.
Hertaald:Mijn wonderen in Egypteland vermenigvuldigd worden
Dat is: Mijn wonderbaarlijke plagen.
Exodus 11 vers 10— En Mozes en Aaron hebben al deze wonderen gedaan voor Farao's aangezicht; doch de HEERE verhardde Farao's hart, dat hij de kinderen Israels uit zijn land niet trekken liet.
niet trekken liet
Dan door dwang. Zie Ex. 3:19, en Ex. 5:24.
Hertaald:niet trekken liet
Dan door dwang. Zie Ex. 3:19, en Ex. 5:24.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Mozes — getrokken, uitgetrokken
Het kind van een Levitisch echtpaar (later genoemd Amram en Jochebed, Ex. 6:20), dat na drie maanden verborgen te zijn geweest in een biezen kistje op de Nijl gelegd werd en door de dochter van Farao gevonden en opgevoed werd; zij gaf hem deze naam 'want ik heb hem uit het water getrokken' (Ex. 2:10). Later, na de doodslag op een Egyptenaar, vluchtte hij naar Midian; van daaruit riep de HEERE hem bij de brandende braambos om Zijn volk uit Egypte te leiden (Ex. 3). Hij is de grote leidsman en wetgever van Israël, en een van de duidelijkste voorafbeeldingen van Christus als Middelaar.
Aäron — bergbewoner, of: verlichter
De oudere broer van Mozes, drie jaar vóór hem geboren uit Amram en Jochebed (Ex. 6:20). Toen Mozes zich niet welbespraakt genoeg achtte, stelde de HEERE Aäron aan om voor hem tot het volk en tot Farao te spreken, 'hij zal u tot een mond zijn' (Ex. 4:14-16). Later zou hij de eerste hogepriester van Israël worden.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De verlossing en de losserniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindinguitwerking
Een afzondering tussen de Egyptenaren en de Israëlieten — 11:1-10
Negen plagen zijn voorbij en Farao heeft nog altijd niet losgelaten. Dit korte hoofdstuk is de aankondiging van de tiende, en het is het laatste wat Mozes tegen hem zegt voordat hij bij hem weggaat in hitte des toorns.
De laatste plaag wordt aangezegd, en er wordt uitdrukkelijk bij gezegd dat niemand erbuiten valt en dat er tegelijk een scheiding gemaakt wordt.
De aankondiging begint met een tijdstip: omtrent middernacht zal Ik uitgaan door het midden van Egypte. En dan volgt de omvang, en die wordt met opzet van boven naar beneden opgesomd: “van Farao's eerstgeborene af, die op zijn troon zitten zou, tot den eerstgeborene der dienstmaagd, die achter de molen is, en alle eerstgeborenen van het vee.”
Van de troon tot de handmolen. Er is niemand die door zijn stand ontkomt en niemand die door zijn geringheid over het hoofd gezien wordt. Wat volgt is even ongebruikelijk: er zal een groot geschrei zijn in heel Egypte, zoals er nooit geweest is en nooit meer wezen zal.
En dan komt het vers waar dit hoofdstuk om draait, en het is opvallend stil na dat geschrei: “Maar bij alle kinderen Israëls zal niet een hond zijn tong verroeren, van de mensen af tot de beesten toe.”
In het ene land klinkt gejammer in elk huis; in het andere blaft niet eens een hond. En er staat bij waartoe dat verschil dient: opdat gijlieden weet dat de HEERE tussen de Egyptenaren en tussen de Israëlieten een afzondering maakt.
Dat woord afzondering is de sleutel. Israël was niet beter dan Egypte; even verderop moet het volk voor zijn eigen deur bloed strijken, anders geldt ook daar het oordeel. Het verschil zit niet in wat voor mensen zij waren maar in wat God tussen hen beiden stelde — en de volgende bladzijde vertelt waaruit dat verschil bestond: een lam zonder gebrek, en zijn bloed aan de posten.
Zo staat dit hoofdstuk vlak vóór het Pascha en het bereidt het voor. Het zegt hoe zwaar de nood is en hoe scherp de scheiding, en het laat de vraag open hoe iemand aan de goede kant terechtkomt.
Het Nieuwe Testament noemt dat lam bij name. Paulus schrijft dat ons Pascha voor ons geslacht is, namelijk Christus. Johannes de Doper wijst Hem aan als het Lam Gods. En Petrus zegt waarom het zonder gebrek moest zijn: verlost met het dierbaar bloed van Christus, als van een onbestraffelijk en onbevlekt Lam.
En dat het over eerstgeborenen ging, is ook niet toevallig. God had eerder tegen Farao laten zeggen dat Israël Zijn zoon was, Zijn eerstgeborene, en dat hij die zoon moest laten trekken. Wie de Zoon van een ander vasthoudt, verliest de zijne. En van Eén staat er dat God Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar Hem voor ons allen overgegeven.
Exodus 4:22-23 — God had gezegd: Israël is Mijn zoon, Mijn eerstgeborene — laat hem trekken.
Exodus 11:5 — De plaag treft van de troon tot de handmolen; niemand valt erbuiten.
Exodus 11:7 — En in Israël verroert geen hond zijn tong.
Exodus 11:7 — God maakt een afzondering tussen beide volken.
Exodus 12:13 — Waar dat verschil uit bestond: bloed aan de deurposten.
1 Korinthe 5:7 — Ons Pascha is voor ons geslacht, namelijk Christus.
In het Nieuwe Testament: 1 Korinthe 5:7; Johannes 1:29; 1 Petrus 1:18-19; Romeinen 8:32; Exodus 4:22-23
Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Exodus 11 niet aan; wel wordt het Pascha van het volgende hoofdstuk uitdrukkelijk op Christus betrokken in 1 Korinthe 5. Wat hier gelegd wordt rust op wat de tekst zelf zegt: de plaag treft van de troon tot de handmolen, en God maakt een afzondering. Dat die afzondering niet in het volk zelf lag maar in het bloed aan de deurpost, blijkt uit het volgende hoofdstuk.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Genesis 11:7 “Opdat gijlieden weet dat de HEERE tussen de Egyptenaars en tussen de Israëlieten een afzondering maakt.”
De vuurkolom die Israël licht gaf, was duisternis voor de ogen van de Egyptenaren. Telkens wanneer God Israël zegende, bracht Hij Egypte onder de vloek. Op hetzelfde moment dat Hij de zegen over de een zond, zond Hij de vloek over de ander. Hij zag om naar Israël, en de stammen verheugden zich; maar toen Hij naar de Egyptenaren keek, raakten hun legers in verwarring.
Egypte en Israël kunnen worden beschouwd als typen van twee volken die op de aarde wonen: zij die de HEERE vrezen en zij die Hem niet vrezen. De Egyptenaren zijn het beeld van hen die dood zijn in overtredingen en zonden, vijanden van God door hun goddeloze werken. De Israëlieten, Gods oude verbondsvolk, vertegenwoordigen degenen die door goddelijke genade in Christus hebben geloofd, God vrezen en ernaar verlangen Zijn geboden te onderhouden.
Er bestaat een scheiding van oneindige breedte tussen de zondaar, dood in de zonde, en het kind van God, dat door de Geest levend is gemaakt en is aangenomen in de familie van de Allerhoogste. Hoe meer de kerk zich in haar woorden en daden onderscheidt van de wereld, des te geloofwaardiger is haar getuigenis voor Christus en des te krachtiger haar getuigenis tegen de zonde.
Wij zijn in deze wereld gezonden om tegen het kwaad te getuigen, niet om ons ermee in te laten. De kerk van Christus draagt op dit moment wellicht verantwoordelijkheid voor vele afschuwelijke zonden.
1. Want 1) de HEERE had tot Mozes gesproken, vóórdat deze (hoofdstuk 10:24) door Farao’s geroep tot hem gegaan was: Ik zal nog één plaag over Farao en over Egypte brengen, namelijk het sterven van de eerstgeborenen (vs.4 vv.), daarna zal hij u van hier laten vertrekken; als hij u geheel 2) zal laten vertrekken, zo zal hij u haastig van hier uitdrijven, zodat gij zo spoedig mogelijk vrij wordt.
1) Hij deelt mee, dat hij niet uit zichzelf tot dat drieste spreken was gekomen, welke wij zo-even heben gehoord, maar dat, omdat hij op goddelijke wijze was vermaand, dat het einde van de strijd daar was, hem niets overbleef, dan Farao de laatste slag toe te brengen. Daarom hangt dit vers nauw samen met het vorige, en is het een nazindeel, omdat het niet aan Mozes vrijstond de gang van zijn roeping af te breken, tenzij hij volkomen wist, dat hij tot de eindpunt was gekomen. En anders sluit ook niet, wat naderhand volgt, dat Mozes tot Farao heeft gesproken, sedert hij hem heeft laten zeggen, dat hij niet meer voor hem verschijnen mocht, indien het gesprek niet terstond, in eens door, voortgezet is. Deze zin wordt er tussenin verondersteld: Ofschoon Farao zich verhardt, is nu echter de tijd gekomen, waarin hij voor God moet bukken. Maar niet slechts kondigt God aan, dat het hart van Farao zal verandert worden, om de uittocht van het volk niet langer te verhinderen, maar dat hij die zaak, welke hij hardnekkig geweigerd heeft, zeer zal begeren. Want dit geven de woorden te kennen: niet slechts zal hij u laten gaan, maar hij zal u haastig uitdrijven. Want hun tegenwoordigheid verafschuwende heeft hij hen met alle kracht uit zijn rijk verdreven.
Dit “want” verklaart dus, waarom Mozes tot Farao kon spreken, gelijk hij in het vorige vers gesproken heeft.
2) “Geheel,” in de zin van, volkomen. De Heere belooft hier, dat niets van het volk, noch van zijn bezittingen zal achterblijven. Ook de kinderen, ook de schapen en runderen.
2. Spreek nu voor de oren van het volk, 1) want het ogenblik is nabij, dat gij zult gedwongen worden, om weg te gaan, en daardoor in de toestand zult zijn, om zelf voorwaarden te stellen, in plaats dat men ze u zou stellen, en gij bidden moet zonder iets te verkrijgen; zegt, datieder man van zijn naaste, van de Egyptenaren, met welke hij in een huis, of in wier nabijheid hij woont, en iedere vrouw van haar naaste, (hoofdstuk 3:21 vv.) zilveren vaten en gouden vaten a) of kleinoden eist. 2)
a) Exodus. 12:35
1) Hiermee wordt het volk tot handelen aangezet, om datgene te verkrijgen, wat God hun in hoofdstuk 3 beloofd heeft. Maar hierdoor wordt ook nader dat “beroven” verklaard. Het was niet een bestelen van de Egyptenaars, maar zij vroegen het in het openbaar, en straks geven de Egyptenaren het gewillig. Zo zorgde God voor Zijn volk, zodat zij als het ware dubbel en meer dan dubbel, ook in stoffelijke dingen, vergoeding ontvingen voor al het leed, dat zij hadden ondervonden. God zorgt voor zijn volk. Welk een tegenstelling tussen Egypte en Israël! In Egypte allen aan de diepste ellende ten prooi, en bij Israël allen op wonderlijke wijze bewaard en nu ook van alles nog rijkelijk voorzien.
2) Hoewel het aan de overwinnaars geoorloofd is van hun vijanden buit te nemen, waarom zullen wij menen, dat het God minder geoorloofd was, ten opzichte van de Egyptenaren, welke Hij in tien openbare gevechten had overwonnen, vóórdat Hij tot de overgave van dit alles dwong.
Omdat nu de Israëlieten, wegens hun slavernij en armoede, van zulke zaken niet voorzien waren, zo geeft hen de Heere bevel, om ze te eisen van de Egyptenaren; niet om het weer te geven, maar om op die wijze, volgens Gods bevel, die als de Oppereigenaar de Israëlieten dit alles gaf, ter vergoeding, en als een loon voor hun geleden onderdrukkingen en bloedige arbeid, Egypte te beroven.
3. En de HEEREa) gaf 1) het volk in dat uur van algemene rouw genade in de ogen van de Egyptenaren, dat deze alles graag en gewillig gaven, wat van hen gevorderd werd; ook was de man Mozes, zeer groot; hij genoot een groot aanzien in Egypte voor de ogen van Farao’s knechten, en voor de ogen van het volk; 2) de velerlei tekenen hadden de vijanden overtuigd, dat deze door zijn God groot was; zelfs Farao, als hij Mozes geboden had, niet meer tot hem te komen (hoofdstuk 10:28), waagde het niet hem en Aäron met geweld uit te drijven; hij moest nog aanhoren, wat deze na de verklaring (hoofdstuk 10:29) hem nog verder te zeggen had.
a) Exodus. 12:36
1) In het Hebreeuws Wajitthen. Beter vertaald, zal geven. Hiermee wil de Heere dan de Israëlieten bemoedigen, zodat zij durven eisen. Hij zegt hier toch, dat Hij het is, die ten behoeve van de Zijnen, ook de harten van de vijanden neigt tot alles, waartoe Hij wil.
2) Hiermee wordt een tweede en ondergeschikte oorzaak aangeduid, welke zou ten gevolge hebben, dat zowel de Egyptenaren zouden buigen als de Israëlieten zouden bemoedigd worden, zodat zij beide zijn woorden eerbiedig terwille zouden zijn. Want ofschoon deze hele zaak alleen door de macht van God werd bestuurd, handelde Hij toch niet openlijk door Zichzelf alleen, maar omdat Hij Mozes als dienaar had uitgekozen, had Hij deze ook enige rollen toebedeeld. Vandaar de verering, welke zowel de Egyptenaars als de Israëlieten gehoorzaam maakte, opdat zijn arbeid niet ijdel zou zijn.
4. Verder zei Mozes na die verklaring tot Farao: Zo heeft de HEERE, die mij nauwkeurig van Zijn verdere raadsbesluiten onderricht heeft, eer ik tot u gekomen ben (vs.1), gezegd: Omtrent middernacht 1) van een van de eerstvolgende dagen, wanneer bij Mijn volk Israël eerst alles in orde zal zijn, wat nog voorbereid en ten uitvoer gebracht moet worden (hoofdstuk 12:1-28), a) zal Ik van Mijn heilige woning uitgaan 2) door het midden van Egypte.
a) Exodus. 12:29
1) Te middernacht zou Hij komen, die steeds in het licht wandelt, die daar troont in het eeuwig ongeschapen licht, maar die ook de duisternis heeft geschapen en wandelt te midden van de donkerheid. Te middernacht zou Hij komen, Zijn machtige lendenen omgord met het kleed van de duistere nacht. Te middernacht, als alles sliep en aan de zorgeloze rust zich pas had overgegeven; te middernacht als slechts het verscheurend wouddier waakt en op zijn prooi loert, als de hyena rondom de graven sluipt en de jakhals schoffeert; onverwacht zou Hij optreden, als niemand Hem verwachtte. Want dit is steeds de betekenis van dit “te middernacht,” ook in de gelijkenis van de Heere van de tien maagden, die sluimerig waren geworden, toen zij plotseling uit de zondige sluimering werden opgeschrikt door de kreet: “de bruidegom komt, gaat uit hem tegemoet”. (Matth.25:8).
2) Terwijl alle andere plagen door tussenkomst van Mozes en Aäron zijn uitgevoerd, zal de Heere deze zelf als het ware onmiddellijk zenden. De Heere wordt hier gezegd te zullen uitgaan van uit Zijn heilige woning. Dit geeft aan, dat Hij rechterlijk zal optreden in het midden van zijn vijanden, om gericht te oefenen over hun zonden. Zie ook Jesaja. 26:21.
5. En a) alle eerstgeborenen 1) in Egypte zullen sterven, van Farao’s eerstgeborene af, zijn zoon, die bestemd is zijn opvolger te zijn, die op zijn troon zitten zou, tot de eerstgeborene van de dienstmaagd, die achter de molen is, de geringste, die de moeilijkste slavendienst verrichten moet, en alle eerstgeborenen van het vee. 2)
a) Exodus. 12:12
1) Wij hebben hier bepaald aan de oudsten van de kinderen te denken en niet aan de voortreffelijkste. God zou rechterlijk optreden in het midden van Egypte en daarom zouden de eerstgeborene getroffen worden, opdat het openbaar zou worden, dat het niet aan een toeval, maar aan een eigen daad van God was toe te schrijven, wat geschiedde.
2) De Egyptenaren zouden een dubbel verlies lijden. Zowel in hun kinderen als in hun bezittingen. Zowel aan de aanzienlijkste als aan de geringste zou deze straf volvoerd worden. Hiermee toont de Heere aan hen duidelijk, wat zij verdiend hadden. Verdiend hadden zij, dat zij als volk uit de rij van de natiën werden uitgewist, maar de Heere beperkt de straf tot hen, die hun naam droegen, die vertegenwoordigers waren van hun geslacht. Zo wordt, wat bij de eerste oogopslag onbillijk zou schijnen, nog bewijs van Gods genadige verschoning omtrent het gehele volk.
6. En er zal, om de dood van zo velen, een groot gehuil zijn in geheel Egypte, zoals er nooit geweest is, en zoals er niet meer wezen zal 1) (hoofdstuk 10:14).
1) Een hartverscheurend gekerm, een zieldoorborende kreet van radeloze angst en bange vertwijfeling zou alom, in ieder gezin opgaan, waar men deze of gene van de huisgenoten door de dood zag neervellen, zonder te weten vanwaar de jammer eigenlijk kwam en waar die jammer tenslotte zou eindigen. Al wat er ooit vroeger voor leed was geleden of voor de toekomst ooit werd geducht, dat alles zou in het niet wegzinken bij dat grote onheil. Ook dan zou het blijken, dat in de dood armen en rijken zich ontmoeten; dat de Heere ze allen gemaakt heeft en dat diezelfde God een woord spreekt en de mens doet wederkeren tot verbrijzeling.
7. Maar bij alle kinderen van Israël zal niet een hond zijn tong verroeren; 1) in tegenstelling tot dit groot gehuil in Egypte, zal de diepste stilte gedurende die nacht bij mijn volk heersen; allen zullen rusten van de mensen af tot de beesten toe; opdat gij nog meer bepaald dan tot nu toe (hoofdstuk 8:22 vv.; 9:4; 10:23) weet, dat de HEERE tussen de Egyptenaren en tussen de Israëlieten een afzondering maakt. 2)
1) “De tong roeren.” Deze uitdrukking wordt ook in Jozua. 10:21 gebruikt. Daar beduidt het niet zoals hier, verroeren van pijn of smart, doch komt het voor in de zin van, bijten, bedreigen. Geen enkele bittere jammerklacht zou uit Gosen opgaan. Terwijl in Egypte een algemeen gekerm zou opgaan, zou het daar in dat opzichte stil zijn.
2) Ofschoon niet altijd zulk een onderscheid gezien wordt tussen gelovigen en ongelovigen, ja veeleer, dat beide tegelijk straffen ontvangen, scheidt God toch bij de dood de een van de ander, door een grote afstand. Dit geluk kan ons nooit ontvallen, omdat wij weten, dat de ellende ons, die Hij met Zijn welbehagen heeft omvat, tot ons heil overkomen.
8. Als de Heere die plaag heeft uitgezonden, dan zullen al deze 1) knechten, in wier omgeving gij zo trots op uw troon bent gezeten en voor wie gij u als een almachtig en onbedwingbaar vorst gedraagt, die zelfs de hoge God durft te trotseren, zij zullen tot mij komen, en zich in uw naam voor mij neigen, zeggende: Trek uit, gij en al het volk, dat uw voetstappen volgt. 2) Wanneer uw knechten mij alzo zullen bidden in uw naam, om hetgeen, waarom ik zolang tevergeefs gebeden heb, zult gij het bewijs geven, dat de Heere mij over u tot God gesteld heeft, en daarna zal ikuitgaan, en met mij nemen wat ik wil, niet alleen jong en oud, zonen en dochters, schapen en runderen (hoofdstuk 10:9) maar ook vele goederen van uw volk. (Genesis 15:14). En hij ging na deze krachtige woorden uit van Farao, in hitte van de toorn, 3) een voorteken van de grimmigheid van de Heere, die zich nu spoedig over de verstokte koning zou uitstorten (hoofdstuk 14:24 vv.).
1) “Deze knechten.” Mozes wijst hen als met de vinger aan. Niet een knecht van de laagste rang zal Farao zenden, maar zijn raadslieden van de kroon, zijn hoogste staatsdienaren zullen komen, om hem te smeken, uit te trekken. Hiermee voorspelt Mozes het einde van de strijd, dat zal zijn volkomen, al is het ook gedwongen onderwerping aan Israëls God.
2) In het Hebreeuws Beragleegaa. Letterlijk: in uw benen, in uw gevolg.
3) Hoeveel reden wij ook hebben, wanneer een heilige ijver ons beweegt, om te bidden, om de geest van zachtmoedigheid en eenvoudigheid die ons voor buitensporigheden bewaart, zo zien wij uit Mozes’ toorn: God wil niet, dat wij koud en onverschillig Zijn bevelen volbrengen.
III. Exodus 11 vers 9 en 10
Nadat nu Farao aan zichzelf en aan zijn verder lot overgelaten is, wordt het gebeurde met hem in het kort samengevat, eer Mozes ons bericht, hoe God zich tot Zijn volk wendt en het voor de nabijzijnde uittocht toerust. Het is een schijnbaar vruchteloos pogen met Farao geweest, maar toch zodanig een, als God het van het begin af aan Mozes en Aäron voorzegd heeft, een pogen dat de laatste beslissende slag des te roemrijker voor de Heere en des te zegenrijker voor Israël maakt.
9. De HEERE dan had tot Mozes gesproken, 1) van het begin af aan, dat Hij hem naar Farao had gezonden met de last, dat hij Zijn volk zou laten vertrekken (hoofdstuk 4:21), en dit woord daarna meer dan eenmaal herhaald (hoofdstuk 7:3 vv.; 10:1): Farao zal naar u niet luisteren, opdat 2) Mijn wonderen in Egypteland vermenigvuldigd worden, daarom was Mozes niet telkens opnieuw getroffen en neergeslagen, wanneer hij met zijn broeder zonder enig resultaat van Farao wegging (vs.8).
1) Hiermee wordt het bericht van de onderhandelingen tussen Mozes en Aäron afgesloten. Beter vertaling is: De Heere had gesproken.
2) God wijst de zonde en het ongeloof de plaats aan, die zij in de geschiedenis van de openbaring hebben in te nemen en maakt ze dienstbaar aan de ontwikkeling van zijn heilsplan, aan de vestiging van Zijn Naam.
10. En Mozes en Aäron hebben, hoewel zij van het begin af aan wisten, dat Farao geen toestemming zou geven, al deze wonderen 1) gedaan voor Farao’s aangezicht, en wel met een ijver, alsof hun werk aan de koning hun eindelijk zou gelukken;a) doch de HEERE verhardde Farao’s hart, dat hij de kinderen van Israël uit zijn land niet trekken liet; daarom hadden zij ook het vaste vertrouwen, dat deze raadsbesluiten desalniettemin de verlossing van Israël ten doel hadden en die zeker zouden uitwerken.
a) Exodus. 9:16 Rom.9:17
1) De wonderen, die Mozes en Aäron voor Farao gedaan hebben, zijn tien in getal (1 de verandering van de staf in een slang, 2 van het water in bloed, 3 de plaag van de kikvorsen, 4 van de luizen, 5 van het ongedierte, 6 van de pest, 7 van de zweren, 8 van de hagel, 9 van de sprinkhanen, 10 van de duisternis); daarmee is de volledigheid (zie Ge 31.7 en zie Ge 46.27) bereikt, en het ambt van Mozes en Aäron bij Farao voleindigd. Van deze wonderen is het eerste de bevestiging van hun goddelijke zending, en hierdoor is de vraag aan de koning gedaan, of hij Gods woord wil aannemen, of aan de zijde van zijn goden en tovenaars wil staan; als hij het tweede gekozen heeft, begint de rij van de plagen. Tot heden zijn er negen geschied, de eerste vier lastige, de volgende vier verderfelijke, de negende een zinnebeeldige; aan de volledigheid ontbreekt nog een, die echter Mozes en Aäron niet te volbrengen hebben, deze zal de Heere, zonder bemiddeling van Zijn dienaars, zelf ten uitvoer brengen.
Wat de aard en de natuur van deze tien wondertekenen betreft, zo zijn zij allen wezenlijke wonderen, in zo verre zij, of geheel buiten de orde van de natuur liggende (vs.1-7,10) of tenminste zulke werken van God bevatten, die hetgeen in de gewone loop van de dingen dikwijls genoeg voorkomt, op buitengewone tijd en in ongekende mate teweeg brengen en op het gebed van een mens weer ophouden (vs.8,9). Zij onderscheiden zich daardoor werkelijk van de deels magische, deels diabolische (duivelse) werken van de tovenaars, die niet van wonderbare, maar van zonderlinge, niet van buiten- maar van bovennatuurlijke aard zijn (niet “miracula,” maar “mirabilia). Gezamenlijk staan zij in betrekking tot zekere voorvallen in dat land, waarvoor zij bestemd zijn, en zijn geenszins een rij van vreemdsoortige en willekeurig bedachte verschrikkingen; door deze moet openbaar worden, dat Jehova de Heere is in het midden van het land, waarin zij geschieden; door deze wil de ware, de levende God de goden van Egypte het gebied ontnemen, dat zij deels werkelijk, deels alleen in de verbeelding van de afgodische bewoners bezitten.
Men vraagt eindelijk, welk gevolg met de tien wondertekenen bedoeld is. Afgezien nog van Israëls vrijlating uit de dienstbaarheid van Egypte, moeten wij zeggen, dat het gevolg groot en van veel betekenis geweest is; niet alleen zijn, door hetgeen geschied is, de goden van de Egyptenaren met hun werktuigen, waarvan zij zich bedienden, ter zijde gedreven, en zijn deze, de tovenaars, met de hovelingen van Farao, tot erkenning van de ware God gedwongen, maar ook heeft Farao zelf moeten bekennen, dat hij een zondaar was, om de genade van de Heere laten bidden en de eis van de Heere meer dan eenmaal moeten bewilligen. Wanneer hij nu die toestemming telkens weer terugneemt, de verkregen genade misbruikt, in zijn vorige zonde terug vervalt en de erkende waarheid in ongerechtigheid ten onder houdt, zo bestaat juist daarin zijn verstokking, die de Heere vanaf het begin voorzien heeft en om welke nog een teken en wonder nodig is, waardoor het doel, de vrijlating van Israël, bereikt wordt. Deze verstokking heeft twee zijden; aan de ene zijde is zij Farao’s daad en zijn eigen schuld; aan de andere, Gods daad en Zijn rechtvaardig gericht; om deze schijnbare tegenstrijdigheid op te heffen, daartoe zal het menselijk verstand wel nooit volkomen geraken.
“Hier is een diepte”, zegt Luther, en hij waarschuwt voor ijdele nieuwsgierigheid. In al deze gevallen, waar wij met ons begrijpen van God en Zijn wegen aan het einde zijn, geldt het woord van een andere godgeleerde: “Wat wij in de Schrift kennen en verstaan, dat dient tot onze geestelijke blijdschap, waar wij daarentegen iets niet begrijpen, daar aanbidden wij en zijn zalig in het geloof, totdat dit geloof, aanschouwen wordt.” Wel hebben wij in Farao een waarschuwend voorbeeld, hoe het van nature reeds harde hart van de mensen (hoofdstuk 7:14) des te harder wordt, wanneer het onder de tucht van Gods genade zich niet buigt (hoofdstuk 8:15,19) en hoe degene die zich tegen God verhardt (hoofdstuk 8:32; 9:14) tot straf van zijn zonden, door Hem verhard wordt (hoofdstuk 9:12; 16:27). “Wij worden gewaarschuwd voor moedwillige zonden en voor verachting van het predikambt, opdat ook wij niet met verstokking gestraft worden. Hebben wij echter gezondigd, en roept God ons door de prediking tot boete, zo moeten wij horen en boete doen, dan zullen wij niet gestraft, maar van de straf worden verlost, vergeving van zonden en eindelijk het eeuwige leven verkrijgen.”
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel
Spurgeon Citaten
Hoe meer de kerk zich in haar woorden en daden onderscheidt van de wereld, des te geloofwaardiger is haar getuigenis voor Christus en des te krachtiger haar getuigenis tegen de zonde.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Exodus 11
Genesis 11:7 “Opdat gijlieden weet dat de HEERE tussen de Egyptenaars en tussen de Israëlieten een afzondering maakt.”
De vuurkolom die Israël licht gaf, was duisternis voor de ogen van de Egyptenaren. Telkens wanneer God Israël zegende, bracht Hij Egypte onder de vloek. Op hetzelfde moment dat Hij de zegen over de een zond, zond Hij de vloek over de ander. Hij zag om naar Israël, en de stammen verheugden zich; maar toen Hij naar de Egyptenaren keek, raakten hun legers in verwarring.
Egypte en Israël kunnen worden beschouwd als typen van twee volken die op de aarde wonen: zij die de HEERE vrezen en zij die Hem niet vrezen. De Egyptenaren zijn het beeld van hen die dood zijn in overtredingen en zonden, vijanden van God door hun goddeloze werken. De Israëlieten, Gods oude verbondsvolk, vertegenwoordigen degenen die door goddelijke genade in Christus hebben geloofd, God vrezen en ernaar verlangen Zijn geboden te onderhouden.
Er bestaat een scheiding van oneindige breedte tussen de zondaar, dood in de zonde, en het kind van God, dat door de Geest levend is gemaakt en is aangenomen in de familie van de Allerhoogste. Hoe meer de kerk zich in haar woorden en daden onderscheidt van de wereld, des te geloofwaardiger is haar getuigenis voor Christus en des te krachtiger haar getuigenis tegen de zonde.
Wij zijn in deze wereld gezonden om tegen het kwaad te getuigen, niet om ons ermee in te laten. De kerk van Christus draagt op dit moment wellicht verantwoordelijkheid voor vele afschuwelijke zonden.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
DE UITTOCHT UIT EGYPTE AANGEKONDIGD.
1. Want 1) de HEERE had tot Mozes gesproken, vóórdat deze (hoofdstuk 10:24) door Farao’s geroep tot hem gegaan was: Ik zal nog één plaag over Farao en over Egypte brengen, namelijk het sterven van de eerstgeborenen (vs.4 vv.), daarna zal hij u van hier laten vertrekken; als hij u geheel 2) zal laten vertrekken, zo zal hij u haastig van hier uitdrijven, zodat gij zo spoedig mogelijk vrij wordt.
1) Hij deelt mee, dat hij niet uit zichzelf tot dat drieste spreken was gekomen, welke wij zo-even heben gehoord, maar dat, omdat hij op goddelijke wijze was vermaand, dat het einde van de strijd daar was, hem niets overbleef, dan Farao de laatste slag toe te brengen. Daarom hangt dit vers nauw samen met het vorige, en is het een nazindeel, omdat het niet aan Mozes vrijstond de gang van zijn roeping af te breken, tenzij hij volkomen wist, dat hij tot de eindpunt was gekomen. En anders sluit ook niet, wat naderhand volgt, dat Mozes tot Farao heeft gesproken, sedert hij hem heeft laten zeggen, dat hij niet meer voor hem verschijnen mocht, indien het gesprek niet terstond, in eens door, voortgezet is. Deze zin wordt er tussenin verondersteld: Ofschoon Farao zich verhardt, is nu echter de tijd gekomen, waarin hij voor God moet bukken. Maar niet slechts kondigt God aan, dat het hart van Farao zal verandert worden, om de uittocht van het volk niet langer te verhinderen, maar dat hij die zaak, welke hij hardnekkig geweigerd heeft, zeer zal begeren. Want dit geven de woorden te kennen: niet slechts zal hij u laten gaan, maar hij zal u haastig uitdrijven. Want hun tegenwoordigheid verafschuwende heeft hij hen met alle kracht uit zijn rijk verdreven.
Dit “want” verklaart dus, waarom Mozes tot Farao kon spreken, gelijk hij in het vorige vers gesproken heeft.
2) “Geheel,” in de zin van, volkomen. De Heere belooft hier, dat niets van het volk, noch van zijn bezittingen zal achterblijven. Ook de kinderen, ook de schapen en runderen.
2. Spreek nu voor de oren van het volk, 1) want het ogenblik is nabij, dat gij zult gedwongen worden, om weg te gaan, en daardoor in de toestand zult zijn, om zelf voorwaarden te stellen, in plaats dat men ze u zou stellen, en gij bidden moet zonder iets te verkrijgen; zegt, datieder man van zijn naaste, van de Egyptenaren, met welke hij in een huis, of in wier nabijheid hij woont, en iedere vrouw van haar naaste, (hoofdstuk 3:21 vv.) zilveren vaten en gouden vaten a) of kleinoden eist. 2)
a) Exodus. 12:35
1) Hiermee wordt het volk tot handelen aangezet, om datgene te verkrijgen, wat God hun in hoofdstuk 3 beloofd heeft. Maar hierdoor wordt ook nader dat “beroven” verklaard. Het was niet een bestelen van de Egyptenaars, maar zij vroegen het in het openbaar, en straks geven de Egyptenaren het gewillig. Zo zorgde God voor Zijn volk, zodat zij als het ware dubbel en meer dan dubbel, ook in stoffelijke dingen, vergoeding ontvingen voor al het leed, dat zij hadden ondervonden. God zorgt voor zijn volk. Welk een tegenstelling tussen Egypte en Israël! In Egypte allen aan de diepste ellende ten prooi, en bij Israël allen op wonderlijke wijze bewaard en nu ook van alles nog rijkelijk voorzien.
2) Hoewel het aan de overwinnaars geoorloofd is van hun vijanden buit te nemen, waarom zullen wij menen, dat het God minder geoorloofd was, ten opzichte van de Egyptenaren, welke Hij in tien openbare gevechten had overwonnen, vóórdat Hij tot de overgave van dit alles dwong.
Omdat nu de Israëlieten, wegens hun slavernij en armoede, van zulke zaken niet voorzien waren, zo geeft hen de Heere bevel, om ze te eisen van de Egyptenaren; niet om het weer te geven, maar om op die wijze, volgens Gods bevel, die als de Oppereigenaar de Israëlieten dit alles gaf, ter vergoeding, en als een loon voor hun geleden onderdrukkingen en bloedige arbeid, Egypte te beroven.
3. En de HEEREa) gaf 1) het volk in dat uur van algemene rouw genade in de ogen van de Egyptenaren, dat deze alles graag en gewillig gaven, wat van hen gevorderd werd; ook was de man Mozes, zeer groot; hij genoot een groot aanzien in Egypte voor de ogen van Farao’s knechten, en voor de ogen van het volk; 2) de velerlei tekenen hadden de vijanden overtuigd, dat deze door zijn God groot was; zelfs Farao, als hij Mozes geboden had, niet meer tot hem te komen (hoofdstuk 10:28), waagde het niet hem en Aäron met geweld uit te drijven; hij moest nog aanhoren, wat deze na de verklaring (hoofdstuk 10:29) hem nog verder te zeggen had.
a) Exodus. 12:36
1) In het Hebreeuws Wajitthen. Beter vertaald, zal geven. Hiermee wil de Heere dan de Israëlieten bemoedigen, zodat zij durven eisen. Hij zegt hier toch, dat Hij het is, die ten behoeve van de Zijnen, ook de harten van de vijanden neigt tot alles, waartoe Hij wil.
2) Hiermee wordt een tweede en ondergeschikte oorzaak aangeduid, welke zou ten gevolge hebben, dat zowel de Egyptenaren zouden buigen als de Israëlieten zouden bemoedigd worden, zodat zij beide zijn woorden eerbiedig terwille zouden zijn. Want ofschoon deze hele zaak alleen door de macht van God werd bestuurd, handelde Hij toch niet openlijk door Zichzelf alleen, maar omdat Hij Mozes als dienaar had uitgekozen, had Hij deze ook enige rollen toebedeeld. Vandaar de verering, welke zowel de Egyptenaars als de Israëlieten gehoorzaam maakte, opdat zijn arbeid niet ijdel zou zijn.
4. Verder zei Mozes na die verklaring tot Farao: Zo heeft de HEERE, die mij nauwkeurig van Zijn verdere raadsbesluiten onderricht heeft, eer ik tot u gekomen ben (vs.1), gezegd: Omtrent middernacht 1) van een van de eerstvolgende dagen, wanneer bij Mijn volk Israël eerst alles in orde zal zijn, wat nog voorbereid en ten uitvoer gebracht moet worden (hoofdstuk 12:1-28), a) zal Ik van Mijn heilige woning uitgaan 2) door het midden van Egypte.
a) Exodus. 12:29
1) Te middernacht zou Hij komen, die steeds in het licht wandelt, die daar troont in het eeuwig ongeschapen licht, maar die ook de duisternis heeft geschapen en wandelt te midden van de donkerheid. Te middernacht zou Hij komen, Zijn machtige lendenen omgord met het kleed van de duistere nacht. Te middernacht, als alles sliep en aan de zorgeloze rust zich pas had overgegeven; te middernacht als slechts het verscheurend wouddier waakt en op zijn prooi loert, als de hyena rondom de graven sluipt en de jakhals schoffeert; onverwacht zou Hij optreden, als niemand Hem verwachtte. Want dit is steeds de betekenis van dit “te middernacht,” ook in de gelijkenis van de Heere van de tien maagden, die sluimerig waren geworden, toen zij plotseling uit de zondige sluimering werden opgeschrikt door de kreet: “de bruidegom komt, gaat uit hem tegemoet”. (Matth.25:8).
2) Terwijl alle andere plagen door tussenkomst van Mozes en Aäron zijn uitgevoerd, zal de Heere deze zelf als het ware onmiddellijk zenden. De Heere wordt hier gezegd te zullen uitgaan van uit Zijn heilige woning. Dit geeft aan, dat Hij rechterlijk zal optreden in het midden van zijn vijanden, om gericht te oefenen over hun zonden. Zie ook Jesaja. 26:21.
5. En a) alle eerstgeborenen 1) in Egypte zullen sterven, van Farao’s eerstgeborene af, zijn zoon, die bestemd is zijn opvolger te zijn, die op zijn troon zitten zou, tot de eerstgeborene van de dienstmaagd, die achter de molen is, de geringste, die de moeilijkste slavendienst verrichten moet, en alle eerstgeborenen van het vee. 2)
a) Exodus. 12:12
1) Wij hebben hier bepaald aan de oudsten van de kinderen te denken en niet aan de voortreffelijkste. God zou rechterlijk optreden in het midden van Egypte en daarom zouden de eerstgeborene getroffen worden, opdat het openbaar zou worden, dat het niet aan een toeval, maar aan een eigen daad van God was toe te schrijven, wat geschiedde.
2) De Egyptenaren zouden een dubbel verlies lijden. Zowel in hun kinderen als in hun bezittingen. Zowel aan de aanzienlijkste als aan de geringste zou deze straf volvoerd worden. Hiermee toont de Heere aan hen duidelijk, wat zij verdiend hadden. Verdiend hadden zij, dat zij als volk uit de rij van de natiën werden uitgewist, maar de Heere beperkt de straf tot hen, die hun naam droegen, die vertegenwoordigers waren van hun geslacht. Zo wordt, wat bij de eerste oogopslag onbillijk zou schijnen, nog bewijs van Gods genadige verschoning omtrent het gehele volk.
6. En er zal, om de dood van zo velen, een groot gehuil zijn in geheel Egypte, zoals er nooit geweest is, en zoals er niet meer wezen zal 1) (hoofdstuk 10:14).
1) Een hartverscheurend gekerm, een zieldoorborende kreet van radeloze angst en bange vertwijfeling zou alom, in ieder gezin opgaan, waar men deze of gene van de huisgenoten door de dood zag neervellen, zonder te weten vanwaar de jammer eigenlijk kwam en waar die jammer tenslotte zou eindigen. Al wat er ooit vroeger voor leed was geleden of voor de toekomst ooit werd geducht, dat alles zou in het niet wegzinken bij dat grote onheil. Ook dan zou het blijken, dat in de dood armen en rijken zich ontmoeten; dat de Heere ze allen gemaakt heeft en dat diezelfde God een woord spreekt en de mens doet wederkeren tot verbrijzeling.
7. Maar bij alle kinderen van Israël zal niet een hond zijn tong verroeren; 1) in tegenstelling tot dit groot gehuil in Egypte, zal de diepste stilte gedurende die nacht bij mijn volk heersen; allen zullen rusten van de mensen af tot de beesten toe; opdat gij nog meer bepaald dan tot nu toe (hoofdstuk 8:22 vv.; 9:4; 10:23) weet, dat de HEERE tussen de Egyptenaren en tussen de Israëlieten een afzondering maakt. 2)
1) “De tong roeren.” Deze uitdrukking wordt ook in Jozua. 10:21 gebruikt. Daar beduidt het niet zoals hier, verroeren van pijn of smart, doch komt het voor in de zin van, bijten, bedreigen. Geen enkele bittere jammerklacht zou uit Gosen opgaan. Terwijl in Egypte een algemeen gekerm zou opgaan, zou het daar in dat opzichte stil zijn.
2) Ofschoon niet altijd zulk een onderscheid gezien wordt tussen gelovigen en ongelovigen, ja veeleer, dat beide tegelijk straffen ontvangen, scheidt God toch bij de dood de een van de ander, door een grote afstand. Dit geluk kan ons nooit ontvallen, omdat wij weten, dat de ellende ons, die Hij met Zijn welbehagen heeft omvat, tot ons heil overkomen.
8. Als de Heere die plaag heeft uitgezonden, dan zullen al deze 1) knechten, in wier omgeving gij zo trots op uw troon bent gezeten en voor wie gij u als een almachtig en onbedwingbaar vorst gedraagt, die zelfs de hoge God durft te trotseren, zij zullen tot mij komen, en zich in uw naam voor mij neigen, zeggende: Trek uit, gij en al het volk, dat uw voetstappen volgt. 2) Wanneer uw knechten mij alzo zullen bidden in uw naam, om hetgeen, waarom ik zolang tevergeefs gebeden heb, zult gij het bewijs geven, dat de Heere mij over u tot God gesteld heeft, en daarna zal ikuitgaan, en met mij nemen wat ik wil, niet alleen jong en oud, zonen en dochters, schapen en runderen (hoofdstuk 10:9) maar ook vele goederen van uw volk. (Genesis 15:14). En hij ging na deze krachtige woorden uit van Farao, in hitte van de toorn, 3) een voorteken van de grimmigheid van de Heere, die zich nu spoedig over de verstokte koning zou uitstorten (hoofdstuk 14:24 vv.).
1) “Deze knechten.” Mozes wijst hen als met de vinger aan. Niet een knecht van de laagste rang zal Farao zenden, maar zijn raadslieden van de kroon, zijn hoogste staatsdienaren zullen komen, om hem te smeken, uit te trekken. Hiermee voorspelt Mozes het einde van de strijd, dat zal zijn volkomen, al is het ook gedwongen onderwerping aan Israëls God.
2) In het Hebreeuws Beragleegaa. Letterlijk: in uw benen, in uw gevolg.
3) Hoeveel reden wij ook hebben, wanneer een heilige ijver ons beweegt, om te bidden, om de geest van zachtmoedigheid en eenvoudigheid die ons voor buitensporigheden bewaart, zo zien wij uit Mozes’ toorn: God wil niet, dat wij koud en onverschillig Zijn bevelen volbrengen.
III. Exodus 11 vers 9 en 10
Nadat nu Farao aan zichzelf en aan zijn verder lot overgelaten is, wordt het gebeurde met hem in het kort samengevat, eer Mozes ons bericht, hoe God zich tot Zijn volk wendt en het voor de nabijzijnde uittocht toerust. Het is een schijnbaar vruchteloos pogen met Farao geweest, maar toch zodanig een, als God het van het begin af aan Mozes en Aäron voorzegd heeft, een pogen dat de laatste beslissende slag des te roemrijker voor de Heere en des te zegenrijker voor Israël maakt.
9. De HEERE dan had tot Mozes gesproken, 1) van het begin af aan, dat Hij hem naar Farao had gezonden met de last, dat hij Zijn volk zou laten vertrekken (hoofdstuk 4:21), en dit woord daarna meer dan eenmaal herhaald (hoofdstuk 7:3 vv.; 10:1): Farao zal naar u niet luisteren, opdat 2) Mijn wonderen in Egypteland vermenigvuldigd worden, daarom was Mozes niet telkens opnieuw getroffen en neergeslagen, wanneer hij met zijn broeder zonder enig resultaat van Farao wegging (vs.8).
1) Hiermee wordt het bericht van de onderhandelingen tussen Mozes en Aäron afgesloten. Beter vertaling is: De Heere had gesproken.
2) God wijst de zonde en het ongeloof de plaats aan, die zij in de geschiedenis van de openbaring hebben in te nemen en maakt ze dienstbaar aan de ontwikkeling van zijn heilsplan, aan de vestiging van Zijn Naam.
10. En Mozes en Aäron hebben, hoewel zij van het begin af aan wisten, dat Farao geen toestemming zou geven, al deze wonderen 1) gedaan voor Farao’s aangezicht, en wel met een ijver, alsof hun werk aan de koning hun eindelijk zou gelukken;a) doch de HEERE verhardde Farao’s hart, dat hij de kinderen van Israël uit zijn land niet trekken liet; daarom hadden zij ook het vaste vertrouwen, dat deze raadsbesluiten desalniettemin de verlossing van Israël ten doel hadden en die zeker zouden uitwerken.
a) Exodus. 9:16 Rom.9:17
1) De wonderen, die Mozes en Aäron voor Farao gedaan hebben, zijn tien in getal (1 de verandering van de staf in een slang, 2 van het water in bloed, 3 de plaag van de kikvorsen, 4 van de luizen, 5 van het ongedierte, 6 van de pest, 7 van de zweren, 8 van de hagel, 9 van de sprinkhanen, 10 van de duisternis); daarmee is de volledigheid (zie Ge 31.7 en zie Ge 46.27) bereikt, en het ambt van Mozes en Aäron bij Farao voleindigd. Van deze wonderen is het eerste de bevestiging van hun goddelijke zending, en hierdoor is de vraag aan de koning gedaan, of hij Gods woord wil aannemen, of aan de zijde van zijn goden en tovenaars wil staan; als hij het tweede gekozen heeft, begint de rij van de plagen. Tot heden zijn er negen geschied, de eerste vier lastige, de volgende vier verderfelijke, de negende een zinnebeeldige; aan de volledigheid ontbreekt nog een, die echter Mozes en Aäron niet te volbrengen hebben, deze zal de Heere, zonder bemiddeling van Zijn dienaars, zelf ten uitvoer brengen.
Wat de aard en de natuur van deze tien wondertekenen betreft, zo zijn zij allen wezenlijke wonderen, in zo verre zij, of geheel buiten de orde van de natuur liggende (vs.1-7,10) of tenminste zulke werken van God bevatten, die hetgeen in de gewone loop van de dingen dikwijls genoeg voorkomt, op buitengewone tijd en in ongekende mate teweeg brengen en op het gebed van een mens weer ophouden (vs.8,9). Zij onderscheiden zich daardoor werkelijk van de deels magische, deels diabolische (duivelse) werken van de tovenaars, die niet van wonderbare, maar van zonderlinge, niet van buiten- maar van bovennatuurlijke aard zijn (niet “miracula,” maar “mirabilia). Gezamenlijk staan zij in betrekking tot zekere voorvallen in dat land, waarvoor zij bestemd zijn, en zijn geenszins een rij van vreemdsoortige en willekeurig bedachte verschrikkingen; door deze moet openbaar worden, dat Jehova de Heere is in het midden van het land, waarin zij geschieden; door deze wil de ware, de levende God de goden van Egypte het gebied ontnemen, dat zij deels werkelijk, deels alleen in de verbeelding van de afgodische bewoners bezitten.
Men vraagt eindelijk, welk gevolg met de tien wondertekenen bedoeld is. Afgezien nog van Israëls vrijlating uit de dienstbaarheid van Egypte, moeten wij zeggen, dat het gevolg groot en van veel betekenis geweest is; niet alleen zijn, door hetgeen geschied is, de goden van de Egyptenaren met hun werktuigen, waarvan zij zich bedienden, ter zijde gedreven, en zijn deze, de tovenaars, met de hovelingen van Farao, tot erkenning van de ware God gedwongen, maar ook heeft Farao zelf moeten bekennen, dat hij een zondaar was, om de genade van de Heere laten bidden en de eis van de Heere meer dan eenmaal moeten bewilligen. Wanneer hij nu die toestemming telkens weer terugneemt, de verkregen genade misbruikt, in zijn vorige zonde terug vervalt en de erkende waarheid in ongerechtigheid ten onder houdt, zo bestaat juist daarin zijn verstokking, die de Heere vanaf het begin voorzien heeft en om welke nog een teken en wonder nodig is, waardoor het doel, de vrijlating van Israël, bereikt wordt. Deze verstokking heeft twee zijden; aan de ene zijde is zij Farao’s daad en zijn eigen schuld; aan de andere, Gods daad en Zijn rechtvaardig gericht; om deze schijnbare tegenstrijdigheid op te heffen, daartoe zal het menselijk verstand wel nooit volkomen geraken.
“Hier is een diepte”, zegt Luther, en hij waarschuwt voor ijdele nieuwsgierigheid. In al deze gevallen, waar wij met ons begrijpen van God en Zijn wegen aan het einde zijn, geldt het woord van een andere godgeleerde: “Wat wij in de Schrift kennen en verstaan, dat dient tot onze geestelijke blijdschap, waar wij daarentegen iets niet begrijpen, daar aanbidden wij en zijn zalig in het geloof, totdat dit geloof, aanschouwen wordt.” Wel hebben wij in Farao een waarschuwend voorbeeld, hoe het van nature reeds harde hart van de mensen (hoofdstuk 7:14) des te harder wordt, wanneer het onder de tucht van Gods genade zich niet buigt (hoofdstuk 8:15,19) en hoe degene die zich tegen God verhardt (hoofdstuk 8:32; 9:14) tot straf van zijn zonden, door Hem verhard wordt (hoofdstuk 9:12; 16:27). “Wij worden gewaarschuwd voor moedwillige zonden en voor verachting van het predikambt, opdat ook wij niet met verstokking gestraft worden. Hebben wij echter gezondigd, en roept God ons door de prediking tot boete, zo moeten wij horen en boete doen, dan zullen wij niet gestraft, maar van de straf worden verlost, vergeving van zonden en eindelijk het eeuwige leven verkrijgen.”
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel