Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Neig de oren, gij hemel, en ik zal spreken; en de aarde hore de redenen mijns monds.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Neig de orenH238, gij hemelH8064, en ik zal sprekenH1696; en de aardeH776horeH8085 de redenenH561 mijns mondsH6310.Neig de oren, gij hemel, en ik zal spreken; en de aarde hore de redenen mijns monds.
KJVGive ear,1O ye heavens,2and I will speak;3and hear,4O earth,5the words6of my mouth.
2Mijn leer druipe als een regen, mijn rede vloeie als een dauw; als een stofregen op de grasscheutjes, en als druppelen op het kruid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Mijn leerH3948druipeH6201 als een regenH4306, mijn redeH565vloeieH5140 als een dauwH2919; als een stofregenH8164opH5921 de grasscheutjesH1877, en als druppelenH7241opH5921 het kruidH6212.Mijn leer druipe als een regen, mijn rede vloeie als een dauw; als een stofregen op de grasscheutjes, en als druppelen op het kruid.
KJVMy doctrine3shall drop1as the rain,2my speech6shall distil4as the dew,5as the small rain7upon the tender herb,9and as the showers10upon the grass:
1יַעֲרֹ֤ףH6201druipe, druipendrop (down)2כַּמָּטָר֙H4306regen, plasregenrain3לִקְחִ֔יH3948leer, lering, leredoctrine, learning, fair speech4תִּזַּ֥לH5140stromen, vloeien, vlietendistil, drop, flood, (cause to) flow(-ing), gush out, melt, pour (down), running water, stream5כַּטַּ֖לH2919dauw, dauwsdew6אִמְרָתִ֑יH565rede, toezegging, woordcommandment, speech, word7כִּשְׂעִירִ֣םH8164stofregensmall rain8עֲלֵיH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9דֶ֔שֶׁאH1877grasscheutjes, grazige, tedere gras(tender) grass, green, (tender) herb10וְכִרְבִיבִ֖יםH7241druppelen, droppelen, regendruppelenshower11עֲלֵיH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12עֵֽשֶׂבH6212kruid, gras, kruidengrass, herb
3Want ik zal den Naam des HEEREN uitroepen; geeft onzen God grootheid!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3WantH3588 ik zal den NaamH8034 des HEERENH3068uitroepenH7121; geeftH3051 onzen GodH430grootheidH1433!Want ik zal den Naam des HEEREN uitroepen; geeft onzen God grootheid!
KJVBecause I will publish4the name2of the LORD:3ascribe5ye greatness6unto our God.
4Hij is de Rotssteen, Wiens werk volkomen is; want al Zijn wegen zijn gerichte. God is waarheid, en is geen onrecht; rechtvaardig en recht is Hij.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Hij is de RotssteenH6697, Wiens werkH6467volkomenH8549 is; wantH3588alH3605 Zijn wegenH1870 zijn gerichteH4941. GodH410 is waarheidH530, en is geenH369onrechtH5766; rechtvaardigH6662 en rechtH3477 is HijH1931.Hij is de Rotssteen, Wiens werk volkomen is; want al Zijn wegen zijn gerichte. God is waarheid, en is geen onrecht; rechtvaardig en recht is Hij.
KJVHe is the Rock,1his work3is perfect:2for all his ways6are judgment:7a God8of truth9and without iniquity,11just12and right
1הַצּוּר֙H6697Rotssteen, rotssteen, rotsedge, [idiom] (mighty) God (one), rock, [idiom] sharp, stone, [idiom] strength, [idiom] strong. See also H1049 (בֵּית צוּר)2תָּמִ֣יםH8549volkomen, oprechten, oprechtwithout blemish, complete, full, perfect, sincerely (-ity), sound, without spot, undefiled, upright(-ly), whole3פָּעֳל֔וֹH6467werk, daden, arbeidenact, deed, do, getting, maker, work4כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6דְּרָכָ֖יוH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)7מִשְׁפָּ֑טH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong8אֵ֤לH410God, Gods, godGod (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.'9אֱמוּנָה֙H530waarheid, getrouwheid, ambtfaith(-ful, -ly, -ness, (man)), set office, stability, steady, truly, truth, verily10וְאֵ֣יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)11עָ֔וֶלH5766onrecht, verkeerdheid, ongerechtigheidiniquity, perverseness, unjust(-ly), unrighteousness(-ly); wicked(-ness)12צַדִּ֥יקH6662rechtvaardige, rechtvaardigen, rechtvaardigjust, lawful, righteous (man)13וְיָשָׁ֖רH3477recht, oprechten, oprechteconvenient, equity, Jasher, just, meet(-est), [phrase] pleased well right(-eous), straight, (most) upright(-ly, -ness)14הֽוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
5Hij heeft het tegen Hem verdorven; het zijn Zijn kinderen niet; de schandvlek is hun; het is een verkeerd en verdraaid geslacht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Hij heeft het tegen Hem verdorvenH7843; het zijn Zijn kinderenH1121nietH3808; de schandvlekH3971 is hun; het is een verkeerdH6141 en verdraaidH6618geslachtH1755.Hij heeft het tegen Hem verdorven; het zijn Zijn kinderen niet; de schandvlek is hun; het is een verkeerd en verdraaid geslacht.
KJVThey have corrupted1themselves, their spot5is not the spot of his children:4they are a perverse7and crooked8generation.
1שִׁחֵ֥תH7843verderven, verdorven, verdierfbatter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r)2ל֛וֹ3לֹ֖אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4בָּנָ֣יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5מוּמָ֑םH3971gebrek, schandvlek, gebrekenblemish, blot, spot6דּ֥וֹרH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity7עִקֵּ֖שׁH6141verkeerde, verkeerd, verkeerdencrooked, froward, perverse8וּפְתַלְתֹּֽלH6618verdraaidcrooked
6Zult gij dit den HEERE vergelden, gij, dwaas en onwijs volk! Is Hij niet uw Vader, Die u verkregen, Die u gemaakt en u bevestigd heeft?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Zult gij ditH2063 den HEEREH3068vergeldenH1580, gij, dwaasH5036 en onwijsH2450volkH5971! Is HijH1931nietH3808 uw VaderH1, Die u verkregenH7069, DieH1931 u gemaaktH6213 en u bevestigdH3559 heeft?Zult gij dit den HEERE vergelden, gij, dwaas en onwijs volk! Is Hij niet uw Vader, Die u verkregen, Die u gemaakt en u bevestigd heeft?
KJVDo ye thus requite3the LORD,2O foolish6people5and unwise?8is not he thy father11that hath bought12thee? hath he not made14thee, and established
1הֲ2לַיְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3תִּגְמְלוּH1580gespeend, vergelden, vergoldenbestow on, deal bountifully, do (good), recompense, requite, reward, ripen, [phrase] serve, mean, yield4זֹ֔אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus5עַ֥םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people6נָבָ֖לH5036dwaas, dwazen, dwazefool(-ish, -ish man, -ish woman), vile person7וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8חָכָ֑םH2450wijzen, wijs, wijzecunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man)9הֲלוֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10הוּא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who11אָבִ֣יךָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'12קָּנֶ֔ךָH7069kopen, gekocht, kochtattain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily13ה֥וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who14עָֽשְׂךָ֖H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use15וַֽיְכֹנְנֶֽךָH3559bereid, bevestigd, bereidencertain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed
7Gedenk aan de dagen van ouds; merk op de jaren van elk geslacht; vraag uw vader, die zal het u bekend maken, uw ouden, en zij zullen het u zeggen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7GedenkH2142 aan de dagenH3117 van oudsH5769; merkH995 op de jarenH8141 van elk geslachtH1755; vraagH7592 uw vaderH1, die zal het u bekendH5046 maken, uw oudenH2205, en zij zullen het u zeggenH559.Gedenk aan de dagen van ouds; merk op de jaren van elk geslacht; vraag uw vader, die zal het u bekend maken, uw ouden, en zij zullen het u zeggen.
KJVRemember1the days2of old,3consider4the years5of many6generations:7ask8thy father,9and he will shew10thee; thy elders,11and they will tell
1זְכֹר֙H2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well2יְמ֣וֹתH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3עוֹלָ֔םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)4בִּ֖ינוּH995verstaan, verstandig, verstaatattend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man)5שְׁנ֣וֹתH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)6דּוֹרH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity7וָד֑וֹרH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity8שְׁאַ֤לH7592vraagde, vragen, begeerdask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish9אָבִ֨יךָ֙H1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'10וְיַגֵּ֔דְךָH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter11זְקֵנֶ֖יךָH2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator12וְיֹ֥אמְרוּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet13לָֽךְ
8Toen de Allerhoogste aan de volken de erfenis uitdeelde, toen Hij Adams kinderen vaneen scheidde, heeft Hij de landpalen der volken gesteld naar het getal der kinderen Israels.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Toen de AllerhoogsteH5945 aan de volken de erfenisH5157 uitdeelde, toen Hij AdamsH120kinderenH1121 vaneen scheiddeH6504, heeft Hij de landpalenH1367 der volken gesteldH5324 naar het getalH4557 der kinderenH1121IsraelsH3478.Toen de Allerhoogste aan de volken de erfenis uitdeelde, toen Hij Adams kinderen vaneen scheidde, heeft Hij de landpalen der volken gesteld naar het getal der kinderen Israels.
Ook in dit vers
volkenH1471
volkenH5971
KJVWhen the most High2divided1to the nations3their inheritance,when he separated4the sons5of Adam,6he set7the bounds8of the people9according to the number10of the children11of Israel.
1בְּהַנְחֵ֤לH5157erven, erfelijk, ervedivide, have (inheritance), take as a heritage, (cause to, give to, make to) inherit, (distribute for, divide (for, for an, by), give for, have, leave for, take (for)) inheritance, (have in, cause to, be made to) possess(-ion)2עֶלְיוֹן֙H5945Allerhoogste, Allerhoogsten, hoge(Most, on) high(-er, -est), upper(-most)3גּוֹיִ֔םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people4בְּהַפְרִיד֖וֹH6504verdeeld, gescheiden, scheidendisperse, divide, be out of joint, part, scatter (abroad), separate (self), sever self, stretch, sunder5בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6אָדָ֑םH120mens, mensen, Adam[idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person7יַצֵּב֙H5324gesteld, stonden, stondappointed, deputy, erect, establish, [idiom] Huzzah (by mistake for a proper name), lay, officer, pillar, present, rear up, set (over, up), settle, sharpen, establish, (make to) stand(-ing, still, up, upright), best state8גְּבֻלֹ֣תH1367landpalen, landpale, palenborder, bound, coast, landmark. place9עַמִּ֔יםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people10לְמִסְפַּ֖רH4557getal, tellen, geteld[phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time11בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
9Want des HEEREN deel is Zijn volk, Jakob is het snoer Zijner erve.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9WantH3588 des HEERENH3068deelH2506 is Zijn volkH5971, JakobH3290 is het snoerH2256 Zijner erveH5159.Want des HEEREN deel is Zijn volk, Jakob is het snoer Zijner erve.
KJVFor the LORD'S3portion2is his people;4Jacob5is the lot6of his inheritance.
10Hij vond hem in een land der woestijn, en in een woeste huilende wildernis; Hij voerde hem rondom, Hij onderwees hem, Hij bewaarde hem als Zijn oogappel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Hij vondH4672 hem in een landH776 der woestijnH4057, en in een woesteH8414huilendeH3214wildernisH3452; Hij voerde hem rondomH5437, Hij onderweesH995 hem, Hij bewaardeH5341 hem als Zijn oogappelH380.Hij vond hem in een land der woestijn, en in een woeste huilende wildernis; Hij voerde hem rondom, Hij onderwees hem, Hij bewaarde hem als Zijn oogappel.
KJVHe found1him in a desert3land,2and in the waste4howling5wilderness;6he led him about,7he instructed8him, he kept9him as the apple10of his eye.
1יִמְצָאֵ֨הוּ֙H4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on2בְּאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world3מִדְבָּ֔רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness4וּבְתֹ֖הוּH8414woeste, ijdelheid, ijdelhedenconfusion, empty place, without form, nothing, (thing of) nought, vain, vanity, waste, wilderness5יְלֵ֣לH3214huilendehowling6יְשִׁמֹ֑ןH3452wildernis, woestijndesert, Jeshimon, solitary, wilderness7יְסֹֽבְבֶ֨נְהוּ֙H5437rondom, keerde, omgewendbring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back)8יְב֣וֹנְנֵ֔הוּH995verstaan, verstandig, verstaatattend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man)9יִצְּרֶ֖נְהוּH5341bewaren, bewaart, behoedenbesieged, hidden thing, keep(-er, -ing), monument, observe, preserve(-r), subtil, watcher(-man)10כְּאִישׁ֥וֹןH380appel, oogappel, zwartapple (of the eye), black, obscure11עֵינֽוֹH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)
11Gelijk een arend zijn nest opwekt, over zijn jongen zweeft, zijn vleugelen uitbreidt, ze neemt en ze draagt op zijn vlerken;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Gelijk een arendH5404 zijn nestH7064opwektH5782, overH5921 zijn jongenH1469zweeftH7363, zijn vleugelenH3671uitbreidtH6566, ze neemtH3947 en ze draagtH5375opH5921 zijn vlerkenH84;Gelijk een arend zijn nest opwekt, over zijn jongen zweeft, zijn vleugelen uitbreidt, ze neemt en ze draagt op zijn vlerken;
KJVAs an eagle1stirreth up2her nest,3fluttereth6over her young,5spreadeth abroad7her wings,8taketh9them, beareth10them on her wings:
1כְּנֶ֨שֶׁר֙H5404arend, arenden, arendseagle2יָעִ֣ירH5782opgewekt, verwekken, waak(a-) wake(-n, up), lift up (self), [idiom] master, raise (up), stir up (self)3קִנּ֔וֹH7064nest, kamerennest, room4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5גּוֹזָלָ֖יוH1469jonge duif, jongenyoung (pigeon)6יְרַחֵ֑ףH7363bewegen, zweefde, zweeftflutter, move, shake7יִפְרֹ֤שׂH6566uitbreiden, uitspreiden, breiddebreak, chop in pieces, lay open, scatter, spread (abroad, forth, selves, out), stretch (forth, out)8כְּנָפָיו֙H3671vleugelen, vleugel, slip[phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed)9יִקָּחֵ֔הוּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win10יִשָּׂאֵ֖הוּH5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12אֶבְרָתֽוֹH84vederen, vlerkenfeather, wing
12Zo leidde hem de HEERE alleen, en er was geen vreemd god met hem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Zo leiddeH5148 hem de HEEREH3068 alleen, en er was geenH369vreemdH5236godH410metH5973 hem.Zo leidde hem de HEERE alleen, en er was geen vreemd god met hem.
KJVSo the LORD1alone2did lead3him, and there was no strange7god
1יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)2בָּדָ֣דH910eenzaamalone, desolate, only, solitary3יַנְחֶ֑נּוּH5148leiden, geleid, leidbestow, bring, govern, guide, lead (forth), put, straiten4וְאֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)5עִמּ֖וֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)6אֵ֥לH410God, Gods, godGod (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.'7נֵכָֽרH5236vreemden, vreemde, vreemdalien, strange ([phrase] -er)
13Hij deed hem rijden op de hoogten der aarde, dat hij at de inkomsten des velds; en Hij deed hem honig zuigen uit de steenrots, en olie uit den kei der rots;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Hij deed hem rijdenH7392opH5921 de hoogtenH1116 der aardeH776, dat hij atH398 de inkomstenH8570 des veldsH7704; en Hij deed hem honigH1706zuigenH3243 uit de steenrotsH5553, en olieH8081 uit den keiH2496 der rotsH6697;Hij deed hem rijden op de hoogten der aarde, dat hij at de inkomsten des velds; en Hij deed hem honig zuigen uit de steenrots, en olie uit den kei der rots;
KJVHe made him ride1on the high places3of the earth,4that he might eat5the increase6of the fields;7and he made him to suck8honey9out of the rock,10and oil11out of the flinty12rock;
1יַרְכִּבֵ֨הוּ֙H7392rijden, rijdende, reedbring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set2עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3בָּ֣מֳתֵיH1116hoogten, hoogte, Bamothheight, high place, wave4אָ֔רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5וַיֹּאכַ֖לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite6תְּנוּבֹ֣תH8570inkomsten, inkomst, vruchtfruit, increase7שָׂדָ֑יH7704veld, velds, akkercountry, field, ground, land, soil, [idiom] wild8וַיֵּנִקֵ֤הֽוּH3243zuigen, voedster, zuigelingmilch, nurse(-ing mother), (give, make to) suck(-ing child, -ling)9דְבַשׁ֙H1706honig, honigs, honigvloedhoney(-comb)10מִסֶּ֔לַעH5553steenrots, rotssteen, steenrotsen(ragged) rock, stone(-ny), strong hold11וְשֶׁ֖מֶןH8081olie, olieachtige, Olieanointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine12מֵחַלְמִ֥ישׁH2496keiachtige, keisteen, keiflint(-y), rock13צֽוּרH6697Rotssteen, rotssteen, rotsedge, [idiom] (mighty) God (one), rock, [idiom] sharp, stone, [idiom] strength, [idiom] strong. See also H1049 (בֵּית צוּר)
14Boter van koeien, en melk van klein vee, met het vet der lammeren en der rammen, die in Bazan weiden, en der bokken, met het vette der nieren van tarwe; en het druivenbloed, reinen wijn, hebt gij gedronken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14BoterH2529 van koeienH1241, en melkH2461 van klein veeH6629, metH5973 het vetH2459 der lammerenH3733 en der rammenH352, die in BazanH1316weidenH1121, en der bokkenH6260, metH5973 het vetteH2459 der nierenH3629 van tarweH2406; en het druivenbloedH1818, reinenH2561wijnH6025, hebt gij gedronkenH8354.Boter van koeien, en melk van klein vee, met het vet der lammeren en der rammen, die in Bazan weiden, en der bokken, met het vette der nieren van tarwe; en het druivenbloed, reinen wijn, hebt gij gedronken.
KJVButter1of kine,2and milk3of sheep,4with fat6of lambs,7and rams8of the breed9of Bashan,10and goats,11with the fat13of kidneys14of wheat;15and thou didst drink18the pure19blood16of the grape.
1חֶמְאַ֨תH2529boter, Boterbutter2בָּקָ֜רH1241runderen, rund, koeienbeeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox3וַחֲלֵ֣בH2461melk, melkkazen, melklam[phrase] cheese, milk, sucking4צֹ֗אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)5עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)6חֵ֨לֶבH2459vet, vette, smeer[idiom] best, fat(-ness), [idiom] finest, grease, marrow7כָּרִ֜יםH3733lammeren, stormrammen, hoofdmannencaptain, furniture, lamb, (large) pasture, ram. See also H1033 (בֵּית כַּר), H3746 (כָּרִי)8וְאֵילִ֤יםH352ram, rammen, postenmighty (man), lintel, oak, post, ram, tree9בְּנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10בָשָׁן֙H1316Bazan, BasanBashan11וְעַתּוּדִ֔יםH6260bokkenchief one, (he) goat, ram12עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)13חֵ֖לֶבH2459vet, vette, smeer[idiom] best, fat(-ness), [idiom] finest, grease, marrow14כִּלְי֣וֹתH3629nierenkidneys, reins15חִטָּ֑הH2406tarwe, tarweoogst, tarwemeelbloemwheat(-en)16וְדַםH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent17עֵנָ֖בH6025druiven, wijndruiven, wijn(ripe) grape, wine18תִּשְׁתֶּהH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)19חָֽמֶרH2561reinen, roden wijn[idiom] pure, red wine
15Als nu Jeschurun vet werd, zo sloeg hij achteruit (gij zijt vet, gij zijt dik, ja, met vet overdekt geworden!); en hij liet God varen, Die hem gemaakt heeft, en versmaadde den Rotssteen zijns heils.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Als nu JeschurunH3484vetH8080 werd, zo sloeg hij achteruit (gij zijt vet, gij zijt dikH5666, ja, met vet overdektH3780 geworden!); en hij liet GodH433varenH5203, Die hem gemaaktH6213 heeft, en versmaaddeH5034 den RotssteenH6697 zijns heilsH3444.Als nu Jeschurun vet werd, zo sloeg hij achteruit (gij zijt vet, gij zijt dik, ja, met vet overdekt geworden!); en hij liet God varen, Die hem gemaakt heeft, en versmaadde den Rotssteen zijns heils.
Ook in dit vers
sloeg achteruitH1163
KJVBut Jeshurun2waxed fat,1and kicked:3thou art waxen fat,4thou art grown thick,5thou art covered6with fatness; then he forsook7God8which made9him, and lightly esteemed10the Rock11of his salvation.
1וַיִּשְׁמַ֤ןH8080vetbecome (make, wax) fat2יְשֻׁרוּן֙H3484JeschurunJeshurun3וַיִּבְעָ֔טH1163slaat achteruit, sloeg achteruitkick4שָׁמַ֖נְתָּH8080vetbecome (make, wax) fat5עָבִ֣יתָH5666dikker, dikbe (grow) thick(-er)6כָּשִׂ֑יתָH3780overdektbe covered. Compare H3680 (כָּסָה)7וַיִּטֹּשׁ֙H5203verlaten, varen, verlaatcast off, drawn, let fall, forsake, join (battle), leave (off), lie still, loose, spread (self) abroad, stretch out, suffer8אֱל֣וֹהַH433God, Gods, godGod, god. See H430 (אֱלֹהִים)9עָשָׂ֔הוּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10וַיְנַבֵּ֖לH5034afvallen, afvalt, vervallendisgrace, dishounour, lightly esteem, fade (away, -ing), fall (down, -ling, off), do foolishly, come to nought, [idiom] surely, make vile, wither11צ֥וּרH6697Rotssteen, rotssteen, rotsedge, [idiom] (mighty) God (one), rock, [idiom] sharp, stone, [idiom] strength, [idiom] strong. See also H1049 (בֵּית צוּר)12יְשֻׁעָתֽוֹH3444heil, heils, verlossingendeliverance, health, help(-ing), salvation, save, saving (health), welfare
16Zij hebben Hem tot ijver verwekt door vreemde goden; door gruwelen hebben zij Hem tot toorn verwekt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Zij hebben Hem tot ijver verwektH7065 door vreemdeH2114 goden; door gruwelenH8441 hebben zij Hem tot toorn verwektH3707.Zij hebben Hem tot ijver verwekt door vreemde goden; door gruwelen hebben zij Hem tot toorn verwekt.
KJVThey provoked him to jealousy1with strange2gods, with abominations3provoked they him to anger.
1יַקְנִאֻ֖הוּH7065geijverd, nijdig, benijdden(be) envy(-ious), be (move to, provoke to) jealous(-y), [idiom] very, (be) zeal(-ous)2בְּזָרִ֑יםH2114vreemde, vreemden, vreemd(come from) another (man, place), fanner, go away, (e-) strange(-r, thing, woman)3בְּתוֹעֵבֹ֖תH8441gruwelen, gruwel, gruwelijkeabominable (custom, thing), abomination4יַכְעִיסֻֽהוּH3707toorn verwekken, vertoornen, getergdbe angry, be grieved, take indignation, provoke (to anger, unto wrath), have sorrow, vex, be wroth
17Zij hebben aan de duivelen geofferd, niet aan God; aan de goden, die zij niet kenden; nieuwe, die van nabij gekomen waren, voor dewelke uw vaders niet geschrikt hebben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Zij hebben aan de duivelenH7700geofferdH2076, nietH3808 aan GodH433; aan de godenH430, die zij nietH3808kendenH3045; nieuweH2319, die van nabijH7138gekomenH935 waren, voor dewelke uw vadersH1nietH3808geschriktH8175 hebben.Zij hebben aan de duivelen geofferd, niet aan God; aan de goden, die zij niet kenden; nieuwe, die van nabij gekomen waren, voor dewelke uw vaders niet geschrikt hebben.
KJVThey sacrificed1unto devils,2not to God;4to gods5whom they knew7not, to new8gods that came10newly9up,whom your fathers13feared
1יִזְבְּח֗וּH2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay2לַשֵּׁדִים֙H7700duivelendevil3לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4אֱלֹ֔הַH433God, Gods, godGod, god. See H430 (אֱלֹהִים)5אֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7יְדָע֑וּםH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot8חֲדָשִׁים֙H2319nieuwe, nieuw, nieuwenfresh, new thing9מִקָּרֹ֣בH7138nabij, naaste, nabestaandeallied, approach, at hand, [phrase] any of kin, kinsfold(-sman), (that is) near (of kin), neighbour, (that is) next, (them that come) nigh (at hand), more ready, short(-ly)10בָּ֔אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way11לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12שְׂעָר֖וּםH8175wegstormen, aanstormen, geschriktbe (horribly) afraid, fear, hurl as a storm, be tempestuous, come like (take away as with) a whirlwind13אֲבֹתֵיכֶֽםH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
18Den Rotssteen, Die u gegenereerd heeft, hebt gij vergeten; en gij hebt in vergetenis gesteld den God, Die u gebaard heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Den RotssteenH6697, Die u gegenereerdH3205 heeft, hebt gij vergetenH7876; en gij hebt in vergetenis gesteldH7911 den GodH410, Die u gebaardH2342 heeft.Den Rotssteen, Die u gegenereerd heeft, hebt gij vergeten; en gij hebt in vergetenis gesteld den God, Die u gebaard heeft.
KJVOf the Rock1that begat2thee thou art unmindful,3and hast forgotten4God5that formed
1צ֥וּרH6697Rotssteen, rotssteen, rotsedge, [idiom] (mighty) God (one), rock, [idiom] sharp, stone, [idiom] strength, [idiom] strong. See also H1049 (בֵּית צוּר)2יְלָדְךָ֖H3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)3תֶּ֑שִׁיH7876vergetenbe unmindful. (Render Deuteronomy 32:18, 'A Rock bore thee, thou must recollect; and (yet) thou hast forgotten,' etc.)4וַתִּשְׁכַּ֖חH7911vergeten, vergeet, vergaten[idiom] at all, (cause to) forget5אֵ֥לH410God, Gods, godGod (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.'6מְחֹלְלֶֽךָH2342geboren, barensnood, bevenbear, (make to) bring forth, (make to) calve, dance, drive away, fall grievously (with pain), fear, form, great, grieve, (be) grievous, hope, look, make, be in pain, be much (sore) pained, rest, shake, shapen, (be) sorrow(-ful), stay, tarry, travail (with pain), tremble, trust, wait carefully (patiently), be wounded
19Als het de HEERE zag, zo versmaadde Hij hen, uit toornigheid tegen zijn zonen en zijn dochteren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Als het de HEEREH3068zagH7200, zo versmaaddeH5006 Hij hen, uit toornigheidH3708 tegen zijn zonenH1121 en zijn dochterenH1323.Als het de HEERE zag, zo versmaadde Hij hen, uit toornigheid tegen zijn zonen en zijn dochteren.
KJVAnd when the LORD2saw1it, he abhorred3them, because of the provoking4of his sons,5and of his daughters.
1וַיַּ֥רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3וַיִּנְאָ֑ץH5006gelasterd, lasteren, versmadenabhor, (give occasion to) blaspheme, contemn, despise, flourish, [idiom] great, provoke4מִכַּ֥עַסH3708verdriet, toornigheid, terginganger, angry, grief, indignation, provocation, provoking, [idiom] sore, sorrow, spite, wrath5בָּנָ֖יוH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth6וּבְנֹתָֽיוH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village
20En Hij zeide: Ik zal Mijn aangezicht van hen verbergen; Ik zal zien, welk hunlieder einde zal wezen; want zij zijn een gans verkeerd geslacht, kinderen, in welke geen trouw is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En Hij zeideH559: Ik zal Mijn aangezichtH6440 van hen verbergenH5641; Ik zal zienH7200, welk hunlieder eindeH319 zal wezen; wantH3588zijH1992 zijn een gans verkeerdH8419geslachtH1755, kinderenH1121, in welke geenH3808trouwH529 is.En Hij zeide: Ik zal Mijn aangezicht van hen verbergen; Ik zal zien, welk hunlieder einde zal wezen; want zij zijn een gans verkeerd geslacht, kinderen, in welke geen trouw is.
KJVAnd he said,1I will hide2my face3from them, I will see5what their end7shall be: for they are a very froward10generation,9children12in whom is no faith.
1וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אַסְתִּ֤ירָהH5641verborgen, verbergen, verbergtbe absent, keep close, conceal, hide (self), (keep) secret, [idiom] surely3פָנַי֙H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you4מֵהֶ֔ם5אֶרְאֶ֖הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions6מָ֣הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why7אַחֲרִיתָ֑םH319laatste, einde, nakomelingen(last, latter) end (time), hinder (utter) -most, length, posterity, remnant, residue, reward8כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9ד֤וֹרH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity10תַּהְפֻּכֹת֙H8419verkeerdheden, verkeerd, verkeerdheid(very) froward(-ness, thing), perverse thing11הֵ֔מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye12בָּנִ֖יםH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth13לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without14אֵמֻ֥ןH529trouw, getrouwigheden, recht trouwenfaith(-ful), truth15בָּֽם
21Zij hebben Mij tot ijver verwekt door hetgeen geen God is; zij hebben Mij tot toorn verwekt door hun ijdelheden; Ik dan zal hen tot ijver verwekken door diegenen, die geen volk zijn; door een dwaas volk zal Ik hen tot toorn verwekken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Zij hebben Mij tot ijver verwektH7065 door hetgeen geenH3808GodH410 is; zij hebben Mij tot toorn verwektH3707 door hun ijdelhedenH1892; IkH589 dan zal hen tot ijver verwekkenH7065 door diegenen, die geenH3808 volk zijn; door een dwaasH5036 volk zal Ik hen tot toorn verwekkenH3707.Zij hebben Mij tot ijver verwekt door hetgeen geen God is; zij hebben Mij tot toorn verwekt door hun ijdelheden; Ik dan zal hen tot ijver verwekken door diegenen, die geen volk zijn; door een dwaas volk zal Ik hen tot toorn verwekken.
Ook in dit vers
volkH1471
volkH5971
KJVThey have moved me to jealousy2with that which is not3God;4they have provoked me to anger5with their vanities:6and I will move them to jealousy8with those which are not a people;10I will provoke them to anger13with a foolish12nation.
1הֵ֚םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye2קִנְא֣וּנִיH7065geijverd, nijdig, benijdden(be) envy(-ious), be (move to, provoke to) jealous(-y), [idiom] very, (be) zeal(-ous)3בְלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without4אֵ֔לH410God, Gods, godGod (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.'5כִּעֲס֖וּנִיH3707toorn verwekken, vertoornen, getergdbe angry, be grieved, take indignation, provoke (to anger, unto wrath), have sorrow, vex, be wroth6בְּהַבְלֵיהֶ֑םH1892ijdelheid, ijdelheden, Ijdelheid[idiom] altogether, vain, vanity7וַאֲנִי֙H589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who8אַקְנִיאֵ֣םH7065geijverd, nijdig, benijdden(be) envy(-ious), be (move to, provoke to) jealous(-y), [idiom] very, (be) zeal(-ous)9בְּלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10עָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people11בְּג֥וֹיH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people12נָבָ֖לH5036dwaas, dwazen, dwazefool(-ish, -ish man, -ish woman), vile person13אַכְעִיסֵֽםH3707toorn verwekken, vertoornen, getergdbe angry, be grieved, take indignation, provoke (to anger, unto wrath), have sorrow, vex, be wroth
22Want een vuur is aangestoken in Mijn toorn, en zal bernen tot in de onderste hel, en zal het land met zijn inkomst verteren, en de gronden der bergen in vlam zetten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22WantH3588 een vuurH784 is aangestokenH6919 in Mijn toornH639, en zal bernenH3344totH5704 in de ondersteH8482helH7585, en zal het landH776 met zijn inkomstH2981verterenH398, en de grondenH4144 der bergenH2022 in vlam zettenH3857.Want een vuur is aangestoken in Mijn toorn, en zal bernen tot in de onderste hel, en zal het land met zijn inkomst verteren, en de gronden der bergen in vlam zetten.
KJVFor a fire2is kindled3in mine anger,4and shall burn5unto the lowest8hell,7and shall consume9the earth10with her increase,11and set on fire12the foundationsof the mountains.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
23Ik zal kwaden over hen hopen; Mijn pijlen zal Ik op hen verschieten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Ik zal kwadenH7451overH5921 hen hopenH5595; Mijn pijlenH2671 zal Ik op hen verschietenH3615.Ik zal kwaden over hen hopen; Mijn pijlen zal Ik op hen verschieten.
KJVI will heap1mischiefs3upon them; I will spend5mine arrows
1אַסְפֶּ֥הH5595ombrengen, omkomen, omkomtadd, augment, consume, destroy, heap, join, perish, put2עָלֵ֖ימוֹH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3רָע֑וֹתH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)4חִצַּ֖יH2671pijlen, pijl, moordpijl[phrase] archer, arrow, dart, shaft, staff, wound5אֲכַלֶּהH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste6בָּֽם
24Uitgeteerd zullen zij zijn van honger, opgegeten van den karbonkel en bitter verderf; en Ik zal de tanden der beesten onder hen schikken, met vurig venijn van slangen des stofs.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24UitgeteerdH4198 zullen zij zijn van hongerH7458, opgegetenH3898 van den karbonkelH7565 en bitterH4815verderfH6986; en Ik zal de tandenH8127 der beestenH929 onder hen schikkenH7971, metH5973vurig venijnH2534 van slangenH2119 des stofsH6083.Uitgeteerd zullen zij zijn van honger, opgegeten van den karbonkel en bitter verderf; en Ik zal de tanden der beesten onder hen schikken, met vurig venijn van slangen des stofs.
KJVThey shall be burnt1with hunger,2and devoured3with burning heat,4and with bitter6destruction:5I will also send9the teeth7of beasts8upon them, with the poison12of serpents13of the dust.
1מְזֵ֥יH4198Uitgeteerdburnt2רָעָ֛בH7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger3וּלְחֻ֥מֵיH3898strijden, streed, stredendevour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring)4רֶ֖שֶׁףH7565kolen, vurige kolen, karbonkelarrow, (burning) coal, burning heat, [phrase] spark, hot thunderbolt5וְקֶ֣טֶבH6986verderfdestroying, destruction6מְרִירִ֑יH4815bitterbitter7וְשֶׁןH8127tanden, tand, elpenbenencrag, [idiom] forefront, ivory, [idiom] sharp, tooth8בְּהֵמוֹת֙H929beesten, vee, beestbeast, cattle9אֲשַׁלַּחH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)10בָּ֔ם11עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)12חֲמַ֖תH2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)13זֹחֲלֵ֥יH2119geschroomd, kruipende dieren, slangenbe afraid, serpent, worm14עָפָֽרH6083stof, stofs, aardeashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish
25Van buiten zal het zwaard beroven, en uit de binnenkameren de verschrikking; ook den jongeling, ook de jonge dochter, het zuigende kind met den grijzen man.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Van buitenH2351 zal het zwaardH2719berovenH7921, en uit de binnenkamerenH2315 de verschrikkingH367; ookH1571 den jongelingH970, ookH1571 de jonge dochterH1330, het zuigende kindH3243metH5973 den grijzenH7872manH376.Van buiten zal het zwaard beroven, en uit de binnenkameren de verschrikking; ook den jongeling, ook de jonge dochter, het zuigende kind met den grijzen man.
KJVThe sword3without,1and terror5within,4shall destroy2both the young man7and the virgin,9the suckling10also with the man12of gray hairs.
1מִחוּץ֙H2351buiten, straten, straatabroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without2תְּשַׁכֶּלH7921beroofd, beroven, berooftbereave (of children), barren, cast calf (fruit, young), be (make) childless, deprive, destroy, [idiom] expect, lose children, miscarry, rob of children, spoil3חֶ֔רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool4וּמֵחֲדָרִ֖יםH2315kamer, binnenkameren, slaapkamer((bed) inner) chamber, innermost(-ward) part, parlour, [phrase] south, [idiom] within5אֵימָ֑הH367verschrikking, schrik, verschrikkingendread, fear, horror, idol, terrible, terror6גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea7בָּחוּר֙H970jongelingen, jongeling, Jongelingen(choice) young (man), chosen, [idiom] hole8גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea9בְּתוּלָ֔הH1330jonkvrouw, maagd, maagdenmaid, virgin10יוֹנֵ֖קH3243zuigen, voedster, zuigelingmilch, nurse(-ing mother), (give, make to) suck(-ing child, -ling)11עִםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)12אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)13שֵׂיבָֽהH7872ouderdom, grijsheid, grauwe(be) gray (grey hoar,-y) hairs (head,-ed), old age
26Ik zeide: In alle hoeken zoude Ik hen verstrooien; Ik zoude hun gedachtenis van onder de mensen doen ophouden;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26Ik zeideH559: In alle hoeken zoude Ik hen verstrooien; Ik zoude hun gedachtenisH2143 van onder de mensenH582 doen ophoudenH7673;Ik zeide: In alle hoeken zoude Ik hen verstrooien; Ik zoude hun gedachtenis van onder de mensen doen ophouden;
Ook in dit vers
hoeken verstrooienH6284
KJVI said,1I would scatter them into corners,2I would make the remembrance5of them to cease3from among men:
1אָמַ֖רְתִּיH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אַפְאֵיהֶ֑םH6284hoeken verstrooienscatter into corners3אַשְׁבִּ֥יתָהH7673ophouden, rusten, houdt(cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away4מֵאֱנ֖וֹשׁH582mannen, lieden, mensanother, [idiom] (blood-) thirsty, certain, chap(-man); divers, fellow, [idiom] in the flower of their age, husband, (certain, mortal) man, people, person, servant, some ([idiom] of them), [phrase] stranger, those, [phrase] their trade. It is often unexpressed in the English versions, especially when used in apposition with another word. Compare H376 (אִישׁ)5זִכְרָֽםH2143gedachtenis, gedenknaammemorial, memory, remembrance, scent
27Ten ware, dat Ik de toornigheid des vijands schroomde, dat niet hun tegenpartijen zich vreemd mochten houden; dat zij niet mochten zeggen: Onze hand is hoog geweest; de HEERE heeft dit alles niet gewrocht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Ten wareH3884, dat Ik de toornigheidH3708 des vijandsH341schroomdeH1481, dat niet hun tegenpartijenH6862 zich vreemdH5234 mochten houden; dat zij niet mochten zeggenH559: Onze handH3027 is hoogH7311 geweest; de HEEREH3068 heeft ditH2063allesH3605 niet gewrochtH6466.Ten ware, dat Ik de toornigheid des vijands schroomde, dat niet hun tegenpartijen zich vreemd mochten houden; dat zij niet mochten zeggen: Onze hand is hoog geweest; de HEERE heeft dit alles niet gewrocht.
KJVWere it not1that I feared4the wrath2of the enemy,3lest their adversaries7should behave themselves strangely,6and lest they should say,9Our hand10is high,11and the LORD13hath not done
1לוּלֵ֗יH3884wareexcept, had not, if (...not), unless, were it not that2כַּ֤עַסH3708verdriet, toornigheid, terginganger, angry, grief, indignation, provocation, provoking, [idiom] sore, sorrow, spite, wrath3אוֹיֵב֙H341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe4אָג֔וּרH1481vreemdelingen, verkeren, vreemdeling verkeertabide, assemble, be afraid, dwell, fear, gather (together), inhabitant, remain, sojourn, stand in awe, (be) stranger, [idiom] surely5פֶּֽןH6435opdat niet, anders(lest) (peradventure), that...not6יְנַכְּר֖וּH5234kennen, kende, kentacknowledge, [idiom] could, deliver, discern, dissemble, estrange, feign self to be another, know, take knowledge (notice), perceive, regard, (have) respect, behave (make) self strange(-ly)7צָרֵ֑ימוֹH6862wederpartijders, benauwdheid, tegenpartijdersadversary, afflicted(-tion), anguish, close, distress, enemy, flint, foe, narrow, small, sorrow, strait, tribulation, trouble8פֶּןH6435opdat niet, anders(lest) (peradventure), that...not9יֹֽאמְרוּ֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10יָדֵ֣ינוּH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves11רָ֔מָהH7311verhoogd, verhogen, offerenbring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms12וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14פָּעַ֥לH6466werkers, gewrocht, werkencommit, (evil-) do(-er), make(-r), ordain, work(-er)15כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)16זֹֽאתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus
28Want zij zijn een volk, dat door raadslagen verloren gaat, en er is geen verstand in hen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Want zij zijn een volkH1471, datH3588 door raadslagenH6098verlorenH6 gaat, en er is geenH369verstandH8394 in hen.Want zij zijn een volk, dat door raadslagen verloren gaat, en er is geen verstand in hen.
KJVFor they are a nation2void3of counsel,4neither is there any understanding
1כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2ג֛וֹיH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people3אֹבַ֥דH6vergaan, verloren, omkomenbreak, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee4עֵצ֖וֹתH6098raad, raadslag, raadslagenadvice, advisement, counsel(l-(or)), purpose5הֵ֑מָּהH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye6וְאֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)7בָּהֶ֖ם8תְּבוּנָֽהH8394verstand, verstandigheid, verstandsdiscretion, reason, skilfulness, understanding, wisdom
29O, dat zij wijs waren; zij zouden dit vernemen, zij zouden op hun einde merken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29O, dat zij wijsH2449 waren; zij zouden dit vernemenH7919, zij zouden op hun eindeH319merkenH995.O, dat zij wijs waren; zij zouden dit vernemen, zij zouden op hun einde merken.
KJVO that1they were wise,2that they understood3this, that they would consider5their latter end!
1ל֥וּH3863Och, och, lieveif (haply), peradventure, I pray thee, though, I would, would God (that)2חָכְמ֖וּH2449wijs, wijzer, ervaren[idiom] exceeding, teach wisdom, be (make self, shew self) wise, deal (never so) wisely, make wiser3יַשְׂכִּ֣ילוּH7919verstandelijk, verstandig, verstaanconsider, expert, instruct, prosper, (deal) prudent(-ly), (give) skill(-ful), have good success, teach, (have, make to) understand(-ing), wisdom, (be, behave self, consider, make) wise(-ly), guide wittingly4זֹ֑אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus5יָבִ֖ינוּH995verstaan, verstandig, verstaatattend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man)6לְאַחֲרִיתָֽםH319laatste, einde, nakomelingen(last, latter) end (time), hinder (utter) -most, length, posterity, remnant, residue, reward
30Hoe zoude een enige duizend jagen, en twee tien duizend doen vluchten, ten ware, dat hunlieder Rotssteen hen verkocht, en de HEERE hen overgeleverd had?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30HoeH349 zoude een enigeH259duizendH505jagenH7291, en tweeH8147tienH7233duizendH505 doen vluchtenH5127, ten wareH3808, datH3588 hunlieder RotssteenH6697 hen verkochtH4376, en de HEEREH3068 hen overgeleverdH5462 had?Hoe zoude een enige duizend jagen, en twee tien duizend doen vluchten, ten ware, dat hunlieder Rotssteen hen verkocht, en de HEERE hen overgeleverd had?
KJVHow should one3chase2a thousand,4and two5put ten7thousandto flight,6except9their Rock11had sold12them,10and the LORD13had shut them up?
1אֵיכָ֞הH349hoehow, what2יִרְדֹּ֤ףH7291vervolgen, vervolgers, jaagdechase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r)3אֶחָד֙H259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,4אֶ֔לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand5וּשְׁנַ֖יִםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two6יָנִ֣יסוּH5127vloden, vlieden, vluchtte[idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard7רְבָבָ֑הH7233tien duizend, tien duizenden, tienduizendenmany, million, [idiom] multiply, ten thousand8אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet9לֹא֙H3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11צוּרָ֣םH6697Rotssteen, rotssteen, rotsedge, [idiom] (mighty) God (one), rock, [idiom] sharp, stone, [idiom] strength, [idiom] strong. See also H1049 (בֵּית צוּר)12מְכָרָ֔םH4376verkocht, verkopen, verkochten[idiom] at all, sell (away, -er, self)13וַֽיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14הִסְגִּירָֽםH5462gesloten, sloot, toegeslotenclose up, deliver (up), give over (up), inclose, [idiom] pure, repair, shut (in, self, out, up, up together), stop, [idiom] straitly
31Want hun rotssteen is niet gelijk onze Rotssteen, zelfs onze vijanden rechters zijnde.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31WantH3588 hun rotssteenH6697 is nietH3808 gelijk onze RotssteenH6697, zelfs onze vijandenH341rechtersH6414 zijnde.Want hun rotssteen is niet gelijk onze Rotssteen, zelfs onze vijanden rechters zijnde.
KJVFor their rock3is not as our Rock,4even our enemies5themselves being judges.
1כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3כְצוּרֵ֖נוּH6697Rotssteen, rotssteen, rotsedge, [idiom] (mighty) God (one), rock, [idiom] sharp, stone, [idiom] strength, [idiom] strong. See also H1049 (בֵּית צוּר)4צוּרָ֑םH6697Rotssteen, rotssteen, rotsedge, [idiom] (mighty) God (one), rock, [idiom] sharp, stone, [idiom] strength, [idiom] strong. See also H1049 (בֵּית צוּר)5וְאֹיְבֵ֖ינוּH341vijanden, vijand, vijandsenemy, foe6פְּלִילִֽיםH6414rechtersjudge
32Want hun wijnstok is uit den wijnstok van Sodom, en uit de velden van Gomorra; hun wijndruiven zijn vergiftige wijndruiven; zij hebben bittere bezien.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32WantH3588 hun wijnstokH1612 is uit den wijnstokH1612 van SodomH5467, en uit de veldenH7709 van GomorraH6017; hun wijndruivenH6025 zijn vergiftigeH7219wijndruivenH6025; zij hebben bittereH4846bezienH811.Want hun wijnstok is uit den wijnstok van Sodom, en uit de velden van Gomorra; hun wijndruiven zijn vergiftige wijndruiven; zij hebben bittere bezien.
KJVFor their vine2is of the vine4of Sodom,3and of the fields5of Gomorrah:6their grapes7are grapes8of gall,9their clusters10are bitter:
33Hun wijn is vurig drakenvenijn, en een wreed adderenvergift.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33Hun wijnH3196 is vurig drakenvenijnH2534, en een wreedH393adderenvergiftH7219.Hun wijn is vurig drakenvenijn, en een wreed adderenvergift.
KJVTheir wine3is the poison1of dragons,2and the cruel6venom4of asps.
34Is dat niet bij Mij opgesloten, verzegeld in Mijn schatten?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34Is datH1931nietH3808 bij Mij opgeslotenH3647, verzegeldH2856 in Mijn schattenH214?Is dat niet bij Mij opgesloten, verzegeld in Mijn schatten?
KJVIs not this laid up in store3with me, and sealed up5among my treasures?
1הֲלֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2ה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who3כָּמֻ֣סH3647opgeslotenlay up in store4עִמָּדִ֑יH5978met, bijagainst, by, from, [phrase] me, [phrase] mine, of, [phrase] that I take, unto, upon, with(-in.)5חָתֻ֖םH2856verzegeld, verzegelde, verzegelenmake an end, mark, seal (up), stop6בְּאוֹצְרֹתָֽיH214schatten, schat, schatkamerenarmory, cellar, garner, store(-house), treasure(-house) (-y)
35Mijn is de wraak en de vergelding, ten tijde als hunlieder voet zal wankelen; want de dag huns ondergangs is nabij, en de dingen, die hun zullen gebeuren, haasten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35Mijn is de wraakH5359 en de vergeldingH8005, ten tijdeH6256 als hunlieder voetH7272 zal wankelenH4131; wantH3588 de dagH3117 huns ondergangsH343 is nabijH7138, en de dingen, die hun zullen gebeurenH6264, haastenH2363.Mijn is de wraak en de vergelding, ten tijde als hunlieder voet zal wankelen; want de dag huns ondergangs is nabij, en de dingen, die hun zullen gebeuren, haasten.
KJVTo me belongeth vengeance,2and recompence;3their foot6shall slide5in due time:4for the day9of their calamity10is at hand,8and the things that shall come12upon them make haste.
1לִ֤י2נָקָם֙H5359wraak, wrake, enkel[phrase] avenged, quarrel, vengeance3וְשִׁלֵּ֔םH8005vergeldingrecompense4לְעֵ֖תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when5תָּמ֣וּטH4131wankelen, bewogen, wankelebe carried, cast, be out of course, be fallen in decay, [idiom] exceedingly, fall(-ing down), be (re-) moved, be ready, shake, slide, slip6רַגְלָ֑םH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time7כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8קָרוֹב֙H7138nabij, naaste, nabestaandeallied, approach, at hand, [phrase] any of kin, kinsfold(-sman), (that is) near (of kin), neighbour, (that is) next, (them that come) nigh (at hand), more ready, short(-ly)9י֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger10אֵידָ֔םH343verderf, verderfs, ongevalscalamity, destruction11וְחָ֖שׁH2363haast, haasten, Haast(make) haste(-n), ready12עֲתִדֹ֥תH6264bereid, gereed, gebeurenthings that shall come, ready, treasures13לָֽמוֹ
36Want de HEERE zal aan Zijn volk recht doen, en het zal Hem over Zijn knechten berouwen; want Hij zal zien, dat de hand is weggegaan, en de beslotene en verlatene niets is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36Want de HEEREH3068 zal aan Zijn volkH5971rechtH1777 doen, en het zal Hem overH5921 Zijn knechtenH5650berouwenH5162; wantH3588 Hij zal zienH7200, datH3588 de handH3027 is weggegaanH235, en de besloteneH6113 en verlateneH5800nietsH657 is.Want de HEERE zal aan Zijn volk recht doen, en het zal Hem over Zijn knechten berouwen; want Hij zal zien, dat de hand is weggegaan, en de beslotene en verlatene niets is.
KJVFor the LORD3shall judge2his people,4and repent7himself for his servants,6when he seeth9that their power12is gone,11and there is none13shut up,14or left.
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2יָדִ֤יןH1777richten, recht, gericht(come) with a straight course3יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4עַמּ֔וֹH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6עֲבָדָ֖יוH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant7יִתְנֶחָ֑םH5162troosten, berouwde, berouwcomfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self)8כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9יִרְאֶה֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions10כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11אָ֣זְלַתH235weggegaan, omreizer, reistfail, gad about, go to and fro (but in Ezekiel 27:19 the word is rendered by many 'from Uzal,' by others 'yarn'), be gone (spent)12יָ֔דH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves13וְאֶ֖פֶסH657einden, niets, niemandankle, but (only), end, howbeit, less than nothing, nevertheless (where), no, none (beside), not (any, -withstanding), thing of nought, save(-ing), there, uttermost part, want, without (cause)14עָצ֥וּרH6113opgehouden, besloten, beslotene[idiom] be able, close up, detain, fast, keep (self close, still), prevail, recover, refrain, [idiom] reign, restrain, retain, shut (up), slack, stay, stop, withhold (self)15וְעָזֽוּבH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely
37Dan zal Hij zeggen: Waar zijn hun goden; de rotssteen, op welken zij betrouwden?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37Dan zal Hij zeggenH559: Waar zijn hun godenH430; de rotssteenH6697, op welken zij betrouwdenH2620?Dan zal Hij zeggen: Waar zijn hun goden; de rotssteen, op welken zij betrouwden?
KJVAnd he shall say,1Where are their gods,3their rock4in whom they trusted,
38Welker slachtofferen vet zij aten, welker drankofferen wijn zij dronken; dat zij opstaan en u helpen, dat er verberging voor u zij.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38Welker slachtofferenH2077vetH2459 zij atenH398, welker drankofferenH5257wijnH3196 zij dronkenH8354; dat zij opstaanH6965 en u helpenH5826, dat er verbergingH5643 voor u zij.Welker slachtofferen vet zij aten, welker drankofferen wijn zij dronken; dat zij opstaan en u helpen, dat er verberging voor u zij.
KJVWhich did eat4the fat2of their sacrifices,3and drank5the wine6of their drink offerings?7let them rise up8and help9you, and be your protection.
1אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection2חֵ֤לֶבH2459vet, vette, smeer[idiom] best, fat(-ness), [idiom] finest, grease, marrow3זְבָחֵ֨ימוֹ֙H2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice4יֹאכֵ֔לוּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite5יִשְׁתּ֖וּH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)6יֵ֣יןH3196wijn, wijns, Wijnbanqueting, wine, wine(-bibber)7נְסִיכָ֑םH5257vorsten, geweldigen, drankofferendrink offering, duke, prince(-ipal)8יָק֨וּמוּ֙H6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)9וְיַעְזְרֻכֶ֔םH5826helpen, geholpen, helperhelp, succour10יְהִ֥יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11עֲלֵיכֶ֖םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12סִתְרָֽהH5643verborgene, schuilplaats, verborgenbackbiting, covering, covert, [idiom] disguise(-th), hiding place, privily, protection, secret(-ly, place)
39Ziet nu, dat Ik, Ik Die ben, en geen God met Mij, Ik dood en maak levend; Ik versla en Ik heel; en er is niemand, die uit Mijn hand redt!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
39ZietH7200nuH6258, dat Ik, Ik DieH1931 ben, en geenH369GodH430 met Mij, Ik doodH4191 en maak levendH2421; Ik verslaH4272 en IkH589heelH7495; en er is niemandH369, die uit Mijn handH3027redtH5337!Ziet nu, dat Ik, Ik Die ben, en geen God met Mij, Ik dood en maak levend; Ik versla en Ik heel; en er is niemand, die uit Mijn hand redt!
KJVSee1now that I, even I, am he, and there is no god8with me: I kill,11and I make alive;12I wound,13and I heal:15neither is there any that can deliver18out of my hand.
1רְא֣וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2עַתָּ֗הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas3כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet4אֲנִ֤יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who5אֲנִי֙H589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who6ה֔וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who7וְאֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)8אֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty9עִמָּדִ֑יH5978met, bijagainst, by, from, [phrase] me, [phrase] mine, of, [phrase] that I take, unto, upon, with(-in.)10אֲנִ֧יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who11אָמִ֣יתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise12וַאֲחַיֶּ֗הH2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole13מָחַ֨צְתִּי֙H4272verslaan, doorstak, versladip, pierce (through), smite (through), strike through, wound14וַאֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who15אֶרְפָּ֔אH7495genezen, gezond, helencure, (cause to) heal, physician, repair, [idiom] thoroughly, make whole. See H7503 (רָפָה)16וְאֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)17מִיָּדִ֖יH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves18מַצִּֽילH5337redden, gered, red[idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)
40Want Ik zal Mijn hand naar den hemel opheffen, en Ik zal zeggen: Ik leef in eeuwigheid!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
40WantH3588 Ik zal Mijn handH3027naarH413 den hemelH8064opheffenH5375, en Ik zal zeggenH559: Ik leefH2416 in eeuwigheidH5769!Want Ik zal Mijn hand naar den hemel opheffen, en Ik zal zeggen: Ik leef in eeuwigheid!
KJVFor I lift up2my hand5to heaven,4and say,6I live7for ever.
41Indien Ik Mijn glinsterend zwaard wette, en Mijn hand ten gerichte grijpt, zo zal Ik wraak op Mijn tegenpartijen doen wederkeren, en Mijn hateren vergelden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
41Indien Ik Mijn glinsterendH1300zwaardH2719wetteH8150, en Mijn handH3027 ten gerichteH4941grijptH270, zo zal Ik wraakH5359 op Mijn tegenpartijenH6862 doen wederkerenH7725, en Mijn haterenH8130vergeldenH7999.Indien Ik Mijn glinsterend zwaard wette, en Mijn hand ten gerichte grijpt, zo zal Ik wraak op Mijn tegenpartijen doen wederkeren, en Mijn hateren vergelden.
KJVIf I whet2my glittering3sword,4and mine hand7take hold5on judgment;6I will render8vengeance9to mine enemies,10and will reward12them that hate
1אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2שַׁנּוֹתִי֙H8150scherp, scherpen, Scherpeprick, sharp(-en), teach diligently, whet3בְּרַ֣קH1300bliksemen, bliksem, bliksemendebright, glitter(-ing sword), lightning4חַרְבִּ֔יH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool5וְתֹאחֵ֥זH270bevangen, vast, bezitters[phrase] be affrighted, bar, (catch, lay, take) hold (back), come upon, fasten, handle, portion, (get, have or take) possess(-ion)6בְּמִשְׁפָּ֖טH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong7יָדִ֑יH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves8אָשִׁ֤יבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw9נָקָם֙H5359wraak, wrake, enkel[phrase] avenged, quarrel, vengeance10לְצָרָ֔יH6862wederpartijders, benauwdheid, tegenpartijdersadversary, afflicted(-tion), anguish, close, distress, enemy, flint, foe, narrow, small, sorrow, strait, tribulation, trouble11וְלִמְשַׂנְאַ֖יH8130haat, haten, hatersenemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly12אֲשַׁלֵּֽםH7999vergelden, wedergeven, betalenmake amends, (make an) end, finish, full, give again, make good, (re-) pay (again), (make) (to) (be at) peace(-able), that is perfect, perform, (make) prosper(-ous), recompense, render, requite, make restitution, restore, reward, [idiom] surely
42Ik zal Mijn pijlen dronken maken van bloed, en Mijn zwaard zal vlees eten; van het bloed des verslagenen en des gevangenen, van het hoofd af zullen er wraken des vijands zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
42Ik zal Mijn pijlenH2671dronkenH7937 maken van bloedH1818, en Mijn zwaardH2719 zal vleesH1320etenH398; van het bloedH1818 des verslagenenH2491 en des gevangenenH7633, van het hoofdH7218 af zullen er wrakenH6546 des vijandsH341 zijn.Ik zal Mijn pijlen dronken maken van bloed, en Mijn zwaard zal vlees eten; van het bloed des verslagenen en des gevangenen, van het hoofd af zullen er wraken des vijands zijn.
KJVI will make mine arrows2drunk1with blood,3and my sword4shall devour5flesh;6and that with the blood7of the slain8and of the captives,9from the beginning10of revenges11upon the enemy.
43Juicht, gij heidenen, met Zijn volk! want Hij zal het bloed Zijner knechten wreken; en Hij zal de wraak op Zijn tegenpartijen doen wederkeren, en verzoenen Zijn land en Zijn volk.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
43JuichtH7442, gij heidenenH1471, met Zijn volkH5971! wantH3588 Hij zal het bloedH1818 Zijner knechtenH5650wrekenH5358; en Hij zal de wraakH5359 op Zijn tegenpartijenH6862 doen wederkerenH7725, en verzoenenH3722 Zijn landH127 en Zijn volkH5971.Juicht, gij heidenen, met Zijn volk! want Hij zal het bloed Zijner knechten wreken; en Hij zal de wraak op Zijn tegenpartijen doen wederkeren, en verzoenen Zijn land en Zijn volk.
KJVRejoice,1O ye nations,2with his people:3for he will avenge7the blood5of his servants,6and will render9vengeance8to his adversaries,10and will be merciful11unto his land,12and to his people.
1הַרְנִ֤ינוּH7442juichen, vrolijk zingen, juichtaloud for joy, cry out, be joyful (greatly, make to) rejoice, (cause to) shout (for joy), (cause to) sing (aloud, for joy, out), triumph2גוֹיִם֙H1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people3עַמּ֔וֹH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people4כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5דַםH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent6עֲבָדָ֖יוH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant7יִקּ֑וֹםH5358wreken, gewroken, wrekeavenge(-r, self), punish, revenge (self), [idiom] surely, take vengeance8וְנָקָם֙H5359wraak, wrake, enkel[phrase] avenged, quarrel, vengeance9יָשִׁ֣יבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw10לְצָרָ֔יוH6862wederpartijders, benauwdheid, tegenpartijdersadversary, afflicted(-tion), anguish, close, distress, enemy, flint, foe, narrow, small, sorrow, strait, tribulation, trouble11וְכִפֶּ֥רH3722verzoening, verzoenen, verzoendappease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation)12אַדְמָת֖וֹH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land13עַמּֽוֹH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
44En Mozes kwam, en sprak al de woorden dezes lieds voor de oren des volks, hij en Hosea, de zoon van Nun.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
44En MozesH4872kwamH935, en sprakH1696alH3605 de woordenH1697 dezes liedsH7892 voor de orenH241 des volksH5971, hijH1931 en HoseaH1954, de zoonH1121 van NunH5126.En Mozes kwam, en sprak al de woorden dezes lieds voor de oren des volks, hij en Hosea, de zoon van Nun.
KJVAnd Moses2came1and spake3all the words6of this song7in the ears9of the people,10he, and Hoshea12the son13of Nun.
1וַיָּבֹ֣אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2מֹשֶׁ֗הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3וַיְדַבֵּ֛רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6דִּבְרֵ֥יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work7הַשִּׁירָֽהH7892lied, gezang, liederenmusical(-ick), [idiom] sing(-er, -ing), song8הַזֹּ֖אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus9בְּאָזְנֵ֣יH241oren, oor, Oren[phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show10הָעָ֑םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people11ה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who12וְהוֹשֵׁ֥עַH1954HoseaHosea, Hoshea, Oshea13בִּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth14נֽוּןH5126Nun, NonNon, Nun
45Als nu Mozes geeindigd had al die woorden tot gans Israel te spreken;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
45Als nu MozesH4872geeindigdH3615 had alH3605dieH428woordenH1697totH413gansH3605IsraelH3478 te sprekenH1696;Als nu Mozes geeindigd had al die woorden tot gans Israel te spreken;
KJVAnd Moses2made an end1of speaking3all these words6to all Israel:
1וַיְכַ֣לH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste2מֹשֶׁ֗הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3לְדַבֵּ֛רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6הַדְּבָרִ֥יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work7הָאֵ֖לֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
46Zo zeide hij tot hen: Zet uw hart op al de woorden, die ik heden onder ulieden betuige, dat gij ze uw kinderen gebieden zult, dat zij waarnemen te doen al de woorden dezer wet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
46Zo zeideH559 hij totH413 hen: ZetH7760 uw hartH3824 op alH3605 de woordenH1697, dieH834ikH595hedenH3117 onder ulieden betuigeH5749, dat gij ze uw kinderenH1121gebiedenH6680 zult, dat zij waarnemenH8104 te doenH6213alH3605 de woordenH1697 dezer wetH8451.Zo zeide hij tot hen: Zet uw hart op al de woorden, die ik heden onder ulieden betuige, dat gij ze uw kinderen gebieden zult, dat zij waarnemen te doen al de woorden dezer wet.
KJVAnd he said1unto them, Set3your hearts4unto all the words6which I testify9among you this day,11which ye shall command13your children15to observe16to do,17all the words20of this law.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֲלֵהֶם֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3שִׂ֣ימוּH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work4לְבַבְכֶ֔םH3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding5לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6הַדְּבָרִ֔יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work7אֲשֶׁ֧רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8אָנֹכִ֛יH595ik, mijI, me, [idiom] which9מֵעִ֥ידH5749betuigd, betuigen, getuigenadmonish, charge, earnestly, lift up, protest, call (take) to record, relieve, rob, solemnly, stand upright, testify, give warning, (bear, call to, give, take to) witness10בָּכֶ֖ם11הַיּ֑וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger12אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13תְּצַוֻּם֙H6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15בְּנֵיכֶ֔םH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth16לִשְׁמֹ֣רH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)17לַעֲשׂ֔וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use18אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)20דִּבְרֵ֖יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work21הַתּוֹרָ֥הH8451wet, wetten, leerlaw22הַזֹּֽאתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus
47Want dat is geen vergeefs woord voor ulieden; maar het is uw leven; en door ditzelve woord zult gij de dagen verlengen op het land, waar gij over de Jordaan naar toe gaat, om dat te erven.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
47Want dat is geenH3808vergeefsH7386woordH1697 voor ulieden; maarH3588hetH1931 is uw levenH2416; en door ditzelve woordH1697 zult gij de dagenH3117verlengenH748opH5921hetH1931landH127, waar gijH859 over de JordaanH3383 naar toe gaat, om dat te ervenH3423.Want dat is geen vergeefs woord voor ulieden; maar het is uw leven; en door ditzelve woord zult gij de dagen verlengen op het land, waar gij over de Jordaan naar toe gaat, om dat te erven.
KJVFor it is not a vain4thing3for you; because it is your life:9and through this thing10ye shall prolong12your days13in the land,15whither ye go over18Jordan20to possess
1כִּ֠יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3דָבָ֨רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work4רֵ֥קH7386ijdele, ledig, ledigeemptied(-ty), vain (fellow, man)5הוּא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who6מִכֶּ֔םH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with7כִּיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8ה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who9חַיֵּיכֶ֑םH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop10וּבַדָּבָ֣רH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work11הַזֶּ֗הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)12תַּאֲרִ֤יכוּH748verlengen, verlengt, verlengddefer, draw out, lengthen, (be, become, make, pro-) long, [phrase] (out-, over-) live, tarry (long)13יָמִים֙H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger14עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15הָ֣אֲדָמָ֔הH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land16אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection17אַתֶּ֜םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you18עֹבְרִ֧יםH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath19אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20הַיַּרְדֵּ֛ןH3383JordaanJordan21שָׁ֖מָּהH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither22לְרִשְׁתָּֽהּH3423erfelijk, erven, bezittingcast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly
48Daarna sprak de HEERE tot Mozes, op dienzelfden dag, zeggende:
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
48Daarna sprakH1696 de HEEREH3068totH413MozesH4872, op dienzelfden dagH3117, zeggendeH559:Daarna sprak de HEERE tot Mozes, op dienzelfden dag, zeggende:
KJVAnd the LORD2spake1unto Moses4that selfsame5day,6saying,
1וַיְדַבֵּ֤רH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4מֹשֶׁ֔הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses5בְּעֶ֛צֶםH6106beenderen, gebeente, beenbody, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very6הַיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7הַזֶּ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)8לֵאמֹֽרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
49Klim op den berg Abarim (deze is de berg Nebo, die in het land van Moab is, die tegenover Jericho is), en zie het land Kanaan, dat Ik den kinderen Israels tot een bezitting geven zal;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
49KlimH5927opH5921 den bergH2022AbarimH5682 (dezeH2088 is de berg NeboH5015, die in het landH776 van MoabH4124 is, die tegenoverH6440JerichoH3405 is), en zieH7200 het land KanaanH3667, dat IkH589 den kinderenH1121IsraelsH3478totH413 een bezittingH272gevenH5414 zal;Klim op den berg Abarim (deze is de berg Nebo, die in het land van Moab is, die tegenover Jericho is), en zie het land Kanaan, dat Ik den kinderen Israels tot een bezitting geven zal;
KJVGet thee up1into this mountain3Abarim,4unto mount6Nebo,7which is in the land9of Moab,10that is over against13Jericho;14and behold15the land17of Canaan,18which I give21unto the children22of Israel23for a possession:
1עֲלֵ֡הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3הַר֩H2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion4הָעֲבָרִ֨יםH5682AbarimAbarim, passages5הַזֶּ֜הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)6הַרH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion7נְב֗וֹH5015NeboNebo8אֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9בְּאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world10מוֹאָ֔בH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab11אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13פְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you14יְרֵח֑וֹH3405JerichoJericho15וּרְאֵה֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions16אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17אֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world18כְּנַ֔עַןH3667Kanaan, koophandel, KanaanietenCanaan, merchant, traffick19אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection20אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who21נֹתֵ֛ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield22לִבְנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth23יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael24לַאֲחֻזָּֽהH272bezitting, erfbegrafenis, erfenispossession
50En sterf op dien berg, waarheen gij opklimmen zult, en word vergaderd tot uw volken; gelijk als uw broeder Aaron stierf op den berg Hor, en werd tot zijn volken vergaderd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
50En sterfH4191 op dienH834bergH2022, waarheen gijH859opklimmenH5927 zult, en word vergaderdH622totH413 uw volkenH5971; gelijk als uw broederH251AaronH175stierfH4191 op den bergH2022HorH2023, en werd totH413 zijn volkenH5971vergaderdH622.En sterf op dien berg, waarheen gij opklimmen zult, en word vergaderd tot uw volken; gelijk als uw broeder Aaron stierf op den berg Hor, en werd tot zijn volken vergaderd.
KJVAnd die1in the mount2whither thou goest up,5and be gathered7unto thy people;9as Aaron12thy brother13died11in mount15Hor,14and was gathered16unto his people:
1וּמֻ֗תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise2בָּהָר֙H2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion3אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4אַתָּה֙H859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you5עֹלֶ֣הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work6שָׁ֔מָּהH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither7וְהֵאָסֵ֖ףH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9עַמֶּ֑יךָH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people10כַּֽאֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11מֵ֞תH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise12אַהֲרֹ֤ןH175Aaron, Aarons, AaronietenAaron13אָחִ֨יךָ֙H251broederen, broeder, broedersanother, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-'14בְּהֹ֣רH2023HorHor15הָהָ֔רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion16וַיֵּאָ֖סֶףH622verzameld, verzamelden, verzamelenassemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw17אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)18עַמָּֽיוH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
51Omdat gijlieden u tegen Mij vergrepen hebt, in het midden der kinderen Israels, aan het twistwater te Kades, in de woestijn Zin; omdat gij Mij niet geheiligd hebt in het midden der kinderen Israels.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
51Omdat gijlieden u tegenH5921 Mij vergrepenH4603 hebt, in het middenH8432 der kinderenH1121IsraelsH3478, aanH5921 het twistwaterH4325 te KadesH6946, in de woestijnH4057ZinH6790; omdat gij Mij nietH3808geheiligdH6942 hebt in het middenH8432 der kinderenH1121IsraelsH3478.Omdat gijlieden u tegen Mij vergrepen hebt, in het midden der kinderen Israels, aan het twistwater te Kades, in de woestijn Zin; omdat gij Mij niet geheiligd hebt in het midden der kinderen Israels.
KJVBecause ye trespassed3against me among5the children6of Israel7at the waters8of Meribah-Kadesh,9in the wilderness11of Zin;12because ye sanctified16me not in the midst18of the children19of Israel.
1עַל֩H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with2אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection3מְעַלְתֶּ֜םH4603overtreden, begaan, overtradtransgress, (commit, do a) trespass(-ing)4בִּ֗י5בְּתוֹךְ֙H8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)6בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8בְּמֵֽיH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))9מְרִיבַ֥תH4808twisting, Meribaprovocation, strife10קָדֵ֖שׁH6946KadesKadesh. Compare H6947 (קָדֵשׁ בַּרְנֵעַ)11מִדְבַּרH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness12צִ֑ןH6790ZinZin13עַ֣לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16קִדַּשְׁתֶּם֙H6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly17אוֹתִ֔יH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18בְּת֖וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)19בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth20יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
52Want van tegenover zult gij dat land zien, maar daarheen niet inkomen, in het land, dat Ik den kinderen Israels geven zal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
52Want van tegenoverH5048 zult gij dat landH776zienH7200, maarH3588 daarheen nietH3808inkomenH935, in het landH776, dat IkH589 den kinderenH1121IsraelsH3478gevenH5414 zal.Want van tegenover zult gij dat land zien, maar daarheen niet inkomen, in het land, dat Ik den kinderen Israels geven zal.
KJVYet thou shalt see3the land5before thee; but thou shalt not go8thither unto the land10which I give13the children14of Israel.
1כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2מִנֶּ֖גֶדH5048tegenover, tegenwoordigheidabout, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view3תִּרְאֶ֣הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world6וְשָׁ֨מָּה֙H8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither7לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without8תָב֔וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10הָאָ֕רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world11אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who13נֹתֵ֖ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield14לִבְנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth15יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Deuteronomium 32:1— Neig de oren, gij hemel, en ik zal spreken; en de aarde hore de redenen mijns monds.Deuteronomium 4:26→Jesaja 1:2→Psalmen 50:4→Deuteronomium 30:19→Jeremia 6:19→Deuteronomium 31:28→Jeremia 22:29→Jeremia 2:12→
Deuteronomium 32:2— Mijn leer druipe als een regen, mijn rede vloeie als een dauw; als een stofregen op de grasscheutjes, en als druppelen op het kruid.Jesaja 55:10→Psalmen 72:6→Job 29:22→Micha 5:7→Hosea 6:4→2 Samuël 23:4→Zacharia 10:1→Hosea 14:5→
Deuteronomium 32:3— Want ik zal den Naam des HEEREN uitroepen; geeft onzen God grootheid!Jeremia 10:6→Deuteronomium 3:24→Jeremia 23:6→Psalmen 150:2→Deuteronomium 5:24→1 Kronieken 29:11→Psalmen 105:1→Johannes 17:26→
Deuteronomium 32:4— Hij is de Rotssteen, Wiens werk volkomen is; want al Zijn wegen zijn gerichte. God is waarheid, en is geen onrecht; rechtvaardig en recht is Hij.Psalmen 18:30→Psalmen 92:15→Deuteronomium 32:18→Daniël 4:37→Genesis 18:25→Deuteronomium 32:15→Deuteronomium 32:30→Job 34:10→
Deuteronomium 32:5— Hij heeft het tegen Hem verdorven; het zijn Zijn kinderen niet; de schandvlek is hun; het is een verkeerd en verdraaid geslacht.Jesaja 1:4→Mattheüs 17:17→Deuteronomium 31:29→Filippenzen 2:15→Lukas 9:41→Deuteronomium 4:16→Hosea 9:9→Richteren 2:19→
Deuteronomium 32:6— Zult gij dit den HEERE vergelden, gij, dwaas en onwijs volk! Is Hij niet uw Vader, Die u verkregen, Die u gemaakt en u bevestigd heeft?Jesaja 63:16→Psalmen 74:2→Jesaja 44:2→1 Johannes 3:1→Jesaja 64:8→Galaten 3:26→Deuteronomium 1:31→Handelingen 20:28→
Deuteronomium 32:7— Gedenk aan de dagen van ouds; merk op de jaren van elk geslacht; vraag uw vader, die zal het u bekend maken, uw ouden, en zij zullen het u zeggen.Psalmen 44:1→Psalmen 78:3→Jesaja 63:11→Psalmen 77:5→Psalmen 119:52→Exodus 13:14→Job 8:8→Deuteronomium 4:32→
Deuteronomium 32:8— Toen de Allerhoogste aan de volken de erfenis uitdeelde, toen Hij Adams kinderen vaneen scheidde, heeft Hij de landpalen der volken gesteld naar het getal der kinderen Israels.Handelingen 17:26→Genesis 11:8→Genesis 10:25→Psalmen 50:14→Psalmen 82:6→Psalmen 7:17→Daniël 5:18→Jesaja 14:14→
Deuteronomium 32:9— Want des HEEREN deel is Zijn volk, Jakob is het snoer Zijner erve.Jeremia 10:16→Exodus 19:5→Jeremia 51:19→1 Samuël 10:1→1 Petrus 2:9→Psalmen 78:71→Efeze 1:18→1 Koningen 8:51→
Deuteronomium 32:10— Hij vond hem in een land der woestijn, en in een woeste huilende wildernis; Hij voerde hem rondom, Hij onderwees hem, Hij bewaarde hem als Zijn oogappel.Zacharia 2:8→Psalmen 17:8→Spreuken 7:2→Jeremia 2:6→Hosea 13:5→Psalmen 32:7→Hooglied 8:5→Nehemia 9:19→
Deuteronomium 32:11— Gelijk een arend zijn nest opwekt, over zijn jongen zweeft, zijn vleugelen uitbreidt, ze neemt en ze draagt op zijn vlerken;Exodus 19:4→Jesaja 31:5→Jesaja 40:31→Jesaja 46:4→Jesaja 63:9→Hebreeën 11:3→Openbaring 12:4→
Deuteronomium 32:12— Zo leidde hem de HEERE alleen, en er was geen vreemd god met hem.Psalmen 78:52→Nehemia 9:12→Jesaja 44:7→Psalmen 80:1→Deuteronomium 1:31→Jesaja 46:4→Deuteronomium 32:39→Psalmen 78:14→
Deuteronomium 32:13— Hij deed hem rijden op de hoogten der aarde, dat hij at de inkomsten des velds; en Hij deed hem honig zuigen uit de steenrots, en olie uit den kei der rots;Job 29:6→Jesaja 58:14→Psalmen 81:16→Ezechiël 36:2→Deuteronomium 33:26→Deuteronomium 33:29→Ezechiël 21:17→Jesaja 48:21→
Deuteronomium 32:14— Boter van koeien, en melk van klein vee, met het vet der lammeren en der rammen, die in Bazan weiden, en der bokken, met het vette der nieren van tarwe; en het druivenbloed, reinen wijn, hebt gij gedronken.Genesis 49:11→Psalmen 81:16→Psalmen 147:14→Mattheüs 26:28→2 Samuël 17:29→Richteren 5:25→Job 20:17→Jesaja 7:15→
Deuteronomium 32:15— Als nu Jeschurun vet werd, zo sloeg hij achteruit (gij zijt vet, gij zijt dik, ja, met vet overdekt geworden!); en hij liet God varen, Die hem gemaakt heeft, en versmaadde den Rotssteen zijns heils.Deuteronomium 31:20→Psalmen 89:26→Deuteronomium 32:4→Hosea 13:6→1 Samuël 2:29→Jesaja 44:2→2 Samuël 22:47→Psalmen 95:1→
Deuteronomium 32:16— Zij hebben Hem tot ijver verwekt door vreemde goden; door gruwelen hebben zij Hem tot toorn verwekt.1 Korinthe 10:22→Psalmen 78:58→Deuteronomium 5:9→Nahum 1:1→2 Koningen 23:13→Leviticus 18:27→1 Koningen 14:22→Deuteronomium 7:25→
Deuteronomium 32:17— Zij hebben aan de duivelen geofferd, niet aan God; aan de goden, die zij niet kenden; nieuwe, die van nabij gekomen waren, voor dewelke uw vaders niet geschrikt hebben.Richteren 5:8→Deuteronomium 28:64→Leviticus 17:7→Openbaring 9:20→1 Timotheüs 4:1→1 Korinthe 10:19→Psalmen 106:37→Jesaja 44:8→
Deuteronomium 32:18— Den Rotssteen, Die u gegenereerd heeft, hebt gij vergeten; en gij hebt in vergetenis gesteld den God, Die u gebaard heeft.Jesaja 17:10→Hosea 8:14→Jeremia 2:32→Psalmen 106:21→Deuteronomium 32:4→Psalmen 44:20→Deuteronomium 8:19→Deuteronomium 6:12→
Deuteronomium 32:19— Als het de HEERE zag, zo versmaadde Hij hen, uit toornigheid tegen zijn zonen en zijn dochteren.Psalmen 106:40→Richteren 2:14→Jesaja 1:2→Openbaring 3:16→Jeremia 11:15→Jeremia 44:21→Psalmen 5:4→Klaagliederen 2:6→
Deuteronomium 32:20— En Hij zeide: Ik zal Mijn aangezicht van hen verbergen; Ik zal zien, welk hunlieder einde zal wezen; want zij zijn een gans verkeerd geslacht, kinderen, in welke geen trouw is.Deuteronomium 32:5→Markus 9:19→Deuteronomium 31:29→Hosea 9:12→Job 34:29→Job 13:24→Mattheüs 11:16→Jeremia 18:17→
Deuteronomium 32:21— Zij hebben Mij tot ijver verwekt door hetgeen geen God is; zij hebben Mij tot toorn verwekt door hun ijdelheden; Ik dan zal hen tot ijver verwekken door diegenen, die geen volk zijn; door een dwaas volk zal Ik hen tot toorn verwekken.Romeinen 10:19→1 Koningen 16:26→1 Koningen 16:13→Hosea 1:10→Psalmen 31:6→Jona 2:8→Psalmen 78:58→Deuteronomium 32:16→
Deuteronomium 32:22— Want een vuur is aangestoken in Mijn toorn, en zal bernen tot in de onderste hel, en zal het land met zijn inkomst verteren, en de gronden der bergen in vlam zetten.Klaagliederen 4:11→Jeremia 15:14→Jeremia 17:4→Numeri 16:35→Micha 1:4→Psalmen 86:13→Sefanja 3:8→Jesaja 24:19→
Deuteronomium 32:23— Ik zal kwaden over hen hopen; Mijn pijlen zal Ik op hen verschieten.Ezechiël 5:16→Psalmen 7:12→Klaagliederen 3:13→Deuteronomium 28:15→Jeremia 15:2→Leviticus 26:24→Leviticus 26:18→Jesaja 24:17→
Deuteronomium 32:24— Uitgeteerd zullen zij zijn van honger, opgegeten van den karbonkel en bitter verderf; en Ik zal de tanden der beesten onder hen schikken, met vurig venijn van slangen des stofs.Leviticus 26:22→Ezechiël 5:17→Deuteronomium 28:53→Deuteronomium 28:22→Psalmen 91:6→Amos 5:18→Jeremia 14:18→Klaagliederen 4:4→
Deuteronomium 32:25— Van buiten zal het zwaard beroven, en uit de binnenkameren de verschrikking; ook den jongeling, ook de jonge dochter, het zuigende kind met den grijzen man.Ezechiël 7:15→Klaagliederen 1:20→Klaagliederen 2:19→Klaagliederen 4:4→2 Korinthe 7:5→Jesaja 30:16→Jeremia 9:21→2 Kronieken 36:17→
Deuteronomium 32:26— Ik zeide: In alle hoeken zoude Ik hen verstrooien; Ik zoude hun gedachtenis van onder de mensen doen ophouden;Deuteronomium 28:64→Jesaja 63:16→Deuteronomium 4:27→Deuteronomium 28:37→Lukas 21:24→Leviticus 26:38→Leviticus 26:33→Psalmen 34:16→
Deuteronomium 32:27— Ten ware, dat Ik de toornigheid des vijands schroomde, dat niet hun tegenpartijen zich vreemd mochten houden; dat zij niet mochten zeggen: Onze hand is hoog geweest; de HEERE heeft dit alles niet gewrocht.Psalmen 140:8→Ezechiël 20:20→Daniël 4:30→Jozua 7:9→Jesaja 37:35→Jesaja 10:8→Jesaja 37:12→Ezechiël 20:13→
Deuteronomium 32:28— Want zij zijn een volk, dat door raadslagen verloren gaat, en er is geen verstand in hen.Jeremia 4:22→Deuteronomium 32:6→Jesaja 27:11→Mattheüs 13:14→Psalmen 81:12→1 Korinthe 3:19→Job 28:28→Hosea 4:6→
Deuteronomium 32:29— O, dat zij wijs waren; zij zouden dit vernemen, zij zouden op hun einde merken.Deuteronomium 5:29→Psalmen 81:13→Klaagliederen 1:9→Jesaja 47:7→Psalmen 107:15→Hosea 14:9→Psalmen 107:43→Lukas 16:19→
Deuteronomium 32:30— Hoe zoude een enige duizend jagen, en twee tien duizend doen vluchten, ten ware, dat hunlieder Rotssteen hen verkocht, en de HEERE hen overgeleverd had?Leviticus 26:8→Jozua 23:10→Psalmen 44:12→Richteren 2:14→Jesaja 30:17→2 Kronieken 24:24→Richteren 3:8→Job 11:10→
Deuteronomium 32:31— Want hun rotssteen is niet gelijk onze Rotssteen, zelfs onze vijanden rechters zijnde.Exodus 14:25→1 Samuël 2:2→1 Samuël 4:8→Numeri 23:23→Daniël 6:26→Daniël 3:29→Daniël 2:47→Ezra 1:3→
Deuteronomium 32:32— Want hun wijnstok is uit den wijnstok van Sodom, en uit de velden van Gomorra; hun wijndruiven zijn vergiftige wijndruiven; zij hebben bittere bezien.Deuteronomium 29:18→Jesaja 1:10→Ezechiël 16:45→Jeremia 2:21→Mattheüs 11:24→Klaagliederen 4:6→Jesaja 5:4→Hebreeën 12:15→
Deuteronomium 32:33— Hun wijn is vurig drakenvenijn, en een wreed adderenvergift.Psalmen 58:4→Psalmen 140:3→Romeinen 3:13→Job 20:14→Jeremia 8:14→
Deuteronomium 32:34— Is dat niet bij Mij opgesloten, verzegeld in Mijn schatten?Job 14:17→Hosea 13:12→Jeremia 2:22→Romeinen 2:5→1 Korinthe 4:5→Openbaring 20:12→
Deuteronomium 32:35— Mijn is de wraak en de vergelding, ten tijde als hunlieder voet zal wankelen; want de dag huns ondergangs is nabij, en de dingen, die hun zullen gebeuren, haasten.Romeinen 12:19→2 Petrus 2:3→Hebreeën 10:30→2 Petrus 3:8→Nahum 1:2→Nahum 1:6→Jesaja 8:15→Jesaja 30:12→
Deuteronomium 32:36— Want de HEERE zal aan Zijn volk recht doen, en het zal Hem over Zijn knechten berouwen; want Hij zal zien, dat de hand is weggegaan, en de beslotene en verlatene niets is.Psalmen 135:14→Psalmen 90:13→Richteren 2:18→1 Koningen 14:10→1 Koningen 21:21→Joël 2:14→2 Koningen 14:26→2 Koningen 9:8→
Deuteronomium 32:37— Dan zal Hij zeggen: Waar zijn hun goden; de rotssteen, op welken zij betrouwden?Richteren 10:14→Jeremia 2:28→2 Koningen 3:13→
Deuteronomium 32:38— Welker slachtofferen vet zij aten, welker drankofferen wijn zij dronken; dat zij opstaan en u helpen, dat er verberging voor u zij.Leviticus 21:21→Richteren 10:14→Psalmen 50:13→Hosea 2:8→Sefanja 2:11→Ezechiël 16:18→
Deuteronomium 32:39— Ziet nu, dat Ik, Ik Die ben, en geen God met Mij, Ik dood en maak levend; Ik versla en Ik heel; en er is niemand, die uit Mijn hand redt!Hosea 6:1→1 Samuël 2:6→Jesaja 45:22→Job 5:18→Jesaja 45:5→Jesaja 41:4→2 Koningen 5:7→Psalmen 68:20→
Deuteronomium 32:40— Want Ik zal Mijn hand naar den hemel opheffen, en Ik zal zeggen: Ik leef in eeuwigheid!Genesis 14:22→Hebreeën 6:17→Exodus 6:8→Numeri 14:28→Openbaring 10:5→Jeremia 4:2→
Deuteronomium 32:41— Indien Ik Mijn glinsterend zwaard wette, en Mijn hand ten gerichte grijpt, zo zal Ik wraak op Mijn tegenpartijen doen wederkeren, en Mijn hateren vergelden.Jesaja 66:16→Psalmen 7:12→Jesaja 27:1→Jesaja 34:5→Ezechiël 21:20→Jeremia 50:29→Sefanja 2:12→Jesaja 59:18→
Deuteronomium 32:42— Ik zal Mijn pijlen dronken maken van bloed, en Mijn zwaard zal vlees eten; van het bloed des verslagenen en des gevangenen, van het hoofd af zullen er wraken des vijands zijn.Deuteronomium 32:23→Jeremia 46:10→Jeremia 16:10→Psalmen 68:23→Ezechiël 38:21→Ezechiël 35:6→Klaagliederen 2:5→Jeremia 46:14→
Deuteronomium 32:43— Juicht, gij heidenen, met Zijn volk! want Hij zal het bloed Zijner knechten wreken; en Hij zal de wraak op Zijn tegenpartijen doen wederkeren, en verzoenen Zijn land en Zijn volk.Openbaring 19:2→Psalmen 85:1→Openbaring 6:10→Lukas 19:27→Job 13:24→2 Koningen 9:7→Deuteronomium 32:35→Romeinen 12:19→
Deuteronomium 32:44— En Mozes kwam, en sprak al de woorden dezes lieds voor de oren des volks, hij en Hosea, de zoon van Nun.Numeri 13:16→Numeri 13:8→Deuteronomium 31:30→Deuteronomium 31:22→
Deuteronomium 32:46— Zo zeide hij tot hen: Zet uw hart op al de woorden, die ik heden onder ulieden betuige, dat gij ze uw kinderen gebieden zult, dat zij waarnemen te doen al de woorden dezer wet.Ezechiël 40:4→1 Kronieken 22:19→Deuteronomium 11:18→Spreuken 3:1→Lukas 9:44→Hebreeën 2:1→Deuteronomium 6:6→Deuteronomium 4:9→
Deuteronomium 32:47— Want dat is geen vergeefs woord voor ulieden; maar het is uw leven; en door ditzelve woord zult gij de dagen verlengen op het land, waar gij over de Jordaan naar toe gaat, om dat te erven.Leviticus 18:5→Spreuken 4:22→Spreuken 3:1→1 Petrus 3:10→Spreuken 3:22→Openbaring 22:14→Mattheüs 6:33→1 Timotheüs 6:6→
Deuteronomium 32:48— Daarna sprak de HEERE tot Mozes, op dienzelfden dag, zeggende:Numeri 27:12→
Deuteronomium 32:49— Klim op den berg Abarim (deze is de berg Nebo, die in het land van Moab is, die tegenover Jericho is), en zie het land Kanaan, dat Ik den kinderen Israels tot een bezitting geven zal;Numeri 27:12→Deuteronomium 34:1→2 Korinthe 5:1→Jesaja 33:17→Numeri 33:47→
Deuteronomium 32:50— En sterf op dien berg, waarheen gij opklimmen zult, en word vergaderd tot uw volken; gelijk als uw broeder Aaron stierf op den berg Hor, en werd tot zijn volken vergaderd.Genesis 25:8→Numeri 33:38→Genesis 25:17→Daniël 12:13→Genesis 49:33→Numeri 20:24→Genesis 15:15→
Deuteronomium 32:51— Omdat gijlieden u tegen Mij vergrepen hebt, in het midden der kinderen Israels, aan het twistwater te Kades, in de woestijn Zin; omdat gij Mij niet geheiligd hebt in het midden der kinderen Israels.Numeri 27:14→1 Petrus 4:17→Deuteronomium 3:23→Numeri 20:24→1 Koningen 13:21→Leviticus 10:3→Numeri 20:11→Jesaja 8:13→
Deuteronomium 32:52— Want van tegenover zult gij dat land zien, maar daarheen niet inkomen, in het land, dat Ik den kinderen Israels geven zal.Deuteronomium 34:1→Numeri 27:12→Deuteronomium 32:49→Hebreeën 11:39→Deuteronomium 3:27→Hebreeën 11:13→Deuteronomium 1:37→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Deuteronomium 32 vers 1— Neig de oren, gij hemel, en ik zal spreken; en de aarde hore de redenen mijns monds.
gij hemel,
Zulk een aanspraak der onvernuftige schepselen diende tot Israëls overtuiging en beschaming. Vergelijk boven, Deut. 4:26.
Hertaald:gij hemel,
Zo'n aanspraak tot de redeloze schepselen diende tot overtuiging en beschaming van Israël. Vergelijk hierboven, Deut. 4:26.
de aarde hore de redenen
Of, gij aarde, hoor.
Hertaald:de aarde hore de redenen
Of: aarde, hoor de redenen van mijn mond.
Deuteronomium 32 vers 2— Mijn leer druipe als een regen, mijn rede vloeie als een dauw; als een stofregen op de grasscheutjes, en als druppelen op het kruid.
druipe als een regen,
Of, zal druipen; dat is, ik zal een leer voorstellen, die zo dienstig en heilzaam zal zijn voor de mensen als de dauw en regen is voor het kruid. Vergelijk Ezech. 21:2; Am. 7:16; Mi. 2:6, enz.
Hertaald:druipe als een regen,
Of: zal druipen; dat is: ik zal een leer voorstellen die voor de mensen even heilzaam en dienstig zal zijn als de dauw en de regen voor het kruid. Vergelijk Ezech. 21:2; Am. 7:16; Micha 2:6, enzovoort.
druppelen op het kruid
Of, een dichte regen.
Hertaald:druppelen op het kruid
Of: een dichte regen.
Deuteronomium 32 vers 3— Want ik zal den Naam des HEEREN uitroepen; geeft onzen God grootheid!
uitroepen;
Hebreeuws, roepen; dat is openbaarlijk verkondigen. Anders, aanroepen
Hertaald:uitroepen;
Hebreeuws: roepen; dat is: openlijk verkondigen. Anders: aanroepen.
geeft onzen God grootheid
Dat is, schrijft hem toe de majesteit en grootmogendheid, die Hij heeft, en roemt hem vanwege dezelve. Zie boven, Deut. 9:26, en Deut. 11:2.
Hertaald:geeft onzen God grootheid
Dat is: schrijf Hem de majesteit en grote mogendheid toe die Hij heeft, en roem Hem daarom. Zie hierboven, Deut. 9:26, en Deut. 11:2.
Deuteronomium 32 vers 4— Hij is de Rotssteen, Wiens werk volkomen is; want al Zijn wegen zijn gerichte. God is waarheid, en is geen onrecht; rechtvaardig en recht is Hij.
Rotssteen,
Dat is, vast en onbewegelijk, een gewisse toevlucht en bescherming voor de zijnen. Alzo onder, vs.31.
Hertaald:Rotssteen,
Dat is: vast en onbeweeglijk, een zekere toevlucht en bescherming voor de Zijnen. Zo ook hieronder, vers 31.
Zijn wegen zijn gerichte
Al zijn doen, zijn ganse regering, is vergezelschapt met gerechtigheid, strekkende tot behoudenis der vromen en straf der bozen.
Hertaald:Zijn wegen zijn gerichte
Al Zijn doen, heel Zijn regering gaat gepaard met gerechtigheid, en strekt tot behoud van de vromen en tot straf van de bozen.
Deuteronomium 32 vers 5— Hij heeft het tegen Hem verdorven; het zijn Zijn kinderen niet; de schandvlek is hun; het is een verkeerd en verdraaid geslacht.
Hij heeft het tegen
Namelijk, Israël.
Hertaald:Hij heeft het tegen
Namelijk: Israël.
Hem verdorven;
Namelijk, den HEERE.
Hertaald:Hem verdorven;
Namelijk: de HEERE.
Zijn kinderen niet;
Te weten, die het alzo verdorven en zo schandelijk gemaakt hebben. Anders, hun gebrek is niet zijner kinderen; dat is, betaamt dengenen niet, die zijn kinderen genaamd worden, dewijl het niet uit zwakheid, maar uit moedwil en een onboetvaardig hart voortkomt.
Hertaald:Zijn kinderen niet;
Namelijk: zij die het zo verdorven en zo schandelijk gemaakt hebben. Anders: hun gebrek is niet dat van Zijn kinderen; dat is: het past niet bij hen die Zijn kinderen genoemd worden, omdat het niet uit zwakheid maar uit moedwil en uit een onboetvaardig hart voortkomt.
Deuteronomium 32 vers 6— Zult gij dit den HEERE vergelden, gij, dwaas en onwijs volk! Is Hij niet uw Vader, Die u verkregen, Die u gemaakt en u bevestigd heeft?
verkregen,
Of, gekocht.
Hertaald:verkregen,
Of: gekocht.
Deuteronomium 32 vers 7— Gedenk aan de dagen van ouds; merk op de jaren van elk geslacht; vraag uw vader, die zal het u bekend maken, uw ouden, en zij zullen het u zeggen.
van ouds;
Hebreeuws, der eeuw, of, eeuwigheid; dat is, gedenk aan alles, dat van het begin der wereld in Gods kerk gebeurd is. Zie Jer. 2:20.
Hertaald:van ouds;
Hebreeuws: van de eeuw, of: van de eeuwigheid; dat is: denk aan alles wat sinds het begin van de wereld in Gods kerk gebeurd is. Zie Jer. 2:20.
van elk geslacht;
Hebreeuws, van geslacht en geslacht; dat is, van alle geslachten, of elk geslacht. Zie 1 Kon. 8:39.
Hertaald:van elk geslacht;
Hebreeuws: van geslacht en geslacht; dat is: van alle geslachten, of van elk geslacht. Zie 1 Kon. 8:39.
Deuteronomium 32 vers 8— Toen de Allerhoogste aan de volken de erfenis uitdeelde, toen Hij Adams kinderen vaneen scheidde, heeft Hij de landpalen der volken gesteld naar het getal der kinderen Israels.
Adams kinderen vaneen scheidde,
Anders, des mensen kinderen
Hertaald:Adams kinderen vaneen scheidde,
Anders: de kinderen van de mens.
naar het getal der kinderen Israëls
Alzo, te weten, dat Hij alle stammen en nakomelingen van Israël hun woningen en bezittingen heeft verordineerd en toegelegd. Vergelijk boven, Deut. 3:12-13, enz., Joz. 13:14-15, enz.; Hand. 17:26. De zin is, dat God in zijn raad en regering zijn oog bijzonderlijk op zijn volk heeft gehad.
Hertaald:naar het getal der kinderen Israëls
Zo namelijk, dat Hij aan alle stammen en nakomelingen van Israël hun woonplaatsen en bezittingen heeft aangewezen en toegewezen. Vergelijk hierboven, Deut. 3:12-13, enzovoort; Joz. 13:14-15, enzovoort; Hand. 17:26. De bedoeling is dat God in Zijn raad en regering Zijn oog in het bijzonder op Zijn volk gericht heeft.
Deuteronomium 32 vers 9— Want des HEEREN deel is Zijn volk, Jakob is het snoer Zijner erve.
des HEEREN deel is Zijn volk,
Dat is, den HEERE zeer lief, gelijk den mensen hun erfdeel placht te zijn.
Hertaald:des HEEREN deel is Zijn volk,
Dat is: de HEERE zeer lief, zoals mensen hun erfdeel plachten te zijn.
Jakob is het snoer Zijner erve
Dat is, het volk Israëls, van Jakob afkomstig, is God zo na en waard, gelijk mensen hun erfdeel, dat men met snoeren placht af te meten en uit te delen. Zie boven, Deut. 3:4.
Hertaald:Jakob is het snoer Zijner erve
Dat is: het volk Israël, dat van Jakob afstamt, is God even na en waard als mensen hun erfdeel, dat men met meetsnoeren placht af te meten en uit te delen. Zie hierboven, Deut. 3:4.
Deuteronomium 32 vers 10— Hij vond hem in een land der woestijn, en in een woeste huilende wildernis; Hij voerde hem rondom, Hij onderwees hem, Hij bewaarde hem als Zijn oogappel.
in een woeste huilende wildernis;
Hebreeuws, in een woestheid van het huilen der eenzaamheid, of, wildernis
Hertaald:in een woeste huilende wildernis;
Hebreeuws: in een woestheid van het huilen van de eenzaamheid, of: van de wildernis.
Zijn oogappel
Gelijk mensen hun oogappel, die zeer teder is, naarstiglijk plegen te bewaren. Zie Ps. 17:8; Zach. 2:8. Vergelijk Spr. 7:2.
Hertaald:Zijn oogappel
Zoals mensen hun oogappel, die zeer teer is, zorgvuldig plegen te bewaren. Zie Ps. 17:8; Zach. 2:8. Vergelijk Spr. 7:2.
Deuteronomium 32 vers 11— Gelijk een arend zijn nest opwekt, over zijn jongen zweeft, zijn vleugelen uitbreidt, ze neemt en ze draagt op zijn vlerken;
zijn nest opwekt,
Dat is, zijn nestkiekens of jongskens met enig geluid wakker maakt, om hun te verstaan te geven dat hij hen aan het vliegen wil brengen.
Hertaald:zijn nest opwekt,
Dat is: zijn jongen met enig geluid wakker maakt, om hun te kennen te geven dat hij ze aan het vliegen wil brengen.
neemt en ze draagt op zijn vlerken;
Hebreeuws, neemt het en draagt het; te weten, elk jongsken.
Hertaald:neemt en ze draagt op zijn vlerken;
Hebreeuws: neemt het en draagt het, namelijk elk jong.
Deuteronomium 32 vers 12— Zo leidde hem de HEERE alleen, en er was geen vreemd god met hem.
hem de HEERE alleen,
Israël, of Jakob.
Hertaald:hem de HEERE alleen,
Israël, of Jakob.
Deuteronomium 32 vers 13— Hij deed hem rijden op de hoogten der aarde, dat hij at de inkomsten des velds; en Hij deed hem honig zuigen uit de steenrots, en olie uit den kei der rots;
hoogten der aarde,
Dat is, Hij verhoogde hem zeer heerlijk en gaf hem de hoogste en vastste steden in. Zie boven, Deut. 1:28. Vergelijk met Deut. 2:36, en Num. 21:25, Num. 21:32. Alzo onder, Deut. 33:29.
Hertaald:hoogten der aarde,
Dat is: Hij verhoogde hem zeer heerlijk en gaf hem de hoogste en sterkste steden in bezit. Zie hierboven, Deut. 1:28. Vergelijk met Deut. 2:36, en Num. 21:25, Num. 21:32. Zo ook hieronder, Deut. 33:29.
honig zuigen uit de steenrots,
Want het beloofde land vloeide van honig, Ex. 3:8, Ex. 3:17, ook in bossen, 1Sa 14, en holen van steenklippen, naar den aard der bijen, Ps. 81:17.
Hertaald:honig zuigen uit de steenrots,
Want het beloofde land vloeide van honing, Ex. 3:8, Ex. 3:17, ook in bossen, 1 Sam. 14, en in holen van steenklippen, naar de aard van de bijen, Ps. 81:17.
kei der rots;
Vergelijk boven, Deut. 8:15.
Hertaald:kei der rots;
Vergelijk hierboven, Deut. 8:15.
Deuteronomium 32 vers 14— Boter van koeien, en melk van klein vee, met het vet der lammeren en der rammen, die in Bazan weiden, en der bokken, met het vette der nieren van tarwe; en het druivenbloed, reinen wijn, hebt gij gedronken.
in Bazan weiden,
Hebreeuws, kinderen van Basan. Zie Num. 32:33-34, en elders dikwijls, waar Basan [gelegen aan de oostzijde van de Jordaan] verklaard wordt geweest te zijn een zeer vette landouw.
Hertaald:in Bazan weiden,
Hebreeuws: kinderen van Bazan. Zie Num. 32:33-34, en elders vaker, waar Bazan — gelegen aan de oostzijde van de Jordaan — beschreven wordt als een zeer vruchtbare landstreek.
nieren van tarwe;
Dat is, met zonderling dikke en gezwollen tarwekorreltjes, die ten aanzien van hun gedaante, gelegenheid in het vette en zwelling met de nieren vergeleken worden.
Hertaald:nieren van tarwe;
Dat is: met bijzonder dikke en gezwollen tarwekorrels, die vanwege hun vorm, hun ligging in het vet en hun zwelling met de nieren vergeleken worden.
reinen wijn,
Of, rode wijnen.
Hertaald:reinen wijn,
Of: rode wijnen.
Deuteronomium 32 vers 15— Als nu Jeschurun vet werd, zo sloeg hij achteruit (gij zijt vet, gij zijt dik, ja, met vet overdekt geworden!); en hij liet God varen, Die hem gemaakt heeft, en versmaadde den Rotssteen zijns heils.
Jeschurun vet werd,
Versta, het volk Israëls, dat hier Jeschurun genoemd wordt, omdat zij recht behoorden te zijn, en oprecht of rechtuit in Gods wegen te wandelen, als daartoe van hem geroepen zijnde, en dewijl bij hen alleen was de regel van ware gerechtigheid, maar daar het verre daarvan geweest was en in het toekomende zou zijn, wordt hier deze titel, de rechte, of, die recht geworden is, hun verwijtswijze gegeven, die anderszins een treffelijke eretitel was; gelijk onder, Deut. 33:5, Deut. 33:26.
Hertaald:Jeschurun vet werd,
Versta: het volk Israël, dat hier Jeschurun genoemd wordt omdat zij recht behoorden te zijn en oprecht, rechtuit in Gods wegen behoorden te wandelen, daar zij daartoe door Hem geroepen waren en bij hen alleen de regel van de ware gerechtigheid was. Maar omdat het daar ver vandaan geweest was en in de toekomst zou zijn, wordt deze titel — de rechte, of: die recht geworden is — hun hier bij wijze van verwijt gegeven, terwijl het anders een voortreffelijke eretitel is; zo ook hieronder, Deut. 33:5, Deut. 33:26.
sloeg hij achteruit
Gelijk dartele kalven of moedwillige paarden; dat is, hij werd rebel tegen God.
Hertaald:sloeg hij achteruit
Zoals dartele kalveren of moedwillige paarden; dat is: hij kwam in opstand tegen God.
Die hem gemaakt heeft,
Hebreeuws, zijn Maker; zie Job 4:17.
Hertaald:Die hem gemaakt heeft,
Hebreeuws: zijn Maker; zie Job 4:17.
Deuteronomium 32 vers 16— Zij hebben Hem tot ijver verwekt door vreemde goden; door gruwelen hebben zij Hem tot toorn verwekt.
ijver verwekt
Zie boven, Deut. 4:24.
Hertaald:ijver verwekt
Zie hierboven, Deut. 4:24.
Deuteronomium 32 vers 17— Zij hebben aan de duivelen geofferd, niet aan God; aan de goden, die zij niet kenden; nieuwe, die van nabij gekomen waren, voor dewelke uw vaders niet geschrikt hebben.
duivelen geofferd,
Dat is, den afgoden, door welken de duivelen gediend worden. Vergelijk 1 Kor. 10:20. Het Hebreeuwse woord betekent verwoesters, zoals de duivelen met recht genoemd worden, gelijk de engel des afgronds de verderver genoemd wordt; Openb. 9:11.
Hertaald:duivelen geofferd,
Dat is: aan de afgoden, door wie de duivelen gediend worden. Vergelijk 1 Kor. 10:20. Het Hebreeuwse woord betekent verwoesters, zoals de duivelen terecht genoemd worden, net als de engel van de afgrond de verderver genoemd wordt; Openb. 9:11.
van nabij gekomen waren,
Dat is, nieuwelijks, of onlangs opgekomen waren.
Hertaald:van nabij gekomen waren,
Dat is: pas kort geleden opgekomen waren.
Deuteronomium 32 vers 18— Den Rotssteen, Die u gegenereerd heeft, hebt gij vergeten; en gij hebt in vergetenis gesteld den God, Die u gebaard heeft.
gegenereerd heeft,
Dat is, God, die als vader en moeder over u is, hebbende u tot zijn kinderen gemaakt, en met vaderlijke en moederlijke genegenheid behandeld.
Hertaald:gegenereerd heeft,
Dat is: God, Die als vader en moeder over u is, Die u tot Zijn kinderen gemaakt heeft en u met vaderlijke en moederlijke genegenheid behandeld heeft.
Deuteronomium 32 vers 19— Als het de HEERE zag, zo versmaadde Hij hen, uit toornigheid tegen zijn zonen en zijn dochteren.
toornigheid
Hebreeuws, toorn zijner zonen en zijner dochteren; dat is, waarmede Hij tegen hen vertoornd was. Vergelijk Jer. 7:29; Joël 3:19; Ob. 1:10, enz. Anders, die zijn zonen en zijn dochters verwekt hadden.
Hertaald:toornigheid
Hebreeuws: toorn van Zijn zonen en Zijn dochters; dat is: waarmee Hij tegen hen vertoornd was. Vergelijk Jer. 7:29; Joël 3:19; Obadja 1:10, enzovoort. Anders: die Zijn zonen en Zijn dochters opgewekt hadden.
Deuteronomium 32 vers 20— En Hij zeide: Ik zal Mijn aangezicht van hen verbergen; Ik zal zien, welk hunlieder einde zal wezen; want zij zijn een gans verkeerd geslacht, kinderen, in welke geen trouw is.
aangezicht van hen verbergen;
Zie boven, Deut. 31:17.
Hertaald:aangezicht van hen verbergen;
Zie hierboven, Deut. 31:17.
einde zal wezen;
Hebreeuws, laatste, uiterste, achterste; alzo onder, vs.29. Dat is, wat hem ten laatste wedervaren zal, hoe hun dit bekomen zal. Vergelijk Ps. 37:37; Spr. 14:12, en Spr. 16:25, met de aantekeningen.
Hertaald:einde zal wezen;
Hebreeuws: laatste, uiterste, achterste; zo ook hieronder, vers 29. Dat is: wat hem ten slotte overkomen zal, hoe dit hun bekomen zal. Vergelijk Ps. 37:37; Spr. 14:12, en Spr. 16:25, met de aantekeningen.
gans verkeerd geslacht,
Hebreeuws, geslacht der verkeerdheden
Hertaald:gans verkeerd geslacht,
Hebreeuws: geslacht van de verkeerdheden.
trouw is
Dat is, die geen geloof noch woord houden, die ontrouw en meinedig zijn.
Hertaald:trouw is
Dat is: die geen geloof en geen woord houden, die ontrouw en meinedig zijn.
Deuteronomium 32 vers 21— Zij hebben Mij tot ijver verwekt door hetgeen geen God is; zij hebben Mij tot toorn verwekt door hun ijdelheden; Ik dan zal hen tot ijver verwekken door diegenen, die geen volk zijn; door een dwaas volk zal Ik hen tot toorn verwekken.
door hetgeen geen God is;
Dat is, door de afgoden. Zie 1 Kor. 8:4-5, en 1 Kor. 10:19.
Hertaald:door hetgeen geen God is;
Dat is: door de afgoden. Zie 1 Kor. 8:4-5, en 1 Kor. 10:19.
geen volk zijn;
Versta, de heidenen, die God zou bekeren en roepen tot zijn kennis en gemeenschap, inplaats van de Joden. Zie Rom. 9:25, en Rom. 10:19, enz.
Hertaald:geen volk zijn;
Versta: de heidenen, die God zou bekeren en roepen tot Zijn kennis en gemeenschap, in plaats van de Joden. Zie Rom. 9:25, en Rom. 10:19, enzovoort.
Deuteronomium 32 vers 22— Want een vuur is aangestoken in Mijn toorn, en zal bernen tot in de onderste hel, en zal het land met zijn inkomst verteren, en de gronden der bergen in vlam zetten.
vuur is aangestoken in Mijn toorn,
Dat is, gruwelijke plagen van verwoesting, krijg, honger, pestilentie, enz., gelijk volgt. Vergelijk boven, Deut. 4:24. Zie Job 22:20.
Hertaald:vuur is aangestoken in Mijn toorn,
Dat is: gruwelijke plagen van verwoesting, oorlog, honger, pest, enzovoort, zoals hierna volgt. Vergelijk hierboven, Deut. 4:24. Zie Job 22:20.
tot in de onderste hel,
Hebreeuws, tot de hel van het onderste, of, der benedenheid toe; dat is, tot in de plaats der graven, diep in de aarde, die alzo zal worden verwoest en verdorven, dat zij in lang geen vruchten zal voortbrengen. Zie wijders van het Hebreeuwse woord Scheol Gen. 37:35.
Hertaald:tot in de onderste hel,
Hebreeuws: tot het graf van het onderste, of: van de benedenheid toe; dat is: tot in de plaats van de graven, diep in de aarde, die zo verwoest en bedorven zal worden dat zij lange tijd geen vruchten zal voortbrengen. Zie verder over het Hebreeuwse woord Sjeool bij Gen. 37:35.
in vlam zetten
Hebreeuws, vlammen.
Hertaald:in vlam zetten
Hebreeuws: vlammen.
Deuteronomium 32 vers 23— Ik zal kwaden over hen hopen; Mijn pijlen zal Ik op hen verschieten.
kwaden over hen hopen;
Dat is, plagen, ongelukken, die hier door Gods pijlen en vs.22 door het vuur verstaan worden.
Hertaald:kwaden over hen hopen;
Dat is: plagen en ongelukken, die hier met Gods pijlen en in vers 22 met het vuur bedoeld worden.
pijlen zal Ik op hen verschieten
Dat is, al mijn plagen, die de Schrift dikwijls Gods pijlen noemt, omdat zij van hem worden toegezonden en diep treffen; alzo onder, vs.42.
Hertaald:pijlen zal Ik op hen verschieten
Dat is: al Mijn plagen, die de Schrift vaak Gods pijlen noemt omdat zij door Hem toegezonden worden en diep treffen; zo ook hieronder, vers 42.
Deuteronomium 32 vers 24— Uitgeteerd zullen zij zijn van honger, opgegeten van den karbonkel en bitter verderf; en Ik zal de tanden der beesten onder hen schikken, met vurig venijn van slangen des stofs.
karbonkel en bitter verderf;
Dat is, vurig gezwel, hebbende den naam van een vurige kool.
Hertaald:karbonkel en bitter verderf;
Dat is: een vurig gezwel, dat zijn naam heeft van een vurige kool.
stofs
Die het stof der aarde eten, Gen. 3:14.
Hertaald:stofs
Die het stof van de aarde eten, Gen. 3:14.
Deuteronomium 32 vers 25— Van buiten zal het zwaard beroven, en uit de binnenkameren de verschrikking; ook den jongeling, ook de jonge dochter, het zuigende kind met den grijzen man.
beroven,
De een van den ander, zonder verschoning, gelijk volgt.
Hertaald:beroven,
De een van de ander, zonder onderscheid, zoals hierna volgt.
grijzen man
Hebreeuws, man der grijsheid, of, grauwigheid.
Hertaald:grijzen man
Hebreeuws: man van de grijsheid, of: van de grauwheid.
Deuteronomium 32 vers 26— Ik zeide: In alle hoeken zoude Ik hen verstrooien; Ik zoude hun gedachtenis van onder de mensen doen ophouden;
verstrooien;
Of, verdoen; uit hoeken zou Ik hen halen, hoek uit hoek in zou Ik hen jagen. Zie het vervolg van dit, vs.28.
Hertaald:verstrooien;
Of: verdoen; uit de hoeken zou Ik hen halen, van hoek tot hoek zou Ik hen opjagen. Zie het vervolg hiervan in vers 28.
Deuteronomium 32 vers 27— Ten ware, dat Ik de toornigheid des vijands schroomde, dat niet hun tegenpartijen zich vreemd mochten houden; dat zij niet mochten zeggen: Onze hand is hoog geweest; de HEERE heeft dit alles niet gewrocht.
toornigheid des vijands
Of, terging
Hertaald:toornigheid des vijands
Of: terging.
schroomde,
Menselijk van God gesproken. De zin is: ten ware dat Ik zulks naliet om de eer mijns naams, opdat die onder de heidenen niet gelasterd worde.
Hertaald:schroomde,
Op menselijke wijze van God gesproken. De bedoeling is: ware het niet dat Ik dat naliet omwille van de eer van Mijn Naam, opdat die onder de heidenen niet gelasterd zou worden.
vreemd mochten houden;
Te weten, alzo, dat zij niet zouden willen weten dat Ik het gedaan had om Israëls gruwelijke zonden, maar dat zij door hulp van hun afgoden Israël alzo hadden vermeesterd en uitgeroeid.
Hertaald:vreemd mochten houden;
Namelijk zo, dat zij niet zouden willen weten dat Ik het gedaan had om Israëls gruwelijke zonden, maar zouden menen dat zij met hulp van hun afgoden Israël zo hadden overwonnen en uitgeroeid.
Onze hand is hoog geweest;
Dat is, wij hebben door onze macht de overhand over Israël bekomen; het is Gods werk niet.
Hertaald:Onze hand is hoog geweest;
Dat is: wij hebben door onze macht de overhand over Israël gekregen; het is niet Gods werk.
Deuteronomium 32 vers 28— Want zij zijn een volk, dat door raadslagen verloren gaat, en er is geen verstand in hen.
zij zijn een volk,
De Israëlieten.
Hertaald:zij zijn een volk,
De Israëlieten.
raadslagen verloren gaat,
Door eigen kwaden raad zichzelven in het verderf stort.
Hertaald:raadslagen verloren gaat,
Die zichzelf door eigen kwade raad in het verderf stort.
Deuteronomium 32 vers 29— O, dat zij wijs waren; zij zouden dit vernemen, zij zouden op hun einde merken.
zouden dit vernemen,
Of, dat zij dit verstonden! dat zij op hun einde merkten!
Hertaald:zouden dit vernemen,
Of: dat zij dit toch verstonden, dat zij toch op hun einde letten!
einde merken
Zie boven, vs.20.
Hertaald:einde merken
Zie hierboven, vers 20.
Deuteronomium 32 vers 30— Hoe zoude een enige duizend jagen, en twee tien duizend doen vluchten, ten ware, dat hunlieder Rotssteen hen verkocht, en de HEERE hen overgeleverd had?
enige
Te weten, der vijanden.
Hertaald:enige
Namelijk: van de vijanden.
duizend jagen,
Der Israëlieten. Anders, een [der Israëlieten] zou duizend [vijanden] verjagen, enz., ten ware, enz.
Hertaald:duizend jagen,
Van de Israëlieten. Anders: één Israëliet zou duizend vijanden verjagen, enzovoort, ware het niet dat, enzovoort.
rotssteen hen verkocht,
Dat is, God; gelijk boven.
Hertaald:rotssteen hen verkocht,
Dat is: God, zoals hierboven.
overgeleverd had?
Of, besloten had; te weten, in der vijanden Hand.
Hertaald:overgeleverd had?
Of: besloten had, namelijk in de hand van de vijanden.
Deuteronomium 32 vers 31— Want hun rotssteen is niet gelijk onze Rotssteen, zelfs onze vijanden rechters zijnde.
hun
Te weten, der vijanden.
Hertaald:hun
Namelijk: van de vijanden.
rotssteen is niet gelijk
Dat is, afgoden, op welken zij zich als op een rots verlaten.
Hertaald:rotssteen is niet gelijk
Dat is: hun afgoden, op wie zij zich verlaten als op een rots.
Rotssteen,
Onze God, op welken wij ons verlaten als op een rots.
Hertaald:Rotssteen,
Onze God, op Wie wij ons verlaten als op een rots.
zelfs onze vijanden
Of, laat onze vijanden zelfs rechters zijn; dat is, zij moeten het zelf bekennen, als bevindende door de ervarenheid dat hun afgoden gans geen macht hebben om te wreken of te straffen, gelijk de God Israëls zijn macht aan zijn volk en de vijanden daarvan in het openbaar betoont, aan beiden zijn rechtvaardigheid bewijzende.
Hertaald:zelfs onze vijanden
Of: laat onze vijanden zelf de rechters zijn; dat is: zij moeten het zelf erkennen, omdat zij bij ervaring merken dat hun afgoden geen enkele macht hebben om te wreken of te straffen, terwijl de God van Israël Zijn macht aan Zijn volk en aan hun vijanden openlijk betoont en aan beide Zijn rechtvaardigheid bewijst.
Deuteronomium 32 vers 32— Want hun wijnstok is uit den wijnstok van Sodom, en uit de velden van Gomorra; hun wijndruiven zijn vergiftige wijndruiven; zij hebben bittere bezien.
uit den wijnstok van Sodom,
Alsof hij daaruit gesproten ware; dat is, zij zijn van gelijken aard en werken als die van Sodom en Gomorra. Een zeer schoon en vruchtbaar land, maar gans goddeloze inwoners. Of, dit ziet op den wijn, die den afgoden geofferd werd. Zie vs.38.
Hertaald:uit den wijnstok van Sodom,
Alsof hij daaruit voortgekomen was; dat is: zij zijn van dezelfde aard en doen dezelfde werken als die van Sodom en Gomorra — een zeer mooi en vruchtbaar land, maar met geheel goddeloze inwoners. Of dit ziet op de wijn die aan de afgoden geofferd werd. Zie vers 38.
vergiftige wijndruiven;
Hebreeuws, wijndruiven des vergifts. Anders, der gal; dat is, galachtig.
Hertaald:vergiftige wijndruiven;
Hebreeuws: wijndruiven van het vergif. Anders: van de gal; dat is: galachtig.
Deuteronomium 32 vers 34— Is dat niet bij Mij opgesloten, verzegeld in Mijn schatten?
Is dat niet bij Mij opgesloten,
Dat is, Ik weet het alles zeer wel, en heb de wraak [waarvan in het volgende] vastelijk besloten, maar zal de executie opschorten tot den tijd, dien Ik in mijn verborgen raad daartoe bestemd heb. Vergelijk Job 33:16; Ps. 56:9.
Hertaald:Is dat niet bij Mij opgesloten,
Dat is: Ik weet dat alles heel goed, en heb de wraak — waarover hierna — vast besloten, maar Ik zal de uitvoering uitstellen tot de tijd die Ik daarvoor in Mijn verborgen raad bepaald heb. Vergelijk Job 33:16; Ps. 56:9.
Deuteronomium 32 vers 35— Mijn is de wraak en de vergelding, ten tijde als hunlieder voet zal wankelen; want de dag huns ondergangs is nabij, en de dingen, die hun zullen gebeuren, haasten.
die hun zullen gebeuren,
Anders, die hun bereid zijn.
Hertaald:die hun zullen gebeuren,
Anders: die voor hen bereid zijn.
Deuteronomium 32 vers 36— Want de HEERE zal aan Zijn volk recht doen, en het zal Hem over Zijn knechten berouwen; want Hij zal zien, dat de hand is weggegaan, en de beslotene en verlatene niets is.
berouwen;
Zie Gen. 6:6.
Hertaald:berouwen;
Zie Gen. 6:6.
hand is weggegaan,
Dat is, alle macht, alle vermogen zijns volks.
Hertaald:hand is weggegaan,
Dat is: alle macht en alle vermogen van Zijn volk.
beslotene en verlatene niets is
Of, Dat er geen beslotene noch verlatene is. Dit schijnt een spreekwoord geweest te zijn, betekenende de uiterste benauwdheid en verwoesting. Vergelijk 1 Kon. 14:10, en 1 Kon. 21:21, en inzonderheid 2 Kon. 14:26. De zin is: dat het ook zelfs met hen gedaan was, beiden die zich in de steden verstoken en verborgen hadden, op hoop van te ontkomen; of van iemand door medelijden of gunst opgesloten of in gevangenis bewaard waren, en die in het ruime veld weggelaten of gevlucht waren, menende dat men van hen niet meer zou denken, dat zij reeds van den vijand schenen verlaten en vergeten te zijn. Wanneer zodanigen mede opgezocht en achterhaald worden, of dat er zulken bijkans niet zijn, dat is een teken dat er kwalijk iemand ontkomt of gespaard wordt. Wanneer het zover gekomen is, dan wil de Heere zeggen, zal God van den hemel hulp en verlossing zenden.
Hertaald:beslotene en verlatene niets is
Of: dat er geen beslotene en geen verlatene is. Dit schijnt een spreekwoord geweest te zijn dat de uiterste benauwdheid en verwoesting aanduidt. Vergelijk 1 Kon. 14:10, en 1 Kon. 21:21, en vooral 2 Kon. 14:26. De bedoeling is dat het ook met hen gedaan was: zowel met wie zich in de steden verscholen en verborgen hadden in de hoop te ontkomen, of die uit medelijden of gunst opgesloten of in de gevangenis bewaard werden, als met wie in het open veld achtergelaten waren of gevlucht, in de mening dat men niet meer aan hen denken zou en dat zij door de vijand al verlaten en vergeten leken. Wanneer ook zulke mensen opgezocht en achterhaald worden, of wanneer er van hen bijna niemand meer is, is dat een teken dat er nauwelijks iemand ontkomt of gespaard wordt. Wanneer het zover gekomen is, wil de HEERE zeggen, dan zal God vanuit de hemel hulp en verlossing zenden.
Deuteronomium 32 vers 37— Dan zal Hij zeggen: Waar zijn hun goden; de rotssteen, op welken zij betrouwden?
hun goden;
Te weten, der vijanden.
Hertaald:hun goden;
Namelijk: van de vijanden.
Deuteronomium 32 vers 38— Welker slachtofferen vet zij aten, welker drankofferen wijn zij dronken; dat zij opstaan en u helpen, dat er verberging voor u zij.
Welker slachtofferen vet zij aten,
Anders, welke het vette van hun slachtoffers aten, [en] den wijn van hun drankoffers dronken
Hertaald:Welker slachtofferen vet zij aten,
Anders: die het vet van hun slachtoffers aten en de wijn van hun drankoffers dronken.
verberging voor u zij
Of, een schuilplaats, of, dat er beschutting over u zij.
Hertaald:verberging voor u zij
Of: een schuilplaats, of: dat er beschutting over u is.
Deuteronomium 32 vers 39— Ziet nu, dat Ik, Ik Die ben, en geen God met Mij, Ik dood en maak levend; Ik versla en Ik heel; en er is niemand, die uit Mijn hand redt!
versla en Ik heel;
Of, verwond, doorsteek.
Hertaald:versla en Ik heel;
Of: verwond, doorsteek.
Deuteronomium 32 vers 40— Want Ik zal Mijn hand naar den hemel opheffen, en Ik zal zeggen: Ik leef in eeuwigheid!
Ik zal Mijn hand
Dat is, Ik zal zweren. God spreekt alzo menselijkerwijze. Deze manier van doen was in het eedzweren gebruikelijk. Zie Gen. 14:22.
Hertaald:Ik zal Mijn hand
Dat is: Ik zal zweren. God spreekt hier op menselijke wijze. Deze handeling was bij het zweren van een eed gebruikelijk. Zie Gen. 14:22.
Ik leef in eeuwigheid
Zwerende bij mijzelven. Zie Hebr. 6:13.
Hertaald:Ik leef in eeuwigheid
Zwerend bij Mijzelf. Zie Hebr. 6:13.
Deuteronomium 32 vers 41— Indien Ik Mijn glinsterend zwaard wette, en Mijn hand ten gerichte grijpt, zo zal Ik wraak op Mijn tegenpartijen doen wederkeren, en Mijn hateren vergelden.
glinsterend zwaard wette,
Hebreeuws, den bliksem, of, blik, glinster van mijn zwaard.
Hertaald:glinsterend zwaard wette,
Hebreeuws: de bliksem, of: de glans van Mijn zwaard.
Deuteronomium 32 vers 42— Ik zal Mijn pijlen dronken maken van bloed, en Mijn zwaard zal vlees eten; van het bloed des verslagenen en des gevangenen, van het hoofd af zullen er wraken des vijands zijn.
pijlen dronken maken van bloed,
Zie boven, vs.23.
Hertaald:pijlen dronken maken van bloed,
Zie hierboven, vers 23.
gevangenen,
Hebreeuws, der gevangenis
Hertaald:gevangenen,
Hebreeuws: van de gevangenis.
van het hoofd af
Dat is, van boven af, beginnende van het hoofd. Anders, van het begin af zullen de wraken, of, wrekingen des vijands zijn; dat is, Ik zal alles, wat de vijanden van den beginne af misdaan hebben, samen wreken.
Hertaald:van het hoofd af
Dat is: van boven af, te beginnen bij het hoofd. Anders: van het begin af zullen de wraakoefeningen over de vijand zijn; dat is: Ik zal alles wat de vijanden van het begin af misdaan hebben tegelijk wreken.
Deuteronomium 32 vers 43— Juicht, gij heidenen, met Zijn volk! want Hij zal het bloed Zijner knechten wreken; en Hij zal de wraak op Zijn tegenpartijen doen wederkeren, en verzoenen Zijn land en Zijn volk.
Juicht, gij heidenen,
Zie Rom. 15:10.
Hertaald:Juicht, gij heidenen,
Zie Rom. 15:10.
Zijn volk
Versta, de Joden.
Hertaald:Zijn volk
Versta: de Joden.
knechten wreken;
Vergelijk Openb. 19:2.
Hertaald:knechten wreken;
Vergelijk Openb. 19:2.
verzoenen
Te weten, met zichzelven, uit genade, om des Messias' wil.
Hertaald:verzoenen
Namelijk: met Zichzelf, uit genade, omwille van de Messias.
Deuteronomium 32 vers 44— En Mozes kwam, en sprak al de woorden dezes lieds voor de oren des volks, hij en Hosea, de zoon van Nun.
Hoséa, de zoon van Nun
Dat is, Jozua.
Hertaald:Hoséa, de zoon van Nun
Dat is: Jozua.
Deuteronomium 32 vers 47— Want dat is geen vergeefs woord voor ulieden; maar het is uw leven; en door ditzelve woord zult gij de dagen verlengen op het land, waar gij over de Jordaan naar toe gaat, om dat te erven.
vergeefs woord voor ulieden;
Of, ijdel. De zin is: dit woord is zo ijdel of slecht niet, dat het u de moeite niet waardig zou zijn op het hoogste dat te behartigen.
Hertaald:vergeefs woord voor ulieden;
Of: ijdel. De bedoeling is: dit woord is niet zo ijdel of gering dat het u de moeite niet waard zou zijn het ten diepste ter harte te nemen.
Deuteronomium 32 vers 49— Klim op den berg Abarim (deze is de berg Nebo, die in het land van Moab is, die tegenover Jericho is), en zie het land Kanaan, dat Ik den kinderen Israels tot een bezitting geven zal;
tegenover Jericho is),
Of, in het gezicht van Jericho.
Hertaald:tegenover Jericho is),
Of: in het gezicht van Jericho.
Deuteronomium 32 vers 50— En sterf op dien berg, waarheen gij opklimmen zult, en word vergaderd tot uw volken; gelijk als uw broeder Aaron stierf op den berg Hor, en werd tot zijn volken vergaderd.
vergaderd tot uw volken;
Zie Gen. 15:15.
Hertaald:vergaderd tot uw volken;
Zie Gen. 15:15.
Deuteronomium 32 vers 51— Omdat gijlieden u tegen Mij vergrepen hebt, in het midden der kinderen Israels, aan het twistwater te Kades, in de woestijn Zin; omdat gij Mij niet geheiligd hebt in het midden der kinderen Israels.
geheiligd hebt
Dat is, gij hebt zulk een vertrouwen dien tijd op Mij niet gehad en tot mijn eer voor het volk in het openbaar vertoond gelijk u betaamde. Zie wijders Lev. 10:3.
Hertaald:geheiligd hebt
Dat is: u hebt in die tijd niet zulk een vertrouwen op Mij gehad en tot Mijn eer voor het volk in het openbaar getoond als u betaamde. Zie verder Lev. 10:3.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Het lied van de Rotssteen — 32:1-4, 43
De verlossing en de losser · niveau 1
Mozes' laatste openbare daad is geen preek maar een lied. God had hem opgedragen het aan het volk te leren, opdat het hun bijblijft als de dingen misgaan — een lied vergeet je niet zo snel als een vermaning.
Mozes noemt God de Rotssteen Wiens werk volkomen is, en eindigt met de heidenen die met Zijn volk juichen.
Het is een merkwaardig lied om je kinderen te leren. Het bezingt Gods trouw en het voorspelt in één adem dat Israël Hem verlaten zal, vet geworden en achteruitslaand. Mozes maakt zich geen illusies over de mensen tegen wie hij spreekt.
Maar het begint bij God, en met een naam die door de hele Schrift blijft klinken: Hij is de Rotssteen, Wiens werk volkomen is. Datzelfde woord waarmee Israël in de woestijn gedronken heeft, en dat Paulus op Christus toepast. Zes keer valt het woord rots in dit lied, telkens tegenover de wankele goden van de volken.
En dan het slot, dat verrassender is dan het eerste deel doet vermoeden. Juicht, gij heidenen, met Zijn volk. Niet: tegenover Zijn volk, en niet: in plaats van. Samen. In een lied dat begonnen is met Israëls ontrouw, staat aan het eind een schare uit de volken mee te zingen. Paulus haalt precies dit vers aan als bewijs dat de heidenen God om Zijn barmhartigheid zouden verheerlijken, en de Hebreeënbrief citeert er nog een regel uit over de engelen die de Zoon aanbidden.
In het Nieuwe Testament: Romeinen 15:10; Hebreeën 1:6; 1 Korinthe 10:4; Romeinen 12:19
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Deuteronomium 32:1-3.KruisverwijzingenDeuteronomium 4:26→Jesaja 1:2→Jesaja 55:10→Psalmen 72:6→Jeremia 10:6→Psalmen 50:4→Deuteronomium 30:19→Jeremia 6:19→ — Neig de oren, gij hemel, en ik zal spreken; en de aarde hore de redenen mijns monds. Mijn leer druipe als een regen, mijn rede vloeie als een dauw; als een stofregen op de grasscheutjes, en als druppelen op het kruid. Want ik zal den Naam des HEEREN uitroepen; geeft onzen God grootheid! Een wonderlijk hoofdstuk is dit — een lied en een profetie, waarin de dichter-ziener heel de toekomst voor zich uitgespreid schijnt te zien als op een kaart, en het is hem zo levendig dat hij het eerder beschrijft als iets tegenwoordigs of voorbijgegaans dan als iets dat nog komen moet. Het is de geschiedenis van Gods handelen met Zijn uitverkoren en bijzonder volk Israël, van het begin tot het einde. De aanvang is buitengewoon verheven.
Omdat de mensen zo hardhorend zijn, roept Mozes de hemelen en de aarde tot getuigen tegen hen; en om de verhevenheid van zijn onderwerp roept hij de hemelen en de aarde op er aandacht aan te geven. Het is goede prediking, en ook goed horen, wanneer het evangelie komt als een zachte regen die de bodem doortrekt en doorweekt, en hem verkwikt en vruchtbaar maakt. Moge God de Heilige Geest het zo maken telkens wanneer wij samenkomen tot de eredienst! Het Woord des Heeren kan zijn als een drijvende hagel die alles verbreekt waarop het valt, en zo een reuk des doods ten dode worden. Maar moge God het ons maken als de dauw en de kleine regen uit de hemel, dat het een reuk des levens ten leven mag zijn!
Heel het lied door is het tot de verheerlijking van God; geen lettergreep, waarlijk, waarin de mens tot eer verheven wordt, maar de Heere alleen wordt groot gemaakt in Zijn handelen met Zijn volk. Hij is de Steenrots. Alle andere dingen zijn maar de wolk die om de kruin van de berg hangt.
Deuteronomium 32:4.KruisverwijzingenPsalmen 18:30→Psalmen 92:15→Deuteronomium 32:18→Daniël 4:37→Genesis 18:25→Deuteronomium 32:15→Deuteronomium 32:30→Job 34:10→ — Hij is de Rotssteen, Wiens werk volkomen is; want al Zijn wegen zijn gerichte. God is waarheid, en is geen onrecht; rechtvaardig en recht is Hij. Onveranderlijk, eeuwig. Zijn werk is soms heel verschrikkelijk en zeer verborgen, maar Zijn werk is volkomen. Maar wat Zijn volk betreft: welk een tegenstelling tussen hen en hun God!
Deuteronomium 32:5.KruisverwijzingenJesaja 1:4→Mattheüs 17:17→Deuteronomium 31:29→Filippenzen 2:15→Lukas 9:41→Deuteronomium 4:16→Hosea 9:9→Richteren 2:19→ — Hij heeft het tegen Hem verdorven; het zijn Zijn kinderen niet; de schandvlek is hun; het is een verkeerd en verdraaid geslacht. Welk een afdaling van de God der waarheid, bij wie geen onrecht is, tot een volk vol ongerechtigheid — een verkeerd en verdraaid geslacht. Wij kennen onze eigen afzichtelijkheid nooit zo goed als wanneer wij een helder gezicht krijgen van de voortreffelijkheid van God. Wat zei Job? “Met het gehoor des oors heb ik U gehoord; maar nu ziet U mijn oog. Daarom verfoei ik mij, en heb berouw in stof en as” (Job 42:5-6).
De kinderen van God hebben vlekken — de vlekken die de zonde veroorzaakt, en die door hen erkend, beweend en bestreden worden; de goddelozen hebben dezelfde soort vlekken, maar zij hebben geen berouw over de zonde die ze veroorzaakt.
Deuteronomium 32:6.KruisverwijzingenJesaja 63:16→Psalmen 74:2→Jesaja 44:2→1 Johannes 3:1→Jesaja 64:8→Galaten 3:26→Deuteronomium 1:31→Handelingen 20:28→ — Zult gij dit den HEERE vergelden, gij, dwaas en onwijs volk! Is Hij niet uw Vader, Die u verkregen, Die u gemaakt en u bevestigd heeft? Wie heeft de Joden tot een volk gemaakt? Wie heeft Israël afgezonderd om een natie te zijn? Wie anders dan God, die hen met een prijs gekocht heeft toen zij uit Egypte kwamen en die hen in Zijn vaderlijke zorg door de woestijn geleid heeft? De zonde is de laagste vorm van ondankbaarheid. Wij hebben alles aan God te danken, en wij behoren Hem daarom te behandelen zoals onze Schepper en Vader behandeld behoort te worden. En hoe vaak hebben wij Hem juist kwaad voor goed vergolden en gehandeld alsof wij Hem eerder als onze vijand beschouwden dan als onze beste Vriend!
Deuteronomium 32:7-8.KruisverwijzingenPsalmen 44:1→Handelingen 17:26→Psalmen 78:3→Jesaja 63:11→Psalmen 77:5→Psalmen 119:52→Exodus 13:14→Job 8:8→ — Gedenk aan de dagen van ouds; merk op de jaren van elk geslacht; vraag uw vader, die zal het u bekend maken, uw ouden, en zij zullen het u zeggen. Toen de Allerhoogste aan de volken de erfenis uitdeelde, toen Hij Adams kinderen vaneen scheidde, heeft Hij de landpalen der volken gesteld naar het getal der kinderen Israels. Gods eerste punt in de regering van de wereld was Zijn eigen volk. Al het andere werd afgebakend nadat Hij een plaats voor hen had afgezonderd — een plaats die toereikend was, ruim, vruchtbaar en in een uitnemende ligging, opdat zij daar zouden vermenigvuldigen en al de goede dingen genieten die Hij hun zo vrijelijk gaf.
En tot op deze dag rijzen en vallen dynastieën, regeren koningen of worden zij door een nederlaag verstrooid, met slechts dit ene punt voor Gods oog en dit ene voornemen in Zijn gedachten: het staande houden van de gemeente in de wereld, de uitbreiding van Zijn heerlijke waarheid.
Toch sloten deze bijzondere gedachten van God ten aanzien van Zijn eigen uitverkoren volk geen vriendelijke gedachten tegenover de rest van de mensheid uit, want “Hij Adams kinderen vaneen scheidde, heeft Hij de landpalen der volken gesteld”; maar toch waren Zijn diepste en Zijn hoogste gedachten ten aanzien van de kinderen Israëls.
Deuteronomium 32:9-12.KruisverwijzingenZacharia 2:8→Psalmen 17:8→Jeremia 10:16→Spreuken 7:2→Jeremia 2:6→Exodus 19:4→Hosea 13:5→Exodus 19:5→ — Want des HEEREN deel is Zijn volk, Jakob is het snoer Zijner erve. Hij vond hem in een land der woestijn, en in een woeste huilende wildernis; Hij voerde hem rondom, Hij onderwees hem, Hij bewaarde hem als Zijn oogappel. Gelijk een arend zijn nest opwekt, over zijn jongen zweeft, zijn vleugelen uitbreidt, ze neemt en ze draagt op zijn vlerken; Zo leidde hem de HEERE alleen, en er was geen vreemd god met hem. Dit is de geschiedenis van de opvoeding van Israël in de woestijn. Toen zij uit Egypte kwamen, waren zij niets dan een menigte slaven, ontaard door de vernederende invloed van een lange dienstbaarheid. Zij moesten geoefend worden voordat zij geschikt waren een volk te zijn.
Laten wij in dit alles onszelf trachten te zien. Wat heeft God gewrocht voor hen onder ons die Zijn volk zijn, door ons uit te leiden uit de dienstbaarheid der zonde? En hoe genadig bewaart Hij ons tot op deze dag als een mens de appel van zijn oog bewaart! Nauwelijks komt er iets bij het oog of de hand gaat er onwillekeurig naar toe om het oog te beschutten. En laat er iets gebeuren met het volk van God, en de macht van God is meteen gereed tot hun verdediging.
Een arend moet haar jongen leren vliegen. Zij neemt ze op haar vleugels, zo zegt men; zij werpt ze af en laat ze fladderen, en dan schiet zij neer, komt onder hen en draagt ze weer op, totdat zij hun geleerd heeft hun vleugels te gebruiken. En de Heere heeft dit met velen hier gedaan — hen schijnbaar afwerpend, alleen opdat, wanneer zij vallen, onder hen de eeuwige armen zouden zijn. Wij moeten tot het geloof geoefend worden. Het is een moeilijke oefening voor zulke arme schepselen als wij zijn.
De opvoeding die God gebruikte was — waren zij recht van hart geweest — heerlijk geschikt om hen tot de hoogste staat van geestelijk leven te brengen. Hier was een volk weggenomen uit de menigte goden van Egypte, en zij werden geleerd een onzienlijk God te eren van wie zij een tijdlang volstrekt geen beeld hadden. Later, toen er in enige vorm een zinnebeeldige eredienst verordend werd, was er nog zo weinig zinnebeeld dat Mozes kon zeggen: “gij geen gelijkenis gezien hebt” (4:15). Zij werden geoefend om een geestelijk God te dienen, in geest en in waarheid.
Deuteronomium 32:13-14.KruisverwijzingenJob 29:6→Jesaja 58:14→Genesis 49:11→Psalmen 81:16→Psalmen 147:14→Ezechiël 36:2→Deuteronomium 33:26→Deuteronomium 33:29→ — Hij deed hem rijden op de hoogten der aarde, dat hij at de inkomsten des velds; en Hij deed hem honig zuigen uit de steenrots, en olie uit den kei der rots; Boter van koeien, en melk van klein vee, met het vet der lammeren en der rammen, die in Bazan weiden, en der bokken, met het vette der nieren van tarwe; en het druivenbloed, reinen wijn, hebt gij gedronken. Het was een heel vruchtbaar land, dat niet enkel het noodzakelijke maar ook overvloed voortbracht. Palestina bracht zijn inwoners alles wat het hart kon wensen, en lange tijd, zolang zij God getrouw waren, leefden zij te midden van volheid.
God voedde Zijn volk van ouds met het beste van het beste en gaf het hun met geen karige hand; en o, wanneer ik denk aan de geestelijke spijs die God voor Zijn volk toebereid heeft, dan zijn “boter van koeien, en melk van klein vee, met het vet der lammeren” en al zulke aardse dingen maar armzalig in vergelijking met de voorzieningen van Zijn genade.
Deuteronomium 32:15.KruisverwijzingenDeuteronomium 31:20→Psalmen 89:26→Deuteronomium 32:4→Hosea 13:6→1 Samuël 2:29→Jesaja 44:2→2 Samuël 22:47→Psalmen 95:1→ — Als nu Jeschurun vet werd, zo sloeg hij achteruit (gij zijt vet, gij zijt dik, ja, met vet overdekt geworden!); en hij liet God varen, Die hem gemaakt heeft, en versmaadde den Rotssteen zijns heils. “Jeschurun” betekent, naar ik meen, “het kleine heilige volk”. Het is een verkleinwoord: het kleine godsdienstige volk werd vet. Het had overvloed van voorspoed. Het werd zwaar en het schopte. En ach, ach! zij richtten kalveren op te Beth-El. Zij weken af tot Astaroth en dienden de koningin des hemels.
Velen kunnen de beproevingen van de tegenspoed verdragen die de gevaren van de voorspoed niet ontkomen. Salomo zei terecht: “Een smeltkroes is voor het zilver, en een oven voor het goud; alzo is een man naar zijn lof te proeven” — en menigeen is in die tijd van beproeving gevallen. Wanneer u rijk wordt, bewonderd wordt, eer onder de mensen ontvangt, dán is de tijd van uw zwaarste beproeving.
Deuteronomium 32:16-17.KruisverwijzingenRichteren 5:8→Deuteronomium 28:64→1 Korinthe 10:22→Psalmen 78:58→Leviticus 17:7→Deuteronomium 5:9→Nahum 1:1→2 Koningen 23:13→ — Zij hebben Hem tot ijver verwekt door vreemde goden; door gruwelen hebben zij Hem tot toorn verwekt. Zij hebben aan de duivelen geofferd, niet aan God; aan de goden, die zij niet kenden; nieuwe, die van nabij gekomen waren, voor dewelke uw vaders niet geschrikt hebben. Aan duivelen — niet aan God. Mozes hoopt de uitdrukkingen op om de dwaasheid van Israëls afgoderij te tonen. Denk alleen eens aan “nieuwe, die van nabij gekomen waren”, alsof wat nieuw is een god zou kunnen zijn! Hetzelfde mag gezegd worden van de “nieuwe waarheid” waarvan wij heden zoveel horen. Wat nieuw is, kan niet waar zijn. Er is in de godgeleerdheid zeker niets nieuw dan wat geheel vals is.
Er is in de godsdienst niets nieuws dat waar is. De waarheid is altijd oud. De afgoden die de Israëlieten dienden, waren niet alleen nieuwe goden, maar vreemde goden, die hun vaderen niet gevreesd hadden. En erger nog: het waren duivelen. Hoe diep waren zelfs het uitverkoren volk gezonken!
Deuteronomium 32:18.KruisverwijzingenJesaja 17:10→Hosea 8:14→Jeremia 2:32→Psalmen 106:21→Deuteronomium 32:4→Psalmen 44:20→Deuteronomium 8:19→Deuteronomium 6:12→ — Den Rotssteen, Die u gegenereerd heeft, hebt gij vergeten; en gij hebt in vergetenis gesteld den God, Die u gebaard heeft. Israël was niets buiten God — een kleine stam volks, in niets te vergelijken met de grote volken der aarde. De enige reden van zijn bestaan was zijn God. Hij was zijn middelpunt, zijn licht, zijn eer, zijn kracht. Zij waren afgeweken van Hem die hen gevormd had.
Deuteronomium 32:19-20.KruisverwijzingenPsalmen 106:40→Richteren 2:14→Jesaja 1:2→Deuteronomium 32:5→Openbaring 3:16→Jeremia 11:15→Jeremia 44:21→Psalmen 5:4→ — Als het de HEERE zag, zo versmaadde Hij hen, uit toornigheid tegen zijn zonen en zijn dochteren. En Hij zeide: Ik zal Mijn aangezicht van hen verbergen; Ik zal zien, welk hunlieder einde zal wezen; want zij zijn een gans verkeerd geslacht, kinderen, in welke geen trouw is. Daar zit het onheil: het gebrek aan geloof. Het gebrek aan geloof leidt tot allerlei zonde. O, dat wij een sterk en veerkrachtig geloof hadden om de onzienlijke God te beseffen en bij een zuiver geestelijke eredienst te blijven — zonder zinnebeelden, tekenen en uitwendige waarmerken, die alle een gruwel in Zijn ogen zijn — maar de Onzienlijke aanbiddend in geest en in waarheid.
Deuteronomium 32:21.KruisverwijzingenRomeinen 10:19→1 Koningen 16:26→1 Koningen 16:13→Hosea 1:10→Psalmen 31:6→Jona 2:8→Psalmen 78:58→Deuteronomium 32:16→ — Zij hebben Mij tot ijver verwekt door hetgeen geen God is; zij hebben Mij tot toorn verwekt door hun ijdelheden; Ik dan zal hen tot ijver verwekken door diegenen, die geen volk zijn; door een dwaas volk zal Ik hen tot toorn verwekken. En zo kwamen de afgodische volken en veroverden Judea. De een na de ander vertrapten zij de heilige stad, en zij deden hen zien dat God de volken die zij verachtten kon gebruiken tot een gesel over hen.
Deuteronomium 32:22-25.KruisverwijzingenKlaagliederen 4:11→Leviticus 26:22→Ezechiël 7:15→Jeremia 15:14→Ezechiël 5:16→Klaagliederen 1:20→Jeremia 17:4→Numeri 16:35→ — Want een vuur is aangestoken in Mijn toorn, en zal bernen tot in de onderste hel, en zal het land met zijn inkomst verteren, en de gronden der bergen in vlam zetten. Ik zal kwaden over hen hopen; Mijn pijlen zal Ik op hen verschieten. Uitgeteerd zullen zij zijn van honger, opgegeten van den karbonkel en bitter verderf; en Ik zal de tanden der beesten onder hen schikken, met vurig venijn van slangen des stofs. Van buiten zal het zwaard beroven, en uit de binnenkameren de verschrikking; ook den jongeling, ook de jonge dochter, het zuigende kind met den grijzen man. Lees nu de geschiedenis van de verwoesting van Israël en Juda — de omkering van deze twee koninkrijken — en u zult zien hoe dit alles, woord voor woord, in vervulling is gegaan.
Deuteronomium 32:26-27.KruisverwijzingenDeuteronomium 28:64→Psalmen 140:8→Jesaja 63:16→Deuteronomium 4:27→Deuteronomium 28:37→Lukas 21:24→Leviticus 26:38→Leviticus 26:33→ — Ik zeide: In alle hoeken zoude Ik hen verstrooien; Ik zoude hun gedachtenis van onder de mensen doen ophouden; Ten ware, dat Ik de toornigheid des vijands schroomde, dat niet hun tegenpartijen zich vreemd mochten houden; dat zij niet mochten zeggen: Onze hand is hoog geweest; de HEERE heeft dit alles niet gewrocht. God ziet altijd uit naar enige reden voor barmhartigheid wanneer Hij met Zijn volk handelt, en Hij vond die hier: dat de heidenvolken niet zouden toegeven dat God Zijn dwalende volk aldus getuchtigd had, maar hun overwinningen aan hun eigen duivelse goden zouden gaan toeschrijven.
Zo spaarde Hij hen om Zijns Naams wil; en tot op deze dag, wanneer God geen andere reden kan vinden om de schuldigen barmhartigheid te bewijzen, doet Hij het om Zijns Naams wil. En dit is een gezegende pleitgrond voor iemand die geen reden kan zien waarom God hem barmhartigheid zou bewijzen. Hij mag zeggen: “Heere, doe het om Uws Naams wil, om Uw genade en Uw barmhartigheid heerlijk te maken in de zaligheid van zo’n arme, hopeloze ellendige als ik ben.”
Deuteronomium 32:28-30.KruisverwijzingenLeviticus 26:8→Jozua 23:10→Psalmen 44:12→Deuteronomium 5:29→Richteren 2:14→Jesaja 30:17→Jeremia 4:22→Psalmen 81:13→ — Want zij zijn een volk, dat door raadslagen verloren gaat, en er is geen verstand in hen. O, dat zij wijs waren; zij zouden dit vernemen, zij zouden op hun einde merken. Hoe zoude een enige duizend jagen, en twee tien duizend doen vluchten, ten ware, dat hunlieder Rotssteen hen verkocht, en de HEERE hen overgeleverd had? Dat kleine volk zou over al zijn vijanden overwinnaar geweest zijn als God nog met hen was geweest; maar zij werden verslagen en verstrooid omdat zij de Heere bedroefd hadden. O, welke sterkte zouden gelovigen kunnen hebben als zij maar wilden geloven! Konden wij ons maar in eenvoudig, kinderlijk geloof op God werpen, dan zouden wij de Simson opnieuw kunnen spelen en onze duizenden verslaan. Maar ook wij hebben weinig geloof in God, zelfs zij die er het meeste van hebben; en wanneer de tijd van beproeving komt, zijn ook wij een hardnekkig en ongelovig geslacht, zoals onze vaderen waren.
Deuteronomium 32:29.KruisverwijzingenDeuteronomium 5:29→Psalmen 81:13→Klaagliederen 1:9→Jesaja 47:7→Psalmen 107:15→Hosea 14:9→Psalmen 107:43→Lukas 16:19→ — O, dat zij wijs waren; zij zouden dit vernemen, zij zouden op hun einde merken. De mensen zijn onwillig het onderwerp van de dood te bedenken. Het doodskleed, de spade en het graf trachten zij onophoudelijk uit het gezicht te houden. Zij zouden hier altijd willen leven als zij konden; en aangezien zij dat niet kunnen, willen zij ten minste elk teken van de dood zo ver mogelijk uit hun gezicht wegbergen.
Er is misschien geen onderwerp dat zo gewichtig is en waaraan zo weinig gedacht wordt. Ons gewone spreekwoord dat wij gebruiken, is juist de uitdrukking van onze gedachten: “Wij moeten leven.” Maar waren wij wijzer, dan zouden wij het veranderen en zeggen: “Wij moeten sterven.” Noodzaak om te leven is er niet; het leven is een voortgezet wonder. Noodzaak om te sterven is er zeker; het is het einde van alle dingen. O, dat de levenden het ter harte namen.
Deuteronomium 32:34.KruisverwijzingenJob 14:17→Hosea 13:12→Jeremia 2:22→Romeinen 2:5→1 Korinthe 4:5→Openbaring 20:12→ — Is dat niet bij Mij opgesloten, verzegeld in Mijn schatten? Welk een treffende en verschrikkende vraag is dat — alsof God de gedachtenis van onze zonde wegborg, verzegelde en op een verborgen plaats bewaarde tegen de dag waarop Hij zondaren zal roepen om rekenschap te geven en hen hun ongerechtigheden zal bezoeken. Welk een ontzettende zaak is het de zonden van iemands jeugd weggeborgen, verzegeld en in Gods schatkamer weggelegd te hebben; en de zonden van het middelbare leven, en misschien ook de zonden van de ouderdom, om die eerlang naar voren te brengen en ons ten laste te leggen!
Wie zal in die grote dag kunnen bestaan? Alleen zij die gewassen zijn in het bloed en bekleed met de gerechtigheid van Christus Jezus onze Heere.
Deuteronomium 32:35-38.KruisverwijzingenRomeinen 12:19→2 Petrus 2:3→Hebreeën 10:30→Psalmen 135:14→Richteren 10:14→Jeremia 2:28→2 Petrus 3:8→Nahum 1:2→ — Mijn is de wraak en de vergelding, ten tijde als hunlieder voet zal wankelen; want de dag huns ondergangs is nabij, en de dingen, die hun zullen gebeuren, haasten. Want de HEERE zal aan Zijn volk recht doen, en het zal Hem over Zijn knechten berouwen; want Hij zal zien, dat de hand is weggegaan, en de beslotene en verlatene niets is. Dan zal Hij zeggen: Waar zijn hun goden; de rotssteen, op welken zij betrouwden? Welker slachtofferen vet zij aten, welker drankofferen wijn zij dronken; dat zij opstaan en u helpen, dat er verberging voor u zij. Hij zal Zijn vijanden niet altijd over hen laten triomferen. Hij zal terugkomen tot Zijn volk, dat Hij schijnbaar verworpen had: “de HEERE zal aan Zijn volk recht doen”. Hij scheen zeer vertoornd, maar hoe spoedig komt Hij in liefde terug en beproeft Hij Zijn volk opnieuw.
Tot u die op iets anders vertrouwt dan op God: de dag zal komen dat u zulke verschrikkelijke woorden als deze zult horen: “Laat nu uw rijkdom u redden, laat uw genoegens en uw ondeugden u verblijden; gaat nu heen in uw eigen boze wegen, en zie of u daarin enige troost kunt vinden!” Welk een heilige spot ligt er in deze woorden, die het gewisse tot op het merg zullen snijden wanneer het eenmaal recht ontwaakt is!
Deuteronomium 32:39-43.KruisverwijzingenHosea 6:1→1 Samuël 2:6→Jesaja 45:22→Job 5:18→Jesaja 45:5→Jesaja 41:4→2 Koningen 5:7→Psalmen 68:20→ — Ziet nu, dat Ik, Ik Die ben, en geen God met Mij, Ik dood en maak levend; Ik versla en Ik heel; en er is niemand, die uit Mijn hand redt! Want Ik zal Mijn hand naar den hemel opheffen, en Ik zal zeggen: Ik leef in eeuwigheid! Indien Ik Mijn glinsterend zwaard wette, en Mijn hand ten gerichte grijpt, zo zal Ik wraak op Mijn tegenpartijen doen wederkeren, en Mijn hateren vergelden. Ik zal Mijn pijlen dronken maken van bloed, en Mijn zwaard zal vlees eten; van het bloed des verslagenen en des gevangenen, van het hoofd af zullen er wraken des vijands zijn. Juicht, gij heidenen, met Zijn volk! want Hij zal het bloed Zijner knechten wreken; en Hij zal de wraak op Zijn tegenpartijen doen wederkeren, en verzoenen Zijn land en Zijn volk. Het is, ziet u, alleen in barmhartigheid dat de Heere met Zijn volk handelt; zij kunnen niet op de grond van het recht voor Hem bestaan, maar in Zijn barmhartigheid is hun schuilplaats. Mogen wij allen die barmhartigheid vinden door de toevlucht te nemen om vast te houden de hoop die ons voorgesteld is in Christus Jezus en Zijn heerlijk evangelie! Amen.
Deuteronomium 32:47.KruisverwijzingenLeviticus 18:5→Spreuken 4:22→Spreuken 3:1→1 Petrus 3:10→Spreuken 3:22→Openbaring 22:14→Mattheüs 6:33→1 Timotheüs 6:6→ — Want dat is geen vergeefs woord voor ulieden; maar het is uw leven; en door ditzelve woord zult gij de dagen verlengen op het land, waar gij over de Jordaan naar toe gaat, om dat te erven. Er is heel veel zogenaamde godsdienst die een ijdel, betekenisloos ding is en die niemands leven is. Ware godsdienst is niet iets dat kan worden overgebracht door water, of door brood en wijn, los van de gesteldheid van gemoed en hart van wie het ontvangt.
Als mijn godsdienst bestaat in het aandoen van bepaalde klederen en het mijzelf vertonen als een enkele uitvoerder, of in de gedachte dat er iets goeds tot de mensen kan komen door de lieflijkheid van muziek of de schoonheid van bouwkunst, dan is mijn godsdienst ijdel. Bij Christus en Zijn apostelen was het zo niet; zij gingen overal heen, het evangelie predikend.
En verder: een godsdienst die enkel bestaat in het onderschrijven van een bepaalde belijdenis is een ijdel ding. Al zou die belijdenis volmaakt zijn, als onze godsdienst afhing van het eenvoudig geloven ervan als belijdenis, dan zou zij ons niet werkelijk raken. Godsdienst is een leven dat op geloof gegrond is; maar de zaligheid komt iemand niet toe alleen omdat hij rechtzinnig is. Is zijn rechtzinnigheid enkel een zaak van het hoofd — terwijl het hart al die tijd onaangeroerd blijft en de daden onveranderd — dan is zo’n godsdienst een ijdel ding.
KruisverwijzingenDeuteronomium 4:26→Jesaja 1:2→Psalmen 50:4→Deuteronomium 30:19→Jeremia 6:19→Deuteronomium 31:28→Jeremia 22:29→Jeremia 2:12→— Neig de oren, gij hemel, en ik zal spreken; en de aarde hore de redenen mijns monds.
Neig de oren, gij hemel! en ik zal spreken; en de aarde hoort de redenen van mijn mond, want wat ik nu zal verkondigen en betuigen betreft u beide, hemel en aarde; dßßr zowel als hier zijn geestelijke wezens, waarvoor de Heere Zich in Zijn waarheid en trouw wil verheerlijken.
KruisverwijzingenJesaja 55:10→Psalmen 72:6→Job 29:22→Micha 5:7→Hosea 6:4→2 Samuël 23:4→Zacharia 10:1→Hosea 14:5→— Mijn leer druipe als een regen, mijn rede vloeie als een dauw; als een stofregen op de grasscheutjes, en als druppelen op het kruid.
Mijn leer, woordelijk: wat ik ontvangen heb, wat de Heere mij geleerd heeft om het op mijn beurt anderen te leren, druipe als een regen; mijn rede vloeie als een dauw; als een stofregen op de grasscheutjes, en als druppels op het kruid (Jesaja 55:10 (Job 29:22 vv.). De toehoorders vergelijkt hij bij het gras en het kruid Jesaja 40:6); want evenals regen en dauw de weide vervrolijken, zodat de bloemen en het gras naar de wens en genoegen van allen welig wassen en tieren, evenzo verkwikt Gods woord de harten en de gewetens, en waar die regen neervalt, is het niet zonder verbetering en vrucht.
Men zou kunnen vragen, hoe toch het vooruitzicht, dat de woorden van de zanger evenzeer bevruchtend zullen werken op hart en gemoederen, als de regen en de dauw op het kruid van het veld, te rijmen is met de betuiging van hun harde zin en van de straf, die hen treffen zou. Het juiste antwoord is wel dit, dat alle goddelijke spraak vruchtbaar is, en dus de strenge straffende taal nooit tevergeefs is, en dat zij steeds gemoederen vindt, die vroeger of later haar als een weldaad leren kennen.
KruisverwijzingenJeremia 10:6→Deuteronomium 3:24→Jeremia 23:6→Psalmen 150:2→Deuteronomium 5:24→1 Kronieken 29:11→Psalmen 105:1→Johannes 17:26→— Want ik zal den Naam des HEEREN uitroepen; geeft onzen God grootheid!
Want ik zal een lied aanheffen, waarmee allen, die het horen, moeten instemmen; ik zal de Naam van de HEERE uitroepen; geeft onze God grootheid! 1) (Openb.14:7)
Niet alleen wil Mozes zelf de grootheid van de Heere Heere groot maken, ook vordert hij dit van degenen, die hem horen. Het is hem te doen, zoals ook uit het volgende vers blijkt, om de eer van Gods Naam groot te maken. En dit om drie redenen: 1e. omdat Hij het waard is; 2e. om Israël in de schuld te doen vallen, en 3e. opdat ook Zijn gerichten zouden gebillijkt en goedgekeurd worden, die over de zonde en de afval van het Verbondsvolk zouden gaan.
KruisverwijzingenPsalmen 18:30→Psalmen 92:15→Deuteronomium 32:18→Daniël 4:37→Genesis 18:25→Deuteronomium 32:15→Deuteronomium 32:30→Job 34:10→— Hij is de Rotssteen, Wiens werk volkomen is; want al Zijn wegen zijn gerichte. God is waarheid, en is geen onrecht; rechtvaardig en recht is Hij.
Hij is dea) Rotssteen, 1) die nimmer wankelt, noch wijkt en allen, die tot Hem vluchten, in veiligheid brengt, wiens werk volkomen is; want al zijn wegen zijn gericht. 2) God is waarheid, trouw en Zijn woorden en beloften nakomende, en is geen onrecht, zoals de mens in zondige dwaasheid en verderfelijke oproerigheid Hem soms beschuldigt, als Zijn wegen, hard en onbillijk als soms schijnen, hem niet bevallen; nee, maar rechtvaardig en recht is Hij, want Hij gaat door op de weg van het recht, gegrond op Zijn heiligheid en liefde, en laat zich daarvan niet af brengen door menselijke tegenspraak en tegenbedenking.
2 Samuel. 22:3,32 Psalm. 19:15 Psalm. 71:3; 31:3
Als Gods Onveranderlijkheid op dichterlijke wijze bezongen wordt, dan wordt God altijd met de Rotssteen vergeleken, omdat de rotssteen onveranderlijk blijft, al waaien de stormwinden, al zwepen de golven er tegenaan. De rots blijft, zo ook God, de Heere, in de hoogste volkomenheid.
Gericht wil hier zeggen: Voorzichtig en rechtvaardig, of voorzichtigheid en rechtvaardigheid.
KruisverwijzingenJesaja 1:4→Mattheüs 17:17→Deuteronomium 31:29→Filippenzen 2:15→Lukas 9:41→Deuteronomium 4:16→Hosea 9:9→Richteren 2:19→— Hij heeft het tegen Hem verdorven; het zijn Zijn kinderen niet; de schandvlek is hun; het is een verkeerd en verdraaid geslacht.
Hij 1) heeft het tegen Hem verdorven, het zijn zijn kinderen niet, de schandvlek is hun; 2) zij zijn kinderen van schande geworden; het is een verkeerd en verdraaid geslacht, daarom kan Hij, hoewel Zijn hart vanliefde gloeit, hen niet meer als Zijn kinderen behandelen, maar moet hen, Zijns ondanks, aan het gericht prijsgeven.
Hij, nl. het van God afgevallen volk. Na de aanhef, waarin Mozes hemel en aarde bezweert hem te horen, en zijn rede een goede ingang en heilrijke werking toewenst, omdat hij van zins is de naam van de Heere te loven, waarmee de gehele wereld moet instemmen (vs.1-3), komt hij al dadelijk tot het eigenlijke thema van zijn lied: Jehova is onberispelijk en rechtvaardig in Zijn verhouding jegens Israël, ook als het met ongeluk en benauwdheden bezocht wordt; maar wel heeft Israël door zijn afval zware schuld op zich geladen (vs.4,5). Het lied beschouwt dus reeds in de aanvang die tijd, waarvoor het volgens Goddelijke wil Hem een getuige zal zijn onder de kinderen van Israël (hoofdstuk 31:16 vv.), en verplaatst zich zo levendig in die toekomst, alsof die reeds werkelijk aanwezig was. In verdere uitwerking van dit thema wordt eerst aan Israël zijn ondank en zijn zonde tegen de Heere voorgehouden (vs.6-18), vervolgens de straffen, die het daardoor op zich laadt en in het bijzonder zijn verwerping van voor het aangezicht van de Heere beschreven, waarbij de Heere alleen wegens de vijanden het niet tot het uiterste, tot algehele vernietiging komen laat (vs.19-27). Zo’n ondergang nu had Israël door zijn dwaasheid en onverstand wel verdiend; toch zijn de boosheid en verkeerdheid aan de kant van de volkeren, die Israël moeten tuchtigen, nog groter en lokken strafgerichten uit, die op hun tijd de volkeren treffen, en het volk van God aan hun handen zullen ontrukken, opdat Hij, de Heere, het laatste opnieuw in genade aanneemt (vs.28-43)
De schandvlek is hun. Beter vertaling is o.i., zij zijn hun een schandvlek, nl. voor de kinderen van God, Israël, van God afgevallen, wil de man Gods zeggen, vertoont niet het beeld van de kinderen van God, het is integendeel een schandvlek voor het volk van God, omdat de wereld immer het ware geslacht beoordeelt naar degenen, die wel Israël heten, maar zich geen Israël betonen.
KruisverwijzingenJesaja 63:16→Psalmen 74:2→Jesaja 44:2→1 Johannes 3:1→Jesaja 64:8→Galaten 3:26→Deuteronomium 1:31→Handelingen 20:28→— Zult gij dit den HEERE vergelden, gij, dwaas en onwijs volk! Is Hij niet uw Vader, Die u verkregen, Die u gemaakt en u bevestigd heeft?
Zult gij dit de HEERE vergelden, gij dwaas en onwijs volk! Is dit uw dank! Is Hij niet uw Vader, a) die u verkregen 1) heeft door u met moeite uit Egypte te verlossen en u als kind op te nemen, die u tot volk gemaakten u bevestigd heeft, u tot een vast geheel verenigd heeft, door u te begiftigen met Zijn woord en Zijn wet?
Jesaja. 63:16; 64:8 Mal.2:10
Hij maakt hen indachtig de verplichtingen, die God hen opgelegd had, om Hem te dienen en om Hem aan te hangen. Hij was hun Vader geweest. Hij had hen verkregen. Hij had hen gemaakt. Hij had zijn weldadigheid aan hen bevestigd en aan hen vernieuwd. Hij had hen gevoed. Hij had hen gedragen. Hij had hen opgekweekt. Hij had hun zonden verdragen. Hij had hun zeden verdragen. Hij had hen gekocht. Hij had zeer vele wonderwerken ten koste gelegd aan het leiden van hen uit het diensthuis van Egypte en Hij had mensen in hun plaats gegeven en volken in plaats van hun ziel (Jesaja 43:4)
KruisverwijzingenPsalmen 44:1→Psalmen 78:3→Jesaja 63:11→Psalmen 77:5→Psalmen 119:52→Exodus 13:14→Job 8:8→Deuteronomium 4:32→— Gedenk aan de dagen van ouds; merk op de jaren van elk geslacht; vraag uw vader, die zal het u bekend maken, uw ouden, en zij zullen het u zeggen.
Gedenk aan de dagen van ouds, van af de zondvloed, merk op de jaren van elk geslacht, 1) vraag uw vader, die zal het u bekend maken, uw ouden, en zij zullen het u zeggen, hoe Hij reeds toen u in het oog heeft gehad en voorzorgen genomen heeft ten dienste van uw uitverkiezing (Genesis 9:25 vv.; 11:6 vv.).
Eigenlijk de jaren van geslacht en geslacht, d.i. de jaren, die elk geslacht doorleefd heeft, sinds God Israël uit Egypte had gevoerd.
KruisverwijzingenHandelingen 17:26→Genesis 11:8→Genesis 10:25→Psalmen 50:14→Psalmen 82:6→Psalmen 7:17→Daniël 5:18→Jesaja 14:14→— Toen de Allerhoogste aan de volken de erfenis uitdeelde, toen Hij Adams kinderen vaneen scheidde, heeft Hij de landpalen der volken gesteld naar het getal der kinderen Israels.
Toen de Allerhoogste aan de volken de erfenis uitdeelde, door hen zelf te verdelen en over de aarde te verspreiden, toen Hij Adams kinderen, de mensenkinderen van elkaar scheidde, door de Babylonische spraakverwarring, heeft Hij de gebieden van de volken, omdat Hij vantevoren zag welke plaats ieder beslaan zou a) gesteld naar het getal van de kinderen van Israël, d.i. bakende de landen van de overige volken zó af, dat Hij voor het toekomstige Israël een erfeel in het vooruitzicht had, namelijk het land Kanaän in die omvang, die het getal en de grootte van Israël zou eisen (Genesis 15:18 vv.).
Hand.17:26 De Septuaginta heeft in vs.8 in plaats van: “naar het getal van de kinderen van Israël” vertaald: “naar het getal van de engelen van God” op grond van de reeds toen bij de Joden gewortelde mening, dat God aan ieder volk op zichzelf engelen gegeven heeft tot voorstanders en beschermers, maar voor Zich zelf Israël gehouden heeft tot regering en besturing (Dan.10:13,20 vv.; 12:1). Aan de andere kant evenwel berekenden ook de Joden op grond van de Hebreeuwse tekst het getal van de heidenvolken (Genesis 10) op zeventig, omdat het getal van hun stamvaders zo groot was geweest. De zin van deze plaats is echter veel meer de hier boven aangegeven. “Want Lot, en in hem Moab en Ammon, moesten zich, in plaats van in Kanaän zelf, ter zijde daarvan vestigen. Ismaël moest zich in het zuidoosten, Edom in het zuiden vestigen; ja, zelfs moest Moab nog kort vóór de aankomst van Israël plaats maken voor de Kanaänitische Amorieten ten noorden van de Arnon. Wat de Heere vervolgens schijnbaar voor Kanaän deed, deed Hij in waarheid reeds in aanmerking van het getal van de kinderen van Israël, waarom dan ook zonder twijfel Genesis dit zo ijverig te boek stelt. In het algemeen is tenslotte toch alles, wat Hij voor de wereld en de wereldsgezinden gedaan heeft, met genadige wijze voorbeschikking voor de Zijnen ondernomen. De Zijnen moeten tenslotte alles erven en de roof wegdragen; want de zachtmoedigen zullen het aardrijk erven.
Met heel de ordening van de wereld heeft God zich dit doel voorgesteld, om voor Zijn uitverkoren volk zorg te dragen.
KruisverwijzingenJeremia 10:16→Exodus 19:5→Jeremia 51:19→1 Samuël 10:1→1 Petrus 2:9→Psalmen 78:71→Efeze 1:18→1 Koningen 8:51→— Want des HEEREN deel is Zijn volk, Jakob is het snoer Zijner erve.
a) Want het deel van de HEERE is zijn volk. Jakob is het snoer van zijn erfgoed,1) het erfdeel dat Hem met het meetsnoer is toegemeten.
Deuteronomium. 7:6; 10:15 Ex.19:5
Hiermee wil hij zeggen, dat Israël het bijzonder erfdeel van God is, het erfdeel, dat Hem op bijzondere wijze is toegemeten. Snoer van zijn erfgoed. Eigenlijk het toegemeten land. Land staat dan hier voor het volk, dat het land bewoont. Wel wordt God, de God van de gehele aardbodem genoemd, maar in het bijzonder is God, de God van Zijn Kerk.
KruisverwijzingenZacharia 2:8→Psalmen 17:8→Spreuken 7:2→Jeremia 2:6→Hosea 13:5→Psalmen 32:7→Hooglied 8:5→Nehemia 9:19→— Hij vond hem in een land der woestijn, en in een woeste huilende wildernis; Hij voerde hem rondom, Hij onderwees hem, Hij bewaarde hem als Zijn oogappel.
Hij vond hem, Jakob, d.i. Israël, in een land van de woestijn, 1) en in een woeste, van levensmiddelen ontblote, huilende wildernis; wier eenzaamheid door het huilen van het wild gedierte afgewisseld wordt; Hij voerde hem rondom, Hij onderwees hem door de wet, Hij bewaarde hem als zijn oogappel. (Psalm. 17:8 (Spreuken. 7:2).
De grond, waarom Mozes de bevrijding uit de slavernij van Egypte evenmin aanroert als de doortocht door de Rode Zee, is deze, dat hij geen geschiedkundige opsomming wil leveren van Gods daden aan en voor Israël, maar slechts wil schilderen hoe Israël zich in de meest hulpeloze toestand bevond, toen de Heere zich van zijn erbarmde om het uit de troosteloze toestand, waarin het had moeten omkomen, in het bezit te stellen van het rijk gezegend land Kanaän.
Egypte wordt hier met een woestijn vergeleken, omdat Israël zich toen in een verschrikkelijk ellendige toestand bevond, te midden van een volk, dat, als het wild gedierte, het op zijn ondergang toelegde, als een volk van slaven, dat alle beschutting van de wet ontbeerde. Door de volgende woorden: In een woeste, huilende wildernis wordt hun toestand nog als erger geschilderd.
“Israël, uit zijn slavernij bevrijd en een zelfstandig volk geworden, begint zijn bestaan zonder hoegenaamd enige bezitting, zonder hulp en beschutting in de woestijn; daar vindt de Heer het als een ronddolend schaap in de woestijn, vol huilende, woeste dieren; daar neemt Hij zijn leiding op zich; geeft het door de wet een geordend bestaan, en bewaart het als Zijn oogappel.”.
KruisverwijzingenExodus 19:4→Jesaja 31:5→Jesaja 40:31→Jesaja 46:4→Jesaja 63:9→Hebreeën 11:3→Openbaring 12:4→— Gelijk een arend zijn nest opwekt, over zijn jongen zweeft, zijn vleugelen uitbreidt, ze neemt en ze draagt op zijn vlerken;
Zoals een arend zijn nest, zijn jongen, opwekt, en om hen bij de eerste pogingen om te vliegen bij te staan, over zijn jongen zweeft, en als ze moe worden zijn vleugels uitbreidt, ze neemt en ze draagt op zijn vlerken (zie “Ex 19.4).
KruisverwijzingenPsalmen 78:52→Nehemia 9:12→Jesaja 44:7→Psalmen 80:1→Deuteronomium 1:31→Jesaja 46:4→Deuteronomium 32:39→Psalmen 78:14→— Zo leidde hem de HEERE alleen, en er was geen vreemd god met hem.
Zo leidde hem de HEERE alleen; Zijn doel tegemoet, nl. de inname van het beloofde land, en er was geen vreemd God met Hem; Hij behoefde voor dit werk van de uitleiding geen hulp van afgoden; Hij, en Hij alleen heeft die wonderenverricht.
KruisverwijzingenJob 29:6→Jesaja 58:14→Psalmen 81:16→Ezechiël 36:2→Deuteronomium 33:26→Deuteronomium 33:29→Ezechiël 21:17→Jesaja 48:21→— Hij deed hem rijden op de hoogten der aarde, dat hij at de inkomsten des velds; en Hij deed hem honig zuigen uit de steenrots, en olie uit den kei der rots;
Hij deed hem rijden op de hoogten 1) van de aarde, zodat bij alle machten, die hem bij het in bezit nemen van het land konden weerstand bieden, vertrad; en Hij voedde hem, dat hij at de inkomsten van het veld; en Hij deed hem honing zuigen uit de steenrots, en olie uit de kei van de rots; 2) omdat Hij zelfs de onvruchtbaarste gedeelten van het land voor hem vruchtbaar maakte aan de kostelijkstevoortbrengselen.
Wie de hoogten had ingenomen, was bezitter van het land. Hier wordt dus gedoeld op het in bezit nemen van landen en plaatsen, welke aan hun vijandige volken toebehoorden.
Aan dit beeld ligt de zaak ten grondslag, dat Kanaän rijk is aan wilde bijen, die in rotskloven hun honing bereiden; en aan olijfbomen, die steenachtige plaatsen voor hun groei verkiezen.
KruisverwijzingenGenesis 49:11→Psalmen 81:16→Psalmen 147:14→Mattheüs 26:28→2 Samuël 17:29→Richteren 5:25→Job 20:17→Jesaja 7:15→— Boter van koeien, en melk van klein vee, met het vet der lammeren en der rammen, die in Bazan weiden, en der bokken, met het vette der nieren van tarwe; en het druivenbloed, reinen wijn, hebt gij gedronken.
Boter van koeien, en melk van klein vee, met het vet 1) van de lammeren en van de rammen, die in Bazan weiden, dus van de schoonste en welgevoedste, en van de bokken, van dezelfde voortreffelijkheid, met het vette van de nieren van tarwe; d.i. met de fijnste tarwebloem; en het druivebloed, reine wijn, hebt gij gedronken. 2)
Ook hier onder vet te verstaan, het beste van lammeren en rammen.
De zin van de beide verzen 13 en 14 is deze: Over alle beletselen heen voerde de Heere Zijn volk Israël Kanaän binnen en stelde het daar in het volle bezit van de rijke goederen van dit land.
KruisverwijzingenDeuteronomium 31:20→Psalmen 89:26→Deuteronomium 32:4→Hosea 13:6→1 Samuël 2:29→Jesaja 44:2→2 Samuël 22:47→Psalmen 95:1→— Als nu Jeschurun vet werd, zo sloeg hij achteruit (gij zijt vet, gij zijt dik, ja, met vet overdekt geworden!); en hij liet God varen, Die hem gemaakt heeft, en versmaadde den Rotssteen zijns heils.
Als nu Jeschurun, 1) Jakob, vet werd zo sloeg hij achteruit; zoals een weelderig geworden stier, die het juk niet meer dragen wil (gij zijt vet, gij zijt dik, ja met vet overdekt geworden, overmoedig door alle die weldaden!) en hij liet God varen, 2) die hem gemaakt heeft, a)en versmaadde de Rotssteen van zijn heil, de Rotssteen waarop zijn heil zo vast rustte.
Deuteronomium. 31:20
Jeschurun, een naam, waarmee het volk Israël ook in hoofdstuk 33:5 (zie De 33.5) en 26, als ook in Jesaja. 44:2 wordt genoemd. In de beide laatste plaatsen heeft Luther reeds deze verklaring, die nog niet door uitleggers van de huidige tijd overtroffen is: “de rechtvaardige”, en wel wordt Israël zo genaamd, omdat het door Jehova zijn God, die zelf rechtvaardig en vroom heet, daartoe geroepen is om Hem te dienen in heiligheid en gerechtigheid, en een volk vol zuivere rechtvaardigheid te zijn (Numeri. 23:10) De naam “Rechtvaardige” in plaats van Israël stellende, daarmee verwijt hij hen op ironische wijze, dat zij van de “rechtheid” zijn uitgevallen en hun in het geheugen terug roepende, met hoeveel waardigheid zij versierd zijn, verwijt hij hen daarom des te scherper hun misdaad van trouweloosheid. Want elders (33:5,26) wordt Israël zonder verkeerde bedoeling met dezelfde erenaam vereerd, met het oog op zijn roeping, maar hier leert Mozes hen op een verwijtende wijze, hoezeer zij van hun ijver in godsvrucht zijn afgeweken, waartoe zij waren geroepen.
Een vette buik brengt geen vroomheid voort: hij waant zich veilig en acht God voor niets.
Kruisverwijzingen1 Korinthe 10:22→Psalmen 78:58→Deuteronomium 5:9→Nahum 1:1→2 Koningen 23:13→Leviticus 18:27→1 Koningen 14:22→Deuteronomium 7:25→— Zij hebben Hem tot ijver verwekt door vreemde goden; door gruwelen hebben zij Hem tot toorn verwekt.
Zij hebben Hem tot ijverzucht a) verwekt door vreemde goden; door gruwelen van de afgoderij hebben zij Hem tot toorn verwekt.
Ex.34:16
KruisverwijzingenRichteren 5:8→Deuteronomium 28:64→Leviticus 17:7→Openbaring 9:20→1 Timotheüs 4:1→1 Korinthe 10:19→Psalmen 106:37→Jesaja 44:8→— Zij hebben aan de duivelen geofferd, niet aan God; aan de goden, die zij niet kenden; nieuwe, die van nabij gekomen waren, voor dewelke uw vaders niet geschrikt hebben.
Zij hebben aan de duivels, 1) de veldduivels a) geofferd, niet aan God; aan de goden, die zij niet kenden; van wie zij noch enige weldaad, noch zelfs enige openbaring ontvangen hadden: b) nieuwe, die vroeger niet geweest waren, en van nabij, eerst onlangs, gekomen waren, voorwelke uw vaders niet geschrikt hebben, maar die gij van de u omringende volken hebt overgenomen.
Zie Le 17.7 b) Deuteronomium. 11:28
Volgens dit woord kenschetst reeds het Oude Testament de afgodendienst als duivelsdienst (1 Corinthiers. 10:20 zie Ex 7.22). Als men zich voor de geest roept, hoe de afgodendienst reeds in zijn ontstaan een rechtvaardiging en vasthouding van het ijdele en zinnelijke, als het hoogste en vereringswaardige, in zich omvatte, en hoe hij dan in zijn beelden, symbolen en gebruiken terugwerkend de ongoddelijke lust onderhield en sterkte, zo zullen wij de diepe waarheid in dit verwijt (dat nl. de afgoderij- en afgodendienst een duivels- en demonendienst is) erkennen. Slechts door de bewondering van de kunstwerken, die zich, in verbinding met de godsdienst van de Grieken, tot zo’n schoonheid ontwikkelden, zijn wij er maar al te zeer van verwijderd te erkennen, dat in iedere polytheïstische (= veelgodische) godsdienst een zondig element is, dat tevens de macht en de lust van de verzoekers en de boze geesten diende. Wij kunnen dit erkennen zonder aan de Griekse kunst, namelijk de beeldhouwkunst, onze bewondering te ontzeggen; want de echte kunst was de edele drijfveer van de ziel van de mensen, waarmee zij zich geleidelijk losrukte van de boze grondgedachte van materiële afgoderij, en het ideaal van het menselijke in de plaats daarvan stelde. Evenwel kon zij dit slechts in zoverre dat in de verering en uitoefening van de kunst, (alsof het menselijke, de geestelijk-zinnelijke persoonlijkheid van de mensen aan God gelijk en zelf God was) nog altijd een element van de verleiding zelfs in de heerlijkste vorm van de oude kunst overbleef. Wij Christenen hebben de taak om dit element door een beslissende, alles overwegende aanbidding van de God, die ons in Jezus Christus geopenbaard is, innerlijk te verwijderen, en zo onszelf te bewaren voor iedere identificatie (= gelijkstelling) van kunst en godsdienst. De kunst, hoewel zij naast de wetenschap het hoogst menselijke is, de losmaking van de menselijke geest van het aanklevende materiële en toevallige, is toch nog maar iets menselijks; en de mens is zowel wanneer hij voortbrengt, als wanneer hij iets in zich opneemt, nooit geheel vrij van zonde, en zo altijd vatbaar voor de verzoeking van de vader van de leugen.
KruisverwijzingenJesaja 17:10→Hosea 8:14→Jeremia 2:32→Psalmen 106:21→Deuteronomium 32:4→Psalmen 44:20→Deuteronomium 8:19→Deuteronomium 6:12→— Den Rotssteen, Die u gegenereerd heeft, hebt gij vergeten; en gij hebt in vergetenis gesteld den God, Die u gebaard heeft.
De Rotssteen, die u gegenereerd heeft, hebt gij vergeten; en gij hebt in vergelheid gesteld de God, die u gebaard heeft. Mozes spreekt, zoals tegen Israël vol ijver, zo tegen God vol innigheid “Ach, mijn hart zou mij kunnen breken van jammer, dat ik weet en nu en immer voor ogen heb, hoe gij de ware, levende God, de grote, onfeilbare troost, de allervaste burg en allersterkste rotssteen in alle aanvechtingen en noden, zonder welke gij niet een enkel ogenblik leven of blijven kunt door de duivel zo makkelijk te verlaten en schandelijk verachten zult, die u toen alleen, zoals een moeder haar kind, heeft gebaard en opgevoed.”. Met vs.18 keert Mozes terug tot de gedachte in vs.15 neergelegd, maar gebruikt ook deze woorden, om Israël te wijzen op zijn snode ondank, om hen te verwijten, dat het Hem vergat, Hem versmaadde (vs.19), die hen verwekt had.
In genereren en baren stelt Mozes hier voor, de vereniging van de vader- en moederlijke liefde van God.
KruisverwijzingenPsalmen 106:40→Richteren 2:14→Jesaja 1:2→Openbaring 3:16→Jeremia 11:15→Jeremia 44:21→Psalmen 5:4→Klaagliederen 2:6→— Als het de HEERE zag, zo versmaadde Hij hen, uit toornigheid tegen zijn zonen en zijn dochteren.
Als het de HEERE zag, hoe Israël vreemde goden naliep, en de Heere, Zijn God, vergat, zo versmaadde Hij hen, uit toornigheid tegen zijn zonen en zijn dochters.
KruisverwijzingenDeuteronomium 32:5→Markus 9:19→Deuteronomium 31:29→Hosea 9:12→Job 34:29→Job 13:24→Mattheüs 11:16→Jeremia 18:17→— En Hij zeide: Ik zal Mijn aangezicht van hen verbergen; Ik zal zien, welk hunlieder einde zal wezen; want zij zijn een gans verkeerd geslacht, kinderen, in welke geen trouw is.
En Hij zei, besloot in Zijn toorn over de ontaarde kinderen: Ik zal Mijn aangezicht van hen verbergen; 1) Ik zal zien, wat hun einde zal wezen: a) op de weg, die zij ingeslagen hebben; want zij zijn een geheel verkeerd geslacht, eigenlijk een geslacht van verkeerdheden, kinderen, in wie geen trouw is.
Jesaja. 65:2
Dit betekent, dat de Heere Zijn genade en Zijn liefde aan hen zou onttrekken. Dan zou de Heere zien, dat hun ondergang en verderf het gevolg zou zijn van hun afval. Als de Heere God aan Zijn volk, ook aan Zijn geestelijk Israël, Zijn genade onttrekt, Zijn genadevolle leiding doet ontbreken, dan dwalen zij, dan worden zij verschrikt. Het is daarom dan ook, dat de dichter zegt: Toen Gij uw aangezicht verborg, werd ik verschrikt (Psalm. 30:8)
KruisverwijzingenRomeinen 10:19→1 Koningen 16:26→1 Koningen 16:13→Hosea 1:10→Psalmen 31:6→Jona 2:8→Psalmen 78:58→Deuteronomium 32:16→— Zij hebben Mij tot ijver verwekt door hetgeen geen God is; zij hebben Mij tot toorn verwekt door hun ijdelheden; Ik dan zal hen tot ijver verwekken door diegenen, die geen volk zijn; door een dwaas volk zal Ik hen tot toorn verwekken.
Zij hebben Mij tot ijver verwekt door hetgeen geen God is; door hun afgoden, die geen goden zijn; zij hebben Mij tot toorn verwekt door hun ijdelheden; woordelijk: door hun nietigheden of nieten, d.i. afgoden. Ik dan zal op Mijn beurt hen tot ijver verwekken, zal hen plagen door diegenen, die geen volk zijn, door een dwaas 1) volk zal Ik hen tot toorn verwekken. 2)Zoals zij Mij, de enige God beneden zulke goden gesteld hebben, diegezamenlijk Niet-god zijn, zo zal Ik ook boven hen, die tot nog toe door hun welgeordende, met de rechte geest bezielde samenhang met het volste recht op de titel van volk aanspraak konden maken, zulke volken voortrekken die het ene zowel als het andere een niet-volk 3) zijn(Ef.2:11 vv.), en zoals zij Mij door hun dwaasheid4) gekrenkt hebben, omdat zij Mijn werkelijke genade goederen verruilden voor de nietswaardigheden van de afgoderij, zo zal Ik op mijn beurt hen daardoor krenken, dat Ik de genadegaven, die zij versmaad hebben, 5) geef aan die dwaze heidenvolken, opdat zij aan die opnieuw leren zien, wat zij moedwillig verworpen hebben (Rom.10:19).
De heidenen worden hier een dwaas volk genoemd, omdat zij niet deelden in de Goddelijke openbaring, niet bestraald waren met het licht van de Goddelijke wijsheid.
Daardoor wil God Zijn volk tot ijverzucht en tot mismoedigheid verwekken, door een niet-volk, een volk van dwaasheid, d.i. daardoor dat Hij een niet-volk de Israëlieten voortrekt, als het Zijn genade schendt, de zegen, welke Israël heeft versmaad, aan een volk van dwaasheid meedeelt. De opname van de heidenwereld in het verbond van de Heere sluit in, de verwerping van het ongehoorzame Israël en de verwerping voleindigt zich in zware strafgerichten, waarin de goddelozen omkomen.
In de grond is ieder volk buiten het volk van God een niet-volk, ieder mist meer of min de ware band, waardoor eerst waarlijk het samenzijn en het volksbestaan bijeen gehouden wordt, namelijk door die van de goddelijke wil, die alles regeert.
In het Hebreeuws heeft de uitdrukking “dwaas volk (lbnywg = gôjnabal) betrekking op het gelijkluidende dat voor afgoderij gebruikt wordt (Mylbh = habalim). In de vertaling staat dus “ijdelheden” tegenover “dwaasheid” van de heidenen.
De geschiedenis van de apostelen, ja de geschiedenis in het algemeen leert ons, dat Israël gestraft werd, en helaas! zich ook liet verbitteren daardoor, dat de zegeningen van het Evangelie op de overige volkenwereld overgingen, terwijl het zelf ophield een staat met eigen land en eigen wet te zijn. Dit is het door de wereldgeschiedenis trekkend gerecht over Israëls kinderschaar, dat door geen wereldlijke rijkdom, door geen wereldlijke geestesbeschaving opgeheven kan worden, en dat alleen zal wijken, als dit volk zijn broeder, de hemelse Jozef, zal erkennen en zich voor Hem in de gelovige buigen.”
KruisverwijzingenKlaagliederen 4:11→Jeremia 15:14→Jeremia 17:4→Numeri 16:35→Micha 1:4→Psalmen 86:13→Sefanja 3:8→Jesaja 24:19→— Want een vuur is aangestoken in Mijn toorn, en zal bernen tot in de onderste hel, en zal het land met zijn inkomst verteren, en de gronden der bergen in vlam zetten.
Want een vuur is aangestoken in Mijn toorn, 1) eigenlijk in mijn toornens, en zal branden tot in de onderste hel, en zal het land met zijn inkomst verteren, en de gronden van de bergen in vlam zetten. 2) Van Mijntoorn gaat een verderf uit, dat reikt tot in de diepste diepte; het vernietigt de aarde met dat, wat erop groeit, en strekt zich uit tot daar, waar de bergen hun onwankelbare grondvesten hebben-zo veel omvattend en ingrijpend zal het zijn (2 (Petr.3:7,10).
Hiermee wordt bedoeld, hoe alles, wat in het Goddelijk Wezen is, zich verzet tegen de trouweloosheid van Zijn volk, en hoe de Heere daarom de volle kracht van Zijn toorn zal openbaren. Zodat de nietigheid van het afgodendom zal gezien worden en Hij voor aller oog zal openbaar worden als de alleen ware God.
Deze woorden kondigen niet één enkel strafgericht aan, maar het gericht in zijn Totaliteit en Universaliteit (algeheelheid en algemeenheid), dat in de loop der eeuwen in bijzondere gerichten over de volkeren verwerkelijkt is, en eerst zal voleinden bij het slot van de loop van de wereld. Dit gericht wordt dan (vs.23-33) allereerst geschilderd in zijn toepassing op het afvallige Israël.
Evenals de toorn en verontwaardiging van God zijn vijanden naar de hel vergezelt tot de eeuwige vlammen en helse pijnigingen, alzo verteert Hij hun land en hun gras en verbrandt de fundamenten van de bergen.
KruisverwijzingenEzechiël 5:16→Psalmen 7:12→Klaagliederen 3:13→Deuteronomium 28:15→Jeremia 15:2→Leviticus 26:24→Leviticus 26:18→Jesaja 24:17→— Ik zal kwaden over hen hopen; Mijn pijlen zal Ik op hen verschieten.
Ik zal de kwaden, 1) het ongeluk, dat Ik tot hun straf bereid heb, over hen hopen; Mijn pijlen zal Ik op hen verschieten, geheel en al het noodlot tegen hen keren.
Het strafgericht zal voltrokken worden over het trouweloos Israël.
KruisverwijzingenLeviticus 26:22→Ezechiël 5:17→Deuteronomium 28:53→Deuteronomium 28:22→Psalmen 91:6→Amos 5:18→Jeremia 14:18→Klaagliederen 4:4→— Uitgeteerd zullen zij zijn van honger, opgegeten van den karbonkel en bitter verderf; en Ik zal de tanden der beesten onder hen schikken, met vurig venijn van slangen des stofs.
Uitgeteerd zullen zij zijn van honger, opgegeten door de karbonkel, de pest en bitter verderf; door alle andere dergelijke ziekten, die de mens snel wegrapen; en Ik zal de tanden van de beesten onder hen schikken, tegelijk met vurig venijn van slangen van het stof, om hun ellende en hun verderf te voltooien (Leviticus. 26:14 vv.).
KruisverwijzingenEzechiël 7:15→Klaagliederen 1:20→Klaagliederen 2:19→Klaagliederen 4:4→2 Korinthe 7:5→Jesaja 30:16→Jeremia 9:21→2 Kronieken 36:17→— Van buiten zal het zwaard beroven, en uit de binnenkameren de verschrikking; ook den jongeling, ook de jonge dochter, het zuigende kind met den grijzen man.
Van buiten, op het bloedige slagveld, zal het zwaard beroven, terwijl het de strijdbare mannen neervelt, en uit de binnenkamers zal de verschrikking, de plotselinge en dodelijke schrik de zwakken en weerlozen wegrapen, allenzonder onderscheid, ook de jongeling, ook de jonge dochter, de zuigeling met de grijze man. 1)
Bij het opgenoemde in vs.24 zal nog komen, de alles verslindende, de alles wegvagende oorlog.
KruisverwijzingenDeuteronomium 28:64→Jesaja 63:16→Deuteronomium 4:27→Deuteronomium 28:37→Lukas 21:24→Leviticus 26:38→Leviticus 26:33→Psalmen 34:16→— Ik zeide: In alle hoeken zoude Ik hen verstrooien; Ik zoude hun gedachtenis van onder de mensen doen ophouden;
Ik zei, Ik zal zeggen: In alle hoeken zou 1) Ik hen verstrooien; Ik zou hun gedachtenis van onder de mensen doen ophouden, hen verdelgende; Ik zou zelfs het besluit nemen ze geheel en al te vernietigen, alsof zij nooit bestaan hadden; en zelfs de herinnering van hun zonden uit te delgen.
Ik zou, niet Ik zal. M.a.w. deed God met het trouweloze volk naar zijn zonden, dan zou het aan de gehele vernietiging worden prijsgegeven, maar omwille van het Verbond zal God niet tot algehele vernietiging overgaan. Om zichzelfs wille zal God in de toorn nog de ontferming gedachtig zijn.
KruisverwijzingenPsalmen 140:8→Ezechiël 20:20→Daniël 4:30→Jozua 7:9→Jesaja 37:35→Jesaja 10:8→Jesaja 37:12→Ezechiël 20:13→— Ten ware, dat Ik de toornigheid des vijands schroomde, dat niet hun tegenpartijen zich vreemd mochten houden; dat zij niet mochten zeggen: Onze hand is hoog geweest; de HEERE heeft dit alles niet gewrocht.
Ten ware, ware het niet, dat Ik de toornigheid, de overmoedige terging van de vijand schroomde, dat niet hun tegenpartijen zich vreemd mochten houden van alle goddelijke hulp en overmoedig worden, dat zij niet, met miskenning van de waarheid, dat zij louter werktuigen in Mijn hand zijn, mochten zeggen: Onze hand is hoog geweest, onze macht heeft zich geweldig betoond, de HEERE heeft dit alles, die plagen over Zijn volk, niet gemaakt, 1) maar wij hebben dit gedaan (Jesaja 42:8; 48:9 vv. (Ezech.20:9,14,22).
Laten allen, die schromen voor de Ark van God en voor Zijn Israël, zichzelf hiermee troosten, dat God zelf voor Zijn eer zal zorg dragen en dat Hij niet toelaten zal, dat Zijn eer ontheiligd en bezoedeld wordt. Hoezeer wij ook mogen verdienen in Gods ongenade te vervallen, nochthans zal God nimmer de troon van Zijn heerlijkheid laten onteerd worden.
KruisverwijzingenJeremia 4:22→Deuteronomium 32:6→Jesaja 27:11→Mattheüs 13:14→Psalmen 81:12→1 Korinthe 3:19→Job 28:28→Hosea 4:6→— Want zij zijn een volk, dat door raadslagen verloren gaat, en er is geen verstand in hen.
Want zij zijn een volk, dat door overwegingen verloren gaat, 1) en er is geen verstand in hen.
In het Hebreeuws Gooi obad Etsoth, beter: een volk, wiens overwegingen zijn vergaan. De Vulgata vertaalt, beroofd van raad. Als een reddeloos en als een zinneloos volk wordt het hier voorgesteld, en daarom zou de Heere het naar Zijn rechtvaardigheid moeten wegdoen van de aarde.
KruisverwijzingenDeuteronomium 5:29→Psalmen 81:13→Klaagliederen 1:9→Jesaja 47:7→Psalmen 107:15→Hosea 14:9→Psalmen 107:43→Lukas 16:19→— O, dat zij wijs waren; zij zouden dit vernemen, zij zouden op hun einde merken.
O, dat zij, de kinderen van Israël, wijs waren! 1) zij zouden dit vernemen, dat al hun ongelukken goddelijke straf zijn voor hun ontrouw, zij zouden nu nog, voordat het te laat is, op hun einde merken. 2)
Of: wanneer zij wijs waren. Maar dit zijn zij niet, wil de Heere zeggen. Want dan zouden zij gemakkelijk kunnen opmerken, dat de hand van de Heere over hen was, en dat Hij hen tegen kwam met de tekenen van Zijn Goddelijk misnoegen.
Vanaf vs.28 splitsen zich de uitleggers van oudere en nieuwere tijd in twee klassen: de ene doet het gehele, van daar volgende gedeelte slaan op de heidenen, van wie in vs.27 sprake is geweest; de anderen daarentegen passen het op de joden toe, over wie het lied handelde tot en met vs.26. Nu is het reeds op zichzelf al dadelijk à priori ondenkbaar, dat in dit lied zo uitvoerig over de heidenen zou gehandeld zijn; en bovendien wijzen de woorden in vs.29: “op hun einde merken” zeer bepaald op Israël (vs.20). Voor het overige gaat het spreken van God bijna onmerkbaar over in de rede van Mozes vanaf vs.29, totdat (vs.34 vv.) de Heere opnieuw begint te spreken.
KruisverwijzingenLeviticus 26:8→Jozua 23:10→Psalmen 44:12→Richteren 2:14→Jesaja 30:17→2 Kronieken 24:24→Richteren 3:8→Job 11:10→— Hoe zoude een enige duizend jagen, en twee tien duizend doen vluchten, ten ware, dat hunlieder Rotssteen hen verkocht, en de HEERE hen overgeleverd had?
Hoe zou één man van de vijanden duizend van Israël verjagen? en twee vijanden tienduizend Israëlieten doen vluchten, daar toch juist het omgekeerde beloofd is a) en ook geschied, ten ware, dat hun Rotssteen hen verkocht,en de HEERE hen overgeleverd had in de hand van hun vijanden?
Leviticus. 26:8
KruisverwijzingenExodus 14:25→1 Samuël 2:2→1 Samuël 4:8→Numeri 23:23→Daniël 6:26→Daniël 3:29→Daniël 2:47→Ezra 1:3→— Want hun rotssteen is niet gelijk onze Rotssteen, zelfs onze vijanden rechters zijnde.
Want hun rotssteen is niet zoals onze Rotssteen, omdat hun goden onmachtig en zo nietig zijn, dat zij hun vereerders niets kunnen baten; maar onze God is sterk, eenvaste Burcht, die de Zijnen beschermt en niet verlaat, zelfs onze vijanden rechters zijnde, 1) dat deze dingen alzo zijn; want zij hebben het tot hun schade ervaren (Ex.14:25 (Jozua. 2:9; 1 Samuel. 5:7 vv.).
Of: Waarin zelfs onze vijanden scheidsrechters kunnen zijn. En dat, omdat zij het o, zo dikwijls hadden ervaren. Calvijn tekent bij deze plaats aan: “Dat zij dikwijls de vreselijke macht van God ervaren hebben en zeker wisten, dat de God van Israël geheel ongelijk was aan hun afgoden.
KruisverwijzingenDeuteronomium 29:18→Jesaja 1:10→Ezechiël 16:45→Jeremia 2:21→Mattheüs 11:24→Klaagliederen 4:6→Jesaja 5:4→Hebreeën 12:15→— Want hun wijnstok is uit den wijnstok van Sodom, en uit de velden van Gomorra; hun wijndruiven zijn vergiftige wijndruiven; zij hebben bittere bezien.
Want hun wijnstok is uit de wijnstok van Sodom, en uit de velden van Gomorra; zij zijn van die gesteldheid alsof zij daaruit ontsproten waren en op de grond van Gomorra groeiden; hun wijndruiven zijn nog erger dan de onbruikbare stinkende druiven a) vergiftige wijndruiven, zij hebben bittere bessen. 1)
Jesaja. 5:2
Israël wordt op meerdere plaatsen in de Heilige Schrift met Sodom en Gomorra vergeleken, ja, zijn goddeloosheid wordt zelfs erger dan die van Sodom genoemd. Sodom en Gomorra worden niet zelden aangehaald om de ergste soort van zedelijke verdorvenheid aan te duiden. Welnu, hier beschuldigt God, de Heere, zijn volk van de diepste verdorvenheid. Zijn wijngaard, die Hij zelf geplant heeft, is zo diep ontaard, dat het wel schijnt, alsof haar oorsprong is uit de velden van Gomorra.
KruisverwijzingenJob 14:17→Hosea 13:12→Jeremia 2:22→Romeinen 2:5→1 Korinthe 4:5→Openbaring 20:12→— Is dat niet bij Mij opgesloten, verzegeld in Mijn schatten?
1) Is dat 2) niet bij Mij opgesloten, reeds lang in Mijn raad besloten, spreekt de Heere, verzegeld in Mijn schatten, schatkamers a) wel bewaard als iets dat Mij in het geheel niet kan ontnomen worden, maar dat eenstevoorschijn moet komen?
Deuteronomium. 28:12
Vele uitlegkundigen trekken dit vers bij de voorgaande, anderen bij de volgende. Beide betrekkingen kunnen verenigd worden. Dit vers vormt de overgang, omdat het het voorgaande afsluit en het volgende inleidt.
Dat ziet zowel op de zonden van het volk, als op de gerichten van God over de zonde. Zowel de afval van God als de straf op die zonde, is bij God opgesloten. Zal Israël zich aan zo’n zonde schuldig maken, dan zal de straf niet uitblijven. Wel een bewijs, dat wij hier met een profetie te doen hebben. Vs.34 is een van de innerlijke bewijzen voor de waarheid, dat Mozes hier werkelijk spreekt, dat wij hier te doen hebben met een lied, door Mozes, geïnspireerd door de Heilige Geest, gezongen.
1) Is dat 2) niet bij Mij opgesloten, reeds lang in Mijn raad besloten, spreekt de Heere, verzegeld in Mijn schatten, schatkamers a) wel bewaard als iets dat Mij in het geheel niet kan ontnomen worden, maar dat eenstevoorschijn moet komen?
Deuteronomium. 28:12
Vele uitlegkundigen trekken dit vers bij de voorgaande, anderen bij de volgende. Beide betrekkingen kunnen verenigd worden. Dit vers vormt de overgang, omdat het het voorgaande afsluit en het volgende inleidt.
Dat ziet zowel op de zonden van het volk, als op de gerichten van God over de zonde. Zowel de afval van God als de straf op die zonde, is bij God opgesloten. Zal Israël zich aan zo’n zonde schuldig maken, dan zal de straf niet uitblijven. Wel een bewijs, dat wij hier met een profetie te doen hebben. Vs.34 is een van de innerlijke bewijzen voor de waarheid, dat Mozes hier werkelijk spreekt, dat wij hier te doen hebben met een lied, door Mozes, geïnspireerd door de Heilige Geest, gezongen.
Hun wijn, voortgebracht door de wijnstokspruit van Sodom, is vurig drakenvenijn, en een wreed adderenvergif,
dat zonder twijfel van de dodelijkste werking is.
Andere uitleggers passen ook deze verzen toe op het volk Israël, waardoor de zamenhang hiervan een geheel andere wordt als de hier ontwikkelde; wij hebben evenwel de verklaring van boven de voorkeur gegeven, volgens welke vanaf vs.32 de rede overgaat op de heidenen, om deze het spoedig losbarsten van het goddelijke gericht over hen te verkondigen, maar Israël de genadige wederaanneming van Gods zijde voor ogen te stellen.
Wanneer wij de profetischen inhoud samenvatten van dit lied, dat ten grondslag ligt aan iedere volgende voorspelling, dan is deze de volgende: Israël zal in snode ondankbaarheid van Zijn God, van zijn wet afvallen; dan zal het overgelaten worden aan de hem vijandige heidenwereld en ten gevolge van zijn dwaasheid zal het met hem tot een uiterste komen. Maar niet voor immer blijft het een buit van de volken, het gaat niet te niet; want tegenover de volken, die in Israëls val Zijn hand niet erkennen en in hun goddeloze zin Gods volk geweld aandoen, moet Hij Zijn eigen eer redden. Zo zal Hij zich dan opmaken en tien straffen, maar Zijn volk uit hun hand verlossen, het zijn zonden vergeven en als een genadig God in het midden daarvan wonen. Het woord in de grondtekst duidt aan, een van die addersoorten, waarvan de beet terstond dodelijk is. Met de zwartste kleuren wordt daarom Israëls zedelijke en geestelijke toestand geschilderd.
1) Is dat 2) niet bij Mij opgesloten, reeds lang in Mijn raad besloten, spreekt de Heere, verzegeld in Mijn schatten, schatkamers a) wel bewaard als iets dat Mij in het geheel niet kan ontnomen worden, maar dat eenstevoorschijn moet komen?
Deuteronomium. 28:12
Vele uitlegkundigen trekken dit vers bij de voorgaande, anderen bij de volgende. Beide betrekkingen kunnen verenigd worden. Dit vers vormt de overgang, omdat het het voorgaande afsluit en het volgende inleidt.
Dat ziet zowel op de zonden van het volk, als op de gerichten van God over de zonde. Zowel de afval van God als de straf op die zonde, is bij God opgesloten. Zal Israël zich aan zo’n zonde schuldig maken, dan zal de straf niet uitblijven. Wel een bewijs, dat wij hier met een profetie te doen hebben. Vs.34 is een van de innerlijke bewijzen voor de waarheid, dat Mozes hier werkelijk spreekt, dat wij hier te doen hebben met een lied, door Mozes, geïnspireerd door de Heilige Geest, gezongen.
KruisverwijzingenRomeinen 12:19→2 Petrus 2:3→Hebreeën 10:30→2 Petrus 3:8→Nahum 1:2→Nahum 1:6→Jesaja 8:15→Jesaja 30:12→— Mijn is de wraak en de vergelding, ten tijde als hunlieder voet zal wankelen; want de dag huns ondergangs is nabij, en de dingen, die hun zullen gebeuren, haasten.
Mijn is de wraak en de vergelding, Mij, de Heere, komt de wraak en de vergelding alleen toe, a)en Ik oefen die ook zeker uit, waar men Mijn toorn over zich inroeptb) ten tijde dat hun voet zal wankelen; want de dag van hun ondergang is nabij, en de dingen, die hun zullen gebeuren, haasten. 1)
(Rom.12:19 b) Hebr.10:30; 1 Petr.2:23
Al wat hier in vs.35 gezegd wordt, ziet op het straffen van Israël, en niet op het straffen van de volken. Het staat met het voorgaande in vs.34 in het nauwste verband. In vs.36 wordt dan ook van recht doen aan Zijn volk gesproken in verband met het straffen van de goddelozen onder Israël. Het is toch duidelijk, dat Zijn hand in de eerste plaats zal zijn tegen de goddelozen onder Israël, tegen hen, die van het geloof zijn afgevallen. Want, ja, wel zullen ook de gelovigen, de overgeblevenen van het “heilig zaad,” de straffende hand van God zien, maar deze zullen, als door vuur gelouterd, weer heerlijk tevoorschijn treden.
KruisverwijzingenPsalmen 135:14→Psalmen 90:13→Richteren 2:18→1 Koningen 14:10→1 Koningen 21:21→Joël 2:14→2 Koningen 14:26→2 Koningen 9:8→— Want de HEERE zal aan Zijn volk recht doen, en het zal Hem over Zijn knechten berouwen; want Hij zal zien, dat de hand is weggegaan, en de beslotene en verlatene niets is.
Want de HEERE zal aan zijn volk recht doen; a) en het zal Hem over zijn knechten berouwen; Hij zal zich van hun erbarmen: Want Hij zal zien, dat de hand, hun macht, na lang en zwaar getuchtigd te zijn, is weggegaan1) en de beslotene en a) verlatene 2) niets is, dat zowel wat men achtte, als wat men verachtte, verdwenen is en hun niets over gelaten, zelfs niet een laatste verschansing maar dat in zo’n radeloze, troosteloze toestand, hun hart, na alle valse steunsels van het vertrouwen verraderlijk en broos te hebben bevonden, zich opnieuw tot Hem wendt, de enige juiste Helper.
Psalm. 54:3; 135:14
De hand is weggegaan. De hand is in de Heilige Schrift het teken van macht. Wanneer daarom de hand is weggegaan, ontstaat er een volstrekt hulpeloze en machteloze toestand. En als die toestand is ingetreden, dan zal de Heere zich weer openbaren als de Machtige Jakobs.
Het “beslotene en verlatene” (Hebr. Azoer weazoeb) is een spreekwoordelijke manier van zeggen, die ook in 1 Kon.14:10; 21:21; 2 Koningen. 9:8; 14:26 voorkomt. Bij de laatste plaats nu heeft Luther er personen onder verstaan (de beslotene en verlatene = de voorname en geringe) terwijl hij hier in het voetspoor van joodse uitleggers (b.v. David Kimehi) de uitdrukking als van zaken opvat (het beslotene en verlatene) en wel in de zin, hierboven vermeld. De nieuwere uitleggers houden vol, dat ook in deze tekst van personen sprake is en stemmen in de verklaring van de spreekmanier daarin overeen, dat daarmee de gezamenlijke mannen van een volk of van een familie bedoeld worden, zonder dat zij evenwel de woorden zelf bepaald en juist kunnen weergeven. Enige zeggen: de gehuwde en ongehuwde; anderen: de mondige en onmondige (klein en groot); weer anderen: knechten en vrije of gevangene en vrijgelatene (voornamen en geringen). Luther zelf heeft niet alleen volgens de taal vertaald, maar ook de verwante klank van de Hebreeuwse woorden in het Hoogduits zeer goed weergegeven, (azoer weazoeb = verschlossen und verlassen); de betekenis hiervan moest bij hem het eenvoudigst en natuurlijkst zijn. Het beslotene = waarop men prijs stelt en wat men dus zorgvuldig wegsluit en bewaart; het verlatene-waarop men weinig of geen acht geeft. Volgens de zin betekent ook de uitdrukking in Jesaja. 9:14 2 Samuel hetzelfde.
KruisverwijzingenRichteren 10:14→Jeremia 2:28→2 Koningen 3:13→— Dan zal Hij zeggen: Waar zijn hun goden; de rotssteen, op welken zij betrouwden?
Dan zal Hij, de Heere, als hun macht verdwenen en hun nood op het hoogst gestegen is met betrekking tot de kinderen van Israël, als een voorbeeld voor anderen zeggen: Waar zijn hun goden, die valse, die zij in Mijn plaats verkozen? de rotssteen, waarop zij vertrouwden, 1) in plaats van op Mij?
Namelijk de Heere zou dit zeggen, zullende Hij, eer en alvorens Zijn volk te verlossen, hen overtuigen van hun verdorvenheid, in Hem te verlaten en in de afgoden na te volgen, en Hij zou uit de hopeloze en ellendige staat, waarin zij waren gebracht, gelegenheid nemen; om hen hun afwijking van Hem voor te houden.
KruisverwijzingenLeviticus 21:21→Richteren 10:14→Psalmen 50:13→Hosea 2:8→Sefanja 2:11→Ezechiël 16:18→— Welker slachtofferen vet zij aten, welker drankofferen wijn zij dronken; dat zij opstaan en u helpen, dat er verberging voor u zij.
Van wier slachtoffers zij het vet aten, (beter): die het vet van hun slachtoffers aten, Van wier drankoffers zij wijn dronken; die zo ijverig door geheel Israël vereerd werden, en zo rijkelijk met offers verzorgd? dat zij opstaan (zo zal Hij verder tot Zijn volk zeggen om hun het volle gewicht van hun onredelijke dwaasheid te doen voelen) en u helpen, tegen uw benauwers, dat er verberging voor u zij, voor uw rampen (Richteren. 10:14 Jer.2:28 ).
KruisverwijzingenHosea 6:1→1 Samuël 2:6→Jesaja 45:22→Job 5:18→Jesaja 45:5→Jesaja 41:4→2 Koningen 5:7→Psalmen 68:20→— Ziet nu, dat Ik, Ik Die ben, en geen God met Mij, Ik dood en maak levend; Ik versla en Ik heel; en er is niemand, die uit Mijn hand redt!
Ziet nu, dat ik, Ik DIE, 1) ben, die alleen een Rotssteen van vertrouwen is, en geen God met Mij? Ik dood en maak levend; Ik versla en Ik heel; en er is niemand, allerminst uw gewaande goden, die uit Mijn hand redt!(1 Samuel 2:6 Job 5:18 Hosea6:10 Jesaja. Sir.16:13. Tob.13:2.
Dus besluit Mozes zijn lied met die naam van God, waarbij hij Hem allereerst leerde kennen (Exodus. 13:14). Ik zal zijn, die Ik zijn zal, d.i. Ik ben, die Ik ben geweest; Ik ben, die Ik wezen zal; Ik ben, die Ik beloofd heb te zullen zijn; Ik ben, die Ik bedreigd heb te zullen wezen, in beide zal een ieder mij getrouw bevinden.
KruisverwijzingenGenesis 14:22→Hebreeën 6:17→Exodus 6:8→Numeri 14:28→Openbaring 10:5→Jeremia 4:2→— Want Ik zal Mijn hand naar den hemel opheffen, en Ik zal zeggen: Ik leef in eeuwigheid!
Want Ik zal Mijn hand naar de hemel opheffen, en Ik zal zeggen; Ik heb Mijn hand ten hemel opgeheven, en spreek: Ik leef in eeuwigheid! Zo waarachtig Ik leef in eeuwigheid. Dit vers is nauw verbonden met het volgende, waaraan het in de vorm van een eed tot inleiding dient; wat de Heere in vs.41 belooft te zullen doen, dat bekrachtigt Hij hier vooruit met een eed, dat Hij het gewis zal doen; want het lied moest wel een getuigenis zijn, maar evenzeer een terechtwijzing en troost voor Zijn volk Israël in tijden van grote nood en angst.
KruisverwijzingenJesaja 66:16→Psalmen 7:12→Jesaja 27:1→Jesaja 34:5→Ezechiël 21:20→Jeremia 50:29→Sefanja 2:12→Jesaja 59:18→— Indien Ik Mijn glinsterend zwaard wette, en Mijn hand ten gerichte grijpt, zo zal Ik wraak op Mijn tegenpartijen doen wederkeren, en Mijn hateren vergelden.
Indien Ik Mijn glinsterend, bliksemend zwaard wette, en Mijn hand ten gerichte grijpt, omdat het uur van de vervulling geslagen is, zo zal Ik de wraak op Mijn tegenpartijen doen terugkeren, op die overmoedig, ongelovige heidenen, en Mijn hateren vergelden, de haat, die zij tegen Mij, in Mijn volk, gekoesterd hebben.
KruisverwijzingenDeuteronomium 32:23→Jeremia 46:10→Jeremia 16:10→Psalmen 68:23→Ezechiël 38:21→Ezechiël 35:6→Klaagliederen 2:5→Jeremia 46:14→— Ik zal Mijn pijlen dronken maken van bloed, en Mijn zwaard zal vlees eten; van het bloed des verslagenen en des gevangenen, van het hoofd af zullen er wraken des vijands zijn.
Ik zal Mijn pijlen dronken maken van bloed, en Mijn zwaard zal vlees eten: van het bloed van de verslagene en van de gevangene, niet alleen zullen Mijn pijlen gedrenkt worden met het bloed van hem, die op het slagveld omkomt, maar ook van de gevangenen; van het hoofd af zullen er wraken van de vijand zijn, (anders, volgens de Duitse vert.): van het ontblote hoofd van de vijand. Hoe duidelijk reeds in vs.23 treedt de Heere hier geheel en al op als een krijgsheld met allerlei wapens. Als zodanig heeft Hem trouwens juist het geloof nu en dan begrepen (Psalm. 7:13). Zo lang de kerk strijd heeft te voeren tegen vlees, wereld en duivel, heeft zij ook een krijgskundig Hoofd nodig; zij moest vreesachtig worden als zij niet zingen kon: “Een vaste burg is onze God, een schild en krachtig wapen.”. Het woord in vs.42 pleit geweldig tegen de voorstelling van de koude onverschilligheid en wekelijke toegevendheid, die velen aan God toeschreven, en to ont Zijn heilige ijver en de ernst van Zijn strafgericht.
Wat de woordverklaring van vs.42 betreft, zo heeft allereerst de Engelse theoloog Lowth (omstreeks het midden van de achttiende eeuw) juist erkend, dat het derde lid van “het bloed van de verslagene en van de gevangene” betrekking heeft op het eerste lid (Ik zal Mijn pijlen dronken maken van bloed) en even zo het vierde lid op het tweede betrekking heeft. Luther daarentegen verklaart zich over zijn opvatting van de plaats aldus: het zijn drie straffen van het zwaard; de eerste, dat er velen gedood werden; de anderen, dat zij gevangen werden genomen; de derde, dat hun hoofd zou ontbloot worden, d.i. hun koninkrijk en priesterdom zal van hen genomen worden, dat door het hoofdhaar is aangeduid. De beste betekenis evenwel voor het Hebreeuwse woord xwerp is: noch ontblotingen, noch wraken, maar opperhoofden of aanvoerders van erp “vorst, aanvoerder,” terwijl Luther het neemt van erp (= losmaken, ontbloten). De vertaling zou dus waarschijnlijk het beste aldus zijn: van het hoofd van de vorsten van de vijand.
Anderen, zoals Keil, waarmee wij ons verenigen, leiden het af van erp, “de volle ongeschoren gelaten haartooi.” Zodat dan de vertaling is, van het behaarde hoofd van de vijand. Met dit vers en het volgende beschrijft God zelf zijn heilige triomf over de vijanden van Zijn volk, welke ook Zijn vijanden zijn, juist omdat zij vijanden van Zijn volk waren. Na de zonde de straf, maar o! straks keert het oordeel vol majesteit terug en zal God, de Heere, tonen, dat Zijn eeuwig Raadsbesluit niet kan vernietigd worden, dat Zijn volk t ot een nachthutje kan worden, maar nooit geheel en al kan worden vernietigd. De Heere zal de zaken van zijn volk beslechten.
KruisverwijzingenOpenbaring 19:2→Psalmen 85:1→Openbaring 6:10→Lukas 19:27→Job 13:24→2 Koningen 9:7→Deuteronomium 32:35→Romeinen 12:19→— Juicht, gij heidenen, met Zijn volk! want Hij zal het bloed Zijner knechten wreken; en Hij zal de wraak op Zijn tegenpartijen doen wederkeren, en verzoenen Zijn land en Zijn volk.
a) Juicht, gij heidenen, (woordelijk: lieden) met
zijn volk! (volgens andere vertaling): Prijst gij naties Zijn volk, of Juicht allen gij, die Zijn volk zijt! want Hij zal het bloed van zijn knechten wreken; en Hij zal de wraak op zijn tegenpartijen doen terugkeren, en verzoenen zijn land en zijn volk. 2)
Rom.15:10
In de zin van over. De naties moesten jubelen over het gericht, waardoor de Heere het bloed van zijn knechten heeft gewroken.
Zoals dit lied begonnen is met de eis aan hemel en aarde om de Heere de eer te geven, zo sluit het passend met de vordering aan alle heidenen, om te jubelen over de daden van de Heere met Zijn volk.
Zo opent dan dit lied de Israëliet de blik in de toekomst, die het zich door zijn zonde zou op de hals halen; maar ook bevat het een duidelijke vingerwijzing naar het heerlijke slot van zijn geschiedenis, welke uitkomst niet zal wegblijven, omdat het het uitverkoren Godsvolk is (vs.9). Men moet nu niet met vele uitleggers beweren, dat de tijd, met wiens schildering het lied sluit, samenvalt met de terugkeer uit de Babylonische gevangenschap en het hierop gevolgde herstel van het joodse volksbestaan. Het is immers nog altijd zo, dat de Heere door een dwaze natie, door een “niet-volk” Israël tot toorn verwekt (vs.21). Daar het Christus verworpen heeft, heeft God de heidenwereld geroepen tot deelgenootschap aan het heil van het Nieuwe Testament, opdat Zijn volk tot bezinning komt (Rom.11:19). Is dit geschied, dan is de tijd aangebroken, dat Hij het voor dat volk opneemt tegen de vijanden van Zijn rijk, het in zijn land terugvoert, en het verheerlijkt. Het besluit van Israëls geschiedenis is en blijft, dat God Zijn volk hun zonden vergeeft en het voor de gehele wereld openbaart als datgene, wat het werkelijk is.
KruisverwijzingenNumeri 13:16→Numeri 13:8→Deuteronomium 31:30→Deuteronomium 31:22→— En Mozes kwam, en sprak al de woorden dezes lieds voor de oren des volks, hij en Hosea, de zoon van Nun.
a) En Mozes kwam, zoals in hoofdstuk 31:30 gemeld is en sprak al de woorden van dit lied voor de orenvan het volk, wiens vertegenwoordigers, de oudsten van de stammen en de ambtslieden door de priesters verzameld waren, hij en Hoséa, de zoon van Nun.
Numeri. 13:9,17 Ex.17:9 Dat van hier af aan niet meer Mozes zelf, maar een ander geschiedschrijver vereltt-dezelfde, aan wie wij ook de toevoegsels tot aan het slot van het boek te danken hebben- is duidelijk te bemerken aan de veranderde behandeling en de bijzondere schrijfwijze, zoals dan ook b.v. Jozua bij zijn oorspronkelijke naam “Hoséa” en in hoofdstuk 33:1 (Psalm. 90:1) Mozes “man Gods” wordt genoemd. Andere uitleggers menen, dat Mozes’ eigen bericht slechts strekt tot hoofdstuk 31:23, en dat het toevoegsel van andere hand reeds begint bij hoofdstuk 31:24; deze beschouwing heeft intussen dit tegen zich, dat toch in ieder geval het lied (hoofdstuk 32:1-43) nog door Mozes zelf bij zijn werk moet gevoegd zijn, toen hij de priesters het wetboek tot bewaring overgaf, en wij alzo midden in het Mozaïsche gedeelte-tussen hoofdstuk 31:23 en 32:1-de inschuiving van een ander fragment moeten aannemen, dat ons zeer gezocht voorkomt. Veel meer heeft Mozes het bericht (hoofdstuk 31:24-30) nog zelf gegeven, en wel dat opgesteld, eer hij de daarin vervatte rede werkelijk gehouden heeft, om dan zijn wetboek met het lied in hoofdstuk 32:1-43 af te sluiten en het zo als een geheel, de priesters tot bewaring te geven. Op welke manier overigens Jozua deel gehad heeft aan de voordracht van het lied, wordt niet verder gezegd; vermoedelijk viel hem de tegenstrofe toe, of het antwoord op hetgeen Mozes begonnen had (Ex.15:1-18) alzo b.v. vs.1. Mozes: “Neig de oren, gij hemel! en ik zal spreken.” Jozua: “En de aarde hoort de redenen van mijn mond.” Bij deze manier van voordragen laat zich ook volkomen de eigenaardige bouw van vs.42 verklaren, daar het derde lid op het eerste en het vierde op het tweede betrekking heeft; het 3de en 1ste lid zijn van Mozes; het 4de en 2de van Jozua. Jozua toch moest volgens hetgeen de Heere in hoofdstuk 31:9 gezegd had, op daadwerkelijke manier, niet alleen als stom toehoorder, deel nemen aan het voordragen van het lied, en hij kon dit, daar hij wel gelijktijdig met Mozes (hoofdstuk 31:22) het lied opschreef, dat deze uitsprak uit de volheid van de in hem wonende Geest.
— Als nu Mozes geeindigd had al die woorden tot gans Israel te spreken;
Toen nu Mozes geëindigd had al die woorden, die hem bevolen waren, tot geheel Israël te spreken;
KruisverwijzingenEzechiël 40:4→1 Kronieken 22:19→Deuteronomium 11:18→Spreuken 3:1→Lukas 9:44→Hebreeën 2:1→Deuteronomium 6:6→Deuteronomium 4:9→— Zo zeide hij tot hen: Zet uw hart op al de woorden, die ik heden onder ulieden betuige, dat gij ze uw kinderen gebieden zult, dat zij waarnemen te doen al de woorden dezer wet.
Zo zei hij in een nog daarbij gevoegde vermaning tot hen: Zet uw hart op al de woorden, die ik heden onder u betuig, dat gij ze uw kinderen gebieden zult, dat zijwaarnemen te doen al de woorden van deze wet.
KruisverwijzingenLeviticus 18:5→Spreuken 4:22→Spreuken 3:1→1 Petrus 3:10→Spreuken 3:22→Openbaring 22:14→Mattheüs 6:33→1 Timotheüs 6:6→— Want dat is geen vergeefs woord voor ulieden; maar het is uw leven; en door ditzelve woord zult gij de dagen verlengen op het land, waar gij over de Jordaan naar toe gaat, om dat te erven.
Want dat is geen vergeefs en ijdel woord voor u; zodat het hetzelfde zou zijn of gij u zo of zo daartegen verhoudt; maar het is uw leven; uw gehele bestaan en toenemen hangt ervan af, en door dit woord zult gij, als gij het ter harte neemt en ernaar handelt, de dagen verlengen op het land, waar gij over de Jordaan naar toe gaat, om dat te erven.
I. Vs. 48-33KruisverwijzingenNumeri 27:12→ — Daarna sprak de HEERE tot Mozes, op dienzelfden dag, zeggende: :29. Nog op dezelfde dag waarop Mozes de kinderen van Israël het lied (vs.1-43) voorgedragen heeft, komt het bevel van de Heere tot hem om de berg Nebo te bestijgen, daar het land Kanaän te overzien en dan zich tot zijn vaderen te verzamelen. Voordat hij zich daarheen begeeft, neemt hij van Israël, dat nog sinds het horen van het lied in zijn oudsten en ambtslieden voor hem verzameld is, afscheid in een laatste zegen. Na gewezen te hebben op de feestelijke Verbondssluiting bij de Sinaï waardoor de Heere Israëls Koning geworden is, volgens de zegenspreuken over iedere stam, zoals aan die, welke Jakob over zijn zonen uitsprak (Genesis 49), waarop Israëls God genoemd en geprezen wordt als verreweg verheven boven en niet te vergelijken met alle afgoden, en Israël wordt geluk gewenst om zijn bevoorrechting boven de volken.
KruisverwijzingenNumeri 27:12→— Daarna sprak de HEERE tot Mozes, op dienzelfden dag, zeggende:
Daarna sprak de HEERE tot Mozes, op diezelfde dag, waarop hij met Jozua het lied had voorgedragen, zeggende: terwijl Hij de aankondiging van zijn dood (Numeri. 27:12-14) vernieuwde, maar nu in die zin, dat het aanstonds plaats zou vinden:
KruisverwijzingenNumeri 27:12→Deuteronomium 34:1→2 Korinthe 5:1→Jesaja 33:17→Numeri 33:47→— Klim op den berg Abarim (deze is de berg Nebo, die in het land van Moab is, die tegenover Jericho is), en zie het land Kanaan, dat Ik den kinderen Israels tot een bezitting geven zal;
Klim op de zuidelijk tegenover het leger gelegen berg Abßrim (deze is de berg Nebo, die in het land van Moab is, die tegenover Jericho is), en zie het land Kanaän, dat Ik de kinderen van Israël tot een bezit geven zal;
KruisverwijzingenGenesis 25:8→Numeri 33:38→Genesis 25:17→Daniël 12:13→Genesis 49:33→Numeri 20:24→Genesis 15:15→— En sterf op dien berg, waarheen gij opklimmen zult, en word vergaderd tot uw volken; gelijk als uw broeder Aaron stierf op den berg Hor, en werd tot zijn volken vergaderd.
En sterf op die berg, waarheen gij opklimmen zult, en word, na het land bezichtigd te hebben, vergaderd tot uw volken; zoals uw broeder Aäron stierf op de berg Hor, en werd tot zijn volken vergaderd (Numeri. 20:22; 27:13; 33:38).
KruisverwijzingenNumeri 27:14→1 Petrus 4:17→Deuteronomium 3:23→Numeri 20:24→1 Koningen 13:21→Leviticus 10:3→Numeri 20:11→Jesaja 8:13→— Omdat gijlieden u tegen Mij vergrepen hebt, in het midden der kinderen Israels, aan het twistwater te Kades, in de woestijn Zin; omdat gij Mij niet geheiligd hebt in het midden der kinderen Israels.
Omdat gij u tegen Mij vergrepen hebt, in het midden van de kinderen van Israël, aan het twistwater te Kades, in de woestijn Zin; omdat gij aan uw menselijke driften toegevend, Mij niet geheiligd hebt, in wiens dienst gij u toch bevond, in het midden van de kinderen van Israël (Numeri. 20:1-13).
KruisverwijzingenDeuteronomium 34:1→Numeri 27:12→Deuteronomium 32:49→Hebreeën 11:39→Deuteronomium 3:27→Hebreeën 11:13→Deuteronomium 1:37→— Want van tegenover zult gij dat land zien, maar daarheen niet inkomen, in het land, dat Ik den kinderen Israels geven zal.
Want van tegenover zult gij met verhelderde blik dat a) gehele land voor uw voet zich zien uitspreiden, maar alleen daarheen niet inkomen, in het land, dat Ik de kinderen van Israël geven zal.
Deuteronomium. 34:1 vv. Tracht u voor ogen te stellen, hoe het Mozes wel te moe geweest is, toen hij, zoals wij uitdrukkelijk lezen (vs.48) nog op dezelfde dag, waarop hij zijn onvergelijkelijk en onnavolgbaar afscheidslied had aangeheven, het bevel van de Heere vernam: “Klim op de berg Abßrim, en sterf op die berg!” Zo zijn dan nu zijn dagen-nee zijn uren geteld: als de zon ‘s avonds achter gindse heuveltoppen wegzinkt, zullen haar laatste stervende stralen zijn eenzame sterfbed vergulden! Met onwrikbare moed verneemt de man Gods het bevel, waartegen in zijn hart niet de minste tegenspraak oprijst. Maar nog eenmaal rusten zijn ogen op Israël, dat daar in de onafzienbare vlakte gelegerd is, en hij wie het voor niemand een geheim is, dat men weldra de grootste profeet zal moeten missen. Zou een Mozes scheiden zonder een zegen achter te laten en minstens nog eens dat onuitsprekelijk gevoel van liefde en trouw te laten spreken, dat hem verbindt aan het erfdeel van de Heere? Onmogelijk. Is zijn voorlaatste woord een ernstige bedreiging geweest, zijn allerlaatste zal een overrijke belofte zijn; wanneer juist de liefde hem in de afgelopen dagen verplicht heeft tot onverbiddelijke strengheid, zo opent hij nu onbeschroomd alle schatkamers van zijn liefdevol hart, dat even zo wijd en rijk is, als zijn nooit vermoeide, alles omvattende geest.
Lied en zegen vullen elkaar wederkerig aan als negatie (ontkenning) en affirmatie (bevestiging). Toonde het lied aan, dat Israël geen grond tot morren had tegen God, of zelfs tegen Hem te toornen, wanneer het van Hem afgevallen was, zo roept hun de zegen toe; hoeveel reden er in het vooruitzicht was, om in geval van gehoorzaamheid en trouw de Heere te loven en zichzelf welgelukzalig te roemen. Dat is juist de kunst van de waarlijk heilige zanger, om als hij zijn woord heeft gedoopt in de ernst, die in God is en in de donkere schaduwzijde van de droefheid, die zich daaruit ontwikkelt, dan nog eens naar de harp te grijpen en, als een andere zijde van dat grote voorwerp, ook de goddelijke liefde en het licht te bezigen, dat nog blijft, ondanks alle ellende-te zingen met onverzwakte, ja, met hoger gespannen geestdrift.
“Het lied van Mozes verschijnt ons als een meer onmiddellijke gave van de Geest van Mozes, waardoor de knecht van God zowel geroepen als gerechtigd was; het later te wachten vreselijk gerecht, doch tevens met het uitzicht op een verzoening aan het einde, die de kroon zette op het werk van God; terwijl de zegen meer onmiddellijk voortkwam uit de vaderlijk beminnende geest van Mozes, die als een Jakob, onder zijn zonen, naar de geest, erkenning en hoop uitspreekt, moed en vreugde inboezemt.”
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel
Spurgeon Citaten
Als mijn godsdienst bestaat in het aandoen van bepaalde klederen en het mijzelf vertonen als een enkele uitvoerder, of in de gedachte dat er iets goeds tot de mensen kan komen door de lieflijkheid van muziek of de schoonheid van bouwkunst, dan is mijn godsdienst ijdel.
Ter overdenking
Een arend moet haar jongen leren vliegen. Zij neemt ze op haar vleugels, zo zegt men, en werpt ze dan af en laat ze fladderen; en dan schiet zij naar beneden, komt onder hen en draagt ze weer omhoog, tot zij hun geleerd heeft hun vleugels te gebruiken.
En zo heeft de HEERE met velen van ons gedaan: Hij scheen ons af te werpen. Maar wanneer wij dan vallen, zijn onderaan de eeuwige armen. Wij moeten tot het geloof opgeleid worden.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Deuteronomium 32
Deuteronomium 32:1-3.KruisverwijzingenDeuteronomium 4:26→Jesaja 1:2→Jesaja 55:10→Psalmen 72:6→Jeremia 10:6→Psalmen 50:4→Deuteronomium 30:19→Jeremia 6:19→
— Neig de oren, gij hemel, en ik zal spreken; en de aarde hore de redenen mijns monds. Mijn leer druipe als een regen, mijn rede vloeie als een dauw; als een stofregen op de grasscheutjes, en als druppelen op het kruid. Want ik zal den Naam des HEEREN uitroepen; geeft onzen God grootheid!
Een wonderlijk hoofdstuk is dit — een lied en een profetie, waarin de dichter-ziener heel de toekomst voor zich uitgespreid schijnt te zien als op een kaart, en het is hem zo levendig dat hij het eerder beschrijft als iets tegenwoordigs of voorbijgegaans dan als iets dat nog komen moet. Het is de geschiedenis van Gods handelen met Zijn uitverkoren en bijzonder volk Israël, van het begin tot het einde. De aanvang is buitengewoon verheven.
Omdat de mensen zo hardhorend zijn, roept Mozes de hemelen en de aarde tot getuigen tegen hen; en om de verhevenheid van zijn onderwerp roept hij de hemelen en de aarde op er aandacht aan te geven. Het is goede prediking, en ook goed horen, wanneer het evangelie komt als een zachte regen die de bodem doortrekt en doorweekt, en hem verkwikt en vruchtbaar maakt. Moge God de Heilige Geest het zo maken telkens wanneer wij samenkomen tot de eredienst! Het Woord des Heeren kan zijn als een drijvende hagel die alles verbreekt waarop het valt, en zo een reuk des doods ten dode worden. Maar moge God het ons maken als de dauw en de kleine regen uit de hemel, dat het een reuk des levens ten leven mag zijn!
Heel het lied door is het tot de verheerlijking van God; geen lettergreep, waarlijk, waarin de mens tot eer verheven wordt, maar de Heere alleen wordt groot gemaakt in Zijn handelen met Zijn volk. Hij is de Steenrots. Alle andere dingen zijn maar de wolk die om de kruin van de berg hangt.
Deuteronomium 32:4.KruisverwijzingenPsalmen 18:30→Psalmen 92:15→Deuteronomium 32:18→Daniël 4:37→Genesis 18:25→Deuteronomium 32:15→Deuteronomium 32:30→Job 34:10→
— Hij is de Rotssteen, Wiens werk volkomen is; want al Zijn wegen zijn gerichte. God is waarheid, en is geen onrecht; rechtvaardig en recht is Hij.
Onveranderlijk, eeuwig. Zijn werk is soms heel verschrikkelijk en zeer verborgen, maar Zijn werk is volkomen. Maar wat Zijn volk betreft: welk een tegenstelling tussen hen en hun God!
Deuteronomium 32:5.KruisverwijzingenJesaja 1:4→Mattheüs 17:17→Deuteronomium 31:29→Filippenzen 2:15→Lukas 9:41→Deuteronomium 4:16→Hosea 9:9→Richteren 2:19→
— Hij heeft het tegen Hem verdorven; het zijn Zijn kinderen niet; de schandvlek is hun; het is een verkeerd en verdraaid geslacht.
Welk een afdaling van de God der waarheid, bij wie geen onrecht is, tot een volk vol ongerechtigheid — een verkeerd en verdraaid geslacht. Wij kennen onze eigen afzichtelijkheid nooit zo goed als wanneer wij een helder gezicht krijgen van de voortreffelijkheid van God. Wat zei Job? “Met het gehoor des oors heb ik U gehoord; maar nu ziet U mijn oog. Daarom verfoei ik mij, en heb berouw in stof en as” (Job 42:5-6).
De kinderen van God hebben vlekken — de vlekken die de zonde veroorzaakt, en die door hen erkend, beweend en bestreden worden; de goddelozen hebben dezelfde soort vlekken, maar zij hebben geen berouw over de zonde die ze veroorzaakt.
Deuteronomium 32:6.KruisverwijzingenJesaja 63:16→Psalmen 74:2→Jesaja 44:2→1 Johannes 3:1→Jesaja 64:8→Galaten 3:26→Deuteronomium 1:31→Handelingen 20:28→
— Zult gij dit den HEERE vergelden, gij, dwaas en onwijs volk! Is Hij niet uw Vader, Die u verkregen, Die u gemaakt en u bevestigd heeft?
Wie heeft de Joden tot een volk gemaakt? Wie heeft Israël afgezonderd om een natie te zijn? Wie anders dan God, die hen met een prijs gekocht heeft toen zij uit Egypte kwamen en die hen in Zijn vaderlijke zorg door de woestijn geleid heeft? De zonde is de laagste vorm van ondankbaarheid. Wij hebben alles aan God te danken, en wij behoren Hem daarom te behandelen zoals onze Schepper en Vader behandeld behoort te worden. En hoe vaak hebben wij Hem juist kwaad voor goed vergolden en gehandeld alsof wij Hem eerder als onze vijand beschouwden dan als onze beste Vriend!
Deuteronomium 32:7-8.KruisverwijzingenPsalmen 44:1→Handelingen 17:26→Psalmen 78:3→Jesaja 63:11→Psalmen 77:5→Psalmen 119:52→Exodus 13:14→Job 8:8→
— Gedenk aan de dagen van ouds; merk op de jaren van elk geslacht; vraag uw vader, die zal het u bekend maken, uw ouden, en zij zullen het u zeggen. Toen de Allerhoogste aan de volken de erfenis uitdeelde, toen Hij Adams kinderen vaneen scheidde, heeft Hij de landpalen der volken gesteld naar het getal der kinderen Israels.
Gods eerste punt in de regering van de wereld was Zijn eigen volk. Al het andere werd afgebakend nadat Hij een plaats voor hen had afgezonderd — een plaats die toereikend was, ruim, vruchtbaar en in een uitnemende ligging, opdat zij daar zouden vermenigvuldigen en al de goede dingen genieten die Hij hun zo vrijelijk gaf.
En tot op deze dag rijzen en vallen dynastieën, regeren koningen of worden zij door een nederlaag verstrooid, met slechts dit ene punt voor Gods oog en dit ene voornemen in Zijn gedachten: het staande houden van de gemeente in de wereld, de uitbreiding van Zijn heerlijke waarheid.
Toch sloten deze bijzondere gedachten van God ten aanzien van Zijn eigen uitverkoren volk geen vriendelijke gedachten tegenover de rest van de mensheid uit, want “Hij Adams kinderen vaneen scheidde, heeft Hij de landpalen der volken gesteld”; maar toch waren Zijn diepste en Zijn hoogste gedachten ten aanzien van de kinderen Israëls.
Deuteronomium 32:9-12.KruisverwijzingenZacharia 2:8→Psalmen 17:8→Jeremia 10:16→Spreuken 7:2→Jeremia 2:6→Exodus 19:4→Hosea 13:5→Exodus 19:5→
— Want des HEEREN deel is Zijn volk, Jakob is het snoer Zijner erve. Hij vond hem in een land der woestijn, en in een woeste huilende wildernis; Hij voerde hem rondom, Hij onderwees hem, Hij bewaarde hem als Zijn oogappel. Gelijk een arend zijn nest opwekt, over zijn jongen zweeft, zijn vleugelen uitbreidt, ze neemt en ze draagt op zijn vlerken; Zo leidde hem de HEERE alleen, en er was geen vreemd god met hem.
Dit is de geschiedenis van de opvoeding van Israël in de woestijn. Toen zij uit Egypte kwamen, waren zij niets dan een menigte slaven, ontaard door de vernederende invloed van een lange dienstbaarheid. Zij moesten geoefend worden voordat zij geschikt waren een volk te zijn.
Laten wij in dit alles onszelf trachten te zien. Wat heeft God gewrocht voor hen onder ons die Zijn volk zijn, door ons uit te leiden uit de dienstbaarheid der zonde? En hoe genadig bewaart Hij ons tot op deze dag als een mens de appel van zijn oog bewaart! Nauwelijks komt er iets bij het oog of de hand gaat er onwillekeurig naar toe om het oog te beschutten. En laat er iets gebeuren met het volk van God, en de macht van God is meteen gereed tot hun verdediging.
Een arend moet haar jongen leren vliegen. Zij neemt ze op haar vleugels, zo zegt men; zij werpt ze af en laat ze fladderen, en dan schiet zij neer, komt onder hen en draagt ze weer op, totdat zij hun geleerd heeft hun vleugels te gebruiken. En de Heere heeft dit met velen hier gedaan — hen schijnbaar afwerpend, alleen opdat, wanneer zij vallen, onder hen de eeuwige armen zouden zijn. Wij moeten tot het geloof geoefend worden. Het is een moeilijke oefening voor zulke arme schepselen als wij zijn.
De opvoeding die God gebruikte was — waren zij recht van hart geweest — heerlijk geschikt om hen tot de hoogste staat van geestelijk leven te brengen. Hier was een volk weggenomen uit de menigte goden van Egypte, en zij werden geleerd een onzienlijk God te eren van wie zij een tijdlang volstrekt geen beeld hadden. Later, toen er in enige vorm een zinnebeeldige eredienst verordend werd, was er nog zo weinig zinnebeeld dat Mozes kon zeggen: “gij geen gelijkenis gezien hebt” (4:15). Zij werden geoefend om een geestelijk God te dienen, in geest en in waarheid.
Deuteronomium 32:13-14.KruisverwijzingenJob 29:6→Jesaja 58:14→Genesis 49:11→Psalmen 81:16→Psalmen 147:14→Ezechiël 36:2→Deuteronomium 33:26→Deuteronomium 33:29→
— Hij deed hem rijden op de hoogten der aarde, dat hij at de inkomsten des velds; en Hij deed hem honig zuigen uit de steenrots, en olie uit den kei der rots; Boter van koeien, en melk van klein vee, met het vet der lammeren en der rammen, die in Bazan weiden, en der bokken, met het vette der nieren van tarwe; en het druivenbloed, reinen wijn, hebt gij gedronken.
Het was een heel vruchtbaar land, dat niet enkel het noodzakelijke maar ook overvloed voortbracht. Palestina bracht zijn inwoners alles wat het hart kon wensen, en lange tijd, zolang zij God getrouw waren, leefden zij te midden van volheid.
God voedde Zijn volk van ouds met het beste van het beste en gaf het hun met geen karige hand; en o, wanneer ik denk aan de geestelijke spijs die God voor Zijn volk toebereid heeft, dan zijn “boter van koeien, en melk van klein vee, met het vet der lammeren” en al zulke aardse dingen maar armzalig in vergelijking met de voorzieningen van Zijn genade.
Deuteronomium 32:15.KruisverwijzingenDeuteronomium 31:20→Psalmen 89:26→Deuteronomium 32:4→Hosea 13:6→1 Samuël 2:29→Jesaja 44:2→2 Samuël 22:47→Psalmen 95:1→
— Als nu Jeschurun vet werd, zo sloeg hij achteruit (gij zijt vet, gij zijt dik, ja, met vet overdekt geworden!); en hij liet God varen, Die hem gemaakt heeft, en versmaadde den Rotssteen zijns heils.
“Jeschurun” betekent, naar ik meen, “het kleine heilige volk”. Het is een verkleinwoord: het kleine godsdienstige volk werd vet. Het had overvloed van voorspoed. Het werd zwaar en het schopte. En ach, ach! zij richtten kalveren op te Beth-El. Zij weken af tot Astaroth en dienden de koningin des hemels.
Velen kunnen de beproevingen van de tegenspoed verdragen die de gevaren van de voorspoed niet ontkomen. Salomo zei terecht: “Een smeltkroes is voor het zilver, en een oven voor het goud; alzo is een man naar zijn lof te proeven” — en menigeen is in die tijd van beproeving gevallen. Wanneer u rijk wordt, bewonderd wordt, eer onder de mensen ontvangt, dán is de tijd van uw zwaarste beproeving.
Deuteronomium 32:16-17.KruisverwijzingenRichteren 5:8→Deuteronomium 28:64→1 Korinthe 10:22→Psalmen 78:58→Leviticus 17:7→Deuteronomium 5:9→Nahum 1:1→2 Koningen 23:13→
— Zij hebben Hem tot ijver verwekt door vreemde goden; door gruwelen hebben zij Hem tot toorn verwekt. Zij hebben aan de duivelen geofferd, niet aan God; aan de goden, die zij niet kenden; nieuwe, die van nabij gekomen waren, voor dewelke uw vaders niet geschrikt hebben.
Aan duivelen — niet aan God. Mozes hoopt de uitdrukkingen op om de dwaasheid van Israëls afgoderij te tonen. Denk alleen eens aan “nieuwe, die van nabij gekomen waren”, alsof wat nieuw is een god zou kunnen zijn! Hetzelfde mag gezegd worden van de “nieuwe waarheid” waarvan wij heden zoveel horen. Wat nieuw is, kan niet waar zijn. Er is in de godgeleerdheid zeker niets nieuw dan wat geheel vals is.
Er is in de godsdienst niets nieuws dat waar is. De waarheid is altijd oud. De afgoden die de Israëlieten dienden, waren niet alleen nieuwe goden, maar vreemde goden, die hun vaderen niet gevreesd hadden. En erger nog: het waren duivelen. Hoe diep waren zelfs het uitverkoren volk gezonken!
Deuteronomium 32:18.KruisverwijzingenJesaja 17:10→Hosea 8:14→Jeremia 2:32→Psalmen 106:21→Deuteronomium 32:4→Psalmen 44:20→Deuteronomium 8:19→Deuteronomium 6:12→
— Den Rotssteen, Die u gegenereerd heeft, hebt gij vergeten; en gij hebt in vergetenis gesteld den God, Die u gebaard heeft.
Israël was niets buiten God — een kleine stam volks, in niets te vergelijken met de grote volken der aarde. De enige reden van zijn bestaan was zijn God. Hij was zijn middelpunt, zijn licht, zijn eer, zijn kracht. Zij waren afgeweken van Hem die hen gevormd had.
Deuteronomium 32:19-20.KruisverwijzingenPsalmen 106:40→Richteren 2:14→Jesaja 1:2→Deuteronomium 32:5→Openbaring 3:16→Jeremia 11:15→Jeremia 44:21→Psalmen 5:4→
— Als het de HEERE zag, zo versmaadde Hij hen, uit toornigheid tegen zijn zonen en zijn dochteren. En Hij zeide: Ik zal Mijn aangezicht van hen verbergen; Ik zal zien, welk hunlieder einde zal wezen; want zij zijn een gans verkeerd geslacht, kinderen, in welke geen trouw is.
Daar zit het onheil: het gebrek aan geloof. Het gebrek aan geloof leidt tot allerlei zonde. O, dat wij een sterk en veerkrachtig geloof hadden om de onzienlijke God te beseffen en bij een zuiver geestelijke eredienst te blijven — zonder zinnebeelden, tekenen en uitwendige waarmerken, die alle een gruwel in Zijn ogen zijn — maar de Onzienlijke aanbiddend in geest en in waarheid.
Deuteronomium 32:21.KruisverwijzingenRomeinen 10:19→1 Koningen 16:26→1 Koningen 16:13→Hosea 1:10→Psalmen 31:6→Jona 2:8→Psalmen 78:58→Deuteronomium 32:16→
— Zij hebben Mij tot ijver verwekt door hetgeen geen God is; zij hebben Mij tot toorn verwekt door hun ijdelheden; Ik dan zal hen tot ijver verwekken door diegenen, die geen volk zijn; door een dwaas volk zal Ik hen tot toorn verwekken.
En zo kwamen de afgodische volken en veroverden Judea. De een na de ander vertrapten zij de heilige stad, en zij deden hen zien dat God de volken die zij verachtten kon gebruiken tot een gesel over hen.
Deuteronomium 32:22-25.KruisverwijzingenKlaagliederen 4:11→Leviticus 26:22→Ezechiël 7:15→Jeremia 15:14→Ezechiël 5:16→Klaagliederen 1:20→Jeremia 17:4→Numeri 16:35→
— Want een vuur is aangestoken in Mijn toorn, en zal bernen tot in de onderste hel, en zal het land met zijn inkomst verteren, en de gronden der bergen in vlam zetten. Ik zal kwaden over hen hopen; Mijn pijlen zal Ik op hen verschieten. Uitgeteerd zullen zij zijn van honger, opgegeten van den karbonkel en bitter verderf; en Ik zal de tanden der beesten onder hen schikken, met vurig venijn van slangen des stofs. Van buiten zal het zwaard beroven, en uit de binnenkameren de verschrikking; ook den jongeling, ook de jonge dochter, het zuigende kind met den grijzen man.
Lees nu de geschiedenis van de verwoesting van Israël en Juda — de omkering van deze twee koninkrijken — en u zult zien hoe dit alles, woord voor woord, in vervulling is gegaan.
Deuteronomium 32:26-27.KruisverwijzingenDeuteronomium 28:64→Psalmen 140:8→Jesaja 63:16→Deuteronomium 4:27→Deuteronomium 28:37→Lukas 21:24→Leviticus 26:38→Leviticus 26:33→
— Ik zeide: In alle hoeken zoude Ik hen verstrooien; Ik zoude hun gedachtenis van onder de mensen doen ophouden; Ten ware, dat Ik de toornigheid des vijands schroomde, dat niet hun tegenpartijen zich vreemd mochten houden; dat zij niet mochten zeggen: Onze hand is hoog geweest; de HEERE heeft dit alles niet gewrocht.
God ziet altijd uit naar enige reden voor barmhartigheid wanneer Hij met Zijn volk handelt, en Hij vond die hier: dat de heidenvolken niet zouden toegeven dat God Zijn dwalende volk aldus getuchtigd had, maar hun overwinningen aan hun eigen duivelse goden zouden gaan toeschrijven.
Zo spaarde Hij hen om Zijns Naams wil; en tot op deze dag, wanneer God geen andere reden kan vinden om de schuldigen barmhartigheid te bewijzen, doet Hij het om Zijns Naams wil. En dit is een gezegende pleitgrond voor iemand die geen reden kan zien waarom God hem barmhartigheid zou bewijzen. Hij mag zeggen: “Heere, doe het om Uws Naams wil, om Uw genade en Uw barmhartigheid heerlijk te maken in de zaligheid van zo’n arme, hopeloze ellendige als ik ben.”
Deuteronomium 32:28-30.KruisverwijzingenLeviticus 26:8→Jozua 23:10→Psalmen 44:12→Deuteronomium 5:29→Richteren 2:14→Jesaja 30:17→Jeremia 4:22→Psalmen 81:13→
— Want zij zijn een volk, dat door raadslagen verloren gaat, en er is geen verstand in hen. O, dat zij wijs waren; zij zouden dit vernemen, zij zouden op hun einde merken. Hoe zoude een enige duizend jagen, en twee tien duizend doen vluchten, ten ware, dat hunlieder Rotssteen hen verkocht, en de HEERE hen overgeleverd had?
Dat kleine volk zou over al zijn vijanden overwinnaar geweest zijn als God nog met hen was geweest; maar zij werden verslagen en verstrooid omdat zij de Heere bedroefd hadden. O, welke sterkte zouden gelovigen kunnen hebben als zij maar wilden geloven! Konden wij ons maar in eenvoudig, kinderlijk geloof op God werpen, dan zouden wij de Simson opnieuw kunnen spelen en onze duizenden verslaan. Maar ook wij hebben weinig geloof in God, zelfs zij die er het meeste van hebben; en wanneer de tijd van beproeving komt, zijn ook wij een hardnekkig en ongelovig geslacht, zoals onze vaderen waren.
Deuteronomium 32:29.KruisverwijzingenDeuteronomium 5:29→Psalmen 81:13→Klaagliederen 1:9→Jesaja 47:7→Psalmen 107:15→Hosea 14:9→Psalmen 107:43→Lukas 16:19→
— O, dat zij wijs waren; zij zouden dit vernemen, zij zouden op hun einde merken.
De mensen zijn onwillig het onderwerp van de dood te bedenken. Het doodskleed, de spade en het graf trachten zij onophoudelijk uit het gezicht te houden. Zij zouden hier altijd willen leven als zij konden; en aangezien zij dat niet kunnen, willen zij ten minste elk teken van de dood zo ver mogelijk uit hun gezicht wegbergen.
Er is misschien geen onderwerp dat zo gewichtig is en waaraan zo weinig gedacht wordt. Ons gewone spreekwoord dat wij gebruiken, is juist de uitdrukking van onze gedachten: “Wij moeten leven.” Maar waren wij wijzer, dan zouden wij het veranderen en zeggen: “Wij moeten sterven.” Noodzaak om te leven is er niet; het leven is een voortgezet wonder. Noodzaak om te sterven is er zeker; het is het einde van alle dingen. O, dat de levenden het ter harte namen.
Deuteronomium 32:34.KruisverwijzingenJob 14:17→Hosea 13:12→Jeremia 2:22→Romeinen 2:5→1 Korinthe 4:5→Openbaring 20:12→
— Is dat niet bij Mij opgesloten, verzegeld in Mijn schatten?
Welk een treffende en verschrikkende vraag is dat — alsof God de gedachtenis van onze zonde wegborg, verzegelde en op een verborgen plaats bewaarde tegen de dag waarop Hij zondaren zal roepen om rekenschap te geven en hen hun ongerechtigheden zal bezoeken. Welk een ontzettende zaak is het de zonden van iemands jeugd weggeborgen, verzegeld en in Gods schatkamer weggelegd te hebben; en de zonden van het middelbare leven, en misschien ook de zonden van de ouderdom, om die eerlang naar voren te brengen en ons ten laste te leggen!
Wie zal in die grote dag kunnen bestaan? Alleen zij die gewassen zijn in het bloed en bekleed met de gerechtigheid van Christus Jezus onze Heere.
Deuteronomium 32:35-38.KruisverwijzingenRomeinen 12:19→2 Petrus 2:3→Hebreeën 10:30→Psalmen 135:14→Richteren 10:14→Jeremia 2:28→2 Petrus 3:8→Nahum 1:2→
— Mijn is de wraak en de vergelding, ten tijde als hunlieder voet zal wankelen; want de dag huns ondergangs is nabij, en de dingen, die hun zullen gebeuren, haasten. Want de HEERE zal aan Zijn volk recht doen, en het zal Hem over Zijn knechten berouwen; want Hij zal zien, dat de hand is weggegaan, en de beslotene en verlatene niets is. Dan zal Hij zeggen: Waar zijn hun goden; de rotssteen, op welken zij betrouwden? Welker slachtofferen vet zij aten, welker drankofferen wijn zij dronken; dat zij opstaan en u helpen, dat er verberging voor u zij.
Hij zal Zijn vijanden niet altijd over hen laten triomferen. Hij zal terugkomen tot Zijn volk, dat Hij schijnbaar verworpen had: “de HEERE zal aan Zijn volk recht doen”. Hij scheen zeer vertoornd, maar hoe spoedig komt Hij in liefde terug en beproeft Hij Zijn volk opnieuw.
Tot u die op iets anders vertrouwt dan op God: de dag zal komen dat u zulke verschrikkelijke woorden als deze zult horen: “Laat nu uw rijkdom u redden, laat uw genoegens en uw ondeugden u verblijden; gaat nu heen in uw eigen boze wegen, en zie of u daarin enige troost kunt vinden!” Welk een heilige spot ligt er in deze woorden, die het gewisse tot op het merg zullen snijden wanneer het eenmaal recht ontwaakt is!
Deuteronomium 32:39-43.KruisverwijzingenHosea 6:1→1 Samuël 2:6→Jesaja 45:22→Job 5:18→Jesaja 45:5→Jesaja 41:4→2 Koningen 5:7→Psalmen 68:20→
— Ziet nu, dat Ik, Ik Die ben, en geen God met Mij, Ik dood en maak levend; Ik versla en Ik heel; en er is niemand, die uit Mijn hand redt! Want Ik zal Mijn hand naar den hemel opheffen, en Ik zal zeggen: Ik leef in eeuwigheid! Indien Ik Mijn glinsterend zwaard wette, en Mijn hand ten gerichte grijpt, zo zal Ik wraak op Mijn tegenpartijen doen wederkeren, en Mijn hateren vergelden. Ik zal Mijn pijlen dronken maken van bloed, en Mijn zwaard zal vlees eten; van het bloed des verslagenen en des gevangenen, van het hoofd af zullen er wraken des vijands zijn. Juicht, gij heidenen, met Zijn volk! want Hij zal het bloed Zijner knechten wreken; en Hij zal de wraak op Zijn tegenpartijen doen wederkeren, en verzoenen Zijn land en Zijn volk.
Het is, ziet u, alleen in barmhartigheid dat de Heere met Zijn volk handelt; zij kunnen niet op de grond van het recht voor Hem bestaan, maar in Zijn barmhartigheid is hun schuilplaats. Mogen wij allen die barmhartigheid vinden door de toevlucht te nemen om vast te houden de hoop die ons voorgesteld is in Christus Jezus en Zijn heerlijk evangelie! Amen.
Deuteronomium 32:47.KruisverwijzingenLeviticus 18:5→Spreuken 4:22→Spreuken 3:1→1 Petrus 3:10→Spreuken 3:22→Openbaring 22:14→Mattheüs 6:33→1 Timotheüs 6:6→
— Want dat is geen vergeefs woord voor ulieden; maar het is uw leven; en door ditzelve woord zult gij de dagen verlengen op het land, waar gij over de Jordaan naar toe gaat, om dat te erven.
Er is heel veel zogenaamde godsdienst die een ijdel, betekenisloos ding is en die niemands leven is. Ware godsdienst is niet iets dat kan worden overgebracht door water, of door brood en wijn, los van de gesteldheid van gemoed en hart van wie het ontvangt.
Als mijn godsdienst bestaat in het aandoen van bepaalde klederen en het mijzelf vertonen als een enkele uitvoerder, of in de gedachte dat er iets goeds tot de mensen kan komen door de lieflijkheid van muziek of de schoonheid van bouwkunst, dan is mijn godsdienst ijdel. Bij Christus en Zijn apostelen was het zo niet; zij gingen overal heen, het evangelie predikend.
En verder: een godsdienst die enkel bestaat in het onderschrijven van een bepaalde belijdenis is een ijdel ding. Al zou die belijdenis volmaakt zijn, als onze godsdienst afhing van het eenvoudig geloven ervan als belijdenis, dan zou zij ons niet werkelijk raken. Godsdienst is een leven dat op geloof gegrond is; maar de zaligheid komt iemand niet toe alleen omdat hij rechtzinnig is. Is zijn rechtzinnigheid enkel een zaak van het hoofd — terwijl het hart al die tijd onaangeroerd blijft en de daden onveranderd — dan is zo’n godsdienst een ijdel ding.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Neig de oren, gij hemel! en ik zal spreken; en de aarde hoort de redenen van mijn mond, want wat ik nu zal verkondigen en betuigen betreft u beide, hemel en aarde; dßßr zowel als hier zijn geestelijke wezens, waarvoor de Heere Zich in Zijn waarheid en trouw wil verheerlijken.
Mijn leer, woordelijk: wat ik ontvangen heb, wat de Heere mij geleerd heeft om het op mijn beurt anderen te leren, druipe als een regen; mijn rede vloeie als een dauw; als een stofregen op de grasscheutjes, en als druppels op het kruid (Jesaja 55:10 (Job 29:22 vv.). De toehoorders vergelijkt hij bij het gras en het kruid Jesaja 40:6); want evenals regen en dauw de weide vervrolijken, zodat de bloemen en het gras naar de wens en genoegen van allen welig wassen en tieren, evenzo verkwikt Gods woord de harten en de gewetens, en waar die regen neervalt, is het niet zonder verbetering en vrucht.
Men zou kunnen vragen, hoe toch het vooruitzicht, dat de woorden van de zanger evenzeer bevruchtend zullen werken op hart en gemoederen, als de regen en de dauw op het kruid van het veld, te rijmen is met de betuiging van hun harde zin en van de straf, die hen treffen zou. Het juiste antwoord is wel dit, dat alle goddelijke spraak vruchtbaar is, en dus de strenge straffende taal nooit tevergeefs is, en dat zij steeds gemoederen vindt, die vroeger of later haar als een weldaad leren kennen.
Want ik zal een lied aanheffen, waarmee allen, die het horen, moeten instemmen; ik zal de Naam van de HEERE uitroepen; geeft onze God grootheid! 1) (Openb.14:7)
Niet alleen wil Mozes zelf de grootheid van de Heere Heere groot maken, ook vordert hij dit van degenen, die hem horen. Het is hem te doen, zoals ook uit het volgende vers blijkt, om de eer van Gods Naam groot te maken. En dit om drie redenen: 1e. omdat Hij het waard is; 2e. om Israël in de schuld te doen vallen, en 3e. opdat ook Zijn gerichten zouden gebillijkt en goedgekeurd worden, die over de zonde en de afval van het Verbondsvolk zouden gaan.
Hij is dea) Rotssteen, 1) die nimmer wankelt, noch wijkt en allen, die tot Hem vluchten, in veiligheid brengt, wiens werk volkomen is; want al zijn wegen zijn gericht. 2) God is waarheid, trouw en Zijn woorden en beloften nakomende, en is geen onrecht, zoals de mens in zondige dwaasheid en verderfelijke oproerigheid Hem soms beschuldigt, als Zijn wegen, hard en onbillijk als soms schijnen, hem niet bevallen; nee, maar rechtvaardig en recht is Hij, want Hij gaat door op de weg van het recht, gegrond op Zijn heiligheid en liefde, en laat zich daarvan niet af brengen door menselijke tegenspraak en tegenbedenking.
2 Samuel. 22:3,32 Psalm. 19:15 Psalm. 71:3; 31:3
Als Gods Onveranderlijkheid op dichterlijke wijze bezongen wordt, dan wordt God altijd met de Rotssteen vergeleken, omdat de rotssteen onveranderlijk blijft, al waaien de stormwinden, al zwepen de golven er tegenaan. De rots blijft, zo ook God, de Heere, in de hoogste volkomenheid.
Gericht wil hier zeggen: Voorzichtig en rechtvaardig, of voorzichtigheid en rechtvaardigheid.
Hij 1) heeft het tegen Hem verdorven, het zijn zijn kinderen niet, de schandvlek is hun; 2) zij zijn kinderen van schande geworden; het is een verkeerd en verdraaid geslacht, daarom kan Hij, hoewel Zijn hart vanliefde gloeit, hen niet meer als Zijn kinderen behandelen, maar moet hen, Zijns ondanks, aan het gericht prijsgeven.
Hij, nl. het van God afgevallen volk. Na de aanhef, waarin Mozes hemel en aarde bezweert hem te horen, en zijn rede een goede ingang en heilrijke werking toewenst, omdat hij van zins is de naam van de Heere te loven, waarmee de gehele wereld moet instemmen (vs.1-3), komt hij al dadelijk tot het eigenlijke thema van zijn lied: Jehova is onberispelijk en rechtvaardig in Zijn verhouding jegens Israël, ook als het met ongeluk en benauwdheden bezocht wordt; maar wel heeft Israël door zijn afval zware schuld op zich geladen (vs.4,5). Het lied beschouwt dus reeds in de aanvang die tijd, waarvoor het volgens Goddelijke wil Hem een getuige zal zijn onder de kinderen van Israël (hoofdstuk 31:16 vv.), en verplaatst zich zo levendig in die toekomst, alsof die reeds werkelijk aanwezig was. In verdere uitwerking van dit thema wordt eerst aan Israël zijn ondank en zijn zonde tegen de Heere voorgehouden (vs.6-18), vervolgens de straffen, die het daardoor op zich laadt en in het bijzonder zijn verwerping van voor het aangezicht van de Heere beschreven, waarbij de Heere alleen wegens de vijanden het niet tot het uiterste, tot algehele vernietiging komen laat (vs.19-27). Zo’n ondergang nu had Israël door zijn dwaasheid en onverstand wel verdiend; toch zijn de boosheid en verkeerdheid aan de kant van de volkeren, die Israël moeten tuchtigen, nog groter en lokken strafgerichten uit, die op hun tijd de volkeren treffen, en het volk van God aan hun handen zullen ontrukken, opdat Hij, de Heere, het laatste opnieuw in genade aanneemt (vs.28-43)
De schandvlek is hun. Beter vertaling is o.i., zij zijn hun een schandvlek, nl. voor de kinderen van God, Israël, van God afgevallen, wil de man Gods zeggen, vertoont niet het beeld van de kinderen van God, het is integendeel een schandvlek voor het volk van God, omdat de wereld immer het ware geslacht beoordeelt naar degenen, die wel Israël heten, maar zich geen Israël betonen.
Zult gij dit de HEERE vergelden, gij dwaas en onwijs volk! Is dit uw dank! Is Hij niet uw Vader, a) die u verkregen 1) heeft door u met moeite uit Egypte te verlossen en u als kind op te nemen, die u tot volk gemaakten u bevestigd heeft, u tot een vast geheel verenigd heeft, door u te begiftigen met Zijn woord en Zijn wet?
Jesaja. 63:16; 64:8 Mal.2:10
Hij maakt hen indachtig de verplichtingen, die God hen opgelegd had, om Hem te dienen en om Hem aan te hangen. Hij was hun Vader geweest. Hij had hen verkregen. Hij had hen gemaakt. Hij had zijn weldadigheid aan hen bevestigd en aan hen vernieuwd. Hij had hen gevoed. Hij had hen gedragen. Hij had hen opgekweekt. Hij had hun zonden verdragen. Hij had hun zeden verdragen. Hij had hen gekocht. Hij had zeer vele wonderwerken ten koste gelegd aan het leiden van hen uit het diensthuis van Egypte en Hij had mensen in hun plaats gegeven en volken in plaats van hun ziel (Jesaja 43:4)
Gedenk aan de dagen van ouds, van af de zondvloed, merk op de jaren van elk geslacht, 1) vraag uw vader, die zal het u bekend maken, uw ouden, en zij zullen het u zeggen, hoe Hij reeds toen u in het oog heeft gehad en voorzorgen genomen heeft ten dienste van uw uitverkiezing (Genesis 9:25 vv.; 11:6 vv.).
Eigenlijk de jaren van geslacht en geslacht, d.i. de jaren, die elk geslacht doorleefd heeft, sinds God Israël uit Egypte had gevoerd.
Toen de Allerhoogste aan de volken de erfenis uitdeelde, door hen zelf te verdelen en over de aarde te verspreiden, toen Hij Adams kinderen, de mensenkinderen van elkaar scheidde, door de Babylonische spraakverwarring, heeft Hij de gebieden van de volken, omdat Hij vantevoren zag welke plaats ieder beslaan zou a) gesteld naar het getal van de kinderen van Israël, d.i. bakende de landen van de overige volken zó af, dat Hij voor het toekomstige Israël een erfeel in het vooruitzicht had, namelijk het land Kanaän in die omvang, die het getal en de grootte van Israël zou eisen (Genesis 15:18 vv.).
Hand.17:26 De Septuaginta heeft in vs.8 in plaats van: “naar het getal van de kinderen van Israël” vertaald: “naar het getal van de engelen van God” op grond van de reeds toen bij de Joden gewortelde mening, dat God aan ieder volk op zichzelf engelen gegeven heeft tot voorstanders en beschermers, maar voor Zich zelf Israël gehouden heeft tot regering en besturing (Dan.10:13,20 vv.; 12:1). Aan de andere kant evenwel berekenden ook de Joden op grond van de Hebreeuwse tekst het getal van de heidenvolken (Genesis 10) op zeventig, omdat het getal van hun stamvaders zo groot was geweest. De zin van deze plaats is echter veel meer de hier boven aangegeven. “Want Lot, en in hem Moab en Ammon, moesten zich, in plaats van in Kanaän zelf, ter zijde daarvan vestigen. Ismaël moest zich in het zuidoosten, Edom in het zuiden vestigen; ja, zelfs moest Moab nog kort vóór de aankomst van Israël plaats maken voor de Kanaänitische Amorieten ten noorden van de Arnon. Wat de Heere vervolgens schijnbaar voor Kanaän deed, deed Hij in waarheid reeds in aanmerking van het getal van de kinderen van Israël, waarom dan ook zonder twijfel Genesis dit zo ijverig te boek stelt. In het algemeen is tenslotte toch alles, wat Hij voor de wereld en de wereldsgezinden gedaan heeft, met genadige wijze voorbeschikking voor de Zijnen ondernomen. De Zijnen moeten tenslotte alles erven en de roof wegdragen; want de zachtmoedigen zullen het aardrijk erven.
Met heel de ordening van de wereld heeft God zich dit doel voorgesteld, om voor Zijn uitverkoren volk zorg te dragen.
a) Want het deel van de HEERE is zijn volk. Jakob is het snoer van zijn erfgoed,1) het erfdeel dat Hem met het meetsnoer is toegemeten.
Deuteronomium. 7:6; 10:15 Ex.19:5
Hiermee wil hij zeggen, dat Israël het bijzonder erfdeel van God is, het erfdeel, dat Hem op bijzondere wijze is toegemeten. Snoer van zijn erfgoed. Eigenlijk het toegemeten land. Land staat dan hier voor het volk, dat het land bewoont. Wel wordt God, de God van de gehele aardbodem genoemd, maar in het bijzonder is God, de God van Zijn Kerk.
Hij vond hem, Jakob, d.i. Israël, in een land van de woestijn, 1) en in een woeste, van levensmiddelen ontblote, huilende wildernis; wier eenzaamheid door het huilen van het wild gedierte afgewisseld wordt; Hij voerde hem rondom, Hij onderwees hem door de wet, Hij bewaarde hem als zijn oogappel. (Psalm. 17:8 (Spreuken. 7:2).
De grond, waarom Mozes de bevrijding uit de slavernij van Egypte evenmin aanroert als de doortocht door de Rode Zee, is deze, dat hij geen geschiedkundige opsomming wil leveren van Gods daden aan en voor Israël, maar slechts wil schilderen hoe Israël zich in de meest hulpeloze toestand bevond, toen de Heere zich van zijn erbarmde om het uit de troosteloze toestand, waarin het had moeten omkomen, in het bezit te stellen van het rijk gezegend land Kanaän.
Egypte wordt hier met een woestijn vergeleken, omdat Israël zich toen in een verschrikkelijk ellendige toestand bevond, te midden van een volk, dat, als het wild gedierte, het op zijn ondergang toelegde, als een volk van slaven, dat alle beschutting van de wet ontbeerde. Door de volgende woorden: In een woeste, huilende wildernis wordt hun toestand nog als erger geschilderd.
“Israël, uit zijn slavernij bevrijd en een zelfstandig volk geworden, begint zijn bestaan zonder hoegenaamd enige bezitting, zonder hulp en beschutting in de woestijn; daar vindt de Heer het als een ronddolend schaap in de woestijn, vol huilende, woeste dieren; daar neemt Hij zijn leiding op zich; geeft het door de wet een geordend bestaan, en bewaart het als Zijn oogappel.”.
Zoals een arend zijn nest, zijn jongen, opwekt, en om hen bij de eerste pogingen om te vliegen bij te staan, over zijn jongen zweeft, en als ze moe worden zijn vleugels uitbreidt, ze neemt en ze draagt op zijn vlerken (zie “Ex 19.4).
Zo leidde hem de HEERE alleen; Zijn doel tegemoet, nl. de inname van het beloofde land, en er was geen vreemd God met Hem; Hij behoefde voor dit werk van de uitleiding geen hulp van afgoden; Hij, en Hij alleen heeft die wonderenverricht.
Hij deed hem rijden op de hoogten 1) van de aarde, zodat bij alle machten, die hem bij het in bezit nemen van het land konden weerstand bieden, vertrad; en Hij voedde hem, dat hij at de inkomsten van het veld; en Hij deed hem honing zuigen uit de steenrots, en olie uit de kei van de rots; 2) omdat Hij zelfs de onvruchtbaarste gedeelten van het land voor hem vruchtbaar maakte aan de kostelijkstevoortbrengselen.
Wie de hoogten had ingenomen, was bezitter van het land. Hier wordt dus gedoeld op het in bezit nemen van landen en plaatsen, welke aan hun vijandige volken toebehoorden.
Aan dit beeld ligt de zaak ten grondslag, dat Kanaän rijk is aan wilde bijen, die in rotskloven hun honing bereiden; en aan olijfbomen, die steenachtige plaatsen voor hun groei verkiezen.
Boter van koeien, en melk van klein vee, met het vet 1) van de lammeren en van de rammen, die in Bazan weiden, dus van de schoonste en welgevoedste, en van de bokken, van dezelfde voortreffelijkheid, met het vette van de nieren van tarwe; d.i. met de fijnste tarwebloem; en het druivebloed, reine wijn, hebt gij gedronken. 2)
Ook hier onder vet te verstaan, het beste van lammeren en rammen.
De zin van de beide verzen 13 en 14 is deze: Over alle beletselen heen voerde de Heere Zijn volk Israël Kanaän binnen en stelde het daar in het volle bezit van de rijke goederen van dit land.
Als nu Jeschurun, 1) Jakob, vet werd zo sloeg hij achteruit; zoals een weelderig geworden stier, die het juk niet meer dragen wil (gij zijt vet, gij zijt dik, ja met vet overdekt geworden, overmoedig door alle die weldaden!) en hij liet God varen, 2) die hem gemaakt heeft, a)en versmaadde de Rotssteen van zijn heil, de Rotssteen waarop zijn heil zo vast rustte.
Deuteronomium. 31:20
Jeschurun, een naam, waarmee het volk Israël ook in hoofdstuk 33:5 (zie De 33.5) en 26, als ook in Jesaja. 44:2 wordt genoemd. In de beide laatste plaatsen heeft Luther reeds deze verklaring, die nog niet door uitleggers van de huidige tijd overtroffen is: “de rechtvaardige”, en wel wordt Israël zo genaamd, omdat het door Jehova zijn God, die zelf rechtvaardig en vroom heet, daartoe geroepen is om Hem te dienen in heiligheid en gerechtigheid, en een volk vol zuivere rechtvaardigheid te zijn (Numeri. 23:10) De naam “Rechtvaardige” in plaats van Israël stellende, daarmee verwijt hij hen op ironische wijze, dat zij van de “rechtheid” zijn uitgevallen en hun in het geheugen terug roepende, met hoeveel waardigheid zij versierd zijn, verwijt hij hen daarom des te scherper hun misdaad van trouweloosheid. Want elders (33:5,26) wordt Israël zonder verkeerde bedoeling met dezelfde erenaam vereerd, met het oog op zijn roeping, maar hier leert Mozes hen op een verwijtende wijze, hoezeer zij van hun ijver in godsvrucht zijn afgeweken, waartoe zij waren geroepen.
Een vette buik brengt geen vroomheid voort: hij waant zich veilig en acht God voor niets.
Zij hebben Hem tot ijverzucht a) verwekt door vreemde goden; door gruwelen van de afgoderij hebben zij Hem tot toorn verwekt.
Ex.34:16
Zij hebben aan de duivels, 1) de veldduivels a) geofferd, niet aan God; aan de goden, die zij niet kenden; van wie zij noch enige weldaad, noch zelfs enige openbaring ontvangen hadden: b) nieuwe, die vroeger niet geweest waren, en van nabij, eerst onlangs, gekomen waren, voorwelke uw vaders niet geschrikt hebben, maar die gij van de u omringende volken hebt overgenomen.
Zie Le 17.7 b) Deuteronomium. 11:28
Volgens dit woord kenschetst reeds het Oude Testament de afgodendienst als duivelsdienst (1 Corinthiers. 10:20 zie Ex 7.22). Als men zich voor de geest roept, hoe de afgodendienst reeds in zijn ontstaan een rechtvaardiging en vasthouding van het ijdele en zinnelijke, als het hoogste en vereringswaardige, in zich omvatte, en hoe hij dan in zijn beelden, symbolen en gebruiken terugwerkend de ongoddelijke lust onderhield en sterkte, zo zullen wij de diepe waarheid in dit verwijt (dat nl. de afgoderij- en afgodendienst een duivels- en demonendienst is) erkennen. Slechts door de bewondering van de kunstwerken, die zich, in verbinding met de godsdienst van de Grieken, tot zo’n schoonheid ontwikkelden, zijn wij er maar al te zeer van verwijderd te erkennen, dat in iedere polytheïstische (= veelgodische) godsdienst een zondig element is, dat tevens de macht en de lust van de verzoekers en de boze geesten diende. Wij kunnen dit erkennen zonder aan de Griekse kunst, namelijk de beeldhouwkunst, onze bewondering te ontzeggen; want de echte kunst was de edele drijfveer van de ziel van de mensen, waarmee zij zich geleidelijk losrukte van de boze grondgedachte van materiële afgoderij, en het ideaal van het menselijke in de plaats daarvan stelde. Evenwel kon zij dit slechts in zoverre dat in de verering en uitoefening van de kunst, (alsof het menselijke, de geestelijk-zinnelijke persoonlijkheid van de mensen aan God gelijk en zelf God was) nog altijd een element van de verleiding zelfs in de heerlijkste vorm van de oude kunst overbleef. Wij Christenen hebben de taak om dit element door een beslissende, alles overwegende aanbidding van de God, die ons in Jezus Christus geopenbaard is, innerlijk te verwijderen, en zo onszelf te bewaren voor iedere identificatie (= gelijkstelling) van kunst en godsdienst. De kunst, hoewel zij naast de wetenschap het hoogst menselijke is, de losmaking van de menselijke geest van het aanklevende materiële en toevallige, is toch nog maar iets menselijks; en de mens is zowel wanneer hij voortbrengt, als wanneer hij iets in zich opneemt, nooit geheel vrij van zonde, en zo altijd vatbaar voor de verzoeking van de vader van de leugen.
De Rotssteen, die u gegenereerd heeft, hebt gij vergeten; en gij hebt in vergelheid gesteld de God, die u gebaard heeft. Mozes spreekt, zoals tegen Israël vol ijver, zo tegen God vol innigheid “Ach, mijn hart zou mij kunnen breken van jammer, dat ik weet en nu en immer voor ogen heb, hoe gij de ware, levende God, de grote, onfeilbare troost, de allervaste burg en allersterkste rotssteen in alle aanvechtingen en noden, zonder welke gij niet een enkel ogenblik leven of blijven kunt door de duivel zo makkelijk te verlaten en schandelijk verachten zult, die u toen alleen, zoals een moeder haar kind, heeft gebaard en opgevoed.”. Met vs.18 keert Mozes terug tot de gedachte in vs.15 neergelegd, maar gebruikt ook deze woorden, om Israël te wijzen op zijn snode ondank, om hen te verwijten, dat het Hem vergat, Hem versmaadde (vs.19), die hen verwekt had.
In genereren en baren stelt Mozes hier voor, de vereniging van de vader- en moederlijke liefde van God.
Als het de HEERE zag, hoe Israël vreemde goden naliep, en de Heere, Zijn God, vergat, zo versmaadde Hij hen, uit toornigheid tegen zijn zonen en zijn dochters.
En Hij zei, besloot in Zijn toorn over de ontaarde kinderen: Ik zal Mijn aangezicht van hen verbergen; 1) Ik zal zien, wat hun einde zal wezen: a) op de weg, die zij ingeslagen hebben; want zij zijn een geheel verkeerd geslacht, eigenlijk een geslacht van verkeerdheden, kinderen, in wie geen trouw is.
Jesaja. 65:2
Dit betekent, dat de Heere Zijn genade en Zijn liefde aan hen zou onttrekken. Dan zou de Heere zien, dat hun ondergang en verderf het gevolg zou zijn van hun afval. Als de Heere God aan Zijn volk, ook aan Zijn geestelijk Israël, Zijn genade onttrekt, Zijn genadevolle leiding doet ontbreken, dan dwalen zij, dan worden zij verschrikt. Het is daarom dan ook, dat de dichter zegt: Toen Gij uw aangezicht verborg, werd ik verschrikt (Psalm. 30:8)
Zij hebben Mij tot ijver verwekt door hetgeen geen God is; door hun afgoden, die geen goden zijn; zij hebben Mij tot toorn verwekt door hun ijdelheden; woordelijk: door hun nietigheden of nieten, d.i. afgoden. Ik dan zal op Mijn beurt hen tot ijver verwekken, zal hen plagen door diegenen, die geen volk zijn, door een dwaas 1) volk zal Ik hen tot toorn verwekken. 2)Zoals zij Mij, de enige God beneden zulke goden gesteld hebben, diegezamenlijk Niet-god zijn, zo zal Ik ook boven hen, die tot nog toe door hun welgeordende, met de rechte geest bezielde samenhang met het volste recht op de titel van volk aanspraak konden maken, zulke volken voortrekken die het ene zowel als het andere een niet-volk 3) zijn(Ef.2:11 vv.), en zoals zij Mij door hun dwaasheid4) gekrenkt hebben, omdat zij Mijn werkelijke genade goederen verruilden voor de nietswaardigheden van de afgoderij, zo zal Ik op mijn beurt hen daardoor krenken, dat Ik de genadegaven, die zij versmaad hebben, 5) geef aan die dwaze heidenvolken, opdat zij aan die opnieuw leren zien, wat zij moedwillig verworpen hebben (Rom.10:19).
De heidenen worden hier een dwaas volk genoemd, omdat zij niet deelden in de Goddelijke openbaring, niet bestraald waren met het licht van de Goddelijke wijsheid.
Daardoor wil God Zijn volk tot ijverzucht en tot mismoedigheid verwekken, door een niet-volk, een volk van dwaasheid, d.i. daardoor dat Hij een niet-volk de Israëlieten voortrekt, als het Zijn genade schendt, de zegen, welke Israël heeft versmaad, aan een volk van dwaasheid meedeelt. De opname van de heidenwereld in het verbond van de Heere sluit in, de verwerping van het ongehoorzame Israël en de verwerping voleindigt zich in zware strafgerichten, waarin de goddelozen omkomen.
In de grond is ieder volk buiten het volk van God een niet-volk, ieder mist meer of min de ware band, waardoor eerst waarlijk het samenzijn en het volksbestaan bijeen gehouden wordt, namelijk door die van de goddelijke wil, die alles regeert.
In het Hebreeuws heeft de uitdrukking “dwaas volk (lbnywg = gôjnabal) betrekking op het gelijkluidende dat voor afgoderij gebruikt wordt (Mylbh = habalim). In de vertaling staat dus “ijdelheden” tegenover “dwaasheid” van de heidenen.
De geschiedenis van de apostelen, ja de geschiedenis in het algemeen leert ons, dat Israël gestraft werd, en helaas! zich ook liet verbitteren daardoor, dat de zegeningen van het Evangelie op de overige volkenwereld overgingen, terwijl het zelf ophield een staat met eigen land en eigen wet te zijn. Dit is het door de wereldgeschiedenis trekkend gerecht over Israëls kinderschaar, dat door geen wereldlijke rijkdom, door geen wereldlijke geestesbeschaving opgeheven kan worden, en dat alleen zal wijken, als dit volk zijn broeder, de hemelse Jozef, zal erkennen en zich voor Hem in de gelovige buigen.”
Want een vuur is aangestoken in Mijn toorn, 1) eigenlijk in mijn toornens, en zal branden tot in de onderste hel, en zal het land met zijn inkomst verteren, en de gronden van de bergen in vlam zetten. 2) Van Mijntoorn gaat een verderf uit, dat reikt tot in de diepste diepte; het vernietigt de aarde met dat, wat erop groeit, en strekt zich uit tot daar, waar de bergen hun onwankelbare grondvesten hebben-zo veel omvattend en ingrijpend zal het zijn (2 (Petr.3:7,10).
Hiermee wordt bedoeld, hoe alles, wat in het Goddelijk Wezen is, zich verzet tegen de trouweloosheid van Zijn volk, en hoe de Heere daarom de volle kracht van Zijn toorn zal openbaren. Zodat de nietigheid van het afgodendom zal gezien worden en Hij voor aller oog zal openbaar worden als de alleen ware God.
Deze woorden kondigen niet één enkel strafgericht aan, maar het gericht in zijn Totaliteit en Universaliteit (algeheelheid en algemeenheid), dat in de loop der eeuwen in bijzondere gerichten over de volkeren verwerkelijkt is, en eerst zal voleinden bij het slot van de loop van de wereld. Dit gericht wordt dan (vs.23-33) allereerst geschilderd in zijn toepassing op het afvallige Israël.
Evenals de toorn en verontwaardiging van God zijn vijanden naar de hel vergezelt tot de eeuwige vlammen en helse pijnigingen, alzo verteert Hij hun land en hun gras en verbrandt de fundamenten van de bergen.
Ik zal de kwaden, 1) het ongeluk, dat Ik tot hun straf bereid heb, over hen hopen; Mijn pijlen zal Ik op hen verschieten, geheel en al het noodlot tegen hen keren.
Het strafgericht zal voltrokken worden over het trouweloos Israël.
Uitgeteerd zullen zij zijn van honger, opgegeten door de karbonkel, de pest en bitter verderf; door alle andere dergelijke ziekten, die de mens snel wegrapen; en Ik zal de tanden van de beesten onder hen schikken, tegelijk met vurig venijn van slangen van het stof, om hun ellende en hun verderf te voltooien (Leviticus. 26:14 vv.).
Van buiten, op het bloedige slagveld, zal het zwaard beroven, terwijl het de strijdbare mannen neervelt, en uit de binnenkamers zal de verschrikking, de plotselinge en dodelijke schrik de zwakken en weerlozen wegrapen, allenzonder onderscheid, ook de jongeling, ook de jonge dochter, de zuigeling met de grijze man. 1)
Bij het opgenoemde in vs.24 zal nog komen, de alles verslindende, de alles wegvagende oorlog.
Ik zei, Ik zal zeggen: In alle hoeken zou 1) Ik hen verstrooien; Ik zou hun gedachtenis van onder de mensen doen ophouden, hen verdelgende; Ik zou zelfs het besluit nemen ze geheel en al te vernietigen, alsof zij nooit bestaan hadden; en zelfs de herinnering van hun zonden uit te delgen.
Ik zou, niet Ik zal. M.a.w. deed God met het trouweloze volk naar zijn zonden, dan zou het aan de gehele vernietiging worden prijsgegeven, maar omwille van het Verbond zal God niet tot algehele vernietiging overgaan. Om zichzelfs wille zal God in de toorn nog de ontferming gedachtig zijn.
Ten ware, ware het niet, dat Ik de toornigheid, de overmoedige terging van de vijand schroomde, dat niet hun tegenpartijen zich vreemd mochten houden van alle goddelijke hulp en overmoedig worden, dat zij niet, met miskenning van de waarheid, dat zij louter werktuigen in Mijn hand zijn, mochten zeggen: Onze hand is hoog geweest, onze macht heeft zich geweldig betoond, de HEERE heeft dit alles, die plagen over Zijn volk, niet gemaakt, 1) maar wij hebben dit gedaan (Jesaja 42:8; 48:9 vv. (Ezech.20:9,14,22).
Laten allen, die schromen voor de Ark van God en voor Zijn Israël, zichzelf hiermee troosten, dat God zelf voor Zijn eer zal zorg dragen en dat Hij niet toelaten zal, dat Zijn eer ontheiligd en bezoedeld wordt. Hoezeer wij ook mogen verdienen in Gods ongenade te vervallen, nochthans zal God nimmer de troon van Zijn heerlijkheid laten onteerd worden.
Want zij zijn een volk, dat door overwegingen verloren gaat, 1) en er is geen verstand in hen.
In het Hebreeuws Gooi obad Etsoth, beter: een volk, wiens overwegingen zijn vergaan. De Vulgata vertaalt, beroofd van raad. Als een reddeloos en als een zinneloos volk wordt het hier voorgesteld, en daarom zou de Heere het naar Zijn rechtvaardigheid moeten wegdoen van de aarde.
O, dat zij, de kinderen van Israël, wijs waren! 1) zij zouden dit vernemen, dat al hun ongelukken goddelijke straf zijn voor hun ontrouw, zij zouden nu nog, voordat het te laat is, op hun einde merken. 2)
Of: wanneer zij wijs waren. Maar dit zijn zij niet, wil de Heere zeggen. Want dan zouden zij gemakkelijk kunnen opmerken, dat de hand van de Heere over hen was, en dat Hij hen tegen kwam met de tekenen van Zijn Goddelijk misnoegen.
Vanaf vs.28 splitsen zich de uitleggers van oudere en nieuwere tijd in twee klassen: de ene doet het gehele, van daar volgende gedeelte slaan op de heidenen, van wie in vs.27 sprake is geweest; de anderen daarentegen passen het op de joden toe, over wie het lied handelde tot en met vs.26. Nu is het reeds op zichzelf al dadelijk à priori ondenkbaar, dat in dit lied zo uitvoerig over de heidenen zou gehandeld zijn; en bovendien wijzen de woorden in vs.29: “op hun einde merken” zeer bepaald op Israël (vs.20). Voor het overige gaat het spreken van God bijna onmerkbaar over in de rede van Mozes vanaf vs.29, totdat (vs.34 vv.) de Heere opnieuw begint te spreken.
Hoe zou één man van de vijanden duizend van Israël verjagen? en twee vijanden tienduizend Israëlieten doen vluchten, daar toch juist het omgekeerde beloofd is a) en ook geschied, ten ware, dat hun Rotssteen hen verkocht,en de HEERE hen overgeleverd had in de hand van hun vijanden?
Leviticus. 26:8
Want hun rotssteen is niet zoals onze Rotssteen, omdat hun goden onmachtig en zo nietig zijn, dat zij hun vereerders niets kunnen baten; maar onze God is sterk, eenvaste Burcht, die de Zijnen beschermt en niet verlaat, zelfs onze vijanden rechters zijnde, 1) dat deze dingen alzo zijn; want zij hebben het tot hun schade ervaren (Ex.14:25 (Jozua. 2:9; 1 Samuel. 5:7 vv.).
Of: Waarin zelfs onze vijanden scheidsrechters kunnen zijn. En dat, omdat zij het o, zo dikwijls hadden ervaren. Calvijn tekent bij deze plaats aan: “Dat zij dikwijls de vreselijke macht van God ervaren hebben en zeker wisten, dat de God van Israël geheel ongelijk was aan hun afgoden.
Want hun wijnstok is uit de wijnstok van Sodom, en uit de velden van Gomorra; zij zijn van die gesteldheid alsof zij daaruit ontsproten waren en op de grond van Gomorra groeiden; hun wijndruiven zijn nog erger dan de onbruikbare stinkende druiven a) vergiftige wijndruiven, zij hebben bittere bessen. 1)
Jesaja. 5:2
Israël wordt op meerdere plaatsen in de Heilige Schrift met Sodom en Gomorra vergeleken, ja, zijn goddeloosheid wordt zelfs erger dan die van Sodom genoemd. Sodom en Gomorra worden niet zelden aangehaald om de ergste soort van zedelijke verdorvenheid aan te duiden. Welnu, hier beschuldigt God, de Heere, zijn volk van de diepste verdorvenheid. Zijn wijngaard, die Hij zelf geplant heeft, is zo diep ontaard, dat het wel schijnt, alsof haar oorsprong is uit de velden van Gomorra.
1) Is dat 2) niet bij Mij opgesloten, reeds lang in Mijn raad besloten, spreekt de Heere, verzegeld in Mijn schatten, schatkamers a) wel bewaard als iets dat Mij in het geheel niet kan ontnomen worden, maar dat eenstevoorschijn moet komen?
Deuteronomium. 28:12
Vele uitlegkundigen trekken dit vers bij de voorgaande, anderen bij de volgende. Beide betrekkingen kunnen verenigd worden. Dit vers vormt de overgang, omdat het het voorgaande afsluit en het volgende inleidt.
Dat ziet zowel op de zonden van het volk, als op de gerichten van God over de zonde. Zowel de afval van God als de straf op die zonde, is bij God opgesloten. Zal Israël zich aan zo’n zonde schuldig maken, dan zal de straf niet uitblijven. Wel een bewijs, dat wij hier met een profetie te doen hebben. Vs.34 is een van de innerlijke bewijzen voor de waarheid, dat Mozes hier werkelijk spreekt, dat wij hier te doen hebben met een lied, door Mozes, geïnspireerd door de Heilige Geest, gezongen.
1) Is dat 2) niet bij Mij opgesloten, reeds lang in Mijn raad besloten, spreekt de Heere, verzegeld in Mijn schatten, schatkamers a) wel bewaard als iets dat Mij in het geheel niet kan ontnomen worden, maar dat eenstevoorschijn moet komen?
Deuteronomium. 28:12
Vele uitlegkundigen trekken dit vers bij de voorgaande, anderen bij de volgende. Beide betrekkingen kunnen verenigd worden. Dit vers vormt de overgang, omdat het het voorgaande afsluit en het volgende inleidt.
Dat ziet zowel op de zonden van het volk, als op de gerichten van God over de zonde. Zowel de afval van God als de straf op die zonde, is bij God opgesloten. Zal Israël zich aan zo’n zonde schuldig maken, dan zal de straf niet uitblijven. Wel een bewijs, dat wij hier met een profetie te doen hebben. Vs.34 is een van de innerlijke bewijzen voor de waarheid, dat Mozes hier werkelijk spreekt, dat wij hier te doen hebben met een lied, door Mozes, geïnspireerd door de Heilige Geest, gezongen.
Hun wijn, voortgebracht door de wijnstokspruit van Sodom, is vurig drakenvenijn, en een wreed adderenvergif,
dat zonder twijfel van de dodelijkste werking is.
Andere uitleggers passen ook deze verzen toe op het volk Israël, waardoor de zamenhang hiervan een geheel andere wordt als de hier ontwikkelde; wij hebben evenwel de verklaring van boven de voorkeur gegeven, volgens welke vanaf vs.32 de rede overgaat op de heidenen, om deze het spoedig losbarsten van het goddelijke gericht over hen te verkondigen, maar Israël de genadige wederaanneming van Gods zijde voor ogen te stellen.
Wanneer wij de profetischen inhoud samenvatten van dit lied, dat ten grondslag ligt aan iedere volgende voorspelling, dan is deze de volgende: Israël zal in snode ondankbaarheid van Zijn God, van zijn wet afvallen; dan zal het overgelaten worden aan de hem vijandige heidenwereld en ten gevolge van zijn dwaasheid zal het met hem tot een uiterste komen. Maar niet voor immer blijft het een buit van de volken, het gaat niet te niet; want tegenover de volken, die in Israëls val Zijn hand niet erkennen en in hun goddeloze zin Gods volk geweld aandoen, moet Hij Zijn eigen eer redden. Zo zal Hij zich dan opmaken en tien straffen, maar Zijn volk uit hun hand verlossen, het zijn zonden vergeven en als een genadig God in het midden daarvan wonen. Het woord in de grondtekst duidt aan, een van die addersoorten, waarvan de beet terstond dodelijk is. Met de zwartste kleuren wordt daarom Israëls zedelijke en geestelijke toestand geschilderd.
1) Is dat 2) niet bij Mij opgesloten, reeds lang in Mijn raad besloten, spreekt de Heere, verzegeld in Mijn schatten, schatkamers a) wel bewaard als iets dat Mij in het geheel niet kan ontnomen worden, maar dat eenstevoorschijn moet komen?
Deuteronomium. 28:12
Vele uitlegkundigen trekken dit vers bij de voorgaande, anderen bij de volgende. Beide betrekkingen kunnen verenigd worden. Dit vers vormt de overgang, omdat het het voorgaande afsluit en het volgende inleidt.
Dat ziet zowel op de zonden van het volk, als op de gerichten van God over de zonde. Zowel de afval van God als de straf op die zonde, is bij God opgesloten. Zal Israël zich aan zo’n zonde schuldig maken, dan zal de straf niet uitblijven. Wel een bewijs, dat wij hier met een profetie te doen hebben. Vs.34 is een van de innerlijke bewijzen voor de waarheid, dat Mozes hier werkelijk spreekt, dat wij hier te doen hebben met een lied, door Mozes, geïnspireerd door de Heilige Geest, gezongen.
Mijn is de wraak en de vergelding, Mij, de Heere, komt de wraak en de vergelding alleen toe, a)en Ik oefen die ook zeker uit, waar men Mijn toorn over zich inroeptb) ten tijde dat hun voet zal wankelen; want de dag van hun ondergang is nabij, en de dingen, die hun zullen gebeuren, haasten. 1)
(Rom.12:19 b) Hebr.10:30; 1 Petr.2:23
Al wat hier in vs.35 gezegd wordt, ziet op het straffen van Israël, en niet op het straffen van de volken. Het staat met het voorgaande in vs.34 in het nauwste verband. In vs.36 wordt dan ook van recht doen aan Zijn volk gesproken in verband met het straffen van de goddelozen onder Israël. Het is toch duidelijk, dat Zijn hand in de eerste plaats zal zijn tegen de goddelozen onder Israël, tegen hen, die van het geloof zijn afgevallen. Want, ja, wel zullen ook de gelovigen, de overgeblevenen van het “heilig zaad,” de straffende hand van God zien, maar deze zullen, als door vuur gelouterd, weer heerlijk tevoorschijn treden.
Want de HEERE zal aan zijn volk recht doen; a) en het zal Hem over zijn knechten berouwen; Hij zal zich van hun erbarmen: Want Hij zal zien, dat de hand, hun macht, na lang en zwaar getuchtigd te zijn, is weggegaan1) en de beslotene en a) verlatene 2) niets is, dat zowel wat men achtte, als wat men verachtte, verdwenen is en hun niets over gelaten, zelfs niet een laatste verschansing maar dat in zo’n radeloze, troosteloze toestand, hun hart, na alle valse steunsels van het vertrouwen verraderlijk en broos te hebben bevonden, zich opnieuw tot Hem wendt, de enige juiste Helper.
Psalm. 54:3; 135:14
De hand is weggegaan. De hand is in de Heilige Schrift het teken van macht. Wanneer daarom de hand is weggegaan, ontstaat er een volstrekt hulpeloze en machteloze toestand. En als die toestand is ingetreden, dan zal de Heere zich weer openbaren als de Machtige Jakobs.
Het “beslotene en verlatene” (Hebr. Azoer weazoeb) is een spreekwoordelijke manier van zeggen, die ook in 1 Kon.14:10; 21:21; 2 Koningen. 9:8; 14:26 voorkomt. Bij de laatste plaats nu heeft Luther er personen onder verstaan (de beslotene en verlatene = de voorname en geringe) terwijl hij hier in het voetspoor van joodse uitleggers (b.v. David Kimehi) de uitdrukking als van zaken opvat (het beslotene en verlatene) en wel in de zin, hierboven vermeld. De nieuwere uitleggers houden vol, dat ook in deze tekst van personen sprake is en stemmen in de verklaring van de spreekmanier daarin overeen, dat daarmee de gezamenlijke mannen van een volk of van een familie bedoeld worden, zonder dat zij evenwel de woorden zelf bepaald en juist kunnen weergeven. Enige zeggen: de gehuwde en ongehuwde; anderen: de mondige en onmondige (klein en groot); weer anderen: knechten en vrije of gevangene en vrijgelatene (voornamen en geringen). Luther zelf heeft niet alleen volgens de taal vertaald, maar ook de verwante klank van de Hebreeuwse woorden in het Hoogduits zeer goed weergegeven, (azoer weazoeb = verschlossen und verlassen); de betekenis hiervan moest bij hem het eenvoudigst en natuurlijkst zijn. Het beslotene = waarop men prijs stelt en wat men dus zorgvuldig wegsluit en bewaart; het verlatene-waarop men weinig of geen acht geeft. Volgens de zin betekent ook de uitdrukking in Jesaja. 9:14 2 Samuel hetzelfde.
Dan zal Hij, de Heere, als hun macht verdwenen en hun nood op het hoogst gestegen is met betrekking tot de kinderen van Israël, als een voorbeeld voor anderen zeggen: Waar zijn hun goden, die valse, die zij in Mijn plaats verkozen? de rotssteen, waarop zij vertrouwden, 1) in plaats van op Mij?
Namelijk de Heere zou dit zeggen, zullende Hij, eer en alvorens Zijn volk te verlossen, hen overtuigen van hun verdorvenheid, in Hem te verlaten en in de afgoden na te volgen, en Hij zou uit de hopeloze en ellendige staat, waarin zij waren gebracht, gelegenheid nemen; om hen hun afwijking van Hem voor te houden.
Van wier slachtoffers zij het vet aten, (beter): die het vet van hun slachtoffers aten, Van wier drankoffers zij wijn dronken; die zo ijverig door geheel Israël vereerd werden, en zo rijkelijk met offers verzorgd? dat zij opstaan (zo zal Hij verder tot Zijn volk zeggen om hun het volle gewicht van hun onredelijke dwaasheid te doen voelen) en u helpen, tegen uw benauwers, dat er verberging voor u zij, voor uw rampen (Richteren. 10:14 Jer.2:28 ).
Ziet nu, dat ik, Ik DIE, 1) ben, die alleen een Rotssteen van vertrouwen is, en geen God met Mij? Ik dood en maak levend; Ik versla en Ik heel; en er is niemand, allerminst uw gewaande goden, die uit Mijn hand redt!(1 Samuel 2:6 Job 5:18 Hosea6:10 Jesaja. Sir.16:13. Tob.13:2.
Dus besluit Mozes zijn lied met die naam van God, waarbij hij Hem allereerst leerde kennen (Exodus. 13:14). Ik zal zijn, die Ik zijn zal, d.i. Ik ben, die Ik ben geweest; Ik ben, die Ik wezen zal; Ik ben, die Ik beloofd heb te zullen zijn; Ik ben, die Ik bedreigd heb te zullen wezen, in beide zal een ieder mij getrouw bevinden.
Want Ik zal Mijn hand naar de hemel opheffen, en Ik zal zeggen; Ik heb Mijn hand ten hemel opgeheven, en spreek: Ik leef in eeuwigheid! Zo waarachtig Ik leef in eeuwigheid. Dit vers is nauw verbonden met het volgende, waaraan het in de vorm van een eed tot inleiding dient; wat de Heere in vs.41 belooft te zullen doen, dat bekrachtigt Hij hier vooruit met een eed, dat Hij het gewis zal doen; want het lied moest wel een getuigenis zijn, maar evenzeer een terechtwijzing en troost voor Zijn volk Israël in tijden van grote nood en angst.
Indien Ik Mijn glinsterend, bliksemend zwaard wette, en Mijn hand ten gerichte grijpt, omdat het uur van de vervulling geslagen is, zo zal Ik de wraak op Mijn tegenpartijen doen terugkeren, op die overmoedig, ongelovige heidenen, en Mijn hateren vergelden, de haat, die zij tegen Mij, in Mijn volk, gekoesterd hebben.
Ik zal Mijn pijlen dronken maken van bloed, en Mijn zwaard zal vlees eten: van het bloed van de verslagene en van de gevangene, niet alleen zullen Mijn pijlen gedrenkt worden met het bloed van hem, die op het slagveld omkomt, maar ook van de gevangenen; van het hoofd af zullen er wraken van de vijand zijn, (anders, volgens de Duitse vert.): van het ontblote hoofd van de vijand. Hoe duidelijk reeds in vs.23 treedt de Heere hier geheel en al op als een krijgsheld met allerlei wapens. Als zodanig heeft Hem trouwens juist het geloof nu en dan begrepen (Psalm. 7:13). Zo lang de kerk strijd heeft te voeren tegen vlees, wereld en duivel, heeft zij ook een krijgskundig Hoofd nodig; zij moest vreesachtig worden als zij niet zingen kon: “Een vaste burg is onze God, een schild en krachtig wapen.”. Het woord in vs.42 pleit geweldig tegen de voorstelling van de koude onverschilligheid en wekelijke toegevendheid, die velen aan God toeschreven, en to ont Zijn heilige ijver en de ernst van Zijn strafgericht.
Wat de woordverklaring van vs.42 betreft, zo heeft allereerst de Engelse theoloog Lowth (omstreeks het midden van de achttiende eeuw) juist erkend, dat het derde lid van “het bloed van de verslagene en van de gevangene” betrekking heeft op het eerste lid (Ik zal Mijn pijlen dronken maken van bloed) en even zo het vierde lid op het tweede betrekking heeft. Luther daarentegen verklaart zich over zijn opvatting van de plaats aldus: het zijn drie straffen van het zwaard; de eerste, dat er velen gedood werden; de anderen, dat zij gevangen werden genomen; de derde, dat hun hoofd zou ontbloot worden, d.i. hun koninkrijk en priesterdom zal van hen genomen worden, dat door het hoofdhaar is aangeduid. De beste betekenis evenwel voor het Hebreeuwse woord xwerp is: noch ontblotingen, noch wraken, maar opperhoofden of aanvoerders van erp “vorst, aanvoerder,” terwijl Luther het neemt van erp (= losmaken, ontbloten). De vertaling zou dus waarschijnlijk het beste aldus zijn: van het hoofd van de vorsten van de vijand.
Anderen, zoals Keil, waarmee wij ons verenigen, leiden het af van erp, “de volle ongeschoren gelaten haartooi.” Zodat dan de vertaling is, van het behaarde hoofd van de vijand. Met dit vers en het volgende beschrijft God zelf zijn heilige triomf over de vijanden van Zijn volk, welke ook Zijn vijanden zijn, juist omdat zij vijanden van Zijn volk waren. Na de zonde de straf, maar o! straks keert het oordeel vol majesteit terug en zal God, de Heere, tonen, dat Zijn eeuwig Raadsbesluit niet kan vernietigd worden, dat Zijn volk t ot een nachthutje kan worden, maar nooit geheel en al kan worden vernietigd. De Heere zal de zaken van zijn volk beslechten.
a) Juicht, gij heidenen, (woordelijk: lieden) met
zijn volk! (volgens andere vertaling): Prijst gij naties Zijn volk, of Juicht allen gij, die Zijn volk zijt! want Hij zal het bloed van zijn knechten wreken; en Hij zal de wraak op zijn tegenpartijen doen terugkeren, en verzoenen zijn land en zijn volk. 2)
Rom.15:10
In de zin van over. De naties moesten jubelen over het gericht, waardoor de Heere het bloed van zijn knechten heeft gewroken.
Zoals dit lied begonnen is met de eis aan hemel en aarde om de Heere de eer te geven, zo sluit het passend met de vordering aan alle heidenen, om te jubelen over de daden van de Heere met Zijn volk.
Zo opent dan dit lied de Israëliet de blik in de toekomst, die het zich door zijn zonde zou op de hals halen; maar ook bevat het een duidelijke vingerwijzing naar het heerlijke slot van zijn geschiedenis, welke uitkomst niet zal wegblijven, omdat het het uitverkoren Godsvolk is (vs.9). Men moet nu niet met vele uitleggers beweren, dat de tijd, met wiens schildering het lied sluit, samenvalt met de terugkeer uit de Babylonische gevangenschap en het hierop gevolgde herstel van het joodse volksbestaan. Het is immers nog altijd zo, dat de Heere door een dwaze natie, door een “niet-volk” Israël tot toorn verwekt (vs.21). Daar het Christus verworpen heeft, heeft God de heidenwereld geroepen tot deelgenootschap aan het heil van het Nieuwe Testament, opdat Zijn volk tot bezinning komt (Rom.11:19). Is dit geschied, dan is de tijd aangebroken, dat Hij het voor dat volk opneemt tegen de vijanden van Zijn rijk, het in zijn land terugvoert, en het verheerlijkt. Het besluit van Israëls geschiedenis is en blijft, dat God Zijn volk hun zonden vergeeft en het voor de gehele wereld openbaart als datgene, wat het werkelijk is.
a) En Mozes kwam, zoals in hoofdstuk 31:30 gemeld is en sprak al de woorden van dit lied voor de orenvan het volk, wiens vertegenwoordigers, de oudsten van de stammen en de ambtslieden door de priesters verzameld waren, hij en Hoséa, de zoon van Nun.
Numeri. 13:9,17 Ex.17:9 Dat van hier af aan niet meer Mozes zelf, maar een ander geschiedschrijver vereltt-dezelfde, aan wie wij ook de toevoegsels tot aan het slot van het boek te danken hebben- is duidelijk te bemerken aan de veranderde behandeling en de bijzondere schrijfwijze, zoals dan ook b.v. Jozua bij zijn oorspronkelijke naam “Hoséa” en in hoofdstuk 33:1 (Psalm. 90:1) Mozes “man Gods” wordt genoemd. Andere uitleggers menen, dat Mozes’ eigen bericht slechts strekt tot hoofdstuk 31:23, en dat het toevoegsel van andere hand reeds begint bij hoofdstuk 31:24; deze beschouwing heeft intussen dit tegen zich, dat toch in ieder geval het lied (hoofdstuk 32:1-43) nog door Mozes zelf bij zijn werk moet gevoegd zijn, toen hij de priesters het wetboek tot bewaring overgaf, en wij alzo midden in het Mozaïsche gedeelte-tussen hoofdstuk 31:23 en 32:1-de inschuiving van een ander fragment moeten aannemen, dat ons zeer gezocht voorkomt. Veel meer heeft Mozes het bericht (hoofdstuk 31:24-30) nog zelf gegeven, en wel dat opgesteld, eer hij de daarin vervatte rede werkelijk gehouden heeft, om dan zijn wetboek met het lied in hoofdstuk 32:1-43 af te sluiten en het zo als een geheel, de priesters tot bewaring te geven. Op welke manier overigens Jozua deel gehad heeft aan de voordracht van het lied, wordt niet verder gezegd; vermoedelijk viel hem de tegenstrofe toe, of het antwoord op hetgeen Mozes begonnen had (Ex.15:1-18) alzo b.v. vs.1. Mozes: “Neig de oren, gij hemel! en ik zal spreken.” Jozua: “En de aarde hoort de redenen van mijn mond.” Bij deze manier van voordragen laat zich ook volkomen de eigenaardige bouw van vs.42 verklaren, daar het derde lid op het eerste en het vierde op het tweede betrekking heeft; het 3de en 1ste lid zijn van Mozes; het 4de en 2de van Jozua. Jozua toch moest volgens hetgeen de Heere in hoofdstuk 31:9 gezegd had, op daadwerkelijke manier, niet alleen als stom toehoorder, deel nemen aan het voordragen van het lied, en hij kon dit, daar hij wel gelijktijdig met Mozes (hoofdstuk 31:22) het lied opschreef, dat deze uitsprak uit de volheid van de in hem wonende Geest.
Toen nu Mozes geëindigd had al die woorden, die hem bevolen waren, tot geheel Israël te spreken;
Zo zei hij in een nog daarbij gevoegde vermaning tot hen: Zet uw hart op al de woorden, die ik heden onder u betuig, dat gij ze uw kinderen gebieden zult, dat zijwaarnemen te doen al de woorden van deze wet.
Want dat is geen vergeefs en ijdel woord voor u; zodat het hetzelfde zou zijn of gij u zo of zo daartegen verhoudt; maar het is uw leven; uw gehele bestaan en toenemen hangt ervan af, en door dit woord zult gij, als gij het ter harte neemt en ernaar handelt, de dagen verlengen op het land, waar gij over de Jordaan naar toe gaat, om dat te erven.
I. Vs. 48-33KruisverwijzingenNumeri 27:12→
— Daarna sprak de HEERE tot Mozes, op dienzelfden dag, zeggende:
:29. Nog op dezelfde dag waarop Mozes de kinderen van Israël het lied (vs.1-43) voorgedragen heeft, komt het bevel van de Heere tot hem om de berg Nebo te bestijgen, daar het land Kanaän te overzien en dan zich tot zijn vaderen te verzamelen. Voordat hij zich daarheen begeeft, neemt hij van Israël, dat nog sinds het horen van het lied in zijn oudsten en ambtslieden voor hem verzameld is, afscheid in een laatste zegen. Na gewezen te hebben op de feestelijke Verbondssluiting bij de Sinaï waardoor de Heere Israëls Koning geworden is, volgens de zegenspreuken over iedere stam, zoals aan die, welke Jakob over zijn zonen uitsprak (Genesis 49), waarop Israëls God genoemd en geprezen wordt als verreweg verheven boven en niet te vergelijken met alle afgoden, en Israël wordt geluk gewenst om zijn bevoorrechting boven de volken.
Daarna sprak de HEERE tot Mozes, op diezelfde dag, waarop hij met Jozua het lied had voorgedragen, zeggende: terwijl Hij de aankondiging van zijn dood (Numeri. 27:12-14) vernieuwde, maar nu in die zin, dat het aanstonds plaats zou vinden:
Klim op de zuidelijk tegenover het leger gelegen berg Abßrim (deze is de berg Nebo, die in het land van Moab is, die tegenover Jericho is), en zie het land Kanaän, dat Ik de kinderen van Israël tot een bezit geven zal;
En sterf op die berg, waarheen gij opklimmen zult, en word, na het land bezichtigd te hebben, vergaderd tot uw volken; zoals uw broeder Aäron stierf op de berg Hor, en werd tot zijn volken vergaderd (Numeri. 20:22; 27:13; 33:38).
Omdat gij u tegen Mij vergrepen hebt, in het midden van de kinderen van Israël, aan het twistwater te Kades, in de woestijn Zin; omdat gij aan uw menselijke driften toegevend, Mij niet geheiligd hebt, in wiens dienst gij u toch bevond, in het midden van de kinderen van Israël (Numeri. 20:1-13).
Want van tegenover zult gij met verhelderde blik dat a) gehele land voor uw voet zich zien uitspreiden, maar alleen daarheen niet inkomen, in het land, dat Ik de kinderen van Israël geven zal.
Deuteronomium. 34:1 vv. Tracht u voor ogen te stellen, hoe het Mozes wel te moe geweest is, toen hij, zoals wij uitdrukkelijk lezen (vs.48) nog op dezelfde dag, waarop hij zijn onvergelijkelijk en onnavolgbaar afscheidslied had aangeheven, het bevel van de Heere vernam: “Klim op de berg Abßrim, en sterf op die berg!” Zo zijn dan nu zijn dagen-nee zijn uren geteld: als de zon ‘s avonds achter gindse heuveltoppen wegzinkt, zullen haar laatste stervende stralen zijn eenzame sterfbed vergulden! Met onwrikbare moed verneemt de man Gods het bevel, waartegen in zijn hart niet de minste tegenspraak oprijst. Maar nog eenmaal rusten zijn ogen op Israël, dat daar in de onafzienbare vlakte gelegerd is, en hij wie het voor niemand een geheim is, dat men weldra de grootste profeet zal moeten missen. Zou een Mozes scheiden zonder een zegen achter te laten en minstens nog eens dat onuitsprekelijk gevoel van liefde en trouw te laten spreken, dat hem verbindt aan het erfdeel van de Heere? Onmogelijk. Is zijn voorlaatste woord een ernstige bedreiging geweest, zijn allerlaatste zal een overrijke belofte zijn; wanneer juist de liefde hem in de afgelopen dagen verplicht heeft tot onverbiddelijke strengheid, zo opent hij nu onbeschroomd alle schatkamers van zijn liefdevol hart, dat even zo wijd en rijk is, als zijn nooit vermoeide, alles omvattende geest.
Lied en zegen vullen elkaar wederkerig aan als negatie (ontkenning) en affirmatie (bevestiging). Toonde het lied aan, dat Israël geen grond tot morren had tegen God, of zelfs tegen Hem te toornen, wanneer het van Hem afgevallen was, zo roept hun de zegen toe; hoeveel reden er in het vooruitzicht was, om in geval van gehoorzaamheid en trouw de Heere te loven en zichzelf welgelukzalig te roemen. Dat is juist de kunst van de waarlijk heilige zanger, om als hij zijn woord heeft gedoopt in de ernst, die in God is en in de donkere schaduwzijde van de droefheid, die zich daaruit ontwikkelt, dan nog eens naar de harp te grijpen en, als een andere zijde van dat grote voorwerp, ook de goddelijke liefde en het licht te bezigen, dat nog blijft, ondanks alle ellende-te zingen met onverzwakte, ja, met hoger gespannen geestdrift.
“Het lied van Mozes verschijnt ons als een meer onmiddellijke gave van de Geest van Mozes, waardoor de knecht van God zowel geroepen als gerechtigd was; het later te wachten vreselijk gerecht, doch tevens met het uitzicht op een verzoening aan het einde, die de kroon zette op het werk van God; terwijl de zegen meer onmiddellijk voortkwam uit de vaderlijk beminnende geest van Mozes, die als een Jakob, onder zijn zonen, naar de geest, erkenning en hoop uitspreekt, moed en vreugde inboezemt.”
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel