Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Deuteronomium 32

1 Neig de oren, gij hemel, en ik zal spreken; en de aarde hore de redenen mijns monds.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Neig de orenH238, gij hemelH8064, en ik zal sprekenH1696; en de aardeH776 horeH8085 de redenenH561 mijns mondsH6310. Neig de oren, gij hemel, en ik zal spreken; en de aarde hore de redenen mijns monds.

KJV Give ear,1 O ye heavens,2 and I will speak;3 and hear,4 O earth,5 the words6 of my mouth.

1 הַאֲזִ֥ינוּ H238 ore, neem, neemt ore give (perceive by the) ear, hear(-ken). See H239 (אָזַן) 2 הַשָּׁמַ֖יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 3 וַאֲדַבֵּ֑רָה H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 4 וְתִשְׁמַ֥ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 5 הָאָ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 6 אִמְרֵי H561 redenen, woorden, geboden answer, [idiom] appointed unto him, saying, speech, word 7 פִֽי H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Mijn leer druipe als een regen, mijn rede vloeie als een dauw; als een stofregen op de grasscheutjes, en als druppelen op het kruid.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Mijn leerH3948 druipeH6201 als een regenH4306, mijn redeH565 vloeieH5140 als een dauwH2919; als een stofregenH8164 opH5921 de grasscheutjesH1877, en als druppelenH7241 opH5921 het kruidH6212. Mijn leer druipe als een regen, mijn rede vloeie als een dauw; als een stofregen op de grasscheutjes, en als druppelen op het kruid.

KJV My doctrine3 shall drop1 as the rain,2 my speech6 shall distil4 as the dew,5 as the small rain7 upon the tender herb,9 and as the showers10 upon the grass:

1 יַעֲרֹ֤ף H6201 druipe, druipen drop (down) 2 כַּמָּטָר֙ H4306 regen, plasregen rain 3 לִקְחִ֔י H3948 leer, lering, lere doctrine, learning, fair speech 4 תִּזַּ֥ל H5140 stromen, vloeien, vlieten distil, drop, flood, (cause to) flow(-ing), gush out, melt, pour (down), running water, stream 5 כַּטַּ֖ל H2919 dauw, dauws dew 6 אִמְרָתִ֑י H565 rede, toezegging, woord commandment, speech, word 7 כִּשְׂעִירִ֣ם H8164 stofregen small rain 8 עֲלֵי H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 דֶ֔שֶׁא H1877 grasscheutjes, grazige, tedere gras (tender) grass, green, (tender) herb 10 וְכִרְבִיבִ֖ים H7241 druppelen, droppelen, regendruppelen shower 11 עֲלֵי H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 עֵֽשֶׂב H6212 kruid, gras, kruiden grass, herb
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Want ik zal den Naam des HEEREN uitroepen; geeft onzen God grootheid!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 WantH3588 ik zal den NaamH8034 des HEERENH3068 uitroepenH7121; geeftH3051 onzen GodH430 grootheidH1433! Want ik zal den Naam des HEEREN uitroepen; geeft onzen God grootheid!

KJV Because I will publish4 the name2 of the LORD:3 ascribe5 ye greatness6 unto our God.

1 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 שֵׁ֥ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 3 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 אֶקְרָ֑א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 5 הָב֥וּ H3051 Geeft, Geef, geeft ascribe, bring, come on, give, go, set, take 6 גֹ֖דֶל H1433 grootheid, grootsheid, grootte greatness, stout(-ness) 7 לֵאלֹהֵֽינוּ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Hij is de Rotssteen, Wiens werk volkomen is; want al Zijn wegen zijn gerichte. God is waarheid, en is geen onrecht; rechtvaardig en recht is Hij.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Hij is de RotssteenH6697, Wiens werkH6467 volkomenH8549 is; wantH3588 alH3605 Zijn wegenH1870 zijn gerichteH4941. GodH410 is waarheidH530, en is geenH369 onrechtH5766; rechtvaardigH6662 en rechtH3477 is HijH1931. Hij is de Rotssteen, Wiens werk volkomen is; want al Zijn wegen zijn gerichte. God is waarheid, en is geen onrecht; rechtvaardig en recht is Hij.

KJV He is the Rock,1 his work3 is perfect:2 for all his ways6 are judgment:7 a God8 of truth9 and without iniquity,11 just12 and right

1 הַצּוּר֙ H6697 Rotssteen, rotssteen, rots edge, [idiom] (mighty) God (one), rock, [idiom] sharp, stone, [idiom] strength, [idiom] strong. See also H1049 (בֵּית צוּר) 2 תָּמִ֣ים H8549 volkomen, oprechten, oprecht without blemish, complete, full, perfect, sincerely (-ity), sound, without spot, undefiled, upright(-ly), whole 3 פָּעֳל֔וֹ H6467 werk, daden, arbeiden act, deed, do, getting, maker, work 4 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 5 כָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 דְּרָכָ֖יו H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 7 מִשְׁפָּ֑ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 8 אֵ֤ל H410 God, Gods, god God (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.' 9 אֱמוּנָה֙ H530 waarheid, getrouwheid, ambt faith(-ful, -ly, -ness, (man)), set office, stability, steady, truly, truth, verily 10 וְאֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 11 עָ֔וֶל H5766 onrecht, verkeerdheid, ongerechtigheid iniquity, perverseness, unjust(-ly), unrighteousness(-ly); wicked(-ness) 12 צַדִּ֥יק H6662 rechtvaardige, rechtvaardigen, rechtvaardig just, lawful, righteous (man) 13 וְיָשָׁ֖ר H3477 recht, oprechten, oprechte convenient, equity, Jasher, just, meet(-est), [phrase] pleased well right(-eous), straight, (most) upright(-ly, -ness) 14 הֽוּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Hij heeft het tegen Hem verdorven; het zijn Zijn kinderen niet; de schandvlek is hun; het is een verkeerd en verdraaid geslacht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Hij heeft het tegen Hem verdorvenH7843; het zijn Zijn kinderenH1121 nietH3808; de schandvlekH3971 is hun; het is een verkeerdH6141 en verdraaidH6618 geslachtH1755. Hij heeft het tegen Hem verdorven; het zijn Zijn kinderen niet; de schandvlek is hun; het is een verkeerd en verdraaid geslacht.

KJV They have corrupted1 themselves, their spot5 is not the spot of his children:4 they are a perverse7 and crooked8 generation.

1 שִׁחֵ֥ת H7843 verderven, verdorven, verdierf batter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r) 2 ל֛וֹ 3 לֹ֖א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 בָּנָ֣יו H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 מוּמָ֑ם H3971 gebrek, schandvlek, gebreken blemish, blot, spot 6 דּ֥וֹר H1755 geslacht, geslachten, Geslacht age, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity 7 עִקֵּ֖שׁ H6141 verkeerde, verkeerd, verkeerden crooked, froward, perverse 8 וּפְתַלְתֹּֽל H6618 verdraaid crooked
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Zult gij dit den HEERE vergelden, gij, dwaas en onwijs volk! Is Hij niet uw Vader, Die u verkregen, Die u gemaakt en u bevestigd heeft?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Zult gij ditH2063 den HEEREH3068 vergeldenH1580, gij, dwaasH5036 en onwijsH2450 volkH5971! Is HijH1931 nietH3808 uw VaderH1, Die u verkregenH7069, DieH1931 u gemaaktH6213 en u bevestigdH3559 heeft? Zult gij dit den HEERE vergelden, gij, dwaas en onwijs volk! Is Hij niet uw Vader, Die u verkregen, Die u gemaakt en u bevestigd heeft?

KJV Do ye thus requite3 the LORD,2 O foolish6 people5 and unwise?8 is not he thy father11 that hath bought12 thee? hath he not made14 thee, and established

1 הֲ 2 לַיְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 תִּגְמְלוּ H1580 gespeend, vergelden, vergolden bestow on, deal bountifully, do (good), recompense, requite, reward, ripen, [phrase] serve, mean, yield 4 זֹ֔את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 5 עַ֥ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 6 נָבָ֖ל H5036 dwaas, dwazen, dwaze fool(-ish, -ish man, -ish woman), vile person 7 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 חָכָ֑ם H2450 wijzen, wijs, wijze cunning (man), subtil, (un-), wise((hearted), man) 9 הֲלוֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 הוּא֙ H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 11 אָבִ֣יךָ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 12 קָּנֶ֔ךָ H7069 kopen, gekocht, kocht attain, buy(-er), teach to keep cattle, get, provoke to jealousy, possess(-or), purchase, recover, redeem, [idiom] surely, [idiom] verily 13 ה֥וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 14 עָֽשְׂךָ֖ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 15 וַֽיְכֹנְנֶֽךָ H3559 bereid, bevestigd, bereiden certain(-ty), confirm, direct, faithfulness, fashion, fasten, firm, be fitted, be fixed, frame, be meet, ordain, order, perfect, (make) preparation, prepare (self), provide, make provision, (be, make) ready, right, set (aright, fast, forth), be stable, (e-) stablish, stand, tarry, [idiom] very deed
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Gedenk aan de dagen van ouds; merk op de jaren van elk geslacht; vraag uw vader, die zal het u bekend maken, uw ouden, en zij zullen het u zeggen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 GedenkH2142 aan de dagenH3117 van oudsH5769; merkH995 op de jarenH8141 van elk geslachtH1755; vraagH7592 uw vaderH1, die zal het u bekendH5046 maken, uw oudenH2205, en zij zullen het u zeggenH559. Gedenk aan de dagen van ouds; merk op de jaren van elk geslacht; vraag uw vader, die zal het u bekend maken, uw ouden, en zij zullen het u zeggen.

KJV Remember1 the days2 of old,3 consider4 the years5 of many6 generations:7 ask8 thy father,9 and he will shew10 thee; thy elders,11 and they will tell

1 זְכֹר֙ H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 2 יְמ֣וֹת H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 עוֹלָ֔ם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד) 4 בִּ֖ינוּ H995 verstaan, verstandig, verstaat attend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man) 5 שְׁנ֣וֹת H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 6 דּוֹר H1755 geslacht, geslachten, Geslacht age, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity 7 וָד֑וֹר H1755 geslacht, geslachten, Geslacht age, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity 8 שְׁאַ֤ל H7592 vraagde, vragen, begeerd ask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish 9 אָבִ֨יךָ֙ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 10 וְיַגֵּ֔דְךָ H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 11 זְקֵנֶ֖יךָ H2205 oudsten, ouden, oude aged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator 12 וְיֹ֥אמְרוּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 13 לָֽךְ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Toen de Allerhoogste aan de volken de erfenis uitdeelde, toen Hij Adams kinderen vaneen scheidde, heeft Hij de landpalen der volken gesteld naar het getal der kinderen Israels.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Toen de AllerhoogsteH5945 aan de volken de erfenisH5157 uitdeelde, toen Hij AdamsH120 kinderenH1121 vaneen scheiddeH6504, heeft Hij de landpalenH1367 der volken gesteldH5324 naar het getalH4557 der kinderenH1121 IsraelsH3478. Toen de Allerhoogste aan de volken de erfenis uitdeelde, toen Hij Adams kinderen vaneen scheidde, heeft Hij de landpalen der volken gesteld naar het getal der kinderen Israels.

Ook in dit vers volkenH1471 volkenH5971

KJV When the most High2 divided1 to the nations3 their inheritance, when he separated4 the sons5 of Adam,6 he set7 the bounds8 of the people9 according to the number10 of the children11 of Israel.

1 בְּהַנְחֵ֤ל H5157 erven, erfelijk, erve divide, have (inheritance), take as a heritage, (cause to, give to, make to) inherit, (distribute for, divide (for, for an, by), give for, have, leave for, take (for)) inheritance, (have in, cause to, be made to) possess(-ion) 2 עֶלְיוֹן֙ H5945 Allerhoogste, Allerhoogsten, hoge (Most, on) high(-er, -est), upper(-most) 3 גּוֹיִ֔ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 4 בְּהַפְרִיד֖וֹ H6504 verdeeld, gescheiden, scheiden disperse, divide, be out of joint, part, scatter (abroad), separate (self), sever self, stretch, sunder 5 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 אָדָ֑ם H120 mens, mensen, Adam [idiom] another, [phrase] hypocrite, [phrase] common sort, [idiom] low, man (mean, of low degree), person 7 יַצֵּב֙ H5324 gesteld, stonden, stond appointed, deputy, erect, establish, [idiom] Huzzah (by mistake for a proper name), lay, officer, pillar, present, rear up, set (over, up), settle, sharpen, establish, (make to) stand(-ing, still, up, upright), best state 8 גְּבֻלֹ֣ת H1367 landpalen, landpale, palen border, bound, coast, landmark. place 9 עַמִּ֔ים H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 10 לְמִסְפַּ֖ר H4557 getal, tellen, geteld [phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time 11 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 12 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Want des HEEREN deel is Zijn volk, Jakob is het snoer Zijner erve.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 WantH3588 des HEERENH3068 deelH2506 is Zijn volkH5971, JakobH3290 is het snoerH2256 Zijner erveH5159. Want des HEEREN deel is Zijn volk, Jakob is het snoer Zijner erve.

KJV For the LORD'S3 portion2 is his people;4 Jacob5 is the lot6 of his inheritance.

1 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 חֵ֥לֶק H2506 deel, delen, stuk flattery, inheritance, part, [idiom] partake, portion 3 יְהֹוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 עַמּ֑וֹ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 5 יַעֲקֹ֖ב H3290 Jakob, Jakobs Jacob 6 חֶ֥בֶל H2256 snoer, koorden, landstreek band, coast, company, cord, country, destruction, line, lot, pain, pang, portion, region, rope, snare, sorrow, tackling 7 נַחֲלָתֽוֹ H5159 erfenis, erfdeel, erve heritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Hij vond hem in een land der woestijn, en in een woeste huilende wildernis; Hij voerde hem rondom, Hij onderwees hem, Hij bewaarde hem als Zijn oogappel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Hij vondH4672 hem in een landH776 der woestijnH4057, en in een woesteH8414 huilendeH3214 wildernisH3452; Hij voerde hem rondomH5437, Hij onderweesH995 hem, Hij bewaardeH5341 hem als Zijn oogappelH380. Hij vond hem in een land der woestijn, en in een woeste huilende wildernis; Hij voerde hem rondom, Hij onderwees hem, Hij bewaarde hem als Zijn oogappel.

KJV He found1 him in a desert3 land,2 and in the waste4 howling5 wilderness;6 he led him about,7 he instructed8 him, he kept9 him as the apple10 of his eye.

1 יִמְצָאֵ֨הוּ֙ H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 2 בְּאֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 3 מִדְבָּ֔ר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 4 וּבְתֹ֖הוּ H8414 woeste, ijdelheid, ijdelheden confusion, empty place, without form, nothing, (thing of) nought, vain, vanity, waste, wilderness 5 יְלֵ֣ל H3214 huilende howling 6 יְשִׁמֹ֑ן H3452 wildernis, woestijn desert, Jeshimon, solitary, wilderness 7 יְסֹֽבְבֶ֨נְהוּ֙ H5437 rondom, keerde, omgewend bring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back) 8 יְב֣וֹנְנֵ֔הוּ H995 verstaan, verstandig, verstaat attend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man) 9 יִצְּרֶ֖נְהוּ H5341 bewaren, bewaart, behoeden besieged, hidden thing, keep(-er, -ing), monument, observe, preserve(-r), subtil, watcher(-man) 10 כְּאִישׁ֥וֹן H380 appel, oogappel, zwart apple (of the eye), black, obscure 11 עֵינֽוֹ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Gelijk een arend zijn nest opwekt, over zijn jongen zweeft, zijn vleugelen uitbreidt, ze neemt en ze draagt op zijn vlerken;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Gelijk een arendH5404 zijn nestH7064 opwektH5782, overH5921 zijn jongenH1469 zweeftH7363, zijn vleugelenH3671 uitbreidtH6566, ze neemtH3947 en ze draagtH5375 opH5921 zijn vlerkenH84; Gelijk een arend zijn nest opwekt, over zijn jongen zweeft, zijn vleugelen uitbreidt, ze neemt en ze draagt op zijn vlerken;

KJV As an eagle1 stirreth up2 her nest,3 fluttereth6 over her young,5 spreadeth abroad7 her wings,8 taketh9 them, beareth10 them on her wings:

1 כְּנֶ֨שֶׁר֙ H5404 arend, arenden, arends eagle 2 יָעִ֣יר H5782 opgewekt, verwekken, waak (a-) wake(-n, up), lift up (self), [idiom] master, raise (up), stir up (self) 3 קִנּ֔וֹ H7064 nest, kameren nest, room 4 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 גּוֹזָלָ֖יו H1469 jonge duif, jongen young (pigeon) 6 יְרַחֵ֑ף H7363 bewegen, zweefde, zweeft flutter, move, shake 7 יִפְרֹ֤שׂ H6566 uitbreiden, uitspreiden, breidde break, chop in pieces, lay open, scatter, spread (abroad, forth, selves, out), stretch (forth, out) 8 כְּנָפָיו֙ H3671 vleugelen, vleugel, slip [phrase] bird, border, corner, end, feather(-ed), [idiom] flying, [phrase] (one an-) other, overspreading, [idiom] quarters, skirt, [idiom] sort, uttermost part, wing(-ed) 9 יִקָּחֵ֔הוּ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 10 יִשָּׂאֵ֖הוּ H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 11 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 אֶבְרָתֽוֹ H84 vederen, vlerken feather, wing
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Zo leidde hem de HEERE alleen, en er was geen vreemd god met hem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Zo leiddeH5148 hem de HEEREH3068 alleen, en er was geenH369 vreemdH5236 godH410 metH5973 hem. Zo leidde hem de HEERE alleen, en er was geen vreemd god met hem.

KJV So the LORD1 alone2 did lead3 him, and there was no strange7 god

1 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 2 בָּדָ֣ד H910 eenzaam alone, desolate, only, solitary 3 יַנְחֶ֑נּוּ H5148 leiden, geleid, leid bestow, bring, govern, guide, lead (forth), put, straiten 4 וְאֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 5 עִמּ֖וֹ H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 6 אֵ֥ל H410 God, Gods, god God (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.' 7 נֵכָֽר H5236 vreemden, vreemde, vreemd alien, strange ([phrase] -er)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Hij deed hem rijden op de hoogten der aarde, dat hij at de inkomsten des velds; en Hij deed hem honig zuigen uit de steenrots, en olie uit den kei der rots;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Hij deed hem rijdenH7392 opH5921 de hoogtenH1116 der aardeH776, dat hij atH398 de inkomstenH8570 des veldsH7704; en Hij deed hem honigH1706 zuigenH3243 uit de steenrotsH5553, en olieH8081 uit den keiH2496 der rotsH6697; Hij deed hem rijden op de hoogten der aarde, dat hij at de inkomsten des velds; en Hij deed hem honig zuigen uit de steenrots, en olie uit den kei der rots;

KJV He made him ride1 on the high places3 of the earth,4 that he might eat5 the increase6 of the fields;7 and he made him to suck8 honey9 out of the rock,10 and oil11 out of the flinty12 rock;

1 יַרְכִּבֵ֨הוּ֙ H7392 rijden, rijdende, reed bring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set 2 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 בָּ֣מֳתֵי H1116 hoogten, hoogte, Bamoth height, high place, wave 4 אָ֔רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 5 וַיֹּאכַ֖ל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 6 תְּנוּבֹ֣ת H8570 inkomsten, inkomst, vrucht fruit, increase 7 שָׂדָ֑י H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild 8 וַיֵּנִקֵ֤הֽוּ H3243 zuigen, voedster, zuigeling milch, nurse(-ing mother), (give, make to) suck(-ing child, -ling) 9 דְבַשׁ֙ H1706 honig, honigs, honigvloed honey(-comb) 10 מִסֶּ֔לַע H5553 steenrots, rotssteen, steenrotsen (ragged) rock, stone(-ny), strong hold 11 וְשֶׁ֖מֶן H8081 olie, olieachtige, Olie anointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine 12 מֵחַלְמִ֥ישׁ H2496 keiachtige, keisteen, kei flint(-y), rock 13 צֽוּר H6697 Rotssteen, rotssteen, rots edge, [idiom] (mighty) God (one), rock, [idiom] sharp, stone, [idiom] strength, [idiom] strong. See also H1049 (בֵּית צוּר)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Boter van koeien, en melk van klein vee, met het vet der lammeren en der rammen, die in Bazan weiden, en der bokken, met het vette der nieren van tarwe; en het druivenbloed, reinen wijn, hebt gij gedronken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 BoterH2529 van koeienH1241, en melkH2461 van klein veeH6629, metH5973 het vetH2459 der lammerenH3733 en der rammenH352, die in BazanH1316 weidenH1121, en der bokkenH6260, metH5973 het vetteH2459 der nierenH3629 van tarweH2406; en het druivenbloedH1818, reinenH2561 wijnH6025, hebt gij gedronkenH8354. Boter van koeien, en melk van klein vee, met het vet der lammeren en der rammen, die in Bazan weiden, en der bokken, met het vette der nieren van tarwe; en het druivenbloed, reinen wijn, hebt gij gedronken.

KJV Butter1 of kine,2 and milk3 of sheep,4 with fat6 of lambs,7 and rams8 of the breed9 of Bashan,10 and goats,11 with the fat13 of kidneys14 of wheat;15 and thou didst drink18 the pure19 blood16 of the grape.

1 חֶמְאַ֨ת H2529 boter, Boter butter 2 בָּקָ֜ר H1241 runderen, rund, koeien beeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox 3 וַחֲלֵ֣ב H2461 melk, melkkazen, melklam [phrase] cheese, milk, sucking 4 צֹ֗אן H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 5 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 6 חֵ֨לֶב H2459 vet, vette, smeer [idiom] best, fat(-ness), [idiom] finest, grease, marrow 7 כָּרִ֜ים H3733 lammeren, stormrammen, hoofdmannen captain, furniture, lamb, (large) pasture, ram. See also H1033 (בֵּית כַּר), H3746 (כָּרִי) 8 וְאֵילִ֤ים H352 ram, rammen, posten mighty (man), lintel, oak, post, ram, tree 9 בְּנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 10 בָשָׁן֙ H1316 Bazan, Basan Bashan 11 וְעַתּוּדִ֔ים H6260 bokken chief one, (he) goat, ram 12 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 13 חֵ֖לֶב H2459 vet, vette, smeer [idiom] best, fat(-ness), [idiom] finest, grease, marrow 14 כִּלְי֣וֹת H3629 nieren kidneys, reins 15 חִטָּ֑ה H2406 tarwe, tarweoogst, tarwemeelbloem wheat(-en) 16 וְדַם H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 17 עֵנָ֖ב H6025 druiven, wijndruiven, wijn (ripe) grape, wine 18 תִּשְׁתֶּה H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 19 חָֽמֶר H2561 reinen, roden wijn [idiom] pure, red wine
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Als nu Jeschurun vet werd, zo sloeg hij achteruit (gij zijt vet, gij zijt dik, ja, met vet overdekt geworden!); en hij liet God varen, Die hem gemaakt heeft, en versmaadde den Rotssteen zijns heils.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Als nu JeschurunH3484 vetH8080 werd, zo sloeg hij achteruit (gij zijt vet, gij zijt dikH5666, ja, met vet overdektH3780 geworden!); en hij liet GodH433 varenH5203, Die hem gemaaktH6213 heeft, en versmaaddeH5034 den RotssteenH6697 zijns heilsH3444. Als nu Jeschurun vet werd, zo sloeg hij achteruit (gij zijt vet, gij zijt dik, ja, met vet overdekt geworden!); en hij liet God varen, Die hem gemaakt heeft, en versmaadde den Rotssteen zijns heils.

Ook in dit vers sloeg achteruitH1163

KJV But Jeshurun2 waxed fat,1 and kicked:3 thou art waxen fat,4 thou art grown thick,5 thou art covered6 with fatness; then he forsook7 God8 which made9 him, and lightly esteemed10 the Rock11 of his salvation.

1 וַיִּשְׁמַ֤ן H8080 vet become (make, wax) fat 2 יְשֻׁרוּן֙ H3484 Jeschurun Jeshurun 3 וַיִּבְעָ֔ט H1163 slaat achteruit, sloeg achteruit kick 4 שָׁמַ֖נְתָּ H8080 vet become (make, wax) fat 5 עָבִ֣יתָ H5666 dikker, dik be (grow) thick(-er) 6 כָּשִׂ֑יתָ H3780 overdekt be covered. Compare H3680 (כָּסָה) 7 וַיִּטֹּשׁ֙ H5203 verlaten, varen, verlaat cast off, drawn, let fall, forsake, join (battle), leave (off), lie still, loose, spread (self) abroad, stretch out, suffer 8 אֱל֣וֹהַ H433 God, Gods, god God, god. See H430 (אֱלֹהִים) 9 עָשָׂ֔הוּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 10 וַיְנַבֵּ֖ל H5034 afvallen, afvalt, vervallen disgrace, dishounour, lightly esteem, fade (away, -ing), fall (down, -ling, off), do foolishly, come to nought, [idiom] surely, make vile, wither 11 צ֥וּר H6697 Rotssteen, rotssteen, rots edge, [idiom] (mighty) God (one), rock, [idiom] sharp, stone, [idiom] strength, [idiom] strong. See also H1049 (בֵּית צוּר) 12 יְשֻׁעָתֽוֹ H3444 heil, heils, verlossingen deliverance, health, help(-ing), salvation, save, saving (health), welfare
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Zij hebben Hem tot ijver verwekt door vreemde goden; door gruwelen hebben zij Hem tot toorn verwekt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Zij hebben Hem tot ijver verwektH7065 door vreemdeH2114 goden; door gruwelenH8441 hebben zij Hem tot toorn verwektH3707. Zij hebben Hem tot ijver verwekt door vreemde goden; door gruwelen hebben zij Hem tot toorn verwekt.

KJV They provoked him to jealousy1 with strange2 gods, with abominations3 provoked they him to anger.

1 יַקְנִאֻ֖הוּ H7065 geijverd, nijdig, benijdden (be) envy(-ious), be (move to, provoke to) jealous(-y), [idiom] very, (be) zeal(-ous) 2 בְּזָרִ֑ים H2114 vreemde, vreemden, vreemd (come from) another (man, place), fanner, go away, (e-) strange(-r, thing, woman) 3 בְּתוֹעֵבֹ֖ת H8441 gruwelen, gruwel, gruwelijke abominable (custom, thing), abomination 4 יַכְעִיסֻֽהוּ H3707 toorn verwekken, vertoornen, getergd be angry, be grieved, take indignation, provoke (to anger, unto wrath), have sorrow, vex, be wroth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Zij hebben aan de duivelen geofferd, niet aan God; aan de goden, die zij niet kenden; nieuwe, die van nabij gekomen waren, voor dewelke uw vaders niet geschrikt hebben.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Zij hebben aan de duivelenH7700 geofferdH2076, nietH3808 aan GodH433; aan de godenH430, die zij nietH3808 kendenH3045; nieuweH2319, die van nabijH7138 gekomenH935 waren, voor dewelke uw vadersH1 nietH3808 geschriktH8175 hebben. Zij hebben aan de duivelen geofferd, niet aan God; aan de goden, die zij niet kenden; nieuwe, die van nabij gekomen waren, voor dewelke uw vaders niet geschrikt hebben.

KJV They sacrificed1 unto devils,2 not to God;4 to gods5 whom they knew7 not, to new8 gods that came10 newly9 up, whom your fathers13 feared

1 יִזְבְּח֗וּ H2076 offeren, offerde, offerden kill, offer, (do) sacrifice, slay 2 לַשֵּׁדִים֙ H7700 duivelen devil 3 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 אֱלֹ֔הַ H433 God, Gods, god God, god. See H430 (אֱלֹהִים) 5 אֱלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 6 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 יְדָע֑וּם H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 8 חֲדָשִׁים֙ H2319 nieuwe, nieuw, nieuwen fresh, new thing 9 מִקָּרֹ֣ב H7138 nabij, naaste, nabestaande allied, approach, at hand, [phrase] any of kin, kinsfold(-sman), (that is) near (of kin), neighbour, (that is) next, (them that come) nigh (at hand), more ready, short(-ly) 10 בָּ֔אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 11 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 שְׂעָר֖וּם H8175 wegstormen, aanstormen, geschrikt be (horribly) afraid, fear, hurl as a storm, be tempestuous, come like (take away as with) a whirlwind 13 אֲבֹתֵיכֶֽם H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Den Rotssteen, Die u gegenereerd heeft, hebt gij vergeten; en gij hebt in vergetenis gesteld den God, Die u gebaard heeft.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Den RotssteenH6697, Die u gegenereerdH3205 heeft, hebt gij vergetenH7876; en gij hebt in vergetenis gesteldH7911 den GodH410, Die u gebaardH2342 heeft. Den Rotssteen, Die u gegenereerd heeft, hebt gij vergeten; en gij hebt in vergetenis gesteld den God, Die u gebaard heeft.

KJV Of the Rock1 that begat2 thee thou art unmindful,3 and hast forgotten4 God5 that formed

1 צ֥וּר H6697 Rotssteen, rotssteen, rots edge, [idiom] (mighty) God (one), rock, [idiom] sharp, stone, [idiom] strength, [idiom] strong. See also H1049 (בֵּית צוּר) 2 יְלָדְךָ֖ H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 3 תֶּ֑שִׁי H7876 vergeten be unmindful. (Render Deuteronomy 32:18, 'A Rock bore thee, thou must recollect; and (yet) thou hast forgotten,' etc.) 4 וַתִּשְׁכַּ֖ח H7911 vergeten, vergeet, vergaten [idiom] at all, (cause to) forget 5 אֵ֥ל H410 God, Gods, god God (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.' 6 מְחֹלְלֶֽךָ H2342 geboren, barensnood, beven bear, (make to) bring forth, (make to) calve, dance, drive away, fall grievously (with pain), fear, form, great, grieve, (be) grievous, hope, look, make, be in pain, be much (sore) pained, rest, shake, shapen, (be) sorrow(-ful), stay, tarry, travail (with pain), tremble, trust, wait carefully (patiently), be wounded
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Als het de HEERE zag, zo versmaadde Hij hen, uit toornigheid tegen zijn zonen en zijn dochteren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Als het de HEEREH3068 zagH7200, zo versmaaddeH5006 Hij hen, uit toornigheidH3708 tegen zijn zonenH1121 en zijn dochterenH1323. Als het de HEERE zag, zo versmaadde Hij hen, uit toornigheid tegen zijn zonen en zijn dochteren.

KJV And when the LORD2 saw1 it, he abhorred3 them, because of the provoking4 of his sons,5 and of his daughters.

1 וַיַּ֥רְא H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 וַיִּנְאָ֑ץ H5006 gelasterd, lasteren, versmaden abhor, (give occasion to) blaspheme, contemn, despise, flourish, [idiom] great, provoke 4 מִכַּ֥עַס H3708 verdriet, toornigheid, terging anger, angry, grief, indignation, provocation, provoking, [idiom] sore, sorrow, spite, wrath 5 בָּנָ֖יו H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 6 וּבְנֹתָֽיו H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En Hij zeide: Ik zal Mijn aangezicht van hen verbergen; Ik zal zien, welk hunlieder einde zal wezen; want zij zijn een gans verkeerd geslacht, kinderen, in welke geen trouw is.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En Hij zeideH559: Ik zal Mijn aangezichtH6440 van hen verbergenH5641; Ik zal zienH7200, welk hunlieder eindeH319 zal wezen; wantH3588 zijH1992 zijn een gans verkeerdH8419 geslachtH1755, kinderenH1121, in welke geenH3808 trouwH529 is. En Hij zeide: Ik zal Mijn aangezicht van hen verbergen; Ik zal zien, welk hunlieder einde zal wezen; want zij zijn een gans verkeerd geslacht, kinderen, in welke geen trouw is.

KJV And he said,1 I will hide2 my face3 from them, I will see5 what their end7 shall be: for they are a very froward10 generation,9 children12 in whom is no faith.

1 וַיֹּ֗אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אַסְתִּ֤ירָה H5641 verborgen, verbergen, verbergt be absent, keep close, conceal, hide (self), (keep) secret, [idiom] surely 3 פָנַי֙ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 4 מֵהֶ֔ם 5 אֶרְאֶ֖ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 6 מָ֣ה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 7 אַחֲרִיתָ֑ם H319 laatste, einde, nakomelingen (last, latter) end (time), hinder (utter) -most, length, posterity, remnant, residue, reward 8 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 ד֤וֹר H1755 geslacht, geslachten, Geslacht age, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity 10 תַּהְפֻּכֹת֙ H8419 verkeerdheden, verkeerd, verkeerdheid (very) froward(-ness, thing), perverse thing 11 הֵ֔מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 12 בָּנִ֖ים H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 13 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 אֵמֻ֥ן H529 trouw, getrouwigheden, recht trouwen faith(-ful), truth 15 בָּֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Zij hebben Mij tot ijver verwekt door hetgeen geen God is; zij hebben Mij tot toorn verwekt door hun ijdelheden; Ik dan zal hen tot ijver verwekken door diegenen, die geen volk zijn; door een dwaas volk zal Ik hen tot toorn verwekken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Zij hebben Mij tot ijver verwektH7065 door hetgeen geenH3808 GodH410 is; zij hebben Mij tot toorn verwektH3707 door hun ijdelhedenH1892; IkH589 dan zal hen tot ijver verwekkenH7065 door diegenen, die geenH3808 volk zijn; door een dwaasH5036 volk zal Ik hen tot toorn verwekkenH3707. Zij hebben Mij tot ijver verwekt door hetgeen geen God is; zij hebben Mij tot toorn verwekt door hun ijdelheden; Ik dan zal hen tot ijver verwekken door diegenen, die geen volk zijn; door een dwaas volk zal Ik hen tot toorn verwekken.

Ook in dit vers volkH1471 volkH5971

KJV They have moved me to jealousy2 with that which is not3 God;4 they have provoked me to anger5 with their vanities:6 and I will move them to jealousy8 with those which are not a people;10 I will provoke them to anger13 with a foolish12 nation.

1 הֵ֚ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 2 קִנְא֣וּנִי H7065 geijverd, nijdig, benijdden (be) envy(-ious), be (move to, provoke to) jealous(-y), [idiom] very, (be) zeal(-ous) 3 בְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 אֵ֔ל H410 God, Gods, god God (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.' 5 כִּעֲס֖וּנִי H3707 toorn verwekken, vertoornen, getergd be angry, be grieved, take indignation, provoke (to anger, unto wrath), have sorrow, vex, be wroth 6 בְּהַבְלֵיהֶ֑ם H1892 ijdelheid, ijdelheden, Ijdelheid [idiom] altogether, vain, vanity 7 וַאֲנִי֙ H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 8 אַקְנִיאֵ֣ם H7065 geijverd, nijdig, benijdden (be) envy(-ious), be (move to, provoke to) jealous(-y), [idiom] very, (be) zeal(-ous) 9 בְּלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 עָ֔ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 11 בְּג֥וֹי H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 12 נָבָ֖ל H5036 dwaas, dwazen, dwaze fool(-ish, -ish man, -ish woman), vile person 13 אַכְעִיסֵֽם H3707 toorn verwekken, vertoornen, getergd be angry, be grieved, take indignation, provoke (to anger, unto wrath), have sorrow, vex, be wroth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Want een vuur is aangestoken in Mijn toorn, en zal bernen tot in de onderste hel, en zal het land met zijn inkomst verteren, en de gronden der bergen in vlam zetten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 WantH3588 een vuurH784 is aangestokenH6919 in Mijn toornH639, en zal bernenH3344 totH5704 in de ondersteH8482 helH7585, en zal het landH776 met zijn inkomstH2981 verterenH398, en de grondenH4144 der bergenH2022 in vlam zettenH3857. Want een vuur is aangestoken in Mijn toorn, en zal bernen tot in de onderste hel, en zal het land met zijn inkomst verteren, en de gronden der bergen in vlam zetten.

KJV For a fire2 is kindled3 in mine anger,4 and shall burn5 unto the lowest8 hell,7 and shall consume9 the earth10 with her increase,11 and set on fire12 the foundations of the mountains.

1 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 אֵשׁ֙ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 3 קָדְחָ֣ה H6919 aangestoken, aansteekt, brandt burn, kindle 4 בְאַפִּ֔י H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 5 וַתִּיקַ֖ד H3344 brandende, branden, bernen (be) burn(-ing), [idiom] from the hearth, kindle 6 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 7 שְׁא֣וֹל H7585 hel, graf, grafs grave, hell, pit 8 תַּחְתִּ֑ית H8482 onderste, onderste plaatsen, ondersten low (parts, -er, -er parts, -est), nether (part) 9 וַתֹּ֤אכַל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 10 אֶ֨רֶץ֙ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 11 וִֽיבֻלָ֔הּ H2981 gewas, inkomst, vrucht fruit, increase 12 וַתְּלַהֵ֖ט H3857 brand, vlam zetten, aangestoken burn (up), set on fire, flaming, kindle 13 מוֹסְדֵ֥י H4146 fondamenten, gronden, grondvesten foundation 14 הָרִֽים H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Ik zal kwaden over hen hopen; Mijn pijlen zal Ik op hen verschieten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Ik zal kwadenH7451 overH5921 hen hopenH5595; Mijn pijlenH2671 zal Ik op hen verschietenH3615. Ik zal kwaden over hen hopen; Mijn pijlen zal Ik op hen verschieten.

KJV I will heap1 mischiefs3 upon them; I will spend5 mine arrows

1 אַסְפֶּ֥ה H5595 ombrengen, omkomen, omkomt add, augment, consume, destroy, heap, join, perish, put 2 עָלֵ֖ימוֹ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 רָע֑וֹת H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 4 חִצַּ֖י H2671 pijlen, pijl, moordpijl [phrase] archer, arrow, dart, shaft, staff, wound 5 אֲכַלֶּה H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste 6 בָּֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Uitgeteerd zullen zij zijn van honger, opgegeten van den karbonkel en bitter verderf; en Ik zal de tanden der beesten onder hen schikken, met vurig venijn van slangen des stofs.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 UitgeteerdH4198 zullen zij zijn van hongerH7458, opgegetenH3898 van den karbonkelH7565 en bitterH4815 verderfH6986; en Ik zal de tandenH8127 der beestenH929 onder hen schikkenH7971, metH5973 vurig venijnH2534 van slangenH2119 des stofsH6083. Uitgeteerd zullen zij zijn van honger, opgegeten van den karbonkel en bitter verderf; en Ik zal de tanden der beesten onder hen schikken, met vurig venijn van slangen des stofs.

KJV They shall be burnt1 with hunger,2 and devoured3 with burning heat,4 and with bitter6 destruction:5 I will also send9 the teeth7 of beasts8 upon them, with the poison12 of serpents13 of the dust.

1 מְזֵ֥י H4198 Uitgeteerd burnt 2 רָעָ֛ב H7458 honger, hongers, honger lijden dearth, famine, [phrase] famished, hunger 3 וּלְחֻ֥מֵי H3898 strijden, streed, streden devour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring) 4 רֶ֖שֶׁף H7565 kolen, vurige kolen, karbonkel arrow, (burning) coal, burning heat, [phrase] spark, hot thunderbolt 5 וְקֶ֣טֶב H6986 verderf destroying, destruction 6 מְרִירִ֑י H4815 bitter bitter 7 וְשֶׁן H8127 tanden, tand, elpenbenen crag, [idiom] forefront, ivory, [idiom] sharp, tooth 8 בְּהֵמוֹת֙ H929 beesten, vee, beest beast, cattle 9 אֲשַׁלַּח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 10 בָּ֔ם 11 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 12 חֲמַ֖ת H2534 grimmigheid, grimmige, vurig venijn anger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה) 13 זֹחֲלֵ֥י H2119 geschroomd, kruipende dieren, slangen be afraid, serpent, worm 14 עָפָֽר H6083 stof, stofs, aarde ashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 Van buiten zal het zwaard beroven, en uit de binnenkameren de verschrikking; ook den jongeling, ook de jonge dochter, het zuigende kind met den grijzen man.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 Van buitenH2351 zal het zwaardH2719 berovenH7921, en uit de binnenkamerenH2315 de verschrikkingH367; ookH1571 den jongelingH970, ookH1571 de jonge dochterH1330, het zuigende kindH3243 metH5973 den grijzenH7872 manH376. Van buiten zal het zwaard beroven, en uit de binnenkameren de verschrikking; ook den jongeling, ook de jonge dochter, het zuigende kind met den grijzen man.

KJV The sword3 without,1 and terror5 within,4 shall destroy2 both the young man7 and the virgin,9 the suckling10 also with the man12 of gray hairs.

1 מִחוּץ֙ H2351 buiten, straten, straat abroad, field, forth, highway, more, out(-side, -ward), street, without 2 תְּשַׁכֶּל H7921 beroofd, beroven, berooft bereave (of children), barren, cast calf (fruit, young), be (make) childless, deprive, destroy, [idiom] expect, lose children, miscarry, rob of children, spoil 3 חֶ֔רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 4 וּמֵחֲדָרִ֖ים H2315 kamer, binnenkameren, slaapkamer ((bed) inner) chamber, innermost(-ward) part, parlour, [phrase] south, [idiom] within 5 אֵימָ֑ה H367 verschrikking, schrik, verschrikkingen dread, fear, horror, idol, terrible, terror 6 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 7 בָּחוּר֙ H970 jongelingen, jongeling, Jongelingen (choice) young (man), chosen, [idiom] hole 8 גַּם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 9 בְּתוּלָ֔ה H1330 jonkvrouw, maagd, maagden maid, virgin 10 יוֹנֵ֖ק H3243 zuigen, voedster, zuigeling milch, nurse(-ing mother), (give, make to) suck(-ing child, -ling) 11 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 12 אִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 13 שֵׂיבָֽה H7872 ouderdom, grijsheid, grauwe (be) gray (grey hoar,-y) hairs (head,-ed), old age
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Ik zeide: In alle hoeken zoude Ik hen verstrooien; Ik zoude hun gedachtenis van onder de mensen doen ophouden;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 Ik zeideH559: In alle hoeken zoude Ik hen verstrooien; Ik zoude hun gedachtenisH2143 van onder de mensenH582 doen ophoudenH7673; Ik zeide: In alle hoeken zoude Ik hen verstrooien; Ik zoude hun gedachtenis van onder de mensen doen ophouden;

Ook in dit vers hoeken verstrooienH6284

KJV I said,1 I would scatter them into corners,2 I would make the remembrance5 of them to cease3 from among men:

1 אָמַ֖רְתִּי H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אַפְאֵיהֶ֑ם H6284 hoeken verstrooien scatter into corners 3 אַשְׁבִּ֥יתָה H7673 ophouden, rusten, houdt (cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away 4 מֵאֱנ֖וֹשׁ H582 mannen, lieden, mens another, [idiom] (blood-) thirsty, certain, chap(-man); divers, fellow, [idiom] in the flower of their age, husband, (certain, mortal) man, people, person, servant, some ([idiom] of them), [phrase] stranger, those, [phrase] their trade. It is often unexpressed in the English versions, especially when used in apposition with another word. Compare H376 (אִישׁ) 5 זִכְרָֽם H2143 gedachtenis, gedenknaam memorial, memory, remembrance, scent
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Ten ware, dat Ik de toornigheid des vijands schroomde, dat niet hun tegenpartijen zich vreemd mochten houden; dat zij niet mochten zeggen: Onze hand is hoog geweest; de HEERE heeft dit alles niet gewrocht.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 Ten wareH3884, dat Ik de toornigheidH3708 des vijandsH341 schroomdeH1481, dat niet hun tegenpartijenH6862 zich vreemdH5234 mochten houden; dat zij niet mochten zeggenH559: Onze handH3027 is hoogH7311 geweest; de HEEREH3068 heeft ditH2063 allesH3605 niet gewrochtH6466. Ten ware, dat Ik de toornigheid des vijands schroomde, dat niet hun tegenpartijen zich vreemd mochten houden; dat zij niet mochten zeggen: Onze hand is hoog geweest; de HEERE heeft dit alles niet gewrocht.

KJV Were it not1 that I feared4 the wrath2 of the enemy,3 lest their adversaries7 should behave themselves strangely,6 and lest they should say,9 Our hand10 is high,11 and the LORD13 hath not done

1 לוּלֵ֗י H3884 ware except, had not, if (...not), unless, were it not that 2 כַּ֤עַס H3708 verdriet, toornigheid, terging anger, angry, grief, indignation, provocation, provoking, [idiom] sore, sorrow, spite, wrath 3 אוֹיֵב֙ H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe 4 אָג֔וּר H1481 vreemdelingen, verkeren, vreemdeling verkeert abide, assemble, be afraid, dwell, fear, gather (together), inhabitant, remain, sojourn, stand in awe, (be) stranger, [idiom] surely 5 פֶּֽן H6435 opdat niet, anders (lest) (peradventure), that...not 6 יְנַכְּר֖וּ H5234 kennen, kende, kent acknowledge, [idiom] could, deliver, discern, dissemble, estrange, feign self to be another, know, take knowledge (notice), perceive, regard, (have) respect, behave (make) self strange(-ly) 7 צָרֵ֑ימוֹ H6862 wederpartijders, benauwdheid, tegenpartijders adversary, afflicted(-tion), anguish, close, distress, enemy, flint, foe, narrow, small, sorrow, strait, tribulation, trouble 8 פֶּן H6435 opdat niet, anders (lest) (peradventure), that...not 9 יֹֽאמְרוּ֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 10 יָדֵ֣ינוּ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 11 רָ֔מָה H7311 verhoogd, verhogen, offeren bring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms 12 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 פָּעַ֥ל H6466 werkers, gewrocht, werken commit, (evil-) do(-er), make(-r), ordain, work(-er) 15 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 16 זֹֽאת H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 Want zij zijn een volk, dat door raadslagen verloren gaat, en er is geen verstand in hen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 Want zij zijn een volkH1471, datH3588 door raadslagenH6098 verlorenH6 gaat, en er is geenH369 verstandH8394 in hen. Want zij zijn een volk, dat door raadslagen verloren gaat, en er is geen verstand in hen.

KJV For they are a nation2 void3 of counsel,4 neither is there any understanding

1 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 ג֛וֹי H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 3 אֹבַ֥ד H6 vergaan, verloren, omkomen break, destroy(-uction), [phrase] not escape, fail, lose, (cause to, make) perish, spend, [idiom] and surely, take, be undone, [idiom] utterly, be void of, have no way to flee 4 עֵצ֖וֹת H6098 raad, raadslag, raadslagen advice, advisement, counsel(l-(or)), purpose 5 הֵ֑מָּה H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 6 וְאֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 7 בָּהֶ֖ם 8 תְּבוּנָֽה H8394 verstand, verstandigheid, verstands discretion, reason, skilfulness, understanding, wisdom
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 O, dat zij wijs waren; zij zouden dit vernemen, zij zouden op hun einde merken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 O, dat zij wijsH2449 waren; zij zouden dit vernemenH7919, zij zouden op hun eindeH319 merkenH995. O, dat zij wijs waren; zij zouden dit vernemen, zij zouden op hun einde merken.

KJV O that1 they were wise,2 that they understood3 this, that they would consider5 their latter end!

1 ל֥וּ H3863 Och, och, lieve if (haply), peradventure, I pray thee, though, I would, would God (that) 2 חָכְמ֖וּ H2449 wijs, wijzer, ervaren [idiom] exceeding, teach wisdom, be (make self, shew self) wise, deal (never so) wisely, make wiser 3 יַשְׂכִּ֣ילוּ H7919 verstandelijk, verstandig, verstaan consider, expert, instruct, prosper, (deal) prudent(-ly), (give) skill(-ful), have good success, teach, (have, make to) understand(-ing), wisdom, (be, behave self, consider, make) wise(-ly), guide wittingly 4 זֹ֑את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 5 יָבִ֖ינוּ H995 verstaan, verstandig, verstaat attend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man) 6 לְאַחֲרִיתָֽם H319 laatste, einde, nakomelingen (last, latter) end (time), hinder (utter) -most, length, posterity, remnant, residue, reward
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Hoe zoude een enige duizend jagen, en twee tien duizend doen vluchten, ten ware, dat hunlieder Rotssteen hen verkocht, en de HEERE hen overgeleverd had?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 HoeH349 zoude een enigeH259 duizendH505 jagenH7291, en tweeH8147 tienH7233 duizendH505 doen vluchtenH5127, ten wareH3808, datH3588 hunlieder RotssteenH6697 hen verkochtH4376, en de HEEREH3068 hen overgeleverdH5462 had? Hoe zoude een enige duizend jagen, en twee tien duizend doen vluchten, ten ware, dat hunlieder Rotssteen hen verkocht, en de HEERE hen overgeleverd had?

KJV How should one3 chase2 a thousand,4 and two5 put ten7 thousand to flight,6 except9 their Rock11 had sold12 them,10 and the LORD13 had shut them up?

1 אֵיכָ֞ה H349 hoe how, what 2 יִרְדֹּ֤ף H7291 vervolgen, vervolgers, jaagde chase, put to flight, follow (after, on), hunt, (be under) persecute(-ion, -or), pursue(-r) 3 אֶחָד֙ H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 4 אֶ֔לֶף H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 5 וּשְׁנַ֖יִם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 6 יָנִ֣יסוּ H5127 vloden, vlieden, vluchtte [idiom] abate, away, be displayed, (make to) flee (away, -ing), put to flight, [idiom] hide, lift up a standard 7 רְבָבָ֑ה H7233 tien duizend, tien duizenden, tienduizenden many, million, [idiom] multiply, ten thousand 8 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 9 לֹא֙ H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 צוּרָ֣ם H6697 Rotssteen, rotssteen, rots edge, [idiom] (mighty) God (one), rock, [idiom] sharp, stone, [idiom] strength, [idiom] strong. See also H1049 (בֵּית צוּר) 12 מְכָרָ֔ם H4376 verkocht, verkopen, verkochten [idiom] at all, sell (away, -er, self) 13 וַֽיהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 הִסְגִּירָֽם H5462 gesloten, sloot, toegesloten close up, deliver (up), give over (up), inclose, [idiom] pure, repair, shut (in, self, out, up, up together), stop, [idiom] straitly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 Want hun rotssteen is niet gelijk onze Rotssteen, zelfs onze vijanden rechters zijnde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 WantH3588 hun rotssteenH6697 is nietH3808 gelijk onze RotssteenH6697, zelfs onze vijandenH341 rechtersH6414 zijnde. Want hun rotssteen is niet gelijk onze Rotssteen, zelfs onze vijanden rechters zijnde.

KJV For their rock3 is not as our Rock,4 even our enemies5 themselves being judges.

1 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 3 כְצוּרֵ֖נוּ H6697 Rotssteen, rotssteen, rots edge, [idiom] (mighty) God (one), rock, [idiom] sharp, stone, [idiom] strength, [idiom] strong. See also H1049 (בֵּית צוּר) 4 צוּרָ֑ם H6697 Rotssteen, rotssteen, rots edge, [idiom] (mighty) God (one), rock, [idiom] sharp, stone, [idiom] strength, [idiom] strong. See also H1049 (בֵּית צוּר) 5 וְאֹיְבֵ֖ינוּ H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe 6 פְּלִילִֽים H6414 rechters judge
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 Want hun wijnstok is uit den wijnstok van Sodom, en uit de velden van Gomorra; hun wijndruiven zijn vergiftige wijndruiven; zij hebben bittere bezien.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 WantH3588 hun wijnstokH1612 is uit den wijnstokH1612 van SodomH5467, en uit de veldenH7709 van GomorraH6017; hun wijndruivenH6025 zijn vergiftigeH7219 wijndruivenH6025; zij hebben bittereH4846 bezienH811. Want hun wijnstok is uit den wijnstok van Sodom, en uit de velden van Gomorra; hun wijndruiven zijn vergiftige wijndruiven; zij hebben bittere bezien.

KJV For their vine2 is of the vine4 of Sodom,3 and of the fields5 of Gomorrah:6 their grapes7 are grapes8 of gall,9 their clusters10 are bitter:

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 מִגֶּ֤פֶן H1612 wijnstok, wijnstokken, wijnstoks vine, tree 3 סְדֹם֙ H5467 Sodom Sodom 4 גַּפְנָ֔ם H1612 wijnstok, wijnstokken, wijnstoks vine, tree 5 וּמִשַּׁדְמֹ֖ת H7709 velden, brandkoren blasted, field 6 עֲמֹרָ֑ה H6017 Gomorra Gomorrah 7 עֲנָבֵ֨מוֹ֙ H6025 druiven, wijndruiven, wijn (ripe) grape, wine 8 עִנְּבֵי H6025 druiven, wijndruiven, wijn (ripe) grape, wine 9 ר֔וֹשׁ H7219 gal, galle, adderenvergift gall, hemlock, poison, venom 10 אַשְׁכְּלֹ֥ת H811 tros, trossen, bezien cluster (of grapes) 11 מְרֹרֹ֖ת H4846 bittere, gal bitter (thing), gall 12 לָֽמוֹ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 Hun wijn is vurig drakenvenijn, en een wreed adderenvergift.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 Hun wijnH3196 is vurig drakenvenijnH2534, en een wreedH393 adderenvergiftH7219. Hun wijn is vurig drakenvenijn, en een wreed adderenvergift.

KJV Their wine3 is the poison1 of dragons,2 and the cruel6 venom4 of asps.

1 חֲמַ֥ת H2534 grimmigheid, grimmige, vurig venijn anger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה) 2 תַּנִּינִ֖ם H8577 draken, draak, zeedraak dragon, sea-monster, serpent, whale 3 יֵינָ֑ם H3196 wijn, wijns, Wijn banqueting, wine, wine(-bibber) 4 וְרֹ֥אשׁ H7219 gal, galle, adderenvergift gall, hemlock, poison, venom 5 פְּתָנִ֖ים H6620 adder, adderen adder 6 אַכְזָֽר H393 wrede, koen, wreed cruel, fierce
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 Is dat niet bij Mij opgesloten, verzegeld in Mijn schatten?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 Is datH1931 nietH3808 bij Mij opgeslotenH3647, verzegeldH2856 in Mijn schattenH214? Is dat niet bij Mij opgesloten, verzegeld in Mijn schatten?

KJV Is not this laid up in store3 with me, and sealed up5 among my treasures?

1 הֲלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 ה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 3 כָּמֻ֣ס H3647 opgesloten lay up in store 4 עִמָּדִ֑י H5978 met, bij against, by, from, [phrase] me, [phrase] mine, of, [phrase] that I take, unto, upon, with(-in.) 5 חָתֻ֖ם H2856 verzegeld, verzegelde, verzegelen make an end, mark, seal (up), stop 6 בְּאוֹצְרֹתָֽי H214 schatten, schat, schatkameren armory, cellar, garner, store(-house), treasure(-house) (-y)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 Mijn is de wraak en de vergelding, ten tijde als hunlieder voet zal wankelen; want de dag huns ondergangs is nabij, en de dingen, die hun zullen gebeuren, haasten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 Mijn is de wraakH5359 en de vergeldingH8005, ten tijdeH6256 als hunlieder voetH7272 zal wankelenH4131; wantH3588 de dagH3117 huns ondergangsH343 is nabijH7138, en de dingen, die hun zullen gebeurenH6264, haastenH2363. Mijn is de wraak en de vergelding, ten tijde als hunlieder voet zal wankelen; want de dag huns ondergangs is nabij, en de dingen, die hun zullen gebeuren, haasten.

KJV To me belongeth vengeance,2 and recompence;3 their foot6 shall slide5 in due time:4 for the day9 of their calamity10 is at hand,8 and the things that shall come12 upon them make haste.

1 לִ֤י 2 נָקָם֙ H5359 wraak, wrake, enkel [phrase] avenged, quarrel, vengeance 3 וְשִׁלֵּ֔ם H8005 vergelding recompense 4 לְעֵ֖ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 5 תָּמ֣וּט H4131 wankelen, bewogen, wankele be carried, cast, be out of course, be fallen in decay, [idiom] exceedingly, fall(-ing down), be (re-) moved, be ready, shake, slide, slip 6 רַגְלָ֑ם H7272 voeten, voet, voetstappen [idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time 7 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 קָרוֹב֙ H7138 nabij, naaste, nabestaande allied, approach, at hand, [phrase] any of kin, kinsfold(-sman), (that is) near (of kin), neighbour, (that is) next, (them that come) nigh (at hand), more ready, short(-ly) 9 י֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 10 אֵידָ֔ם H343 verderf, verderfs, ongevals calamity, destruction 11 וְחָ֖שׁ H2363 haast, haasten, Haast (make) haste(-n), ready 12 עֲתִדֹ֥ת H6264 bereid, gereed, gebeuren things that shall come, ready, treasures 13 לָֽמוֹ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 Want de HEERE zal aan Zijn volk recht doen, en het zal Hem over Zijn knechten berouwen; want Hij zal zien, dat de hand is weggegaan, en de beslotene en verlatene niets is.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 Want de HEEREH3068 zal aan Zijn volkH5971 rechtH1777 doen, en het zal Hem overH5921 Zijn knechtenH5650 berouwenH5162; wantH3588 Hij zal zienH7200, datH3588 de handH3027 is weggegaanH235, en de besloteneH6113 en verlateneH5800 nietsH657 is. Want de HEERE zal aan Zijn volk recht doen, en het zal Hem over Zijn knechten berouwen; want Hij zal zien, dat de hand is weggegaan, en de beslotene en verlatene niets is.

KJV For the LORD3 shall judge2 his people,4 and repent7 himself for his servants,6 when he seeth9 that their power12 is gone,11 and there is none13 shut up,14 or left.

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 יָדִ֤ין H1777 richten, recht, gericht (come) with a straight course 3 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 עַמּ֔וֹ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 5 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 עֲבָדָ֖יו H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 7 יִתְנֶחָ֑ם H5162 troosten, berouwde, berouw comfort (self), ease (one's self), repent(-er,-ing, self) 8 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 9 יִרְאֶה֙ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 10 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 אָ֣זְלַת H235 weggegaan, omreizer, reist fail, gad about, go to and fro (but in Ezekiel 27:19 the word is rendered by many 'from Uzal,' by others 'yarn'), be gone (spent) 12 יָ֔ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 13 וְאֶ֖פֶס H657 einden, niets, niemand ankle, but (only), end, howbeit, less than nothing, nevertheless (where), no, none (beside), not (any, -withstanding), thing of nought, save(-ing), there, uttermost part, want, without (cause) 14 עָצ֥וּר H6113 opgehouden, besloten, beslotene [idiom] be able, close up, detain, fast, keep (self close, still), prevail, recover, refrain, [idiom] reign, restrain, retain, shut (up), slack, stay, stop, withhold (self) 15 וְעָזֽוּב H5800 verlaten, verlaat, verliet commit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 Dan zal Hij zeggen: Waar zijn hun goden; de rotssteen, op welken zij betrouwden?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 Dan zal Hij zeggenH559: Waar zijn hun godenH430; de rotssteenH6697, op welken zij betrouwdenH2620? Dan zal Hij zeggen: Waar zijn hun goden; de rotssteen, op welken zij betrouwden?

KJV And he shall say,1 Where are their gods,3 their rock4 in whom they trusted,

1 וְאָמַ֖ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֵ֣י H335 waar?; hoe? how, what, whence, where, whether, which (way) 3 אֱלֹהֵ֑ימוֹ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 4 צ֖וּר H6697 Rotssteen, rotssteen, rots edge, [idiom] (mighty) God (one), rock, [idiom] sharp, stone, [idiom] strength, [idiom] strong. See also H1049 (בֵּית צוּר) 5 חָסָ֥יוּ H2620 betrouwen, betrouw, toevlucht nemen have hope, make refuge, (put) trust 6 בֽוֹ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 Welker slachtofferen vet zij aten, welker drankofferen wijn zij dronken; dat zij opstaan en u helpen, dat er verberging voor u zij.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 Welker slachtofferenH2077 vetH2459 zij atenH398, welker drankofferenH5257 wijnH3196 zij dronkenH8354; dat zij opstaanH6965 en u helpenH5826, dat er verbergingH5643 voor u zij. Welker slachtofferen vet zij aten, welker drankofferen wijn zij dronken; dat zij opstaan en u helpen, dat er verberging voor u zij.

KJV Which did eat4 the fat2 of their sacrifices,3 and drank5 the wine6 of their drink offerings?7 let them rise up8 and help9 you, and be your protection.

1 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 2 חֵ֤לֶב H2459 vet, vette, smeer [idiom] best, fat(-ness), [idiom] finest, grease, marrow 3 זְבָחֵ֨ימוֹ֙ H2077 slachtoffer, dankoffer, slachtofferen offer(-ing), sacrifice 4 יֹאכֵ֔לוּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 5 יִשְׁתּ֖וּ H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 6 יֵ֣ין H3196 wijn, wijns, Wijn banqueting, wine, wine(-bibber) 7 נְסִיכָ֑ם H5257 vorsten, geweldigen, drankofferen drink offering, duke, prince(-ipal) 8 יָק֨וּמוּ֙ H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 9 וְיַעְזְרֻכֶ֔ם H5826 helpen, geholpen, helper help, succour 10 יְהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 11 עֲלֵיכֶ֖ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 סִתְרָֽה H5643 verborgene, schuilplaats, verborgen backbiting, covering, covert, [idiom] disguise(-th), hiding place, privily, protection, secret(-ly, place)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 Ziet nu, dat Ik, Ik Die ben, en geen God met Mij, Ik dood en maak levend; Ik versla en Ik heel; en er is niemand, die uit Mijn hand redt!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 ZietH7200 nuH6258, dat Ik, Ik DieH1931 ben, en geenH369 GodH430 met Mij, Ik doodH4191 en maak levendH2421; Ik verslaH4272 en IkH589 heelH7495; en er is niemandH369, die uit Mijn handH3027 redtH5337! Ziet nu, dat Ik, Ik Die ben, en geen God met Mij, Ik dood en maak levend; Ik versla en Ik heel; en er is niemand, die uit Mijn hand redt!

KJV See1 now that I, even I, am he, and there is no god8 with me: I kill,11 and I make alive;12 I wound,13 and I heal:15 neither is there any that can deliver18 out of my hand.

1 רְא֣וּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 עַתָּ֗ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 3 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 4 אֲנִ֤י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 5 אֲנִי֙ H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 6 ה֔וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 7 וְאֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 8 אֱלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 9 עִמָּדִ֑י H5978 met, bij against, by, from, [phrase] me, [phrase] mine, of, [phrase] that I take, unto, upon, with(-in.) 10 אֲנִ֧י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 11 אָמִ֣ית H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 12 וַאֲחַיֶּ֗ה H2421 leven, leefde, levend keep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole 13 מָחַ֨צְתִּי֙ H4272 verslaan, doorstak, versla dip, pierce (through), smite (through), strike through, wound 14 וַאֲנִ֣י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 15 אֶרְפָּ֔א H7495 genezen, gezond, helen cure, (cause to) heal, physician, repair, [idiom] thoroughly, make whole. See H7503 (רָפָה) 16 וְאֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 17 מִיָּדִ֖י H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 18 מַצִּֽיל H5337 redden, gered, red [idiom] at all, defend, deliver (self), escape, [idiom] without fail, part, pluck, preserve, recover, rescue, rid, save, spoil, strip, [idiom] surely, take (out)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 Want Ik zal Mijn hand naar den hemel opheffen, en Ik zal zeggen: Ik leef in eeuwigheid!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 WantH3588 Ik zal Mijn handH3027 naarH413 den hemelH8064 opheffenH5375, en Ik zal zeggenH559: Ik leefH2416 in eeuwigheidH5769! Want Ik zal Mijn hand naar den hemel opheffen, en Ik zal zeggen: Ik leef in eeuwigheid!

KJV For I lift up2 my hand5 to heaven,4 and say,6 I live7 for ever.

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 אֶשָּׂ֥א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 שָׁמַ֖יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 5 יָדִ֑י H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 6 וְאָמַ֕רְתִּי H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 חַ֥י H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 8 אָנֹכִ֖י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 9 לְעֹלָֽם H5769 eeuwigheid, eeuwige, eeuwig alway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
41 Indien Ik Mijn glinsterend zwaard wette, en Mijn hand ten gerichte grijpt, zo zal Ik wraak op Mijn tegenpartijen doen wederkeren, en Mijn hateren vergelden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

41 Indien Ik Mijn glinsterendH1300 zwaardH2719 wetteH8150, en Mijn handH3027 ten gerichteH4941 grijptH270, zo zal Ik wraakH5359 op Mijn tegenpartijenH6862 doen wederkerenH7725, en Mijn haterenH8130 vergeldenH7999. Indien Ik Mijn glinsterend zwaard wette, en Mijn hand ten gerichte grijpt, zo zal Ik wraak op Mijn tegenpartijen doen wederkeren, en Mijn hateren vergelden.

KJV If I whet2 my glittering3 sword,4 and mine hand7 take hold5 on judgment;6 I will render8 vengeance9 to mine enemies,10 and will reward12 them that hate

1 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 2 שַׁנּוֹתִי֙ H8150 scherp, scherpen, Scherpe prick, sharp(-en), teach diligently, whet 3 בְּרַ֣ק H1300 bliksemen, bliksem, bliksemende bright, glitter(-ing sword), lightning 4 חַרְבִּ֔י H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 5 וְתֹאחֵ֥ז H270 bevangen, vast, bezitters [phrase] be affrighted, bar, (catch, lay, take) hold (back), come upon, fasten, handle, portion, (get, have or take) possess(-ion) 6 בְּמִשְׁפָּ֖ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 7 יָדִ֑י H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 8 אָשִׁ֤יב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 9 נָקָם֙ H5359 wraak, wrake, enkel [phrase] avenged, quarrel, vengeance 10 לְצָרָ֔י H6862 wederpartijders, benauwdheid, tegenpartijders adversary, afflicted(-tion), anguish, close, distress, enemy, flint, foe, narrow, small, sorrow, strait, tribulation, trouble 11 וְלִמְשַׂנְאַ֖י H8130 haat, haten, haters enemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly 12 אֲשַׁלֵּֽם H7999 vergelden, wedergeven, betalen make amends, (make an) end, finish, full, give again, make good, (re-) pay (again), (make) (to) (be at) peace(-able), that is perfect, perform, (make) prosper(-ous), recompense, render, requite, make restitution, restore, reward, [idiom] surely
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
42 Ik zal Mijn pijlen dronken maken van bloed, en Mijn zwaard zal vlees eten; van het bloed des verslagenen en des gevangenen, van het hoofd af zullen er wraken des vijands zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

42 Ik zal Mijn pijlenH2671 dronkenH7937 maken van bloedH1818, en Mijn zwaardH2719 zal vleesH1320 etenH398; van het bloedH1818 des verslagenenH2491 en des gevangenenH7633, van het hoofdH7218 af zullen er wrakenH6546 des vijandsH341 zijn. Ik zal Mijn pijlen dronken maken van bloed, en Mijn zwaard zal vlees eten; van het bloed des verslagenen en des gevangenen, van het hoofd af zullen er wraken des vijands zijn.

KJV I will make mine arrows2 drunk1 with blood,3 and my sword4 shall devour5 flesh;6 and that with the blood7 of the slain8 and of the captives,9 from the beginning10 of revenges11 upon the enemy.

1 אַשְׁכִּ֤יר H7937 dronken, dronken aanstellen, dronkenen (be filled with) drink (abundantly), (be, make) drunk(-en), be merry. (Superlative of H8248 (שָׁקָה).) 2 חִצַּי֙ H2671 pijlen, pijl, moordpijl [phrase] archer, arrow, dart, shaft, staff, wound 3 מִדָּ֔ם H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 4 וְחַרְבִּ֖י H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 5 תֹּאכַ֣ל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 6 בָּשָׂ֑ר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 7 מִדַּ֤ם H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 8 חָלָל֙ H2491 verslagenen, verslagen, verslagene kill, profane, slain (man), [idiom] slew, (deadly) wounded 9 וְשִׁבְיָ֔ה H7633 gevangenen, gevangenis captives(-ity) 10 מֵרֹ֖אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 11 פַּרְע֥וֹת H6546 wraken [phrase] avenging, revenge 12 אוֹיֵֽב H341 vijanden, vijand, vijands enemy, foe
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
43 Juicht, gij heidenen, met Zijn volk! want Hij zal het bloed Zijner knechten wreken; en Hij zal de wraak op Zijn tegenpartijen doen wederkeren, en verzoenen Zijn land en Zijn volk.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

43 JuichtH7442, gij heidenenH1471, met Zijn volkH5971! wantH3588 Hij zal het bloedH1818 Zijner knechtenH5650 wrekenH5358; en Hij zal de wraakH5359 op Zijn tegenpartijenH6862 doen wederkerenH7725, en verzoenenH3722 Zijn landH127 en Zijn volkH5971. Juicht, gij heidenen, met Zijn volk! want Hij zal het bloed Zijner knechten wreken; en Hij zal de wraak op Zijn tegenpartijen doen wederkeren, en verzoenen Zijn land en Zijn volk.

KJV Rejoice,1 O ye nations,2 with his people:3 for he will avenge7 the blood5 of his servants,6 and will render9 vengeance8 to his adversaries,10 and will be merciful11 unto his land,12 and to his people.

1 הַרְנִ֤ינוּ H7442 juichen, vrolijk zingen, juicht aloud for joy, cry out, be joyful (greatly, make to) rejoice, (cause to) shout (for joy), (cause to) sing (aloud, for joy, out), triumph 2 גוֹיִם֙ H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 3 עַמּ֔וֹ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 4 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 5 דַם H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 6 עֲבָדָ֖יו H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 7 יִקּ֑וֹם H5358 wreken, gewroken, wreke avenge(-r, self), punish, revenge (self), [idiom] surely, take vengeance 8 וְנָקָם֙ H5359 wraak, wrake, enkel [phrase] avenged, quarrel, vengeance 9 יָשִׁ֣יב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 10 לְצָרָ֔יו H6862 wederpartijders, benauwdheid, tegenpartijders adversary, afflicted(-tion), anguish, close, distress, enemy, flint, foe, narrow, small, sorrow, strait, tribulation, trouble 11 וְכִפֶּ֥ר H3722 verzoening, verzoenen, verzoend appease, make (an atonement, cleanse, disannul, forgive, be merciful, pacify, pardon, purge (away), put off, (make) reconcile(-liation) 12 אַדְמָת֖וֹ H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land 13 עַמּֽוֹ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
44 En Mozes kwam, en sprak al de woorden dezes lieds voor de oren des volks, hij en Hosea, de zoon van Nun.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

44 En MozesH4872 kwamH935, en sprakH1696 alH3605 de woordenH1697 dezes liedsH7892 voor de orenH241 des volksH5971, hijH1931 en HoseaH1954, de zoonH1121 van NunH5126. En Mozes kwam, en sprak al de woorden dezes lieds voor de oren des volks, hij en Hosea, de zoon van Nun.

KJV And Moses2 came1 and spake3 all the words6 of this song7 in the ears9 of the people,10 he, and Hoshea12 the son13 of Nun.

1 וַיָּבֹ֣א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 מֹשֶׁ֗ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 3 וַיְדַבֵּ֛ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 דִּבְרֵ֥י H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 7 הַשִּׁירָֽה H7892 lied, gezang, liederen musical(-ick), [idiom] sing(-er, -ing), song 8 הַזֹּ֖את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 9 בְּאָזְנֵ֣י H241 oren, oor, Oren [phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show 10 הָעָ֑ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 11 ה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 12 וְהוֹשֵׁ֥עַ H1954 Hosea Hosea, Hoshea, Oshea 13 בִּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 14 נֽוּן H5126 Nun, Non Non, Nun
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
45 Als nu Mozes geeindigd had al die woorden tot gans Israel te spreken;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

45 Als nu MozesH4872 geeindigdH3615 had alH3605 dieH428 woordenH1697 totH413 gansH3605 IsraelH3478 te sprekenH1696; Als nu Mozes geeindigd had al die woorden tot gans Israel te spreken;

KJV And Moses2 made an end1 of speaking3 all these words6 to all Israel:

1 וַיְכַ֣ל H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste 2 מֹשֶׁ֗ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 3 לְדַבֵּ֛ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 הַדְּבָרִ֥ים H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 7 הָאֵ֖לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
46 Zo zeide hij tot hen: Zet uw hart op al de woorden, die ik heden onder ulieden betuige, dat gij ze uw kinderen gebieden zult, dat zij waarnemen te doen al de woorden dezer wet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

46 Zo zeideH559 hij totH413 hen: ZetH7760 uw hartH3824 op alH3605 de woordenH1697, dieH834 ikH595 hedenH3117 onder ulieden betuigeH5749, dat gij ze uw kinderenH1121 gebiedenH6680 zult, dat zij waarnemenH8104 te doenH6213 alH3605 de woordenH1697 dezer wetH8451. Zo zeide hij tot hen: Zet uw hart op al de woorden, die ik heden onder ulieden betuige, dat gij ze uw kinderen gebieden zult, dat zij waarnemen te doen al de woorden dezer wet.

KJV And he said1 unto them, Set3 your hearts4 unto all the words6 which I testify9 among you this day,11 which ye shall command13 your children15 to observe16 to do,17 all the words20 of this law.

1 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֲלֵהֶם֙ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 שִׂ֣ימוּ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 4 לְבַבְכֶ֔ם H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 5 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 הַדְּבָרִ֔ים H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 7 אֲשֶׁ֧ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 אָנֹכִ֛י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 9 מֵעִ֥יד H5749 betuigd, betuigen, getuigen admonish, charge, earnestly, lift up, protest, call (take) to record, relieve, rob, solemnly, stand upright, testify, give warning, (bear, call to, give, take to) witness 10 בָּכֶ֖ם 11 הַיּ֑וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 12 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 תְּצַוֻּם֙ H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 14 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 בְּנֵיכֶ֔ם H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 16 לִשְׁמֹ֣ר H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 17 לַעֲשׂ֔וֹת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 18 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 20 דִּבְרֵ֖י H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 21 הַתּוֹרָ֥ה H8451 wet, wetten, leer law 22 הַזֹּֽאת H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
47 Want dat is geen vergeefs woord voor ulieden; maar het is uw leven; en door ditzelve woord zult gij de dagen verlengen op het land, waar gij over de Jordaan naar toe gaat, om dat te erven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

47 Want dat is geenH3808 vergeefsH7386 woordH1697 voor ulieden; maarH3588 hetH1931 is uw levenH2416; en door ditzelve woordH1697 zult gij de dagenH3117 verlengenH748 opH5921 hetH1931 landH127, waar gijH859 over de JordaanH3383 naar toe gaat, om dat te ervenH3423. Want dat is geen vergeefs woord voor ulieden; maar het is uw leven; en door ditzelve woord zult gij de dagen verlengen op het land, waar gij over de Jordaan naar toe gaat, om dat te erven.

KJV For it is not a vain4 thing3 for you; because it is your life:9 and through this thing10 ye shall prolong12 your days13 in the land,15 whither ye go over18 Jordan20 to possess

1 כִּ֠י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 3 דָבָ֨ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 4 רֵ֥ק H7386 ijdele, ledig, ledige emptied(-ty), vain (fellow, man) 5 הוּא֙ H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 6 מִכֶּ֔ם H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 7 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 ה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 9 חַיֵּיכֶ֑ם H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 10 וּבַדָּבָ֣ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 11 הַזֶּ֗ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 12 תַּאֲרִ֤יכוּ H748 verlengen, verlengt, verlengd defer, draw out, lengthen, (be, become, make, pro-) long, [phrase] (out-, over-) live, tarry (long) 13 יָמִים֙ H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 14 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 הָ֣אֲדָמָ֔ה H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land 16 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 17 אַתֶּ֜ם H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 18 עֹבְרִ֧ים H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 19 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 הַיַּרְדֵּ֛ן H3383 Jordaan Jordan 21 שָׁ֖מָּה H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 22 לְרִשְׁתָּֽהּ H3423 erfelijk, erven, bezitting cast out, consume, destroy, disinherit, dispossess, drive(-ing) out, enjoy, expel, [idiom] without fail, (give to, leave for) inherit(-ance, -or) [phrase] magistrate, be (make) poor, come to poverty, (give to, make to) possess, get (have) in (take) possession, seize upon, succeed, [idiom] utterly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
48 Daarna sprak de HEERE tot Mozes, op dienzelfden dag, zeggende:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

48 Daarna sprakH1696 de HEEREH3068 totH413 MozesH4872, op dienzelfden dagH3117, zeggendeH559: Daarna sprak de HEERE tot Mozes, op dienzelfden dag, zeggende:

KJV And the LORD2 spake1 unto Moses4 that selfsame5 day,6 saying,

1 וַיְדַבֵּ֤ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 2 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 מֹשֶׁ֔ה H4872 Mozes, Mozes', mozes Moses 5 בְּעֶ֛צֶם H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very 6 הַיּ֥וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 7 הַזֶּ֖ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 8 לֵאמֹֽר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
49 Klim op den berg Abarim (deze is de berg Nebo, die in het land van Moab is, die tegenover Jericho is), en zie het land Kanaan, dat Ik den kinderen Israels tot een bezitting geven zal;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

49 KlimH5927 opH5921 den bergH2022 AbarimH5682 (dezeH2088 is de berg NeboH5015, die in het landH776 van MoabH4124 is, die tegenoverH6440 JerichoH3405 is), en zieH7200 het land KanaanH3667, dat IkH589 den kinderenH1121 IsraelsH3478 totH413 een bezittingH272 gevenH5414 zal; Klim op den berg Abarim (deze is de berg Nebo, die in het land van Moab is, die tegenover Jericho is), en zie het land Kanaan, dat Ik den kinderen Israels tot een bezitting geven zal;

KJV Get thee up1 into this mountain3 Abarim,4 unto mount6 Nebo,7 which is in the land9 of Moab,10 that is over against13 Jericho;14 and behold15 the land17 of Canaan,18 which I give21 unto the children22 of Israel23 for a possession:

1 עֲלֵ֡ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 2 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 הַר֩ H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 4 הָעֲבָרִ֨ים H5682 Abarim Abarim, passages 5 הַזֶּ֜ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 6 הַר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 7 נְב֗וֹ H5015 Nebo Nebo 8 אֲשֶׁר֙ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 בְּאֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 10 מוֹאָ֔ב H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab 11 אֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 פְּנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 14 יְרֵח֑וֹ H3405 Jericho Jericho 15 וּרְאֵה֙ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 16 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 אֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 18 כְּנַ֔עַן H3667 Kanaan, koophandel, Kanaanieten Canaan, merchant, traffick 19 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 20 אֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 21 נֹתֵ֛ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 22 לִבְנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 23 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 24 לַאֲחֻזָּֽה H272 bezitting, erfbegrafenis, erfenis possession
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
50 En sterf op dien berg, waarheen gij opklimmen zult, en word vergaderd tot uw volken; gelijk als uw broeder Aaron stierf op den berg Hor, en werd tot zijn volken vergaderd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

50 En sterfH4191 op dienH834 bergH2022, waarheen gijH859 opklimmenH5927 zult, en word vergaderdH622 totH413 uw volkenH5971; gelijk als uw broederH251 AaronH175 stierfH4191 op den bergH2022 HorH2023, en werd totH413 zijn volkenH5971 vergaderdH622. En sterf op dien berg, waarheen gij opklimmen zult, en word vergaderd tot uw volken; gelijk als uw broeder Aaron stierf op den berg Hor, en werd tot zijn volken vergaderd.

KJV And die1 in the mount2 whither thou goest up,5 and be gathered7 unto thy people;9 as Aaron12 thy brother13 died11 in mount15 Hor,14 and was gathered16 unto his people:

1 וּמֻ֗ת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 2 בָּהָר֙ H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 3 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 אַתָּה֙ H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 5 עֹלֶ֣ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 6 שָׁ֔מָּה H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 7 וְהֵאָסֵ֖ף H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 עַמֶּ֑יךָ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 10 כַּֽאֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 מֵ֞ת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 12 אַהֲרֹ֤ן H175 Aaron, Aarons, Aaronieten Aaron 13 אָחִ֨יךָ֙ H251 broederen, broeder, broeders another, brother(-ly); kindred, like, other. Compare also the proper names beginning with 'Ah-' or 'Ahi-' 14 בְּהֹ֣ר H2023 Hor Hor 15 הָהָ֔ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 16 וַיֵּאָ֖סֶף H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 17 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 18 עַמָּֽיו H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
51 Omdat gijlieden u tegen Mij vergrepen hebt, in het midden der kinderen Israels, aan het twistwater te Kades, in de woestijn Zin; omdat gij Mij niet geheiligd hebt in het midden der kinderen Israels.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

51 Omdat gijlieden u tegenH5921 Mij vergrepenH4603 hebt, in het middenH8432 der kinderenH1121 IsraelsH3478, aanH5921 het twistwaterH4325 te KadesH6946, in de woestijnH4057 ZinH6790; omdat gij Mij nietH3808 geheiligdH6942 hebt in het middenH8432 der kinderenH1121 IsraelsH3478. Omdat gijlieden u tegen Mij vergrepen hebt, in het midden der kinderen Israels, aan het twistwater te Kades, in de woestijn Zin; omdat gij Mij niet geheiligd hebt in het midden der kinderen Israels.

KJV Because ye trespassed3 against me among5 the children6 of Israel7 at the waters8 of Meribah-Kadesh,9 in the wilderness11 of Zin;12 because ye sanctified16 me not in the midst18 of the children19 of Israel.

1 עַל֩ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 מְעַלְתֶּ֜ם H4603 overtreden, begaan, overtrad transgress, (commit, do a) trespass(-ing) 4 בִּ֗י 5 בְּתוֹךְ֙ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 6 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 8 בְּמֵֽי H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 9 מְרִיבַ֥ת H4808 twisting, Meriba provocation, strife 10 קָדֵ֖שׁ H6946 Kades Kadesh. Compare H6947 (קָדֵשׁ בַּרְנֵעַ) 11 מִדְבַּר H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 12 צִ֑ן H6790 Zin Zin 13 עַ֣ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 14 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 15 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 16 קִדַּשְׁתֶּם֙ H6942 geheiligd, heiligen, heiligt appoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly 17 אוֹתִ֔י H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 18 בְּת֖וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 19 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 20 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
52 Want van tegenover zult gij dat land zien, maar daarheen niet inkomen, in het land, dat Ik den kinderen Israels geven zal.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

52 Want van tegenoverH5048 zult gij dat landH776 zienH7200, maarH3588 daarheen nietH3808 inkomenH935, in het landH776, dat IkH589 den kinderenH1121 IsraelsH3478 gevenH5414 zal. Want van tegenover zult gij dat land zien, maar daarheen niet inkomen, in het land, dat Ik den kinderen Israels geven zal.

KJV Yet thou shalt see3 the land5 before thee; but thou shalt not go8 thither unto the land10 which I give13 the children14 of Israel.

1 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 מִנֶּ֖גֶד H5048 tegenover, tegenwoordigheid about, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view 3 תִּרְאֶ֣ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 הָאָ֑רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 6 וְשָׁ֨מָּה֙ H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 7 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 תָב֔וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 9 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 הָאָ֕רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 11 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 אֲנִ֥י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 13 נֹתֵ֖ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 14 לִבְנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 15 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Deuteronomium 32:1 Deuteronomium 4:26 Jesaja 1:2 Psalmen 50:4 Deuteronomium 30:19 Jeremia 6:19 Deuteronomium 31:28 Jeremia 22:29 Jeremia 2:12
Deuteronomium 32:2 Jesaja 55:10 Psalmen 72:6 Job 29:22 Micha 5:7 Hosea 6:4 2 Samuël 23:4 Zacharia 10:1 Hosea 14:5
Deuteronomium 32:3 Jeremia 10:6 Deuteronomium 3:24 Jeremia 23:6 Psalmen 150:2 Deuteronomium 5:24 1 Kronieken 29:11 Psalmen 105:1 Johannes 17:26
Deuteronomium 32:4 Psalmen 18:30 Psalmen 92:15 Deuteronomium 32:18 Daniël 4:37 Genesis 18:25 Deuteronomium 32:15 Deuteronomium 32:30 Job 34:10
Deuteronomium 32:5 Jesaja 1:4 Mattheüs 17:17 Deuteronomium 31:29 Filippenzen 2:15 Lukas 9:41 Deuteronomium 4:16 Hosea 9:9 Richteren 2:19
Deuteronomium 32:6 Jesaja 63:16 Psalmen 74:2 Jesaja 44:2 1 Johannes 3:1 Jesaja 64:8 Galaten 3:26 Deuteronomium 1:31 Handelingen 20:28
Deuteronomium 32:7 Psalmen 44:1 Psalmen 78:3 Jesaja 63:11 Psalmen 77:5 Psalmen 119:52 Exodus 13:14 Job 8:8 Deuteronomium 4:32
Deuteronomium 32:8 Handelingen 17:26 Genesis 11:8 Genesis 10:25 Psalmen 50:14 Psalmen 82:6 Psalmen 7:17 Daniël 5:18 Jesaja 14:14
Deuteronomium 32:9 Jeremia 10:16 Exodus 19:5 Jeremia 51:19 1 Samuël 10:1 1 Petrus 2:9 Psalmen 78:71 Efeze 1:18 1 Koningen 8:51
Deuteronomium 32:10 Zacharia 2:8 Psalmen 17:8 Spreuken 7:2 Jeremia 2:6 Hosea 13:5 Psalmen 32:7 Hooglied 8:5 Nehemia 9:19
Deuteronomium 32:11 Exodus 19:4 Jesaja 31:5 Jesaja 40:31 Jesaja 46:4 Jesaja 63:9 Hebreeën 11:3 Openbaring 12:4
Deuteronomium 32:12 Psalmen 78:52 Nehemia 9:12 Jesaja 44:7 Psalmen 80:1 Deuteronomium 1:31 Jesaja 46:4 Deuteronomium 32:39 Psalmen 78:14
Deuteronomium 32:13 Job 29:6 Jesaja 58:14 Psalmen 81:16 Ezechiël 36:2 Deuteronomium 33:26 Deuteronomium 33:29 Ezechiël 21:17 Jesaja 48:21
Deuteronomium 32:14 Genesis 49:11 Psalmen 81:16 Psalmen 147:14 Mattheüs 26:28 2 Samuël 17:29 Richteren 5:25 Job 20:17 Jesaja 7:15
Deuteronomium 32:15 Deuteronomium 31:20 Psalmen 89:26 Deuteronomium 32:4 Hosea 13:6 1 Samuël 2:29 Jesaja 44:2 2 Samuël 22:47 Psalmen 95:1
Deuteronomium 32:16 1 Korinthe 10:22 Psalmen 78:58 Deuteronomium 5:9 Nahum 1:1 2 Koningen 23:13 Leviticus 18:27 1 Koningen 14:22 Deuteronomium 7:25
Deuteronomium 32:17 Richteren 5:8 Deuteronomium 28:64 Leviticus 17:7 Openbaring 9:20 1 Timotheüs 4:1 1 Korinthe 10:19 Psalmen 106:37 Jesaja 44:8
Deuteronomium 32:18 Jesaja 17:10 Hosea 8:14 Jeremia 2:32 Psalmen 106:21 Deuteronomium 32:4 Psalmen 44:20 Deuteronomium 8:19 Deuteronomium 6:12
Deuteronomium 32:19 Psalmen 106:40 Richteren 2:14 Jesaja 1:2 Openbaring 3:16 Jeremia 11:15 Jeremia 44:21 Psalmen 5:4 Klaagliederen 2:6
Deuteronomium 32:20 Deuteronomium 32:5 Markus 9:19 Deuteronomium 31:29 Hosea 9:12 Job 34:29 Job 13:24 Mattheüs 11:16 Jeremia 18:17
Deuteronomium 32:21 Romeinen 10:19 1 Koningen 16:26 1 Koningen 16:13 Hosea 1:10 Psalmen 31:6 Jona 2:8 Psalmen 78:58 Deuteronomium 32:16
Deuteronomium 32:22 Klaagliederen 4:11 Jeremia 15:14 Jeremia 17:4 Numeri 16:35 Micha 1:4 Psalmen 86:13 Sefanja 3:8 Jesaja 24:19
Deuteronomium 32:23 Ezechiël 5:16 Psalmen 7:12 Klaagliederen 3:13 Deuteronomium 28:15 Jeremia 15:2 Leviticus 26:24 Leviticus 26:18 Jesaja 24:17
Deuteronomium 32:24 Leviticus 26:22 Ezechiël 5:17 Deuteronomium 28:53 Deuteronomium 28:22 Psalmen 91:6 Amos 5:18 Jeremia 14:18 Klaagliederen 4:4
Deuteronomium 32:25 Ezechiël 7:15 Klaagliederen 1:20 Klaagliederen 2:19 Klaagliederen 4:4 2 Korinthe 7:5 Jesaja 30:16 Jeremia 9:21 2 Kronieken 36:17
Deuteronomium 32:26 Deuteronomium 28:64 Jesaja 63:16 Deuteronomium 4:27 Deuteronomium 28:37 Lukas 21:24 Leviticus 26:38 Leviticus 26:33 Psalmen 34:16
Deuteronomium 32:27 Psalmen 140:8 Ezechiël 20:20 Daniël 4:30 Jozua 7:9 Jesaja 37:35 Jesaja 10:8 Jesaja 37:12 Ezechiël 20:13
Deuteronomium 32:28 Jeremia 4:22 Deuteronomium 32:6 Jesaja 27:11 Mattheüs 13:14 Psalmen 81:12 1 Korinthe 3:19 Job 28:28 Hosea 4:6
Deuteronomium 32:29 Deuteronomium 5:29 Psalmen 81:13 Klaagliederen 1:9 Jesaja 47:7 Psalmen 107:15 Hosea 14:9 Psalmen 107:43 Lukas 16:19
Deuteronomium 32:30 Leviticus 26:8 Jozua 23:10 Psalmen 44:12 Richteren 2:14 Jesaja 30:17 2 Kronieken 24:24 Richteren 3:8 Job 11:10
Deuteronomium 32:31 Exodus 14:25 1 Samuël 2:2 1 Samuël 4:8 Numeri 23:23 Daniël 6:26 Daniël 3:29 Daniël 2:47 Ezra 1:3
Deuteronomium 32:32 Deuteronomium 29:18 Jesaja 1:10 Ezechiël 16:45 Jeremia 2:21 Mattheüs 11:24 Klaagliederen 4:6 Jesaja 5:4 Hebreeën 12:15
Deuteronomium 32:33 Psalmen 58:4 Psalmen 140:3 Romeinen 3:13 Job 20:14 Jeremia 8:14
Deuteronomium 32:34 Job 14:17 Hosea 13:12 Jeremia 2:22 Romeinen 2:5 1 Korinthe 4:5 Openbaring 20:12
Deuteronomium 32:35 Romeinen 12:19 2 Petrus 2:3 Hebreeën 10:30 2 Petrus 3:8 Nahum 1:2 Nahum 1:6 Jesaja 8:15 Jesaja 30:12
Deuteronomium 32:36 Psalmen 135:14 Psalmen 90:13 Richteren 2:18 1 Koningen 14:10 1 Koningen 21:21 Joël 2:14 2 Koningen 14:26 2 Koningen 9:8
Deuteronomium 32:37 Richteren 10:14 Jeremia 2:28 2 Koningen 3:13
Deuteronomium 32:38 Leviticus 21:21 Richteren 10:14 Psalmen 50:13 Hosea 2:8 Sefanja 2:11 Ezechiël 16:18
Deuteronomium 32:39 Hosea 6:1 1 Samuël 2:6 Jesaja 45:22 Job 5:18 Jesaja 45:5 Jesaja 41:4 2 Koningen 5:7 Psalmen 68:20
Deuteronomium 32:40 Genesis 14:22 Hebreeën 6:17 Exodus 6:8 Numeri 14:28 Openbaring 10:5 Jeremia 4:2
Deuteronomium 32:41 Jesaja 66:16 Psalmen 7:12 Jesaja 27:1 Jesaja 34:5 Ezechiël 21:20 Jeremia 50:29 Sefanja 2:12 Jesaja 59:18
Deuteronomium 32:42 Deuteronomium 32:23 Jeremia 46:10 Jeremia 16:10 Psalmen 68:23 Ezechiël 38:21 Ezechiël 35:6 Klaagliederen 2:5 Jeremia 46:14
Deuteronomium 32:43 Openbaring 19:2 Psalmen 85:1 Openbaring 6:10 Lukas 19:27 Job 13:24 2 Koningen 9:7 Deuteronomium 32:35 Romeinen 12:19
Deuteronomium 32:44 Numeri 13:16 Numeri 13:8 Deuteronomium 31:30 Deuteronomium 31:22
Deuteronomium 32:46 Ezechiël 40:4 1 Kronieken 22:19 Deuteronomium 11:18 Spreuken 3:1 Lukas 9:44 Hebreeën 2:1 Deuteronomium 6:6 Deuteronomium 4:9
Deuteronomium 32:47 Leviticus 18:5 Spreuken 4:22 Spreuken 3:1 1 Petrus 3:10 Spreuken 3:22 Openbaring 22:14 Mattheüs 6:33 1 Timotheüs 6:6
Deuteronomium 32:48 Numeri 27:12
Deuteronomium 32:49 Numeri 27:12 Deuteronomium 34:1 2 Korinthe 5:1 Jesaja 33:17 Numeri 33:47
Deuteronomium 32:50 Genesis 25:8 Numeri 33:38 Genesis 25:17 Daniël 12:13 Genesis 49:33 Numeri 20:24 Genesis 15:15
Deuteronomium 32:51 Numeri 27:14 1 Petrus 4:17 Deuteronomium 3:23 Numeri 20:24 1 Koningen 13:21 Leviticus 10:3 Numeri 20:11 Jesaja 8:13
Deuteronomium 32:52 Deuteronomium 34:1 Numeri 27:12 Deuteronomium 32:49 Hebreeën 11:39 Deuteronomium 3:27 Hebreeën 11:13 Deuteronomium 1:37
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Deuteronomium 32 vers 1

gij hemel, Zulk een aanspraak der onvernuftige schepselen diende tot Israëls overtuiging en beschaming. Vergelijk boven, Deut. 4:26.

Hertaald: gij hemel, Zo'n aanspraak tot de redeloze schepselen diende tot overtuiging en beschaming van Israël. Vergelijk hierboven, Deut. 4:26.

de aarde hore de redenen Of, gij aarde, hoor.

Hertaald: de aarde hore de redenen Of: aarde, hoor de redenen van mijn mond.

Deuteronomium 32 vers 2

druipe als een regen, Of, zal druipen; dat is, ik zal een leer voorstellen, die zo dienstig en heilzaam zal zijn voor de mensen als de dauw en regen is voor het kruid. Vergelijk Ezech. 21:2; Am. 7:16; Mi. 2:6, enz.

Hertaald: druipe als een regen, Of: zal druipen; dat is: ik zal een leer voorstellen die voor de mensen even heilzaam en dienstig zal zijn als de dauw en de regen voor het kruid. Vergelijk Ezech. 21:2; Am. 7:16; Micha 2:6, enzovoort.

druppelen op het kruid Of, een dichte regen.

Hertaald: druppelen op het kruid Of: een dichte regen.

Deuteronomium 32 vers 3

uitroepen; Hebreeuws, roepen; dat is openbaarlijk verkondigen. Anders, aanroepen

Hertaald: uitroepen; Hebreeuws: roepen; dat is: openlijk verkondigen. Anders: aanroepen.

geeft onzen God grootheid Dat is, schrijft hem toe de majesteit en grootmogendheid, die Hij heeft, en roemt hem vanwege dezelve. Zie boven, Deut. 9:26, en Deut. 11:2.

Hertaald: geeft onzen God grootheid Dat is: schrijf Hem de majesteit en grote mogendheid toe die Hij heeft, en roem Hem daarom. Zie hierboven, Deut. 9:26, en Deut. 11:2.

Deuteronomium 32 vers 4

Rotssteen, Dat is, vast en onbewegelijk, een gewisse toevlucht en bescherming voor de zijnen. Alzo onder, vs.31.

Hertaald: Rotssteen, Dat is: vast en onbeweeglijk, een zekere toevlucht en bescherming voor de Zijnen. Zo ook hieronder, vers 31.

Zijn wegen zijn gerichte Al zijn doen, zijn ganse regering, is vergezelschapt met gerechtigheid, strekkende tot behoudenis der vromen en straf der bozen.

Hertaald: Zijn wegen zijn gerichte Al Zijn doen, heel Zijn regering gaat gepaard met gerechtigheid, en strekt tot behoud van de vromen en tot straf van de bozen.

Deuteronomium 32 vers 5

Hij heeft het tegen Namelijk, Israël.

Hertaald: Hij heeft het tegen Namelijk: Israël.

Hem verdorven; Namelijk, den HEERE.

Hertaald: Hem verdorven; Namelijk: de HEERE.

Zijn kinderen niet; Te weten, die het alzo verdorven en zo schandelijk gemaakt hebben. Anders, hun gebrek is niet zijner kinderen; dat is, betaamt dengenen niet, die zijn kinderen genaamd worden, dewijl het niet uit zwakheid, maar uit moedwil en een onboetvaardig hart voortkomt.

Hertaald: Zijn kinderen niet; Namelijk: zij die het zo verdorven en zo schandelijk gemaakt hebben. Anders: hun gebrek is niet dat van Zijn kinderen; dat is: het past niet bij hen die Zijn kinderen genoemd worden, omdat het niet uit zwakheid maar uit moedwil en uit een onboetvaardig hart voortkomt.

Deuteronomium 32 vers 6

verkregen, Of, gekocht.

Hertaald: verkregen, Of: gekocht.

Deuteronomium 32 vers 7

van ouds; Hebreeuws, der eeuw, of, eeuwigheid; dat is, gedenk aan alles, dat van het begin der wereld in Gods kerk gebeurd is. Zie Jer. 2:20.

Hertaald: van ouds; Hebreeuws: van de eeuw, of: van de eeuwigheid; dat is: denk aan alles wat sinds het begin van de wereld in Gods kerk gebeurd is. Zie Jer. 2:20.

van elk geslacht; Hebreeuws, van geslacht en geslacht; dat is, van alle geslachten, of elk geslacht. Zie 1 Kon. 8:39.

Hertaald: van elk geslacht; Hebreeuws: van geslacht en geslacht; dat is: van alle geslachten, of van elk geslacht. Zie 1 Kon. 8:39.

Deuteronomium 32 vers 8

Adams kinderen vaneen scheidde, Anders, des mensen kinderen

Hertaald: Adams kinderen vaneen scheidde, Anders: de kinderen van de mens.

naar het getal der kinderen Israëls Alzo, te weten, dat Hij alle stammen en nakomelingen van Israël hun woningen en bezittingen heeft verordineerd en toegelegd. Vergelijk boven, Deut. 3:12-13, enz., Joz. 13:14-15, enz.; Hand. 17:26. De zin is, dat God in zijn raad en regering zijn oog bijzonderlijk op zijn volk heeft gehad.

Hertaald: naar het getal der kinderen Israëls Zo namelijk, dat Hij aan alle stammen en nakomelingen van Israël hun woonplaatsen en bezittingen heeft aangewezen en toegewezen. Vergelijk hierboven, Deut. 3:12-13, enzovoort; Joz. 13:14-15, enzovoort; Hand. 17:26. De bedoeling is dat God in Zijn raad en regering Zijn oog in het bijzonder op Zijn volk gericht heeft.

Deuteronomium 32 vers 9

des HEEREN deel is Zijn volk, Dat is, den HEERE zeer lief, gelijk den mensen hun erfdeel placht te zijn.

Hertaald: des HEEREN deel is Zijn volk, Dat is: de HEERE zeer lief, zoals mensen hun erfdeel plachten te zijn.

Jakob is het snoer Zijner erve Dat is, het volk Israëls, van Jakob afkomstig, is God zo na en waard, gelijk mensen hun erfdeel, dat men met snoeren placht af te meten en uit te delen. Zie boven, Deut. 3:4.

Hertaald: Jakob is het snoer Zijner erve Dat is: het volk Israël, dat van Jakob afstamt, is God even na en waard als mensen hun erfdeel, dat men met meetsnoeren placht af te meten en uit te delen. Zie hierboven, Deut. 3:4.

Deuteronomium 32 vers 10

in een woeste huilende wildernis; Hebreeuws, in een woestheid van het huilen der eenzaamheid, of, wildernis

Hertaald: in een woeste huilende wildernis; Hebreeuws: in een woestheid van het huilen van de eenzaamheid, of: van de wildernis.

Zijn oogappel Gelijk mensen hun oogappel, die zeer teder is, naarstiglijk plegen te bewaren. Zie Ps. 17:8; Zach. 2:8. Vergelijk Spr. 7:2.

Hertaald: Zijn oogappel Zoals mensen hun oogappel, die zeer teer is, zorgvuldig plegen te bewaren. Zie Ps. 17:8; Zach. 2:8. Vergelijk Spr. 7:2.

Deuteronomium 32 vers 11

zijn nest opwekt, Dat is, zijn nestkiekens of jongskens met enig geluid wakker maakt, om hun te verstaan te geven dat hij hen aan het vliegen wil brengen.

Hertaald: zijn nest opwekt, Dat is: zijn jongen met enig geluid wakker maakt, om hun te kennen te geven dat hij ze aan het vliegen wil brengen.

neemt en ze draagt op zijn vlerken; Hebreeuws, neemt het en draagt het; te weten, elk jongsken.

Hertaald: neemt en ze draagt op zijn vlerken; Hebreeuws: neemt het en draagt het, namelijk elk jong.

Deuteronomium 32 vers 12

hem de HEERE alleen, Israël, of Jakob.

Hertaald: hem de HEERE alleen, Israël, of Jakob.

Deuteronomium 32 vers 13

hoogten der aarde, Dat is, Hij verhoogde hem zeer heerlijk en gaf hem de hoogste en vastste steden in. Zie boven, Deut. 1:28. Vergelijk met Deut. 2:36, en Num. 21:25, Num. 21:32. Alzo onder, Deut. 33:29.

Hertaald: hoogten der aarde, Dat is: Hij verhoogde hem zeer heerlijk en gaf hem de hoogste en sterkste steden in bezit. Zie hierboven, Deut. 1:28. Vergelijk met Deut. 2:36, en Num. 21:25, Num. 21:32. Zo ook hieronder, Deut. 33:29.

honig zuigen uit de steenrots, Want het beloofde land vloeide van honig, Ex. 3:8, Ex. 3:17, ook in bossen, 1Sa 14, en holen van steenklippen, naar den aard der bijen, Ps. 81:17.

Hertaald: honig zuigen uit de steenrots, Want het beloofde land vloeide van honing, Ex. 3:8, Ex. 3:17, ook in bossen, 1 Sam. 14, en in holen van steenklippen, naar de aard van de bijen, Ps. 81:17.

kei der rots; Vergelijk boven, Deut. 8:15.

Hertaald: kei der rots; Vergelijk hierboven, Deut. 8:15.

Deuteronomium 32 vers 14

in Bazan weiden, Hebreeuws, kinderen van Basan. Zie Num. 32:33-34, en elders dikwijls, waar Basan [gelegen aan de oostzijde van de Jordaan] verklaard wordt geweest te zijn een zeer vette landouw.

Hertaald: in Bazan weiden, Hebreeuws: kinderen van Bazan. Zie Num. 32:33-34, en elders vaker, waar Bazan — gelegen aan de oostzijde van de Jordaan — beschreven wordt als een zeer vruchtbare landstreek.

nieren van tarwe; Dat is, met zonderling dikke en gezwollen tarwekorreltjes, die ten aanzien van hun gedaante, gelegenheid in het vette en zwelling met de nieren vergeleken worden.

Hertaald: nieren van tarwe; Dat is: met bijzonder dikke en gezwollen tarwekorrels, die vanwege hun vorm, hun ligging in het vet en hun zwelling met de nieren vergeleken worden.

reinen wijn, Of, rode wijnen.

Hertaald: reinen wijn, Of: rode wijnen.

Deuteronomium 32 vers 15

Jeschurun vet werd, Versta, het volk Israëls, dat hier Jeschurun genoemd wordt, omdat zij recht behoorden te zijn, en oprecht of rechtuit in Gods wegen te wandelen, als daartoe van hem geroepen zijnde, en dewijl bij hen alleen was de regel van ware gerechtigheid, maar daar het verre daarvan geweest was en in het toekomende zou zijn, wordt hier deze titel, de rechte, of, die recht geworden is, hun verwijtswijze gegeven, die anderszins een treffelijke eretitel was; gelijk onder, Deut. 33:5, Deut. 33:26.

Hertaald: Jeschurun vet werd, Versta: het volk Israël, dat hier Jeschurun genoemd wordt omdat zij recht behoorden te zijn en oprecht, rechtuit in Gods wegen behoorden te wandelen, daar zij daartoe door Hem geroepen waren en bij hen alleen de regel van de ware gerechtigheid was. Maar omdat het daar ver vandaan geweest was en in de toekomst zou zijn, wordt deze titel — de rechte, of: die recht geworden is — hun hier bij wijze van verwijt gegeven, terwijl het anders een voortreffelijke eretitel is; zo ook hieronder, Deut. 33:5, Deut. 33:26.

sloeg hij achteruit Gelijk dartele kalven of moedwillige paarden; dat is, hij werd rebel tegen God.

Hertaald: sloeg hij achteruit Zoals dartele kalveren of moedwillige paarden; dat is: hij kwam in opstand tegen God.

Die hem gemaakt heeft, Hebreeuws, zijn Maker; zie Job 4:17.

Hertaald: Die hem gemaakt heeft, Hebreeuws: zijn Maker; zie Job 4:17.

Deuteronomium 32 vers 16

ijver verwekt Zie boven, Deut. 4:24.

Hertaald: ijver verwekt Zie hierboven, Deut. 4:24.

Deuteronomium 32 vers 17

duivelen geofferd, Dat is, den afgoden, door welken de duivelen gediend worden. Vergelijk 1 Kor. 10:20. Het Hebreeuwse woord betekent verwoesters, zoals de duivelen met recht genoemd worden, gelijk de engel des afgronds de verderver genoemd wordt; Openb. 9:11.

Hertaald: duivelen geofferd, Dat is: aan de afgoden, door wie de duivelen gediend worden. Vergelijk 1 Kor. 10:20. Het Hebreeuwse woord betekent verwoesters, zoals de duivelen terecht genoemd worden, net als de engel van de afgrond de verderver genoemd wordt; Openb. 9:11.

van nabij gekomen waren, Dat is, nieuwelijks, of onlangs opgekomen waren.

Hertaald: van nabij gekomen waren, Dat is: pas kort geleden opgekomen waren.

Deuteronomium 32 vers 18

gegenereerd heeft, Dat is, God, die als vader en moeder over u is, hebbende u tot zijn kinderen gemaakt, en met vaderlijke en moederlijke genegenheid behandeld.

Hertaald: gegenereerd heeft, Dat is: God, Die als vader en moeder over u is, Die u tot Zijn kinderen gemaakt heeft en u met vaderlijke en moederlijke genegenheid behandeld heeft.

Deuteronomium 32 vers 19

toornigheid Hebreeuws, toorn zijner zonen en zijner dochteren; dat is, waarmede Hij tegen hen vertoornd was. Vergelijk Jer. 7:29; Joël 3:19; Ob. 1:10, enz. Anders, die zijn zonen en zijn dochters verwekt hadden.

Hertaald: toornigheid Hebreeuws: toorn van Zijn zonen en Zijn dochters; dat is: waarmee Hij tegen hen vertoornd was. Vergelijk Jer. 7:29; Joël 3:19; Obadja 1:10, enzovoort. Anders: die Zijn zonen en Zijn dochters opgewekt hadden.

Deuteronomium 32 vers 20

aangezicht van hen verbergen; Zie boven, Deut. 31:17.

Hertaald: aangezicht van hen verbergen; Zie hierboven, Deut. 31:17.

einde zal wezen; Hebreeuws, laatste, uiterste, achterste; alzo onder, vs.29. Dat is, wat hem ten laatste wedervaren zal, hoe hun dit bekomen zal. Vergelijk Ps. 37:37; Spr. 14:12, en Spr. 16:25, met de aantekeningen.

Hertaald: einde zal wezen; Hebreeuws: laatste, uiterste, achterste; zo ook hieronder, vers 29. Dat is: wat hem ten slotte overkomen zal, hoe dit hun bekomen zal. Vergelijk Ps. 37:37; Spr. 14:12, en Spr. 16:25, met de aantekeningen.

gans verkeerd geslacht, Hebreeuws, geslacht der verkeerdheden

Hertaald: gans verkeerd geslacht, Hebreeuws: geslacht van de verkeerdheden.

trouw is Dat is, die geen geloof noch woord houden, die ontrouw en meinedig zijn.

Hertaald: trouw is Dat is: die geen geloof en geen woord houden, die ontrouw en meinedig zijn.

Deuteronomium 32 vers 21

door hetgeen geen God is; Dat is, door de afgoden. Zie 1 Kor. 8:4-5, en 1 Kor. 10:19.

Hertaald: door hetgeen geen God is; Dat is: door de afgoden. Zie 1 Kor. 8:4-5, en 1 Kor. 10:19.

geen volk zijn; Versta, de heidenen, die God zou bekeren en roepen tot zijn kennis en gemeenschap, inplaats van de Joden. Zie Rom. 9:25, en Rom. 10:19, enz.

Hertaald: geen volk zijn; Versta: de heidenen, die God zou bekeren en roepen tot Zijn kennis en gemeenschap, in plaats van de Joden. Zie Rom. 9:25, en Rom. 10:19, enzovoort.

Deuteronomium 32 vers 22

vuur is aangestoken in Mijn toorn, Dat is, gruwelijke plagen van verwoesting, krijg, honger, pestilentie, enz., gelijk volgt. Vergelijk boven, Deut. 4:24. Zie Job 22:20.

Hertaald: vuur is aangestoken in Mijn toorn, Dat is: gruwelijke plagen van verwoesting, oorlog, honger, pest, enzovoort, zoals hierna volgt. Vergelijk hierboven, Deut. 4:24. Zie Job 22:20.

tot in de onderste hel, Hebreeuws, tot de hel van het onderste, of, der benedenheid toe; dat is, tot in de plaats der graven, diep in de aarde, die alzo zal worden verwoest en verdorven, dat zij in lang geen vruchten zal voortbrengen. Zie wijders van het Hebreeuwse woord Scheol Gen. 37:35.

Hertaald: tot in de onderste hel, Hebreeuws: tot het graf van het onderste, of: van de benedenheid toe; dat is: tot in de plaats van de graven, diep in de aarde, die zo verwoest en bedorven zal worden dat zij lange tijd geen vruchten zal voortbrengen. Zie verder over het Hebreeuwse woord Sjeool bij Gen. 37:35.

in vlam zetten Hebreeuws, vlammen.

Hertaald: in vlam zetten Hebreeuws: vlammen.

Deuteronomium 32 vers 23

kwaden over hen hopen; Dat is, plagen, ongelukken, die hier door Gods pijlen en vs.22 door het vuur verstaan worden.

Hertaald: kwaden over hen hopen; Dat is: plagen en ongelukken, die hier met Gods pijlen en in vers 22 met het vuur bedoeld worden.

pijlen zal Ik op hen verschieten Dat is, al mijn plagen, die de Schrift dikwijls Gods pijlen noemt, omdat zij van hem worden toegezonden en diep treffen; alzo onder, vs.42.

Hertaald: pijlen zal Ik op hen verschieten Dat is: al Mijn plagen, die de Schrift vaak Gods pijlen noemt omdat zij door Hem toegezonden worden en diep treffen; zo ook hieronder, vers 42.

Deuteronomium 32 vers 24

karbonkel en bitter verderf; Dat is, vurig gezwel, hebbende den naam van een vurige kool.

Hertaald: karbonkel en bitter verderf; Dat is: een vurig gezwel, dat zijn naam heeft van een vurige kool.

stofs Die het stof der aarde eten, Gen. 3:14.

Hertaald: stofs Die het stof van de aarde eten, Gen. 3:14.

Deuteronomium 32 vers 25

beroven, De een van den ander, zonder verschoning, gelijk volgt.

Hertaald: beroven, De een van de ander, zonder onderscheid, zoals hierna volgt.

grijzen man Hebreeuws, man der grijsheid, of, grauwigheid.

Hertaald: grijzen man Hebreeuws: man van de grijsheid, of: van de grauwheid.

Deuteronomium 32 vers 26

verstrooien; Of, verdoen; uit hoeken zou Ik hen halen, hoek uit hoek in zou Ik hen jagen. Zie het vervolg van dit, vs.28.

Hertaald: verstrooien; Of: verdoen; uit de hoeken zou Ik hen halen, van hoek tot hoek zou Ik hen opjagen. Zie het vervolg hiervan in vers 28.

Deuteronomium 32 vers 27

toornigheid des vijands Of, terging

Hertaald: toornigheid des vijands Of: terging.

schroomde, Menselijk van God gesproken. De zin is: ten ware dat Ik zulks naliet om de eer mijns naams, opdat die onder de heidenen niet gelasterd worde.

Hertaald: schroomde, Op menselijke wijze van God gesproken. De bedoeling is: ware het niet dat Ik dat naliet omwille van de eer van Mijn Naam, opdat die onder de heidenen niet gelasterd zou worden.

vreemd mochten houden; Te weten, alzo, dat zij niet zouden willen weten dat Ik het gedaan had om Israëls gruwelijke zonden, maar dat zij door hulp van hun afgoden Israël alzo hadden vermeesterd en uitgeroeid.

Hertaald: vreemd mochten houden; Namelijk zo, dat zij niet zouden willen weten dat Ik het gedaan had om Israëls gruwelijke zonden, maar zouden menen dat zij met hulp van hun afgoden Israël zo hadden overwonnen en uitgeroeid.

Onze hand is hoog geweest; Dat is, wij hebben door onze macht de overhand over Israël bekomen; het is Gods werk niet.

Hertaald: Onze hand is hoog geweest; Dat is: wij hebben door onze macht de overhand over Israël gekregen; het is niet Gods werk.

Deuteronomium 32 vers 28

zij zijn een volk, De Israëlieten.

Hertaald: zij zijn een volk, De Israëlieten.

raadslagen verloren gaat, Door eigen kwaden raad zichzelven in het verderf stort.

Hertaald: raadslagen verloren gaat, Die zichzelf door eigen kwade raad in het verderf stort.

Deuteronomium 32 vers 29

zouden dit vernemen, Of, dat zij dit verstonden! dat zij op hun einde merkten!

Hertaald: zouden dit vernemen, Of: dat zij dit toch verstonden, dat zij toch op hun einde letten!

einde merken Zie boven, vs.20.

Hertaald: einde merken Zie hierboven, vers 20.

Deuteronomium 32 vers 30

enige Te weten, der vijanden.

Hertaald: enige Namelijk: van de vijanden.

duizend jagen, Der Israëlieten. Anders, een [der Israëlieten] zou duizend [vijanden] verjagen, enz., ten ware, enz.

Hertaald: duizend jagen, Van de Israëlieten. Anders: één Israëliet zou duizend vijanden verjagen, enzovoort, ware het niet dat, enzovoort.

rotssteen hen verkocht, Dat is, God; gelijk boven.

Hertaald: rotssteen hen verkocht, Dat is: God, zoals hierboven.

overgeleverd had? Of, besloten had; te weten, in der vijanden Hand.

Hertaald: overgeleverd had? Of: besloten had, namelijk in de hand van de vijanden.

Deuteronomium 32 vers 31

hun Te weten, der vijanden.

Hertaald: hun Namelijk: van de vijanden.

rotssteen is niet gelijk Dat is, afgoden, op welken zij zich als op een rots verlaten.

Hertaald: rotssteen is niet gelijk Dat is: hun afgoden, op wie zij zich verlaten als op een rots.

Rotssteen, Onze God, op welken wij ons verlaten als op een rots.

Hertaald: Rotssteen, Onze God, op Wie wij ons verlaten als op een rots.

zelfs onze vijanden Of, laat onze vijanden zelfs rechters zijn; dat is, zij moeten het zelf bekennen, als bevindende door de ervarenheid dat hun afgoden gans geen macht hebben om te wreken of te straffen, gelijk de God Israëls zijn macht aan zijn volk en de vijanden daarvan in het openbaar betoont, aan beiden zijn rechtvaardigheid bewijzende.

Hertaald: zelfs onze vijanden Of: laat onze vijanden zelf de rechters zijn; dat is: zij moeten het zelf erkennen, omdat zij bij ervaring merken dat hun afgoden geen enkele macht hebben om te wreken of te straffen, terwijl de God van Israël Zijn macht aan Zijn volk en aan hun vijanden openlijk betoont en aan beide Zijn rechtvaardigheid bewijst.

Deuteronomium 32 vers 32

uit den wijnstok van Sodom, Alsof hij daaruit gesproten ware; dat is, zij zijn van gelijken aard en werken als die van Sodom en Gomorra. Een zeer schoon en vruchtbaar land, maar gans goddeloze inwoners. Of, dit ziet op den wijn, die den afgoden geofferd werd. Zie vs.38.

Hertaald: uit den wijnstok van Sodom, Alsof hij daaruit voortgekomen was; dat is: zij zijn van dezelfde aard en doen dezelfde werken als die van Sodom en Gomorra — een zeer mooi en vruchtbaar land, maar met geheel goddeloze inwoners. Of dit ziet op de wijn die aan de afgoden geofferd werd. Zie vers 38.

vergiftige wijndruiven; Hebreeuws, wijndruiven des vergifts. Anders, der gal; dat is, galachtig.

Hertaald: vergiftige wijndruiven; Hebreeuws: wijndruiven van het vergif. Anders: van de gal; dat is: galachtig.

Deuteronomium 32 vers 34

Is dat niet bij Mij opgesloten, Dat is, Ik weet het alles zeer wel, en heb de wraak [waarvan in het volgende] vastelijk besloten, maar zal de executie opschorten tot den tijd, dien Ik in mijn verborgen raad daartoe bestemd heb. Vergelijk Job 33:16; Ps. 56:9.

Hertaald: Is dat niet bij Mij opgesloten, Dat is: Ik weet dat alles heel goed, en heb de wraak — waarover hierna — vast besloten, maar Ik zal de uitvoering uitstellen tot de tijd die Ik daarvoor in Mijn verborgen raad bepaald heb. Vergelijk Job 33:16; Ps. 56:9.

Deuteronomium 32 vers 35

die hun zullen gebeuren, Anders, die hun bereid zijn.

Hertaald: die hun zullen gebeuren, Anders: die voor hen bereid zijn.

Deuteronomium 32 vers 36

berouwen; Zie Gen. 6:6.

Hertaald: berouwen; Zie Gen. 6:6.

hand is weggegaan, Dat is, alle macht, alle vermogen zijns volks.

Hertaald: hand is weggegaan, Dat is: alle macht en alle vermogen van Zijn volk.

beslotene en verlatene niets is Of, Dat er geen beslotene noch verlatene is. Dit schijnt een spreekwoord geweest te zijn, betekenende de uiterste benauwdheid en verwoesting. Vergelijk 1 Kon. 14:10, en 1 Kon. 21:21, en inzonderheid 2 Kon. 14:26. De zin is: dat het ook zelfs met hen gedaan was, beiden die zich in de steden verstoken en verborgen hadden, op hoop van te ontkomen; of van iemand door medelijden of gunst opgesloten of in gevangenis bewaard waren, en die in het ruime veld weggelaten of gevlucht waren, menende dat men van hen niet meer zou denken, dat zij reeds van den vijand schenen verlaten en vergeten te zijn. Wanneer zodanigen mede opgezocht en achterhaald worden, of dat er zulken bijkans niet zijn, dat is een teken dat er kwalijk iemand ontkomt of gespaard wordt. Wanneer het zover gekomen is, dan wil de Heere zeggen, zal God van den hemel hulp en verlossing zenden.

Hertaald: beslotene en verlatene niets is Of: dat er geen beslotene en geen verlatene is. Dit schijnt een spreekwoord geweest te zijn dat de uiterste benauwdheid en verwoesting aanduidt. Vergelijk 1 Kon. 14:10, en 1 Kon. 21:21, en vooral 2 Kon. 14:26. De bedoeling is dat het ook met hen gedaan was: zowel met wie zich in de steden verscholen en verborgen hadden in de hoop te ontkomen, of die uit medelijden of gunst opgesloten of in de gevangenis bewaard werden, als met wie in het open veld achtergelaten waren of gevlucht, in de mening dat men niet meer aan hen denken zou en dat zij door de vijand al verlaten en vergeten leken. Wanneer ook zulke mensen opgezocht en achterhaald worden, of wanneer er van hen bijna niemand meer is, is dat een teken dat er nauwelijks iemand ontkomt of gespaard wordt. Wanneer het zover gekomen is, wil de HEERE zeggen, dan zal God vanuit de hemel hulp en verlossing zenden.

Deuteronomium 32 vers 37

hun goden; Te weten, der vijanden.

Hertaald: hun goden; Namelijk: van de vijanden.

Deuteronomium 32 vers 38

Welker slachtofferen vet zij aten, Anders, welke het vette van hun slachtoffers aten, [en] den wijn van hun drankoffers dronken

Hertaald: Welker slachtofferen vet zij aten, Anders: die het vet van hun slachtoffers aten en de wijn van hun drankoffers dronken.

verberging voor u zij Of, een schuilplaats, of, dat er beschutting over u zij.

Hertaald: verberging voor u zij Of: een schuilplaats, of: dat er beschutting over u is.

Deuteronomium 32 vers 39

versla en Ik heel; Of, verwond, doorsteek.

Hertaald: versla en Ik heel; Of: verwond, doorsteek.

Deuteronomium 32 vers 40

Ik zal Mijn hand Dat is, Ik zal zweren. God spreekt alzo menselijkerwijze. Deze manier van doen was in het eedzweren gebruikelijk. Zie Gen. 14:22.

Hertaald: Ik zal Mijn hand Dat is: Ik zal zweren. God spreekt hier op menselijke wijze. Deze handeling was bij het zweren van een eed gebruikelijk. Zie Gen. 14:22.

Ik leef in eeuwigheid Zwerende bij mijzelven. Zie Hebr. 6:13.

Hertaald: Ik leef in eeuwigheid Zwerend bij Mijzelf. Zie Hebr. 6:13.

Deuteronomium 32 vers 41

glinsterend zwaard wette, Hebreeuws, den bliksem, of, blik, glinster van mijn zwaard.

Hertaald: glinsterend zwaard wette, Hebreeuws: de bliksem, of: de glans van Mijn zwaard.

Deuteronomium 32 vers 42

pijlen dronken maken van bloed, Zie boven, vs.23.

Hertaald: pijlen dronken maken van bloed, Zie hierboven, vers 23.

gevangenen, Hebreeuws, der gevangenis

Hertaald: gevangenen, Hebreeuws: van de gevangenis.

van het hoofd af Dat is, van boven af, beginnende van het hoofd. Anders, van het begin af zullen de wraken, of, wrekingen des vijands zijn; dat is, Ik zal alles, wat de vijanden van den beginne af misdaan hebben, samen wreken.

Hertaald: van het hoofd af Dat is: van boven af, te beginnen bij het hoofd. Anders: van het begin af zullen de wraakoefeningen over de vijand zijn; dat is: Ik zal alles wat de vijanden van het begin af misdaan hebben tegelijk wreken.

Deuteronomium 32 vers 43

Juicht, gij heidenen, Zie Rom. 15:10.

Hertaald: Juicht, gij heidenen, Zie Rom. 15:10.

Zijn volk Versta, de Joden.

Hertaald: Zijn volk Versta: de Joden.

knechten wreken; Vergelijk Openb. 19:2.

Hertaald: knechten wreken; Vergelijk Openb. 19:2.

verzoenen Te weten, met zichzelven, uit genade, om des Messias' wil.

Hertaald: verzoenen Namelijk: met Zichzelf, uit genade, omwille van de Messias.

Deuteronomium 32 vers 44

Hoséa, de zoon van Nun Dat is, Jozua.

Hertaald: Hoséa, de zoon van Nun Dat is: Jozua.

Deuteronomium 32 vers 47

vergeefs woord voor ulieden; Of, ijdel. De zin is: dit woord is zo ijdel of slecht niet, dat het u de moeite niet waardig zou zijn op het hoogste dat te behartigen.

Hertaald: vergeefs woord voor ulieden; Of: ijdel. De bedoeling is: dit woord is niet zo ijdel of gering dat het u de moeite niet waard zou zijn het ten diepste ter harte te nemen.

Deuteronomium 32 vers 49

tegenover Jericho is), Of, in het gezicht van Jericho.

Hertaald: tegenover Jericho is), Of: in het gezicht van Jericho.

Deuteronomium 32 vers 50

vergaderd tot uw volken; Zie Gen. 15:15.

Hertaald: vergaderd tot uw volken; Zie Gen. 15:15.

Deuteronomium 32 vers 51

geheiligd hebt Dat is, gij hebt zulk een vertrouwen dien tijd op Mij niet gehad en tot mijn eer voor het volk in het openbaar vertoond gelijk u betaamde. Zie wijders Lev. 10:3.

Hertaald: geheiligd hebt Dat is: u hebt in die tijd niet zulk een vertrouwen op Mij gehad en tot Mijn eer voor het volk in het openbaar getoond als u betaamde. Zie verder Lev. 10:3.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het lied van de Rotssteen — 32:1-4, 43

De verlossing en de losser · niveau 1

Mozes' laatste openbare daad is geen preek maar een lied. God had hem opgedragen het aan het volk te leren, opdat het hun bijblijft als de dingen misgaan — een lied vergeet je niet zo snel als een vermaning.

Mozes noemt God de Rotssteen Wiens werk volkomen is, en eindigt met de heidenen die met Zijn volk juichen.

Het is een merkwaardig lied om je kinderen te leren. Het bezingt Gods trouw en het voorspelt in één adem dat Israël Hem verlaten zal, vet geworden en achteruitslaand. Mozes maakt zich geen illusies over de mensen tegen wie hij spreekt.

Maar het begint bij God, en met een naam die door de hele Schrift blijft klinken: Hij is de Rotssteen, Wiens werk volkomen is. Datzelfde woord waarmee Israël in de woestijn gedronken heeft, en dat Paulus op Christus toepast. Zes keer valt het woord rots in dit lied, telkens tegenover de wankele goden van de volken.

En dan het slot, dat verrassender is dan het eerste deel doet vermoeden. Juicht, gij heidenen, met Zijn volk. Niet: tegenover Zijn volk, en niet: in plaats van. Samen. In een lied dat begonnen is met Israëls ontrouw, staat aan het eind een schare uit de volken mee te zingen. Paulus haalt precies dit vers aan als bewijs dat de heidenen God om Zijn barmhartigheid zouden verheerlijken, en de Hebreeënbrief citeert er nog een regel uit over de engelen die de Zoon aanbidden.

In het Nieuwe Testament: Romeinen 15:10; Hebreeën 1:6; 1 Korinthe 10:4; Romeinen 12:19

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Deuteronomium 32

Deuteronomium 32:1-3.KruisverwijzingenDeuteronomium 4:26Jesaja 1:2Jesaja 55:10Psalmen 72:6Jeremia 10:6Psalmen 50:4Deuteronomium 30:19Jeremia 6:19
— Neig de oren, gij hemel, en ik zal spreken; en de aarde hore de redenen mijns monds. Mijn leer druipe als een regen, mijn rede vloeie als een dauw; als een stofregen op de grasscheutjes, en als druppelen op het kruid. Want ik zal den Naam des HEEREN uitroepen; geeft onzen God grootheid!
Een wonderlijk hoofdstuk is dit — een lied en een profetie, waarin de dichter-ziener heel de toekomst voor zich uitgespreid schijnt te zien als op een kaart, en het is hem zo levendig dat hij het eerder beschrijft als iets tegenwoordigs of voorbijgegaans dan als iets dat nog komen moet. Het is de geschiedenis van Gods handelen met Zijn uitverkoren en bijzonder volk Israël, van het begin tot het einde. De aanvang is buitengewoon verheven.

Omdat de mensen zo hardhorend zijn, roept Mozes de hemelen en de aarde tot getuigen tegen hen; en om de verhevenheid van zijn onderwerp roept hij de hemelen en de aarde op er aandacht aan te geven. Het is goede prediking, en ook goed horen, wanneer het evangelie komt als een zachte regen die de bodem doortrekt en doorweekt, en hem verkwikt en vruchtbaar maakt. Moge God de Heilige Geest het zo maken telkens wanneer wij samenkomen tot de eredienst! Het Woord des Heeren kan zijn als een drijvende hagel die alles verbreekt waarop het valt, en zo een reuk des doods ten dode worden. Maar moge God het ons maken als de dauw en de kleine regen uit de hemel, dat het een reuk des levens ten leven mag zijn!

Heel het lied door is het tot de verheerlijking van God; geen lettergreep, waarlijk, waarin de mens tot eer verheven wordt, maar de Heere alleen wordt groot gemaakt in Zijn handelen met Zijn volk. Hij is de Steenrots. Alle andere dingen zijn maar de wolk die om de kruin van de berg hangt.

Deuteronomium 32:4.KruisverwijzingenPsalmen 18:30Psalmen 92:15Deuteronomium 32:18Daniël 4:37Genesis 18:25Deuteronomium 32:15Deuteronomium 32:30Job 34:10
— Hij is de Rotssteen, Wiens werk volkomen is; want al Zijn wegen zijn gerichte. God is waarheid, en is geen onrecht; rechtvaardig en recht is Hij.
Onveranderlijk, eeuwig. Zijn werk is soms heel verschrikkelijk en zeer verborgen, maar Zijn werk is volkomen. Maar wat Zijn volk betreft: welk een tegenstelling tussen hen en hun God!

Deuteronomium 32:5.KruisverwijzingenJesaja 1:4Mattheüs 17:17Deuteronomium 31:29Filippenzen 2:15Lukas 9:41Deuteronomium 4:16Hosea 9:9Richteren 2:19
— Hij heeft het tegen Hem verdorven; het zijn Zijn kinderen niet; de schandvlek is hun; het is een verkeerd en verdraaid geslacht.
Welk een afdaling van de God der waarheid, bij wie geen onrecht is, tot een volk vol ongerechtigheid — een verkeerd en verdraaid geslacht. Wij kennen onze eigen afzichtelijkheid nooit zo goed als wanneer wij een helder gezicht krijgen van de voortreffelijkheid van God. Wat zei Job? “Met het gehoor des oors heb ik U gehoord; maar nu ziet U mijn oog. Daarom verfoei ik mij, en heb berouw in stof en as” (Job 42:5-6).

De kinderen van God hebben vlekken — de vlekken die de zonde veroorzaakt, en die door hen erkend, beweend en bestreden worden; de goddelozen hebben dezelfde soort vlekken, maar zij hebben geen berouw over de zonde die ze veroorzaakt.

Deuteronomium 32:6.KruisverwijzingenJesaja 63:16Psalmen 74:2Jesaja 44:21 Johannes 3:1Jesaja 64:8Galaten 3:26Deuteronomium 1:31Handelingen 20:28
— Zult gij dit den HEERE vergelden, gij, dwaas en onwijs volk! Is Hij niet uw Vader, Die u verkregen, Die u gemaakt en u bevestigd heeft?
Wie heeft de Joden tot een volk gemaakt? Wie heeft Israël afgezonderd om een natie te zijn? Wie anders dan God, die hen met een prijs gekocht heeft toen zij uit Egypte kwamen en die hen in Zijn vaderlijke zorg door de woestijn geleid heeft? De zonde is de laagste vorm van ondankbaarheid. Wij hebben alles aan God te danken, en wij behoren Hem daarom te behandelen zoals onze Schepper en Vader behandeld behoort te worden. En hoe vaak hebben wij Hem juist kwaad voor goed vergolden en gehandeld alsof wij Hem eerder als onze vijand beschouwden dan als onze beste Vriend!

Deuteronomium 32:7-8.KruisverwijzingenPsalmen 44:1Handelingen 17:26Psalmen 78:3Jesaja 63:11Psalmen 77:5Psalmen 119:52Exodus 13:14Job 8:8
— Gedenk aan de dagen van ouds; merk op de jaren van elk geslacht; vraag uw vader, die zal het u bekend maken, uw ouden, en zij zullen het u zeggen. Toen de Allerhoogste aan de volken de erfenis uitdeelde, toen Hij Adams kinderen vaneen scheidde, heeft Hij de landpalen der volken gesteld naar het getal der kinderen Israels.
Gods eerste punt in de regering van de wereld was Zijn eigen volk. Al het andere werd afgebakend nadat Hij een plaats voor hen had afgezonderd — een plaats die toereikend was, ruim, vruchtbaar en in een uitnemende ligging, opdat zij daar zouden vermenigvuldigen en al de goede dingen genieten die Hij hun zo vrijelijk gaf.

En tot op deze dag rijzen en vallen dynastieën, regeren koningen of worden zij door een nederlaag verstrooid, met slechts dit ene punt voor Gods oog en dit ene voornemen in Zijn gedachten: het staande houden van de gemeente in de wereld, de uitbreiding van Zijn heerlijke waarheid.

Toch sloten deze bijzondere gedachten van God ten aanzien van Zijn eigen uitverkoren volk geen vriendelijke gedachten tegenover de rest van de mensheid uit, want “Hij Adams kinderen vaneen scheidde, heeft Hij de landpalen der volken gesteld”; maar toch waren Zijn diepste en Zijn hoogste gedachten ten aanzien van de kinderen Israëls.

Deuteronomium 32:9-12.KruisverwijzingenZacharia 2:8Psalmen 17:8Jeremia 10:16Spreuken 7:2Jeremia 2:6Exodus 19:4Hosea 13:5Exodus 19:5
— Want des HEEREN deel is Zijn volk, Jakob is het snoer Zijner erve. Hij vond hem in een land der woestijn, en in een woeste huilende wildernis; Hij voerde hem rondom, Hij onderwees hem, Hij bewaarde hem als Zijn oogappel. Gelijk een arend zijn nest opwekt, over zijn jongen zweeft, zijn vleugelen uitbreidt, ze neemt en ze draagt op zijn vlerken; Zo leidde hem de HEERE alleen, en er was geen vreemd god met hem.
Dit is de geschiedenis van de opvoeding van Israël in de woestijn. Toen zij uit Egypte kwamen, waren zij niets dan een menigte slaven, ontaard door de vernederende invloed van een lange dienstbaarheid. Zij moesten geoefend worden voordat zij geschikt waren een volk te zijn.

Laten wij in dit alles onszelf trachten te zien. Wat heeft God gewrocht voor hen onder ons die Zijn volk zijn, door ons uit te leiden uit de dienstbaarheid der zonde? En hoe genadig bewaart Hij ons tot op deze dag als een mens de appel van zijn oog bewaart! Nauwelijks komt er iets bij het oog of de hand gaat er onwillekeurig naar toe om het oog te beschutten. En laat er iets gebeuren met het volk van God, en de macht van God is meteen gereed tot hun verdediging.

Een arend moet haar jongen leren vliegen. Zij neemt ze op haar vleugels, zo zegt men; zij werpt ze af en laat ze fladderen, en dan schiet zij neer, komt onder hen en draagt ze weer op, totdat zij hun geleerd heeft hun vleugels te gebruiken. En de Heere heeft dit met velen hier gedaan — hen schijnbaar afwerpend, alleen opdat, wanneer zij vallen, onder hen de eeuwige armen zouden zijn. Wij moeten tot het geloof geoefend worden. Het is een moeilijke oefening voor zulke arme schepselen als wij zijn.

De opvoeding die God gebruikte was — waren zij recht van hart geweest — heerlijk geschikt om hen tot de hoogste staat van geestelijk leven te brengen. Hier was een volk weggenomen uit de menigte goden van Egypte, en zij werden geleerd een onzienlijk God te eren van wie zij een tijdlang volstrekt geen beeld hadden. Later, toen er in enige vorm een zinnebeeldige eredienst verordend werd, was er nog zo weinig zinnebeeld dat Mozes kon zeggen: “gij geen gelijkenis gezien hebt” (4:15). Zij werden geoefend om een geestelijk God te dienen, in geest en in waarheid.

Deuteronomium 32:13-14.KruisverwijzingenJob 29:6Jesaja 58:14Genesis 49:11Psalmen 81:16Psalmen 147:14Ezechiël 36:2Deuteronomium 33:26Deuteronomium 33:29
— Hij deed hem rijden op de hoogten der aarde, dat hij at de inkomsten des velds; en Hij deed hem honig zuigen uit de steenrots, en olie uit den kei der rots; Boter van koeien, en melk van klein vee, met het vet der lammeren en der rammen, die in Bazan weiden, en der bokken, met het vette der nieren van tarwe; en het druivenbloed, reinen wijn, hebt gij gedronken.
Het was een heel vruchtbaar land, dat niet enkel het noodzakelijke maar ook overvloed voortbracht. Palestina bracht zijn inwoners alles wat het hart kon wensen, en lange tijd, zolang zij God getrouw waren, leefden zij te midden van volheid.

God voedde Zijn volk van ouds met het beste van het beste en gaf het hun met geen karige hand; en o, wanneer ik denk aan de geestelijke spijs die God voor Zijn volk toebereid heeft, dan zijn “boter van koeien, en melk van klein vee, met het vet der lammeren” en al zulke aardse dingen maar armzalig in vergelijking met de voorzieningen van Zijn genade.

Deuteronomium 32:15.KruisverwijzingenDeuteronomium 31:20Psalmen 89:26Deuteronomium 32:4Hosea 13:61 Samuël 2:29Jesaja 44:22 Samuël 22:47Psalmen 95:1
— Als nu Jeschurun vet werd, zo sloeg hij achteruit (gij zijt vet, gij zijt dik, ja, met vet overdekt geworden!); en hij liet God varen, Die hem gemaakt heeft, en versmaadde den Rotssteen zijns heils.
“Jeschurun” betekent, naar ik meen, “het kleine heilige volk”. Het is een verkleinwoord: het kleine godsdienstige volk werd vet. Het had overvloed van voorspoed. Het werd zwaar en het schopte. En ach, ach! zij richtten kalveren op te Beth-El. Zij weken af tot Astaroth en dienden de koningin des hemels.

Velen kunnen de beproevingen van de tegenspoed verdragen die de gevaren van de voorspoed niet ontkomen. Salomo zei terecht: “Een smeltkroes is voor het zilver, en een oven voor het goud; alzo is een man naar zijn lof te proeven” — en menigeen is in die tijd van beproeving gevallen. Wanneer u rijk wordt, bewonderd wordt, eer onder de mensen ontvangt, dán is de tijd van uw zwaarste beproeving.

Deuteronomium 32:16-17.KruisverwijzingenRichteren 5:8Deuteronomium 28:641 Korinthe 10:22Psalmen 78:58Leviticus 17:7Deuteronomium 5:9Nahum 1:12 Koningen 23:13
— Zij hebben Hem tot ijver verwekt door vreemde goden; door gruwelen hebben zij Hem tot toorn verwekt. Zij hebben aan de duivelen geofferd, niet aan God; aan de goden, die zij niet kenden; nieuwe, die van nabij gekomen waren, voor dewelke uw vaders niet geschrikt hebben.
Aan duivelen — niet aan God. Mozes hoopt de uitdrukkingen op om de dwaasheid van Israëls afgoderij te tonen. Denk alleen eens aan “nieuwe, die van nabij gekomen waren”, alsof wat nieuw is een god zou kunnen zijn! Hetzelfde mag gezegd worden van de “nieuwe waarheid” waarvan wij heden zoveel horen. Wat nieuw is, kan niet waar zijn. Er is in de godgeleerdheid zeker niets nieuw dan wat geheel vals is.

Er is in de godsdienst niets nieuws dat waar is. De waarheid is altijd oud. De afgoden die de Israëlieten dienden, waren niet alleen nieuwe goden, maar vreemde goden, die hun vaderen niet gevreesd hadden. En erger nog: het waren duivelen. Hoe diep waren zelfs het uitverkoren volk gezonken!

Deuteronomium 32:18.KruisverwijzingenJesaja 17:10Hosea 8:14Jeremia 2:32Psalmen 106:21Deuteronomium 32:4Psalmen 44:20Deuteronomium 8:19Deuteronomium 6:12
— Den Rotssteen, Die u gegenereerd heeft, hebt gij vergeten; en gij hebt in vergetenis gesteld den God, Die u gebaard heeft.
Israël was niets buiten God — een kleine stam volks, in niets te vergelijken met de grote volken der aarde. De enige reden van zijn bestaan was zijn God. Hij was zijn middelpunt, zijn licht, zijn eer, zijn kracht. Zij waren afgeweken van Hem die hen gevormd had.

Deuteronomium 32:19-20.KruisverwijzingenPsalmen 106:40Richteren 2:14Jesaja 1:2Deuteronomium 32:5Openbaring 3:16Jeremia 11:15Jeremia 44:21Psalmen 5:4
— Als het de HEERE zag, zo versmaadde Hij hen, uit toornigheid tegen zijn zonen en zijn dochteren. En Hij zeide: Ik zal Mijn aangezicht van hen verbergen; Ik zal zien, welk hunlieder einde zal wezen; want zij zijn een gans verkeerd geslacht, kinderen, in welke geen trouw is.
Daar zit het onheil: het gebrek aan geloof. Het gebrek aan geloof leidt tot allerlei zonde. O, dat wij een sterk en veerkrachtig geloof hadden om de onzienlijke God te beseffen en bij een zuiver geestelijke eredienst te blijven — zonder zinnebeelden, tekenen en uitwendige waarmerken, die alle een gruwel in Zijn ogen zijn — maar de Onzienlijke aanbiddend in geest en in waarheid.

Deuteronomium 32:21.KruisverwijzingenRomeinen 10:191 Koningen 16:261 Koningen 16:13Hosea 1:10Psalmen 31:6Jona 2:8Psalmen 78:58Deuteronomium 32:16
— Zij hebben Mij tot ijver verwekt door hetgeen geen God is; zij hebben Mij tot toorn verwekt door hun ijdelheden; Ik dan zal hen tot ijver verwekken door diegenen, die geen volk zijn; door een dwaas volk zal Ik hen tot toorn verwekken.
En zo kwamen de afgodische volken en veroverden Judea. De een na de ander vertrapten zij de heilige stad, en zij deden hen zien dat God de volken die zij verachtten kon gebruiken tot een gesel over hen.

Deuteronomium 32:22-25.KruisverwijzingenKlaagliederen 4:11Leviticus 26:22Ezechiël 7:15Jeremia 15:14Ezechiël 5:16Klaagliederen 1:20Jeremia 17:4Numeri 16:35
— Want een vuur is aangestoken in Mijn toorn, en zal bernen tot in de onderste hel, en zal het land met zijn inkomst verteren, en de gronden der bergen in vlam zetten. Ik zal kwaden over hen hopen; Mijn pijlen zal Ik op hen verschieten. Uitgeteerd zullen zij zijn van honger, opgegeten van den karbonkel en bitter verderf; en Ik zal de tanden der beesten onder hen schikken, met vurig venijn van slangen des stofs. Van buiten zal het zwaard beroven, en uit de binnenkameren de verschrikking; ook den jongeling, ook de jonge dochter, het zuigende kind met den grijzen man.
Lees nu de geschiedenis van de verwoesting van Israël en Juda — de omkering van deze twee koninkrijken — en u zult zien hoe dit alles, woord voor woord, in vervulling is gegaan.

Deuteronomium 32:26-27.KruisverwijzingenDeuteronomium 28:64Psalmen 140:8Jesaja 63:16Deuteronomium 4:27Deuteronomium 28:37Lukas 21:24Leviticus 26:38Leviticus 26:33
— Ik zeide: In alle hoeken zoude Ik hen verstrooien; Ik zoude hun gedachtenis van onder de mensen doen ophouden; Ten ware, dat Ik de toornigheid des vijands schroomde, dat niet hun tegenpartijen zich vreemd mochten houden; dat zij niet mochten zeggen: Onze hand is hoog geweest; de HEERE heeft dit alles niet gewrocht.
God ziet altijd uit naar enige reden voor barmhartigheid wanneer Hij met Zijn volk handelt, en Hij vond die hier: dat de heidenvolken niet zouden toegeven dat God Zijn dwalende volk aldus getuchtigd had, maar hun overwinningen aan hun eigen duivelse goden zouden gaan toeschrijven.

Zo spaarde Hij hen om Zijns Naams wil; en tot op deze dag, wanneer God geen andere reden kan vinden om de schuldigen barmhartigheid te bewijzen, doet Hij het om Zijns Naams wil. En dit is een gezegende pleitgrond voor iemand die geen reden kan zien waarom God hem barmhartigheid zou bewijzen. Hij mag zeggen: “Heere, doe het om Uws Naams wil, om Uw genade en Uw barmhartigheid heerlijk te maken in de zaligheid van zo’n arme, hopeloze ellendige als ik ben.”

Deuteronomium 32:28-30.KruisverwijzingenLeviticus 26:8Jozua 23:10Psalmen 44:12Deuteronomium 5:29Richteren 2:14Jesaja 30:17Jeremia 4:22Psalmen 81:13
— Want zij zijn een volk, dat door raadslagen verloren gaat, en er is geen verstand in hen. O, dat zij wijs waren; zij zouden dit vernemen, zij zouden op hun einde merken. Hoe zoude een enige duizend jagen, en twee tien duizend doen vluchten, ten ware, dat hunlieder Rotssteen hen verkocht, en de HEERE hen overgeleverd had?
Dat kleine volk zou over al zijn vijanden overwinnaar geweest zijn als God nog met hen was geweest; maar zij werden verslagen en verstrooid omdat zij de Heere bedroefd hadden. O, welke sterkte zouden gelovigen kunnen hebben als zij maar wilden geloven! Konden wij ons maar in eenvoudig, kinderlijk geloof op God werpen, dan zouden wij de Simson opnieuw kunnen spelen en onze duizenden verslaan. Maar ook wij hebben weinig geloof in God, zelfs zij die er het meeste van hebben; en wanneer de tijd van beproeving komt, zijn ook wij een hardnekkig en ongelovig geslacht, zoals onze vaderen waren.

Deuteronomium 32:29.KruisverwijzingenDeuteronomium 5:29Psalmen 81:13Klaagliederen 1:9Jesaja 47:7Psalmen 107:15Hosea 14:9Psalmen 107:43Lukas 16:19
— O, dat zij wijs waren; zij zouden dit vernemen, zij zouden op hun einde merken.
De mensen zijn onwillig het onderwerp van de dood te bedenken. Het doodskleed, de spade en het graf trachten zij onophoudelijk uit het gezicht te houden. Zij zouden hier altijd willen leven als zij konden; en aangezien zij dat niet kunnen, willen zij ten minste elk teken van de dood zo ver mogelijk uit hun gezicht wegbergen.

Er is misschien geen onderwerp dat zo gewichtig is en waaraan zo weinig gedacht wordt. Ons gewone spreekwoord dat wij gebruiken, is juist de uitdrukking van onze gedachten: “Wij moeten leven.” Maar waren wij wijzer, dan zouden wij het veranderen en zeggen: “Wij moeten sterven.” Noodzaak om te leven is er niet; het leven is een voortgezet wonder. Noodzaak om te sterven is er zeker; het is het einde van alle dingen. O, dat de levenden het ter harte namen.

Deuteronomium 32:34.KruisverwijzingenJob 14:17Hosea 13:12Jeremia 2:22Romeinen 2:51 Korinthe 4:5Openbaring 20:12
— Is dat niet bij Mij opgesloten, verzegeld in Mijn schatten?
Welk een treffende en verschrikkende vraag is dat — alsof God de gedachtenis van onze zonde wegborg, verzegelde en op een verborgen plaats bewaarde tegen de dag waarop Hij zondaren zal roepen om rekenschap te geven en hen hun ongerechtigheden zal bezoeken. Welk een ontzettende zaak is het de zonden van iemands jeugd weggeborgen, verzegeld en in Gods schatkamer weggelegd te hebben; en de zonden van het middelbare leven, en misschien ook de zonden van de ouderdom, om die eerlang naar voren te brengen en ons ten laste te leggen!

Wie zal in die grote dag kunnen bestaan? Alleen zij die gewassen zijn in het bloed en bekleed met de gerechtigheid van Christus Jezus onze Heere.

Deuteronomium 32:35-38.KruisverwijzingenRomeinen 12:192 Petrus 2:3Hebreeën 10:30Psalmen 135:14Richteren 10:14Jeremia 2:282 Petrus 3:8Nahum 1:2
— Mijn is de wraak en de vergelding, ten tijde als hunlieder voet zal wankelen; want de dag huns ondergangs is nabij, en de dingen, die hun zullen gebeuren, haasten. Want de HEERE zal aan Zijn volk recht doen, en het zal Hem over Zijn knechten berouwen; want Hij zal zien, dat de hand is weggegaan, en de beslotene en verlatene niets is. Dan zal Hij zeggen: Waar zijn hun goden; de rotssteen, op welken zij betrouwden? Welker slachtofferen vet zij aten, welker drankofferen wijn zij dronken; dat zij opstaan en u helpen, dat er verberging voor u zij.
Hij zal Zijn vijanden niet altijd over hen laten triomferen. Hij zal terugkomen tot Zijn volk, dat Hij schijnbaar verworpen had: “de HEERE zal aan Zijn volk recht doen”. Hij scheen zeer vertoornd, maar hoe spoedig komt Hij in liefde terug en beproeft Hij Zijn volk opnieuw.

Tot u die op iets anders vertrouwt dan op God: de dag zal komen dat u zulke verschrikkelijke woorden als deze zult horen: “Laat nu uw rijkdom u redden, laat uw genoegens en uw ondeugden u verblijden; gaat nu heen in uw eigen boze wegen, en zie of u daarin enige troost kunt vinden!” Welk een heilige spot ligt er in deze woorden, die het gewisse tot op het merg zullen snijden wanneer het eenmaal recht ontwaakt is!

Deuteronomium 32:39-43.KruisverwijzingenHosea 6:11 Samuël 2:6Jesaja 45:22Job 5:18Jesaja 45:5Jesaja 41:42 Koningen 5:7Psalmen 68:20
— Ziet nu, dat Ik, Ik Die ben, en geen God met Mij, Ik dood en maak levend; Ik versla en Ik heel; en er is niemand, die uit Mijn hand redt! Want Ik zal Mijn hand naar den hemel opheffen, en Ik zal zeggen: Ik leef in eeuwigheid! Indien Ik Mijn glinsterend zwaard wette, en Mijn hand ten gerichte grijpt, zo zal Ik wraak op Mijn tegenpartijen doen wederkeren, en Mijn hateren vergelden. Ik zal Mijn pijlen dronken maken van bloed, en Mijn zwaard zal vlees eten; van het bloed des verslagenen en des gevangenen, van het hoofd af zullen er wraken des vijands zijn. Juicht, gij heidenen, met Zijn volk! want Hij zal het bloed Zijner knechten wreken; en Hij zal de wraak op Zijn tegenpartijen doen wederkeren, en verzoenen Zijn land en Zijn volk.
Het is, ziet u, alleen in barmhartigheid dat de Heere met Zijn volk handelt; zij kunnen niet op de grond van het recht voor Hem bestaan, maar in Zijn barmhartigheid is hun schuilplaats. Mogen wij allen die barmhartigheid vinden door de toevlucht te nemen om vast te houden de hoop die ons voorgesteld is in Christus Jezus en Zijn heerlijk evangelie! Amen.

Deuteronomium 32:47.KruisverwijzingenLeviticus 18:5Spreuken 4:22Spreuken 3:11 Petrus 3:10Spreuken 3:22Openbaring 22:14Mattheüs 6:331 Timotheüs 6:6
— Want dat is geen vergeefs woord voor ulieden; maar het is uw leven; en door ditzelve woord zult gij de dagen verlengen op het land, waar gij over de Jordaan naar toe gaat, om dat te erven.
Er is heel veel zogenaamde godsdienst die een ijdel, betekenisloos ding is en die niemands leven is. Ware godsdienst is niet iets dat kan worden overgebracht door water, of door brood en wijn, los van de gesteldheid van gemoed en hart van wie het ontvangt.

Als mijn godsdienst bestaat in het aandoen van bepaalde klederen en het mijzelf vertonen als een enkele uitvoerder, of in de gedachte dat er iets goeds tot de mensen kan komen door de lieflijkheid van muziek of de schoonheid van bouwkunst, dan is mijn godsdienst ijdel. Bij Christus en Zijn apostelen was het zo niet; zij gingen overal heen, het evangelie predikend.

En verder: een godsdienst die enkel bestaat in het onderschrijven van een bepaalde belijdenis is een ijdel ding. Al zou die belijdenis volmaakt zijn, als onze godsdienst afhing van het eenvoudig geloven ervan als belijdenis, dan zou zij ons niet werkelijk raken. Godsdienst is een leven dat op geloof gegrond is; maar de zaligheid komt iemand niet toe alleen omdat hij rechtzinnig is. Is zijn rechtzinnigheid enkel een zaak van het hoofd — terwijl het hart al die tijd onaangeroerd blijft en de daden onveranderd — dan is zo’n godsdienst een ijdel ding.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Als mijn godsdienst bestaat in het aandoen van bepaalde klederen en het mijzelf vertonen als een enkele uitvoerder, of in de gedachte dat er iets goeds tot de mensen kan komen door de lieflijkheid van muziek of de schoonheid van bouwkunst, dan is mijn godsdienst ijdel.

Ter overdenking

Een arend moet haar jongen leren vliegen. Zij neemt ze op haar vleugels, zo zegt men, en werpt ze dan af en laat ze fladderen; en dan schiet zij naar beneden, komt onder hen en draagt ze weer omhoog, tot zij hun geleerd heeft hun vleugels te gebruiken.

En zo heeft de HEERE met velen van ons gedaan: Hij scheen ons af te werpen. Maar wanneer wij dan vallen, zijn onderaan de eeuwige armen. Wij moeten tot het geloof opgeleid worden.

Verdiepende artikelen

Uitverkoren in Christus

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Want het deel van de HEERE is Zijn volk. Deuteronomium 32:9 Hoe behoren zij Hem toe? Door Zijn soevereine, vrije keuze. Hij koos hen en schonk hen Zijn…

Deut. 32:36 - De mensen uiterste nood, Gods gelegenheid tot redding.

Preekaantekeningen

Want de Heere zal aan zijn volk recht doen, en het zal Hem over zijn knechten berouwen: want Hij zal zien dat de kracht is weggegaan, en er…

Het uitgekozen volk door God

Voor Iedere Morgen

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Morgen" Want het deel van de HEERE is Zijn volk. Deuteronomium 32 vers 9 Hoe is het volk van de HEERE Zijn…

Vraag en communiceer

Aan De Voeten Van De Meester

Gij hebt Mij niet uitverkoren, maar Ik heb u uitverkoren, en Ik heb u gesteld, dat gij zoudt heengaan en vrucht dragen, en dat uw vrucht blijve; opdat,…

Let op uw einde!

Aan De Voeten Van De Meester

O, dat zij wijs waren; zij zouden dit vernemen, zij zouden op hun einde letten. Deuteronomium 32:29 Onze tekst spreekt erover dat wij, als wij wijs zijn, op…

Gedenk te sterven

Aan De Voeten Van De Meester

O, dat zij wijs waren; zij zouden dit vernemen, zij zouden op hun einde letten. Deuteronomium 32:29 Er zijn wel duizend poorten die leiden tot de dood. Van…

Memento Mori

Preken

Een preek uitgesproken op zondagmorgen 18 maart 1860, door C.H. Spurgeon in Exeter Hall, Strand. O, dat zij wijs waren; zij zouden dit vernemen, zij zouden op hun…

Uit de diepten

Korte Overdenkingen

Als nu Jeschurun vet werd, zo sloeg hij achteruit. Deuteronomium 32:15a Sommigen van u bidden niet half zoveel als zij moesten doen. Als u kinderen van God bent,…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content