Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Dit zijn de woorden des verbonds, dat de HEERE Mozes geboden heeft te maken met de kinderen Israels, in het land van Moab, boven het verbond, dat Hij met hen gemaakt had aan Horeb.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Dit zijn de woordenH1697 des verbondsH1285, datH834 de HEEREH3068MozesH4872gebodenH6680 heeft te makenH6213 met de kinderenH1121IsraelsH3478, in het landH776 van MoabH4124, boven het verbondH1285, dat Hij met hen gemaakt had aanH413HorebH2722.Dit zijn de woorden des verbonds, dat de HEERE Mozes geboden heeft te maken met de kinderen Israels, in het land van Moab, boven het verbond, dat Hij met hen gemaakt had aan Horeb.
KJVThese are the wordsof the covenant,which the LORD14commandedMoses2to makewith the childrenof Israel5in the land16of Moab,beside the covenantwhich he madewith them in Horeb.
1אֵלֶּה֩H428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)2דִבְרֵ֨יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work3הַבְּרִ֜יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league4אֲֽשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5צִוָּ֧הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order6יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8מֹשֶׁ֗הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses9לִכְרֹ֛תH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want10אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix11בְּנֵ֥יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael13בְּאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world14מוֹאָ֑בH4124Moab, Moabieten, MoabsMoab15מִלְּבַ֣דH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength16הַבְּרִ֔יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league17אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection18כָּרַ֥תH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want19אִתָּ֖םH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix20בְּחֹרֵֽבH2722HorebHoreb
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
2En Mozes riep gans Israel, en zeide tot hen: Gij hebt gezien al wat de HEERE in Egypteland voor uw ogen gedaan heeft, aan Farao, en aan al zijn knechten, en aan zijn land;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En MozesH4872riepH7121gansH1419IsraelH3478, en zeideH559 tot henH1992: Gij hebt gezienH7200 al watH834 de HEERE in EgyptelandH776 voor uw ogenH5869 gedaan heeft, aan FaraoH6547, en aan al zijn knechtenH5650, en aan zijn landH776;En Mozes riep gans Israel, en zeide tot hen: Gij hebt gezien al wat de HEERE in Egypteland voor uw ogen gedaan heeft, aan Farao, en aan al zijn knechten, en aan zijn land;
KJVAnd Mosescalledunto all Israel,and saidunto them, Ye have seen4all that the LORDdidbefore your eyes5in the landof Egyptunto Pharaoh,and unto all his servants,and unto all his land;
1וַיִּקְרָ֥אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say2מֹשֶׁ֛הH4872Mozes, Mozes', mozesMoses3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7אֲלֵהֶ֑םH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8אַתֶּ֣םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you9רְאִיתֶ֗םH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions10אֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12אֲשֶׁר֩H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13עָשָׂ֨הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use14יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15לְעֵֽינֵיכֶם֙H5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)16בְּאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world17מִצְרַ֔יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim18לְפַרְעֹ֥הH6547FaraoPharaoh19וּלְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)20עֲבָדָ֖יוH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant21וּלְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)22אַרְצֽוֹH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
3De grote verzoekingen, die uw ogen gezien hebben, diezelve tekenen en grote wonderen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3De grote verzoekingenH4531, dieH2088 uw ogenH5869gezienH7200 hebben, diezelve tekenenH226 en grote wonderenH4159.De grote verzoekingen, die uw ogen gezien hebben, diezelve tekenen en grote wonderen.
KJVThe greattemptationswhich thine eyes7have seen,8the signs,and those greatmiracles:
1הַמַּסּוֹת֙H4531verzoekingen, Massa, verzoekingtemptation, trial2הַגְּדֹלֹ֔תH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very3אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4רָא֖וּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions5עֵינֶ֑יךָH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)6הָאֹתֹ֧תH226teken, tekenenmark, miracle, (en-) sign, token7וְהַמֹּפְתִ֛יםH4159wonderen, wonderteken, wondermiracle, sign, wonder(-ed at)8הַגְּדֹלִ֖יםH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very9הָהֵֽםH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
4Maar de HEERE heeft ulieden niet gegeven een hart om te verstaan, noch ogen om te zien, noch oren om te horen, tot op dezen dag.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Maar de HEERE heeft ulieden niet gegevenH5414 een hartH3820 om te verstaanH3045, noch ogenH5869 om te zienH7200, noch orenH241 om te horenH8085, tot op dezen dagH3117.Maar de HEERE heeft ulieden niet gegeven een hart om te verstaan, noch ogen om te zien, noch oren om te horen, tot op dezen dag.
Ook in dit vers
HEEREH3068
KJVYet the LORDhath not givenyou an heartto perceive,and eyesto see,and earsto hear,unto this day.
1וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2נָתַן֩H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield3יְהוָ֨הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4לָכֶ֥ם5לֵב֙H3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom6לָדַ֔עַתH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot7וְעֵינַ֥יִםH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)8לִרְא֖וֹתH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions9וְאָזְנַ֣יִםH241oren, oor, Oren[phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show10לִשְׁמֹ֑עַH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness11עַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet12הַיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger13הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
5En Ik heb ulieden veertig jaren doen wandelen in de woestijn; uw klederen zijn aan u niet verouderd, en uw schoen is niet verouderd aan uw voet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En IkH589 heb ulieden veertigH705jarenH8141 doen wandelenH3212 in de woestijnH4057; uw klederenH8008 zijn aan u niet verouderdH1086, en uw schoenH5275 is niet verouderdH1086 aan uw voetH7272.En Ik heb ulieden veertig jaren doen wandelen in de woestijn; uw klederen zijn aan u niet verouderd, en uw schoen is niet verouderd aan uw voet.
KJVAnd I have ledyou fortyyearsin the wilderness:your clothesare not waxen oldupon you, and thy shoeis not waxen oldupon thy foot.
1וָאוֹלֵ֥ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2אֶתְכֶ֛םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3אַרְבָּעִ֥יםH705veertig, veertigste, Veertig-forty4שָׁנָ֖הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)5בַּמִּדְבָּ֑רH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness6לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7בָל֤וּH1086verouderd, oud, veroudenconsume, enjoy long, become (make, wax) old, spend, waste8שַׂלְמֹֽתֵיכֶם֙H8008klederen, kleed, kledingclothes, garment, raiment9מֵעֲלֵיכֶ֔םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10וְנַֽעַלְךָ֥H5275schoenen, schoen, paar schoenendryshod, (pair of) shoe((-latchet), -s)11לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12בָלְתָ֖הH1086verouderd, oud, veroudenconsume, enjoy long, become (make, wax) old, spend, waste13מֵעַ֥לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14רַגְלֶֽךָH7272voeten, voet, voetstappen[idiom] be able to endure, [idiom] according as, [idiom] after, [idiom] coming, [idiom] follow, (broken-)foot(-ed, -stool), [idiom] great toe, [idiom] haunt, [idiom] journey, leg, [phrase] piss, [phrase] possession, time
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
6Brood hebt gij niet gegeten, en wijn en sterken drank hebt gij niet gedronken; opdat gij wistet, dat Ik de HEERE, uw God, ben.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6BroodH3899 hebt gij niet gegetenH398, en wijnH3196 en sterken drankH7941 hebt gij niet gedronkenH8354; opdat gij wistetH3045, datH2088 Ik de HEERE, uw GodH430, ben.Brood hebt gij niet gegeten, en wijn en sterken drank hebt gij niet gedronken; opdat gij wistet, dat Ik de HEERE, uw God, ben.
Ook in dit vers
HEEREH3068
KJVYe have not eatenbread,neither have ye drunkwineor strong drink:that ye might knowthat I am the LORDyour God.
1לֶ֚חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals2לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3אֲכַלְתֶּ֔םH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite4וְיַ֥יִןH3196wijn, wijns, Wijnbanqueting, wine, wine(-bibber)5וְשֵׁכָ֖רH7941sterken drank, sterke drank, sterken dranksstrong drink, [phrase] drunkard, strong wine6לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7שְׁתִיתֶ֑םH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)8לְמַ֨עַן֙H4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to9תֵּֽדְע֔וּH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot10כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11אֲנִ֥יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who12יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13אֱלֹהֵיכֶֽםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
7Toen gij nu kwaamt aan deze plaats, toog Sihon, de koning van Hesbon, uit, en Og, de koning van Bazan, ons tegemoet, ten strijde; en wij sloegen hen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Toen gij nu kwaamt aan deze plaatsH4725, toogH3318SihonH5511, de koningH4428 van HesbonH2809, uit, en OgH5747, de koningH4428 van BazanH1316, ons tegemoetH7125, ten strijdeH4421; en wij sloegenH5221 hen.Toen gij nu kwaamt aan deze plaats, toog Sihon, de koning van Hesbon, uit, en Og, de koning van Bazan, ons tegemoet, ten strijde; en wij sloegen hen.
KJVAnd when ye cameunto this place,Sihonthe kingof Heshbon,and Ogthe kingof Bashan,came outagainstus unto battle,and we smote
1וַתָּבֹ֖אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3הַמָּק֣וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)4הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)5וַיֵּצֵ֣אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter6סִיחֹ֣ןH5511SihonSihon7מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal8חֶ֠שְׁבּוֹןH2809Hesbon, Hesbons, HezbonHeshbon9וְע֨וֹגH5747OgOg10מֶֽלֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal11הַבָּשָׁ֧ןH1316Bazan, BasanBashan12לִקְרָאתֵ֛נוּH7125tegemoet, egemoet, ontmoette[idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way13לַמִּלְחָמָ֖הH4421strijd, krijg, strijdebattle, fight(-ing), war(-rior)14וַנַּכֵּֽםH5221sloeg, slaan, geslagenbeat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound
8En wij hebben hun land ingenomen, en dat ten erve gegeven aan de Rubenieten en Gadieten, mitsgaders aan den halven stam der Manassieten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8En wij hebben hun landH776ingenomenH3947, en dat ten erveH5159gegevenH5414 aan de RubenietenH7206 en GadietenH1425, mitsgaders aan den halvenH2677stamH7626 der ManassietenH4520.En wij hebben hun land ingenomen, en dat ten erve gegeven aan de Rubenieten en Gadieten, mitsgaders aan den halven stam der Manassieten.
KJVAnd we tooktheir land,and gaveit for an inheritanceunto the Reubenites,and to the Gadites,and to the halftribeof Manasseh.
1וַנִּקַּח֙H3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3אַרְצָ֔םH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world4וַנִּתְּנָ֣הּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield5לְנַחֲלָ֔הH5159erfenis, erfdeel, erveheritage, to inherit, inheritance, possession. Compare H5158 (נַחַל)6לָרֽאוּבֵנִ֖יH7206Rubenieten, Rubenietchildren of Reuben, Reubenites7וְלַגָּדִ֑יH1425Gadieten, GadietGadites, children of Gad8וְלַחֲצִ֖יH2677helft, halve, halvenhalf, middle, mid(-night), midst, part, two parts9שֵׁ֥בֶטH7626stammen, stam, roede[idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe10הַֽמְנַשִּֽׁיH4520Manassietenof Manasseh, Manassites
9Houdt dan de woorden dezes verbonds, en doet ze; opdat gij verstandelijk handelt in alles, wat gij doen zult.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9HoudtH8104 dan de woordenH1697 dezes verbondsH1285, en doet ze; opdat gij verstandelijkH7919 handelt in allesH6213, wat gij doen zult.Houdt dan de woorden dezes verbonds, en doet ze; opdat gij verstandelijk handelt in alles, wat gij doen zult.
KJVKeeptherefore the wordsof this covenant,and dothem, that ye may prosperin all that ye do.
1וּשְׁמַרְתֶּ֗םH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3דִּבְרֵי֙H1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work4הַבְּרִ֣יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league5הַזֹּ֔אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus6וַעֲשִׂיתֶ֖םH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7אֹתָ֑םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8לְמַ֣עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to9תַּשְׂכִּ֔ילוּH7919verstandelijk, verstandig, verstaanconsider, expert, instruct, prosper, (deal) prudent(-ly), (give) skill(-ful), have good success, teach, (have, make to) understand(-ing), wisdom, (be, behave self, consider, make) wise(-ly), guide wittingly10אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection13תַּעֲשֽׂוּןH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
10Gij staat heden allen voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods: uw hoofden uwer stammen, uw oudsten, en uw ambtlieden, alle man van Israel;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Gij staatH5324hedenH3117 allen voor het aangezichtH6440 des HEEREN, uws GodsH430: uw hoofdenH7218 uwer stammenH7626, uw oudstenH2205, en uw ambtliedenH7860, alle manH376 van IsraelH3478;Gij staat heden allen voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods: uw hoofden uwer stammen, uw oudsten, en uw ambtlieden, alle man van Israel;
Ook in dit vers
HEEREH3068
KJVYe standthis dayall of you beforethe LORDyour God;your captainsof your tribes,your elders,and your officers,with all the menof Israel,
1אַתֶּ֨םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2נִצָּבִ֤יםH5324gesteld, stonden, stondappointed, deputy, erect, establish, [idiom] Huzzah (by mistake for a proper name), lay, officer, pillar, present, rear up, set (over, up), settle, sharpen, establish, (make to) stand(-ing, still, up, upright), best state3הַיּוֹם֙H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4כֻּלְּכֶ֔םH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5לִפְנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7אֱלֹהֵיכֶ֑םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8רָאשֵׁיכֶ֣םH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top9שִׁבְטֵיכֶ֗םH7626stammen, stam, roede[idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe10זִקְנֵיכֶם֙H2205oudsten, ouden, oudeaged, ancient (man), elder(-est), old (man, men and...women), senator11וְשֹׁ֣טְרֵיכֶ֔םH7860ambtlieden, ambtmanofficer, overseer, ruler12כֹּ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13אִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)14יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
11Uw kinderkens, uw vrouwen, en uw vreemdeling, die in het midden van uw leger is, van uw houthouwer tot uw waterputter toe;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Uw kinderkensH2945, uw vrouwenH802, en uw vreemdelingH1616, dieH834 in het middenH7130 van uw legerH4264 is, van uw houthouwerH2404 tot uw waterputterH7579 toe;Uw kinderkens, uw vrouwen, en uw vreemdeling, die in het midden van uw leger is, van uw houthouwer tot uw waterputter toe;
KJVYour little ones,your wives,and thy strangerthat is inthy camp,from the hewerof thy woodunto the drawerof thy water:
1טַפְּכֶ֣םH2945kinderkens, kinderen, kleine kinderen(little) children (ones), families2נְשֵׁיכֶ֔םH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English3וְגֵ֣רְךָ֔H1616vreemdeling, vreemdelingen, vreemdelingsalien, sojourner, stranger4אֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5בְּקֶ֣רֶבH7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self6מַחֲנֶ֑יךָH4264leger, legers, heirlegerarmy, band, battle, camp, company, drove, host, tents7מֵחֹטֵ֣בH2404houthouwers, houwen, houthouwercut down, hew(-er), polish8עֵצֶ֔יךָH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood9עַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet10שֹׁאֵ֥בH7579putten, waterputters, putte(woman to) draw(-er, water)11מֵימֶֽיךָH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
12Om over te gaan in het verbond des HEEREN, uws Gods, en in Zijn vloek, hetwelk de HEERE, uw God, heden met u maakt;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12OmH4616 over te gaan in hetH1931verbondH1285 des HEEREN, uws GodsH430, en in ZijnH1961vloekH423, hetwelkH834 de HEERE, uw GodH430, hedenH3117 met u maaktH3772;Om over te gaan in het verbond des HEEREN, uws Gods, en in Zijn vloek, hetwelk de HEERE, uw God, heden met u maakt;
Ook in dit vers
HEEREH3068
HEEREH3068
KJVThat thou shouldest enterinto covenantwith the LORDthy God,10and into his oath,which the LORDthy Godmakethwith thee this day:
1לְעָבְרְךָ֗H5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath2בִּבְרִ֛יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league3יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4אֱלֹהֶ֖יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty5וּבְאָלָת֑וֹH423vloek, eed, eed vloekscurse, cursing, execration, oath, swearing6אֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8אֱלֹהֶ֔יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty9כֹּרֵ֥תH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want10עִמְּךָ֖H5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)11הַיּֽוֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
13Opdat Hij u heden Zichzelven tot een volk bevestige, en Hij u tot een God zij, gelijk als Hij tot u gesproken heeft, en gelijk als Hij uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Opdat Hij u hedenH3117 Zichzelven tot een volkH5971bevestigeH6965, en Hij u tot een GodH430 zij, gelijk als Hij tot u gesprokenH1696 heeft, en gelijk als Hij uw vaderenH1, AbrahamH85, IzakH3327 en JakobH3290, gezworenH7650 heeft.Opdat Hij u heden Zichzelven tot een volk bevestige, en Hij u tot een God zij, gelijk als Hij tot u gesproken heeft, en gelijk als Hij uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft.
KJVThat he may establishthee to dayfor a peopleunto himself, and that he may be unto thee a God,as he hath saidunto thee, and as he hath swornunto thy fathers,to Abraham,to Isaac,and to Jacob.
1לְמַ֣עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to2הָקִֽיםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)3אֹתְךָ֩H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הַיּ֨וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger5ל֜וֹ6לְעָ֗םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people7וְה֤וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who8יִֽהְיֶהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9לְּךָ֙10לֵֽאלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty11כַּאֲשֶׁ֖רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12דִּבֶּרH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work13לָ֑ךְ14וְכַאֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15נִשְׁבַּע֙H7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear16לַאֲבֹתֶ֔יךָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'17לְאַבְרָהָ֥םH85Abraham, Abrahams, zoonAbraham18לְיִצְחָ֖קH3327Izak, IzaksIsaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק)19וּֽלְיַעֲקֹֽבH3290Jakob, JakobsJacob
14En niet met ulieden alleen maak ik dit verbond en dezen vloek;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En nietH369 met ulieden alleen maakH3772 ik dit verbondH1285 en dezen vloekH423;En niet met ulieden alleen maak ik dit verbond en dezen vloek;
KJVNeither with you only do I makethis covenantand this oath;
1וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2אִתְּכֶ֖םH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix3לְבַדְּכֶ֑םH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength4אָנֹכִ֗יH595ik, mijI, me, [idiom] which5כֹּרֵת֙H3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הַבְּרִ֣יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league8הַזֹּ֔אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הָאָלָ֖הH423vloek, eed, eed vloekscurse, cursing, execration, oath, swearing11הַזֹּֽאתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
15Maar met dengene, die heden hier bij ons voor het aangezicht des HEEREN, onzes Gods, staat; en met dengene, die hier heden bij ons niet is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15MaarH3588 met dengene, die hedenH3117 hier bij ons voor het aangezichtH6440 des HEEREN, onzes GodsH430, staatH5975; en met dengene, die hier hedenH3117 bij ons niet is.Maar met dengene, die heden hier bij ons voor het aangezicht des HEEREN, onzes Gods, staat; en met dengene, die hier heden bij ons niet is.
Ook in dit vers
HEEREH3068
KJVBut with him that standethhere with us thisdaybeforethe LORDour God,and also with him that is not here with us this day:
1כִּי֩H3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix3אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4יֶשְׁנ֜וֹH3426ware, Hoe lang, Voorwaar(there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest5פֹּ֗הH6311hier, hierheenhere, hither, the one (other, this, that) side6עִמָּ֨נוּ֙H5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)7עֹמֵ֣דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry8הַיּ֔וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger9לִפְנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you10יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11אֱלֹהֵ֑ינוּH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty12וְאֵ֨תH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix13אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14אֵינֶ֛נּוּH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)15פֹּ֖הH6311hier, hierheenhere, hither, the one (other, this, that) side16עִמָּ֥נוּH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)17הַיּֽוֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
16Want gij weet, hoe wij in Egypteland gewoond hebben, en hoe wij doorgetogen zijn door het midden der volken, die gij doorgetogen zijt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Want gij weet, hoe wij in EgyptelandH776gewoondH3427 hebben, en hoe wij doorgetogenH5674 zijn door het middenH7130 der volkenH1471, dieH834 gij doorgetogenH5674 zijt.Want gij weet, hoe wij in Egypteland gewoond hebben, en hoe wij doorgetogen zijn door het midden der volken, die gij doorgetogen zijt.
KJV(For ye knowhow we have dweltin the landof Egypt;and how we camethroughthe nationswhich ye passed by;
1כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet2אַתֶּ֣םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you3יְדַעְתֶּ֔םH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot4אֵ֥תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6יָשַׁ֖בְנוּH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry7בְּאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world8מִצְרָ֑יִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim9וְאֵ֧תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11עָבַ֛רְנוּH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath12בְּקֶ֥רֶבH7130midden, binnenste, ingewand[idiom] among, [idiom] before, bowels, [idiom] unto charge, [phrase] eat (up), [idiom] heart, [idiom] him, [idiom] in, inward ([idiom] -ly, part, -s, thought), midst, [phrase] out of, purtenance, [idiom] therein, [idiom] through, [idiom] within self13הַגּוֹיִ֖םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people14אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection15עֲבַרְתֶּֽםH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath
17En gij hebt gezien hun verfoeiselen, en hun drekgoden, hout en steen, zilver en goud, die bij hen waren.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En gij hebt gezien hun verfoeiselenH8251, en hun drekgodenH1544, houtH6086 en steenH68, zilverH3701 en goudH2091, die bijH5973 hen waren.En gij hebt gezien hun verfoeiselen, en hun drekgoden, hout en steen, zilver en goud, die bij hen waren.
KJVAnd ye have seentheir abominations,and their idols,woodand stone,silverand gold,
1וַתִּרְאוּ֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3שִׁקּ֣וּצֵיהֶ֔םH8251verfoeiselen, verfoeisel, gruwelabominable filth (idol, -ation), detestable (thing)4וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5גִּלֻּלֵיהֶ֑םH1544drekgodenidol6עֵ֣ץH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood7וָאֶ֔בֶןH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)8כֶּ֥סֶףH3701zilver, geld, zilverenmoney, price, silver(-ling)9וְזָהָ֖בH2091goud, gouden, goudsgold(-en), fair weather10אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11עִמָּהֶֽםH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)
18Dat onder ulieden niet zij een man, of vrouw, of huisgezin, of stam, die zijn hart heden wende van den HEERE, onzen God, om te gaan dienen de goden dezer volken; dat onder ulieden niet zij een wortel, die gal en alsem drage;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Dat onder ulieden niet zij een manH376, of vrouwH802, of huisgezinH4940, of stamH7626, die zijnH1961hartH3824hedenH3117wendeH6437vanH854 den HEERE, onzen GodH430, omH4616 te gaanH3212dienenH5647 de godenH430 dezer volkenH1471; dat onder ulieden niet zij een wortelH8328, die galH7219 en alsemH3939drageH6509;Dat onder ulieden niet zij een man, of vrouw, of huisgezin, of stam, die zijn hart heden wende van den HEERE, onzen God, om te gaan dienen de goden dezer volken; dat onder ulieden niet zij een wortel, die gal en alsem drage;
Ook in dit vers
HEEREH3068
KJVLest there should beamong you man,or woman,or family,or tribe,whose heart8turneth awaythis dayfrom the LORDour God,to go16and servethe godsof these nations;lest there should beamong you a rootthat bearethgalland wormwood;
1פֶּןH6435opdat niet, anders(lest) (peradventure), that...not2יֵ֣שׁH3426ware, Hoe lang, Voorwaar(there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest3בָּ֠כֶם4אִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)5אוֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether6אִשָּׁ֞הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English7א֧וֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether8מִשְׁפָּחָ֣הH4940geslacht, geslachten, huisgezinnenfamily, kind(-red)9אוֹH176ofalso, and, either, if, at the least, [idiom] nor, or, otherwise, then, whether10שֵׁ֗בֶטH7626stammen, stam, roede[idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe11אֲשֶׁר֩H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12לְבָב֨וֹH3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding13פֹנֶ֤הH6437keerde, keerden, ziendeappear, at (even-) tide, behold, cast out, come on, [idiom] corner, dawning, empty, go away, lie, look, mark, pass away, prepare, regard, (have) respect (to), (re-) turn (aside, away, back, face, self), [idiom] right (early)14הַיּוֹם֙H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger15מֵעִם֙H5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)16יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)17אֱלֹהֵ֔ינוּH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty18לָלֶ֣כֶתH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak19לַעֲבֹ֔דH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,20אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21אֱלֹהֵ֖יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty22הַגּוֹיִ֣םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people23הָהֵ֑םH1992zij, die, hunit, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye24פֶּןH6435opdat niet, anders(lest) (peradventure), that...not25יֵ֣שׁH3426ware, Hoe lang, Voorwaar(there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest26בָּכֶ֗ם27שֹׁ֛רֶשׁH8328wortel, wortelen, Wortelbottom, deep, heel, root28פֹּרֶ֥הH6509vruchtbaar, vruchtbare, gewassenbear, bring forth (fruit), (be, cause to be, make) fruitful, grow, increase29רֹ֖אשׁH7219gal, galle, adderenvergiftgall, hemlock, poison, venom30וְלַעֲנָֽהH3939alsemhemlock, wormwood
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
19En het geschiede, als hij de woorden dezes vloeks hoort, dat hij zichzelven zegene in zijn hart, zeggende: Ik zal vrede hebben, wanneer ik schoon naar mijns harten goeddunken zal wandelen, om den dronkene te doen tot den dorstige.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En het geschiede, alsH3588 hij de woordenH1697 dezes vloeksH423hoortH8085, dat hij zichzelven zegeneH1288 in zijn hartH3824, zeggendeH559: Ik zal vredeH7965 hebben, wanneer ik schoon naar mijns harten goeddunkenH8307 zal wandelenH3212, om den dronkeneH7302 te doen tot den dorstigeH6771.En het geschiede, als hij de woorden dezes vloeks hoort, dat hij zichzelven zegene in zijn hart, zeggende: Ik zal vrede hebben, wanneer ik schoon naar mijns harten goeddunken zal wandelen, om den dronkene te doen tot den dorstige.
Ook in dit vers
schoon hartenH3820
KJVAnd it come to pass, when he heareththe wordsof this curse,17that he blesshimself in his heart,saying,I shall have peace,though6I walkin the imaginationof mine heart,to adddrunkennessto thirst:
1וְהָיָ֡הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בְּשָׁמְעוֹ֩H8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4דִּבְרֵ֨יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work5הָֽאָלָ֜הH423vloek, eed, eed vloekscurse, cursing, execration, oath, swearing6הַזֹּ֗אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus7וְהִתְבָּרֵ֨ךְH1288zegenen, gezegend, zegende[idiom] abundantly, [idiom] altogether, [idiom] at all, blaspheme, bless, congratulate, curse, [idiom] greatly, [idiom] indeed, kneel (down), praise, salute, [idiom] still, thank8בִּלְבָב֤וֹH3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding9לֵאמֹר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10שָׁל֣וֹםH7965vrede, welstand, vredes[idiom] do, familiar, [idiom] fare, favour, [phrase] friend, [idiom] great, (good) health, ([idiom] perfect, such as be at) peace(-able, -ably), prosper(-ity, -ous), rest, safe(-ty), salute, welfare, ([idiom] all is, be) well, [idiom] wholly11יִֽהְיֶהH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12לִּ֔י13כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet14בִּשְׁרִר֥וּתH8307goeddunkenimagination, lust15לִבִּ֖יH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom16אֵלֵ֑ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak17לְמַ֛עַןH4616opdat, om, omdatbecause of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to18סְפ֥וֹתH5595ombrengen, omkomen, omkomtadd, augment, consume, destroy, heap, join, perish, put19הָרָוָ֖הH7302gewaterde, dronkenedrunkenness, watered20אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix21הַצְּמֵאָֽהH6771dorstige, dorstig, dorstigen(that) thirst(-eth, -y)
20De HEERE zal hem niet willen vergeven; maar alsdan zal des HEEREN toorn en ijver roken over denzelven man, en al de vloek, die in dit boek geschreven is, zal op hem liggen; en de HEERE zal zijn naam van onder den hemel uitdelgen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20De HEEREH3068 zal hem niet willenH14vergevenH5545; maar alsdan zal des HEEREN toornH639 en ijverH7068rokenH6225 over denzelven manH376, en alH3605 de vloekH423, die in dit boekH5612geschrevenH3789 is, zal op hem liggenH7257; en de HEERE zal zijn naamH8034 van onder den hemelH8064uitdelgenH4229.De HEERE zal hem niet willen vergeven; maar alsdan zal des HEEREN toorn en ijver roken over denzelven man, en al de vloek, die in dit boek geschreven is, zal op hem liggen; en de HEERE zal zijn naam van onder den hemel uitdelgen.
Ook in dit vers
HEEREH3068
HEEREH3068
KJVThe LORD2willnot sparehim, but then the angerof the LORDand his jealousyshall smokeagainst that man,and all the curses8that are written10in this book11shall lieupon him, and the LORDshall blot outhis namefrom under heaven.
1לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2יֹאבֶ֣הH14wilde, willen, wildenconsent, rest content will, be willing3יְהוָה֮H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4סְלֹ֣חַֽH5545vergeven, vergeef, vergeveforgive, pardon, spare5לוֹ֒6כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7אָ֠זH227toen, alsdanbeginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet8יֶעְשַׁ֨ןH6225roken, rooktebe angry (be on a) smoke9אַףH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath10יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11וְקִנְאָתוֹ֙H7068ijver, ijveringen, ijversenvy(-ied), jealousy, [idiom] sake, zeal12בָּאִ֣ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)13הַה֔וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who14וְרָ֤בְצָהH7257nederliggen, legeren, ligtcrouch (down), fall down, make a fold, lay, (cause to, make to) lie (down), make to rest, sit15בּוֹ֙16כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17הָ֣אָלָ֔הH423vloek, eed, eed vloekscurse, cursing, execration, oath, swearing18הַכְּתוּבָ֖הH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)19בַּסֵּ֣פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll20הַזֶּ֑הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)21וּמָחָ֤הH4229uitgedelgd, delg, verdelgenabolish, blot out, destroy, full of marrow, put out, reach unto, [idiom] utterly, wipe (away, out)22יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)23אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)24שְׁמ֔וֹH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report25מִתַּ֖חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with26הַשָּׁמָֽיִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)
21En de HEERE zal hem ten kwade afscheiden van al de stammen Israels, naar alle vloeken des verbonds, dat in het boek dezer wet geschreven is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En de HEEREH3068 zal hemH1931 ten kwadeH7451afscheidenH914 van al de stammenH7626IsraelsH3478, naar alle vloekenH423 des verbondsH1285, dat in het boekH5612 dezer wetH8451geschrevenH3789 is.En de HEERE zal hem ten kwade afscheiden van al de stammen Israels, naar alle vloeken des verbonds, dat in het boek dezer wet geschreven is.
KJVAnd the LORD22shall separatehim unto evilout of all the tribesof Israel,according to all the cursesof the covenantthat are writtenin this bookof the law:
1וְהִבְדִּיל֤וֹH914afgezonderd, scheiding, scheidde(make, put) difference, divide (asunder), (make) separate (self, -ation), sever (out), [idiom] utterly2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3לְרָעָ֔הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)4מִכֹּ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5שִׁבְטֵ֣יH7626stammen, stam, roede[idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe6יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael7כְּכֹל֙H3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)8אָל֣וֹתH423vloek, eed, eed vloekscurse, cursing, execration, oath, swearing9הַבְּרִ֔יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league10הַכְּתוּבָ֕הH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)11בְּסֵ֥פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll12הַתּוֹרָ֖הH8451wet, wetten, leerlaw13הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
22Dan zal zeggen het navolgend geslacht, uw kinderen, die na ulieden opstaan zullen, en de vreemde, die uit verren lande komen zal, als zij zullen zien de plagen dezes lands en deszelfs krankheden, waarmede de HEERE het gekrenkt heeft;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Dan zal zeggenH559 het navolgendH314geslachtH1755, uw kinderenH1121, die na ulieden opstaanH6965 zullen, en de vreemdeH5237, die uit verrenH7350landeH776komenH935 zal, als zij zullen zienH7200 de plagenH4347 dezes landsH776 en deszelfs krankhedenH8463, waarmede de HEEREH3068 het gekrenktH2470 heeft;Dan zal zeggen het navolgend geslacht, uw kinderen, die na ulieden opstaan zullen, en de vreemde, die uit verren lande komen zal, als zij zullen zien de plagen dezes lands en deszelfs krankheden, waarmede de HEERE het gekrenkt heeft;
KJVSo that the generationto comeof your childrenthat shall rise upafteryou, and the strangerthat shall comefrom a farland,5shall say,when they seethe plaguesof that land,and the sicknesseswhich the LORD22hath laid
1וְאָמַ֞רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2הַדּ֣וֹרH1755geslacht, geslachten, Geslachtage, [idiom] evermore, generation, (n-) ever, posterity3הָֽאַחֲר֗וֹןH314laatste, achterste, navolgendeafter (-ward), to come, following, hind(-er, -ermost, -most), last, latter, rereward, ut(ter) most4בְּנֵיכֶם֙H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6יָק֨וּמוּ֙H6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)7מֵאַ֣חֲרֵיכֶ֔םH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with8וְהַ֨נָּכְרִ֔יH5237vreemde, vreemd, onbekendealien, foreigner, outlandish, strange(-r, woman)9אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10יָבֹ֖אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way11מֵאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12רְחוֹקָ֑הH7350verre, verren, ver(a-) far (abroad, off), long ago, of old, space, great while to come13וְ֠רָאוּH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15מַכּ֞וֹתH4347slag, plagen, plagebeaten, blow, plague, slaughter, smote, [idiom] sore, stripe, stroke, wound(-ed)16הָאָ֤רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world17הַהִוא֙H1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who18וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19תַּ֣חֲלֻאֶ֔יהָH8463krankheden, kranken, pijnlijkedisease, [idiom] grievous, (that are) sick(-ness)20אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection21חִלָּ֥הH2470krank, smeken, ziekbeseech, (be) diseased, (put to) grief, be grieved, (be) grievous, infirmity, intreat, lay to, put to pain, [idiom] pray, make prayer, be (fall, make) sick, sore, be sorry, make suit ([idiom] supplication), woman in travail, be (become) weak, be wounded22יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)23בָּֽהּ
23Dat zijn ganse aarde zij zwavel en zout der verbranding; die niet bezaaid zal zijn, en geen spruit zal voortgebracht hebben, noch enig kruid daarin zal opgekomen zijn; gelijk de omkering van Sodom en Gomorra, Adama en Zeboim, die de HEERE heeft omgekeerd in Zijn toorn en in Zijn grimmigheid;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Dat zijn ganse aardeH776 zij zwavelH1614 en zoutH4417 der verbrandingH8316; die niet bezaaidH2232 zal zijn, en geen spruit zal voortgebracht hebben, noch enig kruidH6212 daarin zal opgekomenH5927 zijn; gelijk de omkeringH4114 van SodomH5467 en GomorraH6017, AdamaH126 en ZeboimH6636, dieH2088 de HEEREH3068 heeft omgekeerdH2015 in Zijn toornH639 en in Zijn grimmigheidH2534;Dat zijn ganse aarde zij zwavel en zout der verbranding; die niet bezaaid zal zijn, en geen spruit zal voortgebracht hebben, noch enig kruid daarin zal opgekomen zijn; gelijk de omkering van Sodom en Gomorra, Adama en Zeboim, die de HEERE heeft omgekeerd in Zijn toorn en in Zijn grimmigheid;
Ook in dit vers
spruit voortgebrachtH6779
KJVAnd that the whole land9thereof is brimstone,and salt,and burning,that it is not sown,nor beareth,nor any grassgroweththerein, like the overthrowof Sodom,and Gomorrah,Admah,and Zeboim,which the LORD7overthrewin his anger,13and in his wrath:
1גָּפְרִ֣יתH1614zwavelbrimstone2וָמֶלַח֮H4417zout, Zoutzeesalt(-pit)3שְׂרֵפָ֣הH8316brand, branding, brandsburning4כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5אַרְצָהּ֒H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world6לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without7תִזָּרַע֙H2232zaaien, gezaaid, bezaaienbear, conceive seed, set with sow(-er), yield8וְלֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9תַצְמִ֔חַH6779uitspruiten, gewassen, spruitenbear, bring forth, (cause to, make to) bud (forth), (cause to, make to) grow (again, up), (cause to) spring (forth, up)10וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11יַעֲלֶ֥הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work12בָ֖הּ13כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)14עֵ֑שֶׂבH6212kruid, gras, kruidengrass, herb15כְּֽמַהְפֵּכַ֞תH4114omkering, omgekeerd, omkeerdewhen...overthrew, overthrow(-n)16סְדֹ֤םH5467SodomSodom17וַעֲמֹרָה֙H6017GomorraGomorrah18אַדְמָ֣הH126AdamaAdmah19וּצְבוֹיִ֔םH6636Zeboim, ZoboimZeboiim, Zeboim20אֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection21הָפַ֣ךְH2015veranderd, omgekeerd, keerde[idiom] become, change, come, be converted, give, make (a bed), overthrow (-turn), perverse, retire, tumble, turn (again, aside, back, to the contrary, every way)22יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)23בְּאַפּ֖וֹH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath24וּבַחֲמָתֽוֹH2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
24En alle volken zullen zeggen: Waarom heeft de HEERE aan dit land alzo gedaan? Wat is de ontsteking van dezen groten toorn?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24En alle volkenH1471 zullen zeggenH559: Waarom heeft de HEEREH3068aanH5921 dit landH776 alzo gedaan? WatH834 is de ontstekingH2750 van dezen groten toornH639?En alle volken zullen zeggen: Waarom heeft de HEERE aan dit land alzo gedaan? Wat is de ontsteking van dezen groten toorn?
KJVEven all nationsshall say,1Wherefore hath the LORD7donethus unto this land?15what meaneth the heatof this greatanger?
1וְאָֽמְרוּ֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3הַגּוֹיִ֔םH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5מֶ֨הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why6עָשָׂ֧הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8כָּ֖כָהH3602alzo, op deze wijzeafter that (this) manner, this matter, (even) so, in such a case, thus9לָאָ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world10הַזֹּ֑אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus11מֶ֥הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why12חֳרִ֛יH2750ontsteking, hittigheid, hittefierce, [idiom] great, heat13הָאַ֥ףH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath14הַגָּד֖וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very15הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
25Dan zal men zeggen: Omdat zij het verbond des HEEREN, des Gods hunner vaderen, hebben verlaten, dat Hij met hen gemaakt had, als Hij hen uit Egypteland uitvoerde;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25Dan zal men zeggenH559: Omdat zij het verbondH1285 des HEEREN, des GodsH430 hunner vaderenH1, hebben verlatenH5800, datH834 Hij met hen gemaakt had, als Hij hen uit EgyptelandH776uitvoerdeH3318;Dan zal men zeggen: Omdat zij het verbond des HEEREN, des Gods hunner vaderen, hebben verlaten, dat Hij met hen gemaakt had, als Hij hen uit Egypteland uitvoerde;
Ook in dit vers
HEEREH3068
KJVThen men shall say,Because they have forsakenthe covenantof the LORDGod3of their fathers,which he madewith them when he brought them forthout of the landof Egypt:
1וְאָ֣מְר֔וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2עַ֚לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4עָֽזְב֔וּH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6בְּרִ֥יתH1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league7יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty9אֲבֹתָ֑םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'10אֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11כָּרַ֣תH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want12עִמָּ֔םH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)13בְּהוֹצִיא֥וֹH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter14אֹתָ֖םH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15מֵאֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world16מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
26En zij heengegaan zijn, en andere goden gediend en zich voor die gebogen hebben; goden, die hen niet gekend hadden, en geen van welke hun iets medegedeeld had;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26En zijH1931heengegaanH3212 zijn, en andere godenH430gediendH5647 en zich voor die gebogenH7812 hebben; godenH430, die hen niet gekendH3045 hadden, en geen van welke hun ietsH3605medegedeeldH2505 had;En zij heengegaan zijn, en andere goden gediend en zich voor die gebogen hebben; goden, die hen niet gekend hadden, en geen van welke hun iets medegedeeld had;
KJVFor they wentand servedothergods,and worshippedthem, godswhom they knewnot, and whom he had not given
1וַיֵּלְכ֗וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2וַיַּֽעַבְדוּ֙H5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,3אֱלֹהִ֣יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4אֲחֵרִ֔יםH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange5וַיִּֽשְׁתַּחֲוּ֖וּH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship6לָהֶ֑ם7אֱלֹהִים֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10יְדָע֔וּםH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot11וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12חָלַ֖קH2505delen, uitgedeeld, verdeelddeal, distribute, divide, flatter, give, (have, im-) part(-ner), take away a portion, receive, separate self, (be) smooth(-er)13לָהֶֽם
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
27Daarom is de toorn des HEEREN ontstoken tegen dit land, om daarover te brengen al dezen vloek, die in dit boek geschreven is.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Daarom is de toornH639 des HEERENH3068ontstokenH2734 tegen ditH2088landH776, om daarover te brengenH935 al dezen vloekH7045, die in dit boekH5612geschrevenH3789 is.Daarom is de toorn des HEEREN ontstoken tegen dit land, om daarover te brengen al dezen vloek, die in dit boek geschreven is.
KJVAnd the anger5of the LORD2was kindledagainst this land,11to bringupon it all the cursesthat are writtenin this book:
1וַיִּֽחַרH2734ontstak, ontstoken, ontstekebe angry, burn, be displeased, [idiom] earnestly, fret self, grieve, be (wax) hot, be incensed, kindle, [idiom] very, be wroth. See H8474 (תַּחָרָה)2אַ֥ףH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath3יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4בָּאָ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5הַהִ֑ואH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who6לְהָבִ֤יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way7עָלֶ֨יהָ֙H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10הַקְּלָלָ֔הH7045vloek, vloeken(ac-) curse(-d, -ing)11הַכְּתוּבָ֖הH3789geschreven, schreef, beschrevendescribe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten)12בַּסֵּ֥פֶרH5612boek, brieven, wetboekbill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll13הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
28En de HEERE heeft hen uit hun land uitgetrokken, in toorn, en in grimmigheid, en in grote verbolgenheid; en Hij heeft hen verworpen in een ander land, gelijk het is te dezen dage.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28En de HEEREH3068 heeft hen uit hun land uitgetrokkenH5428, in toornH639, en in grimmigheidH2534, en in grote verbolgenheidH7110; en Hij heeft hen verworpenH7993 in een anderH312 land, gelijk het is te dezen dageH3117.En de HEERE heeft hen uit hun land uitgetrokken, in toorn, en in grimmigheid, en in grote verbolgenheid; en Hij heeft hen verworpen in een ander land, gelijk het is te dezen dage.
Ook in dit vers
landH127
landH776
KJVAnd the LORD2rootedthem out of their landin anger,and in wrath,and in greatindignation,and castthem into anotherland,as it is this day.
1וַיִּתְּשֵׁ֤םH5428uitrukken, uitgerukt, rukkendestroy, forsake, pluck (out, up, by the roots), pull up, root out (up), [idiom] utterly. s2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3מֵעַ֣לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with4אַדְמָתָ֔םH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land5בְּאַ֥ףH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath6וּבְחֵמָ֖הH2534grimmigheid, grimmige, vurig venijnanger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה)7וּבְקֶ֣צֶףH7110toorn, verbolgenheid, toornigheidfoam, indignation, [idiom] sore, wrath8גָּד֑וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very9וַיַּשְׁלִכֵ֛םH7993wierp, werpen, geworpenadventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw10אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11אֶ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12אַחֶ֖רֶתH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange13כַּיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger14הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
29De verborgene dingen zijn voor den HEERE, onzen God; maar de geopenbaarde zijn voor ons en voor onze kinderen, tot in eeuwigheid, om te doen al de woorden dezer wet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29De verborgeneH5641 dingen zijn voor den HEERE, onzen GodH430; maar de geopenbaardeH1540 zijn voor ons en voor onze kinderenH1121, tot in eeuwigheidH5769, om te doen al de woordenH1697 dezer wetH8451.De verborgene dingen zijn voor den HEERE, onzen God; maar de geopenbaarde zijn voor ons en voor onze kinderen, tot in eeuwigheid, om te doen al de woorden dezer wet.
1הַ֨נִּסְתָּרֹ֔תH5641verborgen, verbergen, verbergtbe absent, keep close, conceal, hide (self), (keep) secret, [idiom] surely2לַיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֱלֹהֵ֑ינוּH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4וְהַנִּגְלֹ֞תH1540gevankelijk, ontdekken, ontdekt[phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover5לָ֤ׄנׄוּׄ6וּׄלְׄבָׄנֵׄ֨יׄנׄוּׄ֙H1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet8עוֹלָ֔םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)9לַעֲשׂ֕וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)11כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12דִּבְרֵ֖יH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work13הַתּוֹרָ֥הH8451wet, wetten, leerlaw14הַזֹּֽאתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Deuteronomium 29:1— Dit zijn de woorden des verbonds, dat de HEERE Mozes geboden heeft te maken met de kinderen Israels, in het land van Moab, boven het verbond, dat Hij met hen gemaakt had aan Horeb.Deuteronomium 5:2→Handelingen 3:25→Exodus 19:3→Jeremia 34:18→Leviticus 26:44→2 Koningen 23:3→Deuteronomium 29:12→Jeremia 11:2→
Deuteronomium 29:2— En Mozes riep gans Israel, en zeide tot hen: Gij hebt gezien al wat de HEERE in Egypteland voor uw ogen gedaan heeft, aan Farao, en aan al zijn knechten, en aan zijn land;Exodus 19:4→Exodus 8:12→Jozua 24:5→Psalmen 105:27→Psalmen 78:43→
Deuteronomium 29:3— De grote verzoekingen, die uw ogen gezien hebben, diezelve tekenen en grote wonderen.Nehemia 9:9→Deuteronomium 7:18→Deuteronomium 4:32→
Deuteronomium 29:4— Maar de HEERE heeft ulieden niet gegeven een hart om te verstaan, noch ogen om te zien, noch oren om te horen, tot op dezen dag.Jesaja 6:9→Spreuken 20:12→Johannes 8:43→Handelingen 28:26→Jesaja 63:17→2 Thessalonicenzen 2:10→Efeze 4:18→2 Korinthe 3:15→
Deuteronomium 29:5— En Ik heb ulieden veertig jaren doen wandelen in de woestijn; uw klederen zijn aan u niet verouderd, en uw schoen is niet verouderd aan uw voet.Deuteronomium 8:4→Deuteronomium 8:2→Nehemia 9:21→Deuteronomium 1:3→Mattheüs 6:31→Mattheüs 10:10→Jozua 9:5→Jozua 9:13→
Deuteronomium 29:6— Brood hebt gij niet gegeten, en wijn en sterken drank hebt gij niet gedronken; opdat gij wistet, dat Ik de HEERE, uw God, ben.Deuteronomium 8:3→Efeze 5:18→Numeri 20:8→1 Korinthe 9:25→Nehemia 9:15→Numeri 16:14→Exodus 16:35→1 Korinthe 10:4→
Deuteronomium 29:7— Toen gij nu kwaamt aan deze plaats, toog Sihon, de koning van Hesbon, uit, en Og, de koning van Bazan, ons tegemoet, ten strijde; en wij sloegen hen.Numeri 21:21→Psalmen 135:10→Numeri 32:33→Deuteronomium 2:24→Psalmen 136:17→
Deuteronomium 29:8— En wij hebben hun land ingenomen, en dat ten erve gegeven aan de Rubenieten en Gadieten, mitsgaders aan den halven stam der Manassieten.Numeri 32:33→Deuteronomium 3:12→
Deuteronomium 29:9— Houdt dan de woorden dezes verbonds, en doet ze; opdat gij verstandelijk handelt in alles, wat gij doen zult.Deuteronomium 4:6→1 Koningen 2:3→Jozua 1:7→Lukas 11:28→Jeremia 50:5→Hebreeën 13:20→Deuteronomium 29:1→Psalmen 25:10→
Deuteronomium 29:10— Gij staat heden allen voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods: uw hoofden uwer stammen, uw oudsten, en uw ambtlieden, alle man van Israel;2 Kronieken 23:16→Deuteronomium 4:10→Nehemia 10:28→Nehemia 9:38→Joël 2:16→Nehemia 9:1→Deuteronomium 31:12→Openbaring 20:12→
Deuteronomium 29:11— Uw kinderkens, uw vrouwen, en uw vreemdeling, die in het midden van uw leger is, van uw houthouwer tot uw waterputter toe;Exodus 12:38→Exodus 12:48→Kolossenzen 3:11→Deuteronomium 5:14→Galaten 3:28→Numeri 11:4→Jozua 9:21→
Deuteronomium 29:12— Om over te gaan in het verbond des HEEREN, uws Gods, en in Zijn vloek, hetwelk de HEERE, uw God, heden met u maakt;2 Kronieken 15:12→Jozua 24:25→Deuteronomium 5:2→Exodus 19:5→Deuteronomium 29:14→2 Koningen 11:17→Nehemia 10:28→
Deuteronomium 29:13— Opdat Hij u heden Zichzelven tot een volk bevestige, en Hij u tot een God zij, gelijk als Hij tot u gesproken heeft, en gelijk als Hij uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft.Exodus 6:7→Genesis 17:7→Deuteronomium 28:9→Genesis 26:3→Jeremia 32:38→Deuteronomium 26:18→Jeremia 31:31→Genesis 28:13→
Deuteronomium 29:14— En niet met ulieden alleen maak ik dit verbond en dezen vloek;Jeremia 31:31→Hebreeën 8:7→
Deuteronomium 29:15— Maar met dengene, die heden hier bij ons voor het aangezicht des HEEREN, onzes Gods, staat; en met dengene, die hier heden bij ons niet is.Handelingen 2:39→1 Korinthe 7:14→Jeremia 50:5→Jeremia 32:39→Deuteronomium 5:3→
Deuteronomium 29:16— Want gij weet, hoe wij in Egypteland gewoond hebben, en hoe wij doorgetogen zijn door het midden der volken, die gij doorgetogen zijt.Deuteronomium 2:19→Deuteronomium 2:9→Deuteronomium 2:24→Deuteronomium 2:4→Deuteronomium 3:1→
Deuteronomium 29:17— En gij hebt gezien hun verfoeiselen, en hun drekgoden, hout en steen, zilver en goud, die bij hen waren.Deuteronomium 28:36→
Deuteronomium 29:18— Dat onder ulieden niet zij een man, of vrouw, of huisgezin, of stam, die zijn hart heden wende van den HEERE, onzen God, om te gaan dienen de goden dezer volken; dat onder ulieden niet zij een wortel, die gal en alsem drage;Hebreeën 12:15→Deuteronomium 11:16→Deuteronomium 13:1→Jeremia 9:15→Hosea 10:4→Handelingen 8:23→Amos 6:12→Deuteronomium 17:2→
Deuteronomium 29:19— En het geschiede, als hij de woorden dezes vloeks hoort, dat hij zichzelven zegene in zijn hart, zeggende: Ik zal vrede hebben, wanneer ik schoon naar mijns harten goeddunken zal wandelen, om den dronkene te doen tot den dorstige.Numeri 15:30→Efeze 4:17→Numeri 15:39→Prediker 11:9→Efeze 5:6→Psalmen 10:11→Jeremia 7:3→Psalmen 49:18→
Deuteronomium 29:20— De HEERE zal hem niet willen vergeven; maar alsdan zal des HEEREN toorn en ijver roken over denzelven man, en al de vloek, die in dit boek geschreven is, zal op hem liggen; en de HEERE zal zijn naam van onder den hemel uitdelgen.Psalmen 74:1→Psalmen 79:5→Deuteronomium 9:14→Ezechiël 14:7→Ezechiël 23:25→Nahum 1:2→Exodus 34:14→Exodus 20:5→
Deuteronomium 29:21— En de HEERE zal hem ten kwade afscheiden van al de stammen Israels, naar alle vloeken des verbonds, dat in het boek dezer wet geschreven is.Ezechiël 13:9→Mattheüs 24:51→Mattheüs 25:46→Mattheüs 25:41→Mattheüs 25:32→Maleachi 3:18→Jozua 7:1→
Deuteronomium 29:22— Dan zal zeggen het navolgend geslacht, uw kinderen, die na ulieden opstaan zullen, en de vreemde, die uit verren lande komen zal, als zij zullen zien de plagen dezes lands en deszelfs krankheden, waarmede de HEERE het gekrenkt heeft;Jeremia 19:8→
Deuteronomium 29:23— Dat zijn ganse aarde zij zwavel en zout der verbranding; die niet bezaaid zal zijn, en geen spruit zal voortgebracht hebben, noch enig kruid daarin zal opgekomen zijn; gelijk de omkering van Sodom en Gomorra, Adama en Zeboim, die de HEERE heeft omgekeerd in Zijn toorn en in Zijn grimmigheid;Sefanja 2:9→Jeremia 17:6→Jesaja 34:9→Genesis 19:24→Richteren 9:45→Ezechiël 47:11→Jeremia 20:16→Genesis 14:2→
Deuteronomium 29:24— En alle volken zullen zeggen: Waarom heeft de HEERE aan dit land alzo gedaan? Wat is de ontsteking van dezen groten toorn?Jeremia 22:8→1 Koningen 9:8→2 Kronieken 7:21→Klaagliederen 2:15→Klaagliederen 4:12→Ezechiël 14:23→Romeinen 2:5→
Deuteronomium 29:25— Dan zal men zeggen: Omdat zij het verbond des HEEREN, des Gods hunner vaderen, hebben verlaten, dat Hij met hen gemaakt had, als Hij hen uit Egypteland uitvoerde;Jeremia 40:2→1 Koningen 19:10→Jeremia 31:32→Jeremia 50:7→Jesaja 47:6→Jesaja 24:1→Hebreeën 8:9→Jeremia 22:9→
Deuteronomium 29:26— En zij heengegaan zijn, en andere goden gediend en zich voor die gebogen hebben; goden, die hen niet gekend hadden, en geen van welke hun iets medegedeeld had;Jeremia 44:2→Jeremia 19:3→2 Kronieken 36:12→Richteren 2:12→Deuteronomium 28:64→2 Koningen 17:7→Richteren 5:8→
Deuteronomium 29:27— Daarom is de toorn des HEEREN ontstoken tegen dit land, om daarover te brengen al dezen vloek, die in dit boek geschreven is.Daniël 9:11→Deuteronomium 28:15→Deuteronomium 27:15→Leviticus 26:14→Deuteronomium 29:20→
Deuteronomium 29:28— En de HEERE heeft hen uit hun land uitgetrokken, in toorn, en in grimmigheid, en in grote verbolgenheid; en Hij heeft hen verworpen in een ander land, gelijk het is te dezen dage.2 Kronieken 7:20→Spreuken 2:22→1 Koningen 14:15→Psalmen 52:5→Daniël 9:7→Lukas 21:23→Deuteronomium 28:36→Deuteronomium 6:24→
Deuteronomium 29:29— De verborgene dingen zijn voor den HEERE, onzen God; maar de geopenbaarde zijn voor ons en voor onze kinderen, tot in eeuwigheid, om te doen al de woorden dezer wet.Handelingen 1:7→Romeinen 11:33→Job 11:6→Mattheüs 13:35→Daniël 2:18→1 Korinthe 2:16→Daniël 2:22→Daniël 4:9→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Deuteronomium 29 vers 1— Dit zijn de woorden des verbonds, dat de HEERE Mozes geboden heeft te maken met de kinderen Israels, in het land van Moab, boven het verbond, dat Hij met hen gemaakt had aan Horeb.
maken met de kinderen Israëls,
Of, houwen, snijden. Zie Gen. 15:18, en zo in het volgende.
Hertaald:maken met de kinderen Israëls,
Of: houwen, snijden. Zie Gen. 15:18, en zo ook in het vervolg.
boven het verbond,
Het was inderdaad een en hetzelfde verbond, maar hier in de velden Moabs vernieuwd, wederhaald en verklaart, aan vele andere personen, op een andere plaats en andere wijze dan aan den berg Horeb, of Sinaï. Vergelijk boven, Deut. 5:2, en de aantekeningen aldaar Deut. 5:3.
Hertaald:boven het verbond,
Het was in feite één en hetzelfde verbond, maar hier in de velden van Moab vernieuwd, herhaald en verklaard — aan veel andere personen, op een andere plaats en op een andere wijze dan bij de berg Horeb of Sinaï. Vergelijk hierboven, Deut. 5:2, en de aantekeningen daar bij Deut. 5:3.
Horeb
Zie boven, Deut. 1:2.
Hertaald:Horeb
Zie hierboven, Deut. 1:2.
Deuteronomium 29 vers 3— De grote verzoekingen, die uw ogen gezien hebben, diezelve tekenen en grote wonderen.
verzoekingen,
Zie Deut. 4:34.
Hertaald:verzoekingen,
Zie Deut. 4:34.
Deuteronomium 29 vers 4— Maar de HEERE heeft ulieden niet gegeven een hart om te verstaan, noch ogen om te zien, noch oren om te horen, tot op dezen dag.
een hart om te verstaan,
Dat is, een verstandig hart, ziende ogen en horende oren. De zin is, dat God hun totnogtoe niet gegeven had de gave van recht te verstaan, behoorlijk aan te merken en na te denken, en met vrucht tot Gods eer en hun zaligheid te gebruiken, hetgeen zij gezien en gehoord hadden. Vergelijk onder, Deut. 30:6; Jes. 6:9-10; Ex. 36:26, enz.; Matt. 13:9, Matt. 13:11, Matt. 13:13.
Hertaald:een hart om te verstaan,
Dat is: een verstandig hart, ziende ogen en horende oren. De bedoeling is dat God hun tot nu toe niet de gave gegeven had om goed te verstaan, naar behoren op te merken en te overdenken wat zij gezien en gehoord hadden, en het met vrucht tot Gods eer en hun zaligheid te gebruiken. Vergelijk hieronder, Deut. 30:6; Jes. 6:9-10; Ex. 36:26, enzovoort; Matt. 13:9, Matt. 13:11, Matt. 13:13.
Deuteronomium 29 vers 5— En Ik heb ulieden veertig jaren doen wandelen in de woestijn; uw klederen zijn aan u niet verouderd, en uw schoen is niet verouderd aan uw voet.
Ik heb ulieden
Dit spreekt God gelijk te zien is in het einde van vs.6.
Hertaald:Ik heb ulieden
Dit spreekt God, zoals te zien is aan het einde van vers 6.
aan u niet verouderd,
Hebreeuws, van aan, of van over; dat is, dat gij die als versleten van u zoudt hebben moeten wegwerpen, gelijk men verouderde klederen doet, en alzo wederom in het volgende van den schoen.
Hertaald:aan u niet verouderd,
Hebreeuws: van aan, of: van over; dat is: zodat u ze als versleten van u had moeten wegwerpen, zoals men met verouderde kleren doet; en zo ook in het vervolg over de schoen.
Deuteronomium 29 vers 6— Brood hebt gij niet gegeten, en wijn en sterken drank hebt gij niet gedronken; opdat gij wistet, dat Ik de HEERE, uw God, ben.
Brood hebt gij niet gegeten,
Ordinair, gemeen of gewoon brood, want de HEERE spijsde hen met man.
Hertaald:Brood hebt gij niet gegeten,
Gewoon, alledaags brood, want de HEERE voedde hen met het manna.
opdat gij wistet,
Versta, dit alles heb Ik alzo bestuurd, u wonderbaarlijk met spijs en drank verzorgende, opdat gij, enz.
Hertaald:opdat gij wistet,
Versta: dit alles heb Ik zo bestuurd, door u op wonderlijke wijze van spijs en drank te voorzien, opdat u, enzovoort.
Deuteronomium 29 vers 9— Houdt dan de woorden dezes verbonds, en doet ze; opdat gij verstandelijk handelt in alles, wat gij doen zult.
verstandelijk handelt in alles,
Anders, opdat gij voorspoedig zijt [in] alles, of, voorspoedig maakt alles, enz.
Hertaald:verstandelijk handelt in alles,
Anders: opdat u voorspoedig bent in alles, of: alles voorspoedig maakt, enzovoort.
Deuteronomium 29 vers 10— Gij staat heden allen voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods: uw hoofden uwer stammen, uw oudsten, en uw ambtlieden, alle man van Israel;
Gij
Het vervolg van deze woorden is vs.12.
Hertaald:Gij
Het vervolg van deze woorden staat in vers 12.
staat heden
Van God door mij samengeroepen zijnde, gelijk boven, vs.1,2 te zien is.
Hertaald:staat heden
Nadat u door God via mij bijeengeroepen bent, zoals hierboven in vers 1 en 2 te zien is.
Deuteronomium 29 vers 11— Uw kinderkens, uw vrouwen, en uw vreemdeling, die in het midden van uw leger is, van uw houthouwer tot uw waterputter toe;
vreemdeling,
Die uit Egypte mede gevolgd, [ Ex. 12:38 ] of van andere volken er bij gekomen, en door aanneming van de Joodse religie het volk Gods waren ingelijfd.
Hertaald:vreemdeling,
Die uit Egypte meegetrokken waren, Ex. 12:38, of die zich vanuit andere volken erbij gevoegd hadden en door het aannemen van de Joodse godsdienst bij het volk van God ingelijfd waren.
houthouwer tot uw waterputter toe;
Dat is, zelfs de slechtste en geringste onder het volk.
Hertaald:houthouwer tot uw waterputter toe;
Dat is: zelfs de eenvoudigsten en geringsten onder het volk.
Deuteronomium 29 vers 12— Om over te gaan in het verbond des HEEREN, uws Gods, en in Zijn vloek, hetwelk de HEERE, uw God, heden met u maakt;
vloek,
Dat is, de vloek des verbonds, waarmede zij zichzelven, in den eed, dien zij God deden, vervloekten, indien zij de beloften van gehoorzaamheid niet hielden. Zie Neh. 10:29.
Hertaald:vloek,
Dat is: de vloek van het verbond, waarmee zij zichzelf in de eed die zij God deden vervloekten, voor het geval zij hun beloften van gehoorzaamheid niet zouden houden. Zie Neh. 10:29.
hetwelk de HEERE,
Verbond.
Hertaald:hetwelk de HEERE,
Het verbond.
Deuteronomium 29 vers 13— Opdat Hij u heden Zichzelven tot een volk bevestige, en Hij u tot een God zij, gelijk als Hij tot u gesproken heeft, en gelijk als Hij uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft.
een volk bevestige,
Dat is, tot een volk bevestige, dat het zijne zij en Hem als een eigendom toebehore, om den zegen zijns verbonds te genieten en Hem te dienen. Vergelijk boven, Deut. 7:6, en Deut. 28:9.
Hertaald:een volk bevestige,
Dat is: tot een volk bevestigt dat het Zijne is en Hem als eigendom toebehoort, om de zegen van Zijn verbond te genieten en Hem te dienen. Vergelijk hierboven, Deut. 7:6, en Deut. 28:9.
tot een God zij,
Zie Gen. 17:7.
Hertaald:tot een God zij,
Zie Gen. 17:7.
Deuteronomium 29 vers 14— En niet met ulieden alleen maak ik dit verbond en dezen vloek;
vloek;
Zie boven, vs.12.
Hertaald:vloek;
Zie hierboven, vers 12.
Deuteronomium 29 vers 15— Maar met dengene, die heden hier bij ons voor het aangezicht des HEEREN, onzes Gods, staat; en met dengene, die hier heden bij ons niet is.
met dengene,
Dat is, met u, die hier zijt, en [gelijk Ik aan Abraham voorlang verklaard heb] met uw zaad, met uw nakomelingen, die nog niet geboren zijn, en heden of morgen zouden mogen zeggen dat dit verbond hen niet aangaat. Vergelijk Hand. 2:39.
Hertaald:met dengene,
Dat is: met u die hier bent, en — zoals Ik lang geleden aan Abraham verklaard heb — met uw zaad, met uw nakomelingen die nog niet geboren zijn en die vroeg of laat zouden kunnen zeggen dat dit verbond hen niet aangaat. Vergelijk Hand. 2:39.
Deuteronomium 29 vers 17— En gij hebt gezien hun verfoeiselen, en hun drekgoden, hout en steen, zilver en goud, die bij hen waren.
drekgoden,
Zie Lev. 26:20.
Hertaald:drekgoden,
Zie Lev. 26:20.
Deuteronomium 29 vers 18— Dat onder ulieden niet zij een man, of vrouw, of huisgezin, of stam, die zijn hart heden wende van den HEERE, onzen God, om te gaan dienen de goden dezer volken; dat onder ulieden niet zij een wortel, die gal en alsem drage;
gal en alsem drage;
Of, vergif, een vergiftig kruid; dat is, werken voortbrengt, die voor God gruwelijk zijn en den mens bitter [gelijk men zegt] opbreken, en als een dodelijk vergif zijn. Zie wijders Ps. 69:22.
Hertaald:gal en alsem drage;
Of: vergif, een giftig kruid; dat is: werken voortbrengt die voor God gruwelijk zijn en de mens bitter opbreken, zoals men zegt, en die als een dodelijk vergif zijn. Zie verder Ps. 69:22.
Deuteronomium 29 vers 19— En het geschiede, als hij de woorden dezes vloeks hoort, dat hij zichzelven zegene in zijn hart, zeggende: Ik zal vrede hebben, wanneer ik schoon naar mijns harten goeddunken zal wandelen, om den dronkene te doen tot den dorstige.
hij de woorden
Te weten, die bij den wortel in vs.18 vergeleken is.
Hertaald:hij de woorden
Namelijk: hij die in vers 18 met de wortel vergeleken is.
vloeks hoort,
Zie boven, vs.12.
Hertaald:vloeks hoort,
Zie hierboven, vers 12.
zegene in zijn hart,
Dat is, den vloek dien hij hoort, in zijn hart veracht, en zich ter contrarie bij zichzelven gelukkig acht, alle welvaart en voorspoed zich belovende, ofschoon hij God en zijn woord veracht.
Hertaald:zegene in zijn hart,
Dat is: de vloek die hij hoort in zijn hart veracht en zich integendeel bij zichzelf gelukkig acht, terwijl hij zichzelf alle welvaart en voorspoed belooft, hoewel hij God en Zijn woord veracht.
dronkene te doen
Of, de bevochting toe te doen bij den dorstige. Dit schijnt een spreekwoord geweest te zijn, genomen van droge aarde, die bevochtigd moet worden; alzo tracht deze haar vermeerdering der zonde, waarnaar hij als dorst, om zijn lust volkomenlijk te boeten; of van dronkaards, die vanzelf tot drinken genegen zijnde, nog daarenboven middelen zoeken om zich gans dronken en vol te maken. Alzo doet de goddeloze, die reeds boos genoeg zijnde, zichzelven nog lustig maakt om bozer te worden, zonde op zonde te hopen, en als ongevoelig geworden zijnde, zonder nadenken van kwaad tot erger voort te gaan. Vergelijk Job 34:7; Matt. 12:43-45; Ef. 4:19; Hebr. 6:8; 2 Petr. 2:20. Sommigen verstaan door den dronkene, of, overvloedig bevochtigde aarde, den dienst des waren Gods, die een fontein des levens is, en door den dorstige, den dienst der afgoden, zijnde als waterbakken, die geen water houden, Jer. 2:13.
Hertaald:dronkene te doen
Of: de bevochtiging toe te voegen aan de dorstige. Dit schijnt een spreekwoord geweest te zijn, ontleend aan droge aarde die bevochtigd moet worden; zo tracht deze mens zijn zonde te vermeerderen, waarnaar hij als het ware dorst, om zijn lust volledig te bevredigen. Of het is ontleend aan dronkaards, die vanzelf al tot drinken geneigd zijn en daarbovenop nog middelen zoeken om zich helemaal dronken en vol te maken. Zo doet de goddeloze, die al boos genoeg is en zichzelf nog aanzet om bozer te worden, zonde op zonde te stapelen en, ongevoelig geworden, zonder nadenken van kwaad tot erger voort te gaan. Vergelijk Job 34:7; Matt. 12:43-45; Ef. 4:19; Hebr. 6:8; 2 Petr. 2:20. Sommigen verstaan onder de dronkene, of de overvloedig bevochtigde aarde, de dienst van de ware God, Die een fontein van het leven is, en onder de dorstige de dienst van de afgoden, die als waterbakken zijn die geen water houden, Jer. 2:13.
Deuteronomium 29 vers 21— En de HEERE zal hem ten kwade afscheiden van al de stammen Israels, naar alle vloeken des verbonds, dat in het boek dezer wet geschreven is.
ten kwade afscheiden
Dat is, tot straf, ongeluk en verderf.
Hertaald:ten kwade afscheiden
Dat is: tot straf, ongeluk en verderf.
Deuteronomium 29 vers 22— Dan zal zeggen het navolgend geslacht, uw kinderen, die na ulieden opstaan zullen, en de vreemde, die uit verren lande komen zal, als zij zullen zien de plagen dezes lands en deszelfs krankheden, waarmede de HEERE het gekrenkt heeft;
zeggen het navolgend geslacht,
Het vervolg dezer woorden is vs.24.
Hertaald:zeggen het navolgend geslacht,
Het vervolg van deze woorden staat in vers 24.
Deuteronomium 29 vers 23— Dat zijn ganse aarde zij zwavel en zout der verbranding; die niet bezaaid zal zijn, en geen spruit zal voortgebracht hebben, noch enig kruid daarin zal opgekomen zijn; gelijk de omkering van Sodom en Gomorra, Adama en Zeboim, die de HEERE heeft omgekeerd in Zijn toorn en in Zijn grimmigheid;
verbranding;
Dat is, dat de aarde verbrandt. Anders, dat zijn ganse aarde [door] zwavel verbrand is. De zin is, dat dit land door Gods rechtvaardigen vloek gans wonderbaarlijk geschonden en bedorven zij, gelijk eertijds Sodom, Gomorra, enz.
Hertaald:verbranding;
Dat is: dat de aarde verbrandt. Anders: dat heel zijn aarde door zwavel verbrand is. De bedoeling is dat dit land door Gods rechtvaardige vloek geheel op wonderlijke wijze geschonden en bedorven is, zoals eertijds Sodom, Gomorra, enzovoort.
Deuteronomium 29 vers 24— En alle volken zullen zeggen: Waarom heeft de HEERE aan dit land alzo gedaan? Wat is de ontsteking van dezen groten toorn?
Wat is de ontsteking
Dat is, wat beduidt of meent, wat is de oorzaak, enz.
Hertaald:Wat is de ontsteking
Dat is: wat betekent, wat is de oorzaak, enzovoort.
Deuteronomium 29 vers 26— En zij heengegaan zijn, en andere goden gediend en zich voor die gebogen hebben; goden, die hen niet gekend hadden, en geen van welke hun iets medegedeeld had;
gekend hadden,
Gelijk de ware God de zijnen goedgunstiglijk kent en verzorgt, Ps. 1:6; 2 Tim. 2:19, enz.
Hertaald:gekend hadden,
Zoals de ware God de Zijnen goedgunstig kent en verzorgt, Ps. 1:6; 2 Tim. 2:19, enzovoort.
medegedeeld had;
Dat is, iets goeds had gedaan of kunnen doen. Anders, die Hij (namelijk de HEERE) hunlieden niet toegedeeld had; te weten, om als goden door hen gediend te worden. Vergelijk boven, Deut. 4:19.
Hertaald:medegedeeld had;
Dat is: iets goeds gedaan had of had kunnen doen. Anders: die Hij — namelijk de HEERE — hun niet toebedeeld had, namelijk om door hen als goden gediend te worden. Vergelijk hierboven, Deut. 4:19.
Deuteronomium 29 vers 28— En de HEERE heeft hen uit hun land uitgetrokken, in toorn, en in grimmigheid, en in grote verbolgenheid; en Hij heeft hen verworpen in een ander land, gelijk het is te dezen dage.
gelijk het is
Deze woorden [alsook de voorgaande] behoren tot het antwoord, dat men den volken in dien tijd op hun vraag zou geven.
Hertaald:gelijk het is
Deze woorden, en ook de voorgaande, horen bij het antwoord dat men de volken in die tijd op hun vraag zou geven.
Deuteronomium 29 vers 29— De verborgene dingen zijn voor den HEERE, onzen God; maar de geopenbaarde zijn voor ons en voor onze kinderen, tot in eeuwigheid, om te doen al de woorden dezer wet.
De verborgene dingen
Mozes, van veel grote, ook toekomende dingen gesproken hebbende en nog zullende spreken, bedwingt in dit vs. de curieusheid en nieuwsgierigheid van wijders te onderzoeken hetgeen in Gods raad verborgen is, en beveelt het volk te blijven binnen de palen van zijn geopenbaard woord, om dat te onderzoeken, te geloven en daarnaar te leven.
Hertaald:De verborgene dingen
Mozes, die over veel grote en ook toekomstige dingen gesproken heeft en nog spreken zal, beteugelt in dit vers de nieuwsgierigheid om verder te onderzoeken wat in Gods raad verborgen is, en beveelt het volk binnen de grenzen van Zijn geopenbaarde woord te blijven, om dat te onderzoeken, te geloven en daarnaar te leven.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Adama en Zeboïm — Adama: Hebreeuws voor "aarde, aardbodem"; Zeboïm: mogelijk "hyena's"
Ligging: Twee van de vijf "steden van de vlakte" in het gebied van de Zoutzee, samen met Sodom, Gomorra en Zoar (zie het artikel bij Genesis 13); reeds als koningssteden genoemd naast Sodom en Gomorra in de oorlog van de koningen (Gen. 14:2, 8), maar daar zonder verdere toelichting.
Geschiedenis: Mozes noemt deze twee steden, samen met Sodom en Gomorra, uitdrukkelijk als afschrikwekkend voorbeeld van Gods oordeel over afvalligheid: zoals de HEERE deze steden "omkeerde in Zijn toorn en in Zijn grimmigheid", zo zal Hij ook Israël straffen als het van Zijn verbond afwijkt (Deut. 29:23). Later door Hosea in dezelfde adem als Sodom en Gomorra genoemd, maar dan juist als tegenbeeld: de HEERE belooft Zijn eigen, ontrouwe Israël niet op dezelfde wijze te zullen prijsgeven (Hos. 11:8).
Bijbelse betekenis: Compleet met Sodom, Gomorra en Zoar vormen deze vijf steden het standaardvoorbeeld in de Schrift van een volk dat, ondanks Gods geduld, alsnog door Zijn oordeel wordt weggevaagd — een ernstige waarschuwing die Mozes hier uitdrukkelijk op Israël zelf toepast, en die Hosea juist gebruikt om de onvergelijkelijke lengte van Gods geduld met Zijn eigen volk te laten uitkomen.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Verborgen en geopenbaarde dingen — Naar Deut. 29:29, in de Statenvertaling: "De verborgene dingen zijn voor den HEERE onzen God; maar de geopenbaarde zijn voor ons en voor onze kinderen"
Aan het slot van de verbondsvernieuwing in Moab, na de aankondiging van de vloek en de verstrooiing, staat deze ene zin die de grens trekt tussen wat God voor Zichzelf houdt en wat Hij bekendmaakt (Deut. 29:29). Het vervolg geeft er meteen het doel bij: de geopenbaarde dingen zijn voor ons "om te doen al de woorden dezer wet". Dezelfde tweedeling klinkt door in Deut. 4:2, waar niets aan het Woord toegedaan of ervan afgedaan mag worden.
Bijbelse betekenis: Dit vers zet twee dwalingen tegelijk buiten de deur. De ene is de nieuwsgierigheid die wil doordringen in wat God niet geopenbaard heeft — over Zijn raad, de tijden, het waarom van Zijn beschikkingen. De andere is de onverschilligheid die het geopenbaarde laat liggen. Wat God bekendmaakt is niet gegeven om over te speculeren maar om te doen, en het is uitdrukkelijk ook "voor onze kinderen" bestemd.
Typologie: Paulus eindigt zijn diepste redenering over Gods raad met dezelfde beweging: hij belijdt de ondoorzoekelijkheid van Gods oordelen en de onnaspeurlijkheid van Zijn wegen, en gaat over in aanbidding in plaats van in verklaring (Rom. 11:33-36). Tegelijk noemt hij wat wél geopenbaard is een verborgenheid die nu bekendgemaakt is (Rom. 16:25-26; Ef. 3:3-6), en Christus dankt de Vader dat Hij deze dingen voor de wijzen verborgen en aan de kinderkens geopenbaard heeft (Matt. 11:25-27). In de geest van Spurgeon: de verborgen raad is Gods zaak, de geopenbaarde belofte is onze zaak — en niemand is ooit afgewezen die op het tweede pleitte.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Het verbondniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindinguitwerking
De verborgen dingen en de geopenbaarde — 29:2-6, 29
Mozes roept heel Israël bijeen om het verbond in het land Moab te vernieuwen, vlak voor de intocht. Hij begint met een terugblik op veertig jaar: de tekenen in Egypte, de woestijn, en wat God al die tijd gedaan heeft.
Mozes wijst op veertig jaar bewaring en zegt tegelijk dat het volk het nog steeds niet verstaat. En hij eindigt met een grens tussen wat God voor Zich houdt en wat Hij gegeven heeft.
De terugblik bevat een zin die opvalt door haar kleinheid: “En Ik heb ulieden veertig jaren doen wandelen in de woestijn; uw klederen zijn aan u niet verouderd, en uw schoen is niet verouderd aan uw voet.” Geen wonderteken met vuur of donder, maar kleren die het veertig jaar uithielden en schoenen die niet doorliepen. Zo zorgt God ook: onopvallend, en over lange tijd.
En er staat bij waartoe dat diende: brood hebt gij niet gegeten, en wijn en sterken drank hebt gij niet gedronken, opdat gij wist dat Ik de HEERE uw God ben. Het gebrek was zelf de les.
Maar tussen de terugblik en de zorg in staat een zin die alles bepaalt: “Maar de HEERE heeft ulieden niet gegeven een hart om te verstaan, noch ogen om te zien, noch oren om te horen, tot op dezen dag.” Zij hebben veertig jaar lang alles gezien en niets begrepen. En Mozes zegt niet dat zij te dom waren of te traag; hij zegt dat God het hart niet gegeven had. Dat is een van de scherpste zinnen van het boek, en zij verklaart waarom er later een verbond moest komen waarin God belooft een nieuw hart te geven.
Het hoofdstuk eindigt met een vers dat een grens trekt waar iedere bijbellezer mee te maken heeft: “De verborgene dingen zijn voor den HEERE, onzen God; maar de geopenbaarde zijn voor ons en voor onze kinderen, tot in eeuwigheid, om te doen al de woorden dezer wet.”
Drie dingen staan daarin. Er zíjn verborgen dingen, en die zijn niet van ons — wie God is en wat Hij besloten heeft, gaat ons denken te boven. Er zijn geopenbaarde dingen, en die zijn wél van ons, en niet alleen van ons maar ook van onze kinderen. En het doel van het geopenbaarde is niet om erover te praten maar om het te doen.
Daar raakt dit vers het werk van dit register. Wie in het Oude Testament naar Christus zoekt, moet die twee uit elkaar houden. Wat er staat, mag met beide handen aangepakt worden. Wat er niet staat, blijft van God, en wie het toch invult loopt buiten zijn boekje. Het verschil tussen een verantwoorde uitleg en een gefantaseerde ligt precies op die grens.
Het Nieuwe Testament laat zien wat er gebeurt als het verborgene alsnog geopenbaard wordt. Paulus spreekt van de verborgenheid die van alle eeuwen verzwegen is geweest maar nu geopenbaard, en hij noemt haar bij name: “Christus onder u, de Hoop der heerlijkheid.” En wat Mozes hier miste — een hart om te verstaan — wordt bij Lukas van de Emmaüsgangers verteld: toen opende Hij hun verstand, opdat zij de Schriften verstonden.
Deuteronomium 29:5 — Veertig jaar, en de kleren en schoenen hielden het uit.
Deuteronomium 29:4 — En toch: God had hun geen hart gegeven om te verstaan.
Deuteronomium 29:29 — De verborgen dingen zijn voor God; de geopenbaarde zijn voor ons.
Ezechiël 36:26 — Daarom de belofte van een nieuw hart en een nieuwe geest.
Kolossenzen 1:26-27 — De verborgenheid, van eeuwen verzwegen, nu geopenbaard: Christus onder u.
Lukas 24:45 — Toen opende Hij hun verstand, opdat zij de Schriften verstonden.
In het Nieuwe Testament: Kolossenzen 1:26-27; Lukas 24:45; Romeinen 16:25-26; Ezechiël 36:26; Handelingen 28:26-27
Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt Deuteronomium 29 niet aan. Wat hier gelegd wordt rust op twee verzen die er zelf staan: dat God het hart om te verstaan nog niet gegeven had, en dat de verborgen dingen voor Hem zijn en de geopenbaarde voor ons. Dat het eerste vooruitwijst naar de belofte van een nieuw hart is een gevolgtrekking, al ligt zij dicht bij de hand. Het slotvers wordt hier ook op het werk van dit register zelf toegepast; dat is een toepassing en geen uitleg.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Deuteronomium 29:1.KruisverwijzingenDeuteronomium 5:2→Handelingen 3:25→Exodus 19:3→Jeremia 34:18→Leviticus 26:44→2 Koningen 23:3→Deuteronomium 29:12→Jeremia 11:2→ — Dit zijn de woorden des verbonds, dat de HEERE Mozes geboden heeft te maken met de kinderen Israels, in het land van Moab, boven het verbond, dat Hij met hen gemaakt had aan Horeb. Dat is de aanhef, net zoals er in wettelijke stukken gewoonlijk een verklaring van de strekking en het doel van de akte staat voordat de zaak zelf behandeld wordt. Deze verbonden met God zijn ernstige zaken, en daarom worden zij op een formele wijze gegeven, om de aandacht te treffen en onze ernstige gedachten op te eisen.
Deuteronomium 29:2-4.KruisverwijzingenExodus 19:4→Jesaja 6:9→Spreuken 20:12→Johannes 8:43→Handelingen 28:26→Jesaja 63:17→2 Thessalonicenzen 2:10→Efeze 4:18→ — En Mozes riep gans Israel, en zeide tot hen: Gij hebt gezien al wat de HEERE in Egypteland voor uw ogen gedaan heeft, aan Farao, en aan al zijn knechten, en aan zijn land; De grote verzoekingen, die uw ogen gezien hebben, diezelve tekenen en grote wonderen. Maar de HEERE heeft ulieden niet gegeven een hart om te verstaan, noch ogen om te zien, noch oren om te horen, tot op dezen dag. U hebt dat alles gezien, en toch hebt u het niet gezien; u zag het uitwendige werk, maar de inwendige les nam u niet waar. Een heel droeve uitspraak om te doen; maar Gods dienstknechten zijn niet gezonden om de mens te vleien, maar om de waarheid te zeggen, hoe smartelijk het zeggen ervan ook mag zijn.
Deuteronomium 29:5-6.KruisverwijzingenDeuteronomium 8:4→Deuteronomium 8:3→Deuteronomium 8:2→Nehemia 9:21→Deuteronomium 1:3→Efeze 5:18→Mattheüs 6:31→Mattheüs 10:10→ — En Ik heb ulieden veertig jaren doen wandelen in de woestijn; uw klederen zijn aan u niet verouderd, en uw schoen is niet verouderd aan uw voet. Brood hebt gij niet gegeten, en wijn en sterken drank hebt gij niet gedronken; opdat gij wistet, dat Ik de HEERE, uw God, ben. Of er waren middelen tot veelvuldige vernieuwing van hun klederen, of door een wonder waren deze klederen nooit versleten; en de schoenen zelf die zij in de paasnacht aan hun voeten deden, waren nog aan hun voeten — zo niet dezelfde, dan waren zij toch geschoeid, al bewandelden zij de vermoeiende woestijn die ze wel tot niets had kunnen slijten.
“Brood hebt gij niet gegeten, en wijn en sterken drank hebt gij niet gedronken” — een volk van geheelonthouders, veertig jaar lang. Er was in de woestijn geen brood voor hen, en er was geen wijn. Maar neem het hele volk in zijn geheel: iets als wijn was veertig jaar lang niet over hun lippen gekomen, en toch stonden zij daar, sterk en gezond. “opdat gij wistet, dat Ik de HEERE, uw God, ben.”
Deuteronomium 29:7.KruisverwijzingenNumeri 21:21→Psalmen 135:10→Numeri 32:33→Deuteronomium 2:24→Psalmen 136:17→ — Toen gij nu kwaamt aan deze plaats, toog Sihon, de koning van Hesbon, uit, en Og, de koning van Bazan, ons tegemoet, ten strijde; en wij sloegen hen. Mensen die ook niet aan de oorlog gewend waren, en een zwak volk, en toch versloegen zij de grote koningen en doodden zij machtige koningen — want de Heere was met hen.
Deuteronomium 29:8-9.KruisverwijzingenNumeri 32:33→Deuteronomium 3:12→Deuteronomium 4:6→1 Koningen 2:3→Jozua 1:7→Lukas 11:28→Jeremia 50:5→Hebreeën 13:20→ — En wij hebben hun land ingenomen, en dat ten erve gegeven aan de Rubenieten en Gadieten, mitsgaders aan den halven stam der Manassieten. Houdt dan de woorden dezes verbonds, en doet ze; opdat gij verstandelijk handelt in alles, wat gij doen zult. Dit dan was het verbond dat met het volk gemaakt werd: dat God hun God zou zijn en dat Hij hen voorspoedig zou maken. Zoals Hij gedaan had, zo zou Hij doen: Hij zou hun beschermer, verdediger, sterkte, kroon en vreugde zijn.
Deuteronomium 29:10-11.KruisverwijzingenExodus 12:38→2 Kronieken 23:16→Deuteronomium 4:10→Nehemia 10:28→Nehemia 9:38→Joël 2:16→Nehemia 9:1→Deuteronomium 31:12→ — Gij staat heden allen voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods: uw hoofden uwer stammen, uw oudsten, en uw ambtlieden, alle man van Israel; Uw kinderkens, uw vrouwen, en uw vreemdeling, die in het midden van uw leger is, van uw houthouwer tot uw waterputter toe; Dit nationale verbond omvatte alle groten, de hoofden, de wijzen, allen die in gezag waren: “uw oudsten en uw oversten”. Het nam al hun kinderen erin op, want het was een verbond naar het vlees, en hun kinderen naar het vlees zijn erin begrepen. “Uw vrouwen” ook, want in deze zaak was er geen onderscheid van geslacht. “Ook uw vreemdeling.” Hier krijgen wij arme heidenen een glimp van troost, ook al schijnen wij van dat oude verbond uitgesloten te zijn. En de armsten, en zij die de geringste dienst deden, moesten allen aan dit verbond deel hebben: “van uw houthouwer tot uw waterputter toe”.
Deuteronomium 29:12-15.KruisverwijzingenExodus 6:7→Genesis 17:7→Handelingen 2:39→2 Kronieken 15:12→Deuteronomium 28:9→Jozua 24:25→Deuteronomium 5:2→Exodus 19:5→ — Om over te gaan in het verbond des HEEREN, uws Gods, en in Zijn vloek, hetwelk de HEERE, uw God, heden met u maakt; Opdat Hij u heden Zichzelven tot een volk bevestige, en Hij u tot een God zij, gelijk als Hij tot u gesproken heeft, en gelijk als Hij uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft. En niet met ulieden alleen maak ik dit verbond en dezen vloek; Maar met dengene, die heden hier bij ons voor het aangezicht des HEEREN, onzes Gods, staat; en met dengene, die hier heden bij ons niet is. Met de zieken die thuis waren, met de geslachten die nog niet geboren waren; want dit was bedoeld als een nationaal verbond, in eeuwigheid voor hun kinderen en hun kindskinderen tot het einde der tijden. Hadden zij het gehouden, dan zou het gestaan hebben.
Deuteronomium 29:16-17.KruisverwijzingenDeuteronomium 2:19→Deuteronomium 2:9→Deuteronomium 2:24→Deuteronomium 2:4→Deuteronomium 3:1→Deuteronomium 28:36→ — Want gij weet, hoe wij in Egypteland gewoond hebben, en hoe wij doorgetogen zijn door het midden der volken, die gij doorgetogen zijt. En gij hebt gezien hun verfoeiselen, en hun drekgoden, hout en steen, zilver en goud, die bij hen waren. Nu hebt u gezien hoe zij afgoden dienden; u hebt gezien wat u mag vermijden; u hebt hun dwaasheid aanschouwd opdat u eraan zou ontkomen.
Deuteronomium 29:18.KruisverwijzingenHebreeën 12:15→Deuteronomium 11:16→Deuteronomium 13:1→Jeremia 9:15→Hosea 10:4→Handelingen 8:23→Amos 6:12→Deuteronomium 17:2→ — Dat onder ulieden niet zij een man, of vrouw, of huisgezin, of stam, die zijn hart heden wende van den HEERE, onzen God, om te gaan dienen de goden dezer volken; dat onder ulieden niet zij een wortel, die gal en alsem drage; Het volk Israël behoorde zich, na al de wonderlijke dingen die God voor hen gedaan had, voor altijd verbonden te gevoelen aan de God van hun vaderen. Zij hadden het duidelijkste bewijs ontvangen dat Jehova alleen de levende en waarachtige God was. Zij waren echter in groot gevaar.
De scharen van Israël hadden diep gedronken van de bijgelovigheden van Egypte, en zij waren nog niet lang in de woestijn voordat zij een gouden rund maakten in navolging van het rund dat in Egypte zo plechtig vereerd werd. Toen de kinderen Israëls Moab of Edom voorbijtrokken, en toen zij in aanraking kwamen met de onderdanen van Sihon of Og, vonden zij hen allen neergebogen voor afgoden van hout en zilver en goud.
Wij worden allen veel te veel beïnvloed door onze omgeving; het navolgingsvermogen is sterk, vooral in een richting die onze gevallen natuur behaagt. Hij die weet wat in de mens is, zal de noodzaak van deze hemelse waarschuwing zien. Daarom hield de Heere Zijn volk voor dat tegen Hem opstaan zou zijn: een wortel planten die “gal en wormkruid” voortbrengt. Want de dienst van valse goden is de oorzaak van onnoemelijk onheil en kwaad; waar zij ook gevonden wordt, is zij een wortel die gal en wormkruid draagt, en God wilde haar niet hebben in één enkel mens, man noch vrouw, ja zelfs niet in één enkel huisgezin of stam.
Zo moeten ook wij het Egypte gedenken waaruit wij door machtige genade verlost zijn. Gedenk de zonden die eens over ons heersten. Is het zo gemakkelijk oude gewoonten af te schudden? Is er geen hunkering naar wereldse genoegens? Zouden onze boze harten ons niet spoedig terugvoeren naar onze oude slavernij, als de genade van God het niet verhinderde? Is deze wereld een vriend van de goddelijke genade? Bevinden wij haar niet juist andersom als onze bestendige vijand? Totdat wij ons huis in de heerlijkheid bereiken, zullen wij vaak gewaarschuwd en op onze hoede gezet moeten worden, opdat onze boze harten des ongeloofs niet zouden afwijken van de levende God.
Deuteronomium 29:19.KruisverwijzingenNumeri 15:30→Efeze 4:17→Numeri 15:39→Prediker 11:9→Efeze 5:6→Psalmen 10:11→Jeremia 7:3→Psalmen 49:18→ — En het geschiede, als hij de woorden dezes vloeks hoort, dat hij zichzelven zegene in zijn hart, zeggende: Ik zal vrede hebben, wanneer ik schoon naar mijns harten goeddunken zal wandelen, om den dronkene te doen tot den dorstige. Want er waren er die zich zo tegen God verhardden dat zij zeiden: “Wij zullen vrede hebben; laten wij doen wat wij willen; laten wij deze afgoden meer en meer dienen; laten wij dronkenschap en afgoderij bij onze dorst voegen.”
Deuteronomium 29:20-21.KruisverwijzingenPsalmen 74:1→Psalmen 79:5→Deuteronomium 9:14→Ezechiël 14:7→Ezechiël 23:25→Nahum 1:2→Exodus 34:14→Exodus 20:5→ — De HEERE zal hem niet willen vergeven; maar alsdan zal des HEEREN toorn en ijver roken over denzelven man, en al de vloek, die in dit boek geschreven is, zal op hem liggen; en de HEERE zal zijn naam van onder den hemel uitdelgen. En de HEERE zal hem ten kwade afscheiden van al de stammen Israels, naar alle vloeken des verbonds, dat in het boek dezer wet geschreven is. Niet op hem nederdalen, maar op hem líggen — daar rusten en daar blijven. Zoals een jager een hert van de kudde afzondert om het de hele dag te jagen, zo zal God doen met elke afgodendienaar die onder Zijn volk zou komen, met wie Hij die dag een verbond maakte. O, hoe haat God het dat er door ons iets anders dan Hijzelf zou worden aangebeden; hoe verontwaardigd is Hij wanneer waar ook iets de hoogste plaats inneemt in het menselijk hart die door God alleen behoort ingenomen te worden.
I. Vs. 1-30KruisverwijzingenDeuteronomium 5:2→Deuteronomium 8:4→Deuteronomium 8:3→Deuteronomium 3:12→Deuteronomium 4:6→Exodus 19:4→Jesaja 6:9→Spreuken 20:12→ — Dit zijn de woorden des verbonds, dat de HEERE Mozes geboden heeft te maken met de kinderen Israels, in het land van Moab, boven het verbond, dat Hij met hen gemaakt had aan Horeb. En Mozes riep gans Israel, en zeide tot hen: Gij hebt gezien al wat de HEERE in Egypteland voor uw ogen gedaan heeft, aan Farao, en aan al zijn knechten, en aan zijn land; De grote verzoekingen, die uw ogen gezien hebben, diezelve tekenen en grote wonderen. Maar de HEERE heeft ulieden niet gegeven een hart om te verstaan, noch ogen om te zien, noch oren om te horen, tot op dezen dag. En Ik heb ulieden veertig jaren doen wandelen in de woestijn; uw klederen zijn aan u niet verouderd, en uw schoen is niet verouderd aan uw voet. Brood hebt gij niet gegeten, en wijn en sterken drank hebt gij niet gedronken; opdat gij wistet, dat Ik de HEERE, uw God, ben. Toen gij nu kwaamt aan deze plaats, toog Sihon, de koning van Hesbon, uit, en Og, de koning van Bazan, ons tegemoet, ten strijde; en wij sloegen hen. En wij hebben hun land ingenomen, en dat ten erve gegeven aan de Rubenieten en Gadieten, mitsgaders aan den halven stam der Manassieten. Houdt dan de woorden dezes verbonds, en doet ze; opdat gij verstandelijk handelt in alles, wat gij doen zult. Gij staat heden allen voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods: uw hoofden uwer stammen, uw oudsten, en uw ambtlieden, alle man van Israel; :20. Nadat alzo de vernieuwing van het verbond, dat de Heere eens met Israël op Horeb gesloten heeft, geheel en al is voorbereid, volgt dit nu op een feestelijke wijze, -evenwel niet met dien verstande, dat de Sinaïtische verbondssluiting, zoals zij volgens Ex.24:1-11 voltrokken werd, nog eens werd herhaald, want daaraan was geen behoefte; wat toen geschied was bestond nog in volle kracht, was nog volmaakt geldig. Wel vordert Mozes, in zijn derde rede van thans, van het volk, dat zij het verbond aangaan, waarvan het voortbestaan de Heere hun zo duidelijk betuigd had door de begiftiging van het Oost-Jordaanland (vs.2-15); wijst dan, zijn thema van hoofdstuk 28 weer opvattend en verder uitwerkend opnieuw op de dreigende straffen voor verbondsbreuk (vs.16-29), maar ook dat er eindelijk opnieuw begenadiging zal zijn, in geval van ernstige boete en terugkeer tot de Heere (hoofdstuk 30:1-14). Tenslotte bezweert hij Israël, om van de twee, zegen en vloek. die hij hun heden voorgelegd heeft, toch de zegen te kiezen (hoofdstuk 30:15-20).
KruisverwijzingenDeuteronomium 5:2→Handelingen 3:25→Exodus 19:3→Jeremia 34:18→Leviticus 26:44→2 Koningen 23:3→Deuteronomium 29:12→Jeremia 11:2→— Dit zijn de woorden des verbonds, dat de HEERE Mozes geboden heeft te maken met de kinderen Israels, in het land van Moab, boven het verbond, dat Hij met hen gemaakt had aan Horeb.
Dit, vanaf vs.2, zijn de woorden van het Verbond, dat de HEERE Mozes geboden heeft te maken met de kinderen van Israël, in het land van Moab, boven 1) het Verbond, dat Hij met hen gemaakt had aan Horeb, maar waarvan zij afgeweken waren door ongeloof en ongehoorzaamheid, zodat daardoor een bekrachtiging nodig was, en de overtocht van de Jordaan tot inname van het beloofde land voortgang kon hebben.
Wanneer hij zegt: “Boven het Verbond, dat Hij met hen gemaakt had aan Horeb,” dan beduidt dit niet, dat er iets is bijgevoegd, tenzij in zoverre, dat de tien geboden door meerdere werden uitgelegd, opdat de kortheid van uitdrukking van de wet voor het onbeschaafde en trage volk geen oorzaak voor onduidelijkheid zou zijn. Want God heeft niet, zoals aardse vorsten dat plegen te doen, door ondervinding geleerd, zijn wet met nieuwe voorschriften aangevuld, maar Hij is het luie en domme verstand van het volk te hulp gekomen. Daarom wijst dit niet aan, dat er iets bij gekomen is, maar slechts, dat God Zijn Verbond heeft herhaald, opdat het juister en zekerder zou begrepen worden. Waarmee Hij een zeldzaam bewijs van mededogen heeft gegeven, omdat Hij, bij de intrede van het land, Zijn Verbond, omtrent veertig jaar na de afkondiging ervan, heeft vernieuwd, met bijvoeging van een uitgebreide verklaring, omdat Hij toen handelde als met een nieuw volk.
KruisverwijzingenNehemia 9:9→Deuteronomium 7:18→Deuteronomium 4:32→— De grote verzoekingen, die uw ogen gezien hebben, diezelve tekenen en grote wonderen.
a) De grote verzoekingen, die uw ogen gezien hebben, diezelve tekenen en grote wonderen.
Deuteronomium. 4:34; 7:19
Kort maakt Mozes melding van de grote weldaden hun geschied, om Israël erop te wijzen, wie het is, die hier met Zijn woorden tot hen komt. Niet alleen de Souvereine God, die recht heeft van hen stipte gehoorzaamheid te vorderen, maar ook hun Verlosser, die Zich in hun verlossing als de Barmhartige en Genadige heeft leren kennen.
KruisverwijzingenJesaja 6:9→Spreuken 20:12→Johannes 8:43→Handelingen 28:26→Jesaja 63:17→2 Thessalonicenzen 2:10→Efeze 4:18→2 Korinthe 3:15→— Maar de HEERE heeft ulieden niet gegeven een hart om te verstaan, noch ogen om te zien, noch oren om te horen, tot op dezen dag.
Maar de HEERE heeft u om uw hardheid en halsstarrigheid nog niet gegeven, niet kunnen geven, een hart om te verstaan, noch ogen om te zien, noch oren om te horen, tot op deze dag;
anders zou het niet nodig zijn, dat ik u eerst met zovele woorden vermaande en overreedde tot vrijwillige gehoorzaamheid; gij moest reeds vanzelfs merken, wat gij de Heere verschuldigd zijt voor al Zijn weldaden.
Dit is niet ter vergoelijking, maar waar hij hen hun traagheid van hart en hun onwilligheid verwijt, of er melding van maakt, daar is dit juist, om hen aan te zetten tot naarstigheid in het betrachten van de geboden van de Heere.
KruisverwijzingenDeuteronomium 8:4→Deuteronomium 8:2→Nehemia 9:21→Deuteronomium 1:3→Mattheüs 6:31→Mattheüs 10:10→Jozua 9:5→Jozua 9:13→— En Ik heb ulieden veertig jaren doen wandelen in de woestijn; uw klederen zijn aan u niet verouderd, en uw schoen is niet verouderd aan uw voet.
En ik heb u veertig jaar doen wandelen in de woestijn;
uw kleren zijn aan u niet verouderd, en uw schoen is niet verouderd aan uw voet. 1)
Deuteronomium. 8:3,4
Hij daalt hiermee af tot de weldaden, waarmee Hij zijn volk aanhoudend in een tijdsverloop van 40 jaar heeft achtervolgd. Niet echter maakt hij van alle melding, maar stelt zich tevreden met weinige, maar die dan ook de meest in het ooglopende zijn, nl. dat hun kleren door ouderdom niet waren vergaan, en dat zij op goddelijke wijze waren gevoed, terwijl zij geen voedsel van de inkomsten van het land hadden kunnen verkrijgen. Hierdoor herinnert hij hen, dat Gods glorie duidelijk is gebleken, opdat zij zich aan Zijn heerschappij zouden onderwerpen.
KruisverwijzingenDeuteronomium 8:3→Efeze 5:18→Numeri 20:8→1 Korinthe 9:25→Nehemia 9:15→Numeri 16:14→Exodus 16:35→1 Korinthe 10:4→— Brood hebt gij niet gegeten, en wijn en sterken drank hebt gij niet gedronken; opdat gij wistet, dat Ik de HEERE, uw God, ben.
Brood hebt gij niet gegeten, en wijn en sterke drank hebt gij niet gedronken; en toch zijt gij op een andere, voor u vreemde wijze rijkelijk verzorgd geworden, opdat gij wist, dat Ik de HEERE, uw God, ben. a)
Zie De 11.14.
KruisverwijzingenNumeri 21:21→Psalmen 135:10→Numeri 32:33→Deuteronomium 2:24→Psalmen 136:17→— Toen gij nu kwaamt aan deze plaats, toog Sihon, de koning van Hesbon, uit, en Og, de koning van Bazan, ons tegemoet, ten strijde; en wij sloegen hen.
Toen gij nu kwam op deze plaats, d.i. in het land van de Moabieten, trok a) Sihon, de koning van Hesbon, uit, en Og, de koning van Bazan, ons tegemoet, ten strijde; en wij sloegen hen.
Numeri. 21:24,33 Deuteronomium. 2:32; 3:1
KruisverwijzingenNumeri 32:33→Deuteronomium 3:12→— En wij hebben hun land ingenomen, en dat ten erve gegeven aan de Rubenieten en Gadieten, mitsgaders aan den halven stam der Manassieten.
En wij hebben hun land ingenomen, en a) dat tot erfgoed gegeven aan de Rubenieten en Gadieten, bovendien aan de halve stam van de Manassieten. In deze geschiedenis hebt gij daarom, zoals ik u reeds vroeger heb voorgehouden,
een duidelijk teken, dat van de kant van de Heere het Verbond, op Horeb, gesloten, nog vast staat.
KruisverwijzingenDeuteronomium 4:6→1 Koningen 2:3→Jozua 1:7→Lukas 11:28→Jeremia 50:5→Hebreeën 13:20→Deuteronomium 29:1→Psalmen 25:10→— Houdt dan de woorden dezes verbonds, en doet ze; opdat gij verstandelijk handelt in alles, wat gij doen zult.
Houdt dan de woorden van dit Verbond, en doet ze; opdat gij verstandig handelt in alles, wat gij doen zult; gij zult daartoe besluiten en de Heere trouwe gehoorzaamheid beloven, dan is ook hierdoor het Verbond van uw zijdeingesteld.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 23:16→Deuteronomium 4:10→Nehemia 10:28→Nehemia 9:38→Joël 2:16→Nehemia 9:1→Deuteronomium 31:12→Openbaring 20:12→— Gij staat heden allen voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods: uw hoofden uwer stammen, uw oudsten, en uw ambtlieden, alle man van Israel;
Gij staat heden allen zonder onderscheid voor het aangezicht van de HEERE, uw God, omdat de handeling, die wij voor hebben, op u allen, zonder onderscheid van stand en beroep, van ouderdom of geslacht, betrekking heeft; uw hoofden van uw stammen, uw oudsten, en uw ambtslieden; elke man van Israël.
KruisverwijzingenExodus 12:38→Exodus 12:48→Kolossenzen 3:11→Deuteronomium 5:14→Galaten 3:28→Numeri 11:4→Jozua 9:21→— Uw kinderkens, uw vrouwen, en uw vreemdeling, die in het midden van uw leger is, van uw houthouwer tot uw waterputter toe;
Uw kinderen, uw vrouwen, en uw vreemdeling, a) die in het midden van uw leger is, van uw houthakker tot uw waterputter toe, uw nederigste dienstknechten. b)
Kruisverwijzingen2 Kronieken 15:12→Jozua 24:25→Deuteronomium 5:2→Exodus 19:5→Deuteronomium 29:14→2 Koningen 11:17→Nehemia 10:28→— Om over te gaan in het verbond des HEEREN, uws Gods, en in Zijn vloek, hetwelk de HEERE, uw God, heden met u maakt;
Om over te gaan, het gehele volk als één man, in 1) het Verbond van de HEERE, uw God, en in zijn vloek, 2) om in te treden in het Verbond en in het eedverdrag, dat de HEERE, uw God, heden met u maakt.
De woorden in de grondtekst geven een volledig intreden aan, een intreden zo nadrukkelijk mogelijk.
In het Hebreeuws Bealatho. In onze Statenvertaling door vloek vertaald. Dit kan het ook betekenen, maar betere vertaling is hier, zoals in Genesis 26:28 en Ezech.16:59, eed, omdat een Verbond met een eed werd bevestigd. Wij vertalen dan ook: Om over te gaan in het Verbond van de Heere, uw God, in het Verbond met ede bevestigd. Ook kan het vertaald worden door eedverdrag. Omdat Gods verordeningen over ons van dien aard zijn, dat we 1e. naar oorsprong door geboorte uit de zaad en 2e. zedelijk door gemeenschap van schuld of hoger leven eigenlijk niet te scheiden zijn van wie na ons komen of voor ons geweest zijn, zo kan het wel niet anders, of ook het Verbond van God moest met die verordeningen van God in overeenstemming zijn en juist om dit te kunnen zijn, een Verbond met ons en ons nageslacht.
KruisverwijzingenExodus 6:7→Genesis 17:7→Deuteronomium 28:9→Genesis 26:3→Jeremia 32:38→Deuteronomium 26:18→Jeremia 31:31→Genesis 28:13→— Opdat Hij u heden Zichzelven tot een volk bevestige, en Hij u tot een God zij, gelijk als Hij tot u gesproken heeft, en gelijk als Hij uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft.
Opdat Hij u heden Zichzelf tot een volk bevestigt, a) en Hij u tot een God zij, zoals Hij tot u gesproken heeft,
en zoals Hij uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft. c)
(Deuteronomium. 28:9 b) (Ex.19:5 vv. c)Genesis 17:7
KruisverwijzingenJeremia 31:31→Hebreeën 8:7→— En niet met ulieden alleen maak ik dit verbond en dezen vloek;
En niet met u, met het tegenwoordige geslacht, alleen maak ik dit Verbond en deze vloek, maar de handeling, die ons nu bezighoudt, grijpt ver in de toekomst.
KruisverwijzingenHandelingen 2:39→1 Korinthe 7:14→Jeremia 50:5→Jeremia 32:39→Deuteronomium 5:3→— Maar met dengene, die heden hier bij ons voor het aangezicht des HEEREN, onzes Gods, staat; en met dengene, die hier heden bij ons niet is.
Maar zowel met degene, die heden hier bij ons voor het aangezicht van de HEERE, onze God, staat; en ook met degene, die hier heden bij ons niet is, maar die langejaren na ons zal komen, wanneer wij tot onze vaderen verzameld zijn, met het toekomstige geslacht.
KruisverwijzingenDeuteronomium 2:19→Deuteronomium 2:9→Deuteronomium 2:24→Deuteronomium 2:4→Deuteronomium 3:1→— Want gij weet, hoe wij in Egypteland gewoond hebben, en hoe wij doorgetogen zijn door het midden der volken, die gij doorgetogen zijt.
Want gij weet, hoe wij in Egypte gewoond hebben, en hoe wij vervolgens doorgetrokken zijn door het midden van de volken, die gij doorgetrokken zijt, als daar zijn deEdomieten, Moabieten, Ammonieten, Midianieten, Amorieten.
KruisverwijzingenDeuteronomium 28:36→— En gij hebt gezien hun verfoeiselen, en hun drekgoden, hout en steen, zilver en goud, die bij hen waren.
En gij hebt gezien, bij gelegenheid van uw wonen daar in Egypte en uw doortrekken door de volken, hun verfoeiselen en hun drekgoden, 1) hout en steen, zilver en goud, die bij hen waren.
Dikwijls worden alle goden van de heidenen verfoeiselen genoemd, en in Leviticus. 26:30 worden ze, evenals hier, gillulim genoemd, welk woord wij (Engelsen) op de kant van onze Bijbels, vertalen door “mesthoopgoden” om hun verachtelijkheid uit te drukken. Sommigen menen, dat zij die naam niet alleen gekregen hebben met opzicht tot hun stof, maar ook wegens de gedaante van een vlieg of tor, die op de mesthoop aast. Want Plutarchus vertelt, dat Isis, de grote godin van de Egyptenaren, in die gestalte vertoond werd; doch met recht mag betwijfeld worden, of dit wel zo geweest is in deze oude tijd, zoals de dagen van Mozes.
KruisverwijzingenHebreeën 12:15→Deuteronomium 11:16→Deuteronomium 13:1→Jeremia 9:15→Hosea 10:4→Handelingen 8:23→Amos 6:12→Deuteronomium 17:2→— Dat onder ulieden niet zij een man, of vrouw, of huisgezin, of stam, die zijn hart heden wende van den HEERE, onzen God, om te gaan dienen de goden dezer volken; dat onder ulieden niet zij een wortel, die gal en alsem drage;
Dat onder u niet zij een man, of vrouw, of gezin, of stam, die zijn hart heden wendt van de HEERE, onze God, om te gaan dienen de goden van deze volken; en dat zo’nafwijkende ziel, of geslacht onder u niet zij een wortel,
die gal en alsem, d.i. bittere vruchten, draagt.
Hand.8:23 Hebr.12:15 Hij is een gevaarlijk man, die, na zelf vergiftigd te zijn met slechte beginselen en neigingen, met geheime verachting van Israëls God en Zijn instellingen, tracht met alle mogelijke kunstgrepen ook anderen te bederven en tot afgoderij over te halen; dit is een man wiens vrucht “vergiftig kruid” is (Hosea 10:4); het mishaagt God zeer, en voor allen, die hij verleid heeft, zal het bitterheid zijn in de laatste ogenblikken. Hiervan maakt de Apostel ook gewag (Hebr.12:15), waar hij ons op dezelfde wijze waarschuwt, voor hen op onze hoede te zijn, die ons zouden willen afkeren van het christelijk geloof. Zij zijn een onkruid, dat, als men het niet tegengaat, zich over het gehele veld verspreidt. Alle zonde en ongerechtigheid wordt een wortel genaamd, die gal en alsem draagt. Hij, die zonde en onheiligheid plant, en dan nog denkt enige andere dan bittere vruchten te oogsten voor al zijn arbeid, matigt zich een kennis aan boven God zelf, die ons zegt, wat de natuurlijke vrucht is, die uit deze wortel voortkomt. De satan kan voor een tijd door zijn kunstgrepen deze bittere beet verzoeten, zodat men er de natuurlijke smaak niet van heeft, maar op de laatste dag, zo niet vroeger, zal men de ware smaak kunnen onderscheiden. In het volgende vers wordt dit laatste zinsdeel nader verklaard Hij, die zo zou spreken, zou een wortel zijn, welke slechts gal en alsem zou dragen.
KruisverwijzingenNumeri 15:30→Efeze 4:17→Numeri 15:39→Prediker 11:9→Efeze 5:6→Psalmen 10:11→Jeremia 7:3→Psalmen 49:18→— En het geschiede, als hij de woorden dezes vloeks hoort, dat hij zichzelven zegene in zijn hart, zeggende: Ik zal vrede hebben, wanneer ik schoon naar mijns harten goeddunken zal wandelen, om den dronkene te doen tot den dorstige.
En het geschiedde, als hij de woorden van deze vloek 1) hoort, dat hij zichzelf zegent, zich gelukkig prijst, in zijn hart, zonder acht te geven op de bedreigde straffen, zeggende: Ik zal vrede hebben, 2) het zal mij welgaan, wanneer ik schoon naar goeddunken vna mijn hart
a) zal wandelen, om de dronken ziele te doen 4) tot de dorstige. 5)
Jer.23:17
Ook hier weer eed of eedverdrag.
Ik zal vrede hebben, dat is het woord en de gedachte van de roekeloeze; ach, de hel is zo erg niet, de duivel is zo lelijk niet als men hem afschildert; dit doen alle werkheiligen gierig en dorstig, en verwachten zelfs nog loon in de hemel.
In het Hebreeuws staat een woord, wat ook door vastheid kan vertaald worden, maar dan gewoonlijk wordt genomen in de ongunstige betekenis ervan. Bedoeling is, in verstoktheid van hart, met een hart, dat zich verhardt tegen de Heere God.
Het eindgevolg van zulke vermetele, godslasterlijke taal zou dan zijn, dat nog vele anderen in hetzelfde verderf zouden komen en te gronde gaan; zowel zij, die reeds gesmaakt hadden van het vergif van de verleider die reeds daardoor dronken of bedwelmd waren, als zij, die er naar dorsten. Anderen vatten het op, alsof er stond “dronkenschap tot dorst”, hetgeen eensluidend zou zijn met “van kwaad tot erger”. De goddeloze kan zich niet verzaden aan het kwaad. Pas heeft hij nieuwe teugen ingezwolgen uit de beker van ongerechtigheid, of hij hunkert naar meer, naar meer, dat niet verzadigen kan; en zo geeft hij zijn geld voor hetgeen geen brood is, en zijn arbeid voor hetgeen niet verzadigen kan; “de goddeloze maakt zichzelf dorstig om nog erger te worden, om zonde op zonde te stapelen”.
In het Hebreeuws sephooth, om weg te doen. Want wel kan het Hebreeuws werkwoord doen, toedoen betekenen, maar niet in deze vorm. Juister vertaling is o.i. dan ook, om weg te doen, de dronkene (of gedrenkte) met de dorstige. De zin is deze: dat hij dus alles verderven zou, voor allen tot gal en alsem zou zijn, zowel voor degenen, die reeds door hem verleid waren, als voor hen, die nog naar zijn verleidingen zouden luisteren.
KruisverwijzingenPsalmen 74:1→Psalmen 79:5→Deuteronomium 9:14→Ezechiël 14:7→Ezechiël 23:25→Nahum 1:2→Exodus 34:14→Exodus 20:5→— De HEERE zal hem niet willen vergeven; maar alsdan zal des HEEREN toorn en ijver roken over denzelven man, en al de vloek, die in dit boek geschreven is, zal op hem liggen; en de HEERE zal zijn naam van onder den hemel uitdelgen.
De HEERE zal hem, als Zijn tijd van vergelding gekomen is, niet willen vergeven, die zo’n vergiftige, verderfelijke wortel geweest is, maar dan zal de toorn vande HEERE en Zijn ijver roken over dezelfde man, of vrouw, of geslacht, of stam, en al de vloek, die in dit boek geschreven is, zal op hem liggen; en de HEERE zal zijn naam van onder de hemel uitdelgen.
KruisverwijzingenEzechiël 13:9→Mattheüs 24:51→Mattheüs 25:46→Mattheüs 25:41→Mattheüs 25:32→Maleachi 3:18→Jozua 7:1→— En de HEERE zal hem ten kwade afscheiden van al de stammen Israels, naar alle vloeken des verbonds, dat in het boek dezer wet geschreven is.
En de HEERE zal hem ten kwade afscheiden van al de stammen van Israël, dat hij geen deel meer heeft aan de zegen van de anderen, maar het verderf ten prooi zij, naar alle vloeken van het Verbond, dat in het boek van deze wet geschreven is.
KruisverwijzingenJeremia 19:8→— Dan zal zeggen het navolgend geslacht, uw kinderen, die na ulieden opstaan zullen, en de vreemde, die uit verren lande komen zal, als zij zullen zien de plagen dezes lands en deszelfs krankheden, waarmede de HEERE het gekrenkt heeft;
Dan zal, wanneer de menigte van de overtreders groot geworden is, en het volk als volk zwaar misdaan heeft, zeggen het navolgend geslacht, uw kinderen, die na u opstaan zullen, en zelfs de vreemde, die uit een ver land komen zal, als zij zullen zien de plagen van dit land en diens ziekten, waarmee de HEERE het gekrenkt heeft (Leviticus. 20:22 vv.).
KruisverwijzingenSefanja 2:9→Jeremia 17:6→Jesaja 34:9→Genesis 19:24→Richteren 9:45→Ezechiël 47:11→Jeremia 20:16→Genesis 14:2→— Dat zijn ganse aarde zij zwavel en zout der verbranding; die niet bezaaid zal zijn, en geen spruit zal voortgebracht hebben, noch enig kruid daarin zal opgekomen zijn; gelijk de omkering van Sodom en Gomorra, Adama en Zeboim, die de HEERE heeft omgekeerd in Zijn toorn en in Zijn grimmigheid;
Dat zijn gehele aarde zij zwavel en zout van de verbranding, die niet bezaaid zal zijn en geen spruit zal voortgebracht hebben, noch enig kruid daarin zal opgekomen zijn, zoals de omkering van Sodom en Gomorra, Adama en Zebóim, die de HEERE heeft omgekeerd in zijn toorn, en in zijn grimmigheid (Genesis 19:24 vv.). Met zwavel, die van de hemel viel, werd het land aangestoken en een zoutkorst overdekte het vruchtbare land, toen de heerlijke Jordaanstreek werd verwoest. Evenzo zou Kanaän worden verwoest, wanneer het volk van God afviel. Met dit voorbeeld voor ogen, kan men zich de betekenis van al deze vervloekingen verstaanbaar maken. Evenzeer als destijds het Beloofde Land verschilde van de landstreek, die de Dode Zee omgaf, evenzeer was de voortreffelijkheid van het aloude Kanaän boven het tegenwoordig Palestina. Zo is dan nu ook deze bedreiging volkomen vervuld.
KruisverwijzingenJeremia 22:8→1 Koningen 9:8→2 Kronieken 7:21→Klaagliederen 2:15→Klaagliederen 4:12→Ezechiël 14:23→Romeinen 2:5→— En alle volken zullen zeggen: Waarom heeft de HEERE aan dit land alzo gedaan? Wat is de ontsteking van dezen groten toorn?
En alle volken zullen zeggen: a) Waarom heeft de HEERE aan dit land zo gedaan? Wat is de ontsteking van deze grote toorn, wat beduidt die en waarom is hij ontstaan?
Jer.22:8 De reiziger Volney heeft Syrië en Palestina, ook Arabië nauwkeurig doorkruist, en heeft vooral over de vroegere bloei en de vruchtbaarheid van Palestina geschreven, die nog kon bestaan, maar door onzichtbare hand is tegengehouden. Geen menselijk beleid kon de kracht van de profetie te niet doen. “Goede God”, zegt hij (en zijn onwillekeurige gemoedsuiting stemt, treffend genoeg, bijna letterlijk met deze tekst overeen) “waardoor zijn zulke treurige veranderingen ontstaan? Uit welke oorzaak is het lot van deze landen zo treffend veranderd? Waarom zijn er zoveel steden verwoest? Waarom heeft de bevolking zich niet uitgebreid en heeft zij niet voortgeduurd? Ik doorwandelde het land, ik doorkruiste de provincies, ik telde de rijken van Damascus en Iduméa, van Jeruzalem en Samaria. Dit Syrië, zei ik tot mijzelf, dat thans bijna ontvolkt is, bevatte toen honderd bloeiende steden, en bezat overvloed van dorpen, vlekken en gehuchten; wat is er geworden van zoveel voortbrengselen van mensenhanden? Wat is er geworden van die eeuwen van overvloed en leven?.
KruisverwijzingenJeremia 40:2→1 Koningen 19:10→Jeremia 31:32→Jeremia 50:7→Jesaja 47:6→Jesaja 24:1→Hebreeën 8:9→Jeremia 22:9→— Dan zal men zeggen: Omdat zij het verbond des HEEREN, des Gods hunner vaderen, hebben verlaten, dat Hij met hen gemaakt had, als Hij hen uit Egypteland uitvoerde;
Dan zal men zeggen, die vragers ten antwoord geven: Omdat zij het verbond van de HEERE, de God van hun vaderen, hebben verlaten, dat Hij met hen gemaakt had, toen Hij hen uit Egypte voerde.
KruisverwijzingenJeremia 44:2→Jeremia 19:3→2 Kronieken 36:12→Richteren 2:12→Deuteronomium 28:64→2 Koningen 17:7→Richteren 5:8→— En zij heengegaan zijn, en andere goden gediend en zich voor die gebogen hebben; goden, die hen niet gekend hadden, en geen van welke hun iets medegedeeld had;
En zij heengegaan zijn, en andere goden gediend en zich voor die gebogen hebben; goden, die hen niet gekend hadden,
en geen van welke hun iets meegedeeld had: juister, die hun niet toegedeeld waren, tot aanbidding gegeven, b) maar integendeel scherp verboden waren.
(Deuteronomium. 11:28 b) Deuteronomium. 4:19
KruisverwijzingenDaniël 9:11→Deuteronomium 28:15→Deuteronomium 27:15→Leviticus 26:14→Deuteronomium 29:20→— Daarom is de toorn des HEEREN ontstoken tegen dit land, om daarover te brengen al dezen vloek, die in dit boek geschreven is.
Daarom is de toorn van de HEEREN ontstoken tegen dit land, om daarover te brengen al deze vloek, die in dit boek geschreven is 1) (Deuteronomium. 28:15 vv. Leviticus. 26:14-38.
Het is geen nieuwe zaak voor God verwoestende oordelen te brengen over een volk, dat ten opzichte van belijdenis en uitwendige verbondsvoorrechten nabij Hem is. Hij doet dit nooit, dan wanneer er rechtvaardige reden is, waarom Hij het doet.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 7:20→Spreuken 2:22→1 Koningen 14:15→Psalmen 52:5→Daniël 9:7→Lukas 21:23→Deuteronomium 28:36→Deuteronomium 6:24→— En de HEERE heeft hen uit hun land uitgetrokken, in toorn, en in grimmigheid, en in grote verbolgenheid; en Hij heeft hen verworpen in een ander land, gelijk het is te dezen dage.
En de HEERE heeft hen uit hun land uitgetrokken, in toorn, en in grimmigheid, en in grote verbolgenheid; en Hij heeft hen verworpen in een ander land, zoals het is op deze dage, dat gij ook nu geen vaste woonplaats hebt en nog geenenkel gedeelte van het Overjordaanse het uwe kunt noemen.
KruisverwijzingenHandelingen 1:7→Romeinen 11:33→Job 11:6→Mattheüs 13:35→Daniël 2:18→1 Korinthe 2:16→Daniël 2:22→Daniël 4:9→— De verborgene dingen zijn voor den HEERE, onzen God; maar de geopenbaarde zijn voor ons en voor onze kinderen, tot in eeuwigheid, om te doen al de woorden dezer wet.
De verborgen dingen zijn voor de HEERE, onze God; maar de geopenbaarde zijn voor ons en voor onze kinderen, tot in eeuwigheid, om te doen al de woorden van deze wet.1) Volgens Luther: Aan ons Joden heeft God boven alle volkeren op aarde, Zijn wil en wat Hij in de zin heeft geopenbaard; daarom moeten wij des te vlijtiger zijn om Hem te dienen en te gehoorzamen.
Naar mijn mening betekent het dit, dat God daarom voor Zichzelf de verborgen dingen houdt, welke te weten voor ons van geen belang zijn, noch ook openbaart, wat ons begrip te boven gaat. Terwijl dat, wat Hij ons heeft meegedeeld, op ons en onze kinderen betrekking heeft. Een uitstekende en een betrachting waardige plaats, waardoor zowel de stoutmoedigheid en al te grote nieuwsgierigheid wordt veroordeeld, als ook de godvruchtige gemoederen worden aangezet tot onderzoek. Wij weten toch hoe begerig men is, datgene te weten, waarvan de kennis voor ons volstrekt niet van belang is, ja, waarvan de nasporing zelfs schadelijk is. Men zou als raadgevers van God willen zijn en tot de uiterste hoogten van de hemel willen binnendringen, zelfs graag alle boekenkasten doorzoeken. Waarom een ongewijd dichter terecht heeft gezegd: “Niets is de stervelingen te moeilijk. de hemel zelf zoeken wij door onze dwaasheid te bereiken. Ondertussen, wat God duidelijk ons geopenbaard heeft, wordt òf veronachtzaamd òf voor dwaasheid gehouden, òf als te duister ver weggeworpen.”. Volgens anderen: Het verborgene is de Heere, onze God; het is Zijn zaak om te besluiten over de uit het land weggevoerden en ondanks de afval van Zijn volk in het vervolg Zijn heilswerk uit te voeren; wij kunnen daarin niet weten hoe het zal gebeuren. Maar het geopenbaarde is voor ons en onze kinderen tot in eeuwigheid, het gericht dat uit Gods verborgen raad ontstaan is, gaat ons en onze kinderen aan voor immer; wij hebben daaraan bestendig te leren en het steeds te behartigen, opdat wij doen alle woorden van deze wet. Er is genoeg geopenbaard om een lamp te zijn voor onze voet, genoeg om te zijn een licht op ons pad. Geen ongeduldige hand rukt de sluier van de raadsgeheimen van God uiteen; geen vertrouwend hart heeft er behoefte naar. “Hij heeft noch ootmoed, noch vrede van ziel, die niet zwijgen en aanbidden, die niet buigen en berusten kan. Maar die zich hierin oefent tegenover Gods verborgen raad, die zal Hij de gehele volheid doen smaken van Zijn geopenbaarde troost; die zal Hij de kracht vermeerderen tot het doen van Zijn uitgestrekte wil; en dit zal wederkerig het zwijgen en aanbidden, het buigen en berusten gemakkelijker doen afgaan.” -“God geve ogen om te zien, voeten om te vorderen.” Dit laatste vers is het slot van het antwoord op de vraag in vs.24 gedaan. Zij, die antwoorden, sluiten hun antwoorden daarmee af o.i. om alle ijdele en nieuwsgierige vragen, die niet te pas komen, af te snijden.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Deuteronomium 29
Deuteronomium 29:1.KruisverwijzingenDeuteronomium 5:2→Handelingen 3:25→Exodus 19:3→Jeremia 34:18→Leviticus 26:44→2 Koningen 23:3→Deuteronomium 29:12→Jeremia 11:2→
— Dit zijn de woorden des verbonds, dat de HEERE Mozes geboden heeft te maken met de kinderen Israels, in het land van Moab, boven het verbond, dat Hij met hen gemaakt had aan Horeb.
Dat is de aanhef, net zoals er in wettelijke stukken gewoonlijk een verklaring van de strekking en het doel van de akte staat voordat de zaak zelf behandeld wordt. Deze verbonden met God zijn ernstige zaken, en daarom worden zij op een formele wijze gegeven, om de aandacht te treffen en onze ernstige gedachten op te eisen.
Deuteronomium 29:2-4.KruisverwijzingenExodus 19:4→Jesaja 6:9→Spreuken 20:12→Johannes 8:43→Handelingen 28:26→Jesaja 63:17→2 Thessalonicenzen 2:10→Efeze 4:18→
— En Mozes riep gans Israel, en zeide tot hen: Gij hebt gezien al wat de HEERE in Egypteland voor uw ogen gedaan heeft, aan Farao, en aan al zijn knechten, en aan zijn land; De grote verzoekingen, die uw ogen gezien hebben, diezelve tekenen en grote wonderen. Maar de HEERE heeft ulieden niet gegeven een hart om te verstaan, noch ogen om te zien, noch oren om te horen, tot op dezen dag.
U hebt dat alles gezien, en toch hebt u het niet gezien; u zag het uitwendige werk, maar de inwendige les nam u niet waar. Een heel droeve uitspraak om te doen; maar Gods dienstknechten zijn niet gezonden om de mens te vleien, maar om de waarheid te zeggen, hoe smartelijk het zeggen ervan ook mag zijn.
Deuteronomium 29:5-6.KruisverwijzingenDeuteronomium 8:4→Deuteronomium 8:3→Deuteronomium 8:2→Nehemia 9:21→Deuteronomium 1:3→Efeze 5:18→Mattheüs 6:31→Mattheüs 10:10→
— En Ik heb ulieden veertig jaren doen wandelen in de woestijn; uw klederen zijn aan u niet verouderd, en uw schoen is niet verouderd aan uw voet. Brood hebt gij niet gegeten, en wijn en sterken drank hebt gij niet gedronken; opdat gij wistet, dat Ik de HEERE, uw God, ben.
Of er waren middelen tot veelvuldige vernieuwing van hun klederen, of door een wonder waren deze klederen nooit versleten; en de schoenen zelf die zij in de paasnacht aan hun voeten deden, waren nog aan hun voeten — zo niet dezelfde, dan waren zij toch geschoeid, al bewandelden zij de vermoeiende woestijn die ze wel tot niets had kunnen slijten.
“Brood hebt gij niet gegeten, en wijn en sterken drank hebt gij niet gedronken” — een volk van geheelonthouders, veertig jaar lang. Er was in de woestijn geen brood voor hen, en er was geen wijn. Maar neem het hele volk in zijn geheel: iets als wijn was veertig jaar lang niet over hun lippen gekomen, en toch stonden zij daar, sterk en gezond. “opdat gij wistet, dat Ik de HEERE, uw God, ben.”
Deuteronomium 29:7.KruisverwijzingenNumeri 21:21→Psalmen 135:10→Numeri 32:33→Deuteronomium 2:24→Psalmen 136:17→
— Toen gij nu kwaamt aan deze plaats, toog Sihon, de koning van Hesbon, uit, en Og, de koning van Bazan, ons tegemoet, ten strijde; en wij sloegen hen.
Mensen die ook niet aan de oorlog gewend waren, en een zwak volk, en toch versloegen zij de grote koningen en doodden zij machtige koningen — want de Heere was met hen.
Deuteronomium 29:8-9.KruisverwijzingenNumeri 32:33→Deuteronomium 3:12→Deuteronomium 4:6→1 Koningen 2:3→Jozua 1:7→Lukas 11:28→Jeremia 50:5→Hebreeën 13:20→
— En wij hebben hun land ingenomen, en dat ten erve gegeven aan de Rubenieten en Gadieten, mitsgaders aan den halven stam der Manassieten. Houdt dan de woorden dezes verbonds, en doet ze; opdat gij verstandelijk handelt in alles, wat gij doen zult.
Dit dan was het verbond dat met het volk gemaakt werd: dat God hun God zou zijn en dat Hij hen voorspoedig zou maken. Zoals Hij gedaan had, zo zou Hij doen: Hij zou hun beschermer, verdediger, sterkte, kroon en vreugde zijn.
Deuteronomium 29:10-11.KruisverwijzingenExodus 12:38→2 Kronieken 23:16→Deuteronomium 4:10→Nehemia 10:28→Nehemia 9:38→Joël 2:16→Nehemia 9:1→Deuteronomium 31:12→
— Gij staat heden allen voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods: uw hoofden uwer stammen, uw oudsten, en uw ambtlieden, alle man van Israel; Uw kinderkens, uw vrouwen, en uw vreemdeling, die in het midden van uw leger is, van uw houthouwer tot uw waterputter toe;
Dit nationale verbond omvatte alle groten, de hoofden, de wijzen, allen die in gezag waren: “uw oudsten en uw oversten”. Het nam al hun kinderen erin op, want het was een verbond naar het vlees, en hun kinderen naar het vlees zijn erin begrepen. “Uw vrouwen” ook, want in deze zaak was er geen onderscheid van geslacht. “Ook uw vreemdeling.” Hier krijgen wij arme heidenen een glimp van troost, ook al schijnen wij van dat oude verbond uitgesloten te zijn. En de armsten, en zij die de geringste dienst deden, moesten allen aan dit verbond deel hebben: “van uw houthouwer tot uw waterputter toe”.
Deuteronomium 29:12-15.KruisverwijzingenExodus 6:7→Genesis 17:7→Handelingen 2:39→2 Kronieken 15:12→Deuteronomium 28:9→Jozua 24:25→Deuteronomium 5:2→Exodus 19:5→
— Om over te gaan in het verbond des HEEREN, uws Gods, en in Zijn vloek, hetwelk de HEERE, uw God, heden met u maakt; Opdat Hij u heden Zichzelven tot een volk bevestige, en Hij u tot een God zij, gelijk als Hij tot u gesproken heeft, en gelijk als Hij uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft. En niet met ulieden alleen maak ik dit verbond en dezen vloek; Maar met dengene, die heden hier bij ons voor het aangezicht des HEEREN, onzes Gods, staat; en met dengene, die hier heden bij ons niet is.
Met de zieken die thuis waren, met de geslachten die nog niet geboren waren; want dit was bedoeld als een nationaal verbond, in eeuwigheid voor hun kinderen en hun kindskinderen tot het einde der tijden. Hadden zij het gehouden, dan zou het gestaan hebben.
Deuteronomium 29:16-17.KruisverwijzingenDeuteronomium 2:19→Deuteronomium 2:9→Deuteronomium 2:24→Deuteronomium 2:4→Deuteronomium 3:1→Deuteronomium 28:36→
— Want gij weet, hoe wij in Egypteland gewoond hebben, en hoe wij doorgetogen zijn door het midden der volken, die gij doorgetogen zijt. En gij hebt gezien hun verfoeiselen, en hun drekgoden, hout en steen, zilver en goud, die bij hen waren.
Nu hebt u gezien hoe zij afgoden dienden; u hebt gezien wat u mag vermijden; u hebt hun dwaasheid aanschouwd opdat u eraan zou ontkomen.
Deuteronomium 29:18.KruisverwijzingenHebreeën 12:15→Deuteronomium 11:16→Deuteronomium 13:1→Jeremia 9:15→Hosea 10:4→Handelingen 8:23→Amos 6:12→Deuteronomium 17:2→
— Dat onder ulieden niet zij een man, of vrouw, of huisgezin, of stam, die zijn hart heden wende van den HEERE, onzen God, om te gaan dienen de goden dezer volken; dat onder ulieden niet zij een wortel, die gal en alsem drage;
Het volk Israël behoorde zich, na al de wonderlijke dingen die God voor hen gedaan had, voor altijd verbonden te gevoelen aan de God van hun vaderen. Zij hadden het duidelijkste bewijs ontvangen dat Jehova alleen de levende en waarachtige God was. Zij waren echter in groot gevaar.
De scharen van Israël hadden diep gedronken van de bijgelovigheden van Egypte, en zij waren nog niet lang in de woestijn voordat zij een gouden rund maakten in navolging van het rund dat in Egypte zo plechtig vereerd werd. Toen de kinderen Israëls Moab of Edom voorbijtrokken, en toen zij in aanraking kwamen met de onderdanen van Sihon of Og, vonden zij hen allen neergebogen voor afgoden van hout en zilver en goud.
Wij worden allen veel te veel beïnvloed door onze omgeving; het navolgingsvermogen is sterk, vooral in een richting die onze gevallen natuur behaagt. Hij die weet wat in de mens is, zal de noodzaak van deze hemelse waarschuwing zien. Daarom hield de Heere Zijn volk voor dat tegen Hem opstaan zou zijn: een wortel planten die “gal en wormkruid” voortbrengt. Want de dienst van valse goden is de oorzaak van onnoemelijk onheil en kwaad; waar zij ook gevonden wordt, is zij een wortel die gal en wormkruid draagt, en God wilde haar niet hebben in één enkel mens, man noch vrouw, ja zelfs niet in één enkel huisgezin of stam.
Zo moeten ook wij het Egypte gedenken waaruit wij door machtige genade verlost zijn. Gedenk de zonden die eens over ons heersten. Is het zo gemakkelijk oude gewoonten af te schudden? Is er geen hunkering naar wereldse genoegens? Zouden onze boze harten ons niet spoedig terugvoeren naar onze oude slavernij, als de genade van God het niet verhinderde? Is deze wereld een vriend van de goddelijke genade? Bevinden wij haar niet juist andersom als onze bestendige vijand? Totdat wij ons huis in de heerlijkheid bereiken, zullen wij vaak gewaarschuwd en op onze hoede gezet moeten worden, opdat onze boze harten des ongeloofs niet zouden afwijken van de levende God.
Deuteronomium 29:19.KruisverwijzingenNumeri 15:30→Efeze 4:17→Numeri 15:39→Prediker 11:9→Efeze 5:6→Psalmen 10:11→Jeremia 7:3→Psalmen 49:18→
— En het geschiede, als hij de woorden dezes vloeks hoort, dat hij zichzelven zegene in zijn hart, zeggende: Ik zal vrede hebben, wanneer ik schoon naar mijns harten goeddunken zal wandelen, om den dronkene te doen tot den dorstige.
Want er waren er die zich zo tegen God verhardden dat zij zeiden: “Wij zullen vrede hebben; laten wij doen wat wij willen; laten wij deze afgoden meer en meer dienen; laten wij dronkenschap en afgoderij bij onze dorst voegen.”
Deuteronomium 29:20-21.KruisverwijzingenPsalmen 74:1→Psalmen 79:5→Deuteronomium 9:14→Ezechiël 14:7→Ezechiël 23:25→Nahum 1:2→Exodus 34:14→Exodus 20:5→
— De HEERE zal hem niet willen vergeven; maar alsdan zal des HEEREN toorn en ijver roken over denzelven man, en al de vloek, die in dit boek geschreven is, zal op hem liggen; en de HEERE zal zijn naam van onder den hemel uitdelgen. En de HEERE zal hem ten kwade afscheiden van al de stammen Israels, naar alle vloeken des verbonds, dat in het boek dezer wet geschreven is.
Niet op hem nederdalen, maar op hem líggen — daar rusten en daar blijven. Zoals een jager een hert van de kudde afzondert om het de hele dag te jagen, zo zal God doen met elke afgodendienaar die onder Zijn volk zou komen, met wie Hij die dag een verbond maakte. O, hoe haat God het dat er door ons iets anders dan Hijzelf zou worden aangebeden; hoe verontwaardigd is Hij wanneer waar ook iets de hoogste plaats inneemt in het menselijk hart die door God alleen behoort ingenomen te worden.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-30KruisverwijzingenDeuteronomium 5:2→Deuteronomium 8:4→Deuteronomium 8:3→Deuteronomium 3:12→Deuteronomium 4:6→Exodus 19:4→Jesaja 6:9→Spreuken 20:12→
— Dit zijn de woorden des verbonds, dat de HEERE Mozes geboden heeft te maken met de kinderen Israels, in het land van Moab, boven het verbond, dat Hij met hen gemaakt had aan Horeb. En Mozes riep gans Israel, en zeide tot hen: Gij hebt gezien al wat de HEERE in Egypteland voor uw ogen gedaan heeft, aan Farao, en aan al zijn knechten, en aan zijn land; De grote verzoekingen, die uw ogen gezien hebben, diezelve tekenen en grote wonderen. Maar de HEERE heeft ulieden niet gegeven een hart om te verstaan, noch ogen om te zien, noch oren om te horen, tot op dezen dag. En Ik heb ulieden veertig jaren doen wandelen in de woestijn; uw klederen zijn aan u niet verouderd, en uw schoen is niet verouderd aan uw voet. Brood hebt gij niet gegeten, en wijn en sterken drank hebt gij niet gedronken; opdat gij wistet, dat Ik de HEERE, uw God, ben. Toen gij nu kwaamt aan deze plaats, toog Sihon, de koning van Hesbon, uit, en Og, de koning van Bazan, ons tegemoet, ten strijde; en wij sloegen hen. En wij hebben hun land ingenomen, en dat ten erve gegeven aan de Rubenieten en Gadieten, mitsgaders aan den halven stam der Manassieten. Houdt dan de woorden dezes verbonds, en doet ze; opdat gij verstandelijk handelt in alles, wat gij doen zult. Gij staat heden allen voor het aangezicht des HEEREN, uws Gods: uw hoofden uwer stammen, uw oudsten, en uw ambtlieden, alle man van Israel;
:20. Nadat alzo de vernieuwing van het verbond, dat de Heere eens met Israël op Horeb gesloten heeft, geheel en al is voorbereid, volgt dit nu op een feestelijke wijze, -evenwel niet met dien verstande, dat de Sinaïtische verbondssluiting, zoals zij volgens Ex.24:1-11 voltrokken werd, nog eens werd herhaald, want daaraan was geen behoefte; wat toen geschied was bestond nog in volle kracht, was nog volmaakt geldig. Wel vordert Mozes, in zijn derde rede van thans, van het volk, dat zij het verbond aangaan, waarvan het voortbestaan de Heere hun zo duidelijk betuigd had door de begiftiging van het Oost-Jordaanland (vs.2-15); wijst dan, zijn thema van hoofdstuk 28 weer opvattend en verder uitwerkend opnieuw op de dreigende straffen voor verbondsbreuk (vs.16-29), maar ook dat er eindelijk opnieuw begenadiging zal zijn, in geval van ernstige boete en terugkeer tot de Heere (hoofdstuk 30:1-14). Tenslotte bezweert hij Israël, om van de twee, zegen en vloek. die hij hun heden voorgelegd heeft, toch de zegen te kiezen (hoofdstuk 30:15-20).
Dit, vanaf vs.2, zijn de woorden van het Verbond, dat de HEERE Mozes geboden heeft te maken met de kinderen van Israël, in het land van Moab, boven 1) het Verbond, dat Hij met hen gemaakt had aan Horeb, maar waarvan zij afgeweken waren door ongeloof en ongehoorzaamheid, zodat daardoor een bekrachtiging nodig was, en de overtocht van de Jordaan tot inname van het beloofde land voortgang kon hebben.
Wanneer hij zegt: “Boven het Verbond, dat Hij met hen gemaakt had aan Horeb,” dan beduidt dit niet, dat er iets is bijgevoegd, tenzij in zoverre, dat de tien geboden door meerdere werden uitgelegd, opdat de kortheid van uitdrukking van de wet voor het onbeschaafde en trage volk geen oorzaak voor onduidelijkheid zou zijn. Want God heeft niet, zoals aardse vorsten dat plegen te doen, door ondervinding geleerd, zijn wet met nieuwe voorschriften aangevuld, maar Hij is het luie en domme verstand van het volk te hulp gekomen. Daarom wijst dit niet aan, dat er iets bij gekomen is, maar slechts, dat God Zijn Verbond heeft herhaald, opdat het juister en zekerder zou begrepen worden. Waarmee Hij een zeldzaam bewijs van mededogen heeft gegeven, omdat Hij, bij de intrede van het land, Zijn Verbond, omtrent veertig jaar na de afkondiging ervan, heeft vernieuwd, met bijvoeging van een uitgebreide verklaring, omdat Hij toen handelde als met een nieuw volk.
a) De grote verzoekingen, die uw ogen gezien hebben, diezelve tekenen en grote wonderen.
Deuteronomium. 4:34; 7:19
Kort maakt Mozes melding van de grote weldaden hun geschied, om Israël erop te wijzen, wie het is, die hier met Zijn woorden tot hen komt. Niet alleen de Souvereine God, die recht heeft van hen stipte gehoorzaamheid te vorderen, maar ook hun Verlosser, die Zich in hun verlossing als de Barmhartige en Genadige heeft leren kennen.
Maar de HEERE heeft u om uw hardheid en halsstarrigheid nog niet gegeven, niet kunnen geven, een hart om te verstaan, noch ogen om te zien, noch oren om te horen, tot op deze dag;
anders zou het niet nodig zijn, dat ik u eerst met zovele woorden vermaande en overreedde tot vrijwillige gehoorzaamheid; gij moest reeds vanzelfs merken, wat gij de Heere verschuldigd zijt voor al Zijn weldaden.
Dit is niet ter vergoelijking, maar waar hij hen hun traagheid van hart en hun onwilligheid verwijt, of er melding van maakt, daar is dit juist, om hen aan te zetten tot naarstigheid in het betrachten van de geboden van de Heere.
En ik heb u veertig jaar doen wandelen in de woestijn;
uw kleren zijn aan u niet verouderd, en uw schoen is niet verouderd aan uw voet. 1)
Deuteronomium. 8:3,4
Hij daalt hiermee af tot de weldaden, waarmee Hij zijn volk aanhoudend in een tijdsverloop van 40 jaar heeft achtervolgd. Niet echter maakt hij van alle melding, maar stelt zich tevreden met weinige, maar die dan ook de meest in het ooglopende zijn, nl. dat hun kleren door ouderdom niet waren vergaan, en dat zij op goddelijke wijze waren gevoed, terwijl zij geen voedsel van de inkomsten van het land hadden kunnen verkrijgen. Hierdoor herinnert hij hen, dat Gods glorie duidelijk is gebleken, opdat zij zich aan Zijn heerschappij zouden onderwerpen.
Brood hebt gij niet gegeten, en wijn en sterke drank hebt gij niet gedronken; en toch zijt gij op een andere, voor u vreemde wijze rijkelijk verzorgd geworden, opdat gij wist, dat Ik de HEERE, uw God, ben. a)
Zie De 11.14.
Toen gij nu kwam op deze plaats, d.i. in het land van de Moabieten, trok a) Sihon, de koning van Hesbon, uit, en Og, de koning van Bazan, ons tegemoet, ten strijde; en wij sloegen hen.
Numeri. 21:24,33 Deuteronomium. 2:32; 3:1
En wij hebben hun land ingenomen, en a) dat tot erfgoed gegeven aan de Rubenieten en Gadieten, bovendien aan de halve stam van de Manassieten. In deze geschiedenis hebt gij daarom, zoals ik u reeds vroeger heb voorgehouden,
een duidelijk teken, dat van de kant van de Heere het Verbond, op Horeb, gesloten, nog vast staat.
(Numeri. 32:33 Deuteronomium. 3:12 Jozua. 13:8 b) Deuteronomium. 2:24 vv.; 3:1,12 vv.
Houdt dan de woorden van dit Verbond, en doet ze; opdat gij verstandig handelt in alles, wat gij doen zult; gij zult daartoe besluiten en de Heere trouwe gehoorzaamheid beloven, dan is ook hierdoor het Verbond van uw zijdeingesteld.
Gij staat heden allen zonder onderscheid voor het aangezicht van de HEERE, uw God, omdat de handeling, die wij voor hebben, op u allen, zonder onderscheid van stand en beroep, van ouderdom of geslacht, betrekking heeft; uw hoofden van uw stammen, uw oudsten, en uw ambtslieden; elke man van Israël.
Uw kinderen, uw vrouwen, en uw vreemdeling, a) die in het midden van uw leger is, van uw houthakker tot uw waterputter toe, uw nederigste dienstknechten. b)
(Deels Egyptenaars, deels Midianieten) (Ex.12:38 Numeri. 10:29 vv. b) Jozua. 9:21,27
Om over te gaan, het gehele volk als één man, in 1) het Verbond van de HEERE, uw God, en in zijn vloek, 2) om in te treden in het Verbond en in het eedverdrag, dat de HEERE, uw God, heden met u maakt.
De woorden in de grondtekst geven een volledig intreden aan, een intreden zo nadrukkelijk mogelijk.
In het Hebreeuws Bealatho. In onze Statenvertaling door vloek vertaald. Dit kan het ook betekenen, maar betere vertaling is hier, zoals in Genesis 26:28 en Ezech.16:59, eed, omdat een Verbond met een eed werd bevestigd. Wij vertalen dan ook: Om over te gaan in het Verbond van de Heere, uw God, in het Verbond met ede bevestigd. Ook kan het vertaald worden door eedverdrag. Omdat Gods verordeningen over ons van dien aard zijn, dat we 1e. naar oorsprong door geboorte uit de zaad en 2e. zedelijk door gemeenschap van schuld of hoger leven eigenlijk niet te scheiden zijn van wie na ons komen of voor ons geweest zijn, zo kan het wel niet anders, of ook het Verbond van God moest met die verordeningen van God in overeenstemming zijn en juist om dit te kunnen zijn, een Verbond met ons en ons nageslacht.
Opdat Hij u heden Zichzelf tot een volk bevestigt, a) en Hij u tot een God zij, zoals Hij tot u gesproken heeft,
en zoals Hij uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft. c)
(Deuteronomium. 28:9 b) (Ex.19:5 vv. c)Genesis 17:7
En niet met u, met het tegenwoordige geslacht, alleen maak ik dit Verbond en deze vloek, maar de handeling, die ons nu bezighoudt, grijpt ver in de toekomst.
Maar zowel met degene, die heden hier bij ons voor het aangezicht van de HEERE, onze God, staat; en ook met degene, die hier heden bij ons niet is, maar die langejaren na ons zal komen, wanneer wij tot onze vaderen verzameld zijn, met het toekomstige geslacht.
Want gij weet, hoe wij in Egypte gewoond hebben, en hoe wij vervolgens doorgetrokken zijn door het midden van de volken, die gij doorgetrokken zijt, als daar zijn deEdomieten, Moabieten, Ammonieten, Midianieten, Amorieten.
En gij hebt gezien, bij gelegenheid van uw wonen daar in Egypte en uw doortrekken door de volken, hun verfoeiselen en hun drekgoden, 1) hout en steen, zilver en goud, die bij hen waren.
Dikwijls worden alle goden van de heidenen verfoeiselen genoemd, en in Leviticus. 26:30 worden ze, evenals hier, gillulim genoemd, welk woord wij (Engelsen) op de kant van onze Bijbels, vertalen door “mesthoopgoden” om hun verachtelijkheid uit te drukken. Sommigen menen, dat zij die naam niet alleen gekregen hebben met opzicht tot hun stof, maar ook wegens de gedaante van een vlieg of tor, die op de mesthoop aast. Want Plutarchus vertelt, dat Isis, de grote godin van de Egyptenaren, in die gestalte vertoond werd; doch met recht mag betwijfeld worden, of dit wel zo geweest is in deze oude tijd, zoals de dagen van Mozes.
Dat onder u niet zij een man, of vrouw, of gezin, of stam, die zijn hart heden wendt van de HEERE, onze God, om te gaan dienen de goden van deze volken; en dat zo’nafwijkende ziel, of geslacht onder u niet zij een wortel,
die gal en alsem, d.i. bittere vruchten, draagt.
Hand.8:23 Hebr.12:15 Hij is een gevaarlijk man, die, na zelf vergiftigd te zijn met slechte beginselen en neigingen, met geheime verachting van Israëls God en Zijn instellingen, tracht met alle mogelijke kunstgrepen ook anderen te bederven en tot afgoderij over te halen; dit is een man wiens vrucht “vergiftig kruid” is (Hosea 10:4); het mishaagt God zeer, en voor allen, die hij verleid heeft, zal het bitterheid zijn in de laatste ogenblikken. Hiervan maakt de Apostel ook gewag (Hebr.12:15), waar hij ons op dezelfde wijze waarschuwt, voor hen op onze hoede te zijn, die ons zouden willen afkeren van het christelijk geloof. Zij zijn een onkruid, dat, als men het niet tegengaat, zich over het gehele veld verspreidt. Alle zonde en ongerechtigheid wordt een wortel genaamd, die gal en alsem draagt. Hij, die zonde en onheiligheid plant, en dan nog denkt enige andere dan bittere vruchten te oogsten voor al zijn arbeid, matigt zich een kennis aan boven God zelf, die ons zegt, wat de natuurlijke vrucht is, die uit deze wortel voortkomt. De satan kan voor een tijd door zijn kunstgrepen deze bittere beet verzoeten, zodat men er de natuurlijke smaak niet van heeft, maar op de laatste dag, zo niet vroeger, zal men de ware smaak kunnen onderscheiden. In het volgende vers wordt dit laatste zinsdeel nader verklaard Hij, die zo zou spreken, zou een wortel zijn, welke slechts gal en alsem zou dragen.
En het geschiedde, als hij de woorden van deze vloek 1) hoort, dat hij zichzelf zegent, zich gelukkig prijst, in zijn hart, zonder acht te geven op de bedreigde straffen, zeggende: Ik zal vrede hebben, 2) het zal mij welgaan, wanneer ik schoon naar goeddunken vna mijn hart
a) zal wandelen, om de dronken ziele te doen 4) tot de dorstige. 5)
Jer.23:17
Ook hier weer eed of eedverdrag.
Ik zal vrede hebben, dat is het woord en de gedachte van de roekeloeze; ach, de hel is zo erg niet, de duivel is zo lelijk niet als men hem afschildert; dit doen alle werkheiligen gierig en dorstig, en verwachten zelfs nog loon in de hemel.
In het Hebreeuws staat een woord, wat ook door vastheid kan vertaald worden, maar dan gewoonlijk wordt genomen in de ongunstige betekenis ervan. Bedoeling is, in verstoktheid van hart, met een hart, dat zich verhardt tegen de Heere God.
Het eindgevolg van zulke vermetele, godslasterlijke taal zou dan zijn, dat nog vele anderen in hetzelfde verderf zouden komen en te gronde gaan; zowel zij, die reeds gesmaakt hadden van het vergif van de verleider die reeds daardoor dronken of bedwelmd waren, als zij, die er naar dorsten. Anderen vatten het op, alsof er stond “dronkenschap tot dorst”, hetgeen eensluidend zou zijn met “van kwaad tot erger”. De goddeloze kan zich niet verzaden aan het kwaad. Pas heeft hij nieuwe teugen ingezwolgen uit de beker van ongerechtigheid, of hij hunkert naar meer, naar meer, dat niet verzadigen kan; en zo geeft hij zijn geld voor hetgeen geen brood is, en zijn arbeid voor hetgeen niet verzadigen kan; “de goddeloze maakt zichzelf dorstig om nog erger te worden, om zonde op zonde te stapelen”.
In het Hebreeuws sephooth, om weg te doen. Want wel kan het Hebreeuws werkwoord doen, toedoen betekenen, maar niet in deze vorm. Juister vertaling is o.i. dan ook, om weg te doen, de dronkene (of gedrenkte) met de dorstige. De zin is deze: dat hij dus alles verderven zou, voor allen tot gal en alsem zou zijn, zowel voor degenen, die reeds door hem verleid waren, als voor hen, die nog naar zijn verleidingen zouden luisteren.
De HEERE zal hem, als Zijn tijd van vergelding gekomen is, niet willen vergeven, die zo’n vergiftige, verderfelijke wortel geweest is, maar dan zal de toorn vande HEERE en Zijn ijver roken over dezelfde man, of vrouw, of geslacht, of stam, en al de vloek, die in dit boek geschreven is, zal op hem liggen; en de HEERE zal zijn naam van onder de hemel uitdelgen.
En de HEERE zal hem ten kwade afscheiden van al de stammen van Israël, dat hij geen deel meer heeft aan de zegen van de anderen, maar het verderf ten prooi zij, naar alle vloeken van het Verbond, dat in het boek van deze wet geschreven is.
Dan zal, wanneer de menigte van de overtreders groot geworden is, en het volk als volk zwaar misdaan heeft, zeggen het navolgend geslacht, uw kinderen, die na u opstaan zullen, en zelfs de vreemde, die uit een ver land komen zal, als zij zullen zien de plagen van dit land en diens ziekten, waarmee de HEERE het gekrenkt heeft (Leviticus. 20:22 vv.).
Dat zijn gehele aarde zij zwavel en zout van de verbranding, die niet bezaaid zal zijn en geen spruit zal voortgebracht hebben, noch enig kruid daarin zal opgekomen zijn, zoals de omkering van Sodom en Gomorra, Adama en Zebóim, die de HEERE heeft omgekeerd in zijn toorn, en in zijn grimmigheid (Genesis 19:24 vv.). Met zwavel, die van de hemel viel, werd het land aangestoken en een zoutkorst overdekte het vruchtbare land, toen de heerlijke Jordaanstreek werd verwoest. Evenzo zou Kanaän worden verwoest, wanneer het volk van God afviel. Met dit voorbeeld voor ogen, kan men zich de betekenis van al deze vervloekingen verstaanbaar maken. Evenzeer als destijds het Beloofde Land verschilde van de landstreek, die de Dode Zee omgaf, evenzeer was de voortreffelijkheid van het aloude Kanaän boven het tegenwoordig Palestina. Zo is dan nu ook deze bedreiging volkomen vervuld.
En alle volken zullen zeggen: a) Waarom heeft de HEERE aan dit land zo gedaan? Wat is de ontsteking van deze grote toorn, wat beduidt die en waarom is hij ontstaan?
Jer.22:8 De reiziger Volney heeft Syrië en Palestina, ook Arabië nauwkeurig doorkruist, en heeft vooral over de vroegere bloei en de vruchtbaarheid van Palestina geschreven, die nog kon bestaan, maar door onzichtbare hand is tegengehouden. Geen menselijk beleid kon de kracht van de profetie te niet doen. “Goede God”, zegt hij (en zijn onwillekeurige gemoedsuiting stemt, treffend genoeg, bijna letterlijk met deze tekst overeen) “waardoor zijn zulke treurige veranderingen ontstaan? Uit welke oorzaak is het lot van deze landen zo treffend veranderd? Waarom zijn er zoveel steden verwoest? Waarom heeft de bevolking zich niet uitgebreid en heeft zij niet voortgeduurd? Ik doorwandelde het land, ik doorkruiste de provincies, ik telde de rijken van Damascus en Iduméa, van Jeruzalem en Samaria. Dit Syrië, zei ik tot mijzelf, dat thans bijna ontvolkt is, bevatte toen honderd bloeiende steden, en bezat overvloed van dorpen, vlekken en gehuchten; wat is er geworden van zoveel voortbrengselen van mensenhanden? Wat is er geworden van die eeuwen van overvloed en leven?.
Dan zal men zeggen, die vragers ten antwoord geven: Omdat zij het verbond van de HEERE, de God van hun vaderen, hebben verlaten, dat Hij met hen gemaakt had, toen Hij hen uit Egypte voerde.
En zij heengegaan zijn, en andere goden gediend en zich voor die gebogen hebben; goden, die hen niet gekend hadden,
en geen van welke hun iets meegedeeld had: juister, die hun niet toegedeeld waren, tot aanbidding gegeven, b) maar integendeel scherp verboden waren.
(Deuteronomium. 11:28 b) Deuteronomium. 4:19
Daarom is de toorn van de HEEREN ontstoken tegen dit land, om daarover te brengen al deze vloek, die in dit boek geschreven is 1) (Deuteronomium. 28:15 vv. Leviticus. 26:14-38.
Het is geen nieuwe zaak voor God verwoestende oordelen te brengen over een volk, dat ten opzichte van belijdenis en uitwendige verbondsvoorrechten nabij Hem is. Hij doet dit nooit, dan wanneer er rechtvaardige reden is, waarom Hij het doet.
En de HEERE heeft hen uit hun land uitgetrokken, in toorn, en in grimmigheid, en in grote verbolgenheid; en Hij heeft hen verworpen in een ander land, zoals het is op deze dage, dat gij ook nu geen vaste woonplaats hebt en nog geenenkel gedeelte van het Overjordaanse het uwe kunt noemen.
De verborgen dingen zijn voor de HEERE, onze God; maar de geopenbaarde zijn voor ons en voor onze kinderen, tot in eeuwigheid, om te doen al de woorden van deze wet.1) Volgens Luther: Aan ons Joden heeft God boven alle volkeren op aarde, Zijn wil en wat Hij in de zin heeft geopenbaard; daarom moeten wij des te vlijtiger zijn om Hem te dienen en te gehoorzamen.
Naar mijn mening betekent het dit, dat God daarom voor Zichzelf de verborgen dingen houdt, welke te weten voor ons van geen belang zijn, noch ook openbaart, wat ons begrip te boven gaat. Terwijl dat, wat Hij ons heeft meegedeeld, op ons en onze kinderen betrekking heeft. Een uitstekende en een betrachting waardige plaats, waardoor zowel de stoutmoedigheid en al te grote nieuwsgierigheid wordt veroordeeld, als ook de godvruchtige gemoederen worden aangezet tot onderzoek. Wij weten toch hoe begerig men is, datgene te weten, waarvan de kennis voor ons volstrekt niet van belang is, ja, waarvan de nasporing zelfs schadelijk is. Men zou als raadgevers van God willen zijn en tot de uiterste hoogten van de hemel willen binnendringen, zelfs graag alle boekenkasten doorzoeken. Waarom een ongewijd dichter terecht heeft gezegd: “Niets is de stervelingen te moeilijk. de hemel zelf zoeken wij door onze dwaasheid te bereiken. Ondertussen, wat God duidelijk ons geopenbaard heeft, wordt òf veronachtzaamd òf voor dwaasheid gehouden, òf als te duister ver weggeworpen.”. Volgens anderen: Het verborgene is de Heere, onze God; het is Zijn zaak om te besluiten over de uit het land weggevoerden en ondanks de afval van Zijn volk in het vervolg Zijn heilswerk uit te voeren; wij kunnen daarin niet weten hoe het zal gebeuren. Maar het geopenbaarde is voor ons en onze kinderen tot in eeuwigheid, het gericht dat uit Gods verborgen raad ontstaan is, gaat ons en onze kinderen aan voor immer; wij hebben daaraan bestendig te leren en het steeds te behartigen, opdat wij doen alle woorden van deze wet. Er is genoeg geopenbaard om een lamp te zijn voor onze voet, genoeg om te zijn een licht op ons pad. Geen ongeduldige hand rukt de sluier van de raadsgeheimen van God uiteen; geen vertrouwend hart heeft er behoefte naar. “Hij heeft noch ootmoed, noch vrede van ziel, die niet zwijgen en aanbidden, die niet buigen en berusten kan. Maar die zich hierin oefent tegenover Gods verborgen raad, die zal Hij de gehele volheid doen smaken van Zijn geopenbaarde troost; die zal Hij de kracht vermeerderen tot het doen van Zijn uitgestrekte wil; en dit zal wederkerig het zwijgen en aanbidden, het buigen en berusten gemakkelijker doen afgaan.” -“God geve ogen om te zien, voeten om te vorderen.” Dit laatste vers is het slot van het antwoord op de vraag in vs.24 gedaan. Zij, die antwoorden, sluiten hun antwoorden daarmee af o.i. om alle ijdele en nieuwsgierige vragen, die niet te pas komen, af te snijden.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel