Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Daniël 11

1 Ik nu, ik stond in het eerste jaar van Darius den Meder, om hem te versterken en te stijven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Ik nu, ik stondH5977 in het eersteH259 jaarH8141 van DariusH1867 den MederH4075, om hem te versterkenH2388 en te stijvenH4581. Ik nu, ik stond in het eerste jaar van Darius den Meder, om hem te versterken en te stijven.

KJV Also I in the first3 year2 of Darius4 the Mede,5 even I, stood to confirm7 and to strengthen

1 וַאֲנִי֙ H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 2 בִּשְׁנַ֣ת H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 3 אַחַ֔ת H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 4 לְדָרְיָ֖וֶשׁ H1867 Darius Darius 5 הַמָּדִ֑י H4075 Meder Mede 6 עָמְדִ֛י H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 7 לְמַחֲזִ֥יק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 8 וּלְמָע֖וֹז H4581 sterkte, Sterkte, Sterkheid force, fort(-ress), rock, strength(-en), ([idiom] most) strong (hold) 9 לֽוֹ

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En nu, ik zal u de waarheid te kennen geven; ziet, er zullen nog drie koningen in Perzie staan, en de vierde zal verrijkt worden met grote rijkdom, meer dan al de anderen; en nadat hij zich in zijn rijkdom zal versterkt hebben, zal hij ze allen verwekken tegen het koninkrijk van Griekenland.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En nuH6258, ik zal u de waarheidH571 te kennenH5046 geven; zietH2009, er zullen nogH5750 drieH7969 koningenH4428 in PerzieH6539 staanH5975, en de vierdeH7243 zal verrijktH6238 worden met groteH1419 rijkdomH6239, meer dan al de anderen; en nadat hij zich in zijn rijkdomH6239 zal versterktH2393 hebben, zal hij ze allenH3605 verwekkenH5782 tegen het koninkrijkH4438 van GriekenlandH3120. En nu, ik zal u de waarheid te kennen geven; ziet, er zullen nog drie koningen in Perzie staan, en de vierde zal verrijkt worden met grote rijkdom, meer dan al de anderen; en nadat hij zich in zijn rijkdom zal versterkt hebben, zal hij ze allen verwekken tegen het koninkrijk van Griekenland.

KJV And now will I shew3 thee the truth.2 Behold, there shall stand up9 yet three7 kings8 in Persia;10 and the fourth11 shall be far13 richer12 than they all:14 and by his strength16 through his riches17 he shall stir up18 all against the realm21 of Grecia.

1 וְעַתָּ֕ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 2 אֱמֶ֖ת H571 waarheid, trouw, waarachtig assured(-ly), establishment, faithful, right, sure, true (-ly, -th), verity 3 אַגִּ֣יד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 4 לָ֑ךְ 5 הִנֵּה H2009 ziet, zie behold, lo, see 6 עוֹד֩ H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 7 שְׁלֹשָׁ֨ה H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 8 מְלָכִ֜ים H4428 koning, konings, koningen king, royal 9 עֹמְדִ֣ים H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 10 לְפָרַ֗ס H6539 Perzie, Perzen Persia, Persians 11 וְהָֽרְבִיעִי֙ H7243 vierde, vierendeel, vierden foursquare, fourth (part) 12 יַעֲשִׁ֤יר H6238 rijk, maakt rijk, verrijkt be(-come, en-, make, make self, wax) rich, make (1 Kings 22:48 marg). See H6240 (עָשָׂר) 13 עֹֽשֶׁר H6239 rijkdom, rijkdoms, Rijkdom [idiom] far (richer), riches 14 גָּדוֹל֙ H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 15 מִכֹּ֔ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 16 וּכְחֶזְקָת֣וֹ H2393 sterk, sterke, versterkt strength(-en self), (was) strong 17 בְעָשְׁר֔וֹ H6239 rijkdom, rijkdoms, Rijkdom [idiom] far (richer), riches 18 יָעִ֣יר H5782 opgewekt, verwekken, waak (a-) wake(-n, up), lift up (self), [idiom] master, raise (up), stir up (self) 19 הַכֹּ֔ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 20 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 21 מַלְכ֥וּת H4438 koninkrijk, koninkrijks, koninklijke empire, kingdom, realm, reign, royal 22 יָוָֽן H3120 Javan, Griekenland Javan
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Daarna zal er een geweldig koning opstaan, die met grote heerschappij heersen zal, en hij zal doen naar zijn welgevallen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Daarna zal er een geweldigH1368 koningH4428 opstaanH5975, die met groteH7227 heerschappijH4474 heersenH4910 zal, en hij zal doenH6213 naar zijn welgevallenH7522. Daarna zal er een geweldig koning opstaan, die met grote heerschappij heersen zal, en hij zal doen naar zijn welgevallen.

KJV And a mighty3 king2 shall stand up,1 that shall rule4 with great6 dominion,5 and do7 according to his will.

1 וְעָמַ֖ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 2 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 גִּבּ֑וֹר H1368 helden, held, geweldig champion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man 4 וּמָשַׁל֙ H4910 heersen, heerst, heerser (have, make to have) dominion, governor, [idiom] indeed, reign, (bear, cause to, have) rule(-ing, -r), have power 5 מִמְשָׁ֣ל H4474 heerschappij, heersende dominion, that ruled 6 רַ֔ב H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 7 וְעָשָׂ֖ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 כִּרְצוֹנֽוֹ H7522 welgevallen, welbehagen, aangenaam (be) acceptable(-ance, -ed), delight, desire, favour, (good) pleasure, (own, self, voluntary) will, as...(what) would
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 En als hij zal staan, zal zijn rijk gebroken, en in de vier winden des hemels verdeeld worden, maar niet aan zijn nakomelingen, ook niet naar zijn heerschappij, waarmede hij heerste; want zijn rijk zal uitgerukt worden, en dat voor anderen dan deze.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 En als hij zal staanH5975, zal zijn rijkH4438 gebrokenH7665, en in de vierH702 windenH7307 des hemelsH8064 verdeeldH2673 worden, maar nietH3808 aan zijn nakomelingenH319, ook nietH3808 naar zijn heerschappijH4915, waarmede hij heersteH4910; wantH3588 zijn rijkH4438 zal uitgeruktH5428 worden, en dat voor anderen dan dezeH428. En als hij zal staan, zal zijn rijk gebroken, en in de vier winden des hemels verdeeld worden, maar niet aan zijn nakomelingen, ook niet naar zijn heerschappij, waarmede hij heerste; want zijn rijk zal uitgerukt worden, en dat voor anderen dan deze.

KJV And when he shall stand up,1 his kingdom3 shall be broken,2 and shall be divided4 toward the four5 winds6 of heaven;7 and not to his posterity,9 nor according to his dominion11 which he ruled:13 for his kingdom16 shall be plucked up,15 even for others

1 וּכְעָמְדוֹ֙ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 2 תִּשָּׁבֵ֣ר H7665 verbroken, gebroken, verbreken break (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר)) 3 מַלְכוּת֔וֹ H4438 koninkrijk, koninkrijks, koninklijke empire, kingdom, realm, reign, royal 4 וְתֵחָ֕ץ H2673 verdeeld, deelde, half en half delen divide, [idiom] live out half, reach to the midst, participle 5 לְאַרְבַּ֖ע H702 vier, vierhonderd, veertien four 6 רוּח֣וֹת H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 7 הַשָּׁמָ֑יִם H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 8 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 לְאַחֲרִית֗וֹ H319 laatste, einde, nakomelingen (last, latter) end (time), hinder (utter) -most, length, posterity, remnant, residue, reward 10 וְלֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 כְמָשְׁלוֹ֙ H4915 heerschappij, vergelijken dominion, like 12 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 13 מָשָׁ֔ל H4910 heersen, heerst, heerser (have, make to have) dominion, governor, [idiom] indeed, reign, (bear, cause to, have) rule(-ing, -r), have power 14 כִּ֤י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 15 תִנָּתֵשׁ֙ H5428 uitrukken, uitgerukt, rukken destroy, forsake, pluck (out, up, by the roots), pull up, root out (up), [idiom] utterly. s 16 מַלְכוּת֔וֹ H4438 koninkrijk, koninkrijks, koninklijke empire, kingdom, realm, reign, royal 17 וְלַאֲחֵרִ֖ים H312 ander, anders, aarde (an-) other man, following, next, strange 18 מִלְּבַד H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength 19 אֵֽלֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En de koning van het Zuiden, die een van zijn vorsten is, zal sterk worden; doch een ander zal sterker worden dan hij, en hij zal heersen; zijn heerschappij zal een grote heerschappij zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En de koningH4428 van het ZuidenH5045, die een vanH4480 zijn vorstenH8269 is, zal sterkH2388 worden; doch een ander zal sterkerH2388 worden dan hij, en hij zal heersenH4910; zijn heerschappij zal een groteH7227 heerschappij zijn. En de koning van het Zuiden, die een van zijn vorsten is, zal sterk worden; doch een ander zal sterker worden dan hij, en hij zal heersen; zijn heerschappij zal een grote heerschappij zijn.

Ook in dit vers heerschappijH4474 heerschappijH4475

KJV And the king2 of the south3 shall be strong,1 and one of his princes;5 and he shall be strong6 above him, and have dominion;8 his dominion11 shall be a great10 dominion.

1 וְיֶחֱזַ֥ק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 2 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 הַנֶּ֖גֶב H5045 zuiden, zuidwaarts, Zuiden south (country, side, -ward) 4 וּמִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 5 שָׂרָ֑יו H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 6 וְיֶחֱזַ֤ק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 7 עָלָיו֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 וּמָשָׁ֔ל H4910 heersen, heerst, heerser (have, make to have) dominion, governor, [idiom] indeed, reign, (bear, cause to, have) rule(-ing, -r), have power 9 מִמְשָׁ֥ל H4474 heerschappij, heersende dominion, that ruled 10 רַ֖ב H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 11 מֶמְשַׁלְתּֽוֹ H4475 heerschappij, volkomene heerschappij dominion, government, power, to rule
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Op het einde nu van sommige jaren, zullen zij zich met elkander bevrienden, en de dochter des konings van het Zuiden zal komen tot den koning van het Noorden, om billijke voorwaarden te maken; doch zij zal de macht des arms niet behouden, daarom zal hij, noch zijn arm, niet bestaan; maar zij zal overgegeven worden, en die haar gebracht hebben, en die haar gegenereerd heeft, en die haar gesterkt heeft in die tijden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Op het eindeH7093 nu van sommige jarenH8141, zullen zij zich met elkander bevriendenH2266, en de dochterH1323 des koningsH4428 van het ZuidenH5045 zal komenH935 totH413 den koningH4428 van het NoordenH6828, om billijkeH4339 voorwaarden te makenH6213; doch zij zal de machtH3581 des armsH2220 niet behoudenH6113, daarom zal hij, nochH3808 zijn armH2220, niet bestaanH5975; maar zij zal overgegevenH5414 worden, en dieH1931 haar gebrachtH935 hebben, en die haar gegenereerdH3205 heeft, en die haar gesterktH2388 heeft in die tijdenH6256. Op het einde nu van sommige jaren, zullen zij zich met elkander bevrienden, en de dochter des konings van het Zuiden zal komen tot den koning van het Noorden, om billijke voorwaarden te maken; doch zij zal de macht des arms niet behouden, daarom zal hij, noch zijn arm, niet bestaan; maar zij zal overgegeven worden, en die haar gebracht hebben, en die haar gegenereerd heeft, en die haar gesterkt heeft in die tijden.

KJV And in the end1 of years2 they shall join themselves together;3 for the king's5 daughter4 of the south6 shall come7 to the king9 of the north10 to make11 an agreement:12 but she shall not retain14 the power15 of the arm;16 neither shall he stand,18 nor his arm:19 but she shall be given up,20 and they that brought22 her, and he that begat23 her, and he that strengthened24 her in these times.

1 וּלְקֵ֤ץ H7093 einde, uiterste [phrase] after, (utmost) border, end, (in-) finite, [idiom] process 2 שָׁנִים֙ H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 3 יִתְחַבָּ֔רוּ H2266 samengevoegd, voegde, samenvoegen charm(-er), be compact, couple (together), have fellowship with, heap up, join (self, together), league 4 וּבַ֣ת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 5 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 6 הַנֶּ֗גֶב H5045 zuiden, zuidwaarts, Zuiden south (country, side, -ward) 7 תָּבוֹא֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 10 הַצָּפ֔וֹן H6828 noorden, noordwaarts, Noorden north(-ern, side, -ward, wind) 11 לַעֲשׂ֖וֹת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 12 מֵישָׁרִ֑ים H4339 billijkheden, recht, rechtmatigheid agreement, aright, that are equal, equity, (things that are) right(-eously, things), sweetly, upright(-ly, -ness) 13 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 תַעְצֹ֞ר H6113 opgehouden, besloten, beslotene [idiom] be able, close up, detain, fast, keep (self close, still), prevail, recover, refrain, [idiom] reign, restrain, retain, shut (up), slack, stay, stop, withhold (self) 15 כּ֣וֹחַ H3581 kracht, macht, vermogen ability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth 16 הַזְּר֗וֹעַ H2220 arm, armen, arms arm, [phrase] help, mighty, power, shoulder, strength 17 וְלֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 18 יַעֲמֹד֙ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 19 וּזְרֹע֔וֹ H2220 arm, armen, arms arm, [phrase] help, mighty, power, shoulder, strength 20 וְתִנָּתֵ֨ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 21 הִ֤יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 22 וּמְבִיאֶ֨יהָ֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 23 וְהַיֹּ֣לְדָ֔הּ H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 24 וּמַחֲזִקָ֖הּ H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 25 בָּעִתִּֽים H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Doch uit de spruit van haar wortelen zal er een opstaan in zijn staat, die zal met heirkracht komen, en hij zal komen tegen die sterke plaatsen des konings van het Noorden, en hij zal tegen dezelve doen, en hij zal ze bemachtigen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Doch uit de spruitH5342 van haar wortelenH8328 zal er een opstaanH5975 in zijn staatH3653, die zal met heirkrachtH2428 komenH935, en hij zal komenH935 tegenH413 die sterke plaatsenH4581 des koningsH4428 van het NoordenH6828, en hij zal tegen dezelve doenH6213, en hij zal ze bemachtigenH2388. Doch uit de spruit van haar wortelen zal er een opstaan in zijn staat, die zal met heirkracht komen, en hij zal komen tegen die sterke plaatsen des konings van het Noorden, en hij zal tegen dezelve doen, en hij zal ze bemachtigen.

KJV But out of a branch2 of her roots3 shall one stand up1 in his estate,4 which shall come5 with an army,7 and shall enter8 into the fortress9 of the king10 of the north,11 and shall deal12 against them, and shall prevail:

1 וְעָמַ֛ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 2 מִנֵּ֥צֶר H5342 spruit, Scheut, scheut branch 3 שָׁרָשֶׁ֖יהָ H8328 wortel, wortelen, Wortel bottom, deep, heel, root 4 כַּנּ֑וֹ H3653 voet, staat, recht base, estate, foot, office, place, well 5 וְיָבֹ֣א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 6 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 הַחַ֗יִל H2428 heir, kloeke, vermogen able, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily) 8 וְיָבֹא֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 9 בְּמָעוֹז֙ H4581 sterkte, Sterkte, Sterkheid force, fort(-ress), rock, strength(-en), ([idiom] most) strong (hold) 10 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 11 הַצָּפ֔וֹן H6828 noorden, noordwaarts, Noorden north(-ern, side, -ward, wind) 12 וְעָשָׂ֥ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 13 בָהֶ֖ם 14 וְהֶחֱזִֽיק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Ook zal hij hun goden, met hun vorsten, met hun gewenste vaten van zilver en goud, in de gevangenis naar Egypte brengen; en hij zal enige jaren staande blijven boven den koning van het Noorden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 OokH1571 zal hij hun godenH430, metH5973 hun vorstenH5257, metH5973 hun gewensteH2532 vatenH3627 van zilverH3701 en goudH2091, in de gevangenisH7628 naar EgypteH4714 brengenH935; en hijH1931 zal enige jarenH8141 staandeH5975 blijven boven den koningH4428 van het NoordenH6828. Ook zal hij hun goden, met hun vorsten, met hun gewenste vaten van zilver en goud, in de gevangenis naar Egypte brengen; en hij zal enige jaren staande blijven boven den koning van het Noorden.

KJV And shall also carry11 captives10 into Egypt12 their gods,2 with their princes,4 and with their precious7 vessels6 of silver8 and of gold;9 and he shall continue15 more years14 than the king16 of the north.

1 וְגַ֣ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 2 אֱֽלֹהֵיהֶ֡ם H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 3 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 4 נְסִֽכֵיהֶם֩ H5257 vorsten, geweldigen, drankofferen drink offering, duke, prince(-ipal) 5 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 6 כְּלֵ֨י H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 7 חֶמְדָּתָ֜ם H2532 gewenste, kostelijke, begeerlijk desire, goodly, pleasant, precious 8 כֶּ֧סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 9 וְזָהָ֛ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 10 בַּשְּׁבִ֖י H7628 gevangenis, gevangenen, gevangene captive(-ity), prisoners, [idiom] take away, that was taken 11 יָבִ֣א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 12 מִצְרָ֑יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 13 וְהוּא֙ H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 14 שָׁנִ֣ים H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 15 יַעֲמֹ֔ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 16 מִמֶּ֖לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 17 הַצָּפֽוֹן H6828 noorden, noordwaarts, Noorden north(-ern, side, -ward, wind)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Alzo zal de koning van het Zuiden in het koninkrijk komen, en hij zal wederom in zijn land trekken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Alzo zal de koningH4428 van het ZuidenH5045 in het koninkrijkH4438 komenH935, en hij zal wederomH7725 in zijn landH127 trekkenH7725. Alzo zal de koning van het Zuiden in het koninkrijk komen, en hij zal wederom in zijn land trekken.

KJV So the king3 of the south4 shall come1 into his kingdom,2 and shall return5 into his own land.

1 וּבָ֗א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 בְּמַלְכוּת֙ H4438 koninkrijk, koninkrijks, koninklijke empire, kingdom, realm, reign, royal 3 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 4 הַנֶּ֔גֶב H5045 zuiden, zuidwaarts, Zuiden south (country, side, -ward) 5 וְשָׁ֖ב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 6 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 אַדְמָתֽוֹ H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Doch zijn zonen zullen zich in strijd mengen, en zij zullen een menigte van grote heiren verzamelen; en een van hen zal snellijk komen, en als een vloed overstromen en doortrekken; en hij zal wederom komen, en zich in den strijd mengen, tot aan zijn sterke plaats toe.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Doch zijn zonenH1121 zullen zich in strijd mengenH1624, en zij zullen een menigteH1995 van groteH7227 heirenH2428 verzamelenH622; en een van hen zal snellijkH935 komenH935, en als een vloed overstromenH7857 en doortrekkenH5674; en hij zal wederom komen, en zich in den strijd mengenH1624, tot aanH5704 zijn sterke plaatsH4581 toe. Doch zijn zonen zullen zich in strijd mengen, en zij zullen een menigte van grote heiren verzamelen; en een van hen zal snellijk komen, en als een vloed overstromen en doortrekken; en hij zal wederom komen, en zich in den strijd mengen, tot aan zijn sterke plaats toe.

Ook in dit vers komenH7725

KJV But his sons1 shall be stirred up,2 and shall assemble3 a multitude4 of great6 forces:5 and one shall certainly7 come,8 and overflow,9 and pass through:10 then shall he return,11 and be stirred up,12 even to his fortress.

1 וּבָנָ֣יו H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 יִתְגָּר֗וּ H1624 mengen, meng, verwekt contend, meddle, stir up, strive 3 וְאָסְפוּ֙ H622 verzameld, verzamelden, verzamelen assemble, bring, consume, destroy, felch, gather (in, together, up again), [idiom] generally, get (him), lose, put all together, receive, recover (another from leprosy), (be) rereward, [idiom] surely, take (away, into, up), [idiom] utterly, withdraw 4 הֲמוֹן֙ H1995 menigte, veelheid, rumoer abundance, company, many, multitude, multiply, noise, riches, rumbling, sounding, store, tumult 5 חֲיָלִ֣ים H2428 heir, kloeke, vermogen able, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily) 6 רַבִּ֔ים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 7 וּבָ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 8 ב֖וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 9 וְשָׁטַ֣ף H7857 overstromen, gespoeld, overlopen drown, (over-) flow(-whelm, rinse, run, rush, (throughly) wash (away) 10 וְעָבָ֑ר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 11 וְיָשֹׁ֥ב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 12 וְיִתְגָּרֶ֖ה H1624 mengen, meng, verwekt contend, meddle, stir up, strive 13 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 14 מָעֻזּֽוֹ H4581 sterkte, Sterkte, Sterkheid force, fort(-ress), rock, strength(-en), ([idiom] most) strong (hold)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En de koning van het Zuiden zal verbitterd worden, en hij zal uittrekken, en strijden tegen hem, tegen den koning van het Noorden, die ook een grote menigte oprichten zal, doch die menigte zal in zijn hand gegeven worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En de koningH4428 van het ZuidenH5045 zal verbitterdH4843 worden, en hij zal uittrekkenH3318, en strijdenH3898 tegenH5973 hem, tegenH5973 den koningH4428 van het NoordenH6828, die ook een groteH7227 menigteH1995 oprichtenH5975 zal, doch die menigteH1995 zal in zijn handH3027 gegevenH5414 worden. En de koning van het Zuiden zal verbitterd worden, en hij zal uittrekken, en strijden tegen hem, tegen den koning van het Noorden, die ook een grote menigte oprichten zal, doch die menigte zal in zijn hand gegeven worden.

KJV And the king2 of the south3 shall be moved with choler,1 and shall come forth4 and fight5 with him, even with the king8 of the north:9 and he shall set forth10 a great12 multitude;11 but the multitude14 shall be given13 into his hand.

1 וְיִתְמַרְמַר֙ H4843 bitter, bitterheid aangedaan, verbitterd (be, be in, deal, have, make) bitter(-ly, -ness), be moved with choler, (be, have sorely, it) grieved(-eth), provoke, vex 2 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 הַנֶּ֔גֶב H5045 zuiden, zuidwaarts, Zuiden south (country, side, -ward) 4 וְיָצָ֕א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 5 וְנִלְחַ֥ם H3898 strijden, streed, streden devour, eat, [idiom] ever, fight(-ing), overcome, prevail, (make) war(-ring) 6 עִמּ֖וֹ H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 7 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 8 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 9 הַצָּפ֑וֹן H6828 noorden, noordwaarts, Noorden north(-ern, side, -ward, wind) 10 וְהֶעֱמִיד֙ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 11 הָמ֣וֹן H1995 menigte, veelheid, rumoer abundance, company, many, multitude, multiply, noise, riches, rumbling, sounding, store, tumult 12 רָ֔ב H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 13 וְנִתַּ֥ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 14 הֶהָמ֖וֹן H1995 menigte, veelheid, rumoer abundance, company, many, multitude, multiply, noise, riches, rumbling, sounding, store, tumult 15 בְּיָדֽוֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Als die menigte zal weggenomen zijn, zal zijn hart zich verheffen, en hij zal er enige tien duizenden nedervellen; evenwel zal hij niet gesterkt worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Als die menigteH1995 zal weggenomenH5375 zijn, zal zijn hartH3824 zich verheffenH7311, en hij zal er enige tien duizendenH7239 nedervellenH5307; evenwel zal hij nietH3808 gesterktH5810 worden. Als die menigte zal weggenomen zijn, zal zijn hart zich verheffen, en hij zal er enige tien duizenden nedervellen; evenwel zal hij niet gesterkt worden.

KJV And when he hath taken away1 the multitude,2 his heart4 shall be lifted up;3 and he shall cast down5 many ten thousands:6 but he shall not be strengthened

1 וְנִשָּׂ֥א H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 2 הֶהָמ֖וֹן H1995 menigte, veelheid, rumoer abundance, company, many, multitude, multiply, noise, riches, rumbling, sounding, store, tumult 3 וְרָ֣ם H7311 verhoogd, verhogen, offeren bring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms 4 לְבָב֑וֹ H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 5 וְהִפִּ֛יל H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 6 רִבֹּא֖וֹת H7239 duizend, tien duizend, tien duizenden great things, ten ((eight) -een, (for) -ty, [phrase] sixscore, [phrase] threescore, [idiom] twenty, (twen) -ty) thousand 7 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 יָעֽוֹז H5810 sterk, gesterkt, sterken harden, impudent, prevail, strengthen (self), be strong
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Want de koning van het Noorden zal wederkeren, en hij zal een groter menigte dan de eerste was, oprichten; en aan het einde van de tijden der jaren, zal hij snellijk komen met een grote heirkracht, en met groot goed.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Want de koningH4428 van het NoordenH6828 zal wederkerenH7725, en hij zal een groterH7227 menigteH1995 danH4480 de eersteH7223 was, oprichtenH5975; en aan het eindeH7093 van de tijdenH6256 der jarenH8141, zal hij snellijkH935 komenH935 met een grote heirkrachtH2428, en met grootH1419 goedH7399. Want de koning van het Noorden zal wederkeren, en hij zal een groter menigte dan de eerste was, oprichten; en aan het einde van de tijden der jaren, zal hij snellijk komen met een grote heirkracht, en met groot goed.

KJV For the king2 of the north3 shall return,1 and shall set forth4 a multitude5 greater6 than the former,8 and shall certainly12 come13 after9 certain10 years11 with a great15 army14 and with much17 riches.

1 וְשָׁב֙ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 2 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 הַצָּפ֔וֹן H6828 noorden, noordwaarts, Noorden north(-ern, side, -ward, wind) 4 וְהֶעֱמִ֣יד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 5 הָמ֔וֹן H1995 menigte, veelheid, rumoer abundance, company, many, multitude, multiply, noise, riches, rumbling, sounding, store, tumult 6 רַ֖ב H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 7 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 8 הָרִאשׁ֑וֹן H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 9 וּלְקֵ֨ץ H7093 einde, uiterste [phrase] after, (utmost) border, end, (in-) finite, [idiom] process 10 הָֽעִתִּ֤ים H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 11 שָׁנִים֙ H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 12 יָ֣בוֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 13 ב֔וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 14 בְּחַ֥יִל H2428 heir, kloeke, vermogen able, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily) 15 גָּד֖וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 16 וּבִרְכ֥וּשׁ H7399 have, goed, goederen good, riches, substance 17 רָֽב H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Ook zullen er in die tijden velen opstaan tegen den koning van het Zuiden; en de scheurmakers uws volks zullen verheven worden, om het gezicht te bevestigen, doch zij zullen vallen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Ook zullen er in dieH1992 tijdenH6256 velenH7227 opstaanH5975 tegenH5921 den koningH4428 van het ZuidenH5045; en de scheurmakersH1121 uws volksH5971 zullen verhevenH5375 worden, om het gezichtH2377 te bevestigenH5975, doch zij zullen vallenH3782. Ook zullen er in die tijden velen opstaan tegen den koning van het Zuiden; en de scheurmakers uws volks zullen verheven worden, om het gezicht te bevestigen, doch zij zullen vallen.

KJV And in those times1 there shall many3 stand up4 against the king6 of the south:7 also the robbers8 of thy people10 shall exalt11 themselves to establish12 the vision;13 but they shall fall.

1 וּבָעִתִּ֣ים H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 2 הָהֵ֔ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 3 רַבִּ֥ים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 4 יַֽעַמְד֖וּ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 5 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 7 הַנֶּ֑גֶב H5045 zuiden, zuidwaarts, Zuiden south (country, side, -ward) 8 וּבְנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 9 פָּרִיצֵ֣י H6530 inbrekers, inbreker, moordenaren destroyer, ravenous, robber 10 עַמְּךָ֗ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 11 יִֽנַּשְּׂא֛וּ H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 12 לְהַעֲמִ֥יד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 13 חָז֖וֹן H2377 gezicht, gezichten, gezichts vision 14 וְנִכְשָֽׁלוּ H3782 struikelen, vallen, aanstoten bereave (from the margin), cast down, be decayed, (cause to) fail, (cause, make to) fall (down, -ing), feeble, be (the) ruin(-ed, of), (be) overthrown, (cause to) stumble, [idiom] utterly, be weak
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En de koning van het Noorden zal komen, en een wal opwerpen, en vaste steden innemen; en de armen van het Zuiden zullen niet bestaan, noch zijn uitgelezen volk, ja, er zal geen kracht zijn om te bestaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En de koningH4428 van het NoordenH6828 zal komenH935, en een walH5550 opwerpenH8210, en vasteH4013 stedenH5892 innemenH3920; en de armenH2220 van het ZuidenH5045 zullen niet bestaanH5975, nochH3808 zijn uitgelezenH4005 volkH5971, ja, er zal geen krachtH3581 zijn om te bestaanH5975. En de koning van het Noorden zal komen, en een wal opwerpen, en vaste steden innemen; en de armen van het Zuiden zullen niet bestaan, noch zijn uitgelezen volk, ja, er zal geen kracht zijn om te bestaan.

KJV So the king2 of the north3 shall come,1 and cast up4 a mount,5 and take6 the most fenced8 cities:7 and the arms9 of the south10 shall not withstand,12 neither his chosen14 people,13 neither shall there be any strength16 to withstand.

1 וְיָבֹא֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 הַצָּפ֔וֹן H6828 noorden, noordwaarts, Noorden north(-ern, side, -ward, wind) 4 וְיִשְׁפֹּךְ֙ H8210 vergoten, uitgieten, stort cast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip 5 סֽוֹלֲלָ֔ה H5550 wal, wallen, sterkten bank, mount 6 וְלָכַ֖ד H3920 nam, ingenomen, gevangen [idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take 7 עִ֣יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 8 מִבְצָר֑וֹת H4013 vaste, vastigheden, vesting (de-, most) fenced, fortress, (most) strong (hold) 9 וּזְרֹע֤וֹת H2220 arm, armen, arms arm, [phrase] help, mighty, power, shoulder, strength 10 הַנֶּ֨גֶב֙ H5045 zuiden, zuidwaarts, Zuiden south (country, side, -ward) 11 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 יַעֲמֹ֔דוּ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 13 וְעַם֙ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 14 מִבְחָרָ֔יו H4005 keur, uitgelezen, keure choice(-st), chosen 15 וְאֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 16 כֹּ֖חַ H3581 kracht, macht, vermogen ability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth 17 לַעֲמֹֽד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Maar hij, die tegen hem komt, zal doen naar zijn welgevallen, en niemand zal voor zijn aangezicht bestaan; hij zal ook staan in het land des sieraads, en de verderving zal in zijn hand wezen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Maar hij, die tegen hem komtH935, zal doenH6213 naarH413 zijn welgevallenH7522, en niemandH369 zal voor zijn aangezichtH6440 bestaanH5975; hij zal ook staanH5975 in het landH776 des sieraadsH6643, en de verdervingH3617 zal in zijn handH3027 wezen. Maar hij, die tegen hem komt, zal doen naar zijn welgevallen, en niemand zal voor zijn aangezicht bestaan; hij zal ook staan in het land des sieraads, en de verderving zal in zijn hand wezen.

KJV But he that cometh2 against him shall do1 according to his own will,4 and none shall stand6 before7 him: and he shall stand8 in the glorious10 land,9 which by his hand12 shall be consumed.

1 וְיַ֨עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 הַבָּ֤א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 3 אֵלָיו֙ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 כִּרְצוֹנ֔וֹ H7522 welgevallen, welbehagen, aangenaam (be) acceptable(-ance, -ed), delight, desire, favour, (good) pleasure, (own, self, voluntary) will, as...(what) would 5 וְאֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 6 עוֹמֵ֖ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 7 לְפָנָ֑יו H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 8 וְיַעֲמֹ֥ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 9 בְּאֶֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 10 הַצְּבִ֖י H6643 ree, sieraad, reeen beautiful(-ty), glorious (-ry), goodly, pleasant, roe(-buck) 11 וְכָלָ֥ה H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste 12 בְיָדֽוֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En hij zal zijn aangezicht stellen, om met de kracht zijns gansen rijks te komen, en hij zal billijke voorwaarden medebrengen, en hij zal het doen; want hij zal hem een dochter der vrouwen geven, om haar te verderven, maar zij zal niet vast staan, en zij zal voor hem niet zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En hij zal zijn aangezichtH6440 stellenH7760, om metH5973 de krachtH8633 zijns gansenH3605 rijksH4438 te komenH935, en hij zal billijkeH3477 voorwaarden medebrengenH6213, en hij zal het doen; want hij zal hem een dochterH1323 der vrouwenH802 gevenH5414, om haar te verdervenH7843, maar zij zal nietH3808 vast staanH5975, en zij zal voor hem nietH3808 zijn. En hij zal zijn aangezicht stellen, om met de kracht zijns gansen rijks te komen, en hij zal billijke voorwaarden medebrengen, en hij zal het doen; want hij zal hem een dochter der vrouwen geven, om haar te verderven, maar zij zal niet vast staan, en zij zal voor hem niet zijn.

KJV He shall also set1 his face2 to enter3 with the strength4 of his whole kingdom,6 and upright ones7 with him; thus shall he do:9 and he shall give12 him the daughter10 of women,11 corrupting14 her: but she shall not stand

1 וְיָשֵׂ֣ם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 2 פָּ֠נָיו H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 3 לָב֞וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 4 בְּתֹ֧קֶף H8633 macht, kracht authority, power, strength 5 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 מַלְכוּת֛וֹ H4438 koninkrijk, koninkrijks, koninklijke empire, kingdom, realm, reign, royal 7 וִישָׁרִ֥ים H3477 recht, oprechten, oprechte convenient, equity, Jasher, just, meet(-est), [phrase] pleased well right(-eous), straight, (most) upright(-ly, -ness) 8 עִמּ֖וֹ H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 9 וְעָשָׂ֑ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 10 וּבַ֤ת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 11 הַנָּשִׁים֙ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 12 יִתֶּן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 13 ל֣וֹ 14 לְהַשְׁחִיתָ֔הּ H7843 verderven, verdorven, verdierf batter, cast off, corrupt(-er, thing), destroy(-er, -uction), lose, mar, perish, spill, spoiler, [idiom] utterly, waste(-r) 15 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 16 תַעֲמֹ֖ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 17 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 18 ל֥וֹ 19 תִהְיֶֽה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Daarna zal hij zijn aangezicht tot de eilanden keren, en hij zal er vele innemen; doch een overste zal zijn smaad tegen hem doen ophouden, behalve dat hij zijn smaad op hem zal doen wederkeren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Daarna zal hij zijn aangezichtH6440 tot de eilandenH339 kerenH7760, en hij zal er veleH7227 innemenH3920; doch een oversteH7101 zal zijn smaadH2781 tegen hem doen ophoudenH7673, behalve dat hij zijn smaadH2781 op hem zal doen wederkerenH7725. Daarna zal hij zijn aangezicht tot de eilanden keren, en hij zal er vele innemen; doch een overste zal zijn smaad tegen hem doen ophouden, behalve dat hij zijn smaad op hem zal doen wederkeren.

KJV After this shall he turn1 his face2 unto the isles,3 and shall take4 many:5 but a prince7 for his own behalf shall cause the reproach8 offered by him to cease;6 without10 his own reproach11 he shall cause it to turn

1 וְיָשֵׂ֧ם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 2 פָּנָ֛יו H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 3 לְאִיִּ֖ים H339 eilanden, eilands, eiland country, isle, island 4 וְלָכַ֣ד H3920 nam, ingenomen, gevangen [idiom] at all, catch (self), be frozen, be holden, stick together, take 5 רַבִּ֑ים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 6 וְהִשְׁבִּ֨ית H7673 ophouden, rusten, houdt (cause to, let, make to) cease, celebrate, cause (make) to fail, keep (sabbath), suffer to be lacking, leave, put away (down), (make to) rest, rid, still, take away 7 קָצִ֤ין H7101 overste, oversten, wees overste captain, guide, prince, ruler. Compare H6278 (עֵת קָצִין) 8 חֶרְפָּתוֹ֙ H2781 smaadheid, smaad, versmaadheid rebuke, reproach(-fully), shame 9 ל֔וֹ 10 בִּלְתִּ֥י H1115 niet, niemand, tenzij because un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without 11 חֶרְפָּת֖וֹ H2781 smaadheid, smaad, versmaadheid rebuke, reproach(-fully), shame 12 יָשִׁ֥יב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 13 לֽוֹ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En hij zal zijn aangezicht keren naar de sterkten zijns lands, en hij zal aanstoten, en vallen, en niet gevonden worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En hij zal zijn aangezichtH6440 kerenH7725 naar de sterktenH4581 zijns landsH776, en hij zal aanstotenH3782, en vallenH5307, en nietH3808 gevondenH4672 worden. En hij zal zijn aangezicht keren naar de sterkten zijns lands, en hij zal aanstoten, en vallen, en niet gevonden worden.

KJV Then he shall turn1 his face2 toward the fort3 of his own land:4 but he shall stumble5 and fall,6 and not be found.

1 וְיָשֵׁ֣ב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 2 פָּנָ֔יו H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 3 לְמָעוּזֵּ֖י H4581 sterkte, Sterkte, Sterkheid force, fort(-ress), rock, strength(-en), ([idiom] most) strong (hold) 4 אַרְצ֑וֹ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 5 וְנִכְשַׁ֥ל H3782 struikelen, vallen, aanstoten bereave (from the margin), cast down, be decayed, (cause to) fail, (cause, make to) fall (down, -ing), feeble, be (the) ruin(-ed, of), (be) overthrown, (cause to) stumble, [idiom] utterly, be weak 6 וְנָפַ֖ל H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 7 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 יִמָּצֵֽא H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En in zijn staat zal er een opstaan, doende een geldeiser doortrekken, in koninklijke heerlijkheid; maar hij zal in enige dagen gebroken worden, nochtans niet door toornigheden, noch door oorlog.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En in zijn staatH3653 zal er een opstaanH5975, doende een geldeiserH5065 doortrekkenH5674, in koninklijkeH4438 heerlijkheidH1925; maar hij zal in enigeH259 dagenH3117 gebrokenH7665 worden, nochtans nietH3808 door toornighedenH639, nochH3808 door oorlogH4421. En in zijn staat zal er een opstaan, doende een geldeiser doortrekken, in koninklijke heerlijkheid; maar hij zal in enige dagen gebroken worden, nochtans niet door toornigheden, noch door oorlog.

KJV Then shall stand up1 in his estate3 a raiser4 of taxes5 in the glory6 of the kingdom:7 but within few9 days8 he shall be destroyed,10 neither in anger,12 nor in battle.

1 וְעָמַ֧ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 2 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 כַּנּ֛וֹ H3653 voet, staat, recht base, estate, foot, office, place, well 4 מַעֲבִ֥יר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 5 נוֹגֵ֖שׂ H5065 drijvers, aandrijvers, drijver distress, driver, exact(-or), oppress(-or), [idiom] raiser of taxes, taskmaster 6 הֶ֣דֶר H1925 heerlijkheid glory 7 מַלְכ֑וּת H4438 koninkrijk, koninkrijks, koninklijke empire, kingdom, realm, reign, royal 8 וּבְיָמִ֤ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 9 אֲחָדִים֙ H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 10 יִשָּׁבֵ֔ר H7665 verbroken, gebroken, verbreken break (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר)) 11 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 בְאַפַּ֖יִם H639 toorn, toorns, neus anger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath 13 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 בְמִלְחָמָֽה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Daarna zal er een verachte in zijn staat staan, denwelken men de koninklijke waardigheid niet zal geven; doch hij zal in stilheid komen, en het koninkrijk door vleierijen bemachtigen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Daarna zal er een verachteH959 in zijn staatH3653 staanH5975, denwelken men de koninklijkeH4438 waardigheidH1935 nietH3808 zal gevenH5414; doch hij zal in stilheidH7962 komenH935, en het koninkrijkH4438 door vleierijenH2519 bemachtigenH2388. Daarna zal er een verachte in zijn staat staan, denwelken men de koninklijke waardigheid niet zal geven; doch hij zal in stilheid komen, en het koninkrijk door vleierijen bemachtigen.

KJV And in his estate3 shall stand up1 a vile person,4 to whom they shall not give6 the honour8 of the kingdom:9 but he shall come10 in peaceably,11 and obtain12 the kingdom13 by flatteries.

1 וְעָמַ֤ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 2 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 כַּנּוֹ֙ H3653 voet, staat, recht base, estate, foot, office, place, well 4 נִבְזֶ֔ה H959 veracht, verachtte, verachten despise, disdain, contemn(-ptible), [phrase] think to scorn, vile person 5 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 נָתְנ֥וּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 7 עָלָ֖יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 ה֣וֹד H1935 majesteit, Majesteit, heerlijkheid beauty, comeliness, excellency, glorious, glory, goodly, honour, majesty 9 מַלְכ֑וּת H4438 koninkrijk, koninkrijks, koninklijke empire, kingdom, realm, reign, royal 10 וּבָ֣א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 11 בְשַׁלְוָ֔ה H7962 stilheid, voorspoed, gerustheid abundance, peace(-ably), prosperity, quietness 12 וְהֶחֱזִ֥יק H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 13 מַלְכ֖וּת H4438 koninkrijk, koninkrijks, koninklijke empire, kingdom, realm, reign, royal 14 בַּחֲלַקְלַקּֽוֹת H2519 vleierijen, gladde, slibberig flattery, slippery
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 En de armen der overstroming zullen overstroomd worden van voor zijn aangezicht, en zij zullen verbroken worden, en ook de vorst des verbonds.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 En de armenH2220 der overstromingH7858 zullen overstroomdH7857 worden van voor zijn aangezichtH6440, en zij zullen verbrokenH7665 worden, en ookH1571 de vorstH5057 des verbondsH1285. En de armen der overstroming zullen overstroomd worden van voor zijn aangezicht, en zij zullen verbroken worden, en ook de vorst des verbonds.

KJV And with the arms1 of a flood2 shall they be overflown3 from before4 him, and shall be broken;5 yea, also the prince7 of the covenant.

1 וּזְרֹע֥וֹת H2220 arm, armen, arms arm, [phrase] help, mighty, power, shoulder, strength 2 הַשֶּׁ֛טֶף H7858 overloop, overloping, overstromenden vloed flood, outrageous, overflowing 3 יִשָּׁטְפ֥וּ H7857 overstromen, gespoeld, overlopen drown, (over-) flow(-whelm, rinse, run, rush, (throughly) wash (away) 4 מִלְּפָנָ֖יו H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 5 וְיִשָּׁבֵ֑רוּ H7665 verbroken, gebroken, verbreken break (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר)) 6 וְגַ֖ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 7 נְגִ֥יד H5057 voorganger, overste, vorst captain, chief, excellent thing, (chief) governor, leader, noble, prince, (chief) ruler 8 בְּרִֽית H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 En na de vereniging met hem zal hij bedrog plegen, en hij zal optrekken, en hij zal met weinig volks gesterkt worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 En na de verenigingH2266 met hem zal hij bedrogH4820 plegenH6213, en hij zal optrekkenH5927, en hij zal met weinigH4592 volksH1471 gesterktH6105 worden. En na de vereniging met hem zal hij bedrog plegen, en hij zal optrekken, en hij zal met weinig volks gesterkt worden.

KJV And after the league2 made with him he shall work4 deceitfully:5 for he shall come up,6 and shall become strong7 with a small8 people.

1 וּמִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 2 הִֽתְחַבְּר֥וּת H2266 samengevoegd, voegde, samenvoegen charm(-er), be compact, couple (together), have fellowship with, heap up, join (self, together), league 3 אֵלָ֖יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 יַעֲשֶׂ֣ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 5 מִרְמָ֑ה H4820 bedrog, bedriegelijke, bedrogs craft, deceit(-ful, -fully), false, feigned, guile, subtilly, treachery 6 וְעָלָ֥ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 7 וְעָצַ֖ם H6105 machtig, machtig veel, machtiger break the bones, close, be great, be increased, be (wax) mighty(-ier), be more, shut, be(-come, make) strong(-er) 8 בִּמְעַט H4592 weinig, weinige, bijna almost (some, very) few(-er, -est), lightly, little (while), (very) small (matter, thing), some, soon, [idiom] very 9 גּֽוֹי H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Met stilheid zal hij ook in de vette plaatsen des landschaps komen, en hij zal doen, dat zijn vaders, of de vaders zijner vaderen, niet gedaan hebben; roof, en buit, en goederen, zal hij onder hen uitstrooien, en hij zal tegen de vastigheden zijn gedachten denken, doch tot een zekeren tijd toe.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Met stilheidH7962 zal hij ook in de vette plaatsenH4924 des landschapsH4082 komenH935, en hij zal doenH6213, datH834 zijn vadersH1, of de vadersH1 zijner vaderenH1, nietH3808 gedaanH6213 hebben; roofH961, en buitH7998, en goederenH7399, zal hij onder hen uitstrooienH967, en hij zal tegenH5921 de vastighedenH4013 zijn gedachtenH4284 denkenH2803, doch totH5704 een zekeren tijdH6256 toe. Met stilheid zal hij ook in de vette plaatsen des landschaps komen, en hij zal doen, dat zijn vaders, of de vaders zijner vaderen, niet gedaan hebben; roof, en buit, en goederen, zal hij onder hen uitstrooien, en hij zal tegen de vastigheden zijn gedachten denken, doch tot een zekeren tijd toe.

KJV He shall enter4 peaceably1 even upon the fattest places2 of the province;3 and he shall do5 that which his fathers9 have not done,8 nor his fathers'10 fathers;11 he shall scatter16 among them the prey,12 and spoil,13 and riches:14 yea, and he shall forecast19 his devices20 against the strong holds,18 even for a time.

1 בְּשַׁלְוָ֞ה H7962 stilheid, voorspoed, gerustheid abundance, peace(-ably), prosperity, quietness 2 וּבְמִשְׁמַנֵּ֣י H4924 vettigheid, vetsten, vette fat (one, -ness, -test, -test place) 3 מְדִינָה֮ H4082 landschappen, landschap, landschaps ([idiom] every) province 4 יָבוֹא֒ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 5 וְעָשָׂ֗ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 6 אֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 עָשׂ֤וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 9 אֲבֹתָיו֙ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 10 וַאֲב֣וֹת H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 11 אֲבֹתָ֔יו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 12 בִּזָּ֧ה H961 roof, roofs, beroving prey, spoil 13 וְשָׁלָ֛ל H7998 buit, roof, roofs prey, spoil 14 וּרְכ֖וּשׁ H7399 have, goed, goederen good, riches, substance 15 לָהֶ֣ם 16 יִבְז֑וֹר H967 uitstrooien, verstrooid scatter 17 וְעַ֧ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 18 מִבְצָרִ֛ים H4013 vaste, vastigheden, vesting (de-, most) fenced, fortress, (most) strong (hold) 19 יְחַשֵּׁ֥ב H2803 geacht, gedacht, bedenken (make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think 20 מַחְשְׁבֹתָ֖יו H4284 gedachten, gedachte, vernuftigen arbeid cunning (work), curious work, device(-sed), imagination, invented, means, purpose, thought 21 וְעַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 22 עֵֽת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En hij zal zijn kracht en zijn hart verwekken tegen den koning van het Zuiden, met een grote heirkracht; en de koning van het Zuiden zal zich in den strijd mengen met een grote en zeer machtige heirkracht; doch hij zal niet bestaan, want zij zullen gedachten tegen hem denken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 En hij zal zijn krachtH3581 en zijn hartH3824 verwekkenH5782 tegenH5921 den koningH4428 van het ZuidenH5045, met een grote heirkrachtH2428; en de koningH4428 van het ZuidenH5045 zal zich in den strijdH4421 mengenH1624 met een grote en zeerH3966 machtigeH6099 heirkrachtH2428; doch hij zal nietH3808 bestaanH5975, want zij zullen gedachtenH4284 tegenH5921 hem denkenH2803. En hij zal zijn kracht en zijn hart verwekken tegen den koning van het Zuiden, met een grote heirkracht; en de koning van het Zuiden zal zich in den strijd mengen met een grote en zeer machtige heirkracht; doch hij zal niet bestaan, want zij zullen gedachten tegen hem denken.

KJV And he shall stir up1 his power2 and his courage3 against the king5 of the south6 with a great8 army;7 and the king9 of the south10 shall be stirred up11 to battle12 with a very17 great14 and mighty15 army;13 but he shall not stand:19 for they shall forecast21 devices

1 וְיָעֵר֩ H5782 opgewekt, verwekken, waak (a-) wake(-n, up), lift up (self), [idiom] master, raise (up), stir up (self) 2 כֹּח֨וֹ H3581 kracht, macht, vermogen ability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth 3 וּלְבָב֜וֹ H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 4 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 6 הַנֶּגֶב֮ H5045 zuiden, zuidwaarts, Zuiden south (country, side, -ward) 7 בְּחַ֣יִל H2428 heir, kloeke, vermogen able, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily) 8 גָּדוֹל֒ H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 9 וּמֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 10 הַנֶּ֗גֶב H5045 zuiden, zuidwaarts, Zuiden south (country, side, -ward) 11 יִתְגָּרֶה֙ H1624 mengen, meng, verwekt contend, meddle, stir up, strive 12 לַמִּלְחָמָ֔ה H4421 strijd, krijg, strijde battle, fight(-ing), war(-rior) 13 בְּחַֽיִל H2428 heir, kloeke, vermogen able, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily) 14 גָּד֥וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 15 וְעָצ֖וּם H6099 machtig, machtiger, machtige [phrase] feeble, great, mighty, must, strong 16 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 17 מְאֹ֑ד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well 18 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 19 יַעֲמֹ֔ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 20 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 21 יַחְשְׁב֥וּ H2803 geacht, gedacht, bedenken (make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think 22 עָלָ֖יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 23 מַחֲשָׁבֽוֹת H4284 gedachten, gedachte, vernuftigen arbeid cunning (work), curious work, device(-sed), imagination, invented, means, purpose, thought
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 En die de stukken zijner spijze zullen eten, zullen hem breken, en de heirkracht deszelven zal overstromen, en vele verslagenen zullen vallen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 En die de stukken zijner spijzeH6598 zullen etenH398, zullen hem brekenH7665, en de heirkrachtH2428 deszelven zal overstromenH7857, en veleH7227 verslagenenH2491 zullen vallenH5307. En die de stukken zijner spijze zullen eten, zullen hem breken, en de heirkracht deszelven zal overstromen, en vele verslagenen zullen vallen.

KJV Yea, they that feed1 of the portion of his meat2 shall destroy4 him, and his army5 shall overflow:6 and many9 shall fall7 down slain.

1 וְאֹכְלֵ֧י H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 2 פַת H6598 spijs, spijze, stukken spijs portion (provision) of meat 3 בָּג֛וֹ H6598 spijs, spijze, stukken spijs portion (provision) of meat 4 יִשְׁבְּר֖וּהוּ H7665 verbroken, gebroken, verbreken break (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר)) 5 וְחֵיל֣וֹ H2428 heir, kloeke, vermogen able, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily) 6 יִשְׁט֑וֹף H7857 overstromen, gespoeld, overlopen drown, (over-) flow(-whelm, rinse, run, rush, (throughly) wash (away) 7 וְנָפְל֖וּ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 8 חֲלָלִ֥ים H2491 verslagenen, verslagen, verslagene kill, profane, slain (man), [idiom] slew, (deadly) wounded 9 רַבִּֽים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 En het hart van beide deze koningen zal wezen om kwaad te doen, en aan een tafel zullen zij leugen spreken; en het zal niet gelukken, want het zal nog een einde hebben ter bestemder tijd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 En het hartH3824 van beideH8147 deze koningenH4428 zal wezen om kwaadH4827 te doen, en aanH5921 eenH259 tafelH7979 zullen zij leugenH3577 sprekenH1696; en het zal nietH3808 gelukkenH6743, wantH3588 het zal nogH5750 een eindeH7093 hebben ter bestemder tijdH4150. En het hart van beide deze koningen zal wezen om kwaad te doen, en aan een tafel zullen zij leugen spreken; en het zal niet gelukken, want het zal nog een einde hebben ter bestemder tijd.

KJV And both1 these kings'2 hearts3 shall be to do mischief,4 and they shall speak9 lies8 at one7 table;6 but it shall not prosper:11 for yet the end14 shall be at the time appointed.

1 וּשְׁנֵיהֶ֤ם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 2 הַמְּלָכִים֙ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 לְבָבָ֣ם H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 4 לְמֵרָ֔ע H4827 kwaad do mischief 5 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 שֻׁלְחָ֥ן H7979 tafel, tafelen, tafels table 7 אֶחָ֖ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 8 כָּזָ֣ב H3577 leugen, leugenen, leugenachtig deceitful, false, leasing, + liar, lie, lying 9 יְדַבֵּ֑רוּ H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 10 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 תִצְלָ֔ח H6743 voorspoedig, vaardig, gedijen break out, come (mightily), go over, be good, be meet, be profitable, (cause to, effect, make to, send) prosper(-ity, -ous, -ously) 12 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 ע֥וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 14 קֵ֖ץ H7093 einde, uiterste [phrase] after, (utmost) border, end, (in-) finite, [idiom] process 15 לַמּוֹעֵֽד H4150 samenkomst, gezette hoogtijden, tijd appointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 En hij zal in zijn land wederkeren met groot goed, en zijn hart zal zijn tegen het heilig verbond; en hij zal het doen, en wederkeren in zijn land.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 En hij zal in zijn landH776 wederkerenH7725 met grootH1419 goedH7399, en zijn hartH3824 zal zijn tegenH5921 het heiligH6944 verbondH1285; en hij zal het doenH6213, en wederkerenH7725 in zijn landH776. En hij zal in zijn land wederkeren met groot goed, en zijn hart zal zijn tegen het heilig verbond; en hij zal het doen, en wederkeren in zijn land.

KJV Then shall he return1 into his land2 with great4 riches;3 and his heart5 shall be against the holy8 covenant;7 and he shall do9 exploits, and return10 to his own land.

1 וְיָשֹׁ֤ב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 2 אַרְצוֹ֙ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 3 בִּרְכ֣וּשׁ H7399 have, goed, goederen good, riches, substance 4 גָּד֔וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 5 וּלְבָב֖וֹ H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 בְּרִ֣ית H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 8 קֹ֑דֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 9 וְעָשָׂ֖ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 10 וְשָׁ֥ב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 11 לְאַרְצֽוֹ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Ter bestemder tijd zal hij wederkeren, en tegen het Zuiden komen, doch het zal niet zijn gelijk de eerste, noch gelijk de laatste reize.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 Ter bestemder tijdH4150 zal hij wederkerenH7725, en tegen het ZuidenH5045 komenH935, doch het zal nietH3808 zijnH1961 gelijk de eersteH7223, noch gelijk de laatsteH314 reize. Ter bestemder tijd zal hij wederkeren, en tegen het Zuiden komen, doch het zal niet zijn gelijk de eerste, noch gelijk de laatste reize.

KJV At the time appointed1 he shall return,2 and come3 toward the south;4 but it shall not be as the former,7 or as the latter.

1 לַמּוֹעֵ֥ד H4150 samenkomst, gezette hoogtijden, tijd appointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed) 2 יָשׁ֖וּב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 3 וּבָ֣א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 4 בַנֶּ֑גֶב H5045 zuiden, zuidwaarts, Zuiden south (country, side, -ward) 5 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 תִהְיֶ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 כָרִאשֹׁנָ֖ה H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 8 וְכָאַחֲרֹנָֽה H314 laatste, achterste, navolgende after (-ward), to come, following, hind(-er, -ermost, -most), last, latter, rereward, ut(ter) most
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Want er zullen schepen van Chittim tegen hem komen, daarom zal hij met smart bevangen worden, en hij zal wederkeren, en gram worden tegen het heilig verbond, en hij zal het doen; want wederkerende zal hij acht geven op de verlaters des heiligen verbonds.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 Want er zullen schepenH6716 van ChittimH3794 tegen hem komenH935, daarom zal hij met smart bevangenH3512 worden, en hij zal wederkerenH7725, en gramH2194 worden tegenH5921 het heiligH6944 verbondH1285, en hij zal het doenH6213; want wederkerendeH7725 zal hij achtH995 geven opH5921 de verlatersH5800 des heiligenH6944 verbondsH1285. Want er zullen schepen van Chittim tegen hem komen, daarom zal hij met smart bevangen worden, en hij zal wederkeren, en gram worden tegen het heilig verbond, en hij zal het doen; want wederkerende zal hij acht geven op de verlaters des heiligen verbonds.

KJV For the ships3 of Chittim4 shall come1 against him: therefore he shall be grieved,5 and return,6 and have indignation7 against the holy10 covenant:9 so shall he do;11 he shall even return,12 and have intelligence13 with them that forsake15 the holy17 covenant.

1 וּבָ֨אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 ב֜וֹ 3 צִיִּ֤ים H6716 schepen, schip ship 4 כִּתִּים֙ H3794 Chittieten, Chittim, Chitteers Chittim, Kittim 5 וְנִכְאָ֔ה H3512 bedroefd, smart bevangen, verslagene broken, be grieved, make sad 6 וְשָׁ֛ב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 7 וְזָעַ֥ם H2194 gram, vergramd, scheld abhor, abominable, (be) angry, defy, (have) indignation 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 בְּרִֽית H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 10 ק֖וֹדֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 11 וְעָשָׂ֑ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 12 וְשָׁ֣ב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 13 וְיָבֵ֔ן H995 verstaan, verstandig, verstaat attend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man) 14 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 עֹזְבֵ֖י H5800 verlaten, verlaat, verliet commit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely 16 בְּרִ֥ית H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 17 קֹֽדֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 En er zullen armen uit hem ontstaan, en zij zullen het heiligdom ontheiligen, en de sterkte, en zij zullen het gedurige offer wegnemen, en een verwoestenden gruwel stellen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 En er zullen armenH2220 uitH4480 hem ontstaanH5975, en zij zullen het heiligdomH4720 ontheiligenH2490, en de sterkteH4581, en zij zullen het gedurigeH8548 offer wegnemenH5493, en een verwoestendenH8074 gruwelH8251 stellenH5414. En er zullen armen uit hem ontstaan, en zij zullen het heiligdom ontheiligen, en de sterkte, en zij zullen het gedurige offer wegnemen, en een verwoestenden gruwel stellen.

KJV And arms1 shall stand3 on his part, and they shall pollute4 the sanctuary5 of strength,6 and shall take away7 the daily8 sacrifice, and they shall place9 the abomination10 that maketh desolate.

1 וּזְרֹעִ֖ים H2220 arm, armen, arms arm, [phrase] help, mighty, power, shoulder, strength 2 מִמֶּ֣נּוּ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 3 יַעֲמֹ֑דוּ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 4 וְחִלְּל֞וּ H2490 ontheiligen, ontheiligd, begon begin ([idiom] men began), defile, [idiom] break, defile, [idiom] eat (as common things), [idiom] first, [idiom] gather the grape thereof, [idiom] take inheritance, pipe, player on instruments, pollute, (cast as) profane (self), prostitute, slay (slain), sorrow, stain, wound 5 הַמִּקְדָּ֤שׁ H4720 heiligdom, heiligdoms, heiligdommen chapel, hallowed part, holy place, sanctuary 6 הַמָּעוֹז֙ H4581 sterkte, Sterkte, Sterkheid force, fort(-ress), rock, strength(-en), ([idiom] most) strong (hold) 7 וְהֵסִ֣ירוּ H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 8 הַתָּמִ֔יד H8548 geduriglijk, gedurig, gedurige alway(-s), continual (employment, -ly), daily, (n-)ever(-more), perpetual 9 וְנָתְנ֖וּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 10 הַשִּׁקּ֥וּץ H8251 verfoeiselen, verfoeisel, gruwel abominable filth (idol, -ation), detestable (thing) 11 מְשׁוֹמֵֽם H8074 verwoest, verwoeste, ontzetten make amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 En die goddelooslijk handelen tegen het verbond, zal hij doen huichelen door vleierijen; maar het volk, die hun God kennen, zullen zij grijpen, en zullen het doen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 En die goddelooslijkH7561 handelen tegen het verbondH1285, zal hij doen huichelenH2610 door vleierijenH2514; maar het volkH5971, die hun GodH430 kennenH3045, zullen zij grijpenH2388, en zullen het doenH6213. En die goddelooslijk handelen tegen het verbond, zal hij doen huichelen door vleierijen; maar het volk, die hun God kennen, zullen zij grijpen, en zullen het doen.

KJV And such as do wickedly1 against the covenant2 shall he corrupt3 by flatteries:4 but the people5 that do know6 their God7 shall be strong,8 and do

1 וּמַרְשִׁיעֵ֣י H7561 goddelooslijk, verdoemen, goddeloos condemn, make trouble, vex, be (commit, deal, depart, do) wicked(-ly, -ness) 2 בְרִ֔ית H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 3 יַחֲנִ֖יף H2610 ontheiligd, bevlekt, huichelaars corrupt, defile, [idiom] greatly, pollute, profane 4 בַּחֲלַקּ֑וֹת H2514 vleierijen flattery 5 וְעַ֛ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 6 יֹדְעֵ֥י H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 7 אֱלֹהָ֖יו H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 8 יַחֲזִ֥קוּ H2388 sterk, verbeterde, wees sterk aid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand 9 וְעָשֽׂוּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 En de leraars des volks zullen er velen onderwijzen, en zij zullen vallen door het zwaard en door vlam, door gevangenis en door beroving, vele dagen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 En de leraarsH7919 des volksH5971 zullen er velenH7227 onderwijzenH995, en zij zullen vallenH3782 door het zwaardH2719 en door vlamH3852, door gevangenisH7628 en door berovingH961, vele dagenH3117. En de leraars des volks zullen er velen onderwijzen, en zij zullen vallen door het zwaard en door vlam, door gevangenis en door beroving, vele dagen.

KJV And they that understand1 among the people2 shall instruct3 many:4 yet they shall fall5 by the sword,6 and by flame,7 by captivity,8 and by spoil,9 many days.

1 וּמַשְׂכִּ֣ילֵי H7919 verstandelijk, verstandig, verstaan consider, expert, instruct, prosper, (deal) prudent(-ly), (give) skill(-ful), have good success, teach, (have, make to) understand(-ing), wisdom, (be, behave self, consider, make) wise(-ly), guide wittingly 2 עָ֔ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 3 יָבִ֖ינוּ H995 verstaan, verstandig, verstaat attend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man) 4 לָֽרַבִּ֑ים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 5 וְנִכְשְׁל֞וּ H3782 struikelen, vallen, aanstoten bereave (from the margin), cast down, be decayed, (cause to) fail, (cause, make to) fall (down, -ing), feeble, be (the) ruin(-ed, of), (be) overthrown, (cause to) stumble, [idiom] utterly, be weak 6 בְּחֶ֧רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 7 וּבְלֶהָבָ֛ה H3852 vlam, vlammend, vlammig flame(-ming), head (of a spear) 8 בִּשְׁבִ֥י H7628 gevangenis, gevangenen, gevangene captive(-ity), prisoners, [idiom] take away, that was taken 9 וּבְבִזָּ֖ה H961 roof, roofs, beroving prey, spoil 10 יָמִֽים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 Als zij nu zullen vallen, zullen zij met een kleine hulp geholpen worden; doch velen zullen zich door vleierijen tot hen vervoegen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 Als zij nu zullen vallenH3782, zullen zij met een kleineH4592 hulpH5828 geholpenH5826 worden; doch velenH7227 zullen zich door vleierijenH2519 tot hen vervoegenH3867. Als zij nu zullen vallen, zullen zij met een kleine hulp geholpen worden; doch velen zullen zich door vleierijen tot hen vervoegen.

KJV Now when they shall fall,1 they shall be holpen2 with a little4 help:3 but many7 shall cleave5 to them with flatteries.

1 וּבְהִכָּ֣שְׁלָ֔ם H3782 struikelen, vallen, aanstoten bereave (from the margin), cast down, be decayed, (cause to) fail, (cause, make to) fall (down, -ing), feeble, be (the) ruin(-ed, of), (be) overthrown, (cause to) stumble, [idiom] utterly, be weak 2 יֵעָזְר֖וּ H5826 helpen, geholpen, helper help, succour 3 עֵ֣זֶר H5828 hulp, Hulp, hulpe help 4 מְעָ֑ט H4592 weinig, weinige, bijna almost (some, very) few(-er, -est), lightly, little (while), (very) small (matter, thing), some, soon, [idiom] very 5 וְנִלְו֧וּ H3867 leent, lenen, vervoegen abide with, borrow(-er), cleave, join (self), lend(-er) 6 עֲלֵיהֶ֛ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 רַבִּ֖ים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 8 בַּחֲלַקְלַקּֽוֹת H2519 vleierijen, gladde, slibberig flattery, slippery
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 En van de leraars zullen er sommigen vallen, om hen te louteren en te reinigen, en wit te maken, tot den tijd van het einde toe; want het zal nog zijn voor een bestemden tijd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 En vanH4480 de leraarsH7919 zullen er sommigen vallenH3782, om hen te louterenH6884 en te reinigenH1305, en witH3835 te maken, totH5704 den tijd van het eindeH7093 toe; wantH3588 het zal nogH5750 zijn voor een bestemden tijd. En van de leraars zullen er sommigen vallen, om hen te louteren en te reinigen, en wit te maken, tot den tijd van het einde toe; want het zal nog zijn voor een bestemden tijd.

Ook in dit vers tijdH4150 tijdH6256

KJV And some of them of understanding2 shall fall,3 to try4 them, and to purge,6 and to make them white,7 even to the time9 of the end:10 because it is yet for a time appointed.

1 וּמִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 2 הַמַּשְׂכִּילִ֣ים H7919 verstandelijk, verstandig, verstaan consider, expert, instruct, prosper, (deal) prudent(-ly), (give) skill(-ful), have good success, teach, (have, make to) understand(-ing), wisdom, (be, behave self, consider, make) wise(-ly), guide wittingly 3 יִכָּֽשְׁל֗וּ H3782 struikelen, vallen, aanstoten bereave (from the margin), cast down, be decayed, (cause to) fail, (cause, make to) fall (down, -ing), feeble, be (the) ruin(-ed, of), (be) overthrown, (cause to) stumble, [idiom] utterly, be weak 4 לִצְר֥וֹף H6884 goudsmid, gelouterd, doorlouterd cast, (re-) fine(-er), founder, goldsmith, melt, pure, purge away, try 5 בָּהֶ֛ם 6 וּלְבָרֵ֥ר H1305 reine, uitgelezen, zuiveren make bright, choice, chosen, cleanse (be clean), clearly, polished, (shew self) pure(-ify), purge (out) 7 וְלַלְבֵּ֖ן H3835 wit, strijken, tichelstenen make brick, be (made, make) white(-r) 8 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 9 עֵ֣ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 10 קֵ֑ץ H7093 einde, uiterste [phrase] after, (utmost) border, end, (in-) finite, [idiom] process 11 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 12 ע֖וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 13 לַמּוֹעֵֽד H4150 samenkomst, gezette hoogtijden, tijd appointed (sign, time), (place of, solemn) assembly, congregation, (set, solemn) feast, (appointed, due) season, solemn(-ity), synogogue, (set) time (appointed)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 En die koning zal doen naar zijn welgevallen, en hij zal zichzelven verheffen, en groot maken boven allen God, en hij zal tegen den God der goden wonderlijke dingen spreken; en hij zal voorspoedig zijn, totdat de gramschap voleind zij, want het is vastelijk besloten, het zal geschieden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 En die koningH4428 zal doen naar zijn welgevallenH7522, en hij zal zichzelven verheffenH7311, en grootH1431 maken bovenH5921 allenH3605 GodH410, en hij zal tegenH5921 den GodH410 der godenH410 wonderlijkeH6381 dingen sprekenH1696; en hij zal voorspoedigH6743 zijn, totdatH5704 de gramschapH2195 voleindH3615 zij, wantH3588 het is vastelijk beslotenH2782, het zal geschiedenH6213. En die koning zal doen naar zijn welgevallen, en hij zal zichzelven verheffen, en groot maken boven allen God, en hij zal tegen den God der goden wonderlijke dingen spreken; en hij zal voorspoedig zijn, totdat de gramschap voleind zij, want het is vastelijk besloten, het zal geschieden.

KJV And the king3 shall do1 according to his will;2 and he shall exalt4 himself, and magnify5 himself above every god,8 and shall speak12 marvellous things13 against the God10 of gods,11 and shall prosper14 till the indignation17 be accomplished:16 for that that is determined19 shall be done.

1 וְעָשָׂ֨ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 כִרְצוֹנ֜וֹ H7522 welgevallen, welbehagen, aangenaam (be) acceptable(-ance, -ed), delight, desire, favour, (good) pleasure, (own, self, voluntary) will, as...(what) would 3 הַמֶּ֗לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 4 וְיִתְרוֹמֵ֤ם H7311 verhoogd, verhogen, offeren bring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms 5 וְיִתְגַּדֵּל֙ H1431 groot, groter, maakt advance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 אֵ֔ל H410 God, Gods, god God (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.' 9 וְעַל֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 אֵ֣ל H410 God, Gods, god God (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.' 11 אֵלִ֔ים H410 God, Gods, god God (god), [idiom] goodly, [idiom] great, idol, might(-y one), power, strong. Compare names in '-el.' 12 יְדַבֵּ֖ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 13 נִפְלָא֑וֹת H6381 wonderen, wonderlijk, wonderwerken accomplish, (arise...too, be too) hard, hidden, things too high, (be, do, do a, shew) marvelous(-ly, -els, things, work), miracles, perform, separate, make singular, (be, great, make) wonderful(-ers, -ly, things, works), wondrous (things, works, -ly) 14 וְהִצְלִ֨יחַ֙ H6743 voorspoedig, vaardig, gedijen break out, come (mightily), go over, be good, be meet, be profitable, (cause to, effect, make to, send) prosper(-ity, -ous, -ously) 15 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 16 כָּ֣לָה H3615 geeindigd, voleind, verteerd accomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste 17 זַ֔עַם H2195 gramschap, verstoordheid, grimmigheid angry, indignation, rage 18 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 19 נֶחֱרָצָ֖ה H2782 vastelijk besloten, bestemd, geroerd bestir self, decide, decree, determine, maim, move 20 נֶעֱשָֽׂתָה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 En op de goden zijner vaderen zal hij geen acht geven, noch op de begeerte der vrouwen; hij zal ook op geen God acht geven, maar hij zal zich boven alles groot maken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 En opH5921 de godenH430 zijner vaderenH1 zal hij geenH3808 achtH995 geven, noch opH5921 de begeerteH2532 der vrouwenH802; hij zal ook opH5921 geenH3808 GodH433 achtH995 geven, maarH3588 hij zal zich bovenH5921 allesH1431 groot maken. En op de goden zijner vaderen zal hij geen acht geven, noch op de begeerte der vrouwen; hij zal ook op geen God acht geven, maar hij zal zich boven alles groot maken.

KJV Neither shall he regard5 the God2 of his fathers,3 nor the desire7 of women,8 nor regard13 any god:11 for he shall magnify

1 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 2 אֱלֹהֵ֤י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 3 אֲבֹתָיו֙ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 4 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 יָבִ֔ין H995 verstaan, verstandig, verstaat attend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man) 6 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 חֶמְדַּ֥ת H2532 gewenste, kostelijke, begeerlijk desire, goodly, pleasant, precious 8 נָשִׁ֛ים H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 9 וְעַֽל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 אֱל֖וֹהַּ H433 God, Gods, god God, god. See H430 (אֱלֹהִים) 12 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 יָבִ֑ין H995 verstaan, verstandig, verstaat attend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man) 14 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 15 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 16 כֹּ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 17 יִתְגַּדָּֽל H1431 groot, groter, maakt advance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 En hij zal den god Mauzzim in zijn standplaats eren; namelijk den god, welken zijn vaders niet gekend hebben, zal hij eren met goud, en met zilver, en met kostelijk gesteente, en met gewenste dingen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 En hij zal den godH433 MauzzimH4581 in zijn standplaatsH3653 erenH3513; namelijk den godH433, welkenH834 zijn vadersH1 nietH3808 gekendH3045 hebben, zal hij erenH3513 met goudH2091, en met zilverH3701, en met kostelijkH3368 gesteenteH68, en met gewensteH2532 dingen. En hij zal den god Mauzzim in zijn standplaats eren; namelijk den god, welken zijn vaders niet gekend hebben, zal hij eren met goud, en met zilver, en met kostelijk gesteente, en met gewenste dingen.

KJV But in his estate4 shall he honour5 the God1 of forces:2 and a god6 whom his fathers10 knew9 not shall he honour11 with gold,12 and silver,13 and with precious15 stones,14 and pleasant things.

1 וְלֶאֱלֹ֨הַּ֙ H433 God, Gods, god God, god. See H430 (אֱלֹהִים) 2 מָֽעֻזִּ֔ים H4581 sterkte, Sterkte, Sterkheid force, fort(-ress), rock, strength(-en), ([idiom] most) strong (hold) 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 כַּנּ֖וֹ H3653 voet, staat, recht base, estate, foot, office, place, well 5 יְכַבֵּ֑ד H3513 zwaar, eren, verheerlijkt abounding with, more grievously afflict, boast, be chargeable, [idiom] be dim, glorify, be (make) glorious (things), glory, (very) great, be grievous, harden, be (make) heavy, be heavier, lay heavily, (bring to, come to, do, get, be had in) honour (self), (be) honourable (man), lade, [idiom] more be laid, make self many, nobles, prevail, promote (to honour), be rich, be (go) sore, stop 6 וְלֶאֱל֜וֹהַּ H433 God, Gods, god God, god. See H430 (אֱלֹהִים) 7 אֲשֶׁ֧ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 יְדָעֻ֣הוּ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 10 אֲבֹתָ֗יו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 11 יְכַבֵּ֛ד H3513 zwaar, eren, verheerlijkt abounding with, more grievously afflict, boast, be chargeable, [idiom] be dim, glorify, be (make) glorious (things), glory, (very) great, be grievous, harden, be (make) heavy, be heavier, lay heavily, (bring to, come to, do, get, be had in) honour (self), (be) honourable (man), lade, [idiom] more be laid, make self many, nobles, prevail, promote (to honour), be rich, be (go) sore, stop 12 בְּזָהָ֥ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 13 וּבְכֶ֛סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 14 וּבְאֶ֥בֶן H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 15 יְקָרָ֖ה H3368 kostelijk, kostelijke, edelgesteente brightness, clear, costly, excellent, fat, honourable women, precious, reputation 16 וּבַחֲמֻדֽוֹת H2530 begeren, begeerd, begeerlijk beauty, greatly beloved, covet, delectable thing, ([idiom] great) delight, desire, goodly, lust, (be) pleasant (thing), precious (thing)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 En hij zal de vastigheden der sterkten maken met den vreemden god; dengenen, die hij kennen zal, zal hij de eer vermenigvuldigen, en hij zal ze doen heersen over velen, en hij zal het land uitdelen om prijs.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 En hij zal de vastighedenH4581 der sterktenH4013 makenH6213 metH5973 den vreemdenH5236 godH433; dengenen, dieH834 hij kennenH5234 zal, zal hij de eerH3519 vermenigvuldigenH7235, en hij zal ze doen heersenH4910 over velenH7227, en hij zal het landH127 uitdelenH2505 om prijsH4242. En hij zal de vastigheden der sterkten maken met den vreemden god; dengenen, die hij kennen zal, zal hij de eer vermenigvuldigen, en hij zal ze doen heersen over velen, en hij zal het land uitdelen om prijs.

KJV Thus shall he do1 in the most strong3 holds2 with a strange6 god,5 whom he shall acknowledge8 and increase9 with glory:10 and he shall cause them to rule11 over many,12 and shall divide14 the land13 for gain.

1 וְעָשָׂ֞ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 לְמִבְצְרֵ֤י H4013 vaste, vastigheden, vesting (de-, most) fenced, fortress, (most) strong (hold) 3 מָֽעֻזִּים֙ H4581 sterkte, Sterkte, Sterkheid force, fort(-ress), rock, strength(-en), ([idiom] most) strong (hold) 4 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 5 אֱל֣וֹהַּ H433 God, Gods, god God, god. See H430 (אֱלֹהִים) 6 נֵכָ֔ר H5236 vreemden, vreemde, vreemd alien, strange ([phrase] -er) 7 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 יַכִּ֖יר H5234 kennen, kende, kent acknowledge, [idiom] could, deliver, discern, dissemble, estrange, feign self to be another, know, take knowledge (notice), perceive, regard, (have) respect, behave (make) self strange(-ly) 9 יַרְבֶּ֣ה H7235 veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd (bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very 10 כָב֑וֹד H3519 heerlijkheid, eer, ere glorious(-ly), glory, honour(-able) 11 וְהִמְשִׁילָם֙ H4910 heersen, heerst, heerser (have, make to have) dominion, governor, [idiom] indeed, reign, (bear, cause to, have) rule(-ing, -r), have power 12 בָּֽרַבִּ֔ים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 13 וַאֲדָמָ֖ה H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land 14 יְחַלֵּ֥ק H2505 delen, uitgedeeld, verdeeld deal, distribute, divide, flatter, give, (have, im-) part(-ner), take away a portion, receive, separate self, (be) smooth(-er) 15 בִּמְחִֽיר H4242 prijs, hondenprijs, koopgeld gain, hire, price, sold, worth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 En op den tijd van het einde, zal de koning van het Zuiden tegen hem met hoornen stoten; en de koning van het Noorden zal tegen hem aanstormen, met wagenen, en met ruiteren, en met vele schepen; en hij zal in de landen komen, en hij zal ze overstromen en doortrekken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 En opH5921 den tijdH6256 van het eindeH7093, zal de koningH4428 van het ZuidenH5045 tegen hem metH5973 hoornen stotenH5055; en de koningH4428 van het NoordenH6828 zal tegen hem aanstormenH8175, met wagenenH7393, en met ruiterenH6571, en met veleH7227 schepenH591; en hij zal in de landenH776 komenH935, en hij zal ze overstromenH7857 en doortrekkenH5674. En op den tijd van het einde, zal de koning van het Zuiden tegen hem met hoornen stoten; en de koning van het Noorden zal tegen hem aanstormen, met wagenen, en met ruiteren, en met vele schepen; en hij zal in de landen komen, en hij zal ze overstromen en doortrekken.

KJV And at the time1 of the end2 shall the king5 of the south6 push3 at him: and the king9 of the north10 shall come against him like a whirlwind,7 with chariots,11 and with horsemen,12 and with many14 ships;13 and he shall enter15 into the countries,16 and shall overflow17 and pass over.

1 וּבְעֵ֣ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 2 קֵ֗ץ H7093 einde, uiterste [phrase] after, (utmost) border, end, (in-) finite, [idiom] process 3 יִתְנַגַּ֤ח H5055 stoot, stoten, gestoten gore, push (down, -ing) 4 עִמּוֹ֙ H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 5 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 6 הַנֶּ֔גֶב H5045 zuiden, zuidwaarts, Zuiden south (country, side, -ward) 7 וְיִשְׂתָּעֵ֨ר H8175 wegstormen, aanstormen, geschrikt be (horribly) afraid, fear, hurl as a storm, be tempestuous, come like (take away as with) a whirlwind 8 עָלָ֜יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 מֶ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 10 הַצָּפ֗וֹן H6828 noorden, noordwaarts, Noorden north(-ern, side, -ward, wind) 11 בְּרֶ֨כֶב֙ H7393 wagenen, wagen, wagens chariot, (upper) millstone, multitude (from the margin), wagon 12 וּבְפָ֣רָשִׁ֔ים H6571 ruiteren, ruiters, paarden horseman 13 וּבָאֳנִיּ֖וֹת H591 schepen, schip ship(-men) 14 רַבּ֑וֹת H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 15 וּבָ֥א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 16 בַאֲרָצ֖וֹת H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 17 וְשָׁטַ֥ף H7857 overstromen, gespoeld, overlopen drown, (over-) flow(-whelm, rinse, run, rush, (throughly) wash (away) 18 וְעָבָֽר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
41 En hij zal komen in het land des sieraads, en vele landen zullen ter nedergeworpen worden; doch deze zullen zijn hand ontkomen, Edom en Moab, en de eerstelingen der kinderen Ammons.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

41 En hij zal komenH935 in het landH776 des sieraadsH6643, en veleH7227 landen zullen ter nedergeworpenH3782 worden; doch dezeH428 zullen zijn handH3027 ontkomenH4422, EdomH123 en MoabH4124, en de eerstelingenH7225 der kinderenH1121 AmmonsH5983. En hij zal komen in het land des sieraads, en vele landen zullen ter nedergeworpen worden; doch deze zullen zijn hand ontkomen, Edom en Moab, en de eerstelingen der kinderen Ammons.

KJV He shall enter1 also into the glorious3 land,2 and many4 countries shall be overthrown:5 but these shall escape7 out of his hand,8 even Edom,9 and Moab,10 and the chief11 of the children12 of Ammon.

1 וּבָא֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 בְּאֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 3 הַצְּבִ֔י H6643 ree, sieraad, reeen beautiful(-ty), glorious (-ry), goodly, pleasant, roe(-buck) 4 וְרַבּ֖וֹת H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 5 יִכָּשֵׁ֑לוּ H3782 struikelen, vallen, aanstoten bereave (from the margin), cast down, be decayed, (cause to) fail, (cause, make to) fall (down, -ing), feeble, be (the) ruin(-ed, of), (be) overthrown, (cause to) stumble, [idiom] utterly, be weak 6 וְאֵ֨לֶּה֙ H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 7 יִמָּלְט֣וּ H4422 ontkomen, ontkwam, bevrijden deliver (self), escape, lay, leap out, let alone, let go, preserve, save, [idiom] speedily, [idiom] surely 8 מִיָּד֔וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 9 אֱד֣וֹם H123 Edom, Edomieten, Edoms Edom, Edomites, Idumea 10 וּמוֹאָ֔ב H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab 11 וְרֵאשִׁ֖ית H7225 eerstelingen, begin, beginsel beginning, chief(-est), first(-fruits, part, time), principal thing 12 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 13 עַמּֽוֹן H5983 Ammons, Ammon Ammon, Ammonites
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
42 En hij zal zijn hand aan de landen leggen, ook zal het land van Egypte niet ontkomen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

42 En hij zal zijnH1961 handH3027 aan de landenH776 leggenH7971, ook zal het landH776 van EgypteH4714 nietH3808 ontkomenH6413. En hij zal zijn hand aan de landen leggen, ook zal het land van Egypte niet ontkomen.

KJV He shall stretch forth1 his hand2 also upon the countries:3 and the land4 of Egypt5 shall not escape.

1 וְיִשְׁלַ֥ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 יָד֖וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 3 בַּאֲרָצ֑וֹת H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 4 וְאֶ֣רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 5 מִצְרַ֔יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 6 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 תִהְיֶ֖ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 8 לִפְלֵיטָֽה H6413 ontkomen, ontkoming, ontkomenen deliverance, (that is) escape(-d), remnant
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
43 En hij zal heersen over de verborgen schatten des gouds en des zilvers, en over al de gewenste dingen van Egypte; en die van Libye, en de Moren zullen in zijn gangen wezen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

43 En hij zal heersenH4910 over de verborgen schattenH4362 des goudsH2091 en des zilversH3701, en over alH3605 de gewensteH2532 dingen van EgypteH4714; en die van LibyeH3864, en de MorenH3569 zullen in zijn gangenH4703 wezen. En hij zal heersen over de verborgen schatten des gouds en des zilvers, en over al de gewenste dingen van Egypte; en die van Libye, en de Moren zullen in zijn gangen wezen.

KJV But he shall have power1 over the treasures2 of gold3 and of silver,4 and over all the precious things of Egypt:7 and the Libyans8 and the Ethiopians9 shall be at his steps.

1 וּמָשַׁ֗ל H4910 heersen, heerst, heerser (have, make to have) dominion, governor, [idiom] indeed, reign, (bear, cause to, have) rule(-ing, -r), have power 2 בְּמִכְמַנֵּי֙ H4362 verborgen schatten treasure 3 הַזָּהָ֣ב H2091 goud, gouden, gouds gold(-en), fair weather 4 וְהַכֶּ֔סֶף H3701 zilver, geld, zilveren money, price, silver(-ling) 5 וּבְכֹ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 חֲמֻד֣וֹת H2530 begeren, begeerd, begeerlijk beauty, greatly beloved, covet, delectable thing, ([idiom] great) delight, desire, goodly, lust, (be) pleasant (thing), precious (thing) 7 מִצְרָ֑יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 8 וְלֻבִ֥ים H3864 Libyers, Libye, Lybea Lubim(-s), Libyans 9 וְכֻשִׁ֖ים H3569 Moren, Cuschi, Moorman Cushi, Cushite, Ethiopian(-s) 10 בְּמִצְעָדָֽיו H4703 gangen, treden going, step

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
44 Maar de geruchten van het Oosten en van het Noorden zullen hem verschrikken; daarom zal hij uittrekken met grote grimmigheid om velen te verdelgen en te verbannen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

44 Maar de geruchtenH8052 van het OostenH4217 en van het NoordenH6828 zullen hem verschrikkenH926; daarom zal hij uittrekkenH3318 met groteH1419 grimmigheidH2534 om velenH7227 te verdelgenH8045 en te verbannenH2763. Maar de geruchten van het Oosten en van het Noorden zullen hem verschrikken; daarom zal hij uittrekken met grote grimmigheid om velen te verdelgen en te verbannen.

KJV But tidings1 out of the east3 and out of the north4 shall trouble2 him: therefore he shall go forth5 with great7 fury6 to destroy,8 and utterly to make away9 many.

1 וּשְׁמֻע֣וֹת H8052 gerucht, tijding, gehoord bruit, doctrine, fame, mentioned, news, report, rumor, tidings 2 יְבַהֲלֻ֔הוּ H926 verschrikt, beroerd, verbaasd be (make) affrighted (afraid, amazed, dismayed, rash), (be, get, make) haste(-n, -y, -ily), (give) speedy(-ily), thrust out, trouble, vex 3 מִמִּזְרָ֖ח H4217 oosten, opgang, oostwaarts east (side, -ward), (sun-) rising (of the sun) 4 וּמִצָּפ֑וֹן H6828 noorden, noordwaarts, Noorden north(-ern, side, -ward, wind) 5 וְיָצָא֙ H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 6 בְּחֵמָ֣א H2534 grimmigheid, grimmige, vurig venijn anger, bottles, hot displeasure, furious(-ly, -ry), heat, indignation, poison, rage, wrath(-ful). See H2529 (חֶמְאָה) 7 גְדֹלָ֔ה H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 8 לְהַשְׁמִ֥יד H8045 verdelgd, verdelgen, verdelgde destory(-uction), bring to nought, overthrow, perish, pluck down, [idiom] utterly 9 וּֽלְהַחֲרִ֖ים H2763 verbannen, verbande, verbanden make accursed, consecrate, (utterly) destroy, devote, forfeit, have a flat nose, utterly (slay, make away) 10 רַבִּֽים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
45 En hij zal de tenten van zijn paleis planten tussen de zeeen aan den berg des heiligen sieraads; en hij zal tot zijn einde komen, en zal geen helper hebben.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

45 En hij zal de tentenH168 van zijn paleisH643 plantenH5193 tussenH996 de zeeenH3220 aan den bergH2022 des heiligenH6944 sieraadsH6643; en hij zal totH5704 zijn eindeH7093 komenH935, en zal geenH369 helperH5826 hebben. En hij zal de tenten van zijn paleis planten tussen de zeeen aan den berg des heiligen sieraads; en hij zal tot zijn einde komen, en zal geen helper hebben.

KJV And he shall plant1 the tabernacles2 of his palace3 between the seas5 in the glorious7 holy8 mountain;6 yet he shall come9 to his end,11 and none shall help

1 וְיִטַּע֙ H5193 planten, geplant, plant fastened, plant(-er) 2 אָהֳלֶ֣י H168 tent, tenten, hutten covering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent 3 אַפַּדְנ֔וֹ H643 paleis palace 4 בֵּ֥ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 5 יַמִּ֖ים H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 6 לְהַר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 7 צְבִי H6643 ree, sieraad, reeen beautiful(-ty), glorious (-ry), goodly, pleasant, roe(-buck) 8 קֹ֑דֶשׁ H6944 heilige, heiligheid, heiligdoms consecrated (thing), dedicated (thing), hallowed (thing), holiness, ([idiom] most) holy ([idiom] day, portion, thing), saint, sanctuary 9 וּבָא֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 10 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 11 קִצּ֔וֹ H7093 einde, uiterste [phrase] after, (utmost) border, end, (in-) finite, [idiom] process 12 וְאֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 13 עוֹזֵ֖ר H5826 helpen, geholpen, helper help, succour 14 לֽוֹ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Daniël 11:1 Daniël 9:1 Daniël 5:31 Handelingen 14:22 Daniël 10:18
Daniël 11:2 Daniël 8:26 Ezra 4:5 Daniël 10:1 Daniël 8:4 Daniël 7:5 Psalmen 73:6 Amos 3:7 Daniël 10:20
Daniël 11:3 Daniël 8:21 Daniël 11:16 Daniël 11:36 Daniël 7:6 Daniël 5:19 Jakobus 1:18 Hebreeën 2:4 Daniël 4:35
Daniël 11:4 Daniël 8:8 Daniël 8:22 Jeremia 12:17 Daniël 7:2 Jeremia 18:7 Jeremia 12:15 Daniël 7:8 Daniël 7:6
Daniël 11:5 Daniël 11:11 Daniël 11:25 Daniël 11:40 Daniël 11:14 Daniël 11:3 Daniël 11:8
Daniël 11:6 Daniël 11:13 Daniël 11:15 Daniël 11:40 Daniël 11:7 Ezechiël 38:8 Zacharia 11:16 Ezechiël 30:21 Psalmen 10:5
Daniël 11:7 Psalmen 49:10 Jesaja 9:14 Lukas 12:20 Jesaja 11:1 Jeremia 12:2 Daniël 11:19 Maleachi 4:1 Daniël 11:38
Daniël 11:8 Jesaja 37:19 Jesaja 46:1 Jeremia 43:12 Hosea 13:15 Numeri 33:4 Jesaja 2:16 Hosea 8:6 Jeremia 46:25
Daniël 11:10 Daniël 9:26 Jeremia 51:42 Daniël 11:7 Jeremia 46:7 Daniël 11:39 Jesaja 8:7 Daniël 11:26 Daniël 11:22
Daniël 11:11 Daniël 8:7 Daniël 11:5 Daniël 11:44 Psalmen 76:10 Jeremia 27:6 Daniël 2:38 1 Koningen 20:13 Daniël 11:9
Daniël 11:12 Handelingen 12:22 2 Kronieken 26:16 2 Kronieken 32:25 Jesaja 10:7 Spreuken 16:18 Ezechiël 28:2 2 Koningen 14:10 Ezechiël 28:17
Daniël 11:13 Daniël 4:16 Daniël 12:7 Daniël 11:6
Daniël 11:14 Handelingen 4:25 Openbaring 17:17
Daniël 11:15 Jeremia 6:6 Ezechiël 4:2 Ezechiël 17:17 Jozua 1:5 Jeremia 33:4 Spreuken 21:30 Jeremia 52:4 Daniël 8:7
Daniël 11:16 Daniël 8:9 Daniël 11:36 Daniël 11:3 Daniël 11:41 Daniël 8:4 Daniël 8:7 Daniël 11:45 Jeremia 3:19
Daniël 11:17 Ezechiël 4:7 2 Koningen 12:17 Ezechiël 4:3 Ezechiël 25:2 Romeinen 8:31 Spreuken 19:21 Lukas 9:51 Psalmen 56:9
Daniël 11:18 Hosea 12:14 Jeremia 31:10 Jeremia 2:10 Sefanja 2:11 Jesaja 66:19 Mattheüs 7:2 Ezechiël 27:6 Genesis 10:4
Daniël 11:19 Psalmen 37:36 Ezechiël 26:21 Jeremia 46:6 Psalmen 27:2 Job 20:8
Daniël 11:20 Jesaja 60:17 Daniël 11:21 Daniël 11:7 2 Koningen 23:35 Deuteronomium 15:2 Spreuken 30:33
Daniël 11:21 Daniël 8:25 Daniël 11:34 Psalmen 12:8 2 Samuël 15:2 Psalmen 55:21 Psalmen 15:4 Daniël 7:8 Daniël 11:7
Daniël 11:22 Daniël 11:10 Daniël 9:26 Daniël 8:10 Daniël 8:25 Amos 8:8 Nahum 1:8 Openbaring 12:15 Amos 9:5
Daniël 11:23 Daniël 8:25 Psalmen 52:2 Spreuken 11:18 Ezechiël 17:13 Romeinen 1:29 Genesis 34:13 2 Thessalonicenzen 2:9 2 Korinthe 11:3
Daniël 11:24 Spreuken 23:7 Mattheüs 9:4 Daniël 7:25 Nehemia 9:25 Spreuken 17:8 Ezechiël 38:10 Spreuken 19:6 Richteren 9:4
Daniël 11:25 Spreuken 15:18 Spreuken 28:25 Daniël 11:2 Daniël 11:10
Daniël 11:26 Daniël 11:10 Daniël 11:22 2 Samuël 4:2 Micha 7:5 Johannes 13:18 Mattheüs 26:23 2 Koningen 10:6 Daniël 11:40
Daniël 11:27 Psalmen 12:2 Daniël 11:35 Psalmen 64:6 Habakuk 2:3 Jeremia 41:1 Daniël 11:40 Psalmen 52:1 Jeremia 9:3
Daniël 11:28 Daniël 11:22 Handelingen 3:25 Daniël 8:24 Daniël 11:30
Daniël 11:29 Galaten 4:2 Daniël 8:19 Jesaja 14:31 Daniël 11:23 Handelingen 17:26 Daniël 11:25 Daniël 10:1
Daniël 11:30 Genesis 10:4 Numeri 24:24 Jeremia 2:10 Daniël 11:28 Jesaja 23:1 Jesaja 23:12 1 Kronieken 1:7 Daniël 7:25
Daniël 11:31 Daniël 12:11 Daniël 9:27 Mattheüs 24:15 Markus 13:14 Daniël 8:11 Handelingen 13:40 Klaagliederen 1:10 Openbaring 17:12
Daniël 11:32 Zacharia 9:13 Micha 5:7 Spreuken 19:5 Johannes 17:3 Zacharia 12:3 Zacharia 10:3 1 Kronieken 28:9 Openbaring 7:9
Daniël 11:33 Mattheüs 24:9 Maleachi 2:7 Johannes 16:2 Hebreeën 11:34 Daniël 12:10 Handelingen 4:2 Zacharia 8:20 1 Korinthe 4:9
Daniël 11:34 Romeinen 16:18 Mattheüs 7:15 Handelingen 20:29 2 Timotheüs 4:3 2 Korinthe 11:13 2 Timotheüs 3:1 Judas 1:4 Openbaring 12:2
Daniël 11:35 Zacharia 13:9 Daniël 11:40 Openbaring 2:10 Deuteronomium 8:16 Spreuken 17:3 Maleachi 3:2 1 Petrus 1:6 Mattheüs 26:69
Daniël 11:36 Deuteronomium 10:17 2 Thessalonicenzen 2:4 Jesaja 14:13 Daniël 2:47 Daniël 11:16 Daniël 8:19 Openbaring 13:5 Psalmen 136:2
Daniël 11:37 2 Thessalonicenzen 2:4 Deuteronomium 21:11 1 Timotheüs 4:3 Jesaja 14:13 Hooglied 7:10 Genesis 3:16 Ezechiël 24:16 Deuteronomium 5:21
Daniël 11:38 1 Timotheüs 4:1 Jesaja 44:9 Openbaring 13:12 Openbaring 18:12 Openbaring 17:1
Daniël 11:39 Openbaring 18:9
Daniël 11:40 Daniël 11:10 Daniël 11:35 Jesaja 5:28 Zacharia 9:14 Jesaja 21:1 Daniël 12:4 Jeremia 4:13 Ezechiël 38:4
Daniël 11:41 Jeremia 48:47 Jeremia 49:6 Daniël 8:9 Daniël 11:45 Jesaja 11:13 Ezechiël 38:8 Jeremia 9:26 Daniël 11:16
Daniël 11:42 Ezechiël 29:14 Zacharia 14:17 Zacharia 10:10 Openbaring 11:8
Daniël 11:43 2 Kronieken 12:3 Nahum 3:9 Ezechiël 30:4 Exodus 11:8 Jeremia 46:9 Richteren 4:10 Ezechiël 38:5
Daniël 11:44 Openbaring 16:12 Ezechiël 38:9 Openbaring 17:13 Daniël 11:30 Daniël 11:11 Openbaring 19:19
Daniël 11:45 2 Thessalonicenzen 2:4 Daniël 8:25 Openbaring 20:2 Daniël 7:26 Psalmen 48:2 Micha 4:2 Jesaja 14:13 Openbaring 20:9
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Daniël 11 vers 1

nu, Dit spreekt nog de engel, die in het Dan 10 had aangevangen met Daniël te spreken.

Hertaald: nu, Dit spreekt nog steeds de engel die in Dan. 10 begonnen was met Daniël te spreken.

stond in het eerste jaar van Darius den Meder, Hebreeuws, mijn staan was.

Hertaald: stond in het eerste jaar van Darius den Meder, Hebreeuws: mijn staan was.

om hem te versterken en te stijven Te weten om Darius bijstand te doen en zijn rijk vast staande te houden.

Hertaald: om hem te versterken en te stijven Namelijk om Darius bij te staan en zijn rijk vast te houden.

Daniël 11 vers 2

de waarheid te kennen geven; De rechte en ware vertelling van den toekomenden stand van het Perzische rijk en van uw volk.

Hertaald: de waarheid te kennen geven; De juiste en ware weergave van de toekomstige staat van het Perzische rijk en van uw volk.

nog drie koningen in Perzië Te weten na Cores. Deze drie zijn [gelijk sommigen menen] Cambyzes, Smerdis, Darius Hystaspes en de vierde is Xerxes. Anderen [die Smerdis voorbijgaan, omdat hij onwettelijk onder den valsen naam van Smerdis den zoon van Cambyzes het koninkrijk ingenomen en maar zeven maanden geregeerd heeft] tellen deze koningen aldus: Cambyzes, Darius, Xerxes, die de laatste is van de drie, de vierde van Cyrus af te rekenen, die de eerste monarch in Perzië was.

Hertaald: nog drie koningen in Perzië Namelijk na Kores. Volgens sommigen zijn deze drie Cambyses, Smerdis en Darius Hystaspes, en is Xerxes de vierde. Anderen laten Smerdis buiten beschouwing, omdat hij het koninkrijk onwettig innam onder de valse naam van Smerdis, de zoon van Cambyses, en maar zeven maanden geregeerd heeft; zij tellen deze koningen zo: Cambyses, Darius en Xerxes, van wie de laatste de derde is en, gerekend vanaf Kores — de eerste monarch van Perzië — de vierde.

opstaan, Dat is, met macht regeren over de gehele monarchie. De engel wil niet zeggen dat er geen koningen meer in Perzië zouden volgen, maar dat de koningen, die na die vier zouden komen, van tijd tot tijd kleiner van moed en macht zouden zijn, en dat Alexander het leed, door Xerxes Griekenland aangedaan, zou wreken.

Hertaald: opstaan, Dat is: met macht regeren over de hele monarchie. De engel wil niet zeggen dat er na die vier geen koningen meer in Perzië zouden volgen, maar dat de koningen die daarna kwamen van tijd tot tijd geringer in moed en macht zouden zijn, en dat Alexander het leed zou wreken dat Xerxes Griekenland aangedaan had.

de vierde Te weten Xerxes, de zoon van Darius Hystaspes, die al de koningen der Perzen in rijkdom is teboven gegaan; eerst genoemd een schrik, daarna een spot van Griekenland.

Hertaald: de vierde Namelijk Xerxes, de zoon van Darius Hystaspes, die alle koningen van de Perzen in rijkdom overtroffen heeft; eerst een schrik en daarna een spot van Griekenland genoemd.

al de anderen; Te weten koningen van Perzië.

Hertaald: al de anderen; Namelijk de koningen van Perzië.

allen verwekken Te weten al zijne onderzaten, onder zich hebbende honderd zeven en twintig provinciën, Est. 1:1 .

Hertaald: allen verwekken Namelijk al zijn onderdanen, want hij had honderdzevenentwintig provincies onder zich, Est. 1:1.

Daniël 11 vers 3

een geweldig koning opstaan, Te weten Alexander de Grote, die de Perzische monarchie onder zijn gebied gebracht heeft, mitsgaders nog andere koninkrijken meer.

Hertaald: een geweldig koning opstaan, Namelijk Alexander de Grote, die de Perzische monarchie en nog andere koninkrijken onder zijn gezag gebracht heeft.

hij zal doen naar zijn welgevallen Dat is hij zal gelukkig en voorspoediglijk uitrichten alles wat hij in handen nemen zal, want God was met hem, besloten hebbende hem tot een monarch te verheffen. Zie Dan. 7:6 , en Dan. 8:5 .

Hertaald: hij zal doen naar zijn welgevallen Dat is: hij zal alles wat hij ter hand neemt met geluk en voorspoed uitvoeren, want God was met hem, omdat Hij besloten had hem tot monarch te verheffen. Zie Dan. 7:6 en Dan. 8:5.

Daniël 11 vers 4

staan, Dat is, als hij zal gekomen zijn tot zijn hoogste geweld en bloei.

Hertaald: staan, Dat is: wanneer hij op het toppunt van zijn macht en bloei gekomen zal zijn.

in de vier winden des hemels verdeeld worden, Zie boven Dan. 8:8 .

Hertaald: in de vier winden des hemels verdeeld worden, Zie Dan. 8:8.

maar niet aan zijn nakomelingen, Dat is, niet aan zijne kinderen, noch bloedverwanten of nakomelingen. Alexander de Grote heeft twee zonen nagelaten, te weten Alexander uit zijne huisvrouw Roxane, en Hercules uit Barsine, welke beiden door Cassander gedood zijn, opdat hij het rijk van Macedonië, na den dood van Alexander den Grote, mocht innemen.

Hertaald: maar niet aan zijn nakomelingen, Dat is: niet aan zijn kinderen, bloedverwanten of nakomelingen. Alexander de Grote heeft twee zonen nagelaten, namelijk Alexander uit zijn vrouw Roxane en Hercules uit Barsine; die zijn allebei door Cassander gedood, opdat hij na de dood van Alexander de Grote het rijk van Macedonië zou kunnen innemen.

niet naar zijn heerschappij, Dat is, niet met zulke macht en heerschappij als hij geheerst en geregeerd heeft.

Hertaald: niet naar zijn heerschappij, Dat is: niet met zo'n macht en heerschappij als waarmee hij geheerst en geregeerd heeft.

uitgerukt worden, Het is in vier delen verscheurd geworden.

Hertaald: uitgerukt worden, Het is in vier delen verscheurd.

voor anderen dan deze De zin is dat de monarchie van Alexander, na zijn dood zou verscheurd en verdeeld worden, en dat zijne kinderen of nakomelingen, gelijk in het voorgaande gezegd is, geen deel daarvan krijgen zouden, maar vier vorsten, die van zijnen bloede niet waren, zouden het onder zich delen.

Hertaald: voor anderen dan deze De betekenis is dat de monarchie van Alexander na zijn dood verscheurd en verdeeld zou worden, en dat zijn kinderen of nakomelingen daarvan geen deel zouden krijgen, zoals hierboven gezegd is, maar dat vier vorsten die niet van zijn bloed waren het onder elkaar zouden verdelen.

Daniël 11 vers 5

de koning van het Zuiden, Dat is, de koning van Egypte, te weten Ptolomeus, de zoon van Lagus.

Hertaald: de koning van het Zuiden, Dat is: de koning van Egypte, namelijk Ptolemeüs, de zoon van Lagus.

een van zijn vorsten is, Te weten een der vorsten van Alexander den Grote. En versta hier door vorsten landvoogden of stadhouders.

Hertaald: een van zijn vorsten is, Namelijk een van de vorsten van Alexander de Grote. Versta hier onder vorsten: landvoogden of stadhouders.

een ander Te weten Seleucus Nicanor, koning van Syrië en Babylonië.

Hertaald: een ander Namelijk Seleucus Nicator, koning van Syrië en Babylonië.

dan hij, Te weten van Ptolomeus Lagus.

Hertaald: dan hij, Namelijk dan Ptolemeüs Lagus.

Daniël 11 vers 6

Op het einde nu van sommige jaren, Te weten nadat zij enige jaren tegen elkander zullen geoorloogd hebben; te weten omtrent zeventig jaren na den dood van Alexander den Grote, naar sommiger rekening.

Hertaald: Op het einde nu van sommige jaren, Namelijk nadat zij enkele jaren tegen elkaar oorlog gevoerd zullen hebben, volgens sommigen ongeveer zeventig jaar na de dood van Alexander de Grote.

zij zich met elkander bevrienden, Te weten de koning van Egypte Ptolomeus Filadelfus, de zoon van Ptolomeus Lagus, en de koning van Syrië, Antiochus Theos, de neef of zoonszoon van Seleucus Nicanor.

Hertaald: zij zich met elkander bevrienden, Namelijk de koning van Egypte, Ptolemeüs Filadelfus, de zoon van Ptolemeüs Lagus, en de koning van Syrië, Antiochus Theos, de kleinzoon van Seleucus Nicator.

de dochter des konings van het Zuiden Genaamd Berenice, de dochter van Ptolomeus Filadelfus.

Hertaald: de dochter des konings van het Zuiden Zij heette Berenice en was de dochter van Ptolemeüs Filadelfus.

zal komen tot den koning van het Noorden, Dat is, zal trouwen met Antiochus Theos; dat is Antiochus de god, koning van het noorden; dat is, van Azië, en van Syrië, aan het noorden gelegen, ten aanzien van het Joodse land.

Hertaald: zal komen tot den koning van het Noorden, Dat is: zal trouwen met Antiochus Theos, dat is: Antiochus de god, koning van het noorden, dat is: van Azië en Syrië, die ten opzichte van het Joodse land in het noorden liggen.

om billijke voorwaarden te maken; Hebreeuws, om billijkheden, of richtigheden te maken; dat is, om de zaken te beslechten en effen te maken. Anderen nemen het op het huwelijk van Berenice en Antiochus Theos, waarvan de engel zou spreken naar hunlieder mening, hoewel het inderdaad geen billijk werk was, maar een gruwelijke bloedschande, want de huisvrouw, die Antiochus Theos toen al had, was de zuster van Berenice, bij welke hij twee kinderen had, daarom heeft de Heere dit huwelijk vervloekt, en in stede van vrede is er een bloedige oorlog uit ontstaan.

Hertaald: om billijke voorwaarden te maken; Hebreeuws: om billijkheden of rechtmatigheden te maken; dat is: om de zaken bij te leggen en glad te strijken. Anderen betrekken het op het huwelijk van Berenice en Antiochus Theos, waarover de engel naar hun mening zou spreken — hoewel het in werkelijkheid geen billijke zaak was maar een gruwelijke bloedschande. Want de vrouw die Antiochus Theos toen al had, was de zuster van Berenice, bij wie hij twee kinderen had. Daarom heeft de HEERE dit huwelijk vervloekt, en in plaats van vrede is er een bloedige oorlog uit voortgekomen.

zij zal de macht des arms niet behouden, Dat is, Berenice zal niet zijn als een sterke arm, om te maken dat de vrede tussen die beide koningen bestendig blijve. Anders: Doch de arm zal de kracht niet behouden. Zie boven Dan. 2:43 .

Hertaald: zij zal de macht des arms niet behouden, Dat is: Berenice zal niet als een sterke arm zijn om de vrede tussen die twee koningen duurzaam te maken. Anders: maar de arm zal de kracht niet behouden. Zie Dan. 2:43.

hij, noch zijn arm, Te weten Ptolomeus, koning van het zuiden met Berenice zijne dochter, die hij gebruikt als een arm, om een vasten vrede te maken. Anderen verstaan door hij, Antiochus Theos, en door zijn arm zijne kracht.

Hertaald: hij, noch zijn arm, Namelijk Ptolemeüs, de koning van het zuiden, met zijn dochter Berenice, die hij als een arm gebruikt om een vaste vrede te sluiten. Anderen verstaan onder hij: Antiochus Theos, en onder zijn arm: zijn kracht.

zij zal overgegeven worden, Te weten Berenice, en het gezelschap dat met haar gekomen was, mitsgaders haar vader en haar man, die haar gesterkt en groot gemaakt heeft, verstotende haar zuster Laodice, die hij tevoren getrouwd had; zij zullen altemaal van den Heere gestraft en in de handen van hunne vijanden overgeleverd worden. Laodice heeft haren zoon Seleucus Callinicus opgeruid, dat hij de stad, in welke Berenice was, belegerd heeft; die overwonnen hebbende, heeft hij Berenice met al haar gezelschap gedood. Ook is Antiochus Theos door venijn van Laodice ellendig omgebracht. Zie Appianus van de Syrische oorlogen.

Hertaald: zij zal overgegeven worden, Namelijk Berenice, met het gezelschap dat met haar meegekomen was, en ook haar vader en haar man, die haar gesterkt en groot gemaakt had door haar zuster Laodice te verstoten, die hij eerder getrouwd had. Zij zullen allemaal door de HEERE gestraft en in de handen van hun vijanden overgeleverd worden. Laodice heeft haar zoon Seleucus Callinicus opgestookt, zodat hij de stad belegerde waarin Berenice was; toen hij die veroverd had, heeft hij Berenice met haar hele gezelschap gedood. Ook Antiochus Theos is jammerlijk omgebracht door vergif van Laodice. Zie Appianus, De Syrische oorlogen.

die haar gegenereerd heeft, Anders: en die van haar geboren is, te weten haar jongste zoon, die toen nog een kind was, maar hij is evenwel mede omgebracht.

Hertaald: die haar gegenereerd heeft, Anders: en die uit haar geboren is, namelijk haar jongste zoon, die toen nog een kind was maar toch mede omgebracht is.

die haar gesterkt heeft in die tijden Te weten Antiochus Theos, die Berenice verheven heeft tot de koninklijke macht en grootheid, verstotende haar zuster Laodice, zijn eerste huisvrouw, die hem daarom heeft doen vergeven.

Hertaald: die haar gesterkt heeft in die tijden Namelijk Antiochus Theos, die Berenice tot koninklijke macht en grootheid verheven had door haar zuster Laodice, zijn eerste vrouw, te verstoten — waarom zij hem heeft laten vergiftigen.

Daniël 11 vers 7

uit de spruit van haar wortelen De zin is: In den staat, dat is in het rijk van Ptolomeus Filadelfus, zal Ptolomeus Euergetes zijn zoon opvolgen als een spruit of tak uit zijnen stronk, uit welke Berenice ook gesproten is, want Ptolomeus Euergetes was de broeder van Berenice, die in zijns vaders Ptolomeus Filadelfus staat opgevolgd zijnde, zijns zusters dood gewroken heeft aan Seleucus Callinicus, den koning in Syrië.

Hertaald: uit de spruit van haar wortelen De betekenis is: in de staat, dat is: in het rijk van Ptolemeüs Filadelfus, zal zijn zoon Ptolemeüs Euergetes hem opvolgen als een spruit of tak uit zijn stam, waaruit ook Berenice voortgekomen is. Want Ptolemeüs Euergetes was de broer van Berenice, en toen hij zijn vader Ptolemeüs Filadelfus opgevolgd was, heeft hij de dood van zijn zuster gewroken op Seleucus Callinicus, de koning van Syrië.

met heirkracht komen, Om te wreken den dood van zijn zuster Berenice.

Hertaald: met heirkracht komen, Om de dood van zijn zuster Berenice te wreken.

konings van het Noorden, Te weten van Seleucus Callinicus, die koning van Syrië was.

Hertaald: konings van het Noorden, Namelijk van Seleucus Callinicus, die koning van Syrië was.

zal tegen dezelve doen, Dat is, hij zal uitrichten hetgeen hij voornemen zal te doen; hij zal den dood van zijn zuster Berenice wreken aan den koning van Syrië, hem afnemende het grootste deel van zijn koninkrijk.

Hertaald: zal tegen dezelve doen, Dat is: hij zal uitvoeren wat hij zich voorneemt te doen; hij zal de dood van zijn zuster Berenice wreken op de koning van Syrië door hem het grootste deel van zijn koninkrijk af te nemen.

Daniël 11 vers 8

hun goden, Te weten, de afgoden der Syriërs. Meermalen wordt het woord goden gebruikt voor afgoden, of beelden der afgoden. Vergelijk Ex. 12:12 .

Hertaald: hun goden, Namelijk de afgoden van de Syriërs. Het woord goden wordt vaker gebruikt voor afgoden of afgodsbeelden. Vergelijk Ex. 12:12.

hun gewenste vaten Hebreeuws, vaten hunner begeerten.

Hertaald: hun gewenste vaten Hebreeuws: vaten van hun begeerten.

staande blijven Groter en machtiger zijnde dan de koning tegen het noorden. Zie het volbrengen dezer voorzeggingen in Polyb. in het 5 boek Appian. van de Syrische oorlogen, en JosEf. in het 5 boek tegen Appian. Anders: hij zal enige jaren langer bestendig blijven dan de koning van het noorden. Eenigen schrijven dat deze Ptolomeus geregeerd heeft zes en twintig jaren lang.

Hertaald: staande blijven Omdat hij groter en machtiger was dan de koning van het noorden. Zie de vervulling van deze voorzeggingen bij Polybius, boek 5, Appianus in De Syrische oorlogen, en Josefus in zijn vijfde boek tegen Appion. Anders: hij zal enkele jaren langer standhouden dan de koning van het noorden. Sommigen schrijven dat deze Ptolemeüs zesentwintig jaar geregeerd heeft.

Daniël 11 vers 9

de koning van het Zuiden Ptolomeus Euergetes.

Hertaald: de koning van het Zuiden Ptolemeüs Euergetes.

in het koninkrijk komen, Te weten in het koninkrijk van Seleucus Callinicus, den koning van het noorden.

Hertaald: in het koninkrijk komen, Namelijk in het koninkrijk van Seleucus Callinicus, de koning van het noorden.

hij zal wederom Daartoe genoodzaakt zijnde door oproeren, die in zijn land opgerezen waren; anderszins was er grote mogelijkheid dat hij het gehele koninkrijk van Syrië zou hebben in genomen gehad. Inst. lib. 27. Anderen zetten vs.9 aldus over: En men zal in het koninkrijk des konings van het zuiden komen, weshalve hij wederkeren zal.

Hertaald: hij zal wederom Doordat hij daartoe gedwongen werd door oproeren die in zijn eigen land ontstaan waren; anders was er grote kans dat hij het hele koninkrijk van Syrië ingenomen zou hebben. Justinus, boek 27. Anderen vertalen vers 9 zo: en men zal in het koninkrijk van de koning van het zuiden komen, waarna hij zal terugkeren.

Daniël 11 vers 10

zijn zonen Te weten de zonen van Seleucus Callinicus, koning van het noorden. De zonen van dezen waren Seleucus Ceraunus en Antiochus de Grote.

Hertaald: zijn zonen Namelijk de zonen van Seleucus Callinicus, de koning van het noorden. Dat waren Seleucus Ceraunus en Antiochus de Grote.

in strijd mengen, Tegen Ptolomeus Euergetes. Het woord strijd, hetwelk hier ingevoegd is, is genomen uit vs.25.

Hertaald: in strijd mengen, Tegen Ptolemeüs Euergetes. Het woord strijd, dat hier ingevoegd is, is ontleend aan vers 25.

een van hen Te weten Antiochus de Grote, nadat zijn broeder Seleucus Ceraunus zou omgekomen zijn door vergif in het tweede jaar zijner regering, gelijk sommigen schrijven.

Hertaald: een van hen Namelijk Antiochus de Grote, nadat zijn broer Seleucus Ceraunus in het tweede jaar van zijn regering door vergif omgekomen zou zijn, zoals sommigen schrijven.

zal snellijk komen, Hebreeuws, zal komende komen; te weten om tegen Ptolomeus Euergetes te oorlogen, als hij het minst dat vermoedde. Appian.

Hertaald: zal snellijk komen, Hebreeuws: zal komende komen; namelijk om tegen Ptolemeüs Euergetes oorlog te voeren wanneer die daar het minst op bedacht was. Appianus.

overstromen en doortrekken; Dat is, doorbreken, overstromen, te weten tot aan Egypteland trekkende door Syrië en het Joodse land tot Rafiam toe, weder innemende die plaatsen, die zijnen vader door den koning van Egypte waren afgenomen geweest.

Hertaald: overstromen en doortrekken; Dat is: doorbreken en overstromen, namelijk door Syrië en het Joodse land tot aan Egypte trekken, tot Rafia toe, en de plaatsen heroveren die zijn vader door de koning van Egypte ontnomen waren.

hij zal wederom komen, Te weten in Egypte, tegen Ptolomeus Filopator, den zoon van Ptolomeus Euergetes. Hij is met een machtig heirleger weder te velde gekomen, en nadat hij den koning van Egypte geslagen had, is er geschied hetgeen hier volgt op het einde van vs.10.

Hertaald: hij zal wederom komen, Namelijk in Egypte, tegen Ptolemeüs Filopator, de zoon van Ptolemeüs Euergetes. Hij is met een machtig leger opnieuw te velde getrokken, en nadat hij de koning van Egypte verslagen had, is gebeurd wat aan het einde van vers 10 volgt.

zijn sterke plaats toe Te weten de vaste stad van den koning van Egypte genoemd Rabbattamessana of Rafiam aan de grenzen van Egypte gelegen, welke vaste stad hij Ptolomeus zal afnemen. Polyb. lib.5.

Hertaald: zijn sterke plaats toe Namelijk de vesting van de koning van Egypte, Rabbattamessana of Rafia genoemd, die aan de grens van Egypte lag en die hij Ptolemeüs zal afnemen. Polybius, boek 5.

Daniël 11 vers 11

de koning van het Zuiden Ptolomeus Filopator de zoon van Euergetes, zal tegen Antiochus den Grote met bitteren toorn ontstoken worden.

Hertaald: de koning van het Zuiden Ptolemeüs Filopator, de zoon van Euergetes, zal in bittere toorn tegen Antiochus de Grote ontsteken.

ook een grote menigte oprichten zal, Dat is, die ook een groot heirleger te velde brengen zal.

Hertaald: ook een grote menigte oprichten zal, Dat is: die ook een groot leger te velde zal brengen.

die menigte De menigte van Antiochus, of het krijgsheir zal door Filopator overwonnen worden. Lees Polyb. in het 5 boek, Strab. in het 16 boek Geogra.

Hertaald: die menigte De menigte van Antiochus, dat is: zijn leger, zal door Filopator overwonnen worden. Lees Polybius, boek 5, en Strabo, boek 16 van zijn Aardrijkskunde.

Daniël 11 vers 12

Als die menigte Dat is, als de heirkracht van Antiochus den Grote zal verslagen zijn. Zie het derde boek der Maccabeën, en JosEf. in het 12 boek van de Joodse oudheid, hoofdstuk 3. Deze slag, in welken Antiochus overwonnen is, is geschied bij Rafiam, Polyb. lib. 5.

Hertaald: Als die menigte Dat is: wanneer de krijgsmacht van Antiochus de Grote verslagen zal zijn. Zie het derde boek van de Makkabeeën, en Josefus in het twaalfde boek van de Joodse oudheden, hoofdstuk 3. Deze slag waarin Antiochus overwonnen is, vond plaats bij Rafia; Polybius, boek 5.

zijn hart zich verheffen, Te weten het hart van Ptolomeus Filopator.

Hertaald: zijn hart zich verheffen, Namelijk het hart van Ptolemeüs Filopator.

enige tien duizenden nedervellen; Dat is, vele duizenden, zo van het heirleger zijns vijands, alsook van de Joden.

Hertaald: enige tien duizenden nedervellen; Dat is: vele duizenden, zowel uit het leger van zijn vijand als uit de Joden.

zal hij niet gesterkt worden Overmits hij uit hoogmoed zijnen vijand Antiochus verachten en de overwinning niet vervolgen zal. Ook zal hij kort daarna sterven.

Hertaald: zal hij niet gesterkt worden Omdat hij uit hoogmoed zijn vijand Antiochus zal verachten en de overwinning niet zal doorzetten. Ook zal hij kort daarna sterven.

Daniël 11 vers 13

de koning van het Noorden Antiochus de Grote.

Hertaald: de koning van het Noorden Antiochus de Grote.

aan het einde van de tijden der jaren, Dat is, na die tijden, na enige jaren, te weten als Ptolomeus Filopator zal gestorven zijn, en zijn zoon Epifanes, nog een kind zijnde, in zijne plaats zal gekomen zijn, welken hij in zijn land vallen zal.

Hertaald: aan het einde van de tijden der jaren, Dat is: na die tijden, na enkele jaren, namelijk wanneer Ptolemeüs Filopator gestorven zal zijn en zijn zoon Epifanes, die nog een kind was, in zijn plaats gekomen zal zijn; in diens land zal hij binnenvallen.

zal hij snellijk komen Anders, zal hij elke reis komen, of nu en dan komen, of dikwijls komen. Hebreeuws, zal hij komende komen.

Hertaald: zal hij snellijk komen Anders: zal hij telkens komen, of nu en dan komen, of vaak komen. Hebreeuws: zal hij komende komen.

Daniël 11 vers 14

velen opstaan Te weten Joden, of andere omliggende koningen en volken met Antiochus aanspannende.

Hertaald: velen opstaan Namelijk Joden, of andere omliggende koningen en volken die met Antiochus samenspannen.

tegen den koning van het Zuiden; Tegen Ptolomeus, zich voegende bij Antiochus.

Hertaald: tegen den koning van het Zuiden; Tegen Ptolemeüs, terwijl zij zich bij Antiochus voegen.

de scheurmakers uws volks Hebreeuws, de kinderen des verbrekers; of doorbrekers van uw volk; o Daniël, dat is, uit de Joden, die met hunne handelingen de republied als in stukken scheuren. Sommigen verstaan dit van den priester Onias en zijn aanhang, die naar Egypte zijn getrokken, en hebben aldaar een tempel en altaar opgericht, voorgevende dat zij dat deden om te bevestigen het gezicht of de profetie van Jesaja, Jes. 19:19 , Jes. 19:21 :Te dien dage zal de HEERE een altaar hebben in het midden van Egypteland, enz.

Hertaald: de scheurmakers uws volks Hebreeuws: de kinderen van de verbreker of doorbreker van uw volk, o Daniël; dat is: Joden die door hun handelwijze de staat als het ware in stukken scheuren. Sommigen verstaan dit van de priester Onias en zijn aanhang, die naar Egypte getrokken zijn en daar een tempel en altaar opgericht hebben, met het voorwendsel dat zij dat deden om het gezicht of de profetie van Jesaja te bevestigen, Jes. 19:19, Jes. 19:21: te dien dage zal de HEERE een altaar hebben in het midden van Egypteland, enzovoort.

zullen verheven worden, Namelijk tot eer, of zullen zich verheffen, dat is, opwerpen, om scheuring aan te richten.

Hertaald: zullen verheven worden, Namelijk tot eer; of: zij zullen zich verheffen, dat is: opwerpen om scheuring te veroorzaken.

om het gezicht Dat is, opdat God aldus deze profetie van Daniël bevestigt, de harten zijner uitverkorenen des te meer van de overige delen derzelve verzekerd worden. Anderen verstaan het van hun voornemen om de profetie van Jes. 19:19 , Jes. 19:21 naar hunne beduiding te vervullen.

Hertaald: om het gezicht Dat is: opdat God door deze bevestiging van de profetie van Daniël de harten van Zijn uitverkorenen des te zekerder maakt van de overige delen daarvan. Anderen verstaan het van hun voornemen om de profetie van Jes. 19:19, Jes. 19:21 naar hun eigen uitleg te vervullen.

te bevestigen, Hebreeuws, te doen staan.

Hertaald: te bevestigen, Hebreeuws: te doen staan.

zij zullen vallen Hebreeuws, struikelen, aanstoten; dat is, zij zullen teniet komen.

Hertaald: zij zullen vallen Hebreeuws: struikelen, aanstoten; dat is: zij zullen tenietgaan.

Daniël 11 vers 15

de koning van het Noorden Antiochus de Grote zal komen tegen Ptolomeus Epifanes. En hier wordt gesproken van den tweeden tocht van Antiochus tegen Epifanes.

Hertaald: de koning van het Noorden Antiochus de Grote zal tegen Ptolemeüs Epifanes optrekken. Hier wordt gesproken over de tweede veldtocht van Antiochus tegen Epifanes.

een wal opwerpen, Zie de aantekening 2 Sam. 20:15 ; Jer. 32:24 , en Jer. 33:4 . De zin is, hij zal ze belegeren en innemen.

Hertaald: een wal opwerpen, Zie de aantekening bij 2 Sam. 20:15; Jer. 32:24 en Jer. 33:4. De betekenis is: hij zal ze belegeren en innemen.

en vaste steden innemen; Hebreeuws, ene stad der vastigheden; dat is, enige stad hoe vast ze zij, zal hij innemen.

Hertaald: en vaste steden innemen; Hebreeuws: een stad van de vestingen; dat is: elke stad, hoe sterk ook, zal hij innemen.

armen van het Zuiden Dat is, de kloeke veldoversten en kapiteins van den koning van het zuiden, dat is van Egypte. Van het woord [ armen ] voor oversten; zie Ezech. 31:17 , enz.

Hertaald: armen van het Zuiden Dat is: de dappere veldheren en aanvoerders van de koning van het zuiden, dat is: van Egypte. Over het woord armen voor oversten, zie Ezech. 31:17, enzovoort.

noch zijn uitgelezen volk, Hebreeuws, noch het volk zijner uitgelezenen.

Hertaald: noch zijn uitgelezen volk, Hebreeuws: en het volk van zijn uitgelezenen.

ja, De zin is: Dat noch de oversten noch de soldaten van den koning van Egypte, zullen iets tegen Antiochus den Grote vermogen.

Hertaald: ja, De betekenis is dat noch de aanvoerders noch de soldaten van de koning van Egypte iets tegen Antiochus de Grote zullen vermogen.

Daniël 11 vers 16

hij, Te weten Antiochus, de koning van het noorden.

Hertaald: hij, Namelijk Antiochus, de koning van het noorden.

hem komt, Tegen Ptolomeus Epifanes.

Hertaald: hem komt, Tegen Ptolemeüs Epifanes.

in het land des sieraads, Dat is, in het Joodse land. Zie de aantekening boven Dan. 8:9 . Anderen: in het land Zebi. Daniël geeft met deze woorden te verstaan dat Antiochus niet alleen Egypte zou aantasten, maar ook Judea, hetwelk hij den Joden tevoren zegt, opdat zij zouden weten dat het alles geschiedt door de voorzienigheid van God.

Hertaald: in het land des sieraads, Dat is: in het Joodse land. Zie de aantekening bij Dan. 8:9. Anderen: in het land Zebi. Daniël geeft met deze woorden te kennen dat Antiochus niet alleen Egypte zou aanvallen maar ook Judea; dat zegt hij de Joden tevoren, opdat zij zouden weten dat dit alles door Gods voorzienigheid gebeurt.

de verderving zal in zijn hand wezen Dat is, hij zal het gehele Joodse land kunnen verderven. Of de zin is: Hij zal kunnen doen en volbrengen wat hij wil. Alzo wordt het woord voleinding somtijds genomen voor vervulling en volbrenging, maar meest betekent het een uiterste verderving. Zie Gen. 18:21 . Zie de vervulling dezer profetie bij Josefus lib.12. Antiq.cap.3, en Polyb.lib.11.

Hertaald: de verderving zal in zijn hand wezen Dat is: hij zal het hele Joodse land kunnen verwoesten. Of de betekenis is: hij zal kunnen doen en volbrengen wat hij wil. Zo wordt het woord voleinding soms opgevat als vervulling en volbrenging, maar meestal betekent het een uiterste verwoesting. Zie Gen. 18:21. Zie de vervulling van deze profetie bij Josefus, Oudheden, boek 12, hoofdstuk 3, en Polybius, boek 11.

Daniël 11 vers 17

te komen, Te weten tegen Ptolomeus Epifanes, den koning van Egypte.

Hertaald: te komen, Namelijk tegen Ptolemeüs Epifanes, de koning van Egypte.

hij zal billijke voorwaarden medebrengen, Hebreeuws: En billijkheden met hem; of: en daar zal gerechtigheid met hem zijn. Zie voren vs.6.

Hertaald: hij zal billijke voorwaarden medebrengen, Hebreeuws: en billijkheden met hem; of: en er zal gerechtigheid met hem zijn. Zie hierboven vers 6.

hij zal het doen; Hij zal het doen, of hij zal ze doen; dat is, hij zal ze voltrekken, te weten de beloofde voorwaarden, doch niet oprecht, maar arglistig, totdat hij gelegenheid zou vinden om zijn bedrog in het werk te stellen.

Hertaald: hij zal het doen; Hij zal het doen, of: hij zal ze doen; dat is: hij zal ze uitvoeren, namelijk de beloofde voorwaarden — maar niet oprecht, maar arglistig, totdat hij gelegenheid zou vinden om zijn bedrog uit te voeren.

hem Te weten Ptolomeus Epifanes, den koning van Egypte.

Hertaald: hem Namelijk Ptolemeüs Epifanes, de koning van Egypte.

een dochter der vrouwen geven, Dat is, ene huisvrouw onder de vrouwen in schoonheid uitstekende, te weten zijn eigen dochter Cleopatra. Anders: ene dochter [zijne] vrouwen; dat is, ene dochter van ene van zijne vrouwen, dat is, ene van zijne dochters.

Hertaald: een dochter der vrouwen geven, Dat is: een vrouw die onder de vrouwen in schoonheid uitblinkt, namelijk zijn eigen dochter Cleopatra. Anders: een dochter van zijn vrouwen, dat is: een dochter van een van zijn vrouwen, dat is: een van zijn dochters.

om haar te verderven, Dat was wel eigenlijk zijn voornemen niet, maar het zou er wel lichtelijk uit ontstaan zijn, indien zij haars vaders raad gevolgd en haren man door vergif of anderszins omgebracht had. Anders: haar arglistiglijk verdervende, namelijk haar bevelende dat zij haren man moest van kant helpen; opdat hij dan, als voogd over zijne dochter, Egypte mocht innemen.

Hertaald: om haar te verderven, Dat was eigenlijk zijn bedoeling niet, maar het zou er gemakkelijk uit voortgekomen zijn als zij de raad van haar vader gevolgd had en haar man door vergif of anderszins omgebracht had. Anders: haar arglistig verdervende, namelijk door haar te bevelen haar man uit de weg te ruimen, opdat hij dan als voogd over zijn dochter Egypte zou kunnen innemen.

zij zal niet vast staan, Zij zal in dat boos voornemen, hetwelk haar vader van haar begeerde, en hetwelk zij, zo het schijnt, hem eerst beloofd had, niet voortvaren; zodat Antiochus van zijne eigen dochter is bedrogen geworden.

Hertaald: zij zal niet vast staan, Zij zal niet voortgaan met dat boze voornemen dat haar vader van haar verlangde en dat zij hem, naar het schijnt, eerst beloofd had; zo is Antiochus door zijn eigen dochter bedrogen.

zij zal voor hem niet zijn Dat is, zij zal Antiochus den Grote, haars vaders, bozen wil niet doen, maar zij al haren man getrouw blijven. Dit alles alzo geschied te zijn, betuigt Livinus in het derde boek. Decad.4.

Hertaald: zij zal voor hem niet zijn Dat is: zij zal de boze wil van haar vader Antiochus de Grote niet uitvoeren, maar haar man trouw blijven. Dat dit alles zo gebeurd is, getuigt Livius in het derde boek van zijn vierde decade.

Daniël 11 vers 18

tot de eilanden keren, Die het Romeinse gebied onderworpen waren, als Cyprus, Phocea, Samus, Rhodus, Colofon, Eubea, enz.; of, eilanden kan hier ook wel betekenen vergelegen landen over zee.

Hertaald: tot de eilanden keren, De eilanden die aan het Romeinse gezag onderworpen waren, zoals Cyprus, Phocea, Samos, Rhodus, Colofon, Euboea, enzovoort. Of: eilanden kan hier ook ver weg gelegen landen over zee betekenen.

een overste Te weten een van de veldoversten der Romeinen, genoemd Marcus Acilius, alsook Lucius Scipio Nasica. Van het woord overste zie Richt. 11:6 ; hier betekent het een consul der Romeinen.

Hertaald: een overste Namelijk een van de veldheren van de Romeinen, Marcus Acilius geheten, en ook Lucius Scipio Nasica. Over het woord overste, zie Richt. 11:6; hier duidt het een consul van de Romeinen aan.

zijn smaad Versta, dien smaad, dien Antiochus den Romeinen aangedaan heeft, vallende in hun land, en enige plaatsen van hetzelve innemende; ook enigen van hunne bondgenoten beschadigende.

Hertaald: zijn smaad Versta daaronder de smaad die Antiochus de Romeinen aangedaan heeft door in hun gebied binnen te vallen, enkele plaatsen daarvan in te nemen en ook enkele van hun bondgenoten schade toe te brengen.

tegen hem doen ophouden, Dat is, tegen het volk van Rome, hetwelk deze overste vertegenwoordigde.

Hertaald: tegen hem doen ophouden, Dat is: tegen het volk van Rome, dat deze veldheer vertegenwoordigde.

zijn smaad op hem zal doen wederkeren Dat is, de Romeinse overste zal daarmede niet tevreden zijn, dat hij zal doen ophouden den smaad, dien Antiochus het volk van Rome en het ganse Romeinse rijk, mitsgaders hunnen vrienden, heeft aangedaan, hem weder afgenomen hebbende die landen, die hij van de Romeinen en hunne vrienden genomen had; maar hij zal nog daarenboven dien smaad over Antiochus brengen, dat hij hem van een groot deel van zijn rijk berovende, en een zware belasting hem opleggende, hem dwingen zal dat hij zich binnen zijne grenzen zal moeten houden, namelijk aan gene zijde van den berg Taurus. Zie hiervan breder Liv.lib.8. Decat.4. Appia. in Syriacis en Memmon in het 13e en 14e boek.

Hertaald: zijn smaad op hem zal doen wederkeren Dat is: de Romeinse veldheer zal er niet mee tevreden zijn dat hij een einde maakt aan de smaad die Antiochus het volk van Rome, het hele Romeinse rijk en hun bondgenoten aangedaan heeft, door hem de landen weer af te nemen die hij van de Romeinen en hun vrienden genomen had. Hij zal die smaad bovendien op Antiochus doen terugkeren door hem van een groot deel van zijn rijk te beroven, hem een zware schatting op te leggen en hem te dwingen zich binnen zijn grenzen te houden, namelijk aan de andere zijde van het Taurusgebergte. Zie hierover uitvoeriger Livius, boek 8 van de vierde decade, Appianus in De Syrische oorlogen en Memnon in het dertiende en veertiende boek.

Daniël 11 vers 19

zijns lands, Te weten naar Syrië, waarheen hij vluchten zal, en zich onthouden binnen zijne sterkten, uit vrees der Romeinen, die hem dapper vervolgden met hunne heirlegers.

Hertaald: zijns lands, Namelijk naar Syrië, waarheen hij zal vluchten om zich binnen zijn vestingen op te houden, uit vrees voor de Romeinen die hem met hun legers hardnekkig achtervolgden.

vallen, Hij zal van zijn eigen onderzaten, ja boeren omgebracht worden, willende een tempel van den afgod Bel in Elam beroven, of zo anderen schrijven, den tempel van Dyndimeus Jovis, of Jovis Dodoneus. Deze geschiedenissen worden breder beschreven door Justinus in het 32e boek, en door Polyb. in het 5e, Strabo in het 16e Geogra. Vergelijk den schandelijken ondergang van Antiochus den Grote met hetgeen er geschreven staat Ps. 52:9 , en Jes. 14:16 , enz.

Hertaald: vallen, Hij zal door zijn eigen onderdanen, ja door boeren omgebracht worden, wanneer hij een tempel van de afgod Bel in Elam wil beroven — of, zoals anderen schrijven, de tempel van Zeus Dindymenos of Zeus Dodonaeus. Deze gebeurtenissen worden uitvoeriger beschreven door Justinus in het tweeëndertigste boek, door Polybius in het vijfde en door Strabo in het zestiende boek van zijn Aardrijkskunde. Vergelijk de schandelijke ondergang van Antiochus de Grote met wat geschreven staat in Ps. 52:9 en Jes. 14:16, enzovoort.

Daniël 11 vers 20

in zijn staat Zie boven vs.7.

Hertaald: in zijn staat Zie hierboven vers 7.

een opstaan, Te weten Seleucus Filopator, anders Soter genaamd, een zoon van den voorgaanden Antiochus den Grote.

Hertaald: een opstaan, Namelijk Seleucus Filopator, ook wel Soter genoemd, een zoon van de eerder genoemde Antiochus de Grote.

een geldeiser doortrekken, Of, geldvorderaar, pander, schatter, Hebreeuws, drijver. Dat is geweest Heliodorus, die het ganse Joodse land doortrekkende, den onderzaten veel geld, voor zijn koning, heeft afgeperst. Zie 2 Mach.3:.

Hertaald: een geldeiser doortrekken, Of: geldvorderaar, pandnemer, belastinginner; Hebreeuws: drijver. Dat is Heliodorus geweest, die het hele Joodse land doortrok en de onderdanen veel geld voor zijn koning afperste. Zie 2 Makk. 3.

in koninklijke heerlijkheid; Of, voor de koninklijke majesteit.

Hertaald: in koninklijke heerlijkheid; Of: voor de koninklijke majesteit.

in enige dagen Of, in weinige dagen. Hij is gebroken, dat is omgekomen, kort nadat hij had gepoogd den tempel te Jeruzalem te beroven, 2 Mach.4:.

Hertaald: in enige dagen Of: in weinig dagen. Hij is gebroken, dat is: omgekomen, kort nadat hij geprobeerd had de tempel in Jeruzalem te beroven, 2 Makk. 4.

niet door toornigheden, Niet door openbaren toorn, maar door heimelijke lagen van Heliodorus, die hem behendiglijk vergeven heeft, zijnen broeder Antiochus Epifanes ten gevalle.

Hertaald: niet door toornigheden, Niet door openlijke toorn, maar door heimelijke aanslagen van Heliodorus, die hem behendig vergiftigd heeft ten gunste van zijn broer Antiochus Epifanes.

Daniël 11 vers 21

een verachte Antiochus Epifanes, die te Rome in gijzeling zijnde, heimelijk ontlopen is. Hij werd van de vleiers genoemd Antiochus Epifanes; dat is, de edele; maar anderen noemden hem met meerdere reden Epimanes; dat is, de dolle, of, razende. Zie zijne zotte daden in de historie van Polybius.

Hertaald: een verachte Antiochus Epifanes, die als gijzelaar in Rome verbleef en heimelijk ontsnapt is. Door de vleiers werd hij Antiochus Epifanes genoemd, dat is: de edele; maar anderen noemden hem met meer recht Epimanes, dat is: de dolle of razende. Zie zijn dwaze daden in het geschiedwerk van Polybius.

niet zal geven; Of, niet zou geven; niet had behoren te geven, want het rijk kwam niet hem toe, maar Demetrius den zoon van zijn verstorven broeder Seleucus. Anders: denwelken zij [te weten de staten van het rijk] de eer van het koninkrijk niet gegeven hebben.

Hertaald: niet zal geven; Of: niet zou geven, niet had behoren te geven; want het rijk kwam niet hem toe, maar Demetrius, de zoon van zijn overleden broer Seleucus. Anders: aan wie zij — namelijk de staten van het rijk — de eer van het koninkrijk niet gegeven hebben.

in stilheid komen, Niet met geweld als een vijand, maar als een vriend, om als voogd het rijk te regeren, totdat Demetrius, de zoon van zijn verstorven broeder Seleucus Filopator, zou groot geworden zijn.

Hertaald: in stilheid komen, Niet met geweld als een vijand, maar als een vriend, om als voogd het rijk te regeren totdat Demetrius, de zoon van zijn overleden broer Seleucus Filopator, volwassen zou zijn.

door vleierijen bemachtigen Of, met gladde woorden, gelijk onder vs.32, 34. Zie de aantekening Ps. 35:6 , en Ps. 73:18 , en Jer. 23:12 .

Hertaald: door vleierijen bemachtigen Of: met gladde woorden, zoals vers 32 en 34. Zie de aantekening bij Ps. 35:6, Ps. 73:18 en Jer. 23:12.

Daniël 11 vers 22

de armen der overstroming Of, de overstromende armen; dat is, de veldoversten en kapiteins van den koning in Egypte, die als een vloed in Syrië plachten te vallen, zullen van Antiochus Epifanes in den strijd verslagen worden. Sommigen verstaan de armen van de rivier de Nijl.

Hertaald: de armen der overstroming Of: de overstromende armen; dat is: de veldheren en aanvoerders van de koning van Egypte, die als een vloed in Syrië plachten binnen te vallen, zullen door Antiochus Epifanes in de strijd verslagen worden. Sommigen verstaan er de armen van de rivier de Nijl onder.

overstroomd worden Dat is, overwonnen worden.

Hertaald: overstroomd worden Dat is: overwonnen worden.

de vorst des verbonds Dat is, de vorst met wien het verbond gemaakt was, te weten Trifon, een van de voornaamste heren van Egypte, die met Antiochus Epifanes een verbond gemaakt heeft, en hem raad gaf dat hij zijne heirlegers zou achterlaten, en met de kroon van Egypte [alzo de koning Ptolomeus Filometro toen nog een kind was] in een verbond treden en de voogdij over Filometor, de zoon van zijne zuster Cleopatra, aannemen zou; maar hij, dit teweeggebracht hebbende, heeft onder dat deksel zelf het rijk ingenomen, eerst den voornoemden Trifon van kant geholpen hebbende. Anderen vertalen en verklaren deze woorden alzo: Daartoe zal hij een wederpartijder des verbonds zijn, hij, te weten Antiochus. Het Hebreeuwse woord wordt, naar sommiger gevoelen, somtijds in deze betekenis genomen. Zie Dan. 10:13 .

Hertaald: de vorst des verbonds Dat is: de vorst met wie het verbond gesloten was, namelijk Trifon, een van de voornaamste heren van Egypte. Hij sloot een verbond met Antiochus Epifanes en raadde hem aan zijn legers achter te laten. Hij moest met de kroon van Egypte een verbond sluiten — koning Ptolemeüs Filometor was toen nog een kind — en de voogdij op zich nemen over Filometor, de zoon van zijn zuster Cleopatra. Maar toen hij dat bereikt had, heeft hij onder dat voorwendsel het rijk zelf ingenomen, nadat hij eerst de genoemde Trifon uit de weg geruimd had. Anderen vertalen en verklaren deze woorden zo: bovendien zal hij een tegenstander van het verbond zijn — hij, namelijk Antiochus. Het Hebreeuwse woord wordt volgens sommigen soms in die betekenis gebruikt. Zie Dan. 10:13.

Daniël 11 vers 23

met hem Te weten met denzelfden Trifon; of, gelijk anderen dat nemen, met Ptolomeus Filometor, den koning van Egypte.

Hertaald: met hem Namelijk met diezelfde Trifon; of, zoals anderen het opvatten, met Ptolemeüs Filometor, de koning van Egypte.

zal hij bedrog plegen, Nemende wel met zich weinig krijgsvolk, maar kloeke, getrouwe, welgeoefende helden, en door hen zich van de voornaamste sterkten van Egypte verzekerende.

Hertaald: zal hij bedrog plegen, Doordat hij wel weinig krijgsvolk meenam, maar dappere, trouwe en goed geoefende helden, en zich met hen van de voornaamste vestingen van Egypte verzekerde.

hij zal optrekken, Te weten dieper en verder in Egypte.

Hertaald: hij zal optrekken, Namelijk dieper en verder Egypte in.

hij zal met weinig volks Of, hij zal zich met weinig volks versterken. Dit heeft Antiochus uit arglistigheid gedaan, om de Egyptenaars des te behendiger te bedriegen, en alzo met gemak, zonder groot geweld, dagelijks dieper en dieper in te kruipen, en zowel de sterkten als de onderzaten aan de hand te krijgen; hij voor zijn persoon te Memfis blijvende, hetwelk de koninklijke stad was, vanwaar hij het oog overal kon hebben.

Hertaald: hij zal met weinig volks Of: hij zal zich met weinig volk versterken. Dat heeft Antiochus uit arglistigheid gedaan, om de Egyptenaren des te behendiger te bedriegen en zo zonder veel geweld dagelijks dieper en dieper binnen te dringen en zowel de vestingen als de onderdanen aan zijn kant te krijgen; zelf bleef hij in Memfis, de koninklijke stad, vanwaar hij overal het oog op kon houden.

Daniël 11 vers 24

des landschaps komen, Te weten van Egypte.

Hertaald: des landschaps komen, Namelijk van Egypte.

hij zal doen, Te weten het land van Egypte onder zijn geweld brengende.

Hertaald: hij zal doen, Namelijk door het land Egypte onder zijn macht te brengen.

roof, en buit, en goederen, Anders: hij zal roven en buiten, en hij zal goederen of rijkdommen onder hen uitstrooien.

Hertaald: roof, en buit, en goederen, Anders: hij zal roven en buit maken, en hij zal goederen of rijkdommen onder hen uitstrooien.

onder hen Te weten onder degenen, die hij in de voornaamste steden en sterkten des lands zal leggen om alzo dezelve tot zich te trekken en aan zijne zijde te houden.

Hertaald: onder hen Namelijk onder hen die hij in de voornaamste steden en vestingen van het land zal legeren, om die zo aan zich te binden en aan zijn kant te houden.

uitstrooien, Dat is, met groten overvloed genieten laten.

Hertaald: uitstrooien, Dat is: hun in grote overvloed laten genieten.

de vastigheden zijn gedachten denken, Die hij nog niet genoegzaam bezitten, of in zijne verzekering zal hebben in Egypteland. Hetgeen wat hier van Antiochus voorzegd wordt, is geschied omtrent het honderd zeven en dertigste jaar van de regering der Seleuciden.

Hertaald: de vastigheden zijn gedachten denken, Vestingen die hij in Egypte nog niet voldoende in bezit of onder controle zal hebben. Wat hier over Antiochus voorzegd wordt, is omstreeks het honderdzevenendertigste jaar van de regering van de Seleuciden gebeurd.

tot een zekeren tijd toe Te weten totdat Filometor, de wettelijke koning, tot zijn mannelijke jaren zal gekomen zijn, want alstoen hebben de Egyptenaars het krijgsvolk en de garnizoenen van dezen Antiochus uit hun land verdreven, en hebben zichzelven in vrijdom gesteld.

Hertaald: tot een zekeren tijd toe Namelijk totdat Filometor, de wettige koning, volwassen zou zijn; toen hebben de Egyptenaren de troepen en garnizoenen van deze Antiochus uit hun land verdreven en zich in vrijheid gesteld.

Daniël 11 vers 25

tegen den koning van het Zuiden, Te weten tegen Ptolomeus Filometor, den koning van Egypte. Dit is nu de tweede tocht, dien Antiochus Epifanes tegen Egypte doen zou, welks beleid en voortgang de engel hier te kennen geeft.

Hertaald: tegen den koning van het Zuiden, Namelijk tegen Ptolemeüs Filometor, de koning van Egypte. Dit is de tweede veldtocht die Antiochus Epifanes tegen Egypte zou ondernemen; het verloop daarvan geeft de engel hier te kennen.

zal zich in den strijd mengen Dat is, hij zal krijg voeren, te weten tegen Antiochus; zie Livius in het 45e boek.

Hertaald: zal zich in den strijd mengen Dat is: hij zal oorlog voeren, namelijk tegen Antiochus; zie Livius, boek 45.

hij zal niet bestaan, Te weten Filometor.

Hertaald: hij zal niet bestaan, Namelijk Filometor.

zij zullen gedachten tegen hem denken De zin is: zijne raadsheren en hovelingen, vs.26, [door geschenken en beloften van grote dingen, door Antiochus ingenomen zijnde] zullen Filometor, hun jongen onbedreven koning, door hun trouwelozen raad bedriegen, en zij zullen Antiochus aanhangen, uit vrees dat hij, meester geworden zijnde, hen niet te schande make en verdelge.

Hertaald: zij zullen gedachten tegen hem denken De betekenis is: zijn raadsheren en hovelingen (vers 26), die door Antiochus met geschenken en beloften van grote dingen gewonnen zijn, zullen Filometor — hun jonge, onervaren koning — met hun trouweloze raad bedriegen en zich bij Antiochus aansluiten, uit vrees dat hij hen te schande zou maken en verdelgen wanneer hij meester geworden was.

Daniël 11 vers 26

de stukken Zie Dan. 1:5 . Het Hebreeuwse woord wordt alleen hier en daar gevonden. Zie de aantekening aldaar. De zin is: Die zijn brood eten, te weten zijne raadsheren en dienaars.

Hertaald: de stukken Zie Dan. 1:5. Het Hebreeuwse woord komt maar op enkele plaatsen voor. Zie de aantekening daar. De betekenis is: zij die zijn brood eten, namelijk zijn raadsheren en dienaars.

zijner spijze zullen eten, Te weten Ptolomeus Filometor.

Hertaald: zijner spijze zullen eten, Namelijk van Ptolemeüs Filometor.

breken, Dat is, onderdrukken, te weten door kwaden raad.

Hertaald: breken, Dat is: onderdrukken, namelijk door kwade raad.

deszelfs heirkracht Te weten Antiochus tegen Filometor.

Hertaald: deszelfs heirkracht Namelijk die van Antiochus tegen Filometor.

zal overstromen, Of, zal overvloeien, of als een vloed inbreken.

Hertaald: zal overstromen, Of: zal overvloeien, of als een vloed binnenbreken.

vele verslagenen zullen vallen In het leger van den koning Filometor, 1 Mach.1:19.

Hertaald: vele verslagenen zullen vallen In het leger van koning Filometor, 1 Makk. 1:19.

Daniël 11 vers 27

beider dezer koningen Te weten nadat zij tezamen zullen vrede gemaakt hebben voor de tweede reis.

Hertaald: beider dezer koningen Namelijk nadat zij voor de tweede keer samen vrede gesloten zullen hebben.

leugen spreken; Zij zullen wel elkander uiterlijk veel grote vriendschap bewijzen, en alle goede diensten beloven, inzonderheid over tafel zijnde en goede sier makende, maar zij zullen het niet menen, het zal uit een geveinsd hart komen.

Hertaald: leugen spreken; Zij zullen elkaar uiterlijk wel veel vriendschap betonen en allerlei goede diensten beloven, vooral aan tafel bij het feestvieren; maar zij zullen het niet menen, het zal uit een geveinsd hart komen.

het zal niet gelukken, Hunne beloften zullen ijdel en van gene waarde zijn. De beloften en contracten van vrede zullen niet bestendig zijn. Of, het zal geen voortgang hebben, dat zij listiglijk tegen elkander bedacht hebben, want God zal een anderen weg ingaan.

Hertaald: het zal niet gelukken, Hun beloften zullen ijdel en waardeloos zijn. De beloften en vredesverdragen zullen niet duurzaam zijn. Of: wat zij listig tegen elkaar bedacht hebben zal geen voortgang hebben, want God zal een andere weg inslaan.

ter bestemder tijd Te dien tijde, dien God bestemd en verordineerd heeft, die door menselijken wil niet kan veranderd worden. Zie vs.29.

Hertaald: ter bestemder tijd Op de tijd die God bepaald en verordend heeft, die door menselijke wil niet veranderd kan worden. Zie vers 29.

Daniël 11 vers 28

hij zal in zijn land wederkeren Te weten de koning Antiochus Epifanes.

Hertaald: hij zal in zijn land wederkeren Namelijk koning Antiochus Epifanes.

met groot goed, Te weten met groten buit en geroofde goederen, zo in Egypte als elders.

Hertaald: met groot goed, Namelijk met grote buit en geroofde goederen, zowel uit Egypte als van elders.

tegen het heilig verbond; Dat is, tegen de Joden, met welken God een heilig verbond gemaakt heeft. Hebreeuws, tegen het verbond der heiligheid.

Hertaald: tegen het heilig verbond; Dat is: tegen de Joden, met wie God een heilig verbond gesloten heeft. Hebreeuws: tegen het verbond van de heiligheid.

hij zal het doen, Te weten dat hij voorhad; dat is, hij zal de Joden plagen. Zie 1 Mach.1:22-23, enz., en 2 Mach.5:11, enz.

Hertaald: hij zal het doen, Namelijk wat hij voorgenomen had; dat is: hij zal de Joden plagen. Zie 1 Makk. 1:22-23, enzovoort, en 2 Makk. 5:11, enzovoort.

in zijn land Te weten in Syrië.

Hertaald: in zijn land Namelijk in Syrië.

Daniël 11 vers 29

Ter bestemder tijd Te weten, gelijk enigen menen, na twee jaren, als Filometor met zijn broeder Physcon verzoend was en hulp van de Romeinen verkregen had.

Hertaald: Ter bestemder tijd Namelijk (zoals sommigen menen) na twee jaar, toen Filometor met zijn broer Fyskon verzoend was en hulp van de Romeinen verkregen had.

tegen het Zuiden komen, Te weten tegen Ptolomeus Filometor, den koning in Egypte, dien hij belegeren zal.

Hertaald: tegen het Zuiden komen, Namelijk tegen Ptolemeüs Filometor, de koning van Egypte, die hij zal belegeren.

het zal niet zijn gelijk de eerste, Dat is, het zal Antiochus niet gelukken, gelijk het hem de eerste en laatst voorgaande reis gelukt is. Zie boven vs.22, 25, de reden als volgt vs.30. De zin is, Antiochus zal over Ptolomeus Filometor zulke overwinningen in Egypte niet meer bevechten, gelijk hij in twee voorgaande ondernemingen gedaan heeft.

Hertaald: het zal niet zijn gelijk de eerste, Dat is: het zal Antiochus niet lukken zoals het hem de eerste en de vorige keer gelukt is. Zie vers 22 en 25; de reden volgt in vers 30. De betekenis is: Antiochus zal in Egypte niet meer zulke overwinningen op Ptolemeüs Filometor behalen als bij zijn twee vorige ondernemingen.

Daniël 11 vers 30

Chittim Dat is, van Cilicië, waar de Romeinen gewoonlijk een vloot schepen hielden om over de Middellandse zee te heersen. Zie van Chittim, Gen. 10:4 , en Num. 24:24 . Ptolomeus Filometor, van Antiochus overheerd zijnde, heeft hulp aan de Romeinen verzocht en verkregen.

Hertaald: Chittim Dat is: uit Cilicië, waar de Romeinen gewoonlijk een vloot hielden om over de Middellandse Zee te heersen. Over Chittim, zie Gen. 10:4 en Num. 24:24. Ptolemeüs Filometor, die door Antiochus overheerst werd, heeft de Romeinen om hulp gevraagd en die gekregen.

tegen hem komen, Te weten tegen Antiochus.

Hertaald: tegen hem komen, Namelijk tegen Antiochus.

daarom zal hij met smart bevangen worden, Omdat hij door de Romeinen zal gedwongen worden met zijn leger uit Egypte te trekken. C. Popilius Laenas, veldoverste der Romeinen, heeft Antiochus zover gebracht, dat hij hem harde voorwaarden heeft voorgeslagen, en rondom hem met zijn staf in het zand een ring makende, belastte hem te besluiten en ronduit te antwoorden, of hij Egypte verlaten wilde of niet, eer hij uit dien ring of cirkel treden zou.

Hertaald: daarom zal hij met smart bevangen worden, Omdat hij door de Romeinen gedwongen zal worden met zijn leger uit Egypte te vertrekken. Gaius Popilius Laenas, de Romeinse veldheer, heeft Antiochus zover gebracht dat hij hem harde voorwaarden stelde: hij trok met zijn staf een kring in het zand rondom hem en beval hem te besluiten en ronduit te antwoorden of hij Egypte wilde verlaten of niet, voordat hij uit die kring zou stappen.

wederkeren, Te weten naar Syrië, zijn land, als hij Egypte zal moeten verlaten.

Hertaald: wederkeren, Namelijk naar Syrië, zijn eigen land, wanneer hij Egypte zal moeten verlaten.

het heilig verbond, Zie boven vs.28.

Hertaald: het heilig verbond, Zie vers 28.

hij zal het doen; Te weten dat hij voorgenomen en in zijn toorn besloten had te doen, namelijk hij zal Jeruzalem overvallen, den tempel en de stad uitplunderen en den godsdienst afschaffen. Zie hiervan breder Josefus in het eerste boek van de Joodse oorlogen, hoofdstuk 1.

Hertaald: hij zal het doen; Namelijk wat hij voorgenomen en in zijn toorn besloten had te doen, namelijk Jeruzalem overvallen, de tempel en de stad plunderen en de godsdienst afschaffen. Zie hierover uitvoeriger Josefus, De Joodse oorlog, boek 1, hoofdstuk 1.

wederkerende Niet in eigen persoon, maar hij zal er Apollinius henen schikken; zie 1 Mach.1:30, en 2 Mach.5:24.

Hertaald: wederkerende Niet in eigen persoon, maar hij zal Apollonius daarheen sturen; zie 1 Makk. 1:30 en 2 Makk. 5:24.

hij acht geven Dat is, hij zal hen tot zich trekken, versterken en helpen, om alzo de macht der vrome Joden te breken door de trouweloze Joden, gelijk daar waren Jason, Menelaus, en hunne aanhangers.

Hertaald: hij acht geven Dat is: hij zal hen aan zich binden, versterken en helpen, om zo door de trouweloze Joden de macht van de vrome Joden te breken — zoals Jason, Menelaüs en hun aanhangers.

Daniël 11 vers 31

armen Dat is, krijgsoversten met hunne soldaten, gelijk boven vs.22, om door dezen de Joden te dwingen. Anders: en de armen zullen hem bijstaan.

Hertaald: armen Dat is: legeraanvoerders met hun soldaten, zoals vers 22, om daardoor de Joden te dwingen. Anders: en de armen zullen hem bijstaan.

uit hem ontstaan, Dat is, uit zijn bevel ontstaan; dat is, gesteld worden, of gezonden worden binnen Jeruzalem en het Joodse land.

Hertaald: uit hem ontstaan, Dat is: op zijn bevel opkomen, dat is: aangesteld of gezonden worden naar Jeruzalem en het Joodse land.

de sterkte, Dat is, de sterke stad Jeruzalem. Anders: zij zullen ontwijden [Jeruzalem] de sterkte; dat is, Jeruzalem, hetwelk de sterkte van het Joodse volk is. Zie 1 Mach.1:23, en 2 Mach.5:15-16.

Hertaald: de sterkte, Dat is: de sterke stad Jeruzalem. Anders: zij zullen Jeruzalem, de sterkte, ontwijden; dat is: Jeruzalem, dat de sterkte van het Joodse volk is. Zie 1 Makk. 1:23 en 2 Makk. 5:15-16.

het gedurige offer wegnemen, Dat is, het dagelijkse offer. Alzo is ook te verstaan, hetgeen de apostel zegt: Wees gedurig in het gebed, hetwelk niet te zeggen is, dat men niet anders doen moet dan bidden, maar dat men de dagelijkse oefening van het gebed nimmermeer moet verlaten. Zie boven Dan. 8:11 .

Hertaald: het gedurige offer wegnemen, Dat is: het dagelijkse offer. Zo moet men ook verstaan wat de apostel zegt: weest volhardend in het gebed — wat niet betekent dat men niets anders zou moeten doen dan bidden, maar dat men de dagelijkse oefening van het gebed nooit mag nalaten. Zie Dan. 8:11.

een verwoestenden gruwel Dat is, soldaten, die alles verwoesten en de Joden tot afgoderij dwingen zullen. Zie hiervan breder 1 Mach.1:23, enz., en JosEf. Anderen verstaan hierdoor, een afgodisch beeld, hetwelk Antiochus op het altaar Gods heeft laten stellen; 1 Mach.1:58,63.

Hertaald: een verwoestenden gruwel Dat is: soldaten die alles verwoesten en de Joden tot afgoderij zullen dwingen. Zie hierover uitvoeriger 1 Makk. 1:23, enzovoort, en Josefus. Anderen verstaan hieronder een afgodsbeeld dat Antiochus op het altaar van God heeft laten plaatsen; 1 Makk. 1:58, 1 Makk. 1:63.

stellen Hebreeuws, geven; versta, dat Antiochus' krijgsoversten dit doen zouden.

Hertaald: stellen Hebreeuws: geven; versta dat de legeraanvoerders van Antiochus dit zouden doen.

Daniël 11 vers 32

die goddelooslijk handelen Of, de overtreders des verbonds, namelijk de afvallige Joden, die het verbond Gods zullen verachten, welken de engel vs.30 genoemd heeft verlaters van het heilige verbond.

Hertaald: die goddelooslijk handelen Of: de overtreders van het verbond, namelijk de afvallige Joden die Gods verbond zullen verachten, die de engel in vers 30 verlaters van het heilige verbond genoemd heeft.

doen huichelen Of, doen veinzen, opdat alzo door hen de vromen mochten ontdekt en in het net gebracht worden. Anders: zal hij ontheiligen; dat is, hij zal hen ten enenmale slecht en goddeloos maken, hen dagelijks meer en meer in hunne huichelarij versterkende.

Hertaald: doen huichelen Of: doen veinzen, opdat de vromen door hen ontdekt en in het net gebracht zouden worden. Anders: hij zal hen ontheiligen; dat is: hij zal hen volkomen slecht en goddeloos maken door hen dagelijks meer en meer in hun huichelarij te versterken.

hun God kennen, Dat is, die den waren God kennen en eren, gelijk velen ten tijde van Judas Machabeus en zijne broeders geweest zijn.

Hertaald: hun God kennen, Dat is: die de ware God kennen en eren, zoals er velen geweest zijn in de tijd van Judas de Makkabeeër en zijn broers.

grijpen, Versta hierbij, en den tirannen overleveren.

Hertaald: grijpen, Vul hierbij aan: en aan de tirannen overleveren.

zullen het doen Dat is, zij zullen het uitrichten naar hunnen wil. Of, zij zullen naar hunnen wil met hen handelen. Zie 1 Mach.1:55.

Hertaald: zullen het doen Dat is: zij zullen het naar hun wil uitvoeren. Of: zij zullen naar hun wil met hen handelen. Zie 1 Makk. 1:55.

Daniël 11 vers 33

de leraars des volks Of, de verstandigen onder het volk, gelijk onder Dan. 12:3 . De zin is: Ofschoon er velen, zelfs ook enige priesters, van den waren godsdienst afwijken, zo zullen er nochtans altijd enige leraars en godvruchtige, in Gods Woord ervaren personen zijn, die de zwakken zullen onderwijzen en versterken in het midden der zware vervolgingen.

Hertaald: de leraars des volks Of: de verstandigen onder het volk, zoals Dan. 12:3. De betekenis is: hoewel velen — zelfs enkele priesters — van de ware godsdienst zullen afwijken, zullen er toch altijd enkele leraars en godvruchtige, in Gods Woord ervaren personen zijn die de zwakken zullen onderwijzen en versterken te midden van de zware vervolgingen.

onderwijzen, Te weten in de ware religie, uit de boeken der Heilige Schriftuur.

Hertaald: onderwijzen, Namelijk in de ware godsdienst, uit de boeken van de Heilige Schrift.

zullen vallen door het zwaard en door vlam, Dat is, zo de leraars als hunne discipelen, die volstandig bij de ware religie blijven, zullen van Antiochus en zijne aanhangers wredelijk vervolgd worden. Zie 1 Mach.1:40, enz., en 1 Mach.2:, 1 Mach.3:, 1 Mach.4:, en 2 Mach.5:, 2 Mach.6:, 2 Mach.7:, 2 Mach.8:. Josefus lib.12, Antiq. Judaci, hoofdstuk 6,7. Vergelijk Hebr. 11:35-38 .

Hertaald: zullen vallen door het zwaard en door vlam, Dat is: zowel de leraars als hun leerlingen, die standvastig bij de ware godsdienst blijven, zullen door Antiochus en zijn aanhangers wreed vervolgd worden. Zie 1 Makk. 1:40, enzovoort, en 1 Makk. 2, 3 en 4, en 2 Makk. 5, 6, 7 en 8; Josefus, Oudheden, boek 12, hoofdstuk 6 en 7. Vergelijk Hebr. 11:35-38.

vele dagen Of, enige dagen, alzo Dan. 8:27 . Dat is, een tijdlang van God verordineerd.

Hertaald: vele dagen Of: enkele dagen, zoals Dan. 8:27. Dat is: een tijd die door God bepaald is.

Daniël 11 vers 34

Als zij nu zullen vallen, Dat is, als de vervolging op het heetst zal wezen.

Hertaald: Als zij nu zullen vallen, Dat is: wanneer de vervolging op haar hevigst zal zijn.

met een kleine hulp geholpen worden; Te weten door de Machabeën. Zie 1 Mach.2:39, enz., en 1 Mach.3:, 1 Mach.4:, 1 Mach.5:, en 2 Mach.8:, en Josefus lib.12, Antiq. Judaci hoofdstuk 7, 8, 9, 10, 11, 12. Die kloeke helden hebben met weinig volk de kerk Gods gered uit de handen van Antiochus en andere tirannen.

Hertaald: met een kleine hulp geholpen worden; Namelijk door de Makkabeeën. Zie 1 Makk. 2:39, enzovoort, en 1 Makk. 3, 4 en 5, en 2 Makk. 8, en Josefus, Oudheden, boek 12, hoofdstuk 7 tot en met 12. Die dappere helden hebben met weinig volk Gods kerk gered uit de handen van Antiochus en andere tirannen.

door vleierijen Gelijk boven vs.21, 32. Zie de aantekening vs.21. Doch hier betekent het huichelarij, geveinsdheid, schoon gelaat.

Hertaald: door vleierijen Zoals vers 21 en 32. Zie de aantekening bij vers 21. Maar hier betekent het huichelarij, geveinsdheid, schone schijn.

tot hen vervoegen Te weten wanneer het den Joden wederom zal beginnen wel te gaan.

Hertaald: tot hen vervoegen Namelijk wanneer het de Joden weer voor de wind zal beginnen te gaan.

Daniël 11 vers 35

vallen, Zie boven vs.33.

Hertaald: vallen, Zie hierboven vers 33.

om hen te louteren en te reinigen, Dit is het oogmerk dat de Heere zal voorhebben. Anders: opdat hen [God] smelte; dat is beproeve, gelijk men het goud en zilver beproeft in den smeltoven; zie Dan. 12:10 .

Hertaald: om hen te louteren en te reinigen, Dit is het doel dat de HEERE daarmee heeft. Anders: opdat God hen smelte, dat is: beproeve, zoals men goud en zilver in de smeltoven beproeft; zie Dan. 12:10.

tot den tijd van het einde toe; Dat is, totdat de tijd der vervolging, van God bestemd, zal vervuld wezen.

Hertaald: tot den tijd van het einde toe; Dat is: totdat de tijd van de vervolging die God bepaald heeft vervuld zal zijn.

want het zal nog zijn voor een bestemden tijd Anders: want nog ter bestemder tijd [zal het einde wezen]. Anders: want de bestemde tijd zal nog komen. Vergelijk Matt. 24:6 , en de volgende tot Matt. 24:14 , en zie boven de aantekening vs.27.

Hertaald: want het zal nog zijn voor een bestemden tijd Anders: want het einde zal pas op de bepaalde tijd zijn. Anders: want de bepaalde tijd zal nog komen. Vergelijk Matth. 24:6 en het vervolg tot Matth. 24:14, en zie hierboven de aantekening bij vers 27.

Daniël 11 vers 36

En die koning Van hier af tot het einde van dit hfdst. verstaan enigen dat de engel spreekt van den Antichrist van het Nieuwe Testament, of immers van Antiochus Epifanes, aangemerkt als een voorbeeld van den Antichrist, in zijn opkomst, hoogmoed, handelingen, afgoderij en tirannie. Want vele dingen, die hierna verhaald worden, inzonderheid vs.42,43, passen naar sommiger gevoelen niet op den koning Antiochus; want nadat hij door den Roomsen gezant Popilius gedwongen werd uit Egypte te vertrekken, boven vs.30, heeft hij naderhand nooit in Egypte durven komen. Eenigen duiden het op den Turk, anderen op het Romeinse Rijk, en menen dat de dingen, die hier gezegd worden te verstaan zijn, sommigen van de Romeinse keizers, sommigen van de Roomse pausen, die, in het Romeinse Rijk opgerezen zijnde, mettertijd den keizers zelf vreeslijk geworden zijn.

Hertaald: En die koning Sommigen verstaan dat de engel vanaf hier tot het einde van dit hoofdstuk spreekt over de antichrist van het Nieuwe Testament, of in elk geval over Antiochus Epifanes als een voorafbeelding van de antichrist, in zijn opkomst, hoogmoed, handelwijze, afgoderij en tirannie. Want veel van wat hierna verteld wordt, vooral in vers 42 en 43, past volgens sommigen niet op koning Antiochus; nadat hij door de Romeinse gezant Popilius gedwongen was uit Egypte te vertrekken (vers 30), heeft hij daarna nooit meer in Egypte durven komen. Sommigen betrekken het op de Turk, anderen op het Romeinse rijk, en menen dat sommige dingen die hier gezegd worden op de Romeinse keizers slaan en andere op de pausen van Rome, die binnen het Romeinse rijk opgekomen zijn en mettertijd zelfs de keizers vrees hebben aangejaagd.

boven allen God, Zie 2 Thess. 2:4 , waar de apostel deze woorden aldus uitdrukt: Boven al dat God of goddelijke majesteit genoemd wordt.

Hertaald: boven allen God, Zie 2 Thess. 2:4, waar de apostel deze woorden zo weergeeft: boven al wat God of goddelijke majesteit genoemd wordt.

tegen den God der goden Die alleen is de enige ware God. Anders: ook boven den God der goden, hij zal wonderlijke dingen spreken.

Hertaald: tegen den God der goden Die als enige de ware God is. Anders: ook boven de God der goden zal hij wonderlijke dingen spreken.

totdat de gramschap voleind zij, Dat is, totdat de toorn Gods tegen zijn volk ophoude, of totdat hij zal gedaan hebben hetgeen God in zijn toorn door hem zijn volk wil aangedaan hebben.

Hertaald: totdat de gramschap voleind zij, Dat is: totdat Gods toorn tegen Zijn volk ophoudt, of totdat hij gedaan zal hebben wat God in Zijn toorn door hem Zijn volk wil aandoen.

want het is vastelijk besloten, Of, want dat juist besloten is, zal geschieden; niemand kan het besluit of voornemen Gods verhinderen of terughouden.

Hertaald: want het is vastelijk besloten, Of: want wat vast besloten is, zal gebeuren; niemand kan Gods besluit of voornemen verhinderen of tegenhouden.

het zal geschieden Hebreeuws, het is geschied; dat is, het zal zekerlijk geschieden; de verleden tijd voor den toekomenden, om te tonen de zekerheid dezer profetie. Anderen: Als hetgeen wat precies bestemd is, zal geschied zijn.

Hertaald: het zal geschieden Hebreeuws: het is gebeurd; dat is: het zal zeker gebeuren — de verleden tijd voor de toekomende, om de zekerheid van deze profetie te tonen. Anderen: wanneer wat nauwkeurig bepaald is, gebeurd zal zijn.

Daniël 11 vers 37

op de goden zijner vaderen Verachtende de religie zijner voorvaderen, zal hij alle man belasten zijne instellingen aan te nemen. Verstaat men dit op Antiochus te passen, zo zie 1 Mach.1:43; indien op den paus, zo is het openbaar.

Hertaald: op de goden zijner vaderen Door de godsdienst van zijn voorouders te verachten zal hij iedereen opleggen zijn eigen instellingen aan te nemen. Wanneer men dit op Antiochus betrekt, zie 1 Makk. 1:43; wanneer op de paus, dan is het duidelijk genoeg.

op de begeerte der vrouwen; Verstaat men dit van Antiochus, zo is dit de zin: Hij zal zelf zijne vrouwen [van welke ene den God Israëls op hare wijze eerde] niet toelaten dat zij enigen anderen god zullen eren dan zijn Jupiter Olimpius, of de begeerte der vrouwen; dat is, de gewenste en begeerlijkste vrouwen. Of, hij heeft wel willen schijnen niet te vragen naar vrouwen, maar ondertussen gruwelijke hoererij bedreven. Maar verstaat men dit van den Antichrist, zo is dit de zin, dat hij zijne geestelijkheid het huwelijk verbieden zal, en geenszins toelaten de kloosterbeloften te breken, bedrijvende ondertussen allerlei schandelijke onreinheid. Zie 1 Tim. 4:3 .

Hertaald: op de begeerte der vrouwen; Wanneer men dit van Antiochus verstaat, is dit de betekenis: hij zal zelfs zijn vrouwen — van wie er een de God van Israël op haar manier eerde — niet toestaan enige andere god te eren dan zijn Zeus Olympios. Of: de begeerte van de vrouwen, dat is: de meest gewenste en begeerlijke vrouwen; hij heeft wel de schijn willen wekken dat hij niet naar vrouwen omzag, maar heeft intussen gruwelijke hoererij bedreven. Maar wanneer men dit van de antichrist verstaat, is dit de betekenis: dat hij zijn geestelijkheid het huwelijk zal verbieden en het breken van kloostergeloften volstrekt niet zal toestaan, terwijl hij intussen allerlei schandelijke onreinheid bedrijft. Zie 1 Tim. 4:3.

hij zal ook op geen God acht geven, Alsof de engel zeide: Hij zal gans goddeloos zijn; hij zal zo hovaardig zijn dat hij zichzelven zal verheffen boven alle mensen, ja ook boven alles wat God is of genoemd wordt; doende alles wat hij doet tot zijn eigen eer en voordeel. Dit past ook bekwamelijker op den paus. Vergelijk 2 Thess. 2:3-4 .

Hertaald: hij zal ook op geen God acht geven, Alsof de engel zei: hij zal volstrekt goddeloos zijn; hij zal zo hoogmoedig zijn dat hij zichzelf boven alle mensen zal verheffen, ja boven alles wat God is of genoemd wordt, en alles wat hij doet zal hij doen tot zijn eigen eer en voordeel. Dit past ook beter op de paus. Vergelijk 2 Thess. 2:3-4.

Daniël 11 vers 38

den god Maüzzim De zin is: Antiochus zal vast overal een nieuwen godsdienst invoeren; en wat aangaat den God der sterkten, [vergelijk Jer. 16:19 ] , of, den God van grote kracht, den God van Israël, hij zal in zijne plaats, te weten in den tempel te Jeruzalem, eren een god, te weten dien god, welken zijne vaders niet gekend hebben, namelijk Jovis Olympius, dien zal hij eren met goud, enz.; zie 2 Mach.6:2. Wil men dit op den Antichrist passen [wiens voorbeeld Antiochus geweest is], dat kan ook bekwamelijk geschieden. Anderen: en wat aangaat den God der sterkten, in zijne plaats zal hij eren, zal hij eren, zeg ik, een God welken zijne vaders, enz. Wat den God der sterkten belangt, zie boven vs.31; voor den God der sterkten hebben enigen het Hebreeuwse woord Maüzzim, of Maozim in den tekst gehouden.

Hertaald: den god Maüzzim De betekenis is: Antiochus zal overal een nieuwe godsdienst invoeren; en wat de God van de sterkten betreft (vergelijk Jer. 16:19), of de God van grote kracht, de God van Israël — in Zijn plaats, namelijk in de tempel in Jeruzalem, zal hij een god eren die zijn vaderen niet gekend hebben, namelijk Zeus Olympios; die zal hij eren met goud, enzovoort; zie 2 Makk. 6:2. Men kan dit ook goed op de antichrist toepassen, van wie Antiochus een voorafbeelding geweest is. Anderen: en wat de God van de sterkten betreft, in Zijn plaats zal hij een god eren die zijn vaderen niet gekend hebben, enzovoort. Over de God van de sterkten, zie vers 31; sommigen houden voor de God van de sterkten het Hebreeuwse woord Maüzzim of Maozim in de tekst aan.

zijn vaders niet gekend hebben, Antiochus' voorouders hebben Jovis Olympius niet geëerd, maar Apollinus, Diana, Atargatides, gelijk Strabo getuigt in het zestiende boek Geogra. Alzo heeft ook de paus, in de plaats, dat is in de kerk of gemeente, van den waren God ingevoerd te eren een valsen god, dien zijne voorouders niet geëerd hebben, namelijk een versierden Christus, een hostie of een stukje brood, hetwelk hij versiert met goud, zilver en kostelijke paarlen.

Hertaald: zijn vaders niet gekend hebben, De voorouders van Antiochus hebben Zeus Olympios niet vereerd, maar Apollo, Diana en Atargatis, zoals Strabo getuigt in het zestiende boek van zijn Aardrijkskunde. Zo heeft ook de paus in de plaats — dat is: in de kerk of gemeente — van de ware God een valse god ingevoerd die zijn voorouders niet vereerd hebben, namelijk een verzonnen Christus, een hostie of stukje brood, dat hij versiert met goud, zilver en kostbare parels.

met gewenste dingen Dat is, met allerlei kleinodiën.

Hertaald: met gewenste dingen Dat is: met allerlei kostbaarheden.

Daniël 11 vers 39

zal de vastigheden Of, hij zal de zeer sterke vastigheden een vreemden god bevelen. De zin is: Antiochus' meeste vastigheid en sterkte zal gelegen zijn om te doen eren dien vreemden god, te weten Jovis Olympius, als zijnde patroon of beschermer der stad Jeruzalem en het Joodse land. Dit wordt gesteld tegen het begin van vs.38, waar de ware God genoemd wordt de God der sterkten, hier en ook daar is het woord Maüzzim.

Hertaald: zal de vastigheden Of: hij zal de zeer sterke vestingen aan een vreemde god toewijzen. De betekenis is: de grootste vastheid en sterkte van Antiochus zal erin liggen dat hij die vreemde god laat vereren, namelijk Zeus Olympios, als beschermheer van de stad Jeruzalem en van het Joodse land. Dit staat tegenover het begin van vers 38, waar de ware God de God van de sterkten genoemd wordt; hier en daar staat het woord Maüzzim.

dengenen, Dat is, degenen, die hij weten zal hem en zijnen afgod toegedaan te zijn; die hij voor zijne vrienden kennen zal; hij meent de afvalligen, die het heidendom zullen bijvallen, indien men dit op Antiochus duidt. Van den Roomsen Antichrist is de zaak klaar. Anders, die [dien], te weten afgod, kennen, dat is, aannemen en eren.

Hertaald: dengenen, Dat is: van wie hij weet dat zij hem en zijn afgod toegedaan zijn, die hij als zijn vrienden erkent. Hij bedoelt de afvalligen die het heidendom zullen bijvallen, wanneer men dit op Antiochus betrekt; bij de Roomse antichrist is de zaak duidelijk. Anders: die hem — namelijk die afgod — kennen, dat is: aannemen en eren.

over velen, Of, overtreffelijken, overvoortreffelijken. De zin is: Hij zal hen tot hoge staten bevorderen en hun het gebied over vele anderen geven.

Hertaald: over velen, Of: aanzienlijken, zeer voortreffelijken. De betekenis is: hij zal hen tot hoge ambten bevorderen en hun het gezag over veel anderen geven.

om prijs Of, om winst, of om loon; dat is, dengenen, die hem geschenken en gaven geven. Al het voorgaande kan bekwamelijk op den paus gepast worden, gelijk ook de volgende verzen.

Hertaald: om prijs Of: om winst, of om loon; dat is: aan hen die hem geschenken en gaven geven. Al het voorgaande kan goed op de paus toegepast worden, evenals de volgende verzen.

Daniël 11 vers 40

op den tijd van het einde, Dat is, als de tijd, van God bestemd, zal verschenen wezen. Vergelijk boven vs.35. Sommigen verstaan hier door den tijd van het einde het einde van het rijk van Antiochus, of de vervolging van het volk Gods. Doch zie boven Dan. 9:27 .

Hertaald: op den tijd van het einde, Dat is: wanneer de door God bepaalde tijd gekomen zal zijn. Vergelijk vers 35. Sommigen verstaan hier onder de tijd van het einde het einde van het rijk van Antiochus, of van de vervolging van Gods volk. Maar zie Dan. 9:27.

de koning van het Zuiden De Saracenen, die eerst op het Romeinse rijk geweld gedaan hebben. Anderen duiden het op Ptolomeus Filometor koning in Egypte.

Hertaald: de koning van het Zuiden De Saracenen, die als eersten het Romeinse rijk geweld aangedaan hebben. Anderen betrekken het op Ptolemeüs Filometor, de koning van Egypte.

met hoornen stoten; Gelijk de stieren, bokken en andere gehoornde beesten doen. Vergelijk Dan. 8:6-7 . De zin is: Hij zal een harden krijg tegen hem voeren.

Hertaald: met hoornen stoten; Zoals stieren, bokken en andere gehoornde dieren doen. Vergelijk Dan. 8:6-7. De betekenis is: hij zal een harde oorlog tegen hem voeren.

de koning van het Noorden Sommigen verstaan hier den Turk, die het Saraceense rijk onder zich gebracht hebbende, met nog veel meerder geweld op het Romeinse rijk aangevallen is. Anderen duiden het op Antiochus Epifanes.

Hertaald: de koning van het Noorden Sommigen verstaan hier de Turk, die het Saraceense rijk onderworpen had en met nog veel meer geweld het Romeinse rijk aangevallen heeft. Anderen betrekken het op Antiochus Epifanes.

tegen hem aanstormen, Dat is, als een stormwind op hem aankomen, of overkomen, of op hem aanlopen.

Hertaald: tegen hem aanstormen, Dat is: als een stormwind op hem afkomen, of op hem aanstormen.

overstromen Dat is, als met een watervloed haastiglijk wegspoelen.

Hertaald: overstromen Dat is: als met een watervloed haastig wegspoelen.

doortrekken Of, voorbijgaan, gelijk vs.10 en elders.

Hertaald: doortrekken Of: voorbijgaan, zoals vers 10 en elders.

Daniël 11 vers 41

in het land des sieraads, Of, in het sierlijke land; dat is, in het Joodse land, dat is, in de kerk Gods, door hetzelve afgebeeld. Zie de aantekening Dan. 8:9 . Dit voorzegt de engel den Joden tot hun best, opdat zij indachtig zijnde dat hun dit alles overkwam door Gods voorzienige regering, zich daarin des te beter zouden kunnen schikken; en desgelijks de kerk van het Nieuwe Testament in de vervolging van den Antichrist.

Hertaald: in het land des sieraads, Of: in het sierlijke land; dat is: in het Joodse land, dat is: in Gods kerk, die daardoor afgebeeld wordt. Zie de aantekening bij Dan. 8:9. De engel voorzegt dit de Joden tot hun bestwil, opdat zij zich er des te beter in zouden kunnen schikken wanneer zij eraan dachten dat dit alles hun door Gods voorzienige regering overkwam. Evenzo geldt dat voor de kerk van het Nieuwe Testament in de vervolging door de antichrist.

vele landen Zie hetgeen er volgt vs.42,43.

Hertaald: vele landen Zie wat volgt in vers 42 en 43.

zijn hand ontkomen, Dat is van Antiochus, gelijk sommigen dit nemen, niet verdorven worden, maar zij zullen van hem vriendelijk aangenomen worden, namelijk daarom, omdat zij vijanden van de Joden waren en hun telkens krijg aandeden. Sommigen verstaan dit van enige kerken van het Nieuwe Testament, die het geweld van den Antichrist zouden ontgaan, of hem niet onderworpen worden.

Hertaald: zijn hand ontkomen, Dat is: zij zullen door Antiochus niet verwoest worden, zoals sommigen dit opvatten, maar door hem vriendelijk ontvangen worden — namelijk omdat zij vijanden van de Joden waren en hun telkens oorlog aandeden. Sommigen verstaan dit van enkele kerken van het Nieuwe Testament die aan het geweld van de antichrist zouden ontkomen of niet aan hem onderworpen zouden worden.

de eerstelingen der kinderen Ammons Anders: de voornaamste. Hebreeuws, het beginsel van de kinderen van Ammon.

Hertaald: de eerstelingen der kinderen Ammons Anders: de voornaamsten. Hebreeuws: het begin van de kinderen van Ammon.

Daniël 11 vers 42

aan de landen leggen, Om die met geweld zich te onderwerpen.

Hertaald: aan de landen leggen, Om die met geweld aan zich te onderwerpen.

niet ontkomen Hebreeuws, het zal niet zijn ter ontkoming. De zin is: Het zal ook al zijn moedwil en wrevel onderworpen wezen, gelijk vs.43 breder volgt.

Hertaald: niet ontkomen Hebreeuws: het zal niet zijn tot ontkoming. De betekenis is: ook dat land zal aan zijn moedwil en wrevel onderworpen zijn, zoals in vers 43 uitvoeriger volgt.

Daniël 11 vers 43

die van Libyë, Hebreeuws, Lubbim en Cushim.

Hertaald: die van Libyë, Hebreeuws: Lubbim en Kusjim.

zullen in zijn gangen wezen Of, zullen zijne gangen vergezelschappen; doch naar de letter is het: Zullen in zijne gangen wezen; dat is, zij zullen hem ten dienste staan en alle gehoorzaamheid bewijzen. De manier van spreken is genomen van de slaven en dienstknechten, die achter of omtrent hunne heren gaan en staan, om bij alle gelegenheid op hun bevel te passen. Die volken hebben van allen kanten met Antiochus [op wien sommigen dit duiden] Egypte aangevallen, van hem met grote bezoldigingen daartoe gekocht zijnde, want daar tevoren hadden zij Ptolomeus Filometor hulp gedaan. Of, in zijne gangen; dat is, hij zal door derzelver land passeren, hij zal voorrgaan, of zijne voortgangen zullen zijn in zijne landen, waardoor sommigen Oost en West-Indië verstaan, omdat het kennelijk is dat de Moren eertijds wijd en breed in Oost-Indië geregeerd hebben, en ook van Afrika lichtelijk in Amerika tegenover liggende, hebben kunnen overtrekken.

Hertaald: zullen in zijn gangen wezen Of: zullen hem op zijn tochten vergezellen; maar naar de letter staat er: zullen in zijn gangen zijn, dat is: zij zullen hem ten dienste staan en hem in alles gehoorzamen. De manier van spreken is ontleend aan slaven en dienstknechten, die achter of naast hun heren lopen en staan om bij elke gelegenheid op hun bevel klaar te staan. Die volken hebben van alle kanten samen met Antiochus — op wie sommigen dit betrekken — Egypte aangevallen, doordat hij hen met grote betalingen daartoe gekocht had; want daarvóór hadden zij Ptolemeüs Filometor juist geholpen. Of: in zijn gangen, dat is: hij zal door hun land trekken; of: zijn tochten zullen door hun landen gaan, waaronder sommigen Oost- en West-Indië verstaan, omdat het bekend is dat de Moren vroeger wijd en zijd in Oost-Indië geregeerd hebben en ook gemakkelijk van Afrika naar het daartegenover liggende Amerika hebben kunnen oversteken.

Daniël 11 vers 44

de geruchten van het Oosten De vervulling dezer zaak zal van God te zijner tijd worden geopenbaard. Sommigen duiden het op Antiochus Epifanes als een voorbeeld van den Antichrist. Doch velen verstaan het eigenlijk van den Antichrist.

Hertaald: de geruchten van het Oosten De vervulling hiervan zal God te zijner tijd openbaren. Sommigen betrekken het op Antiochus Epifanes als een voorafbeelding van de antichrist. Maar velen verstaan het eigenlijk van de antichrist.

verbannen Zie de aantekening Deut. 2:34 .

Hertaald: verbannen Zie de aantekening bij Deut. 2:34.

Daniël 11 vers 45

hij zal de tenten De zin is: Als hij bezig zal zijn om het volk Gods uit te roeien, zo zal zijn ondergang komen, en niemand zal hem kunnen redden, maar hij zal een ellendig einde hebben.

Hertaald: hij zal de tenten De betekenis is: wanneer hij bezig zal zijn Gods volk uit te roeien, zal zijn ondergang komen; en niemand zal hem kunnen redden, maar hij zal een ellendig einde hebben.

zijn paleis planten Dat is, van zijn hof. Doch sommigen duiden dit op het afgodisch efodstuig van den Antichrist. Vergelijk Richt. 17:5 , enz. en Hos. 3:4 , met de aantekening. Verstaande zijn afgodische geestelijkheid en onreine afgoderij, waarvan Antiochus met zijn heidense afgoderij een voorbeeld was.

Hertaald: zijn paleis planten Dat is: van zijn hof. Maar sommigen betrekken dit op het afgodische efodgerei van de antichrist. Vergelijk Richt. 17:5, enzovoort, en Hos. 3:4 met de aantekening, waarbij zij zijn afgodische geestelijkheid en onreine afgoderij verstaan, waarvan Antiochus met zijn heidense afgoderij een voorafbeelding was.

aan den berg des heiligen sieraads; Of, op den berg, of tegen den berg, te weten den berg Zion, dat is Gods kerk.

Hertaald: aan den berg des heiligen sieraads; Of: op de berg, of tegen de berg, namelijk de berg Sion, dat is: Gods kerk.

tot zijn einde komen, Te weten tot het einde van zijn staat, dat over hem van God bestemd is.

Hertaald: tot zijn einde komen, Namelijk tot het einde van zijn bestaan, dat door God voor hem bepaald is.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Darius (de Meder)  — (Perzisch-Meedse koningsnaam: die het goede bezit)

De Meder, die het koninkrijk van de Chaldeen ontving na Belsazars dood, tweeënzestig jaar oud. Hij stelde Daniël aan tot een van de drie hoogste vorsten, maar werd door jaloerse ambtgenoten misleid tot een verbod op gebed, waardoor Daniël in de leeuwenkuil geworpen werd; toen Daniël ongedeerd bleek, liet Darius zijn belagers zelf in de kuil werpen en eerde hij de God van Daniël in het gehele rijk (Dan. 6).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Geschiedenis vooraf verteld  — een lang gezicht dat de opvolging van koningen beschrijft, en hoever het register daarin met namen meegaat (Dan. 11:1-35)

Het gezicht begint met een aankondiging: "er zullen nog drie koningen in Perzie staan, en de vierde zal verrijkt worden met grote rijkdom" (Dan. 11:2). Dan komt "een geweldig koning", wiens rijk na hem gebroken en verdeeld wordt, "maar niet aan zijn nakomelingen" (Dan. 11:3-4). Er volgt een lange reeks van koningen van het noorden en het zuiden die tegen elkaar optrekken, met huwelijken, verbonden en oorlogen (Dan. 11:5-20). Dan komt er "een verachte", die "in stilheid" en "door vleierijen" aan de macht komt (Dan. 11:21). Hij ontheiligt het heiligdom en neemt het gedurig offer weg (Dan. 11:31, reeds behandeld bij Dan. 8:11). Leraars van het volk houden tegen hem stand, sommigen tot de dood toe, "om hen te louteren en te reinigen, en wit te maken, tot den tijd van het einde toe" (Dan. 11:35).

Bijbelse betekenis: Merk op hoe gedetailleerd dit gezicht is: koningen, huwelijken, veldslagen, jaartallen die zich met de geschiedenis laten vergelijken. Juist die nauwkeurigheid maakt duidelijk waarom het register hier geen namen invult: wat één keer als profetie gegeven is, hoort de lezer als profetie te lezen en niet als een geschiedenisboek waar de namen alvast bij staan. Wie hier iets van Perzische en Griekse koningen wil herkennen, kan dat bij een geschiedenisbron doen; het register beschrijft wat de tekst zegt. Let vervolgens op de herhaalde middelen van deze macht: stilte en vleierij, geen open oorlog maar bedrog dat van binnenuit werkt. Let ten slotte op Dan. 11:35: het lijden van de leraars heeft een doel — louteren, reinigen, wit maken — en een grens: tot de bestemde tijd. Lijden dat een doel en een einde heeft, is geen doelloos lijden.

Typologie: Wat hier over het gedurig offer en de verwoestende gruwel gezegd wordt, is hetzelfde als bij Dan. 8:11-13 (reeds behandeld) en wordt door de Heere Jezus opnieuw aangehaald (reeds behandeld bij Matt. 24:15). De loutering van de leraars staat naast wat Paulus van de verzoeking zegt: God laat niet toe boven vermogen, maar geeft met de verzoeking ook de uitkomst (1 Kor. 10:13).

Dan. 11:2-4,21,31,35; Dan. 8:11-13; Matt. 24:15; 1 Kor. 10:13

De koning die zich boven alle god verheft  — een macht die geen God meer erkent dan zichzelf, en de grens die er toch aan gesteld is (Dan. 11:36-39)

"Die koning zal doen naar zijn welgevallen, en hij zal zichzelven verheffen, en groot maken boven allen God, en hij zal tegen den God der goden wonderlijke dingen spreken" (Dan. 11:36). In datzelfde vers staat een grens: "hij zal voorspoedig zijn, totdat de gramschap voleind zij, want het is vastelijk besloten, het zal geschieden." Hij eert geen god van zijn vaderen, "maar hij zal zich boven alles groot maken" (Dan. 11:37), en in plaats daarvan een andere god: "hij zal den god Mauzzim in zijn standplaats eren" (Dan. 11:38), letterlijk de god der vestingen — macht zelf wordt zijn godsdienst.

Bijbelse betekenis: Merk op de twee richtingen waarin deze koning beweegt. Hij verwerpt elke god boven hem, en tegelijk aanbidt hij iets: sterkte, vestingen, macht als zodanig. Wie geen god boven zich erkent, vindt altijd een andere god onder zich. Let vervolgens op het woordje totdat in Dan. 11:36. Zijn voorspoed heeft een grens die vastligt, ook al lijkt hij oppermachtig; de tekst zegt uitdrukkelijk dat het besloten is. Let ten slotte op wat het register hier niet doet: over de identiteit van deze koning, evenals over die van Dan. 7 en 8, wordt geen naam ingevuld en geen tijdstip aangewezen.

Typologie: Paulus tekent in bijna dezelfde woorden "de mens der zonde", die zich verheft "boven al wat God genaamd, of als God geeerd wordt" (2 Thess. 2:3-4, reeds behandeld). Beide teksten laten de tijd van vervulling aan God over.

Dan. 11:36-39; 2 Thess. 2:3-4

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het beloofde Zaad niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst uitwerking

De begeerte der vrouwen — 11:36-39

Daniël 11 is het uitvoerigste profetische hoofdstuk van het Oude Testament. Het beschrijft de koningen van het noorden en het zuiden met een nauwkeurigheid die ongelovige uitleggers ertoe gebracht heeft het boek eeuwen later te dateren dan het zelf aangeeft. Aan het eind springt het vooruit naar een laatste tegenstander.

Van die laatste tegenstander wordt gezegd dat hij nergens acht op geeft. Ook niet op wat de Statenvertaling de begeerte der vrouwen noemt.

Het gedeelte tekent iemand die zich boven alles groot maakt. Hij spreekt wonderlijke dingen tegen de God der goden, hij geeft geen acht op de goden van zijn vaderen, en hij eert een god van vestingen die zijn vaderen niet gekend hebben. Alles wat gezag over hem zou kunnen hebben, schuift hij opzij.

Midden in die opsomming staat een uitdrukking die de aandacht trekt. Er staat dat hij geen acht geeft op de goden van zijn vaderen, noch op de begeerte der vrouwen. Dat laatste is een merkwaardige zinsnede in een rij die verder over goden gaat.

Er zijn uitleggers die daar iets in horen dat men gemakkelijk over het hoofd ziet. Zij lezen het als een verwijzing naar Christus: het beloofde Zaad van de vrouw, geboren uit een maagd. En zij verbinden het aan een hoop die in Daniëls dagen bij iedere gelovige vrouw kon leven. Namelijk dat zij misschien de uitverkoren vrouw zou zijn die de Messias baren mocht. Voor mensen die na de eerste komst leven klinkt zoiets vreemd, maar voor wie ervóór leefde was het een natuurlijke verwachting.

Dat de Schrift die verwachting kent, staat vast. De allereerste belofte gaat over het zaad van de vrouw. Eva zelf lijkt bij de geboorte van haar oudste te hebben gedacht dat het al zover was: ik heb een man van de HEERE verkregen. Het duurde niet lang voordat zij inzag dat Kaïn dat niet was. En bij Jesaja krijgt de verwachting haar scherpste vorm: de maagd zal zwanger worden en een Zoon baren.

De lezing van dit vers is en blijft een vermoeden, en zij wordt hier ook zo gegeven. Anderen verstaan onder de begeerte der vrouwen een afgod die vooral door vrouwen vereerd werd. En weer anderen lezen er eenvoudig in dat deze man ook aan het huwelijk en de gewone genegenheid voorbijgaat.

Wat er hoe dan ook overblijft is dit: van de laatste tegenstander wordt gezegd dat hij niets boven zich duldt, en dat hij zich groot maakt boven alles. Paulus tekent dezelfde man en gebruikt bijna dezelfde woorden — hij verheft zich boven al wat God genaamd wordt, en zet zich in de tempel Gods als een god. En Johannes zegt waaraan men zulke geesten kent: elke geest die niet belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God niet. Wie de vleeswording ontkent, ontkent precies datgene waar de verwachting van de vrouwen op uitliep.

  1. Genesis 3:15 — De eerste belofte gaat over het zaad van de vrouw.
  2. Genesis 4:1 — Eva meende bij haar oudste al: ik heb een man van de HEERE verkregen.
  3. Jesaja 7:14 — De verwachting krijgt haar scherpste vorm: de maagd zal een Zoon baren.
  4. Daniël 11:37 — De laatste tegenstander geeft op niets acht, ook niet op de begeerte der vrouwen.
  5. 2 Thessalonicenzen 2:3-4 — Paulus tekent dezelfde man: hij verheft zich boven al wat God genaamd wordt.
  6. 1 Johannes 4:2-3 — Wie niet belijdt dat Jezus Christus in het vlees gekomen is, is uit God niet.

In het Nieuwe Testament: 2 Thessalonicenzen 2:3-4; 1 Johannes 4:2-3; Genesis 3:15; Jesaja 7:14; Galaten 4:4

Hoever dit reikt: Dit is een mogelijke toepassing en niet meer, en de post geeft haar ook zo. De uitdrukking de begeerte der vrouwen wordt op verschillende manieren verklaard: als een verwijzing naar de verwachte Messias, als de naam van een afgod die vooral door vrouwen vereerd werd, of eenvoudig als het huwelijk en de menselijke genegenheid. Het Nieuwe Testament haalt dit vers niet aan en beslist de vraag niet. Wat wel vaststaat is de verwachting zelf, die vanaf Genesis 3:15 door de Schrift loopt.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Daniël 11

Daniël 11:32-33.KruisverwijzingenZacharia 9:13Micha 5:7Mattheüs 24:9Maleachi 2:7Johannes 16:2Spreuken 19:5Johannes 17:3Zacharia 12:3
— En die goddelooslijk handelen tegen het verbond, zal hij doen huichelen door vleierijen; maar het volk, die hun God kennen, zullen zij grijpen, en zullen het doen. En de leraars des volks zullen er velen onderwijzen, en zij zullen vallen door het zwaard en door vlam, door gevangenis en door beroving, vele dagen.
“En die goddelooslijk handelen tegen het verbond, zal hij doen huichelen door vleierijen; maar het volk, die hun God kennen, zullen zij grijpen, en zullen het doen.”

In de Schrift wordt voortdurend van de gelovigen gesproken als van mensen die verlicht zijn en van de HEERE geleerd. Zij worden niet in het donker gehouden opdat zij zouden geloven, maar juist in het licht van God gezet opdat zij geloven zouden. Kennis moet het voedsel van het geloof zijn.

Is de kennis onder God de Heilige Geest werkelijk het voedsel van het geloof, dan moeten wij, om sterk te zijn, veel kennis van de dingen van God verkrijgen. Want het geloof is de zenuw van de kracht van een mens. Het volk dat zijn God kent, zal sterk zijn in het geloof en grote daden doen.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Ter overdenking

Denk eens aan de invloed van het geloof op alle andere genadegaven van God. De liefde is de zoetste van alle; maar hoe kan ik liefhebben voordat de kennis mij een blik op Christus geeft? De kennis opent de deur, en door die deur zie ik mijn Zaligmaker. Ik kan geen Christus liefhebben Die ik niet ken, althans niet in enige mate. En weet ik niets van de voortreffelijkheden van Christus — wat Hij voor mij gedaan heeft en wat Hij nu doet — dan kan ik Hem niet liefhebben. Bij Christus is kennen liefhebben, en hoe meer ik ken, hoe meer ik zal liefhebben. En dan is er de hoop. Hoe kan ik op iets hopen als ik niet weet dat het bestaat? De hoop mag de verrekijker zijn, maar zolang ik geen kennis heb, staat er iets vóór het glas en zie ik hoegenaamd niets. De kennis neemt de belemmering weg, en dan kan ik door het glas de heerlijkheid zien die geopenbaard zal worden. Maar ik kan niet hopen op wat ik niet ken. Ik moet weten dat er een hemel is, of ik kan er niet op hopen.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content