Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Daniël 1

1 In het derde jaar des koninkrijks van Jojakim, den koning van Juda, kwam Nebukadnezar, de koning van Babel, te Jeruzalem, en belegerde haar.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 In het derdeH7969 jaarH8141 des koninkrijksH4438 van JojakimH3079, den koningH4428 van JudaH3063, kwamH935 NebukadnezarH5019, de koningH4428 van BabelH894, te JeruzalemH3389, en belegerdeH6696 haar. In het derde jaar des koninkrijks van Jojakim, den koning van Juda, kwam Nebukadnezar, de koning van Babel, te Jeruzalem, en belegerde haar.

KJV In the third2 year1 of the reign3 of Jehoiakim4 king5 of Judah6 came7 Nebuchadnezzar8 king9 of Babylon10 unto Jerusalem,11 and besieged

1 בִּשְׁנַ֣ת H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 2 שָׁל֔וֹשׁ H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 3 לְמַלְכ֖וּת H4438 koninkrijk, koninkrijks, koninklijke empire, kingdom, realm, reign, royal 4 יְהוֹיָקִ֣ים H3079 Jojakim, Jojakims, jojakim Jehoiakim. Compare H3113 (יוֹיָקִים) 5 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 6 יְהוּדָ֑ה H3063 Juda Judah 7 בָּ֣א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 8 נְבוּכַדְנֶאצַּ֧ר H5019 Nebukadnezar, Nebukadrezar Nebuchadnezzar, Nebuchadrezzar 9 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 10 בָּבֶ֛ל H894 Babel, Babels, Babylonie Babel, Babylon 11 יְרוּשָׁלִַ֖ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 12 וַיָּ֥צַר H6696 belegeren, belegerde, belegerden adversary, assault, beset, besiege, bind (up), cast, distress, fashion, fortify, inclose, lay siege, put up in bags 13 עָלֶֽיהָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En de HEERE gaf Jojakim, den koning van Juda, in zijn hand, en een deel der vaten van het huis Gods; en hij bracht ze in het land van Sinear, in het huis zijns gods; en de vaten bracht hij in het schathuis zijns gods.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En de HEEREH136 gafH5414 JojakimH3079, den koningH4428 van JudaH3063, in zijn handH3027, en een deelH7117 der vatenH3627 van het huisH1004 GodsH430; en hij brachtH935 ze in het landH776 van SinearH8152, in het huisH1004 zijns godsH430; en de vatenH3627 brachtH935 hij in het schathuisH214 zijns godsH430. En de HEERE gaf Jojakim, den koning van Juda, in zijn hand, en een deel der vaten van het huis Gods; en hij bracht ze in het land van Sinear, in het huis zijns gods; en de vaten bracht hij in het schathuis zijns gods.

KJV And the Lord2 gave1 Jehoiakim5 king6 of Judah7 into his hand,3 with part8 of the vessels9 of the house10 of God:11 which he carried12 into the land13 of Shinar14 to the house15 of his god;16 and he brought19 the vessels18 into the treasure21 house20 of his god.

1 וַיִּתֵּן֩ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 אֲדֹנָ֨י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 3 בְּיָד֜וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 יְהוֹיָקִ֣ים H3079 Jojakim, Jojakims, jojakim Jehoiakim. Compare H3113 (יוֹיָקִים) 6 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 7 יְהוּדָ֗ה H3063 Juda Judah 8 וּמִקְצָת֙ H7117 einde, deel end, part, [idiom] some 9 כְּלֵ֣י H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 10 בֵית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 11 הָֽאֱלֹהִ֔ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 12 וַיְבִיאֵ֥ם H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 13 אֶֽרֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 14 שִׁנְעָ֖ר H8152 Sinear, Babylonisch Shinar 15 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 16 אֱלֹהָ֑יו H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 17 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 18 הַכֵּלִ֣ים H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 19 הֵבִ֔יא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 20 בֵּ֖ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 21 אוֹצַ֥ר H214 schatten, schat, schatkameren armory, cellar, garner, store(-house), treasure(-house) (-y) 22 אֱלֹהָֽיו H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En de koning zeide tot Aspenaz, den overste zijner kamerlingen, dat hij voorbrengen zou enigen uit de kinderen Israels, te weten, uit het koninklijk zaad, en uit de prinsen;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En de koningH4428 zeideH559 tot AspenazH828, den oversteH7227 zijner kamerlingenH5631, dat hij voorbrengenH935 zou enigen uit de kinderenH1121 IsraelsH3478, te weten, uit het koninklijkH4410 zaadH2233, en uitH4480 de prinsenH6579; En de koning zeide tot Aspenaz, den overste zijner kamerlingen, dat hij voorbrengen zou enigen uit de kinderen Israels, te weten, uit het koninklijk zaad, en uit de prinsen;

KJV And the king2 spake1 unto Ashpenaz3 the master4 of his eunuchs,5 that he should bring6 certain of the children7 of Israel,8 and of the king's10 seed,9 and of the princes;

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 הַמֶּ֔לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 3 לְאַשְׁפְּנַ֖ז H828 Aspenaz Ashpenaz 4 רַ֣ב H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 5 סָרִיסָ֑יו H5631 kamerlingen, hovelingen, kamerling chamberlain, eunuch, officer. Compare H7249 (רַב־סָרִיס) 6 לְהָבִ֞יא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 7 מִבְּנֵ֧י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 יִשְׂרָאֵ֛ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 9 וּמִזֶּ֥רַע H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 10 הַמְּלוּכָ֖ה H4410 koninkrijk, koninklijk, koninkrijks kingsom, king's, [idiom] royal 11 וּמִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 12 הַֽפַּרְתְּמִֽים H6579 grootste heren, prinsen (most) noble, prince
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Jongelingen, aan dewelke geen gebrek ware, maar schoon van aangezicht, en vernuftig in alle wijsheid, en ervaren in wetenschap, en kloek van verstand, en in dewelke bekwaamheid ware, om te staan in des konings paleis; en dat men hen onderwees in de boeken en spraak der Chaldeen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 JongelingenH3206, aan dewelkeH834 geenH369 gebrekH3971 ware, maar schoonH2896 van aangezichtH4758, en vernuftigH7919 in alleH3605 wijsheidH2451, en ervarenH3045 in wetenschapH1847, en kloekH995 van verstandH4093, en in dewelkeH834 bekwaamheidH3581 ware, om te staanH5975 in des koningsH4428 paleisH1964; en dat men hen onderweesH3925 in de boekenH5612 en spraakH3956 der ChaldeenH3778. Jongelingen, aan dewelke geen gebrek ware, maar schoon van aangezicht, en vernuftig in alle wijsheid, en ervaren in wetenschap, en kloek van verstand, en in dewelke bekwaamheid ware, om te staan in des konings paleis; en dat men hen onderwees in de boeken en spraak der Chaldeen.

KJV Children1 in whom was no blemish,6 but well7 favoured,8 and skilful9 in all wisdom,11 and cunning12 in knowledge,13 and understanding14 science,15 and such as had ability17 in them to stand19 in the king's21 palace,20 and whom they might teach22 the learning23 and the tongue24 of the Chaldeans.

1 יְלָדִ֣ים H3206 kinderen, kind, jongelingen boy, child, fruit, son, young man (one) 2 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 אֵֽין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 4 בָּהֶ֣ם 5 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 מוּם֩ H3971 gebrek, schandvlek, gebreken blemish, blot, spot 7 וְטוֹבֵ֨י H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 8 מַרְאֶ֜ה H4758 gedaante, aanzien, gezicht [idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision 9 וּמַשְׂכִּילִ֣ים H7919 verstandelijk, verstandig, verstaan consider, expert, instruct, prosper, (deal) prudent(-ly), (give) skill(-ful), have good success, teach, (have, make to) understand(-ing), wisdom, (be, behave self, consider, make) wise(-ly), guide wittingly 10 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 חָכְמָ֗ה H2451 wijsheid, Wijsheid, wijs skilful, wisdom, wisely, wit 12 וְיֹ֤דְעֵי H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 13 דַ֨עַת֙ H1847 wetenschap, kennis, kennen cunning, (ig-) norantly, know(-ledge), (un-) awares (wittingly) 14 וּמְבִינֵ֣י H995 verstaan, verstandig, verstaat attend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man) 15 מַדָּ֔ע H4093 wetenschap, gedachten, verstand knowledge, science, thought 16 וַאֲשֶׁר֙ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 17 כֹּ֣חַ H3581 kracht, macht, vermogen ability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth 18 בָּהֶ֔ם 19 לַעֲמֹ֖ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 20 בְּהֵיכַ֣ל H1964 tempel, tempels, paleis palace, temple 21 הַמֶּ֑לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 22 וּֽלֲלַמְּדָ֥ם H3925 leren, geleerd, leert (un-) accustomed, [idiom] diligently, expert, instruct, learn, skilful, teach(-er, -ing) 23 סֵ֖פֶר H5612 boek, brieven, wetboek bill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll 24 וּלְשׁ֥וֹן H3956 tong, spraak, tongen [phrase] babbler, bay, [phrase] evil speaker, language, talker, tongue, wedge 25 כַּשְׂדִּֽים H3778 Chaldeen, Chaldea Chaldeans, Chaldees, inhabitants of Chaldea
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En de koning verordende hun, wat men ze dag bij dag geven zou van de stukken der spijs des konings, en van den wijn zijns dranks, en dat men hen drie jaren alzo optoog, en dat zij ten einde derzelve zouden staan voor het aangezicht des konings.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En de koningH4428 verordendeH4487 hun, wat men ze dagH3117 bij dagH3117 geven zou van de stukkenH1697 der spijsH6598 des koningsH4428, en van den wijnH3196 zijns dranksH4960, en dat men hen drieH7969 jarenH8141 alzo optoogH1431, en dat zij ten eindeH7117 derzelve zouden staanH5975 voor het aangezichtH6440 des koningsH4428. En de koning verordende hun, wat men ze dag bij dag geven zou van de stukken der spijs des konings, en van den wijn zijns dranks, en dat men hen drie jaren alzo optoog, en dat zij ten einde derzelve zouden staan voor het aangezicht des konings.

KJV And the king3 appointed1 them a daily5 provision4 of the king's9 meat,7 and of the wine10 which he drank:11 so nourishing12 them three14 years,13 that at the end15 thereof they might stand16 before17 the king.

1 וַיְמַן֩ H4487 tellen, beschikte, geteld appoint, count, number, prepare, set, tell 2 לָהֶ֨ם 3 הַמֶּ֜לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 4 דְּבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 5 י֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 6 בְּיוֹמ֗וֹ H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 7 מִפַּת H6598 spijs, spijze, stukken spijs portion (provision) of meat 8 בַּ֤ג H6598 spijs, spijze, stukken spijs portion (provision) of meat 9 הַמֶּ֨לֶךְ֙ H4428 koning, konings, koningen king, royal 10 וּמִיֵּ֣ין H3196 wijn, wijns, Wijn banqueting, wine, wine(-bibber) 11 מִשְׁתָּ֔יו H4960 maaltijd, maaltijden, bruiloft banquet, drank, drink, feast((-ed), -ing) 12 וּֽלְגַדְּלָ֖ם H1431 groot, groter, maakt advance, boast, bring up, exceed, excellent, be(-come, do, give, make, wax), great(-er, come to... estate, [phrase] things), grow(up), increase, lift up, magnify(-ifical), be much set by, nourish (up), pass, promote, proudly (spoken), tower 13 שָׁנִ֣ים H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 14 שָׁל֑וֹשׁ H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 15 וּמִ֨קְצָתָ֔ם H7117 einde, deel end, part, [idiom] some 16 יַֽעַמְד֖וּ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 17 לִפְנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 18 הַמֶּֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Onder dezelve nu waren uit de kinderen van Juda: Daniel, Hananja, Misael en Azarja.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Onder dezelve nu warenH1961 uit de kinderenH1121 van JudaH3063: DanielH1840, HananjaH2608, MisaelH4332 en AzarjaH5838. Onder dezelve nu waren uit de kinderen van Juda: Daniel, Hananja, Misael en Azarja.

KJV Now among these were of the children3 of Judah,4 Daniel,5 Hananiah,6 Mishael,7 and Azariah:

1 וַיְהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בָהֶ֖ם 3 מִבְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 יְהוּדָ֑ה H3063 Juda Judah 5 דָּנִיֵּ֣אל H1840 Daniel Daniel 6 חֲנַנְיָ֔ה H2608 Hananja Hananiah 7 מִֽישָׁאֵ֖ל H4332 Misael Mishael 8 וַעֲזַרְיָֽה H5838 Azaria, Azarja, Azarjahu Azariah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En de overste der kamerlingen gaf hun andere namen, en Daniel noemde hij Beltsazar, en Hananja Sadrach, en Misael Mesach, en Azarja Abed-nego.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En de oversteH8269 der kamerlingenH5631 gaf hun andere namenH8034, en DanielH1840 noemdeH7760 hij BeltsazarH1095, en HananjaH2608 SadrachH7714, en MisaelH4332 MesachH4335, en AzarjaH5838 Abed-negoH5664. En de overste der kamerlingen gaf hun andere namen, en Daniel noemde hij Beltsazar, en Hananja Sadrach, en Misael Mesach, en Azarja Abed-nego.

KJV Unto whom the prince3 of the eunuchs4 gave1 names:5 for he gave6 unto Daniel7 the name of Belteshazzar;8 and to Hananiah,9 of Shadrach;10 and to Mishael,11 of Meshach;12 and to Azariah,13 of Abednego.

1 וַיָּ֧שֶׂם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 2 לָהֶ֛ם 3 שַׂ֥ר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 4 הַסָּרִיסִ֖ים H5631 kamerlingen, hovelingen, kamerling chamberlain, eunuch, officer. Compare H7249 (רַב־סָרִיס) 5 שֵׁמ֑וֹת H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 6 וַיָּ֨שֶׂם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 7 לְדָֽנִיֵּ֜אל H1840 Daniel Daniel 8 בֵּ֣לְטְשַׁאצַּ֗ר H1095 Beltsazar Belteshazzar 9 וְלַֽחֲנַנְיָה֙ H2608 Hananja Hananiah 10 שַׁדְרַ֔ךְ H7714 Sadrach Shadrach 11 וּלְמִֽישָׁאֵ֣ל H4332 Misael Mishael 12 מֵישַׁ֔ךְ H4335 Mesach Meshak 13 וְלַעֲזַרְיָ֖ה H5838 Azaria, Azarja, Azarjahu Azariah 14 עֲבֵ֥ד H5664 Abed-nego Abed-nego 15 נְגֽוֹ H5664 Abed-nego Abed-nego
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Daniel nu nam voor in zijn hart, dat hij zich niet zou ontreinigen met de stukken van de spijs des konings, noch met den wijn zijns dranks; daarom verzocht hij van den overste der kamerlingen, dat hij zich niet mocht ontreinigen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 DanielH1840 nu namH7760 voor in zijn hartH3820, datH834 hij zich nietH3808 zou ontreinigenH1351 met de stukken van de spijsH6598 des koningsH4428, noch met den wijnH3196 zijns dranksH4960; daarom verzochtH1245 hij van den oversteH8269 der kamerlingenH5631, datH834 hij zich nietH3808 mocht ontreinigenH1351. Daniel nu nam voor in zijn hart, dat hij zich niet zou ontreinigen met de stukken van de spijs des konings, noch met den wijn zijns dranks; daarom verzocht hij van den overste der kamerlingen, dat hij zich niet mocht ontreinigen.

KJV But Daniel2 purposed1 in his heart4 that he would not defile7 himself with the portion8 of the king's9 meat, nor with the wine10 which he drank:11 therefore he requested12 of the prince13 of the eunuchs14 that he might not defile

1 וַיָּ֤שֶׂם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 2 דָּנִיֵּאל֙ H1840 Daniel Daniel 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 לִבּ֔וֹ H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 5 אֲשֶׁ֧ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 יִתְגָּאַ֛ל H1351 onreinen, ontreinigen, besmet defile, pollute, stain 8 בְּפַתְבַּ֥ג H6598 spijs, spijze, stukken spijs portion (provision) of meat 9 הַמֶּ֖לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 10 וּבְיֵ֣ין H3196 wijn, wijns, Wijn banqueting, wine, wine(-bibber) 11 מִשְׁתָּ֑יו H4960 maaltijd, maaltijden, bruiloft banquet, drank, drink, feast((-ed), -ing) 12 וַיְבַקֵּשׁ֙ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 13 מִשַּׂ֣ר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 14 הַסָּרִיסִ֔ים H5631 kamerlingen, hovelingen, kamerling chamberlain, eunuch, officer. Compare H7249 (רַב־סָרִיס) 15 אֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 16 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 17 יִתְגָּאָֽל H1351 onreinen, ontreinigen, besmet defile, pollute, stain
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En God gaf Daniel genade en barmhartigheid voor het aangezicht van den overste der kamerlingen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En GodH430 gafH5414 DanielH1840 genadeH2617 en barmhartigheidH7356 voor het aangezichtH6440 van den oversteH8269 der kamerlingenH5631. En God gaf Daniel genade en barmhartigheid voor het aangezicht van den overste der kamerlingen.

KJV Now God2 had brought1 Daniel4 into favour5 and tender love6 with7 the prince8 of the eunuchs.

1 וַיִּתֵּ֤ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 הָֽאֱלֹהִים֙ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 דָּ֣נִיֵּ֔אל H1840 Daniel Daniel 5 לְחֶ֖סֶד H2617 goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenheden favour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing 6 וּֽלְרַחֲמִ֑ים H7356 barmhartigheden, barmhartigheid, baarmoeder bowels, compassion, damsel, tender love, (great, tender) mercy, pity, womb 7 לִפְנֵ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 8 שַׂ֥ר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 9 הַסָּרִיסִֽים H5631 kamerlingen, hovelingen, kamerling chamberlain, eunuch, officer. Compare H7249 (רַב־סָרִיס)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Want de overste der kamerlingen zeide tot Daniel: Ik vreze mijn heer, den koning, die ulieder spijs, en ulieder drank verordend heeft; want waarom zou hij ulieder aangezichten droeviger zien, dan der jongelingen, die in gelijkheid met ulieden zijn? Alzo zoudt gij mijn hoofd bij den koning schuldig maken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Want de oversteH8269 der kamerlingenH5631 zeideH559 tot DanielH1840: IkH589 vrezeH3373 mijn heerH113, den koningH4428, dieH834 ulieder spijsH3978, en ulieder drankH4960 verordendH4487 heeft; want waaromH4100 zou hij ulieder aangezichtenH6440 droevigerH2196 zienH7200, danH4480 der jongelingenH3206, dieH834 in gelijkheidH1524 met ulieden zijn? Alzo zoudt gij mijn hoofdH7218 bij den koningH4428 schuldigH2325 maken. Want de overste der kamerlingen zeide tot Daniel: Ik vreze mijn heer, den koning, die ulieder spijs, en ulieder drank verordend heeft; want waarom zou hij ulieder aangezichten droeviger zien, dan der jongelingen, die in gelijkheid met ulieden zijn? Alzo zoudt gij mijn hoofd bij den koning schuldig maken.

KJV And the prince2 of the eunuchs3 said1 unto Daniel,4 I fear5 my lord8 the king,9 who hath appointed11 your meat13 and your drink:15 for why should he see18 your faces20 worse liking21 than the children23 which are of your sort?25 then shall ye make me endanger26 my head28 to the king.

1 וַיֹּ֜אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 שַׂ֤ר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 3 הַסָּרִיסִים֙ H5631 kamerlingen, hovelingen, kamerling chamberlain, eunuch, officer. Compare H7249 (רַב־סָרִיס) 4 לְדָ֣נִיֵּ֔אל H1840 Daniel Daniel 5 יָרֵ֤א H3373 vrezen, vreest, vrezende afraid, fear (-ful) 6 אֲנִי֙ H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 אֲדֹנִ֣י H113 heer, heren, Heere lord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-' 9 הַמֶּ֔לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 10 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 מִנָּ֔ה H4487 tellen, beschikte, geteld appoint, count, number, prepare, set, tell 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 מַאֲכַלְכֶ֖ם H3978 spijze, spijs, Spijze food, fruit, (bake-)meat(-s), victual 14 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 מִשְׁתֵּיכֶ֑ם H4960 maaltijd, maaltijden, bruiloft banquet, drank, drink, feast((-ed), -ing) 16 אֲשֶׁ֡ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 17 לָמָּה֩ H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 18 יִרְאֶ֨ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 19 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 פְּנֵיכֶ֜ם H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 21 זֹֽעֲפִ֗ים H2196 toornig, droeviger, ontsteld fret, sad, worse liking, be wroth 22 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 23 הַיְלָדִים֙ H3206 kinderen, kind, jongelingen boy, child, fruit, son, young man (one) 24 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 25 כְּגִֽילְכֶ֔ם H1524 verheuging, opspringens, blijdschap [idiom] exceedingly, gladness, [idiom] greatly, joy, rejoice(-ing), sort 26 וְחִיַּבְתֶּ֥ם H2325 schuldig make endanger 27 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 28 רֹאשִׁ֖י H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 29 לַמֶּֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Toen zeide Daniel tot Melzar, dien de overste der kamerlingen gesteld had over Daniel, Hananja, Misael en Azarja:
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Toen zeideH559 DanielH1840 totH413 MelzarH4453, dienH834 de oversteH8269 der kamerlingenH5631 gesteldH4487 had overH5921 DanielH1840, HananjaH2608, MisaelH4332 en AzarjaH5838: Toen zeide Daniel tot Melzar, dien de overste der kamerlingen gesteld had over Daniel, Hananja, Misael en Azarja:

KJV Then said1 Daniel2 to Melzar,4 whom the prince7 of the eunuchs8 had set6 over Daniel,10 Hananiah,11 Mishael,12 and Azariah,

1 וַיֹּ֥אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 דָּנִיֵּ֖אל H1840 Daniel Daniel 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 הַמֶּלְצַ֑ר H4453 Melzar Melzar 5 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 מִנָּה֙ H4487 tellen, beschikte, geteld appoint, count, number, prepare, set, tell 7 שַׂ֣ר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 8 הַסָּֽרִיסִ֔ים H5631 kamerlingen, hovelingen, kamerling chamberlain, eunuch, officer. Compare H7249 (רַב־סָרִיס) 9 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 דָּנִיֵּ֣אל H1840 Daniel Daniel 11 חֲנַנְיָ֔ה H2608 Hananja Hananiah 12 מִֽישָׁאֵ֖ל H4332 Misael Mishael 13 וַעֲזַרְיָֽה H5838 Azaria, Azarja, Azarjahu Azariah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Beproef toch uw knechten tien dagen lang, en men geve ons van het gezaaide te eten, en water te drinken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 BeproefH5254 tochH4994 uw knechtenH5650 tienH6235 dagenH3117 lang, en men geveH5414 ons vanH4480 het gezaaideH2235 te etenH398, en waterH4325 te drinkenH8354. Beproef toch uw knechten tien dagen lang, en men geve ons van het gezaaide te eten, en water te drinken.

KJV Prove1 thy servants,4 I beseech thee, ten6 days;5 and let them give7 us pulse10 to eat,11 and water12 to drink.

1 נַס H5254 verzocht, verzoeken, verzochten adventure, assay, prove, tempt, try 2 נָ֥א H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 עֲבָדֶ֖יךָ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 5 יָמִ֣ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 6 עֲשָׂרָ֑ה H6235 tien, tienen, tienmaal ten, (fif-, seven-) teen 7 וְיִתְּנוּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 8 לָ֜נוּ 9 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 10 הַזֵּרֹעִ֛ים H2235 gezaaide pulse 11 וְנֹאכְלָ֖ה H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 12 וּמַ֥יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 13 וְנִשְׁתֶּֽה H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En men zie voor uw aangezicht onze gedaanten, en de gedaante der jongelingen, die de stukken van de spijs des konings eten; en doe met uw knechten, naar dat gij zien zult.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En men zieH7200 voor uw aangezichtH6440 onze gedaantenH4758, en de gedaanteH4758 der jongelingenH3206, die de stukken van de spijsH6598 des koningsH4428 etenH398; en doeH6213 metH5973 uw knechtenH5650, naar datH834 gij zienH7200 zult. En men zie voor uw aangezicht onze gedaanten, en de gedaante der jongelingen, die de stukken van de spijs des konings eten; en doe met uw knechten, naar dat gij zien zult.

KJV Then let our countenances3 be looked upon1 before2 thee, and the countenance4 of the children5 that eat6 of the portion8 of the king's9 meat: and as thou seest,11 deal12 with thy servants.

1 וְיֵרָא֤וּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 לְפָנֶ֨יךָ֙ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 3 מַרְאֵ֔ינוּ H4758 gedaante, aanzien, gezicht [idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision 4 וּמַרְאֵה֙ H4758 gedaante, aanzien, gezicht [idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision 5 הַיְלָדִ֔ים H3206 kinderen, kind, jongelingen boy, child, fruit, son, young man (one) 6 הָאֹ֣כְלִ֔ים H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 7 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 פַּתְבַּ֣ג H6598 spijs, spijze, stukken spijs portion (provision) of meat 9 הַמֶּ֑לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 10 וְכַאֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 תִּרְאֵ֔ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 12 עֲשֵׂ֖ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 13 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 14 עֲבָדֶֽיךָ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Toen hoorde hij hen in deze zaak, en hij beproefde ze tien dagen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Toen hoordeH8085 hij hen in dezeH2088 zaakH1697, en hij beproefdeH5254 ze tienH6235 dagenH3117. Toen hoorde hij hen in deze zaak, en hij beproefde ze tien dagen.

KJV So he consented1 to them in this matter,3 and proved5 them ten7 days.

1 וַיִּשְׁמַ֥ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 2 לָהֶ֖ם 3 לַדָּבָ֣ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 4 הַזֶּ֑ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 5 וַיְנַסֵּ֖ם H5254 verzocht, verzoeken, verzochten adventure, assay, prove, tempt, try 6 יָמִ֥ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 7 עֲשָׂרָֽה H6235 tien, tienen, tienmaal ten, (fif-, seven-) teen
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Ten einde nu der tien dagen, zag men dat hun gedaanten schoner waren, en zij vetter waren van vlees dan al de jongelingen, die de stukken van de spijze des konings aten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Ten eindeH7117 nu der tienH6235 dagenH3117, zagH7200 men dat hun gedaantenH4758 schonerH2896 waren, en zij vetterH1277 waren van vleesH1320 danH4480 alH3605 de jongelingenH3206, die de stukken van de spijzeH6598 des koningsH4428 atenH398. Ten einde nu der tien dagen, zag men dat hun gedaanten schoner waren, en zij vetter waren van vlees dan al de jongelingen, die de stukken van de spijze des konings aten.

KJV And at the end1 of ten3 days2 their countenances5 appeared4 fairer6 and fatter7 in flesh8 than all the children11 which did eat12 the portion14 of the king's15 meat.

1 וּמִקְצָת֙ H7117 einde, deel end, part, [idiom] some 2 יָמִ֣ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 עֲשָׂרָ֔ה H6235 tien, tienen, tienmaal ten, (fif-, seven-) teen 4 נִרְאָ֤ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 5 מַרְאֵיהֶם֙ H4758 gedaante, aanzien, gezicht [idiom] apparently, appearance(-reth), [idiom] as soon as beautiful(-ly), countenance, fair, favoured, form, goodly, to look (up) on (to), look(-eth), pattern, to see, seem, sight, visage, vision 6 ט֔וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 7 וּבְרִיאֵ֖י H1277 vet, vette, fris fat ((fleshed), -ter), fed, firm, plenteous, rank 8 בָּשָׂ֑ר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 9 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 10 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 הַיְלָדִ֔ים H3206 kinderen, kind, jongelingen boy, child, fruit, son, young man (one) 12 הָאֹ֣כְלִ֔ים H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 13 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 פַּתְבַּ֥ג H6598 spijs, spijze, stukken spijs portion (provision) of meat 15 הַמֶּֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Toen geschiedde het, dat Melzar de stukken hunner spijs wegnam, mitsgaders den wijn huns dranks, en hij gaf hun van het gezaaide.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Toen geschieddeH1961 het, dat MelzarH4453 de stukken hunner spijsH6598 wegnamH5375, mitsgaders den wijnH3196 huns dranksH4960, en hij gafH5414 hun van het gezaaideH2235. Toen geschiedde het, dat Melzar de stukken hunner spijs wegnam, mitsgaders den wijn huns dranks, en hij gaf hun van het gezaaide.

KJV Thus Melzar2 took away3 the portion of their meat,5 and the wine6 that they should drink;7 and gave8 them pulse.

1 וַיְהִ֣י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 הַמֶּלְצַ֗ר H4453 Melzar Melzar 3 נֹשֵׂא֙ H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 פַּתְבָּגָ֔ם H6598 spijs, spijze, stukken spijs portion (provision) of meat 6 וְיֵ֖ין H3196 wijn, wijns, Wijn banqueting, wine, wine(-bibber) 7 מִשְׁתֵּיהֶ֑ם H4960 maaltijd, maaltijden, bruiloft banquet, drank, drink, feast((-ed), -ing) 8 וְנֹתֵ֥ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 9 לָהֶ֖ם 10 זֵרְעֹנִֽים H2235 gezaaide pulse
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Aan deze vier jongelingen nu gaf God wetenschap en verstand in alle boeken, en wijsheid; maar Daniel gaf Hij verstand in allerlei gezichten en dromen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Aan dezeH428 vierH702 jongelingenH3206 nu gafH5414 GodH430 wetenschapH4093 en verstand in alleH3605 boekenH5612, en wijsheidH2451; maar DanielH1840 gaf Hij verstand in allerleiH3605 gezichtenH2377 en dromenH2472. Aan deze vier jongelingen nu gaf God wetenschap en verstand in alle boeken, en wijsheid; maar Daniel gaf Hij verstand in allerlei gezichten en dromen.

Ook in dit vers verstandH995 verstandH7919

KJV As for these four3 children,1 God6 gave4 them knowledge7 and skill8 in all learning10 and wisdom:11 and Daniel12 had understanding13 in all visions15 and dreams.

1 וְהַיְלָדִ֤ים H3206 kinderen, kind, jongelingen boy, child, fruit, son, young man (one) 2 הָאֵ֨לֶּה֙ H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 3 אַרְבַּעְתָּ֔ם H702 vier, vierhonderd, veertien four 4 נָתַ֨ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 5 לָהֶ֧ם 6 הָֽאֱלֹהִ֛ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 7 מַדָּ֥ע H4093 wetenschap, gedachten, verstand knowledge, science, thought 8 וְהַשְׂכֵּ֖ל H7919 verstandelijk, verstandig, verstaan consider, expert, instruct, prosper, (deal) prudent(-ly), (give) skill(-ful), have good success, teach, (have, make to) understand(-ing), wisdom, (be, behave self, consider, make) wise(-ly), guide wittingly 9 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 סֵ֣פֶר H5612 boek, brieven, wetboek bill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll 11 וְחָכְמָ֑ה H2451 wijsheid, Wijsheid, wijs skilful, wisdom, wisely, wit 12 וְדָנִיֵּ֣אל H1840 Daniel Daniel 13 הֵבִ֔ין H995 verstaan, verstandig, verstaat attend, consider, be cunning, diligently, direct, discern, eloquent, feel, inform, instruct, have intelligence, know, look well to, mark, perceive, be prudent, regard, (can) skill(-full), teach, think, (cause, make to, get, give, have) understand(-ing), view, (deal) wise(-ly, man) 14 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 חָז֖וֹן H2377 gezicht, gezichten, gezichts vision 16 וַחֲלֹמֽוֹת H2472 droom, dromen, drooms dream(-er)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Ten einde nu der dagen, waarvan de koning gezegd had, dat men hen zou inbrengen, zo bracht ze de overste der kamerlingen in voor het aangezicht van Nebukadnezar,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Ten eindeH7117 nu der dagenH3117, waarvan de koningH4428 gezegdH559 had, datH834 men hen zou inbrengenH935, zo brachtH935 ze de oversteH8269 der kamerlingenH5631 in voor het aangezichtH6440 van NebukadnezarH5019, Ten einde nu der dagen, waarvan de koning gezegd had, dat men hen zou inbrengen, zo bracht ze de overste der kamerlingen in voor het aangezicht van Nebukadnezar,

KJV Now at the end1 of the days2 that the king5 had said4 he should bring6 them in, then the prince8 of the eunuchs9 brought7 them in before10 Nebuchadnezzar.

1 וּלְמִקְצָת֙ H7117 einde, deel end, part, [idiom] some 2 הַיָּמִ֔ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 אָמַ֥ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 הַמֶּ֖לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 6 לַהֲבִיאָ֑ם H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 7 וַיְבִיאֵם֙ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 8 שַׂ֣ר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 9 הַסָּרִיסִ֔ים H5631 kamerlingen, hovelingen, kamerling chamberlain, eunuch, officer. Compare H7249 (רַב־סָרִיס) 10 לִפְנֵ֖י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 11 נְבֻכַדְנֶצַּֽר H5019 Nebukadnezar, Nebukadrezar Nebuchadnezzar, Nebuchadrezzar
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En de koning sprak met hen; doch er werd uit hen allen niemand gevonden, gelijk Daniel, Hananja, Misael en Azarja; en zij stonden voor het aangezicht des konings.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En de koningH4428 sprakH1696 metH854 hen; doch er werd uit hen allenH3605 niemand gevondenH4672, gelijk DanielH1840, HananjaH2608, MisaelH4332 en AzarjaH5838; en zij stondenH5975 voor het aangezichtH6440 des koningsH4428. En de koning sprak met hen; doch er werd uit hen allen niemand gevonden, gelijk Daniel, Hananja, Misael en Azarja; en zij stonden voor het aangezicht des konings.

KJV And the king3 communed1 with them; and among them all was found5 none like Daniel,7 Hananiah,8 Mishael,9 and Azariah:10 therefore stood11 they before12 the king.

1 וַיְדַבֵּ֣ר H1696 gesproken, sprak, spreken answer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work 2 אִתָּם֮ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 3 הַמֶּלֶךְ֒ H4428 koning, konings, koningen king, royal 4 וְלֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 נִמְצָא֙ H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 6 מִכֻּלָּ֔ם H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 כְּדָנִיֵּ֣אל H1840 Daniel Daniel 8 חֲנַנְיָ֔ה H2608 Hananja Hananiah 9 מִֽישָׁאֵ֖ל H4332 Misael Mishael 10 וַעֲזַרְיָ֑ה H5838 Azaria, Azarja, Azarjahu Azariah 11 וַיַּֽעַמְד֖וּ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 12 לִפְנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 13 הַמֶּֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En in alle zaken van verstandige wijsheid, die de koning hun afvroeg, zo vond hij hen tienmaal boven al de tovernaars en sterrekijkers, die in zijn ganse koninkrijk waren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En in alleH3605 zakenH1697 van verstandigeH998 wijsheidH2451, dieH834 de koningH4428 hun afvroegH1245, zo vondH4672 hij hen tienmaalH6235 bovenH5921 alH3605 de tovernaars en sterrekijkersH825, dieH834 in zijn ganseH3605 koninkrijkH4438 waren. En in alle zaken van verstandige wijsheid, die de koning hun afvroeg, zo vond hij hen tienmaal boven al de tovernaars en sterrekijkers, die in zijn ganse koninkrijk waren.

Ook in dit vers tovenaarsH2748

KJV And in all matters2 of wisdom3 and understanding,4 that the king8 enquired6 of them, he found9 them ten times10 better11 than all the magicians14 and astrologers15 that were in all his realm.

1 וְכֹ֗ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 2 דְּבַר֙ H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 חָכְמַ֣ת H2451 wijsheid, Wijsheid, wijs skilful, wisdom, wisely, wit 4 בִּינָ֔ה H998 verstand, verstands, Verstand knowledge, meaning, [idiom] perfectly, understanding, wisdom 5 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 בִּקֵּ֥שׁ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 7 מֵהֶ֖ם 8 הַמֶּ֑לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 9 וַֽיִּמְצָאֵ֞ם H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 10 עֶ֣שֶׂר H6235 tien, tienen, tienmaal ten, (fif-, seven-) teen 11 יָד֗וֹת H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 12 עַ֤ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 13 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 14 הַֽחַרְטֻמִּים֙ H2748 tovenaars magician 15 הָֽאַשָּׁפִ֔ים H825 sterrekijkers astrologer 16 אֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 17 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 18 מַלְכוּתֽוֹ H4438 koninkrijk, koninkrijks, koninklijke empire, kingdom, realm, reign, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 En Daniel bleef tot het eerste jaar van den koning Kores toe.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 En DanielH1840 bleef totH5704 het eersteH259 jaarH8141 van den koningH4428 KoresH3566 toe. En Daniel bleef tot het eerste jaar van den koning Kores toe.

KJV And Daniel2 continued even unto the first5 year4 of king7 Cyrus.

1 וַֽיְהִי֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 דָּֽנִיֵּ֔אל H1840 Daniel Daniel 3 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 4 שְׁנַ֥ת H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 5 אַחַ֖ת H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 6 לְכ֥וֹרֶשׁ H3566 Kores, Cores Cyrus 7 הַמֶּֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Daniël 1:1 2 Kronieken 36:5 2 Koningen 24:1 2 Koningen 24:13
Daniël 1:2 2 Kronieken 36:7 Zacharia 5:11 Genesis 11:2 Jesaja 42:24 Jeremia 51:44 Jeremia 27:19 Jesaja 11:11 Richteren 16:23
Daniël 1:3 Jesaja 39:7 2 Koningen 24:15 2 Koningen 20:17 Jeremia 41:1
Daniël 1:4 Handelingen 7:22 2 Samuël 14:25 Daniël 5:11 Leviticus 21:18 Leviticus 24:19 Spreuken 22:29 Daniël 2:20 Daniël 1:17
Daniël 1:5 Daniël 1:19 1 Samuël 16:22 Daniël 1:8 Genesis 41:46 1 Koningen 10:8 Lukas 21:36 Jeremia 15:19 Mattheüs 6:11
Daniël 1:6 Ezechiël 14:14 Ezechiël 14:20 Mattheüs 24:15 Daniël 2:17 Ezechiël 28:3 Markus 13:14
Daniël 1:7 Daniël 2:49 Daniël 5:12 Daniël 4:8 2 Koningen 23:34 2 Koningen 24:17 Daniël 1:3 Genesis 41:45 Daniël 1:10
Daniël 1:8 Hosea 9:3 Leviticus 11:45 Ezechiël 4:13 Psalmen 141:4 1 Korinthe 10:18 Psalmen 119:115 2 Korinthe 9:7 Ruth 1:17
Daniël 1:9 Spreuken 16:7 Psalmen 106:46 Genesis 39:21 1 Koningen 8:50 Nehemia 2:4 Psalmen 4:3 Handelingen 7:10 Genesis 32:28
Daniël 1:10 Spreuken 29:25 Mattheüs 6:16 Johannes 12:42
Daniël 1:12 Daniël 1:16 Romeinen 14:2 Deuteronomium 8:3 Genesis 1:29
Daniël 1:15 Exodus 23:25 Spreuken 10:22 Maleachi 2:2 2 Koningen 4:42 Mattheüs 4:4 Psalmen 37:16 Markus 6:41 Hagai 1:9
Daniël 1:16 Daniël 1:12
Daniël 1:17 Jakobus 1:5 1 Koningen 3:12 Daniël 2:23 Job 32:8 Daniël 2:21 Spreuken 2:6 Daniël 10:1 Kolossenzen 1:9
Daniël 1:18 Daniël 1:5
Daniël 1:19 Genesis 41:46 Daniël 1:5 Spreuken 22:29 Jeremia 15:19 1 Koningen 17:1
Daniël 1:20 1 Koningen 4:29 Daniël 2:13 Exodus 8:19 Job 19:3 Nehemia 4:12 Genesis 41:8 Exodus 8:7 Exodus 7:22
Daniël 1:21 Daniël 6:28 Daniël 10:1
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Daniël 1 vers 1

het derde jaar Te weten toen het derde jaar ten einde ging, en het vierde begon, toen Jojakim volstrekt koning wilde zijn, zich onttrekkende aan de gehoorzaamheid, die hij tevoren aan Nebukadnezar beloofd had, Jer. 25:1 . Anders, na het derde jaar. Vergelijk 2 Kon. 24:1 .

Hertaald: het derde jaar Namelijk toen het derde jaar ten einde liep en het vierde begon, toen Jojakim volstrekt koning wilde zijn en zich onttrok aan de gehoorzaamheid die hij tevoren aan Nebukadnezar beloofd had, Jer. 25:1. Anders: na het derde jaar. Vergelijk 2 Kon. 24:1.

Jójakim, Hij is geweest een zoon van Josia, den broeder van Zedekia, den laatsten koning van Juda.

Hertaald: Jójakim, Hij was een zoon van Josia en een broer van Zedekia, de laatste koning van Juda.

Nebukadnezar, Hij wordt door Jozefus en anderen genoemd Nebukadnezar de Grote, vanwege zijn groot koninkrijk en groot gebied. Zijn vader heette ook Nebukadnezar.

Hertaald: Nebukadnezar, Hij wordt door Josefus en anderen Nebukadnezar de Grote genoemd, vanwege zijn grote koninkrijk en uitgestrekte gebied. Zijn vader heette ook Nebukadnezar.

Babel, Zie Jes. 13:19 .

Hertaald: Babel, Zie Jes. 13:19.

te Jeruzalem, Of, voor, of naar Jeruzalem toe, te weten om de belegering te bereiden, doende in het vierde jaar hetgeen Jeremia voorzegd had, Jer 1 , enz.

Hertaald: te Jeruzalem, Of: voor Jeruzalem, of naar Jeruzalem toe, namelijk om de belegering voor te bereiden; daarmee deed hij in het vierde jaar wat Jeremia voorzegd had, Jer. 1, enzovoort.

Daniël 1 vers 2

een deel der vaten van het huis Gods; De rest werd door Gods beschikking in den tempel bewaard tot de wegvoering van den koning Jechonia, Jer. 27:18-20 . Ja, ook bleven er nog enige tot de verwoesting der stad toe.

Hertaald: een deel der vaten van het huis Gods; De rest werd door Gods beschikking in de tempel bewaard tot de wegvoering van koning Jechonia, Jer. 27:18-20. Ja, er bleven er zelfs enkele over tot de verwoesting van de stad toe.

bracht ze Te weten de vaten, die hij naar de wijze der heidenen, eerst zijnen afgod heeft aangeboden, en daarna in het schathuis weggelegd, gelijk volgt. Vergelijk 2 Kron. 36:7 . Anderszins is het waarachtig dat hij ook Jojakim met vele anderen gevankelijk gezonden heeft naar Babel. Zie het volgende, en onder Dan. 2:25 .

Hertaald: bracht ze Namelijk de vaten, die hij naar de gewoonte van de heidenen eerst aan zijn afgod heeft aangeboden en daarna in het schathuis heeft weggelegd, zoals volgt. Vergelijk 2 Kron. 36:7. Overigens is het waar dat hij ook Jojakim met veel anderen gevankelijk naar Babel gezonden heeft. Zie het vervolg, en Dan. 2:25.

in het land van Sinear, Anders: naar het land Sinear, het huis van zijn God. Van Sinear, zie Gen. 10:10 , en Gen. 11:2 .

Hertaald: in het land van Sinear, Anders: naar het land Sinear, het huis van zijn god. Over Sinear, zie Gen. 10:10 en Gen. 11:2.

in het schathuis Hetwelk binnen Babylonië was; zie 2 Kron. 36:7 .

Hertaald: in het schathuis Dat lag binnen Babylonië; zie 2 Kron. 36:7.

zijns gods Te weten van Bel, den groten afgod der Babyloniërs, der Assyriërs en der Perzen. Zie Jes. 46:1 , en Dan. 4:8 .

Hertaald: zijns gods Namelijk van Bel, de grote afgod van de Babyloniërs, de Assyriërs en de Perzen. Zie Jes. 46:1 en Dan. 4:8.

Daniël 1 vers 3

den overste Of, zijn groten hofmeester.

Hertaald: den overste Of: zijn opperhofmeester.

kamerlingen, Of, hovelingen, eigenlijk gesnedenen; zie Gen. 37:36 ; 2 Kon. 20:18 .

Hertaald: kamerlingen, Of: hovelingen, eigenlijk: gesnedenen; zie Gen. 37:36; 2 Kon. 20:18.

uit het koninklijk zaad, Hebreeuws, uit het zaad des rijks; dat is, uit, of van de jongelingen, die uit koninklijk zaad geboren waren; zie Jer. 39:7 ; Jer. 41:1 .

Hertaald: uit het koninklijk zaad, Hebreeuws: uit het zaad van het rijk; dat is: uit de jongemannen die uit koninklijk zaad geboren waren; zie Jer. 39:7; Jer. 41:1.

prinsen; Of, vorsten, of oversten. Eenigen onder de rabbijnen menen dat het woord Parthemin betekent de gouverneurs, wonende en regerende omtrent de rivier Perath, of Frat, (Eufraat). Anderen onder de Joden menen dat dit woord zoveel betekent als grote vorsten en heerschappers.

Hertaald: prinsen; Of: vorsten, of oversten. Sommige rabbijnen menen dat het woord parthemin de gouverneurs aanduidt die bij de rivier de Perath of Frat (de Eufraat) woonden en regeerden. Andere Joden menen dat dit woord zoveel betekent als grote vorsten en heersers.

Daniël 1 vers 4

geen gebrek ware, Te weten geen gebrek noch smet van het lichaam, maar volmaakt van lijf en van leden.

Hertaald: geen gebrek ware, Namelijk geen gebrek of smet aan het lichaam, maar volmaakt van lijf en leden.

schoon van aangezicht, Hebreeuws, goed van aanzien.

Hertaald: schoon van aangezicht, Hebreeuws: goed van aanzien.

vernuftig in alle wijsheid, Of, verstandig in alle wijsheid; niet dat zij toen ten tijde alle wijsheid, enz. moesten hebben, maar zij moesten van goeden aard en verstand wezen, om zulks mettertijd te kunnen begrijpen en leren.

Hertaald: vernuftig in alle wijsheid, Of: verstandig in alle wijsheid. Niet dat zij in die tijd al alle wijsheid moesten bezitten, maar zij moesten van goede aard en goed verstand zijn om dat mettertijd te kunnen begrijpen en leren.

in wetenschap, Of, in kennis. Hebreeuws, kenners der kennis.

Hertaald: in wetenschap, Of: in kennis. Hebreeuws: kenners van de kennis.

kloek van verstand, Hebreeuws, verstand hebbende [in] wetenschap.

Hertaald: kloek van verstand, Hebreeuws: verstand hebbend in wetenschap.

bekwaamheid ware, Hebreeuws, kracht; dat is, aard, vernuft, verstand.

Hertaald: bekwaamheid ware, Hebreeuws: kracht; dat is: aard, vernuft, verstand.

om te staan in des konings paleis; Dat is, om te dienen; zie Deut. 1:38 , en 1 Kon. 10:8 . Dit was van den profeet Jesaja voorzegd, Jes. 39:7 . Voor den koning staan kan hier ook verstaan worden, om voortreffelijke ambten in toekomende tijden te bedienen. Deze jongelingen liet de koning tot dit einde aldus opleiden, op hoop dat hij de Joden door hen, als zij tot hunne jaren zouden gekomen zijn, te beter in gehoorzaamheid zou kunnen houden.

Hertaald: om te staan in des konings paleis; Dat is: om te dienen; zie Deut. 1:38 en 1 Kon. 10:8. Dit was door de profeet Jesaja voorzegd, Jes. 39:7. Voor de koning staan kan hier ook betekenen: in de toekomst voorname ambten bekleden. De koning liet deze jongemannen daartoe opleiden in de hoop dat hij de Joden door hen, wanneer zij tot hun jaren gekomen zouden zijn, des te beter in gehoorzaamheid zou kunnen houden.

de boeken Het Hebreeuwse woord betekent alles, waarin iets geschreven of verhaald wordt, een boek, een brief, een register, enz. Tevoren waren deze jongelingen door hun godzalige ouders en leermeesters onderwezen geweest in Gods wetboek; nu zouden zij onderwezen worden in der Chaldeën boeken, die vol van ijdele kunsten en afgodische bijgelovigheden waren; en alzo werden zij gebracht in het grootste gevaar naar ziel en lichaam.

Hertaald: de boeken Het Hebreeuwse woord duidt alles aan waarin iets geschreven of verhaald wordt: een boek, een brief, een register, enzovoort. Tevoren waren deze jongemannen door hun godvruchtige ouders en leermeesters onderwezen in Gods wetboek; nu zouden zij onderwezen worden in de boeken van de Chaldeeën, die vol waren van ijdele kunsten en afgodische bijgelovigheden. Zo werden zij in het grootste gevaar gebracht naar ziel en lichaam.

spraak der Chaldeën Of, taal. Hebreeuws, tong.

Hertaald: spraak der Chaldeën Of: taal. Hebreeuws: tong.

Daniël 1 vers 5

verordende hun, Of, stelde, verordende, bestelde.

Hertaald: verordende hun, Of: stelde vast, bestelde.

wat men ze dag bij dag geven zou Hebreeuws, het woord, of de zaak des daags op zijnen dag, gelijk Ex. 5:13 .

Hertaald: wat men ze dag bij dag geven zou Hebreeuws: het woord of de zaak van de dag op zijn dag, zoals Ex. 5:13.

de stukken der spijs des konings, Brokken, portie, gerechten, of overschot.

Hertaald: de stukken der spijs des konings, Brokken, portie, gerechten, of overschot.

zijns dranks, Hebreeuws, zijner dranken, of drinkingen; dat is van zulke wijnen of drank, als hij zelf dronk.

Hertaald: zijns dranks, Hebreeuws: van zijn dranken; dat is: van zulke wijnen of drank als hij zelf dronk.

drie jaren alzo optoog, In welken tijd vermoedelijk zij de taal, de religie en de wetten der Chaldeën zouden kunnen leren.

Hertaald: drie jaren alzo optoog, In die tijd zouden zij vermoedelijk de taal, de godsdienst en de wetten van de Chaldeeën kunnen leren.

staan voor het aangezicht des konings Dat is, dienen; zie Deut. 10:8 , en 1 Kon. 17:1 , en de aantekening.

Hertaald: staan voor het aangezicht des konings Dat is: dienen; zie Deut. 10:8 en 1 Kon. 17:1, met de aantekening.

Daniël 1 vers 7

gaf hun Te weten uit bevel des konings, gelijk te zien is onder Dan. 5:12 . Hebreeuws, stelde.

Hertaald: gaf hun Namelijk op bevel van de koning, zoals te zien is in Dan. 5:12. Hebreeuws: stelde.

andere namen, Aldus heeft ook Farao Jozefs naam veranderd, Gen. 41:45 ; en Farao Necho, Eljakim, 2 Kon. 23:24 , en 2 Kon. 24:17 . Het schijnt dat dit placht te geschieden tot een teken van heerschappij over zulke personen; ook schijnt het hier geschied te zijn aan Daniël en zijne metgezellen, uit haat van de namen van den waren God, die in de namen dezer jongelingen waren, te weten El en Jah, en opdat zij alzo den waren God des te eerder vergeten en de namen der afgoden zich algemeen en gemeenzaam zouden maken, hun gevende namen der afgoden in plaats van den waren God. Want naar sommiger gevoelen is Daniël zoveel als God is mijn rechter; Chananjah: God heeft mij genade gedaan; Misael betekent zoveel als een die den Heere aangrijpt; Azarjah: de hulp des Heeren, of, dien God helpt; maar Beltsazar betekent een die Bels schatten weglegt en bewaart; Sadrach, een die invloeiingen krijgt van den koning der planeten; dat is, van de zon; Mesach, een die de godin Sacha toebehoort; Abed-Nego, betekent een dienaar van Nego, den afgod des vuurs. Het heeft, buiten twijfel, dezen godzaligen jongelingen zeer verdroten,

Hertaald: andere namen, Zo heeft ook Farao de naam van Jozef veranderd (Gen. 41:45) en Farao Necho die van Eljakim (2 Kon. 23:24 en 2 Kon. 24:17). Het lijkt erop dat dit placht te gebeuren als teken van heerschappij over zulke personen. Hier lijkt het ook gebeurd te zijn uit haat tegen de namen van de ware God die in de namen van deze jongemannen zaten, namelijk El en Jah, en opdat zij de ware God des te eerder zouden vergeten en zich de namen van de afgoden eigen zouden maken — waarbij hun namen van afgoden gegeven werden in plaats van die van de ware God. Want volgens sommigen betekent Daniël: God is mijn Rechter; Hananja: God heeft mij genade bewezen; Misaël zoveel als: iemand die de HEERE aangrijpt; Azarja: de hulp van de HEERE, of: die God helpt. Maar Beltsazar betekent: iemand die de schatten van Bel wegbergt en bewaart; Sadrach: iemand die instromingen ontvangt van de koning van de planeten, dat is: van de zon; Mesach: iemand die de godin Sacha toebehoort; en Abed-Nego betekent: een dienaar van Nego, de afgod van het vuur. Het zal deze godvruchtige jongemannen ongetwijfeld zeer verdroten hebben

andere namen, dat men hen gedwongen heeft de namen der afgoden te dragen, in plaats van die troostelijke namen van den waren God, die hun godzalige ouders hun gegeven hadden.

Hertaald: andere namen, dat men hen gedwongen heeft de namen van de afgoden te dragen in plaats van die troostrijke namen van de ware God die hun godvruchtige ouders hun gegeven hadden. De bron verdeelt deze ene noot over twee stukken met hetzelfde kopwoord.

Daniël Hebreeuws, hij stelde voor Daniël, en zo in het volgende. Daniël wordt eerst genoemd, als zijnde uit koninklijken stam, òf omdat hij zijne metgezellen in wijsheid en verstand overtrof; òf omdat er in dit boek voornamelijk van hem gesproken wordt.

Hertaald: Daniël Hebreeuws: hij stelde voor Daniël, en zo in het vervolg. Daniël wordt als eerste genoemd omdat hij uit koninklijke stam was; óf omdat hij zijn metgezellen in wijsheid en verstand overtrof; óf omdat er in dit boek vooral over hem gesproken wordt.

Beltsazar, Naar den naam van den afgod Bel; zie Dan. 4:8 ; tussen dezen naam van Daniël en dien van den koning van Babel is maar een letter onderscheid: Daniël werd genoemd Beltschazar, en de koning Belschazar, onder Dan. 5:1 .

Hertaald: Beltsazar, Naar de naam van de afgod Bel; zie Dan. 4:8. Tussen deze naam van Daniël en die van de koning van Babel is maar één letter verschil: Daniël werd Beltsazar genoemd en de koning Belsazar, Dan. 5:1.

Daniël 1 vers 8

Daniël nu Hetgeen Daniël gedaan heeft moet men verstaan, dat zijne metgezellen ook gedaan hebben, gelijk blijkt vs.11,12.

Hertaald: Daniël nu Wat Daniël gedaan heeft, moet men zo verstaan dat zijn metgezellen dat ook gedaan hebben, zoals blijkt uit vers 11 en 12.

nam voor in zijn hart, Hebreeuws, zette, of legde op zijn hart.

Hertaald: nam voor in zijn hart, Hebreeuws: zette of legde op zijn hart.

ontreinigen Dat is, zijne conscientie besmetten met onreine spijs te eten; want de Chaldeën aten van verscheidene spijzen, als van varkens, hazen en verscheidene soorten van vissen en vogels, die den kinderen Israël te eten van God verboden waren, Lev 11 ; Deu 14 . En zij besmetten ook de geoorloofde spijzen met afgodische ceremoniën en aanroepingen hunner goden, Dan. 5:4 ; 1 Kor. 10:7 . Immers kon Daniël zulks niet doen zonder zijne naasten te ergeren. Zie Matt. 18:7 .

Hertaald: ontreinigen Dat is: zijn geweten bezoedelen door onreine spijs te eten. Want de Chaldeeën aten allerlei spijzen, zoals varkens, hazen en verschillende soorten vissen en vogels, die God de kinderen Israëls verboden had te eten, Lev. 11 en Deut. 14. Bovendien bezoedelden zij ook de geoorloofde spijzen met afgodische ceremoniën en aanroepingen van hun goden, Dan. 5:4; 1 Kor. 10:7. In elk geval kon Daniël dat niet doen zonder zijn naasten aanstoot te geven. Zie Matth. 18:7.

zijns dranks; Te weten van den koning, dat is, van den wijn waar de koning zelf van dronk. Doch in het Hebreeuws staat het veelvoudig getal, zijner dranken, waaruit, naar sommiger mening, af te leiden is dat de koning van verscheidene soorten van wijnen dronk, die ook Daniël en zijnen metgezellen voorgesteld werden.

Hertaald: zijns dranks; Namelijk van de koning, dat is: van de wijn waarvan de koning zelf dronk. In het Hebreeuws staat echter het meervoud: zijn dranken, waaruit volgens sommigen af te leiden is dat de koning van verschillende soorten wijn dronk, die ook Daniël en zijn metgezellen voorgezet werden.

Daniël 1 vers 9

gaf Daniël genade en barmhartigheid Hebreeuws, stelde Daniël ter goedertierenheid en ter barmhartigheden. Zie dergelijke manier van spreken, en van dergelijke genade Gods, 1 Kon. 8:50 ; Ps. 106:46 . Zie ook Neh. 1:11 . De zin is: God gaf dat Daniël en zijne metgezellen niet gedwongen werden van des konings spijs te eten; maar Aspenaz zag het door de vingers, als de bottelier of spijsmeester hun moes of hofspijs te eten gaf.

Hertaald: gaf Daniël genade en barmhartigheid Hebreeuws: stelde Daniël tot goedertierenheid en tot barmhartigheden. Zie een soortgelijke manier van spreken, en een soortgelijke genade van God, in 1 Kon. 8:50; Ps. 106:46. Zie ook Neh. 1:11. De betekenis is: God gaf dat Daniël en zijn metgezellen niet gedwongen werden van de spijs van de koning te eten, maar dat Aspenaz het door de vingers zag wanneer de bottelier of spijsmeester hun moes of tuinspijs te eten gaf.

Daniël 1 vers 10

Ik vreze mijn heer, Hij geeft hier te kennen dat hij Daniël en zijnen metgezellen wel zou toelaten hetgeen zij van hem begeerden, tenware dat hij gevreesd had in gevaar van zijn leven te komen, indien de koning gemerkt had dat hunne gestalte ware vervallen, en dat hij de oorzaak daarvan zou onderzocht hebben.

Hertaald: Ik vreze mijn heer, Hij geeft hier te kennen dat hij Daniël en zijn metgezellen wel zou toestaan wat zij vroegen. Maar hij vreesde daarmee zijn leven in gevaar te brengen, wanneer de koning zou merken dat hun gestalte achteruitgegaan was en de oorzaak daarvan zou onderzoeken.

want waarom zou hij ulieder aangezichten droeviger zien, Alsof hij zeide: Waarom zou ik de oorzaak daarvan zijn, dat de koning zou zien dat uwe aangezichten droeviger, jammerlijker, mismaakter, ontstelder, magerder of treuriger zouden zijn? Vergelijk Gen. 40:6 , en de aantekening aldaar.

Hertaald: want waarom zou hij ulieder aangezichten droeviger zien, Alsof hij zei: waarom zou ik er de oorzaak van zijn dat de koning zou zien dat uw gezichten droeviger, jammerlijker, mismaakter, ontstelder, magerder of treuriger zijn? Vergelijk Gen. 40:6 en de aantekening daar.

die in gelijkheid met ulieden zijn? Te weten van drie jaren, dat is, die ook, gelijk gijlieden, drie jaren lang aldus moeten opgeleid worden. Anderen verstaan het aldus: Die ulieden in ouderdom gelijk zijn. Hebreeuws, naar uwe gelijkheid, of naar uwe blijdschap, hetwelk zou zijn, die blijde van gelaat zijn, gelijk gij nu zijt en niet droevig.

Hertaald: die in gelijkheid met ulieden zijn? Namelijk van drie jaar, dat is: zij die net als u drie jaar lang zo moeten worden opgeleid. Anderen verstaan het zo: die u in leeftijd gelijk zijn. Hebreeuws: naar uw gelijkheid, of: naar uw blijdschap — dat zou betekenen: die blij van gelaat zijn zoals u nu bent en niet droevig.

Alzo zoudt gij De zin is: Dusdoende zoudt gijlieden maken dat ik van den koning aan het leven zou gestraft worden; anders, wil hij zeggen, zou ik gaarne ulieden uwe begeerte toelaten.

Hertaald: Alzo zoudt gij De betekenis is: als u dat doet, zou u maken dat ik door de koning met de dood gestraft word; anders, wil hij zeggen, zou ik u uw verzoek graag toestaan.

mijn hoofd bij den koning Dat is, mijn leven.

Hertaald: mijn hoofd bij den koning Dat is: mijn leven.

schuldig maken Hebreeuws, verschulden; dat is, mijn leven in gevaar brengen.

Hertaald: schuldig maken Hebreeuws: verschulden; dat is: mijn leven in gevaar brengen.

Daniël 1 vers 11

Toen zeide Daniël Te weten toen hij merkte dat de overste der kamerlingen zulks door de vingers zag, als hij maar buiten gevaar en verwijt mocht blijven.

Hertaald: Toen zeide Daniël Namelijk toen hij merkte dat de overste van de kamerlingen dit door de vingers zag, als hij zelf maar buiten gevaar en verwijt bleef.

tot Melzar, Anders, tot den bezorger, uitdeler, bottelier, keukenmeester, schaffer.

Hertaald: tot Melzar, Anders: tot de bezorger, uitdeler, bottelier, keukenmeester of schaffer.

gesteld had Te weten om hun spijs en drank te geven en zorg te dragen over hunne opvoeding.

Hertaald: gesteld had Namelijk om hun spijs en drank te geven en voor hun opvoeding te zorgen.

Daniël 1 vers 12

Beproef toch Anders: verzoek het toch met uwe knechten.

Hertaald: Beproef toch Anders: doe toch een proef met uw knechten.

uw knechten Dat is, ons, mij Daniël en mijne metgezellen.

Hertaald: uw knechten Dat is: ons, mij Daniël en mijn metgezellen.

van het gezaaide Hebreeuws, van het zaad; dat is, van hetgeen uit gezaaid zaad der aarde voortkomt, als allerlei moeskruid, idem gerst, erwten, bonen, rijst, gierst, enz. Natuurlijkerwijze is vlees en wijn voedzamer dan moes en water, maar vermoedelijk zullen Daniël en zijne metgezellen gezien hebben op hetgeen er geschreven staat, Deut. 8:3 :De mens leeft niet van het brood alleen, maar, enz.

Hertaald: van het gezaaide Hebreeuws: van het zaad; dat is: van wat uit gezaaid zaad van de aarde voortkomt, zoals allerlei moeskruid, en ook gerst, erwten, bonen, rijst, gierst, enzovoort. Van nature zijn vlees en wijn voedzamer dan groente en water, maar vermoedelijk hebben Daniël en zijn metgezellen gezien op wat geschreven staat in Deut. 8:3: de mens leeft niet van brood alleen, maar, enzovoort.

eten, Hebreeuws, en wij zullen eten, enz.

Hertaald: eten, Hebreeuws: en wij zullen eten, enzovoort.

Daniël 1 vers 13

naar dat gij zien zult Dat is, naar gelegenheid van zaken, naardat gij raadzaam zult vinden als gij ene proef aan ons zult gedaan hebben.

Hertaald: naar dat gij zien zult Dat is: naar de omstandigheden, naar wat u raadzaam zult vinden wanneer u een proef met ons genomen hebt.

Daniël 1 vers 15

schoner waren Hebreeuws, goed, of goeder; dat is, levendiger, beter van kleur, schoner.

Hertaald: schoner waren Hebreeuws: goed, of beter; dat is: levendiger, beter van kleur, mooier.

dan al de jongelingen, Dat is, dan de jongelingen, die van de beste en voedzaamste spijs gegeten hadden. Niet de heerlijke spijs en drank, maar Gods zegen maakt schoon en vet; vergelijk Richt. 13:4 . Zie hiervan Gods belofte Ex. 23:25 , en vergelijk verder Ps. 104:13-15 , en Ps. 145:15-16 ; Hebr. 11:37-38 ; Matt. 4:4 .

Hertaald: dan al de jongelingen, Dat is: dan de jongemannen die van de beste en voedzaamste spijs gegeten hadden. Niet de heerlijke spijs en drank, maar Gods zegen maakt schoon en welgedaan; vergelijk Richt. 13:4. Zie hierover Gods belofte in Ex. 23:25, en vergelijk verder Ps. 104:13-15 en Ps. 145:15-16; Hebr. 11:37-38; Matth. 4:4.

Daniël 1 vers 16

den wijn huns dranks, Dat is, dien zij drinken zouden, zie vs.8.

Hertaald: den wijn huns dranks, Dat is: die zij zouden drinken, zie vers 8.

Daniël 1 vers 17

wetenschap en verstand Te weten in de vrije kunsten, in staatkundige zaken en in natuurlijke dingen; maar niet in de kunst van toverij, welke God verboden heeft; Deut. 18:11 .

Hertaald: wetenschap en verstand Namelijk in de vrije kunsten, in staatkundige zaken en in natuurlijke dingen; maar niet in de toverkunst, die God verboden heeft; Deut. 18:11.

boeken, Zie boven vs.4.

Hertaald: boeken, Zie hierboven vers 4.

Daniël Daarom heeft God Daniël enige bijzondere gaven boven zijne metgezellen gegeven, om hem daardoor in aanzien te brengen, want Hij wilde hem boven zijne metgezellen in voortreffelijke zaken gebruiken.

Hertaald: Daniël God heeft Daniël enkele bijzondere gaven boven zijn metgezellen gegeven om hem daardoor in aanzien te brengen, want Hij wilde hem boven zijn metgezellen in voortreffelijke zaken gebruiken.

gezichten en dromen Van gezichten, zie Gen. 15:1 , en Gen. 46:2 ; Num. 12:6 ; en van dromen, Gen. 20:3 ; doch somtijds worden gezichten en dromen voor een genomen, gelijk Job 33:15 .

Hertaald: gezichten en dromen Over gezichten, zie Gen. 15:1 en Gen. 46:2; Num. 12:6; en over dromen, Gen. 20:3. Maar soms worden gezichten en dromen voor hetzelfde gebruikt, zoals Job 33:15.

Daniël 1 vers 18

der dagen, Te weten die drie jaren, waarvan vs.5 gesproken is.

Hertaald: der dagen, Namelijk de drie jaar waarover in vers 5 gesproken is.

dat men hen zou inbrengen, Of, dat hij, te weten de overste der kamerlingen, hen zou inbrengen; te weten in het paleis.

Hertaald: dat men hen zou inbrengen, Of: dat hij, namelijk de overste van de kamerlingen, hen zou binnenbrengen, namelijk in het paleis.

Daniël 1 vers 19

En de koning sprak met hen; Of, als de koning met hen sprak, zo is er niemand, enz.

Hertaald: En de koning sprak met hen; Of: toen de koning met hen sprak, was er niemand, enzovoort.

zij stonden voor het aangezicht des konings Dat is, als de koning hunne wijsheid hoorde, heeft hij geoordeeld dat zij waardig waren in het getal zijner officieren aangenomen te worden en hem in grootwichtige zaken te dienen; zie vs.4.

Hertaald: zij stonden voor het aangezicht des konings Dat is: toen de koning hun wijsheid hoorde, oordeelde hij dat zij het waard waren onder zijn ambtenaren opgenomen te worden en hem in gewichtige zaken te dienen; zie vers 4.

Daniël 1 vers 20

van verstandige wijsheid, Hebreeuws, van wijsheid der verstandigheid.

Hertaald: van verstandige wijsheid, Hebreeuws: van wijsheid van het verstand.

tienmaal Of, veelmaal. Hebreeuws, tien handen. Zie Gen. 43:34 ; zie ook 2 Sam. 19:43 .

Hertaald: tienmaal Of: veelmaal. Hebreeuws: tien handen. Zie Gen. 43:34; zie ook 2 Sam. 19:43.

boven al Dat is, voortreffelijker, verstandiger, dan al de tovenaars.

Hertaald: boven al Dat is: voortreffelijker en verstandiger dan alle tovenaars.

tovenaars en sterrekijkers, Zie Gen. 41:8 , en Ex. 7:11 .

Hertaald: tovenaars en sterrekijkers, Zie Gen. 41:8 en Ex. 7:11.

Daniël 1 vers 21

Daniël Hier wordt Daniël alleen genoemd, niet zijne metgezellen, omdat doorgaans in dit boek zal gesproken worden van hetgeen God door Daniël heeft gedaan en voorzegd.

Hertaald: Daniël Hier wordt alleen Daniël genoemd en niet zijn metgezellen, omdat in dit boek doorgaans gesproken zal worden over wat God door Daniël gedaan en voorzegd heeft.

bleef Hebreeuws, was, alhoewel niet altijd in even groot aanzien en hoogachting in der koningen hoven, gelijk blijkt Dan. 5:13 , Dan. 5:16 .

Hertaald: bleef Hebreeuws: was — hoewel niet altijd in even groot aanzien en achting aan de hoven van de koningen, zoals blijkt uit Dan. 5:13, Dan. 5:16.

tot Het woord tot, sluit niet altijd den toekomenden tijd uit, alzo dat het hier niet te zeggen is, dat hij zulks niet zou gebleven zijn ten tijde van den koning Cores. Wij lezen Dan. 10:1 , dat hem in het derde jaar van dezen koning nog grote dingen van God zijn geopenbaard geworden. In zulk ene betekenis moet ook het woord tot genomen worden, 2 Sam. 6:23 ; Ps. 110:1 ; Matt. 1:25 .

Hertaald: tot Het woordje tot sluit niet altijd de tijd daarna uit, zodat hier niet gezegd wil zijn dat hij dat in de tijd van koning Kores niet meer gebleven zou zijn. Wij lezen in Dan. 10:1 dat hem in het derde jaar van deze koning nog grote dingen door God geopenbaard zijn. In diezelfde betekenis moet het woordje tot ook opgevat worden in 2 Sam. 6:23; Ps. 110:1; Matth. 1:25.

het eerste jaar van den koning Kores toe Daniël heeft over de zeven en zeventig jaren geleefd in het hof der koningen te Babel, eerst onder Nebukadnezar den Grote; daarna onder Evilmerodach zijn zoon, en onder Belsazar. In het eerste jaar van Cores [die koning van Perzië zijnde, ook koning van Babel geworden is], zijn de Joden uit hun zeventig jarige gevangenschap ontslagen. Zolang en nog daarna heeft God Daniël in het leven gespaard, opdat hij zijn volk zou voorstaan, onderwijzen en troosten den gansen tijd hunner gevangenschap; een bewijs van Gods zonderlinge zorg over zijn volk.

Hertaald: het eerste jaar van den koning Kores toe Daniël heeft ruim zevenenzeventig jaar aan het hof van de koningen te Babel geleefd: eerst onder Nebukadnezar de Grote, daarna onder zijn zoon Evilmerodach en onder Belsazar. In het eerste jaar van Kores — die als koning van Perzië ook koning van Babel geworden is — zijn de Joden uit hun zeventigjarige gevangenschap ontslagen. Zo lang en nog daarna heeft God Daniël in het leven gespaard, opdat hij zijn volk zou bijstaan, onderwijzen en troosten gedurende de hele tijd van hun gevangenschap — een bewijs van Gods bijzondere zorg over Zijn volk.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Hananja (Sadrach)  — de HEERE is genadig (Sadrach: onzeker)

Een van Daniëls drie metgezellen uit het koninklijk geslacht van Juda, in Babel hernoemd tot Sadrach. Samen met Misael en Azarja weigerde hij zich te verontreinigen met des konings spijs, en weigerde later het gouden beeld van Nebukadnezar te aanbidden; om die reden in de brandende oven geworpen, werd hij daarin door God wonderbaarlijk bewaard (Dan. 1; 3).

Misaël (Mesach)  — wie is wat God is? (Mesach: onzeker)

Een van Daniëls drie metgezellen, in Babel hernoemd tot Mesach; samen met Hananja en Azarja weigerde hij zich te verontreinigen met des konings spijs en het gouden beeld te aanbidden, en werd met hen ongedeerd uit de brandende oven gered (Dan. 1; 3).

Azarja (Abed-nego)  — de HEERE helpt (Abed-nego: knecht van Nebo)

Een van Daniëls drie metgezellen, in Babel hernoemd tot Abed-nego; samen met Hananja en Misaël weigerde hij zich te verontreinigen met des konings spijs en het gouden beeld te aanbidden, en werd met hen ongedeerd uit de brandende oven gered (Dan. 1; 3).

Aspenaz  — betekenis onzeker (Perzische naam)

De overste der kamerlingen van Nebukadnezar, aan wie werd opgedragen Daniël, Hananja, Misaël en Azarja, met andere jonge edelen, te selecteren en op te leiden voor 's konings dienst (Dan. 1:3, 7-11).

Melzar  — opziener (mogelijk een ambtstitel eerder dan een eigennaam)

De man die door de overste der kamerlingen was aangesteld over Daniël en zijn drie metgezellen, en die instemde met hun verzoek om hen tien dagen slechts groente en water te laten eten (Dan. 1:11-16).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
De vaten van het huis Gods  — wat er bij de wegvoering met het tempelgerei gebeurde, en wie het gaf (Dan. 1:1-2)

Het boek begint met een belegering: "In het derde jaar des koninkrijks van Jojakim, den koning van Juda, kwam Nebukadnezar, de koning van Babel, te Jeruzalem, en belegerde haar" (Dan. 1:1). Het vers erna zegt hoe het afliep, en met welk werkwoord: "En de HEERE gaf Jojakim, den koning van Juda, in zijn hand, en een deel der vaten van het huis Gods" (Dan. 1:2). In datzelfde vers staat waar die vaten terechtkwamen: in het huis van de god van Nebukadnezar, in zijn schathuis. De terugkeer van dat gerei is later behandeld (reeds behandeld bij Ezra 1:7-11).

Bijbelse betekenis: Merk op wie in Dan. 1:2 het onderwerp van de zin is. Niet Nebukadnezar maar de HEERE: Hij gaf. Wat van buiten af de nederlaag van Israëls God leek, wordt hier Zijn eigen daad genoemd; dat is dezelfde lijn die in de profeten telkens getrokken wordt (reeds behandeld bij Jes. 10:5). Let vervolgens op de plaats waar de vaten neergezet worden. In een afgodstempel, als bewijsstuk van een overwinning; naar de gewoonte van die tijd hoorde daarbij de gedachte dat de ene god de andere verslagen had. Het boek begint dus met een misverstand dat het verder zal weerleggen. Let ten slotte op wat er met die vaten nog komen gaat. Zij duiken in dit boek opnieuw op, wanneer een latere koning eruit drinkt (Dan. 5:2-4); wat als buit werd weggezet, wordt daar het middel van zijn ondergang.

Typologie: De Heere Jezus zegt tegen de stadhouder die over Zijn leven meende te beschikken: "Gij zoudt geen macht hebben tegen Mij, indien het u niet van boven gegeven ware" (Joh. 19:11). Dat woord staat ook boven de eerste bladzijde van dit boek.

Dan. 1:1-2; Dan. 5:2-4; Ezra 1:7-11; Jes. 10:5; Joh. 19:11

De nieuwe namen  — vier jongens krijgen Babylonische namen, en zij laten dat toe (Dan. 1:6-7)

"Onder dezelve nu waren uit de kinderen van Juda: Daniel, Hananja, Misael en Azarja" (Dan. 1:6). Het vers erna vertelt wat daarmee gebeurt: "En de overste der kamerlingen gaf hun andere namen, en Daniel noemde hij Beltsazar, en Hananja Sadrach, en Misael Mesach, en Azarja Abed-nego" (Dan. 1:7). Van verzet daartegen staat niets. Wat wel gebeurt, staat een vers verder, en dan gaat het over het eten (Dan. 1:8).

Bijbelse betekenis: Merk op wat die namen inhielden. De namen die zij van huis uit droegen, spraken alle vier van God; de nieuwe namen deden dat niet. Toch wordt er geen woord van verzet vermeld. Let vervolgens op waar zij wél een grens trokken. Niet bij hun naam, hun opleiding of hun kleding, maar bij de tafel. Zij lieten zich Babylonisch noemen en Babylonisch onderwijzen, en zij weigerden wat hen naar hun overtuiging onrein maakte. Dat onderscheid is de moeite waard: wie overal tegen is, wordt op het beslissende punt niet meer gehoord. Let ten slotte op wat het boek zelf met die namen doet. Het blijft hem Daniël noemen; de opgelegde naam heeft de zijne niet vervangen. Ook Jozef kreeg in Egypte een nieuwe naam, en ook daar bleef hij Jozef heten (Gen. 41:45).

Typologie: Wie een naam geeft, laat daarmee zien dat hij zeggenschap opeist. In het laatste boek geeft Christus Zelf een nieuwe naam, en dan is het een gave en geen aanspraak: "Ik zal hem geven een witten keursteen, en op den keursteen een nieuwen naam geschreven" (Op. 2:17).

Dan. 1:6-8; Gen. 41:45; Op. 2:17

De spijze des konings  — een grens die getrokken wordt vóór er iets gevraagd is (Dan. 1:8-16)

"Daniel nu nam voor in zijn hart, dat hij zich niet zou ontreinigen met de stukken van de spijs des konings, noch met den wijn zijns dranks" (Dan. 1:8). In datzelfde vers staat hoe hij het aanpakt: hij verzoekt het van de overste van de kamerlingen. Die durft niet, want hij vreest de koning (Dan. 1:10). Daarop komt Daniël met een voorstel aan een lagere man: "Beproef toch uw knechten tien dagen lang, en men geve ons van het gezaaide te eten, en water te drinken" (Dan. 1:12). Na tien dagen blijkt hun gedaante beter dan die van de anderen (Dan. 1:15), en de proef wordt de regel.

Bijbelse betekenis: Merk op wanneer het besluit genomen wordt. Niet op het ogenblik dat de schotel voor hem staat, maar tevoren: hij nam het voor in zijn hart. Wie pas nadenkt wanneer het aanbod er ligt, is meestal te laat. Let vervolgens op de manier waarop hij het brengt. Hij maakt geen ophef en hij eist niets; hij vraagt het, en wanneer het niet kan, komt hij met een proef die de ander uit de wind houdt. Vastheid en beleefdheid sluiten elkaar niet uit. Let ten slotte op de grens van deze geschiedenis. Wat Daniël weigerde, hing samen met de spijswetten die aan Israël gegeven waren (reeds behandeld bij Lev. 11:1-8). Voor de gemeente geldt daarin uitdrukkelijk een andere regel: de Heere Jezus verklaarde alle spijzen rein (Mark. 7:19), en Petrus kreeg te horen dat hij niet gemeen mocht noemen wat God gereinigd had (Hand. 10:15). Dit hoofdstuk is dus geen voorschrift over eten, maar een voorbeeld van standhouden.

Typologie: Paulus schrijft dat alle schepsel Gods goed is "en er is niets verwerpelijk, met dankzegging genomen zijnde" (1 Tim. 4:4). Wat blijft staan is niet het menu maar het beginsel: "Men moet Gode meer gehoorzaam zijn, dan den mensen" (Hand. 5:29).

Dan. 1:8-16; Lev. 11:1-8; Mark. 7:19; Hand. 10:15; 1 Tim. 4:4; Hand. 5:29

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Daniël 1

Daniël 1:1.Kruisverwijzingen2 Kronieken 36:52 Koningen 24:12 Koningen 24:13
— In het derde jaar des koninkrijks van Jojakim, den koning van Juda, kwam Nebukadnezar, de koning van Babel, te Jeruzalem, en belegerde haar.
De zonde brengt altijd haar straf mee. Koning Jojakim deed wat kwaad was in de ogen van de HEERE. Daarom gebruikte God Nebukadnezar, de koning van Babel, als de roede in Zijn hand om Zijn zondige volk en hun goddeloze koning te tuchtigen.

Daniël 1:2.Kruisverwijzingen2 Kronieken 36:7Zacharia 5:11Genesis 11:2Jesaja 42:24Jeremia 51:44Jeremia 27:19Jesaja 11:11Richteren 16:23
— En de HEERE gaf Jojakim, den koning van Juda, in zijn hand, en een deel der vaten van het huis Gods; en hij bracht ze in het land van Sinear, in het huis zijns gods; en de vaten bracht hij in het schathuis zijns gods.
Het was niet enkel dat Nebukadnezar sterk genoeg was om de Joden te overwinnen. God gaf Zijn volk in de hand van Nebukadnezar over. De vijand kan de kerk van God niet aanraken zonder goddelijk verlof.

Zie hoe heilige voorwerpen, die eens voor de edelste doeleinden gebruikt werden, van geen enkel nut meer zijn zodra de Geest van God uit de kerk geweken is. U weet dat toen de Filistijnen de ark van God buitmaakten en haar in de tempel van Dagon zetten, die vissengod voor de ark neerviel en brak. In Babel gebeurde niets van dien aard. De heilige vaten werden in de heidense tempel gezet, en er volgde geen enkel wonder. Want God geeft op zichzelf niets om gouden vaten. Heeft de zonde Zijn volk verontreinigd, dan zijn hun kostbaarheden Hem niets waard. Ze mogen gaan waar de mensen ze maar heen willen dragen. Heel hun waarde ligt erin dat God de dienst aanneemt die ermee bewezen wordt.

Zo kunt ook u, broeder, uw gang naar het avondmaal volhouden, en uw prediking en uw samenkomsten. Maar het zal alles niets zijn zonder de Geest van God. Zie hoe het avondmaal in het offer van de mis veranderd wordt. Zie hoe de doop wordt voorgesteld als het kanaal of het middel van de wedergeboorte, zodra de Geest van God uit de door God ingestelde inzettingen geweken is.

Behalve deze heilige vaten nam Nebukadnezar ook de besten van het volk van het land mee en voerde hen gevankelijk weg. Hij zocht de rijken en de edelen uit, wie opvoeding en andere gaven bezaten, en liet de armsten van het land achter. Soms hebben juist de meest verhevenen het meeste te lijden.

Daniël 1:4.KruisverwijzingenHandelingen 7:222 Samuël 14:25Daniël 5:11Leviticus 21:18Leviticus 24:19Spreuken 22:29Daniël 2:20Daniël 1:17
— Jongelingen, aan dewelke geen gebrek ware, maar schoon van aangezicht, en vernuftig in alle wijsheid, en ervaren in wetenschap, en kloek van verstand, en in dewelke bekwaamheid ware, om te staan in des konings paleis; en dat men hen onderwees in de boeken en spraak der Chaldeen.
Nebukadnezar was in veel opzichten een verlicht heerser. Hij zag dit als een van de beste dingen die hij voor zijn hof en zijn uitgestrekte rijk doen kon. Hij zocht de besten van de jongelingen van elk volk uit, die hun eigen landskennis meebrachten. Zij waren kwiek van lichaam en vlug van geest, en zij zouden opgeleid worden tot raadslieden van het hof of klaargemaakt worden om belangrijke ambten te vervullen zodra die vrijkwamen.

Daniël 1:5.KruisverwijzingenDaniël 1:191 Samuël 16:22Daniël 1:8Genesis 41:461 Koningen 10:8Lukas 21:36Jeremia 15:19Mattheüs 6:11
— En de koning verordende hun, wat men ze dag bij dag geven zou van de stukken der spijs des konings, en van den wijn zijns dranks, en dat men hen drie jaren alzo optoog, en dat zij ten einde derzelve zouden staan voor het aangezicht des konings.
Hij behandelde hen buitengewoon goed. Misschien dacht hij dat juist het voedsel dat zij aten hun geest zou stemmen voor het werk waartoe hij hen geroepen had. Hij wilde hen tot echte Chaldeeën maken, en daarom bepaalde hij dat zij moesten eten van het vlees dat híj at en drinken van de wijn die híj dronk. Hij stuurde hen als het ware drie jaar naar de hogeschool.

Daniël 1:7.KruisverwijzingenDaniël 2:49Daniël 5:12Daniël 4:82 Koningen 23:342 Koningen 24:17Daniël 1:3Genesis 41:45Daniël 1:10
— En de overste der kamerlingen gaf hun andere namen, en Daniel noemde hij Beltsazar, en Hananja Sadrach, en Misael Mesach, en Azarja Abed-nego.
Dit moest hen tot Chaldeeën maken en alles wat Joods was van hen wegnemen. In de Joodse namen van deze jongemannen was namelijk in elk de naam van God ingeweven. Ik hoef dat niet uit te werken, maar in elke naam ligt een betekenis die met God verbonden is. In twee ervan hoort u de klank El, een naam van God; en in de andere twee de uitgang Ja, waarin de naam HEERE doorklinkt. De nieuwe namen die hun gegeven werden, blijken met afgoden samen te hangen; in elk geval geldt dat voor Beltsazar en Abed-nego. De bedoeling was Babyloniërs van hen te maken.

Daniël 1:8.KruisverwijzingenHosea 9:3Leviticus 11:45Ezechiël 4:13Psalmen 141:41 Korinthe 10:18Psalmen 119:1152 Korinthe 9:7Ruth 1:17
— Daniel nu nam voor in zijn hart, dat hij zich niet zou ontreinigen met de stukken van de spijs des konings, noch met den wijn zijns dranks; daarom verzocht hij van den overste der kamerlingen, dat hij zich niet mocht ontreinigen.
Ik houd er wel van een “maar” tegen te komen wanneer er zo’n plan gaande is. Wanneer het erop uitloopt mensen van het rechte pad te verleiden, dan is het een gelukkige zaak als er een maar komt: “Daniel nu nam voor in zijn hart” — besloten, vast, uitgemaakt.

Daniël noemt hier alleen zichzelf. Maar de drie anderen waren één met hem in dat besluit en in dat verzoek. Hij was de leider. Soms zou er geen Sadrach, Mesach en Abed-nego zijn als er geen Daniël was. De andere drie hadden misschien nooit de kracht van geest gehad, als er geen Daniël geweest was die alleen durfde te staan. Maar met zo’n moedige leider durfden zij naast hem te gaan staan. Wij zijn vaak veel verschuldigd aan geestelijk gezinde mensen die anderen kunnen helpen de rechte weg te kiezen.

Daniël 1:9.KruisverwijzingenSpreuken 16:7Psalmen 106:46Genesis 39:211 Koningen 8:50Nehemia 2:4Psalmen 4:3Handelingen 7:10Genesis 32:28
— En God gaf Daniel genade en barmhartigheid voor het aangezicht van den overste der kamerlingen.
Het lijkt op het geval van Jozef en Potifar. De zachtaardigheid van Daniël, zijn liefdevolle omgang en zijn open en vrijmoedige geest hadden de overste van de kamerlingen voor hem gewonnen. Die zag hem niet alleen met gunst aan, maar had zelfs een tedere liefde voor hem. God heeft de harten van alle mensen in Zijn macht, en Hij kan Zijn volk gunst geven waar zij die het minst verwachten.

Daniël 1:10.KruisverwijzingenSpreuken 29:25Mattheüs 6:16Johannes 12:42
— Want de overste der kamerlingen zeide tot Daniel: Ik vreze mijn heer, den koning, die ulieder spijs, en ulieder drank verordend heeft; want waarom zou hij ulieder aangezichten droeviger zien, dan der jongelingen, die in gelijkheid met ulieden zijn? Alzo zoudt gij mijn hoofd bij den koning schuldig maken.
Wat een schrikbewind heerst er in een land waar de koning doen kan wat hij wil! Om het kleinste vergrijp kan iemands hoofd in gevaar zijn.

Daniël 1:11-12.KruisverwijzingenDaniël 1:16Romeinen 14:2Deuteronomium 8:3Genesis 1:29
— Toen zeide Daniel tot Melzar, dien de overste der kamerlingen gesteld had over Daniel, Hananja, Misael en Azarja: Beproef toch uw knechten tien dagen lang, en men geve ons van het gezaaide te eten, en water te drinken.
Ik vind het mooi dat de Heilige Geest hun oude namen gebruikt telkens wanneer dat gepast is. Mochten wij onze oude namen nooit verliezen! Ik bedoel: onze níeuwe namen, want die zijn bij sommigen van ons inmiddels oud geworden. Mochten wij altijd bekendstaan als de knechten van God, en niet als Chaldeeën!

De overste van de kamerlingen had Daniël een wenk gegeven. Wilde de beambte onder hem de verantwoordelijkheid voor een verandering van eten en drinken op zich nemen, dan mocht dat; de overste zou de proef niet tegenhouden. Zo wendt Daniël zich tot Melzar en zegt: beproef uw knechten een geschikte tijd lang. Laat ons van het gezaaide eten en water drinken. Hij stelde zijn verzoek zo uiterst voor om volstrekt zeker te zijn dat niets wat hem gebracht werd van de tafel van de koning kwam.

Daniël 1:13.
— En men zie voor uw aangezicht onze gedaanten, en de gedaante der jongelingen, die de stukken van de spijs des konings eten; en doe met uw knechten, naar dat gij zien zult.
“Vallen wij werkelijk af, worden wij mager en zien wij bleek en ziek van dit grove voedsel, zoals u het noemt, verander het dan. Maar zijn wij even gezond als zij die het vlees van de koning gegeten en zijn wijn gedronken hebben, laat ons dan bij ons gezaaide en ons water blijven.”

Daniël 1:14.
— Toen hoorde hij hen in deze zaak, en hij beproefde ze tien dagen.
Een rond getal, dat staat voor een tijd die lang genoeg is om een eerlijke proef te geven.

Daniël 1:15.KruisverwijzingenExodus 23:25Spreuken 10:22Maleachi 2:22 Koningen 4:42Mattheüs 4:4Psalmen 37:16Markus 6:41Hagai 1:9
— Ten einde nu der tien dagen, zag men dat hun gedaanten schoner waren, en zij vetter waren van vlees dan al de jongelingen, die de stukken van de spijze des konings aten.
Ik twijfel er niet aan dat de voldoening van hart die zij hadden bij het zich onbesmet bewaren, hun een goede spijsvertering gaf. En dus was de kans groter dat zij er goed uitzagen dan de anderen.

Daniël 1:17.KruisverwijzingenJakobus 1:51 Koningen 3:12Daniël 2:23Job 32:8Daniël 2:21Spreuken 2:6Daniël 10:1Kolossenzen 1:9
— Aan deze vier jongelingen nu gaf God wetenschap en verstand in alle boeken, en wijsheid; maar Daniel gaf Hij verstand in allerlei gezichten en dromen.
God kan ons helpen in onze studie. Wij mogen evenveel bidden over wat wij te léren hebben als over wat wij te dóen hebben. Ik geloof dat een moeilijk vraagstuk vaak het best door gebed opgelost wordt. Alle ware kennis en alle bekwaamheid in geleerdheid en wijsheid zijn gaven van God.

Daniël 1:19.KruisverwijzingenGenesis 41:46Daniël 1:5Spreuken 22:29Jeremia 15:191 Koningen 17:1
— En de koning sprak met hen; doch er werd uit hen allen niemand gevonden, gelijk Daniel, Hananja, Misael en Azarja; en zij stonden voor het aangezicht des konings.
Zij werden zijn dienaren en zijn raadslieden gemaakt. Juist deze mannen waren zo dwaas geweest het voedsel van de koninklijke tafel niet te eten, en zo hardnekkig dat zij meenden zich daarmee te verontreinigen. Het zijn deze dwaze en hardnekkige mensen die niet te buigen zijn maar recht móéten blijven: de oprechten, die voor koningen zullen staan, want God is met hen.

Daniël 1:20.Kruisverwijzingen1 Koningen 4:29Daniël 2:13Exodus 8:19Job 19:3Nehemia 4:12Genesis 41:8Exodus 8:7Exodus 7:22
— En in alle zaken van verstandige wijsheid, die de koning hun afvroeg, zo vond hij hen tienmaal boven al de tovernaars en sterrekijkers, die in zijn ganse koninkrijk waren.
Zij hadden gemeenschap met God, en dat was beter dan tovenaar of sterrenkijker te zijn. Mannen van God zijn tien keer beter dan dat hele gezelschap bij elkaar.

Daniël 1:21.KruisverwijzingenDaniël 6:28Daniël 10:1
— En Daniel bleef tot het eerste jaar van den koning Kores toe.
Die paar woorden vatten heel de geschiedenis van Daniël samen: Daniël blééf. God geve ieder van ons de genade om te volharden zoals Daniël deed!

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content