Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

Amos 6

1 Wee den gerusten te Sion, en den zekeren op den berg van Samaria! die de voornaamste zijn van de eerstelingen der volken, en tot dewelke die van het huis Israels komen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 WeeH1945 den gerustenH7600 te SionH6726, en den zekerenH982 op den bergH2022 van SamariaH8111! die de voornaamsteH5344 zijn van de eerstelingenH7225 der volkenH1471, en tot dewelke die van het huisH1004 IsraelsH3478 komenH935. Wee den gerusten te Sion, en den zekeren op den berg van Samaria! die de voornaamste zijn van de eerstelingen der volken, en tot dewelke die van het huis Israels komen.

KJV Woe1 to them that are at ease2 in Zion,3 and trust4 in the mountain5 of Samaria,6 which are named7 chief8 of the nations,9 to whom the house12 of Israel13 came!

1 ה֚וֹי H1945 Wee, wee, Och ah, alas, ho, O, woe 2 הַשַּׁאֲנַנִּ֣ים H7600 geruste, woeling, gerust that is at ease, quiet, tumult. Compare H7946 (שַׁלְאֲנָן) 3 בְּצִיּ֔וֹן H6726 Sion, Sions Zion 4 וְהַבֹּטְחִ֖ים H982 vertrouwt, vertrouwen, vertrouw be bold (confident, secure, sure), careless (one, woman), put confidence, (make to) hope, (put, make to) trust 5 בְּהַ֣ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 6 שֹׁמְר֑וֹן H8111 Samaria Samaria 7 נְקֻבֵי֙ H5344 uitgedrukt, doorboren, gelasterd appoint, blaspheme, bore, curse, express, with holes, name, pierce, strike through 8 רֵאשִׁ֣ית H7225 eerstelingen, begin, beginsel beginning, chief(-est), first(-fruits, part, time), principal thing 9 הַגּוֹיִ֔ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 10 וּבָ֥אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 11 לָהֶ֖ם 12 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 13 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Gaat over naar Kalne, en ziet toe; en gaat van daar naar Hamath, de grote stad, en trekt af naar Gath der Filistijnen; of zij beter zijn dan deze koninkrijken, of hun landpale groter dan uw landpale?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Gaat over naar KalneH3641, en zietH7200 toe; en gaatH3212 van daarH8033 naar HamathH2574, de grote stad, en trektH3381 af naar GathH1661 der FilistijnenH6430; of zij beterH2896 zijn danH4480 dezeH428 koninkrijkenH4467, ofH518 hun landpaleH1366 groterH7227 dan uw landpaleH1366? Gaat over naar Kalne, en ziet toe; en gaat van daar naar Hamath, de grote stad, en trekt af naar Gath der Filistijnen; of zij beter zijn dan deze koninkrijken, of hun landpale groter dan uw landpale?

KJV Pass1 ye unto Calneh,2 and see;3 and from thence go4 ye to Hamath the great:16 then go down8 to Gath9 of the Philistines:10 be they better11 than these kingdoms?13 or their border17 greater than your border?

1 עִבְר֤וּ H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 2 כַֽלְנֵה֙ H3641 Calne, Kalne, Kalno Calneh, Calno. Compare H3656 (כַּנֶּה) 3 וּרְא֔וּ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 4 וּלְכ֥וּ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 5 מִשָּׁ֖ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 6 חֲמַ֣ת H2579 7 רַבָּ֑ה H2579 8 וּרְד֣וּ H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 9 גַת H1661 Gath Gath 10 פְּלִשְׁתּ֗ים H6430 Filistijnen, Filistijn, Filistijns Philistine 11 הֲטוֹבִים֙ H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 12 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 13 הַמַּמְלָכ֣וֹת H4467 koninkrijk, koninkrijken, koninkrijks kingdom, king's, reign, royal 14 הָאֵ֔לֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m) 15 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 16 רַ֥ב H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 17 גְּבוּלָ֖ם H1366 landpale, landpalen, palen border, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space 18 מִגְּבֻלְכֶֽם H1366 landpale, landpalen, palen border, bound, coast, [idiom] great, landmark, limit, quarter, space

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Gij, die den bozen dag verre stelt, en den stoel des gewelds nabij brengt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Gij, die den bozenH7451 dagH3117 verre steltH5077, en den stoelH7675 des geweldsH2555 nabij brengtH5066. Gij, die den bozen dag verre stelt, en den stoel des gewelds nabij brengt.

KJV Ye that put far away1 the evil3 day,2 and cause the seat5 of violence6 to come near;

1 הַֽמְנַדִּ֖ים H5077 verre afzonderen, verre stelt cast out, drive, put far away 2 לְי֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 רָ֑ע H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 4 וַתַּגִּישׁ֖וּן H5066 trad, naderde, naderen (make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand 5 שֶׁ֥בֶת H7675 Baschebeth, plaats, stoel place, seat. Compare H3429 (יֹשֵׁב בַּשֶּׁבֶת) 6 חָמָֽס H2555 geweld, gewelds, wrevel cruel(-ty), damage, false, injustice, [idiom] oppressor, unrighteous, violence (against, done), violent (dealing), wrong
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Die daar liggen op elpenbenen bedsteden, en weelderig zijn op hun koetsen, en eten de lammeren van de kudde, en de kalveren uit het midden van den meststal.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Die daar liggenH7901 opH5921 elpenbenenH8127 bedstedenH4296, en weelderigH5628 zijn opH5921 hun koetsenH6210, en etenH398 de lammerenH3733 van de kuddeH6629, en de kalverenH5695 uit het middenH8432 van den meststalH4770. Die daar liggen op elpenbenen bedsteden, en weelderig zijn op hun koetsen, en eten de lammeren van de kudde, en de kalveren uit het midden van den meststal.

KJV That lie1 upon beds3 of ivory,4 and stretch5 themselves upon their couches,7 and eat8 the lambs9 out of the flock,10 and the calves11 out of the midst12 of the stall;

1 הַשֹּֽׁכְבִים֙ H7901 ontsliep, liggen, gelegen [idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay 2 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 מִטּ֣וֹת H4296 bed, bedsteden, baar bed(-chamber), bier 4 שֵׁ֔ן H8127 tanden, tand, elpenbenen crag, [idiom] forefront, ivory, [idiom] sharp, tooth 5 וּסְרֻחִ֖ים H5628 overhangen, onnut, overvloedig exceeding, hand, spread, stretch self, banish 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 עַרְשׂוֹתָ֑ם H6210 bedstede, koets, koetsen bed(-stead), couch 8 וְאֹכְלִ֤ים H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 9 כָּרִים֙ H3733 lammeren, stormrammen, hoofdmannen captain, furniture, lamb, (large) pasture, ram. See also H1033 (בֵּית כַּר), H3746 (כָּרִי) 10 מִצֹּ֔אן H6629 schapen, kudde, klein vee (small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds) 11 וַעֲגָלִ֖ים H5695 kalf, kalveren, kalfs bullock, calf 12 מִתּ֥וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 13 מַרְבֵּֽק H4770 gemest, gemeste, meststal [idiom] fat(-ted), stall
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Die op het geklank der luit kwinkeleren, en bedenken zichzelven instrumenten der muziek, gelijk David;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Die opH5921 het geklankH6310 der luitH5035 kwinkelerenH6527, en bedenkenH2803 zichzelven instrumentenH3627 der muziekH7892, gelijk DavidH1732; Die op het geklank der luit kwinkeleren, en bedenken zichzelven instrumenten der muziek, gelijk David;

KJV That chant1 to the sound3 of the viol,4 and invent6 to themselves instruments8 of musick,9 like David;

1 הַפֹּרְטִ֖ים H6527 kwinkeleren chant 2 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 פִּ֣י H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 4 הַנָּ֑בֶל H5035 luiten, luit, flessen bottle, pitcher, psaltery, vessel, viol 5 כְּדָוִ֕יד H1732 David, Davids David 6 חָשְׁב֥וּ H2803 geacht, gedacht, bedenken (make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think 7 לָהֶ֖ם 8 כְּלֵי H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 9 שִֽׁיר H7892 lied, gezang, liederen musical(-ick), [idiom] sing(-er, -ing), song
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Die wijn uit schalen drinken, en zich zalven met de voortreffelijkste olie, maar bekommeren zich niet over de verbreking van Jozef.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Die wijnH3196 uit schalenH4219 drinkenH8354, en zich zalvenH4886 met de voortreffelijksteH7225 olieH8081, maar bekommerenH2470 zich nietH3808 overH5921 de verbrekingH7667 van JozefH3130. Die wijn uit schalen drinken, en zich zalven met de voortreffelijkste olie, maar bekommeren zich niet over de verbreking van Jozef.

KJV That drink1 wine3 in bowls,2 and anoint6 themselves with the chief4 ointments:5 but they are not grieved8 for the affliction10 of Joseph.

1 הַשֹּׁתִ֤ים H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 2 בְּמִזְרְקֵי֙ H4219 sprengbekken, sprengbekkens, besprengbekkens bason, bowl 3 יַ֔יִן H3196 wijn, wijns, Wijn banqueting, wine, wine(-bibber) 4 וְרֵאשִׁ֥ית H7225 eerstelingen, begin, beginsel beginning, chief(-est), first(-fruits, part, time), principal thing 5 שְׁמָנִ֖ים H8081 olie, olieachtige, Olie anointing, [idiom] fat (things), [idiom] fruitful, oil(-ed), ointment, olive, [phrase] pine 6 יִמְשָׁ֑חוּ H4886 gezalfd, zalven, zalfde anoint, paint 7 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 8 נֶחְל֖וּ H2470 krank, smeken, ziek beseech, (be) diseased, (put to) grief, be grieved, (be) grievous, infirmity, intreat, lay to, put to pain, [idiom] pray, make prayer, be (fall, make) sick, sore, be sorry, make suit ([idiom] supplication), woman in travail, be (become) weak, be wounded 9 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 שֵׁ֥בֶר H7667 breuk, verbreking, Breuk affliction, breach, breaking, broken(-footed, -handed), bruise, crashing, destruction, hurt, interpretation, vexation 11 יוֹסֵֽף H3130 Jozef, Jozefs Joseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Daarom zullen zij nu gevankelijk henengaan onder de voorsten, die in gevangenis gaan; en het banket dergenen, die weelderig zijn, zal wegwijken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 DaaromH3651 zullen zij nuH6258 gevankelijkH1540 henengaan onder de voorstenH7218, die in gevangenisH1540 gaan; en het banketH4797 dergenen, die weelderigH5628 zijn, zal wegwijkenH5493. Daarom zullen zij nu gevankelijk henengaan onder de voorsten, die in gevangenis gaan; en het banket dergenen, die weelderig zijn, zal wegwijken.

KJV Therefore now shall they go captive3 with the first4 that go captive,5 and the banquet7 of them that stretched8 themselves shall be removed.

1 לָכֵ֛ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 עַתָּ֥ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 3 יִגְל֖וּ H1540 gevankelijk, ontdekken, ontdekt [phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover 4 בְּרֹ֣אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 5 גֹּלִ֑ים H1540 gevankelijk, ontdekken, ontdekt [phrase] advertise, appear, bewray, bring, (carry, lead, go) captive (into captivity), depart, disclose, discover, exile, be gone, open, [idiom] plainly, publish, remove, reveal, [idiom] shamelessly, shew, [idiom] surely, tell, uncover 6 וְסָ֖ר H5493 weg, week, weggenomen be(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without 7 מִרְזַ֥ח H4797 banket banquet 8 סְרוּחִֽים H5628 overhangen, onnut, overvloedig exceeding, hand, spread, stretch self, banish
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 De Heere HEERE heeft gezworen bij Zichzelf (spreekt de HEERE, de God der heerscharen): Ik heb een gruwel van Jakobs hovaardij, en Ik haat zijn paleizen; daarom zal Ik de stad en haar volheid overleveren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 De HeereH136 HEEREH3069 heeft gezworenH7650 bij ZichzelfH5315 (spreektH5002 de HEEREH3068, de GodH430 der heerscharen): Ik heb een gruwelH8374 van JakobsH3290 hovaardijH1347, en Ik haatH8130 zijn paleizenH759; daarom zal Ik de stadH5892 en haar volheidH4393 overleverenH5462. De Heere HEERE heeft gezworen bij Zichzelf (spreekt de HEERE, de God der heerscharen): Ik heb een gruwel van Jakobs hovaardij, en Ik haat zijn paleizen; daarom zal Ik de stad en haar volheid overleveren.

Ook in dit vers heirscharenH6635

KJV The Lord2 GOD3 hath sworn1 by himself,4 saith5 the LORD6 the God7 of hosts,8 I abhor9 the excellency12 of Jacob,13 and hate15 his palaces:14 therefore will I deliver up16 the city17 with all that is therein.

1 נִשְׁבַּע֩ H7650 gezworen, zweren, zwoer adjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear 2 אֲדֹנָ֨י H136 Heere, HEERE, Heeren (my) Lord 3 יְהוִ֜ה H3069 HEERE, HEEREN, Heere God 4 בְּנַפְשׁ֗וֹ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 5 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 6 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 אֱלֹהֵ֣י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 8 צְבָא֔וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 9 מְתָאֵ֤ב H8374 gruwel abhor 10 אָֽנֹכִי֙ H595 ik, mij I, me, [idiom] which 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 גְּא֣וֹן H1347 hovaardij, hoogmoed, heerlijkheid arrogancy, excellency(-lent), majesty, pomp, pride, proud, swelling 13 יַֽעֲקֹ֔ב H3290 Jakob, Jakobs Jacob 14 וְאַרְמְנֹתָ֖יו H759 paleizen, paleis castle, palace. Compare H2038 (הַרְמוֹן) 15 שָׂנֵ֑אתִי H8130 haat, haten, haters enemy, foe, (be) hate(-ful, -r), odious, [idiom] utterly 16 וְהִסְגַּרְתִּ֖י H5462 gesloten, sloot, toegesloten close up, deliver (up), give over (up), inclose, [idiom] pure, repair, shut (in, self, out, up, up together), stop, [idiom] straitly 17 עִ֥יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 18 וּמְלֹאָֽהּ H4393 volheid, vol, volle menigte [idiom] all along, [idiom] all that is (there-) in, fill, ([idiom] that whereof...was) full, fulness, (hand-) full, multitude
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En het zal geschieden, zo er tien mannen in enig huis zullen overgelaten zijn, dat zij sterven zullen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En het zal geschiedenH1961, zoH518 er tienH6235 mannenH582 in enigH259 huisH1004 zullen overgelatenH3498 zijn, dat zij stervenH4191 zullen. En het zal geschieden, zo er tien mannen in enig huis zullen overgelaten zijn, dat zij sterven zullen.

KJV And it shall come to pass, if there remain3 ten4 men in one7 house,6 that they shall die.

1 וְהָיָ֗ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 3 יִוָּ֨תְר֜וּ H3498 overgebleven, overgelaten, overige excel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest 4 עֲשָׂרָ֧ה H6235 tien, tienen, tienmaal ten, (fif-, seven-) teen 5 אֲנָשִׁ֛ים H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 6 בְּבַ֥יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 7 אֶחָ֖ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 8 וָמֵֽתוּ H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En de naaste vriend zal een iegelijk van die opnemen, of die hem verbrandt, om de beenderen uit het huis uit te brengen, en zal zeggen tot dien, die binnen de zijden van het huis is: Zijn er nog meer bij u? En hij zal zeggen: Niemand. Dan zal hij zeggen: Zwijg! want zij waren niet om des HEEREN Naam te vermelden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En de naaste vriendH1730 zal een iegelijk van die opnemenH5375, of die hem verbrandtH5635, om de beenderenH6106 uitH4480 het huisH1004 uit te brengenH3318, en zal zeggenH559 tot dien, dieH834 binnen de zijdenH3411 van het huisH1004 is: Zijn er nogH5750 meer bijH5973 u? En hij zal zeggenH559: NiemandH657. Dan zal hij zeggenH559: ZwijgH2013! wantH3588 zij waren nietH3808 om des HEERENH3068 NaamH8034 te vermeldenH2142. En de naaste vriend zal een iegelijk van die opnemen, of die hem verbrandt, om de beenderen uit het huis uit te brengen, en zal zeggen tot dien, die binnen de zijden van het huis is: Zijn er nog meer bij u? En hij zal zeggen: Niemand. Dan zal hij zeggen: Zwijg! want zij waren niet om des HEEREN Naam te vermelden.

KJV And a man's uncle2 shall take him up,1 and he that burneth3 him, to bring out4 the bones5 out of the house,7 and shall say8 unto him that is by the sides10 of the house,11 Is there yet any with thee? and he shall say,14 No.15 Then shall he say,16 Hold thy tongue:17 for we may not make mention20 of the name21 of the LORD.

1 וּנְשָׂא֞וֹ H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 2 דּוֹד֣וֹ H1730 Liefste, oom, ooms (well-) beloved, father's brother, love, uncle 3 וּמְסָרְפ֗וֹ H5635 verbrandt burn 4 לְהוֹצִ֣יא H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 5 עֲצָמִים֮ H6106 beenderen, gebeente, been body, bone, [idiom] life, (self-) same, strength, [idiom] very 6 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 7 הַבַּיִת֒ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 8 וְאָמַ֞ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 9 לַאֲשֶׁ֨ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 בְּיַרְכְּתֵ֥י H3411 zijden border, coast, part, quarter, side 11 הַבַּ֛יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 12 הַע֥וֹד H5750 meer, nog, wederom again, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within) 13 עִמָּ֖ךְ H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 14 וְאָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 15 אָ֑פֶס H657 einden, niets, niemand ankle, but (only), end, howbeit, less than nothing, nevertheless (where), no, none (beside), not (any, -withstanding), thing of nought, save(-ing), there, uttermost part, want, without (cause) 16 וְאָמַ֣ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 17 הָ֔ס H2013 Zwijg, Zwijgt, stilde hold peace (tongue), (keep) silence, be silent, still 18 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 19 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 20 לְהַזְכִּ֖יר H2142 gedenken, gedacht, Gedenk [idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well 21 בְּשֵׁ֥ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 22 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Want ziet, de HEERE geeft bevel, en Hij zal het grote huis slaan met inwatering, en het kleine huis met spleten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 WantH3588 zietH2009, de HEEREH3068 geeft bevelH6680, en Hij zal het groteH1419 huisH1004 slaanH5221 met inwateringH7447, en het kleineH6996 huisH1004 met spletenH1233. Want ziet, de HEERE geeft bevel, en Hij zal het grote huis slaan met inwatering, en het kleine huis met spleten.

KJV For, behold, the LORD3 commandeth,4 and he will smite5 the great7 house6 with breaches,8 and the little10 house9 with clefts.

1 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 הִנֵּ֤ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 3 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 מְצַוֶּ֔ה H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 5 וְהִכָּ֛ה H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 6 הַבַּ֥יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 7 הַגָּד֖וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 8 רְסִיסִ֑ים H7447 inwatering, nachtdruppen breach, drop 9 וְהַבַּ֥יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 10 הַקָּטֹ֖ן H6996 kleinste, kleine, klein least, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est) 11 בְּקִעִֽים H1233 reten, spleten breach, cleft
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Zullen ook paarden rennen op een steenrots? Zal men ook daarop met runderen ploegen? Want gijlieden hebt het recht in gal verkeerd, en de vrucht der gerechtigheid in alsem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Zullen ook paardenH5483 rennenH7323 op een steenrotsH5553? Zal men ook daarop met runderenH1241 ploegenH2790? WantH3588 gijlieden hebt het rechtH4941 in galH7219 verkeerdH2015, en de vruchtH6529 der gerechtigheidH6666 in alsemH3939. Zullen ook paarden rennen op een steenrots? Zal men ook daarop met runderen ploegen? Want gijlieden hebt het recht in gal verkeerd, en de vrucht der gerechtigheid in alsem.

KJV Shall horses3 run1 upon the rock?2 will one plow5 there with oxen?6 for ye have turned8 judgment10 into gall,9 and the fruit11 of righteousness12 into hemlock:

1 הַיְרֻצ֤וּן H7323 liep, lopen, trawanten break down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post 2 בַּסֶּ֨לַע֙ H5553 steenrots, rotssteen, steenrotsen (ragged) rock, stone(-ny), strong hold 3 סוּסִ֔ים H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 4 אִֽם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 5 יַחֲר֖וֹשׁ H2790 zwijg, zwijgen, ploegen [idiom] altogether, cease, conceal, be deaf, devise, ear, graven, imagine, leave off speaking, hold peace, plow(-er, man), be quiet, rest, practise secretly, keep silence, be silent, speak not a word, be still, hold tongue, worker 6 בַּבְּקָרִ֑ים H1241 runderen, rund, koeien beeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox 7 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 הֲפַכְתֶּ֤ם H2015 veranderd, omgekeerd, keerde [idiom] become, change, come, be converted, give, make (a bed), overthrow (-turn), perverse, retire, tumble, turn (again, aside, back, to the contrary, every way) 9 לְרֹאשׁ֙ H7219 gal, galle, adderenvergift gall, hemlock, poison, venom 10 מִשְׁפָּ֔ט H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 11 וּפְרִ֥י H6529 vrucht, vruchten, vruchtbaar bough, (first-)fruit(-ful), reward 12 צְדָקָ֖ה H6666 gerechtigheid, gerechtigheden, Gerechtigheid justice, moderately, right(-eous) (act, -ly, -ness) 13 לְלַעֲנָֽה H3939 alsem hemlock, wormwood
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Gij, die blijde zijt over een nietig ding; gij, die zegt: Hebben wij ons niet door onze sterkte hoornen verkregen?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Gij, die blijdeH8056 zijt over een nietigH3808 dingH1697; gij, die zegtH559: Hebben wij ons niet door onze sterkteH2392 hoornenH7161 verkregenH3947? Gij, die blijde zijt over een nietig ding; gij, die zegt: Hebben wij ons niet door onze sterkte hoornen verkregen?

KJV Ye which rejoice in a thing3 of nought,2 which say,4 Have we not taken7 to us horns9 by our own strength?

1 הַשְּׂמֵחִ֖ים H8055 verblijd, verblijden, vrolijk cheer up, be (make) glad, (have, make) joy(-ful), be (make) merry, (cause to, make to) rejoice, [idiom] very 2 לְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 3 דָבָ֑ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 4 הָאֹ֣מְרִ֔ים H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 הֲל֣וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 בְחָזְקֵ֔נוּ H2392 sterke, sterkte, vastigheid strength 7 לָקַ֥חְנוּ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 8 לָ֖נוּ 9 קַרְנָֽיִם H7161 hoornen, hoorn, Hoorn [idiom] hill, horn

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Want ziet, Ik zal over ulieden, o huis Israels! een volk verwekken, spreekt de HEERE, de God der heirscharen; die zullen ulieden drukken, van daar men komt te Hamath, tot aan de beek der wildernis.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 WantH3588 zietH2005, Ik zal overH5921 ulieden, o huisH1004 IsraelsH3478! een volkH1471 verwekkenH6965, spreektH5002 de HEEREH3068, de GodH430 der heirscharenH6635; die zullen ulieden drukkenH3905, van daar men komtH935 te HamathH2574, totH5704 aan de beekH5158 der wildernisH6160. Want ziet, Ik zal over ulieden, o huis Israels! een volk verwekken, spreekt de HEERE, de God der heirscharen; die zullen ulieden drukken, van daar men komt te Hamath, tot aan de beek der wildernis.

KJV But, behold, I will raise up3 against you a nation,11 O house5 of Israel,6 saith7 the LORD8 the God9 of hosts;10 and they shall afflict12 you from the entering in14 of Hemath15 unto the river17 of the wilderness.

1 כִּ֡י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 הִנְנִי֩ H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 3 מֵקִ֨ים H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 4 עֲלֵיכֶ֜ם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 5 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 6 יִשְׂרָאֵ֗ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 7 נְאֻם H5002 spreekt, zegt, gesproken (hath) said, saith 8 יְהוָ֛ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 אֱלֹהֵ֥י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 10 הַצְּבָא֖וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 11 גּ֑וֹי H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 12 וְלָחֲצ֥וּ H3905 dringt, drongen, klemde afflict, crush, force, hold fast, oppress(-or), thrust self 13 אֶתְכֶ֛ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 מִלְּב֥וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 15 חֲמָ֖ת H2574 Hamath, Hammath Hamath, Hemath 16 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 17 נַ֥חַל H5158 beek, beken, dal brook, flood, river, stream, valley 18 הָעֲרָבָֽה H6160 vlakke velden, vlakke veld, wildernis Arabah, champaign, desert, evening, heaven, plain, wilderness. See also H1026 (בֵּית הָעֲרָבָה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Amos 6:1 Jesaja 32:9 Jakobus 5:5 Amos 4:1 Exodus 19:5 Sefanja 1:12 Lukas 12:17 Richteren 18:7 Lukas 6:24
Amos 6:2 Nahum 3:8 Genesis 10:10 2 Koningen 18:34 2 Kronieken 26:6 Jesaja 10:9 1 Samuël 17:4 1 Samuël 17:23 Ezechiël 31:2
Amos 6:3 Amos 9:10 Ezechiël 12:27 Jesaja 56:12 Amos 6:12 Prediker 8:11 Ezechiël 12:22 Mattheüs 24:48 Amos 3:10
Amos 6:4 Jakobus 5:5 Amos 3:12 Ezechiël 34:2 Lukas 12:19 Psalmen 73:7 Jesaja 5:11 1 Samuël 25:36 Jesaja 22:13
Amos 6:5 Jesaja 5:12 Amos 5:23 1 Kronieken 23:5 1 Petrus 4:3 Job 21:11 Amos 8:3 Genesis 31:27 Prediker 2:8
Amos 6:6 Genesis 49:22 Jeremia 30:7 1 Timotheüs 5:23 Genesis 37:25 Mattheüs 26:7 Genesis 42:21 1 Korinthe 12:26 Johannes 12:3
Amos 6:7 Amos 7:11 1 Koningen 20:16 Daniël 5:4 Amos 5:5 Amos 5:27 Jesaja 21:4 Amos 7:17 Esther 5:8
Amos 6:8 Jeremia 51:14 Amos 4:2 Amos 3:11 Jeremia 22:5 Amos 8:7 Psalmen 47:4 Psalmen 106:40 Ezechiël 24:21
Amos 6:9 Amos 5:3 Job 1:19 1 Samuël 2:33 Job 1:2 Esther 9:10 Psalmen 109:13 Jesaja 14:21 Esther 5:11
Amos 6:10 Amos 8:3 1 Samuël 31:12 Amos 5:13 Jeremia 44:26 Ezechiël 20:39 Ezechiël 24:21 2 Koningen 23:16 Jeremia 16:6
Amos 6:11 Amos 3:15 Jesaja 55:11 2 Koningen 25:9 Zacharia 14:2 Hosea 13:16 Jesaja 13:3 Amos 9:1 Ezechiël 29:18
Amos 6:12 Amos 5:7 Hosea 10:4 Amos 5:11 Jesaja 59:13 1 Koningen 21:7 Jeremia 6:29 Hosea 10:13 Psalmen 94:20
Amos 6:13 Lukas 12:19 Jesaja 28:14 Jakobus 4:16 2 Koningen 14:25 Job 31:29 Jesaja 17:3 Habakuk 1:15 Jesaja 7:1
Amos 6:14 1 Koningen 8:65 2 Koningen 14:25 Jeremia 5:15 Ezechiël 47:15 Jesaja 7:20 Jesaja 8:4 Jesaja 10:5 2 Koningen 17:6
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
Amos 6 vers 1

den In het veelvoudig getal.

Hertaald: den In het meervoud.

gerusten Of, gemakkelijken, die op hun gemak in weelde leven, verg. Jer. 48:11 , waar van Moab gezegd wordt dat hij van zijne jeugd af gerust, of op zijn gemak in stilte geweest is, geen overlast lijdende, noch vrezende.

Hertaald: gerusten Of: gemakkelijken, die op hun gemak in weelde leven; vergelijk Jer. 48:11, waar van Moab gezegd wordt dat hij van zijn jeugd af gerust en op zijn gemak in stilte geleefd heeft, zonder overlast te lijden of te vrezen.

Sion, Dit ging Juda aan, waarvan Jeruzalem de hoofdstad was, en op Zion het koninklijke slot.

Hertaald: Sion, Dit gaat over Juda, waarvan Jeruzalem de hoofdstad was en waar op Sion het koninklijk paleis stond.

zekeren Dat is, zorgelozen; verg. Richt. 18:27 , waar van Laïs gezegd wordt dat het een stil en zeker volk was; en Ezech. 30:9 , Chus der zekerheid, of des vertrouwens; dat is, dat zekere, of zorgeloze Chus, of den zekeren Chus; dat is, de zekere zorgeloze Moren. Anders: die op den berg van Samaria vertrouwen; of zich verlaten, en daarop zeker zijn en zorgeloos; de zin opeen uitkomende, doch in den tekst is gelet op de samenvoeging der beide leden.

Hertaald: zekeren Dat is: zorgelozen; vergelijk Richt. 18:27, waar van Laïs gezegd wordt dat het een stil en gerust volk was, en Ezech. 30:9: Kus van de zekerheid, dat is: dat zorgeloze Kus, de gerust levende Moren. Anders: die op de berg van Samaria vertrouwen en zich daarop verlaten en daardoor zorgeloos zijn. De betekenis komt op hetzelfde neer, maar in de tekst is gelet op de samenhang van beide zinsdelen.

voornaamste zijn Of, vermaardste, beroemste. Zie van het Hebr. woord Spr. 4:7 . Dir duiden sommigen op de beide bergen van Zion em Samaria, maar het voorgaande slaat op de hoofden van Juda en Israël, die op deze bergen hunne residentie hadden, in de beide hoofdsteden, zijnde de voornaamste onder de hoofden van het volk.

Hertaald: voornaamste zijn Of: vermaardste, beroemdste. Zie over het Hebreeuwse woord Spr. 4:7. Sommigen betrekken dit op de beide bergen van Sion en Samaria, maar het voorgaande slaat op de hoofden van Juda en Israël, die op deze bergen in de beide hoofdsteden hun residentie hadden en de voornaamsten waren onder de hoofden van het volk.

eerstelingen der volken, De twaalf stammem, die God van alle andere volken afgezonderd en tot zijn volk had aangenomen. Zie Ex. 19:5 ; Jer. 2:3 .

Hertaald: eerstelingen der volken, De twaalf stammen, die God van alle andere volken afgezonderd en als Zijn volk aangenomen had. Zie Ex. 19:5; Jer. 2:3.

komen Om aldaar van hunne hoofden raad en daad [gelijk men zegt] te halen, Juda en Benjamin te Jeruzalem, en de tien stammen te Samaria. Hebr. het huis Israël komen, of zullen komen. God spreekt het wee over deze hoofden, omdat zij zich [gelijk volgt] in deze heerlijke plaatsen, [die zij door Gods goedheid bewoonden] en deze grote waardigheid, zo ondankbaar jegens Hem bewezen.

Hertaald: komen Om daar bij hun hoofden raad en daad te halen, zoals men zegt: Juda en Benjamin in Jeruzalem en de tien stammen in Samaria. Hebreeuws: het huis Israël komt, of zal komen. God spreekt het wee uit over deze hoofden, omdat zij zich in deze heerlijke plaatsen die zij door Gods goedheid bewoonden, en in deze grote waardigheid, zo ondankbaar jegens Hem gedragen hebben, zoals volgt.

Amos 6 vers 2

Kalne, Ee zeer oude vermaarde stad in het land Sinear of Chaldea. Zie Gen. 10:10 , en Jes. 10:9 .

Hertaald: Kalne, Een zeer oude, vermaarde stad in het land Sinear of Chaldea. Zie Gen. 10:10 en Jes. 10:9.

grote stad, Of, machtige, geweldige, heerlijke. Zie van Hamath [ook een vermaarde koninklijke stad] Num. 13:21 , en 2 Sam. 8:9 , enz.

Hertaald: grote stad, Of: machtige, geweldige, heerlijke. Zie over Hamath, ook een vermaarde koninklijke stad, Num. 13:21 en 2 Sam. 8:9, enzovoort.

Gath der Filistijnen; Ook een koninklijke stad. Zie 1 Sam. 21:10 , en 2 Sam. 8:1 .

Hertaald: Gath der Filistijnen; Ook een koninklijke stad. Zie 1 Sam. 21:10 en 2 Sam. 8:1.

beter zijn dan deze koninkrijken, Deze woorden, groter, beter, geven te verstaan, dat God hun wil voor ogen stellen, de heerlijkheid van het land, dat Hij hun had ingegeven, waarvoor zij hem dankbaar behoorden te zijn. Anders: en waren zij niet beter? enz., in deze zin, alsof God hun wilde voorstellen dat groter en heerlijker plaatsen dan de hunne al verwoest waren, zulks dat zij zo zeker en zorgeloos niet moesten zijn, zich maar spiegelen aan zulke voorbeelden en zich bekeren.

Hertaald: beter zijn dan deze koninkrijken, Deze woorden groter en beter geven te kennen dat God hun de heerlijkheid wil voorhouden van het land dat Hij hun gegeven had en waarvoor zij Hem dankbaar behoorden te zijn. Anders: en waren zij niet beter, enzovoort — in deze zin, alsof God hun wilde voorhouden dat grotere en heerlijker plaatsen dan de hunne al verwoest waren, zodat zij niet zo zeker en zorgeloos moesten zijn maar zich aan zulke voorbeelden moesten spiegelen en zich bekeren.

Amos 6 vers 3

bozen dag Den nakenden tijd der straf Gods, waarvan in Am. 5:18-20 . Versta hierop, wee u, uit het voorgaande.

Hertaald: bozen dag De naderende tijd van Gods straf, waarover Amos 5:18-20. Vul hierbij aan: wee u, uit het voorgaande.

verre stelt, Als hebbende, òf gans niet òf immers bij uwen tijd, daarvoor niet te vrezen. Verg. Ezech. 12:22 , en in Am. 9:10 ; ja gij houdt de redenen van des Heeren dag als een onrein, afschuwelijk en vervoeilijk ding; waarop het Hebr. woord schijnt te zien.

Hertaald: verre stelt, Alsof u daar óf helemaal niet, óf in elk geval niet in uw eigen tijd voor hoeft te vrezen. Vergelijk Ezech. 12:22 en Amos 9:10. Ja, u houdt het spreken over de dag van de HEERE voor iets onreins, afschuwelijks en weerzinwekkends; daarop lijkt het Hebreeuwse woord te zien.

nabij brengt Alsof God zeide: Is dat niet een grote dwaasheid, dat gij op de rechterstoelen uwe goddeloosheid pleegt, zulks dat allerlei onrecht nabij u, ja onder en in u is en u aankleeft, en dat gij u evenwel wijsmaakt dat de straffen verre zijn, of uitblijven zullen?

Hertaald: nabij brengt Alsof God zei: is het geen grote dwaasheid dat u op de rechterstoelen uw goddeloosheid bedrijft, zodat allerlei onrecht dicht bij u is, ja onder en in u is en u aankleeft, en dat u zichzelf toch wijsmaakt dat de straffen ver weg zijn of wel zullen uitblijven?

Amos 6 vers 4

elpenbenen bedsteden, Hebr. tands. Zie 1 Kon. 10:18 . Verg. de beschrijving der koninklijke pracht, Est. 1:6 .

Hertaald: elpenbenen bedsteden, Hebreeuws: tanden. Zie 1 Kon. 10:18. Vergelijk de beschrijving van de koninklijke praal in Est. 1:6.

weelderig zijn Of, overdadig, overvloedig. Anders: die zich weeldelijk uitstrekken, uitbreiden, [gelijk een weelderige wijnstok. Ezech. 17:6 ] , alzo in vs.7.

Hertaald: weelderig zijn Of: overdadig, overvloedig. Anders: die zich weelderig uitstrekken en uitbreiden, zoals een weelderige wijnstok, Ezech. 17:6; zo ook vers 7.

lammeren van de kudde, Te weten, de beste, uit het volgende.

Hertaald: lammeren van de kudde, Namelijk de beste, blijkens het vervolg.

midden van den meststal Kiezende de vetste, uit de plaats waar men gewoon was te mesten.

Hertaald: midden van den meststal Terwijl zij de vetste uitkiezen uit de plaats waar men gewoonlijk mestte.

Amos 6 vers 5

geklank Hebr. op, of naar den mond; dat is, naar de wijze en aanleiding van het luiten of psalterspel, hunne stem op het fijnste en vaardigste weten te breken, dat men noemt kwinkeleren, of kwinken, kwinkelen, kwedelen, en bij de muzikanten [recht naar het Hebr. woord] heet verminderen.

Hertaald: geklank Hebreeuws: op of naar de mond; dat is: zij weten hun stem naar de wijze en de aanleiding van het luit- of harpspel op het fijnst en vaardigst te breken — wat men kwinkeleren of kwedelen noemt, en wat bij de musici, geheel naar het Hebreeuwse woord, verminderen heet.

gelijk David; Passende [naar de wijze van ijdele wereldse mensen] het geestelijk heilig werk van den koninklijken profeet David op hun vleselijke weelde en dartelheid.

Hertaald: gelijk David; Terwijl zij, naar de gewoonte van ijdele wereldse mensen, het geestelijke en heilige werk van de koninklijke profeet David toepassen op hun vleselijke weelde en dartelheid.

Amos 6 vers 6

uit schalen drinken, Anders: in, of met bekers van den wijn; dat is, die zich niet laten genoegen met gemene drinkbekers, schalen of koppen, maar grote wijde bekkens of kommen [gelijk sprengbekkens] vol wijn storten en uitzuipen.

Hertaald: uit schalen drinken, Anders: in of met bekers wijn; dat is: zij nemen geen genoegen met gewone drinkbekers, schalen of koppen, maar gieten grote, wijde bekkens of kommen — als sprengbekkens — vol wijn en zuipen die leeg.

voortreffelijkste olie, Hebr. de eerstelingen, het eerste, voorste van de oliën; dat is, de allerbeste en kostelijkste olie. Zie Ruth 3:3 ; Ps. 23:5 ; Spr. 21:17 , met de aantekening.

Hertaald: voortreffelijkste olie, Hebreeuws: de eerstelingen, het eerste en voorste van de oliën; dat is: de allerbeste en kostbaarste olie. Zie Ruth 3:3; Ps. 23:5; Spr. 21:17 met de aantekening.

bekommeren zich niet Of, hebben geen smart, weedom, hartzeer. Het Hebr. woord wordt gebruikt van krankheid van het lichaam, en ook smart en bekommering van den geest, beide kan hier plaatshebben, alzo het ene gemeenlijk op het andere volgt.

Hertaald: bekommeren zich niet Of: hebben geen smart, pijn of hartzeer. Het Hebreeuwse woord wordt gebruikt voor ziekte van het lichaam en ook voor smart en bekommernis van de geest; hier kan het allebei betekenen, aangezien het een gewoonlijk op het ander volgt.

verbreking De bijzondere verdrukkingen hunner broeders, en de algemene, o verledene als aanstaande, ellenden van Gods volk. Zie Jer. 4:6 .

Hertaald: verbreking De bijzondere verdrukkingen van hun broeders, en de algemene ellenden van Gods volk, zowel de reeds geleden als de nog komende. Zie Jer. 4:6.

Jozef Gelijk in Am. 5:6 .

Hertaald: Jozef Zoals Amos 5:6.

Amos 6 vers 7

nu gevankelijk henengaan Dat is, al haast. Zie Hos. 10:3 .

Hertaald: nu gevankelijk henengaan Dat is: heel spoedig. Zie Hos. 10:3.

onder de voorsten, Hebr. in, of onder het hoofd; dat is, vooraan, in de spits der gevangenen zult gij de eerste en voorste zijn, gelijk gij in hoogheid en boosheid den voorgang hebt gehad. De voorste in straffen.

Hertaald: onder de voorsten, Hebreeuws: in of onder het hoofd; dat is: vooraan, in de spits van de gevangenen zult u de eersten en voorsten zijn, zoals u in hoogheid en boosheid de eersten geweest bent. De voorsten dus ook in de straf.

banket dergenen, Anders: rouwmaaltijden, die zij met grote pracht, overdaad en wonderlijk bestuur plegen te houden. Zie Jer. 16:4 .

Hertaald: banket dergenen, Anders: rouwmaaltijden, die zij met grote praal, overdaad en opmerkelijk vertoon plachten te houden. Zie Jer. 16:4.

weelderig zijn, Gelijk in vs.4.

Hertaald: weelderig zijn, Zoals vers 4.

wegwijken Alle vreugde, dartelheid, pracht en overdaad zal ophouden en hen verlaten, en inplaats van die zal hen ellende en jammer aankleven en volgen.

Hertaald: wegwijken Alle vreugde, dartelheid, praal en overdaad zal ophouden en hen verlaten; in plaats daarvan zullen ellende en jammer hen aankleven en volgen.

Amos 6 vers 8

Zichzelf Hebr. bij zijne ziel; dat is, bij zichzelven. Zie Gen. 22:16 , menselijk van God gesproken, ten aanzien van het woord ziel.

Hertaald: Zichzelf Hebreeuws: bij Zijn ziel; dat is: bij Zichzelf. Zie Gen. 22:16; op menselijke wijze over God gesproken, wat het woord ziel betreft.

Jakobs hovaardij, Dat is, Israël, der Israëlieten.

Hertaald: Jakobs hovaardij, Dat is: van Israël, van de Israëlieten.

volheid Alles waarmede Ik de stad vervuld, verrijkt en versierd heb. Verg. Deut. 33:16 ; Ps. 24:1 , enz.

Hertaald: volheid Alles waarmee Ik de stad gevuld, verrijkt en versierd heb. Vergelijk Deut. 33:16; Ps. 24:1, enzovoort.

overleveren In de hand van den vijand.

Hertaald: overleveren In de hand van de vijand.

Amos 6 vers 9

overgelaten zijn, Van den vijand.

Hertaald: overgelaten zijn, Door de vijand.

sterven zullen Door de pestilentie, of honger, brand, aardbeving, enz., gelijk van God gedreigd was dat, die de ene plaag ontging, in de andere zou vallen. Zie Am. 5:19 , enz.

Hertaald: sterven zullen Door de pest, of door honger, brand, aardbeving, enzovoort — zoals God gedreigd had dat wie de ene plaag ontkwam in de andere zou vallen. Zie Amos 5:19, enzovoort.

Amos 6 vers 10

de naaste vriend Of, neef, bloedverwant, vriend; naar het gebruikt van het Hebr. woord.

Hertaald: de naaste vriend Of: neef, bloedverwant, vriend, naar het gebruik van het Hebreeuwse woord.

een iegelijk van die opnemen, Hebr. hem; dat is, een voorzeide verstorvene, de een na den ander.

Hertaald: een iegelijk van die opnemen, Hebreeuws: hem; dat is: elk van de genoemde gestorvenen, de een na de ander.

hem Het lichaam van den vertorvene, om de beenderen uit te brengen, ter begrafenis of om weg te werpen. Verg. Am. 8:3 .

Hertaald: hem Namelijk het lichaam van de gestorvene, om de beenderen naar buiten te brengen voor de begrafenis of om ze weg te werpen. Vergelijk Amos 8:3.

verbrandt, Hetwelk niet gebruikelijk was, dan in buitengewone toevallen en om bijzondere redenen, gelijk te zien is 1 Sam. 31:12 . Doch naar sommiger mening, ook in tijden van zware pest, hetwelk op deze plaats niet kwalijk zou passen.

Hertaald: verbrandt, Wat niet gebruikelijk was behalve in buitengewone omstandigheden en om bijzondere redenen, zoals te zien is in 1 Sam. 31:12. Maar volgens sommigen gebeurde het ook in tijden van zware pest, wat hier goed zou passen.

binnen de zijden van het huis is Hebr. in; de zin is, in het binneste van het huis.

Hertaald: binnen de zijden van het huis is Hebreeuws: in; de betekenis is: in het binnenste van het huis.

meer bij u? Doden in het huis?

Hertaald: meer bij u? Namelijk doden in het huis?

Niemand Of, het einde [is er]; dat is, zij zijn nu altemaal weg, daar is geen meer behouden.

Hertaald: Niemand Of: het is het einde; dat is: zij zijn nu allemaal weg, er is er geen meer in leven.

Zwijg Murmureer niet tegen Gods oordelen, want de verstorvenen waren goddeloos. Verg. Am. 5:13 , met de aantekening.

Hertaald: Zwijg Mopper niet tegen Gods oordelen, want de gestorvenen waren goddeloos. Vergelijk Amos 5:13 met de aantekening.

zij waren niet om des HEEREN Naam te vermelden De verstorvenen. Anders: des HEEREN naam is niet te vermelden, of men moet dien niet vermelden. Waarmede te kenne zou gegeven worden de uiterste goddeloosheid dezer mensen, als die op het zwaarste geplaagd zijnde, evenwel niet zouden mogen lijden dat men des Heeren gedacht. Sommigen verstaan het van de algemene gewoonte van rouwklagen, of klaagliederen te gebruiken over de doden, in welke de naam des Heeren mocht gedacht worden. Verg. Am. 8:3 .

Hertaald: zij waren niet om des HEEREN Naam te vermelden Namelijk de gestorvenen. Anders: de naam van de HEERE mag niet vermeld worden, of: men moet die niet vermelden — waarmee de uiterste goddeloosheid van deze mensen te kennen gegeven zou worden: dat zij, terwijl zij op het zwaarst geplaagd werden, toch niet zouden dulden dat men de HEERE noemde. Sommigen verstaan het van de algemene gewoonte om over de doden rouwklachten of klaagliederen te gebruiken, waarin de naam van de HEERE genoemd kon worden. Vergelijk Amos 8:3.

Amos 6 vers 11

geeft bevel, Of, zal gebieden, bevel geven; dat is, door zijne regering beschikken, dat de vijand [als op zijn bevel] aankome en sla, enz. Zie vs.14, en Am. 9:9 .

Hertaald: geeft bevel, Of: zal gebieden, bevel geven; dat is: door Zijn bestuur beschikken dat de vijand als op Zijn bevel aankomt en slaat, enzovoort. Zie vers 14 en Amos 9:9.

inwatering, Hebr. druppen, of droppelen; dat is, inwatering, zodat de straffen gaan zullen over hogen en lagen, groten en kleinen, als een doordringende en steeds druipende regen, die niet zal zijn te keren. Verg. Am. 5:24 . Sommigen duiden het op beide koninkrijken, van Israël en Juda, waarvan Israël door Assyriërs en Juda door de Babyloniërs zou bedorven en verwoest worden. Verg. Jes. 8:14 .

Hertaald: inwatering, Hebreeuws: druppels; dat is: inwatering, zodat de straffen over hoog en laag, groot en klein zullen gaan als een doordringende en gestaag druipende regen die niet te keren is. Vergelijk Amos 5:24. Sommigen betrekken het op beide koninkrijken, van Israël en Juda, waarvan Israël door de Assyriërs en Juda door de Babyloniërs verwoest zou worden. Vergelijk Jes. 8:14.

Amos 6 vers 12

Zullen ook paarden rennen op een steenrots? Dit vers kan men met sommigen alzo verstaan dat, gelijk zulks op steenrotsen niet past noch wel kan gelukken, Israël ook alzo niet wel kon varen, omdat zij verkeerd liepen en ploegden, of omdat al het vermanen en bestraffen aan hen niet dan vergeefs rennen en ploegen op steenrotsen was, want zij bleven verkeerd, gelijk volgt; of, gelijk zulks ene omkering zou zijn van alle natuurlijke orde en redegebruik, en niets anders den loutere en zeer schandelijke dwaasheid, alzo was ook hun doen; dewijl zij de heilige en zeer lieflijke ordinantiën Gods van recht en gerechtigheid omkeerden in enkel vergif en bitterheid.

Hertaald: Zullen ook paarden rennen op een steenrots? Dit vers kan men met sommigen zo verstaan: zoals dat op steenrotsen niet past en niet kan lukken, zo kon het ook Israël niet goed gaan, omdat zij verkeerd liepen en ploegden; of: omdat al het vermanen en bestraffen aan hen niet meer was dan vergeefs rennen en ploegen op steenrotsen, want zij bleven verkeerd, zoals volgt. Of: zoiets zou een omkering zijn van alle natuurlijke orde en van het gezond verstand, en niets dan louter, zeer schandelijke dwaasheid. Zo was ook hun doen, omdat zij Gods heilige en zeer liefelijke verordeningen van recht en gerechtigheid omkeerden in enkel vergif en bitterheid.

Want gijlieden Of, dat gij het recht verkeerd hebt, enz.

Hertaald: Want gijlieden Of: dat u het recht verkeerd hebt, enzovoort.

gal verkeerd, Zie Ps. 69:22 , en verg. Am. 5:7 .

Hertaald: gal verkeerd, Zie Ps. 69:22 en vergelijk Amos 5:7.

Amos 6 vers 13

nietig ding; Als daar is, met rijkdom en macht, waarvan gij u dwaselijk beroemt; want zij zijn u van mij gegeven, en, vermits uwe zonden, tegen mijn toorn niet zullen helpen.

Hertaald: nietig ding; Zoals rijkdom en macht, waarop u zich dwaas beroemt; want die zijn u door Mij gegeven en zullen u vanwege uw zonden tegen Mijn toorn niet helpen.

hoornen verkregen? Heerlijkheid en macht. Zie Deut. 33:17 , en Job 16:15 .

Hertaald: hoornen verkregen? Heerlijkheid en macht. Zie Deut. 33:17 en Job 16:15.

Amos 6 vers 14

volk verwekken, De Assyriërs, gelijk de Babyloniërs over Juda.

Hertaald: volk verwekken, De Assyriërs, zoals de Babyloniërs over Juda.

drukken, Of, dringen. Verg. Am. 2:13 .

Hertaald: drukken, Of: dringen. Vergelijk Amos 2:13.

Hamath, Gelegen aan de noordelijke landpale van Kanaän, gelijk de beek of rivier van Egypte of Sichor, in het zuiden. Zie Num. 34:5 , Num. 34:8 ; Joz. 13:3 . De zin is: zij zullen u plagen van het ene einde des lands tot het andere.

Hertaald: Hamath, Dat lag aan de noordgrens van Kanaän, zoals de beek of rivier van Egypte, de Sichor, in het zuiden. Zie Num. 34:5, Num. 34:8; Joz. 13:3. De betekenis is: zij zullen u van het ene einde van het land tot het andere plagen.

wildernis Of, van het vlakke veld.

Hertaald: wildernis Of: van het vlakke veld.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Wee den gerusten te Sion  — een weelde die zichzelf niet bekommert om de ondergang van het volk (Amos 6:1-6)

"Wee den gerusten te Sion, en den zekeren op den berg van Samaria!" (Amos 6:1). Dan volgt een opsomming van die weelde: liggen op elpenbenen bedsteden, eten van de beste lammeren en kalveren, muziek maken op instrumenten "gelijk David", wijn drinken uit schalen en zich zalven met de beste olie (Amos 6:4-6a). Het vers sluit met de aanklacht die alles verklaart: "maar bekommeren zich niet over de verbreking van Jozef" (Amos 6:6b).

Bijbelse betekenis: Merk op hoe lang de lijst van weelde is, en hoe kort de aanklacht aan het eind. Zes verzen beschrijven bedsteden, vlees, muziek, wijn en olie; één zinnetje zegt waarom dat verkeerd is. Niet de weelde zelf wordt veroordeeld, maar de doofheid ervoor: men leeft alsof er niets aan de hand is, terwijl Jozef — het noordelijke rijk — instort. Let vervolgens op het woord gerust. Het is geen rust die uit vertrouwen op God komt, maar een rust die de werkelijkheid niet meer ziet. Let ten slotte op de vergelijking met David in Amos 6:5. Zelfs iets dat op zichzelf goed is — muziek zoals David maakte — wordt hier een teken van onverschilligheid, omdat het op het verkeerde moment en met de verkeerde bedoeling gebeurt.

Typologie: De Heere Jezus tekent dezelfde zelfgenoegzaamheid in de gelijkenis van de rijke man die zijn schuren wil vergroten en tot zijn ziel zegt: "neem rust, eet, drink, wees vrolijk" — terwijl zijn ziel dienzelfde nacht van hem geëist wordt (Luk. 12:19-20, reeds behandeld).

Amos 6:1,4-6; Luk. 12:19-20

Het recht in gal verkeerd  — een beeld uit de landbouw voor wat een samenleving onmogelijk maakt (Amos 6:12-13)

"Zullen ook paarden rennen op een steenrots? Zal men ook daarop met runderen ploegen?" (Amos 6:12a). Beide vragen verwachten hetzelfde antwoord: nee, dat kan niet. Dan volgt de toepassing: "Want gijlieden hebt het recht in gal verkeerd, en de vrucht der gerechtigheid in alsem" (Amos 6:12b). Het hoofdstuk vervolgt met een zelfgenoegzame uitspraak van het volk: "Hebben wij ons niet door onze sterkte hoornen verkregen?" (Amos 6:13).

Bijbelse betekenis: Merk op wat de twee vragen in Amos 6:12a gemeen hebben: beide vragen naar iets dat tegen de natuur van de zaak ingaat. Rennen op een rots en ploegen op steen zijn geen vergissingen die men kan verbeteren; het gaat gewoonweg niet. Zo tekent Amos wat er met recht en gerechtigheid gebeurd is: zij zijn niet een beetje beschadigd, maar omgekeerd in hun tegendeel — gal in plaats van vrucht, alsem in plaats van iets goeds. Let vervolgens op de uitspraak in Amos 6:13. Het volk schrijft zijn overwinningen toe aan de eigen sterkte, terwijl heel het boek tot dan toe heeft laten zien dat de HEERE het is Die handelt, ten goede en ten kwade.

Typologie: Dezelfde omkering noemt Jesaja: "Wee dengenen die het kwade goed heten, en het goede kwaad" (reeds behandeld bij Jes. 5:20). Waar recht in zijn tegendeel verandert, is er geen weg meer naar boven zonder dat er eerst iets wordt rechtgezet.

Amos 6:12-13; Jes. 5:20

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Amos 6

Amos 6:1.KruisverwijzingenJesaja 32:9Jakobus 5:5Amos 4:1Exodus 19:5Sefanja 1:12Lukas 12:17Richteren 18:7Lukas 6:24
— Wee den gerusten te Sion, en den zekeren op den berg van Samaria! die de voornaamste zijn van de eerstelingen der volken, en tot dewelke die van het huis Israels komen.
Het was een tijd van grote zonde en ook van groot oordeel. En toch waren er in Sion mensen die zich onder dat alles volkomen gerust voelden. Geen besef van zonde bedroefde hen, geen gedachte aan het komende oordeel verontrustte hen. Wat kon het hun schelen of het volk te gronde ging? Wat betekende het voor hen dat God toornig was op Zijn volk? Zij waren godloochenaars, of gedroegen zich in elk geval zo. Wat er ook gebeuren mocht, zij namen het risico. Wee, zegt God, tot al zulke mensen. En zegt de HEERE tot iemand “wee”, dan is het ook werkelijk wee, want Hij spreekt zo nooit zonder oorzaak.

Op zichzelf is het geen fout om gerust te zijn. Het is een grote zegen om in Sion gerust te zijn in de gezonde zin van dat woord. Is het niet een van de uitnodigingen van Christus: “Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven”? En is dit niet een van de beloften aan de gelovige: “Zijn ziel zal vernachten in het goede, en zijn zaad zal de aarde beerven”?

Maar er blijkt ook een andere zin te zijn waarin het woord gerustheid gebruikt kan worden. Dat is een vleselijke gerustheid, een vleselijke zekerheid. Het is niet het vertrouwen van iemand die vergeven is, maar de gerustheid van een verharde ellendeling die de galg heeft leren verachten. Het is niet de verzekerdheid van iemand die op de rots staat. Het is de gerustheid van een redeloze dronkaard wiens huis op zijn zanderige grondslag staat te wankelen, terwijl hij in volle vaart doorbrast. Het is niet de kalmte van een ziel die vrede met God heeft. Het is de gerustheid van een waanzinnige die meent dat hij zijn zonde ook voor God verborgen heeft, omdat hij haar voor zijn eigen ogen verborgen heeft.

Het is de gerustheid en de vrede van iemand die ongevoelig geworden is, verhard, verdierlijkt, stomp, nors en zorgeloos. Hij is aan een slaap begonnen die spoedig verbroken kan worden, of die hem anders zeker daar zal brengen waar hij zijn bed in de hel maken zal.

Amos 6:2.KruisverwijzingenNahum 3:8Genesis 10:102 Koningen 18:342 Kronieken 26:6Jesaja 10:91 Samuël 17:41 Samuël 17:23Ezechiël 31:2
— Gaat over naar Kalne, en ziet toe; en gaat van daar naar Hamath, de grote stad, en trekt af naar Gath der Filistijnen; of zij beter zijn dan deze koninkrijken, of hun landpale groter dan uw landpale?
De HEERE wijst op andere steden die verwoest waren: Kalne, Hamath en Gath, die Hij geslagen had om de zonde van de mensen die er woonden. En Hij zegt: u die in Jeruzalem woont en u die in Samaria leeft, verbeeld u niet dat u aan de gevolgen van uw zonde ontkomen zult. Ik kon de inwoners van die trotse steden bereiken, ondanks hun sterke vestingwerken en hun machtige legers; en Ik kan ook ú bereiken.

Zien wij dus terug op de oordelen van God over schuldige mensen, dan mogen wij besluiten dat geen zondaar enig recht heeft te denken dat híj ontkomen zal. De trotsten en machtigsten zijn door God neergehaald, en zo zal het gaan met alle mensen die de Allerhoogste durven weerstaan. Blijf ootmoedig, tot het einde van de wereld toe.

Amos 6:3.KruisverwijzingenAmos 9:10Ezechiël 12:27Jesaja 56:12Amos 6:12Prediker 8:11Ezechiël 12:22Mattheüs 24:48Amos 3:10
— Gij, die den bozen dag verre stelt, en den stoel des gewelds nabij brengt.
U die zegt: er is nog tijd genoeg; laten wij eerst nog wat meer van het leven zien; waarom zouden wij ons haasten om de zaligheid te zoeken?

Mensen trachten de gedachten aan het oordeel dat na de dood volgt uit te stellen. Dan zijn zij gewoonlijk des te begeriger om zich aan de zonde over te geven. Zij zeggen dat er nog tijd genoeg is, omdat zij een langere tijd willen hebben om zich meer aan hun zondige wegen te goed te doen. De HEERE zegt “wee” tot al zulke mensen.

Amos 6:4.KruisverwijzingenJakobus 5:5Amos 3:12Ezechiël 34:2Lukas 12:19Psalmen 73:7Jesaja 5:111 Samuël 25:36Jesaja 22:13
— Die daar liggen op elpenbenen bedsteden, en weelderig zijn op hun koetsen, en eten de lammeren van de kudde, en de kalveren uit het midden van den meststal.
Het waren mannen van rijkdom, die hun geld aan allerlei weelde besteedden terwijl de armen van het land van gebrek omkwamen.

Het was, zoals ik zei, een tijd van gevaar, waarin de oorlog voor de poorten stond. Maar het volk was zo zorgeloos dat zij leefden alsof de vrede voor eeuwig gevestigd was en de vijand hen nooit zou kunnen raken. Hun uitgaven waren hoog, en alleen voor de zelfzucht.

Amos 6:5.KruisverwijzingenJesaja 5:12Amos 5:231 Kronieken 23:51 Petrus 4:3Job 21:11Amos 8:3Genesis 31:27Prediker 2:8
— Die op het geklank der luit kwinkeleren, en bedenken zichzelven instrumenten der muziek, gelijk David;
Maar niet met hetzelfde doel als waarmee David speelde en zong. Zijn muziekinstrumenten werden gebruikt tot geestelijke vertroosting en tot de aanbidding van God. Maar deze mensen zetten hun vernuft aan het werk om uit te vinden hoe hun muziek hun begeerten kon aanwakkeren. Zij moest een voertuig zijn voor het uitdrukken van hun wellustige verlangens.

Amos 6:6.KruisverwijzingenGenesis 49:22Jeremia 30:71 Timotheüs 5:23Genesis 37:25Mattheüs 26:7Genesis 42:211 Korinthe 12:26Johannes 12:3
— Die wijn uit schalen drinken, en zich zalven met de voortreffelijkste olie, maar bekommeren zich niet over de verbreking van Jozef.
Want zelden kan een zorgeloos mens het gebouw van zijn zonde bekronen zonder zich aan de dronkenschap over te geven. Hij moet het zinnelijke genot hebben dat hij in de vloeiende beker vindt.

Het is niet verkeerd wanneer iemand aan wie God veel van de goede dingen van dit leven gegeven heeft, daarvan op een gepaste en redelijke wijze geniet. De zonde van deze mensen bestond hierin, dat zij, terwijl anderen verdrukt werden, juist die gelegenheid aangrepen om zich in alle geneugten van het vlees te goed te doen. Terwijl de roede van God tot kastijding gebruikt werd, gingen zij door met hun zondige vrolijkheid, om te tonen hoe weinig zij zich ervan aantrokken.

Misschien spreek ik wel tot sommigen die op dit ogenblik een zware ziekte in huis hebben. Of misschien is een geliefde vrouw nauwelijks koud in haar graf, of heeft een lief kind zich juist in zijn doodsslaap gesnikt. En toch lopen de nabestaanden wilder dan ooit achter vermaak en genot en dwaasheid aan. Het is alsof zij de stem van het geweten willen doen zwijgen en de slagen van Gods roede willen vergeten. Och, mocht dit zeer plechtige hoofdstuk hun een waarschuwing brengen!

Amos 6:7.KruisverwijzingenAmos 7:111 Koningen 20:16Daniël 5:4Amos 5:5Amos 5:27Jesaja 21:4Amos 7:17Esther 5:8
— Daarom zullen zij nu gevankelijk henengaan onder de voorsten, die in gevangenis gaan; en het banket dergenen, die weelderig zijn, zal wegwijken.
Wanneer God uittrekt om het oordeel over de goddelozen te voltrekken, zoekt Hij eerst hen uit die Hem het meest getrotseerd hebben. Wie de trotste geest en het hardste hart hebben, zullen als eersten de slagen van Zijn roede voelen.

Amos 6:8.KruisverwijzingenJeremia 51:14Amos 4:2Amos 3:11Jeremia 22:5Amos 8:7Psalmen 47:4Psalmen 106:40Ezechiël 24:21
— De Heere HEERE heeft gezworen bij Zichzelf (spreekt de HEERE, de God der heerscharen): Ik heb een gruwel van Jakobs hovaardij, en Ik haat zijn paleizen; daarom zal Ik de stad en haar volheid overleveren.
Het volgende hoofdstuk laat zien dat er, ook toen God zeer toornig was op de goddelozen, nog altijd een wonderlijke kracht in het gebed lag.

Amos 6:12.KruisverwijzingenAmos 5:7Hosea 10:4Amos 5:11Jesaja 59:131 Koningen 21:7Jeremia 6:29Hosea 10:13Psalmen 94:20
— Zullen ook paarden rennen op een steenrots? Zal men ook daarop met runderen ploegen? Want gijlieden hebt het recht in gal verkeerd, en de vrucht der gerechtigheid in alsem.
“Zullen ook paarden rennen op een steenrots? Zal men ook daarop met runderen ploegen? Want gijlieden hebt het recht in gal verkeerd, en de vrucht der gerechtigheid in alsem.”

De profeet is het oneens met de goddelozen over hun jacht op het geluk daar waar het nooit te vinden is. Zij trachtten rijk en groot en sterk te worden door verdrukking. Zij hadden de rechterstoel veranderd in een plaats waar het recht gekocht en verkocht werd, en het wetboek gemaakt tot een werktuig van bedrog en van hooghartige oplichterij.

Maar, zegt de profeet, langs die weg valt er niets te winnen: geen werkelijke winst, geen waar geluk. En het is ook zo. Zijn er mensen die zich met deze wereld trachten tevreden te stellen, en die hopen midden in hun zaken en hun gezin een hemel te vinden zonder omhoog te zien? Dan arbeiden zij tevergeefs.

Beproeft iemand genot in de zonde te vinden? Denkt hij dat het hem goed zal gaan als hij de wet van God veracht en zijn genot zoekt door de natuurlijke wetten van zijn lichaam te overtreden? Dan zal hij bemerken dat hij zich zeer vergist heeft. Hij kon net zo goed rozen zoeken in de grotten van de zee, of naar parels zoeken op de kale straatstenen van de stad. Wat zijn ziel behoeft, zal hij nergens vinden dan in God. Het geluk zoeken in boze daden is ploegen op een granieten rots. Zwoegen om ware voorspoed langs oneerlijke weg is even nutteloos als het bewerken van het zandige strand.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content