Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Als nu Salomo voleind had te bidden, zo daalde het vuur van den hemel, en verteerde het brandoffer en de slachtofferen; en de heerlijkheid des HEEREN vervulde het huis.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Als nu SalomoH8010voleindH3615 had te biddenH6419, zo daaldeH3381 het vuurH784 van den hemelH8064, en verteerdeH398 het brandofferH5930 en de slachtofferenH2077; en de heerlijkheidH3519 des HEERENH3068vervuldeH4390 het huisH1004.Als nu Salomo voleind had te bidden, zo daalde het vuur van den hemel, en verteerde het brandoffer en de slachtofferen; en de heerlijkheid des HEEREN vervulde het huis.
KJVNow when Solomon2had made an end1of praying,3the fire4came down5from heaven,6and consumed7the burnt offering8and the sacrifices;9and the glory10of the LORD11filled12the house.14
1וּכְכַלּ֤וֹתH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste2שְׁלֹמֹה֙H8010SalomoSolomon3לְהִתְפַּלֵּ֔לH6419bidden, bad, bidintreat, judge(-ment), (make) pray(-er, -ing), make supplication4וְהָאֵ֗שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot5יָֽרְדָה֙H3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down6מֵֽהַשָּׁמַ֔יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)7וַתֹּ֥אכַלH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite8הָעֹלָ֖הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)9וְהַזְּבָחִ֑יםH2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice10וּכְב֥וֹדH3519heerlijkheid, eer, ereglorious(-ly), glory, honour(-able)11יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12מָלֵ֥אH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14הַבָּֽיִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)
2En de priesters konden niet ingaan in het huis des HEEREN; want de heerlijkheid des HEEREN had het huis des HEEREN vervuld.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En de priestersH3548kondenH3201nietH3808ingaanH935 in het huisH1004 des HEERENH3068; wantH3588 de heerlijkheidH3519 des HEERENH3068 had het huisH1004 des HEERENH3068vervuldH4390.En de priesters konden niet ingaan in het huis des HEEREN; want de heerlijkheid des HEEREN had het huis des HEEREN vervuld.
KJVAnd the priests3could2not enter4into the house6of the LORD,7because the glory10of the LORD11had filled9the LORD'S14house.13
1וְלֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2יָֽכְלוּ֙H3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer3הַכֹּ֣הֲנִ֔יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer4לָב֖וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way5אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)6בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)7יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9מָלֵ֥אH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly10כְבוֹדH3519heerlijkheid, eer, ereglorious(-ly), glory, honour(-able)11יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)14יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
3En als al de kinderen Israels dat vuur zagen afdalen, en de heerlijkheid des HEEREN over het huis, zo bukten zij met hun aangezichten ter aarde op den vloer, en aanbaden en loofden den HEERE, dat Hij goedig is, dat Zijn weldadigheid is tot in eeuwigheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En als alH3605 de kinderenH1121IsraelsH3478 dat vuurH784zagenH7200afdalenH3381, en de heerlijkheidH3519 des HEERENH3068overH5921 het huisH1004, zo buktenH3766 zij met hun aangezichtenH639 ter aardeH776opH5921 den vloerH7531, en aanbadenH7812 en loofdenH3034 den HEEREH3068, datH3588 Hij goedigH2896 is, datH3588 Zijn weldadigheidH2617 is tot in eeuwigheidH5769.En als al de kinderen Israels dat vuur zagen afdalen, en de heerlijkheid des HEEREN over het huis, zo bukten zij met hun aangezichten ter aarde op den vloer, en aanbaden en loofden den HEERE, dat Hij goedig is, dat Zijn weldadigheid is tot in eeuwigheid.
KJVAnd when all the children2of Israel3saw4how the fire6came down,5and the glory7of the LORD8upon the house,10they bowed11themselves with their faces12to the ground13upon the pavement,15and worshipped,16and praised17the LORD,18saying, For he is good;20for his mercy23endureth for ever.22
1וְכֹ֣לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)2בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth3יִשְׂרָאֵ֗לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael4רֹאִים֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions5בְּרֶ֣דֶתH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down6הָאֵ֔שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot7וּכְב֥וֹדH3519heerlijkheid, eer, ereglorious(-ly), glory, honour(-able)8יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10הַבָּ֑יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)11וַיִּכְרְעוּ֩H3766kromde, gekromd, nederbukkenbow (down, self), bring down (low), cast down, couch, fall, feeble, kneeling, sink, smite (stoop) down, subdue, [idiom] very12אַפַּ֨יִםH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath13אַ֤רְצָהH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world14עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15הָרִֽצְפָה֙H7531plaveisel, vloer, gloeiende koollive coal, pavement16וַיִּֽשְׁתַּֽחֲו֔וּH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship17וְהוֹד֤וֹתH3034loven, Looft, belijdencast (out), (make) confess(-ion), praise, shoot, (give) thank(-ful, -s, -sgiving)18לַיהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)19כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet20ט֔וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)21כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet22לְעוֹלָ֖םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)23חַסְדּֽוֹH2617goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenhedenfavour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing
4De koning nu en al het volk offerden slachtofferen voor het aangezicht des HEEREN.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4De koningH4428 nu en alH3605 het volkH5971offerdenH2076slachtofferenH2077 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068.De koning nu en al het volk offerden slachtofferen voor het aangezicht des HEEREN.
KJVThen the king1and all the people3offered4sacrifices5before6the LORD.7
1וְהַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal2וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3הָעָ֑םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people4זֹבְחִ֥יםH2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay5זֶ֖בַחH2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice6לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
5En de koning Salomo offerde slachtofferen van runderen, twee en twintig duizend, en van schapen, honderd en twintig duizend. Alzo hebben de koning en het ganse volk het huis Gods ingewijd.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En de koningH4428SalomoH8010offerdeH2076slachtofferenH2077 van runderenH1241, tweeH8147 en twintigH6242duizendH505, en van schapenH6629, honderdH3967 en twintigH6242duizendH505. Alzo hebben de koningH4428 en het ganseH3605volkH5971 het huisH1004GodsH430ingewijdH2596.En de koning Salomo offerde slachtofferen van runderen, twee en twintig duizend, en van schapen, honderd en twintig duizend. Alzo hebben de koning en het ganse volk het huis Gods ingewijd.
KJVAnd king2Solomon3offered1a sacrifice5of twenty7and two8thousand9oxen,6and an hundred11and twenty12thousand13sheep:10so the king18and all the people20dedicated14the house16of God.17
1וַיִּזְבַּ֞חH2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay2הַמֶּ֣לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal3שְׁלֹמֹה֮H8010SalomoSolomon4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5זֶ֣בַחH2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice6הַבָּקָ֗רH1241runderen, rund, koeienbeeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox7עֶשְׂרִ֤יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)8וּשְׁנַ֨יִם֙H8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two9אֶ֔לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand10וְצֹ֕אןH6629schapen, kudde, klein vee(small) cattle, flock ([phrase] -s), lamb ([phrase] -s), sheep(-cote, -fold, -shearer, -herds)11מֵאָ֥הH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore12וְעֶשְׂרִ֖יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)13אָ֑לֶףH505duizend, duizenden, twee duizendthousand14וַֽיַּחְנְכוּ֙H2596ingewijd, Leer, eerste beginselendedicate, train up15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)17הָֽאֱלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty18הַמֶּ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal19וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)20הָעָֽםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
6Ook stonden de priesters in hun wachten, en de Levieten met de muzikale instrumenten des HEEREN, die de koning David gemaakt had, om den HEERE te loven, dat Zijn weldadigheid is in eeuwigheid, als David door hun dienst Hem prees; en de priesters trompetten tegen hen over, en gans Israel stond.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6Ook stondenH5975 de priestersH3548 in hun wachtenH4931, en de LevietenH3881 met de muzikaleH7892instrumentenH3627 des HEERENH3068, dieH834 de koningH4428DavidH1732gemaaktH6213 had, om den HEEREH3068 te lovenH3034, dat Zijn weldadigheidH2617 is in eeuwigheidH5769, alsH3588DavidH1732 door hun dienstH3027 Hem preesH1984; en de priestersH3548trompettenH2690 tegen hen over, en gansH3605IsraelH3478stondH5975.Ook stonden de priesters in hun wachten, en de Levieten met de muzikale instrumenten des HEEREN, die de koning David gemaakt had, om den HEERE te loven, dat Zijn weldadigheid is in eeuwigheid, als David door hun dienst Hem prees; en de priesters trompetten tegen hen over, en gans Israel stond.
KJVAnd the priests1waited4on their offices:3the Levites5also with instruments6of musick7of the LORD,8which David11the king12had made10to praise13the LORD,14because his mercy17endureth for ever,16when David19praised18by their ministry;20and the priests21sounded trumpets22before them, and all Israel25stood.26
1וְהַכֹּהֲנִ֞יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer2עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3מִשְׁמְרוֹתָ֣םH4931wacht, wachten, bewaringcharge, keep, or to be kept, office, ordinace, safeguard, ward, watch4עֹמְדִ֗יםH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry5וְהַלְוִיִּ֞םH3881Levieten, Leviet, LevietischeLeviite6בִּכְלֵיH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever7שִׁ֤ירH7892lied, gezang, liederenmusical(-ick), [idiom] sing(-er, -ing), song8יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10עָשָׂ֜הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use11דָּוִ֣ידH1732David, DavidsDavid12הַמֶּ֗לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal13לְהֹד֤וֹתH3034loven, Looft, belijdencast (out), (make) confess(-ion), praise, shoot, (give) thank(-ful, -s, -sgiving)14לַיהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet16לְעוֹלָ֣םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)17חַסְדּ֔וֹH2617goedertierenheid, weldadigheid, goedertierenhedenfavour, good deed(-liness, -ness), kindly, (loving-) kindness, merciful (kindness), mercy, pity, reproach, wicked thing18בְּהַלֵּ֥לH1984prijzen, Looft, Hallelujah(make) boast (self), celebrate, commend, (deal, make), fool(-ish, -ly), glory, give (light), be (make, feign self) mad (against), give in marriage, (sing, be worthy of) praise, rage, renowned, shine19דָּוִ֖ידH1732David, DavidsDavid20בְּיָדָ֑םH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves21וְהַכֹּהֲנִים֙H3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer22מַחְצְרִ֣יםH2690trompetten, trompette, trompettendeblow, sound, trumpeter23נֶגְדָּ֔םH5048tegenover, tegenwoordigheidabout, (over) against, [idiom] aloof, [idiom] far (off), [idiom] from, over, presence, [idiom] other side, sight, [idiom] to view24וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)25יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael26עֹמְדִֽיםH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry
7En Salomo heiligde het middelste des voorhofs, hetwelk voor het huis des HEEREN was, dewijl hij daar de brandofferen en het vette der dankofferen bereid had; want het koperen altaar, dat Salomo gemaakt had, kon het brandoffer, en het spijsoffer, en het vette niet vatten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En SalomoH8010heiligdeH6942 het middelsteH8432 des voorhofsH2691, hetwelkH834voorH6440 het huisH1004 des HEERENH3068 was, dewijl hij daarH8033 de brandofferenH5930 en het vetteH2459 der dankofferenH8002bereidH6213 had; wantH3588 het koperenH5178altaarH4196, dat SalomoH8010 gemaakt had, konH3201 het brandofferH5930, en het spijsofferH4503, en het vetteH2459nietH3808vattenH3557.En Salomo heiligde het middelste des voorhofs, hetwelk voor het huis des HEEREN was, dewijl hij daar de brandofferen en het vette der dankofferen bereid had; want het koperen altaar, dat Salomo gemaakt had, kon het brandoffer, en het spijsoffer, en het vette niet vatten.
KJVMoreover Solomon2hallowed1the middle4of the court5that was before7the house8of the LORD:9for there he offered11burnt offerings,13and the fat15of the peace offerings,16because the brasen19altar18which Solomon22had made21was not able24to receive25the burnt offerings,27and the meat offerings,29and the fat.31
1וַיְקַדֵּ֣שׁH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly2שְׁלֹמֹ֗הH8010SalomoSolomon3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4תּ֤וֹךְH8432midden, middelste, binnensteamong(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in)5הֶֽחָצֵר֙H2691voorhof, dorpen, voorhofscourt, tower, village6אֲשֶׁר֙H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you8בֵיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)9יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11עָ֤שָׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use12שָׁם֙H8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither13הָֽעֹל֔וֹתH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)14וְאֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15חֶלְבֵ֣יH2459vet, vette, smeer[idiom] best, fat(-ness), [idiom] finest, grease, marrow16הַשְּׁלָמִ֑יםH8002dankofferen, dankoffer, dankofferspeace offering17כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet18מִזְבַּ֤חH4196altaar, altaren, altaarsaltar19הַנְּחֹ֨שֶׁת֙H5178koperen, koper, kopersbrasen, brass, chain, copper, fetter (of brass), filthiness, steel20אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection21עָשָׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use22שְׁלֹמֹ֔הH8010SalomoSolomon23לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without24יָכ֗וֹלH3201konden, kan, konbe able, any at all (ways), attain, can (away with, (-not)), could, endure, might, overcome, have power, prevail, still, suffer25לְהָכִ֛ילH3557onderhouden, verdragen, hield(be able to, can) abide, bear, comprehend, contain, feed, forbearing, guide, hold(-ing in), nourish(-er), be present, make provision, receive, sustain, provide sustenance (victuals)26אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)27הָעֹלָ֥הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)28וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)29הַמִּנְחָ֖הH4503spijsoffer, geschenk, geschenkengift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice30וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)31הַחֲלָבִֽיםH2459vet, vette, smeer[idiom] best, fat(-ness), [idiom] finest, grease, marrow
8Salomo hield ook ter zelfder tijd het feest zeven dagen, en gans Israel met hem, een zeer grote gemeente, van den ingang af van Hamath, tot de rivier van Egypte.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8SalomoH8010hieldH6213 ook ter zelfderH1931tijdH6256 het feestH2282zevenH7651dagenH3117, en gansH3605IsraelH3478metH5973 hem, een zeerH3966 grote gemeenteH6951, van den ingangH935 af van HamathH2574, totH5704 de rivierH5158 van EgypteH4714.Salomo hield ook ter zelfder tijd het feest zeven dagen, en gans Israel met hem, een zeer grote gemeente, van den ingang af van Hamath, tot de rivier van Egypte.
KJVAlso at the same time5Solomon2kept1the feast4seven7days,8and all Israel10with him, a very14great13congregation,12from the entering in15of Hamath16unto the river18of Egypt.19
1וַיַּ֣עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2שְׁלֹמֹ֣הH8010SalomoSolomon3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הֶ֠חָגH2282feest, feesten, feestdag(solemn) feast (day), sacrifice, solemnity5בָּעֵ֨תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when6הַהִ֜יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who7שִׁבְעַ֤תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)8יָמִים֙H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger9וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)10יִשְׂרָאֵ֣לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael11עִמּ֔וֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)12קָהָ֖לH6951gemeente, vergadering, hoopassembly, company, congregation, multitude13גָּד֣וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very14מְאֹ֑דH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well15מִלְּב֥וֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way16חֲמָ֖תH2574Hamath, HammathHamath, Hemath17עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet18נַ֥חַלH5158beek, beken, dalbrook, flood, river, stream, valley19מִצְרָֽיִםH4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim
9En ten achtsten dage hielden zij een verbodsdag; want zij hielden de inwijding des altaars zeven dagen, en het feest zeven dagen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En ten achtstenH8066dageH3117hieldenH6213 zij een verbodsdagH6116; wantH3588 zij hieldenH6213 de inwijdingH2598 des altaarsH4196zevenH7651dagenH3117, en het feestH2282zevenH7651dagenH3117.En ten achtsten dage hielden zij een verbodsdag; want zij hielden de inwijding des altaars zeven dagen, en het feest zeven dagen.
KJVAnd in the eighth3day2they made1a solemn assembly:4for they kept8the dedication6of the altar7seven9days,10and the feast11seven12days.13
1וַֽיַּעֲשׂ֛וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use2בַּיּ֥וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3הַשְּׁמִינִ֖יH8066achtsten, achtsteeight4עֲצָ֑רֶתH6116verbodsdag, verbods, hoop(solemn) assembly (meeting)5כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet6חֲנֻכַּ֣תH2598inwijdingdedicating(-tion)7הַמִּזְבֵּ֗חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar8עָשׂוּ֙H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9שִׁבְעַ֣תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)10יָמִ֔יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger11וְהֶחָ֖גH2282feest, feesten, feestdag(solemn) feast (day), sacrifice, solemnity12שִׁבְעַ֥תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)13יָמִֽיםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
10Doch op den drie en twintigsten dag der zevende maand liet hij het volk gaan tot hun hutten, blijde en goedsmoeds over het goede, dat de HEERE aan David en Salomo, en Zijn volk Israel gedaan had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Doch op den drieH7969 en twintigstenH6242dagH3117 der zevendeH7637maandH2320lietH7971 hij het volkH5971 gaan tot hun huttenH168, blijdeH8056 en goedsmoedsH2896overH5921 het goedeH2896, datH834 de HEEREH3068 aan DavidH1732 en SalomoH8010, en Zijn volkH5971IsraelH3478gedaanH6213 had.Doch op den drie en twintigsten dag der zevende maand liet hij het volk gaan tot hun hutten, blijde en goedsmoeds over het goede, dat de HEERE aan David en Salomo, en Zijn volk Israel gedaan had.
KJVAnd on the three3and twentieth2day1of the seventh5month4he sent6➔ the people8awayinto their tents,9glad10and merry11in heart12for the goodness14that the LORD17had shewed16unto David,18and to Solomon,19and to Israel20his people.21
1וּבְי֨וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger2עֶשְׂרִ֤יםH6242twintig, twintigste, twintigsten(six-) score, twenty(-ieth)3וּשְׁלֹשָׁה֙H7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)4לַחֹ֣דֶשׁH2320maand, maanden, nieuwe maanmonth(-ly), new moon5הַשְּׁבִיעִ֔יH7637zevenden, zevende, zevenseventh (time)6שִׁלַּ֥חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people9לְאָהֳלֵיהֶ֑םH168tent, tenten, huttencovering, (dwelling) (place), home, tabernacle, tent10שְׂמֵחִים֙H8056blijde, vrolijk, verblijd(be) glad, joyful, (making) merry((-hearted), -ily), rejoice(-ing)11וְט֣וֹבֵיH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)12לֵ֔בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom13עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14הַטּוֹבָ֗הH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)15אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16עָשָׂ֤הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use17יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)18לְדָוִ֣ידH1732David, DavidsDavid19וְלִשְׁלֹמֹ֔הH8010SalomoSolomon20וּלְיִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael21עַמּֽוֹH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
11Alzo volbracht Salomo het huis des HEEREN, en het huis des konings; en al wat in Salomo's hart gekomen was, om in het huis des HEEREN en in zijn huis te maken, richtte hij voorspoedig uit.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11Alzo volbrachtH3615SalomoH8010 het huisH1004 des HEERENH3068, en het huisH1004 des koningsH4428; en alH3605 wat in SalomoH8010's hartH3820gekomenH935 was, om in het huisH1004 des HEERENH3068 en in zijn huisH1004 te makenH6213, richtte hij voorspoedigH6743 uit.Alzo volbracht Salomo het huis des HEEREN, en het huis des konings; en al wat in Salomo's hart gekomen was, om in het huis des HEEREN en in zijn huis te maken, richtte hij voorspoedig uit.
KJVThus Solomon2finished1the house4of the LORD,5and the king's8house:7and all that came11into Solomon's14heart13to make15in the house16of the LORD,17and in his own house,18he prosperously effected.19
1וַיְכַ֧לH3615geeindigd, voleind, verteerdaccomplish, cease, consume (away), determine, destroy (utterly), be (when... were) done, (be an) end (of), expire, (cause to) fail, faint, finish, fulfil, [idiom] fully, [idiom] have, leave (off), long, bring to pass, wholly reap, make clean riddance, spend, quite take away, waste2שְׁלֹמֹ֛הH8010SalomoSolomon3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4בֵּ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)5יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7בֵּ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)8הַמֶּ֑לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal9וְאֵ֨תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11הַבָּ֜אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way12עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with13לֵ֣בH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom14שְׁלֹמֹ֗הH8010SalomoSolomon15לַעֲשׂ֧וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use16בְּבֵיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)17יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)18וּבְבֵית֖וֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)19הִצְלִֽיחַH6743voorspoedig, vaardig, gedijenbreak out, come (mightily), go over, be good, be meet, be profitable, (cause to, effect, make to, send) prosper(-ity, -ous, -ously)
12En de HEERE verscheen Salomo des nachts, en Hij zeide tot hem: Ik heb uw gebed verhoord, en heb Mij deze plaats verkoren tot een offerhuis.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En de HEEREH3068verscheenH7200SalomoH8010 des nachtsH3915, en Hij zeideH559 tot hem: Ik heb uw gebedH8605verhoordH8085, en heb Mij dezeH2088plaatsH4725verkorenH977 tot een offerhuisH1004.En de HEERE verscheen Salomo des nachts, en Hij zeide tot hem: Ik heb uw gebed verhoord, en heb Mij deze plaats verkoren tot een offerhuis.
KJVAnd the LORD2appeared1to Solomon4by night,5and said6unto him, I have heard8thy prayer,10and have chosen11this place12to myself for an house15of sacrifice.16
1וַיֵּרָ֧אH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2יְהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4שְׁלֹמֹ֖הH8010SalomoSolomon5בַּלָּ֑יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)6וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7ל֗וֹ8שָׁמַ֨עְתִּי֙H8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10תְּפִלָּתֶ֔ךָH8605gebed, gebeden, gebedsprayer11וּבָחַ֜רְתִּיH977verkoren, verkiezen, verkoosacceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require12בַּמָּק֥וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)13הַזֶּ֛הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)14לִ֖י15לְבֵ֥יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)16זָֽבַחH2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice
13Zo Ik den hemel toesluite, dat er geen regen zij, of zo Ik den sprinkhaan gebiede, het land te verteren, of zo Ik pest onder Mijn volk zende;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Zo Ik den hemelH8064toesluiteH6113, dat er geenH3808regenH4306zijH1961, of zo Ik den sprinkhaanH2284gebiedeH6680, het landH776 te verterenH398, of zo Ik pestH1698 onder Mijn volkH5971zendeH7971;Zo Ik den hemel toesluite, dat er geen regen zij, of zo Ik den sprinkhaan gebiede, het land te verteren, of zo Ik pest onder Mijn volk zende;
KJVIf1I shut up2heaven3that there be no rain,6or if I command8the locusts10to devour11the land,12or if I send14pestilence15among my people;16
1הֵ֣ןH2005ziet, ziebehold, if, lo, though2אֶֽעֱצֹ֤רH6113opgehouden, besloten, beslotene[idiom] be able, close up, detain, fast, keep (self close, still), prevail, recover, refrain, [idiom] reign, restrain, retain, shut (up), slack, stay, stop, withhold (self)3הַשָּׁמַ֨יִם֙H8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)4וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5יִהְיֶ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use6מָטָ֔רH4306regen, plasregenrain7וְהֵןH2005ziet, ziebehold, if, lo, though8אֲצַוֶּ֥הH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10חָגָ֖בH2284sprinkhaan, sprinkhanen, hagablocust11לֶאֱכ֣וֹלH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite12הָאָ֑רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world13וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet14אֲשַׁלַּ֥חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)15דֶּ֖בֶרH1698pestilentie, pest, pestilentienmurrain, pestilence, plague16בְּעַמִּֽיH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
14En Mijn volk, over dewelken Mijn Naam genoemd wordt, zich verootmoedigt en bidt, en zij Mijn aangezicht zoeken, en zich bekeren van hun boze wegen; zo zal Ik uit den hemel horen, en hun zonden vergeven, en hun land genezen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En Mijn volkH5971, overH5921 dewelken Mijn NaamH8034genoemdH7121 wordt, zich verootmoedigtH3665 en bidtH6419, en zij Mijn aangezichtH6440zoekenH1245, en zich bekerenH7725 van hun bozeH7451wegenH1870; zo zal IkH589uitH4480 den hemelH8064horenH8085, en hun zondenH2403vergevenH5545, en hun landH776genezenH7495.En Mijn volk, over dewelken Mijn Naam genoemd wordt, zich verootmoedigt en bidt, en zij Mijn aangezicht zoeken, en zich bekeren van hun boze wegen; zo zal Ik uit den hemel horen, en hun zonden vergeven, en hun land genezen.
KJVIf my people,2which are called4by my name,5shall humble1themselves, and pray,7and seek8my face,9and turn10from their wicked12ways;11then will I hear14from heaven,16and will forgive17their sin,18and will heal19their land.21
1וְיִכָּנְע֨וּH3665vernederd, ondergebracht, vernederdebring down (low), into subjection, under, humble (self), subdue2עַמִּ֜יH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people3אֲשֶׁ֧רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4נִֽקְרָאH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say5שְׁמִ֣יH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report6עֲלֵיהֶ֗םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7וְיִֽתְפַּֽלְלוּ֙H6419bidden, bad, bidintreat, judge(-ment), (make) pray(-er, -ing), make supplication8וִֽיבַקְשׁ֣וּH1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)9פָנַ֔יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you10וְיָשֻׁ֖בוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw11מִדַּרְכֵיהֶ֣םH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)12הָרָעִ֑יםH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)13וַאֲנִי֙H589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who14אֶשְׁמַ֣עH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness15מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with16הַשָּׁמַ֔יִםH8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)17וְאֶסְלַח֙H5545vergeven, vergeef, vergeveforgive, pardon, spare18לְחַטָּאתָ֔םH2403zonde, zondoffer, zondenpunishment (of sin), purifying(-fication for sin), sin(-ner, offering)19וְאֶרְפָּ֖אH7495genezen, gezond, helencure, (cause to) heal, physician, repair, [idiom] thoroughly, make whole. See H7503 (רָפָה)20אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21אַרְצָֽםH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
15Nu zullen Mijn ogen open zijn, en Mijn oren opmerkende op het gebed dezer plaats.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15NuH6258 zullen Mijn ogenH5869openH6605zijnH1961, en Mijn orenH241opmerkendeH7183 op het gebedH8605 dezer plaatsH4725.Nu zullen Mijn ogen open zijn, en Mijn oren opmerkende op het gebed dezer plaats.
KJVNow mine eyes2shall be open,4and mine ears5attent6unto the prayer7that is made in this place.8
1עַתָּ֗הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2עֵינַי֙H5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)3יִהְי֣וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4פְתֻח֔וֹתH6605open, opende, geopendappear, break forth, draw (out), let go free, (en-) grave(-n), loose (self), (be, be set) open(-ing), put off, ungird, unstop, have vent5וְאָזְנַ֖יH241oren, oor, Oren[phrase] advertise, audience, [phrase] displease, ear, hearing, [phrase] show6קַשֻּׁב֑וֹתH7183opmerkendeattent(-ive)7לִתְפִלַּ֖תH8605gebed, gebeden, gebedsprayer8הַמָּק֥וֹםH4725plaats, plaatsen, plaatsecountry, [idiom] home, [idiom] open, place, room, space, [idiom] whither(-soever)9הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
16Want Ik heb nu dit huis verkoren en geheiligd, opdat Mijn Naam daar zij tot in eeuwigheid en Mijn ogen en Mijn hart zullen daar te allen dage zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Want Ik heb nuH6258ditH2088huisH1004verkorenH977 en geheiligdH6942, opdat Mijn NaamH8034daarH8033zijH1961totH5704 in eeuwigheidH5769 en Mijn ogenH5869 en Mijn hartH3820 zullen daarH8033 te allenH3605dageH3117zijnH1961.Want Ik heb nu dit huis verkoren en geheiligd, opdat Mijn Naam daar zij tot in eeuwigheid en Mijn ogen en Mijn hart zullen daar te allen dage zijn.
KJVFor now have I chosen2and sanctified3this house,5that my name8may be there for10ever:11and mine eyes13and mine heart14shall be there perpetually.17
1וְעַתָּ֗הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2בָּחַ֤רְתִּיH977verkoren, verkiezen, verkoosacceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require3וְהִקְדַּ֨שְׁתִּי֙H6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5הַבַּ֣יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)6הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)7לִהְיוֹתH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use8שְׁמִ֥יH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report9שָׁ֖םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither10עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet11עוֹלָ֑םH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)12וְהָי֨וּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13עֵינַ֧יH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)14וְלִבִּ֛יH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom15שָׁ֖םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither16כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17הַיָּמִֽיםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
17En u aangaande, zo gij voor Mijn aangezicht wandelen zult, gelijk als uw vader David gewandeld heeft, en doen naar alles, wat Ik u geboden heb, en Mijn inzettingen en Mijn rechten houden zult;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En u aangaande, zo gij voor Mijn aangezichtH6440wandelenH3212 zult, gelijk als uw vaderH1DavidH1732gewandeldH1980 heeft, en doenH6213 naar allesH3605, watH834 Ik u gebodenH6680 heb, en Mijn inzettingenH2706 en Mijn rechtenH4941houdenH8104 zult;En u aangaande, zo gij voor Mijn aangezicht wandelen zult, gelijk als uw vader David gewandeld heeft, en doen naar alles, wat Ik u geboden heb, en Mijn inzettingen en Mijn rechten houden zult;
KJVAnd as for thee, if thou wilt walk3before4me, as David7thy father8walked,6and do9according to all that I have commanded12thee, and shalt observe15my statutes13and my judgments;14
1וְאַתָּ֞הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you2אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet3תֵּלֵ֣ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak4לְפָנַ֗יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5כַּאֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6הָלַךְ֙H1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl7דָּוִ֣ידH1732David, DavidsDavid8אָבִ֔יךָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'9וְלַעֲשׂ֕וֹתH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10כְּכֹ֖לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12צִוִּיתִ֑יךָH6680geboden, gebood, gebiedeappoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order13וְחֻקַּ֥יH2706inzettingen, inzetting, bescheidenappointed, bound, commandment, convenient, custom, decree(-d), due, law, measure, [idiom] necessary, ordinance(-nary), portion, set time, statute, task14וּמִשְׁפָּטַ֖יH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong15תִּשְׁמֽוֹרH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)
18Zo zal Ik den troon uws koninkrijks bevestigen, gelijk als Ik een verbond met uw vader David gemaakt heb, zeggende: Geen man zal u afgesneden worden, die in Israel heerse.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Zo zal Ik den troonH3678 uws koninkrijksH4438bevestigenH6965, gelijk als Ik een verbond met uw vaderH1DavidH1732 gemaakt heb, zeggendeH559: GeenH3808manH376 zal u afgesnedenH3772 worden, dieH834 in IsraelH3478heerseH4910.Zo zal Ik den troon uws koninkrijks bevestigen, gelijk als Ik een verbond met uw vader David gemaakt heb, zeggende: Geen man zal u afgesneden worden, die in Israel heerse.
KJVThen will I stablish1the throne3of thy kingdom,4according as I have covenanted6with David7thy father,8saying,9There shall not fail11thee a man13to be ruler14in Israel.15
1וַהֲקִ֣ימוֹתִ֔יH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3כִּסֵּ֣אH3678troon, stoel, troonsseat, stool, throne4מַלְכוּתֶ֑ךָH4438koninkrijk, koninkrijks, koninklijkeempire, kingdom, realm, reign, royal5כַּאֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6כָּרַ֗תִּיH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want7לְדָוִ֤ידH1732David, DavidsDavid8אָבִ֨יךָ֙H1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'9לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet10לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11יִכָּרֵ֤תH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want12לְךָ֙13אִ֔ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)14מוֹשֵׁ֖לH4910heersen, heerst, heerser(have, make to have) dominion, governor, [idiom] indeed, reign, (bear, cause to, have) rule(-ing, -r), have power15בְּיִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
19Maar zo gijlieden u afkeren zult, en Mijn inzettingen en Mijn geboden, die Ik voor uw aangezicht gegeven heb, verlaten, en heengaan, en andere goden dienen, en u voor die nederbuigen zult;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Maar zoH518 gijlieden u afkerenH7725 zult, en Mijn inzettingenH2708 en Mijn gebodenH4687, dieH834 Ik voor uw aangezichtH6440gegevenH5414 heb, verlatenH5800, en heengaanH1980, en andere godenH430dienenH5647, en u voor die nederbuigenH7812 zult;Maar zo gijlieden u afkeren zult, en Mijn inzettingen en Mijn geboden, die Ik voor uw aangezicht gegeven heb, verlaten, en heengaan, en andere goden dienen, en u voor die nederbuigen zult;
KJVBut if ye turn away,2and forsake4my statutes5and my commandments,6which I have set8before9you, and shall go10and serve11other13gods,12and worship14them;
1וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet2תְּשׁוּב֣וּןH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw3אַתֶּ֔םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you4וַעֲזַבְתֶּם֙H5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely5חֻקּוֹתַ֣יH2708inzettingen, inzetting, ordinantienappointed, custom, manner, ordinance, site, statute6וּמִצְוֺתַ֔יH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept7אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8נָתַ֖תִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield9לִפְנֵיכֶ֑םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you10וַהֲלַכְתֶּ֗םH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl11וַעֲבַדְתֶּם֙H5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,12אֱלֹהִ֣יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty13אֲחֵרִ֔יםH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange14וְהִשְׁתַּחֲוִיתֶ֖םH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship15לָהֶֽם
20Zo zal Ik hen uitrukken uit Mijn land, dat Ik hun gegeven heb, en dit huis, dat Ik Mijn Naam geheiligd heb, zal Ik van Mijn aangezicht wegwerpen, en zal het tot een spreekwoord en spotrede onder alle volken maken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Zo zal Ik hen uitrukkenH5428 uit Mijn landH127, dat Ik hun gegevenH5414 heb, en ditH2088huisH1004, dat Ik Mijn NaamH8034geheiligdH6942 heb, zal Ik van Mijn aangezichtH6440wegwerpenH7993, en zal het tot een spreekwoordH4912 en spotredeH8148 onder alleH3605volkenH5971 maken.Zo zal Ik hen uitrukken uit Mijn land, dat Ik hun gegeven heb, en dit huis, dat Ik Mijn Naam geheiligd heb, zal Ik van Mijn aangezicht wegwerpen, en zal het tot een spreekwoord en spotrede onder alle volken maken.
KJVThen will I pluck them up by the roots1out of my land3which I have given5them; and this house,8which I have sanctified11for my name,12will I cast out13of my sight,15and will make16it to be a proverb17and a byword18among all nations.20
1וּנְתַשְׁתִּ֗יםH5428uitrukken, uitgerukt, rukkendestroy, forsake, pluck (out, up, by the roots), pull up, root out (up), [idiom] utterly. s2מֵעַ֤לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3אַדְמָתִי֙H127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land4אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5נָתַ֣תִּיH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6לָהֶ֔ם7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הַבַּ֤יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)9הַזֶּה֙H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)10אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11הִקְדַּ֣שְׁתִּיH6942geheiligd, heiligen, heiligtappoint, bid, consecrate, dedicate, defile, hallow, (be, keep) holy(-er, place), keep, prepare, proclaim, purify, sanctify(-ied one, self), [idiom] wholly12לִשְׁמִ֔יH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report13אַשְׁלִ֖יךְH7993wierp, werpen, geworpenadventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw14מֵעַ֣לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15פָּנָ֑יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you16וְאֶתְּנֶ֛נּוּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield17לְמָשָׁ֥לH4912spreekwoord, spreuk, spreukenbyword, like, parable, proverb18וְלִשְׁנִינָ֖הH8148spotredebyword, taunt19בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)20הָעַמִּֽיםH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people
21En dit huis, dat verheven zal geweest zijn, daarover zal zich een ieder, die voorbijgaat, ontzetten, dat hij zal zeggen: Waarom heeft de HEERE aan dit land en aan dit huis alzo gedaan?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En dit huisH1004, dat verhevenH5945 zal geweest zijn, daarover zal zich een iederH3605, die voorbijgaatH5674, ontzettenH8074, dat hij zal zeggenH559: WaaromH4100 heeft de HEEREH3068 aan dit landH776 en aan dit huisH1004 alzo gedaanH6213?En dit huis, dat verheven zal geweest zijn, daarover zal zich een ieder, die voorbijgaat, ontzetten, dat hij zal zeggen: Waarom heeft de HEERE aan dit land en aan dit huis alzo gedaan?
KJVAnd this house,1which is high,5shall be an astonishment9to every one that passeth7by it; so that he shall say,10Why hath the LORD13done12thus unto this land,15and unto this house?17
1וְהַבַּ֤יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)2הַזֶּה֙H2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)3אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4הָיָ֣הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use5עֶלְי֔וֹןH5945Allerhoogste, Allerhoogsten, hoge(Most, on) high(-er, -est), upper(-most)6לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7עֹבֵ֥רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath8עָלָ֖יוH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9יִשֹּׁ֑םH8074verwoest, verwoeste, ontzettenmake amazed, be astonied, (be an) astonish(-ment), (be, bring into, unto, lay, lie, make) desolate(-ion, places), be destitute, destroy (self), (lay, lie, make) waste, wonder10וְאָמַ֗רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet11בַּמֶּ֨הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why12עָשָׂ֤הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use13יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14כָּ֔כָהH3602alzo, op deze wijzeafter that (this) manner, this matter, (even) so, in such a case, thus15לָאָ֥רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world16הַזֹּ֖אתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus17וְלַבַּ֥יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)18הַזֶּֽהH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)
22En men zal zeggen: Omdat zij den HEERE, hunner vaderen God, verlaten hebben, Die hen uit Egypteland uitgevoerd had, en hebben zich aan andere goden gehouden, en zich voor dezelve nedergebogen, en hen gediend; daarom heeft Hij al dat kwaad over hen gebracht.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22En men zal zeggenH559: Omdat zij den HEEREH3068, hunner vaderenH1GodH430, verlatenH5800 hebben, DieH834 hen uit EgyptelandH776uitgevoerdH3318 had, en hebben zich aanH5921 andere godenH430 gehouden, en zich voor dezelveH2063nedergebogenH7812, en hen gediendH5647; daaromH3651 heeft Hij alH3605 dat kwaadH7451overH5921 hen gebrachtH935.En men zal zeggen: Omdat zij den HEERE, hunner vaderen God, verlaten hebben, Die hen uit Egypteland uitgevoerd had, en hebben zich aan andere goden gehouden, en zich voor dezelve nedergebogen, en hen gediend; daarom heeft Hij al dat kwaad over hen gebracht.
KJVAnd it shall be answered,1Because they forsook4the LORD6God7of their fathers,8which brought them forth10out of the land11of Egypt,12and laid hold13on other15gods,14and worshipped16them, and served18them: therefore hath he brought21all this evil25upon them.
1וְאָמְר֗וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2עַל֩H5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with3אֲשֶׁ֨רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4עָֽזְב֜וּH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty8אֲבֹתֵיהֶ֗םH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'9אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10הוֹצִיאָם֮H3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter11מֵאֶ֣רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12מִצְרַיִם֒H4714Egypte, Egyptenaren, EgyptenaarsEgypt, Egyptians, Mizraim13וַֽיַּחֲזִ֨יקוּ֙H2388sterk, verbeterde, wees sterkaid, amend, [idiom] calker, catch, cleave, confirm, be constant, constrain, continue, be of good (take) courage(-ous, -ly), encourage (self), be established, fasten, force, fortify, make hard, harden, help, (lay) hold (fast), lean, maintain, play the man, mend, become (wax) mighty, prevail, be recovered, repair, retain, seize, be (wax) sore, strengthen (self), be stout, be (make, shew, wax) strong(-er), be sure, take (hold), be urgent, behave self valiantly, withstand14בֵּאלֹהִ֣יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty15אֲחֵרִ֔יםH312ander, anders, aarde(an-) other man, following, next, strange16וַיִּשְׁתַּחֲו֥וּH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship17לָהֶ֖ם18וַיַּֽעַבְד֑וּםH5647dienen, gediend, dient[idiom] be, keep in bondage, be bondmen, bond-service, compel, do, dress, ear, execute, [phrase] husbandman, keep, labour(-ing man, bring to pass, (cause to, make to) serve(-ing, self), (be, become) servant(-s), do (use) service, till(-er), transgress (from margin), (set a) work, be wrought, worshipper,19עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with20כֵּן֙H3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you21הֵבִ֣יאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way22עֲלֵיהֶ֔םH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with23אֵ֥תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)24כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)25הָרָעָ֖הH7451kwaad, kwade, bozeadversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.)26הַזֹּֽאתH2063dit, deze, dathereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
2 Kronieken 7:1— Als nu Salomo voleind had te bidden, zo daalde het vuur van den hemel, en verteerde het brandoffer en de slachtofferen; en de heerlijkheid des HEEREN vervulde het huis.1 Koningen 18:38→1 Kronieken 21:26→Leviticus 9:23→1 Koningen 18:24→Handelingen 16:25→Richteren 6:21→Jesaja 65:24→Exodus 40:34→
2 Kronieken 7:2— En de priesters konden niet ingaan in het huis des HEEREN; want de heerlijkheid des HEEREN had het huis des HEEREN vervuld.2 Kronieken 5:14→Openbaring 15:8→Jesaja 6:5→Exodus 24:17→
2 Kronieken 7:3— En als al de kinderen Israels dat vuur zagen afdalen, en de heerlijkheid des HEEREN over het huis, zo bukten zij met hun aangezichten ter aarde op den vloer, en aanbaden en loofden den HEERE, dat Hij goedig is, dat Zijn weldadigheid is tot in eeuwigheid.2 Kronieken 5:13→2 Kronieken 20:21→Numeri 14:5→Lukas 1:50→Jeremia 33:11→Psalmen 136:1→1 Kronieken 16:41→Psalmen 95:6→
2 Kronieken 7:4— De koning nu en al het volk offerden slachtofferen voor het aangezicht des HEEREN.1 Koningen 8:62→
2 Kronieken 7:5— En de koning Salomo offerde slachtofferen van runderen, twee en twintig duizend, en van schapen, honderd en twintig duizend. Alzo hebben de koning en het ganse volk het huis Gods ingewijd.Johannes 10:22→2 Kronieken 35:7→2 Kronieken 2:4→Numeri 7:10→Ezra 6:16→2 Kronieken 1:6→2 Kronieken 15:11→2 Kronieken 5:6→
2 Kronieken 7:6— Ook stonden de priesters in hun wachten, en de Levieten met de muzikale instrumenten des HEEREN, die de koning David gemaakt had, om den HEERE te loven, dat Zijn weldadigheid is in eeuwigheid, als David door hun dienst Hem prees; en de priesters trompetten tegen hen over, en gans Israel stond.2 Kronieken 5:12→1 Kronieken 15:16→2 Kronieken 7:3→Psalmen 107:1→2 Kronieken 29:25→Jesaja 52:6→1 Kronieken 16:34→Jozua 6:4→
2 Kronieken 7:7— En Salomo heiligde het middelste des voorhofs, hetwelk voor het huis des HEEREN was, dewijl hij daar de brandofferen en het vette der dankofferen bereid had; want het koperen altaar, dat Salomo gemaakt had, kon het brandoffer, en het spijsoffer, en het vette niet vatten.Numeri 16:37→2 Kronieken 4:1→Hebreeën 13:10→2 Kronieken 36:14→1 Koningen 8:64→
2 Kronieken 7:8— Salomo hield ook ter zelfder tijd het feest zeven dagen, en gans Israel met hem, een zeer grote gemeente, van den ingang af van Hamath, tot de rivier van Egypte.Genesis 15:18→1 Koningen 8:65→Jozua 13:3→Nehemia 8:13→Leviticus 23:34→2 Kronieken 30:13→Zacharia 14:16→Johannes 7:27→
2 Kronieken 7:9— En ten achtsten dage hielden zij een verbodsdag; want zij hielden de inwijding des altaars zeven dagen, en het feest zeven dagen.Leviticus 23:36→Deuteronomium 16:8→Nehemia 8:18→2 Kronieken 30:23→Joël 1:14→1 Koningen 8:65→
2 Kronieken 7:10— Doch op den drie en twintigsten dag der zevende maand liet hij het volk gaan tot hun hutten, blijde en goedsmoeds over het goede, dat de HEERE aan David en Salomo, en Zijn volk Israel gedaan had.1 Koningen 8:66→Psalmen 92:4→Psalmen 105:3→2 Kronieken 29:36→Exodus 18:1→Psalmen 106:5→Deuteronomium 12:18→Deuteronomium 16:11→
2 Kronieken 7:11— Alzo volbracht Salomo het huis des HEEREN, en het huis des konings; en al wat in Salomo's hart gekomen was, om in het huis des HEEREN en in zijn huis te maken, richtte hij voorspoedig uit.1 Koningen 9:1→2 Kronieken 2:1→Prediker 2:10→Prediker 2:4→
2 Kronieken 7:12— En de HEERE verscheen Salomo des nachts, en Hij zeide tot hem: Ik heb uw gebed verhoord, en heb Mij deze plaats verkoren tot een offerhuis.1 Koningen 9:2→Deuteronomium 12:11→Psalmen 66:19→2 Koningen 20:5→Psalmen 78:68→2 Koningen 2:6→2 Kronieken 7:16→Psalmen 10:17→
2 Kronieken 7:13— Zo Ik den hemel toesluite, dat er geen regen zij, of zo Ik den sprinkhaan gebiede, het land te verteren, of zo Ik pest onder Mijn volk zende;2 Kronieken 6:26→Job 12:14→Psalmen 105:34→Deuteronomium 11:17→Joël 1:4→Numeri 16:46→Openbaring 11:6→Exodus 10:4→
2 Kronieken 7:14— En Mijn volk, over dewelken Mijn Naam genoemd wordt, zich verootmoedigt en bidt, en zij Mijn aangezicht zoeken, en zich bekeren van hun boze wegen; zo zal Ik uit den hemel horen, en hun zonden vergeven, en hun land genezen.Jakobus 4:9→2 Kronieken 6:37→Jesaja 55:6→Klaagliederen 3:40→Spreuken 28:13→2 Kronieken 33:12→2 Kronieken 6:27→Ezechiël 18:27→
2 Kronieken 7:15— Nu zullen Mijn ogen open zijn, en Mijn oren opmerkende op het gebed dezer plaats.2 Kronieken 6:40→2 Kronieken 6:20→1 Petrus 3:12→Psalmen 130:2→Deuteronomium 11:12→Nehemia 1:6→Psalmen 65:2→
2 Kronieken 7:16— Want Ik heb nu dit huis verkoren en geheiligd, opdat Mijn Naam daar zij tot in eeuwigheid en Mijn ogen en Mijn hart zullen daar te allen dage zijn.2 Kronieken 7:12→Mattheüs 3:17→1 Koningen 8:16→2 Kronieken 7:15→1 Koningen 9:3→Johannes 2:19→1 Koningen 8:44→Kolossenzen 2:9→
2 Kronieken 7:17— En u aangaande, zo gij voor Mijn aangezicht wandelen zult, gelijk als uw vader David gewandeld heeft, en doen naar alles, wat Ik u geboden heb, en Mijn inzettingen en Mijn rechten houden zult;1 Koningen 8:25→1 Koningen 2:3→Ezechiël 36:27→Deuteronomium 4:40→Psalmen 105:45→1 Koningen 11:38→Deuteronomium 28:1→Zacharia 3:7→
2 Kronieken 7:18— Zo zal Ik den troon uws koninkrijks bevestigen, gelijk als Ik een verbond met uw vader David gemaakt heb, zeggende: Geen man zal u afgesneden worden, die in Israel heerse.2 Kronieken 6:16→2 Samuël 7:13→Psalmen 89:28→Jeremia 33:25→1 Koningen 9:5→Psalmen 132:11→Jeremia 33:20→
2 Kronieken 7:19— Maar zo gijlieden u afkeren zult, en Mijn inzettingen en Mijn geboden, die Ik voor uw aangezicht gegeven heb, verlaten, en heengaan, en andere goden dienen, en u voor die nederbuigen zult;Deuteronomium 28:15→Leviticus 26:14→Deuteronomium 28:36→1 Koningen 9:6→Jozua 23:15→Leviticus 26:33→1 Kronieken 28:9→1 Samuël 12:25→
2 Kronieken 7:20— Zo zal Ik hen uitrukken uit Mijn land, dat Ik hun gegeven heb, en dit huis, dat Ik Mijn Naam geheiligd heb, zal Ik van Mijn aangezicht wegwerpen, en zal het tot een spreekwoord en spotrede onder alle volken maken.Deuteronomium 28:37→Deuteronomium 29:28→Psalmen 44:14→Klaagliederen 2:15→Jeremia 45:4→2 Koningen 17:20→1 Koningen 9:7→Jeremia 24:9→
2 Kronieken 7:21— En dit huis, dat verheven zal geweest zijn, daarover zal zich een ieder, die voorbijgaat, ontzetten, dat hij zal zeggen: Waarom heeft de HEERE aan dit land en aan dit huis alzo gedaan?Jeremia 22:8→Jeremia 16:10→2 Kronieken 29:8→Jeremia 13:22→Jeremia 19:8→Deuteronomium 29:24→1 Koningen 9:8→Jeremia 50:13→
2 Kronieken 7:22— En men zal zeggen: Omdat zij den HEERE, hunner vaderen God, verlaten hebben, Die hen uit Egypteland uitgevoerd had, en hebben zich aan andere goden gehouden, en zich voor dezelve nedergebogen, en hen gediend; daarom heeft Hij al dat kwaad over hen gebracht.Klaagliederen 4:13→Jeremia 1:16→2 Kronieken 36:17→Ezechiël 36:17→Klaagliederen 2:16→Daniël 9:12→Richteren 2:12→Ezechiël 14:23→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
2 Kronieken 7 vers 1— Als nu Salomo voleind had te bidden, zo daalde het vuur van den hemel, en verteerde het brandoffer en de slachtofferen; en de heerlijkheid des HEEREN vervulde het huis.
zo daalde het vuur
Tot een openbaar bewijs dat God Salomo's gebed verhoord had. Zie gelijke exemplaren van het vallen des vuurs uit den hemel, Lev. 9:24 ; Richt. 6:21 ; 1 Kon. 18:38 ; 1 Kron. 21:26 .
Hertaald:zo daalde het vuur
Als een openbaar bewijs dat God het gebed van Salomo verhoord had. Zie soortgelijke voorbeelden van vuur dat uit de hemel viel, Lev. 9:24; Richt. 6:21; 1 Kon. 18:38; 1 Kron. 21:26.
heerlijkheid des HEEREN
Versta dit van de wolk, die een teken was van de bijzondere tegenwoordigheid Gods. Zie Num. 14:10 , en boven, 2 Kron. 5:13-14 .
Hertaald:heerlijkheid des HEEREN
Versta dit van de wolk, die een teken was van de bijzondere tegenwoordigheid van God. Zie Num. 14:10, en hierboven 2 Kron. 5:13-14.
2 Kronieken 7 vers 3— En als al de kinderen Israels dat vuur zagen afdalen, en de heerlijkheid des HEEREN over het huis, zo bukten zij met hun aangezichten ter aarde op den vloer, en aanbaden en loofden den HEERE, dat Hij goedig is, dat Zijn weldadigheid is tot in eeuwigheid.
dat Hij goedig is,
Zie boven, 2 Kron. 5:13 , en vergelijk vs.6.
Hertaald:dat Hij goedig is,
Zie hierboven 2 Kron. 5:13, en vergelijk vers 6.
2 Kronieken 7 vers 5— En de koning Salomo offerde slachtofferen van runderen, twee en twintig duizend, en van schapen, honderd en twintig duizend. Alzo hebben de koning en het ganse volk het huis Gods ingewijd.
slachtofferen van runderen,
Namelijk, ten dankoffer, gelijk verklaard wordt 1 Kon. 8:63 ; van welke offer zie Lev. 3:1 .
Hertaald:slachtofferen van runderen,
Namelijk: als dankoffer, zoals verklaard wordt in 1 Kon. 8:63; zie over dit offer Lev. 3:1.
schapen,
Het Hebreeuwse woord betekent ook geiten, hoewel het meest van schapen gebruikt wordt. Zie Gen. 12:16 , en Lev. 1:2 .
Hertaald:schapen,
Het Hebreeuwse woord betekent ook geiten, hoewel het meestal voor schapen gebruikt wordt. Zie Gen. 12:16, en Lev. 1:2.
2 Kronieken 7 vers 6— Ook stonden de priesters in hun wachten, en de Levieten met de muzikale instrumenten des HEEREN, die de koning David gemaakt had, om den HEERE te loven, dat Zijn weldadigheid is in eeuwigheid, als David door hun dienst Hem prees; en de priesters trompetten tegen hen over, en gans Israel stond.
hunne wachten,
Te weten, naar de verdeling hunner beurten, die zij tevoren in de inwijding des tempels niet hadden kunnen onderhouden; boven, 2 Kron. 5:11 .
Hertaald:hunne wachten,
Namelijk: naar de indeling van hun beurten, die zij eerder bij de inwijding van de tempel niet hadden kunnen aanhouden; hierboven 2 Kron. 5:11.
des HEEREN,
Dat is, die ter ere Gods gemaakt waren, om hem daarmede naar de wijze, die onder de wet van God verordend en in gebruik was, te loven en te danken.
Hertaald:des HEEREN,
Dat is: die ter ere van God gemaakt waren, om Hem daarmee te loven en te danken op de wijze die onder de wet van God was voorgeschreven en gebruikelijk was.
als David
Anders, door de lofzangen Davids in hun hand. Of, als David [hem] prees door hen; te weten, de muzikale instrumenten.
Hertaald:als David
Anders: door de lofzangen van David in hun hand. Of: zoals David [hem] prees door hen, namelijk de muziekinstrumenten.
hun dienst
Hebreeuws, hun hand.
Hertaald:hun dienst
Hebreeuws: hun hand.
stond
Te weten, in het grote, of uiterste voorhof, genaamd het voorhof des volks, afgezonderd van het innerste voorhof, waarin de priesters stonden.
Hertaald:stond
Namelijk: in het grote, of buitenste voorhof, het voorhof van het volk genoemd, gescheiden van het binnenste voorhof, waar de priesters stonden.
2 Kronieken 7 vers 7— En Salomo heiligde het middelste des voorhofs, hetwelk voor het huis des HEEREN was, dewijl hij daar de brandofferen en het vette der dankofferen bereid had; want het koperen altaar, dat Salomo gemaakt had, kon het brandoffer, en het spijsoffer, en het vette niet vatten.
Sálomo heiligde
Zie de verklaring van dit vs. 1 Kon. 8:64 in de aanteek.
Hertaald:Sálomo heiligde
Zie de verklaring van dit vers in 1 Kon. 8:64, in de aantekening.
vet niet vatten
Versta, der dankoffers. Zie 1 Kon. 8:64 .
Hertaald:vet niet vatten
Versta hieronder: van de dankoffers. Zie 1 Kon. 8:64.
2 Kronieken 7 vers 8— Salomo hield ook ter zelfder tijd het feest zeven dagen, en gans Israel met hem, een zeer grote gemeente, van den ingang af van Hamath, tot de rivier van Egypte.
feest zeven dagen,
Te weten, der looftenten. Zie 1 Kon. 8:65 .
Hertaald:feest zeven dagen,
Namelijk: van de loofhutten. Zie 1 Kon. 8:65.
van den ingang af
Dat is, van de noordpale tot de zuidpale des lands van Kanaän. Vergelijk Gen. 15:18 , en Joz. 13:3-5 . Van de stad Hamath, zie Num. 13:21 , en van de rivier van Egypte, genaamd Sichor, Joz. 13:3 .
Hertaald:van den ingang af
Dat is: van de noordgrens tot de zuidgrens van het land Kanaän. Vergelijk Gen. 15:18, en Joz. 13:3-5. Zie over de stad Hamath Num. 13:21, en over de rivier van Egypte, Sichor genoemd, Joz. 13:3.
2 Kronieken 7 vers 9— En ten achtsten dage hielden zij een verbodsdag; want zij hielden de inwijding des altaars zeven dagen, en het feest zeven dagen.
achtsten dage
Te weten, van het feest, hetwelk zeven dagen geduurd had.
Hertaald:achtsten dage
Namelijk: van het feest, dat zeven dagen geduurd had.
verbodsdag;
Dat is, een vierdag, op welken alle dagelijks werk verboden was. Zie Lev. 23:36 . Deze dag wordt genoemd de grote dag van het feest, Joh. 7:37 .
Hertaald:verbodsdag;
Dat is: een feestdag waarop al het dagelijkse werk verboden was. Zie Lev. 23:36. Deze dag wordt de grote dag van het feest genoemd, Joh. 7:37.
inwijding
Zie de betekenis van dit woord Num. 7:10 .
Hertaald:inwijding
Zie de betekenis van dit woord Num. 7:10.
zeven dagen,
Die de dagen van het feest voorafgegaan waren.
Hertaald:zeven dagen,
Die aan de dagen van het feest voorafgegaan waren.
2 Kronieken 7 vers 10— Doch op den drie en twintigsten dag der zevende maand liet hij het volk gaan tot hun hutten, blijde en goedsmoeds over het goede, dat de HEERE aan David en Salomo, en Zijn volk Israel gedaan had.
dag der zevende maand
De dag na den verbodsdag. Want dit feest begon met den vijftienden dag der zevende maand, en eindigde met den twee en twintigsten derzelfde maand, Lev. 23:34 .
Hertaald:dag der zevende maand
De dag na de feestdag. Want dit feest begon op de vijftiende dag van de zevende maand en eindigde op de tweeëntwintigste van diezelfde maand, Lev. 23:34.
goedsmoeds
Hebreeuws, goed van harte.
Hertaald:goedsmoeds
Hebreeuws: goed van hart.
2 Kronieken 7 vers 12— En de HEERE verscheen Salomo des nachts, en Hij zeide tot hem: Ik heb uw gebed verhoord, en heb Mij deze plaats verkoren tot een offerhuis.
verscheen
Te weten, terstond na de voltimmering en inwijding des tempels, en na het gebed, dat Salomo dan uitgesproken heeft; waarop dan gevolgd is de bouwing van het koninklijke huis. Zie 1 Kon. 9:2 .
Hertaald:verscheen
Namelijk: direct na de voltooiing en de inwijding van de tempel, en na het gebed dat Salomo toen uitgesproken had; daarna volgde de bouw van het koninklijk paleis. Zie 1 Kon. 9:2.
des nachts,
Te weten, in den droom. Vergelijk 1 Kon. 3:5 , en 1 Kon. 9:2 . Zie van zulk een goddelijke verschijning Gen. 20:2 , en Gen. 28:12 , mitsgaders de aantekening.
Hertaald:des nachts,
Namelijk: in de droom. Vergelijk 1 Kon. 3:5, en 1 Kon. 9:2. Zie over zo'n goddelijke verschijning Gen. 20:2, en Gen. 28:12, en ook de aantekening daar.
2 Kronieken 7 vers 13— Zo Ik den hemel toesluite, dat er geen regen zij, of zo Ik den sprinkhaan gebiede, het land te verteren, of zo Ik pest onder Mijn volk zende;
gebied
God wordt gezegd de onredelijke dieren te gebieden, omdat Hij dezelve verordent, voortbrengt en gebruikt om de mensen òf te straffen, gelijk hier, Am. 9:3 , òf te helpen en goed te doen, gelijk 1 Kon. 17:4 .
Hertaald:gebied
Van God wordt gezegd dat Hij de redeloze dieren gebiedt, omdat Hij hen verordent, voortbrengt en gebruikt om de mensen óf te straffen, zoals hier, Amos 9:3, óf te helpen en goed te doen, zoals 1 Kon. 17:4.
het land te verteren,
Dat is, zijn gewas en vruchten.
Hertaald:het land te verteren,
Dat is: zijn gewas en vruchten.
2 Kronieken 7 vers 14— En Mijn volk, over dewelken Mijn Naam genoemd wordt, zich verootmoedigt en bidt, en zij Mijn aangezicht zoeken, en zich bekeren van hun boze wegen; zo zal Ik uit den hemel horen, en hun zonden vergeven, en hun land genezen.
over dewelken
Dat is, die van Mij hun naam hebben, of naar Mij genaamd worden; want de vromen worden Gods kinderen, des Heeren erfdeel en zijn eigendom genaamd. Dezelfde manier van spreken is Deut. 28:10 ; Am. 9:12 .
Hertaald:over dewelken
Dat is: die naar Mij hun naam hebben, of naar Mij genoemd worden; want de vromen worden kinderen van God, het erfdeel van de HEERE en Zijn eigendom genoemd. Dezelfde manier van spreken staat in Deut. 28:10; Amos 9:12.
Mijn aangezicht
Het aangezicht des Heeren te zoeken, is hem te leren kennen, alzo Hij zich geopenbaard heeft in zijn Woord, zijne werken en tekenen zijner genade, onder welke in het Oude Testament ook geweest is de ark des verbonds. Zie Ps. 24:6 , en Ps. 27:8 .
Hertaald:Mijn aangezicht
Het aangezicht van de HEERE zoeken betekent Hem leren kennen zoals Hij Zich geopenbaard heeft in Zijn Woord, Zijn werken en de tekenen van Zijn genade, waaronder in het Oude Testament ook de ark van het verbond was. Zie Ps. 24:6, en Ps. 27:8.
genezen
Dat is, vrij maken van alle ongedierte, van onvruchtbaarheid, van pest, enz.
Hertaald:genezen
Dat is: bevrijden van alle ongedierte, van onvruchtbaarheid, van pest, enzovoort.
2 Kronieken 7 vers 15— Nu zullen Mijn ogen open zijn, en Mijn oren opmerkende op het gebed dezer plaats.
dezer plaats
Zie boven, 2 Kron. 6:40 .
Hertaald:dezer plaats
Zie hierboven 2 Kron. 6:40.
2 Kronieken 7 vers 16— Want Ik heb nu dit huis verkoren en geheiligd, opdat Mijn Naam daar zij tot in eeuwigheid en Mijn ogen en Mijn hart zullen daar te allen dage zijn.
Ik heb nu
Zie de aantekening, dienende tot verklaring hiervan, en het volgende, 1 Kon. 9:3 , enz.
Hertaald:Ik heb nu
Zie de aantekening die dient tot verklaring hiervan en van het volgende, 1 Kon. 9:3, enzovoort.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Het vuur van den hemel bij de inwijding — zodra Salomo zijn gebed geëindigd heeft, antwoordt God zichtbaar: "zo daalde het vuur van den hemel, en verteerde het brandoffer en de slachtofferen; en de heerlijkheid des HEEREN vervulde het huis" (2 Kron. 7:1)
Het inwijdingsgebed zelf is reeds behandeld bij Salomo's gebed bij de tempelinwijding (1 Kon. 8:22-61). De kroniekschrijver voegt daaraan toe wat er onmiddellijk op volgde. Het vuur daalt uit de hemel en verteert het brandoffer, en de heerlijkheid des HEEREN vervult het huis, zodat de priesters er niet meer in kunnen gaan (2 Kron. 7:1-2). Het volk ziet beide, het vuur en de heerlijkheid, en buigt zich met de aangezichten ter aarde op de vloer. Zij loven de HEERE met dezelfde woorden die de zangers eerder zongen: dat Hij goed is en dat Zijn weldadigheid tot in eeuwigheid duurt (2 Kron. 7:3; vgl. 2 Kron. 5:13, reeds behandeld). Daarop offeren de koning en het hele volk, en zo wordt het huis Gods ingewijd (2 Kron. 7:4-5).
Bijbelse betekenis: Een gebed wordt hier beantwoord voordat er iemand aan twijfelen kan. Het huis was gebouwd naar een ontvangen ontwerp, op een aangewezen plaats, en nu wordt het door God Zelf in gebruik genomen; het vuur komt niet van het altaar naar boven maar van boven naar het altaar. Opvallend is wat het volk daarop doet. Zij zwijgen niet van ontzag alleen, maar herhalen precies dezelfde eenvoudige belijdenis die bij de overbrenging van de ark klonk. Bij het hoogste dat zij ooit zagen, hebben zij geen nieuwe woorden nodig. En dat de priesters het huis niet meer in konden, tekent de verhouding: waar God Zelf verschijnt, houdt de menselijke dienst even op.
Typologie: Zo was ook de tabernakeldienst begonnen: "een vuur ging uit van het aangezicht des HEEREN, en verteerde op het altaar het brandoffer, en het vet. Als het ganse volk dit zag, zo juichten zij, en vielen op hun aangezichten" (Lev. 9:24). Hetzelfde teken viel eerder op de dorsvloer van Ornan, toen de plaats werd aangewezen (zie het commentaar bij 1 Kron. 21:26). Telkens als God een offerdienst opent, doet Hij dat door vuur, en telkens is het antwoord van het volk aanbidding.
Zo Mijn volk zich verootmoedigt — in de nachtelijke verschijning na de inwijding geeft God de weg terug voor tijden van oordeel: "En Mijn volk, over dewelken Mijn Naam genoemd wordt, zich verootmoedigt en bidt, en zij Mijn aangezicht zoeken, en zich bekeren van hun boze wegen; zo zal Ik uit den hemel horen, en hun zonden vergeven, en hun land genezen" (2 Kron. 7:14)
De HEERE verschijnt Salomo 's nachts en zegt dat Hij zijn gebed verhoord en deze plaats tot een offerhuis verkoren heeft (2 Kron. 7:12). Dan noemt Hij drie oordelen die Hij zenden kan: de hemel toesluiten zodat er geen regen is, de sprinkhaan gebieden het land te verteren, of pest onder Zijn volk zenden (2 Kron. 7:13). Daarop volgt de weg terug, met vier werkwoorden aan de kant van het volk: zich verootmoedigen, bidden, Gods aangezicht zoeken, en zich bekeren van de boze wegen (2 Kron. 7:14). God belooft dan te horen, te vergeven en het land te genezen. Zijn ogen zullen open zijn en Zijn oren opmerkende op het gebed van deze plaats (2 Kron. 7:15-16). Aan Salomo persoonlijk wordt de belofte van de troon herhaald op voorwaarde van gehoorzaamheid (2 Kron. 7:17-18). Maar de verschijning eindigt met een waarschuwing: bij afkering en dienst van andere goden zal God hen uitrukken uit het land en dit huis van Zijn aangezicht wegwerpen, zodat voorbijgangers zich erover ontzetten (2 Kron. 7:19-22).
Bijbelse betekenis: Deze belofte is gegeven aan Israël, bij dit huis, met de tempel als aangewezen richting voor het gebed. Zij is geen algemene formule waarmee een willekeurig land of volk herstel kan afdwingen, en zij mag ook niet losgemaakt worden van de waarschuwing die er onmiddellijk op volgt. Het slot van het hoofdstuk laat zien dat God Zijn dreiging even ernstig meent als Zijn toezegging. Wat wél blijvend is, is de weg die hier beschreven wordt. Verootmoediging gaat voorop, bidden volgt, het zoeken van Gods aangezicht is meer dan het zoeken van uitkomst, en zonder bekering van de boze wegen blijven de eerste drie woorden leeg. Opmerkelijk is bovendien dat God Zelf de oordelen noemt die Hij zendt; de droogte en de plaag zijn geen toeval waaruit men zich moet bidden, maar Zijn hand, die eerst erkend moet worden.
Typologie: Jakobus schrijft dezelfde volgorde voor aan de gemeente: "Naakt tot God, en Hij zal tot u naken. Reinigt de handen, gij zondaars", en hij besluit: "Vernedert u voor den Heere, en Hij zal u verhogen" (Jak. 4:8,10). En wat hier aan een volk beloofd werd, geldt onder het nieuwe verbond persoonlijk: "Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve" (1 Joh. 1:9).
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
God bij Zijn volkniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindinguitwerking
Zo zal Ik uit den hemel horen — 7:1-3, 12-16
De tempel is af en ingewijd. Salomo heeft zijn gebed uitgesproken, waarin hij telkens vroeg: hoor dan Gij in den hemel. Nu komt het antwoord, en het komt zichtbaar.
Vuur daalt neer op het offer en de heerlijkheid vervult het huis; en God geeft erbij hoe men Hem daar vinden zal.
Zodra Salomo geëindigd heeft met bidden, daalt het vuur en verteert het brandoffer, en de heerlijkheid des HEEREN vervult het huis. Het is dezelfde gestalte als bij de tabernakel en bij Davids altaar op de dorsvloer: God antwoordt op een offer, en Hij antwoordt met vuur.
Het volk ziet het en buigt zich met de aangezichten ter aarde, en zij loven Hem met de woorden die door heel de Schrift blijven terugkomen: want Hij is goed, want Zijn weldadigheid is tot in eeuwigheid.
Daarna verschijnt God 's nachts aan Salomo, en dan volgt het bekende woord over wat er moet gebeuren als de hemel gesloten wordt en er geen regen komt: als Mijn volk zich verootmoedigt en bidt en Mijn aangezicht zoekt en zich bekeert van hun boze wegen, zo zal Ik uit den hemel horen en hun zonden vergeven.
Let erop waar dat aan verbonden is. Niet aan de stenen, en niet aan het gebouw op zichzelf, maar aan de plaats waar God Zijn Naam gesteld heeft en waar het offer gebracht wordt. Salomo zelf had bij de inwijding al gezegd dat de hemel der hemelen God niet kan bevatten, laat staan dit huis.
Dat blijkt ook uit hoe het afliep. Ezechiël zag de heerlijkheid uit deze tempel wegtrekken toen het oordeel kwam, en het gebouw ging in vlammen op. Wat bleef staan is de belofte van het horen — en die is in het Nieuwe Testament niet aan een plaats gebonden maar aan een Persoon, door Wie wij toegang hebben in één Geest tot den Vader.
2 Kronieken 7:1 — Vuur daalt op het offer en de heerlijkheid vervult het huis.
2 Kronieken 7:14 — Zo zal Ik uit den hemel horen en hun zonden vergeven.
1 Koningen 8:27 — Salomo wist al: de hemel der hemelen kan U niet bevatten.
Ezechiël 10:18 — De heerlijkheid wijkt van de tempel als het oordeel komt.
Efeze 2:18 — Door Hem hebben wij toegang in één Geest tot den Vader.
In het Nieuwe Testament: Efeze 2:18; Hebreeën 4:16; Johannes 4:21-24
Hoever dit reikt: Niveau 3. Het Nieuwe Testament haalt dit hoofdstuk niet aan; de lijn loopt via de tegenwoordigheid van God en de toegang tot Hem, die de brieven wél uitwerken.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
Kruisverwijzingen1 Koningen 18:38→1 Kronieken 21:26→Leviticus 9:23→1 Koningen 18:24→Handelingen 16:25→Richteren 6:21→Jesaja 65:24→Exodus 40:34→— Als nu Salomo voleind had te bidden, zo daalde het vuur van den hemel, en verteerde het brandoffer en de slachtofferen; en de heerlijkheid des HEEREN vervulde het huis.
Toen nu Salomo voleind had te bidden, en juist zich van zijn knieën (Hoofdstuk 6: 13 6.13) wilde opheffen, zo daalde, zoals vroeger bij het eerste offer van Aäron (Lev.9: 24 9.24), het vuur van de hemel 1), en verteerde het op het brandofferaltaar gereed gemaakte (Hoofdstuk 5:
Kruisverwijzingen2 Kronieken 5:12→1 Kronieken 15:16→2 Kronieken 7:3→Psalmen 107:1→2 Kronieken 29:25→Jesaja 52:6→1 Kronieken 16:34→Jozua 6:4→— Ook stonden de priesters in hun wachten, en de Levieten met de muzikale instrumenten des HEEREN, die de koning David gemaakt had, om den HEERE te loven, dat Zijn weldadigheid is in eeuwigheid, als David door hun dienst Hem prees; en de priesters trompetten tegen hen over, en gans Israel stond.
brandoffer en de slachtofferen; en de heerlijkheid van de Heere vervulde het huis.
KruisverwijzingenNumeri 16:37→2 Kronieken 4:1→Hebreeën 13:10→2 Kronieken 36:14→1 Koningen 8:64→— En Salomo heiligde het middelste des voorhofs, hetwelk voor het huis des HEEREN was, dewijl hij daar de brandofferen en het vette der dankofferen bereid had; want het koperen altaar, dat Salomo gemaakt had, kon het brandoffer, en het spijsoffer, en het vette niet vatten.
Deze gebeurtenis wordt in 1 Koningen .8: 54 vv. niet vermeld, terwijl hier weggelaten wordt, de mededeling van het zegenen van het volk door Salomo. Wat nu dit neerdalen van het vuur van de hemel betreft, het is duidelijk, dat de Heere God niet alleen daarmee het brandofferaltaar tot wettige offerplaats heeft willen heiligen, maar ook en bovenal daarmee heeft willen aanduiden, dat, als Israël met zijn offeranden daar kwam, het kon hopen op de genade van die God, die, als de God van het Verbond, tussen de Cherubs troonde. In het vuur van de hemel, dat de offeranden op het altaar verteerde, openbaarde zich de heerlijkheid van de Heere dan ook op zo’n treffende wijze, dat de priesters niet in het huis van de Heere, niet in het Heilige, door de voorhof konden ingaan. Wij hebben er dan ook wel op te letten, dat de heerlijkheid, hier vermeld, niet een gevolg was van de Wolk in het Heiligdom, maar van het vuur uit de hemel. In 2 Kronieken 5: 14 wordt gezegd, dat de Priesters niet konden staan, hier dat zij niet konden ingaan. In eerstgenoemde plaats worden zij voorgesteld als te verkeren in het Huis van God, hier als in de voorhof, of daarvoor. Wij hebben derhalve hier een nadere aanvulling van het bericht in de Boeken der Koningen, een aanvulling, die geheel in overeenstemming is met het doel van de Schrijver van de Kronieken, n.l. om zijn tijdgenoten in de eerste plaats een diepe indruk te geven van de Levitische eredienst als niet alleen heilig, maar ook door God, de Heere, bij de tempelwijding als opnieuw gesanctioneerd.
En de priesters konden niet ingaan in het huis van de Heere; want de heerlijkheid van de Heere had het huis van de Heere vervuld.
En toen al de kinderen van Israël, waarvoor toch dit teken geschiedde, dat vuur zagen afdalen, en de heerlijkheid van de Heere over het huis, zo bukten zij, evenals Salomo bij het eerste teken in een blijmoedig dankgebed zijn gemoed had ontlast (Hoofdstuk 6: 1 vv. 6.1), bij dit tweede teken met hun aangezichten ter aarde op de vloer, van het voorhof, en aanbaden
hun majestueus Zich openbarende en toch zo genadig Zich neerbuigende God, en als nu de koning tot hen kwam en hen zegende en hen vermaande (1 Koningen .8: 55 vv.), namen zij deel aan de openbare godsdienst, en loofden de Heere, dat Hij goed is, en dat Zijn weldadigheid is tot in eeuwigheid.
Israël kon hier een blijk van Gods goedkeuring van hun offeranden uit opnemen, en daarom loofden alle tongen onder hen Gods goedheid en weldadigheid. Een lofzang, die nooit te onpas komt en waartoe het onze harten en tongen nooit aan stof, gelegenheid en taal ontbreken kan. Behaagt het God zich als een verterend vuur voor de zondaar hier in de tijd te vertonen, dan kan de wereld uit dit oordeel gerechtigheid leren en Zijn volk zich in Zijn licht verheugen. Israël had ook wel reden, om Gods goedheid te verheerlijken, want het zijn de barmhartigheden van de Heere, dat zij niet, dat wij niet, maar de offeranden in onze plaats verteerd en vernield worden.
De koning nu en al het volk offerden hierop die slachtoffers voor het aangezicht van de Heere, die in Hoofdstuk 5: 6 aangeduid en voor het tegenwoordige feest bestemd waren.
En de koning Salomo offerde in het geheel op deze eerste en de zes volgende dagen van het feest aan slachtoffer van runderen, tweeentwintig duizend, en van schapen, honderdentwintig duizend, de offers van de stamvorsten en van het volk laten zich echter niet berekenen, zoals reeds gezegd is. Alzo hebben de koning en het ganse volk het huis van God ingewijd.
Ook stonden de priesters in hun wachten 1), zij vervulden bij het feest, het ambt, waartoe de Wet hen verbond, en de Levieten begeleidden het godsdienstige werk met de muzikale instrumenten van de Heere, die de koning David gemaakt had, had laten maken, om de Heere te loven, dat Zijn weldadigheid is in eeuwigheid, op de wijze, als David door hun dienst, met de Psalmen, die zij zongen, Hem prees; en de priesters trompettenden tegen hen over, in bijzondere koren, en gans Israël stond in de buiten-voorhof en woonde de heilige handeling met aandacht bij.
In het Hebr. Al-Mischmerotham. Letterlijk: op hun wachtposten. Dat wil zeggen in hun ambten, zoals David hen geordend had.
En Salomo heiligde 1) voor het feest van drie dagen, het middelste van de voorhof, dat voor het huis van de Heere was, de ganse ruimte van de voorhof van de priesters tussen het brandoffer-altaar en het tempelhuis; omdat hij daar op vele kleine, tot dat bijzondere doel opgerichte altaren, de brandoffers en het vette van de dankoffers bereid had, verbrandde daarop de brandoffers en het vette van de dankoffers; want het koperen altaar, dat Salomo gemaakt had (Hoofdstuk 4: 1), en voor gewone tijden de enige rechtmatige offerplaats was, kon het brandoffer, en het spijsoffer, en het vette, het dankoffer (Le 3: 5) niet vatten.
Beter: En Salomo had geheiligd, omdat dit reeds te voren gedaan was, aleer de brandoffers en dankoffers, waarvan in vs. 5 sprake is, werden gebracht. De reden waarom, wordt aan het slot aan dit vers meegedeeld.
KruisverwijzingenGenesis 15:18→1 Koningen 8:65→Jozua 13:3→Nehemia 8:13→Leviticus 23:34→2 Kronieken 30:13→Zacharia 14:16→Johannes 7:27→— Salomo hield ook ter zelfder tijd het feest zeven dagen, en gans Israel met hem, een zeer grote gemeente, van den ingang af van Hamath, tot de rivier van Egypte.
Salomo hield ook in dezelfde tijd, nadat hij de inwijding van de tempel in de dagen van 8-14 van de maand Ethanim of Tisri voleindigd had, ook het feest namelijk het op de 15-21 Tisri invallende Loofhuttenfeest (Lev.23: 34 vv.), zeven dagenlang, en gans Israël met hem, een zeer grote gemeente, van de ingang, de uiterste noordergrens van het rijk af van Hamath in Syrië, tot de uiterste zuidergrens, de rivier van Egypte (Num.34: 5,8), de tegenwoordige Wady el Arisch.
KruisverwijzingenLeviticus 23:36→Deuteronomium 16:8→Nehemia 8:18→2 Kronieken 30:23→Joël 1:14→1 Koningen 8:65→— En ten achtsten dage hielden zij een verbodsdag; want zij hielden de inwijding des altaars zeven dagen, en het feest zeven dagen.
En op de achtste dag, op de 22sten Tisri, hielden zij een verbodsdag, de in Lev.23: 36 bevolen vergadering, zodat het gehele feest tweemaal zeven dagen duurde; want zij hielden de inwijding van het altaar (vs. 7-11) zeven dagen, en het feest (vs. 8), ook zeven dagen, waarop dan nog als vijftiende dat, het slotfeest volgde, dat in de aanvang van ons vers werd vermeld.
Kruisverwijzingen1 Koningen 8:66→Psalmen 92:4→Psalmen 105:3→2 Kronieken 29:36→Exodus 18:1→Psalmen 106:5→Deuteronomium 12:18→Deuteronomium 16:11→— Doch op den drie en twintigsten dag der zevende maand liet hij het volk gaan tot hun hutten, blijde en goedsmoeds over het goede, dat de HEERE aan David en Salomo, en Zijn volk Israel gedaan had.
Maar op de drieentwintigste dag van de zevende maand van Ethanim of Tisri (Ex 12: 2), liet hij het volk weer huiswaarts gaan tot hun hutten, en zij trokken heen blijde en goedsmoeds over het goede, dat de Heere aan David en Salomo, en Zijn volk Israël gedaan had 1).
“1Ki 8: 66”
Kruisverwijzingen1 Koningen 9:1→2 Kronieken 2:1→Prediker 2:10→Prediker 2:4→— Alzo volbracht Salomo het huis des HEEREN, en het huis des konings; en al wat in Salomo's hart gekomen was, om in het huis des HEEREN en in zijn huis te maken, richtte hij voorspoedig uit.
Alzo volbracht Salomo, in de loop van 20 jaren, sedert het 4de jaar van zijn regering (Hoofdstuk 8: 1), het huis van de Heere, en het huis van de koning, van welks bouw in ons Boek niets naders bericht is geworden, maar wel in 1 Koningen .7: 1-12; en al wat in Salomo’s hart gekomen was, om in het huis van de Heere en in zijn huis te maken, richtte hij tot Oktober van het jaar 991 vóór Christus, voorspoedig uit.
VI. Vs. 12-22.KruisverwijzingenJakobus 4:9→2 Kronieken 6:37→Jesaja 55:6→Klaagliederen 3:40→Spreuken 28:13→2 Kronieken 33:12→2 Kronieken 6:27→Ezechiël 18:27→ — En de HEERE verscheen Salomo des nachts, en Hij zeide tot hem: Ik heb uw gebed verhoord, en heb Mij deze plaats verkoren tot een offerhuis. Zo Ik den hemel toesluite, dat er geen regen zij, of zo Ik den sprinkhaan gebiede, het land te verteren, of zo Ik pest onder Mijn volk zende; En Mijn volk, over dewelken Mijn Naam genoemd wordt, zich verootmoedigt en bidt, en zij Mijn aangezicht zoeken, en zich bekeren van hun boze wegen; zo zal Ik uit den hemel horen, en hun zonden vergeven, en hun land genezen. Nu zullen Mijn ogen open zijn, en Mijn oren opmerkende op het gebed dezer plaats. Want Ik heb nu dit huis verkoren en geheiligd, opdat Mijn Naam daar zij tot in eeuwigheid en Mijn ogen en Mijn hart zullen daar te allen dage zijn. En u aangaande, zo gij voor Mijn aangezicht wandelen zult, gelijk als uw vader David gewandeld heeft, en doen naar alles, wat Ik u geboden heb, en Mijn inzettingen en Mijn rechten houden zult; Zo zal Ik den troon uws koninkrijks bevestigen, gelijk als Ik een verbond met uw vader David gemaakt heb, zeggende: Geen man zal u afgesneden worden, die in Israel heerse. Maar zo gijlieden u afkeren zult, en Mijn inzettingen en Mijn geboden, die Ik voor uw aangezicht gegeven heb, verlaten, en heengaan, en andere goden dienen, en u voor die nederbuigen zult; Zo zal Ik hen uitrukken uit Mijn land, dat Ik hun gegeven heb, en dit huis, dat Ik Mijn Naam geheiligd heb, zal Ik van Mijn aangezicht wegwerpen, en zal het tot een spreekwoord en spotrede onder alle volken maken. En dit huis, dat verheven zal geweest zijn, daarover zal zich een ieder, die voorbijgaat, ontzetten, dat hij zal zeggen: Waarom heeft de HEERE aan dit land en aan dit huis alzo gedaan? Nog eenmaal, evenals bij de aanvang van zijn regering te Gibeon, zo ook na volbrachten tempelbouw te Jeruzalem, verschijnt de Heere aan Salomo, verzekert hem van de genadige verhoring van zijn gebed, dat hij bij de inwijding had uitgesproken, terwijl Hij de afzonderlijke beden in het bijzonder antwoord geeft, maar tevens in zeer ernstige, sterke woorden voor afval van Hem waarschuwt, want dan zou hij al de vloeken, daarover in de Wet uitgesproken, op zich laden. (Vergelijk 1 Koningen .9: 1-9)
Kruisverwijzingen1 Koningen 9:2→Deuteronomium 12:11→Psalmen 66:19→2 Koningen 20:5→Psalmen 78:68→2 Koningen 2:6→2 Kronieken 7:16→Psalmen 10:17→— En de HEERE verscheen Salomo des nachts, en Hij zeide tot hem: Ik heb uw gebed verhoord, en heb Mij deze plaats verkoren tot een offerhuis.
En de Heere verscheen Salomo, of na de eerste dag van de tempelwijding, of na het slotfeest van het feest van de Loofhutten, alzo of na de 8ste of na de 22ste Tisri van genoemd jaar 901 voor Christus zoals Hij hem vóór 23-24 jaren te Gibeon verschenen was (Hoofdstuk 1: 7 vv.),’ s nachts in een droom, en Hij zei tot hem: Ik heb uw gebed (Hoofdstuk 6: 14 vv.) verhoord, en heb Mij deze plaats, dit huis, dat gij op Moria Mijn naam gebouwd hebt, verkoren tot een offerhuis (Deuteronomium 12: 5 vv.).
Kruisverwijzingen2 Kronieken 6:26→Job 12:14→Psalmen 105:34→Deuteronomium 11:17→Joël 1:4→Numeri 16:46→Openbaring 11:6→Exodus 10:4→— Zo Ik den hemel toesluite, dat er geen regen zij, of zo Ik den sprinkhaan gebiede, het land te verteren, of zo Ik pest onder Mijn volk zende;
Zo Ik de hemel toesluit, dat er geen regen is, of zo Ik de sprinkhanen gebied, het land te verteren, of zo Ik de pest onder mijn volk zend:
KruisverwijzingenJakobus 4:9→2 Kronieken 6:37→Jesaja 55:6→Klaagliederen 3:40→Spreuken 28:13→2 Kronieken 33:12→2 Kronieken 6:27→Ezechiël 18:27→— En Mijn volk, over dewelken Mijn Naam genoemd wordt, zich verootmoedigt en bidt, en zij Mijn aangezicht zoeken, en zich bekeren van hun boze wegen; zo zal Ik uit den hemel horen, en hun zonden vergeven, en hun land genezen.
En Mijn volk, waarover Mijn naam genoemd wordt, zich verootmoedigen en bidden, en Mijn aangezicht zoeken, en zich bekeren van hun boze wegen 1), zo zal Ik uit de hemel horen, en hun zonden vergeven, en hun land genezen.
Het antwoord van de Heere is hier een weinig uitvoeriger vermeld, dan in de Boeken der Koningen. De Heere God dreigt eerst met toesluiten van de hemel, zodat er geen regen zou komen, dan met sprinkhanen en pest. Maar de Heere belooft ook, dat, indien het volk zich tot de Tempel zal begeven, om vergiffenis te smeken en offeranden te brengen, Hij hen weer genadig zal zijn, mits, en hierop valt al de nadruk, indien het volk zich bekeren zal van hun zonden. Hieruit zou het toch blijken, of de offeranden met een waarachtig hart werden gebracht en de belijdenis van schuld oprecht was, of Israël’s komen een in waarheid schuldbelijdend terugkeren tot de Heere was. De Heere God doet het hier Salomo voelen, hoe alleen een in de schuld vallen, dat gevolgd wordt door een laten varen van de afgodendienst, bij Hem gewild is. Dit is het dan ook, wat altijd in de dagen van diepe afval door de Profeten op de voorgrond wordt gesteld. In bekering alleen zou redding voor land en volk zijn. “1Ki 9: 9”
Kruisverwijzingen2 Kronieken 6:40→2 Kronieken 6:20→1 Petrus 3:12→Psalmen 130:2→Deuteronomium 11:12→Nehemia 1:6→Psalmen 65:2→— Nu zullen Mijn ogen open zijn, en Mijn oren opmerkende op het gebed dezer plaats.
Nu zullen Mijn ogen open zijn en Mijn oren opmerkend op het gebed van deze plaats.
Kruisverwijzingen2 Kronieken 7:12→Mattheüs 3:17→1 Koningen 8:16→2 Kronieken 7:15→1 Koningen 9:3→Johannes 2:19→1 Koningen 8:44→Kolossenzen 2:9→— Want Ik heb nu dit huis verkoren en geheiligd, opdat Mijn Naam daar zij tot in eeuwigheid en Mijn ogen en Mijn hart zullen daar te allen dage zijn.
En men zal zeggen: Omdat zij de Heere, de God van hun vaderen, verlaten hebben, die hen uit Egypteland uitgevoerd had, en hebben zich aan andere goden gehouden, en zich voor hen neergebogen, en hen gediend; daarom heeft Hij al dat kwaad over hen gebracht 1).
Geen wijze Salomo zelf kon een al te grote voorspoed verdragen. De uitkomst heeft geleerd, hoe de gedreigde vloek en straf heeft moeten stand grijpen, en hoe hij de grond, zowel van Israël’s hoogheid als van Israël’s val, gelegd heeft.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
2 Kronieken 7
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
Toen nu Salomo voleind had te bidden, en juist zich van zijn knieën (Hoofdstuk 6: 13 6.13) wilde opheffen, zo daalde, zoals vroeger bij het eerste offer van Aäron (Lev.9: 24 9.24), het vuur van de hemel 1), en verteerde het op het brandofferaltaar gereed gemaakte (Hoofdstuk 5:
brandoffer en de slachtofferen; en de heerlijkheid van de Heere vervulde het huis.
Deze gebeurtenis wordt in 1 Koningen .8: 54 vv. niet vermeld, terwijl hier weggelaten wordt, de mededeling van het zegenen van het volk door Salomo. Wat nu dit neerdalen van het vuur van de hemel betreft, het is duidelijk, dat de Heere God niet alleen daarmee het brandofferaltaar tot wettige offerplaats heeft willen heiligen, maar ook en bovenal daarmee heeft willen aanduiden, dat, als Israël met zijn offeranden daar kwam, het kon hopen op de genade van die God, die, als de God van het Verbond, tussen de Cherubs troonde. In het vuur van de hemel, dat de offeranden op het altaar verteerde, openbaarde zich de heerlijkheid van de Heere dan ook op zo’n treffende wijze, dat de priesters niet in het huis van de Heere, niet in het Heilige, door de voorhof konden ingaan. Wij hebben er dan ook wel op te letten, dat de heerlijkheid, hier vermeld, niet een gevolg was van de Wolk in het Heiligdom, maar van het vuur uit de hemel. In 2 Kronieken 5: 14 wordt gezegd, dat de Priesters niet konden staan, hier dat zij niet konden ingaan. In eerstgenoemde plaats worden zij voorgesteld als te verkeren in het Huis van God, hier als in de voorhof, of daarvoor. Wij hebben derhalve hier een nadere aanvulling van het bericht in de Boeken der Koningen, een aanvulling, die geheel in overeenstemming is met het doel van de Schrijver van de Kronieken, n.l. om zijn tijdgenoten in de eerste plaats een diepe indruk te geven van de Levitische eredienst als niet alleen heilig, maar ook door God, de Heere, bij de tempelwijding als opnieuw gesanctioneerd.
En de priesters konden niet ingaan in het huis van de Heere; want de heerlijkheid van de Heere had het huis van de Heere vervuld.
En toen al de kinderen van Israël, waarvoor toch dit teken geschiedde, dat vuur zagen afdalen, en de heerlijkheid van de Heere over het huis, zo bukten zij, evenals Salomo bij het eerste teken in een blijmoedig dankgebed zijn gemoed had ontlast (Hoofdstuk 6: 1 vv. 6.1), bij dit tweede teken met hun aangezichten ter aarde op de vloer, van het voorhof, en aanbaden
hun majestueus Zich openbarende en toch zo genadig Zich neerbuigende God, en als nu de koning tot hen kwam en hen zegende en hen vermaande (1 Koningen .8: 55 vv.), namen zij deel aan de openbare godsdienst, en loofden de Heere, dat Hij goed is, en dat Zijn weldadigheid is tot in eeuwigheid.
Israël kon hier een blijk van Gods goedkeuring van hun offeranden uit opnemen, en daarom loofden alle tongen onder hen Gods goedheid en weldadigheid. Een lofzang, die nooit te onpas komt en waartoe het onze harten en tongen nooit aan stof, gelegenheid en taal ontbreken kan. Behaagt het God zich als een verterend vuur voor de zondaar hier in de tijd te vertonen, dan kan de wereld uit dit oordeel gerechtigheid leren en Zijn volk zich in Zijn licht verheugen. Israël had ook wel reden, om Gods goedheid te verheerlijken, want het zijn de barmhartigheden van de Heere, dat zij niet, dat wij niet, maar de offeranden in onze plaats verteerd en vernield worden.
De koning nu en al het volk offerden hierop die slachtoffers voor het aangezicht van de Heere, die in Hoofdstuk 5: 6 aangeduid en voor het tegenwoordige feest bestemd waren.
En de koning Salomo offerde in het geheel op deze eerste en de zes volgende dagen van het feest aan slachtoffer van runderen, tweeentwintig duizend, en van schapen, honderdentwintig duizend, de offers van de stamvorsten en van het volk laten zich echter niet berekenen, zoals reeds gezegd is. Alzo hebben de koning en het ganse volk het huis van God ingewijd.
Ook stonden de priesters in hun wachten 1), zij vervulden bij het feest, het ambt, waartoe de Wet hen verbond, en de Levieten begeleidden het godsdienstige werk met de muzikale instrumenten van de Heere, die de koning David gemaakt had, had laten maken, om de Heere te loven, dat Zijn weldadigheid is in eeuwigheid, op de wijze, als David door hun dienst, met de Psalmen, die zij zongen, Hem prees; en de priesters trompettenden tegen hen over, in bijzondere koren, en gans Israël stond in de buiten-voorhof en woonde de heilige handeling met aandacht bij.
In het Hebr. Al-Mischmerotham. Letterlijk: op hun wachtposten. Dat wil zeggen in hun ambten, zoals David hen geordend had.
En Salomo heiligde 1) voor het feest van drie dagen, het middelste van de voorhof, dat voor het huis van de Heere was, de ganse ruimte van de voorhof van de priesters tussen het brandoffer-altaar en het tempelhuis; omdat hij daar op vele kleine, tot dat bijzondere doel opgerichte altaren, de brandoffers en het vette van de dankoffers bereid had, verbrandde daarop de brandoffers en het vette van de dankoffers; want het koperen altaar, dat Salomo gemaakt had (Hoofdstuk 4: 1), en voor gewone tijden de enige rechtmatige offerplaats was, kon het brandoffer, en het spijsoffer, en het vette, het dankoffer (Le 3: 5) niet vatten.
Beter: En Salomo had geheiligd, omdat dit reeds te voren gedaan was, aleer de brandoffers en dankoffers, waarvan in vs. 5 sprake is, werden gebracht. De reden waarom, wordt aan het slot aan dit vers meegedeeld.
Salomo hield ook in dezelfde tijd, nadat hij de inwijding van de tempel in de dagen van 8-14 van de maand Ethanim of Tisri voleindigd had, ook het feest namelijk het op de 15-21 Tisri invallende Loofhuttenfeest (Lev.23: 34 vv.), zeven dagenlang, en gans Israël met hem, een zeer grote gemeente, van de ingang, de uiterste noordergrens van het rijk af van Hamath in Syrië, tot de uiterste zuidergrens, de rivier van Egypte (Num.34: 5,8), de tegenwoordige Wady el Arisch.
En op de achtste dag, op de 22sten Tisri, hielden zij een verbodsdag, de in Lev.23: 36 bevolen vergadering, zodat het gehele feest tweemaal zeven dagen duurde; want zij hielden de inwijding van het altaar (vs. 7-11) zeven dagen, en het feest (vs. 8), ook zeven dagen, waarop dan nog als vijftiende dat, het slotfeest volgde, dat in de aanvang van ons vers werd vermeld.
Maar op de drieentwintigste dag van de zevende maand van Ethanim of Tisri (Ex 12: 2), liet hij het volk weer huiswaarts gaan tot hun hutten, en zij trokken heen blijde en goedsmoeds over het goede, dat de Heere aan David en Salomo, en Zijn volk Israël gedaan had 1).
“1Ki 8: 66”
Alzo volbracht Salomo, in de loop van 20 jaren, sedert het 4de jaar van zijn regering (Hoofdstuk 8: 1), het huis van de Heere, en het huis van de koning, van welks bouw in ons Boek niets naders bericht is geworden, maar wel in 1 Koningen .7: 1-12; en al wat in Salomo’s hart gekomen was, om in het huis van de Heere en in zijn huis te maken, richtte hij tot Oktober van het jaar 991 vóór Christus, voorspoedig uit.
VI. Vs. 12-22.KruisverwijzingenJakobus 4:9→2 Kronieken 6:37→Jesaja 55:6→Klaagliederen 3:40→Spreuken 28:13→2 Kronieken 33:12→2 Kronieken 6:27→Ezechiël 18:27→
— En de HEERE verscheen Salomo des nachts, en Hij zeide tot hem: Ik heb uw gebed verhoord, en heb Mij deze plaats verkoren tot een offerhuis. Zo Ik den hemel toesluite, dat er geen regen zij, of zo Ik den sprinkhaan gebiede, het land te verteren, of zo Ik pest onder Mijn volk zende; En Mijn volk, over dewelken Mijn Naam genoemd wordt, zich verootmoedigt en bidt, en zij Mijn aangezicht zoeken, en zich bekeren van hun boze wegen; zo zal Ik uit den hemel horen, en hun zonden vergeven, en hun land genezen. Nu zullen Mijn ogen open zijn, en Mijn oren opmerkende op het gebed dezer plaats. Want Ik heb nu dit huis verkoren en geheiligd, opdat Mijn Naam daar zij tot in eeuwigheid en Mijn ogen en Mijn hart zullen daar te allen dage zijn. En u aangaande, zo gij voor Mijn aangezicht wandelen zult, gelijk als uw vader David gewandeld heeft, en doen naar alles, wat Ik u geboden heb, en Mijn inzettingen en Mijn rechten houden zult; Zo zal Ik den troon uws koninkrijks bevestigen, gelijk als Ik een verbond met uw vader David gemaakt heb, zeggende: Geen man zal u afgesneden worden, die in Israel heerse. Maar zo gijlieden u afkeren zult, en Mijn inzettingen en Mijn geboden, die Ik voor uw aangezicht gegeven heb, verlaten, en heengaan, en andere goden dienen, en u voor die nederbuigen zult; Zo zal Ik hen uitrukken uit Mijn land, dat Ik hun gegeven heb, en dit huis, dat Ik Mijn Naam geheiligd heb, zal Ik van Mijn aangezicht wegwerpen, en zal het tot een spreekwoord en spotrede onder alle volken maken. En dit huis, dat verheven zal geweest zijn, daarover zal zich een ieder, die voorbijgaat, ontzetten, dat hij zal zeggen: Waarom heeft de HEERE aan dit land en aan dit huis alzo gedaan?
Nog eenmaal, evenals bij de aanvang van zijn regering te Gibeon, zo ook na volbrachten tempelbouw te Jeruzalem, verschijnt de Heere aan Salomo, verzekert hem van de genadige verhoring van zijn gebed, dat hij bij de inwijding had uitgesproken, terwijl Hij de afzonderlijke beden in het bijzonder antwoord geeft, maar tevens in zeer ernstige, sterke woorden voor afval van Hem waarschuwt, want dan zou hij al de vloeken, daarover in de Wet uitgesproken, op zich laden. (Vergelijk 1 Koningen .9: 1-9)
En de Heere verscheen Salomo, of na de eerste dag van de tempelwijding, of na het slotfeest van het feest van de Loofhutten, alzo of na de 8ste of na de 22ste Tisri van genoemd jaar 901 voor Christus zoals Hij hem vóór 23-24 jaren te Gibeon verschenen was (Hoofdstuk 1: 7 vv.),’ s nachts in een droom, en Hij zei tot hem: Ik heb uw gebed (Hoofdstuk 6: 14 vv.) verhoord, en heb Mij deze plaats, dit huis, dat gij op Moria Mijn naam gebouwd hebt, verkoren tot een offerhuis (Deuteronomium 12: 5 vv.).
Zo Ik de hemel toesluit, dat er geen regen is, of zo Ik de sprinkhanen gebied, het land te verteren, of zo Ik de pest onder mijn volk zend:
En Mijn volk, waarover Mijn naam genoemd wordt, zich verootmoedigen en bidden, en Mijn aangezicht zoeken, en zich bekeren van hun boze wegen 1), zo zal Ik uit de hemel horen, en hun zonden vergeven, en hun land genezen.
Het antwoord van de Heere is hier een weinig uitvoeriger vermeld, dan in de Boeken der Koningen. De Heere God dreigt eerst met toesluiten van de hemel, zodat er geen regen zou komen, dan met sprinkhanen en pest. Maar de Heere belooft ook, dat, indien het volk zich tot de Tempel zal begeven, om vergiffenis te smeken en offeranden te brengen, Hij hen weer genadig zal zijn, mits, en hierop valt al de nadruk, indien het volk zich bekeren zal van hun zonden. Hieruit zou het toch blijken, of de offeranden met een waarachtig hart werden gebracht en de belijdenis van schuld oprecht was, of Israël’s komen een in waarheid schuldbelijdend terugkeren tot de Heere was. De Heere God doet het hier Salomo voelen, hoe alleen een in de schuld vallen, dat gevolgd wordt door een laten varen van de afgodendienst, bij Hem gewild is. Dit is het dan ook, wat altijd in de dagen van diepe afval door de Profeten op de voorgrond wordt gesteld. In bekering alleen zou redding voor land en volk zijn. “1Ki 9: 9”
Nu zullen Mijn ogen open zijn en Mijn oren opmerkend op het gebed van deze plaats.
En men zal zeggen: Omdat zij de Heere, de God van hun vaderen, verlaten hebben, die hen uit Egypteland uitgevoerd had, en hebben zich aan andere goden gehouden, en zich voor hen neergebogen, en hen gediend; daarom heeft Hij al dat kwaad over hen gebracht 1).
Geen wijze Salomo zelf kon een al te grote voorspoed verdragen. De uitkomst heeft geleerd, hoe de gedreigde vloek en straf heeft moeten stand grijpen, en hoe hij de grond, zowel van Israël’s hoogheid als van Israël’s val, gelegd heeft.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel