Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1Daar was een man van Ramathaim-Zofim, van het gebergte van Efraim, wiens naam was Elkana, een zoon van Jerocham, den zoon van Elihu, den zoon van Tochu, den zoon van Zuf, een Efrathiet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1Daar wasH1961eenH259manH376 van Ramathaim-ZofimH7436, van het gebergteH2022 van EfraimH669, wiens naamH8034 was ElkanaH511, een zoonH1121 van JerochamH3395, den zoonH1121 van ElihuH453, den zoonH1121 van TochuH8459, den zoonH1121 van ZufH6689, een EfrathietH673.Daar was een man van Ramathaim-Zofim, van het gebergte van Efraim, wiens naam was Elkana, een zoon van Jerocham, den zoon van Elihu, den zoon van Tochu, den zoon van Zuf, een Efrathiet.
KJVNow there was a certain3man2of Ramathaimzophim,5of mount7Ephraim,8and his name9was Elkanah,10the son11of Jeroham,12the son13of Elihu,14the son15of Tohu,16the son17of Zuph,18an Ephrathite:19
1וַיְהִי֩H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2אִ֨ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3אֶחָ֜דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,4מִןH4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with5הָרָמָתַ֛יִםH7436Ramathaim-zofimRamathaimzophim6צוֹפִ֖יםH7436Ramathaim-zofimRamathaimzophim7מֵהַ֣רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion8אֶפְרָ֑יִםH669Efraim, Efraims, EfraimietenEphraim, Ephraimites9וּשְׁמ֡וֹH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report10אֶ֠לְקָנָהH511ElkanaElkanah11בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12יְרֹחָ֧םH3395Jeroham, JerochamJeroham13בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth14אֱלִיה֛וּאH453ElihuElihu15בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth16תֹּ֥חוּH8459TochuTohu17בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth18צ֖וּףH6689Zuf, ZofaiZophai, Zuph19אֶפְרָתִֽיH673Efrathiet, Efraimiet, EfrathersEphraimite, Ephrathite
2En hij had twee vrouwen; de naam van de ene was Hanna, en de naam van de andere was Peninna. Peninna nu had kinderen, maar Hanna had geen kinderen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En hij had tweeH8147vrouwenH802; de naamH8034 van de eneH259 was HannaH2584, en de naamH8034 van de andere wasH1961PeninnaH6444. PeninnaH6444 nu had kinderenH3206, maar HannaH2584 had geenH369kinderenH3206.En hij had twee vrouwen; de naam van de ene was Hanna, en de naam van de andere was Peninna. Peninna nu had kinderen, maar Hanna had geen kinderen.
KJVAnd he had two2wives;3the name4of the one5was Hannah,6and the name7of the other8Peninnah:9and Peninnah11had children,12but Hannah13had no children.15
3Deze man nu ging opwaarts uit zijn stad van jaar tot jaar om te aanbidden, en om te offeren den HEERE der heirscharen te Silo; en aldaar waren priesters des HEEREN, Hofni, en Pinehas, de twee zonen van Eli.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Deze manH376 nu ging opwaartsH5927 uit zijn stadH5892 van jaarH3117 tot jaarH3117 om te aanbiddenH7812, en om te offerenH2076 den HEEREH3068 der heirscharenH6635 te SiloH7887; en aldaarH8033 waren priestersH3548 des HEERENH3068, HofniH2652, en PinehasH6372, de tweeH8147zonenH1121 van Eli.Deze man nu ging opwaarts uit zijn stad van jaar tot jaar om te aanbidden, en om te offeren den HEERE der heirscharen te Silo; en aldaar waren priesters des HEEREN, Hofni, en Pinehas, de twee zonen van Eli.
KJVAnd this3man2went up1out of his city4yearly5to worship7and to sacrifice8unto the LORD9of hosts10in Shiloh.11And the two13sons14of Eli,15Hophni16and Phinehas,17the priests18of the LORD,19were there.
1וְעָלָה֩H5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work2הָאִ֨ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3הַה֤וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who4מֵֽעִירוֹ֙H5892stad, steden, vrijstadAi (from margin), city, court (from margin), town5מִיָּמִ֣יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6יָמִ֔ימָהH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7לְהִֽשְׁתַּחֲוֺ֧תH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship8וְלִזְבֹּ֛חַH2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay9לַיהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10צְבָא֖וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)11בְּשִׁלֹ֑הH7887SiloShiloh12וְשָׁ֞םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither13שְׁנֵ֣יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two14בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth15עֵלִ֗יH5941EliEli16חָפְנִי֙H2652HofniHophni17וּפִ֣נְחָ֔סH6372PinehasPhinehas18כֹּהֲנִ֖יםH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer19לַיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
4En het geschiedde op dien dag, als Elkana offerde, zo gaf hij aan Peninna, zijn huisvrouw, en aan al haar zonen en haar dochteren, delen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4En het geschieddeH1961 op dien dagH3117, als ElkanaH511offerdeH2076, zo gafH5414 hij aan PeninnaH6444, zijn huisvrouwH802, en aan alH3605 haar zonenH1121 en haar dochterenH1323, delenH4490.En het geschiedde op dien dag, als Elkana offerde, zo gaf hij aan Peninna, zijn huisvrouw, en aan al haar zonen en haar dochteren, delen.
KJVAnd when the time2was that Elkanah4offered,3he gave5to Peninnah6his wife,7and to all her sons9and her daughters,10portions:11
1וַיְהִ֣יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2הַיּ֔וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3וַיִּזְבַּ֖חH2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay4אֶלְקָנָ֑הH511ElkanaElkanah5וְנָתַ֞ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6לִפְנִנָּ֣הH6444PeninnaPeninnah7אִשְׁתּ֗וֹH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English8וּֽלְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9בָּנֶ֛יהָH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth10וּבְנוֹתֶ֖יהָH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village11מָנֽוֹתH4490delen, deel, delesuch things as belonged, part, portion
5Maar aan Hanna gaf hij een aanzienlijk deel, want hij had Hanna lief; doch de HEERE had haar baarmoeder toegesloten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5Maar aan HannaH2584gafH5414 hij eenH259aanzienlijkH639deelH4490, wantH3588 hij had HannaH2584liefH157; doch de HEEREH3068 had haar baarmoederH7358toegeslotenH5462.Maar aan Hanna gaf hij een aanzienlijk deel, want hij had Hanna lief; doch de HEERE had haar baarmoeder toegesloten.
KJVBut unto Hannah1he gave2a4worthy5portion;3for he loved9Hannah:8but the LORD10had shut up11her womb.12
1וּלְחַנָּ֕הH2584HannaHannah2יִתֵּ֛ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield3מָנָ֥הH4490delen, deel, delesuch things as belonged, part, portion4אַחַ֖תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,5אַפָּ֑יִםH639toorn, toorns, neusanger(-gry), [phrase] before, countenance, face, [phrase] forebearing, forehead, [phrase] (long-) suffering, nose, nostril, snout, [idiom] worthy, wrath6כִּ֤יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8חַנָּה֙H2584HannaHannah9אָהֵ֔בH157lief, liefhebben, liefheeft(be-) love(-d, -ly, -r), like, friend10וַֽיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)11סָגַ֥רH5462gesloten, sloot, toegeslotenclose up, deliver (up), give over (up), inclose, [idiom] pure, repair, shut (in, self, out, up, up together), stop, [idiom] straitly12רַחְמָֽהּH7358baarmoeder, baarmoeders, lijfmatrix, womb
6En haar tegenpartijdige tergde haar ook met terging, om haar te vergrimmen, omdat de HEERE haar baarmoeder toegesloten had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En haar tegenpartijdigeH6869tergdeH3707 haar ookH1571 met tergingH3708, om haar te vergrimmenH7481, omdatH3588 de HEEREH3068 haar baarmoederH7358toegeslotenH5462 had.En haar tegenpartijdige tergde haar ook met terging, om haar te vergrimmen, omdat de HEERE haar baarmoeder toegesloten had.
KJVAnd her adversary2also provoked1her sore,4for to make her fret,6because the LORD9had shut8up10her womb.11
1וְכִֽעֲסַ֤תָּהH3707toorn verwekken, vertoornen, getergdbe angry, be grieved, take indignation, provoke (to anger, unto wrath), have sorrow, vex, be wroth2צָֽרָתָהּ֙H6869benauwdheid, benauwdheden, noodadversary, adversity, affliction, anguish, distress, tribulation, trouble3גַּםH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea4כַּ֔עַסH3708verdriet, toornigheid, terginganger, angry, grief, indignation, provocation, provoking, [idiom] sore, sorrow, spite, wrath5בַּעֲב֖וּרH5668wil, harentwil, waarlijkbecause of, for (...'s sake), (intent) that, to6הַרְּעִמָ֑הּH7481bruise, donderde, dondertmake to fret, roar, thunder, trouble7כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8סָגַ֥רH5462gesloten, sloot, toegeslotenclose up, deliver (up), give over (up), inclose, [idiom] pure, repair, shut (in, self, out, up, up together), stop, [idiom] straitly9יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10בְּעַ֥דH1157voor, om; door heenabout, at by (means of), for, over, through, up (-on), within11רַחְמָֽהּH7358baarmoeder, baarmoeders, lijfmatrix, womb
7En alzo deed hij jaar op jaar; van dat zij opging tot het huis des HEEREN, zo tergde zij haar alzo; daarom weende zij en at niet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En alzoH3651deedH6213 hij jaarH8141 op jaarH8141; van dat zij opgingH5927 tot het huisH1004 des HEERENH3068, zoH3651tergdeH3707 zij haar alzo; daarom weendeH1058 zij en atH398nietH3808.En alzo deed hij jaar op jaar; van dat zij opging tot het huis des HEEREN, zo tergde zij haar alzo; daarom weende zij en at niet.
KJVAnd as he did2so year3by year,4when5she went up6to the house7of the LORD,8so she provoked10her; therefore she wept,11and did not eat.13
1וְכֵ֨ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you2יַעֲשֶׂ֜הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use3שָׁנָ֣הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)4בְשָׁנָ֗הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)5מִדֵּ֤יH1767genoeg, genoegzaam, sindsable, according to, after (ability), among, as (oft as), (more than) enough, from, in, since, (much as is) sufficient(-ly), too much, very, when6עֲלֹתָהּ֙H5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work7בְּבֵ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)8יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9כֵּ֖ןH3651daarom, alzo, zo[phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you10תַּכְעִסֶ֑נָּהH3707toorn verwekken, vertoornen, getergdbe angry, be grieved, take indignation, provoke (to anger, unto wrath), have sorrow, vex, be wroth11וַתִּבְכֶּ֖הH1058weende, weenden, wenen[idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep12וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13תֹאכַֽלH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite
8Toen zeide Elkana, haar man: Hanna, waarom weent gij, en waarom eet gij niet, en waarom is uw hart kwalijk gesteld? Ben ik u niet beter dan tien zonen?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Toen zeideH559ElkanaH511, haar manH376: HannaH2584, waaromH4100weentH1058 gij, en waaromH4100eetH398 gij nietH3808, en waaromH4100 is uw hartH3824kwalijk gesteldH3415? Ben ikH595 u nietH3808beterH2896 dan tienH6235zonenH1121?Toen zeide Elkana, haar man: Hanna, waarom weent gij, en waarom eet gij niet, en waarom is uw hart kwalijk gesteld? Ben ik u niet beter dan tien zonen?
KJVThen said1Elkanah3her husband4to her, Hannah,5why weepest7thou? and why eatest10thou not? and why is thy heart13grieved?12am not I better16to thee than ten18sons?19
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לָ֜הּ3אֶלְקָנָ֣הH511ElkanaElkanah4אִישָׁ֗הּH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)5חַנָּה֙H2584HannaHannah6לָ֣מֶהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why7תִבְכִּ֗יH1058weende, weenden, wenen[idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep8וְלָ֨מֶה֙H4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why9לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10תֹֽאכְלִ֔יH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite11וְלָ֖מֶהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why12יֵרַ֣עH3415kwaad, kwalijk, kwalijk gesteldbe grevious (only Isaiah 15:4; the rest belong to H7489 (רָעַע))13לְבָבֵ֑ךְH3824hart, harten, harte[phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding14הֲל֤וֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15אָֽנֹכִי֙H595ik, mijI, me, [idiom] which16ט֣וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)17לָ֔ךְ18מֵעֲשָׂרָ֖הH6235tien, tienen, tienmaalten, (fif-, seven-) teen19בָּנִֽיםH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth
9Toen stond Hanna op, nadat hij gegeten, en nadat hij gedronken had te Silo. En Eli, de priester, zat op een stoel bij een post van den tempel des HEEREN.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Toen stondH6965HannaH2584 op, nadatH310 hij gegetenH398, en nadatH310 hij gedronkenH8354 had te SiloH7887. En EliH5941, de priesterH3548, zat opH5921 een stoelH3678bijH5921 een postH4201 van den tempelH1964 des HEERENH3068.Toen stond Hanna op, nadat hij gegeten, en nadat hij gedronken had te Silo. En Eli, de priester, zat op een stoel bij een post van den tempel des HEEREN.
KJVSo Hannah2rose up1after3they had eaten4in Shiloh,5and after6they had drunk.7Now Eli8the priest9sat10upon a seat12by a post14of the temple15of the LORD.16
1וַתָּ֣קָםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2חַנָּ֔הH2584HannaHannah3אַחֲרֵ֛יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with4אָכְלָ֥הH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite5בְשִׁלֹ֖הH7887SiloShiloh6וְאַחֲרֵ֣יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with7שָׁתֹ֑הH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)8וְעֵלִ֣יH5941EliEli9הַכֹּהֵ֗ןH3548priester, priesters, priesterenchief ruler, [idiom] own, priest, prince, principal officer10יֹשֵׁב֙H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12הַכִּסֵּ֔אH3678troon, stoel, troonsseat, stool, throne13עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with14מְזוּזַ֖תH4201posten, post, zijposten(door, side) post15הֵיכַ֥לH1964tempel, tempels, paleispalace, temple16יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
10Zij dan viel bitterlijk bedroefd zijnde, zo bad zij tot den HEERE, en zij weende zeer.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Zij dan viel bitterlijkH4751bedroefdH5315 zijnde, zo badH6419 zij tot den HEEREH3068, en zij weendeH1058 zeer.Zij dan viel bitterlijk bedroefd zijnde, zo bad zij tot den HEERE, en zij weende zeer.
KJVAnd she was in bitterness2of soul,3and prayed4unto the LORD,6and wept7sore.8
1וְהִ֖יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who2מָ֣רַתH4751bitter, bitterheid, bitterlijk[phrase] angry, bitter(-ly, -ness), chafed, discontented, [idiom] great, heavy3נָ֑פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it4וַתִּתְפַּלֵּ֥לH6419bidden, bad, bidintreat, judge(-ment), (make) pray(-er, -ing), make supplication5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7וּבָכֹ֥הH1058weende, weenden, wenen[idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep8תִבְכֶּֽהH1058weende, weenden, wenen[idiom] at all, bewail, complain, make lamentation, [idiom] more, mourn, [idiom] sore, [idiom] with tears, weep
11En zij beloofde een gelofte, en zeide: HEERE der heirscharen, zo Gij eenmaal de ellende Uwer dienstmaagd aanziet, en mijner gedenkt, en Uw dienstmaagd niet vergeet, maar geeft aan Uw dienstmaagd een mannelijk zaad, zo zal ik dat den HEERE geven al de dagen zijns levens, en er zal geen scheermes op zijn hoofd komen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En zij beloofdeH5087 een gelofteH5088, en zeideH559: HEEREH3068 der heirscharenH6635, zoH518 Gij eenmaalH7200 de ellendeH6040 Uwer dienstmaagdH519aanzietH7200, en mijner gedenktH2142, en Uw dienstmaagdH519nietH3808vergeetH7911, maar geeftH5414 aan Uw dienstmaagdH519 een mannelijkH582zaadH2233, zo zal ik dat den HEEREH3068 geven alH3605 de dagenH3117 zijns levensH2416, en er zal geenH3808scheermesH4177opH5921 zijn hoofdH7218komenH5927.En zij beloofde een gelofte, en zeide: HEERE der heirscharen, zo Gij eenmaal de ellende Uwer dienstmaagd aanziet, en mijner gedenkt, en Uw dienstmaagd niet vergeet, maar geeft aan Uw dienstmaagd een mannelijk zaad, zo zal ik dat den HEERE geven al de dagen zijns levens, en er zal geen scheermes op zijn hoofd komen.
KJVAnd she vowed1a vow,2and said,3O LORD4of hosts,5if thou wilt indeed7look8on the affliction9of thine handmaid,10and remember11me, and not forget13thine handmaid,15but wilt give16unto thine handmaid17a manchild,18then I will give20him unto the LORD21all the days23of his life,24and there shall no razor25come27upon his head.29
1וַתִּדֹּ֨רH5087beloofd, beloofde, belooft(make a) vow2נֶ֜דֶרH5088gelofte, geloftenvow(-ed)3וַתֹּאמַ֗רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4יְהוָ֨הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5צְבָא֜וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)6אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet7רָאֹ֥הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions8תִרְאֶ֣הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions9בָּעֳנִ֣יH6040ellende, verdrukking, drukafflicted(-ion), trouble10אֲמָתֶ֗ךָH519dienstmaagd, dienstmaagden, maagden(hand-) bondmaid(-woman), maid(-servant)11וּזְכַרְתַּ֨נִי֙H2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well12וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13תִשְׁכַּ֣חH7911vergeten, vergeet, vergaten[idiom] at all, (cause to) forget14אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)15אֲמָתֶ֔ךָH519dienstmaagd, dienstmaagden, maagden(hand-) bondmaid(-woman), maid(-servant)16וְנָתַתָּ֥הH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield17לַאֲמָתְךָ֖H519dienstmaagd, dienstmaagden, maagden(hand-) bondmaid(-woman), maid(-servant)18זֶ֣רַעH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time19אֲנָשִׁ֑יםH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)20וּנְתַתִּ֤יוH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield21לַֽיהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)22כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)23יְמֵ֣יH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger24חַיָּ֔יוH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop25וּמוֹרָ֖הH4177scheermesrazor26לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without27יַעֲלֶ֥הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work28עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with29רֹאשֽׁוֹH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
12Het geschiedde nu, als zij evenzeer bleef biddende voor het aangezicht des HEEREN, zo gaf Eli acht op haar mond.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12Het geschiedde nu, alsH3588 zij evenzeer bleefH7235biddendeH6419 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, zo gaf EliH5941achtH8104 op haar mondH6310.Het geschiedde nu, als zij evenzeer bleef biddende voor het aangezicht des HEEREN, zo gaf Eli acht op haar mond.
KJVAnd it came to pass, as she continued3praying4before5the LORD,6that Eli7marked8her mouth.10
1וְהָיָה֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כִּ֣יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet3הִרְבְּתָ֔הH7235veel, vermenigvuldigen, vermenigvuldigd(bring in) abundance ([idiom] -antly), [phrase] archer (by mistake for H7232 (רָבַב)), be in authority, bring up, [idiom] continue, enlarge, excel, exceeding(-ly), be full of, (be, make) great(-er, -ly, [idiom] -ness), grow up, heap, increase, be long, (be, give, have, make, use) many (a time), (any, be, give, give the, have) more (in number), (ask, be, be so, gather, over, take, yield) much (greater, more), (make to) multiply, nourish, plenty(-eous), [idiom] process (of time), sore, store, thoroughly, very4לְהִתְפַּלֵּ֖לH6419bidden, bad, bidintreat, judge(-ment), (make) pray(-er, -ing), make supplication5לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7וְעֵלִ֖יH5941EliEli8שֹׁמֵ֥רH8104houden, bewaren, waarnemenbeward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man)9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10פִּֽיהָH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word
13Want Hanna sprak in haar hart; alleenlijk roerden zich haar lippen, maar haar stem werd niet gehoord; daarom hield Eli haar voor dronken.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Want HannaH2584sprakH1696 in haar hartH3820; alleenlijk roerdenH5128 zich haar lippenH8193, maar haar stemH6963 werd nietH3808gehoordH8085; daarom hieldH2803EliH5941 haar voor dronkenH7910.Want Hanna sprak in haar hart; alleenlijk roerden zich haar lippen, maar haar stem werd niet gehoord; daarom hield Eli haar voor dronken.
KJVNow Hannah,1she spake3in her heart;5only her lips7moved,8but her voice9was not heard:11therefore Eli13thought12she had been drunken.14
1וְחַנָּ֗הH2584HannaHannah2הִ֚יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who3מְדַבֶּ֣רֶתH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work4עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with5לִבָּ֔הּH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom6רַ֚קH7535alleen, slechtsbut, even, except, howbeit howsoever, at the least, nevertheless, nothing but, notwithstanding, only, save, so (that), surely, yet (so), in any wise7שְׂפָתֶ֣יהָH8193lippen, oever, spraakband, bank, binding, border, brim, brink, edge, language, lip, prating, (sea-)shore, side, speech, talk, (vain) words8נָּע֔וֹתH5128schudden, omzwerven, bewogencontinually, fugitive, [idiom] make, to (go) up and down, be gone away, (be) move(-able, -d), be promoted, reel, remove, scatter, set, shake, sift, stagger, to and fro, be vagabond, wag, (make) wander (up and down)9וְקוֹלָ֖הּH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell10לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11יִשָּׁמֵ֑עַH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness12וַיַּחְשְׁבֶ֥הָH2803geacht, gedacht, bedenken(make) account (of), conceive, consider, count, cunning (man, work, workman), devise, esteem, find out, forecast, hold, imagine, impute, invent, be like, mean, purpose, reckon(-ing be made), regard, think13עֵלִ֖יH5941EliEli14לְשִׁכֹּרָֽהH7910dronken, dronkaard, dronkenendrunk(-ard, -en, -en man)
14En Eli zeide tot haar: Hoe lang zult gij u dronken aanstellen? Doe uw wijn van u.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En EliH5941zeideH559 tot haar: Hoe langH4970 zult gij u dronken aanstellenH7937? Doe uw wijnH3196 van u.En Eli zeide tot haar: Hoe lang zult gij u dronken aanstellen? Doe uw wijn van u.
KJVAnd Eli3said1unto her, How long wilt thou be drunken?6put away7thy wine9from thee.
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלֶ֨יהָ֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3עֵלִ֔יH5941EliEli4עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet5מָתַ֖יH4970langlong, when6תִּשְׁתַּכָּרִ֑יןH7937dronken, dronken aanstellen, dronkenen(be filled with) drink (abundantly), (be, make) drunk(-en), be merry. (Superlative of H8248 (שָׁקָה).)7הָסִ֥ירִיH5493weg, week, weggenomenbe(-head), bring, call back, decline, depart, eschew, get (you), go (aside), [idiom] grievous, lay away (by), leave undone, be past, pluck away, put (away, down), rebel, remove (to and fro), revolt, [idiom] be sour, take (away, off), turn (aside, away, in), withdraw, be without8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9יֵינֵ֖ךְH3196wijn, wijns, Wijnbanqueting, wine, wine(-bibber)10מֵעָלָֽיִךְH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
15Doch Hanna antwoordde en zeide: Neen, mijn heer! ik ben een vrouw, bezwaard van geest; ik heb noch wijn, noch sterken drank gedronken; maar ik heb mijn ziel uitgegoten voor het aangezicht des HEEREN.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15Doch HannaH2584antwoorddeH6030 en zeideH559: NeenH3808, mijn heerH113! ik ben een vrouwH802, bezwaardH7186 van geestH7307; ikH595 heb noch wijnH3196, noch sterken drankH7941gedronkenH8354; maar ik heb mijn zielH5315uitgegotenH8210 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068.Doch Hanna antwoordde en zeide: Neen, mijn heer! ik ben een vrouw, bezwaard van geest; ik heb noch wijn, noch sterken drank gedronken; maar ik heb mijn ziel uitgegoten voor het aangezicht des HEEREN.
KJVAnd Hannah2answered1and said,3No, my lord,5I am a woman6of a sorrowful7spirit:8I have drunk13neither wine10nor strong drink,11but have poured out14my soul16before17the LORD.18
1וַתַּ֨עַןH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)2חַנָּ֤הH2584HannaHannah3וַתֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without5אֲדֹנִ֔יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'6אִשָּׁ֤הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English7קְשַׁתH7186hard, harde, hardenchurlish, cruel, grievous, hard((-hearted), thing), heavy, [phrase] impudent, obstinate, prevailed, rough(-ly), sore, sorrowful, stiff(necked), stubborn, [phrase] in trouble8ר֨וּחַ֙H7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)9אָנֹ֔כִיH595ik, mijI, me, [idiom] which10וְיַ֥יִןH3196wijn, wijns, Wijnbanqueting, wine, wine(-bibber)11וְשֵׁכָ֖רH7941sterken drank, sterke drank, sterken dranksstrong drink, [phrase] drunkard, strong wine12לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without13שָׁתִ֑יתִיH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)14וָאֶשְׁפֹּ֥ךְH8210vergoten, uitgieten, stortcast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16נַפְשִׁ֖יH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it17לִפְנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you18יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
16Acht toch uw dienstmaagd niet voor een dochter Belials; want ik heb tot nu toe gesproken uit de veelheid van mijn gedachten en van mijn verdriet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16AchtH5414 toch uw dienstmaagdH519nietH408voorH6440 een dochterH1323BelialsH1100; wantH3588 ik heb tot nu toe gesprokenH1696 uit de veelheidH7230 van mijn gedachtenH7879 en van mijn verdrietH3708.Acht toch uw dienstmaagd niet voor een dochter Belials; want ik heb tot nu toe gesproken uit de veelheid van mijn gedachten en van mijn verdriet.
KJVCount2not thine handmaid4for5a daughter6of Belial:7for out of the abundance9of my complaint10and grief11have I spoken12hitherto.
1אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than2תִּתֵּן֙H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4אֲמָ֣תְךָ֔H519dienstmaagd, dienstmaagden, maagden(hand-) bondmaid(-woman), maid(-servant)5לִפְנֵ֖יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6בַּתH1323dochter, dochteren, onderhorige plaatsenapple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village7בְּלִיָּ֑עַלH1100Belials, Belialsstuk, BelialBelial, evil, naughty, ungodly (men), wicked8כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet9מֵרֹ֥בH7230menigte, veelheid, grootheidabundance(-antly), all, [idiom] common (sort), excellent, great(-ly, -ness, number), huge, be increased, long, many, more in number, most, much, multitude, plenty(-ifully), [idiom] very (age)10שִׂיחִ֛יH7879klacht, beklag, gedachtenbabbling, communication, complaint, meditation, prayer, talk11וְכַעְסִ֖יH3708verdriet, toornigheid, terginganger, angry, grief, indignation, provocation, provoking, [idiom] sore, sorrow, spite, wrath12דִּבַּ֥רְתִּיH1696gesproken, sprak, sprekenanswer, appoint, bid, command, commune, declare, destroy, give, name, promise, pronounce, rehearse, say, speak, be spokesman, subdue, talk, teach, tell, think, use (entreaties), utter, [idiom] well, [idiom] work13עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet14הֵֽנָּהH2008herwaarts, hierheenhere, hither(-to), now, on this (that) side, [phrase] since, this (that) way, thitherward, [phrase] thus far, to...fro, [phrase] yet
17Toen antwoordde Eli en zeide: Ga heen in vrede, en de God Israels zal uw bede geven, die gij van Hem gebeden hebt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17Toen antwoorddeH6030EliH5941 en zeideH559: GaH3212 heen in vredeH7965, en de GodH430IsraelsH3478 zal uw bedeH7596gevenH5414, dieH834 gij van Hem gebedenH7592 hebt.Toen antwoordde Eli en zeide: Ga heen in vrede, en de God Israels zal uw bede geven, die gij van Hem gebeden hebt.
18En zij zeide: Laat uw dienstmaagd genade vinden in uw ogen! Alzo ging die vrouw haars weegs; en zij at, en haar aangezicht was haar zodanig niet meer.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18En zij zeideH559: Laat uw dienstmaagdH8198genadeH2580vindenH4672 in uw ogenH5869! Alzo gingH3212 die vrouwH802 haars weegsH1870; en zij atH398, en haar aangezichtH6440 was haar zodanig nietH3808meerH5750.En zij zeide: Laat uw dienstmaagd genade vinden in uw ogen! Alzo ging die vrouw haars weegs; en zij at, en haar aangezicht was haar zodanig niet meer.
KJVAnd she said,1Let thine handmaid3find2grace4in thy sight.5So the woman7went6her way,8and did eat,9and her countenance10was no more sad.
1וַתֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2תִּמְצָ֧אH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on3שִׁפְחָתְךָ֛H8198dienstmaagd, dienstmaagden, maagden(bond-, hand-) maid(-en, -servant), wench, bondwoman, womanservant4חֵ֖ןH2580genade, aangenaam, gunstfavour, grace(-ious), pleasant, precious, (well-) favoured5בְּעֵינֶ֑יךָH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)6וַתֵּ֨לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak7הָאִשָּׁ֤הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English8לְדַרְכָּהּ֙H1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)9וַתֹּאכַ֔לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite10וּפָנֶ֥יהָH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without12הָיוּH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use13לָ֖הּ14עֽוֹדH5750meer, nog, wederomagain, [idiom] all life long, at all, besides, but, else, further(-more), henceforth, (any) longer, (any) more(-over), [idiom] once, since, (be) still, when, (good, the) while (having being), (as, because, whether, while) yet (within)
19En zij stonden des morgens vroeg op, en zij aanbaden voor het aangezicht des HEEREN, en zij keerden weder, en kwamen tot hun huis te Rama. En Elkana bekende zijn huisvrouw Hanna, en de HEERE gedacht aan haar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19En zij stondenH7925 des morgensH1242vroegH7925 op, en zij aanbadenH7812 voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068, en zij keerdenH7725 weder, en kwamenH935totH413 hun huisH1004 te RamaH7414. En ElkanaH511bekendeH3045 zijn huisvrouwH802HannaH2584, en de HEEREH3068gedachtH2142 aan haar.En zij stonden des morgens vroeg op, en zij aanbaden voor het aangezicht des HEEREN, en zij keerden weder, en kwamen tot hun huis te Rama. En Elkana bekende zijn huisvrouw Hanna, en de HEERE gedacht aan haar.
KJVAnd they rose up1➔ in the morning2early,and worshipped3before4the LORD,5and returned,6and came7to their house9to Ramah:10and Elkanah12knew11Hannah14his wife;15and the LORD17remembered16her.
1וַיַּשְׁכִּ֣מוּH7925vroeg, stond, stonden(arise, be up, get (oneself) up, rise up) early (betimes), morning2בַבֹּ֗קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow3וַיִּֽשְׁתַּחֲווּ֙H7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship4לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you5יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6וַיָּשֻׁ֛בוּH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw7וַיָּבֹ֥אוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9בֵּיתָ֖םH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)10הָרָמָ֑תָהH7414Rama, RamathRamah11וַיֵּ֤דַעH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot12אֶלְקָנָה֙H511ElkanaElkanah13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14חַנָּ֣הH2584HannaHannah15אִשְׁתּ֔וֹH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English16וַיִּֽזְכְּרֶ֖הָH2142gedenken, gedacht, Gedenk[idiom] burn (incense), [idiom] earnestly, be male, (make) mention (of), be mindful, recount, record(-er), remember, make to be remembered, bring (call, come, keep, put) to (in) remembrance, [idiom] still, think on, [idiom] well17יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
20En het geschiedde, na verloop van dagen, dat Hanna bevrucht werd, en baarde een zoon, en zij noemde zijn naam Samuel: Want, zeide zij, ik heb hem van de HEERE gebeden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En het geschiedde, na verloopH8622 van dagenH3117, dat HannaH2584bevruchtH2029 werd, en baardeH3205 een zoonH1121, en zij noemdeH7121 zijn naamH8034SamuelH8050: WantH3588, zeide zij, ik heb hem van de HEEREH3068gebedenH7592.En het geschiedde, na verloop van dagen, dat Hanna bevrucht werd, en baarde een zoon, en zij noemde zijn naam Samuel: Want, zeide zij, ik heb hem van de HEERE gebeden.
KJVWherefore it came to pass, when the time3was come2about after Hannah5had conceived,4that she bare6a son,7and called8his name10Samuel,11saying, Because I have asked14him of the LORD.13
1וַיְהִי֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2לִתְקֻפ֣וֹתH8622omgang, omloop, verloopcircuit, come about, end3הַיָּמִ֔יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger4וַתַּ֥הַרH2029bevrucht, zwanger, ontvangenbeen, be with child, conceive, progenitor5חַנָּ֖הH2584HannaHannah6וַתֵּ֣לֶדH3205gewon, baarde, geborenbear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman)7בֵּ֑ןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth8וַתִּקְרָ֤אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say9אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10שְׁמוֹ֙H8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report11שְׁמוּאֵ֔לH8050Samuel, Samuels, SemuelSamuel, Shemuel12כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13מֵיְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14שְׁאִלְתִּֽיוH7592vraagde, vragen, begeerdask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish
21En die man, Elkana toog op met zijn ganse huis, om den HEERE te offeren het jaarlijkse offer, en zijn gelofte.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21En die manH376, ElkanaH511toogH5927 op met zijn ganseH3605huisH1004, om den HEEREH3068 te offerenH2076 het jaarlijkseH3117offerH2077, en zijn gelofteH5088.En die man, Elkana toog op met zijn ganse huis, om den HEERE te offeren het jaarlijkse offer, en zijn gelofte.
KJVAnd the man2Elkanah,3and all his house,5went up1to offer6unto the LORD7the yearly10sacrifice,9and his vow.12
1וַיַּ֛עַלH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work2הָאִ֥ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)3אֶלְקָנָ֖הH511ElkanaElkanah4וְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5בֵּית֑וֹH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)6לִזְבֹּ֧חַH2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay7לַֽיהוָ֛הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9זֶ֥בַחH2077slachtoffer, dankoffer, slachtofferenoffer(-ing), sacrifice10הַיָּמִ֖יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger11וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12נִדְרֽוֹH5088gelofte, geloftenvow(-ed)
22Doch Hanna toog niet op; maar zij zeide tot haar man: Als de jongen gespeend is, dan zal ik hem brengen, dat hij voor het aangezicht des HEEREN verschijne, en blijve daar tot in eeuwigheid.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Doch HannaH2584toogH5927nietH3808 op; maarH3588 zij zeideH559 tot haar manH376: Als de jongenH5288gespeendH1580 is, dan zal ik hem brengenH935, dat hij voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068verschijneH7200, en blijveH3427daarH8033 tot in eeuwigheidH5769.Doch Hanna toog niet op; maar zij zeide tot haar man: Als de jongen gespeend is, dan zal ik hem brengen, dat hij voor het aangezicht des HEEREN verschijne, en blijve daar tot in eeuwigheid.
KJVBut Hannah1went not up;3for she said5unto her husband,6I will not go up until the child9be weaned,8and then I will bring10him, that he may appear11before13the LORD,14and there abide15for7ever.18
1וְחַנָּ֖הH2584HannaHannah2לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3עָלָ֑תָהH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work4כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5אָמְרָ֣הH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6לְאִישָׁ֗הּH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)7עַ֣דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet8יִגָּמֵ֤לH1580gespeend, vergelden, vergoldenbestow on, deal bountifully, do (good), recompense, requite, reward, ripen, [phrase] serve, mean, yield9הַנַּ֨עַר֙H5288jongen, jongeling, jongensbabe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man)10וַהֲבִאֹתִ֗יוH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way11וְנִרְאָה֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions12אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix13פְּנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you14יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15וְיָ֥שַׁבH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry16שָׁ֖םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither17עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet18עוֹלָֽםH5769eeuwigheid, eeuwige, eeuwigalway(-s), ancient (time), any more, continuance, eternal, (for, (n-)) ever(-lasting, -more, of old), lasting, long (time), (of) old (time), perpetual, at any time, (beginning of the) world ([phrase] without end). Compare H5331 (נֶצַח), H5703 (עַד)
23En Elkana, haar man, zeide tot haar: Doe, wat goed is in uw ogen; blijf, totdat gij hem zult gespeend hebben; de HEERE bevestige naar Zijn woord! Alzo bleef de vrouw, en zoogde haar zoon, totdat zij hem speende.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23En ElkanaH511, haar manH376, zeideH559 tot haar: DoeH6213, wat goedH2869 is in uw ogenH5896; blijfH3427, totdatH5704 gij hem zult gespeendH1580 hebben; de HEEREH3068bevestigeH6965 naar Zijn woordH1697! Alzo bleefH3427 de vrouwH802, en zoogdeH3243 haar zoonH1121, totdatH5704 zij hem speendeH1580.En Elkana, haar man, zeide tot haar: Doe, wat goed is in uw ogen; blijf, totdat gij hem zult gespeend hebben; de HEERE bevestige naar Zijn woord! Alzo bleef de vrouw, en zoogde haar zoon, totdat zij hem speende.
KJVAnd Elkanah3her husband4said1unto her, Do5what seemeth7thee good;6tarry8until thou have weaned10him; only the LORD14establish13his word.16So the woman18abode,17and gave her son21suck19until she weaned23him.
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לָהּ֩3אֶלְקָנָ֨הH511ElkanaElkanah4אִישָׁ֜הּH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)5עֲשִׂ֧יH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use6הַטּ֣וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)7בְּעֵינַ֗יִךְH5869ogen, oog, verfaffliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves)8שְׁבִי֙H3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry9עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet10גָּמְלֵ֣ךְH1580gespeend, vergelden, vergoldenbestow on, deal bountifully, do (good), recompense, requite, reward, ripen, [phrase] serve, mean, yield11אֹת֔וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12אַ֛ךְH389doch, alleen; voorzekeralso, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but)13יָקֵ֥םH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)14יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16דְּבָר֑וֹH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work17וַתֵּ֤שֶׁבH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry18הָֽאִשָּׁה֙H802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English19וַתֵּ֣ינֶקH3243zuigen, voedster, zuigelingmilch, nurse(-ing mother), (give, make to) suck(-ing child, -ling)20אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)21בְּנָ֔הּH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth22עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet23גָּמְלָ֖הּH1580gespeend, vergelden, vergoldenbestow on, deal bountifully, do (good), recompense, requite, reward, ripen, [phrase] serve, mean, yield24אֹתֽוֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
24Daarna, als zij hem gespeend had, bracht zij hem met zich opwaarts, met drie varren, en een efa meels, en een fles met wijn; en zij bracht hem in het huis des HEEREN te Silo; en het jongsken was zeer jong.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24Daarna, als zij hem gespeendH1580 had, bracht zij hem metH5973 zich opwaartsH5927, met drieH7969varrenH6499, en een efaH374meelsH7058, en een fles met wijnH3196; en zij brachtH935 hem in het huisH1004 des HEERENH3068 te SiloH7887; en het jongskenH5288 was zeer jongH5288.Daarna, als zij hem gespeend had, bracht zij hem met zich opwaarts, met drie varren, en een efa meels, en een fles met wijn; en zij bracht hem in het huis des HEEREN te Silo; en het jongsken was zeer jong.
KJVAnd when she had weaned4him, she took him up1with her, with three6bullocks,5and one8ephah7of flour,9and a bottle10of wine,11and brought12him unto the house13of the LORD14in Shiloh:15and the child16was young.17
1וַתַּעֲלֵ֨הוּH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work2עִמָּ֜הּH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)3כַּאֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection4גְּמָלַ֗תּוּH1580gespeend, vergelden, vergoldenbestow on, deal bountifully, do (good), recompense, requite, reward, ripen, [phrase] serve, mean, yield5בְּפָרִ֤יםH6499var, varren, vars([phrase] young) bull(-ock), calf, ox6שְׁלֹשָׁה֙H7969drie, driehonderd, dertien[phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ)7וְאֵיפָ֨הH374efa, tweeerleiephah, (divers) measure(-s)8אַחַ֥תH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,9קֶ֨מַח֙H7058meel, meelsflour, meal10וְנֵ֣בֶלH5035luiten, luit, flessenbottle, pitcher, psaltery, vessel, viol11יַ֔יִןH3196wijn, wijns, Wijnbanqueting, wine, wine(-bibber)12וַתְּבִאֵ֥הוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way13בֵיתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)14יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15שִׁל֑וֹH7887SiloShiloh16וְהַנַּ֖עַרH5288jongen, jongeling, jongensbabe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man)17נָֽעַרH5288jongen, jongeling, jongensbabe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man)
25En zij slachtten een var; alzo brachten zij het kind tot Eli.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En zij slachttenH7819 een varH6499; alzo brachtenH935 zij het kindH5288totH413EliH5941.En zij slachtten een var; alzo brachten zij het kind tot Eli.
KJVAnd they slew1a bullock,3and brought4the child6to Eli.8
1וַֽיִּשְׁחֲט֖וּH7819slachten, slachtte, slachttenkill, offer, shoot out, slay, slaughter2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַפָּ֑רH6499var, varren, vars([phrase] young) bull(-ock), calf, ox4וַיָּבִ֥יאוּH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הַנַּ֖עַרH5288jongen, jongeling, jongensbabe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man)7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8עֵלִֽיH5941EliEli
26En zij zeide: Och, mijn heer! zo waarachtig als uw ziel leeft, mijn heer! Ik ben die vrouw, die hier bij u stond, om den HEERE te bidden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26En zij zeideH559: OchH994, mijn heerH113! zo waarachtig als uw zielH5315leeftH2416, mijn heerH113! IkH589 ben die vrouwH802, die hier bijH5973 u stondH5324, om den HEEREH3068 te biddenH6419.En zij zeide: Och, mijn heer! zo waarachtig als uw ziel leeft, mijn heer! Ik ben die vrouw, die hier bij u stond, om den HEERE te bidden.
KJVAnd she said,1Oh2my lord,3as thy soul5liveth,4my lord,6I am the woman8that stood9by thee here, praying12unto the LORD.14
1וַתֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2בִּ֣יH994Ochalas, O, oh3אֲדֹנִ֔יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'4חֵ֥יH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop5נַפְשְׁךָ֖H5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it6אֲדֹנִ֑יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'7אֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who8הָאִשָּׁ֗הH802vrouw, vrouwen, huisvrouw(adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English9הַנִּצֶּ֤בֶתH5324gesteld, stonden, stondappointed, deputy, erect, establish, [idiom] Huzzah (by mistake for a proper name), lay, officer, pillar, present, rear up, set (over, up), settle, sharpen, establish, (make to) stand(-ing, still, up, upright), best state10עִמְּכָה֙H5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)11בָּזֶ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)12לְהִתְפַּלֵּ֖לH6419bidden, bad, bidintreat, judge(-ment), (make) pray(-er, -ing), make supplication13אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)14יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
27Ik bad om deze jongeling, en de HEERE heeft mij mijn bede gegeven, die ik van Hem gebeden heb.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27Ik badH6419 om dezeH2088jongelingH5288, en de HEEREH3068 heeft mij mijn bedeH7596gegevenH5414, die ik van Hem gebedenH7592 heb.Ik bad om deze jongeling, en de HEERE heeft mij mijn bede gegeven, die ik van Hem gebeden heb.
KJVFor this child2I prayed;4and the LORD6hath given5me my petition9which I asked11of him:
1אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)2הַנַּ֥עַרH5288jongen, jongeling, jongensbabe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man)3הַזֶּ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)4הִתְפַּלָּ֑לְתִּיH6419bidden, bad, bidintreat, judge(-ment), (make) pray(-er, -ing), make supplication5וַיִּתֵּ֨ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6יְהוָ֥הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7לִי֙8אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)9שְׁאֵ֣לָתִ֔יH7596bede, begeerteloan, petition, request10אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11שָׁאַ֖לְתִּיH7592vraagde, vragen, begeerdask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish12מֵעִמּֽוֹH5973met, bij, tegenaccompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al)
28Daarom heb ik hem ook den HEERE overgegeven al de dagen, die hij wezen zal; hij is van den HEERE gebeden. En hij bad aldaar den HEERE aan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28Daarom heb ikH595 hem ookH1571 den HEEREH3068overgegevenH7592alH3605 de dagenH3117, die hij wezen zal; hij is van den HEEREH3068gebedenH7592. En hij badH7812aldaarH8033 den HEEREH3068 aan.Daarom heb ik hem ook den HEERE overgegeven al de dagen, die hij wezen zal; hij is van den HEERE gebeden. En hij bad aldaar den HEERE aan.
KJVTherefore also I have lent3him to the LORD;4as long as he liveth6he shall be lent10to the LORD.11And he worshipped12the LORD14there.
1וְגַ֣םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea2אָנֹכִ֗יH595ik, mijI, me, [idiom] which3הִשְׁאִלְתִּ֨הוּ֙H7592vraagde, vragen, begeerdask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish4לַֽיהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6הַיָּמִים֙H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger7אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8הָיָ֔הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9ה֥וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who10שָׁא֖וּלH7592vraagde, vragen, begeerdask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish11לַֽיהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12וַיִּשְׁתַּ֥חוּH7812boog, bogen, nederbuigenbow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship13שָׁ֖םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither14לַיהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
1 Samuël 1:1— Daar was een man van Ramathaim-Zofim, van het gebergte van Efraim, wiens naam was Elkana, een zoon van Jerocham, den zoon van Elihu, den zoon van Tochu, den zoon van Zuf, een Efrathiet.1 Samuël 1:19→1 Kronieken 6:25→1 Kronieken 6:34→1 Koningen 11:26→Ruth 1:2→Richteren 19:1→Richteren 12:5→Jozua 24:33→
1 Samuël 1:2— En hij had twee vrouwen; de naam van de ene was Hanna, en de naam van de andere was Peninna. Peninna nu had kinderen, maar Hanna had geen kinderen.Richteren 13:2→Mattheüs 19:8→Deuteronomium 21:15→Lukas 1:7→Genesis 29:31→Genesis 29:23→Genesis 25:21→Richteren 8:30→
1 Samuël 1:3— Deze man nu ging opwaarts uit zijn stad van jaar tot jaar om te aanbidden, en om te offeren den HEERE der heirscharen te Silo; en aldaar waren priesters des HEEREN, Hofni, en Pinehas, de twee zonen van Eli.Lukas 2:41→Jozua 18:1→Deuteronomium 12:5→Exodus 23:14→1 Samuël 1:9→Exodus 34:23→Deuteronomium 16:16→1 Samuël 1:21→
1 Samuël 1:4— En het geschiedde op dien dag, als Elkana offerde, zo gaf hij aan Peninna, zijn huisvrouw, en aan al haar zonen en haar dochteren, delen.Deuteronomium 12:17→Deuteronomium 16:11→Deuteronomium 12:5→Leviticus 3:4→Leviticus 7:15→
1 Samuël 1:5— Maar aan Hanna gaf hij een aanzienlijk deel, want hij had Hanna lief; doch de HEERE had haar baarmoeder toegesloten.Genesis 30:2→Genesis 45:22→Genesis 29:30→Deuteronomium 21:15→Genesis 20:18→Genesis 43:34→Genesis 16:1→
1 Samuël 1:6— En haar tegenpartijdige tergde haar ook met terging, om haar te vergrimmen, omdat de HEERE haar baarmoeder toegesloten had.Job 24:21→Leviticus 18:18→Job 6:14→
1 Samuël 1:7— En alzo deed hij jaar op jaar; van dat zij opging tot het huis des HEEREN, zo tergde zij haar alzo; daarom weende zij en at niet.1 Samuël 2:19→
1 Samuël 1:8— Toen zeide Elkana, haar man: Hanna, waarom weent gij, en waarom eet gij niet, en waarom is uw hart kwalijk gesteld? Ben ik u niet beter dan tien zonen?Ruth 4:15→Psalmen 43:4→2 Samuël 12:16→Jesaja 54:6→2 Koningen 8:12→Johannes 20:13→Job 6:14→Jesaja 54:1→
1 Samuël 1:9— Toen stond Hanna op, nadat hij gegeten, en nadat hij gedronken had te Silo. En Eli, de priester, zat op een stoel bij een post van den tempel des HEEREN.1 Samuël 3:3→1 Samuël 3:15→Psalmen 5:7→Psalmen 29:9→Psalmen 27:4→2 Samuël 7:2→
1 Samuël 1:10— Zij dan viel bitterlijk bedroefd zijnde, zo bad zij tot den HEERE, en zij weende zeer.Job 7:11→Job 10:1→Jesaja 54:6→Lukas 22:44→Jeremia 22:10→Jeremia 13:17→Ruth 1:20→Richteren 21:2→
1 Samuël 1:11— En zij beloofde een gelofte, en zeide: HEERE der heirscharen, zo Gij eenmaal de ellende Uwer dienstmaagd aanziet, en mijner gedenkt, en Uw dienstmaagd niet vergeet, maar geeft aan Uw dienstmaagd een mannelijk zaad, zo zal ik dat den HEERE geven al de dagen zijns levens, en er zal geen scheermes op zijn hoofd komen.Richteren 13:5→Numeri 6:5→Genesis 29:32→Genesis 28:20→Genesis 30:22→1 Samuël 1:19→Genesis 8:1→Richteren 11:30→
1 Samuël 1:12— Het geschiedde nu, als zij evenzeer bleef biddende voor het aangezicht des HEEREN, zo gaf Eli acht op haar mond.Jakobus 5:16→Kolossenzen 4:2→Efeze 6:18→1 Thessalonicenzen 5:17→Lukas 11:8→Lukas 18:1→
1 Samuël 1:13— Want Hanna sprak in haar hart; alleenlijk roerden zich haar lippen, maar haar stem werd niet gehoord; daarom hield Eli haar voor dronken.Genesis 24:42→Psalmen 25:1→1 Korinthe 13:7→Zacharia 9:15→Handelingen 2:13→Nehemia 2:4→Romeinen 8:26→
1 Samuël 1:14— En Eli zeide tot haar: Hoe lang zult gij u dronken aanstellen? Doe uw wijn van u.Spreuken 6:9→Job 22:23→Job 11:14→Jozua 22:12→Efeze 4:25→Efeze 4:31→Mattheüs 7:1→Spreuken 4:24→
1 Samuël 1:15— Doch Hanna antwoordde en zeide: Neen, mijn heer! ik ben een vrouw, bezwaard van geest; ik heb noch wijn, noch sterken drank gedronken; maar ik heb mijn ziel uitgegoten voor het aangezicht des HEEREN.Psalmen 62:8→Psalmen 42:4→Klaagliederen 2:19→Psalmen 142:2→Psalmen 143:6→Spreuken 25:15→Spreuken 15:1→Job 30:16→
1 Samuël 1:16— Acht toch uw dienstmaagd niet voor een dochter Belials; want ik heb tot nu toe gesproken uit de veelheid van mijn gedachten en van mijn verdriet.1 Samuël 2:12→1 Samuël 25:25→1 Samuël 10:27→Mattheüs 12:34→Job 10:1→Job 6:2→Deuteronomium 13:13→
1 Samuël 1:17— Toen antwoordde Eli en zeide: Ga heen in vrede, en de God Israels zal uw bede geven, die gij van Hem gebeden hebt.2 Koningen 5:19→Markus 5:34→Richteren 18:6→Psalmen 20:3→1 Samuël 25:35→Lukas 7:50→1 Samuël 29:7→Lukas 8:48→
1 Samuël 1:18— En zij zeide: Laat uw dienstmaagd genade vinden in uw ogen! Alzo ging die vrouw haars weegs; en zij at, en haar aangezicht was haar zodanig niet meer.Ruth 2:13→Prediker 9:7→Romeinen 15:13→Genesis 33:15→Filippenzen 4:6→Johannes 16:24→Genesis 33:8→Genesis 32:5→
1 Samuël 1:19— En zij stonden des morgens vroeg op, en zij aanbaden voor het aangezicht des HEEREN, en zij keerden weder, en kwamen tot hun huis te Rama. En Elkana bekende zijn huisvrouw Hanna, en de HEERE gedacht aan haar.Genesis 30:22→1 Samuël 1:11→Genesis 4:1→Genesis 21:1→Psalmen 25:7→1 Samuël 1:1→1 Samuël 2:11→Markus 1:35→
1 Samuël 1:20— En het geschiedde, na verloop van dagen, dat Hanna bevrucht werd, en baarde een zoon, en zij noemde zijn naam Samuel: Want, zeide zij, ik heb hem van de HEERE gebeden.Exodus 2:10→Genesis 41:51→Exodus 2:22→Mattheüs 1:21→Genesis 30:6→Genesis 16:11→Genesis 29:32→Genesis 5:29→
1 Samuël 1:21— En die man, Elkana toog op met zijn ganse huis, om den HEERE te offeren het jaarlijkse offer, en zijn gelofte.1 Samuël 1:3→Deuteronomium 12:11→Jozua 24:15→Genesis 18:19→Psalmen 101:2→
1 Samuël 1:22— Doch Hanna toog niet op; maar zij zeide tot haar man: Als de jongen gespeend is, dan zal ik hem brengen, dat hij voor het aangezicht des HEEREN verschijne, en blijve daar tot in eeuwigheid.1 Samuël 1:28→1 Samuël 1:11→Lukas 2:22→1 Samuël 2:11→1 Samuël 2:18→1 Samuël 3:1→Lukas 2:41→Psalmen 110:4→
1 Samuël 1:23— En Elkana, haar man, zeide tot haar: Doe, wat goed is in uw ogen; blijf, totdat gij hem zult gespeend hebben; de HEERE bevestige naar Zijn woord! Alzo bleef de vrouw, en zoogde haar zoon, totdat zij hem speende.2 Samuël 7:25→Lukas 11:27→Psalmen 22:9→Jesaja 44:26→Mattheüs 24:19→1 Samuël 1:17→Numeri 30:7→Genesis 21:7→
1 Samuël 1:24— Daarna, als zij hem gespeend had, bracht zij hem met zich opwaarts, met drie varren, en een efa meels, en een fles met wijn; en zij bracht hem in het huis des HEEREN te Silo; en het jongsken was zeer jong.Jozua 18:1→Numeri 15:9→Deuteronomium 12:5→Deuteronomium 12:11→1 Samuël 4:3→Deuteronomium 16:16→
1 Samuël 1:25— En zij slachtten een var; alzo brachten zij het kind tot Eli.Lukas 2:22→Lukas 18:15→
1 Samuël 1:26— En zij zeide: Och, mijn heer! zo waarachtig als uw ziel leeft, mijn heer! Ik ben die vrouw, die hier bij u stond, om den HEERE te bidden.2 Koningen 2:4→2 Koningen 2:6→2 Koningen 4:30→2 Koningen 2:2→1 Samuël 17:55→2 Samuël 11:11→1 Samuël 20:3→2 Samuël 14:19→
1 Samuël 1:27— Ik bad om deze jongeling, en de HEERE heeft mij mijn bede gegeven, die ik van Hem gebeden heb.1 Samuël 1:11→Psalmen 66:19→Mattheüs 7:7→Psalmen 6:9→Psalmen 116:1→Psalmen 118:5→1 Johannes 5:15→
1 Samuël 1:28— Daarom heb ik hem ook den HEERE overgegeven al de dagen, die hij wezen zal; hij is van den HEERE gebeden. En hij bad aldaar den HEERE aan.Genesis 24:26→Genesis 24:52→1 Samuël 1:11→Genesis 24:48→2 Timotheüs 3:15→1 Samuël 1:22→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
1 Samuël 1 vers 1— Daar was een man van Ramathaim-Zofim, van het gebergte van Efraim, wiens naam was Elkana, een zoon van Jerocham, den zoon van Elihu, den zoon van Tochu, den zoon van Zuf, een Efrathiet.
Ramathaim
Dit woord staat in het Hebreeuws in het getal van twee alsof men zeide tweevoudig Rama, omdat deze stad [zoals men meent] in tweeën is verdeeld geweest. Zij wordt Matt. 27:57 genoemd Arimathea.
Hertaald:Ramathaim
Dit woord staat in het Hebreeuws in het tweevoud, alsof men zei tweevoudig Rama, omdat deze stad [naar men aanneemt] in tweeën verdeeld is geweest. Zij wordt in Matt. 27:57 Arimathea genoemd.
zofim,
Dat is, de Zofieten, of der inwoners van het land Zuf, waarvan gesproken wordt onder, 1 Sam. 9:5.
Hertaald:zofim,
Dat is: de Zofieten, of de inwoners van het land Zuf, waarover hieronder, 1 Sam. 9:5, gesproken wordt.
Efraïm,
Hiermede wordt deze stad onderscheiden van Rama in Benjamin, en van Rama in den stam Nafthali, en andere steden meer, die Rama genoemd worden.
Hertaald:Efraïm,
Hiermee wordt deze stad onderscheiden van Rama in Benjamin, en van Rama in de stam Naftali, en nog meer andere steden die Rama genoemd worden.
Efrathiet
Anders, een Efraïmiet, gelijk Richt. 12:5. Dat is, van een die in het land van Efraïm geboren is, doch van afkomst was hij uit den stam van Levi; 1 Kron. 6:27.
Hertaald:Efrathiet
Anders: een Efraïmiet, zoals Richt. 12:5. Dat is: van iemand die in het land van Efraïm geboren is, hoewel hij van afkomst uit de stam van Levi was; 1 Kron. 6:27.
1 Samuël 1 vers 3— Deze man nu ging opwaarts uit zijn stad van jaar tot jaar om te aanbidden, en om te offeren den HEERE der heirscharen te Silo; en aldaar waren priesters des HEEREN, Hofni, en Pinehas, de twee zonen van Eli.
van jaar tot jaar
Hebreeuws, van dagen tot dagen. Het Hebreeuwse woord Jamim wordt in de Heilige Schrift dikwijls voor jaren gebruikt, en hier wordt gesproken van de drie jaarlijkse feestdagen der Joden. Zie Lev. 25:29.
Hertaald:van jaar tot jaar
Hebreeuws: van dagen tot dagen. Het Hebreeuwse woord Jamim wordt in de Heilige Schrift vaak voor jaren gebruikt, en hier wordt gesproken over de drie jaarlijkse feestdagen van de Joden. Zie Lev. 25:29.
Silo;
Waar de tabernakel was; Joz. 18:1.
Hertaald:Silo;
Waar de tabernakel stond; Joz. 18:1.
priesters des HEEREN,
Te weten, onder hun vader Eli, die hogepriester was.
Hertaald:priesters des HEEREN,
Namelijk: onder hun vader Eli, die hogepriester was.
1 Samuël 1 vers 4— En het geschiedde op dien dag, als Elkana offerde, zo gaf hij aan Peninna, zijn huisvrouw, en aan al haar zonen en haar dochteren, delen.
offerde,
Te weten, dankoffer, waarvan degene die het offerde zijn deel had, hetwelk hij met zijn huisgezin eten mocht.
Hertaald:offerde,
Namelijk: dankoffer, waarvan wie het offerde zijn deel kreeg, dat hij met zijn huisgezin mocht eten.
delen
Te weten, van het offer. Zie Deut. 12:12, en Deut. 16:11.
Hertaald:delen
Namelijk: van het offer. Zie Deut. 12:12, en Deut. 16:11.
1 Samuël 1 vers 5— Maar aan Hanna gaf hij een aanzienlijk deel, want hij had Hanna lief; doch de HEERE had haar baarmoeder toegesloten.
aanzienlijk deel,
Wat schoon en heerlijk was aan te zien. Hebreeuws, een stuk van twee aanzichten. Deze beleefdheid deed Elkana zijn vrouw Hanna, om haar daarmede te vermaken.
Hertaald:aanzienlijk deel,
Wat mooi en fraai was om te zien. Hebreeuws: een stuk van twee aanzichten. Deze vriendelijkheid bewees Elkana aan zijn vrouw Hanna, om haar daarmee op te beuren.
lief;
Dat is, zonderling lief, liever dan hij Peninna had. Zie dergelijk exempel Gen. 29:30.
Hertaald:lief;
Dat is: bijzonder lief, liever dan hij Peninna had. Zie zo'n voorbeeld Gen. 29:30.
doch de HEERE had haar baarmoeder toegesloten
Zie Gen. 20:18.
Hertaald:doch de HEERE had haar baarmoeder toegesloten
Zie Gen. 20:18.
1 Samuël 1 vers 6— En haar tegenpartijdige tergde haar ook met terging, om haar te vergrimmen, omdat de HEERE haar baarmoeder toegesloten had.
haar tegenpartijdige
Te weten, Peninna, die haar afgunstig was; Lev. 18:18.
Hertaald:haar tegenpartijdige
Namelijk: Peninna, die afgunstig op haar was; Lev. 18:18.
om haar te vergrimmen,
Anders, dewijl zij donderde; dat is, met onstuimige woorden uitvoer.
Hertaald:om haar te vergrimmen,
Anders: omdat zij donderde; dat is: met onstuimige woorden uitviel.
1 Samuël 1 vers 7— En alzo deed hij jaar op jaar; van dat zij opging tot het huis des HEEREN, zo tergde zij haar alzo; daarom weende zij en at niet.
alzo
Te weten, gelijk vs.4,5, verhaald wordt.
Hertaald:alzo
Namelijk: zoals in vers 4, 5 verteld wordt.
hij jaar op jaar;
Te weten, Elkana.
Hertaald:hij jaar op jaar;
Namelijk: Elkana.
zij opging
Te weten Hanna.
Hertaald:zij opging
Namelijk: Hanna.
zo tergde zij haar alzo;
De zin dezer woorden is, dat Peninna Hanna heeft getergd, beroerd en tot toorn verwekt.
Hertaald:zo tergde zij haar alzo;
De betekenis van deze woorden is dat Peninna Hanna getergd, gekweld en tot toorn geprikkeld heeft.
at niet
Dat is, zij at zeer weinig.
Hertaald:at niet
Dat is: zij at zeer weinig.
1 Samuël 1 vers 9— Toen stond Hanna op, nadat hij gegeten, en nadat hij gedronken had te Silo. En Eli, de priester, zat op een stoel bij een post van den tempel des HEEREN.
hij gegeten,
Te weten, Elkana, want het schijnt dat zij òf niet, òf weinig gegeten heeft.
Hertaald:hij gegeten,
Namelijk: Elkana, want het lijkt erop dat zij niet, of weinig gegeten heeft.
van den tempel des HEEREN
Dat is, van den tabernakel, want in dezen tijd was de tempel nog niet gebouwd.
Hertaald:van den tempel des HEEREN
Dat is: van de tabernakel, want in die tijd was de tempel nog niet gebouwd.
1 Samuël 1 vers 10— Zij dan viel bitterlijk bedroefd zijnde, zo bad zij tot den HEERE, en zij weende zeer.
van ziel bitterlijk bedroefd zijnde,
Hebreeuws, bitter van ziel. Vergelijk Richt. 18:25.
Hertaald:van ziel bitterlijk bedroefd zijnde,
Hebreeuws: bitter van ziel. Vergelijk Richt. 18:25.
zij weende zeer
Hebreeuws, zij weende wenende.
Hertaald:zij weende zeer
Hebreeuws: zij weende wenend.
1 Samuël 1 vers 11— En zij beloofde een gelofte, en zeide: HEERE der heirscharen, zo Gij eenmaal de ellende Uwer dienstmaagd aanziet, en mijner gedenkt, en Uw dienstmaagd niet vergeet, maar geeft aan Uw dienstmaagd een mannelijk zaad, zo zal ik dat den HEERE geven al de dagen zijns levens, en er zal geen scheermes op zijn hoofd komen.
beloofde een gelofte,
Te weten, met kennis en believen van haar man; want anderszins was de belofte der vrouwen krachteloos, zie Num. 30:8.
Hertaald:beloofde een gelofte,
Namelijk: met medeweten en instemming van haar man; want anders was de gelofte van vrouwen krachteloos, zie Num. 30:8.
zo Gij
Hebreeuws, indien gij ziende ziet
Hertaald:zo Gij
Hebreeuws: als u ziende ziet.
de ellende uwer dienstmaagd
Aldus noemt zij haar onvruchtbaarheid; zie Gen. 29:32.
Hertaald:de ellende uwer dienstmaagd
Zo noemt zij haar onvruchtbaarheid; zie Gen. 29:32.
een mannelijk zaad,
Hebreeuws, een zaad der mannen; dat is, een zoon.
Hertaald:een mannelijk zaad,
Hebreeuws: een zaad van mannen; dat is: een zoon.
geven al de dagen zijns levens,
Dat is, toeëigenen tot uw dienst.
Hertaald:geven al de dagen zijns levens,
Dat is: toewijden aan uw dienst.
er zal geen scheermes op zijn hoofd komen
Dat is, hij zal een nazireër zijn; Num. 6:5.
Hertaald:er zal geen scheermes op zijn hoofd komen
Dat is: hij zal een nazireeër zijn; Num. 6:5.
1 Samuël 1 vers 12— Het geschiedde nu, als zij evenzeer bleef biddende voor het aangezicht des HEEREN, zo gaf Eli acht op haar mond.
als zij evenzeer bleef biddende
Hebreeuws, vermenigvuldigende te bidden.
Hertaald:als zij evenzeer bleef biddende
Hebreeuws: vermenigvuldigend te bidden.
1 Samuël 1 vers 14— En Eli zeide tot haar: Hoe lang zult gij u dronken aanstellen? Doe uw wijn van u.
Doe uw wijn van u
Dat is, leg u te slapen, opdat gij den wijn verteert en uitslaapt.
Hertaald:Doe uw wijn van u
Dat is: ga slapen, zodat u de wijn verteert en uitslaapt.
1 Samuël 1 vers 15— Doch Hanna antwoordde en zeide: Neen, mijn heer! ik ben een vrouw, bezwaard van geest; ik heb noch wijn, noch sterken drank gedronken; maar ik heb mijn ziel uitgegoten voor het aangezicht des HEEREN.
bezwaard van geest;
Hebreeuws, hard van geest, of gemoed
Hertaald:bezwaard van geest;
Hebreeuws: hard van geest, of gemoed.
mijn ziel uitgegoten
Dat is, mijns harten nood en benauwdheid.
Hertaald:mijn ziel uitgegoten
Dat is: de nood en benauwdheid van mijn hart.
1 Samuël 1 vers 16— Acht toch uw dienstmaagd niet voor een dochter Belials; want ik heb tot nu toe gesproken uit de veelheid van mijn gedachten en van mijn verdriet.
toch uw dienstmaagd
Hebreeuws, stel uw dienstmaagd niet voor een dochter Belials
Hertaald:toch uw dienstmaagd
Hebreeuws: stel uw dienstmaagd niet gelijk aan een dochter van Belial.
een dochter Belials;
Zie Deut. 13:13.
Hertaald:een dochter Belials;
Zie Deut. 13:13.
1 Samuël 1 vers 17— Toen antwoordde Eli en zeide: Ga heen in vrede, en de God Israels zal uw bede geven, die gij van Hem gebeden hebt.
zal uw bede geven,
Of, geve u uwe bede.
Hertaald:zal uw bede geven,
Of: geve u uw bede.
1 Samuël 1 vers 18— En zij zeide: Laat uw dienstmaagd genade vinden in uw ogen! Alzo ging die vrouw haars weegs; en zij at, en haar aangezicht was haar zodanig niet meer.
Laat uw dienstmaagd genade vinden in uw ogen
Met deze woorden begeert zij dat Eli voor haar God den Heere voorgaan haar verkwikt.
Hertaald:Laat uw dienstmaagd genade vinden in uw ogen
Met deze woorden wenst zij dat Eli namens haar bij God de HEERE haar verkwikt.
zij at,
Want de woorden van Eli hadden haar verkwikt.
Hertaald:zij at,
Want de woorden van Eli hadden haar verkwikt.
haar aangezicht
Hebreeuws, haar aangezicht was haar niet meer; te weten, dat droeve aangezicht, hetwelk zij tevoren gehad had.
Hertaald:haar aangezicht
Hebreeuws: haar aangezicht was haar niet meer; namelijk: dat droevige gezicht dat zij eerder gehad had.
1 Samuël 1 vers 19— En zij stonden des morgens vroeg op, en zij aanbaden voor het aangezicht des HEEREN, en zij keerden weder, en kwamen tot hun huis te Rama. En Elkana bekende zijn huisvrouw Hanna, en de HEERE gedacht aan haar.
aanbaden
Zie Gen. 24:26; alzo onder, vs.28.
Hertaald:aanbaden
Zie Gen. 24:26; zo ook hieronder, vers 28.
te Rama
vs.1, te Ramathaïm
Hertaald:te Rama
Vers 1: te Ramathaïm.
bekende
Dat is, besliep, gelijk Gen. 4:1.
Hertaald:bekende
Dat is: had gemeenschap met haar, zoals Gen. 4:1.
gedacht aan haar
Dat is, Hij liet met de daad blijken dat Hij haar gebed verhoord had.
Hertaald:gedacht aan haar
Dat is: Hij liet door Zijn daad blijken dat Hij haar gebed verhoord had.
1 Samuël 1 vers 21— En die man, Elkana toog op met zijn ganse huis, om den HEERE te offeren het jaarlijkse offer, en zijn gelofte.
toog op
Te weten, naar Silo, gelijk boven, vs.3.
Hertaald:toog op
Namelijk: naar Silo, zoals hierboven, vers 3.
om den HEERE te offeren
Te weten, hetgeen hij beloofd had den Heere te offeren, tot een teken der dankbaarheid, dat de Heere hem een zoon van zijn huisvrouw Hanna gegeven had, of om zijn belofte en die zijner vrouw, aangaande het kind, te volbrengen.
Hertaald:om den HEERE te offeren
Namelijk: wat hij beloofd had de HEERE te offeren, als teken van dankbaarheid dat de HEERE hem een zoon uit zijn vrouw Hanna gegeven had, of om zijn belofte en die van zijn vrouw aangaande het kind na te komen.
het jaarlijkse offer,
Hebreeuws, het offer der dagen; dat is, hetwelk op de zekere feestdagen ieder jaar geofferd werd.
Hertaald:het jaarlijkse offer,
Hebreeuws: het offer van de dagen; dat is: wat op de vaste feestdagen elk jaar geofferd werd.
1 Samuël 1 vers 22— Doch Hanna toog niet op; maar zij zeide tot haar man: Als de jongen gespeend is, dan zal ik hem brengen, dat hij voor het aangezicht des HEEREN verschijne, en blijve daar tot in eeuwigheid.
Hanna toog niet op
Den vrouwen was niet bevolen ieder jaar op trekken [hoewel zij het wel mochten, en somtijds ook plachten te doen] maar den mannen alleen, Ex. 23:17.
Hertaald:Hanna toog niet op
De vrouwen was niet opgedragen elk jaar op te trekken [hoewel zij het wel mochten, en soms ook plachten te doen], maar alleen de mannen, Ex. 23:17.
in eeuwigheid
Dat is, zijn levensdagen. Zie boven, vs.11, en onder, vs.28.
Hertaald:in eeuwigheid
Dat is: zijn hele leven. Zie hierboven, vers 11, en hieronder, vers 28.
1 Samuël 1 vers 24— Daarna, als zij hem gespeend had, bracht zij hem met zich opwaarts, met drie varren, en een efa meels, en een fles met wijn; en zij bracht hem in het huis des HEEREN te Silo; en het jongsken was zeer jong.
een efa meels,
Zie Ex. 16:36, en Lev. 5:11.
Hertaald:een efa meels,
Zie Ex. 16:36, en Lev. 5:11.
1 Samuël 1 vers 26— En zij zeide: Och, mijn heer! zo waarachtig als uw ziel leeft, mijn heer! Ik ben die vrouw, die hier bij u stond, om den HEERE te bidden.
zo waarachtig als uw ziel leeft,
Dat is, zo waarachtig als gij leeft.
Hertaald:zo waarachtig als uw ziel leeft,
Dat is: zo waar als u leeft.
1 Samuël 1 vers 28— Daarom heb ik hem ook den HEERE overgegeven al de dagen, die hij wezen zal; hij is van den HEERE gebeden. En hij bad aldaar den HEERE aan.
overgegeven
Anders, geleend; te weten, om in den tabernakel te dienen.
Hertaald:overgegeven
Anders: geleend; namelijk: om in de tabernakel te dienen.
al de dagen,
Anders, al de dagen, die hij wezen zal, zal hij den Heere gegeven zijn
Hertaald:al de dagen,
Anders: al de dagen die hij leeft, zal hij aan de HEERE gegeven zijn.
hij bad aldaar den HEERE aan
Te weten, Samuël, of Eli, of ook Elkana en Hanna.
Hertaald:hij bad aldaar den HEERE aan
Namelijk: Samuël, of Eli, of ook Elkana en Hanna.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Elkana — God heeft verworven, of: God heeft geschapen
Een man uit het gebergte Efraïm, van het geslacht van Zuf. Hij had twee vrouwen, Peninna en Hanna; omdat Hanna onvruchtbaar was maar door hem het meest bemind werd, gaf hij haar jaarlijks een dubbel deel bij het offer te Silo (1 Sam. 1:1-8). Hij is de vader van de profeet Samuel.
Hanna — genade, of: welgevalligheid
De geliefde maar onvruchtbare vrouw van Elkana, die te Silo in bitterheid van ziel tot de HEERE bad om een zoon en beloofde hem, als hij haar gegeven werd, aan de HEERE te wijden voor zijn hele leven (1 Sam. 1:9-11). Nadat de hogepriester Eli haar aanvankelijk voor dronken aanzag, zegende hij haar; zij baarde Samuel en bracht hem, na hem gespeend te hebben, naar de tabernakel om de HEERE te dienen (1 Sam. 1:20-28). Haar lofzang in 1 Sam. 2:1-10 is een van de mooiste gebeden van de Bijbel.
Peninna — koraal, of: parel
De tweede vrouw van Elkana, die wel kinderen had. Zij tergde Hanna jaar op jaar vanwege haar onvruchtbaarheid, zodat Hanna erdoor weende en niet wilde eten (1 Sam. 1:2-7).
Samuël — gehoord van God, of: van God gebeden
De langverwachte zoon van Elkana en Hanna, die zijn naam kreeg 'omdat ik hem van de HEERE gebeden heb' (1 Sam. 1:20). Na hem gespeend te hebben, bracht Hanna hem naar Eli om hem, zoals beloofd, zijn leven lang voor de HEERE af te zonderen (1 Sam. 1:24-28). Hij zou opgroeien tot de laatste en grootste van de richters, tevens profeet en priester, en zou later zowel Saul als David tot koning zalven.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Rama (Ramathaim-Zofim) — zie voor naam en de vroegere geschiedenis het artikel bij Jozua 18, waar de plaats voor het eerst in de Schrift genoemd wordt; Ramathaim-Zofim: "de twee hoogten van de wachters", een uitgebreidere naamsvorm die hier gebruikt wordt
Ligging: Doorgaans gelijkgesteld met het bestaande Rama van Benjamin (zie het artikel bij Jozua 18), al wordt de plaats hier "van het gebergte van Efraïm" genoemd — vermoedelijk omdat dit heuvelgebied zich, los van de stamgrenzen, tot in het noorden van Benjamin uitstrekte, niet omdat het om een andere plaats zou gaan.
Geschiedenis: De woonplaats van Elkana en zijn twee vrouwen Hanna en Peninna; hier bad Hanna vurig om een zoon en deed haar gelofte hem, indien de HEERE haar verhoorde, voor zijn leven aan de HEERE te wijden (1 Sam. 1). Hier werd Samuël geboren, en na zijn wegbrengen naar Silo bleef Rama zijn vaste woonplaats voor de rest van zijn leven: hier richtte hij, als richter over Israël, jaarlijks een rechtbank op (1 Sam. 7:15-17), hier werd hij door het volk om een koning gesmeekt (1 Sam. 8:4), hier zalfde hij in het geheim David tot koning (1 Sam. 16:13; 19:18-24), en hier werd hij na zijn dood begraven (1 Sam. 25:1; 28:3).
Bijbelse betekenis: De plaats waar de hele geschiedenis van Samuël, van zijn wonderlijke geboorte na Hanna's gebed tot zijn dood, zich afspeelt — een leven dat de overgang markeert van de tijd van de richters naar het koningschap, en van Silo (waar de ark verloren ging) naar de voorbereiding van Davids troon.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Hanna's gebed en gelofte — Hanna, kinderloos en getergd door de andere vrouw van haar man, belooft in bitter gebed de zoon die God haar geven zou weer af te staan: "zo zal ik dat den HEERE geven al de dagen zijns levens, en er zal geen scheermes op zijn hoofd komen" (1 Sam. 1:11)
Elkana heeft twee vrouwen; Peninna heeft kinderen, Hanna niet, en Peninna tergt haar daarmee jaar op jaar (1 Sam. 1:1-7). Bitter bedroefd bidt Hanna in de tempel te Silo, wenend en zonder geluid, zodat de priester Eli haar voor dronken houdt (1 Sam. 1:9-14). Zij verweert zich: "ik ben een vrouw, bezwaard van geest; ik heb noch wijn, noch sterken drank gedronken; maar ik heb mijn ziel uitgegoten voor het aangezicht des HEEREN" (1 Sam. 1:15-16). Eli zegent haar; zij gaat met een ander gezicht naar huis (1 Sam. 1:17-18). De HEERE gedenkt haar, en zij baart Samuel — "want, zeide zij, ik heb hem van de HEERE gebeden" (1 Sam. 1:19-20). Zodra hij gespeend is, brengt Hanna hem naar Silo en geeft hem, zoals beloofd, aan de dienst des HEEREN (1 Sam. 1:21-28).
Bijbelse betekenis: Deze gelofte staat in leerzaam contrast met die van Jefta (Richt. 11:29-40, reeds behandeld bij Jefta's gelofte), waar het register bewust geen kant koos tussen twee mogelijke lezingen. Hier is er geen dubbelzinnigheid. Hanna's gelofte komt niet voort uit een overhaast moment vóór de strijd, maar uit langdurig, doorleefd gebed. En de vervulling ervan is geen tragedie maar een vreugdevolle overgave: zij geeft haar kind niet in de dood maar in het leven, tot blijvende dienst. Beide geloften zijn bindend en beide worden gehouden; het verschil ligt niet in de bindende kracht van het woord, maar in de geest waarin het uitgesproken en vervuld wordt.
Typologie: Het beeld van het ongeschoren hoofd doet denken aan de nazireeërgelofte (Num. 6, reeds behandeld bij Nazireeër), al wordt dat woord hier niet gebruikt. Samuel wordt, evenals Simson (Richt. 13:5, reeds behandeld), van jongs af aan geheel aan de HEERE toegewijd. Waar Simsons toewijding uiteindelijk gebroken werd, blijft Samuels toewijding, zoals de volgende hoofdstukken laten zien, zijn leven lang onaangetast.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Het beloofde Zaadniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindinguitwerking
Hij is van den HEERE gebeden — 1:1-28
Het boek Richteren eindigde met de mededeling dat een ieder deed wat recht was in zijn ogen. Wat daarna komt begint niet bij een koning of een leger, maar bij een vrouw zonder kinderen die jaarlijks meereist naar Silo en er getreiterd wordt.
De omkeer in de geschiedenis van Israël begint bij het gebed van een kinderloze vrouw.
De omstandigheden zijn hard en de verteller verbloemt niets. Elkana heeft twee vrouwen; de andere heeft kinderen en Hanna niet, en zij wordt daar jaar in jaar uit mee getergd. Elkana's troost is welgemeend en volstrekt naast de kwestie: ben ik u niet beter dan tien zonen?
Wat zij dan doet, staat in twee korte zinnen: “Zij dan viel bitterlijk bedroefd zijnde, zo bad zij tot den HEERE, en zij weende zeer.” Zij gaat niet naar haar man en niet naar de priester. Zij gaat naar de tabernakel en zij huilt daar.
Haar gelofte is opmerkelijk, want zij vraagt precies datgene wat zij vervolgens weggeeft: geef aan Uw dienstmaagd een mannelijk zaad, zo zal ik dat den HEERE geven al de dagen zijns levens. Zij vraagt geen kind om er een kind aan te hebben.
Eli ziet haar lippen bewegen zonder geluid en houdt haar voor dronken. Het is tekenend voor de toestand van de eredienst in die dagen: de hogepriester herkent een biddende vrouw niet meer.
En dan wordt het kind geboren en krijgt hij een naam die haar gebed vasthoudt. Samuël betekent zoiets als: van God gevraagd of verhoord. Zij zegt het zelf, met een woordspeling die in het Nederlands blijft staan: “Ik bad om deze jongeling, en de HEERE heeft mij mijn bede gegeven, die ik van Hem gebeden heb. Daarom heb ik hem ook den HEERE overgegeven al de dagen, die hij wezen zal; hij is van den HEERE gebeden.”
Zij bracht hem toen hij net gespeend was — een jaar of drie. Wat zij twintig jaar gewild had, gaf zij na drie jaar weg.
Zo begint het boek dat over Saul en David gaat, en dat is niet toevallig. De koning die het volk zal krijgen, komt er via een profeet, en die profeet komt er via een gebed. Wat er in de politiek van Israël veranderde, is begonnen bij een huilende vrouw in Silo.
Haar lofzang in het volgende hoofdstuk zingt daarover: Hij verhoogt de nederigen uit het stof, Hij zet de armen bij de prinsen. En eeuwen later zingt een andere vrouw, die te horen krijgt dat zij een Zoon dragen zal, in vrijwel dezelfde bewoordingen: Hij heeft machtigen van de tronen afgetrokken en nederigen verhoogd.
Aan het eind van Hanna's lied staat een woord dat er dan nog niet hoort: en Hij zal Zijn Koning sterkte geven, en de hoorn Zijns Gezalfden verhogen. Er wás nog geen koning in Israël.
Richteren 21:25 — Het vorige boek eindigde met: een ieder deed wat recht was in zijn ogen.
1 Samuël 1:10 — Zij bad tot den HEERE en zij weende zeer.
1 Samuël 1:11 — Zij vraagt precies datgene wat zij daarna weggeeft.
1 Samuël 1:13-14 — De hogepriester herkent een biddende vrouw niet meer.
1 Samuël 1:27-28 — Hij is van den HEERE gebeden — en zij geeft hem terug.
Lukas 1:46-55 — Eeuwen later zingt een andere vrouw in vrijwel dezelfde bewoordingen.
In het Nieuwe Testament: Lukas 1:46-55; Lukas 1:13; 1 Samuël 2:1-10; Hebreeën 11:11; Jakobus 5:16
Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt 1 Samuël 1 niet aan. Wel loopt de lofzang van Maria in Lukas 1 opvallend gelijk met die van Hanna in het volgende hoofdstuk; dat Maria daarbij aan Hanna dacht, staat er niet, maar de overeenkomst is te uitgebreid om toeval te zijn. Wat hier gelegd wordt is verder geen typologie: Samuël is geen afbeelding van Christus, en het gaat om de weg waarlangs God werkt.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
1 Samuël 1:15.KruisverwijzingenPsalmen 62:8→Psalmen 42:4→Klaagliederen 2:19→Psalmen 142:2→Psalmen 143:6→Spreuken 25:15→Spreuken 15:1→Job 30:16→ — Doch Hanna antwoordde en zeide: Neen, mijn heer! ik ben een vrouw, bezwaard van geest; ik heb noch wijn, noch sterken drank gedronken; maar ik heb mijn ziel uitgegoten voor het aangezicht des HEEREN. De bijzondere oorzaak van Hanna’s smart kwam uit de veelwijverij, die — al werd zij onder de oude wet geduld — altijd wordt voorgesteld als een allervruchtbaarste bron van smart en zonde. Nooit wordt zij in de Heilige Schrift als prijselijk voorgesteld. In de meeste gevallen liggen de bewijzen van haar kwade werking open in de zon.
Wij behoren dankbaar te zijn dat onder de christelijke godsdienst die gruwel is uitgewist; want ook bij zulke mannen als Abraham, Jakob, David en Salomo werkte zij niet mee tot geluk of gerechtigheid. In het geval dat voor ons ligt had Elkana moeite genoeg door het dragen van de dubbele keten, maar toch viel de zwaarste last op zijn geliefde Hanna, de betere van zijn twee vrouwen. Hoe slechter de vrouw, hoe beter zij het met het stelsel van vele vrouwen kon vinden; maar de goede vrouw zou er zeker onder lijden.
Al werd zij door haar man teder geliefd, de naijver van de medevrouw verbitterde Hanna’s leven en maakte haar tot “een vrouw, bezwaard van geest”. Wij danken God dat het altaar des HEEREN niet langer bedekt wordt met tranen, met wening en met zuchting van die vrouwen der jeugd die het hart van hun man vervreemd en verdeeld vinden door andere vrouwen (zie Mal. 2:13).
Om de hardheid van hun hart werd het kwaad een tijd geduld, maar de vele kwaden die eruit voortkwamen behoren het in de ban te doen bij allen die het welzijn van ons geslacht zoeken. In het begin maakte de Heere voor de mens maar één vrouw. En waarom maar één? Want Hij had des geestes overig en had er zoveel kunnen inblazen als Hem behaagde. Maleachi antwoordt: “Hij zocht een zaad Gods” (Mal. 2:15) — alsof het duidelijk was dat de kinderen van de veelwijverij goddeloos zouden zijn, en dat alleen in het huis van één man en één vrouw godzaligheid gevonden zou worden.
I. Vs. 1-18.KruisverwijzingenLukas 2:41→Jozua 18:1→Deuteronomium 12:5→Exodus 23:14→Ruth 4:15→1 Samuël 3:3→1 Samuël 1:19→1 Samuël 1:9→ — Daar was een man van Ramathaim-Zofim, van het gebergte van Efraim, wiens naam was Elkana, een zoon van Jerocham, den zoon van Elihu, den zoon van Tochu, den zoon van Zuf, een Efrathiet. En hij had twee vrouwen; de naam van de ene was Hanna, en de naam van de andere was Peninna. Peninna nu had kinderen, maar Hanna had geen kinderen. Deze man nu ging opwaarts uit zijn stad van jaar tot jaar om te aanbidden, en om te offeren den HEERE der heirscharen te Silo; en aldaar waren priesters des HEEREN, Hofni, en Pinehas, de twee zonen van Eli. En het geschiedde op dien dag, als Elkana offerde, zo gaf hij aan Peninna, zijn huisvrouw, en aan al haar zonen en haar dochteren, delen. Maar aan Hanna gaf hij een aanzienlijk deel, want hij had Hanna lief; doch de HEERE had haar baarmoeder toegesloten. En haar tegenpartijdige tergde haar ook met terging, om haar te vergrimmen, omdat de HEERE haar baarmoeder toegesloten had. En alzo deed hij jaar op jaar; van dat zij opging tot het huis des HEEREN, zo tergde zij haar alzo; daarom weende zij en at niet. Toen zeide Elkana, haar man: Hanna, waarom weent gij, en waarom eet gij niet, en waarom is uw hart kwalijk gesteld? Ben ik u niet beter dan tien zonen? Toen stond Hanna op, nadat hij gegeten, en nadat hij gedronken had te Silo. En Eli, de priester, zat op een stoel bij een post van den tempel des HEEREN. Zij dan viel bitterlijk bedroefd zijnde, zo bad zij tot den HEERE, en zij weende zeer. Op wonderbaar liefelijke wijze wordt door de Heere de opvoeding voorbereid van de man, die naar Zijn raad voor Israël in het godsdienstige en maatschappelijke beide een hervormer zou zijn. Door de school van lang gemis en van bitter leed gaat de moeder, voordat zij een zoon ontvangt; daardoor wordt haar hart bewogen om met verloochening van eigen begeerte aan Hem het kind in dankbare liefde terug te geven, dat zij van hem gebeden heeft.
Kruisverwijzingen1 Samuël 1:19→1 Kronieken 6:25→1 Kronieken 6:34→1 Koningen 11:26→Ruth 1:2→Richteren 19:1→Richteren 12:5→Jozua 24:33→— Daar was een man van Ramathaim-Zofim, van het gebergte van Efraim, wiens naam was Elkana, een zoon van Jerocham, den zoon van Elihu, den zoon van Tochu, den zoon van Zuf, een Efrathiet.
Daar was, ten tijde dat Eli, uit de priesterlijn Ithamar (Num.25: 13 enzie DACHS “Jud 8:
Kruisverwijzingen1 Samuël 1:11→Psalmen 66:19→Mattheüs 7:7→Psalmen 6:9→Psalmen 116:1→Psalmen 118:5→1 Johannes 5:15→— Ik bad om deze jongeling, en de HEERE heeft mij mijn bede gegeven, die ik van Hem gebeden heb.
, het hogepriesterlijk ambt bekleedde, Thola en Jaïr Israël richtten, de eerste in het westen, de tweede in het oosten van het land (Richteren 10: 2,3) ongeveer in het jaar 1140 vóór Chr., een man uit het Levietengeslacht van de Kothathieten (1 (Kronieken 7: 1,22-28,33-38) van Ramathaïm 1) (= de twee hoge plaatsen), Zofim 2) (= wachters), of kortheidshalve Rama (vs.19; 2: 11 (Joz.18: 20) genaamd, van het gebergte van Efraïm, dat zich over het gebied van de stam Efraïm, maar ook in de stamBenjamin en tot aan Rama uitstrekte (Richteren 4: 5) wiens naam was Elkana (= bezit van God); deze naam droegen meerdere van zijn voorvaders (1 Kronieken 7: 22vv), doelende op de bestemming van de stam van Levi (Num.3: 12,45; 18: 6,20). Deze was een zoon van Jerócham (= hij zal barmhartigheid verkrijgen), de zoon van Elihu (= de HEERE is mijn God), Eliab of Eliël (1 Kronieken 6: 27 en “Ge 46: 13), de zoon van Tochu (= neervallen) of Toah, ook Nahath (1 Kronieken 6: 34,36), de zoon van Zuf of Zofai (1 Kronieken 6: 26), een Efrathiet; 3) hij woonde dus eerst in een van de vier Levietensteden van de stam Efraïm (Joz.21: 20-22), maar was in die onrustige tijden (Jud 17:
KruisverwijzingenGenesis 24:26→Genesis 24:52→1 Samuël 1:11→Genesis 24:48→2 Timotheüs 3:15→1 Samuël 1:22→— Daarom heb ik hem ook den HEERE overgegeven al de dagen, die hij wezen zal; hij is van den HEERE gebeden. En hij bad aldaar den HEERE aan.
naar Rama verhuisd, en had op deze plaats, volgens het geslacht, waartoe hij behoorde, de naam Ramathaïm Zofim gegeven (1 Samuel 9: 5).
Ook: “Jud 19: 13”. Daar hebben wij reeds enige plaatsen ten noorden van Jeruzalem genoemd, en onder deze ook Rama. De naam betekent “hoogte”, waaruit gemakkelijk het gedurig terugkeren van die naam te verklaren is. Het hier bedoelde is dat Rama, dat 2 uur noordelijk van Jeruzalem en de stam van Benjamin ligt op een kegelvormige heuvel en thans Raam heet, niet te verwarren met Ramath Mizpe of Ramoth in Gilead in het land ten oosten van de Jordaan (Joz.13: 26; 20: 80 Richteren 10: 17; 11: 34). 2e. Ramath Lechi in het westelijk gedeelte van de stam van Juda (Richteren 15: 17). 3e. Ramath tegen het en (Joz.19:
in het oostelijk deel van dezelfde stam. 4e. Rama in de stam Nafthali (Joz.19: 36). 5e. Rama in de stam Aser (Joz.19: 29). Over Rama in de stam Benjamin (Joz.18: 25 Richteren 4: 5; 19: 13) is onder de geleerden strijd, of dit hetzelfde is als het Rama van Samuël, of een andere plaats. Wij houden de eerste mening voor de ware (Rama van Samuël = Rama Benjamin’s of er Râm). Terwijl wij later de gehele landstreek ten noorden van Jeruzalem tot aan de plaats Michmas bij 9: 5 nader zullen beschrijven, merken wij hier nog op, dat de meer volledige naam Ramathaïm weer terugkeert in het in 1 Makk.11: 35 vermelde Ramatha, dat van dezelfde betekenis is als het nieuw-testamentische Arimathea (Matth.27: 57 Luk.23: 50vv.); de mening, dat Arimathea het tegenwoordige Ramleh is, is eveneens een dwaling.
Zofim betekent, nakomelingen van Suph of Zuf. Rama in Benjamin behoorde daarom tot het geslacht van Zuf. Elkana’s geslacht wordt dan ook in dit vers tot op Zuf teruggevoerd. Deze opsomming van zijn geslacht stemt overeen met 1 Kronieken 6.
Efrathiet wil hier niet zeggen, van Efratha afkomstig, maar zoals 1 Koningen .11: 26 een Efraïmiet. Elkana behoorde oorspronkelijk burgerlijk tot de stam van Efraïm (zie Richteren 17: 7).
En hij had, volgens de toen bestaande gewoonte van de polygamie (Ex 21: 11) twee vrouwen: de naam van de ene was Hanna (= genade of bevallige), en de naam van de andere was Peninna 1) (= koraal). Peninna nu had kinderen, maar Hanna had geen kinderen.
Het schijnt, dat Hanna de eerste vrouw geweest is en dat Elkana, toen het bleek, dat zij onvruchtbaar was, door ernstige begeerte naar kinderen bewogen geworden is tot het nemen van een tweede vrouw, zoals Abraham, met toestemming van Sara, gedaan had. Dit dubbel huwelijk was de oorzaak van verdeeldheid; het was een overtreding van de oorspronkelijke instelling van God, waarop de Heere (Matth.19: 5,8) wijst. Hoe veel beter zorgt Gods wet voor ons geluk in deze wereld, dan wij het zouden doen, indien wij aan onszelf waren overgelaten!.
Deze man nu, Elkana, ging opwaarts uit zijn stad van jaar tot jaar (Ex.13: 10) om, volgens de wet (Ex.34: 23 (Deuteronomium 16: 16) te aanbidden en om te offeren aan de HEERE Zebaoth, 1) de Heere der Heerscharen te Silo, dat 6 uur ten noorden van Rama lag, en waar zich (sinds (Joz.18: 1) de ark van het verbond bevond; en aldaar waren priesters van de HEERE, Hofni en Pinehas, 2) de twee zonen van de toenmalige hogepriester Eli (= mijn God), over wie later (2: 12 vv.; 22 vv.; 3: 11 vv.) gesproken zal worden.
Voor de eerste maal komt hier de naam “Heere Zebaoth,” of eigenlijk: “Heere, God van Zebaoth” voor, die later meermalen terugkeert. Deze uitdrukking noemt God als de God van de hemelse legerscharen, als de heerser over de zichtbare en onzichtbare machten van de hemel. Het is zeker niet zonder reden, dat deze naam van God juist in dit boek het eerst voorkomt, omdat dit nu spoedig van de stichting van een aards koninkrijk in Israël zal vertellen. Voordat dit werkelijk optreedt, moet eerst het koningschap van de HEERE in Zijn de gehele wereld omvattende macht en heerlijkheid tot juiste erkenning gebracht zijn en in een bepaalde uitdrukking als zeker voorgesteld worden, om zo alle verdonkering daarvan door het uitwendige, zichtbare koningschap in het hart van de kinderen van Israël te voorkomen.
Deze uitdrukking komt in het Oude Testament zeer dikwijls voor. Keil merkt op, dat zij bij de profeet Jesaja 61 maal, bij Jeremia 79 maal, bij Amos 9 maal, bij Haggai 13 maal, bij Zacharia 53 maal, bij Maleachi 24 maal voorkomt en bij de andere profeten 1 à 2 maal. Bij Ezechiël wordt zij gemist. Ook in de Psalmen wordt zij veel gevonden, vooral in de krijgspsalmen.
Van Hofni en Pinehas wordt hier reeds melding gemaakt, om de volgende gebeurtenis in te leiden. Opmerkelijk is het, dat wel van zijn zonen, maar niet van Eli als priester wordt gesproken. De reden zal wel hierin liggen, dat Eli te oud was geworden om nog het priesterambt van de Heeren behoorlijk uit te oefenen.
En het geschiedde op die dag dat Elkana offerde, zijn dankoffer bracht, omdat de kinderen van Israël op hun feesten niet met lege handen voor de Heere verschijnen mochten (Ex.23: 15 Deuteronomium 16: 16), gaf hij, bij gelegenheid van de maaltijd, die van het dankoffer gehouden werd (Lev.3: 17, (Ex 29: 34) aan Peninna, zijn vrouw, en aan al haar zonen en haar dochters, delen naar hun getal,
Maar aan Hanna, de kinderloze, gaf hij een aanzienlijk deel, 1) want hij had Hanna lief en wilde haar graag troosten; maar de HEERE had haar baarmoeder gesloten.
In het Hebreeuws Manah achath aphaim. Deze woorden worden door de Vulgata en door Luther met “een stuk treurig” vertaald in de betekenis, dat hij haar slechts één deel geven kon, omdat zij geen kinderen had, treurig, omdat hij haar niet meer kon geven. De Hebreeuwse woorden betekenen eigenlijk: “een stuk van twee aangezichten” en worden door latere uitleggers met onze Statenvertalers vertaald door “een stuk voor twee personen,” d.i. een dubbele portie om Hanna te eren en haar te bewijzen, dat zij hem zo lief was, alsof zij hem een kind geschonken had. De Syrische vertaling heeft reeds: een dubbele portie.
En haar tegenstandster, namelijk Peninna, tergde haar ook met terging, met het bepaalde doel om haar te vergrimmen; door overmoedige woorden en gebaren (Genesis16: 4) zocht zij haar hart te verbitteren, omdat de HEERE haar baarmoeder toegesloten had; in jaloersheid over Elkana’s voorliefde voor Hanna verbitterde zij haar weer, toen hij haar had proberen te troosten.
En zo deed hij, Elkana, jaar op jaar, dat hij haar een dubbel deel gaf, van dat zij met haar man opging tot het huis des HEEREN, en Elkana haar zijn deelnemende liefde betoonde, zo tergde zij, Peninna, haar alzo; 1) daaromweende zij, Hanna, en at niet. 2)
Dit zo correspondeert met het eerste zo. De schrijver wil zeggen: Het ging, jaar uit jaar in, zo dat aan de ene zijde Elkana Hanna een dubbele portie gaf, om haar te troosten en Peninna haar daarom des te meer tergde, zodat Hanna elk jaar haar hart moest luchten in tranen en zuchten.
Onze droefheid over enige zaak is dan ongeregeld en zondig, wanneer zij ons aftrekt van onze plicht jegens God en onze vertroosting in Hem bitter maakt; wanneer die droefheid ons ondankbaar doet zijn wegens de genadebewijzen, die wij genieten en wantrouwend omtrent de goedertierenheid van God ten opzichte van verdere genade en wanneer zij een nevel en treurigheid over onze blijdschap in Christus heen trekt en ons verhindert, dat wij ons van onze plicht kwijten omtrent, en dat we troost scheppen uit onze bloedverwanten (1 Samuel 1: 7).
Toen zij weer eens zo gekrenkt was, en zij zo bitter weende en vastte, zei Elkana, haar man: “Hanna! waarom weent gij? en waarom eet gij niet, en waarom is uw hart kwalijk gesteld? a) Ben ik u niet beter dan tien zonen.
Hoewel gij geen kinderen hebt, hebt gij toch aan mij een man, die u zo innig en teder lief heeft, wanneer gij vele zonen had, zo zouden zij tezamen u niet meer kunnenbeminnen; laat mij een vergoeding zijn voor hetgeen gij mist.”
Ruth 4: 15
Wel was Elkana’s liefde en zijn vriendelijkheid, waarmee hij haar het offervlees toereikte en haar aansprak, een rijke vergoeding tegenover Peninna’s lastertong. O, het was zeker een verzachtende balsem voor haar bedroefd hart. Ja, was kinderloosheid alleen de oorzaak van haar verdriet geweest, Elkana’s woord zou haar hebben opgericht. Maar wanneer een ziel naar God bedroefd is en naar haar Heiland roept, wanneer het vriendelijk oog van God verduisterd is, en de enige hulp in de nood als een grimmig wreker verschijnt, dan is het niet genoeg meer wanneer man of nabestaande vraagt: “Waarom weent gij?” maar dan moet Hij met de ziel spreken, die de weduwe te Naïn naar haar tranen vroeg om ze geheel te kunnen drogen. Een vraag uit Zijn mond, Zijn “vrede zij met u” in het hart gesproken, weegt tegen de bespotting van lasterenden op, en de te voren bedroefde ziel antwoordt op de vraag van deze man: “Ja Heere! Gij, de gever van alle gaven, zijt meer dan goud en schatten! Heere Jezus, uw nabijheid geeft vrede in het hart, de blik van uw genade maakt ons zo zalig, dat zelfs het gebeente daarover vrolijk en dankbaar wordt (vs.18). Elkana schijnt ons toe wel een godsdienstig man geweest te zijn (vs.3) en een tedere echtgenoot voor Hanna (vs.5), maar toch de ware vrees voor de Heere te hebben gemist. Zijn troost is voor het hart, dat hogere dingen kent of behoeft, een armzalige troost; hij weet niet met zijn vrouw te bidden, zoals Izak (Genesis25: 21); hij weet niets te noemen dan zijn liefde, terwijl bij de smarten van deze aarde en het plagen van de mensen onze ziel alleen vrolijk worden kan door de liefde van onze Heere Jezus Christus.
Waar Elkana haar vraagt, of hij haar niet beter is dan tien zonen (met tien wordt hier een grote menigte bedoeld), dan wijst hij alleen op aardse dingen, maar vergeet haar te wijzen op Hem, die ook bij machte is, en, haar nog kinderen te schenken. Van Izak lezen we, dat hij in aanwezigheid van zijn vrouw bad om kinderen, van Elkana lezen wij het niet. Wij beluisteren dan ook in deze woorden een soort van wanhoopskreet, ontvluchtend aan een beschuldigend geweten, omdat Elkana zelf door het nemen van Peninna, de oorzaak van dat tergen van zijn tweede vrouw is geworden. Hij voelt zelf, dat hij diep schuldig staat tegenover Hanna en met die vraag wil hij zijn eigen geweten sussen.
Toen stond Hanna op; nadat hij (men) gegeten en nadat hij (men) gedronken had te Silo; aan de maaltijd had zij geen deel genomen, nu wendde zij haar schreden naar het heiligdom, want het was in haar hart gekomen, of zij niet op het gebed zou verkrijgen wat de natuur haar onthield (Genesis25: 21; 30: 22). En Eli, de hogepriester, zat naar zijn gewoonte, omdat hij reeds bejaard en een zwaarlijvig man was (4: 18), op een stoel bij een post 1) van de tempel
(woordelijk “paleis) des HEEREN, d.i. de tent der samenkomst, toen Hanna in de voorhof was, zonder de hogepriester op te merken, tegenover wie zij zich op de aarde neerwierp.
Onder deze “post” is waarschijnlijk een portaal te verstaan, dat sinds de ark te Silo was opgericht, vóór het voorhangsel, dat de ingang tot het heilige vormde, gemaakt was
Tempel, of eigenlijk paleis. Zo wordt hier de tabernakel genoemd, omdat hij de woning van de Heere was, en wel van de Heere der Heerscharen, de machtige Koning van Israël. De benaming tempel of paleis past dus geheel bij deze naam van Israëls God, die wij hier in deze boeken voor het eerst aantreffen.
Zij dan van ziel bitter bedroefd zijnde, zo bad zij tot de HEERE, 1) en zij weende zeer.
Zij bedienden zich van haar tegenwoordige treurigheid en droefheid van hart tot het opwekken en verlevendigen van haar godvruchtige betrachtingen in het gebed. Zodanig een goed gebruik past ons van onze droefenissen te maken, dan zullen zij ons des te levendiger en hartelijker in onze toevluchtnemingen tot God doen zijn. Onze gezegende Heiland zelf, in zware strijd zijnde, bad des te ernstiger (Luk.22: 44 “1 Samuel 1: 10).
De vijandschap van de wereld kan de gelovige geen schade doen, zij kan alleen tot God dringen en daardoor ten zegen worden.
En zij beloofde een gelofte (Le 27: 8) en zei: 1) HEERE Zebaoth, Heere der heerscharen! zo Gij eenmaal de ellende van uw dienstmaagd aanziet en mij gedenkt en uw dienstmaagd niet vergeet, maar geeft aan uw dienstmaagd een mannelijke nakomeling, zal ik dat de HEERE geven al de dagen van zijn leven (Le 27: 29), en er zal geen scheermes op zijn hoofd komen 2) (Nu 6: 4″ en “(Nu 5: 12”, (Richteren 13: 5).
Met deze woorden wordt meer uitgedrukt haar hevige aandoening van gemoed, n.l. dat Hanna bedroefd van ziel is geweest en zij hevig heeft geweend. En ziedaar dan een eenvoudige reden. Want hier is geen plaats voor retorische wendingen, geen plaats voor sierlijker omhaal van woorden, geen samenvoeging van vele zinnen, zoals de geveinsden gewend zijn God door vele wijdlopige gebeden te naderen, in de hoop, dat zij door dit ijdel geluid van woorden iets zullen verkrijgen. Maar Hanna, door de mensen verworpen, vlucht als een smekelinge tot God. Zij stelt zich niet, zoals velen gewoon zijn, door de beledigingen aangezet, met trotse aanmatiging op de voorgrond, noch beantwoordt op trotse wijze Eli, die haar daden op verachtelijke wijze uitlegt, maar met in het oog vallende bescheidenheid en nederigheid erkent zij en belijdt zij God alleen als de Auteur en Schenker van alle goede gaven. Daarom wendt zij zich tot Hem met de naam van dienstmaagd, opdat zij God mocht bewegen tot het verschaffen van hulp, ziende op de verachting, gepaard met de grofste belediging, die Peninna haar had aangedaan.
Wat nu de woorden van gedenken en niet vergeten betreft, daarvan is in de Heilige Schrift èn genoeg èn overvloedig melding gemaakt om met het menselijk begrip te worden verstaan. Want wie weet niet, dat voor God alle dingen tegenwoordig zijn en Hij niets vergeet, zodat Hem de herinnering aan enige zaak niet behoeft herinnerd te worden. Maar niet altijd zijn wij daarvan verzekerd en nauwelijks kan het geschieden, zo verstompt kunnen wij zich in ons gemoed, dat God enigen tijd vertoeft, om ons te helpen, of wij zijn van mening, dat hij ons vergeten heeft. Waarom wij tegenover dergelijke beproevingen zo moeten waken, dat wij ze te boven komen. Maar ondertussen, omdat wij met onze aardse zinnen het niet geheel kunnen vatten, zolang wij nog op aarde zijn, daarom duldt de Heilige Schrift ons om naar ons begrip als te stamelen, en staat toe, alzo tot God te naderen. Zodanige zijn meestal de woorden van de heiligen, als: Heere, sta op! Waarom houdt gij U van verre? Waarom vergeet gij mij, Waarom verbergt gij uw aangezicht voor ons? Waarom laat gij mij gebrek hebben aan alles? en andere dergelijke meer.
Samuël was een Leviet en dus reeds volgens zijn geboorte tot de dienst bij het heiligdom bestemd. Toch waren er twee zaken, die bovendien in deze gelofte lagen opgesloten. Allereerst werd hij geheel, als bestendig dienaar aan het heiligdom overgegeven, en zou hij spoedig en voor altijd van zijn ouders daarheen trekken, terwijl zich anders de Levieten slechts van het vijfentwintigste jaar af, en dan slechts ieder jaar enige tijd naar het heiligdom begaven, en daarna weer naar hun woonplaats terugkeerden en daar voornamelijk leefden (Num.8: 24vv.); vervolgens zou hij in een voortdurend Nazireaat leven, waardoor hij in een stand kwam, die de priesterlijke gelijk was.” Van deze, overigens zeer juiste aanmerkingen van v.Gerlach, moeten wij het volgende voor onjuist verklaren: “van daar (deze priesterlijke waardigheid, die Samuël volgens zijn leven lang Nazireaat bezat) is het ook te verklaren, wanneer hij later, nadat de buitengewone profetische roeping en het ambt als richter daarbij gekomen waren, ook priesterlijke bezigheden verrichtte”; daartoe gaf hem noch het Nazireaat noch het richterambt bevoegdheid, maar alleen zijn profetische roeping, waardoor de Heere hem aan het hoofd van het volk plaatste in een tijd, toen over de priesterstand, zowel als over het heiligdom het gericht van God begonnen was (4). Voor Israël was een van die tijden begonnen, zoals die nu en dan in de geschiedenis van het Godsrijk voorkomen, dat er namelijk menselijker wijze geen hoop op voortbestaan meer is, en de natuurlijke berekening niets anders laat verwachten dan een wegsterven tot de ondergang. Vervolgens is ook de tijd gekomen, dat de Heere iets nieuws schept, Zelf ingrijpt, hulp verschaft, die geen mens zou kunnen verlenen, en niet slechts het oude herstelt, maar waarin hij Zijn volk een aanmerkelijke trap hoger brengt en nieuwe krachten verleent. In de dagen, waarvan wij spreken, was het heiligdom ontheiligd; er zou echter geen nieuwe openbaring over de ark van het verbond of door wolk- en vuurkolom plaats vinden, maar nu was het tijd, dat aan het volk van God duidelijk gemaakt werd, hoe de levende God, die in het midden van Zijn volk woont, Zich niet tot de met handen gemaakte ark bepaalt, maar Zijn ark maakt in levende dragers en getuigen van Zijn woord; het uur was gekomen, om te tonen, dat de uitwendige godsdienst van de tent der samenkomst slechts zinnebeeldig was, en dat de levende gemeenschap van de gelovigen met hun God op mededeling van de openbaring van Zijn Geest berustte. De ark van het verbond viel in de handen van de vijanden, en vond pas na langere tijd haar plaats op den berg Zion, en vervolgens in Salomo’s tempel; de zegenende openbaring van God geschiedde echter vervolgens door de profeten, die van nu als een geestelijke macht voortdurend optreden. Dat behoort voor de Christenen belofte te zijn bij elke zegen, die God geeft in zijn dagelijks werk: wat God geeft, aan God weer toe te wijden. Dat is de ware gezindheid, die in het hart van de ouderen hart bij de doop behoort te zijn; het van God gegeven kind aan de Heere terug te geven.
Het geschiedde nu, toen zij evenzeer, toen zij lang bleef biddende voor het aangezicht des HEEREN, zo gaf Eli acht op haar mond, om te zien, wat toch eigenlijk deze vrouw deed.
Want Hanna sprak in haar hart, 1) alleen roerden zich haar lippen, maar haar stem werd niet gehoord,
zodat haar gehele houding de hogepriester bijzonder en vreemd moest voorkomen; a) daarom hield Eli haar voor dronken. 3)
Hand.2: 13
Eigenlijk staat er tot haar hart en drukt uit, dat waar zij zich alleen als met haar hart bevond, zonder dat haar stem werd gehoord, zij zichzef troostte met hetgeen zij voorbracht voor het aangezicht des Heeren.
Er wordt gezegd, dat Eli Hanna, die haar gebeden zo lispelende voortbracht, heeft berispt, wat uit het hogepriesterlijk ambt voortkwam, omdat het zijn roeping was niet alleen het volk in het openbaar, maar ook in het bijzonder te onderwijzen. Hij bedroog zich echter in zijn mening. Waaruit blijkt, dat niemand zo scherpzinnig is, die te oordelen heeft over onzekere en onheldere zaken, dat hij zich nog niet bedriegen of dwalen kan. Over de zaken nu, waarvan wij weten, dat zij door God zijn voorgeschreven, is het oordeel gemakkelijk uit Zijn Woord op te maken, maar over de zaken, die in het midden liggen, moeten wij niet te spoedig een eindoordeel vellen. Waar wij nu zien, dat Eli zich bedroog ten opzichte van de vurige tot God biddende Hanna, zodat hij haar dronken verklaarde, hoe veel zorg en zorgvuldigheid past ons niet, om niet te gestreng over de daden van de naasten te oordelen en haastig een vonnis over hen te vellen.
Hierdoor betoonde zij haar geloof aan God als de Kenner van het hart en van haar begeerten. Gebed is geen zaak, waarvoor wij ons mogen schamen, maar wij moeten elke schijn van vertoning vermijden. Wat tussen God en onze zielen voorvalt, laat ons dat voor onszelf houden.
Laat ons voorzichtig zijn in het beoordelen van anderen. Het was, voorwaar! een slecht bewijs voor die tijden, dat een biddende vrouw werd aangezien voor één, die dronken was.
En Eli, uit zijn verborgen plaats tevoorschijn komende, zei tot haar: Hoe lang zult gij u dronken aanstellen, u in zo’n toestand aan de heilige plaats bevinden? doe uw wijn van u. 1)
In dit geval dwaalde Eli, ofschoon zonder opzet. Want het is zeker, dat de gebeden van Hanna goed waren en door de Heilige Geest voortgebracht. Waarom hij, terwijl hij haar van dronkenschap beschuldigde, niet slechts deze vrouw, maar eigenlijk God, ofschoon tegen zijn wil, schandelijk belasterde. Want wij weten, dat de Heilige Geest de Auteur en aandrijver is van onze gebeden en dat wij zonder Diens aandrijven zelfs niet de mond tot God kunnen openen.
Dit is hetzelfde alsof hij zei: ga naar uw bed en slaap uit, en kom dan weer. Eli handelde hoogst onvoorzichtig en benadeelde de waardigheid van een hogepriester, die het voorbeeld moest zijn van Hem, die medelijden heeft met onze zwakheden. Men heeft zijn harde beschuldiging willen verklaren uit het feit, dat niet zelden dronken vrouwen tot de tabernakel kwamen en in die toestand zich door de zonen van Eli lieten verleiden. Het is mogelijk, maar dit heft de beschuldiging toch niet op, die met recht tegen Eli kan worden aangebracht, dat waar hij zijn zonen zelfs niet zuur aanzag, deze vrouw met deze onverdiende verwijten overlaadde.
De Lutherse vertaling heeft hier zeer ten onrechte: “laat de wijn van u komen, die gij bij u hebt,” in de betekenis van: “slaap uw roes uit” (1 Samuel .25: 37). Dat woord: “Doe uw wijn van u!” mocht wel als een Godswoord in vele oren klinken! Och, dat Eli, die zo hard kon aanspreken, meer gesproken had, waar hij dit behoorde te doen tot de waarlijk goddelozen, tot Hofni en Pinehas; maar menig prediker ijvert tegen de zonden van anderen en verzorgt zijn eigen huis niet (1 Tim.5: 8). Een nieuwe kwelling voor de vrome, biddende Hanna; zelfs de hogepriester verstoot de onschuldige. Zo zinkt haar laatste hoop weg. Aan de zegen van de hogepriester heeft God Zijn zegen verbonden (Num.6: 25). Maar nu alles wegzinkt, wordt Gods genade openbaar.
Maar Hanna1) antwoordde en zei: Nee mijnheer, ik ben een vrouw, die bezwaard van geest is; ik heb noch wijn noch sterke drank (Lev.10: 11, “Nu 6.4) gedronken; maar ik heb mijn ziel in het gebed uitgegoten (Psalm 42: 5; 62: 9)voor het aangezicht des HEEREN.
Wij hebben wederkerig te letten op de bescheidenheid van Hanna die, ofschoon door de hogepriester beledigd, met eerbied en zachtmoedigheid antwoordt dat zij, zoals hij haar beschuldigde, volstrekt niet dronken was, maar uit de aandrang van haar hart en de treurigheid van haar ziel voor Gods aangezicht weende, en dat zij noch wijn noch enige andere dronkenmakende drank had gedronken.
Hoe weinig ziet gij heden dat, wie valselijk beschuldigd worden, deze bedaardheid oefenen, ja veel liever tegen hun beschuldigers zich heftig verzetten en grote beroerte veroorzaken. Wij verdragen zelfs ongeduldig één enkel woord, dat een weinig scherp klinkt, ja ofschoon wij in waarheid schuldig staan, toch eraan herinnerd, hevig opbruisen. Daarom moet deze vrouw ons tot een voorbeeld zijn, die tegen de hogepriester Eli, ofschoon hij haar heeft gekwetst, niet opstaat. Het betekent toch wat om van dronkenschap beschuldigd te worden, maar toch blijft zij binnen de grenzen van bezadigdheid.
Wanneer wij ten onrechte beticht worden, moeten wij trachten niet alleen ons van de betichting te zuiveren, maar ook onze broeder genoegen te geven, door aan hem een oprecht en waarachtig verhaal te geven van datgene, waaromtrent zij ons inziens een verkeerd denkbeeld bij zichzelf gevormd hebben (1 Samuel 1: 15).
Houdt toch uw dienstmaagd niet voor een dochter van Belial, voor een slechte vrouw, want ik heb tot nu toe gesproken uit de veelheid van mijn gedachten en van mijn verdriet. 1)
In het Hebreeuws ynpl Ntt la (Al thittheen liphnee). Letterlijk: leg niet voor. Gewoonlijk komt deze uitdrukking voor in de zin van, iemand aan een ander prijsgeven hier echter moet het opgevat worden in de zin van, in gedachten in de plaats van iemand stellen. Hanna vraagt aan Eli, dat hij haar toch niet gelijk schatte met de goddeloze en ontuchtige vrouwen, die bij de tabernakel kwamen, en verklaart hem nu verder, hoe het kwam, dat hij haar voor dronken kon houden.
Hanna zuiverde zichzelf nederig van de misdaad, waarvan zij beschuldigd was. Zij beschuldigde niet weer door Hem het gedrag van zijn eigen zonen te verwijten. Als wij onrechtvaardig beoordeeld worden, hebben wij behoefte een dubbele wachter voor de deur van onze lippen te plaatsen, opdat wij niet weer beschuldigen, en berisping voor berisping teruggaven. Zij was meer dan gewoon sterk in het gebed geweest en dat, zo vertelt zij hem, was de ware reden van haar bijzondere houding en gebaren. Als wij onrechtvaardig beschuldigd worden, moeten wij trachten niet alleen onszelf vrij te pleiten, maar ook onze broeders voldoening te geven, door een juist en waar bericht te geven van hetgeen zij berispt hebben.
Toen antwoordde Eli 1) uit haar verstandige woorden zijn dwaling bemerkende, en omdat zij een diepe indruk op hem maakten, haar zijn hartelijke deelneming betuigde, en zei, zonder te weten, waarom zij gebeden had: Ga heen in vrede! en de God van Israël, die doet wat godvrezenden begeren, hun geroep hoort en hen helpt (Psalm 145: 9), zal uw bede geven, die gij van Hem gebeden hebt.
Ook in Eli, de hogepriester, is zijn bezadigdheid lofwaardig, doordat hij zowel de kalme verontschuldiging van Hanna aanhoort, als dat hij zijn dwaling erkent. Want van Hanna slechte gedachten te hebben was veel, maar dat hij haar omtrent dronkenschap verwijten had gedaan was veel erger. Waarom dit, terwijl hij haar kalm laat antwoorden, zijn dwaling erkent, ja, zelfs enigermate vergiffenis vraagt, en niet vreest de beschuldiging van lichtvaardigheid of overhaasting, aan velen onwaarschijnlijk voorkomt, die opgeklommen tot het een of ander ere-ambt, zelfs nooit de eenvoudigste tegenwerping dulden en honderdmaal van dwaling overtuigd, ja, van aangedane mishandeling beschuldigd, echter haar willen ontveinzen en niet tot het bekennen van hun dwaling zijn te brengen, niet tot het vragen om vergiffenis, hoe dan ook. Waarom ook dit voorbeeld in de bezadigdheid wordt voor ogen gesteld, zodat het des te ijveriger door ons moet overwogen worden, en de herinnering waardig is, naarmate het zeldzaam voorkomt. Want waar hij Hanna alle goeds toewenst en in vrede van zich laat gaan, daar beschuldigt hij zichzelf en spreekt haar vrij van de misdaad, waarvan hij haar beticht heeft.
Eli was voor overtuiging vatbaar, gewillig om zijn misvatting te belijden en te herstellen. Zo heeft Hanna door haar zacht antwoord hem tot een vriend gemaakt en zijn berisping in een gebed voor haar veranderd.
Eli vraagt niet wat zij gebeden heeft, wat zij gevraagd heeft, maar zo’n gunstige indruk maakt Hanna op hem en zo is hij overtuigd van zijn ongelijk, dat hij haar op haar woord gelooft en haar toezegt, als in de naam des Heeren, Wiens hogepriester hij is, dat haar bede vervuld zal worden.
En zij zei: Laat uw dienstmaagd genade vinden in uw ogen, en schenk mij ook verder uw deelneming en voorbede, opdat uw priesterlijke belofte vervuld worde. Alzo ging die vrouw haars weegs, in haar hart verzekerd door de HeiligeGeest, dat het woord van de hogepriester niet slechts een vrome wens zou zijn; en zij at (vs.7vv.) en haar aangezicht was zo droevig niet meer als vroeger. 1)
Van waar die gelukkige verandering? Zij had in het gebed haar zaak aan God toevertrouwd en Eli had voor haar gebeden. Gebed is gemoedsrust voor een begenadigde ziel. Jakobs nageslacht heeft dit dikwijls bevonden, vertrouwende, dat God nooit zeggen zal: “Zoekt Mij tevergeefs” (Fil.4: 6-7).
Niemand zal lang ellendig of troosteloos blijven, die van het voorrecht gebruik maakt om te naderen tot de genadetroon van een in Christus Jezus verzoend God.
In mijn woning heb ik een klein bidvertrek, daarheen ga ik, wanneer mijn geest vermoeid of neergedrukt is en nooit deed ik het tevergeefs. Dit is dat gedeelte van de Heilige Schrift, waarop aanstonds Luthers oog viel, toen hij in de bibliotheek van Erfurt (gedurende zijn studietijd van 1501-1505) voor het eerst de gehele Bijbel in de Latijnse taal vond. Nog in latere jaren dacht hij aan de indruk, die het lezen juist van deze geschiedenis op hem gemaakt had, en het was zeker meer dan toeval, dat de kerkhervormer zijn Bijbelstudie moest beginnen met de geschiedenis van de moeder van die man, die geroepen was tot hersteller van de oudtestamentische gemeente.
Hanna had in waarheid in het geloof gebeden, en nu zij van de dienstknecht van de HEERE toezegging heeft gekregen van de verhoring van haar gebed, is zij een geheel ander mens geworden.
Zij weet, dat God een Waarmaker is van Zijn woord. Haar eten is een daadwerkelijk Amen van haar ziel op de belofte van God.
II. Vs. 19-2KruisverwijzingenGenesis 30:22→1 Samuël 1:11→Genesis 4:1→Genesis 21:1→Psalmen 25:7→1 Samuël 1:1→1 Samuël 2:11→Markus 1:35→ — En zij stonden des morgens vroeg op, en zij aanbaden voor het aangezicht des HEEREN, en zij keerden weder, en kwamen tot hun huis te Rama. En Elkana bekende zijn huisvrouw Hanna, en de HEERE gedacht aan haar. : 11. Van het heiligdom te Silo naar Rama teruggekeerd, wordt Hanna moeder van een jongetje, dat zij, omdat het de verhoring van haar gebeden is, Samuël noemt. Zij houdt het onder haar moederlijke verzorging, totdat het gespeend is, dan brengt zij het naar Silo naar de hogepriester Eli om hem levenslang aan de dienst des Heeren toe te wijden. Bij deze overgave wekt de Geest des Heeren haar tot een lofzang op, die begint met de uitdrukking van het in vreugde ruim geworden hart; daarop de Heere als de Heilige prijst, die de trotsen weet te buigen en de ootmoedigen te verheffen; zij eindigt met een profetische blik in de laatste toekomst, wanneer het machtige en rechtvaardige regeren van God zich in een gericht over de gehele aarde door Zijn Koning en Gezalfde openbaren zal.
En zij, Elkana met zijn beide vrouwen, stonden de volgende dag ‘s morgens vroeg op, en maakten zich gereed weer huiswaarts te vertrekken, omdat de dagen van het feest ten einde waren, en zij aanbaden voor het aangezicht des HEEREN; 1) het dagelijks morgenoffer (Nu 28: 8) werd nog door hen bijgewoond, waarbij Elkana nog een gelofte deed (vs.21), en zij keerden wteurg en kwamen tot hun huis te Rama (vs.1). En Elkana bekende zijn vrouw Hanna en de HEERE 2) dacht aan haar; Hij gaf haar door de daad te kennen, dat Hij haar gebed gehoord had (vs.11), omdat Hij haar nu zegende met de hoop van moeder te worden. (Genesis30: 22).
Het is goed de dag met God te beginnen. Laat Hem, die de Eerste is, het eerste hebben.
Terstond nadat zij haar gebeden tot God heeft opgezonden ontvangt zij, opdat God haar in zichzelf het bewijs gaf, dat haar gebeden niet tevergeefs waren geweest, omdat zij, de vroegere onvruchtbare, ontving en een zoon baarde. Hier nu openbaart zich de buitengewone kracht van God in verband met de tijdsomstandigheden. Want indien Hij Elkana kinderen had gegeven uit haar, zoals uit de tweede, zou de goedheid van God niet zo geschitterd hebben. Maar waar Hij uit een onvruchtbare, en iemand, die vroeger nooit ontvangen had, plotseling verwekt en haar moeder doet worden, daar wordt naar waarheid de kracht van God erkend en de gave van God en Zijn bijzondere gunst gepredikt, dat God zich verwaardigd heeft, om de gebeden van een vrouw te verhoren. Hier komt helder uit, dat God in gunst op de mensen neerziet, waar Hij zich verwaardigt de gebeden, die voor de dingen van dit leven tot Hem worden opgezonden, te horen.
En die man Elkana trok op met zijn gehele huis naar Silo tot het Paasfeest, het eerste na de geboorte van het kind; om de HEERE te offeren het jaarlijkse offer, dat hij volgens de wet moest brengen (vs.3), en bovendien voor ditmaal het offer van zijn gelofte, 1) dat hij de Heere beloofd had, na de mededeling door Hanna van haar bede, wanneer de Heere aan haar een zoon geschonken zou hebben (vs.19).
Hieruit blijkt duidelijk, dat Elkana ook een gelofte had gedaan, indien de Heere het gebed van Hanna zou verhoren. Deze gelofte bestond in het brengen van offers. De LXX voegt hier nog bij: “en alle tienden van zijn land.” Ook Josefus vermeldt dit, maar men weet, dat deze de Septuaginta reeds kende.
Maar Hanna trok niet op, zoals vroeger, maar zij zei tot haar man: Als de jongen gespeend is 1) (Genesis21: 8) zal ik weer meegaan, dan zal ik hem brengen naar het heiligdom te Silo, dat hij voor het aangezicht des HEEREN verschijnt, en tot Zijn eigendom overgegeven wordt, en wel dat hij daar blijft tot in eeuwigheid, 2) zijn gehele leven van zijn vroegste jeugd af (1 (Samuel 1: 11). Ditmaal en ook het volgende jaar wil ik echter thuis blijven, om mijn kind te houden. 3)
Dat was een zware zaak voor de vrome Hanna, maar zij weet dat gehoorzamen beter is dan offerande. Indien wij afgehouden door een plicht ons moeten onthouden van het openbare vereren Gods en die plicht in de rechte geest vervullen, zal de Here het niet aan zegen laten ontbreken. Sommige moeders zoogden hun kinderen tot hun derde jaar (2 Makk.7: 27 2Ma 7.27). De aanleidende oorzaak tot dit besluit is zonder twijfel zinnebeeldig. Het aan God gewijde kind moest als het ware eerst een volkomen offer worden, voordat het aan de Heere werd overgegeven, zoals elk offerdier ten minste eerst drie dagen bij de moeder zijn moest (Lev.22: 27). De overgave van een kind aan de dienst van de tempel op het derde jaar van zijn leven gebeurde om reeds van het eerste tijdstip van de ontwikkeling van zijn geestvermogens hem in een heilige omgeving te plaatsen, en het is bovendien volstrekt niet nodig aan te nemen, dat met het spenen van de moedermelk ook de onthouding van de moederlijke opvoeding is samen te vatten. Misschien ook werd van toen af zijn verpleging verricht door een van de vrouwen, die aan de deur van de tent der samenkomst dienden (2: 22).
In het Hebreeuws Mlwe de (Ad Olam), tot in eeuwigheid, d.i. hier, geheel zijn leven. Zoals reeds gemeld is, behoefde Samuël als Leviet pas met zijn 25ste levensjaar zich te begeven tot de dienst van de Tabernakel, maar zijn moeder had hem vrijwillig voor geheel zijn leven aan de dienst des Heeren overgegeven.
En Elkana, haar man, volkomen instemmende met de wens van zijn vrouw, zei tot haar: Doe wat goed is in uw ogen, blijf met hem thuis, totdat gij hem gespeend zult hebben. De HEERE bevestige naar Zijn woord, dat Hij door Zijn hogepriester gesproken heeft (vs.17), en geve u ook wat gij van Hem voor uw zoon gebeden hebt. Zo bleef de vrouw tot in het volgende jaar thuis, en zoogde haar zoon, totdat zij hem in de tijd van het tweede tot het derde levensjaar speende.
Daarna, toen zij hem gespeend had, bracht zij hem met zich opwaarts ten tijde van het Paasfeest, met drie vaarzen, 1) waarvan twee tot het jaarlijks brand- en dankoffer moesten dienen, de derde tot een wijdings-offer voor de knaap bestemd was, en daarbij een efa meel voor het spijsoffer, dat bij het drievoudig offer behoorde, en een fles met wijn 2) ten drankoffer (Num.15: 9vv., 12), en zij bracht hem in het huis des HEEREN te Silo; en het jongetje was zeer jong.3)
De in het oog vallende zaak, dat Samuëls ouders, naar vs.24, drie vaarzen mee naar Silo namen en in vs.25 slechts van het slachten van één vaars sprake is, verklaart zich eenvoudig daaruit, dat vs.25 slechts het offer uitdrukkelijk vermeldt dat met de overgave van de knaap verbonden was, n.l. het brandoffer, waardoor de knaap de Heere als geestelijk offer tot levenslange dienst in Zijn heiligdom werd gewijd, terwijl die beide andere stieren tot gelijke offers dienden, d.i. tot de brand- en dankoffers, die Elkana jaarlijks offerde en wat de schrijver overbodig acht te vermelden, omdat dit deels uit vs.3, deels uit de Mozaïsche wet is op te maken.
Hanna bood haar kind met een offerande aan. Zo ver was zij van de gedachte, dat zij door haar zoon aan God aan te bieden, God tot haar schuldenaar maakte, dat zij door deze gedode offers de aanneming van God van haar levend offer zocht. Al onze overeenkomsten met God voor onszelf en de onzen moesten door offeranden gebeuren, door het grote Offer, dus met dankbare erkenning van Gods goedheid in het antwoorden op ons gebed (Psalm 34: 2,4,6).
Hiermee wordt aangetoond, dat dit een zeer buitengewoon geval was. Ofschoon Samuël nog een tere knaap was, bracht zijn moeder hem toch naar het Heiligdom, omdat zij hem de Heere had toegezegd.
Hebreeuws: “het kind was een kind” d.i. zij konden daarover volkomen beschikken.
En zij slachtten een van de drie vaarzen, die tot wijdingsoffer bestemd was, zij maakten die tot een zinnebeeldig teken, wat Samuël voor de Heere moest zijn, namelijk een geestelijk offer tot levenslange dienst in het heiligdom (Richteren 11: 31), zo brachten zij het kind tot Eli, 1) opdat deze hem verder door de vrouwen, die bij de deur van de tent der samenkomst dienden, zou laten opvoeden (2: 22) en het kind reeds bij het eerste ontwaken van zijn geestvermogens de indrukken van de heilige nabijheid van God in zich zou kunnen opnemen.
Had Hanna haar zoon aan mensenhanden willen overgeven ter opvoeding, en op deze vertrouwd, zij zou zich zeker bedrogen hebben gezien, omdat Eli de rechte opvoeder niet was (3: 13), noch de vrees voor de Heere van die vrouwen te leren was (2: 22), en bovendien zijn omgeving uit Belials mannen bestond (2: 12). Hanna had hem echter niet gebracht tot mensen, maar opdat hij voor het aangezicht des Heeren zou zijn (vs.22), en zij heeft zich niet bedrogen gezien. Hanna geeft een leer aan ouders; die wel de beste leermeesters voor hun kinderen zoeken, maar de enige Leermeester, de hoogste Opvoeder vergeten. Zij geeft een aandrang aan ouders, die hun zonen aan de dienst des Heeren willen overgeven, zich daarvan niet te laten afhouden door vrees voor het verleidend voorbeeld van mede studerenden. Wie als Hanna hem voor Gods troon gedenkt, en als Elkana vraagt: “de Heere bevestige naar Zijn woord,” die zal ondervinden, dat God machtig is in het bewaren en rijk in trouw.
En zij zei, toen zij haar zoon aan de hogepriester overgaf: Och mijn heer! zo waarachtig als uw ziel leeft, mijn heer! ik ben die vrouw, 1) die hier drie jaar geleden bij u stond om de HEERE te bidden.
Hiermee wil Hanna de hogepriester er nogmaals op wijzen, dat hij haar toen geheel verkeerd beoordeeld heeft, maar ook, dat de Heere zelf haar volkomen heeft gerechtvaardigd. Zij had gebeden en de Heere had haar gebed verhoord. Het bewijs daarvan bracht zij in Samuël mee.
Ik bad om dit kind, dit was het voorwerp van mijn gebeden, en de HEERE heeft mij mijn bede gegeven, die ik van Hem gebeden heb, naar het woord, waarmee gij zelf mij gezegend hebt.
Daarom heb ik hem ook aan de HEERE overgegeven al de dagen, die hij leven zal; hij is van de HEERE gebeden 1) (woordelijk: Daarom maak ook ik van mijn zijde hem tot een voor de Heere afgebedene alle dagen van zijn leven, als die van de Heere afgebeden is,” d.i. ik laat hem mij evenzo van de Heere afeisen, als ik hem van de Heere gevraagd heb); en hij (Elkana) de woorden van zijn vrouw horende, bad aldaar de HEERE aan.
Het is van belang om voornamelijk de hoofdzaak van deze geschiedenis te overwegen: dat Hanna de knaap bracht, die de Heere had gegeven. Met welke woorden, zij hetzelfde getuigt, toen zij hem de naam van Samuël gaf. Openlijk bekent zij daarmee, dat God haar gebed heeft verhoord. Want zij zegt niet, dat enkel dit kind haar gegeven is, maar gegeven op haar gebeden. En nu schrijft zij dit wel niet toe aan het verdienstelijke van haar gebeden, maar niet onbekend is zij ermee, dat God aldus het geloof van de Zijnen wil oefenen door de toegang tot Hem met hun gebeden te openen om de Zijnen zekerheid te verschaffen, dat Hij in waarheid zelf, die tot Hem roepen, verhoort. Wat des te meer uitkomt als zij tot Eli zegt: Zo waarachtig als uw ziel leeft.
Men moet nu niet menen, dat zij daarom bij de ziel van Eli gezworen heeft, wat in de grond van de zaak afgoderij zou wezen; want men mag niet anders zweren, dan bij de naam van God. Alzo heeft Hanna volstrekt niet op een schepsel willen overdragen, wat tot het recht van de levende God behoort, maar zij maakt gebruik van een zekere bevestiging, waarvan de kracht volstrekt niet met een eed gelijk staat. Wanneer men bij het leven van iemand zweert, dan wordt door deze belijdenis openbaar, omdat men het tot getuige aanneemt, dat dit voor de zwerende het kostbaarst is.
Indien Hanna bij het leven van God had gezworen, dan had zij daarmee beleden, dat het leven van God, d.i. het eeuwige leven, haar dierbaar was. Maar waar zij het leven van Eli tot getuige van haar gezegde maakt, daar toont zij, hoe hoog zij Eli acht als priester van de levende God.
Wat wij aan God geven, is wat wij eerst gevraagd en ontvangen hebben van Hem. Al onze giften aan Hem waren eerst Zijn giften aan ons. Het is alles van U, en wij geven het U uit Uw hand (1 Kronieken 29: 14,16).
Uit deze geschiedenis kunnen ouders, die hun kinderen tot de heilige doop tempelwaarts brengen leren wat in hun hart behoort te zijn.
Wij allen zijn ook in onze kindsheid aan de Heere gewijd in de doop. Door deze toewijding zijn wij Hem overgegeven als Zijn eigendom en bestemd tot afzondering van de wereld verplicht tot de dienst des Heeren en tot onthouding van de vleselijke begeerlijkheid. Uit Samuëls voorbeeld zullen wij zien, hoe wij in elke leeftijd aan deze toewijding moeten beantwoorden.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
1 Samuël 1
1 Samuël 1:15.KruisverwijzingenPsalmen 62:8→Psalmen 42:4→Klaagliederen 2:19→Psalmen 142:2→Psalmen 143:6→Spreuken 25:15→Spreuken 15:1→Job 30:16→
— Doch Hanna antwoordde en zeide: Neen, mijn heer! ik ben een vrouw, bezwaard van geest; ik heb noch wijn, noch sterken drank gedronken; maar ik heb mijn ziel uitgegoten voor het aangezicht des HEEREN.
De bijzondere oorzaak van Hanna’s smart kwam uit de veelwijverij, die — al werd zij onder de oude wet geduld — altijd wordt voorgesteld als een allervruchtbaarste bron van smart en zonde. Nooit wordt zij in de Heilige Schrift als prijselijk voorgesteld. In de meeste gevallen liggen de bewijzen van haar kwade werking open in de zon.
Wij behoren dankbaar te zijn dat onder de christelijke godsdienst die gruwel is uitgewist; want ook bij zulke mannen als Abraham, Jakob, David en Salomo werkte zij niet mee tot geluk of gerechtigheid. In het geval dat voor ons ligt had Elkana moeite genoeg door het dragen van de dubbele keten, maar toch viel de zwaarste last op zijn geliefde Hanna, de betere van zijn twee vrouwen. Hoe slechter de vrouw, hoe beter zij het met het stelsel van vele vrouwen kon vinden; maar de goede vrouw zou er zeker onder lijden.
Al werd zij door haar man teder geliefd, de naijver van de medevrouw verbitterde Hanna’s leven en maakte haar tot “een vrouw, bezwaard van geest”. Wij danken God dat het altaar des HEEREN niet langer bedekt wordt met tranen, met wening en met zuchting van die vrouwen der jeugd die het hart van hun man vervreemd en verdeeld vinden door andere vrouwen (zie Mal. 2:13).
Om de hardheid van hun hart werd het kwaad een tijd geduld, maar de vele kwaden die eruit voortkwamen behoren het in de ban te doen bij allen die het welzijn van ons geslacht zoeken. In het begin maakte de Heere voor de mens maar één vrouw. En waarom maar één? Want Hij had des geestes overig en had er zoveel kunnen inblazen als Hem behaagde. Maleachi antwoordt: “Hij zocht een zaad Gods” (Mal. 2:15) — alsof het duidelijk was dat de kinderen van de veelwijverij goddeloos zouden zijn, en dat alleen in het huis van één man en één vrouw godzaligheid gevonden zou worden.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
I. Vs. 1-18.KruisverwijzingenLukas 2:41→Jozua 18:1→Deuteronomium 12:5→Exodus 23:14→Ruth 4:15→1 Samuël 3:3→1 Samuël 1:19→1 Samuël 1:9→
— Daar was een man van Ramathaim-Zofim, van het gebergte van Efraim, wiens naam was Elkana, een zoon van Jerocham, den zoon van Elihu, den zoon van Tochu, den zoon van Zuf, een Efrathiet. En hij had twee vrouwen; de naam van de ene was Hanna, en de naam van de andere was Peninna. Peninna nu had kinderen, maar Hanna had geen kinderen. Deze man nu ging opwaarts uit zijn stad van jaar tot jaar om te aanbidden, en om te offeren den HEERE der heirscharen te Silo; en aldaar waren priesters des HEEREN, Hofni, en Pinehas, de twee zonen van Eli. En het geschiedde op dien dag, als Elkana offerde, zo gaf hij aan Peninna, zijn huisvrouw, en aan al haar zonen en haar dochteren, delen. Maar aan Hanna gaf hij een aanzienlijk deel, want hij had Hanna lief; doch de HEERE had haar baarmoeder toegesloten. En haar tegenpartijdige tergde haar ook met terging, om haar te vergrimmen, omdat de HEERE haar baarmoeder toegesloten had. En alzo deed hij jaar op jaar; van dat zij opging tot het huis des HEEREN, zo tergde zij haar alzo; daarom weende zij en at niet. Toen zeide Elkana, haar man: Hanna, waarom weent gij, en waarom eet gij niet, en waarom is uw hart kwalijk gesteld? Ben ik u niet beter dan tien zonen? Toen stond Hanna op, nadat hij gegeten, en nadat hij gedronken had te Silo. En Eli, de priester, zat op een stoel bij een post van den tempel des HEEREN. Zij dan viel bitterlijk bedroefd zijnde, zo bad zij tot den HEERE, en zij weende zeer.
Op wonderbaar liefelijke wijze wordt door de Heere de opvoeding voorbereid van de man, die naar Zijn raad voor Israël in het godsdienstige en maatschappelijke beide een hervormer zou zijn. Door de school van lang gemis en van bitter leed gaat de moeder, voordat zij een zoon ontvangt; daardoor wordt haar hart bewogen om met verloochening van eigen begeerte aan Hem het kind in dankbare liefde terug te geven, dat zij van hem gebeden heeft.
Daar was, ten tijde dat Eli, uit de priesterlijn Ithamar (Num.25: 13 enzie DACHS “Jud 8:
, het hogepriesterlijk ambt bekleedde, Thola en Jaïr Israël richtten, de eerste in het westen, de tweede in het oosten van het land (Richteren 10: 2,3) ongeveer in het jaar 1140 vóór Chr., een man uit het Levietengeslacht van de Kothathieten (1 (Kronieken 7: 1,22-28,33-38) van Ramathaïm 1) (= de twee hoge plaatsen), Zofim 2) (= wachters), of kortheidshalve Rama (vs.19; 2: 11 (Joz.18: 20) genaamd, van het gebergte van Efraïm, dat zich over het gebied van de stam Efraïm, maar ook in de stamBenjamin en tot aan Rama uitstrekte (Richteren 4: 5) wiens naam was Elkana (= bezit van God); deze naam droegen meerdere van zijn voorvaders (1 Kronieken 7: 22vv), doelende op de bestemming van de stam van Levi (Num.3: 12,45; 18: 6,20). Deze was een zoon van Jerócham (= hij zal barmhartigheid verkrijgen), de zoon van Elihu (= de HEERE is mijn God), Eliab of Eliël (1 Kronieken 6: 27 en “Ge 46: 13), de zoon van Tochu (= neervallen) of Toah, ook Nahath (1 Kronieken 6: 34,36), de zoon van Zuf of Zofai (1 Kronieken 6: 26), een Efrathiet; 3) hij woonde dus eerst in een van de vier Levietensteden van de stam Efraïm (Joz.21: 20-22), maar was in die onrustige tijden (Jud 17:
naar Rama verhuisd, en had op deze plaats, volgens het geslacht, waartoe hij behoorde, de naam Ramathaïm Zofim gegeven (1 Samuel 9: 5).
Ook: “Jud 19: 13”. Daar hebben wij reeds enige plaatsen ten noorden van Jeruzalem genoemd, en onder deze ook Rama. De naam betekent “hoogte”, waaruit gemakkelijk het gedurig terugkeren van die naam te verklaren is. Het hier bedoelde is dat Rama, dat 2 uur noordelijk van Jeruzalem en de stam van Benjamin ligt op een kegelvormige heuvel en thans Raam heet, niet te verwarren met Ramath Mizpe of Ramoth in Gilead in het land ten oosten van de Jordaan (Joz.13: 26; 20: 80 Richteren 10: 17; 11: 34). 2e. Ramath Lechi in het westelijk gedeelte van de stam van Juda (Richteren 15: 17). 3e. Ramath tegen het en (Joz.19:
in het oostelijk deel van dezelfde stam. 4e. Rama in de stam Nafthali (Joz.19: 36). 5e. Rama in de stam Aser (Joz.19: 29). Over Rama in de stam Benjamin (Joz.18: 25 Richteren 4: 5; 19: 13) is onder de geleerden strijd, of dit hetzelfde is als het Rama van Samuël, of een andere plaats. Wij houden de eerste mening voor de ware (Rama van Samuël = Rama Benjamin’s of er Râm). Terwijl wij later de gehele landstreek ten noorden van Jeruzalem tot aan de plaats Michmas bij 9: 5 nader zullen beschrijven, merken wij hier nog op, dat de meer volledige naam Ramathaïm weer terugkeert in het in 1 Makk.11: 35 vermelde Ramatha, dat van dezelfde betekenis is als het nieuw-testamentische Arimathea (Matth.27: 57 Luk.23: 50vv.); de mening, dat Arimathea het tegenwoordige Ramleh is, is eveneens een dwaling.
Zofim betekent, nakomelingen van Suph of Zuf. Rama in Benjamin behoorde daarom tot het geslacht van Zuf. Elkana’s geslacht wordt dan ook in dit vers tot op Zuf teruggevoerd. Deze opsomming van zijn geslacht stemt overeen met 1 Kronieken 6.
Efrathiet wil hier niet zeggen, van Efratha afkomstig, maar zoals 1 Koningen .11: 26 een Efraïmiet. Elkana behoorde oorspronkelijk burgerlijk tot de stam van Efraïm (zie Richteren 17: 7).
En hij had, volgens de toen bestaande gewoonte van de polygamie (Ex 21: 11) twee vrouwen: de naam van de ene was Hanna (= genade of bevallige), en de naam van de andere was Peninna 1) (= koraal). Peninna nu had kinderen, maar Hanna had geen kinderen.
Het schijnt, dat Hanna de eerste vrouw geweest is en dat Elkana, toen het bleek, dat zij onvruchtbaar was, door ernstige begeerte naar kinderen bewogen geworden is tot het nemen van een tweede vrouw, zoals Abraham, met toestemming van Sara, gedaan had. Dit dubbel huwelijk was de oorzaak van verdeeldheid; het was een overtreding van de oorspronkelijke instelling van God, waarop de Heere (Matth.19: 5,8) wijst. Hoe veel beter zorgt Gods wet voor ons geluk in deze wereld, dan wij het zouden doen, indien wij aan onszelf waren overgelaten!.
Deze man nu, Elkana, ging opwaarts uit zijn stad van jaar tot jaar (Ex.13: 10) om, volgens de wet (Ex.34: 23 (Deuteronomium 16: 16) te aanbidden en om te offeren aan de HEERE Zebaoth, 1) de Heere der Heerscharen te Silo, dat 6 uur ten noorden van Rama lag, en waar zich (sinds (Joz.18: 1) de ark van het verbond bevond; en aldaar waren priesters van de HEERE, Hofni en Pinehas, 2) de twee zonen van de toenmalige hogepriester Eli (= mijn God), over wie later (2: 12 vv.; 22 vv.; 3: 11 vv.) gesproken zal worden.
Voor de eerste maal komt hier de naam “Heere Zebaoth,” of eigenlijk: “Heere, God van Zebaoth” voor, die later meermalen terugkeert. Deze uitdrukking noemt God als de God van de hemelse legerscharen, als de heerser over de zichtbare en onzichtbare machten van de hemel. Het is zeker niet zonder reden, dat deze naam van God juist in dit boek het eerst voorkomt, omdat dit nu spoedig van de stichting van een aards koninkrijk in Israël zal vertellen. Voordat dit werkelijk optreedt, moet eerst het koningschap van de HEERE in Zijn de gehele wereld omvattende macht en heerlijkheid tot juiste erkenning gebracht zijn en in een bepaalde uitdrukking als zeker voorgesteld worden, om zo alle verdonkering daarvan door het uitwendige, zichtbare koningschap in het hart van de kinderen van Israël te voorkomen.
Deze uitdrukking komt in het Oude Testament zeer dikwijls voor. Keil merkt op, dat zij bij de profeet Jesaja 61 maal, bij Jeremia 79 maal, bij Amos 9 maal, bij Haggai 13 maal, bij Zacharia 53 maal, bij Maleachi 24 maal voorkomt en bij de andere profeten 1 à 2 maal. Bij Ezechiël wordt zij gemist. Ook in de Psalmen wordt zij veel gevonden, vooral in de krijgspsalmen.
Van Hofni en Pinehas wordt hier reeds melding gemaakt, om de volgende gebeurtenis in te leiden. Opmerkelijk is het, dat wel van zijn zonen, maar niet van Eli als priester wordt gesproken. De reden zal wel hierin liggen, dat Eli te oud was geworden om nog het priesterambt van de Heeren behoorlijk uit te oefenen.
En het geschiedde op die dag dat Elkana offerde, zijn dankoffer bracht, omdat de kinderen van Israël op hun feesten niet met lege handen voor de Heere verschijnen mochten (Ex.23: 15 Deuteronomium 16: 16), gaf hij, bij gelegenheid van de maaltijd, die van het dankoffer gehouden werd (Lev.3: 17, (Ex 29: 34) aan Peninna, zijn vrouw, en aan al haar zonen en haar dochters, delen naar hun getal,
Maar aan Hanna, de kinderloze, gaf hij een aanzienlijk deel, 1) want hij had Hanna lief en wilde haar graag troosten; maar de HEERE had haar baarmoeder gesloten.
In het Hebreeuws Manah achath aphaim. Deze woorden worden door de Vulgata en door Luther met “een stuk treurig” vertaald in de betekenis, dat hij haar slechts één deel geven kon, omdat zij geen kinderen had, treurig, omdat hij haar niet meer kon geven. De Hebreeuwse woorden betekenen eigenlijk: “een stuk van twee aangezichten” en worden door latere uitleggers met onze Statenvertalers vertaald door “een stuk voor twee personen,” d.i. een dubbele portie om Hanna te eren en haar te bewijzen, dat zij hem zo lief was, alsof zij hem een kind geschonken had. De Syrische vertaling heeft reeds: een dubbele portie.
En haar tegenstandster, namelijk Peninna, tergde haar ook met terging, met het bepaalde doel om haar te vergrimmen; door overmoedige woorden en gebaren (Genesis16: 4) zocht zij haar hart te verbitteren, omdat de HEERE haar baarmoeder toegesloten had; in jaloersheid over Elkana’s voorliefde voor Hanna verbitterde zij haar weer, toen hij haar had proberen te troosten.
En zo deed hij, Elkana, jaar op jaar, dat hij haar een dubbel deel gaf, van dat zij met haar man opging tot het huis des HEEREN, en Elkana haar zijn deelnemende liefde betoonde, zo tergde zij, Peninna, haar alzo; 1) daaromweende zij, Hanna, en at niet. 2)
Dit zo correspondeert met het eerste zo. De schrijver wil zeggen: Het ging, jaar uit jaar in, zo dat aan de ene zijde Elkana Hanna een dubbele portie gaf, om haar te troosten en Peninna haar daarom des te meer tergde, zodat Hanna elk jaar haar hart moest luchten in tranen en zuchten.
Onze droefheid over enige zaak is dan ongeregeld en zondig, wanneer zij ons aftrekt van onze plicht jegens God en onze vertroosting in Hem bitter maakt; wanneer die droefheid ons ondankbaar doet zijn wegens de genadebewijzen, die wij genieten en wantrouwend omtrent de goedertierenheid van God ten opzichte van verdere genade en wanneer zij een nevel en treurigheid over onze blijdschap in Christus heen trekt en ons verhindert, dat wij ons van onze plicht kwijten omtrent, en dat we troost scheppen uit onze bloedverwanten (1 Samuel 1: 7).
Toen zij weer eens zo gekrenkt was, en zij zo bitter weende en vastte, zei Elkana, haar man: “Hanna! waarom weent gij? en waarom eet gij niet, en waarom is uw hart kwalijk gesteld? a) Ben ik u niet beter dan tien zonen.
Hoewel gij geen kinderen hebt, hebt gij toch aan mij een man, die u zo innig en teder lief heeft, wanneer gij vele zonen had, zo zouden zij tezamen u niet meer kunnenbeminnen; laat mij een vergoeding zijn voor hetgeen gij mist.”
Ruth 4: 15
Wel was Elkana’s liefde en zijn vriendelijkheid, waarmee hij haar het offervlees toereikte en haar aansprak, een rijke vergoeding tegenover Peninna’s lastertong. O, het was zeker een verzachtende balsem voor haar bedroefd hart. Ja, was kinderloosheid alleen de oorzaak van haar verdriet geweest, Elkana’s woord zou haar hebben opgericht. Maar wanneer een ziel naar God bedroefd is en naar haar Heiland roept, wanneer het vriendelijk oog van God verduisterd is, en de enige hulp in de nood als een grimmig wreker verschijnt, dan is het niet genoeg meer wanneer man of nabestaande vraagt: “Waarom weent gij?” maar dan moet Hij met de ziel spreken, die de weduwe te Naïn naar haar tranen vroeg om ze geheel te kunnen drogen. Een vraag uit Zijn mond, Zijn “vrede zij met u” in het hart gesproken, weegt tegen de bespotting van lasterenden op, en de te voren bedroefde ziel antwoordt op de vraag van deze man: “Ja Heere! Gij, de gever van alle gaven, zijt meer dan goud en schatten! Heere Jezus, uw nabijheid geeft vrede in het hart, de blik van uw genade maakt ons zo zalig, dat zelfs het gebeente daarover vrolijk en dankbaar wordt (vs.18). Elkana schijnt ons toe wel een godsdienstig man geweest te zijn (vs.3) en een tedere echtgenoot voor Hanna (vs.5), maar toch de ware vrees voor de Heere te hebben gemist. Zijn troost is voor het hart, dat hogere dingen kent of behoeft, een armzalige troost; hij weet niet met zijn vrouw te bidden, zoals Izak (Genesis25: 21); hij weet niets te noemen dan zijn liefde, terwijl bij de smarten van deze aarde en het plagen van de mensen onze ziel alleen vrolijk worden kan door de liefde van onze Heere Jezus Christus.
Waar Elkana haar vraagt, of hij haar niet beter is dan tien zonen (met tien wordt hier een grote menigte bedoeld), dan wijst hij alleen op aardse dingen, maar vergeet haar te wijzen op Hem, die ook bij machte is, en, haar nog kinderen te schenken. Van Izak lezen we, dat hij in aanwezigheid van zijn vrouw bad om kinderen, van Elkana lezen wij het niet. Wij beluisteren dan ook in deze woorden een soort van wanhoopskreet, ontvluchtend aan een beschuldigend geweten, omdat Elkana zelf door het nemen van Peninna, de oorzaak van dat tergen van zijn tweede vrouw is geworden. Hij voelt zelf, dat hij diep schuldig staat tegenover Hanna en met die vraag wil hij zijn eigen geweten sussen.
Toen stond Hanna op; nadat hij (men) gegeten en nadat hij (men) gedronken had te Silo; aan de maaltijd had zij geen deel genomen, nu wendde zij haar schreden naar het heiligdom, want het was in haar hart gekomen, of zij niet op het gebed zou verkrijgen wat de natuur haar onthield (Genesis25: 21; 30: 22). En Eli, de hogepriester, zat naar zijn gewoonte, omdat hij reeds bejaard en een zwaarlijvig man was (4: 18), op een stoel bij een post 1) van de tempel
(woordelijk “paleis) des HEEREN, d.i. de tent der samenkomst, toen Hanna in de voorhof was, zonder de hogepriester op te merken, tegenover wie zij zich op de aarde neerwierp.
Onder deze “post” is waarschijnlijk een portaal te verstaan, dat sinds de ark te Silo was opgericht, vóór het voorhangsel, dat de ingang tot het heilige vormde, gemaakt was
Tempel, of eigenlijk paleis. Zo wordt hier de tabernakel genoemd, omdat hij de woning van de Heere was, en wel van de Heere der Heerscharen, de machtige Koning van Israël. De benaming tempel of paleis past dus geheel bij deze naam van Israëls God, die wij hier in deze boeken voor het eerst aantreffen.
Zij dan van ziel bitter bedroefd zijnde, zo bad zij tot de HEERE, 1) en zij weende zeer.
Zij bedienden zich van haar tegenwoordige treurigheid en droefheid van hart tot het opwekken en verlevendigen van haar godvruchtige betrachtingen in het gebed. Zodanig een goed gebruik past ons van onze droefenissen te maken, dan zullen zij ons des te levendiger en hartelijker in onze toevluchtnemingen tot God doen zijn. Onze gezegende Heiland zelf, in zware strijd zijnde, bad des te ernstiger (Luk.22: 44 “1 Samuel 1: 10).
De vijandschap van de wereld kan de gelovige geen schade doen, zij kan alleen tot God dringen en daardoor ten zegen worden.
En zij beloofde een gelofte (Le 27: 8) en zei: 1) HEERE Zebaoth, Heere der heerscharen! zo Gij eenmaal de ellende van uw dienstmaagd aanziet en mij gedenkt en uw dienstmaagd niet vergeet, maar geeft aan uw dienstmaagd een mannelijke nakomeling, zal ik dat de HEERE geven al de dagen van zijn leven (Le 27: 29), en er zal geen scheermes op zijn hoofd komen 2) (Nu 6: 4″ en “(Nu 5: 12”, (Richteren 13: 5).
Met deze woorden wordt meer uitgedrukt haar hevige aandoening van gemoed, n.l. dat Hanna bedroefd van ziel is geweest en zij hevig heeft geweend. En ziedaar dan een eenvoudige reden. Want hier is geen plaats voor retorische wendingen, geen plaats voor sierlijker omhaal van woorden, geen samenvoeging van vele zinnen, zoals de geveinsden gewend zijn God door vele wijdlopige gebeden te naderen, in de hoop, dat zij door dit ijdel geluid van woorden iets zullen verkrijgen. Maar Hanna, door de mensen verworpen, vlucht als een smekelinge tot God. Zij stelt zich niet, zoals velen gewoon zijn, door de beledigingen aangezet, met trotse aanmatiging op de voorgrond, noch beantwoordt op trotse wijze Eli, die haar daden op verachtelijke wijze uitlegt, maar met in het oog vallende bescheidenheid en nederigheid erkent zij en belijdt zij God alleen als de Auteur en Schenker van alle goede gaven. Daarom wendt zij zich tot Hem met de naam van dienstmaagd, opdat zij God mocht bewegen tot het verschaffen van hulp, ziende op de verachting, gepaard met de grofste belediging, die Peninna haar had aangedaan.
Wat nu de woorden van gedenken en niet vergeten betreft, daarvan is in de Heilige Schrift èn genoeg èn overvloedig melding gemaakt om met het menselijk begrip te worden verstaan. Want wie weet niet, dat voor God alle dingen tegenwoordig zijn en Hij niets vergeet, zodat Hem de herinnering aan enige zaak niet behoeft herinnerd te worden. Maar niet altijd zijn wij daarvan verzekerd en nauwelijks kan het geschieden, zo verstompt kunnen wij zich in ons gemoed, dat God enigen tijd vertoeft, om ons te helpen, of wij zijn van mening, dat hij ons vergeten heeft. Waarom wij tegenover dergelijke beproevingen zo moeten waken, dat wij ze te boven komen. Maar ondertussen, omdat wij met onze aardse zinnen het niet geheel kunnen vatten, zolang wij nog op aarde zijn, daarom duldt de Heilige Schrift ons om naar ons begrip als te stamelen, en staat toe, alzo tot God te naderen. Zodanige zijn meestal de woorden van de heiligen, als: Heere, sta op! Waarom houdt gij U van verre? Waarom vergeet gij mij, Waarom verbergt gij uw aangezicht voor ons? Waarom laat gij mij gebrek hebben aan alles? en andere dergelijke meer.
Samuël was een Leviet en dus reeds volgens zijn geboorte tot de dienst bij het heiligdom bestemd. Toch waren er twee zaken, die bovendien in deze gelofte lagen opgesloten. Allereerst werd hij geheel, als bestendig dienaar aan het heiligdom overgegeven, en zou hij spoedig en voor altijd van zijn ouders daarheen trekken, terwijl zich anders de Levieten slechts van het vijfentwintigste jaar af, en dan slechts ieder jaar enige tijd naar het heiligdom begaven, en daarna weer naar hun woonplaats terugkeerden en daar voornamelijk leefden (Num.8: 24vv.); vervolgens zou hij in een voortdurend Nazireaat leven, waardoor hij in een stand kwam, die de priesterlijke gelijk was.” Van deze, overigens zeer juiste aanmerkingen van v.Gerlach, moeten wij het volgende voor onjuist verklaren: “van daar (deze priesterlijke waardigheid, die Samuël volgens zijn leven lang Nazireaat bezat) is het ook te verklaren, wanneer hij later, nadat de buitengewone profetische roeping en het ambt als richter daarbij gekomen waren, ook priesterlijke bezigheden verrichtte”; daartoe gaf hem noch het Nazireaat noch het richterambt bevoegdheid, maar alleen zijn profetische roeping, waardoor de Heere hem aan het hoofd van het volk plaatste in een tijd, toen over de priesterstand, zowel als over het heiligdom het gericht van God begonnen was (4). Voor Israël was een van die tijden begonnen, zoals die nu en dan in de geschiedenis van het Godsrijk voorkomen, dat er namelijk menselijker wijze geen hoop op voortbestaan meer is, en de natuurlijke berekening niets anders laat verwachten dan een wegsterven tot de ondergang. Vervolgens is ook de tijd gekomen, dat de Heere iets nieuws schept, Zelf ingrijpt, hulp verschaft, die geen mens zou kunnen verlenen, en niet slechts het oude herstelt, maar waarin hij Zijn volk een aanmerkelijke trap hoger brengt en nieuwe krachten verleent. In de dagen, waarvan wij spreken, was het heiligdom ontheiligd; er zou echter geen nieuwe openbaring over de ark van het verbond of door wolk- en vuurkolom plaats vinden, maar nu was het tijd, dat aan het volk van God duidelijk gemaakt werd, hoe de levende God, die in het midden van Zijn volk woont, Zich niet tot de met handen gemaakte ark bepaalt, maar Zijn ark maakt in levende dragers en getuigen van Zijn woord; het uur was gekomen, om te tonen, dat de uitwendige godsdienst van de tent der samenkomst slechts zinnebeeldig was, en dat de levende gemeenschap van de gelovigen met hun God op mededeling van de openbaring van Zijn Geest berustte. De ark van het verbond viel in de handen van de vijanden, en vond pas na langere tijd haar plaats op den berg Zion, en vervolgens in Salomo’s tempel; de zegenende openbaring van God geschiedde echter vervolgens door de profeten, die van nu als een geestelijke macht voortdurend optreden. Dat behoort voor de Christenen belofte te zijn bij elke zegen, die God geeft in zijn dagelijks werk: wat God geeft, aan God weer toe te wijden. Dat is de ware gezindheid, die in het hart van de ouderen hart bij de doop behoort te zijn; het van God gegeven kind aan de Heere terug te geven.
Het geschiedde nu, toen zij evenzeer, toen zij lang bleef biddende voor het aangezicht des HEEREN, zo gaf Eli acht op haar mond, om te zien, wat toch eigenlijk deze vrouw deed.
Want Hanna sprak in haar hart, 1) alleen roerden zich haar lippen, maar haar stem werd niet gehoord,
zodat haar gehele houding de hogepriester bijzonder en vreemd moest voorkomen; a) daarom hield Eli haar voor dronken. 3)
Hand.2: 13
Eigenlijk staat er tot haar hart en drukt uit, dat waar zij zich alleen als met haar hart bevond, zonder dat haar stem werd gehoord, zij zichzef troostte met hetgeen zij voorbracht voor het aangezicht des Heeren.
Er wordt gezegd, dat Eli Hanna, die haar gebeden zo lispelende voortbracht, heeft berispt, wat uit het hogepriesterlijk ambt voortkwam, omdat het zijn roeping was niet alleen het volk in het openbaar, maar ook in het bijzonder te onderwijzen. Hij bedroog zich echter in zijn mening. Waaruit blijkt, dat niemand zo scherpzinnig is, die te oordelen heeft over onzekere en onheldere zaken, dat hij zich nog niet bedriegen of dwalen kan. Over de zaken nu, waarvan wij weten, dat zij door God zijn voorgeschreven, is het oordeel gemakkelijk uit Zijn Woord op te maken, maar over de zaken, die in het midden liggen, moeten wij niet te spoedig een eindoordeel vellen. Waar wij nu zien, dat Eli zich bedroog ten opzichte van de vurige tot God biddende Hanna, zodat hij haar dronken verklaarde, hoe veel zorg en zorgvuldigheid past ons niet, om niet te gestreng over de daden van de naasten te oordelen en haastig een vonnis over hen te vellen.
Hierdoor betoonde zij haar geloof aan God als de Kenner van het hart en van haar begeerten. Gebed is geen zaak, waarvoor wij ons mogen schamen, maar wij moeten elke schijn van vertoning vermijden. Wat tussen God en onze zielen voorvalt, laat ons dat voor onszelf houden.
Laat ons voorzichtig zijn in het beoordelen van anderen. Het was, voorwaar! een slecht bewijs voor die tijden, dat een biddende vrouw werd aangezien voor één, die dronken was.
En Eli, uit zijn verborgen plaats tevoorschijn komende, zei tot haar: Hoe lang zult gij u dronken aanstellen, u in zo’n toestand aan de heilige plaats bevinden? doe uw wijn van u. 1)
In dit geval dwaalde Eli, ofschoon zonder opzet. Want het is zeker, dat de gebeden van Hanna goed waren en door de Heilige Geest voortgebracht. Waarom hij, terwijl hij haar van dronkenschap beschuldigde, niet slechts deze vrouw, maar eigenlijk God, ofschoon tegen zijn wil, schandelijk belasterde. Want wij weten, dat de Heilige Geest de Auteur en aandrijver is van onze gebeden en dat wij zonder Diens aandrijven zelfs niet de mond tot God kunnen openen.
Dit is hetzelfde alsof hij zei: ga naar uw bed en slaap uit, en kom dan weer. Eli handelde hoogst onvoorzichtig en benadeelde de waardigheid van een hogepriester, die het voorbeeld moest zijn van Hem, die medelijden heeft met onze zwakheden. Men heeft zijn harde beschuldiging willen verklaren uit het feit, dat niet zelden dronken vrouwen tot de tabernakel kwamen en in die toestand zich door de zonen van Eli lieten verleiden. Het is mogelijk, maar dit heft de beschuldiging toch niet op, die met recht tegen Eli kan worden aangebracht, dat waar hij zijn zonen zelfs niet zuur aanzag, deze vrouw met deze onverdiende verwijten overlaadde.
De Lutherse vertaling heeft hier zeer ten onrechte: “laat de wijn van u komen, die gij bij u hebt,” in de betekenis van: “slaap uw roes uit” (1 Samuel .25: 37). Dat woord: “Doe uw wijn van u!” mocht wel als een Godswoord in vele oren klinken! Och, dat Eli, die zo hard kon aanspreken, meer gesproken had, waar hij dit behoorde te doen tot de waarlijk goddelozen, tot Hofni en Pinehas; maar menig prediker ijvert tegen de zonden van anderen en verzorgt zijn eigen huis niet (1 Tim.5: 8). Een nieuwe kwelling voor de vrome, biddende Hanna; zelfs de hogepriester verstoot de onschuldige. Zo zinkt haar laatste hoop weg. Aan de zegen van de hogepriester heeft God Zijn zegen verbonden (Num.6: 25). Maar nu alles wegzinkt, wordt Gods genade openbaar.
Maar Hanna1) antwoordde en zei: Nee mijnheer, ik ben een vrouw, die bezwaard van geest is; ik heb noch wijn noch sterke drank (Lev.10: 11, “Nu 6.4) gedronken; maar ik heb mijn ziel in het gebed uitgegoten (Psalm 42: 5; 62: 9)voor het aangezicht des HEEREN.
Wij hebben wederkerig te letten op de bescheidenheid van Hanna die, ofschoon door de hogepriester beledigd, met eerbied en zachtmoedigheid antwoordt dat zij, zoals hij haar beschuldigde, volstrekt niet dronken was, maar uit de aandrang van haar hart en de treurigheid van haar ziel voor Gods aangezicht weende, en dat zij noch wijn noch enige andere dronkenmakende drank had gedronken.
Hoe weinig ziet gij heden dat, wie valselijk beschuldigd worden, deze bedaardheid oefenen, ja veel liever tegen hun beschuldigers zich heftig verzetten en grote beroerte veroorzaken. Wij verdragen zelfs ongeduldig één enkel woord, dat een weinig scherp klinkt, ja ofschoon wij in waarheid schuldig staan, toch eraan herinnerd, hevig opbruisen. Daarom moet deze vrouw ons tot een voorbeeld zijn, die tegen de hogepriester Eli, ofschoon hij haar heeft gekwetst, niet opstaat. Het betekent toch wat om van dronkenschap beschuldigd te worden, maar toch blijft zij binnen de grenzen van bezadigdheid.
Wanneer wij ten onrechte beticht worden, moeten wij trachten niet alleen ons van de betichting te zuiveren, maar ook onze broeder genoegen te geven, door aan hem een oprecht en waarachtig verhaal te geven van datgene, waaromtrent zij ons inziens een verkeerd denkbeeld bij zichzelf gevormd hebben (1 Samuel 1: 15).
Houdt toch uw dienstmaagd niet voor een dochter van Belial, voor een slechte vrouw, want ik heb tot nu toe gesproken uit de veelheid van mijn gedachten en van mijn verdriet. 1)
In het Hebreeuws ynpl Ntt la (Al thittheen liphnee). Letterlijk: leg niet voor. Gewoonlijk komt deze uitdrukking voor in de zin van, iemand aan een ander prijsgeven hier echter moet het opgevat worden in de zin van, in gedachten in de plaats van iemand stellen. Hanna vraagt aan Eli, dat hij haar toch niet gelijk schatte met de goddeloze en ontuchtige vrouwen, die bij de tabernakel kwamen, en verklaart hem nu verder, hoe het kwam, dat hij haar voor dronken kon houden.
Hanna zuiverde zichzelf nederig van de misdaad, waarvan zij beschuldigd was. Zij beschuldigde niet weer door Hem het gedrag van zijn eigen zonen te verwijten. Als wij onrechtvaardig beoordeeld worden, hebben wij behoefte een dubbele wachter voor de deur van onze lippen te plaatsen, opdat wij niet weer beschuldigen, en berisping voor berisping teruggaven. Zij was meer dan gewoon sterk in het gebed geweest en dat, zo vertelt zij hem, was de ware reden van haar bijzondere houding en gebaren. Als wij onrechtvaardig beschuldigd worden, moeten wij trachten niet alleen onszelf vrij te pleiten, maar ook onze broeders voldoening te geven, door een juist en waar bericht te geven van hetgeen zij berispt hebben.
Toen antwoordde Eli 1) uit haar verstandige woorden zijn dwaling bemerkende, en omdat zij een diepe indruk op hem maakten, haar zijn hartelijke deelneming betuigde, en zei, zonder te weten, waarom zij gebeden had: Ga heen in vrede! en de God van Israël, die doet wat godvrezenden begeren, hun geroep hoort en hen helpt (Psalm 145: 9), zal uw bede geven, die gij van Hem gebeden hebt.
Ook in Eli, de hogepriester, is zijn bezadigdheid lofwaardig, doordat hij zowel de kalme verontschuldiging van Hanna aanhoort, als dat hij zijn dwaling erkent. Want van Hanna slechte gedachten te hebben was veel, maar dat hij haar omtrent dronkenschap verwijten had gedaan was veel erger. Waarom dit, terwijl hij haar kalm laat antwoorden, zijn dwaling erkent, ja, zelfs enigermate vergiffenis vraagt, en niet vreest de beschuldiging van lichtvaardigheid of overhaasting, aan velen onwaarschijnlijk voorkomt, die opgeklommen tot het een of ander ere-ambt, zelfs nooit de eenvoudigste tegenwerping dulden en honderdmaal van dwaling overtuigd, ja, van aangedane mishandeling beschuldigd, echter haar willen ontveinzen en niet tot het bekennen van hun dwaling zijn te brengen, niet tot het vragen om vergiffenis, hoe dan ook. Waarom ook dit voorbeeld in de bezadigdheid wordt voor ogen gesteld, zodat het des te ijveriger door ons moet overwogen worden, en de herinnering waardig is, naarmate het zeldzaam voorkomt. Want waar hij Hanna alle goeds toewenst en in vrede van zich laat gaan, daar beschuldigt hij zichzelf en spreekt haar vrij van de misdaad, waarvan hij haar beticht heeft.
Eli was voor overtuiging vatbaar, gewillig om zijn misvatting te belijden en te herstellen. Zo heeft Hanna door haar zacht antwoord hem tot een vriend gemaakt en zijn berisping in een gebed voor haar veranderd.
Eli vraagt niet wat zij gebeden heeft, wat zij gevraagd heeft, maar zo’n gunstige indruk maakt Hanna op hem en zo is hij overtuigd van zijn ongelijk, dat hij haar op haar woord gelooft en haar toezegt, als in de naam des Heeren, Wiens hogepriester hij is, dat haar bede vervuld zal worden.
En zij zei: Laat uw dienstmaagd genade vinden in uw ogen, en schenk mij ook verder uw deelneming en voorbede, opdat uw priesterlijke belofte vervuld worde. Alzo ging die vrouw haars weegs, in haar hart verzekerd door de HeiligeGeest, dat het woord van de hogepriester niet slechts een vrome wens zou zijn; en zij at (vs.7vv.) en haar aangezicht was zo droevig niet meer als vroeger. 1)
Van waar die gelukkige verandering? Zij had in het gebed haar zaak aan God toevertrouwd en Eli had voor haar gebeden. Gebed is gemoedsrust voor een begenadigde ziel. Jakobs nageslacht heeft dit dikwijls bevonden, vertrouwende, dat God nooit zeggen zal: “Zoekt Mij tevergeefs” (Fil.4: 6-7).
Niemand zal lang ellendig of troosteloos blijven, die van het voorrecht gebruik maakt om te naderen tot de genadetroon van een in Christus Jezus verzoend God.
In mijn woning heb ik een klein bidvertrek, daarheen ga ik, wanneer mijn geest vermoeid of neergedrukt is en nooit deed ik het tevergeefs. Dit is dat gedeelte van de Heilige Schrift, waarop aanstonds Luthers oog viel, toen hij in de bibliotheek van Erfurt (gedurende zijn studietijd van 1501-1505) voor het eerst de gehele Bijbel in de Latijnse taal vond. Nog in latere jaren dacht hij aan de indruk, die het lezen juist van deze geschiedenis op hem gemaakt had, en het was zeker meer dan toeval, dat de kerkhervormer zijn Bijbelstudie moest beginnen met de geschiedenis van de moeder van die man, die geroepen was tot hersteller van de oudtestamentische gemeente.
Hanna had in waarheid in het geloof gebeden, en nu zij van de dienstknecht van de HEERE toezegging heeft gekregen van de verhoring van haar gebed, is zij een geheel ander mens geworden.
Zij weet, dat God een Waarmaker is van Zijn woord. Haar eten is een daadwerkelijk Amen van haar ziel op de belofte van God.
II. Vs. 19-2KruisverwijzingenGenesis 30:22→1 Samuël 1:11→Genesis 4:1→Genesis 21:1→Psalmen 25:7→1 Samuël 1:1→1 Samuël 2:11→Markus 1:35→
— En zij stonden des morgens vroeg op, en zij aanbaden voor het aangezicht des HEEREN, en zij keerden weder, en kwamen tot hun huis te Rama. En Elkana bekende zijn huisvrouw Hanna, en de HEERE gedacht aan haar.
: 11. Van het heiligdom te Silo naar Rama teruggekeerd, wordt Hanna moeder van een jongetje, dat zij, omdat het de verhoring van haar gebeden is, Samuël noemt. Zij houdt het onder haar moederlijke verzorging, totdat het gespeend is, dan brengt zij het naar Silo naar de hogepriester Eli om hem levenslang aan de dienst des Heeren toe te wijden. Bij deze overgave wekt de Geest des Heeren haar tot een lofzang op, die begint met de uitdrukking van het in vreugde ruim geworden hart; daarop de Heere als de Heilige prijst, die de trotsen weet te buigen en de ootmoedigen te verheffen; zij eindigt met een profetische blik in de laatste toekomst, wanneer het machtige en rechtvaardige regeren van God zich in een gericht over de gehele aarde door Zijn Koning en Gezalfde openbaren zal.
En zij, Elkana met zijn beide vrouwen, stonden de volgende dag ‘s morgens vroeg op, en maakten zich gereed weer huiswaarts te vertrekken, omdat de dagen van het feest ten einde waren, en zij aanbaden voor het aangezicht des HEEREN; 1) het dagelijks morgenoffer (Nu 28: 8) werd nog door hen bijgewoond, waarbij Elkana nog een gelofte deed (vs.21), en zij keerden wteurg en kwamen tot hun huis te Rama (vs.1). En Elkana bekende zijn vrouw Hanna en de HEERE 2) dacht aan haar; Hij gaf haar door de daad te kennen, dat Hij haar gebed gehoord had (vs.11), omdat Hij haar nu zegende met de hoop van moeder te worden. (Genesis30: 22).
Het is goed de dag met God te beginnen. Laat Hem, die de Eerste is, het eerste hebben.
Terstond nadat zij haar gebeden tot God heeft opgezonden ontvangt zij, opdat God haar in zichzelf het bewijs gaf, dat haar gebeden niet tevergeefs waren geweest, omdat zij, de vroegere onvruchtbare, ontving en een zoon baarde. Hier nu openbaart zich de buitengewone kracht van God in verband met de tijdsomstandigheden. Want indien Hij Elkana kinderen had gegeven uit haar, zoals uit de tweede, zou de goedheid van God niet zo geschitterd hebben. Maar waar Hij uit een onvruchtbare, en iemand, die vroeger nooit ontvangen had, plotseling verwekt en haar moeder doet worden, daar wordt naar waarheid de kracht van God erkend en de gave van God en Zijn bijzondere gunst gepredikt, dat God zich verwaardigd heeft, om de gebeden van een vrouw te verhoren. Hier komt helder uit, dat God in gunst op de mensen neerziet, waar Hij zich verwaardigt de gebeden, die voor de dingen van dit leven tot Hem worden opgezonden, te horen.
En die man Elkana trok op met zijn gehele huis naar Silo tot het Paasfeest, het eerste na de geboorte van het kind; om de HEERE te offeren het jaarlijkse offer, dat hij volgens de wet moest brengen (vs.3), en bovendien voor ditmaal het offer van zijn gelofte, 1) dat hij de Heere beloofd had, na de mededeling door Hanna van haar bede, wanneer de Heere aan haar een zoon geschonken zou hebben (vs.19).
Hieruit blijkt duidelijk, dat Elkana ook een gelofte had gedaan, indien de Heere het gebed van Hanna zou verhoren. Deze gelofte bestond in het brengen van offers. De LXX voegt hier nog bij: “en alle tienden van zijn land.” Ook Josefus vermeldt dit, maar men weet, dat deze de Septuaginta reeds kende.
Maar Hanna trok niet op, zoals vroeger, maar zij zei tot haar man: Als de jongen gespeend is 1) (Genesis21: 8) zal ik weer meegaan, dan zal ik hem brengen naar het heiligdom te Silo, dat hij voor het aangezicht des HEEREN verschijnt, en tot Zijn eigendom overgegeven wordt, en wel dat hij daar blijft tot in eeuwigheid, 2) zijn gehele leven van zijn vroegste jeugd af (1 (Samuel 1: 11). Ditmaal en ook het volgende jaar wil ik echter thuis blijven, om mijn kind te houden. 3)
Dat was een zware zaak voor de vrome Hanna, maar zij weet dat gehoorzamen beter is dan offerande. Indien wij afgehouden door een plicht ons moeten onthouden van het openbare vereren Gods en die plicht in de rechte geest vervullen, zal de Here het niet aan zegen laten ontbreken. Sommige moeders zoogden hun kinderen tot hun derde jaar (2 Makk.7: 27 2Ma 7.27). De aanleidende oorzaak tot dit besluit is zonder twijfel zinnebeeldig. Het aan God gewijde kind moest als het ware eerst een volkomen offer worden, voordat het aan de Heere werd overgegeven, zoals elk offerdier ten minste eerst drie dagen bij de moeder zijn moest (Lev.22: 27). De overgave van een kind aan de dienst van de tempel op het derde jaar van zijn leven gebeurde om reeds van het eerste tijdstip van de ontwikkeling van zijn geestvermogens hem in een heilige omgeving te plaatsen, en het is bovendien volstrekt niet nodig aan te nemen, dat met het spenen van de moedermelk ook de onthouding van de moederlijke opvoeding is samen te vatten. Misschien ook werd van toen af zijn verpleging verricht door een van de vrouwen, die aan de deur van de tent der samenkomst dienden (2: 22).
In het Hebreeuws Mlwe de (Ad Olam), tot in eeuwigheid, d.i. hier, geheel zijn leven. Zoals reeds gemeld is, behoefde Samuël als Leviet pas met zijn 25ste levensjaar zich te begeven tot de dienst van de Tabernakel, maar zijn moeder had hem vrijwillig voor geheel zijn leven aan de dienst des Heeren overgegeven.
En Elkana, haar man, volkomen instemmende met de wens van zijn vrouw, zei tot haar: Doe wat goed is in uw ogen, blijf met hem thuis, totdat gij hem gespeend zult hebben. De HEERE bevestige naar Zijn woord, dat Hij door Zijn hogepriester gesproken heeft (vs.17), en geve u ook wat gij van Hem voor uw zoon gebeden hebt. Zo bleef de vrouw tot in het volgende jaar thuis, en zoogde haar zoon, totdat zij hem in de tijd van het tweede tot het derde levensjaar speende.
Daarna, toen zij hem gespeend had, bracht zij hem met zich opwaarts ten tijde van het Paasfeest, met drie vaarzen, 1) waarvan twee tot het jaarlijks brand- en dankoffer moesten dienen, de derde tot een wijdings-offer voor de knaap bestemd was, en daarbij een efa meel voor het spijsoffer, dat bij het drievoudig offer behoorde, en een fles met wijn 2) ten drankoffer (Num.15: 9vv., 12), en zij bracht hem in het huis des HEEREN te Silo; en het jongetje was zeer jong.3)
De in het oog vallende zaak, dat Samuëls ouders, naar vs.24, drie vaarzen mee naar Silo namen en in vs.25 slechts van het slachten van één vaars sprake is, verklaart zich eenvoudig daaruit, dat vs.25 slechts het offer uitdrukkelijk vermeldt dat met de overgave van de knaap verbonden was, n.l. het brandoffer, waardoor de knaap de Heere als geestelijk offer tot levenslange dienst in Zijn heiligdom werd gewijd, terwijl die beide andere stieren tot gelijke offers dienden, d.i. tot de brand- en dankoffers, die Elkana jaarlijks offerde en wat de schrijver overbodig acht te vermelden, omdat dit deels uit vs.3, deels uit de Mozaïsche wet is op te maken.
Hanna bood haar kind met een offerande aan. Zo ver was zij van de gedachte, dat zij door haar zoon aan God aan te bieden, God tot haar schuldenaar maakte, dat zij door deze gedode offers de aanneming van God van haar levend offer zocht. Al onze overeenkomsten met God voor onszelf en de onzen moesten door offeranden gebeuren, door het grote Offer, dus met dankbare erkenning van Gods goedheid in het antwoorden op ons gebed (Psalm 34: 2,4,6).
Hiermee wordt aangetoond, dat dit een zeer buitengewoon geval was. Ofschoon Samuël nog een tere knaap was, bracht zijn moeder hem toch naar het Heiligdom, omdat zij hem de Heere had toegezegd.
Hebreeuws: “het kind was een kind” d.i. zij konden daarover volkomen beschikken.
En zij slachtten een van de drie vaarzen, die tot wijdingsoffer bestemd was, zij maakten die tot een zinnebeeldig teken, wat Samuël voor de Heere moest zijn, namelijk een geestelijk offer tot levenslange dienst in het heiligdom (Richteren 11: 31), zo brachten zij het kind tot Eli, 1) opdat deze hem verder door de vrouwen, die bij de deur van de tent der samenkomst dienden, zou laten opvoeden (2: 22) en het kind reeds bij het eerste ontwaken van zijn geestvermogens de indrukken van de heilige nabijheid van God in zich zou kunnen opnemen.
Had Hanna haar zoon aan mensenhanden willen overgeven ter opvoeding, en op deze vertrouwd, zij zou zich zeker bedrogen hebben gezien, omdat Eli de rechte opvoeder niet was (3: 13), noch de vrees voor de Heere van die vrouwen te leren was (2: 22), en bovendien zijn omgeving uit Belials mannen bestond (2: 12). Hanna had hem echter niet gebracht tot mensen, maar opdat hij voor het aangezicht des Heeren zou zijn (vs.22), en zij heeft zich niet bedrogen gezien. Hanna geeft een leer aan ouders; die wel de beste leermeesters voor hun kinderen zoeken, maar de enige Leermeester, de hoogste Opvoeder vergeten. Zij geeft een aandrang aan ouders, die hun zonen aan de dienst des Heeren willen overgeven, zich daarvan niet te laten afhouden door vrees voor het verleidend voorbeeld van mede studerenden. Wie als Hanna hem voor Gods troon gedenkt, en als Elkana vraagt: “de Heere bevestige naar Zijn woord,” die zal ondervinden, dat God machtig is in het bewaren en rijk in trouw.
En zij zei, toen zij haar zoon aan de hogepriester overgaf: Och mijn heer! zo waarachtig als uw ziel leeft, mijn heer! ik ben die vrouw, 1) die hier drie jaar geleden bij u stond om de HEERE te bidden.
Hiermee wil Hanna de hogepriester er nogmaals op wijzen, dat hij haar toen geheel verkeerd beoordeeld heeft, maar ook, dat de Heere zelf haar volkomen heeft gerechtvaardigd. Zij had gebeden en de Heere had haar gebed verhoord. Het bewijs daarvan bracht zij in Samuël mee.
Noem mij niet Mara, noem mij Naomi (Vergelijk Ruth 1: 20).
Ik bad om dit kind, dit was het voorwerp van mijn gebeden, en de HEERE heeft mij mijn bede gegeven, die ik van Hem gebeden heb, naar het woord, waarmee gij zelf mij gezegend hebt.
Daarom heb ik hem ook aan de HEERE overgegeven al de dagen, die hij leven zal; hij is van de HEERE gebeden 1) (woordelijk: Daarom maak ook ik van mijn zijde hem tot een voor de Heere afgebedene alle dagen van zijn leven, als die van de Heere afgebeden is,” d.i. ik laat hem mij evenzo van de Heere afeisen, als ik hem van de Heere gevraagd heb); en hij (Elkana) de woorden van zijn vrouw horende, bad aldaar de HEERE aan.
Het is van belang om voornamelijk de hoofdzaak van deze geschiedenis te overwegen: dat Hanna de knaap bracht, die de Heere had gegeven. Met welke woorden, zij hetzelfde getuigt, toen zij hem de naam van Samuël gaf. Openlijk bekent zij daarmee, dat God haar gebed heeft verhoord. Want zij zegt niet, dat enkel dit kind haar gegeven is, maar gegeven op haar gebeden. En nu schrijft zij dit wel niet toe aan het verdienstelijke van haar gebeden, maar niet onbekend is zij ermee, dat God aldus het geloof van de Zijnen wil oefenen door de toegang tot Hem met hun gebeden te openen om de Zijnen zekerheid te verschaffen, dat Hij in waarheid zelf, die tot Hem roepen, verhoort. Wat des te meer uitkomt als zij tot Eli zegt: Zo waarachtig als uw ziel leeft.
Men moet nu niet menen, dat zij daarom bij de ziel van Eli gezworen heeft, wat in de grond van de zaak afgoderij zou wezen; want men mag niet anders zweren, dan bij de naam van God. Alzo heeft Hanna volstrekt niet op een schepsel willen overdragen, wat tot het recht van de levende God behoort, maar zij maakt gebruik van een zekere bevestiging, waarvan de kracht volstrekt niet met een eed gelijk staat. Wanneer men bij het leven van iemand zweert, dan wordt door deze belijdenis openbaar, omdat men het tot getuige aanneemt, dat dit voor de zwerende het kostbaarst is.
Indien Hanna bij het leven van God had gezworen, dan had zij daarmee beleden, dat het leven van God, d.i. het eeuwige leven, haar dierbaar was. Maar waar zij het leven van Eli tot getuige van haar gezegde maakt, daar toont zij, hoe hoog zij Eli acht als priester van de levende God.
Wat wij aan God geven, is wat wij eerst gevraagd en ontvangen hebben van Hem. Al onze giften aan Hem waren eerst Zijn giften aan ons. Het is alles van U, en wij geven het U uit Uw hand (1 Kronieken 29: 14,16).
Uit deze geschiedenis kunnen ouders, die hun kinderen tot de heilige doop tempelwaarts brengen leren wat in hun hart behoort te zijn.
Wij allen zijn ook in onze kindsheid aan de Heere gewijd in de doop. Door deze toewijding zijn wij Hem overgegeven als Zijn eigendom en bestemd tot afzondering van de wereld verplicht tot de dienst des Heeren en tot onthouding van de vleselijke begeerlijkheid. Uit Samuëls voorbeeld zullen wij zien, hoe wij in elke leeftijd aan deze toewijding moeten beantwoorden.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel