Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is. De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen. De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler. De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders. Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften. Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is. De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas. Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd. Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen. Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten. © Teun van der Plas
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1
JaagtG1377 de liefdeG26 na, en ijvertG2206 om de geestelijkeG4152 gaven, maarG1161 meestG3123, datG2443 gij moogt profeterenG4395.
Jaagt de liefde na, en ijvert om de geestelijke gaven, maar meest, dat gij moogt profeteren.
KJV
Follow1
after charity,3
and5
desire4
spiritual7
gifts, but9
rather8
that10
ye may prophesy.11
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2
Want die een vreemde taalG1100 spreektG2980, spreektG2980 nietG3756 den mensenG444, maar GodeG2316; wantG1063 niemandG3762 verstaatG191 het, doch met den geestG4151 spreektG2980 hij verborgenhedenG3466.
Want die een vreemde taal spreekt, spreekt niet den mensen, maar Gode; want niemand verstaat het, doch met den geest spreekt hij verborgenheden.
KJV
For2
he that speaketh3
in an unknown tongue4
speaketh7
not5
unto men,6
but8
unto God:10
for12
no man11
understandeth13
him; howbeit15
in the spirit14
he speaketh16
mysteries.17
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3
MaarG1161 die profeteertG4395, spreektG2980 den mensenG444 stichtingG3619, en vermaningG3874 en vertroostingG3889.
Maar die profeteert, spreekt den mensen stichting, en vermaning en vertroosting.
KJV
But2
he that prophesieth3
speaketh5
unto men4
to edification,6
and7
exhortation,8
and9
comfort.10
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4
Die een vreemde taalG1100 spreektG2980, die stichtG3618 zichzelvenG1438; maarG1161 die profeteertG4395 die stichtG3618 de GemeenteG1577.
Die een vreemde taal spreekt, die sticht zichzelven; maar die profeteert die sticht de Gemeente.
KJV
He that speaketh2
in an unknown tongue3
edifieth5
himself;4
but7
he that prophesieth8
edifieth10
the church.9
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5
En ik wilG2309 wel, dat gij allenG3956 in vreemde talenG1100 spreektG2980, maarG1161 meer, datG2443 gij profeteertG4395; wantG1063 die profeteertG4395, is meerderG3187 dan die vreemde talenG1100 spreektG2980, tenzijG1622 dan, dat hij het uitleggeG1329, opdatG2443 de GemeenteG1577 stichtingG3619 moge ontvangenG2983.
En ik wil wel, dat gij allen in vreemde talen spreekt, maar meer, dat gij profeteert; want die profeteert, is meerder dan die vreemde talen spreekt, tenzij dan, dat hij het uitlegge, opdat de Gemeente stichting moge ontvangen.
KJV
I would1
that ye
all3
spake5
with tongues,6
but2
rather7
that9
ye prophesied:10
for12
greater
is he that prophesieth14
than15
he that speaketh17
with tongues,18
except19
he interpret,22
that23
the church25
may receive27
edifying.26
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6
En nu, broedersG80, indienG1437 ik totG4314 uG4771 kwamG2064, en sprakG2980 vreemde talenG1100, watG5101 nuttigheidG5623 zou ik u doen, zoG1437 ik tot uG4771 nietG3361 sprakG2980, ofG2228 inG1722 openbaringG602, ofG2228 inG1722 kennisG1108, ofG2228 inG1722 profetieG4394 ofG2228 inG1722 leringG1322?
En nu, broeders, indien ik tot u kwam, en sprak vreemde talen, wat nuttigheid zou ik u doen, zo ik tot u niet sprak, of in openbaring, of in kennis, of in profetie of in lering?
KJV
Now,1
brethren,3
if4
I come5
unto6
you
speaking9
with tongues,8
what10
shall I profit12
you,
except
I shall speak16
to you
either17
by18
revelation,19
or20
by21
knowledge,22
or23
by24
prophesying,25
or26
by27
doctrine?28
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7
ZelfsG3676 ook de levenlozeG895 dingen, die geluidG5456 gevenG1325, hetzij fluit, hetzij citer, zoG1437 zij geenG3361 onderscheidG1293 met hun klankG5353 gevenG1325, hoeG4459 zal bekendG1097 worden, hetgeen op de fluit ofG2228 op de citer gespeeld wordt?
Zelfs ook de levenloze dingen, die geluid geven, hetzij fluit, hetzij citer, zo zij geen onderscheid met hun klank geven, hoe zal bekend worden, hetgeen op de fluit of op de citer gespeeld wordt?
Ook in dit vers
fluitG832
fluitG836
citerG2788
citerG2789
KJV
And even1
things without life3
giving5
sound,4
whether6
pipe7
or8
harp,9
except
they give15
a distinction11
in the sounds,13
how16
shall it be known17
what is piped19
or20
harped?22
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8
WantG1063 ookG2532 indienG1437 de bazuinG4536 een onzekerG82 geluidG5456 geeftG1325, wieG5101 zal zich totG1519 den krijgG4171 bereidenG3903?
Want ook indien de bazuin een onzeker geluid geeft, wie zal zich tot den krijg bereiden?
KJV
For2
if3
the trumpet6
give7
an uncertain4
sound,5
who8
shall prepare himself9
to10
the battle?11
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9
AlzoG3779 ookG2532 gijlieden, indienG1437 gij nietG3361 doorG1223 de taalG1100 een duidelijkeG2154 redeG3056 geeftG1325, hoeG4459 zal verstaanG1097 worden hetgeen gesprokenG2980 wordt? WantG1063 gij zult zijnG1510 als die inG1519 de luchtG109 spreektG2980.
Alzo ook gijlieden, indien gij niet door de taal een duidelijke rede geeft, hoe zal verstaan worden hetgeen gesproken wordt? Want gij zult zijn als die in de lucht spreekt.
KJV
So1
likewise2
ye,
except
ye utter11
by4
the tongue6
words10
easy to be understood,9
how12
shall it be known13
what is spoken?15
for17
ye shall
speak20
into18
the air.19
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10
Er zijn, naar het voorvaltG5177, zoG1487 veleG5118 soortenG1085 van stemmenG5456 inG1722 de wereldG2889, enG2532 geen derzelve is zonder stemG880.
Er zijn, naar het voorvalt, zo vele soorten van stemmen in de wereld, en geen derzelve is zonder stem.
KJV
There are,
it may be,3
so many1
kinds4
of voices5
in7
the world,8
and9
none of them10
is without signification.15
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11
IndienG1437 ik danG3767 de krachtG1411 der stemG5456 nietG3361 weetG1492, zo zal ik hem, die spreektG2980, barbaarsG915 zijn; enG2532 hij, die spreektG2980, zal bijG1722 mijG1473 barbaarsG915 zijn.
Indien ik dan de kracht der stem niet weet, zo zal ik hem, die spreekt, barbaars zijn; en hij, die spreekt, zal bij mij barbaars zijn.
KJV
Therefore2
if
➔ I know4
not
the meaning6
of the voice,8
I shall be
unto him that speaketh11
a barbarian,12
and13
he that speaketh15
shall be a barbarian18
unto16
me.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12
Alzo ookG2532 gij, dewijl gijG4771 ijverigG2207 zijtG1510 naar geestelijkeG4151 gaven, zo zoektG2212 datG2443 gij moogt overvloedigG4052 zijn totG4314 stichtingG3619 der GemeenteG1577.
Alzo ook gij, dewijl gij ijverig zijt naar geestelijke gaven, zo zoekt dat gij moogt overvloedig zijn tot stichting der Gemeente.
KJV
Even2
so1
ye,
forasmuch as4
ye are
zealous5
of spiritual7
gifts, seek13
that14
ye may excel15
to8
the edifying10
of the church.12
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13
Daarom, die in een vreemde taalG1100 spreektG2980, die biddeG4336, datG2443 hij het moge uitleggenG1329.
Daarom, die in een vreemde taal spreekt, die bidde, dat hij het moge uitleggen.
KJV
Wherefore1
let him that speaketh3
in an unknown tongue4
pray5
that6
he may interpret.7
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14
WantG1063 indienG1437 ikG1473 in een vreemde taalG1100 bidG4336, mijn geestG4151 bidtG4336 wel, maarG1161 mijn verstandG3563 isG1510 vruchteloosG175.
Want indien ik in een vreemde taal bid, mijn geest bidt wel, maar mijn verstand is vruchteloos.
KJV
For2
if1
I pray3
in an unknown tongue,4
my
spirit6
prayeth,8
but10
my
understanding11
is
unfruitful.13
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15
WatG5101 isG1510 het dan? Ik zal wel met den geestG4151 biddenG4336, maar ik zal ookG2532 met het verstandG3563 biddenG4336; ik zal wel met den geestG4151 zingenG5567, maarG1161 ik zal ookG2532 met het verstandG3563 zingenG5567.
Wat is het dan? Ik zal wel met den geest bidden, maar ik zal ook met het verstand bidden; ik zal wel met den geest zingen, maar ik zal ook met het verstand zingen.
KJV
What1
is it
then?2
I will pray4
with the spirit,6
and8
I will pray7
with the understanding11
also:9
I will sing12
with the spirit,14
and16
I will sing15
with the understanding19
also.17
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16
AnderszinsG1893, indienG1437 gij dankzegtG2127 met den geestG4151, hoeG4459 zal degene, die de plaatsG5117 eens ongeleerdenG2399 vervultG378, amenG281 zeggenG2046 opG1909 uw dankzeggingG2169, dewijl hij nietG3756 weetG1492, watG5101 gij zegtG3004?
Anderszins, indien gij dankzegt met den geest, hoe zal degene, die de plaats eens ongeleerden vervult, amen zeggen op uw dankzegging, dewijl hij niet weet, wat gij zegt?
KJV
Else1
when2
thou shalt bless3
with the spirit,5
how12
shall he that occupieth7
the room9
of the unlearned11
say13
Amen15
at16
thy18
giving of thanks,19
seeing20
he understandeth24
not23
what21
thou sayest?22
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17
WantG1063 gijG4771 dankzegtG2168 wel behoorlijkG2573, maarG235 de anderG2087 wordt nietG3756 gestichtG3618.
Want gij dankzegt wel behoorlijk, maar de ander wordt niet gesticht.
KJV
For3
thou1
verily2
givest thanks5
well,4
but6
the other8
is10
➔ not9
edified.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18
Ik dankG2168 mijn GodG2316, dat ikG1473 meer vreemde talenG1100 spreekG2980, dan gijG4771 allenG3956;
Ik dank mijn God, dat ik meer vreemde talen spreek, dan gij allen;
KJV
I thank1
my
God,3
I speak9
with tongues8
more than7
ye
all:5
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19
MaarG235 ik wilG2309 liever inG1722 de GemeenteG1577 vijfG4002 woordenG3056 sprekenG2980 met mijn verstandG3563, opdatG2443 ik ookG2532 anderen moge onderwijzenG2727, danG2228 tien duizendG3463 woordenG3056 in een vreemde taalG1100.
Maar ik wil liever in de Gemeente vijf woorden spreken met mijn verstand, opdat ik ook anderen moge onderwijzen, dan tien duizend woorden in een vreemde taal.
KJV
Yet1
in2
the church3
I had rather4
speak11
five5
words6
with7
my
understanding,9
that12
by my voice I might teach15
others14
also,13
than16
ten thousand17
words18
in19
an unknown tongue.20
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20
BroedersG80, wordtG1096 geenG3361 kinderen in het verstandG5424, maar zijt kinderen in de boosheidG2549, enG1161 wordtG1096 in het verstandG5424 volwassenG5046.
Broeders, wordt geen kinderen in het verstand, maar zijt kinderen in de boosheid, en wordt in het verstand volwassen.
Ook in dit vers
kinderenG3515
kinderenG3813
KJV
Brethren,1
be4
not2
children3
in understanding:6
howbeit7
in malice9
be ye children,10
but12
in understanding13
be15
men.14
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21
InG1722 de wetG3551 is geschrevenG1125: Ik zal door lieden van andere talenG2084, enG2532 doorG1722 andere lippenG5491 tot ditG3778 volkG2992 sprekenG2980, en ook alzoG3779 zullen zij MijG1473 niet horenG1522, zegtG3004 de HeereG2962.
In de wet is geschreven: Ik zal door lieden van andere talen, en door andere lippen tot dit volk spreken, en ook alzo zullen zij Mij niet horen, zegt de Heere.
KJV
In1
the law3
it is written,4
With6
men of other tongues7
and8
other9
lips10
will I speak12
unto this
people;14
and16
yet for all18
that will they19
➔ not17
hear
me,
saith21
the Lord.22
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22
Zo dan, de vreemde talenG1100 zijnG1510 totG1519 een tekenG4592 nietG3756 dengenen, die gelovenG4100, maar den ongelovigenG571; enG1161 de profetieG4394 nietG3756 den ongelovigenG571, maar dengenen, die gelovenG4100.
Zo dan, de vreemde talen zijn tot een teken niet dengenen, die geloven, maar den ongelovigen; en de profetie niet den ongelovigen, maar dengenen, die geloven.
KJV
Wherefore1
tongues3
are
for4
a sign,5
not7
to them that believe,9
but10
to them that believe not:12
but14
prophesying15
serveth not16
for them that believe not,18
but19
for them which believe.21
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23
IndienG1437 dan de gehele GemeenteG1577 bijeenvergaderdG4905 ware, en zijG846 allen in vreemde talenG1100 sprakenG2980, en enige ongeleerdenG2399 ofG2228 ongelovigenG571 inkwamenG1525, zouden zij nietG3756 zeggenG2046, datG3754 gij uitzinnigG3105 waart?
Indien dan de gehele Gemeente bijeenvergaderd ware, en zij allen in vreemde talen spraken, en enige ongeleerden of ongelovigen inkwamen, zouden zij niet zeggen, dat gij uitzinnig waart?
KJV
If1
therefore2
the whole6
church5
be come together3
into7
one place,9
and10
all11
speak13
with tongues,12
and15
there come in14
those that are unlearned,16
or17
unbelievers,18
will they20
➔ not19
say
that21
ye are mad?22
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24
Maar indienG1437 zij allenG3956 profeteerdenG4395, en een ongelovigeG571 ofG2228 ongeleerdeG2399 inkwameG1525, die wordt van allenG3956 overtuigdG1651, en hij wordt vanG5259 allenG3956 geoordeeldG350.
Maar indien zij allen profeteerden, en een ongelovige of ongeleerde inkwame, die wordt van allen overtuigd, en hij wordt van allen geoordeeld.
KJV
But2
if1
all3
prophesy,4
and6
there come in5
one7
that believeth not,8
or9
one unlearned,10
he is convinced11
of12
all,13
he is judged14
of15
all:16
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25
En alzo wordenG1096 de verborgeneG2927 dingen zijns hartenG2588 openbaarG5318; enG2532 alzoG3779, vallendeG4098 op zijn aangezichtG4383, zal hijG846 GodG2316 aanbiddenG4352, en verkondigenG518, datG3754 GodG2316 waarlijkG3689 onderG1722 uG4771 isG1510.
En alzo worden de verborgene dingen zijns harten openbaar; en alzo, vallende op zijn aangezicht, zal hij God aanbidden, en verkondigen, dat God waarlijk onder u is.
KJV
And1
thus2
are9
➔ the secrets4
of his7
heart6
made
manifest;8
and10
so11
falling down12
on13
his face14
he will worship15
God,17
and report18
that19
God21
is
in23
you
of a truth.22
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26
WatG5101 isG1510 het danG3767, broedersG80? Wanneer gij samenkomtG4905, een iegelijkG1538 van uG4771, heeftG2192 hij een psalmG5568, heeftG2192 hij een leerG1322, heeftG2192 hij een vreemde taal, heeftG2192 hij een openbaringG602, heeftG2192 hij een uitleggingG2058; laat alleG3956 dingen geschiedenG1096 totG4314 stichtingG3619;
Wat is het dan, broeders? Wanneer gij samenkomt, een iegelijk van u, heeft hij een psalm, heeft hij een leer, heeft hij een vreemde taal, heeft hij een openbaring, heeft hij een uitlegging; laat alle dingen geschieden tot stichting;
KJV
How1
is it
then,2
brethren?4
when5
ye come together,6
every one7
of you
hath10
a psalm,9
hath12
a doctrine,11
hath14
a tongue,13
hath16
a revelation,15
hath18
an interpretation.17
Let22
➔ all things19
be done
unto20
edifying.21
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27
En zo iemandG5100 een vreemde taalG1100 spreektG2980, dat het doorG2596 tweeG1417, ofG2228 ten meesteG4118 drieG5140 geschiedeG303, enG2532 bij beurteG3313; enG2532 dat eenG1520 het uitleggeG1329.
En zo iemand een vreemde taal spreekt, dat het door twee, of ten meeste drie geschiede, en bij beurte; en dat een het uitlegge.
KJV
If1
any man3
speak4
in an unknown tongue,2
let it be by5
two,6
or7
at the most
by three,10
and11
that by12
course;13
and14
let16
➔ one15
interpret.
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28
Maar indienG1437 er geenG3361 uitleggerG1328 isG1510, dat hij zwijgeG4601 inG1722 de GemeenteG1577; dochG1161 dat hij tot zichzelvenG1438 spreke, en tot GodG2316.
Maar indien er geen uitlegger is, dat hij zwijge in de Gemeente; doch dat hij tot zichzelven spreke, en tot God.
KJV
But2
if
➔ there be
no
interpreter,5
let him keep silence6
in7
the church;8
and10
let him speak11
to himself,9
and12
to God.14
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29
En dat tweeG1417 ofG2228 drieG5140 profetenG4396 sprekenG2980, en dat de anderen oordelenG1252.
En dat twee of drie profeten spreken, en dat de anderen oordelen.
KJV
Let6
➔ the prophets1
speak
two3
or4
three,5
and7
let10
➔ the other9
judge.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30
DochG1161 indienG1437 een anderG243, die er zitG2521, iets geopenbaardG601 is, dat de eersteG4413 zwijgeG4601.
Doch indien een ander, die er zit, iets geopenbaard is, dat de eerste zwijge.
KJV
If2
any thing be revealed4
to another3
that sitteth by,5
let8
➔ the first7
hold his peace.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31
WantG1063 gij kuntG1410 allen, de eenG1520 na den ander profeterenG4395, opdatG2443 zij allenG3956 lerenG3129, enG2532 allenG3956 getroostG3870 worden.
Want gij kunt allen, de een na den ander profeteren, opdat zij allen leren, en allen getroost worden.
KJV
For2
ye may1
all5
prophesy6
one by one,3
that7
all8
may learn,9
and10
all11
may be comforted.12
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32
EnG2532 de geestenG4151 der profetenG4396 zijn den profetenG4396 onderworpenG5293.
En de geesten der profeten zijn den profeten onderworpen.
KJV
And1
the spirits2
of the prophets3
are subject5
to the prophets.4
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33
WantG1063 GodG2316 isG1510 geenG3756 God van verwarringG181, maarG235 van vredeG1515, gelijkG5613 inG1722 alG3956 de GemeentenG1577 der heiligenG40.
Want God is geen God van verwarring, maar van vrede, gelijk in al de Gemeenten der heiligen.
KJV
For2
God6
is
not1
the author of confusion,4
but7
of peace,8
as9
in10
all11
churches13
of the saints.15
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34
Dat uw vrouwenG1135 inG1722 de GemeentenG1577 zwijgenG4601; wantG1063 het is haarG846 nietG3756 toegelatenG2010 te sprekenG2980, maarG235 bevolen onderworpenG5293 te zijn, gelijk ookG2532 de wetG3551 zegtG3004.
Dat uw vrouwen in de Gemeenten zwijgen; want het is haar niet toegelaten te spreken, maar bevolen onderworpen te zijn, gelijk ook de wet zegt.
KJV
Let7
➔ your
women2
keep silence
in4
the churches:6
for9
it is10
➔ not8
permitted
unto them11
to speak;12
but13
they are commanded to be under obedience,14
as15
also16
saith19
the law.18
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35
EnG1161 zoG1487 zij ietsG5100 willenG2309 lerenG3129, laat haar te huisG3624 haar eigenG2398 mannenG435 vragenG1905; wantG1063 het staatG2076 lelijkG149 voor de vrouwenG1135, dat zijG1510 inG1722 de GemeenteG1577 sprekenG2980.
En zo zij iets willen leren, laat haar te huis haar eigen mannen vragen; want het staat lelijk voor de vrouwen, dat zij in de Gemeente spreken.
KJV
And2
if1
they will5
learn4
any thing,3
let them ask11
their9
husbands10
at6
home:7
for13
it is
a shame
for women15
to speak18
in16
the church.17
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36
Is het WoordG3056 GodsG2316 vanG575 uG4771 uitgegaanG1831? OfG2228 is het totG1519 uG4771 alleen gekomen?
Is het Woord Gods van u uitgegaan? Of is het tot u alleen gekomen?
KJV
What?1
came8
➔ the word5
of God7
out
from2
you?
or9
came it13
unto10
you
only?12
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37
IndienG1487 iemandG1536 meentG1380 een profeetG4396 te zijnG1510, of geestelijkeG4152, die erkenneG1921, dat, hetgeenG3739 ik uG4771 schrijfG1125, des HeerenG2962 gebodenG1785 zijnG1510.
Indien iemand meent een profeet te zijn, of geestelijke, die erkenne, dat, hetgeen ik u schrijf, des Heeren geboden zijn.
KJV
If any man
think himself3
to be
a prophet,4
or6
spiritual,7
let him acknowledge8
that12
the things9
that I write10
unto you
are
the commandments16
of the Lord.14
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38
MaarG1161 zoG1487 iemandG1536 onwetendG50 is, die zij onwetendG50.
Maar zo iemand onwetend is, die zij onwetend.
KJV
But2
if any man
be ignorant,4
let him be ignorant.5
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
39
Zo dan, broedersG80, ijvertG2206 om te profeterenG4395, enG2532 verhindertG2967 nietG3361 in vreemde talenG1100 te sprekenG2980.
Zo dan, broeders, ijvert om te profeteren, en verhindert niet in vreemde talen te spreken.
KJV
Wherefore,1
brethren,2
covet3
to prophesy,5
and6
forbid11
not10
to speak8
with tongues.9
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
40
Laat alleG3956 dingen eerlijkG2156 enG2532 met ordeG5010 geschiedenG1096.
Laat alle dingen eerlijk en met orde geschieden.
KJV
Let6
➔ all things1
be done
decently2
and3
in4
order.5
de liefde na,
Gr. vervolgt de liefde. Dit is het besluit van het voorgaande hoofdstuk.
Hertaald:
de liefde na,
Grieks: jaagt de liefde na. Dit is de slotsom van het voorgaande hoofdstuk.
ijvert
Dat is, tracht evenwel daarnaar, dat de een den anderen daarin moge overtreffen.
Hertaald:
ijvert
Dat is: streef er toch naar dat de een de ander daarin mag overtreffen.
om de geestelijke
Om de buitengewone gaven te verkrijgen, die de Heilige Geest toen in velen wrocht. Zie 1 Kor. 12:1 , 1 Kor. 12:8-10 . Hoewel men ook moet ijveren om de gewone gaven.
Hertaald:
om de geestelijke
Namelijk om de buitengewone gaven te verkrijgen die de Heilige Geest toen in velen werkte. Zie 1 Kor. 12:1, 1 Kor. 12:8-10. Hoewel men ook naar de gewone gaven moet streven.
profeteren
Wat dit is, zie Rom. 12:7 ; 1 Kor. 12:10 , en vs.3.
Hertaald:
profeteren
Wat dat is, zie Rom. 12:7; 1 Kor. 12:10, en vers 3.
een vreemde taal
Gr. met een tong; gelijk ook in het volgende.
Hertaald:
een vreemde taal
Grieks: met een tong; zo ook in het vervolg.
den mensen, maar
Dat is, dat hij hen daarmede zou bekendmaken de gedachten zijns harten, hetwelk het doel is der spraak, waartoe zij gebruikt wordt.
Hertaald:
den mensen, maar
Dat is: dat hij hun daarmee de gedachten van zijn hart bekend zou maken, wat het doel van de spraak is en waarvoor zij gebruikt wordt.
Gode;
Dat is, dat het wel verstaan wordt door God, maar niet door de mensen. Hetwelk niet genoeg is.
Hertaald:
Gode;
Dat is: het wordt wel goed verstaan door God, maar niet door de mensen. En dat is niet genoeg.
verstaat het,
Gr. hoort het; namelijk met verstand. Zie Gen. 11:7 .
Hertaald:
verstaat het,
Grieks: hoort het; namelijk met verstand. Zie Gen. 11:7.
met den geest
Dat is, met de gave, die de Heilige Geest in hem gewrocht heeft. Of, zijn gemoed.
Hertaald:
met den geest
Dat is: met de gave die de Heilige Geest in hem gewerkt heeft. Of: met zijn gemoed.
verborgenheden
Dit kan verstaan worden, òf van de verborgenheden van het koninkrijk der hemelen, Matt. 13:11 ; 1 Kor. 4:1 , en 1 Kor. 13:2 , die te treffelijk zijn, dan dat zij zonder vrucht en aandacht in onbekende taal zouden voorgesteld worden; òf dat die in onbekende taal spreekt, niet anders doet dan of hij enige verborgen dingen voorstelde, die niemand verstaan kan.
Hertaald:
verborgenheden
Dit kan opgevat worden óf van de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen, Matth. 13:11; 1 Kor. 4:1 en 1 Kor. 13:2, die te voortreffelijk zijn om zonder vrucht en aandacht in een onbekende taal voorgesteld te worden; óf zo dat wie in een onbekende taal spreekt niet anders doet dan alsof hij verborgen dingen voorstelde die niemand verstaan kan.
die profeteert,
Dat is, die profetische schriften in een bekende taal uitlegt. Zie vs.1.
Hertaald:
die profeteert,
Dat is: wie de profetische geschriften in een bekende taal uitlegt. Zie vers 1.
spreekt den mensen
Dat is, spreekt alzo, dat de mensen het kunnen verstaan en daaruit vrucht scheppen.
Hertaald:
spreekt den mensen
Dat is: hij spreekt zo dat de mensen het kunnen verstaan en er vrucht van kunnen hebben.
stichting en vermaning
Dat is, hetgeen dienen kan tot stichting of onderwijzing der onwetenden, vermaning der ongeregelden en vertroosting der bedroefden. Tot deze drie nuttigheden moeten alle uitleggingen van Gods Woord gepast worden; Rom. 15:4 ; 2 Tim. 3:16 . En hierom is de gave van profeteren beter dan van vreemde talen, omdat daardoor deze nuttigheden niet worden bekomen.
Hertaald:
stichting en vermaning
Dat is: wat kan dienen tot opbouw of onderwijzing van de onwetenden, tot vermaning van de ongeregelden en tot vertroosting van de bedroefden. Alle uitleggingen van Gods Woord moeten op deze drie nuttige doelen gericht worden; Rom. 15:4; 2 Tim. 3:16. Daarom is de gave van profeteren beter dan die van vreemde talen, omdat daardoor deze nuttige doelen niet bereikt worden.
ik wil wel
Dat is, ik wilde of wenste wel; zover is het vandaar, dat ik de gave van vreemde talen hiermede zou willen veracht hebben.
Hertaald:
ik wil wel
Dat is: ik zou wel willen of wensen. Het is er zover vandaan dat ik daarmee de gave van vreemde talen zou willen verachten.
is meer dan die
Dat is, heeft treffelijker gave en dienstiger tot stichting der gemeente.
Hertaald:
is meer dan die
Dat is: hij heeft een voortreffelijker gave, die dienstiger is voor de opbouw van de gemeente.
tenzij dan, dat hij het uitlegge
Of, overzette; namelijk in een andere bekende taal, alzo dat de gemeente het verstaan kan.
Hertaald:
tenzij dan, dat hij het uitlegge
Of: overzet; namelijk in een andere, bekende taal, zo dat de gemeente het kan verstaan.
wat nuttigheid
Namelijk tot uwe stichting.
Hertaald:
wat nuttigheid
Namelijk tot uw opbouw.
niet sprak of
Of, niet sprak of door openbaring, enz.; dat is, in bekende taal u niet predikte, zodat gij zoudt kunnen verstaan wat ik u voorstelde, òf enige openbaring van verborgenheden, òf enige wetenschap hoe men in twijfelachtige zaken zich moet gedragen, òf enige verklaring der profetische schriften, òf enige bevestiging van enig artikel des geloofs.
Hertaald:
niet sprak of
Of: niet sprak, hetzij door openbaring, enzovoort; dat is: u niet in een bekende taal predikte, zodat u zou kunnen verstaan wat ik u voorhield — hetzij enige openbaring van verborgenheden, hetzij enige kennis over hoe men zich in twijfelachtige zaken moet gedragen, hetzij enige verklaring van de profetische geschriften, hetzij enige bevestiging van een geloofsartikel.
de levenloze dingen,
Gr. zielloze; dat is, muziekinstrumenten.
Hertaald:
de levenloze dingen,
Grieks: zielloze; dat is: muziekinstrumenten.
geluid
Gr. stem.
Hertaald:
geluid
Grieks: stem.
onderscheid met hun klank
Dat is, verscheidenheid van tonen, maar altijd enerlei toon, hetwelk zeer onaangenaam en verdrietig is om te horen.
Hertaald:
onderscheid met hun klank
Dat is: verscheidenheid van tonen, maar altijd dezelfde toon — wat zeer onaangenaam en vervelend is om te horen.
hetgeen
Dat is, welk gezang of lied.
Hertaald:
hetgeen
Dat is: welk gezang of lied.
bazuin
Of trompet, waardoor de krijgslieden ten strijde worden vermaand en opgewekt.
Hertaald:
bazuin
Of: trompet, waarmee de krijgslieden tot de strijd opgeroepen en aangespoord worden.
een onzeker geluid
Of, onbekend; namelijk uit welke men niet kan verstaan, dat men daardoor vermaand en opgewekt wordt om zich tot den strijd te bereiden. Want daartoe placht een zekere soort van trompetten gebruikt te worden welke classicum genaamd werd.
Hertaald:
een onzeker geluid
Of: onbekend; namelijk een geluid waaruit men niet kan opmaken dat men daardoor opgeroepen en aangespoord wordt om zich tot de strijd gereed te maken. Want daarvoor werd een bepaald soort trompetsignaal gebruikt, dat classicum genoemd werd.
door de taal een
Of, door de tong.
Hertaald:
door de taal een
Of: door de tong.
duidelijke rede geeft,
Dat is, woorden spreekt, die men verstaan kan, wat gij daarmede wilt zeggen.
Hertaald:
duidelijke rede geeft,
Dat is: woorden spreekt die men kan verstaan, zodat men weet wat u ermee wilt zeggen.
verstaan worden
Namelijk van de toehoorders, die de talen niet verstaan.
Hertaald:
verstaan worden
Namelijk door de toehoorders, die de talen niet verstaan.
in de lucht spreekt
Dat is, enig geluid maakt en uitwerpt in de lucht, dat daar verdwijnt zonder enig nut. Zie 1 Kor. 9:26 .
Hertaald:
in de lucht spreekt
Dat is: enig geluid maakt en in de lucht werpt, dat daar zonder enig nut verdwijnt. Zie 1 Kor. 9:26.
naar het voorvalt,
Dat is, gelijk het naar gelegenheid der tijden en plaatsen gebeurt.
Hertaald:
naar het voorvalt,
Dat is: zoals het naar gelang van tijd en plaats voorkomt.
vele soorten
Namelijk niet alleen onder de mensen, die hun verscheidene spraken hebben, maar ook onder allerlei soorten van dieren en vogels.
Hertaald:
vele soorten
Namelijk niet alleen onder de mensen, die hun verschillende talen hebben, maar ook onder allerlei soorten dieren en vogels.
zonder stem
Dat is, zonder zodanig een geluid, dat de mensen van enerlei taal daardoor elkander kunnen verstaan, en dat men uit het geluid van de dieren en vogels elke soort van dezelve kan onderkennen, zodat zij nog enige betekenis hebben, hetwelk in vreemde onbekende talen niet is.
Hertaald:
zonder stem
Dat is: zonder zo'n geluid dat de mensen die dezelfde taal spreken elkaar daardoor kunnen verstaan, en waaraan men uit het geluid van de dieren en vogels elke soort kan herkennen — zodat zij toch enige betekenis hebben, wat bij vreemde, onbekende talen niet het geval is.
de kracht der stem
Dat is, de beduidenis van hetgeen gesproken wordt niet versta.
Hertaald:
de kracht der stem
Dat is: de betekenis van wat gesproken wordt niet versta.
barbaars zijn;
Dat is, een mens van onbekende taal. De Grieken en Romeinen noemden alle andere natiën, die hunne taal niet spraken of verstonden, Barbaren. Zie Hand. 28:2 , Hand. 28:4 ; Rom. 1:14 ; Kol. 3:11 .
Hertaald:
barbaars zijn;
Dat is: iemand met een onbekende taal. De Grieken en Romeinen noemden alle andere volken die hun taal niet spraken of verstonden barbaren. Zie Hand. 28:2, Hand. 28:4; Rom. 1:14; Kol. 3:11.
bij mij barbaars zijn
Gr. in mij.
Hertaald:
bij mij barbaars zijn
Grieks: in mij.
ijverig zijt naar
Gr. ijveraars zijt van geestelijke gaven; dat is, om strijd daarnaar poogt, dat gij de beste geestelijke gaven moogt hebben, hetwelk een prijslijke ijver en strijd is.
Hertaald:
ijverig zijt naar
Grieks: ijveraars zijt van geestelijke gaven; dat is: dat u om strijd ernaar streeft de beste geestelijke gaven te mogen hebben, wat een prijzenswaardige ijver en strijd is.
geestelijke gaven,
Gr. geesten.
Hertaald:
geestelijke gaven,
Grieks: geesten.
overvloedig zijn
Gr. Of uitnemende.
Hertaald:
overvloedig zijn
Grieks: of: uitnemend.
tot stichting der gemeente
Dat is, dat gij zodanige gaven moogt hebben en gebruiken, waardoor de gemeente meest kan gesticht worden.
Hertaald:
tot stichting der gemeente
Dat is: dat u zulke gaven mag hebben en gebruiken waardoor de gemeente het meest opgebouwd kan worden.
spreekt
Dat is, spreken kan en wil in de gemeente.
Hertaald:
spreekt
Dat is: wie in de gemeente kan en wil spreken.
bidde dat hij het moge uitleggen
Dat is, dat God hem, benevens de gave van vreemde talen, ook wil verlenen de gave van hetzelve in bekende taal duidelijk over te zetten en uit te leggen. Want dit was ook een bijzondere gave des Geestes. Zie 1 Kor. 12:10 , 1 Kor. 12:30 , en vs.26,27; en hoewel zij zelf wel verstonden wat zij zeiden, zo hadden zij evenwel niet altijd daarbij de gave van het duidelijk te kunnen vertalen. Of, dat hij alzo bidde, namelijk in de gemeente, dat hij het gebed, in onbekende taal gedaan, ook in een bekende taal uitlegge.
Hertaald:
bidde dat hij het moge uitleggen
Dat is: dat God hem naast de gave van vreemde talen ook de gave wil geven om dat in een bekende taal duidelijk over te zetten en uit te leggen. Want ook dat was een bijzondere gave van de Geest. Zie 1 Kor. 12:10, 1 Kor. 12:30, en vers 26 en 27. En hoewel zij zelf wel begrepen wat zij zeiden, hadden zij toch niet altijd daarbij de gave om het duidelijk te kunnen vertalen. Of: dat hij zo bidt, namelijk in de gemeente, dat hij het gebed dat hij in een onbekende taal gedaan heeft ook in een bekende taal uitlegt.
bid,
Dat is, een gebed doe openlijk in de gemeente.
Hertaald:
bid,
Dat is: openlijk in de gemeente een gebed doe.
mijn geest bidt wel,
Dat is, ik doe in mijn gemoed wel een gebed door de gave des Heiligen Geestes, dat goed is.
Hertaald:
mijn geest bidt wel,
Dat is: ik doe in mijn gemoed wel een gebed door de gave van de Heilige Geest, dat goed is.
mijn verstand is
Namelijk hetwelk ik heb van die taal, zie vs.4, of de mening mijns gebeds.
Hertaald:
mijn verstand is
Namelijk het verstand dat ik van die taal heb, zie vers 4; of de bedoeling van mijn gebed.
vruchteloos
Namelijk bij de toehoorders, die zulk een gebed niet verstaan.
Hertaald:
vruchteloos
Namelijk vruchteloos bij de toehoorders, die zo'n gebed niet verstaan.
Wat is het dan?
Dat is, wat zal men dan moeten doen, om deze gave recht te gebruiken.
Hertaald:
Wat is het dan?
Dat is: wat zal men dan moeten doen om deze gave goed te gebruiken?
Ik zal wel met den geest bidden,
Dat is, ik zal wel deze gave des Heiligen Geestes gebruiken, om het gebed te doen in de gemeente in vreemde taal.
Hertaald:
Ik zal wel met den geest bidden,
Dat is: ik zal deze gave van de Heilige Geest wel gebruiken om in de gemeente het gebed in een vreemde taal te doen.
met het verstand bidden;
Dat is, ik zal daarbij voegen een duidelijke uitlegging, dat de toehoorders het zullen kunnen verstaan.
Hertaald:
met het verstand bidden;
Dat is: ik zal daarbij een duidelijke uitlegging voegen, zodat de toehoorders het zullen kunnen verstaan.
zingen, maar
Namelijk psalmen en geestelijke liedekens, in de vergadering der gemeente.
Hertaald:
zingen, maar
Namelijk psalmen en geestelijke liederen, in de samenkomst van de gemeente.
dankzegt met den geest,
Of zegent, dat is met deze gave des Heiligen Geestes begaafd zijnde, openbare dankzegging doet in de gemeente.
Hertaald:
dankzegt met den geest,
Of: zegent; dat is: wanneer u, begiftigd met deze gave van de Heilige Geest, in de gemeente openbare dankzegging doet.
de plaats eens
Dat is, die onder de gemene lieden of toehoorders zit. Want het schijnt dat de leraars in een bijzondere en verhevene plaats hebben gezeten in de vergaderingen.
Hertaald:
de plaats eens
Dat is: wie onder de gewone mensen of toehoorders zit. Want het lijkt erop dat de leraars in de samenkomsten op een aparte, verhoogde plaats zaten.
ongeleerden vervult,
Gr. idiotes; dat is, die de vreemde talen niet verstaat, en die geen openbare bediening of buitengewone gaven heeft, om in de gemeente te leren, het gebed of dankzegging te doen.
Hertaald:
ongeleerden vervult,
Grieks: idiotes; dat is: iemand die de vreemde talen niet verstaat en die geen openbaar ambt of buitengewone gaven heeft om in de gemeente te onderwijzen, het gebed te doen of dankzegging uit te spreken.
Amen zeggen
Dit woord Amen komt van een Hebreeuws woord, betekenende waarheid, zekerheid, vastigheid, en wordt gebruikt tot besluit des gebeds, Rom. 15:33 ; 2 Tim. 4:22 , om daarmede te verklaren dat men toestemt hetgeen gebeden is en wenst dat het mag geschieden. Zie Deut. 27:15 , enz; Neh. 5:13 ; Jer. 11:5 ; Luc. 24:53 ; Rom. 1:25 , en Rom. 9:5 ; Openb. 22:20-21 .
Hertaald:
Amen zeggen
Dit woord amen komt van een Hebreeuws woord dat waarheid, zekerheid en vastheid betekent. Het wordt gebruikt aan het slot van het gebed, Rom. 15:33; 2 Tim. 4:22, om daarmee te verklaren dat men instemt met wat gebeden is en wenst dat het mag gebeuren. Zie Deut. 27:15, enzovoort; Neh. 5:13; Jer. 11:5; Luk. 24:53; Rom. 1:25 en Rom. 9:5; Openb. 22:20-21.
dankzegt wel behoorlijk,
Dat is, gij doet wel een goede dankzegging, die u kan stichten, omdat gij de taal verstaat.
Hertaald:
dankzegt wel behoorlijk,
Dat is: u doet wel een goede dankzegging, die u kan opbouwen, omdat u de taal verstaat.
de ander wordt
Namelijk die uwe dankzegging hoort en de taal niet verstaat, waarin gij dankzegt.
Hertaald:
de ander wordt
Namelijk hij die uw dankzegging hoort en de taal niet verstaat waarin u dankzegt.
Ik dank mijnen God
Of, dat ik vreemde talen spreek meer dan gij allen. De apostel stelt zijn eigen voorbeeld den Corinthiërs voor, hetwelk zij billijk behoorden na te volgen. Hij dankt God voor de gave der vreemde talen, die hij overvloediger ontvangen had dan iemand van henlieden, die daarmede in de vergaderingen pronkten, om te tonen dat hij deze gave niet veracht, maar alleen het misbruik derzelve bestraft.
Hertaald:
Ik dank mijnen God
Of: dat ik meer dan u allen in vreemde talen spreek. De apostel houdt de Korinthiërs zijn eigen voorbeeld voor, dat zij terecht behoorden na te volgen. Hij dankt God voor de gave van de vreemde talen, die hij overvloediger ontvangen had dan wie van hen ook die daarmee in de samenkomsten pronkten — om te laten zien dat hij deze gave niet veracht, maar alleen het misbruik ervan bestraft.
in de gemeente
Dat is, in de vergadering der gelovigen, waar ook vele ongeleerden tegenwoordig zijn.
Hertaald:
in de gemeente
Dat is: in de samenkomst van de gelovigen, waar ook veel ongeoefenden aanwezig zijn.
vijf woorden spreken
Dat is, enige weinige.
Hertaald:
vijf woorden spreken
Dat is: enkele weinige woorden.
met
Of, door.
Hertaald:
met
Of: door.
mijn verstand,
Dat is, alzo dat ik mijn verstand of de gedachten mijns gemoeds uitdruk met klare, bekende en duidelijke woorden, die een iegelijk verstaan kan.
Hertaald:
mijn verstand,
Dat is: zo dat ik mijn verstand of de gedachten van mijn gemoed uitdruk met heldere, bekende en duidelijke woorden, die iedereen kan verstaan.
tien duizend woorden in een
Dat is, een grote en lange rede; zie 1 Kor. 4:15 . Waaruit klaarlijk blijkt dat diegenen regelrecht tegen de leer des apostels doen, die den godsdienst en hunne gebeden tot God doen in een vreemde taal, die zij zelf of hunne toehoorders niet verstaan, en die dezelfde gebeden met vijftigen en honderden God als toetellen.
Hertaald:
tien duizend woorden in een
Dat is: een grote en lange rede; zie 1 Kor. 4:15. Daaruit blijkt duidelijk dat zij lijnrecht ingaan tegen de leer van de apostel die hun eredienst en hun gebeden tot God doen in een vreemde taal die zij zelf of hun toehoorders niet verstaan. Zij tellen diezelfde gebeden dan bij vijftigen en honderden aan God als het ware toe.
wordt gene kinderen
Dat is, toont dat gij beter verstand hebt dan de kinderen, alzo het gans kinderlijk is, dat men in de vergadering wil pronken met vreemde talen zonder enige stichting. Of, blijft niet altijd in de kinderlijke en geringe kennis van geestelijke zaken. Zie Hebr. 5:12 , en Hebr. 6:1 .
Hertaald:
wordt gene kinderen
Dat is: toon dat u meer verstand hebt dan kinderen, aangezien het volstrekt kinderlijk is dat men in de samenkomst wil pronken met vreemde talen zonder enige opbouw. Of: blijf niet altijd steken in de kinderlijke en geringe kennis van geestelijke zaken. Zie Hebr. 5:12 en Hebr. 6:1.
in de boosheid,
Dat is, volgt de kinderen na, niet in hun onverstand, maar in hunne eenvoudigheid, omdat de kinderen, hoewel zij geboren worden met een verdorven natuur, nochtans die nog zo metterdaad niet tonen als de volwassenen.
Hertaald:
in de boosheid,
Dat is: volg de kinderen na, niet in hun onverstand maar in hun eenvoud — omdat de kinderen, hoewel zij met een verdorven natuur geboren worden, die toch nog niet zo metterdaad tonen als de volwassenen.
in het verstand
Namelijk van geestelijke zaken ter zaligheid nodig.
Hertaald:
in het verstand
Namelijk het verstand van de geestelijke zaken die voor de zaligheid nodig zijn.
volwassen
Gr. volmaakt; dat is, neemt dagelijks in dit verstand in zulker voege toe, dat tussen het verstand, dat gij nu hebt van geestelijke zaken, en dat gij nog zult verkrijgen, zulk een onderscheid is, als er is tussen het verstand van een kind en van een volwassen man. Want dat wij in dit leven tot de gans volmaakte kennis der geestelijke dingen niet zullen komen, heeft de apostel in het voorgaande hoofdstuk geleerd, 1 Kor. 13:9-12 .
Hertaald:
volwassen
Grieks: volmaakt; dat is: neem dagelijks zo in dit verstand toe, dat er een verschil ontstaat als tussen het verstand van een kind en dat van een volwassen man. Zo groot moet het verschil zijn tussen het verstand van geestelijke zaken dat u nu hebt en dat wat u nog zult verkrijgen. Want dat wij in dit leven niet tot de volkomen kennis van de geestelijke dingen zullen komen, heeft de apostel in het voorgaande hoofdstuk geleerd, 1 Kor. 13:9-12.
In de wet is geschreven
Dat is, in de Schriften des Ouden Testaments. Zie Joh. 10:34 .
Hertaald:
In de wet is geschreven
Dat is: in de geschriften van het Oude Testament. Zie Joh. 10:34.
van andere talen,
Dat is, van onbekende talen, die zij niet verstaan zullen.
Hertaald:
van andere talen,
Dat is: onbekende talen, die zij niet zullen verstaan.
andere lippen
Dat is, onbekende spraak.
Hertaald:
andere lippen
Dat is: onbekende spraak.
tot dit volk spreken,
Namelijk om hetzelve daarmede te straffen. Dewijl dan God de onbekende talen en spraken als een straf gebruikt, zo behoort men dezelve in de gemeente zonder verklaring niet te gebruiken, overmits zulks zou strekken meer tot straf dan tot stichting derzelve. Zie verdere verklaring Jes. 28:11 .
Hertaald:
tot dit volk spreken,
Namelijk om het daarmee te straffen. Aangezien God de onbekende talen en spraken dus als een straf gebruikt, behoort men die zonder verklaring niet in de gemeente te gebruiken, omdat dat meer tot straf dan tot opbouw zou strekken. Zie de verdere verklaring bij Jes. 28:11.
niet horen, zegt de
Dat is, niet verstaan.
Hertaald:
niet horen, zegt de
Dat is: niet verstaan.
tot een teken
Namelijk van Gods toorn.
Hertaald:
tot een teken
Namelijk een teken van Gods toorn.
den ongelovigen; en
Dat is, die hardnekkig het Woord Gods verwerpen, dien zendt God tot ene straf wat tot hen gesproken wordt in een onbekende taal.
Hertaald:
den ongelovigen; en
Dat is: naar hen die hardnekkig het Woord van God verwerpen, zendt God als een straf wat in een onbekende taal tot hen gesproken wordt.
de profetie
Zie vs.3, 4.
Hertaald:
de profetie
Zie vers 3 en 4.
niet den ongelovigen, maar
Want hoewel de profetie ook kan dienen om een ongelovige te bekeren, nochtans alzo de ongelovigen in de vergadering niet veel komen, zo wordt zij voornamelijk aangesteld om de gelovigen te vermanen, vertroosten en versterken.
Hertaald:
niet den ongelovigen, maar
Want hoewel de profetie ook kan dienen om een ongelovige te bekeren, is zij toch, aangezien de ongelovigen niet veel in de samenkomst komen, vooral bedoeld om de gelovigen te vermanen, te vertroosten en te versterken.
ongelovigen inkwamen,
Namelijk die nog tot den Christelijken godsdienst niet bekeerd zijn.
Hertaald:
ongelovigen inkwamen,
Namelijk mensen die nog niet tot de christelijke godsdienst bekeerd zijn.
dat gij uitzinnig waart?
Namelijk als gij voor het volk spreekt hetgeen zij niet verstaan, hetwelk gen wijze maar uitzinnige lieden doen. Waardoor dan een ongelovige meer en meer van den Christelijken godsdienst vervreemd wordt, als die hem schijnen zou de mensen uitzinnig te maken.
Hertaald:
dat gij uitzinnig waart?
Namelijk wanneer u voor het volk spreekt wat zij niet verstaan — wat geen verstandige maar alleen uitzinnige mensen doen. Daardoor raakt een ongelovige dan meer en meer van de christelijke godsdienst vervreemd, omdat die hem zou lijken de mensen uitzinnig te maken.
allen profeteerden, en een
Namelijk die de gaven der profetie hebben, de een na den ander. Zie vs.28-30.
Hertaald:
allen profeteerden, en een
Namelijk allen die de gave van profetie hebben, de een na de ander. Zie vers 28-30.
van allen
Namelijk die de gave van profetie in de gemeente recht gebruiken.
Hertaald:
van allen
Namelijk door allen die de gave van profetie in de gemeente goed gebruiken.
overtuigd, en hij wordt
Of, bestraft; dat is, overwonnen in zijne conscientie dat de Christelijke religie de rechte en ware religie is.
Hertaald:
overtuigd, en hij wordt
Of: bestraft; dat is: in zijn geweten overwonnen dat de christelijke godsdienst de juiste en ware godsdienst is.
geoordeeld
Dat is, veroordeeld, namelijk over zijn voorgaande zonden, en indien hij hetgeen door het profeteren uit Gods Woord voorgesteld wordt niet met waar geloof wil aannemen, zo wordt hij buiten alle onschuld gesteld. Zie Hand. 24:25 .
Hertaald:
geoordeeld
Dat is: veroordeeld, namelijk over zijn vroegere zonden. En wanneer hij niet met een waar geloof wil aannemen wat door het profeteren uit Gods Woord voorgehouden wordt, blijft er voor hem geen enkele verontschuldiging over. Zie Hand. 24:25.
de verborgen dingen zijns harten
Dat is, als door profeteren Gods Woord uitgelegd wordt, blijkt hoe een mens in zijn hart gesteld is, namelijk of hij in zijn ongelovigheid hardnekkig wil blijven, of het Evangelie geloven. Zie 2 Kor. 2:15-16 .
Hertaald:
de verborgen dingen zijns harten
Dat is: wanneer door het profeteren Gods Woord uitgelegd wordt, blijkt hoe een mens in zijn hart gesteld is: of hij hardnekkig in zijn ongeloof wil blijven, of het Evangelie wil geloven. Zie 2 Kor. 2:15-16.
vallende op zijn
Namelijk degene, die door het profeteren in zijn hart overtuigd is van de waarheid van den Christelijken godsdienst, die zal zich terstond met allen eerbied begeven om den waren God te dienen en den Christelijke godsdienst voor den waren te belijden.
Hertaald:
vallende op zijn
Namelijk hij die door het profeteren in zijn hart overtuigd is van de waarheid van de christelijke godsdienst; die zal zich meteen met alle eerbied opmaken om de ware God te dienen en de christelijke godsdienst als de ware te belijden.
dat God waarlijk
Dat is, dat in uwe gemeente de ware religie recht geleerd en geoefend wordt.
Hertaald:
dat God waarlijk
Dat is: dat in uw gemeente de ware godsdienst goed onderwezen en beoefend wordt.
onder u is
Gr. in u.
Hertaald:
onder u is
Grieks: in u.
Wat is het dan,
Dat is, dewijl hetgeen tevoren gezegd is, alzo inderdaad is, wat zal men dan verder doen? Hier begint de apostel enige regelen voor te schrijven, die men in de gemeente moet onderhouden in het gebruiken der gaven.
Hertaald:
Wat is het dan,
Dat is: aangezien het inderdaad is zoals tevoren gezegd is, wat moet men dan verder doen? Hier begint de apostel enkele regels voor te schrijven die men in de gemeente moet onderhouden bij het gebruik van de gaven.
een psalm,
Of, lofzang; namelijk door ingeven des Heiligen Geestes van hem gemaakt tot Gods eer en stichting der gemeente.
Hertaald:
een psalm,
Of: lofzang; namelijk door ingeving van de Heilige Geest door hem gemaakt tot Gods eer en tot opbouw van de gemeente.
ene leer
Dat is, een bijzondere onderwijzing, vermaning of vertroosting, door den Heiligen Geest hem bijzonder ingegeven.
Hertaald:
ene leer
Dat is: een bijzondere onderwijzing, vermaning of vertroosting, die hem door de Heilige Geest in het bijzonder ingegeven is.
ene openbaring
Namelijk des Heiligen Geestes van enige onbekende of toekomende dingen. Zie Openb. 1:1 .
Hertaald:
ene openbaring
Namelijk een openbaring van de Heilige Geest over onbekende of toekomstige dingen. Zie Openb. 1:1.
ene uitlegging;
Dat is, de gave van vreemde talen in bekende spraken te vertalen; of ook van enige duistere plaatsen der Heilige Schrift wel en duidelijk te verklaren.
Hertaald:
ene uitlegging;
Dat is: de gave om vreemde talen in bekende talen te vertalen; of ook om bepaalde duistere plaatsen van de Heilige Schrift goed en duidelijk te verklaren.
door twee, of ten meeste drie
Dat is, dat niet velen daarmede den tijd doorbrengen; doch zo men immers vreemde talen wil spreken, dat zulks van zo weinigen geschiede, als het doenlijk is.
Hertaald:
door twee, of ten meeste drie
Dat is: dat niet velen daarmee de tijd doorbrengen. Maar wanneer men dan toch vreemde talen wil spreken, laat dat door zo weinig mogelijk mensen gebeuren.
bij beurten;
Dat is, niet tevens op een tijd overhoop, maar de een na den ander.
Hertaald:
bij beurten;
Dat is: niet allemaal tegelijk door elkaar, maar de een na de ander.
een het uitlegge.
Namelijk opdat de gemeenten daardoor mogen verstaan wat het is, dat in onbekende taal gesproken is geweest.
Hertaald:
een het uitlegge.
Namelijk opdat de gemeente daardoor mag verstaan wat er in de onbekende taal gesproken is.
geen uitlegger is,
Namelijk òf hij zelf, die vreemde talen spreekt, òf een ander, die de gave heeft om deze vreemde talen over te zetten in bekende te vertalen.
Hertaald:
geen uitlegger is,
Namelijk geen uitlegger, hetzij hijzelf die de vreemde talen spreekt, hetzij een ander die de gave heeft om die vreemde talen in bekende taal over te zetten.
zwijge in de gemeente;
Namelijk die met vreemde talen spreekt.
Hertaald:
zwijge in de gemeente;
Namelijk hij die in vreemde talen spreekt.
tot zichzelven
Of, bij zichzelven, in het bijzonder, niet openlijk in de gemeente.
Hertaald:
tot zichzelven
Of: bij zichzelf, in het bijzonder, niet openlijk in de gemeente.
tot God
Namelijk inwendig God, die de gedachten des harten weet en alle talen verstaat, aanroepende en dankende.
Hertaald:
tot God
Namelijk terwijl hij innerlijk God aanroept en dankt, Die de gedachten van het hart kent en alle talen verstaat.
twee of drie
Namelijk om den tijd met profeteren alleen niet door te brengen.
Hertaald:
twee of drie
Namelijk opdat men de tijd niet alleen met profeteren doorbrengt.
profeten
Zie vs.3,4.
Hertaald:
profeten
Zie vers 3 en 4.
spreken, en dat
Namelijk in de gemeente, en dat bij beurte, vs.27.
Hertaald:
spreken, en dat
Namelijk in de gemeente, en dat bij beurten, vers 27.
de anderen
Namelijk die dezelfde gaven van profeteren hebben, of de gave van de geesten te onderscheiden.
Hertaald:
de anderen
Namelijk zij die dezelfde gave van profeteren hebben, of de gave om de geesten te onderscheiden.
oordelen
Namelijk of die profetie overeenkomt met Gods Woord, aan welke alle leringen en openbaringen moeten getoetst worden. Zie Jes. 8:20 ; Joh. 5:39 .
Hertaald:
oordelen
Namelijk of die profetie overeenkomt met Gods Woord, waaraan alle leringen en openbaringen getoetst moeten worden. Zie Jes. 8:20; Joh. 5:39.
een ander,
Namelijk die mede de gave van profeteren heeft.
Hertaald:
een ander,
Namelijk een ander die eveneens de gave van profeteren heeft.
die daar zit,
Dat is, die nog geen beurt heeft gehad om op te staan en te spreken.
Hertaald:
die daar zit,
Dat is: die nog geen beurt gehad heeft om op te staan en te spreken.
iets geopenbaard is,
Namelijk dat den anderen, die daar spreekt, òf niet, òf niet zo klaarlijk is geopenbaard, als aan hem.
Hertaald:
iets geopenbaard is,
Namelijk iets wat aan de ander die daar spreekt niet, of niet zo helder, geopenbaard is als aan hem.
dat de eerste zwijge
Namelijk om plaats te geven aan dien tweede, om te spreken.
Hertaald:
dat de eerste zwijge
Namelijk om plaats te maken voor die tweede om te spreken.
zij allen leren
Dat is, zo de profeten als de algemene toehoorders onderwezen worden.
Hertaald:
zij allen leren
Dat is: dat zowel de profeten als de gewone toehoorders onderwezen worden.
getroost worden
Of, vermaand.
Hertaald:
getroost worden
Of: vermaand worden.
de geesten der
Dat is, de leringen, die de profeten door de gave en ingeving des Heiligen Geestes voorstellen.
Hertaald:
de geesten der
Dat is: de leringen die de profeten door de gave en ingeving van de Heilige Geest voorstellen.
zijn den profeten
Dat is, staan onder het oordeel van de andere profeten, die hen horen, aan welk oordeel zij ook zich gaarne onderwerpen. Want hoewel deze profetering van den Heiligen Geest, die niet dwalen kan, werd ingegeven, zo werd nochtans niet altijd aan een alles geopenbaard, en hetgeen den een geopenbaard werd, dat werd ook dikwijls meer anderen mee geopenbaard. Daar zou ook van enige profeten iets van het hunne daarbij gemengd kunnen worden. Zo moet dan beproefd en geoordeeld worden van de anderen of de profetering ook geschiedt door ingeving des Heiligen Geestes en naar de mate des geloofs. Zie Jes. 8:20 ; Rom. 12:7 .
Hertaald:
zijn den profeten
Dat is: zij staan onder het oordeel van de andere profeten die hen horen, aan welk oordeel zij zich ook graag onderwerpen. Want hoewel dit profeteren ingegeven werd door de Heilige Geest, Die niet dwalen kan, werd toch niet altijd aan één alles geopenbaard, en wat aan de een geopenbaard werd, werd vaak ook aan meer anderen geopenbaard. Ook zou een profeet er iets van zichzelf bij kunnen mengen. Daarom moet door de anderen beproefd en beoordeeld worden of het profeteren wel gebeurt door ingeving van de Heilige Geest en naar de mate van het geloof. Zie Jes. 8:20; Rom. 12:7.
geen God van
Of, geen auteur, of liefhebber.
Hertaald:
geen God van
Of: geen bewerker of liefhebber.
verwarring, maar van vrede,
Of, beroerte.
Hertaald:
verwarring, maar van vrede,
Of: beroering.
gelijk in al de
Namelijk van mij geleerd wordt. Of, nodig is.
Hertaald:
gelijk in al de
Namelijk zoals door mij geleerd wordt. Of: zoals nodig is.
zwijgen; want het is
Dat is, openlijk niet spreken tot de gemeente, al zijn zij ook met goede kennis begaafd. Zie 1 Kor. 11:5 .
Hertaald:
zwijgen; want het is
Dat is: niet openlijk tot de gemeente spreken, ook al zijn zij met goede kennis begiftigd. Zie 1 Kor. 11:5.
te spreken, maar
Namelijk openlijk in de gemeente iets te leren of voor te stellen. Zie 1 Tim. 2:12 .
Hertaald:
te spreken, maar
Namelijk openlijk in de gemeente iets te onderwijzen of voor te stellen. Zie 1 Tim. 2:12.
onderworpen te zijn,
Namelijk den mannen, om van hen onderwijzing te ontvangen. Want die een ander in openbare vergaderingen onderwijst, heeft daardoor enig gezag over of boven dengene, die onderwezen wordt.
Hertaald:
onderworpen te zijn,
Namelijk aan de mannen, om van hen onderwijzing te ontvangen. Want wie een ander in openbare samenkomsten onderwijst, heeft daardoor enig gezag over of boven degene die onderwezen wordt.
de wet zegt
Namelijk Gen. 3:16 .
Hertaald:
de wet zegt
Namelijk Gen. 3:16.
leren, laat haar
Dat is, van enige leerstukken breder onderwezen worden.
Hertaald:
leren, laat haar
Dat is: over bepaalde leerstukken uitvoeriger onderwezen worden.
haar eigen mannen
Namelijk zo die bekwaam zijn om haar te onderwijzen; anderszins zo mogen zij ook wel in het bijzonder de leraars der gemeente of enige andere eerlijke en beschaafde mannen ondervragen.
Hertaald:
haar eigen mannen
Namelijk als die bekwaam zijn om haar te onderwijzen; anders mogen zij ook wel in het bijzonder de leraars van de gemeente of andere fatsoenlijke en ontwikkelde mannen ondervragen.
lelijk voor de vrouwen
Dat is, onbetamelijk, kwalijk passende, omdat daarmede de orde omgekeerd wordt, die God gesteld heeft tussen man en vrouw, en dat zulks ook strijd tegen de eerbare schaamte, die bij de vrouwen behoort te zijn.
Hertaald:
lelijk voor de vrouwen
Dat is: onbetamelijk, ongepast, omdat daarmee de orde omgekeerd wordt die God tussen man en vrouw gesteld heeft, en omdat dat ook strijdt met de eerbare schroom die er bij vrouwen behoort te zijn.
van u uitgegaan,
Dat is, van u, Corinthische leraars, die op uwe gaven zo hoogmoedig zijt, en niet veel meer van ons apostelen, die het Woord Gods u eerst gepredikt hebben.
Hertaald:
van u uitgegaan,
Dat is: van u, Korinthische leraars, die zo hoogmoedig bent op uw gaven — en niet veel eerder van ons apostelen, die u het Woord van God het eerst gepredikt hebben.
u alleen gekomen?
Dat is, gij gedraagt u zo hoogmoedig, alsof gij alleen alle wijsheid hadt. Een ernstige bestraffing van die hoogmoedige geesten, waarmede ook meteen getoond wordt dat zij geen reden hebben om zich zo te verheffen.
Hertaald:
u alleen gekomen?
Dat is: u gedraagt zich zo hoogmoedig alsof u als enigen alle wijsheid had. Het is een ernstige bestraffing van die hoogmoedige geesten, waarmee tegelijk aangetoond wordt dat zij geen reden hebben zich zo te verheffen.
meent een profeet te zijn,
Dat is, met de gave van profeteren begaafd is inderdaad, of zulks zich laat voorstaan, en voor zodanig zich uitgeeft.
Hertaald:
meent een profeet te zijn,
Dat is: wie werkelijk met de gave van profeteren begiftigd is, of wie zich dat laat voorstaan en zich daarvoor uitgeeft.
geestelijk
Dat is, begaafd met enige buitengewone gave des Heiligen Geestes. Of, overvloedig in de Christelijke leer geoefend; 1 Kor. 2:15 , en 1 Kor. 3:1 ; Gal. 6:1 .
Hertaald:
geestelijk
Dat is: begiftigd met een buitengewone gave van de Heilige Geest. Of: overvloedig geoefend in de christelijke leer; 1 Kor. 2:15 en 1 Kor. 3:1; Gal. 6:1.
erkenne
Dat is, die zal moeten of behoren te erkennen; namelijk indien hij zodanig is als hij zich uitgeeft.
Hertaald:
erkenne
Dat is: hij zal het moeten of behoren te erkennen, namelijk wanneer hij werkelijk is wat hij van zichzelf zegt.
des Heeren geboden zijn
Namelijk Jezus Christus, die als onze Heere macht heeft om ons te gebieden, en wij, Zijne dienstknechten, schuldig zijn te gehoorzamen.
Hertaald:
des Heeren geboden zijn
Namelijk van Jezus Christus, Die als onze Heere de macht heeft ons te gebieden, terwijl wij, Zijn dienstknechten, verplicht zijn te gehoorzamen.
onwetend is,
Dat is, moedwillig hetzelve niet wil weten of erkennen.
Hertaald:
onwetend is,
Dat is: het moedwillig niet wil weten of erkennen.
die zij onwetend
Dat is, alzo hij moedwillig in zijne onwetendheid wil blijven, en zich door mijn schrijven niet laat onderrichten, die mag zulks doen op zijn eigen gevaar; ik wil mij met dezulken niet bemoeien, alzo ik het mijne gedaan heb om hen uit die onwetendheid te brengen. Zie dergelijke manier van spreken Openb. 22:11 .
Hertaald:
die zij onwetend
Dat is: aangezien hij moedwillig in zijn onwetendheid wil blijven en zich door mijn schrijven niet laat onderrichten, mag hij dat doen op eigen risico. Ik wil mij met zulke mensen niet bezighouden, aangezien ik het mijne gedaan heb om hen uit die onwetendheid te brengen. Zie een soortgelijke manier van spreken in Openb. 22:11.
verhindert niet
Dat is, hoewel ik acht dat het profeteren meer stichting voortbrengt in de gemeente dan met vreemde talen te spreken, zo wil ik daarmede het gebruik van vreemde talen niet ten enenmale verworpen of verhinderd hebben, als het maar behoorlijk geschiedt en met uitlegging.
Hertaald:
verhindert niet
Dat is: hoewel ik van mening ben dat het profeteren meer opbouw in de gemeente voortbrengt dan het spreken in vreemde talen, wil ik daarmee het gebruik van vreemde talen niet volstrekt verworpen of verhinderd hebben — mits het maar behoorlijk gebeurt en met uitlegging.
alle dingen
Die te doen zijn in de vergaderingen der gemeente, als daar zijn profeteren, of het Woord Gods prediken, de algemene gebeden en dankzeggingen doen, de sacramenten bedienen en dergelijke.
Hertaald:
alle dingen
Namelijk alle dingen die in de samenkomsten van de gemeente gedaan moeten worden, zoals profeteren of het Woord van God prediken, de algemene gebeden en dankzeggingen doen, de sacramenten bedienen en dergelijke.
eerlijk en
Of geschikt; zodat het een goede gedaante hebbe, die betamelijk is aan de Christelijke eerbaarheid en eenvoudigheid.
Hertaald:
eerlijk en
Of: gepast; zo dat het een goede gestalte heeft die past bij de christelijke eerbaarheid en eenvoud.
met orde geschieden
Dat is, zonder verwarring, elk op zijn behoorlijken tijd, beurt, plaats, enz.
Hertaald:
met orde geschieden
Dat is: zonder verwarring, ieder op zijn behoorlijke tijd, beurt en plaats, enzovoort. © Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas © 2026 Het Spurgeon Archief
Over deze StudieBijbel
De Bijbeltekst
De kanttekeningen
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
De verklaring van Dächsel
Namen, plaatsen en begrippen
Christus in dit hoofdstuk
Waarom deze uitgave bijzonder is
1 Korinthe 14
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Α
Kruisverwijzingen
Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
Kanttekeningen
De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)


1 Korinthe 14
Spurgeon heeft geen commentaar gegeven op dit hoofdstuk.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas
c. Over de gave van het spreken met talen en haar waarde in vergelijking met de gave van de profetie.
Jaag de liefde na, dat zij in uw bezit komt. In deze verwachting zal ik mij niet verder over het thema, dat ons in Hoofdstuk 12 bezighield, uitlaten. En ijver wel om de geestelijke gaven, die wel voor de kerk in deze tegenwoordige tijd haar grote betekenis hebben, zoals ik de vermaning in Hoofdstuk 12: 3 weer opvattende herhaal, maar zo voeg ik er bij, om ook nader te zeggen wat ik onder de beste gaven versta, meest, dat u mag profeteren 1Co 12: 11, die gave verre voor te trekken is boven die van de talen, waaraan velen een bijzondere waarde hechten.
De vermaning “jaag de liefde na” wordt zonder verbindingswoord aan het vorige gehecht. De rede was in Hoofdstuk 13 te verheven en bewogen, dan dat de stille uiteenzetting, die nu volgt, op dezelfde manier als vroeger zich zou kunnen aansluiten door een overgangsparallel. Na het slot van Hoofdstuk 13 volgt dadelijk een pauze; er komt een nieuw begin.
“Jaag de liefde na” is sterker dan “legt er u op toe”. De liefde is zo kostelijk, dat het de hoofdzaak in het Christendom is haar na te jagen en ook hij, die liefde verkregen heeft, moet haar najagen, omdat er niemand is, die niet dagelijks de oude mens met zijn liefdeloosheid zou moeten uittrekken en de nieuwe mens met zijn liefde zou moeten aandoen. Jagen wij echter de liefde na, dan zijn wij tevens op de juiste weg tot de geestelijke gaven, waarnaar wij vlijtig moeten zoeken, terwijl de begerenswaardigste onder deze is de gave van de profetie. De Corinthiërs begeerden meer naar de in het oog vallende gave van de talen, dan naar de profetie. De vermaning het meest te zoeken naar de meest stichtelijke gave, roept de liefde wakker, die niet het haar zoekt.
Het spreken met talen kon wel weldadig werken, maar als het te vaak geschiedde en er te grote waarde aan werd toegekend, kon het ook nadelig worden voor de rust en de orde van een gemeente. Zo was het te Corinthiërs; velen hadden tegelijk gesproken, hadden daardoor verwarring teweeg gebracht, zonder nut te stichten en verachtten andere, minder verblindende gaven dan die van de gave van de talen. Zeker zullen wij niet dwalen, als wij, wat in de gemeente te Corinthiërs plaats had, ons voorstellen als overeenkomend met het leven, zoals dat in een Methodisten-gemeente wordt gevonden en vroeger onder de Montanisten zal zijn geweest. Was men op die manier voortgegaan, dan was de Kerk zeker in dweperij opgegaan. De wijsheid van de apostel stelt zich dus tegenover de eenzijdige gevoels-richting, om het evenwicht van de krachten te herstellen.
Want die een vreemde taal spreekt, spreekt niet voor de mensen, hij staat daar niet om met zijn rede iets aan mensen mee te delen, maar hij spreekt voor God; hij verkeert met God, die de diepste en innigste opwekkingen van het gebed verneemt (Rom. 8: 26 v.). Zo is het, want niemand verstaat hetgeen hij zegt (Mark. 4: 33), maar met de geest, in de toestand van vervoering, waarin de werkzaamheid van zijn eigen verstand op de achtergrond treedt en hij uitdrukkingen gebruikt, zoals hem die voorkomen, zonder erop te letten, of ze ook voor anderen verstaanbaar zijn, spreekt hij verborgenheden zoals ze hem te zien worden gegeven.
Maar die profeteert, spreekt de mensen tot stichting en wel, om het nader te bepalen in hoeverre hij hun tot opbouwing spreekt, tot vermaning en vertroosting. De tragen worden erdoor aangespoord en de terneergeslagenen worden erdoor opgericht (1 Thessalonicenzen. 2: 11).
Die een vreemde taal spreekt, die sticht (Hoofdstuk 8: 1) zichzelf, omdat hij deels nu bewogen is door hetgeen hem te zien en te voelen wordt gegeven, deels ook later daarvan nog een weldadige werking ondervindt, maar die profeteert, sticht de gemeente op de vroeger (vs. 3) genoemde wijze.
Wij zien dat de apostel hier een dubbele tegenstelling tussen het spreken met talen en het profeteren ontwikkelt. De eerste bestaat vooral daarin, dat daarin een spreken plaats vindt niet voor de mensen, maar voor God. De redenaar spreekt door een taal, waarin hij voor de hoorders onverstaanbaar is; zijn spreken is zodanig, dat alleen door de Geest wordt teweeg gebracht, daarom zonder zelfbewuste werkzaamheid van de gedachten bij de spreker. Zijn spreken is verder een spreken van geheimen, zodat het in twee opzichten voor de hoorders gesloten en onbegrijpelijk is. Het profeteren daarentegen is een spreken met bewustzijn en geschiedt met voorstellingsmiddelen van de zelfbewuste mens; in tegenstelling tot het spreken voor God is het dus een spreken voor mensen en in tegenstelling tot het spreken van geheimen een spreken tot verbetering en tot vermaning en tot vertroosting. Wat daarin wordt aangeboden dient tot verdere ontwikkeling van het Christelijk leven, tot aansporing voor het Christelijk willen, tot bekrachtiging van het Christelijk gemoed. De tweede tegenstelling bestaat daarin, dat die met tongen spreekt, zichzelf slechts, maar die profeteert de gemeente opbouwt. Op zichzelf beschouwd brengt elke rede van geheiligde inhoud bevordering van het Christelijk leven teweeg. Als echter iemand profeteert ligt het in de aard van zo’n rede, dat zij gericht is tot een vergaderde gemeente en een opwekking van haar Christelijk leven ten doel heeft. Als daarentegen iemand wonderbare talen spreekt, dan mag zo iets een indruk op de aanwezigen teweeg brengen, maar een uitwerking van het gesprokene kan alleen plaats hebben bij de spreker, die alleen onder de indruk daarvan staat.
Wat de profeet als zodanig krijgt te zien en te horen, dat ziet en verneemt hij niet voor zichzelf alleen, maar als geroepen middelaar van de gedachte, van Gods raad ter zaligmaking voor Zijn volk en van Zijn raad over de mensheid. Hij brengt daarom wat in de geest door hem is gezien en wat hij dadelijk weet, door middel van het verstand en de werkzaamheden van de ziel tot juiste en duidelijke uitdrukkingen. Daardoor nu onderscheidt zich de profetische extase van de glossolalie, of van het spreken met talen. Dat laatste is een spreken in geestverrukking, dat eerst daardoor aan de gemeente enig voordeel kan aanbrengen, dat een of ander (vs 27), of de spreker zelf (vs. 5 en 13) het verklaart. Wat aan profetie en glossolalie gemeen is, bestaat in de verheffing van het bewustzijn boven de zuivere menselijke sferen en het onderscheid daarin, dat de profetisch geïnspireerde in het volle bewustzijn was van de krachten van de geest, terwijl de andere inspiratie zich alleen door middel van de intuïtieve, op God gerichte kant van de menselijke geest met onderdrukking van het discursieve (naar buiten gerichte) denken uitte. De glossolalie was een wonderbare werking van Gods Geest in de menselijke geest van het gemoed d. i. in de diepte van het gewone bewustzijn. Die in talen sprak, was in de toestand van het verheerlijkend en lofzeggend gebed en wel omdat de werkzaamheid van zijn eigen denken op de achtergrond trad, van het bovennatuurlijk gebed, zoals onze vaderen het noemden en deze in God verdiepte, triomferende stemming van het gebed schiep zichzelf een manier van spreken, waarin zij onafgebroken als in heilige dithyramben uit het gemoed te voorschijn kwam.
Het in geestvervoering spreken in vreemde talen, zoals dit in de gemeente van Corinthiërs plaats had, heeft voor ons een duistere zijde, die, bij gebrek aan geschiedkundige berichten, misschien nooit voldoende opgehelderd kan worden. Niet allen, die in zekere zinsverrukking worden weggevoerd, zijn daarbij geheel lijdelijk. Mensen van beweeglijk zenuwgestel en makkelijk ontvlamde verbeelding, kunnen door zekere oefening, vooral ook door waken en vasten, zich in die toestand brengen en dan spreken hetgeen noch zij, noch anderen verstaan kunnen. De geringe prijs, die Paulus toont te stellen op de gave van de talen, zoals de Corinthiërs die bezaten en hetgeen hij zegt van naijverig streven naar deze schijnt ten bewijze te strekken, dat hij daarin niet alles voor werk van God en de Heilige Geest hield; maar nochtans geen beslissende uitspraak wilde doen ook om de Corinthiërs te sparen en daarom zich vergenoegde met het verschijnsel in zijn waarde te laten, tegen het al te driftig streven naar deze gave te waarschuwen en te vermanen, dat men liever trachten zou naar een verstaanbare dan naar een onverstaanbare onderrichting en lering van de gemeente. (V. D. PALM).
Intussen moet u niet verkeerd verstaan, alsof ik het spreken met talen geheel uit de gemeente zou willen verbannen hebben, hoewel velen die wens koesteren1Co 12: 3 en uitspreken. Integendeel ik wil wel, dat u allen in vreemde talen spreekt, in zoverre de ontwikkeling van de gemeente daardoor wordt bevorderd, maar meer dan dat wens ik, dat u profeteert (Num. 11: 29. Joël 3: 1 vv.) en hiermee spreek ik nu bepaald uit wat ik in Hoofdstuk 12: 31 bedoelde met de woorden: “ijver om de geestelijke gaven. ” Want die profeteert is meer dan die vreemde talen spreekt, tenzij dan dat hij, die met talen spreekt, later door een verdere hem verleende gave het uitlegt wat hij eerst in geestvervoering gesproken heeft, opdat de gemeente stichting moge ontvangen, in welk geval het spreken met talen niet achterstaat in nuttigheid bij het profeteren.
Naar het tot hiertoe gezegde konden de lezers denken, dat Paulus het ophouden van de wondergave van de talen wenste. Daarom laat hij hen nu weten, dat hij hun allen de gave van zo’n spreken toewenste, maar voegt er dadelijk bij, dat hij meer wenste, dat zij mochten profeteren en hij drukt deze wens in de grondtekst uit op een wijze, die hen geeft te verstaan dat zij hiertoe het hunne moeten doen. Hiermee verbindt zich vervolgens een vergelijking tussen hem, die in talen spreekt en hem, die profeteert, wat hun rang aangaat; het laatste was op de ladder van de gaven het hoogst. Waarom het dit is, zegt de bijvoeging, waarin hij het als mogelijk gestelde geval uitzondert, dat niet een ander, maar de spreker in talen zelf vertolkt, in welk geval de gemeente zeker iets tot haar opbouwing ontvangt. Hiernaar moet worden afgemeten, of een begaafdheid aan hem die ze bezit, meerdere of mindere betekenis verleent.
Hierin ligt een wenk, dat ieder Christen ook voor het eigen stille gebed steeds een woord moet zoeken. De eeuwige openbaring van God heet zelf het Woord (Joh. 1: 1). Zonder woord is er gans niets goddelijks blijvend in de mens. Ook wat Paulus in geestverrukking hoorde (2 Kor. 12: 4) waren “onuitsprekelijke woorden”. Zonder woord is de mens prijs gegeven aan dweperij of aan onvruchtbare mijmeringen. Maar door het woord verlangt de gewaarwording, de voorstelling een vaste, ook voor anderen erkenbare gestalte. (V.).
En nu, broeders, om het u in een geval, dat dadelijk bij de hand is, echt duidelijk te maken, hoe weinig waarde tot opbouwing van de gemeente de gave van de menigerlei talen op zichzelf heeft, als ik tot u kwam, omdat ik toch snel een bezoek aan u hoop te geven (Hoofdstuk 4: 21; 11: 34; 16: 1 vv. en in de vergadering van de gemeente sprak met vreemde talen, hetgeen ik zeker zou kunnen doen, omdat mij die gave van de Geest in bijzondere mate is gegeven (vs. 18), wat voor nut zou ik u doen? Als ik hetgeen in talen gesproken is later niet op de een of andere manier uitlegde en nader verklaarde en tot u niet sprak, of in openbaring, of in kennis, of, opdat ik beide wijzen van mededeling nog anders noem, in profetie, of in lering, wat zou mijn komst u baten?
In deze slotwoorden van het vers vinden wij niet een verdeling in vier, maar in twee leden, die echter, van twee onderscheiden grondslagen van verdeling uitgaande, in vier leden zich verdeelt. De twee eerste “openbaring en kennis” zijn gekozen met het oog op oorsprong en inhoud van hetgeen moet worden meegedeeld. De twee laatste “profetie en leren” zijn de vormen van mededelen, zoals die met de eerste overeenstemmen.
Openbaring is onderscheiden van kennis als de bijzondere profetische gave van het inzicht, dat ook door Gods Geest is teweeg gebracht en waarbij de krachten, die in de menselijke natuur als zodanig liggen, in de dienst van de Geest zijn genomen en door Zijn licht vervuld en doordrongen worden; de openbaring wordt uitgesproken in de profetie, de kennis in de leer.
Uit de inhoud van ons vers kan men opmaken, dat het spreken met talen gewoonlijk te Corinthiërs zonder vertolking plaats had; de apostel doet de Corinthiërs voelen, dat hij hun geen nut zou aanbrengen, als hij bij zijn komst tot hen zich zo wilde gedragen, als diegenen onder hen, die gewoon waren met tongen te spreken. Hij vraagt hen, of zij niet zelf van hem zouden verlangen, dat hij het in talen hun voorgedragene later nog op andere voor hen vatbare manier zou uitdrukken. Bij deze, in hem opgewekte gedachte, dat zo’n manier van spreken, zoals die bij hen plaats had, geen belang had voor de gemeente, die stichting nodig had, bepaalt hij hen nog in hetgeen volgt, terwijl hij uiteenzet dat een taal verstaanbaar moet zijn, om het doel, waarmee men spreekt te vervullen. Hij wijst dit aan met het beeld van tonen van op zichzelf levenloze instrumenten, die echter door de behandeling als het ware ook leven verkrijgen en zich zo kunnen regelen in de juiste orde, als ook in het beeld van de vele menselijke talen en dialecten, waarvan wel geen op zichzelf beschouwd onverstaanbaar is, maar die, als het bijzondere personen aangaat, voor beide delen geldend moeten zijn, zowel voor hem, die hoort, als voor hem, die spreekt, wanneer een onderling verkeer mogelijk zal zijn.
Om van het voorgedragene enig nut te hebben, dient men toch inhoud en mening te verstaan. Zelfs ook de levenloze dingen, die geluid geven, de muziekinstrumenten, die op zichzelf dood zijn, maar toch onder zekere omstandigheden een spraak hebben, hetzij fluit, hetzij citer Nu 10: 2 als zij geen onderscheid met hun klank geven, als de toon niet in bepaalde modulatie, naar hoogte en diepte, lengte en kortheid, sterkte en zwakheid, met elkaar afwisselen, hoe zal bekend worden hetgeen gefluit of op de citer gespeeld wordt? Hoe zal men een op fluit of citer voorgedragen melodie uit de toon herkennen? Is het dan niet, dat men eigenlijk er niet uit wijs kan worden, wat toch eigenlijk gespeeld is?
Want ook als de bazuin Nu 10: 2, die dient om signalen te geven (Ex. 19: 16 en 19. Lev. 25: 9), een onzeker geluid geeft, waaruit geen bepaald kenteken is op te maken, wie zal zich tot de krijg bereiden?
Zo ook u, als u niet door de taal een duidelijke rede geeft, zodat de bedoeling met duidelijke en bepaalde woorden en door een juiste samenhang duidelijk wordt, hoe zal verstaan worden hetgeen gesproken wordt, als men naar u luistert om gesticht te worden? Laat daarom het spreken met talen, als u die voorwaarde niet kunt vervullen en ze niet verklaart, geheel en al na, want u zult, als u op die manier in talen spreekt, als dat meestal door u geschiedt 1Co 14: 6, toch slechts zijn als die in de lucht spreekt (vgl. Hoofdstuk 9: 26).
Om u de zaak duidelijk te maken, zal ik er nog een ander voorbeeld bijvoegen. Er zijn, naar het voorvalt, zo vele stemmen in de wereld, als er volken zijn en geen van deze is zonder stem. Er zijn verschillende soorten van talen en dialecten en elk is wel verstaanbaar, maar men moet die machtig zijn.
Als ik dan de kracht, de betekenis van de stem niet weet, omdat ik die taal niet machtig ben, dan zal ik, die hoor, voor hem, die spreekt, barbaars zijn; en kan niet weten wat hij zegt, zijn gedachten niet verstaan, noch mij die ten nutte maken. En hij, die spreekt, zal bij mij barbaars zijn, zodat hij niets bij mij teweegbrengt; wij staan als wildvreemden tegenover elkaar, terwijl er tussen ons geen wederzijds verkeer mogelijk is.
Ook voor ons is dit onderwijs nog hoogst belangrijk, want het leert ons, dat de stichting, dat de opbouwing van de gemeente in kennis, geloof en heiligmaking, dat haar vertroosting het doel van onze onderlinge samenkomsten moet wezen. Maar wat hebben wij dan te denken van een godsdienstoefening, die grotendeels in een vreemde, voor de gemeente onverstaanbare taal wordt gehouden. Hoe lijnrecht is dit in strijd met het onderwijs van de apostel. Danken wij God, dat het niet zo is bij ons, dat de gezegende kerkhervorming de vreemde taal uit onze kerken heeft verbannen, dat wij in onze moedertaal niet alleen het Evangelie horen verkondigen, maar ook onze lofzangen God en de Verlosser ter eer mogen aanheffen en op de gebeden en dankzeggingen in onze harten “amen” kunnen zeggen.
Zo ook u (vgl. vs. 9), omdat u op bijna overdreven manier ijverig bent naar geestelijke gaven, waarom ik u zeker zou kunnen berispen. Ik doe het echter liever niet, om niet de schijn van tegenspraak op mij te laden met de vermaning in vs. 1 Maar wilt u het beste, zoek dan dat u door het gebruik van die gavenovervloedig mag zijn, zoals u ook daarop beroept (Hoofdstuk 1: 5 vv.), maar tot stichting niet slechts van een enkele, maar van de gemeente.
De waarde van een voordracht in de vergadering van de gemeente moet worden afgemeten naar de verstaanbaarheid voor allen en naar de uitwerking op de harten. Mystisch-theosofische overdrevenheid, te willen opvoeren in de hoogte, te willen leiden in de diepte van kennis, geleerdheid en subtiliteit van uitlegging, hoog dichterlijke en redekunstige verheffing van voorstelling; schitterend schone taal en dergelijke zaken, die opzien baren, wat mensen van wereldse vorming en ontwikkelden smaak moge aantrekken, of wat aan geestelijke hoogmoed voedsel geeft, of aan het onverstand toegeeft, dat het duistere zoekt, behoort niet voor de gemeente. Op de vraag van een jeugdige, begaafde hulpprediker, die in de hoofdstad van het land moest beginnen te prediken, hoe hij het toch moest aanvatten om het goed te maken, antwoordde een oud, ervaren geestelijke, een prediker en zielzorger, die met zegen arbeidde, dat hij prediken moest, zodat het ook de dienstmeiden konden verstaan: zo zou het goed voor allen zijn! Dit is het enige, dat een prediker begeren moet en dit zal hem te meer gelukken, hoe meer hij in de Heilige Schrift en haar taal leeft. Het tweede is wat men het profetische element van de rede kan noemen, dat de harten worden getroffen, doordat de geheime roerselen, de verborgenste drijfveren en gezindheden, de diepste bewegingen en gevoelens worden ontdekt, zodat zij, die het horen, moeten zeggen: heeft hij dan ons geheimste denken, zoeken en streven doorzien? Heeft hij onze gesprekken en handelingen beluisterd, die aan alle openlijke waarneming onttrokken waren? Of heeft iemand, die ons doen en zoeken nader kent, hem daarover bericht gegeven? Hiertoe behoort boven alles geestelijke begaafdheid en licht, die worden teweeg gebracht door steeds dieper indringende zelfbeschouwing en zelfkennis en beschouwing van de mensen in verschillende toestanden en omstandigheden, beide in het licht van Gods Woord, dat van de mensen wegen evenals Gods wegen openbaart, als een oordeler van de gedachten en gevoelens van het hart. En opdat de rede des te dieper treft, moet de prediker bij de profeten in de school gaan en zich vertrouwd maken met hun taal, om die in zijn mate en volgens de tegenwoordige behoefte toe te passen.
Daarom, omdat bij alle geestesgaven de opbouw van de gemeente als doel moet worden in het oog gehouden (vgl. Hoofdstuk 12: 7), die in een vreemde taal spreekt, hetgeen alleen zo iemand in het openbaar moet doen, die ook de gave van uitlegging bezit (vs. 28), die bidt, houdt zo zijn voordracht van het gebed van het begin af, dat hij het daarna moge uitleggen.
Want als ik in een vreemde taal bid, mijn geest bidt wel in onmiddellijk aanschouwen en gevoel en in een taal, die daarmee overeenstemt en boven de hoofden van de toehoorders gaat, maar mijn verstand, het vermogen in mij om voorstellingen te maken en mij op een manier uit te drukken die geschikt is, om door anderen te worden begrepen, is vruchteloos, geeft geen nut, omdat het geheel zonder werkzaamheid is.
Men kan nu de geleerdheid vergelijken met de gave van de talen. Heeft een geleerde tevens de gave om zijn geleerdheid ook duidelijk voor te stellen en kan hij zijn geleerdheid tot verklaring van de goddelijke waarheid en openbaring van de genade aanwenden, dan heeft die een zeer groot nut. In zo verre is ook niet te verwerpen iets uit vreemde talen, in het bijzonder uit de grondtalen van de Heilige Schrift in de leerreden aan te halen, als men de nadruk daarvan ook met de duidelijkste woorden weet aan te wijzen.
Wat is het dan a) ? Hoe moet ik mij gedragen bij een omstandigheid, als de zo-even genoemde, opdat anderen toch van mijn spreken met tongen nut hebben. Ik zal wel met de geest bidden, eerst in talen spreken, maar ik zal ook met het verstand bidden, het daarna uitleggen. Ik zal wel met de geest zingen, maar ik zal ook met het verstand zingen. Wat ik eerst in een onbegrijpelijk gebed of lofgezang heb voorgedragen, zal ik vervolgens nog eens op begrijpelijke en verstaanbare manier voor de gemeente herhalen, opdat ook deze daarin deelt.
Efeze 5: 19. Kol. 3: 16.
Dit is een talmudistische manier van spreken en komt overeen met “maken”, dat vaak gebruikt wordt, wanneer zich enige zwarigheid in een zaak voordoet en dan wordt er gevraagd, wat is het dan? Wat moet men doen? Wat is het voorzichtigst, raadzaamst en meest verkiesbaar? Wat behoort er in zo’n geval besloten en los gemaakt te worden. Het is eenzelfde uitdrukking als: “wat dan zal men zeggen? ” bij Filo, de Jood voorkomend. Zal ik, wil de apostel zeggen, geheel niet met de Geest bidden, omdat hetgeen ik versta van geen vrucht is bij anderen, omdat zij het niet verstaan? Zal ik hierom de buitengewone gave van de Geest, die aan mij geschonken is, geheel verzuimen, aan een zijde stellen en niet gebruiken? Nee.
Anderszins, als u dankzegt met de geest, u ertoe beperkt om alleen in de toestand van verrukking, in het spreken met talen, een lofgezang ter ere van God uit te spreken, hoe zal degene, die de plaats van een ongeleerde vervult, de toehoorder in de vergadering van de gemeente, die zich niet eveneens in geestverrukking bevindt, maar uw woord met zijn verstand opneemt, Amen zeggen op uw dankzegging, zich met deze verenigen (“1Ch 25: 31, omdat hij niet weet wat u zegt?
Het “amen” van de gemeente op de gebeden van de liturg is van apostolische oorsprong. Door zo’n Amen eigent de gehele gemeente zich toe wat één bidt; daarom moet een gebed zo zijn, dat ieder het begrijpt. Ongeleerden of leken noemt de apostel hier allen, die de biddende of lofzingende aanhoorden. Hij, die in de gemeente biddend of zingend de Heere loofde, moest die allen op het hart dragen, opdat haar Amen geen ijdele formaliteit, maar een belijdenis van het hart was.
Want u dankzegt wel behoorlijk, de inhoud van uw lof- en dankgebed is wellicht zeer voortreffelijk, maar de ander wordt niet gesticht; voor hem gaat zo, als geen uitlegging volgt, uw bidden geheel verloren.
Ik dank mijn God, dat ik meer vreemde talen spreek dan u allen, zo toch kan niemand mij nazeggen, dat ik er daarom zo weinig waarde aan hecht (vs. 5), omdat ik ze zelf niet bezat.
Maar ik wil liever in de gemeente vijf woorden spreken met mijn verstand, met helder bewustzijn en in verstaanbare, voor ieder vatbare voordracht, opdat ik ook anderen mag onderwijzen, dan tienduizend woorden in een vreemde taal, want het is veel beter om verstaan dan om bewonderd te worden.
Geest en verstand (of zin) zijn hier zo te onderscheiden, dat de ene het hoogste aanschouwingsvermogen van de mensen aanduidt, het andere zijn verstandelijk inzicht te kennen geeft. Het eerste was eigenlijk meer bepaaldelijk bij de gave van de talen werkzaam, maar het verstand van de mensen beheerste nog niet zo het in aanschouwing gegevene, dat dit aan anderen kon mededelen, wat de geest inwendig getuigde. (V.).
Het verstand is het heldere, zelf bewuste denken. De apostel zegt: “ik wil in de gemeente liever vijf woorden spreken met mijn verstand, dan tienduizend met tongen! ” Waarom? Wel, die vijf woorden zijn, omdat zij uit een helder, verstandig nadenken voortkomen, voor allen bevattelijk en verstaanbaar. Maar wat op de weg van onmiddellijk aanschouwen en gevoelen in een verborgen verkeer, met God bij het spreken in talen wordt gewerkt, dat blijft, zelfs als men beproeft het naderhand uit te leggen, voor de oningewijden toch altijd een onopgelost raadsel.
a) Broeders, wordt geen kinderen in het verstand, zoals u reeds op de weg daartoe bent en uw zucht naar glossolalie inderdaad iets kinderachtigs heeft, maar wees kinderen in de boosheid (Hoofdstuk 5: 8) en wordt in het verstand volwassen (Rom. 16: 19).
MATTHEUS. 18: 3; 19: 14,
Met de hartelijke, innemende aanspraak “broeders” leidt hij een ernstige vermaning in over het te hoog stellen van het spreken met talen; hij stelt de waardering van een gave, die wel groot opzien verwekt, maar voor het geheel weinig nut heeft, voor als iets kinderachtigs, als gebrek aan rijpheid van oordeel en drukt hun nu op het hart, dat zij in dergelijk opzicht geen kinderen, onmondigen moesten worden, maar zich tot een mannelijke rijpheid verheffen. Daarentegen zij het kindzijn bij de Christen, wat betreft de boosheid, die het tegendeel is van de liefde, die bron van al wat goed is.
Ten opzichte van de boosheid of zedelijke verdorvenheid moeten zij aan onmondigen gelijk blijven, d. i. zo verre van haar, dat zij ook geen gedachte aan haar hebben, laat staan een kennis door ervaring. Dit is een treffend woord tegenover het gevaarlijke, zedelijke indifferentisme en libertinisme, dat de gemeente bedreigde en in verschillende richtingen en uitbarstingen bevlekte.
In de wet, dat is in de schriften van het oude verbond Joh 10: 34, is geschreven en wel in Jes. 28: 11 : “Ik zal door lieden van andere talen en door andere lippen, door mannen of volken, die zowel een hun geheel vreemde taal spreken, als ook geen geheel andere behandeling hun zullen doen ondervinden, dan zij van Mij ervaren hebben (Deut. 28: 49 v.), tot dit volk spreken en ook zo zullen zij Mij niet horen, maar in hun ongeloof volharden”, zegt de Heere.
Zo dan heeft volgens deze plaats het “met andere talen spreken”, het karakter van een gericht, het geeft de laatste en sterkste poging van God te kennen om het verharde ongeloof te breken. De vreemde talen van de met glossolaliebegaafden zijn dus tot een teken, niet voor degenen, die geloven, maar voor de ongelovigen. Zij hebben een exoterische bestemming, zij doelen op degenen, die buiten de gemeente staan, om hen als de zodanige aan te wijzen. En de profetie daarentegen is, zoals vanzelf spreekt, niet voor de ongelovigen, maar voor degenen die geloven, die daarmee als zodanige worden geëerd, maar ook daardoor steeds verder in hun geloof moeten worden gebracht.
De plaats, door Paulus uit de profeet Jesaja vrij aangehaald, bevat de bedreiging van God, met het weerspannig volk van het rijk van Israël, dat op de vriendelijke uitnodiging van de profeten niet wilde horen een andere taal te voeren door een tong, die andere talen sprak. Daarmee wijst de profeet op de inval van de ASSYRIËRS en de bestraffing van God door hun arm. Dit past de apostel nu hier toe als een gelijkenis van het spreken met talen en grondt daarop de gevolgtrekking, dat de talen ten teken voor de ongelovigen waren. Evenals het ongelovigen waren (het verharde rijk van de tien stammen), die God door Jesaja liet bedreigen, dadelijk met hun in andere taal te willen spreken, zo zijn het ook ongelovigen, die door het buitengewone van het spreken met talen getroffen, een aandrang moeten verkrijgen, om tot zichzelf in te keren, opdat zij zo mogelijk nog bekeerd worden. Als verder wordt aangemerkt: “en ook zo zullen zij Mij niet horen”, dan is reeds daarop gewezen, dat door een overmatig gebruik van die gave niets zal worden gewonnen, dat het zonder gevolg zou zijn en de Corinthiërs konden daaruit een besluit trekken.
Zij waren kinderen in het verstand, als zij meenden dat het spreken met talen de krachtigste zendingstaal van de kerk was.
Zij konden ook nog een ander besluit uit de inhoud van de plaats trekken. In de niet verstaanbare rede stelt God Zich voor niet als die Zich de gelovigen openbaart, maar als die Zich voor de ongelovigen verbergt. Als men nu aan de Christelijke gemeente het onverstaanbare aanbiedt, laat men hen voorkomen als degenen, waaraan God Zich onttrekt, als degenen, die onder het gericht liggen als ongelovigen, aan wie ook de krachtigste goddelijke openbaringen tevergeefs zijn, die zich ook daardoor er niet toe laten brengen om acht te geven. Daarentegen stelt de verstaanbare taal van de profeten zich aan de gelovigen voor als een zich openbaren van God.
De ongelovigen blijven meestal ongelovig, als het geluid van de talen onder hen wordt gehoord, maar de profetie maakt van ongelovigen gelovigen en voedt de gelovigen.
Als dan – om het geval, waarop uw overwaardering van het spreken met talen eigenlijk uitloopt, omdat men dan toch een algemene toerusting van de gemeente met die gave zou moeten wensen, als verwezenlijkt te stellen – als dan de gehele gemeente bijeen vergaderd zou zijn en zij allen in vreemde talen spraken en enige ongeleerden of ongelovigen in zo’n godsdienstige vergadering inkwamen, zouden zij niet zeggen, dat u uitzinnig was (Hand. 2: 13; 26: 24)? Zouden zij niet, in plaats van voor het geloof gewonen te worden, nog veel meer ertegen ingenomen worden?
Maar als zij, om er een ander geval tegenover te stellen, waarnaar mijn begeerte (vs. 1 en 39) zich uitstrekt, in een vergadering van de gemeente, zoals die in vs. 23 verondersteld is, allen profeteerden en een ongelovige of ongeleerde inkwam, die wordt door allen, die daar profeteren, overtuigd en hij wordt door allen geoordeeld (Joh. 16: 8 vv.).
Als elk, die in de gemeente sprak, blijkbaar door Goddelijke aandrift werd aangeblazen en daarbij in verstaanbare taal, godvruchtig en roerend, over de verhevenste dingen sprak, zo’n schouwspel zou onweerstaanbaar werken op allen, die er getuigen van waren en zelfs de meest vooringenomene zou erdoor getroffen en tot inkeer gebracht worden! Dat Paulus hier niet te veel zegt, kan uit de geschiedenis van de Pinksterdag aan ieder blijken. (V. D. PALM).
En zo worden hem de verborgen dingen van zijn hart openbaar; en zo, ten gevolge van die gemoedsgesteldheid, vallend op zijn aangezicht, zal hij God aanbidden en verkondigen dat God waarlijk onder u is (vgl. Jes. 45: 14) en zich dan ook wel bij uw gemeente laten voegen (Hand. 2: 37 vv.).
In vs. 21 v. had de apostel de onderscheiden werkingskracht aangewezen van hem, die met talen sprak en hem, die profeteerde. Hier wordt voorgesteld, die uitwerking op niet-Christenen of tegenstanders van het Christendom kon worden gewacht, als zij in een Christelijke vergadering kwamen, waarin de gehele gemeente en al haar leden slechts wondertaal sprak of zij profeteerde.
Het woord “ongeleerde” of “leek” bepaalt zich hier niet slechts, zoals in vs. 16 tot de tegenstelling tegenover een, die met talen spreekt, maar tegenover de hele gemeente. Men moet er dus onder verstaan een, die geen Christen is, evenzeer als onder het woord “ongelovige. ” Hij wordt echter voorgesteld als een onbekende met het Christendom, terwijl in de uitdrukking “ongelovige” ligt wat het Christendom vijandig is (de richting van de wil, die het bij zich buiten sluit. Op beiden zou nu als zij de een na de andere wonderbare taal hoorden spreken en anders niets, datgene, waarvan zij getuigen waren, geen andere indruk maken dan dat het een algemene uitzinnigheid was. Daarentegen zou van een voorspellen van allen die werking op een niet-Christen of ongelovige kunnen verwacht worden, dat hij, door het woord getroffen, dat hij verneemt, erkende en bekende, dat hier een gemeente van God was en dat hij zich boog voor de Heere, die in haar tegenwoordig was. Opzettelijk gebruikt de apostel eerst het meervoud “ongeleerden of ongelovigen”, de tweede keer het enkelvoudig getal “een ongelovige of ongeleerde”, omdat daar de uitwerking op allen dezelfde zou zijn, maar daarentegen hier alleen sprake kon zijn van een voorval, mogelijk of uit de aard van de zaak te wachten, als alleen bij een enkelen. Zo ook staat in het een geval opzettelijk “ongeleerden” vooraan, in het tweede “ongelovige. ” Dit is, omdat daar de bedoeling is, dat reeds de ongeleerde, laat staan dan de ongelovige, zo’n indruk ontvangen zou, hier daarentegen dat de uitwerking zelfs op de ongelovigen, laat staan op hen, die alleen onkundigen waren een zodanige zou zijn.
De Christenen moeten omwille van de engelen een prijzenswaardige welvoeglijkheid bij hun godsdienst in acht nemen (Hoofdstuk 11: 10), omwille van de ongelovigen en onkundigen, die onder hen zouden kunnen binnen treden, zich toeleggen dat zij verstaanbaar zijn. Zo omvat de Christelijke liefde het hoge en het geringe, hemel en aarde.
Wat is het dan, hoe is het met de zaak, volgens het tot hiertoe uiteengezette, gelegen (vs. 15. Hand. 21: 22), broeders? Wanneer u samenkomt in een godsdienstige vergadering, een ieder van u, die met gaven van de Geest is toegerust, heeft hij een of andere psalm in gereedheid, heeft hij een leer, die hij wil voordragen, heeft hij een vreemde taal, die hij wil laten horen, heeft hij een openbaring, die hem dringt tot een profetische aanspraak, heeft hij een uitlegging, die hij van een rede, in tongen gehouden, kan geven; laat, dit is een algemene regel voor alle zodanige getuigenissen van de Geest, alle dingen gebeuren tot stichting van de gemeente.
De onderscheiden gaven, in de gemeente werkende, worden opgeteld; niet ieder heeft al deze gaven, maar niemand onder hen, die met geestesgaven zijn bedeeld, gaat zonder iets weg, ieder heeft een van deze.
Het “heeft hij” of liever “hij heeft” moet niet maar zo worden opgevat, “hij is in het bezit van dit of dat charisma”, maar het geeft te kennen een voorgevoel, dat het charisma zich juist nu wil uitspreken. Zonder twijfel moesten zij, die wilden spreken, het vooraf aan de presbyters meedelen en werd nu door deze de op elkaar volging geregeld.
In de rij van de vijfvoudige godsdienstige charismata begint de apostel met een van de meest geëerde, de psalmen of lofgezangen, waarmee zeker de godsdienstige samenkomsten begonnen en dan is zeker een psalm bedoeld, door ingeving geïmproviseerd, met duidelijk bewustzijn voorgedragen. In de leer treedt een charisma van het verstand tegenover de geestvervoering, die zich in het midden van een psalm openbaart en evenals nu de leer, wat de vorm aangaat, tegenover het voordragen van de psalm staat, zo ook wat de inhoud aangaat tegenover de openbaring, waarmee zij overeenkomt, als mededeling van goddelijke waarheid, maar zo dat door openbaring het onmiddellijke van de goddelijke mededeling en de diepte van het hogere inzicht is op de voorgrond geplaatst, in onderscheiding van de werkzaamheid van de verlichte reflectie in de leer. De openbaring staat in verband met haar orgaan, de profetie (vgl. vs. 6). De taal, tussen leer en openbaring gevoerd, is de gave van het gebed. Zij onderscheidt zich daardoor van de psalm, dat zij plaats heeft zonder gezang en zonder dichterlijke vorm. Bij deze voordracht behoort vervolgens het vijfde lid van de gehele reeks, de uitlegging. Volgens de slotzin van het vers is het éne heilige, gezamenlijke doel van al deze gaven het algemeen welzijn.
Als de apostel schrijft: “laat alle dingen geschieden tot stichting van de gemeente” dan wil hij daarmee zeggen: als u samenkomt en allen brengen van die aard iets mee, dan moet maar niet iedereen meteen de drang van het hart volgen en niet maar alleen bedenken hoe hij gelegenheid zal vinden het uit te spreken, hij moet zich eerst afvragen, of het ook alles voordelig zal zijn, wanneer hij het openbaar maakt. Zelfs bij hen, die de gave van de talen hadden, was die de mens niet meegedeeld, om hem geheel buiten zichzelf te brengen, de verlichte en geheiligde rede moest de opperheerschappij behouden en de juiste manier bepalen, waarop de gave moest worden toegepast (vgl. vs. 28). (V.).
En als iemand een vreemde taal spreekt, dat het door twee of ten meeste drie gebeurt, niet door meerderen en ook niet door die twee of drie tegelijk, zoals dergelijke onvoegzame verwarde voordrachten bij u voorkomen, maar bij beurte en dat een het uitlegt, die daartoe de gave heeft, hetzij dezelfde, die gesproken heeft (vs. 5 en 13), of dat het een ander voor allen doet (vs. 26), die het door hen voorgedragene dan tezamen vat en het zo opeens weergeeft.
Maar als er geen uitlegger is, dan moet hij, die met tongen spreekt, zwijgen in de gemeente; maar hij moet hetgeen de Geest hem van gebed of lofzang ingeeft (vs. 15), tot zichzelf spreken en tot God, zodat hij het bij een stil, inwendig spreken laat blijven (vs. 2).
Drie verordeningen geeft de apostel ten opzichte van het openlijk spreken in talen: ten eerste niet meer dan op zijn hoogst drie mogen met talen spreken, opdat de gemeente niet wordt overladen en voor de nuttiger profetie de tijd niet wordt weggenomen; bij wijze van toepassing staat dit voorschrift tegen het overladen van de godsdienst met liturgische ceremoniën. Ten tweede, bij beurte moeten die met talen spreken optreden, niet wild door elkaar. De één moet de ander niet in de rede vallen, zich er ook niet toe laten meeslepen, om aan zijn gewaarwordingen lucht te geven, terwijl de ander spreekt. Om het voorschrift op ons toe te passen, wordt het verklaard, dat ieder zijn aandacht vestigt op hetgeen gesproken, gebeden en gezongen wordt en geen bijzondere godsdienstoefening voor zichzelf houdt. Ten derde, de spraak met talen in de Geest uitgesproken, moet worden uitgelegd door iemand die de gave van uitlegging heeft. Als er echter geen uitlegger is, dan moet die deze gave van talen bezit in de gemeente zwijgen en zijn gesprek met God alleen houden. Daarom let ieder waar prediker, vooral als hij een moeilijke tekst moet verklaren, op zijn gemeente, of het voedsel, dat voor hemzelf voldoende is, ook voor haar verstaanbaar zal zijn en beproeft hij zichzelf of hij in staat is, duidelijk en verstaanbaar te zeggen wat hemzelf geestelijke zegen geeft, zo niet, dan zwijgt hij van die zaak en brengt hij niet op de kansel, wat voor de binnenkamer is.
En dat twee of drie profeten spreken, alhoewel hier het drietal niet juist als in vs. 27 als het meeste behoeft te worden genomen en dat de anderen, onder de profeten, die het woord niet kunnen krijgen, oordelen of hetgeen gesproken is, ook werkelijk van de Geest van God is of niet, opdat de profetische gave ten minste werkzaamheid geeft in de gave van het proeven van de geesten (Hoofdstuk 12: 10).
Maar als, terwijl er een nog profeteert, een ander, die er zit, iets geopenbaard is, dat de eerste zwijgt en voor die uit de weg gaat, in plaats van hem te laten wachten; want daarin, dat de Geest een ander tot spreken drijft, ligt voor de eerste een wenk om op te houden.
De apostel geeft de profeten een aanwijzing, geheel overeenkomstig aan die over het spreken met talen. Ook aan deze wordt eenzelfde perk gezet, twee tot drie in een vergadering, alleen met weglating van “ten meeste” bij het woord drie, waardoor zeker stilzwijgende ook een groter getal van redenaars wordt toegestaan als de omstandigheden een uitzondering op de regel wenselijk mochten maken, opdat ook voor andere stichtelijke voordrachten, bijvoorbeeld voor de leer, plaats overblijven mocht en evenals daar de uitlegging moet plaats hebben, zo hier de onderscheiding van de geesten. Bij die “anderen” die deze moeten volbrengen, denkt men het best aan de overige bezitters van de gave van de profetie, die niet aan het woord komen en die als zodanige ook de gave van de onderscheiding hadden; zij moeten oordelen wat in de voordracht uit Gods Geest is of van een vreemde geest. Vervolgens wordt ook de profeten het “bij beurte” ingescherpt en wel met deze bepaling, dat, als een ander dan hij, die een profetische voordracht houdt een openbaring verkrijgt en daarmee een drang van de Geest tot een profetische voordracht, hij, die het eerst het woord gehad heeft, moet zwijgen, zijn rede niet verder voortzetten, maar plaats maken moet voor de vrije uitstorting van het harten van een ander.
Wij kunnen van deze tekst de toepassing maken, dat hij leert, hoe onderscheiden ambtsbroeders, die aan het hoofd van een gemeente staan, in eendracht, bescheidenheid en liefde hun ambt moeten waarnemen en de een de ander moet aanvullen.
Want u kunt, wanneer u de maat weet te houden en een goede verdeling in het oog houdt, wel allen, die de gave van de profetie heeft, de een na de ander, al is het ook niet in een en dezelfde vergadering, dan toch in volgende, profeteren, opdat zij allen leren, omdat de ene profetische voordracht meer van lerende aard is en allen getroost worden, in zoverre een andere voordracht meer in het leven ingrijpt en tot het gevoel spreekt.
En, mocht misschien de een of ander van u ertegen aanvoeren, dat de Geest hem niet toestaat te zwijgen, zoals ik dat in vs. 30 heb geboden, dan antwoord ik, die toch ook zelf de gave van de profetie bezit en dus bij ervaring weet hoe het in dit opzicht gesteld is, de geesten van de profeten zijn aan de profeten onderworpen en dit maakt het mogelijk, dat de een de ander, hetzij gedurende dezelfde vergadering, of in later volgende vergaderingen, aan het woord laat komen, in plaats van alleen of gedurig weer opnieuw te spreken.
Zo bedoelt dan mijn voorschrift dat een prijzenswaardige orde wordt hersteld en de ware eendracht onder u bewaard blijft; want God is geen God van verwarring, maar (Rom. 15: 33; 16: 20. 1 Thessalonicenzen. 5: 25) van vrede. Ik maak deze bepaling voor u, zoals in al de gemeenten van de heiligen; (beter is het wellicht deze woorden te voegen bij het volgende vers).
De apostel voert twee redenen aan voor zijn aanwijzing in vs 30 gegeven: ten eerste, het is niet nodig, dat u zich aan deze regeling onttrekt, integendeel bestaat bij deze de mogelijkheid, dat allen, die met de gave van de profetie zijn bedeeld, aan het spreken komen, al is het ook niet, zoals vanzelf spreekt, in dezelfde vergadering, dat, als ieder op zijn tijd aan de beurt komt, het voordeel geeft dat allen geleerd en allen getroost worden. Zo veelzijdig toch is de gave van de profetie, dat door de toespraken van de verschillende profeten achter elkaar geen behoefte, die bij menig gemeentelid aanwezig is onbevredigd hoeft te blijven. De tweede reden, waarom aan het volgen van de regeling van de apostel niets in de weg staat, is die, dat de geesten van de profeten, d. i. hun lagere profetisch opgewekte geesten, aan de profeten d. i. hun zelf, die spreken, onderworpen zijn. De Geest van de Heere sleept ze niet op zo’n wijze voort, dat die hun de vrijheid van het bewustzijn en van het meester zijn over zichzelf ontnemen zou, zodat zij zonder wil Zijn drang zouden moeten volgen en zouden moeten zeggen: ik kan niet zwijgen, de Geest dringt mij, dat ik moet voortspreken; integendeel de profeet blijft de vrijheid om te spreken en te zwijgen naar de behoefte van de gemeente en naar het gebod van de orde en van de welvoeglijkheid. Gemis van orde, verwarring, zoals die noodzakelijk moest ontstaan als verscheidene profeten tegelijk wilden spreken, in plaats van elkaar betamelijk af te lossen, kan God niet tot oorsprong hebben en dus ook niet tot Zijn Geest als bewerker worden terug gevoerd.
Ook in de door God begaafde profeet moet steeds de door God verlichte en geheiligde rede de opperheerschappij behouden en de juiste manier bepalen, waarop de gave wordt toegepast. Des te minder heeft daarom een prediker van het Evangelie zonder de buitengewone profetengave het recht wanordelijkheden en onbetamelijkheden te verontschuldigen met het voorwendsel van onweerstaanbare aandrang van de Geest. (V.).
Dat uw vrouwen in de gemeenten zwijgen, want het is haar niet toegelaten, zoals u dat van uw kant heeft gedaan en bovendien nog wel op zo’n onbetamelijke wijze, als ik in Hoofdstuk 11: 3-16 heb afgekeurd, in het openbaar te spreken, maar bevolen onderworpen te zijn, zoals ook a) de wet in Gen. 3: 16 zegt (1 Tim. 2: 12).
Efeze. 5: 22. Kol. 3: 18. Tit. 2: 5. 1 Petrus 3: 1.
Het spreken in het openbaar is een leiden en besturen, dat in tegenspraak is met de onderdanigheid, die van de vrouw betaamt. Nood breekt wet in zaken van kerkorde en daarom zegt Luther: “als het was, dat er geen man aanwezig was, dan zou een vrouw mogen optreden en prediken zo goed zij kon”, maar anders is het geen vrouw geoorloofd in de gemeente te spreken. De algemene wil van God, die haar beveelt de man onderworpen te zijn, moet voor de vrouw sterker zijn dan een bijzondere drang of lust, waarbij de eigen geest zeker bedrieglijk werkzaam is.
Bijna altijd zijn er dweepachtige sekten, die zich aan het bevel van de Apostel niet storen.
En als zij in plaats van door voordrachten anderen te onderwijzen, zelf iets willen leren, laat haar thuis haar eigen mannen vragen en niet in de openbare vergadering met haar vragen (Luk. 2: 46) optreden; want het staat lelijk voor de vrouwen, dat zij in de gemeente spreken, al is het ook, dat zij zich op die in de tweede plaats genoemde manier daaraan schuldig maken.
Dat de vrouwen in een openbare vergadering ook niet door het opwerpen van vragen tot haar lering het woord mogen nemen (zoals het schijnt was uit voor velen het middel, om zich in het openbaar spreken in te dringen), integendeel dergelijke vragen thuis aan haar mannen, als deze Christenen zijn, moeten voorleggen, bevestigt de apostel daarmee, dat het spreken in een openbare vergadering voor een vrouw lelijk is. De vrouwen zetten zich daardoor op gelijke lijn met de mannen “vergetend de afhankelijkheid van haar echtgenoten”. Van deze, of door bemiddeling van deze moest haar ten deel worden wat tot bevrediging van haar weetgierigheid nodig was, hetgeen tot het zuiver houden van de echtelijke betrekking van gewicht was, terwijl daarentegen een onmiddellijk, zelfs ook geestelijk verkeer met andere mannen in openbare vergaderingen ligt tot een storing daarvan aanleiding zou kunnen geven.
De plaats bevat tevens een vruchtbare wenk over de manier van huiselijke gemeenschap van de Christenen en over het priesterschap van de man in zijn huis.
Als u misschien zou menen dat andere gemeenten zich naar u moesten schikken, eer dan dat u haar voorbeeld zou moeten volgen en als zij dat niet wilden, u ten minste het recht zou hebben om uw eigen weg voor u te gaan, zeg mij dan: Is het woord van God van u uitgegaan? Zou u er aanspraak op kunnen maken een autoriteit voor andere gemeenten te zijn? Of is het tot u alleen gekomen, zodat u niet zou te letten hebben of het geheel van de gemeente van de heiligen?
Ouderdom en algemeenheid betekenen wel niets tegen Gods woord; maar menselijke kerkordeningen, die niet tegen het Evangelie strijden, maar ten dienste van het Evangelie gesteld zijn (bijvoorbeeld bepaalde feestdagen of godsdienstige plechtigheden) moet men zeker beschouwen als verbindend.
Als iemand meent een profeet te zijn, of met andere gaven geestelijk toegerust, die erkent dat hetgeen ik u schrijf, in dit hoofdstuk over het spreken met talen en over de profetie, door de Heere geboden zijn. Als hij werkelijk zo’n met de Geest begaafde is, moet hij wel snel tot diezelfde overtuiging komen, omdat een geestelijk mens ook gemakkelijk onderscheidt en bekent bij duidelijke uiteenzetting, wat waar en recht is (Hoofdstuk 2: 15).
Maar als iemand onwetend is, dat hij meent niet tot die overtuiging te kunnen komen, die zij onwetend. Ik kan mij verder niet vermoeien om te trachten hem tot beter inzicht te brengen, omdat, als hij het niet erkennen wil, het vergeefse moeite zou zijn, waarom ik hem dan in zijn onwetendheid moet laten volharden (Hoofdstuk 11: 16. 1Co Openbaring 22: 11).
Met de woorden “als iemand meent een profeet te zijn, of geestelijk” keert de apostel terug in het verband van hetgeen hij van profeteren en spreken met talen heeft gezegd. Hij bedoelt met “profeet of geestelijk” uitdrukkingen, zoals hij die gevonden zal hebben in de brief van de gemeente en wat ze daarmee ook hebben willen zeggen, hem is het alleen daarom te doen dat ieder, die meent dat hij een profeet is, of een mens met een wonderbare geestelijke gave toegerust, datgene, dat hij schrijft, voor het woord van de Heere moest erkennen. Hij zegt echter “als iemand meent” omdat hij degenen in de gedachte heeft, waarvan hij tegenspraak voorziet een tegenspraak, die voor hem dan een bewijs is, dat zij zichzelf hoger stellen dan zij in werkelijkheid zijn. Nu verwacht hij van hen niet, dat zijn: “die erkenne enz. ” gehoor zal vinden; zij moeten dan weten, dat hem zo’n niet erkennen vrij onverschillig is, omdat hij voortgaat: “is echter iemand onwetend, die zij onwetend”, waarmee niet een werkelijk niet weten bedoeld is, maar het gedrag van iemand, die iets ongekend laat, omdat hij het niet weten wil.
Aan het slot van de laatste zin wordt in de grondtekst een lezing gevoegd, volgens welke men moet vertalen: “die zij geïgnoreerd”, blijft buiten aanmerking, men let op hen niet, d. i. de gemeente behandelt hem ook als een onwetende en laat zich niet van hem opdringen als iets geestelijks en als wijs, wat toch slechts vleselijkheid en eigenzinnigheid is.
Zo dan, broeders, om tenslotte na de uiteenzetting van Hoofdstuk 12: 1 aan, de hoofdpunten, waarop het voor de gemeente aankomt, in twee vermaningen samen te vatten, ijvert om te profeteren en verhindert niet in vreemde talen te spreken. Terwijl u dus naar het eerste moet streven, moet u het tweede niet weren, als dit zich wil openbaren.
Laat dan bij uw godsdienstige samenkomsten, als ook overigens in uw gehele gemeenteleven, alle dingen eerlijk Pr 19: 11 op gepaste, welvoegelijke manier en met orde op de juiste tijd en in de juiste maat geschieden, zoals de regels van een goede inrichting dat eisen.
Het woord in vs. 38 gaat slechts enkelen aan; voor de gemeente vat de apostel de inhoud van zijn beantwoording van hun vragen, om die te besluiten, in twee woorden samen, zoals die in deze beide verzen worden gevonden.
Schijnt de onderrichting van de apostel, in deze verzen met zo grote uitvoerigheid gegeven, vooral die in Hoofdstuk 12 en 14 ons in deze tijd van minder gewicht en praktische betekenis, nadat de gaven, waarover daarin wordt gesproken in de gemeente zijn uitgeblust, toch behoudt zij grote waarde: 1) omdat zij ons een blik laat slaan in de toestanden van de eerste Christelijke gemeenten, in de rijke zegeningen hun toegeschonken, zowel als in de gevaren daaraan verbonden; 2) omdat het gemakkelijk is daarvan de gezegendste toepassing te maken op omstandigheden en toestanden, die nog voorkomen en menig woord ook onmiddellijk voor onze tijd past; 3) omdat zij ons een spiegel voorhoudt, waarin wij kunnen zien wat wij verloren hebben en een spoorslag is, om bij dringende behoefte te bidden, dat het ons teruggegeven mag worden, maar ook een waarschuwing bevat; om bij ons bidden wat minder waarde heeft niet gelijk te stellen met het wezenlijke, laat staan het hoger te stellen.
Met dank aan OnlineBijbelverklaring.nl: Dachsel