Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

1 Koningen 19

1 En Achab zeide Izebel aan al wat Elia gedaan had, en allen, die hij gedood had, te weten al de profeten, met het zwaard.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En AchabH256 zeideH5046 IzebelH348 aan alH3605 watH834 EliaH452 gedaanH6213 had, en allenH3605, dieH834 hij gedoodH2026 had, te weten alH3605 de profetenH5030, met het zwaardH2719. En Achab zeide Izebel aan al wat Elia gedaan had, en allen, die hij gedood had, te weten al de profeten, met het zwaard.

KJV And Ahab2 told1 Jezebel3 all that Elijah8 had done,7 and withal how he had slain12 all the prophets15 with the sword.16

1 וַיַּגֵּ֤ד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 2 אַחְאָב֙ H256 Achab, Achabs Ahab 3 לְאִיזֶ֔בֶל H348 Izebel Jezebel 4 אֵ֛ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 עָשָׂ֖ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 אֵלִיָּ֑הוּ H452 Elia Elijah, Eliah 9 וְאֵ֨ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 הָרַ֛ג H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 הַנְּבִיאִ֖ים H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 16 בֶּחָֽרֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Toen zond Izebel een bode tot Elia, om te zeggen: Zo doen mij de goden, en doen zo daartoe, voorzeker, ik zal morgen omtrent dezen tijd uw ziel stellen, als de ziel van een hunner.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 Toen zondH7971 IzebelH348 een bodeH4397 totH413 EliaH452, om te zeggenH559: ZoH3541 doenH6213 mij de godenH430, en doen zoH3541 daartoe, voorzekerH3588, ik zal morgenH4279 omtrent dezen tijdH6256 uw zielH5315 stellenH7760, als de zielH5315 van eenH259 hunner. Toen zond Izebel een bode tot Elia, om te zeggen: Zo doen mij de goden, en doen zo daartoe, voorzeker, ik zal morgen omtrent dezen tijd uw ziel stellen, als de ziel van een hunner.

KJV Then Jezebel2 sent1 a messenger3 unto Elijah,5 saying,6 So let the gods9 do8 to me, and more11 also, if I make15 not thy life17 as the life18 of one19 of them by to morrow14 about this time.13

1 וַתִּשְׁלַ֤ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 אִיזֶ֨בֶל֙ H348 Izebel Jezebel 3 מַלְאָ֔ךְ H4397 Engel, boden, engel ambassador, angel, king, messenger 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 אֵלִיָּ֖הוּ H452 Elia Elijah, Eliah 6 לֵאמֹ֑ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 כֹּֽה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 8 יַעֲשׂ֤וּן H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 9 אֱלֹהִים֙ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 10 וְכֹ֣ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 11 יוֹסִפ֔וּן H3254 voortaan, toedoen, voort add, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield 12 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 13 כָעֵ֤ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 14 מָחָר֙ H4279 morgen, Morgen time to come, tomorrow 15 אָשִׂ֣ים H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 16 אֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 17 נַפְשְׁךָ֔ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 18 כְּנֶ֖פֶשׁ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 19 אַחַ֥ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 20 מֵהֶֽם
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 Toen hij dat zag, maakte hij zich op, en ging heen, om zijns levens wil, en kwam te Ber-seba, dat in Juda is, en liet zijn jongen aldaar.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 Toen hij dat zagH7200, maakte hij zich op, en gingH3212 heen, om zijns levensH5315 wilH935, en kwam te Ber-sebaH884, datH834 in JudaH3063 is, en lietH3240 zijn jongenH5288 aldaarH8033. Toen hij dat zag, maakte hij zich op, en ging heen, om zijns levens wil, en kwam te Ber-seba, dat in Juda is, en liet zijn jongen aldaar.

KJV And when he saw1 that, he arose,2 and went3 for his life,5 and came6 to Beersheba,7 which belongeth to Judah,10 and left11 his servant13 there.

1 וַיַּ֗רְא H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 וַיָּ֨קָם֙ H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 3 וַיֵּ֣לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 נַפְשׁ֔וֹ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 6 וַיָּבֹ֕א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 7 בְּאֵ֥ר H884 Ber-seba, Beer-seba Beer-shebah 8 שֶׁ֖בַע H884 Ber-seba, Beer-seba Beer-shebah 9 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 לִֽיהוּדָ֑ה H3063 Juda Judah 11 וַיַּנַּ֥ח H3240 laten, leide, liet bestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.) 12 אֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 נַעֲר֖וֹ H5288 jongen, jongeling, jongens babe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man) 14 שָֽׁם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Maar hij zelf ging henen in de woestijn een dagreis, en kwam, en zat onder een jeneverboom; en bad, dat zijn ziel stierve, en zeide: Het is genoeg; neem nu, HEERE, mijn ziel, want ik ben niet beter dan mijn vaderen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Maar hij zelfH1931 gingH1980 henen in de woestijnH4057 een dagreisH3117, en kwamH935, en zat onderH8478 eenH259 jeneverboomH7574; en badH7592, dat zijn zielH5315 stierveH4191, en zeideH559: Het is genoegH7227; neemH3947 nuH6258, HEEREH3068, mijn zielH5315, wantH3588 ikH595 ben nietH3808 beterH2896 dan mijn vaderenH1. Maar hij zelf ging henen in de woestijn een dagreis, en kwam, en zat onder een jeneverboom; en bad, dat zijn ziel stierve, en zeide: Het is genoeg; neem nu, HEERE, mijn ziel, want ik ben niet beter dan mijn vaderen.

KJV But he himself went2 a day's5 journey4 into the wilderness,3 and came6 and sat down7 under a10 juniper tree:9 and he requested11 for himself13 that he might die;14 and said,15 It is enough;16 now, O LORD,18 take away19 my life;20 for I am not better23 than my fathers.25

1 וְהֽוּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 2 הָלַ֤ךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 3 בַּמִּדְבָּר֙ H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 4 דֶּ֣רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 5 י֔וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 6 וַיָּבֹ֕א H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 7 וַיֵּ֕שֶׁב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 8 תַּ֖חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 9 רֹ֣תֶם H7574 jeneverboom, jeneveren juniper (tree) 10 אֶחָ֑ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 11 וַיִּשְׁאַ֤ל H7592 vraagde, vragen, begeerd ask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 נַפְשׁוֹ֙ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 14 לָמ֔וּת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 15 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 16 רַ֗ב H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 17 עַתָּ֤ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 18 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 19 קַ֣ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 20 נַפְשִׁ֔י H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 21 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 22 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 23 ט֥וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 24 אָנֹכִ֖י H595 ik, mij I, me, [idiom] which 25 מֵאֲבֹתָֽי H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En hij legde zich neder, en sliep onder een jeneverboom; en ziet, toen roerde hem een engel aan, en zeide tot hem: Sta op, eet;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En hij legde zich nederH7901, en sliepH3462 onderH8478 een jeneverboomH7574; en zietH2009, toen roerdeH5060 hem een engelH4397 aan, en zeideH559 tot hem: StaH6965 op, eetH398; En hij legde zich neder, en sliep onder een jeneverboom; en ziet, toen roerde hem een engel aan, en zeide tot hem: Sta op, eet;

KJV And as he lay1 and slept2 under a5 juniper tree,4 behold, then an angel8 touched9 him, and said11 unto him, Arise13 and eat.14

1 וַיִּשְׁכַּב֙ H7901 ontsliep, liggen, gelegen [idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay 2 וַיִּישַׁ֔ן H3462 slapen, sliep, ontslape old (store), remain long, (make to) sleep 3 תַּ֖חַת H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with 4 רֹ֣תֶם H7574 jeneverboom, jeneveren juniper (tree) 5 אֶחָ֑ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 6 וְהִנֵּֽה H2009 ziet, zie behold, lo, see 7 זֶ֤ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 8 מַלְאָךְ֙ H4397 Engel, boden, engel ambassador, angel, king, messenger 9 נֹגֵ֣עַ H5060 aangeroerd, aanroert, aanroeren beat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch 10 בּ֔וֹ 11 וַיֹּ֥אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 12 ל֖וֹ 13 ק֥וּם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 14 אֱכֽוֹל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En hij zag om, en ziet, aan zijn hoofdeinde was een koek op de kolen gebakken, en een fles met water; alzo at hij, en dronk, en legde zich wederom neder.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En hij zagH5027 om, en zietH2009, aan zijn hoofdeindeH4763 was een koek op de kolen gebakken, en een flesH6835 met waterH4325; alzo atH398 hij, en dronkH8354, en legde zich wederomH7725 nederH7901. En hij zag om, en ziet, aan zijn hoofdeinde was een koek op de kolen gebakken, en een fles met water; alzo at hij, en dronk, en legde zich wederom neder.

KJV And he looked,1 and, behold, there was a cake4 baken on the coals,5 and a cruse6 of water7 at his head.3 And he did eat8 and drink,9 and laid him down11 again.10

1 וַיַּבֵּ֕ט H5027 aanschouwen, aanschouwt, zag (cause to) behold, consider, look (down), regard, have respect, see 2 וְהִנֵּ֧ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 3 מְרַאֲשֹׁתָ֛יו H4763 hoofdeinde, hoofdpeluw bolster, head, pillow. Compare H4772 (מַרְגְלָה) 4 עֻגַ֥ת H5692 koeken cake (upon the hearth) 5 רְצָפִ֖ים H7529 kolen coal 6 וְצַפַּ֣חַת H6835 fles, waterfles cruse 7 מָ֑יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 8 וַיֹּ֣אכַל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 9 וַיֵּ֔שְׁתְּ H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 10 וַיָּ֖שָׁב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 11 וַיִּשְׁכָּֽב H7901 ontsliep, liggen, gelegen [idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 En de engel des HEEREN kwam ten anderen male weder, en roerde hem aan, en zeide: Sta op, eet, want de weg zou te veel voor u zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 En de engelH4397 des HEERENH3068 kwam ten anderen maleH8145 weder, en roerdeH5060 hem aan, en zeideH559: StaH6965 op, eetH398, wantH3588 de wegH1870 zou te veelH7227 voor u zijn. En de engel des HEEREN kwam ten anderen male weder, en roerde hem aan, en zeide: Sta op, eet, want de weg zou te veel voor u zijn.

KJV And the angel2 of the LORD3 came again1 the second time,4 and touched5 him, and said,7 Arise8 and eat;9 because the journey13 is too great11 for thee.

1 וַיָּשָׁב֩ H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 2 מַלְאַ֨ךְ H4397 Engel, boden, engel ambassador, angel, king, messenger 3 יְהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 שֵׁנִית֙ H8145 tweede, tweeden, andermaal again, either (of them), (an-) other, second (time) 5 וַיִּגַּע H5060 aangeroerd, aanroert, aanroeren beat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch 6 בּ֔וֹ 7 וַיֹּ֖אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 ק֣וּם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 9 אֱכֹ֑ל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 10 כִּ֛י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 רַ֥ב H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 12 מִמְּךָ֖ H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 13 הַדָּֽרֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Zo stond hij op, en at, en dronk; en hij ging, door de kracht derzelver spijs, veertig dagen en veertig nachten, tot aan den berg Gods, Horeb.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Zo stondH6965 hij op, en atH398, en dronkH8354; en hij gingH3212, door de krachtH3581 derzelver spijsH396, veertigH705 dagenH3117 en veertigH705 nachtenH3915, tot aan den bergH2022 GodsH430, HorebH2722. Zo stond hij op, en at, en dronk; en hij ging, door de kracht derzelver spijs, veertig dagen en veertig nachten, tot aan den berg Gods, Horeb.

KJV And he arose,1 and did eat2 and drink,3 and went4 in the strength5 of that meat6 forty8 days9 and forty10 nights11 unto Horeb15 the mount13 of God.14

1 וַיָּ֖קָם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 2 וַיֹּ֣אכַל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 3 וַיִּשְׁתֶּ֑ה H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 4 וַיֵּ֜לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 5 בְּכֹ֣חַ H3581 kracht, macht, vermogen ability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth 6 הָאֲכִילָ֣ה H396 spijs meat 7 הַהִ֗יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 8 אַרְבָּעִ֥ים H705 veertig, veertigste, Veertig -forty 9 יוֹם֙ H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 10 וְאַרְבָּעִ֣ים H705 veertig, veertigste, Veertig -forty 11 לַ֔יְלָה H3915 nacht, nachts, nachten (mid-)night (season) 12 עַ֛ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 13 הַ֥ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 14 הָאֱלֹהִ֖ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 15 חֹרֵֽב H2722 Horeb Horeb
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 En hij kwam aldaar in een spelonk, en vernachtte aldaar; en ziet, het woord des HEEREN geschiedde tot hem, en zeide tot hem: Wat maakt gij hier, Elia?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 En hij kwamH935 aldaar in een spelonkH4631, en vernachtteH3885 aldaarH8033; en zietH2009, het woordH1697 des HEERENH3068 geschiedde totH413 hem, en zeideH559 tot hem: WatH4100 maaktH6311 gij hier, EliaH452? En hij kwam aldaar in een spelonk, en vernachtte aldaar; en ziet, het woord des HEEREN geschiedde tot hem, en zeide tot hem: Wat maakt gij hier, Elia?

KJV And he came1 thither unto a cave,4 and lodged5 there; and, behold, the word8 of the LORD9 came to him, and he said11 unto him, What doest thou here, Elijah?16

1 וַיָּבֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 2 שָׁ֥ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 הַמְּעָרָ֖ה H4631 spelonk, spelonken cave, den, hole 5 וַיָּ֣לֶן H3885 vernachten, vernacht, vernachtten abide (all night), continue, dwell, endure, grudge, be left, lie all night, (cause to) lodge (all night, in, -ing, this night), (make to) murmur, remain, tarry (all night, that night) 6 שָׁ֑ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 7 וְהִנֵּ֤ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 8 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 9 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 אֵלָ֔יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 12 ל֔וֹ 13 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 14 לְּךָ֥ 15 פֹ֖ה H6311 hier, hierheen here, hither, the one (other, this, that) side 16 אֵלִיָּֽהוּ H452 Elia Elijah, Eliah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En hij zeide: Ik heb zeer geijverd voor den HEERE, den God der heirscharen; want de kinderen Israels hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood; en ik alleen ben overgebleven, en zij zoeken mijn ziel, om die weg te nemen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En hij zeideH559: Ik heb zeer geijverdH7065 voor den HEEREH3068, den GodH430 der heirscharenH6635; wantH3588 de kinderenH1121 IsraelsH3478 hebben Uw verbondH1285 verlatenH5800, Uw altarenH4196 afgebrokenH2040 en Uw profetenH5030 met het zwaardH2719 gedoodH2026; en ikH589 alleen ben overgeblevenH3498, en zij zoekenH1245 mijn zielH5315, om die weg te nemen. En hij zeide: Ik heb zeer geijverd voor den HEERE, den God der heirscharen; want de kinderen Israels hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood; en ik alleen ben overgebleven, en zij zoeken mijn ziel, om die weg te nemen.

Ook in dit vers weg nemenH3947

KJV And he said,1 I have been very2 jealous3 for the LORD4 God5 of hosts:6 for the children10 of Israel11 have forsaken8 thy covenant,9 thrown down14 thine altars,13 and slain17 thy prophets16 with the sword;18 and I, even I only, am left;19 and they seek22 my life,24 to take it away.25

1 וַיֹּאמֶר֩ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 קַנֹּ֨א H7065 geijverd, nijdig, benijdden (be) envy(-ious), be (move to, provoke to) jealous(-y), [idiom] very, (be) zeal(-ous) 3 קִנֵּ֜אתִי H7065 geijverd, nijdig, benijdden (be) envy(-ious), be (move to, provoke to) jealous(-y), [idiom] very, (be) zeal(-ous) 4 לַיהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 אֱלֹהֵ֣י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 6 צְבָא֗וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 7 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 עָזְב֤וּ H5800 verlaten, verlaat, verliet commit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely 9 בְרִֽיתְךָ֙ H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 10 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 11 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 מִזְבְּחֹתֶ֣יךָ H4196 altaar, altaren, altaars altar 14 הָרָ֔סוּ H2040 afbreken, afgebroken, verbroken beat down, break (down, through), destroy, overthrow, pluck down, pull down, ruin, throw down, [idiom] utterly 15 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 נְבִיאֶ֖יךָ H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 17 הָרְג֣וּ H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 18 בֶחָ֑רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 19 וָֽאִוָּתֵ֤ר H3498 overgebleven, overgelaten, overige excel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest 20 אֲנִי֙ H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 21 לְבַדִּ֔י H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength 22 וַיְבַקְשׁ֥וּ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 23 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 24 נַפְשִׁ֖י H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 25 לְקַחְתָּֽהּ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En Hij zeide: Ga uit, en sta op dezen berg, voor het aangezicht des HEEREN. En ziet, de HEERE ging voorbij, en een grote en sterke wind, scheurende de bergen, en brekende de steenrotsen, voor den HEERE henen; doch de HEERE was in den wind niet; en na dezen wind een aardbeving; de HEERE was ook in de aardbeving niet;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En Hij zeideH559: Ga uit, en staH5975 op dezen bergH2022, voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068. En zietH2009, de HEEREH3068 ging voorbijH5674, en een groteH1419 en sterkeH2389 windH7307, scheurendeH6561 de bergenH2022, en brekendeH7665 de steenrotsenH5553, voor den HEEREH3068 henen; doch de HEEREH3068 was in den windH7307 nietH3808; en naH310 dezen windH7307 een aardbevingH7494; de HEEREH3068 was ook in de aardbevingH7494 nietH3808; En Hij zeide: Ga uit, en sta op dezen berg, voor het aangezicht des HEEREN. En ziet, de HEERE ging voorbij, en een grote en sterke wind, scheurende de bergen, en brekende de steenrotsen, voor den HEERE henen; doch de HEERE was in den wind niet; en na dezen wind een aardbeving; de HEERE was ook in de aardbeving niet;

KJV And he said,1 Go forth,2 and stand3 upon the mount4 before5 the LORD.6 And, behold, the LORD8 passed by,9 and a great11 and strong12 wind10 rent13 the mountains,14 and brake in pieces15 the rocks16 before17 the LORD;18 but the LORD21 was not in the wind:20 and after22 the wind23 an earthquake;24 but the LORD27 was not in the earthquake:26

1 וַיֹּ֗אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 צֵ֣א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 3 וְעָמַדְתָּ֣ H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 4 בָהָר֮ H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 5 לִפְנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 6 יְהוָה֒ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 וְהִנֵּ֧ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 8 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 עֹבֵ֗ר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 10 וְר֣וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 11 גְּדוֹלָ֡ה H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 12 וְחָזָ֞ק H2389 sterke, sterk, sterken harder, hottest, [phrase] impudent, loud, mighty, sore, stiff(-hearted), strong(-er) 13 מְפָרֵק֩ H6561 rukke, Rukt, afgebroken break (off), deliver, redeem, rend (in pieces), tear in pieces 14 הָרִ֨ים H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 15 וּמְשַׁבֵּ֤ר H7665 verbroken, gebroken, verbreken break (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר)) 16 סְלָעִים֙ H5553 steenrots, rotssteen, steenrotsen (ragged) rock, stone(-ny), strong hold 17 לִפְנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 18 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 19 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 20 בָר֖וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 21 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 22 וְאַחַ֤ר H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 23 הָר֨וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 24 רַ֔עַשׁ H7494 aardbeving, beven, ruising commotion, confused noise, earthquake, fierceness, quaking, rattling, rushing, shaking 25 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 26 בָרַ֖עַשׁ H7494 aardbeving, beven, ruising commotion, confused noise, earthquake, fierceness, quaking, rattling, rushing, shaking 27 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En na de aardbeving een vuur; de HEERE was ook in het vuur niet; en na het vuur het suizen van een zachte stilte.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En naH310 de aardbevingH7494 een vuurH784; de HEEREH3068 was ook in het vuurH784 nietH3808; en naH310 het vuurH784 het suizenH1827 van een zachteH1851 stilteH6963. En na de aardbeving een vuur; de HEERE was ook in het vuur niet; en na het vuur het suizen van een zachte stilte.

KJV And after1 the earthquake2 a fire;3 but the LORD6 was not in the fire:5 and after7 the fire8 a still10 small11 voice.9

1 וְאַחַ֤ר H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 2 הָרַ֨עַשׁ֙ H7494 aardbeving, beven, ruising commotion, confused noise, earthquake, fierceness, quaking, rattling, rushing, shaking 3 אֵ֔שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 4 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 5 בָאֵ֖שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 6 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 וְאַחַ֣ר H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 8 הָאֵ֔שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 9 ק֖וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 10 דְּמָמָ֥ה H1827 stilstaan, stilte, suizen calm, silence, still 11 דַקָּֽה H1851 dun, dunne, klein dwarf, lean(-fleshed), very little thing, small, thin
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 En het geschiedde, als Elia dat hoorde, dat hij zijn aangezicht bewond met zijn mantel, en uitging, en stond in den ingang der spelonk. En ziet, een stem kwam tot hem, die zeide: Wat maakt gij hier, Elia?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 En het geschiedde, als EliaH452 dat hoordeH8085, dat hij zijn aangezichtH6440 bewondH3874 met zijn mantelH155, en uitgingH3318, en stondH5975 in den ingangH6607 der spelonkH4631. En zietH2009, een stemH6963 kwam totH413 hem, die zeideH559: WatH4100 maaktH6311 gij hier, EliaH452? En het geschiedde, als Elia dat hoorde, dat hij zijn aangezicht bewond met zijn mantel, en uitging, en stond in den ingang der spelonk. En ziet, een stem kwam tot hem, die zeide: Wat maakt gij hier, Elia?

KJV And it was so, when Elijah3 heard2 it, that he wrapped4 his face5 in his mantle,6 and went out,7 and stood8 in the entering in9 of the cave.10 And, behold, there came a voice13 unto him, and said,14 What doest thou here, Elijah?18

1 וַיְהִ֣י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כִּשְׁמֹ֣עַ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 3 אֵלִיָּ֗הוּ H452 Elia Elijah, Eliah 4 וַיָּ֤לֶט H3874 bewond, bewonden, gewonden cast, wrap 5 פָּנָיו֙ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 6 בְּאַדַּרְתּ֔וֹ H155 mantel, overkleed, heerlijken garment, glory, goodly, mantle, robe 7 וַיֵּצֵ֕א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 8 וַֽיַּעֲמֹ֖ד H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 9 פֶּ֣תַח H6607 deur, deuren, ingang door, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place 10 הַמְּעָרָ֑ה H4631 spelonk, spelonken cave, den, hole 11 וְהִנֵּ֤ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 12 אֵלָיו֙ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 13 ק֔וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 14 וַיֹּ֕אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 15 מַה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 16 לְּךָ֥ 17 פֹ֖ה H6311 hier, hierheen here, hither, the one (other, this, that) side 18 אֵלִיָּֽהוּ H452 Elia Elijah, Eliah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En hij zeide: Ik heb zeer geijverd voor den HEERE, den God der heirscharen; want de kinderen Israels hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood; en ik alleen ben overgebleven, en zij zoeken mijn ziel, om die weg te nemen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En hij zeideH559: Ik heb zeer geijverdH7065 voor den HEEREH3068, den GodH430 der heirscharenH6635; wantH3588 de kinderenH1121 IsraelsH3478 hebben Uw verbondH1285 verlatenH5800, Uw altarenH4196 afgebrokenH2040 en Uw profetenH5030 met het zwaardH2719 gedoodH2026; en ikH589 alleen ben overgeblevenH3498, en zij zoekenH1245 mijn zielH5315, om die weg te nemen. En hij zeide: Ik heb zeer geijverd voor den HEERE, den God der heirscharen; want de kinderen Israels hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood; en ik alleen ben overgebleven, en zij zoeken mijn ziel, om die weg te nemen.

Ook in dit vers weg nemenH3947

KJV And he said,1 I have been very2 jealous3 for the LORD4 God5 of hosts:6 because the children10 of Israel11 have forsaken8 thy covenant,9 thrown down14 thine altars,13 and slain17 thy prophets16 with the sword;18 and I, even I only, am left;19 and they seek22 my life,24 to take it away.25

1 וַיֹּאמֶר֩ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 קַנֹּ֨א H7065 geijverd, nijdig, benijdden (be) envy(-ious), be (move to, provoke to) jealous(-y), [idiom] very, (be) zeal(-ous) 3 קִנֵּ֜אתִי H7065 geijverd, nijdig, benijdden (be) envy(-ious), be (move to, provoke to) jealous(-y), [idiom] very, (be) zeal(-ous) 4 לַיהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 אֱלֹהֵ֣י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 6 צְבָא֗וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 7 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 עָזְב֤וּ H5800 verlaten, verlaat, verliet commit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely 9 בְרִֽיתְךָ֙ H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 10 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 11 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 מִזְבְּחֹתֶ֣יךָ H4196 altaar, altaren, altaars altar 14 הָרָ֔סוּ H2040 afbreken, afgebroken, verbroken beat down, break (down, through), destroy, overthrow, pluck down, pull down, ruin, throw down, [idiom] utterly 15 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 נְבִיאֶ֖יךָ H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 17 הָרְג֣וּ H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 18 בֶחָ֑רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 19 וָאִוָּתֵ֤ר H3498 overgebleven, overgelaten, overige excel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest 20 אֲנִי֙ H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 21 לְבַדִּ֔י H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength 22 וַיְבַקְשׁ֥וּ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 23 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 24 נַפְשִׁ֖י H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 25 לְקַחְתָּֽהּ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En de HEERE zeide tot hem: Ga, keer weder op uwen weg, naar de woestijn van Damaskus; en ga daar in, en zalf Hazael ten koning over Syrie.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En de HEEREH3068 zeideH559 totH413 hem: GaH3212, keer weder op uwen wegH1870, naar de woestijnH4057 van DamaskusH1834; en ga daar in, en zalfH4886 HazaelH2371 ten koningH4428 overH5921 SyrieH758. En de HEERE zeide tot hem: Ga, keer weder op uwen weg, naar de woestijn van Damaskus; en ga daar in, en zalf Hazael ten koning over Syrie.

KJV And the LORD2 said1 unto him, Go,4 return5 on thy way6 to the wilderness7 of Damascus:8 and when thou comest,9 anoint10 Hazael12 to be king13 over Syria:15

1 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֵלָ֔יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 לֵ֛ךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 5 שׁ֥וּב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 6 לְדַרְכְּךָ֖ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 7 מִדְבַּ֣רָה H4057 woestijn, wildernis, spraak desert, south, speech, wilderness 8 דַמָּ֑שֶׂק H1834 Damaskus, Damaskener Damascus 9 וּבָ֗אתָ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 10 וּמָשַׁחְתָּ֧ H4886 gezalfd, zalven, zalfde anoint, paint 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 חֲזָאֵ֛ל H2371 Hazael Hazael 13 לְמֶ֖לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 14 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 אֲרָֽם H758 Syriers, Syrie, Aram Aram, Mesopotamia, Syria, Syrians
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Daartoe zult gij Jehu, den zoon van Nimsi, zalven ten koning over Israel; en Elisa, den zoon van Safat, van Abel-mehola, zult gij tot profeet zalven in uw plaats.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Daartoe zult gij JehuH3058, den zoonH1121 van NimsiH5250, zalvenH4886 ten koningH4428 overH5921 IsraelH3478; en ElisaH477, den zoonH1121 van SafatH8202, van Abel-meholaH65, zult gij tot profeetH5030 zalvenH4886 in uw plaatsH8478. Daartoe zult gij Jehu, den zoon van Nimsi, zalven ten koning over Israel; en Elisa, den zoon van Safat, van Abel-mehola, zult gij tot profeet zalven in uw plaats.

KJV And Jehu2 the son3 of Nimshi4 shalt thou anoint5 to be king6 over Israel:8 and Elisha10 the son11 of Shaphat12 of Abelmeholah13 shalt thou anoint15 to be prophet16 in thy room.

1 וְאֵת֙ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 יֵה֣וּא H3058 Jehu Jehu 3 בֶן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 4 נִמְשִׁ֔י H5250 Nimsi Nimshi 5 תִּמְשַׁ֥ח H4886 gezalfd, zalven, zalfde anoint, paint 6 לְמֶ֖לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 7 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 9 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 אֱלִישָׁ֤ע H477 Elisa Elisha 11 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 12 שָׁפָט֙ H8202 Safat Shaphat 13 מֵאָבֵ֣ל H65 Abel-mehola Abel-meholah 14 מְחוֹלָ֔ה H65 Abel-mehola Abel-meholah 15 תִּמְשַׁ֥ח H4886 gezalfd, zalven, zalfde anoint, paint 16 לְנָבִ֖יא H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 17 תַּחְתֶּֽיךָ H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En het zal geschieden, dat Jehu hem, die van het zwaard van Hazael ontkomt, doden zal; en die van het zwaard van Jehu ontkomt, dien zal Elisa doden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En het zal geschiedenH1961, dat JehuH3058 hem, die van het zwaardH2719 van HazaelH2371 ontkomtH4422, dodenH4191 zal; en die van het zwaardH2719 van JehuH3058 ontkomtH4422, dien zal ElisaH477 dodenH4191. En het zal geschieden, dat Jehu hem, die van het zwaard van Hazael ontkomt, doden zal; en die van het zwaard van Jehu ontkomt, dien zal Elisa doden.

KJV And it shall come to pass, that him that escapeth2 the sword3 of Hazael4 shall Jehu6 slay:5 and him that escapeth7 from the sword8 of Jehu9 shall Elisha11 slay.10

1 וְהָיָ֗ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 הַנִּמְלָ֛ט H4422 ontkomen, ontkwam, bevrijden deliver (self), escape, lay, leap out, let alone, let go, preserve, save, [idiom] speedily, [idiom] surely 3 מֵחֶ֥רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 4 חֲזָאֵ֖ל H2371 Hazael Hazael 5 יָמִ֣ית H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 6 יֵה֑וּא H3058 Jehu Jehu 7 וְהַנִּמְלָ֛ט H4422 ontkomen, ontkwam, bevrijden deliver (self), escape, lay, leap out, let alone, let go, preserve, save, [idiom] speedily, [idiom] surely 8 מֵחֶ֥רֶב H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 9 יֵה֖וּא H3058 Jehu Jehu 10 יָמִ֥ית H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 11 אֱלִישָֽׁע H477 Elisa Elisha
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Ook heb Ik in Israel doen overblijven zeven duizend, alle knieen, die zich niet gebogen hebben voor Baal, en allen mond, die hem niet gekust heeft.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Ook heb Ik in IsraelH3478 doen overblijvenH7604 zevenH7651 duizendH505, alleH3605 knieenH1290, dieH834 zich nietH3808 gebogenH3766 hebben voor BaalH1168, en allenH3605 mondH6310, dieH834 hem nietH3808 gekustH5401 heeft. Ook heb Ik in Israel doen overblijven zeven duizend, alle knieen, die zich niet gebogen hebben voor Baal, en allen mond, die hem niet gekust heeft.

KJV Yet I have left1 me seven3 thousand4 in Israel,2 all the knees6 which have not bowed9 unto Baal,10 and every mouth12 which hath not kissed15 him.

1 וְהִשְׁאַרְתִּ֥י H7604 overgebleven, overblijven, overgelaten leave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest 2 בְיִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 3 שִׁבְעַ֣ת H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 4 אֲלָפִ֑ים H505 duizend, duizenden, twee duizend thousand 5 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 הַבִּרְכַּ֗יִם H1290 knieen, knie knee 7 אֲשֶׁ֤ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 8 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 כָֽרְעוּ֙ H3766 kromde, gekromd, nederbukken bow (down, self), bring down (low), cast down, couch, fall, feeble, kneeling, sink, smite (stoop) down, subdue, [idiom] very 10 לַבַּ֔עַל H1168 Baal, Baals Baal, (plural) Baalim 11 וְכָ֨ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 הַפֶּ֔ה H6310 mond, monds, scherpte accord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word 13 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 נָשַׁ֖ק H5401 kuste, kussen, gekust armed (men), rule, kiss, that touched 16 לֽוֹ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Zo ging hij van daar, en vond Elisa, den zoon van Safat; dezelve ploegde met twaalf juk runderen voor zich henen, en hij was bij het twaalfde; en Elia ging over tot hem, en wierp zijn mantel op hem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Zo ging hij van daarH8033, en vondH4672 ElisaH477, den zoonH1121 van SafatH8202; dezelveH1931 ploegdeH2790 met twaalfH8147 jukH6776 runderen voorH6440 zich henen, en hijH1931 was bij het twaalfdeH8147; en EliaH452 ging over totH413 hem, en wierpH7993 zijn mantelH155 op hem. Zo ging hij van daar, en vond Elisa, den zoon van Safat; dezelve ploegde met twaalf juk runderen voor zich henen, en hij was bij het twaalfde; en Elia ging over tot hem, en wierp zijn mantel op hem.

KJV So he departed1 thence, and found3 Elisha5 the son6 of Shaphat,7 who was plowing9 with twelve10 yoke12 of oxen before13 him, and he with the twelfth:15 and Elijah18 passed17 by him, and cast20 his mantle21 upon him.

1 וַיֵּ֣לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 2 מִ֠שָּׁם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 3 וַיִּמְצָ֞א H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 אֱלִישָׁ֤ע H477 Elisa Elisha 6 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 7 שָׁפָט֙ H8202 Safat Shaphat 8 וְה֣וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 9 חֹרֵ֔שׁ H2790 zwijg, zwijgen, ploegen [idiom] altogether, cease, conceal, be deaf, devise, ear, graven, imagine, leave off speaking, hold peace, plow(-er, man), be quiet, rest, practise secretly, keep silence, be silent, speak not a word, be still, hold tongue, worker 10 שְׁנֵים H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 11 עָשָׂ֤ר H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 12 צְמָדִים֙ H6776 juk, paar, bunderen acre, couple, [idiom] together, two (donkeys), yoke (of oxen) 13 לְפָנָ֔יו H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 14 וְה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 15 בִּשְׁנֵ֣ים H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 16 הֶעָשָׂ֑ר H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 17 וַיַּעֲבֹ֤ר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 18 אֵלִיָּ֨הוּ֙ H452 Elia Elijah, Eliah 19 אֵלָ֔יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 20 וַיַּשְׁלֵ֥ךְ H7993 wierp, werpen, geworpen adventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw 21 אַדַּרְתּ֖וֹ H155 mantel, overkleed, heerlijken garment, glory, goodly, mantle, robe 22 אֵלָֽיו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En hij verliet de runderen, en liep Elia na, en zeide: Dat ik toch mijn vader en mijn moeder kusse, daarna zal ik u navolgen. En hij zeide tot hem: Ga, keer weder; want wat heb ik u gedaan?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En hij verlietH5800 de runderenH1241, en liepH7323 EliaH452 naH310, en zeideH559: Dat ik tochH4994 mijn vaderH1 en mijn moederH517 kusseH5401, daarnaH310 zal ik u navolgenH3212. En hij zeideH559 tot hem: Ga, keer weder; want watH4100 heb ik u gedaanH6213? En hij verliet de runderen, en liep Elia na, en zeide: Dat ik toch mijn vader en mijn moeder kusse, daarna zal ik u navolgen. En hij zeide tot hem: Ga, keer weder; want wat heb ik u gedaan?

KJV And he left1 the oxen,3 and ran4 after5 Elijah,6 and said,7 Let me, I pray thee, kiss8 my father10 and my mother,11 and then I will follow12 thee. And he said14 unto him, Go back16 again:17 for what have I done20 to thee?

1 וַיַּעֲזֹ֣ב H5800 verlaten, verlaat, verliet commit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הַבָּקָ֗ר H1241 runderen, rund, koeien beeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox 4 וַיָּ֨רָץ֙ H7323 liep, lopen, trawanten break down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post 5 אַחֲרֵ֣י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 6 אֵֽלִיָּ֔הוּ H452 Elia Elijah, Eliah 7 וַיֹּ֗אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 אֶשְּׁקָה H5401 kuste, kussen, gekust armed (men), rule, kiss, that touched 9 נָּא֙ H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 10 לְאָבִ֣י H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 11 וּלְאִמִּ֔י H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 12 וְאֵלְכָ֖ה H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 13 אַחֲרֶ֑יךָ H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 14 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 15 לוֹ֙ 16 לֵ֣ךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 17 שׁ֔וּב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 18 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 19 מֶה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 20 עָשִׂ֖יתִי H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 21 לָֽךְ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Zo keerde hij weder van achter hem af, en nam een juk runderen, en slachtte het, en met het gereedschap der runderen zood hij hun vlees, hetwelk hij aan het volk gaf; en zij aten. Daarna stond hij op, en volgde Elia na, en diende hem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Zo keerdeH7725 hij weder van achterH310 hem af, en namH3947 een jukH6776 runderenH1241, en slachtteH2076 het, en met het gereedschapH3627 der runderenH1241 zoodH1310 hij hun vleesH1320, hetwelk hij aan het volkH5971 gafH5414; en zij atenH398. Daarna stondH6965 hij op, en volgdeH3212 EliaH452 na, en diendeH8334 hem. Zo keerde hij weder van achter hem af, en nam een juk runderen, en slachtte het, en met het gereedschap der runderen zood hij hun vlees, hetwelk hij aan het volk gaf; en zij aten. Daarna stond hij op, en volgde Elia na, en diende hem.

KJV And he returned back1 from him,2 and took3 a yoke5 of oxen,6 and slew7 them, and boiled10 their flesh11 with the instruments8 of the oxen,9 and gave12 unto the people,13 and they did eat.14 Then he arose,15 and went16 after17 Elijah,18 and ministered19 unto him.

1 וַיָּ֨שָׁב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 2 מֵאַחֲרָ֜יו H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 3 וַיִּקַּ֣ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 צֶ֧מֶד H6776 juk, paar, bunderen acre, couple, [idiom] together, two (donkeys), yoke (of oxen) 6 הַבָּקָ֣ר H1241 runderen, rund, koeien beeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox 7 וַיִּזְבָּחֵ֗הוּ H2076 offeren, offerde, offerden kill, offer, (do) sacrifice, slay 8 וּבִכְלִ֤י H3627 vaten, gereedschap, vat armour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever 9 הַבָּקָר֙ H1241 runderen, rund, koeien beeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox 10 בִּשְּׁלָ֣ם H1310 koken, gezoden, gekookt bake, boil, bring forth, roast, seethe, sod (be sodden) 11 הַבָּשָׂ֔ר H1320 vlees, vleses, vleselijke body, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin 12 וַיִּתֵּ֥ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 13 לָעָ֖ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 14 וַיֹּאכֵ֑לוּ H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 15 וַיָּ֗קָם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 16 וַיֵּ֛לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 17 אַחֲרֵ֥י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 18 אֵלִיָּ֖הוּ H452 Elia Elijah, Eliah 19 וַיְשָׁרְתֵֽהוּ H8334 dienen, dienaars, diende minister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
1 Koningen 19:1 1 Koningen 18:40 1 Koningen 21:25 1 Koningen 21:5 1 Koningen 16:31
1 Koningen 19:2 1 Koningen 20:10 Ruth 1:17 2 Koningen 6:31 2 Koningen 19:10 Daniël 3:15 Exodus 10:28 2 Koningen 19:22 2 Koningen 19:27
1 Koningen 19:3 Genesis 21:31 1 Samuël 27:1 1 Koningen 4:25 Amos 7:12 Exodus 2:15 Genesis 12:12 Mattheüs 26:70 2 Korinthe 12:7
1 Koningen 19:4 Jona 4:8 Numeri 11:15 Jona 4:3 1 Koningen 19:3 Jeremia 20:14 Amos 6:2 Filippenzen 1:21 Job 3:20
1 Koningen 19:5 Psalmen 34:10 Genesis 28:11 Daniël 8:19 Daniël 10:9 Handelingen 12:7 Hebreeën 13:5 Daniël 9:21 Hebreeën 1:14
1 Koningen 19:6 1 Koningen 17:6 Mattheüs 4:11 Johannes 21:9 Psalmen 37:3 Mattheüs 6:32 1 Koningen 17:9 Johannes 21:5 Jesaja 33:16
1 Koningen 19:7 Deuteronomium 33:25 Psalmen 103:13
1 Koningen 19:8 Exodus 34:28 Exodus 24:18 Mattheüs 4:2 Deuteronomium 9:18 Exodus 3:1 Lukas 4:2 Markus 1:13 Deuteronomium 9:9
1 Koningen 19:9 1 Koningen 19:13 Exodus 33:21 Genesis 3:9 Genesis 16:8 Hebreeën 11:38 Jona 1:3 Jeremia 2:18 Jeremia 9:2
1 Koningen 19:10 1 Koningen 18:4 1 Koningen 18:22 Numeri 25:13 Numeri 25:11 1 Koningen 18:30 Exodus 20:5 Exodus 34:14 Hosea 5:11
1 Koningen 19:11 Exodus 24:12 Ezechiël 1:4 Ezechiël 37:7 Exodus 24:18 Exodus 19:20 Exodus 34:2 Hebreeën 12:18 Openbaring 20:11
1 Koningen 19:12 Job 4:16 Zacharia 4:6 Deuteronomium 4:33 Hebreeën 12:29 Job 33:7 Handelingen 2:2 Handelingen 2:36 2 Koningen 1:10
1 Koningen 19:13 1 Koningen 19:9 Jesaja 6:5 Genesis 16:8 Exodus 3:5 1 Koningen 18:42 Exodus 33:23 Jesaja 6:2 Johannes 21:15
1 Koningen 19:14 1 Koningen 19:9 Hebreeën 8:9 Psalmen 78:37 Jesaja 62:6 Hosea 6:7 Deuteronomium 29:25 Deuteronomium 31:20 Jeremia 22:9
1 Koningen 19:15 2 Koningen 8:7 Amos 1:4 2 Koningen 8:28 Jeremia 27:2 Handelingen 9:2 Genesis 14:15 Jesaja 45:1 2 Koningen 9:14
1 Koningen 19:16 1 Koningen 19:19 2 Koningen 2:9 2 Koningen 2:15 Lukas 4:27 2 Koningen 9:1 1 Koningen 4:12 Richteren 7:22
1 Koningen 19:17 2 Koningen 13:3 2 Koningen 8:12 2 Koningen 13:22 2 Koningen 10:32 Hosea 6:5 Jesaja 24:17 Amos 5:19 Jeremia 1:10
1 Koningen 19:18 Hosea 13:2 Jesaja 10:20 Jesaja 1:9 Romeinen 11:4 Psalmen 2:12 Job 31:27 Exodus 20:5 Romeinen 14:10
1 Koningen 19:19 2 Koningen 2:8 1 Samuël 28:14 2 Koningen 2:13 1 Koningen 19:13 Richteren 6:11 Zacharia 13:5 Mattheüs 4:18 Psalmen 78:70
1 Koningen 19:20 Mattheüs 8:21 Lukas 9:61 Handelingen 20:37 Mattheüs 4:20 Mattheüs 4:22 Mattheüs 19:27 Mattheüs 9:9
1 Koningen 19:21 2 Samuël 24:22 Exodus 24:13 1 Koningen 18:43 Handelingen 13:5 Filemon 1:13 2 Koningen 2:3 2 Timotheüs 4:11 Lukas 5:28
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
1 Koningen 19 vers 1

allen, Versta, den gehelen handel, dien hij met de profeten Baäls gehouden had, om te bewijzen dat de Heere alleen de ware God was, en om die profeten in zijn naam met den dood te straffen.

Hertaald: allen, Versta hieronder het hele optreden tegenover de profeten van Baäl, waarmee hij bewees dat de HEERE alleen de ware God was, en waarmee hij die profeten in Zijn naam met de dood strafte.

al de profeten, Dat is, de vier honderd en vijftig mannen, die profeten Baäls genoemd worden, boven, 1 Kon. 18:19, 1 Kon. 18:22, en niet de vier honderd profeten van het afgodische woud. Zie de aantekeningen boven, 1 Kon. 18:22, en vergelijk onder, 1 Kon. 22:6.

Hertaald: al de profeten, Dat is: de vierhonderdvijftig mannen die profeten van Baäl genoemd worden, hierboven 1 Kon. 18:19, 1 Kon. 18:22, en niet de vierhonderd profeten van het afgodische bos. Zie de aantekeningen hierboven bij 1 Kon. 18:22, en vergelijk hieronder 1 Kon. 22:6.

1 Koningen 19 vers 2

Zo doen mij Zie van deze manier van zweren, Ruth 1:17.

Hertaald: Zo doen mij Zie over deze manier van zweren Ruth 1:17.

ziel stellen, Dat is, leven; en zo in het volgende. Zie Gen. 19:17.

Hertaald: ziel stellen, Dat is: leven; en zo ook in het vervolg. Zie Gen. 19:17.

1 Koningen 19 vers 3

levens wil, Hebreeuws, ziel. Anders, naar zijn ziel dat is, naar zijn goeddunken.

Hertaald: levens wil, Hebreeuws: ziel. Anders: naar zijn ziel, dat is: naar eigen goeddunken.

Ber-séba, Zie van deze stad, Gen. 21:31.

Hertaald: Ber-séba, Zie over deze stad Gen. 21:31.

dat in Juda is, Hebreeuws, die des Juda is; dat is, die onder den stam van Juda gelegen is, eigenlijk tot Simeon behorende.

Hertaald: dat in Juda is, Hebreeuws: die van Juda is; dat is: die in de stam Juda ligt, terwijl zij eigenlijk aan Simeon toebehoorde.

1 Koningen 19 vers 4

jeneverboom; Anders, bremstruik. Zie van dezen struik ook Job 30:4; Ps. 120:4.

Hertaald: jeneverboom; Anders: bremstruik. Zie over deze struik ook Job 30:4; Ps. 120:4.

zijn ziel Dat is, zijn persoon, of hij zelf; alzo Num. 23:10; Richt. 16:30. Vergelijk de aantekeningen Gen. 12:5. Anders, bad voor zichzelven, of bij zichzelven, of in zijn gemoed, dat hij stierf.

Hertaald: zijn ziel Dat is: zijn persoon, of hijzelf; zo ook Num. 23:10; Richt. 16:30. Vergelijk de aantekeningen bij Gen. 12:5. Anders: hij bad voor zichzelf, of bij zichzelf, of in zijn gemoed, dat hij mocht sterven.

Het is genoeg; Te weten, geleefd en geleden. Hebreeuws, veel; welk woord zo genomen wordt, Deut. 2:3, en Deut. 3:26.

Hertaald: Het is genoeg; Namelijk: geleefd en geleden. Hebreeuws: veel; dat woord wordt zo gebruikt in Deut. 2:3 en Deut. 3:26.

neem nu, Dat is, laat mij niet langer leven, scheidende mijn ziel van dit lichaam, opdat zij bij U wone; alzo Jona 4:3. Vergelijk de aantekeningen Gen. 35:18.

Hertaald: neem nu, Dat is: laat mij niet langer leven, maar scheid mijn ziel van dit lichaam, opdat zij bij U woont; zo ook Jona 4:3. Vergelijk de aantekeningen bij Gen. 35:18.

beter Versta, om langer te leven dan zij geleefd hebben.

Hertaald: beter Versta hieronder: om langer te leven dan zij geleefd hebben.

1 Koningen 19 vers 6

koek Hebreeuws, een koek der kolen; dat is, een koek op de kolen gebakken, of gebraden. Zie Gen. 18:6.

Hertaald: koek Hebreeuws: een koek van de kolen; dat is: een koek die op de kolen gebakken of geroosterd is. Zie Gen. 18:6.

en legde Hebreeuws, en hij keerde wederom, en legde zich neder; dat is, hij legde zich wederom neder. Zie Num. 11:4.

Hertaald: en legde Hebreeuws: en hij keerde terug en legde zich neer; dat is: hij legde zich weer neer. Zie Num. 11:4.

1 Koningen 19 vers 7

de weg Of, de reis zou voor u te groot zijn; te weten, om door uw eigen kracht af te doen.

Hertaald: de weg Of: de reis zou voor u te groot zijn; namelijk om die op eigen kracht af te leggen.

1 Koningen 19 vers 8

de kracht Versta, die God in die spijs gegeven had, om Elia door middel derzelve op die lange en moeilijke reis met nodige sterkte te voorzien.

Hertaald: de kracht Versta hieronder de kracht die God in dat voedsel gelegd had, om Elia daardoor voor die lange en zware reis van de nodige sterkte te voorzien.

den berg Gods, Zie Num. 10:33.

Hertaald: den berg Gods, Zie Num. 10:33.

1 Koningen 19 vers 9

Wat maakt gij hier, Hebreeuws, Wat is u hier, Elia?

Hertaald: Wat maakt gij hier, Hebreeuws: wat is u hier, Elia?

1 Koningen 19 vers 10

zeer geijverd Hebreeuws, ijverende heb ik geijverd. Versta door dezen ijver een heilige beweging des harten, welke iemand heeft als hij merkt dat des Heeren naam, leer, geboden en godsdienst verworpen en vervolgd, en daarentegen de afgoderij en goddeloosheid gevolgd en voorgestaan worden. Zie gelijke exempelen Num. 25:11; 2 Kon. 10:16; Ps. 69:10; Joh. 2:17.

Hertaald: zeer geijverd Hebreeuws: ijverende heb ik geijverd. Versta onder deze ijver een heilige bewogenheid van het hart, die iemand heeft wanneer hij merkt dat de naam, de leer, de geboden en de eredienst van de HEERE verworpen en vervolgd worden, en dat daarentegen de afgoderij en de goddeloosheid nagevolgd en voorgestaan worden. Zie soortgelijke voorbeelden in Num. 25:11; 2 Kon. 10:16; Ps. 69:10; Joh. 2:17.

den God Zie boven, 1 Kon. 18:15; alzo onder, vs.14.

Hertaald: den God Zie hierboven 1 Kon. 18:15; zo ook hieronder vers 14.

altaren Versta door deze den uiterlijken ceremoniëelen godsdienst van God door Mozes ingesteld. Of men kan verstaan zodanige altaren, die extra-ordinairlijk van enige profeten door Gods ingeven zijn gebouwd.

Hertaald: altaren Versta hieronder de uiterlijke, ceremoniële eredienst van God, door Mozes ingesteld. Of men kan hieronder de altaren verstaan die enkele profeten bij buitengewone aanleiding op Gods ingeven gebouwd hebben.

ziel, Dat is, leven. Zie Gen. 19:17.

Hertaald: ziel, Dat is: leven. Zie Gen. 19:17.

1 Koningen 19 vers 11

Hij zeide Namelijk, de Heere.

Hertaald: Hij zeide Namelijk: de HEERE.

de HEERE De Heere is aldus Elia verschenen, om hem te verzekeren van zijn tegenwoordigheid, te onderwijzen van zijn goddelijke eigenschappen, en te versterken in zijn dienst, opdat hij overwonnen hebbende de vrees der mensen in zijn roeping standvastiglijk zou voortgaan.

Hertaald: de HEERE De HEERE is zo aan Elia verschenen om hem te verzekeren van Zijn tegenwoordigheid, hem te onderwijzen over Zijn goddelijke eigenschappen en hem in zijn dienst te versterken, opdat hij, na de vrees voor mensen overwonnen te hebben, standvastig zou voortgaan in zijn roeping.

de HEERE was in den wind niet; De Heere is wel overal, maar niet op allerlei manier. Hij is in den wind, in de aardbeving en in het vuur niet geweest ten aánzien van zijn goddelijke aanspraak, maar alleen ten aanzien van de openbaring van enige goddelijke eigenschappen.

Hertaald: de HEERE was in den wind niet; De HEERE is wel overal, maar niet op elke manier. Hij is niet in de wind, in de aardbeving en in het vuur geweest wat betreft Zijn goddelijke aanspraak, maar alleen wat betreft de openbaring van enkele goddelijke eigenschappen.

1 Koningen 19 vers 12

het suizen Te weten, waarin het geruisch niet was, als van een sterken wind, of geweldige aardbeving, of aangestoken vuur.

Hertaald: het suizen Namelijk: waarin geen geruis was zoals van een sterke wind, een geweldige aardbeving of een aangestoken vuur.

1 Koningen 19 vers 13

dat hij zijn aangezicht Te weten, uit eerbied en vrees. Zie Ex. 3:6, en vergelijk de aantekeningen Gen. 16:13.

Hertaald: dat hij zijn aangezicht Namelijk: uit eerbied en vrees. Zie Ex. 3:6, en vergelijk de aantekeningen bij Gen. 16:13.

mantel, Of, overkleed. Zie Jona 3:6.

Hertaald: mantel, Of: overkleed. Zie Jona 3:6.

Wat maakt gij hier, Hebreeuws, wat is u hier, enz.

Hertaald: Wat maakt gij hier, Hebreeuws: wat is u hier, enzovoort.

1 Koningen 19 vers 14

Ik heb zeer Hebreeuws, ik heb ijverende geijverd; alzo boven, vs.10.

Hertaald: Ik heb zeer Hebreeuws: ik heb ijverende geijverd; zo ook hierboven vers 10.

1 Koningen 19 vers 15

Damaskus; Zie van deze stad Gen. 14:15.

Hertaald: Damaskus; Zie over deze stad Gen. 14:15.

zalf Házaël Hoe en wanneer dit geschied is vindt men niet. Wel heeft Elisa hem het koninkrijk voorzegd. Zie 2 Kon. 8:12, enz.

Hertaald: zalf Házaël Hoe en wanneer dit gebeurd is, wordt niet vermeld. Wel heeft Elisa hem het koningschap voorzegd. Zie 2 Kon. 8:12, enzovoort.

1 Koningen 19 vers 16

zalven ten koning Dit heeft Elisa in het werk gesteld door een uit de discipelen der profeten, 2 Kon. 9:1-2, enz.

Hertaald: zalven ten koning Dit heeft Elisa uitgevoerd door een van de leerlingen van de profeten, 2 Kon. 9:1-2, enzovoort.

Elisa, In het Nieuwe Testament genoemd Eliza.

Hertaald: Elisa, In het Nieuwe Testament Eliza genoemd.

Abel-mehóla, Zie van deze stad Richt. 7:22.

Hertaald: Abel-mehóla, Zie over deze stad Richt. 7:22.

in uw plaats Dat is, om de voorgemelde dingen en andere, in mijn naam, als een profeet uit te voeren.

Hertaald: in uw plaats Dat is: om de zojuist genoemde en andere dingen in Mijn naam als profeet uit te voeren.

1 Koningen 19 vers 17

Házaël Te weten, in den oorlog tegen den koning Joram, 2 Kon. 8:12-13, 2 Kon. 8:28, en 2 Kon. 10:32, en 2 Kon. 13:3.

Hertaald: Házaël Namelijk: in de oorlog tegen koning Joram, 2 Kon. 8:12-13, 2 Kon. 8:28, en 2 Kon. 10:32, en 2 Kon. 13:3.

doden zal; Zie hiervan 2 Kon. 9:14, enz.

Hertaald: doden zal; Zie hierover 2 Kon. 9:14, enzovoort.

doden Te weten, door profetieën, dreigementen, vervloekingen, enz. Zie een exempel 2 Kon. 2:24.

Hertaald: doden Namelijk: door profetieën, dreigementen, vervloekingen, enzovoort. Zie een voorbeeld in 2 Kon. 2:24.

1 Koningen 19 vers 18

heb Ik Anders, Ik zal doen, enz.

Hertaald: heb Ik Anders: Ik zal doen, enzovoort.

zeven duizend, Dat is, zeer vele. Zie Lev. 26:8.

Hertaald: zeven duizend, Dat is: zeer velen. Zie Lev. 26:8.

niet gekust heeft Dat is, geen eerbied noch onderdanigheid bewezen heeft, waarvan het kussen een uitwendig teken was. Zie Gen. 41:40. Hetwelk nog heden de afgodendienaars hun beelden en versierd heiligdom bewijzen. Zie van de ongeoorloofde religieuse kussing, Job 31:27, en Hos. 13:2.

Hertaald: niet gekust heeft Dat is: geen eerbied of onderdanigheid bewezen heeft, waarvan het kussen een uiterlijk teken was. Zie Gen. 41:40. Dat bewijzen de afgodendienaars nog altijd aan hun beelden en aan hun verzonnen heiligdommen. Zie over het ongeoorloofde godsdienstige kussen Job 31:27 en Hos. 13:2.

1 Koningen 19 vers 19

runderen Dit woord is hier ingevoegd uit vs.21.

Hertaald: runderen Dit woord is hier ingevoegd op grond van vers 21.

wierp Dit was een uiterlijk teken, dat God hem verkoren had tot het ambt der profeten, die zulk een mantel droegen. Zie 2 Kon. 1:8; Zach. 13:4.

Hertaald: wierp Dit was een uiterlijk teken dat God hem uitgekozen had voor het profetenambt; profeten droegen namelijk zo'n mantel. Zie 2 Kon. 1:8; Zach. 13:4.

1 Koningen 19 vers 20

verliet Vergelijk Matt. 4:20, Matt. 4:22.

Hertaald: verliet Vergelijk Matth. 4:20, Matth. 4:22.

Dat ik toch Dat is, laat mij toe, dat ik eerlijk mijn afscheid van hen neme. Zie Gen. 29:11.

Hertaald: Dat ik toch Dat is: sta mij toe dat ik behoorlijk afscheid van hen neem. Zie Gen. 29:11.

navolgen Hebreeuws, gaan achter u.

Hertaald: navolgen Hebreeuws: achter u aan gaan.

want wat heb ik u gedaan? Dat is, bedenk wat ik nu straks aan u gedaan heb. Want het is niet tevergeefs geschied, dat ik mijn mantel op u geworpen heb, en dat God u de genegenheid ingestort heeft om zijn roeping te volgen. Vergelijk Matt. 8:22; Luc. 9:62.

Hertaald: want wat heb ik u gedaan? Dat is: bedenk wat ik zojuist aan u gedaan heb. Want het is niet voor niets gebeurd dat ik mijn mantel op u geworpen heb en dat God u de bereidheid gegeven heeft om Zijn roeping te volgen. Vergelijk Matth. 8:22; Luk. 9:62.

1 Koningen 19 vers 21

slachtte het, Hiermede gaf hij te verstaan dat hij zijn voorgaande beroep van het land te bouwen verliet, nemende met dezen maaltijd tegelijk zijn afscheid van zijn vrienden en maagschap.

Hertaald: slachtte het, Hiermee gaf hij te kennen dat hij zijn vroegere beroep als landbouwer opgaf; met deze maaltijd nam hij tegelijk afscheid van zijn vrienden en verwanten.

het gereedschap Versta, het hout van den ploeg, het juk, de eg, de schoppen en ander werktuig, waarmede hij zijn akkerwerk gedaan had, van welke hij vuur gemaakt heeft, om daarmede het vlees te koken.

Hertaald: het gereedschap Versta hieronder het hout van de ploeg, het juk, de eg, de schoppen en ander gereedschap waarmee hij zijn akkerwerk gedaan had; daarvan maakte hij vuur om er het vlees op te koken.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Jehu (de profeet)  — de HEERE is Hij

Zoon van Hanani; een profeet die in opdracht van de HEERE het oordeel over het huis van Baësa aankondigde wegens diens zonden (1 Kon. 16:1-4, 7). Niet dezelfde persoon als de latere koning Jehu, de zoon van Nimsi.

Achab  — vaders broeder

Zoon van Omri en diens opvolger als koning van Israël, tweeëntwintig jaren regerend te Samaria. Hij deed meer kwaad dan alle koningen voor hem, huwde Izebel, de dochter van de koning der Sidoniërs, en diende Baäl. Zijn regering wordt overheerst door zijn confrontaties met de profeet Elia (1 Kon. 16:28-33; 17-22).

Izebel  — betekenis onzeker

Dochter van Eth-Baal, koning der Sidoniërs, en vrouw van Achab. Zij bracht de dienst van Baäl in Israël, liet de profeten des HEEREN uitroeien en bedreigde Elia na de gebeurtenissen op de Karmel (1 Kon. 16:31; 18:4, 13, 19; 19:1-2).

Elia  — mijn God is de HEERE

De Thisbiet, uit Gilead; een van de grootste profeten van Israël. Hij kondigde Achab een langdurige droogte aan, werd door raven bij de beek Krith gevoed, en onderhield daarna wonderbaarlijk het huis van een weduwe te Zarfath, wier zoon hij ook uit de dood opwekte. Op de berg Karmel versloeg hij de vierhonderdvijftig profeten van Baäl in de beroemde vuurproef, maar vluchtte daarna voor Izebels wraak naar de berg Horeb, waar de HEERE hem in het suizen van een zachte stilte verscheen en hem opdracht gaf Hazaël, Jehu en Elisa te zalven (1 Kon. 17-19).

Elisa  — God is heil

Zoon van Safat, van Abel-Mehola; hij ploegde met twaalf juk runderen toen Elia, op Gods bevel, zijn mantel op hem wierp als teken van zijn roeping. Elisa verliet zijn ouders en zijn werk, slachtte zijn juk runderen tot een afscheidsmaal voor het volk, en volgde Elia na als zijn dienaar en latere opvolger (1 Kon. 19:16, 19-21).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Onder de jeneverboom  — één dreigement van Izebel drijft Elia de woestijn in, waar hij onder een jeneverboom bidt dat hij sterven mag: "Het is genoeg; neem nu, HEERE, mijn ziel, want ik ben niet beter dan mijn vaderen" (1 Kon. 19:4)

Izebel laat Elia weten dat zij hem binnen een dag zal doen als hij haar profeten gedaan heeft (1 Kon. 19:1-2). Hij vlucht naar Ber-séba, laat zijn knecht daar achter en gaat een dagreis alleen de woestijn in (1 Kon. 19:3). Onder een jeneverboom bidt hij om zijn dood, en daarna slaapt hij (1 Kon. 19:4-5). Er volgt geen verwijt. Een engel raakt hem aan en zegt eenvoudig dat hij opstaan en eten moet; aan zijn hoofdeinde liggen een op kolen gebakken koek en een fles water (1 Kon. 19:5-6). Hij eet en legt zich weer neer. De engel komt ten tweeden male en voegt er een reden aan toe: "Sta op, eet, want de weg zou te veel voor u zijn" (1 Kon. 19:7). Door de kracht van die spijs gaat hij veertig dagen en veertig nachten tot aan Horeb (1 Kon. 19:8).

Bijbelse betekenis: Dit is dezelfde man die kort tevoren alleen tegenover vierhonderdvijftig profeten stond. De grootste ijver beschermt niet tegen uitputting en moedeloosheid, en de terugslag komt niet vóór maar ná de overwinning. Het opmerkelijkste is Gods eerste antwoord: geen bestraffing, geen opdracht, maar slaap, brood en water. Voor het woord tot de ziel komt, wordt het lichaam verzorgd. Pas als hij gegeten heeft en de reis aankan, volgt het gesprek op Horeb. Wie moedeloos is, wordt hier niet toegesproken als een afvallige maar behandeld als een vermoeide.

Typologie: Diezelfde rust na uitputting biedt de Heere Jezus aan: "Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven" (reeds behandeld bij Matt. 11:28).

1 Kon. 19:1-8

Het suizen van een zachte stilte  — op Horeb gaat de HEERE voorbij in wind, aardbeving en vuur, maar in geen daarvan is Hij; "en na het vuur het suizen van een zachte stilte" (1 Kon. 19:12)

Bij de spelonk op Horeb komt het woord des HEEREN tot Elia met de vraag wat hij daar maakt (1 Kon. 19:9). Zijn antwoord is een klacht: hij heeft zeer geijverd, het volk heeft het verbond verlaten, de altaren afgebroken en de profeten gedood, en hij alleen is overgebleven (1 Kon. 19:10). Dan wordt hij naar buiten geroepen. Een grote en sterke wind scheurt de bergen, daarna komt een aardbeving en daarna een vuur, en van elk zegt de tekst uitdrukkelijk dat de HEERE er niet in was (1 Kon. 19:11-12). Na het vuur komt het suizen van een zachte stilte, en dán bewindt Elia zijn aangezicht met zijn mantel (1 Kon. 19:13). De vraag wordt herhaald, en hij geeft woordelijk hetzelfde antwoord (1 Kon. 19:14). Daarop krijgt hij drie opdrachten: Hazaël, Jehu en Elisa moeten gezalfd worden (1 Kon. 19:15-16). Tot slot wordt zijn ik alleen ben overgebleven rechtgezet met een getal: zevenduizend in Israël hebben de knie voor Baäl niet gebogen (1 Kon. 19:18).

Bijbelse betekenis: De man die met vuur uit de hemel gelijk kreeg, wordt op Horeb geleerd dat God aan het spectaculaire niet gebonden is. Wind, beving en vuur gaan voorbij; de ontmoeting valt in de stilte daarna. Wie God alleen in het grote zoekt, mist Hem meestal. Even genezend is de wijze waarop zijn klacht behandeld wordt. God spreekt zijn zelfbeklag niet toe met bemoediging, maar met twee dingen: een taak en een feit. Elia is niet alleen, hij wist het alleen niet. Zijn opvolger wordt hem bovendien direct aangewezen, wat inhoudt dat het werk doorgaat en dat hij het niet hoeft te dragen tot het einde.

Typologie: De zevenduizend zijn in het Nieuwe Testament het schoolvoorbeeld geworden van het overblijfsel dat God Zich bewaart (Rom. 11:4-5, reeds behandeld bij Overblijfsel (naar de verkiezing der genade)). Wat Elia als een getal ter bemoediging kreeg, blijkt daar een blijvend beginsel van Gods handelen.

1 Kon. 19:9-18; Rom. 11:4-5

De mantel op Elisa geworpen  — Elia vindt Elisa achter de ploeg, werpt hem zijn mantel om, en Elisa slacht zijn runderen, kookt hun vlees op het ploeggereedschap en volgt hem na (1 Kon. 19:19-21)

Van Horeb af gaat Elia naar Abel-mehola en vindt Elisa ploegend met twaalf juk runderen; zelf is hij bij het twaalfde (1 Kon. 19:19). Zonder één woord werpt Elia zijn mantel op hem. Elisa laat de runderen staan, loopt hem na en vraagt of hij eerst zijn vader en moeder mag kussen; Elia antwoordt kort dat hij gaan kan, want wat heeft hij hem gedaan (1 Kon. 19:20)? Elisa keert terug, neemt een juk runderen, slacht het en kookt hun vlees met het gereedschap van de runderen, en geeft het aan het volk (1 Kon. 19:21). Daarna staat hij op, volgt Elia na en dient hem.

Bijbelse betekenis: De roeping bestaat uit een gebaar zonder toespraak, en zij wordt beantwoord met een daad zonder terugweg. Elisa neemt geen verlof van zijn werk; hij maakt het onbruikbaar. Het gereedschap wordt brandhout en de dieren worden maaltijd, zodat de boerderij waarheen hij zou kunnen terugkeren, opgaat in het afscheidsmaal. Dat hij twaalf juk bezat, tekent bovendien wat hij achterliet: geen armoede maar welstand. En het eerste wat van hem gemeld wordt, is niet dat hij profeteerde, maar dat hij diende.

Typologie: Christus stelt de roeping nog scherper, en juist op dit punt van het afscheid: "Niemand, die zijn hand aan den ploeg slaat, en ziet naar hetgeen achter is, is bekwaam tot het Koninkrijk Gods" (Luk. 9:62). Elisa's brandende ploeg is daarvan de oudtestamentische afbeelding.

1 Kon. 19:19-21; Luk. 9:61-62

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

De Engel des HEEREN niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding uitwerking

Het suizen van een zachte stilte — 19:1-18

Op de Karmel is vuur uit de hemel gevallen en het hele volk riep dat de HEERE God is. Eén dag later loopt Elia voor zijn leven, gaat een dagreis de woestijn in, zit onder een jeneverboom en vraagt of hij mag sterven.

God antwoordt de uitgeputte profeet niet met verwijten en niet met vertoon, maar met slaap, brood en een stem die je bijna niet hoort.

Wat er eerst gebeurt is opvallend nuchter. Er komt geen preek maar een engel die hem aanraakt en zegt dat hij eten moet. Er ligt een koek op de kolen en een fles water. Hij eet, gaat weer liggen, en wordt een tweede keer gewekt: sta op, eet, want de weg zou voor u te veel zijn.

Pas na veertig dagen komt het gesprek, bij Horeb — dezelfde berg waar Mozes stond. En de vraag is kort: wat maakt gij hier, Elia?

Zijn antwoord is dat van een man aan het einde: ik heb zeer geijverd voor den HEERE, en zij hebben Uw altaren afgebroken, en ik ben alleen overgebleven, en zij zoeken mijn ziel om die weg te nemen.

Daarop moet hij naar buiten. Er gaat een grote en sterke wind voorbij die de bergen scheurt — maar de HEERE was in den wind niet. Daarna een aardbeving, en de HEERE was in de aardbeving niet. Daarna een vuur, en de HEERE was in het vuur niet.

Drie keer hetzelfde: precies de verschijnselen waarmee God bij deze berg wél gekomen was, en die Elia op de Karmel had zien werken. En dan: na het vuur het suizen van een zachte stilte. De kanttekening tekent daarbij aan wat het onderscheidt — daarin was geen geruis zoals van een sterke wind, een geweldige aardbeving of een aangestoken vuur.

Elia bedekt zijn aangezicht met zijn mantel en gaat naar buiten. Hij krijgt zijn klacht opnieuw te stellen en krijgt dan werk: koningen zalven, en Elísa tot profeet in zijn plaats.

En hij krijgt één zin die zijn hele klacht rechtzet: Ik heb in Israël doen overblijven zeven duizend, alle knieën die zich niet gebogen hebben voor Baäl. Hij was dus nooit alleen; hij wist het alleen niet.

Paulus haalt juist dat vers aan in Romeinen 11, als bewijs dat God een overblijfsel bewaart naar de verkiezing der genade.

  1. Exodus 19:18 — Bij Horeb kwam God eerder in vuur en beving.
  2. 1 Koningen 19:5 — Geen verwijt, maar slaap en brood voor de uitgeputte profeet.
  3. 1 Koningen 19:12 — Niet in de wind, de beving of het vuur, maar in een zachte stilte.
  4. 1 Koningen 19:18 — Zeven duizend die de knie niet gebogen hebben.
  5. Romeinen 11:4-5 — Paulus haalt dat aan: een overblijfsel naar de verkiezing der genade.
  6. Mattheüs 12:19-20 — Hij zal niet schreeuwen, en het gekrookte riet niet verbreken.

In het Nieuwe Testament: Romeinen 11:2-5; Mattheüs 12:17-21; Jakobus 5:17-18; 2 Korinthe 12:9

Hoever dit reikt: Niveau 3. Elia is hier geen beeld van Christus; het Nieuwe Testament haalt uit dit hoofdstuk alleen de zevenduizend aan. De lijn loopt over de zaak: God komt niet in vertoon van kracht, wat ook past bij hoe de Knecht in Jesaja 42 beschreven wordt.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Spurgeons Commentaar

1 Koningen 19

1 Koningen 19:1.Kruisverwijzingen1 Koningen 18:401 Koningen 21:251 Koningen 21:51 Koningen 16:31
— En Achab zeide Izebel aan al wat Elia gedaan had, en allen, die hij gedood had, te weten al de profeten, met het zwaard.
Izebel was de voornaamste beschermster van de afgodische profeten, en daarom kunt u zich voorstellen hoe haar toorn opgewekt werd toen haar man haar vertelde wat Elia gedaan had aan de mannen die aan haar tafel aten.

1 Koningen 19:2-3.Kruisverwijzingen1 Koningen 20:10Ruth 1:172 Koningen 6:31Genesis 21:312 Koningen 19:10Daniël 3:15Exodus 10:282 Koningen 19:22
— Toen zond Izebel een bode tot Elia, om te zeggen: Zo doen mij de goden, en doen zo daartoe, voorzeker, ik zal morgen omtrent dezen tijd uw ziel stellen, als de ziel van een hunner. Toen hij dat zag, maakte hij zich op, en ging heen, om zijns levens wil, en kwam te Ber-seba, dat in Juda is, en liet zijn jongen aldaar.
Dit is de man die onbevreesd de vierhonderdvijftig profeten van Baäl kon tegemoet treden en hen bij de beek Kison kon doden, de onverschrokken profeet van het vuur die het waagde koning Achab de beroerder van Israël te noemen; en toch beeft hij nu voor de dreiging van een vrouw en maakt hij zich op en vlucht voor zijn leven. Waarlijk, de beste van de mensen zijn niet meer dan mensen op hun best, en de sterkste van de mensen zijn zwak als water zodra de kracht van God van hen weggenomen wordt.

De hooggespannen snaar van de top van de Karmel zou nu gevolgd worden door een niet onnatuurlijke terugslag, en de heldhaftige profeet zou wegzinken in de laagste staat van neerslachtigheid.

1 Koningen 19:4.KruisverwijzingenJona 4:8Numeri 11:15Jona 4:31 Koningen 19:3Jeremia 20:14Amos 6:2Filippenzen 1:21Job 3:20
— Maar hij zelf ging henen in de woestijn een dagreis, en kwam, en zat onder een jeneverboom; en bad, dat zijn ziel stierve, en zeide: Het is genoeg; neem nu, HEERE, mijn ziel, want ik ben niet beter dan mijn vaderen.
Welk een tegenstrijdige wezens zijn de mensen! Elia was gevlucht om zijn leven te behouden, en toch “begeerde hij, dat zijn ziel stierve” — dat hij zou sterven omdat hij bevreesd was voor de dood; sterven onder een jeneverboom in de woestijn om de dood door de hand van Izebel te ontgaan. Dit was de man die nooit gestorven is, en toch “begeerde hij, dat zijn ziel stierve”.

Hoe genadig is het van Gods kant de beden van Zijn volk niet toe te staan wanneer die onwijs zijn, gelijk deze bede van Elia was! Had hij geweten dat hij door een wervelwind ten hemel zou varen, rijdend in een wagen van vuur getrokken door vurige paarden, dan zou hij zeker niet op deze wijze gebeden hebben.

Wanneer wij de Schriften in onze jeugd lezen, zijn wij vaak verbaasd over de bijzondere toestanden waarin wij zelfs goede mensen vinden. Het is voor ons moeilijk te begrijpen waarom David in zulke benauwdheid kon zijn en waarom zo’n man als Elia zo verschrikkelijk neergedrukt kon worden. Maar wanneer wij ouder worden en de beproevingen zich rondom ons vermenigvuldigen, kunnen wij beter verstaan waarom God Zijn dienstknechten van ouds in zulke bijzondere plaatsen liet komen — want wij bevinden ons zelf in gelijke plaatsen.

Wij zouden ons kunnen afvragen waarom Elia onder een jeneverboom moest komen. Wij kunnen zijn houding op de berg Karmel begrijpen, maar wij vragen in verlegenheid: “Wat doet gij hier, Elia, onder een jeneverboom, of daarginds in een spelonk aan de bergzijde?” Maar wanneer wij zelf onder de jeneverboom komen, zijn wij blij het feit te gedenken dat Elia daar eens zat. En wanneer wij ons in de spelonk wegbergen, is het ons een bron van troost te gedenken dat zo’n man als deze grote profeet van Israël daar voor ons geweest is. Ook hij kon moe worden van zijn aangewezen dienst en vragen dat hij mocht sterven.

Niemand twijfelt eraan dat Elia een kind van God was. God had hem lief, zelfs toen hij bevend onder de jeneverboom zat.

1 Koningen 19:5-6.Kruisverwijzingen1 Koningen 17:6Mattheüs 4:11Psalmen 34:10Genesis 28:11Daniël 8:19Daniël 10:9Handelingen 12:7Hebreeën 13:5
— En hij legde zich neder, en sliep onder een jeneverboom; en ziet, toen roerde hem een engel aan, en zeide tot hem: Sta op, eet; En hij zag om, en ziet, aan zijn hoofdeinde was een koek op de kolen gebakken, en een fles met water; alzo at hij, en dronk, en legde zich wederom neder.
Hij was zeer bedroefd van hart om de afval van Israël; en daarnaast was hij heel moe, volkomen uitgeput door de geweldige spanning waar hij doorheen gegaan was en door de lange reis die hij al gemaakt had; en zo deed hij het wijste wat mogelijk was: “hij at en dronk, en leide zich wederom neder”.

1 Koningen 19:7.KruisverwijzingenDeuteronomium 33:25Psalmen 103:13
— En de engel des HEEREN kwam ten anderen male weder, en roerde hem aan, en zeide: Sta op, eet, want de weg zou te veel voor u zijn.
God oefent ten behoeve van Zijn volk een vooruitzien uit dat zij zelf niet kunnen uitoefenen. Hij weet wanneer wij geroepen zullen worden tot ongewone dienst of ongewoon lijden, en Hij bereidt ons daarvoor. Hij geeft ons niet alleen geestelijke spijs omdat wij weten dat wij hongerig zijn, maar Hij geeft die ons ook om onze toekomstige behoeften die ons voor het ogenblik geheel onbekend zijn.

1 Koningen 19:8-9.KruisverwijzingenExodus 34:28Exodus 24:18Mattheüs 4:2Deuteronomium 9:18Exodus 3:1Lukas 4:2Markus 1:131 Koningen 19:13
— Zo stond hij op, en at, en dronk; en hij ging, door de kracht derzelver spijs, veertig dagen en veertig nachten, tot aan den berg Gods, Horeb. En hij kwam aldaar in een spelonk, en vernachtte aldaar; en ziet, het woord des HEEREN geschiedde tot hem, en zeide tot hem: Wat maakt gij hier, Elia?
“Gij, Jehova’s moedige profeet, waarom bent u gevlucht? Waarom bent u hier, terwijl er zoveel voor het afgevallen volk gedaan moet worden? Wat doet gij hier, Elia?”

1 Koningen 19:10.Kruisverwijzingen1 Koningen 18:41 Koningen 18:22Numeri 25:13Numeri 25:111 Koningen 18:30Exodus 20:5Exodus 34:14Hosea 5:11
— En hij zeide: Ik heb zeer geijverd voor den HEERE, den God der heirscharen; want de kinderen Israels hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood; en ik alleen ben overgebleven, en zij zoeken mijn ziel, om die weg te nemen.
Hij vertwijfelde over de goede zaak, en dat was zeer jammer; want een man als hij had zich nooit aan zulke gevoelens moeten overgeven. Was God niet met hem; en waar God is, moet daar niet overwinning zijn?

1 Koningen 19:11-14.KruisverwijzingenJob 4:16Exodus 24:12Ezechiël 1:4Zacharia 4:61 Koningen 19:9Ezechiël 37:7Deuteronomium 4:33Exodus 24:18
— En Hij zeide: Ga uit, en sta op dezen berg, voor het aangezicht des HEEREN. En ziet, de HEERE ging voorbij, en een grote en sterke wind, scheurende de bergen, en brekende de steenrotsen, voor den HEERE henen; doch de HEERE was in den wind niet; en na dezen wind een aardbeving; de HEERE was ook in de aardbeving niet; En na de aardbeving een vuur; de HEERE was ook in het vuur niet; en na het vuur het suizen van een zachte stilte. En het geschiedde, als Elia dat hoorde, dat hij zijn aangezicht bewond met zijn mantel, en uitging, en stond in den ingang der spelonk. En ziet, een stem kwam tot hem, die zeide: Wat maakt gij hier, Elia? En hij zeide: Ik heb zeer geijverd voor den HEERE, den God der heirscharen; want de kinderen Israels hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood; en ik alleen ben overgebleven, en zij zoeken mijn ziel, om die weg te nemen.
God zal Zijn vragen aan Zijn volk herhalen als zij de eerste keer niet de behoorlijke uitwerking hebben, want Hij is zeer teder en medelijdend en lankmoedig. Voor een tweede keer giet Elia de bitterheid van zijn ziel voor zijn God uit. Het was een goede zaak dat Elia zijn klacht zo kon uitgieten in het medelijdende oor van de Allerhoogste. Zulke bitterheid van ziel als de zijne is zeer geneigd te gisten en allerlei kwaad voort te brengen; maar wanneer wij de Heere alles kunnen zeggen wat in ons hart is, dan is een tijd van gezegende verlichting niet ver.

1 Koningen 19:12.KruisverwijzingenJob 4:16Zacharia 4:6Deuteronomium 4:33Hebreeën 12:29Job 33:7Handelingen 2:2Handelingen 2:362 Koningen 1:10
— En na de aardbeving een vuur; de HEERE was ook in het vuur niet; en na het vuur het suizen van een zachte stilte.
God leert Elia hier dat Hij, al gebruikt Hij de wind, de aardbeving en het vuur wanneer het Hem behaagt, deze niet Zijn krachtdadigste werktuigen zijn. Hij doet Zijn machtigste werken niet daardoor, maar op een andere wijze: door een zachte stem.

Zo zei de Heere in de praktijk tot Elia: “Zachtere middelen moeten met dit weerspannige volk geprobeerd worden. Mijn eer zal onder hen bevorderd worden door andere wijzen dan die u tot nu toe gebruikt hebt. Ik heb hen laten zien dat Ik Heere en Meester ben van de verschrikkelijke krachten van de natuur. Ik heb hen ervan overtuigd dat Ik een groot God ben die hen kan slaan zoveel Ik wil; maar Ik heb daardoor hun harten niet gewonnen — andere wijzen moeten gebruikt worden. De zachte stem moet geprobeerd worden.”

Tot ons allen die het Woord prediken of het op enige wijze trachten te onderwijzen, schijnt God te zeggen: “Vertrouw niet op grote vertoningen van kracht, op ontzaglijke bewijzen van macht; vertrouw liever op de zachte invloeden van de neerdruppelende dauw van Gods Geest en de zachte regen van het evangelie.”

Een verzoeking bestormt ons allen die prediken: om iets groots te willen doen. Wij menen dat wij, als wij zo’n vermaarde predikatie konden houden als Jonathan Edwards hield toen hij sprak over zondaren in de handen van een vertoornd God, dan tot enig doel geleefd zouden hebben. Maar de prediking van Jezus Christus en Die gekruisigd verliest nooit haar kracht. Het telkens en telkens weer verhalen van het oude, oude verhaal van Jezus en Zijn liefde wordt nooit een enkele herhaling, als wij met een warm hart en een liefdevolle geest onze hoorders nog steeds toeroepen: “Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt” (Joh. 1:29).

Er mag geen opwinding in onze gemeente zijn; er mag geen opzien gewekt worden door onze prediking. Maar de Heere zal erin zijn. Hij is altijd in zulke prediking geweest, en Hij zal er altijd in zijn.

1 Koningen 19:15-16.Kruisverwijzingen1 Koningen 19:192 Koningen 8:72 Koningen 2:92 Koningen 2:15Amos 1:42 Koningen 8:28Jeremia 27:2Handelingen 9:2
— En de HEERE zeide tot hem: Ga, keer weder op uwen weg, naar de woestijn van Damaskus; en ga daar in, en zalf Hazael ten koning over Syrie. Daartoe zult gij Jehu, den zoon van Nimsi, zalven ten koning over Israel; en Elisa, den zoon van Safat, van Abel-mehola, zult gij tot profeet zalven in uw plaats.
“Keer terug naar uw werk; wees geen wegloper van het slagveld; keer terug, want u bent nodig voor verschillende plichten.” Zo zal er een opvolger zijn om uw werk voort te zetten wanneer u uw deel ervan werkelijk gedaan hebt.

1 Koningen 19:17-18.Kruisverwijzingen2 Koningen 13:32 Koningen 8:122 Koningen 13:22Hosea 13:2Jesaja 10:20Jesaja 1:9Romeinen 11:42 Koningen 10:32
— En het zal geschieden, dat Jehu hem, die van het zwaard van Hazael ontkomt, doden zal; en die van het zwaard van Jehu ontkomt, dien zal Elisa doden. Ook heb Ik in Israel doen overblijven zeven duizend, alle knieen, die zich niet gebogen hebben voor Baal, en allen mond, die hem niet gekust heeft.
Hoe moet deze genadige verzekering de geest van de profeet verlevendigd hebben! Hij wist niets van die zevenduizend getrouwe Israëlieten, en hij moet verbaasd en verrukt geweest zijn ervan te horen. Er was geen reden voor hem om te zeggen: “ik alleen ben overgebleven”, want er was een edele schare van standvastigen om met hem op te staan en de Naam en de zaak van Jehova te verdedigen.

1 Koningen 19:19-21.Kruisverwijzingen2 Koningen 2:8Mattheüs 8:212 Samuël 24:22Lukas 9:611 Samuël 28:142 Koningen 2:13Handelingen 20:371 Koningen 19:13
— Zo ging hij van daar, en vond Elisa, den zoon van Safat; dezelve ploegde met twaalf juk runderen voor zich henen, en hij was bij het twaalfde; en Elia ging over tot hem, en wierp zijn mantel op hem. En hij verliet de runderen, en liep Elia na, en zeide: Dat ik toch mijn vader en mijn moeder kusse, daarna zal ik u navolgen. En hij zeide tot hem: Ga, keer weder; want wat heb ik u gedaan? Zo keerde hij weder van achter hem af, en nam een juk runderen, en slachtte het, en met het gereedschap der runderen zood hij hun vlees, hetwelk hij aan het volk gaf; en zij aten. Daarna stond hij op, en volgde Elia na, en diende hem.
Bemoedigd en getroost ging hij terug naar zijn werk zonder nog een woord te uiten, en wij lezen niet dat zijn geest weer bezweek. De Heere wil geen gedwongen mannen in Zijn dienst; Zijn soldaten moeten alle vrijwilligers zijn; maar Elisa was een man van een waar hart en een dappere geest.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Verdiepende artikelen

1 Kon. 19:4‭ - Moedeloosheid

Preekaantekeningen

Maar hij zelf ging heen in de woestijn voor een dagreis en kwam en zat onder een jeneverboom en bad dat zijn ziel stierf en zei: Het is…

Vorst en dooi

Voor Iedere Dag

Hij geeft sneeuw als wol, Hij strooit rijp uit als as. Hij werpt Zijn ijs als stukken; wie is bestand tegen Zijn koude? Hij zendt Zijn woord en…

Kracht krijgen van God

Voor Iedere Morgen

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Morgen" Toen stond hij op, at en dronk, en liep door de kracht van dat voedsel veertig dagen en veertig nachten, tot…

Dit is de weg, wandelt in dezelve

Met Spurgeon Het Jaar Door

... en na het vuur het suizen van een zachte stilte. 1 Koningen 19:12 De stem in het suizen van de zachte stilte zal u vaak zeggen wat…

Los van de aarde

Met Spurgeon Het Jaar Door

... en na het vuur het suizen van een zachte stilte. 1 Koningen 19:12 Die stem zal niet lang daarna waarschijnlijk van klank veranderen, wanneer die tot deze…

Onrust over de zonden

Met Spurgeon Het Jaar Door

... en na het vuur het suizen van een zachte stilte. 1 Koningen 19:12 Na deze harde boodschap is het voor u een zegen als het suizen van…

Wat maakt gij hier, Elia?

Met Spurgeon Het Jaar Door

... en na het vuur het suizen van een zachte stilte. 1 Koningen 19:12 Als het suizen van de zachte stilte, waarin God is, werkelijk tot u komt,…

Voor Jezus

Met Spurgeon Het Jaar Door

... en na het vuur het suizen van een zachte stilte. 1 Koningen 19:12 Soms, wanneer we het georganiseerde christendom van deze tijd aan een nauwkeurig onderzoek onderwerpen,…

De verborgen werking van Gods Geest

Met Spurgeon Het Jaar Door

... en na het vuur het suizen van een zachte stilte. 1 Koningen 19:12 Uit wat God tot Elia zegt, blijkt dat er in Israël een werk aan…

Vertrouwen op de Geest van God

Met Spurgeon Het Jaar Door

... en na het vuur het suizen van een zachte stilte. 1 Koningen 19:12 De Heere was niet in de wind, niet in het vuur, niet in de…

En hij bad, dat zijn ziel stierf

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond" En hij bad, dat zijn ziel stierf. 1 Koningen 19:4 Het is merkwaardig, dat de man, die nooit sterven zou, die…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content