Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En Achab zeide Izebel aan al wat Elia gedaan had, en allen, die hij gedood had, te weten al de profeten, met het zwaard.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En AchabH256zeideH5046IzebelH348 aan alH3605watH834EliaH452gedaanH6213 had, en allenH3605, dieH834 hij gedoodH2026 had, te weten alH3605 de profetenH5030, met het zwaardH2719.En Achab zeide Izebel aan al wat Elia gedaan had, en allen, die hij gedood had, te weten al de profeten, met het zwaard.
KJVAnd Ahab2told1Jezebel3all that Elijah8had done,7and withal how he had slain12all the prophets15with the sword.16
1וַיַּגֵּ֤דH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter2אַחְאָב֙H256Achab, AchabsAhab3לְאִיזֶ֔בֶלH348IzebelJezebel4אֵ֛תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7עָשָׂ֖הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8אֵלִיָּ֑הוּH452EliaElijah, Eliah9וְאֵ֨תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)11אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection12הָרַ֛גH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)15הַנְּבִיאִ֖יםH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet16בֶּחָֽרֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool
2Toen zond Izebel een bode tot Elia, om te zeggen: Zo doen mij de goden, en doen zo daartoe, voorzeker, ik zal morgen omtrent dezen tijd uw ziel stellen, als de ziel van een hunner.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2Toen zondH7971IzebelH348 een bodeH4397totH413EliaH452, om te zeggenH559: ZoH3541doenH6213 mij de godenH430, en doen zoH3541 daartoe, voorzekerH3588, ik zal morgenH4279 omtrent dezen tijdH6256 uw zielH5315stellenH7760, als de zielH5315 van eenH259 hunner.Toen zond Izebel een bode tot Elia, om te zeggen: Zo doen mij de goden, en doen zo daartoe, voorzeker, ik zal morgen omtrent dezen tijd uw ziel stellen, als de ziel van een hunner.
KJVThen Jezebel2sent1a messenger3unto Elijah,5saying,6So let the gods9do8to me, and more11also, if I make15not thy life17as the life18of one19of them by to morrow14about this time.13
1וַתִּשְׁלַ֤חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2אִיזֶ֨בֶל֙H348IzebelJezebel3מַלְאָ֔ךְH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5אֵלִיָּ֖הוּH452EliaElijah, Eliah6לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7כֹּֽהH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder8יַעֲשׂ֤וּןH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use9אֱלֹהִים֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty10וְכֹ֣הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder11יוֹסִפ֔וּןH3254voortaan, toedoen, voortadd, [idiom] again, [idiom] any more, [idiom] cease, [idiom] come more, [phrase] conceive again, continue, exceed, [idiom] further, [idiom] gather together, get more, give more-over, [idiom] henceforth, increase (more and more), join, [idiom] longer (bring, do, make, much, put), [idiom] (the, much, yet) more (and more), proceed (further), prolong, put, be (strong-) er, [idiom] yet, yield12כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet13כָעֵ֤תH6256tijd, tijde, tijden[phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when14מָחָר֙H4279morgen, Morgentime to come, tomorrow15אָשִׂ֣יםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work16אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)17נַפְשְׁךָ֔H5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it18כְּנֶ֖פֶשׁH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it19אַחַ֥דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,20מֵהֶֽם
3Toen hij dat zag, maakte hij zich op, en ging heen, om zijns levens wil, en kwam te Ber-seba, dat in Juda is, en liet zijn jongen aldaar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3Toen hij dat zagH7200, maakte hij zich op, en gingH3212 heen, om zijns levensH5315wilH935, en kwam te Ber-sebaH884, datH834 in JudaH3063 is, en lietH3240 zijn jongenH5288aldaarH8033.Toen hij dat zag, maakte hij zich op, en ging heen, om zijns levens wil, en kwam te Ber-seba, dat in Juda is, en liet zijn jongen aldaar.
KJVAnd when he saw1that, he arose,2and went3for his life,5and came6to Beersheba,7which belongeth to Judah,10and left11his servant13there.
1וַיַּ֗רְאH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2וַיָּ֨קָם֙H6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)3וַיֵּ֣לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5נַפְשׁ֔וֹH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it6וַיָּבֹ֕אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way7בְּאֵ֥רH884Ber-seba, Beer-sebaBeer-shebah8שֶׁ֖בַעH884Ber-seba, Beer-sebaBeer-shebah9אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10לִֽיהוּדָ֑הH3063JudaJudah11וַיַּנַּ֥חH3240laten, leide, lietbestow, cast down, lay (down, up), leave (off), let alone (remain), pacify, place, put, set (down), suffer, withdraw, withhold. (The Hiphil forms with the dagesh are here referred to, in accordance with the older grammarians; but if any distinction of the kind is to be made, these should rather be referred to H5117 (נוּחַ), and the others here.)12אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13נַעֲר֖וֹH5288jongen, jongeling, jongensbabe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man)14שָֽׁםH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
4Maar hij zelf ging henen in de woestijn een dagreis, en kwam, en zat onder een jeneverboom; en bad, dat zijn ziel stierve, en zeide: Het is genoeg; neem nu, HEERE, mijn ziel, want ik ben niet beter dan mijn vaderen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Maar hij zelfH1931gingH1980 henen in de woestijnH4057 een dagreisH3117, en kwamH935, en zat onderH8478eenH259jeneverboomH7574; en badH7592, dat zijn zielH5315stierveH4191, en zeideH559: Het is genoegH7227; neemH3947nuH6258, HEEREH3068, mijn zielH5315, wantH3588ikH595 ben nietH3808beterH2896 dan mijn vaderenH1.Maar hij zelf ging henen in de woestijn een dagreis, en kwam, en zat onder een jeneverboom; en bad, dat zijn ziel stierve, en zeide: Het is genoeg; neem nu, HEERE, mijn ziel, want ik ben niet beter dan mijn vaderen.
KJVBut he himself went2a day's5journey4into the wilderness,3and came6and sat down7under a10juniper tree:9and he requested11for himself13that he might die;14and said,15It is enough;16now, O LORD,18take away19my life;20for I am not better23than my fathers.25
1וְהֽוּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who2הָלַ֤ךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl3בַּמִּדְבָּר֙H4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness4דֶּ֣רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)5י֔וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger6וַיָּבֹ֕אH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way7וַיֵּ֕שֶׁבH3427inwoners, wonen, woonden(make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry8תַּ֖חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with9רֹ֣תֶםH7574jeneverboom, jeneverenjuniper (tree)10אֶחָ֑דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,11וַיִּשְׁאַ֤לH7592vraagde, vragen, begeerdask (counsel, on), beg, borrow, lay to charge, consult, demand, desire, [idiom] earnestly, enquire, [phrase] greet, obtain leave, lend, pray, request, require, [phrase] salute, [idiom] straitly, [idiom] surely, wish12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13נַפְשׁוֹ֙H5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it14לָמ֔וּתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise15וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet16רַ֗בH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)17עַתָּ֤הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas18יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)19קַ֣חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win20נַפְשִׁ֔יH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it21כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet22לֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without23ט֥וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)24אָנֹכִ֖יH595ik, mijI, me, [idiom] which25מֵאֲבֹתָֽיH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
5En hij legde zich neder, en sliep onder een jeneverboom; en ziet, toen roerde hem een engel aan, en zeide tot hem: Sta op, eet;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En hij legde zich nederH7901, en sliepH3462onderH8478 een jeneverboomH7574; en zietH2009, toen roerdeH5060 hem een engelH4397 aan, en zeideH559 tot hem: StaH6965 op, eetH398;En hij legde zich neder, en sliep onder een jeneverboom; en ziet, toen roerde hem een engel aan, en zeide tot hem: Sta op, eet;
KJVAnd as he lay1and slept2under a5juniper tree,4behold, then an angel8touched9him, and said11unto him, Arise13and eat.14
1וַיִּשְׁכַּב֙H7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay2וַיִּישַׁ֔ןH3462slapen, sliep, ontslapeold (store), remain long, (make to) sleep3תַּ֖חַתH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with4רֹ֣תֶםH7574jeneverboom, jeneverenjuniper (tree)5אֶחָ֑דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,6וְהִנֵּֽהH2009ziet, ziebehold, lo, see7זֶ֤הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)8מַלְאָךְ֙H4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger9נֹגֵ֣עַH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch10בּ֔וֹ11וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12ל֖וֹ13ק֥וּםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)14אֱכֽוֹלH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite
6En hij zag om, en ziet, aan zijn hoofdeinde was een koek op de kolen gebakken, en een fles met water; alzo at hij, en dronk, en legde zich wederom neder.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En hij zagH5027 om, en zietH2009, aan zijn hoofdeindeH4763 was een koek op de kolen gebakken, en een flesH6835 met waterH4325; alzo atH398 hij, en dronkH8354, en legde zich wederomH7725nederH7901.En hij zag om, en ziet, aan zijn hoofdeinde was een koek op de kolen gebakken, en een fles met water; alzo at hij, en dronk, en legde zich wederom neder.
KJVAnd he looked,1and, behold, there was a cake4baken on the coals,5and a cruse6of water7at his head.3And he did eat8and drink,9and laid him down11again.10
1וַיַּבֵּ֕טH5027aanschouwen, aanschouwt, zag(cause to) behold, consider, look (down), regard, have respect, see2וְהִנֵּ֧הH2009ziet, ziebehold, lo, see3מְרַאֲשֹׁתָ֛יוH4763hoofdeinde, hoofdpeluwbolster, head, pillow. Compare H4772 (מַרְגְלָה)4עֻגַ֥תH5692koekencake (upon the hearth)5רְצָפִ֖יםH7529kolencoal6וְצַפַּ֣חַתH6835fles, waterflescruse7מָ֑יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))8וַיֹּ֣אכַלH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite9וַיֵּ֔שְׁתְּH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)10וַיָּ֖שָׁבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw11וַיִּשְׁכָּֽבH7901ontsliep, liggen, gelegen[idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay
7En de engel des HEEREN kwam ten anderen male weder, en roerde hem aan, en zeide: Sta op, eet, want de weg zou te veel voor u zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7En de engelH4397 des HEERENH3068 kwam ten anderen maleH8145 weder, en roerdeH5060 hem aan, en zeideH559: StaH6965 op, eetH398, wantH3588 de wegH1870 zou te veelH7227 voor u zijn.En de engel des HEEREN kwam ten anderen male weder, en roerde hem aan, en zeide: Sta op, eet, want de weg zou te veel voor u zijn.
KJVAnd the angel2of the LORD3came again1the second time,4and touched5him, and said,7Arise8and eat;9because the journey13is too great11for thee.
1וַיָּשָׁב֩H7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2מַלְאַ֨ךְH4397Engel, boden, engelambassador, angel, king, messenger3יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4שֵׁנִית֙H8145tweede, tweeden, andermaalagain, either (of them), (an-) other, second (time)5וַיִּגַּעH5060aangeroerd, aanroert, aanroerenbeat, ([idiom] be able to) bring (down), cast, come (nigh), draw near (nigh), get up, happen, join, near, plague, reach (up), smite, strike, touch6בּ֔וֹ7וַיֹּ֖אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8ק֣וּםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)9אֱכֹ֑לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite10כִּ֛יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet11רַ֥בH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)12מִמְּךָ֖H4480van, uit, danabove, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with13הַדָּֽרֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)
8Zo stond hij op, en at, en dronk; en hij ging, door de kracht derzelver spijs, veertig dagen en veertig nachten, tot aan den berg Gods, Horeb.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Zo stondH6965 hij op, en atH398, en dronkH8354; en hij gingH3212, door de krachtH3581 derzelver spijsH396, veertigH705dagenH3117 en veertigH705nachtenH3915, tot aan den bergH2022GodsH430, HorebH2722.Zo stond hij op, en at, en dronk; en hij ging, door de kracht derzelver spijs, veertig dagen en veertig nachten, tot aan den berg Gods, Horeb.
KJVAnd he arose,1and did eat2and drink,3and went4in the strength5of that meat6forty8days9and forty10nights11unto Horeb15the mount13of God.14
1וַיָּ֖קָםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)2וַיֹּ֣אכַלH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite3וַיִּשְׁתֶּ֑הH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)4וַיֵּ֜לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak5בְּכֹ֣חַH3581kracht, macht, vermogenability, able, chameleon, force, fruits, might, power(-ful), strength, substance, wealth6הָאֲכִילָ֣הH396spijsmeat7הַהִ֗יאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who8אַרְבָּעִ֥יםH705veertig, veertigste, Veertig-forty9יוֹם֙H3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger10וְאַרְבָּעִ֣יםH705veertig, veertigste, Veertig-forty11לַ֔יְלָהH3915nacht, nachts, nachten(mid-)night (season)12עַ֛דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet13הַ֥רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion14הָאֱלֹהִ֖יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty15חֹרֵֽבH2722HorebHoreb
9En hij kwam aldaar in een spelonk, en vernachtte aldaar; en ziet, het woord des HEEREN geschiedde tot hem, en zeide tot hem: Wat maakt gij hier, Elia?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9En hij kwamH935 aldaar in een spelonkH4631, en vernachtteH3885aldaarH8033; en zietH2009, het woordH1697 des HEERENH3068 geschiedde totH413 hem, en zeideH559 tot hem: WatH4100maaktH6311 gij hier, EliaH452?En hij kwam aldaar in een spelonk, en vernachtte aldaar; en ziet, het woord des HEEREN geschiedde tot hem, en zeide tot hem: Wat maakt gij hier, Elia?
KJVAnd he came1thither unto a cave,4and lodged5there; and, behold, the word8of the LORD9came to him, and he said11unto him, What doest thou here, Elijah?16
1וַיָּבֹאH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way2שָׁ֥םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4הַמְּעָרָ֖הH4631spelonk, spelonkencave, den, hole5וַיָּ֣לֶןH3885vernachten, vernacht, vernachttenabide (all night), continue, dwell, endure, grudge, be left, lie all night, (cause to) lodge (all night, in, -ing, this night), (make to) murmur, remain, tarry (all night, that night)6שָׁ֑םH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither7וְהִנֵּ֤הH2009ziet, ziebehold, lo, see8דְבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work9יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10אֵלָ֔יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12ל֔וֹ13מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why14לְּךָ֥15פֹ֖הH6311hier, hierheenhere, hither, the one (other, this, that) side16אֵלִיָּֽהוּH452EliaElijah, Eliah
10En hij zeide: Ik heb zeer geijverd voor den HEERE, den God der heirscharen; want de kinderen Israels hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood; en ik alleen ben overgebleven, en zij zoeken mijn ziel, om die weg te nemen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10En hij zeideH559: Ik heb zeer geijverdH7065 voor den HEEREH3068, den GodH430 der heirscharenH6635; wantH3588 de kinderenH1121IsraelsH3478 hebben Uw verbondH1285verlatenH5800, Uw altarenH4196afgebrokenH2040 en Uw profetenH5030 met het zwaardH2719gedoodH2026; en ikH589 alleen ben overgeblevenH3498, en zij zoekenH1245 mijn zielH5315, om die weg te nemen.En hij zeide: Ik heb zeer geijverd voor den HEERE, den God der heirscharen; want de kinderen Israels hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood; en ik alleen ben overgebleven, en zij zoeken mijn ziel, om die weg te nemen.
Ook in dit vers
weg nemenH3947
KJVAnd he said,1I have been very2jealous3for the LORD4God5of hosts:6for the children10of Israel11have forsaken8thy covenant,9thrown down14thine altars,13and slain17thy prophets16with the sword;18and I, even I only, am left;19and they seek22my life,24to take it away.25
1וַיֹּאמֶר֩H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2קַנֹּ֨אH7065geijverd, nijdig, benijdden(be) envy(-ious), be (move to, provoke to) jealous(-y), [idiom] very, (be) zeal(-ous)3קִנֵּ֜אתִיH7065geijverd, nijdig, benijdden(be) envy(-ious), be (move to, provoke to) jealous(-y), [idiom] very, (be) zeal(-ous)4לַיהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6צְבָא֗וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)7כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8עָזְב֤וּH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely9בְרִֽיתְךָ֙H1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league10בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13מִזְבְּחֹתֶ֣יךָH4196altaar, altaren, altaarsaltar14הָרָ֔סוּH2040afbreken, afgebroken, verbrokenbeat down, break (down, through), destroy, overthrow, pluck down, pull down, ruin, throw down, [idiom] utterly15וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16נְבִיאֶ֖יךָH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet17הָרְג֣וּH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely18בֶחָ֑רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool19וָֽאִוָּתֵ֤רH3498overgebleven, overgelaten, overigeexcel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest20אֲנִי֙H589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who21לְבַדִּ֔יH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength22וַיְבַקְשׁ֥וּH1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)23אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)24נַפְשִׁ֖יH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it25לְקַחְתָּֽהּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win
11En Hij zeide: Ga uit, en sta op dezen berg, voor het aangezicht des HEEREN. En ziet, de HEERE ging voorbij, en een grote en sterke wind, scheurende de bergen, en brekende de steenrotsen, voor den HEERE henen; doch de HEERE was in den wind niet; en na dezen wind een aardbeving; de HEERE was ook in de aardbeving niet;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En Hij zeideH559: Ga uit, en staH5975 op dezen bergH2022, voor het aangezichtH6440 des HEERENH3068. En zietH2009, de HEEREH3068 ging voorbijH5674, en een groteH1419 en sterkeH2389windH7307, scheurendeH6561 de bergenH2022, en brekendeH7665 de steenrotsenH5553, voor den HEEREH3068 henen; doch de HEEREH3068 was in den windH7307nietH3808; en naH310 dezen windH7307 een aardbevingH7494; de HEEREH3068 was ook in de aardbevingH7494nietH3808;En Hij zeide: Ga uit, en sta op dezen berg, voor het aangezicht des HEEREN. En ziet, de HEERE ging voorbij, en een grote en sterke wind, scheurende de bergen, en brekende de steenrotsen, voor den HEERE henen; doch de HEERE was in den wind niet; en na dezen wind een aardbeving; de HEERE was ook in de aardbeving niet;
KJVAnd he said,1Go forth,2and stand3upon the mount4before5the LORD.6And, behold, the LORD8passed by,9and a great11and strong12wind10rent13the mountains,14and brake in pieces15the rocks16before17the LORD;18but the LORD21was not in the wind:20and after22the wind23an earthquake;24but the LORD27was not in the earthquake:26
1וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2צֵ֣אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter3וְעָמַדְתָּ֣H5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry4בָהָר֮H2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion5לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6יְהוָה֒H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7וְהִנֵּ֧הH2009ziet, ziebehold, lo, see8יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9עֹבֵ֗רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath10וְר֣וּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)11גְּדוֹלָ֡הH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very12וְחָזָ֞קH2389sterke, sterk, sterkenharder, hottest, [phrase] impudent, loud, mighty, sore, stiff(-hearted), strong(-er)13מְפָרֵק֩H6561rukke, Rukt, afgebrokenbreak (off), deliver, redeem, rend (in pieces), tear in pieces14הָרִ֨יםH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion15וּמְשַׁבֵּ֤רH7665verbroken, gebroken, verbrekenbreak (down, off, in pieces, up), broken (-hearted), bring to the birth, crush, destroy, hurt, quench, [idiom] quite, tear, view (by mistake for H7663 (שָׂבַר))16סְלָעִים֙H5553steenrots, rotssteen, steenrotsen(ragged) rock, stone(-ny), strong hold17לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you18יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)19לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without20בָר֖וּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)21יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)22וְאַחַ֤רH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with23הָר֨וּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)24רַ֔עַשׁH7494aardbeving, beven, ruisingcommotion, confused noise, earthquake, fierceness, quaking, rattling, rushing, shaking25לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without26בָרַ֖עַשׁH7494aardbeving, beven, ruisingcommotion, confused noise, earthquake, fierceness, quaking, rattling, rushing, shaking27יְהוָֽהH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
12En na de aardbeving een vuur; de HEERE was ook in het vuur niet; en na het vuur het suizen van een zachte stilte.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En naH310 de aardbevingH7494 een vuurH784; de HEEREH3068 was ook in het vuurH784nietH3808; en naH310 het vuurH784 het suizenH1827 van een zachteH1851stilteH6963.En na de aardbeving een vuur; de HEERE was ook in het vuur niet; en na het vuur het suizen van een zachte stilte.
KJVAnd after1the earthquake2a fire;3but the LORD6was not in the fire:5and after7the fire8a still10small11voice.9
13En het geschiedde, als Elia dat hoorde, dat hij zijn aangezicht bewond met zijn mantel, en uitging, en stond in den ingang der spelonk. En ziet, een stem kwam tot hem, die zeide: Wat maakt gij hier, Elia?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13En het geschiedde, als EliaH452 dat hoordeH8085, dat hij zijn aangezichtH6440bewondH3874 met zijn mantelH155, en uitgingH3318, en stondH5975 in den ingangH6607 der spelonkH4631. En zietH2009, een stemH6963 kwam totH413 hem, die zeideH559: WatH4100maaktH6311 gij hier, EliaH452?En het geschiedde, als Elia dat hoorde, dat hij zijn aangezicht bewond met zijn mantel, en uitging, en stond in den ingang der spelonk. En ziet, een stem kwam tot hem, die zeide: Wat maakt gij hier, Elia?
KJVAnd it was so, when Elijah3heard2it, that he wrapped4his face5in his mantle,6and went out,7and stood8in the entering in9of the cave.10And, behold, there came a voice13unto him, and said,14What doest thou here, Elijah?18
1וַיְהִ֣יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כִּשְׁמֹ֣עַH8085horen, gehoord, hoorde[idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness3אֵלִיָּ֗הוּH452EliaElijah, Eliah4וַיָּ֤לֶטH3874bewond, bewonden, gewondencast, wrap5פָּנָיו֙H6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you6בְּאַדַּרְתּ֔וֹH155mantel, overkleed, heerlijkengarment, glory, goodly, mantle, robe7וַיֵּצֵ֕אH3318uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd[idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter8וַֽיַּעֲמֹ֖דH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry9פֶּ֣תַחH6607deur, deuren, ingangdoor, entering (in), entrance (-ry), gate, opening, place10הַמְּעָרָ֑הH4631spelonk, spelonkencave, den, hole11וְהִנֵּ֤הH2009ziet, ziebehold, lo, see12אֵלָיו֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)13ק֔וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell14וַיֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet15מַהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why16לְּךָ֥17פֹ֖הH6311hier, hierheenhere, hither, the one (other, this, that) side18אֵלִיָּֽהוּH452EliaElijah, Eliah
14En hij zeide: Ik heb zeer geijverd voor den HEERE, den God der heirscharen; want de kinderen Israels hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood; en ik alleen ben overgebleven, en zij zoeken mijn ziel, om die weg te nemen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En hij zeideH559: Ik heb zeer geijverdH7065 voor den HEEREH3068, den GodH430 der heirscharenH6635; wantH3588 de kinderenH1121IsraelsH3478 hebben Uw verbondH1285verlatenH5800, Uw altarenH4196afgebrokenH2040 en Uw profetenH5030 met het zwaardH2719gedoodH2026; en ikH589 alleen ben overgeblevenH3498, en zij zoekenH1245 mijn zielH5315, om die weg te nemen.En hij zeide: Ik heb zeer geijverd voor den HEERE, den God der heirscharen; want de kinderen Israels hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood; en ik alleen ben overgebleven, en zij zoeken mijn ziel, om die weg te nemen.
Ook in dit vers
weg nemenH3947
KJVAnd he said,1I have been very2jealous3for the LORD4God5of hosts:6because the children10of Israel11have forsaken8thy covenant,9thrown down14thine altars,13and slain17thy prophets16with the sword;18and I, even I only, am left;19and they seek22my life,24to take it away.25
1וַיֹּאמֶר֩H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2קַנֹּ֨אH7065geijverd, nijdig, benijdden(be) envy(-ious), be (move to, provoke to) jealous(-y), [idiom] very, (be) zeal(-ous)3קִנֵּ֜אתִיH7065geijverd, nijdig, benijdden(be) envy(-ious), be (move to, provoke to) jealous(-y), [idiom] very, (be) zeal(-ous)4לַיהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5אֱלֹהֵ֣יH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty6צְבָא֗וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)7כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8עָזְב֤וּH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely9בְרִֽיתְךָ֙H1285verbond, verbonds, Verbondconfederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league10בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth11יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13מִזְבְּחֹתֶ֣יךָH4196altaar, altaren, altaarsaltar14הָרָ֔סוּH2040afbreken, afgebroken, verbrokenbeat down, break (down, through), destroy, overthrow, pluck down, pull down, ruin, throw down, [idiom] utterly15וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)16נְבִיאֶ֖יךָH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet17הָרְג֣וּH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely18בֶחָ֑רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool19וָאִוָּתֵ֤רH3498overgebleven, overgelaten, overigeexcel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest20אֲנִי֙H589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who21לְבַדִּ֔יH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength22וַיְבַקְשׁ֥וּH1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)23אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)24נַפְשִׁ֖יH5315ziel, zielen, levenany, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it25לְקַחְתָּֽהּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win
15En de HEERE zeide tot hem: Ga, keer weder op uwen weg, naar de woestijn van Damaskus; en ga daar in, en zalf Hazael ten koning over Syrie.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En de HEEREH3068zeideH559totH413 hem: GaH3212, keer weder op uwen wegH1870, naar de woestijnH4057 van DamaskusH1834; en ga daar in, en zalfH4886HazaelH2371 ten koningH4428overH5921SyrieH758.En de HEERE zeide tot hem: Ga, keer weder op uwen weg, naar de woestijn van Damaskus; en ga daar in, en zalf Hazael ten koning over Syrie.
KJVAnd the LORD2said1unto him, Go,4return5on thy way6to the wilderness7of Damascus:8and when thou comest,9anoint10Hazael12to be king13over Syria:15
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֵלָ֔יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4לֵ֛ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak5שׁ֥וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw6לְדַרְכְּךָ֖H1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)7מִדְבַּ֣רָהH4057woestijn, wildernis, spraakdesert, south, speech, wilderness8דַמָּ֑שֶׂקH1834Damaskus, DamaskenerDamascus9וּבָ֗אתָH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way10וּמָשַׁחְתָּ֧H4886gezalfd, zalven, zalfdeanoint, paint11אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12חֲזָאֵ֛לH2371HazaelHazael13לְמֶ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal14עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with15אֲרָֽםH758Syriers, Syrie, AramAram, Mesopotamia, Syria, Syrians
16Daartoe zult gij Jehu, den zoon van Nimsi, zalven ten koning over Israel; en Elisa, den zoon van Safat, van Abel-mehola, zult gij tot profeet zalven in uw plaats.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Daartoe zult gij JehuH3058, den zoonH1121 van NimsiH5250, zalvenH4886 ten koningH4428overH5921IsraelH3478; en ElisaH477, den zoonH1121 van SafatH8202, van Abel-meholaH65, zult gij tot profeetH5030zalvenH4886 in uw plaatsH8478.Daartoe zult gij Jehu, den zoon van Nimsi, zalven ten koning over Israel; en Elisa, den zoon van Safat, van Abel-mehola, zult gij tot profeet zalven in uw plaats.
KJVAnd Jehu2the son3of Nimshi4shalt thou anoint5to be king6over Israel:8and Elisha10the son11of Shaphat12of Abelmeholah13shalt thou anoint15to be prophet16in thy room.
1וְאֵת֙H853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)2יֵה֣וּאH3058JehuJehu3בֶןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth4נִמְשִׁ֔יH5250NimsiNimshi5תִּמְשַׁ֥חH4886gezalfd, zalven, zalfdeanoint, paint6לְמֶ֖לֶךְH4428koning, konings, koningenking, royal7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10אֱלִישָׁ֤עH477ElisaElisha11בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth12שָׁפָט֙H8202SafatShaphat13מֵאָבֵ֣לH65Abel-meholaAbel-meholah14מְחוֹלָ֔הH65Abel-meholaAbel-meholah15תִּמְשַׁ֥חH4886gezalfd, zalven, zalfdeanoint, paint16לְנָבִ֖יאH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet17תַּחְתֶּֽיךָH8478onder, plaats, vooras, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with
17En het zal geschieden, dat Jehu hem, die van het zwaard van Hazael ontkomt, doden zal; en die van het zwaard van Jehu ontkomt, dien zal Elisa doden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En het zal geschiedenH1961, dat JehuH3058 hem, die van het zwaardH2719 van HazaelH2371ontkomtH4422, dodenH4191 zal; en die van het zwaardH2719 van JehuH3058ontkomtH4422, dien zal ElisaH477dodenH4191.En het zal geschieden, dat Jehu hem, die van het zwaard van Hazael ontkomt, doden zal; en die van het zwaard van Jehu ontkomt, dien zal Elisa doden.
KJVAnd it shall come to pass, that him that escapeth2the sword3of Hazael4shall Jehu6slay:5and him that escapeth7from the sword8of Jehu9shall Elisha11slay.10
1וְהָיָ֗הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2הַנִּמְלָ֛טH4422ontkomen, ontkwam, bevrijdendeliver (self), escape, lay, leap out, let alone, let go, preserve, save, [idiom] speedily, [idiom] surely3מֵחֶ֥רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool4חֲזָאֵ֖לH2371HazaelHazael5יָמִ֣יתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise6יֵה֑וּאH3058JehuJehu7וְהַנִּמְלָ֛טH4422ontkomen, ontkwam, bevrijdendeliver (self), escape, lay, leap out, let alone, let go, preserve, save, [idiom] speedily, [idiom] surely8מֵחֶ֥רֶבH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool9יֵה֖וּאH3058JehuJehu10יָמִ֥יתH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise11אֱלִישָֽׁעH477ElisaElisha
18Ook heb Ik in Israel doen overblijven zeven duizend, alle knieen, die zich niet gebogen hebben voor Baal, en allen mond, die hem niet gekust heeft.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Ook heb Ik in IsraelH3478 doen overblijvenH7604zevenH7651duizendH505, alleH3605knieenH1290, dieH834 zich nietH3808gebogenH3766 hebben voor BaalH1168, en allenH3605mondH6310, dieH834 hem nietH3808gekustH5401 heeft.Ook heb Ik in Israel doen overblijven zeven duizend, alle knieen, die zich niet gebogen hebben voor Baal, en allen mond, die hem niet gekust heeft.
KJVYet I have left1me seven3thousand4in Israel,2all the knees6which have not bowed9unto Baal,10and every mouth12which hath not kissed15him.
1וְהִשְׁאַרְתִּ֥יH7604overgebleven, overblijven, overgelatenleave, (be) left, let, remain, remnant, reserve, the rest2בְיִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael3שִׁבְעַ֣תH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)4אֲלָפִ֑יםH505duizend, duizenden, twee duizendthousand5כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)6הַבִּרְכַּ֗יִםH1290knieen, knieknee7אֲשֶׁ֤רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection8לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without9כָֽרְעוּ֙H3766kromde, gekromd, nederbukkenbow (down, self), bring down (low), cast down, couch, fall, feeble, kneeling, sink, smite (stoop) down, subdue, [idiom] very10לַבַּ֔עַלH1168Baal, BaalsBaal, (plural) Baalim11וְכָ֨לH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)12הַפֶּ֔הH6310mond, monds, scherpteaccord(-ing as, -ing to), after, appointment, assent, collar, command(-ment), [idiom] eat, edge, end, entry, [phrase] file, hole, [idiom] in, mind, mouth, part, portion, [idiom] (should) say(-ing), sentence, skirt, sound, speech, [idiom] spoken, talk, tenor, [idiom] to, [phrase] two-edged, wish, word13אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection14לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15נָשַׁ֖קH5401kuste, kussen, gekustarmed (men), rule, kiss, that touched16לֽוֹ
19Zo ging hij van daar, en vond Elisa, den zoon van Safat; dezelve ploegde met twaalf juk runderen voor zich henen, en hij was bij het twaalfde; en Elia ging over tot hem, en wierp zijn mantel op hem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Zo ging hij van daarH8033, en vondH4672ElisaH477, den zoonH1121 van SafatH8202; dezelveH1931ploegdeH2790 met twaalfH8147jukH6776 runderen voorH6440 zich henen, en hijH1931 was bij het twaalfdeH8147; en EliaH452 ging over totH413 hem, en wierpH7993 zijn mantelH155 op hem.Zo ging hij van daar, en vond Elisa, den zoon van Safat; dezelve ploegde met twaalf juk runderen voor zich henen, en hij was bij het twaalfde; en Elia ging over tot hem, en wierp zijn mantel op hem.
KJVSo he departed1thence, and found3Elisha5the son6of Shaphat,7who was plowing9with twelve10yoke12of oxen before13him, and he with the twelfth:15and Elijah18passed17by him, and cast20his mantle21upon him.
1וַיֵּ֣לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2מִ֠שָּׁםH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither3וַיִּמְצָ֞אH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5אֱלִישָׁ֤עH477ElisaElisha6בֶּןH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth7שָׁפָט֙H8202SafatShaphat8וְה֣וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who9חֹרֵ֔שׁH2790zwijg, zwijgen, ploegen[idiom] altogether, cease, conceal, be deaf, devise, ear, graven, imagine, leave off speaking, hold peace, plow(-er, man), be quiet, rest, practise secretly, keep silence, be silent, speak not a word, be still, hold tongue, worker10שְׁנֵיםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two11עָשָׂ֤רH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)12צְמָדִים֙H6776juk, paar, bunderenacre, couple, [idiom] together, two (donkeys), yoke (of oxen)13לְפָנָ֔יוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you14וְה֖וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who15בִּשְׁנֵ֣יםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two16הֶעָשָׂ֑רH6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)17וַיַּעֲבֹ֤רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath18אֵלִיָּ֨הוּ֙H452EliaElijah, Eliah19אֵלָ֔יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)20וַיַּשְׁלֵ֥ךְH7993wierp, werpen, geworpenadventure, cast (away, down, forth, off, out), hurl, pluck, throw21אַדַּרְתּ֖וֹH155mantel, overkleed, heerlijkengarment, glory, goodly, mantle, robe22אֵלָֽיוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
20En hij verliet de runderen, en liep Elia na, en zeide: Dat ik toch mijn vader en mijn moeder kusse, daarna zal ik u navolgen. En hij zeide tot hem: Ga, keer weder; want wat heb ik u gedaan?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20En hij verlietH5800 de runderenH1241, en liepH7323EliaH452naH310, en zeideH559: Dat ik tochH4994 mijn vaderH1 en mijn moederH517kusseH5401, daarnaH310 zal ik u navolgenH3212. En hij zeideH559 tot hem: Ga, keer weder; want watH4100 heb ik u gedaanH6213?En hij verliet de runderen, en liep Elia na, en zeide: Dat ik toch mijn vader en mijn moeder kusse, daarna zal ik u navolgen. En hij zeide tot hem: Ga, keer weder; want wat heb ik u gedaan?
KJVAnd he left1the oxen,3and ran4after5Elijah,6and said,7Let me, I pray thee, kiss8my father10and my mother,11and then I will follow12thee. And he said14unto him, Go back16again:17for what have I done20to thee?
1וַיַּעֲזֹ֣בH5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַבָּקָ֗רH1241runderen, rund, koeienbeeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox4וַיָּ֨רָץ֙H7323liep, lopen, trawantenbreak down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post5אַחֲרֵ֣יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with6אֵֽלִיָּ֔הוּH452EliaElijah, Eliah7וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8אֶשְּׁקָהH5401kuste, kussen, gekustarmed (men), rule, kiss, that touched9נָּא֙H4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh10לְאָבִ֣יH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'11וּלְאִמִּ֔יH517moeder, moedersdam, mother, [idiom] parting12וְאֵלְכָ֖הH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak13אַחֲרֶ֑יךָH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with14וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet15לוֹ֙16לֵ֣ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak17שׁ֔וּבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw18כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet19מֶהH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why20עָשִׂ֖יתִיH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use21לָֽךְ
21Zo keerde hij weder van achter hem af, en nam een juk runderen, en slachtte het, en met het gereedschap der runderen zood hij hun vlees, hetwelk hij aan het volk gaf; en zij aten. Daarna stond hij op, en volgde Elia na, en diende hem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Zo keerdeH7725 hij weder van achterH310 hem af, en namH3947 een jukH6776runderenH1241, en slachtteH2076 het, en met het gereedschapH3627 der runderenH1241zoodH1310 hij hun vleesH1320, hetwelk hij aan het volkH5971gafH5414; en zij atenH398. Daarna stondH6965 hij op, en volgdeH3212EliaH452 na, en diendeH8334 hem.Zo keerde hij weder van achter hem af, en nam een juk runderen, en slachtte het, en met het gereedschap der runderen zood hij hun vlees, hetwelk hij aan het volk gaf; en zij aten. Daarna stond hij op, en volgde Elia na, en diende hem.
KJVAnd he returned back1from him,2and took3a yoke5of oxen,6and slew7them, and boiled10their flesh11with the instruments8of the oxen,9and gave12unto the people,13and they did eat.14Then he arose,15and went16after17Elijah,18and ministered19unto him.
1וַיָּ֨שָׁבH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw2מֵאַחֲרָ֜יוH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with3וַיִּקַּ֣חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5צֶ֧מֶדH6776juk, paar, bunderenacre, couple, [idiom] together, two (donkeys), yoke (of oxen)6הַבָּקָ֣רH1241runderen, rund, koeienbeeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox7וַיִּזְבָּחֵ֗הוּH2076offeren, offerde, offerdenkill, offer, (do) sacrifice, slay8וּבִכְלִ֤יH3627vaten, gereedschap, vatarmour(-bearer), artillery, bag, carriage, [phrase] furnish, furniture, instrument, jewel, that is made of, [idiom] one from another, that which pertaineth, pot, [phrase] psaltery, sack, stuff, thing, tool, vessel, ware, weapon, [phrase] whatsoever9הַבָּקָר֙H1241runderen, rund, koeienbeeve, bull ([phrase] -ock), [phrase] calf, [phrase] cow, great (cattle), [phrase] heifer, herd, kine, ox10בִּשְּׁלָ֣םH1310koken, gezoden, gekooktbake, boil, bring forth, roast, seethe, sod (be sodden)11הַבָּשָׂ֔רH1320vlees, vleses, vleselijkebody, (fat, lean) flesh(-ed), kin, (man-) kind, [phrase] nakedness, self, skin12וַיִּתֵּ֥ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield13לָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people14וַיֹּאכֵ֑לוּH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite15וַיָּ֗קָםH6965opstaan, stond, Staabide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising)16וַיֵּ֛לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak17אַחֲרֵ֥יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with18אֵלִיָּ֖הוּH452EliaElijah, Eliah19וַיְשָׁרְתֵֽהוּH8334dienen, dienaars, diendeminister (unto), (do) serve(-ant, -ice, -itor), wait on
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
1 Koningen 19:1— En Achab zeide Izebel aan al wat Elia gedaan had, en allen, die hij gedood had, te weten al de profeten, met het zwaard.1 Koningen 18:40→1 Koningen 21:25→1 Koningen 21:5→1 Koningen 16:31→
1 Koningen 19:2— Toen zond Izebel een bode tot Elia, om te zeggen: Zo doen mij de goden, en doen zo daartoe, voorzeker, ik zal morgen omtrent dezen tijd uw ziel stellen, als de ziel van een hunner.1 Koningen 20:10→Ruth 1:17→2 Koningen 6:31→2 Koningen 19:10→Daniël 3:15→Exodus 10:28→2 Koningen 19:22→2 Koningen 19:27→
1 Koningen 19:3— Toen hij dat zag, maakte hij zich op, en ging heen, om zijns levens wil, en kwam te Ber-seba, dat in Juda is, en liet zijn jongen aldaar.Genesis 21:31→1 Samuël 27:1→1 Koningen 4:25→Amos 7:12→Exodus 2:15→Genesis 12:12→Mattheüs 26:70→2 Korinthe 12:7→
1 Koningen 19:4— Maar hij zelf ging henen in de woestijn een dagreis, en kwam, en zat onder een jeneverboom; en bad, dat zijn ziel stierve, en zeide: Het is genoeg; neem nu, HEERE, mijn ziel, want ik ben niet beter dan mijn vaderen.Jona 4:8→Numeri 11:15→Jona 4:3→1 Koningen 19:3→Jeremia 20:14→Amos 6:2→Filippenzen 1:21→Job 3:20→
1 Koningen 19:5— En hij legde zich neder, en sliep onder een jeneverboom; en ziet, toen roerde hem een engel aan, en zeide tot hem: Sta op, eet;Psalmen 34:10→Genesis 28:11→Daniël 8:19→Daniël 10:9→Handelingen 12:7→Hebreeën 13:5→Daniël 9:21→Hebreeën 1:14→
1 Koningen 19:6— En hij zag om, en ziet, aan zijn hoofdeinde was een koek op de kolen gebakken, en een fles met water; alzo at hij, en dronk, en legde zich wederom neder.1 Koningen 17:6→Mattheüs 4:11→Johannes 21:9→Psalmen 37:3→Mattheüs 6:32→1 Koningen 17:9→Johannes 21:5→Jesaja 33:16→
1 Koningen 19:7— En de engel des HEEREN kwam ten anderen male weder, en roerde hem aan, en zeide: Sta op, eet, want de weg zou te veel voor u zijn.Deuteronomium 33:25→Psalmen 103:13→
1 Koningen 19:8— Zo stond hij op, en at, en dronk; en hij ging, door de kracht derzelver spijs, veertig dagen en veertig nachten, tot aan den berg Gods, Horeb.Exodus 34:28→Exodus 24:18→Mattheüs 4:2→Deuteronomium 9:18→Exodus 3:1→Lukas 4:2→Markus 1:13→Deuteronomium 9:9→
1 Koningen 19:9— En hij kwam aldaar in een spelonk, en vernachtte aldaar; en ziet, het woord des HEEREN geschiedde tot hem, en zeide tot hem: Wat maakt gij hier, Elia?1 Koningen 19:13→Exodus 33:21→Genesis 3:9→Genesis 16:8→Hebreeën 11:38→Jona 1:3→Jeremia 2:18→Jeremia 9:2→
1 Koningen 19:10— En hij zeide: Ik heb zeer geijverd voor den HEERE, den God der heirscharen; want de kinderen Israels hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood; en ik alleen ben overgebleven, en zij zoeken mijn ziel, om die weg te nemen.1 Koningen 18:4→1 Koningen 18:22→Numeri 25:13→Numeri 25:11→1 Koningen 18:30→Exodus 20:5→Exodus 34:14→Hosea 5:11→
1 Koningen 19:11— En Hij zeide: Ga uit, en sta op dezen berg, voor het aangezicht des HEEREN. En ziet, de HEERE ging voorbij, en een grote en sterke wind, scheurende de bergen, en brekende de steenrotsen, voor den HEERE henen; doch de HEERE was in den wind niet; en na dezen wind een aardbeving; de HEERE was ook in de aardbeving niet;Exodus 24:12→Ezechiël 1:4→Ezechiël 37:7→Exodus 24:18→Exodus 19:20→Exodus 34:2→Hebreeën 12:18→Openbaring 20:11→
1 Koningen 19:12— En na de aardbeving een vuur; de HEERE was ook in het vuur niet; en na het vuur het suizen van een zachte stilte.Job 4:16→Zacharia 4:6→Deuteronomium 4:33→Hebreeën 12:29→Job 33:7→Handelingen 2:2→Handelingen 2:36→2 Koningen 1:10→
1 Koningen 19:13— En het geschiedde, als Elia dat hoorde, dat hij zijn aangezicht bewond met zijn mantel, en uitging, en stond in den ingang der spelonk. En ziet, een stem kwam tot hem, die zeide: Wat maakt gij hier, Elia?1 Koningen 19:9→Jesaja 6:5→Genesis 16:8→Exodus 3:5→1 Koningen 18:42→Exodus 33:23→Jesaja 6:2→Johannes 21:15→
1 Koningen 19:14— En hij zeide: Ik heb zeer geijverd voor den HEERE, den God der heirscharen; want de kinderen Israels hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood; en ik alleen ben overgebleven, en zij zoeken mijn ziel, om die weg te nemen.1 Koningen 19:9→Hebreeën 8:9→Psalmen 78:37→Jesaja 62:6→Hosea 6:7→Deuteronomium 29:25→Deuteronomium 31:20→Jeremia 22:9→
1 Koningen 19:15— En de HEERE zeide tot hem: Ga, keer weder op uwen weg, naar de woestijn van Damaskus; en ga daar in, en zalf Hazael ten koning over Syrie.2 Koningen 8:7→Amos 1:4→2 Koningen 8:28→Jeremia 27:2→Handelingen 9:2→Genesis 14:15→Jesaja 45:1→2 Koningen 9:14→
1 Koningen 19:16— Daartoe zult gij Jehu, den zoon van Nimsi, zalven ten koning over Israel; en Elisa, den zoon van Safat, van Abel-mehola, zult gij tot profeet zalven in uw plaats.1 Koningen 19:19→2 Koningen 2:9→2 Koningen 2:15→Lukas 4:27→2 Koningen 9:1→1 Koningen 4:12→Richteren 7:22→
1 Koningen 19:17— En het zal geschieden, dat Jehu hem, die van het zwaard van Hazael ontkomt, doden zal; en die van het zwaard van Jehu ontkomt, dien zal Elisa doden.2 Koningen 13:3→2 Koningen 8:12→2 Koningen 13:22→2 Koningen 10:32→Hosea 6:5→Jesaja 24:17→Amos 5:19→Jeremia 1:10→
1 Koningen 19:18— Ook heb Ik in Israel doen overblijven zeven duizend, alle knieen, die zich niet gebogen hebben voor Baal, en allen mond, die hem niet gekust heeft.Hosea 13:2→Jesaja 10:20→Jesaja 1:9→Romeinen 11:4→Psalmen 2:12→Job 31:27→Exodus 20:5→Romeinen 14:10→
1 Koningen 19:19— Zo ging hij van daar, en vond Elisa, den zoon van Safat; dezelve ploegde met twaalf juk runderen voor zich henen, en hij was bij het twaalfde; en Elia ging over tot hem, en wierp zijn mantel op hem.2 Koningen 2:8→1 Samuël 28:14→2 Koningen 2:13→1 Koningen 19:13→Richteren 6:11→Zacharia 13:5→Mattheüs 4:18→Psalmen 78:70→
1 Koningen 19:20— En hij verliet de runderen, en liep Elia na, en zeide: Dat ik toch mijn vader en mijn moeder kusse, daarna zal ik u navolgen. En hij zeide tot hem: Ga, keer weder; want wat heb ik u gedaan?Mattheüs 8:21→Lukas 9:61→Handelingen 20:37→Mattheüs 4:20→Mattheüs 4:22→Mattheüs 19:27→Mattheüs 9:9→
1 Koningen 19:21— Zo keerde hij weder van achter hem af, en nam een juk runderen, en slachtte het, en met het gereedschap der runderen zood hij hun vlees, hetwelk hij aan het volk gaf; en zij aten. Daarna stond hij op, en volgde Elia na, en diende hem.2 Samuël 24:22→Exodus 24:13→1 Koningen 18:43→Handelingen 13:5→Filemon 1:13→2 Koningen 2:3→2 Timotheüs 4:11→Lukas 5:28→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
1 Koningen 19 vers 1— En Achab zeide Izebel aan al wat Elia gedaan had, en allen, die hij gedood had, te weten al de profeten, met het zwaard.
allen,
Versta, den gehelen handel, dien hij met de profeten Baäls gehouden had, om te bewijzen dat de Heere alleen de ware God was, en om die profeten in zijn naam met den dood te straffen.
Hertaald:allen,
Versta hieronder het hele optreden tegenover de profeten van Baäl, waarmee hij bewees dat de HEERE alleen de ware God was, en waarmee hij die profeten in Zijn naam met de dood strafte.
al de profeten,
Dat is, de vier honderd en vijftig mannen, die profeten Baäls genoemd worden, boven, 1 Kon. 18:19, 1 Kon. 18:22, en niet de vier honderd profeten van het afgodische woud. Zie de aantekeningen boven, 1 Kon. 18:22, en vergelijk onder, 1 Kon. 22:6.
Hertaald:al de profeten,
Dat is: de vierhonderdvijftig mannen die profeten van Baäl genoemd worden, hierboven 1 Kon. 18:19, 1 Kon. 18:22, en niet de vierhonderd profeten van het afgodische bos. Zie de aantekeningen hierboven bij 1 Kon. 18:22, en vergelijk hieronder 1 Kon. 22:6.
1 Koningen 19 vers 2— Toen zond Izebel een bode tot Elia, om te zeggen: Zo doen mij de goden, en doen zo daartoe, voorzeker, ik zal morgen omtrent dezen tijd uw ziel stellen, als de ziel van een hunner.
Zo doen mij
Zie van deze manier van zweren, Ruth 1:17.
Hertaald:Zo doen mij
Zie over deze manier van zweren Ruth 1:17.
ziel stellen,
Dat is, leven; en zo in het volgende. Zie Gen. 19:17.
Hertaald:ziel stellen,
Dat is: leven; en zo ook in het vervolg. Zie Gen. 19:17.
1 Koningen 19 vers 3— Toen hij dat zag, maakte hij zich op, en ging heen, om zijns levens wil, en kwam te Ber-seba, dat in Juda is, en liet zijn jongen aldaar.
levens wil,
Hebreeuws, ziel. Anders, naar zijn ziel dat is, naar zijn goeddunken.
Hertaald:levens wil,
Hebreeuws: ziel. Anders: naar zijn ziel, dat is: naar eigen goeddunken.
Ber-séba,
Zie van deze stad, Gen. 21:31.
Hertaald:Ber-séba,
Zie over deze stad Gen. 21:31.
dat in Juda is,
Hebreeuws, die des Juda is; dat is, die onder den stam van Juda gelegen is, eigenlijk tot Simeon behorende.
Hertaald:dat in Juda is,
Hebreeuws: die van Juda is; dat is: die in de stam Juda ligt, terwijl zij eigenlijk aan Simeon toebehoorde.
1 Koningen 19 vers 4— Maar hij zelf ging henen in de woestijn een dagreis, en kwam, en zat onder een jeneverboom; en bad, dat zijn ziel stierve, en zeide: Het is genoeg; neem nu, HEERE, mijn ziel, want ik ben niet beter dan mijn vaderen.
jeneverboom;
Anders, bremstruik. Zie van dezen struik ook Job 30:4; Ps. 120:4.
Hertaald:jeneverboom;
Anders: bremstruik. Zie over deze struik ook Job 30:4; Ps. 120:4.
zijn ziel
Dat is, zijn persoon, of hij zelf; alzo Num. 23:10; Richt. 16:30. Vergelijk de aantekeningen Gen. 12:5. Anders, bad voor zichzelven, of bij zichzelven, of in zijn gemoed, dat hij stierf.
Hertaald:zijn ziel
Dat is: zijn persoon, of hijzelf; zo ook Num. 23:10; Richt. 16:30. Vergelijk de aantekeningen bij Gen. 12:5. Anders: hij bad voor zichzelf, of bij zichzelf, of in zijn gemoed, dat hij mocht sterven.
Het is genoeg;
Te weten, geleefd en geleden. Hebreeuws, veel; welk woord zo genomen wordt, Deut. 2:3, en Deut. 3:26.
Hertaald:Het is genoeg;
Namelijk: geleefd en geleden. Hebreeuws: veel; dat woord wordt zo gebruikt in Deut. 2:3 en Deut. 3:26.
neem nu,
Dat is, laat mij niet langer leven, scheidende mijn ziel van dit lichaam, opdat zij bij U wone; alzo Jona 4:3. Vergelijk de aantekeningen Gen. 35:18.
Hertaald:neem nu,
Dat is: laat mij niet langer leven, maar scheid mijn ziel van dit lichaam, opdat zij bij U woont; zo ook Jona 4:3. Vergelijk de aantekeningen bij Gen. 35:18.
beter
Versta, om langer te leven dan zij geleefd hebben.
Hertaald:beter
Versta hieronder: om langer te leven dan zij geleefd hebben.
1 Koningen 19 vers 6— En hij zag om, en ziet, aan zijn hoofdeinde was een koek op de kolen gebakken, en een fles met water; alzo at hij, en dronk, en legde zich wederom neder.
koek
Hebreeuws, een koek der kolen; dat is, een koek op de kolen gebakken, of gebraden. Zie Gen. 18:6.
Hertaald:koek
Hebreeuws: een koek van de kolen; dat is: een koek die op de kolen gebakken of geroosterd is. Zie Gen. 18:6.
en legde
Hebreeuws, en hij keerde wederom, en legde zich neder; dat is, hij legde zich wederom neder. Zie Num. 11:4.
Hertaald:en legde
Hebreeuws: en hij keerde terug en legde zich neer; dat is: hij legde zich weer neer. Zie Num. 11:4.
1 Koningen 19 vers 7— En de engel des HEEREN kwam ten anderen male weder, en roerde hem aan, en zeide: Sta op, eet, want de weg zou te veel voor u zijn.
de weg
Of, de reis zou voor u te groot zijn; te weten, om door uw eigen kracht af te doen.
Hertaald:de weg
Of: de reis zou voor u te groot zijn; namelijk om die op eigen kracht af te leggen.
1 Koningen 19 vers 8— Zo stond hij op, en at, en dronk; en hij ging, door de kracht derzelver spijs, veertig dagen en veertig nachten, tot aan den berg Gods, Horeb.
de kracht
Versta, die God in die spijs gegeven had, om Elia door middel derzelve op die lange en moeilijke reis met nodige sterkte te voorzien.
Hertaald:de kracht
Versta hieronder de kracht die God in dat voedsel gelegd had, om Elia daardoor voor die lange en zware reis van de nodige sterkte te voorzien.
den berg Gods,
Zie Num. 10:33.
Hertaald:den berg Gods,
Zie Num. 10:33.
1 Koningen 19 vers 9— En hij kwam aldaar in een spelonk, en vernachtte aldaar; en ziet, het woord des HEEREN geschiedde tot hem, en zeide tot hem: Wat maakt gij hier, Elia?
Wat maakt gij hier,
Hebreeuws, Wat is u hier, Elia?
Hertaald:Wat maakt gij hier,
Hebreeuws: wat is u hier, Elia?
1 Koningen 19 vers 10— En hij zeide: Ik heb zeer geijverd voor den HEERE, den God der heirscharen; want de kinderen Israels hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood; en ik alleen ben overgebleven, en zij zoeken mijn ziel, om die weg te nemen.
zeer geijverd
Hebreeuws, ijverende heb ik geijverd. Versta door dezen ijver een heilige beweging des harten, welke iemand heeft als hij merkt dat des Heeren naam, leer, geboden en godsdienst verworpen en vervolgd, en daarentegen de afgoderij en goddeloosheid gevolgd en voorgestaan worden. Zie gelijke exempelen Num. 25:11; 2 Kon. 10:16; Ps. 69:10; Joh. 2:17.
Hertaald:zeer geijverd
Hebreeuws: ijverende heb ik geijverd. Versta onder deze ijver een heilige bewogenheid van het hart, die iemand heeft wanneer hij merkt dat de naam, de leer, de geboden en de eredienst van de HEERE verworpen en vervolgd worden, en dat daarentegen de afgoderij en de goddeloosheid nagevolgd en voorgestaan worden. Zie soortgelijke voorbeelden in Num. 25:11; 2 Kon. 10:16; Ps. 69:10; Joh. 2:17.
den God
Zie boven, 1 Kon. 18:15; alzo onder, vs.14.
Hertaald:den God
Zie hierboven 1 Kon. 18:15; zo ook hieronder vers 14.
altaren
Versta door deze den uiterlijken ceremoniëelen godsdienst van God door Mozes ingesteld. Of men kan verstaan zodanige altaren, die extra-ordinairlijk van enige profeten door Gods ingeven zijn gebouwd.
Hertaald:altaren
Versta hieronder de uiterlijke, ceremoniële eredienst van God, door Mozes ingesteld. Of men kan hieronder de altaren verstaan die enkele profeten bij buitengewone aanleiding op Gods ingeven gebouwd hebben.
ziel,
Dat is, leven. Zie Gen. 19:17.
Hertaald:ziel,
Dat is: leven. Zie Gen. 19:17.
1 Koningen 19 vers 11— En Hij zeide: Ga uit, en sta op dezen berg, voor het aangezicht des HEEREN. En ziet, de HEERE ging voorbij, en een grote en sterke wind, scheurende de bergen, en brekende de steenrotsen, voor den HEERE henen; doch de HEERE was in den wind niet; en na dezen wind een aardbeving; de HEERE was ook in de aardbeving niet;
Hij zeide
Namelijk, de Heere.
Hertaald:Hij zeide
Namelijk: de HEERE.
de HEERE
De Heere is aldus Elia verschenen, om hem te verzekeren van zijn tegenwoordigheid, te onderwijzen van zijn goddelijke eigenschappen, en te versterken in zijn dienst, opdat hij overwonnen hebbende de vrees der mensen in zijn roeping standvastiglijk zou voortgaan.
Hertaald:de HEERE
De HEERE is zo aan Elia verschenen om hem te verzekeren van Zijn tegenwoordigheid, hem te onderwijzen over Zijn goddelijke eigenschappen en hem in zijn dienst te versterken, opdat hij, na de vrees voor mensen overwonnen te hebben, standvastig zou voortgaan in zijn roeping.
de HEERE was in den wind niet;
De Heere is wel overal, maar niet op allerlei manier. Hij is in den wind, in de aardbeving en in het vuur niet geweest ten aánzien van zijn goddelijke aanspraak, maar alleen ten aanzien van de openbaring van enige goddelijke eigenschappen.
Hertaald:de HEERE was in den wind niet;
De HEERE is wel overal, maar niet op elke manier. Hij is niet in de wind, in de aardbeving en in het vuur geweest wat betreft Zijn goddelijke aanspraak, maar alleen wat betreft de openbaring van enkele goddelijke eigenschappen.
1 Koningen 19 vers 12— En na de aardbeving een vuur; de HEERE was ook in het vuur niet; en na het vuur het suizen van een zachte stilte.
het suizen
Te weten, waarin het geruisch niet was, als van een sterken wind, of geweldige aardbeving, of aangestoken vuur.
Hertaald:het suizen
Namelijk: waarin geen geruis was zoals van een sterke wind, een geweldige aardbeving of een aangestoken vuur.
1 Koningen 19 vers 13— En het geschiedde, als Elia dat hoorde, dat hij zijn aangezicht bewond met zijn mantel, en uitging, en stond in den ingang der spelonk. En ziet, een stem kwam tot hem, die zeide: Wat maakt gij hier, Elia?
dat hij zijn aangezicht
Te weten, uit eerbied en vrees. Zie Ex. 3:6, en vergelijk de aantekeningen Gen. 16:13.
Hertaald:dat hij zijn aangezicht
Namelijk: uit eerbied en vrees. Zie Ex. 3:6, en vergelijk de aantekeningen bij Gen. 16:13.
mantel,
Of, overkleed. Zie Jona 3:6.
Hertaald:mantel,
Of: overkleed. Zie Jona 3:6.
Wat maakt gij hier,
Hebreeuws, wat is u hier, enz.
Hertaald:Wat maakt gij hier,
Hebreeuws: wat is u hier, enzovoort.
1 Koningen 19 vers 14— En hij zeide: Ik heb zeer geijverd voor den HEERE, den God der heirscharen; want de kinderen Israels hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood; en ik alleen ben overgebleven, en zij zoeken mijn ziel, om die weg te nemen.
Ik heb zeer
Hebreeuws, ik heb ijverende geijverd; alzo boven, vs.10.
Hertaald:Ik heb zeer
Hebreeuws: ik heb ijverende geijverd; zo ook hierboven vers 10.
1 Koningen 19 vers 15— En de HEERE zeide tot hem: Ga, keer weder op uwen weg, naar de woestijn van Damaskus; en ga daar in, en zalf Hazael ten koning over Syrie.
Damaskus;
Zie van deze stad Gen. 14:15.
Hertaald:Damaskus;
Zie over deze stad Gen. 14:15.
zalf Házaël
Hoe en wanneer dit geschied is vindt men niet. Wel heeft Elisa hem het koninkrijk voorzegd. Zie 2 Kon. 8:12, enz.
Hertaald:zalf Házaël
Hoe en wanneer dit gebeurd is, wordt niet vermeld. Wel heeft Elisa hem het koningschap voorzegd. Zie 2 Kon. 8:12, enzovoort.
1 Koningen 19 vers 16— Daartoe zult gij Jehu, den zoon van Nimsi, zalven ten koning over Israel; en Elisa, den zoon van Safat, van Abel-mehola, zult gij tot profeet zalven in uw plaats.
zalven ten koning
Dit heeft Elisa in het werk gesteld door een uit de discipelen der profeten, 2 Kon. 9:1-2, enz.
Hertaald:zalven ten koning
Dit heeft Elisa uitgevoerd door een van de leerlingen van de profeten, 2 Kon. 9:1-2, enzovoort.
Elisa,
In het Nieuwe Testament genoemd Eliza.
Hertaald:Elisa,
In het Nieuwe Testament Eliza genoemd.
Abel-mehóla,
Zie van deze stad Richt. 7:22.
Hertaald:Abel-mehóla,
Zie over deze stad Richt. 7:22.
in uw plaats
Dat is, om de voorgemelde dingen en andere, in mijn naam, als een profeet uit te voeren.
Hertaald:in uw plaats
Dat is: om de zojuist genoemde en andere dingen in Mijn naam als profeet uit te voeren.
1 Koningen 19 vers 17— En het zal geschieden, dat Jehu hem, die van het zwaard van Hazael ontkomt, doden zal; en die van het zwaard van Jehu ontkomt, dien zal Elisa doden.
Házaël
Te weten, in den oorlog tegen den koning Joram, 2 Kon. 8:12-13, 2 Kon. 8:28, en 2 Kon. 10:32, en 2 Kon. 13:3.
Hertaald:Házaël
Namelijk: in de oorlog tegen koning Joram, 2 Kon. 8:12-13, 2 Kon. 8:28, en 2 Kon. 10:32, en 2 Kon. 13:3.
doden
Te weten, door profetieën, dreigementen, vervloekingen, enz. Zie een exempel 2 Kon. 2:24.
Hertaald:doden
Namelijk: door profetieën, dreigementen, vervloekingen, enzovoort. Zie een voorbeeld in 2 Kon. 2:24.
1 Koningen 19 vers 18— Ook heb Ik in Israel doen overblijven zeven duizend, alle knieen, die zich niet gebogen hebben voor Baal, en allen mond, die hem niet gekust heeft.
heb Ik
Anders, Ik zal doen, enz.
Hertaald:heb Ik
Anders: Ik zal doen, enzovoort.
zeven duizend,
Dat is, zeer vele. Zie Lev. 26:8.
Hertaald:zeven duizend,
Dat is: zeer velen. Zie Lev. 26:8.
niet gekust heeft
Dat is, geen eerbied noch onderdanigheid bewezen heeft, waarvan het kussen een uitwendig teken was. Zie Gen. 41:40. Hetwelk nog heden de afgodendienaars hun beelden en versierd heiligdom bewijzen. Zie van de ongeoorloofde religieuse kussing, Job 31:27, en Hos. 13:2.
Hertaald:niet gekust heeft
Dat is: geen eerbied of onderdanigheid bewezen heeft, waarvan het kussen een uiterlijk teken was. Zie Gen. 41:40. Dat bewijzen de afgodendienaars nog altijd aan hun beelden en aan hun verzonnen heiligdommen. Zie over het ongeoorloofde godsdienstige kussen Job 31:27 en Hos. 13:2.
1 Koningen 19 vers 19— Zo ging hij van daar, en vond Elisa, den zoon van Safat; dezelve ploegde met twaalf juk runderen voor zich henen, en hij was bij het twaalfde; en Elia ging over tot hem, en wierp zijn mantel op hem.
runderen
Dit woord is hier ingevoegd uit vs.21.
Hertaald:runderen
Dit woord is hier ingevoegd op grond van vers 21.
wierp
Dit was een uiterlijk teken, dat God hem verkoren had tot het ambt der profeten, die zulk een mantel droegen. Zie 2 Kon. 1:8; Zach. 13:4.
Hertaald:wierp
Dit was een uiterlijk teken dat God hem uitgekozen had voor het profetenambt; profeten droegen namelijk zo'n mantel. Zie 2 Kon. 1:8; Zach. 13:4.
1 Koningen 19 vers 20— En hij verliet de runderen, en liep Elia na, en zeide: Dat ik toch mijn vader en mijn moeder kusse, daarna zal ik u navolgen. En hij zeide tot hem: Ga, keer weder; want wat heb ik u gedaan?
Dat ik toch
Dat is, laat mij toe, dat ik eerlijk mijn afscheid van hen neme. Zie Gen. 29:11.
Hertaald:Dat ik toch
Dat is: sta mij toe dat ik behoorlijk afscheid van hen neem. Zie Gen. 29:11.
navolgen
Hebreeuws, gaan achter u.
Hertaald:navolgen
Hebreeuws: achter u aan gaan.
want wat heb ik u gedaan?
Dat is, bedenk wat ik nu straks aan u gedaan heb. Want het is niet tevergeefs geschied, dat ik mijn mantel op u geworpen heb, en dat God u de genegenheid ingestort heeft om zijn roeping te volgen. Vergelijk Matt. 8:22; Luc. 9:62.
Hertaald:want wat heb ik u gedaan?
Dat is: bedenk wat ik zojuist aan u gedaan heb. Want het is niet voor niets gebeurd dat ik mijn mantel op u geworpen heb en dat God u de bereidheid gegeven heeft om Zijn roeping te volgen. Vergelijk Matth. 8:22; Luk. 9:62.
1 Koningen 19 vers 21— Zo keerde hij weder van achter hem af, en nam een juk runderen, en slachtte het, en met het gereedschap der runderen zood hij hun vlees, hetwelk hij aan het volk gaf; en zij aten. Daarna stond hij op, en volgde Elia na, en diende hem.
slachtte het,
Hiermede gaf hij te verstaan dat hij zijn voorgaande beroep van het land te bouwen verliet, nemende met dezen maaltijd tegelijk zijn afscheid van zijn vrienden en maagschap.
Hertaald:slachtte het,
Hiermee gaf hij te kennen dat hij zijn vroegere beroep als landbouwer opgaf; met deze maaltijd nam hij tegelijk afscheid van zijn vrienden en verwanten.
het gereedschap
Versta, het hout van den ploeg, het juk, de eg, de schoppen en ander werktuig, waarmede hij zijn akkerwerk gedaan had, van welke hij vuur gemaakt heeft, om daarmede het vlees te koken.
Hertaald:het gereedschap
Versta hieronder het hout van de ploeg, het juk, de eg, de schoppen en ander gereedschap waarmee hij zijn akkerwerk gedaan had; daarvan maakte hij vuur om er het vlees op te koken.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Jehu (de profeet) — de HEERE is Hij
Zoon van Hanani; een profeet die in opdracht van de HEERE het oordeel over het huis van Baësa aankondigde wegens diens zonden (1 Kon. 16:1-4, 7). Niet dezelfde persoon als de latere koning Jehu, de zoon van Nimsi.
Achab — vaders broeder
Zoon van Omri en diens opvolger als koning van Israël, tweeëntwintig jaren regerend te Samaria. Hij deed meer kwaad dan alle koningen voor hem, huwde Izebel, de dochter van de koning der Sidoniërs, en diende Baäl. Zijn regering wordt overheerst door zijn confrontaties met de profeet Elia (1 Kon. 16:28-33; 17-22).
Izebel — betekenis onzeker
Dochter van Eth-Baal, koning der Sidoniërs, en vrouw van Achab. Zij bracht de dienst van Baäl in Israël, liet de profeten des HEEREN uitroeien en bedreigde Elia na de gebeurtenissen op de Karmel (1 Kon. 16:31; 18:4, 13, 19; 19:1-2).
Elia — mijn God is de HEERE
De Thisbiet, uit Gilead; een van de grootste profeten van Israël. Hij kondigde Achab een langdurige droogte aan, werd door raven bij de beek Krith gevoed, en onderhield daarna wonderbaarlijk het huis van een weduwe te Zarfath, wier zoon hij ook uit de dood opwekte. Op de berg Karmel versloeg hij de vierhonderdvijftig profeten van Baäl in de beroemde vuurproef, maar vluchtte daarna voor Izebels wraak naar de berg Horeb, waar de HEERE hem in het suizen van een zachte stilte verscheen en hem opdracht gaf Hazaël, Jehu en Elisa te zalven (1 Kon. 17-19).
Elisa — God is heil
Zoon van Safat, van Abel-Mehola; hij ploegde met twaalf juk runderen toen Elia, op Gods bevel, zijn mantel op hem wierp als teken van zijn roeping. Elisa verliet zijn ouders en zijn werk, slachtte zijn juk runderen tot een afscheidsmaal voor het volk, en volgde Elia na als zijn dienaar en latere opvolger (1 Kon. 19:16, 19-21).
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Onder de jeneverboom — één dreigement van Izebel drijft Elia de woestijn in, waar hij onder een jeneverboom bidt dat hij sterven mag: "Het is genoeg; neem nu, HEERE, mijn ziel, want ik ben niet beter dan mijn vaderen" (1 Kon. 19:4)
Izebel laat Elia weten dat zij hem binnen een dag zal doen als hij haar profeten gedaan heeft (1 Kon. 19:1-2). Hij vlucht naar Ber-séba, laat zijn knecht daar achter en gaat een dagreis alleen de woestijn in (1 Kon. 19:3). Onder een jeneverboom bidt hij om zijn dood, en daarna slaapt hij (1 Kon. 19:4-5). Er volgt geen verwijt. Een engel raakt hem aan en zegt eenvoudig dat hij opstaan en eten moet; aan zijn hoofdeinde liggen een op kolen gebakken koek en een fles water (1 Kon. 19:5-6). Hij eet en legt zich weer neer. De engel komt ten tweeden male en voegt er een reden aan toe: "Sta op, eet, want de weg zou te veel voor u zijn" (1 Kon. 19:7). Door de kracht van die spijs gaat hij veertig dagen en veertig nachten tot aan Horeb (1 Kon. 19:8).
Bijbelse betekenis: Dit is dezelfde man die kort tevoren alleen tegenover vierhonderdvijftig profeten stond. De grootste ijver beschermt niet tegen uitputting en moedeloosheid, en de terugslag komt niet vóór maar ná de overwinning. Het opmerkelijkste is Gods eerste antwoord: geen bestraffing, geen opdracht, maar slaap, brood en water. Voor het woord tot de ziel komt, wordt het lichaam verzorgd. Pas als hij gegeten heeft en de reis aankan, volgt het gesprek op Horeb. Wie moedeloos is, wordt hier niet toegesproken als een afvallige maar behandeld als een vermoeide.
Typologie: Diezelfde rust na uitputting biedt de Heere Jezus aan: "Komt herwaarts tot Mij, allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven" (reeds behandeld bij Matt. 11:28).
1 Kon. 19:1-8
Het suizen van een zachte stilte — op Horeb gaat de HEERE voorbij in wind, aardbeving en vuur, maar in geen daarvan is Hij; "en na het vuur het suizen van een zachte stilte" (1 Kon. 19:12)
Bij de spelonk op Horeb komt het woord des HEEREN tot Elia met de vraag wat hij daar maakt (1 Kon. 19:9). Zijn antwoord is een klacht: hij heeft zeer geijverd, het volk heeft het verbond verlaten, de altaren afgebroken en de profeten gedood, en hij alleen is overgebleven (1 Kon. 19:10). Dan wordt hij naar buiten geroepen. Een grote en sterke wind scheurt de bergen, daarna komt een aardbeving en daarna een vuur, en van elk zegt de tekst uitdrukkelijk dat de HEERE er niet in was (1 Kon. 19:11-12). Na het vuur komt het suizen van een zachte stilte, en dán bewindt Elia zijn aangezicht met zijn mantel (1 Kon. 19:13). De vraag wordt herhaald, en hij geeft woordelijk hetzelfde antwoord (1 Kon. 19:14). Daarop krijgt hij drie opdrachten: Hazaël, Jehu en Elisa moeten gezalfd worden (1 Kon. 19:15-16). Tot slot wordt zijn ik alleen ben overgebleven rechtgezet met een getal: zevenduizend in Israël hebben de knie voor Baäl niet gebogen (1 Kon. 19:18).
Bijbelse betekenis: De man die met vuur uit de hemel gelijk kreeg, wordt op Horeb geleerd dat God aan het spectaculaire niet gebonden is. Wind, beving en vuur gaan voorbij; de ontmoeting valt in de stilte daarna. Wie God alleen in het grote zoekt, mist Hem meestal. Even genezend is de wijze waarop zijn klacht behandeld wordt. God spreekt zijn zelfbeklag niet toe met bemoediging, maar met twee dingen: een taak en een feit. Elia is niet alleen, hij wist het alleen niet. Zijn opvolger wordt hem bovendien direct aangewezen, wat inhoudt dat het werk doorgaat en dat hij het niet hoeft te dragen tot het einde.
Typologie: De zevenduizend zijn in het Nieuwe Testament het schoolvoorbeeld geworden van het overblijfsel dat God Zich bewaart (Rom. 11:4-5, reeds behandeld bij Overblijfsel (naar de verkiezing der genade)). Wat Elia als een getal ter bemoediging kreeg, blijkt daar een blijvend beginsel van Gods handelen.
1 Kon. 19:9-18; Rom. 11:4-5
De mantel op Elisa geworpen — Elia vindt Elisa achter de ploeg, werpt hem zijn mantel om, en Elisa slacht zijn runderen, kookt hun vlees op het ploeggereedschap en volgt hem na (1 Kon. 19:19-21)
Van Horeb af gaat Elia naar Abel-mehola en vindt Elisa ploegend met twaalf juk runderen; zelf is hij bij het twaalfde (1 Kon. 19:19). Zonder één woord werpt Elia zijn mantel op hem. Elisa laat de runderen staan, loopt hem na en vraagt of hij eerst zijn vader en moeder mag kussen; Elia antwoordt kort dat hij gaan kan, want wat heeft hij hem gedaan (1 Kon. 19:20)? Elisa keert terug, neemt een juk runderen, slacht het en kookt hun vlees met het gereedschap van de runderen, en geeft het aan het volk (1 Kon. 19:21). Daarna staat hij op, volgt Elia na en dient hem.
Bijbelse betekenis: De roeping bestaat uit een gebaar zonder toespraak, en zij wordt beantwoord met een daad zonder terugweg. Elisa neemt geen verlof van zijn werk; hij maakt het onbruikbaar. Het gereedschap wordt brandhout en de dieren worden maaltijd, zodat de boerderij waarheen hij zou kunnen terugkeren, opgaat in het afscheidsmaal. Dat hij twaalf juk bezat, tekent bovendien wat hij achterliet: geen armoede maar welstand. En het eerste wat van hem gemeld wordt, is niet dat hij profeteerde, maar dat hij diende.
Typologie: Christus stelt de roeping nog scherper, en juist op dit punt van het afscheid: "Niemand, die zijn hand aan den ploeg slaat, en ziet naar hetgeen achter is, is bekwaam tot het Koninkrijk Gods" (Luk. 9:62). Elisa's brandende ploeg is daarvan de oudtestamentische afbeelding.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
De Engel des HEERENniveau 3Verantwoorde typologische of heilshistorische verbindinguitwerking
Het suizen van een zachte stilte — 19:1-18
Op de Karmel is vuur uit de hemel gevallen en het hele volk riep dat de HEERE God is. Eén dag later loopt Elia voor zijn leven, gaat een dagreis de woestijn in, zit onder een jeneverboom en vraagt of hij mag sterven.
God antwoordt de uitgeputte profeet niet met verwijten en niet met vertoon, maar met slaap, brood en een stem die je bijna niet hoort.
Wat er eerst gebeurt is opvallend nuchter. Er komt geen preek maar een engel die hem aanraakt en zegt dat hij eten moet. Er ligt een koek op de kolen en een fles water. Hij eet, gaat weer liggen, en wordt een tweede keer gewekt: sta op, eet, want de weg zou voor u te veel zijn.
Pas na veertig dagen komt het gesprek, bij Horeb — dezelfde berg waar Mozes stond. En de vraag is kort: wat maakt gij hier, Elia?
Zijn antwoord is dat van een man aan het einde: ik heb zeer geijverd voor den HEERE, en zij hebben Uw altaren afgebroken, en ik ben alleen overgebleven, en zij zoeken mijn ziel om die weg te nemen.
Daarop moet hij naar buiten. Er gaat een grote en sterke wind voorbij die de bergen scheurt — maar de HEERE was in den wind niet. Daarna een aardbeving, en de HEERE was in de aardbeving niet. Daarna een vuur, en de HEERE was in het vuur niet.
Drie keer hetzelfde: precies de verschijnselen waarmee God bij deze berg wél gekomen was, en die Elia op de Karmel had zien werken. En dan: na het vuur het suizen van een zachte stilte. De kanttekening tekent daarbij aan wat het onderscheidt — daarin was geen geruis zoals van een sterke wind, een geweldige aardbeving of een aangestoken vuur.
Elia bedekt zijn aangezicht met zijn mantel en gaat naar buiten. Hij krijgt zijn klacht opnieuw te stellen en krijgt dan werk: koningen zalven, en Elísa tot profeet in zijn plaats.
En hij krijgt één zin die zijn hele klacht rechtzet: Ik heb in Israël doen overblijven zeven duizend, alle knieën die zich niet gebogen hebben voor Baäl. Hij was dus nooit alleen; hij wist het alleen niet.
Paulus haalt juist dat vers aan in Romeinen 11, als bewijs dat God een overblijfsel bewaart naar de verkiezing der genade.
Exodus 19:18 — Bij Horeb kwam God eerder in vuur en beving.
1 Koningen 19:5 — Geen verwijt, maar slaap en brood voor de uitgeputte profeet.
1 Koningen 19:12 — Niet in de wind, de beving of het vuur, maar in een zachte stilte.
1 Koningen 19:18 — Zeven duizend die de knie niet gebogen hebben.
Romeinen 11:4-5 — Paulus haalt dat aan: een overblijfsel naar de verkiezing der genade.
Mattheüs 12:19-20 — Hij zal niet schreeuwen, en het gekrookte riet niet verbreken.
In het Nieuwe Testament: Romeinen 11:2-5; Mattheüs 12:17-21; Jakobus 5:17-18; 2 Korinthe 12:9
Hoever dit reikt: Niveau 3. Elia is hier geen beeld van Christus; het Nieuwe Testament haalt uit dit hoofdstuk alleen de zevenduizend aan. De lijn loopt over de zaak: God komt niet in vertoon van kracht, wat ook past bij hoe de Knecht in Jesaja 42 beschreven wordt.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
1 Koningen 19:1.Kruisverwijzingen1 Koningen 18:40→1 Koningen 21:25→1 Koningen 21:5→1 Koningen 16:31→ — En Achab zeide Izebel aan al wat Elia gedaan had, en allen, die hij gedood had, te weten al de profeten, met het zwaard. Izebel was de voornaamste beschermster van de afgodische profeten, en daarom kunt u zich voorstellen hoe haar toorn opgewekt werd toen haar man haar vertelde wat Elia gedaan had aan de mannen die aan haar tafel aten.
1 Koningen 19:2-3.Kruisverwijzingen1 Koningen 20:10→Ruth 1:17→2 Koningen 6:31→Genesis 21:31→2 Koningen 19:10→Daniël 3:15→Exodus 10:28→2 Koningen 19:22→ — Toen zond Izebel een bode tot Elia, om te zeggen: Zo doen mij de goden, en doen zo daartoe, voorzeker, ik zal morgen omtrent dezen tijd uw ziel stellen, als de ziel van een hunner. Toen hij dat zag, maakte hij zich op, en ging heen, om zijns levens wil, en kwam te Ber-seba, dat in Juda is, en liet zijn jongen aldaar. Dit is de man die onbevreesd de vierhonderdvijftig profeten van Baäl kon tegemoet treden en hen bij de beek Kison kon doden, de onverschrokken profeet van het vuur die het waagde koning Achab de beroerder van Israël te noemen; en toch beeft hij nu voor de dreiging van een vrouw en maakt hij zich op en vlucht voor zijn leven. Waarlijk, de beste van de mensen zijn niet meer dan mensen op hun best, en de sterkste van de mensen zijn zwak als water zodra de kracht van God van hen weggenomen wordt.
De hooggespannen snaar van de top van de Karmel zou nu gevolgd worden door een niet onnatuurlijke terugslag, en de heldhaftige profeet zou wegzinken in de laagste staat van neerslachtigheid.
1 Koningen 19:4.KruisverwijzingenJona 4:8→Numeri 11:15→Jona 4:3→1 Koningen 19:3→Jeremia 20:14→Amos 6:2→Filippenzen 1:21→Job 3:20→ — Maar hij zelf ging henen in de woestijn een dagreis, en kwam, en zat onder een jeneverboom; en bad, dat zijn ziel stierve, en zeide: Het is genoeg; neem nu, HEERE, mijn ziel, want ik ben niet beter dan mijn vaderen. Welk een tegenstrijdige wezens zijn de mensen! Elia was gevlucht om zijn leven te behouden, en toch “begeerde hij, dat zijn ziel stierve” — dat hij zou sterven omdat hij bevreesd was voor de dood; sterven onder een jeneverboom in de woestijn om de dood door de hand van Izebel te ontgaan. Dit was de man die nooit gestorven is, en toch “begeerde hij, dat zijn ziel stierve”.
Hoe genadig is het van Gods kant de beden van Zijn volk niet toe te staan wanneer die onwijs zijn, gelijk deze bede van Elia was! Had hij geweten dat hij door een wervelwind ten hemel zou varen, rijdend in een wagen van vuur getrokken door vurige paarden, dan zou hij zeker niet op deze wijze gebeden hebben.
Wanneer wij de Schriften in onze jeugd lezen, zijn wij vaak verbaasd over de bijzondere toestanden waarin wij zelfs goede mensen vinden. Het is voor ons moeilijk te begrijpen waarom David in zulke benauwdheid kon zijn en waarom zo’n man als Elia zo verschrikkelijk neergedrukt kon worden. Maar wanneer wij ouder worden en de beproevingen zich rondom ons vermenigvuldigen, kunnen wij beter verstaan waarom God Zijn dienstknechten van ouds in zulke bijzondere plaatsen liet komen — want wij bevinden ons zelf in gelijke plaatsen.
Wij zouden ons kunnen afvragen waarom Elia onder een jeneverboom moest komen. Wij kunnen zijn houding op de berg Karmel begrijpen, maar wij vragen in verlegenheid: “Wat doet gij hier, Elia, onder een jeneverboom, of daarginds in een spelonk aan de bergzijde?” Maar wanneer wij zelf onder de jeneverboom komen, zijn wij blij het feit te gedenken dat Elia daar eens zat. En wanneer wij ons in de spelonk wegbergen, is het ons een bron van troost te gedenken dat zo’n man als deze grote profeet van Israël daar voor ons geweest is. Ook hij kon moe worden van zijn aangewezen dienst en vragen dat hij mocht sterven.
Niemand twijfelt eraan dat Elia een kind van God was. God had hem lief, zelfs toen hij bevend onder de jeneverboom zat.
1 Koningen 19:5-6.Kruisverwijzingen1 Koningen 17:6→Mattheüs 4:11→Psalmen 34:10→Genesis 28:11→Daniël 8:19→Daniël 10:9→Handelingen 12:7→Hebreeën 13:5→ — En hij legde zich neder, en sliep onder een jeneverboom; en ziet, toen roerde hem een engel aan, en zeide tot hem: Sta op, eet; En hij zag om, en ziet, aan zijn hoofdeinde was een koek op de kolen gebakken, en een fles met water; alzo at hij, en dronk, en legde zich wederom neder. Hij was zeer bedroefd van hart om de afval van Israël; en daarnaast was hij heel moe, volkomen uitgeput door de geweldige spanning waar hij doorheen gegaan was en door de lange reis die hij al gemaakt had; en zo deed hij het wijste wat mogelijk was: “hij at en dronk, en leide zich wederom neder”.
1 Koningen 19:7.KruisverwijzingenDeuteronomium 33:25→Psalmen 103:13→ — En de engel des HEEREN kwam ten anderen male weder, en roerde hem aan, en zeide: Sta op, eet, want de weg zou te veel voor u zijn. God oefent ten behoeve van Zijn volk een vooruitzien uit dat zij zelf niet kunnen uitoefenen. Hij weet wanneer wij geroepen zullen worden tot ongewone dienst of ongewoon lijden, en Hij bereidt ons daarvoor. Hij geeft ons niet alleen geestelijke spijs omdat wij weten dat wij hongerig zijn, maar Hij geeft die ons ook om onze toekomstige behoeften die ons voor het ogenblik geheel onbekend zijn.
1 Koningen 19:8-9.KruisverwijzingenExodus 34:28→Exodus 24:18→Mattheüs 4:2→Deuteronomium 9:18→Exodus 3:1→Lukas 4:2→Markus 1:13→1 Koningen 19:13→ — Zo stond hij op, en at, en dronk; en hij ging, door de kracht derzelver spijs, veertig dagen en veertig nachten, tot aan den berg Gods, Horeb. En hij kwam aldaar in een spelonk, en vernachtte aldaar; en ziet, het woord des HEEREN geschiedde tot hem, en zeide tot hem: Wat maakt gij hier, Elia? “Gij, Jehova’s moedige profeet, waarom bent u gevlucht? Waarom bent u hier, terwijl er zoveel voor het afgevallen volk gedaan moet worden? Wat doet gij hier, Elia?”
1 Koningen 19:10.Kruisverwijzingen1 Koningen 18:4→1 Koningen 18:22→Numeri 25:13→Numeri 25:11→1 Koningen 18:30→Exodus 20:5→Exodus 34:14→Hosea 5:11→ — En hij zeide: Ik heb zeer geijverd voor den HEERE, den God der heirscharen; want de kinderen Israels hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood; en ik alleen ben overgebleven, en zij zoeken mijn ziel, om die weg te nemen. Hij vertwijfelde over de goede zaak, en dat was zeer jammer; want een man als hij had zich nooit aan zulke gevoelens moeten overgeven. Was God niet met hem; en waar God is, moet daar niet overwinning zijn?
1 Koningen 19:11-14.KruisverwijzingenJob 4:16→Exodus 24:12→Ezechiël 1:4→Zacharia 4:6→1 Koningen 19:9→Ezechiël 37:7→Deuteronomium 4:33→Exodus 24:18→ — En Hij zeide: Ga uit, en sta op dezen berg, voor het aangezicht des HEEREN. En ziet, de HEERE ging voorbij, en een grote en sterke wind, scheurende de bergen, en brekende de steenrotsen, voor den HEERE henen; doch de HEERE was in den wind niet; en na dezen wind een aardbeving; de HEERE was ook in de aardbeving niet; En na de aardbeving een vuur; de HEERE was ook in het vuur niet; en na het vuur het suizen van een zachte stilte. En het geschiedde, als Elia dat hoorde, dat hij zijn aangezicht bewond met zijn mantel, en uitging, en stond in den ingang der spelonk. En ziet, een stem kwam tot hem, die zeide: Wat maakt gij hier, Elia? En hij zeide: Ik heb zeer geijverd voor den HEERE, den God der heirscharen; want de kinderen Israels hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood; en ik alleen ben overgebleven, en zij zoeken mijn ziel, om die weg te nemen. God zal Zijn vragen aan Zijn volk herhalen als zij de eerste keer niet de behoorlijke uitwerking hebben, want Hij is zeer teder en medelijdend en lankmoedig. Voor een tweede keer giet Elia de bitterheid van zijn ziel voor zijn God uit. Het was een goede zaak dat Elia zijn klacht zo kon uitgieten in het medelijdende oor van de Allerhoogste. Zulke bitterheid van ziel als de zijne is zeer geneigd te gisten en allerlei kwaad voort te brengen; maar wanneer wij de Heere alles kunnen zeggen wat in ons hart is, dan is een tijd van gezegende verlichting niet ver.
1 Koningen 19:12.KruisverwijzingenJob 4:16→Zacharia 4:6→Deuteronomium 4:33→Hebreeën 12:29→Job 33:7→Handelingen 2:2→Handelingen 2:36→2 Koningen 1:10→ — En na de aardbeving een vuur; de HEERE was ook in het vuur niet; en na het vuur het suizen van een zachte stilte. God leert Elia hier dat Hij, al gebruikt Hij de wind, de aardbeving en het vuur wanneer het Hem behaagt, deze niet Zijn krachtdadigste werktuigen zijn. Hij doet Zijn machtigste werken niet daardoor, maar op een andere wijze: door een zachte stem.
Zo zei de Heere in de praktijk tot Elia: “Zachtere middelen moeten met dit weerspannige volk geprobeerd worden. Mijn eer zal onder hen bevorderd worden door andere wijzen dan die u tot nu toe gebruikt hebt. Ik heb hen laten zien dat Ik Heere en Meester ben van de verschrikkelijke krachten van de natuur. Ik heb hen ervan overtuigd dat Ik een groot God ben die hen kan slaan zoveel Ik wil; maar Ik heb daardoor hun harten niet gewonnen — andere wijzen moeten gebruikt worden. De zachte stem moet geprobeerd worden.”
Tot ons allen die het Woord prediken of het op enige wijze trachten te onderwijzen, schijnt God te zeggen: “Vertrouw niet op grote vertoningen van kracht, op ontzaglijke bewijzen van macht; vertrouw liever op de zachte invloeden van de neerdruppelende dauw van Gods Geest en de zachte regen van het evangelie.”
Een verzoeking bestormt ons allen die prediken: om iets groots te willen doen. Wij menen dat wij, als wij zo’n vermaarde predikatie konden houden als Jonathan Edwards hield toen hij sprak over zondaren in de handen van een vertoornd God, dan tot enig doel geleefd zouden hebben. Maar de prediking van Jezus Christus en Die gekruisigd verliest nooit haar kracht. Het telkens en telkens weer verhalen van het oude, oude verhaal van Jezus en Zijn liefde wordt nooit een enkele herhaling, als wij met een warm hart en een liefdevolle geest onze hoorders nog steeds toeroepen: “Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt” (Joh. 1:29).
Er mag geen opwinding in onze gemeente zijn; er mag geen opzien gewekt worden door onze prediking. Maar de Heere zal erin zijn. Hij is altijd in zulke prediking geweest, en Hij zal er altijd in zijn.
1 Koningen 19:15-16.Kruisverwijzingen1 Koningen 19:19→2 Koningen 8:7→2 Koningen 2:9→2 Koningen 2:15→Amos 1:4→2 Koningen 8:28→Jeremia 27:2→Handelingen 9:2→ — En de HEERE zeide tot hem: Ga, keer weder op uwen weg, naar de woestijn van Damaskus; en ga daar in, en zalf Hazael ten koning over Syrie. Daartoe zult gij Jehu, den zoon van Nimsi, zalven ten koning over Israel; en Elisa, den zoon van Safat, van Abel-mehola, zult gij tot profeet zalven in uw plaats. “Keer terug naar uw werk; wees geen wegloper van het slagveld; keer terug, want u bent nodig voor verschillende plichten.” Zo zal er een opvolger zijn om uw werk voort te zetten wanneer u uw deel ervan werkelijk gedaan hebt.
1 Koningen 19:17-18.Kruisverwijzingen2 Koningen 13:3→2 Koningen 8:12→2 Koningen 13:22→Hosea 13:2→Jesaja 10:20→Jesaja 1:9→Romeinen 11:4→2 Koningen 10:32→ — En het zal geschieden, dat Jehu hem, die van het zwaard van Hazael ontkomt, doden zal; en die van het zwaard van Jehu ontkomt, dien zal Elisa doden. Ook heb Ik in Israel doen overblijven zeven duizend, alle knieen, die zich niet gebogen hebben voor Baal, en allen mond, die hem niet gekust heeft. Hoe moet deze genadige verzekering de geest van de profeet verlevendigd hebben! Hij wist niets van die zevenduizend getrouwe Israëlieten, en hij moet verbaasd en verrukt geweest zijn ervan te horen. Er was geen reden voor hem om te zeggen: “ik alleen ben overgebleven”, want er was een edele schare van standvastigen om met hem op te staan en de Naam en de zaak van Jehova te verdedigen.
1 Koningen 19:19-21.Kruisverwijzingen2 Koningen 2:8→Mattheüs 8:21→2 Samuël 24:22→Lukas 9:61→1 Samuël 28:14→2 Koningen 2:13→Handelingen 20:37→1 Koningen 19:13→ — Zo ging hij van daar, en vond Elisa, den zoon van Safat; dezelve ploegde met twaalf juk runderen voor zich henen, en hij was bij het twaalfde; en Elia ging over tot hem, en wierp zijn mantel op hem. En hij verliet de runderen, en liep Elia na, en zeide: Dat ik toch mijn vader en mijn moeder kusse, daarna zal ik u navolgen. En hij zeide tot hem: Ga, keer weder; want wat heb ik u gedaan? Zo keerde hij weder van achter hem af, en nam een juk runderen, en slachtte het, en met het gereedschap der runderen zood hij hun vlees, hetwelk hij aan het volk gaf; en zij aten. Daarna stond hij op, en volgde Elia na, en diende hem. Bemoedigd en getroost ging hij terug naar zijn werk zonder nog een woord te uiten, en wij lezen niet dat zijn geest weer bezweek. De Heere wil geen gedwongen mannen in Zijn dienst; Zijn soldaten moeten alle vrijwilligers zijn; maar Elisa was een man van een waar hart en een dappere geest.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Spurgeons Commentaar
1 Koningen 19
1 Koningen 19:1.Kruisverwijzingen1 Koningen 18:40→1 Koningen 21:25→1 Koningen 21:5→1 Koningen 16:31→
— En Achab zeide Izebel aan al wat Elia gedaan had, en allen, die hij gedood had, te weten al de profeten, met het zwaard.
Izebel was de voornaamste beschermster van de afgodische profeten, en daarom kunt u zich voorstellen hoe haar toorn opgewekt werd toen haar man haar vertelde wat Elia gedaan had aan de mannen die aan haar tafel aten.
1 Koningen 19:2-3.Kruisverwijzingen1 Koningen 20:10→Ruth 1:17→2 Koningen 6:31→Genesis 21:31→2 Koningen 19:10→Daniël 3:15→Exodus 10:28→2 Koningen 19:22→
— Toen zond Izebel een bode tot Elia, om te zeggen: Zo doen mij de goden, en doen zo daartoe, voorzeker, ik zal morgen omtrent dezen tijd uw ziel stellen, als de ziel van een hunner. Toen hij dat zag, maakte hij zich op, en ging heen, om zijns levens wil, en kwam te Ber-seba, dat in Juda is, en liet zijn jongen aldaar.
Dit is de man die onbevreesd de vierhonderdvijftig profeten van Baäl kon tegemoet treden en hen bij de beek Kison kon doden, de onverschrokken profeet van het vuur die het waagde koning Achab de beroerder van Israël te noemen; en toch beeft hij nu voor de dreiging van een vrouw en maakt hij zich op en vlucht voor zijn leven. Waarlijk, de beste van de mensen zijn niet meer dan mensen op hun best, en de sterkste van de mensen zijn zwak als water zodra de kracht van God van hen weggenomen wordt.
De hooggespannen snaar van de top van de Karmel zou nu gevolgd worden door een niet onnatuurlijke terugslag, en de heldhaftige profeet zou wegzinken in de laagste staat van neerslachtigheid.
1 Koningen 19:4.KruisverwijzingenJona 4:8→Numeri 11:15→Jona 4:3→1 Koningen 19:3→Jeremia 20:14→Amos 6:2→Filippenzen 1:21→Job 3:20→
— Maar hij zelf ging henen in de woestijn een dagreis, en kwam, en zat onder een jeneverboom; en bad, dat zijn ziel stierve, en zeide: Het is genoeg; neem nu, HEERE, mijn ziel, want ik ben niet beter dan mijn vaderen.
Welk een tegenstrijdige wezens zijn de mensen! Elia was gevlucht om zijn leven te behouden, en toch “begeerde hij, dat zijn ziel stierve” — dat hij zou sterven omdat hij bevreesd was voor de dood; sterven onder een jeneverboom in de woestijn om de dood door de hand van Izebel te ontgaan. Dit was de man die nooit gestorven is, en toch “begeerde hij, dat zijn ziel stierve”.
Hoe genadig is het van Gods kant de beden van Zijn volk niet toe te staan wanneer die onwijs zijn, gelijk deze bede van Elia was! Had hij geweten dat hij door een wervelwind ten hemel zou varen, rijdend in een wagen van vuur getrokken door vurige paarden, dan zou hij zeker niet op deze wijze gebeden hebben.
Wanneer wij de Schriften in onze jeugd lezen, zijn wij vaak verbaasd over de bijzondere toestanden waarin wij zelfs goede mensen vinden. Het is voor ons moeilijk te begrijpen waarom David in zulke benauwdheid kon zijn en waarom zo’n man als Elia zo verschrikkelijk neergedrukt kon worden. Maar wanneer wij ouder worden en de beproevingen zich rondom ons vermenigvuldigen, kunnen wij beter verstaan waarom God Zijn dienstknechten van ouds in zulke bijzondere plaatsen liet komen — want wij bevinden ons zelf in gelijke plaatsen.
Wij zouden ons kunnen afvragen waarom Elia onder een jeneverboom moest komen. Wij kunnen zijn houding op de berg Karmel begrijpen, maar wij vragen in verlegenheid: “Wat doet gij hier, Elia, onder een jeneverboom, of daarginds in een spelonk aan de bergzijde?” Maar wanneer wij zelf onder de jeneverboom komen, zijn wij blij het feit te gedenken dat Elia daar eens zat. En wanneer wij ons in de spelonk wegbergen, is het ons een bron van troost te gedenken dat zo’n man als deze grote profeet van Israël daar voor ons geweest is. Ook hij kon moe worden van zijn aangewezen dienst en vragen dat hij mocht sterven.
Niemand twijfelt eraan dat Elia een kind van God was. God had hem lief, zelfs toen hij bevend onder de jeneverboom zat.
1 Koningen 19:5-6.Kruisverwijzingen1 Koningen 17:6→Mattheüs 4:11→Psalmen 34:10→Genesis 28:11→Daniël 8:19→Daniël 10:9→Handelingen 12:7→Hebreeën 13:5→
— En hij legde zich neder, en sliep onder een jeneverboom; en ziet, toen roerde hem een engel aan, en zeide tot hem: Sta op, eet; En hij zag om, en ziet, aan zijn hoofdeinde was een koek op de kolen gebakken, en een fles met water; alzo at hij, en dronk, en legde zich wederom neder.
Hij was zeer bedroefd van hart om de afval van Israël; en daarnaast was hij heel moe, volkomen uitgeput door de geweldige spanning waar hij doorheen gegaan was en door de lange reis die hij al gemaakt had; en zo deed hij het wijste wat mogelijk was: “hij at en dronk, en leide zich wederom neder”.
1 Koningen 19:7.KruisverwijzingenDeuteronomium 33:25→Psalmen 103:13→
— En de engel des HEEREN kwam ten anderen male weder, en roerde hem aan, en zeide: Sta op, eet, want de weg zou te veel voor u zijn.
God oefent ten behoeve van Zijn volk een vooruitzien uit dat zij zelf niet kunnen uitoefenen. Hij weet wanneer wij geroepen zullen worden tot ongewone dienst of ongewoon lijden, en Hij bereidt ons daarvoor. Hij geeft ons niet alleen geestelijke spijs omdat wij weten dat wij hongerig zijn, maar Hij geeft die ons ook om onze toekomstige behoeften die ons voor het ogenblik geheel onbekend zijn.
1 Koningen 19:8-9.KruisverwijzingenExodus 34:28→Exodus 24:18→Mattheüs 4:2→Deuteronomium 9:18→Exodus 3:1→Lukas 4:2→Markus 1:13→1 Koningen 19:13→
— Zo stond hij op, en at, en dronk; en hij ging, door de kracht derzelver spijs, veertig dagen en veertig nachten, tot aan den berg Gods, Horeb. En hij kwam aldaar in een spelonk, en vernachtte aldaar; en ziet, het woord des HEEREN geschiedde tot hem, en zeide tot hem: Wat maakt gij hier, Elia?
“Gij, Jehova’s moedige profeet, waarom bent u gevlucht? Waarom bent u hier, terwijl er zoveel voor het afgevallen volk gedaan moet worden? Wat doet gij hier, Elia?”
1 Koningen 19:10.Kruisverwijzingen1 Koningen 18:4→1 Koningen 18:22→Numeri 25:13→Numeri 25:11→1 Koningen 18:30→Exodus 20:5→Exodus 34:14→Hosea 5:11→
— En hij zeide: Ik heb zeer geijverd voor den HEERE, den God der heirscharen; want de kinderen Israels hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood; en ik alleen ben overgebleven, en zij zoeken mijn ziel, om die weg te nemen.
Hij vertwijfelde over de goede zaak, en dat was zeer jammer; want een man als hij had zich nooit aan zulke gevoelens moeten overgeven. Was God niet met hem; en waar God is, moet daar niet overwinning zijn?
1 Koningen 19:11-14.KruisverwijzingenJob 4:16→Exodus 24:12→Ezechiël 1:4→Zacharia 4:6→1 Koningen 19:9→Ezechiël 37:7→Deuteronomium 4:33→Exodus 24:18→
— En Hij zeide: Ga uit, en sta op dezen berg, voor het aangezicht des HEEREN. En ziet, de HEERE ging voorbij, en een grote en sterke wind, scheurende de bergen, en brekende de steenrotsen, voor den HEERE henen; doch de HEERE was in den wind niet; en na dezen wind een aardbeving; de HEERE was ook in de aardbeving niet; En na de aardbeving een vuur; de HEERE was ook in het vuur niet; en na het vuur het suizen van een zachte stilte. En het geschiedde, als Elia dat hoorde, dat hij zijn aangezicht bewond met zijn mantel, en uitging, en stond in den ingang der spelonk. En ziet, een stem kwam tot hem, die zeide: Wat maakt gij hier, Elia? En hij zeide: Ik heb zeer geijverd voor den HEERE, den God der heirscharen; want de kinderen Israels hebben Uw verbond verlaten, Uw altaren afgebroken en Uw profeten met het zwaard gedood; en ik alleen ben overgebleven, en zij zoeken mijn ziel, om die weg te nemen.
God zal Zijn vragen aan Zijn volk herhalen als zij de eerste keer niet de behoorlijke uitwerking hebben, want Hij is zeer teder en medelijdend en lankmoedig. Voor een tweede keer giet Elia de bitterheid van zijn ziel voor zijn God uit. Het was een goede zaak dat Elia zijn klacht zo kon uitgieten in het medelijdende oor van de Allerhoogste. Zulke bitterheid van ziel als de zijne is zeer geneigd te gisten en allerlei kwaad voort te brengen; maar wanneer wij de Heere alles kunnen zeggen wat in ons hart is, dan is een tijd van gezegende verlichting niet ver.
1 Koningen 19:12.KruisverwijzingenJob 4:16→Zacharia 4:6→Deuteronomium 4:33→Hebreeën 12:29→Job 33:7→Handelingen 2:2→Handelingen 2:36→2 Koningen 1:10→
— En na de aardbeving een vuur; de HEERE was ook in het vuur niet; en na het vuur het suizen van een zachte stilte.
God leert Elia hier dat Hij, al gebruikt Hij de wind, de aardbeving en het vuur wanneer het Hem behaagt, deze niet Zijn krachtdadigste werktuigen zijn. Hij doet Zijn machtigste werken niet daardoor, maar op een andere wijze: door een zachte stem.
Zo zei de Heere in de praktijk tot Elia: “Zachtere middelen moeten met dit weerspannige volk geprobeerd worden. Mijn eer zal onder hen bevorderd worden door andere wijzen dan die u tot nu toe gebruikt hebt. Ik heb hen laten zien dat Ik Heere en Meester ben van de verschrikkelijke krachten van de natuur. Ik heb hen ervan overtuigd dat Ik een groot God ben die hen kan slaan zoveel Ik wil; maar Ik heb daardoor hun harten niet gewonnen — andere wijzen moeten gebruikt worden. De zachte stem moet geprobeerd worden.”
Tot ons allen die het Woord prediken of het op enige wijze trachten te onderwijzen, schijnt God te zeggen: “Vertrouw niet op grote vertoningen van kracht, op ontzaglijke bewijzen van macht; vertrouw liever op de zachte invloeden van de neerdruppelende dauw van Gods Geest en de zachte regen van het evangelie.”
Een verzoeking bestormt ons allen die prediken: om iets groots te willen doen. Wij menen dat wij, als wij zo’n vermaarde predikatie konden houden als Jonathan Edwards hield toen hij sprak over zondaren in de handen van een vertoornd God, dan tot enig doel geleefd zouden hebben. Maar de prediking van Jezus Christus en Die gekruisigd verliest nooit haar kracht. Het telkens en telkens weer verhalen van het oude, oude verhaal van Jezus en Zijn liefde wordt nooit een enkele herhaling, als wij met een warm hart en een liefdevolle geest onze hoorders nog steeds toeroepen: “Zie het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt” (Joh. 1:29).
Er mag geen opwinding in onze gemeente zijn; er mag geen opzien gewekt worden door onze prediking. Maar de Heere zal erin zijn. Hij is altijd in zulke prediking geweest, en Hij zal er altijd in zijn.
1 Koningen 19:15-16.Kruisverwijzingen1 Koningen 19:19→2 Koningen 8:7→2 Koningen 2:9→2 Koningen 2:15→Amos 1:4→2 Koningen 8:28→Jeremia 27:2→Handelingen 9:2→
— En de HEERE zeide tot hem: Ga, keer weder op uwen weg, naar de woestijn van Damaskus; en ga daar in, en zalf Hazael ten koning over Syrie. Daartoe zult gij Jehu, den zoon van Nimsi, zalven ten koning over Israel; en Elisa, den zoon van Safat, van Abel-mehola, zult gij tot profeet zalven in uw plaats.
“Keer terug naar uw werk; wees geen wegloper van het slagveld; keer terug, want u bent nodig voor verschillende plichten.” Zo zal er een opvolger zijn om uw werk voort te zetten wanneer u uw deel ervan werkelijk gedaan hebt.
1 Koningen 19:17-18.Kruisverwijzingen2 Koningen 13:3→2 Koningen 8:12→2 Koningen 13:22→Hosea 13:2→Jesaja 10:20→Jesaja 1:9→Romeinen 11:4→2 Koningen 10:32→
— En het zal geschieden, dat Jehu hem, die van het zwaard van Hazael ontkomt, doden zal; en die van het zwaard van Jehu ontkomt, dien zal Elisa doden. Ook heb Ik in Israel doen overblijven zeven duizend, alle knieen, die zich niet gebogen hebben voor Baal, en allen mond, die hem niet gekust heeft.
Hoe moet deze genadige verzekering de geest van de profeet verlevendigd hebben! Hij wist niets van die zevenduizend getrouwe Israëlieten, en hij moet verbaasd en verrukt geweest zijn ervan te horen. Er was geen reden voor hem om te zeggen: “ik alleen ben overgebleven”, want er was een edele schare van standvastigen om met hem op te staan en de Naam en de zaak van Jehova te verdedigen.
1 Koningen 19:19-21.Kruisverwijzingen2 Koningen 2:8→Mattheüs 8:21→2 Samuël 24:22→Lukas 9:61→1 Samuël 28:14→2 Koningen 2:13→Handelingen 20:37→1 Koningen 19:13→
— Zo ging hij van daar, en vond Elisa, den zoon van Safat; dezelve ploegde met twaalf juk runderen voor zich henen, en hij was bij het twaalfde; en Elia ging over tot hem, en wierp zijn mantel op hem. En hij verliet de runderen, en liep Elia na, en zeide: Dat ik toch mijn vader en mijn moeder kusse, daarna zal ik u navolgen. En hij zeide tot hem: Ga, keer weder; want wat heb ik u gedaan? Zo keerde hij weder van achter hem af, en nam een juk runderen, en slachtte het, en met het gereedschap der runderen zood hij hun vlees, hetwelk hij aan het volk gaf; en zij aten. Daarna stond hij op, en volgde Elia na, en diende hem.
Bemoedigd en getroost ging hij terug naar zijn werk zonder nog een woord te uiten, en wij lezen niet dat zijn geest weer bezweek. De Heere wil geen gedwongen mannen in Zijn dienst; Zijn soldaten moeten alle vrijwilligers zijn; maar Elisa was een man van een waar hart en een dappere geest.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas