Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

1 Koningen 18

1 En het gebeurde na vele dagen, dat het woord des HEEREN geschiedde tot Elia, in het derde jaar, zeggende: Ga heen, vertoon u aan Achab; want Ik zal regen geven op den aardbodem.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En het gebeurdeH1961 na veleH7227 dagenH3117, dat het woordH1697 des HEERENH3068 geschiedde totH413 EliaH452, in het derdeH7992 jaarH8141, zeggendeH559: GaH3212 heen, vertoonH7200 u aan AchabH256; want Ik zal regenH4306 gevenH5414 opH5921 den aardbodemH6440. En het gebeurde na vele dagen, dat het woord des HEEREN geschiedde tot Elia, in het derde jaar, zeggende: Ga heen, vertoon u aan Achab; want Ik zal regen geven op den aardbodem.

KJV And it came to pass after many3 days,2 that the word4 of the LORD5 came to Elijah8 in the third10 year,9 saying,11 Go,12 shew13 thyself unto Ahab;15 and I will send16 rain17 upon19 the earth.20

1 וַיְהִי֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 יָמִ֣ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 רַבִּ֔ים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 4 וּדְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 5 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 הָיָה֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 אֵ֣לִיָּ֔הוּ H452 Elia Elijah, Eliah 9 בַּשָּׁנָ֥ה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly) 10 הַשְּׁלִישִׁ֖ית H7992 derde, derden, driejarige third (part, rank, time), three (years old) 11 לֵאמֹ֑ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 12 לֵ֚ךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 13 הֵרָאֵ֣ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 14 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 15 אַחְאָ֔ב H256 Achab, Achabs Ahab 16 וְאֶתְּנָ֥ה H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 17 מָטָ֖ר H4306 regen, plasregen rain 18 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 19 פְּנֵ֥י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 20 הָאֲדָמָֽה H127 land, aardbodem, lands country, earth, ground, husband(-man) (-ry), land
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En Elia ging heen, om zich aan Achab te vertonen. En de honger was sterk in Samaria.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En EliaH452 gingH3212 heen, om zich aanH413 AchabH256 te vertonenH7200. En de hongerH7458 was sterkH2389 in SamariaH8111. En Elia ging heen, om zich aan Achab te vertonen. En de honger was sterk in Samaria.

KJV And Elijah2 went1 to shew3 himself unto Ahab.5 And there was a sore7 famine6 in Samaria.8

1 וַיֵּ֨לֶךְ֙ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 2 אֵֽלִיָּ֔הוּ H452 Elia Elijah, Eliah 3 לְהֵרָא֖וֹת H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 אַחְאָ֑ב H256 Achab, Achabs Ahab 6 וְהָרָעָ֖ב H7458 honger, hongers, honger lijden dearth, famine, [phrase] famished, hunger 7 חָזָ֥ק H2389 sterke, sterk, sterken harder, hottest, [phrase] impudent, loud, mighty, sore, stiff(-hearted), strong(-er) 8 בְּשֹׁמְרֽוֹן H8111 Samaria Samaria
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En Achab had Obadja, den hofmeester, geroepen; en Obadja was den HEERE zeer vrezende.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En AchabH256 had ObadjaH5662, den hofmeesterH5921, geroepenH7121; en Obadja wasH1961 den HEEREH3068 zeerH3966 vrezendeH3373. En Achab had Obadja, den hofmeester, geroepen; en Obadja was den HEERE zeer vrezende.

KJV And Ahab2 called1 Obadiah,4 which was the governor of his house.7 (Now Obadiah8 feared10 the LORD12 greatly:13

1 וַיִּקְרָ֣א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 2 אַחְאָ֔ב H256 Achab, Achabs Ahab 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 עֹבַדְיָ֖הוּ H5662 Obadja Obadiah 5 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 הַבָּ֑יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 8 וְעֹבַדְיָ֗הוּ H5662 Obadja Obadiah 9 הָיָ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 10 יָרֵ֛א H3373 vrezen, vreest, vrezende afraid, fear (-ful) 11 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 12 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 13 מְאֹֽד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Want het geschiedde, als Izebel de profeten des HEEREN uitroeide, dat Obadja honderd profeten nam, en verborg ze bij vijftig man in een spelonk, en onderhield hen met brood en water.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Want het geschieddeH1961, als IzebelH348 de profetenH5030 des HEERENH3068 uitroeideH3772, dat ObadjaH5662 honderdH3967 profetenH5030 namH3947, en verborgH2244 ze bij vijftigH2572 manH376 in een spelonkH4631, en onderhieldH3557 hen met broodH3899 en waterH4325. Want het geschiedde, als Izebel de profeten des HEEREN uitroeide, dat Obadja honderd profeten nam, en verborg ze bij vijftig man in een spelonk, en onderhield hen met brood en water.

KJV For it was so, when Jezebel3 cut off2 the prophets5 of the LORD,6 that Obadiah8 took7 an hundred9 prophets,10 and hid11 them by fifty13 in a cave,14 and fed15 them with bread16 and water.)17

1 וַיְהִי֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בְּהַכְרִ֣ית H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 3 אִיזֶ֔בֶל H348 Izebel Jezebel 4 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 נְבִיאֵ֣י H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 6 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 וַיִּקַּ֨ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 8 עֹבַדְיָ֜הוּ H5662 Obadja Obadiah 9 מֵאָ֣ה H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 10 נְבִאִ֗ים H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 11 וַֽיַּחְבִּיאֵ֞ם H2244 verstoken, verborgen, verborg [idiom] held, hide (self), do secretly 12 חֲמִשִּׁ֥ים H2572 vijftig, vijftigen, vijftigste fifty 13 אִישׁ֙ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 14 בַּמְּעָרָ֔ה H4631 spelonk, spelonken cave, den, hole 15 וְכִלְכְּלָ֖ם H3557 onderhouden, verdragen, hield (be able to, can) abide, bear, comprehend, contain, feed, forbearing, guide, hold(-ing in), nourish(-er), be present, make provision, receive, sustain, provide sustenance (victuals) 16 לֶ֥חֶם H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 17 וָמָֽיִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 En Achab had gezegd tot Obadja: Trek door het land, tot alle waterfonteinen en tot alle rivieren; misschien zullen wij gras vinden, opdat wij de paarden en de muilezelen in het leven behouden, en niets uitroeien van de beesten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 En AchabH256 had gezegdH559 totH413 ObadjaH5662: TrekH3212 door het landH776, totH413 alleH3605 waterfonteinenH4599 en totH413 alleH3605 rivierenH5158; misschien zullen wij grasH2682 vindenH4672, opdat wij de paardenH5483 en de muilezelenH6505 in het leven behoudenH2421, en nietsH3808 uitroeienH3772 van de beestenH929. En Achab had gezegd tot Obadja: Trek door het land, tot alle waterfonteinen en tot alle rivieren; misschien zullen wij gras vinden, opdat wij de paarden en de muilezelen in het leven behouden, en niets uitroeien van de beesten.

KJV And Ahab2 said1 unto Obadiah,4 Go5 into the land,6 unto all fountains9 of water,10 and unto all brooks:13 peradventure14 we may find15 grass16 to save17 the horses18 and mules19 alive, that we lose21 not all the beasts.22

1 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אַחְאָב֙ H256 Achab, Achabs Ahab 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 עֹ֣בַדְיָ֔הוּ H5662 Obadja Obadiah 5 לֵ֤ךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 6 בָּאָ֨רֶץ֙ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 7 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 מַעְיְנֵ֣י H4599 fonteinen, fontein, waterfonteinen fountain, spring, well 10 הַמַּ֔יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 11 וְאֶ֖ל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 12 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 13 הַנְּחָלִ֑ים H5158 beek, beken, dal brook, flood, river, stream, valley 14 אוּלַ֣י H194 misschien, mogelijk if so be, may be, peradventure, unless 15 נִמְצָ֣א H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 16 חָצִ֗יר H2682 gras, hooi, look grass, hay, herb, leek 17 וּנְחַיֶּה֙ H2421 leven, leefde, levend keep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole 18 ס֣וּס H5483 paarden, paard, Paardenpoort crane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ) 19 וָפֶ֔רֶד H6505 muildieren, muildier, muilezelen mule 20 וְל֥וֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 21 נַכְרִ֖ית H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 22 מֵהַבְּהֵמָֽה H929 beesten, vee, beest beast, cattle
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 En zij deelden het land onder zich, dat zij het doortogen; Achab ging bijzonder op een weg, en Obadja ging ook bijzonder op een weg.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 En zij deeldenH2505 het landH776 onder zich, dat zij het doortogenH5674; AchabH256 gingH1980 bijzonderH909 op eenH259 wegH1870, en ObadjaH5662 gingH1980 ook bijzonderH909 op eenH259 wegH1870. En zij deelden het land onder zich, dat zij het doortogen; Achab ging bijzonder op een weg, en Obadja ging ook bijzonder op een weg.

KJV So they divided1 the land4 between them to pass throughout5 it: Ahab7 went8 one10 way9 by himself, and Obadiah12 went13 another15 way14 by himself.

1 וַֽיְחַלְּק֥וּ H2505 delen, uitgedeeld, verdeeld deal, distribute, divide, flatter, give, (have, im-) part(-ner), take away a portion, receive, separate self, (be) smooth(-er) 2 לָהֶ֛ם 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 הָאָ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 5 לַֽעֲבָר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 6 בָּ֑הּ 7 אַחְאָ֞ב H256 Achab, Achabs Ahab 8 הָלַ֨ךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 9 בְּדֶ֤רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 10 אֶחָד֙ H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 11 לְבַדּ֔וֹ H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength 12 וְעֹֽבַדְיָ֛הוּ H5662 Obadja Obadiah 13 הָלַ֥ךְ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 14 בְּדֶרֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 15 אֶחָ֖ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 16 לְבַדּֽוֹ H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Als nu Obadja op den weg was, ziet, zo was hem Elia tegemoet; en hem kennende, zo viel hij op zijn aangezicht, en zeide: Zijt gij mijn heer Elia?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Als nu ObadjaH5662 op den wegH1870 was, zietH2009, zo was hem EliaH452 tegemoetH7125; en hem kennendeH5234, zo vielH5307 hij opH5921 zijn aangezichtH6440, en zeideH559: Zijt gijH859 mijn heerH113 EliaH452? Als nu Obadja op den weg was, ziet, zo was hem Elia tegemoet; en hem kennende, zo viel hij op zijn aangezicht, en zeide: Zijt gij mijn heer Elia?

KJV And as Obadiah2 was in the way,3 behold, Elijah5 met6 him: and he knew7 him, and fell8 on his face,10 and said,11 Art thou that my lord14 Elijah?15

1 וַיְהִ֤י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 עֹבַדְיָ֨הוּ֙ H5662 Obadja Obadiah 3 בַּדֶּ֔רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 4 וְהִנֵּ֥ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 5 אֵלִיָּ֖הוּ H452 Elia Elijah, Eliah 6 לִקְרָאת֑וֹ H7125 tegemoet, egemoet, ontmoette [idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way 7 וַיַּכִּרֵ֨הוּ֙ H5234 kennen, kende, kent acknowledge, [idiom] could, deliver, discern, dissemble, estrange, feign self to be another, know, take knowledge (notice), perceive, regard, (have) respect, behave (make) self strange(-ly) 8 וַיִּפֹּ֣ל H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 9 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 פָּנָ֔יו H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 11 וַיֹּ֕אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 12 הַאַתָּ֥ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 13 זֶ֖ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 14 אֲדֹנִ֥י H113 heer, heren, Heere lord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-' 15 אֵלִיָּֽהוּ H452 Elia Elijah, Eliah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Hij zeide: Ik ben het; ga heen, zeg uw heer: Zie, Elia is hier.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 Hij zeideH559: IkH589 ben het; gaH3212 heen, zegH559 uw heerH113: ZieH2009, EliaH452 is hier. Hij zeide: Ik ben het; ga heen, zeg uw heer: Zie, Elia is hier.

KJV And he answered1 him, I am: go,4 tell5 thy lord,6 Behold, Elijah8 is here.

1 וַיֹּ֥אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 ל֖וֹ 3 אָ֑נִי H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 4 לֵ֛ךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 5 אֱמֹ֥ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 לַאדֹנֶ֖יךָ H113 heer, heren, Heere lord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-' 7 הִנֵּ֥ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 8 אֵלִיָּֽהוּ H452 Elia Elijah, Eliah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Maar hij zeide: Wat heb ik gezondigd, dat gij uw knecht geeft in de hand van Achab, dat hij mij dode?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Maar hij zeideH559: WatH4100 heb ik gezondigdH2398, datH3588 gijH859 uw knechtH5650 geeftH5414 in de handH3027 van AchabH256, dat hij mij dodeH4191? Maar hij zeide: Wat heb ik gezondigd, dat gij uw knecht geeft in de hand van Achab, dat hij mij dode?

KJV And he said,1 What have I sinned,3 that thou wouldest deliver6 thy servant8 into the hand9 of Ahab,10 to slay11 me?

1 וַיֹּ֖אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 מֶ֣ה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 3 חָטָ֑אתִי H2398 gezondigd, zondigen, zondigt bear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass 4 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 5 אַתָּ֞ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 6 נֹתֵ֧ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 7 אֶֽת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 עַבְדְּךָ֛ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 9 בְּיַד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 10 אַחְאָ֖ב H256 Achab, Achabs Ahab 11 לַהֲמִיתֵֽנִי H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Zo waarachtig als de HEERE, uw God, leeft, zo er een volk of koninkrijk is, waar mijn heer niet gezonden heeft, om u te zoeken; en als zij zeiden: Hij is hier niet; zo nam hij dat koninkrijk en dat volk een eed af; dat zij u niet hadden gevonden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Zo waarachtig als de HEEREH3068, uw GodH430, leeftH2416, zoH518 er een volkH1471 of koninkrijkH4467 is, waar mijn heerH113 niet gezondenH7971 heeft, om u te zoekenH1245; en als zij zeidenH559: Hij is hier niet; zo nam hij dat koninkrijkH4467 en dat volkH1471 een eedH7650 af; dat zij u niet hadden gevondenH4672. Zo waarachtig als de HEERE, uw God, leeft, zo er een volk of koninkrijk is, waar mijn heer niet gezonden heeft, om u te zoeken; en als zij zeiden: Hij is hier niet; zo nam hij dat koninkrijk en dat volk een eed af; dat zij u niet hadden gevonden.

KJV As the LORD2 thy God3 liveth,1 there is no5 nation6 or kingdom,7 whither8 my lord11 hath not sent10 to seek13 thee: and when they said,14 He is not there; he took an oath16 of the kingdom18 and nation,20 that they found23 thee not.

1 חַ֣י H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 2 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 אֱלֹהֶ֗יךָ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 4 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 5 יֶשׁ H3426 ware, Hoe lang, Voorwaar (there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest 6 גּ֤וֹי H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 7 וּמַמְלָכָה֙ H4467 koninkrijk, koninkrijken, koninkrijks kingdom, king's, reign, royal 8 אֲ֠שֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 9 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 שָׁלַ֨ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 11 אֲדֹנִ֥י H113 heer, heren, Heere lord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-' 12 שָׁם֙ H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 13 לְבַקֶּשְׁךָ֔ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 14 וְאָמְר֖וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 15 אָ֑יִן H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 16 וְהִשְׁבִּ֤יעַ H7650 gezworen, zweren, zwoer adjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear 17 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 18 הַמַּמְלָכָה֙ H4467 koninkrijk, koninkrijken, koninkrijks kingdom, king's, reign, royal 19 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 20 הַגּ֔וֹי H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 21 כִּ֖י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 22 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 23 יִמְצָאֶֽכָּה H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 En nu zegt gij: Ga heen, zeg uw heer: Zie, Elia is hier.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 En nuH6258 zegtH559 gijH859: GaH3212 heen, zegH559 uw heerH113: ZieH2009, EliaH452 is hier. En nu zegt gij: Ga heen, zeg uw heer: Zie, Elia is hier.

KJV And now thou sayest,3 Go,4 tell5 thy lord,6 Behold, Elijah8 is here.

1 וְעַתָּ֖ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 2 אַתָּ֣ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 3 אֹמֵ֑ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 לֵ֛ךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 5 אֱמֹ֥ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 לַאדֹנֶ֖יךָ H113 heer, heren, Heere lord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-' 7 הִנֵּ֥ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 8 אֵלִיָּֽהוּ H452 Elia Elijah, Eliah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 En het mocht geschieden, wanneer ik van u zou weggegaan zijn, dat de Geest des HEEREN u wegnam, ik weet niet waarheen; en ik kwam, om dat Achab aan te zeggen, en hij vond u niet, zo zou hij mij doden; ik, uw knecht, nu vrees den HEERE van mijn jonkheid af.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 En het mocht geschiedenH1961, wanneer ikH589 vanH854 u zou weggegaanH3212 zijn, dat de GeestH7307 des HEERENH3068 u wegnamH5375, ik weetH3045 nietH3808 waarheen; en ik kwamH935, om dat AchabH256 aanH5921 te zeggenH5046, en hij vondH4672 u nietH3808, zo zou hij mij dodenH2026; ik, uw knechtH5650, nu vreesH3372 den HEEREH3068 vanH854 mijn jonkheidH5271 af. En het mocht geschieden, wanneer ik van u zou weggegaan zijn, dat de Geest des HEEREN u wegnam, ik weet niet waarheen; en ik kwam, om dat Achab aan te zeggen, en hij vond u niet, zo zou hij mij doden; ik, uw knecht, nu vrees den HEERE van mijn jonkheid af.

KJV And it shall come to pass, as soon as I am gone3 from thee, that the Spirit5 of the LORD6 shall carry7 thee whither I know11 not; and so when I come12 and tell13 Ahab,14 and he cannot find16 thee, he shall slay17 me: but I thy servant18 fear19 the LORD21 from my youth.22

1 וְהָיָ֞ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 אֲנִ֣י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 3 אֵלֵ֣ךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 4 מֵאִתָּ֗ךְ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 5 וְר֨וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 6 יְהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 יִֽשָּׂאֲךָ֙ H5375 dragen, hief, droegen accept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield 8 עַ֚ל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 11 אֵדָ֔ע H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 12 וּבָ֨אתִי H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 13 לְהַגִּ֧יד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 14 לְאַחְאָ֛ב H256 Achab, Achabs Ahab 15 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 16 יִֽמְצָאֲךָ֖ H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 17 וַהֲרָגָ֑נִי H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 18 וְעַבְדְּךָ֛ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 19 יָרֵ֥א H3372 vrezen, vreesde, Vrees affright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing) 20 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 21 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 22 מִנְּעֻרָֽי H5271 jeugd, jonkheid childhood, youth
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Is mijn heer niet aangezegd, wat ik gedaan heb, als Izebel de profeten des HEEREN doodde? Dat ik van de profeten des HEEREN honderd man heb verborgen, elk vijftig man in een spelonk, en die met brood en water onderhouden heb?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Is mijn heerH113 nietH3808 aangezegdH5046, wat ik gedaanH6213 heb, als IzebelH348 de profetenH5030 des HEERENH3068 dooddeH2026? Dat ik van de profetenH5030 des HEERENH3068 honderdH3967 manH376 heb verborgenH2244, elk vijftigH2572 man in een spelonkH4631, en die met broodH3899 en waterH4325 onderhoudenH3557 heb? Is mijn heer niet aangezegd, wat ik gedaan heb, als Izebel de profeten des HEEREN doodde? Dat ik van de profeten des HEEREN honderd man heb verborgen, elk vijftig man in een spelonk, en die met brood en water onderhouden heb?

KJV Was it not told2 my lord3 what I did6 when Jezebel8 slew7 the prophets10 of the LORD,11 how I hid12 an hundred15 men16 of the LORD'S14 prophets13 by fifty17 in a cave,20 and fed21 them with bread22 and water?23

1 הֲלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 הֻגַּ֤ד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 3 לַֽאדֹנִי֙ H113 heer, heren, Heere lord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-' 4 אֵ֣ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 עָשִׂ֔יתִי H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 7 בַּהֲרֹ֣ג H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 8 אִיזֶ֔בֶל H348 Izebel Jezebel 9 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 נְבִיאֵ֣י H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 11 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 וָאַחְבִּא֩ H2244 verstoken, verborgen, verborg [idiom] held, hide (self), do secretly 13 מִנְּבִיאֵ֨י H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 14 יְהוָ֜ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 15 מֵ֣אָה H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 16 אִ֗ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 17 חֲמִשִּׁ֨ים H2572 vijftig, vijftigen, vijftigste fifty 18 חֲמִשִּׁ֥ים H2572 vijftig, vijftigen, vijftigste fifty 19 אִישׁ֙ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 20 בַּמְּעָרָ֔ה H4631 spelonk, spelonken cave, den, hole 21 וָאֲכַלְכְּלֵ֖ם H3557 onderhouden, verdragen, hield (be able to, can) abide, bear, comprehend, contain, feed, forbearing, guide, hold(-ing in), nourish(-er), be present, make provision, receive, sustain, provide sustenance (victuals) 22 לֶ֥חֶם H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 23 וָמָֽיִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 En nu zegt gij: Ga heen, zeg uw heer: Zie, Elia is hier, en hij zou mij doodslaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 En nuH6258 zegtH559 gijH859: GaH3212 heen, zegH559 uw heerH113: ZieH2009, EliaH452 is hier, en hij zou mij doodslaanH2026. En nu zegt gij: Ga heen, zeg uw heer: Zie, Elia is hier, en hij zou mij doodslaan.

KJV And now thou sayest,3 Go,4 tell5 thy lord,6 Behold, Elijah8 is here: and he shall slay9 me.

1 וְעַתָּה֙ H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 2 אַתָּ֣ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 3 אֹמֵ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 לֵ֛ךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 5 אֱמֹ֥ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 6 לַֽאדֹנֶ֖יךָ H113 heer, heren, Heere lord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-' 7 הִנֵּ֣ה H2009 ziet, zie behold, lo, see 8 אֵלִיָּ֑הוּ H452 Elia Elijah, Eliah 9 וַהֲרָגָֽנִי H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 En Elia zeide: Zo waarachtig als de HEERE der heirscharen leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, ik zal voorzeker mij heden aan hem vertonen!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 En EliaH452 zeideH559: Zo waarachtig als de HEEREH3068 der heirscharenH6635 leeftH2416, voor Wiens aangezichtH6440 ik staH5975, ik zal voorzekerH3588 mij hedenH3117 aanH413 hem vertonenH7200! En Elia zeide: Zo waarachtig als de HEERE der heirscharen leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, ik zal voorzeker mij heden aan hem vertonen!

KJV And Elijah2 said,1 As the LORD4 of hosts5 liveth,3 before8 whom I stand,7 I will surely shew11 myself unto him to day.10

1 וַיֹּ֨אמֶר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֵֽלִיָּ֔הוּ H452 Elia Elijah, Eliah 3 חַ֚י H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 4 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 5 צְבָא֔וֹת H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 6 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 עָמַ֖דְתִּי H5975 stond, staan, stonden abide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry 8 לְפָנָ֑יו H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 9 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 הַיּ֖וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 11 אֵרָאֶ֥ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 12 אֵלָֽיו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Toen ging Obadja Achab tegemoet, en zeide het hem aan; en Achab ging Elia tegemoet.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 Toen gingH3212 ObadjaH5662 AchabH256 tegemoetH7125, en zeideH5046 het hem aan; en AchabH256 gingH3212 EliaH452 tegemoetH7125. Toen ging Obadja Achab tegemoet, en zeide het hem aan; en Achab ging Elia tegemoet.

KJV So Obadiah2 went1 to meet3 Ahab,4 and told5 him: and Ahab8 went7 to meet9 Elijah.10

1 וַיֵּ֧לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 2 עֹבַדְיָ֛הוּ H5662 Obadja Obadiah 3 לִקְרַ֥את H7125 tegemoet, egemoet, ontmoette [idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way 4 אַחְאָ֖ב H256 Achab, Achabs Ahab 5 וַיַּגֶּד H5046 kennen, verkondigen, bekend bewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter 6 ל֑וֹ 7 וַיֵּ֥לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 8 אַחְאָ֖ב H256 Achab, Achabs Ahab 9 לִקְרַ֥את H7125 tegemoet, egemoet, ontmoette [idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way 10 אֵלִיָּֽהוּ H452 Elia Elijah, Eliah
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En het geschiedde, als Achab Elia zag, dat Achab tot hem zeide: Zijt gij die beroerden van Israel?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En het geschieddeH1961, als AchabH256 EliaH452 zagH7200, dat AchabH256 totH413 hem zeideH559: Zijt gijH859 dieH2088 beroerden van IsraelH3478? En het geschiedde, als Achab Elia zag, dat Achab tot hem zeide: Zijt gij die beroerden van Israel?

Ook in dit vers beroerderH5916

KJV And it came to pass, when Ahab3 saw2 Elijah,5 that Ahab7 said6 unto him, Art thou he that troubleth11 Israel?12

1 וַיְהִ֛י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כִּרְא֥וֹת H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 3 אַחְאָ֖ב H256 Achab, Achabs Ahab 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 אֵלִיָּ֑הוּ H452 Elia Elijah, Eliah 6 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 אַחְאָב֙ H256 Achab, Achabs Ahab 8 אֵלָ֔יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 הַאַתָּ֥ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 10 זֶ֖ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 11 עֹכֵ֥ר H5916 beroerd, beroert, beroerder trouble, stir 12 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Toen zeide hij: Ik heb Israel niet beroerd, maar gij en uws vaders huis, daarmede, dat gijlieden de geboden des HEEREN verlaten hebt en de Baals nagevolgd zijt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 Toen zeideH559 hij: Ik heb IsraelH3478 nietH3808 beroerdH5916, maarH3588 gijH859 en uws vadersH1 huisH1004, daarmede, dat gijlieden de gebodenH4687 des HEERENH3068 verlatenH5800 hebt en de BaalsH1168 nagevolgdH3212 zijt. Toen zeide hij: Ik heb Israel niet beroerd, maar gij en uws vaders huis, daarmede, dat gijlieden de geboden des HEEREN verlaten hebt en de Baals nagevolgd zijt.

KJV And he answered,1 I have not troubled3 Israel;5 but thou, and thy father's10 house,9 in that ye have forsaken11 the commandments13 of the LORD,14 and thou hast followed15 Baalim.17

1 וַיֹּ֗אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 לֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 3 עָכַ֨רְתִּי֙ H5916 beroerd, beroert, beroerder trouble, stir 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 6 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 7 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 8 אַתָּ֖ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 9 וּבֵ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 10 אָבִ֑יךָ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 11 בַּֽעֲזָבְכֶם֙ H5800 verlaten, verlaat, verliet commit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 מִצְוֺ֣ת H4687 geboden, gebod, bevolen (which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept 14 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 15 וַתֵּ֖לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 16 אַחֲרֵ֥י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 17 הַבְּעָלִֽים H1168 Baal, Baals Baal, (plural) Baalim
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Nu dan, zend heen, verzamel tot mij het ganse Israel op den berg Karmel, en de vierhonderd en vijftig profeten van Baal, en de vierhonderd profeten van het bos, die van de tafel van Izebel eten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Nu dan, zendH7971 heen, verzamelH6908 totH413 mij het ganseH3605 IsraelH3478 op den bergH2022 KarmelH3760, en de vierhonderdH702 en vijftigH2572 profetenH5030 van BaalH1168, en de vierhonderdH702 profetenH5030 van het bosH842, die van de tafelH7979 van IzebelH348 etenH398. Nu dan, zend heen, verzamel tot mij het ganse Israel op den berg Karmel, en de vierhonderd en vijftig profeten van Baal, en de vierhonderd profeten van het bos, die van de tafel van Izebel eten.

KJV Now therefore send,2 and gather3 to me all Israel7 unto mount9 Carmel,10 and the prophets12 of Baal13 four14 hundred15 and fifty,16 and the prophets17 of the groves18 four19 hundred,20 which eat21 at Jezebel's23 table.22

1 וְעַתָּ֗ה H6258 nu, dan henceforth, now, straightway, this time, whereas 2 שְׁלַ֨ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 3 קְבֹ֥ץ H6908 vergaderen, vergaderd, vergaderde assemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up 4 אֵלַ֛י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 7 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 8 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 9 הַ֣ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 10 הַכַּרְמֶ֑ל H3760 Karmel, schonen velds, vruchtbaar land Carmel, fruitful (plentiful) field, (place) 11 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 נְבִיאֵ֨י H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 13 הַבַּ֜עַל H1168 Baal, Baals Baal, (plural) Baalim 14 אַרְבַּ֧ע H702 vier, vierhonderd, veertien four 15 מֵא֣וֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 16 וַחֲמִשִּׁ֗ים H2572 vijftig, vijftigen, vijftigste fifty 17 וּנְבִיאֵ֤י H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 18 הָֽאֲשֵׁרָה֙ H842 bossen, bos, haag grove. Compare H6253 (עַשְׁתֹּרֶת) 19 אַרְבַּ֣ע H702 vier, vierhonderd, veertien four 20 מֵא֔וֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 21 אֹכְלֵ֖י H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 22 שֻׁלְחַ֥ן H7979 tafel, tafelen, tafels table 23 אִיזָֽבֶל H348 Izebel Jezebel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Zo zond Achab onder alle kinderen Israels, en verzamelde de profeten op den berg Karmel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Zo zondH7971 AchabH256 onder alleH3605 kinderenH1121 IsraelsH3478, en verzameldeH6908 de profetenH5030 op den bergH2022 KarmelH3760. Zo zond Achab onder alle kinderen Israels, en verzamelde de profeten op den berg Karmel.

KJV So Ahab2 sent1 unto all the children4 of Israel,5 and gathered6 ➔ the prophets8 together unto mount10 Carmel.11

1 וַיִּשְׁלַ֥ח H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 2 אַחְאָ֖ב H256 Achab, Achabs Ahab 3 בְּכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 בְּנֵ֣י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 6 וַיִּקְבֹּ֥ץ H6908 vergaderen, vergaderd, vergaderde assemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 הַנְּבִיאִ֖ים H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 9 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 10 הַ֥ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 11 הַכַּרְמֶֽל H3760 Karmel, schonen velds, vruchtbaar land Carmel, fruitful (plentiful) field, (place)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Toen naderde Elia tot het ganse volk, en zeide: Hoe lang hinkt gij op twee gedachten? Zo de HEERE God is, volgt Hem na, en zo het Baal is, volgt hem na! Maar het volk antwoordde hem niet een woord.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Toen naderdeH5066 EliaH452 totH413 het ganseH3605 volkH5971, en zeideH559: HoeH5704 langH5921 hinktH6452 gijH859 op tweeH8147 gedachtenH5587? Zo de HEEREH3068 GodH430 is, volgt Hem naH310, en zo het BaalH1168 is, volgt hem naH310! Maar het volkH5971 antwoorddeH6030 hem nietH3808 een woordH1697. Toen naderde Elia tot het ganse volk, en zeide: Hoe lang hinkt gij op twee gedachten? Zo de HEERE God is, volgt Hem na, en zo het Baal is, volgt hem na! Maar het volk antwoordde hem niet een woord.

Ook in dit vers volgtH518 volgtH3212

KJV And Elijah2 came1 unto all the people,5 and said,6 How long11 halt10 ye between two12 opinions?13 if the LORD15 be God,16 follow him: but if Baal,20 then follow17 him. And the people25 answered24 him not a word.27

1 וַיִּגַּ֨שׁ H5066 trad, naderde, naderen (make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand 2 אֵלִיָּ֜הוּ H452 Elia Elijah, Eliah 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 הָעָ֗ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 6 וַיֹּ֨אמֶר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 8 מָתַ֞י H4970 lang long, when 9 אַתֶּ֣ם H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 10 פֹּסְחִים֮ H6452 voorbijgaan, doorgaande, hinkt halt, become lame, leap, pass over 11 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 שְׁתֵּ֣י H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 13 הַסְּעִפִּים֒ H5587 gedachten opinion 14 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 15 יְהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 16 הָֽאֱלֹהִים֙ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 17 לְכ֣וּ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 18 אַחֲרָ֔יו H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 19 וְאִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 20 הַבַּ֖עַל H1168 Baal, Baals Baal, (plural) Baalim 21 לְכ֣וּ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 22 אַחֲרָ֑יו H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 23 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 24 עָנ֥וּ H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 25 הָעָ֛ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 26 אֹת֖וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 27 דָּבָֽר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Toen zeide Elia tot het volk: Ik ben alleen een profeet des HEEREN overgebleven, en de profeten van Baal zijn vierhonderd en vijftig mannen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Toen zeideH559 EliaH452 totH413 het volkH5971: IkH589 ben alleen een profeetH5030 des HEERENH3068 overgeblevenH3498, en de profetenH5030 van BaalH1168 zijn vierhonderdH702 en vijftigH2572 mannenH376. Toen zeide Elia tot het volk: Ik ben alleen een profeet des HEEREN overgebleven, en de profeten van Baal zijn vierhonderd en vijftig mannen.

KJV Then said1 Elijah2 unto the people,4 I, even I only, remain6 a prophet7 of the LORD;8 but Baal's11 prophets10 are four12 hundred13 and fifty14 men.15

1 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֵלִיָּ֨הוּ֙ H452 Elia Elijah, Eliah 3 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 4 הָעָ֔ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 5 אֲנִ֞י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 6 נוֹתַ֧רְתִּי H3498 overgebleven, overgelaten, overige excel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest 7 נָבִ֛יא H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 8 לַיהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 לְבַדִּ֑י H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength 10 וּנְבִיאֵ֣י H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 11 הַבַּ֔עַל H1168 Baal, Baals Baal, (plural) Baalim 12 אַרְבַּע H702 vier, vierhonderd, veertien four 13 מֵא֥וֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 14 וַחֲמִשִּׁ֖ים H2572 vijftig, vijftigen, vijftigste fifty 15 אִֽישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Dat men ons dan twee varren geve, en dat zij voor zich den enen var kiezen, en denzelven in stukken delen, en op het hout leggen, maar geen vuur daaraan leggen; en ik zal den anderen var bereiden, en op het hout leggen, en geen vuur daaraan leggen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Dat men ons dan tweeH8147 varrenH6499 geveH5414, en dat zij voor zich den enenH259 varH6499 kiezenH977, en denzelven in stukken delenH5408, en opH5921 het houtH6086 leggen, maar geenH3808 vuurH784 daaraan leggen; en ikH589 zal den anderen varH6499 bereidenH6213, en opH5921 het houtH6086 leggen, en geenH3808 vuurH784 daaraan leggen. Dat men ons dan twee varren geve, en dat zij voor zich den enen var kiezen, en denzelven in stukken delen, en op het hout leggen, maar geen vuur daaraan leggen; en ik zal den anderen var bereiden, en op het hout leggen, en geen vuur daaraan leggen.

Ook in dit vers leggenH5414 leggenH7760 leggenH7760 leggenH7760

KJV Let them therefore give1 us two3 bullocks;4 and let them choose5 one8 bullock7 for themselves, and cut it in pieces,9 and lay10 it on wood,12 and put15 no fire13 under: and I will dress17 the other20 bullock,19 and lay21 it on wood,23 and put26 no fire24 under:

1 וְיִתְּנוּ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 2 לָ֜נוּ 3 שְׁנַ֣יִם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 4 פָּרִ֗ים H6499 var, varren, vars ([phrase] young) bull(-ock), calf, ox 5 וְיִבְחֲר֣וּ H977 verkoren, verkiezen, verkoos acceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require 6 לָהֶם֩ 7 הַפָּ֨ר H6499 var, varren, vars ([phrase] young) bull(-ock), calf, ox 8 הָאֶחָ֜ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 9 וִֽינַתְּחֻ֗הוּ H5408 deelde, delen, hieuw cut (in pieces), divide, hew in pieces 10 וְיָשִׂ֨ימוּ֙ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 11 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 הָ֣עֵצִ֔ים H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 13 וְאֵ֖שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 14 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 15 יָשִׂ֑ימוּ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 16 וַאֲנִ֞י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 17 אֶעֱשֶׂ֣ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 18 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 הַפָּ֣ר H6499 var, varren, vars ([phrase] young) bull(-ock), calf, ox 20 הָאֶחָ֗ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 21 וְנָֽתַתִּי֙ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 22 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 23 הָ֣עֵצִ֔ים H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 24 וְאֵ֖שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 25 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 26 אָשִֽׂים H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Roept gij daarna den naam van uw god aan, en ik zal den Naam des HEEREN aanroepen; en de God, Die door vuur antwoorden zal, Die zal God zijn. En het ganse volk antwoordde en zeide: Dat woord is goed.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 RoeptH7121 gij daarna den naamH8034 van uw godH430 aan, en ikH589 zal den NaamH8034 des HEERENH3068 aanroepenH7121; en de GodH430, Die door vuurH784 antwoordenH6030 zal, Die zal GodH430 zijn. En hetH1931 ganseH3605 volkH5971 antwoorddeH6030 en zeideH559: Dat woordH1697 is goedH2896. Roept gij daarna den naam van uw god aan, en ik zal den Naam des HEEREN aanroepen; en de God, Die door vuur antwoorden zal, Die zal God zijn. En het ganse volk antwoordde en zeide: Dat woord is goed.

KJV And call1 ye on the name2 of your gods,3 and I will call5 on the name6 of the LORD:7 and the God9 that answereth11 by fire,12 let him be God.14 And all the people17 answered15 and said,18 It is well19 spoken.20

1 וּקְרָאתֶ֞ם H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 2 בְּשֵׁ֣ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 3 אֱלֹֽהֵיכֶ֗ם H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 4 וַֽאֲנִי֙ H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 5 אֶקְרָ֣א H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 6 בְשֵׁם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 7 יְהוָ֔ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 8 וְהָיָ֧ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 הָאֱלֹהִ֛ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 10 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 יַעֲנֶ֥ה H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 12 בָאֵ֖שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 13 ה֣וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 14 הָאֱלֹהִ֑ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 15 וַיַּ֧עַן H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 16 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 17 הָעָ֛ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 18 וַיֹּאמְר֖וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 19 ט֥וֹב H2896 goed, goede, beter beautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured) 20 הַדָּבָֽר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En Elia zeide tot de profeten van Baal: Kiest gijlieden voor u den enen var, en bereidt gij hem eerst, want gij zijt velen; en roept den naam uws gods aan, en legt geen vuur daaraan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 En EliaH452 zeideH559 tot de profetenH5030 van BaalH1168: KiestH977 gijlieden voor u den enenH259 varH6499, en bereidtH6213 gij hem eerstH7223, wantH3588 gijH859 zijt velenH7227; en roeptH7121 den naamH8034 uws godsH430 aan, en legtH7760 geenH3808 vuurH784 daaraan. En Elia zeide tot de profeten van Baal: Kiest gijlieden voor u den enen var, en bereidt gij hem eerst, want gij zijt velen; en roept den naam uws gods aan, en legt geen vuur daaraan.

KJV And Elijah2 said1 unto the prophets3 of Baal,4 Choose5 you one8 bullock7 for yourselves, and dress9 it first;10 for ye are many;13 and call14 on the name15 of your gods,16 but put19 no fire17 under.

1 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֵלִיָּ֜הוּ H452 Elia Elijah, Eliah 3 לִנְבִיאֵ֣י H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 4 הַבַּ֗עַל H1168 Baal, Baals Baal, (plural) Baalim 5 בַּחֲר֨וּ H977 verkoren, verkiezen, verkoos acceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require 6 לָכֶ֜ם 7 הַפָּ֤ר H6499 var, varren, vars ([phrase] young) bull(-ock), calf, ox 8 הָֽאֶחָד֙ H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 9 וַעֲשׂ֣וּ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 10 רִאשֹׁנָ֔ה H7223 eerste, vorige, eersten ancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past 11 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 12 אַתֶּ֖ם H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 13 הָרַבִּ֑ים H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 14 וְקִרְאוּ֙ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 15 בְּשֵׁ֣ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 16 אֱלֹהֵיכֶ֔ם H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 17 וְאֵ֖שׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 18 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 19 תָשִֽׂימוּ H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 En zij namen de var, dien hij hun gegeven had, en bereidden hem, en riepen den naam van Baal aan, van den morgen tot op den middag, zeggende: O Baal, antwoord ons! Maar er was geen stem en geen antwoorder. En zij sprongen tegen het altaar, dat men gemaakt had.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 En zij namenH3947 de varH6499, dienH834 hij hun gegevenH5414 had, en bereiddenH6213 hem, en riepenH7121 den naamH8034 van BaalH1168 aan, van den morgenH1242 totH5704 op den middagH6672, zeggendeH559: O BaalH1168, antwoordH6030 ons! Maar er was geen stemH6963 en geenH369 antwoorderH6030. En zij sprongenH6452 tegenH5921 het altaarH4196, datH834 men gemaakt had. En zij namen de var, dien hij hun gegeven had, en bereidden hem, en riepen den naam van Baal aan, van den morgen tot op den middag, zeggende: O Baal, antwoord ons! Maar er was geen stem en geen antwoorder. En zij sprongen tegen het altaar, dat men gemaakt had.

KJV And they took1 the bullock3 which was given5 them, and they dressed7 it, and called8 on the name9 of Baal10 from morning11 even until noon,13 saying,14 O Baal,15 hear16 us. But there was no17 voice,18 nor any that answered.20 And they leaped21 upon the altar23 which was made.25

1 וַ֠יִּקְחוּ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הַפָּ֨ר H6499 var, varren, vars ([phrase] young) bull(-ock), calf, ox 4 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 5 נָתַ֣ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 6 לָהֶם֮ 7 וַֽיַּעֲשׂוּ֒ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 וַיִּקְרְא֣וּ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 9 בְשֵׁם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 10 הַ֠בַּעַל H1168 Baal, Baals Baal, (plural) Baalim 11 מֵהַבֹּ֨קֶר H1242 morgen, morgens, morgenstond ([phrase]) day, early, morning, morrow 12 וְעַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 13 הַצָּהֳרַ֤יִם H6672 middag, middags, venster midday, noon(-day, -tide), window 14 לֵאמֹר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 15 הַבַּ֣עַל H1168 Baal, Baals Baal, (plural) Baalim 16 עֲנֵ֔נוּ H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 17 וְאֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 18 ק֖וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 19 וְאֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 20 עֹנֶ֑ה H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 21 וַֽיְפַסְּח֔וּ H6452 voorbijgaan, doorgaande, hinkt halt, become lame, leap, pass over 22 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 23 הַמִּזְבֵּ֖חַ H4196 altaar, altaren, altaars altar 24 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 25 עָשָֽׂה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 En het geschiedde op den middag, dat Elia met hen spotte, en zeide: Roept met luider stem, want hij is een god; omdat hij in gepeins is, of omdat hij wat te doen heeft, of omdat hij een reize heeft; misschien slaapt hij en zal wakker worden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 En het geschieddeH1961 op den middagH6672, dat EliaH452 met hen spotteH2048, en zeideH559: RoeptH7121 met luiderH1419 stemH6963, wantH3588 hij is een godH430; omdat hijH1931 in gepeinsH7879 is, of omdatH3588 hij wat te doen heeft, of omdatH3588 hij een reizeH1870 heeft; misschien slaaptH3463 hijH1931 en zal wakkerH3364 worden. En het geschiedde op den middag, dat Elia met hen spotte, en zeide: Roept met luider stem, want hij is een god; omdat hij in gepeins is, of omdat hij wat te doen heeft, of omdat hij een reize heeft; misschien slaapt hij en zal wakker worden.

KJV And it came to pass at noon,2 that Elijah5 mocked3 them, and said,6 Cry7 aloud:9 for he is a god;11 either he is talking,14 or he is pursuing,16 or he is in a journey,19 or peradventure21 he sleepeth,22 and must be awaked.24

1 וַיְהִ֨י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בַֽצָּהֳרַ֜יִם H6672 middag, middags, venster midday, noon(-day, -tide), window 3 וַיְהַתֵּ֧ל H2048 bedriegelijk, gespot, bedrogen deal deceitfully, deceive, mock 4 בָּהֶ֣ם 5 אֵלִיָּ֗הוּ H452 Elia Elijah, Eliah 6 וַיֹּ֨אמֶר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 7 קִרְא֤וּ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 8 בְקוֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 9 גָּדוֹל֙ H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 10 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 11 אֱלֹהִ֣ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 12 ה֔וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 13 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 14 שִׂ֧יחַ H7879 klacht, beklag, gedachten babbling, communication, complaint, meditation, prayer, talk 15 וְכִֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 16 שִׂ֛יג H7873 pursuing 17 ל֖וֹ 18 וְכִֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 19 דֶ֣רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 20 ל֑וֹ 21 אוּלַ֛י H194 misschien, mogelijk if so be, may be, peradventure, unless 22 יָשֵׁ֥ן H3463 slaapt, slapen, sliep asleep, (one out of) sleep(-eth, -ing), slept 23 ה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 24 וְיִקָֽץ H3364 ontwaakte, waakte, ontwaken (be) awake(-d)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 En zij riepen met luider stem, en zij sneden zichzelven met messen en met priemen, naar hun wijze, totdat zij bloed over zich uitstortten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 En zij riepenH7121 met luiderH1419 stemH6963, en zij snedenH1413 zichzelven met messenH2719 en met priemenH7420, naar hun wijzeH4941, totdatH5704 zij bloedH1818 overH5921 zich uitstorttenH8210. En zij riepen met luider stem, en zij sneden zichzelven met messen en met priemen, naar hun wijze, totdat zij bloed over zich uitstortten.

KJV And they cried1 aloud,2 and cut4 themselves after their manner5 with knives6 and lancets,7 till the blood10 gushed out9 upon them.

1 וַֽיִּקְרְאוּ֙ H7121 riep, noemde, roepen bewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say 2 בְּק֣וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 3 גָּד֔וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 4 וַיִּתְגֹּֽדְדוּ֙ H1413 gesneden, hopen, insnijden assemble (selves by troops), gather (selves together, self in troops), cut selves 5 כְּמִשְׁפָּטָ֔ם H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 6 בַּחֲרָב֖וֹת H2719 zwaard, zwaards, zwaarden axe, dagger, knife, mattock, sword, tool 7 וּבָֽרְמָחִ֑ים H7420 spiesen, spies, priemen buckler, javelin, lancet, spear 8 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 9 שְׁפָךְ H8210 vergoten, uitgieten, stort cast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip 10 דָּ֖ם H1818 bloed, bloeds, bloedschulden blood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent 11 עֲלֵיהֶֽם H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Het geschiedde nu, als de middag voorbij was, dat zij profeteerden totdat men het spijsoffer zou offeren; maar er was geen stem, en geen antwoorder, en geen opmerking.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 Het geschiedde nu, als de middagH6672 voorbijH5674 was, dat zij profeteerdenH5012 totdatH5704 men het spijsofferH4503 zou offerenH5927; maar er was geen stemH6963, en geenH369 antwoorderH6030, en geenH369 opmerkingH7182. Het geschiedde nu, als de middag voorbij was, dat zij profeteerden totdat men het spijsoffer zou offeren; maar er was geen stem, en geen antwoorder, en geen opmerking.

KJV And it came to pass, when midday3 was past,2 and they prophesied4 until the time of the offering6 of the evening sacrifice,7 that there was neither voice,9 nor any to answer,11 nor any that regarded.13

1 וַֽיְהִי֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 כַּעֲבֹ֣ר H5674 doorgaan, voorbij, gegaan alienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath 3 הַֽצָּהֳרַ֔יִם H6672 middag, middags, venster midday, noon(-day, -tide), window 4 וַיִּֽתְנַבְּא֔וּ H5012 profeteren, profeteer, profeteerde prophesy(-ing), make self a prophet 5 עַ֖ד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 6 לַעֲל֣וֹת H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 7 הַמִּנְחָ֑ה H4503 spijsoffer, geschenk, geschenken gift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice 8 וְאֵֽין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 9 ק֥וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 10 וְאֵין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 11 עֹנֶ֖ה H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 12 וְאֵ֥ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 13 קָֽשֶׁב H7182 opmerking, nauw [idiom] diligently, hearing, much heed, that regarded
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Toen zeide Elia tot het ganse volk: Nadert tot mij. En al het volk naderde tot hem; en hij heelde het altaar des HEEREN, dat verbroken was.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 Toen zeideH559 EliaH452 tot het ganseH3605 volkH5971: NadertH5066 tot mij. En alH3605 het volkH5971 naderdeH5066 totH413 hem; en hij heeldeH7495 het altaarH4196 des HEERENH3068, dat verbrokenH2040 was. Toen zeide Elia tot het ganse volk: Nadert tot mij. En al het volk naderde tot hem; en hij heelde het altaar des HEEREN, dat verbroken was.

KJV And Elijah2 said1 unto all the people,4 Come near5 unto me. And all the people9 came near7 unto him. And he repaired11 the altar13 of the LORD14 that was broken down.15

1 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֵלִיָּ֤הוּ H452 Elia Elijah, Eliah 3 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 הָעָם֙ H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 5 גְּשׁ֣וּ H5066 trad, naderde, naderen (make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand 6 אֵלַ֔י H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 וַיִּגְּשׁ֥וּ H5066 trad, naderde, naderen (make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand 8 כָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 9 הָעָ֖ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 10 אֵלָ֑יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 וַיְרַפֵּ֛א H7495 genezen, gezond, helen cure, (cause to) heal, physician, repair, [idiom] thoroughly, make whole. See H7503 (רָפָה) 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 מִזְבַּ֥ח H4196 altaar, altaren, altaars altar 14 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 15 הֶהָרֽוּס H2040 afbreken, afgebroken, verbroken beat down, break (down, through), destroy, overthrow, pluck down, pull down, ruin, throw down, [idiom] utterly
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 En Elia nam twaalf stenen, naar het getal der stammen van de kinderen Jakobs, tot welke het woord des HEEREN geschied was, zeggende: Israel zal uw naam zijn.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 En EliaH452 namH3947 twaalfH8147 stenenH68, naar het getalH4557 der stammenH7626 van de kinderenH1121 JakobsH3290, tot welkeH834 het woordH1697 des HEERENH3068 geschiedH1961 was, zeggendeH559: IsraelH3478 zal uw naamH8034 zijn. En Elia nam twaalf stenen, naar het getal der stammen van de kinderen Jakobs, tot welke het woord des HEEREN geschied was, zeggende: Israel zal uw naam zijn.

KJV And Elijah2 took1 twelve3 stones,5 according to the number6 of the tribes7 of the sons8 of Jacob,9 unto whom the word12 of the LORD13 came, saying,15 Israel16 shall be thy name:18

1 וַיִּקַּ֣ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 אֵלִיָּ֗הוּ H452 Elia Elijah, Eliah 3 שְׁתֵּ֤ים H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 4 עֶשְׂרֵה֙ H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 5 אֲבָנִ֔ים H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 6 כְּמִסְפַּ֖ר H4557 getal, tellen, geteld [phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time 7 שִׁבְטֵ֣י H7626 stammen, stam, roede [idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe 8 בְנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 9 יַעֲקֹ֑ב H3290 Jakob, Jakobs Jacob 10 אֲשֶׁר֩ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 11 הָיָ֨ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 12 דְבַר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 13 יְהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 14 אֵלָיו֙ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 15 לֵאמֹ֔ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 16 יִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 17 יִהְיֶ֥ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 18 שְׁמֶֽךָ H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 En hij bouwde met die stenen het altaar in den Naam des HEEREN; daarna maakte hij een groeve rondom het altaar, naar de wijdte van twee maten zaads.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 En hij bouwdeH1129 met die stenenH68 het altaarH4196 in den NaamH8034 des HEERENH3068; daarna maakteH6213 hij een groeveH8585 rondomH5439 het altaarH4196, naar de wijdteH1004 van twee matenH5429 zaadsH2233. En hij bouwde met die stenen het altaar in den Naam des HEEREN; daarna maakte hij een groeve rondom het altaar, naar de wijdte van twee maten zaads.

KJV And with the stones3 he built1 an altar4 in the name5 of the LORD:6 and he made7 a trench8 about12 the altar,13 as great as would contain9 two measures10 of seed.11

1 וַיִּבְנֶ֧ה H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הָאֲבָנִ֛ים H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 4 מִזְבֵּ֖חַ H4196 altaar, altaren, altaars altar 5 בְּשֵׁ֣ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 6 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 7 וַיַּ֣עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 8 תְּעָלָ֗ה H8585 watergang, groeve, heelpleisters conduit, cured, healing, little river, trench, watercourse 9 כְּבֵית֙ H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 10 סָאתַ֣יִם H5429 maten, maat measure 11 זֶ֔רַע H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 12 סָבִ֖יב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 13 לַמִּזְבֵּֽחַ H4196 altaar, altaren, altaars altar
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 En hij schikte het hout, en deelde den var in stukken, en legde hem op het hout.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 En hij schikteH6186 het houtH6086, en deeldeH5408 den varH6499 in stukkenH5408, en legde hem opH5921 het houtH6086. En hij schikte het hout, en deelde den var in stukken, en legde hem op het hout.

Ook in dit vers leideH7760

KJV And he put1 ➔ the wood3 in order, and cut4 the bullock6 in pieces, and laid7 him on the wood,9 and said, Fill four barrels with water, and pour it on the burnt sacrifice, and on the wood.

1 וַֽיַּעֲרֹ֖ךְ H6186 stelden, schikken, toegerust put (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 הָֽעֵצִ֑ים H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 4 וַיְנַתַּח֙ H5408 deelde, delen, hieuw cut (in pieces), divide, hew in pieces 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 הַפָּ֔ר H6499 var, varren, vars ([phrase] young) bull(-ock), calf, ox 7 וַיָּ֖שֶׂם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 8 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 9 הָעֵצִֽים H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 En hij zeide: Vult vier kruiken met water, en giet het op het brandoffer en op het hout. En hij zeide: Doet het ten tweeden male. En zij deden het ten tweeden male. Voorts zeide hij: Doet het ten derden male. En zij deden het ten derden male;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 En hij zeideH559: VultH4390 vierH702 kruikenH3537 met waterH4325, en gietH3332 het op het brandofferH5930 en opH5921 het houtH6086. En hij zeideH559: Doet het ten tweedenH8138 male. En zij deden het ten tweedenH8138 male. Voorts zeide hij: Doet het ten derdenH8027 male. En zij deden het ten derdenH8027 male; En hij zeide: Vult vier kruiken met water, en giet het op het brandoffer en op het hout. En hij zeide: Doet het ten tweeden male. En zij deden het ten tweeden male. Voorts zeide hij: Doet het ten derden male. En zij deden het ten derden male;

Ook in dit vers zeideH559

KJV And he said,1 Do it the second time.12 And they did it the second time.13 And he said,11 Do it the third time.15 And they did it the third time.16

1 וַיֹּ֗אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 מִלְא֨וּ H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 3 אַרְבָּעָ֤ה H702 vier, vierhonderd, veertien four 4 כַדִּים֙ H3537 kruik, kruiken barrel, pitcher 5 מַ֔יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 6 וְיִֽצְק֥וּ H3332 goot, gieten, gegoten cast, cleave fast, be (as) firm, grow, be hard, lay out, molten, overflow, pour (out), run out, set down, stedfast 7 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 8 הָעֹלָ֖ה H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 9 וְעַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 10 הָעֵצִ֑ים H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 11 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 12 שְׁנוּ֙ H8138 tweeden, veranderd, veranderde do (speak, strike) again, alter, double, (be given to) change, disguise, (be) diverse, pervert, prefer, repeat, return, do the second time 13 וַיִּשְׁנ֔וּ H8138 tweeden, veranderd, veranderde do (speak, strike) again, alter, double, (be given to) change, disguise, (be) diverse, pervert, prefer, repeat, return, do the second time 14 וַיֹּ֥אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 15 שַׁלֵּ֖שׁוּ H8027 derden, drie, driejarige do the third time, (divide into, stay) three (days, -fold, parts, years old) 16 וַיְשַׁלֵּֽשׁוּ H8027 derden, drie, driejarige do the third time, (divide into, stay) three (days, -fold, parts, years old)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 Dat het water rondom het altaar liep; daartoe vulde hij ook de groeve met water.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 Dat het waterH4325 rondomH5439 het altaarH4196 liepH3212; daartoe vuldeH4390 hij ookH1571 de groeveH8585 met waterH4325. Dat het water rondom het altaar liep; daartoe vulde hij ook de groeve met water.

KJV And the water2 ran1 round about3 the altar;4 and he filled8 the trench7 also with water.9

1 וַיֵּלְכ֣וּ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 2 הַמַּ֔יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 3 סָבִ֖יב H5439 rondom, Rondom, omgangen (place, round) about, circuit, compass, on every side 4 לַמִּזְבֵּ֑חַ H4196 altaar, altaren, altaars altar 5 וְגַ֥ם H1571 ook, zelfs, ja again, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea 6 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 7 הַתְּעָלָ֖ה H8585 watergang, groeve, heelpleisters conduit, cured, healing, little river, trench, watercourse 8 מִלֵּא H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 9 מָֽיִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 Het geschiedde nu, als men het spijsoffer offerde, dat de profeet Elia naderde, en zeide: HEERE, God van Abraham, Izak en Israel, dat het heden bekend worde, dat Gij God in Israel zijt, en ik Uw knecht; en dat ik al deze dingen naar Uw woord gedaan heb.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 Het geschieddeH1961 nu, als men het spijsofferH4503 offerdeH5927, dat de profeetH5030 EliaH452 naderdeH5066, en zeideH559: HEEREH3068, GodH430 van AbrahamH85, IzakH3327 en IsraelH3478, dat het hedenH3117 bekendH3045 worde, datH3588 GijH859 GodH430 in IsraelH3478 zijt, en ikH589 Uw knechtH5650; en dat ik alH3605 dezeH428 dingen naar Uw woordH1697 gedaanH6213 heb. Het geschiedde nu, als men het spijsoffer offerde, dat de profeet Elia naderde, en zeide: HEERE, God van Abraham, Izak en Israel, dat het heden bekend worde, dat Gij God in Israel zijt, en ik Uw knecht; en dat ik al deze dingen naar Uw woord gedaan heb.

KJV And it came to pass at the time of the offering2 of the evening sacrifice,3 that Elijah5 the prophet6 came near,4 and said,7 LORD8 God9 of Abraham,10 Isaac,11 and of Israel,12 let it be known14 this day13 that thou art God17 in Israel,18 and that I am thy servant,20 and that I have done22 all these things at thy word.21

1 וַיְהִ֣י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בַּעֲל֣וֹת H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 3 הַמִּנְחָ֗ה H4503 spijsoffer, geschenk, geschenken gift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice 4 וַיִּגַּ֞שׁ H5066 trad, naderde, naderen (make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand 5 אֵלִיָּ֣הוּ H452 Elia Elijah, Eliah 6 הַנָּבִיא֮ H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 7 וַיֹּאמַר֒ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 אֱלֹהֵי֙ H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 10 אַבְרָהָם֙ H85 Abraham, Abrahams, zoon Abraham 11 יִצְחָ֣ק H3327 Izak, Izaks Isaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק) 12 וְיִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 13 הַיּ֣וֹם H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 14 יִוָּדַ֗ע H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 15 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 16 אַתָּ֧ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 17 אֱלֹהִ֛ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 18 בְּיִשְׂרָאֵ֖ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 19 וַאֲנִ֣י H589 ik, mij I, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who 20 עַבְדֶּ֑ךָ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 21 וּבִדְבָרְךָ֣ H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 22 עָשִׂ֔יתִי H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 23 אֵ֥ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 24 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 25 הַדְּבָרִ֖ים H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 26 הָאֵֽלֶּה H428 deze, dit, dezen an-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 Antwoord mij, HEERE, antwoord mij; opdat dit volk erkenne, dat Gij, o HEERE, die God zijt, en dat Gij hun hart achterwaarts omgewend hebt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 AntwoordH6030 mij, HEEREH3068, antwoordH6030 mij; opdat dit volkH5971 erkenneH3045, dat GijH859, o HEEREH3068, die GodH430 zijt, en dat GijH859 hun hartH3820 achterwaartsH322 omgewendH5437 hebt. Antwoord mij, HEERE, antwoord mij; opdat dit volk erkenne, dat Gij, o HEERE, die God zijt, en dat Gij hun hart achterwaarts omgewend hebt.

KJV Hear1 me, O LORD,2 hear3 me, that this people5 may know4 that thou art the LORD9 God,10 and that thou hast turned12 ➔ their heart14 back again.15

1 עֲנֵ֤נִי H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 2 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 עֲנֵ֔נִי H6030 antwoordde, antwoorden, antwoordden give account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת) 4 וְיֵֽדְעוּ֙ H3045 weten, weet, bekend acknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot 5 הָעָ֣ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 6 הַזֶּ֔ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 7 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 אַתָּ֥ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 9 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 הָאֱלֹהִ֑ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 11 וְאַתָּ֛ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 12 הֲסִבֹּ֥תָ H5437 rondom, keerde, omgewend bring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back) 13 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 לִבָּ֖ם H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom 15 אֲחֹרַנִּֽית H322 achterwaarts back (-ward, again)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 Toen viel het vuur de HEEREN, en verteerde dat brandoffer, en dat hout, en die stenen, en dat stof, ja, lekte dat water op, hetwelk in de groeve was.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 Toen vielH5307 het vuurH784 de HEERENH3068, en verteerdeH398 dat brandofferH5930, en dat houtH6086, en die stenenH68, en dat stofH6083, ja, lekteH3897 dat waterH4325 op, hetwelkH834 in de groeveH8585 was. Toen viel het vuur de HEEREN, en verteerde dat brandoffer, en dat hout, en die stenen, en dat stof, ja, lekte dat water op, hetwelk in de groeve was.

KJV Then the fire2 of the LORD3 fell,1 and consumed4 the burnt sacrifice,6 and the wood,8 and the stones,10 and the dust,12 and licked up17 the water14 that was in the trench.16

1 וַתִּפֹּ֣ל H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 2 אֵשׁ H784 vuur, vuurs, vurige burning, fiery, fire, flaming, hot 3 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 4 וַתֹּ֤אכַל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 הָֽעֹלָה֙ H5930 brandoffer, brandofferen, brandoffers ascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל) 7 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 הָ֣עֵצִ֔ים H6086 hout, bomen, boom [phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood 9 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 הָאֲבָנִ֖ים H68 stenen, steen, gesteente [phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s) 11 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 הֶעָפָ֑ר H6083 stof, stofs, aarde ashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish 13 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 הַמַּ֥יִם H4325 water, wateren, waters [phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring)) 15 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 16 בַּתְּעָלָ֖ה H8585 watergang, groeve, heelpleisters conduit, cured, healing, little river, trench, watercourse 17 לִחֵֽכָה H3897 lekken, lekte, oplikken lick (up)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 Als nu het ganse volk dat zag, zo vielen zij op hun aangezichten, en zeiden: De HEERE is God, de HEERE is God!
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 Als nu het ganseH3605 volkH5971 dat zagH7200, zo vielenH5307 zij opH5921 hun aangezichtenH6440, en zeidenH559: De HEEREH3068 is GodH430, de HEEREH3068 is GodH430! Als nu het ganse volk dat zag, zo vielen zij op hun aangezichten, en zeiden: De HEERE is God, de HEERE is God!

KJV And when all the people3 saw1 it, they fell4 on their faces:6 and they said,7 The LORD,8 he is the God;10 the LORD,11 he is the God.13

1 וַיַּרְא֙ H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 2 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 3 הָעָ֔ם H5971 volk, volks, volken folk, men, nation, people 4 וַֽיִּפְּל֖וּ H5307 vallen, viel, gevallen be accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down 5 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 6 פְּנֵיהֶ֑ם H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 7 וַיֹּ֣אמְר֔וּ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 8 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 ה֣וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 10 הָאֱלֹהִ֔ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 11 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 12 ה֥וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 13 הָאֱלֹהִֽים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 En Elia zeide tot hen: Grijpt de profeten van Baal, dat niemand van hen ontkome. En zij grepen ze; en Elia voerde hen af naar de beek Kison, en slachtte hen aldaar.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 En EliaH452 zeideH559 tot hen: GrijptH8610 de profetenH5030 van BaalH1168, dat niemandH408 van hen ontkomeH4422. En zij grepenH8610 ze; en EliaH452 voerdeH3381 hen af naarH413 de beekH5158 KisonH7028, en slachtteH7819 hen aldaarH8033. En Elia zeide tot hen: Grijpt de profeten van Baal, dat niemand van hen ontkome. En zij grepen ze; en Elia voerde hen af naar de beek Kison, en slachtte hen aldaar.

KJV And Elijah2 said1 unto them, Take4 the prophets6 of Baal;7 let not one8 of them escape.10 And they took12 them: and Elijah14 brought them down13 to the brook16 Kishon,17 and slew18 them there.

1 וַיֹּאמֶר֩ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֵלִיָּ֨הוּ H452 Elia Elijah, Eliah 3 לָהֶ֜ם 4 תִּפְשׂ֣וּ H8610 gegrepen, grepen, handelen catch, handle, (lay, take) hold (on, over), stop, [idiom] surely, surprise, take 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 נְבִיאֵ֣י H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 7 הַבַּ֗עַל H1168 Baal, Baals Baal, (plural) Baalim 8 אִ֛ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 9 אַל H408 niet, geen, niemand nay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than 10 יִמָּלֵ֥ט H4422 ontkomen, ontkwam, bevrijden deliver (self), escape, lay, leap out, let alone, let go, preserve, save, [idiom] speedily, [idiom] surely 11 מֵהֶ֖ם 12 וַֽיִּתְפְּשׂ֑וּם H8610 gegrepen, grepen, handelen catch, handle, (lay, take) hold (on, over), stop, [idiom] surely, surprise, take 13 וַיּוֹרִדֵ֤ם H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 14 אֵלִיָּ֨הוּ֙ H452 Elia Elijah, Eliah 15 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 16 נַ֣חַל H5158 beek, beken, dal brook, flood, river, stream, valley 17 קִישׁ֔וֹן H7028 Kison Kishon, Kison 18 וַיִּשְׁחָטֵ֖ם H7819 slachten, slachtte, slachtten kill, offer, shoot out, slay, slaughter 19 שָֽׁם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
41 Daarna zeide Elia tot Achab: Trek op, eet en drink; want er is een geruis van een overvloedigen regen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

41 Daarna zeideH559 EliaH452 tot AchabH256: TrekH5927 op, eetH398 en drinkH8354; wantH3588 er is een geruisH6963 van een overvloedigenH1995 regenH1653. Daarna zeide Elia tot Achab: Trek op, eet en drink; want er is een geruis van een overvloedigen regen.

KJV And Elijah2 said1 unto Ahab,3 Get thee up,4 eat5 and drink;6 for there is a sound8 of abundance9 of rain.10

1 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֵלִיָּ֨הוּ֙ H452 Elia Elijah, Eliah 3 לְאַחְאָ֔ב H256 Achab, Achabs Ahab 4 עֲלֵ֖ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 5 אֱכֹ֣ל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 6 וּשְׁתֵ֑ה H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 7 כִּי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 ק֖וֹל H6963 stem, geluid, geruis [phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell 9 הֲמ֥וֹן H1995 menigte, veelheid, rumoer abundance, company, many, multitude, multiply, noise, riches, rumbling, sounding, store, tumult 10 הַגָּֽשֶׁם H1653 regen, plasregen, plasregens rain, shower
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
42 Alzo toog Achab op, om te eten en te drinken; maar Elia ging op naar de hoogte van Karmel, en breidde zich uit voorwaarts ter aarde; daarna legde hij zijn aangezicht tussen zijn knieen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

42 Alzo toogH5927 AchabH256 op, om te etenH398 en te drinkenH8354; maar EliaH452 ging op naarH413 de hoogteH7218 van KarmelH3760, en breiddeH1457 zich uit voorwaarts ter aardeH776; daarna legde hij zijn aangezichtH6440 tussenH996 zijn knieenH1290. Alzo toog Achab op, om te eten en te drinken; maar Elia ging op naar de hoogte van Karmel, en breidde zich uit voorwaarts ter aarde; daarna legde hij zijn aangezicht tussen zijn knieen.

Ook in dit vers leideH7760

KJV So Ahab2 went up1 to eat3 and to drink.4 And Elijah5 went up6 to the top8 of Carmel;9 and he cast himself down10 upon the earth,11 and put12 his face13 between his knees,15

1 וַיַּעֲלֶ֥ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 2 אַחְאָ֖ב H256 Achab, Achabs Ahab 3 לֶאֱכֹ֣ל H398 eten, gegeten, eet [idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite 4 וְלִשְׁתּ֑וֹת H8354 drinken, gedronken, drinkt [idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).) 5 וְאֵ֨לִיָּ֜הוּ H452 Elia Elijah, Eliah 6 עָלָ֨ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 7 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 8 רֹ֤אשׁ H7218 hoofd, hoofden, hoogte band, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top 9 הַכַּרְמֶל֙ H3760 Karmel, schonen velds, vruchtbaar land Carmel, fruitful (plentiful) field, (place) 10 וַיִּגְהַ֣ר H1457 breidde cast self down, stretch self 11 אַ֔רְצָה H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 12 וַיָּ֥שֶׂם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 13 פָּנָ֖יו H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 14 בֵּ֥ין H996 tussen among, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within 15 בִּרְכָּֽיו H1290 knieen, knie knee
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
43 En hij zeide tot zijn jongen: Ga nu op, en zie uit naar de zee. Toen ging hij op, en zag uit, en zeide: Er is niets. Toen zeide hij: Ga weder henen, zevenmaal.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

43 En hij zeideH559 totH413 zijn jongenH5288: Ga nu op, en zieH5027 uit naar de zeeH3220. Toen ging hij op, en zagH5027 uit, en zeideH559: Er is nietsH369. Toen zeideH559 hij: Ga weder henen, zevenmaalH7651. En hij zeide tot zijn jongen: Ga nu op, en zie uit naar de zee. Toen ging hij op, en zag uit, en zeide: Er is niets. Toen zeide hij: Ga weder henen, zevenmaal.

KJV And said1 to his servant,3 Go up4 now, look6 toward7 the sea.8 And he went up,9 and looked,10 and said,11 There is nothing.13 And he said,14 Go again15 seven16 times.17

1 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 אֶֽל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 נַעֲר֗וֹ H5288 jongen, jongeling, jongens babe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man) 4 עֲלֵֽה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 5 נָא֙ H4994 toch, doch, Och I beseech (pray) thee (you), go to, now, oh 6 הַבֵּ֣ט H5027 aanschouwen, aanschouwt, zag (cause to) behold, consider, look (down), regard, have respect, see 7 דֶּֽרֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 8 יָ֔ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 9 וַיַּ֨עַל֙ H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 10 וַיַּבֵּ֔ט H5027 aanschouwen, aanschouwt, zag (cause to) behold, consider, look (down), regard, have respect, see 11 וַיֹּ֖אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 12 אֵ֣ין H369 geen, niet, niemand else, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן) 13 מְא֑וּמָה H3972 iets, ding, niets fault, [phrase] no(-ught), ought, somewhat, any (no-)thing 14 וַיֹּ֕אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 15 שֻׁ֖ב H7725 wederkeren, keerde, keren ((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw 16 שֶׁ֥בַע H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 17 פְּעָמִֽים H6471 ditmaal, malen, tweemaal anvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
44 En het geschiedde op de zevende maal, dat hij zeide: Zie, een kleine wolk, als eens mans hand, gaat op van de zee. En hij zeide: Ga op, zeg tot Achab: Span aan, en kom af, dat u de regen niet ophoude.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

44 En het geschieddeH1961 op de zevende maalH7637, dat hij zeideH559: ZieH2009, een kleineH6996 wolkH5645, als eens mansH376 handH3709, gaat op van de zeeH3220. En hij zeideH559: Ga op, zegH559 totH413 AchabH256: SpanH631 aan, en komH3381 af, dat u de regenH1653 nietH3808 ophoudeH6113. En het geschiedde op de zevende maal, dat hij zeide: Zie, een kleine wolk, als eens mans hand, gaat op van de zee. En hij zeide: Ga op, zeg tot Achab: Span aan, en kom af, dat u de regen niet ophoude.

KJV And it came to pass at the seventh time,2 that he said,3 Behold, there ariseth9 a little6 cloud5 out of the sea,10 like a man's8 hand.7 And he said,11 Go up,12 say13 unto Ahab,15 Prepare16 thy chariot, and get thee down,17 that the rain20 stop19 thee not.

1 וַֽיְהִי֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בַּשְּׁבִעִ֔ית H7637 zevenden, zevende, zeven seventh (time) 3 וַיֹּ֗אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 4 הִנֵּה H2009 ziet, zie behold, lo, see 5 עָ֛ב H5645 wolken, wolk, dichte clay, (thick) cloud, [idiom] thick, thicket. Compare H5672 (עֲבִי) 6 קְטַנָּ֥ה H6996 kleinste, kleine, klein least, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est) 7 כְּכַף H3709 handen, hand, reukschaal branch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon 8 אִ֖ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 9 עֹלָ֣ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 10 מִיָּ֑ם H3220 zee, westen, zeeen sea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward) 11 וַיֹּ֗אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 12 עֲלֵ֨ה H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 13 אֱמֹ֤ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 14 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 15 אַחְאָב֙ H256 Achab, Achabs Ahab 16 אֱסֹ֣ר H631 gebonden, verbonden, binden bind, fast, gird, harness, hold, keep, make ready, order, prepare, prison(-er), put in bonds, set in array, tie 17 וָרֵ֔ד H3381 nederdalen, neder, nedergedaald [idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down 18 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 19 יַעַצָרְכָ֖ה H6113 opgehouden, besloten, beslotene [idiom] be able, close up, detain, fast, keep (self close, still), prevail, recover, refrain, [idiom] reign, restrain, retain, shut (up), slack, stay, stop, withhold (self) 20 הַגָּֽשֶׁם H1653 regen, plasregen, plasregens rain, shower
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
45 En het geschiedde ondertussen, dat de hemel van wolken en wind zwart werd; en er kwam een grote regen; en Achab reed weg, en toog naar Jizreel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

45 En het geschieddeH1961 ondertussenH5704, dat de hemelH8064 van wolkenH5645 en windH7307 zwartH6937 werdH1961; en er kwam een groteH1419 regenH1653; en AchabH256 reedH7392 weg, en toogH3212 naar JizreelH3157. En het geschiedde ondertussen, dat de hemel van wolken en wind zwart werd; en er kwam een grote regen; en Achab reed weg, en toog naar Jizreel.

KJV And it came to pass in the mean while,3 that the heaven6 was black7 with clouds8 and wind,9 and there was a great12 rain.11 And Ahab14 rode,13 and went15 to Jezreel.16

1 וַיְהִ֣י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 3 כֹּ֣ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 4 וְעַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 5 כֹּ֗ה H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 6 וְהַשָּׁמַ֨יִם֙ H8064 hemel, hemels, hemelen air, [idiom] astrologer, heaven(-s) 7 הִֽתְקַדְּרוּ֙ H6937 zwart, rouwdragenden, verdonkerd be black(-ish), be (make) dark(-en), [idiom] heavily, (cause to) mourn 8 עָבִ֣ים H5645 wolken, wolk, dichte clay, (thick) cloud, [idiom] thick, thicket. Compare H5672 (עֲבִי) 9 וְר֔וּחַ H7307 geest, Geest, wind air, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y) 10 וַיְהִ֖י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 11 גֶּ֣שֶׁם H1653 regen, plasregen, plasregens rain, shower 12 גָּד֑וֹל H1419 grote, groot, groten [phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very 13 וַיִּרְכַּ֥ב H7392 rijden, rijdende, reed bring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set 14 אַחְאָ֖ב H256 Achab, Achabs Ahab 15 וַיֵּ֥לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 16 יִזְרְעֶֽאלָה H3157 Jizreel, Jizreela Jezreel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
46 En de hand des HEEREN was over Elia, en hij gordde zijn lenden, en liep voor het aangezicht van Achab henen, tot daar men te Jizreel komt.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

46 En de handH3027 des HEERENH3068 wasH1961 over EliaH452, en hij gorddeH8151 zijn lendenH4975, en liepH7323 voor het aangezichtH6440 van AchabH256 henen, tot daar men te JizreelH3157 komtH935. En de hand des HEEREN was over Elia, en hij gordde zijn lenden, en liep voor het aangezicht van Achab henen, tot daar men te Jizreel komt.

KJV And the hand1 of the LORD2 was on Elijah;5 and he girded up6 his loins,7 and ran8 before9 Ahab10 to the entrance12 of Jezreel.13

1 וְיַד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 2 יְהוָ֗ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 הָֽיְתָה֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 5 אֵ֣לִיָּ֔הוּ H452 Elia Elijah, Eliah 6 וַיְשַׁנֵּ֖ס H8151 gordde gird up 7 מָתְנָ֑יו H4975 lenden, lendenen, goede lenden [phrase] greyhound, loins, side 8 וַיָּ֨רָץ֙ H7323 liep, lopen, trawanten break down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post 9 לִפְנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 10 אַחְאָ֔ב H256 Achab, Achabs Ahab 11 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 12 בֹּאֲכָ֖ה H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 13 יִזְרְעֶֽאלָה H3157 Jizreel, Jizreela Jezreel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
1 Koningen 18:1 Lukas 4:25 Jakobus 5:17 1 Koningen 17:1 Deuteronomium 28:12 Leviticus 26:4 1 Koningen 18:15 1 Koningen 17:15 Openbaring 11:6
1 Koningen 18:2 2 Koningen 6:25 Spreuken 28:1 Jesaja 51:12 Psalmen 27:1 Leviticus 26:26 Psalmen 51:4 Joël 1:15 Deuteronomium 28:23
1 Koningen 18:3 Nehemia 7:2 1 Koningen 16:9 Nehemia 5:15 Genesis 24:2 Genesis 24:10 Genesis 39:9 Spreuken 14:26 Handelingen 10:35
1 Koningen 18:4 1 Koningen 18:13 Mattheüs 10:40 Mattheüs 25:35 Openbaring 17:4 Mattheüs 21:35 Hebreeën 11:38 Mattheüs 25:40 1 Koningen 13:16
1 Koningen 18:5 Joël 2:22 Joël 1:18 Jeremia 14:5 Romeinen 8:20 Habakuk 3:17 Psalmen 104:14
1 Koningen 18:6 Jeremia 14:3
1 Koningen 18:7 2 Koningen 1:6 Genesis 18:12 1 Samuël 20:41 Genesis 44:20 Genesis 18:2 Genesis 44:33 Numeri 12:11 Genesis 50:18
1 Koningen 18:8 1 Petrus 2:17 Romeinen 13:7 1 Koningen 18:3
1 Koningen 18:9 1 Koningen 18:12 Exodus 5:21 1 Koningen 17:18
1 Koningen 18:10 1 Koningen 17:1 1 Koningen 17:5 Psalmen 12:7 Jeremia 26:20 Psalmen 10:2 1 Koningen 17:9 1 Koningen 18:15 Johannes 8:59
1 Koningen 18:11 1 Koningen 18:14 1 Koningen 18:8
1 Koningen 18:12 2 Koningen 2:16 Handelingen 8:39 Ezechiël 8:3 Ezechiël 11:24 2 Koningen 2:11 1 Samuël 2:18 Daniël 2:5 Ezechiël 3:12
1 Koningen 18:13 1 Koningen 18:4 Mattheüs 25:35 1 Thessalonicenzen 2:9 Genesis 20:4 Psalmen 18:21 Handelingen 20:34 Mattheüs 10:41
1 Koningen 18:14 Mattheüs 10:28
1 Koningen 18:15 1 Koningen 17:1 1 Koningen 18:10 Psalmen 148:2 Lukas 2:13 Psalmen 103:21 Jesaja 6:3 Psalmen 24:8 Deuteronomium 1:38
1 Koningen 18:17 1 Koningen 21:20 Jozua 7:25 Handelingen 16:20 Handelingen 24:5 Jeremia 38:4 Handelingen 17:6 Jeremia 26:8 Amos 7:10
1 Koningen 18:18 2 Kronieken 15:2 1 Koningen 9:9 1 Koningen 16:31 Handelingen 24:13 1 Koningen 21:25 Spreuken 13:21 Ezechiël 3:8 Handelingen 24:20
1 Koningen 18:19 Jozua 19:26 1 Koningen 16:33 2 Koningen 2:25 1 Koningen 19:1 2 Koningen 9:22 2 Petrus 2:1 Amos 9:3 Openbaring 2:20
1 Koningen 18:20 1 Koningen 22:9
1 Koningen 18:21 Mattheüs 6:24 Jozua 24:15 1 Samuël 7:3 2 Koningen 17:41 2 Korinthe 6:14 1 Korinthe 10:21 Openbaring 3:15 Sefanja 1:5
1 Koningen 18:22 1 Koningen 19:10 1 Koningen 19:14 1 Koningen 20:35 1 Koningen 22:6 1 Koningen 20:38 1 Koningen 18:19 1 Koningen 20:32 2 Petrus 2:1
1 Koningen 18:24 1 Koningen 18:38 1 Kronieken 21:26 Leviticus 9:24 2 Kronieken 7:3 2 Samuël 14:19 Richteren 6:21 Jesaja 39:8 2 Kronieken 7:1
1 Koningen 18:26 Jeremia 10:5 1 Korinthe 12:2 1 Korinthe 8:4 Daniël 5:23 Jesaja 45:20 Jesaja 37:38 Jesaja 44:17 Sefanja 1:9
1 Koningen 18:27 Psalmen 44:23 Psalmen 78:65 Psalmen 121:4 Jesaja 41:23 Jesaja 8:9 Prediker 11:9 Ezechiël 20:39 Mattheüs 26:45
1 Koningen 18:28 Leviticus 19:28 Deuteronomium 14:1 Markus 5:5 Micha 6:7 Markus 9:22
1 Koningen 18:29 Exodus 29:41 1 Koningen 18:26 2 Timotheüs 3:8 1 Korinthe 11:4 1 Koningen 22:12 1 Koningen 22:10 Exodus 29:39 1 Samuël 18:10
1 Koningen 18:30 2 Kronieken 33:16 1 Koningen 19:10 1 Koningen 19:14 Romeinen 11:3
1 Koningen 18:31 Genesis 35:10 2 Koningen 17:34 Genesis 32:28 Jozua 4:3 Jozua 4:20 Jesaja 48:1 Efeze 4:4 Efeze 2:20
1 Koningen 18:32 Kolossenzen 3:17 Richteren 6:26 1 Samuël 7:17 Richteren 21:4 1 Samuël 7:9 1 Korinthe 10:31 Exodus 20:24
1 Koningen 18:33 Genesis 22:9 Leviticus 1:6 Richteren 6:20 Daniël 3:25 Johannes 11:39 Daniël 3:19 Johannes 19:33
1 Koningen 18:34 2 Korinthe 4:2 2 Korinthe 8:21
1 Koningen 18:35 1 Koningen 18:38 1 Koningen 18:32
1 Koningen 18:36 Exodus 3:6 1 Koningen 18:29 1 Koningen 8:43 Numeri 16:28 2 Koningen 19:19 Handelingen 10:30 Ezechiël 36:23 Genesis 46:3
1 Koningen 18:37 Maleachi 4:5 Genesis 32:28 Lukas 11:8 Jakobus 5:16 2 Kronieken 14:11 1 Koningen 18:36 Daniël 9:17 Jeremia 31:18
1 Koningen 18:38 Leviticus 9:24 Richteren 6:21 1 Kronieken 21:26 Job 1:16 2 Kronieken 7:1 Leviticus 10:2 2 Koningen 1:12 Genesis 15:17
1 Koningen 18:39 1 Koningen 18:24 1 Koningen 18:21 1 Kronieken 21:16 Handelingen 4:16 2 Kronieken 7:3 Richteren 13:20 Johannes 5:35 Handelingen 2:37
1 Koningen 18:40 Deuteronomium 18:20 Deuteronomium 13:5 Richteren 5:21 Richteren 4:7 2 Koningen 10:24 Zacharia 13:2 Openbaring 20:10 Jeremia 48:10
1 Koningen 18:41 Prediker 9:7 Handelingen 27:34 1 Koningen 18:1 1 Koningen 17:1
1 Koningen 18:42 Handelingen 10:9 Jesaja 6:2 Jozua 7:6 Psalmen 89:7 Mattheüs 14:23 Ezra 9:6 1 Koningen 19:13 Jakobus 5:16
1 Koningen 18:43 Lukas 18:7 Habakuk 2:3 Hebreeën 10:36 Genesis 32:26 Efeze 6:18 Lukas 18:1 Psalmen 5:3
1 Koningen 18:44 Lukas 12:54 Micha 1:13 1 Samuël 6:7 1 Samuël 6:10 Zacharia 4:10 Job 8:7
1 Koningen 18:45 1 Koningen 21:1 1 Koningen 21:23 Jozua 17:16 2 Samuël 2:9 Jozua 19:18 1 Koningen 18:39 2 Koningen 9:16 2 Samuël 21:14
1 Koningen 18:46 2 Koningen 3:15 2 Koningen 4:29 Jeremia 1:17 Ezechiël 3:14 2 Koningen 9:1 Jesaja 8:11 Ezechiël 1:3 1 Petrus 1:13
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
1 Koningen 18 vers 1

vele dagen, Te weten, drie jaren en zes maanden; Luc. 4:25, en Jak. 5:17.

Hertaald: vele dagen, Namelijk: drie jaar en zes maanden; Luk. 4:25, en Jak. 5:17.

in het derde jaar, Te weten, nadat hij bij de weduwe in Sarepta was geherbergd geweest. Zie 1 Kon. 17:7.

Hertaald: in het derde jaar, Namelijk: nadat hij bij de weduwe in Zarfath onderdak gekregen had. Zie 1 Kon. 17:7.

vertoon u aan Achab; Om hem van mijnentwege den regen te beloven en te gebieden, dat hij de priesters van Baäl op den berg Karmel doe vergaderen. Zie onder, vs.19 en de volgende.

Hertaald: vertoon u aan Achab; Om hem namens Mij de regen te beloven en hem te gebieden dat hij de priesters van Baäl op de berg Karmel laat samenkomen. Zie hieronder vers 19 en volgende.

1 Koningen 18 vers 2

in Samaria Versta dit, niet alleen van de stad Samaria, maar van het ganse koninkrijk Israëls.

Hertaald: in Samaria Versta dit niet alleen van de stad Samaria, maar van het hele koninkrijk Israël.

1 Koningen 18 vers 3

Obadja, Hebreeuws, Obadjahu; die te onderscheiden is van anderen, de dezen naam gehad hebben, 1 Kron. 27:19, en 2 Kron. 34:12, en van den profeet Obadja, Ob. 1:1, tenware hij dezelfde geweest ware, gelijk enigen gemeend hebben.

Hertaald: Obadja, Hebreeuws: Obadjahu; hij moet onderscheiden worden van anderen die deze naam gedragen hebben, 1 Kron. 27:19, en 2 Kron. 34:12, en van de profeet Obadja, Obadja 1:1 — tenzij hij dezelfde geweest zou zijn, zoals sommigen gemeend hebben.

den hofmeester, Hebreeuws, die over zijn huis was; dat is, zijn hofmeester. Zie boven, 1 Kon. 4:6, en 1 Kon. 16:9.

Hertaald: den hofmeester, Hebreeuws: die over zijn huis was; dat is: zijn hofmeester. Zie hierboven 1 Kon. 4:6 en 1 Kon. 16:9.

1 Koningen 18 vers 4

bij vijftig man Hebreeuws, vijftig man in een spelonk; te weten, en vijftig in een andere, dat is, bij, met, of elke vijftig samen.

Hertaald: bij vijftig man Hebreeuws: vijftig man in een spelonk; namelijk vijftig in de ene en vijftig in de andere, dat is: telkens vijftig bij elkaar.

met brood en water Dat is, met spijs en drank. Zie boven, 1 Kon. 13:8.

Hertaald: met brood en water Dat is: met eten en drinken. Zie hierboven 1 Kon. 13:8.

1 Koningen 18 vers 5

gras vinden, Het Hebreeuwse woord betekent allerlei kruid, hetwelk den beesten tot voeder dient, groeiende in onbebouwde plaatsen, en dat met de zeisen afgemaaid en onder het hooi gerekend wordt. Vergelijk Job 8:12, en Job 40:10; Ps. 104:14, en Ps. 129:6, en Ps. 147:8.

Hertaald: gras vinden, Het Hebreeuwse woord betekent allerlei gewas dat de dieren tot voeder dient, dat op onbebouwde plaatsen groeit en dat met de zeis gemaaid en tot het hooi gerekend wordt. Vergelijk Job 8:12, en Job 40:10; Ps. 104:14, en Ps. 129:6, en Ps. 147:8.

niets uitroeien Te weten, mits die door onachtzaamheid van voeder onverzorgd te laten.

Hertaald: niets uitroeien Namelijk: doordat wij ze uit achteloosheid zonder voeder zouden laten.

1 Koningen 18 vers 7

hem Elia tegemoet; Hebreeuws, in zijn ontmoeting.

Hertaald: hem Elia tegemoet; Hebreeuws: in zijn ontmoeting.

viel hij Te weten, om hem burgerlijke eer te bewijzen, naar de manier des lands. Zie Gen. 18:2.

Hertaald: viel hij Namelijk: om hem naar de gewoonte van het land eerbetoon te bewijzen. Zie Gen. 18:2.

1 Koningen 18 vers 9

Wat heb ik Hij wil zeggen dat Elia, hem bevelende hetgeen in vs.8 vermeld is, hem niets goeds scheen te gunnen, alsof hij zich ergens in misdaan had; want hij kon dat bevel niet wel volbrengen, zonder zijn leven in groot gevaar bij Achab te stellen. De reden hiervan verhaald hij onder, vs.12.

Hertaald: Wat heb ik Hij wil zeggen dat Elia, door hem op te dragen wat in vers 8 vermeld is, hem niets goeds leek te gunnen, alsof hij zich ergens aan misdragen had; want hij kon die opdracht niet goed uitvoeren zonder zijn leven bij Achab in groot gevaar te brengen. De reden daarvan vertelt hij hieronder in vers 12.

1 Koningen 18 vers 10

zoeken; Voeg hierbij de straf, die in het eedzweren van de Hebreën verzwegen wordt, als: God doe mij dit of dat, enz. Zie Gen. 14:23.

Hertaald: zoeken; Vul hierbij de straf aan die de Hebreeën bij het zweren onuitgesproken laten, zoals: God doe mij dit of dat, enzovoort. Zie Gen. 14:23.

dat koninkrijk Achab had niet alleen in zijn land mannen uitgezonden, om Elia te zoeken, maar ook verzocht aan enige naburige koninkrijken en volken, die met hem in vriendschap stonden, hetzelfde onder hun gebied te willen doen; welke toen zij daarna zeiden, dat zij hem niet hadden kunnen vinden, begeerde hij dat zij de waarheid van hun zeggen met een eed bevestigen zouden.

Hertaald: dat koninkrijk Achab had niet alleen in zijn eigen land mannen uitgezonden om Elia te zoeken, maar ook enkele naburige koninkrijken en volken waarmee hij op goede voet stond gevraagd hetzelfde in hun gebied te doen. Toen zij daarna zeiden dat zij hem niet hadden kunnen vinden, verlangde hij dat zij de waarheid van hun woord met een eed zouden bevestigen.

1 Koningen 18 vers 12

Geest des HEEREN Versta dit van den Heiligen Geest, die dit doen kon door zijn goddelijke kracht, of door middelen, naar zijn welgevallen.

Hertaald: Geest des HEEREN Versta hieronder de Heilige Geest, Die dit kon doen door Zijn goddelijke kracht of door middelen, naar Zijn welbehagen.

u wegnam, Dat dit geschieden kon en somtijds geschied is, kan men afnemen uit 2 Kon. 2:16; Hand. 8:39.

Hertaald: u wegnam, Dat dit kon gebeuren en soms ook gebeurd is, kan men opmaken uit 2 Kon. 2:16; Hand. 8:39.

dat Achab Te weten, dat gij hier tegenwoordig zijt, en bereid om met hem te spreken.

Hertaald: dat Achab Namelijk: dat u hier aanwezig bent en bereid om met hem te spreken.

mij doden; Te weten, als een die hem door leugentaal zou bedrogen en bespot hebben.

Hertaald: mij doden; Namelijk: als iemand die hem met leugentaal bedrogen en bespot zou hebben.

knecht, Dat is, ik die tot uw dienst genegen en bereid ben; alzo in vs.13. Vergelijk boven, 1 Kon. 1:51.

Hertaald: knecht, Dat is: ik, die bereid en gewillig ben om u te dienen; zo ook in vers 13. Vergelijk hierboven 1 Kon. 1:51.

1 Koningen 18 vers 13

elk vijftig man Hebreeuws, een vijftig een vijftig man; dat is, in een spelonk vijftig, en in een andere vijftig; of elke vijftig in een spelonk. Zie Gen. 7:2.

Hertaald: elk vijftig man Hebreeuws: een vijftig, een vijftig man; dat is: in de ene spelonk vijftig en in de andere vijftig; of: telkens vijftig in één spelonk. Zie Gen. 7:2.

1 Koningen 18 vers 15

de HEERE Versta, door de heirscharen, alle schepselen, hemelse en aardse, zienlijke en onzienlijke, redelijke en redeloze, levende en levenloze. De redenen om welke zij heiren genoemd worden, zie Gen. 2:1. Dezer aller opperste Heere is God; niet alleen, omdat Hij hen allen geschapen heeft en nog onderhoudt, zodat zij eigenlijk hem alleen toebehoren, maar ook omdat Hij hen zo regeert, dat zij hem steeds in het uitvoeren van zijn heiligen wil in grote menigte ten dienste staan; en werd deze naam Gode dikwijls toegeschreven gelijk 1 Sam. 1:3, en 1 Sam. 4:4; 2 Sam. 5:10; Ps. 24:10; Jes. 1:9, enz.

Hertaald: de HEERE Versta onder de legermachten alle schepselen: hemelse en aardse, zichtbare en onzichtbare, redelijke en redeloze, levende en levenloze. Waarom zij legers genoemd worden, zie Gen. 2:1. God is de opperste HEERE van deze alle; niet alleen omdat Hij hen alle geschapen heeft en nog onderhoudt, zodat zij eigenlijk alleen Hem toebehoren, maar ook omdat Hij hen zo regeert dat zij Hem voortdurend in groten getale ten dienste staan bij het uitvoeren van Zijn heilige wil. Deze naam wordt vaak aan God toegeschreven, zoals in 1 Sam. 1:3, en 1 Sam. 4:4; 2 Sam. 5:10; Ps. 24:10; Jes. 1:9, enzovoort.

voor Wiens Alzo boven, 1 Kon. 17:1. Zie Deut. 10:8.

Hertaald: voor Wiens Zo ook hierboven 1 Kon. 17:1. Zie Deut. 10:8.

ik zal voorzeker Dat is, zo waar is het dat ik heden voor Achab zal verschijnen, als het waarachtig is dat de Heere leeft.

Hertaald: ik zal voorzeker Dat is: het is even zeker dat ik vandaag voor Achab zal verschijnen als het waar is dat de HEERE leeft.

1 Koningen 18 vers 16

zeide het hem Te weten, dat Elia kwam en begeerde voor hem te verschijnen.

Hertaald: zeide het hem Namelijk: dat Elia gekomen was en voor hem wilde verschijnen.

ging Elia tegemoet Niet om hem met vriendelijke eerbieding, maar met smadige scheldwoorden te onthalen, en te beschuldigen over de langdurige droogte.

Hertaald: ging Elia tegemoet Niet om hem met vriendelijke eerbied te ontvangen, maar met smadelijke scheldwoorden, en om hem van de langdurige droogte te beschuldigen.

1 Koningen 18 vers 17

beroerder Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk, beroerte, moeite en onrust, verenigd met kommer en ontstelling des harten, door woorden en werken aanrichten. Vergelijk Gen. 34:30; Joz. 7:25; Richt. 11:35; Spr. 15:27. Hierover wordt Elia van Achab beschuldigd, niet alleen omdat hij de afgoderij gams tegen was, maar ook omdat hij hem meende te zijn de oorzaak van de droogte en van den honger, waarmede het land nu lang was geplaagd geweest.

Hertaald: beroerder Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk: door woorden en daden beroering, moeite en onrust veroorzaken, gepaard met kommer en ontsteltenis van het hart. Vergelijk Gen. 34:30; Joz. 7:25; Richt. 11:35; Spr. 15:27. Hiervan wordt Elia door Achab beschuldigd, niet alleen omdat hij volstrekt tegen de afgoderij was, maar ook omdat hij hem de oorzaak achtte van de droogte en de honger waarmee het land nu lang geplaagd was geweest.

1 Koningen 18 vers 18

Baäls nagevolgd zijt Zie boven, 1 Kon. 16:31.

Hertaald: Baäls nagevolgd zijt Zie hierboven 1 Kon. 16:31.

1 Koningen 18 vers 19

Nu dan, Te weten, opdat gij van deze droogte verlost wordt. Want in dat bevel is de belofte begrepen, dat God het land van die verlossen zou, indien hij dit nakwam.

Hertaald: Nu dan, Namelijk: opdat u van deze droogte verlost wordt. Want in dat bevel ligt de belofte besloten dat God het land ervan zou verlossen als hij het zou nakomen.

Karmel, Gelegen in den stam van Issaschar bij de Middellandse zee, Joz. 19:26; Jer. 46:18. Deze berg was zeer hoog, Am. 9:3, wel bewassen met bomen, wijngaarden en welriekende kruiden; in somma, zeer vruchtbaar, Jes. 35:2; op deze berg heeft zich ook de profeet Elisa onthouden, 2 Kon. 4:25, en is te onderscheiden van den berg Karmel, gelegen in den stam van Juda, in de woestijn Maon, waar Nabal woonde; 1 Sam. 25:2.

Hertaald: Karmel, Gelegen in de stam Issaschar bij de Middellandse Zee, Joz. 19:26; Jer. 46:18. Deze berg was zeer hoog, Amos 9:3, en rijk begroeid met bomen, wijngaarden en welriekende kruiden; kortom, zeer vruchtbaar, Jes. 35:2. Op deze berg heeft ook de profeet Elisa verbleven, 2 Kon. 4:25. Hij moet onderscheiden worden van de berg Karmel in de stam Juda, in de woestijn Maon, waar Nabal woonde; 1 Sam. 25:2.

van het bos, Te weten, het afgodische bos, waarvan te zien is boven, 1 Kon. 16:33. Van zulke bossen, zie Ex. 34:13; Deut. 7:5, met de aantekeningen. Anders, bosgod, of, boomgod.

Hertaald: van het bos, Namelijk: het afgodische bos, waarover hierboven 1 Kon. 16:33 te raadplegen is. Over zulke bossen, zie Ex. 34:13; Deut. 7:5, met de aantekeningen daar. Anders: bosgod, of: boomgod.

van de tafel Of, aan de tafel.

Hertaald: van de tafel Of: aan de tafel.

1 Koningen 18 vers 21

op twee gedachten? Anders, springende op twee takken; want het Hebreeuwse woord betekent ook een tak, gelijk Jes. 17:6, maar voor gedachten wordt het genomen Job 4:13, en Job 20:2. Hij beschuldigt hen van twee dingen:<i>I.</i> Dat zij God en Baäl tezamen wilden dienen;<i>II.</i> Dat zij niet besloten, wien van beiden alleen zij zouden aanhangen, dewijl zij wel behoorden geweten te hebben, dat er maar één God is.

Hertaald: op twee gedachten? Anders: springend op twee takken; want het Hebreeuwse woord betekent ook een tak, zoals in Jes. 17:6, maar in Job 4:13 en Job 20:2 wordt het gebruikt voor gedachten. Hij beschuldigt hen van twee dingen: I. dat zij God en Baäl tegelijk wilden dienen; II. dat zij geen keuze maakten wie van beiden zij alleen zouden aanhangen, terwijl zij toch hadden moeten weten dat er maar één God is.

God is, Dat is, die enige en ware God, wien men alleen de godsdienstige eer schuldig is.

Hertaald: God is, Dat is: die enige en ware God, aan Wie men alleen de godsdienstige eer verschuldigd is.

1 Koningen 18 vers 22

alleen Te weten, die de waarheid van de leer en de zuiverheid van den godsdienst in Israël openlijk verdedig en voorsta, zijnde de andere profeten of gestorven, of vermoord, of verjaagd en in spelonken schuilende.

Hertaald: alleen Namelijk: die de waarheid van de leer en de zuiverheid van de eredienst in Israël openlijk verdedig en voorsta, aangezien de andere profeten gestorven, vermoord of verjaagd waren en zich in spelonken schuilhielden.

vierhonderd en vijftig Men houdt dat onder dezen niet begrepen zijn enigen der vierhonderd profeten der afgodische boschaadje, die Elia mede tot deze verzameling had laten roepen, boven, vs.19, maar dat Izebel die zou achtergehouden hebben, en geboden niet te verschijnen, hetwelk wordt afgenomen uit hetgeen verhaald wordt onder, 1 Kon. 22:6. Zie aldaar de aantekeningen.

Hertaald: vierhonderd en vijftig Men neemt aan dat hieronder niet de vierhonderd profeten van het afgodische bos begrepen zijn, die Elia ook naar deze samenkomst had laten roepen, hierboven vers 19, maar dat Izebel hen zou hebben tegengehouden en bevolen niet te verschijnen. Dat wordt afgeleid uit wat hieronder in 1 Kon. 22:6 verteld wordt. Zie de aantekeningen daar.

1 Koningen 18 vers 23

leggen, en geen vuur Hebreeuws eigenlijk, geven.

Hertaald: leggen, en geen vuur Hebreeuws letterlijk: geven.

1 Koningen 18 vers 24

door vuur Versta, met het zenden des vuurs van den hemel, om door hetzelve de offerande aan te steken en te verteren, tot een bewijs wie de ware God, welke de rechte leer en zuivere godsdienst was.

Hertaald: door vuur Versta hieronder: door vuur uit de hemel te zenden, om daarmee het offer aan te steken en te verteren, als bewijs wie de ware God was en wat de juiste leer en de zuivere eredienst waren.

God zijn Gelijk boven, vs.21.

Hertaald: God zijn Zoals hierboven in vers 21.

Dat woord is goed Of, die zaak.

Hertaald: Dat woord is goed Of: die zaak.

1 Koningen 18 vers 26

dien hij hun Dat is, die Elia recht tevoren hun toegelaten had te kiezen. Zie boven, vs.23.

Hertaald: dien hij hun Dat is: die Elia hun vlak daarvoor had toegestaan te kiezen. Zie hierboven vers 23.

zij sprongen Versta dit van het altaar, dat Elia gemaakt had, hetwelk zij uit enkele kwaadheid met hun bespringen zochten om te stoten, hen gelatende door den ijver van een profetischen geest hiertoe gedreven te zijn. Zie onder, vs.29,30.

Hertaald: zij sprongen Versta dit van het altaar dat Elia gemaakt had; uit pure kwaadaardigheid probeerden zij dat met hun springen omver te stoten, terwijl zij zich voordeden alsof zij daartoe gedreven werden door de ijver van een profetische geest. Zie hieronder vers 29, 30.

tegen het altaar, Of, op over.

Hertaald: tegen het altaar, Of: op, over.

1 Koningen 18 vers 27

hij in gepeins is, Dat is, omdat hij wat heeft te denken, en met zijn zinnen te overleggen; of omdat hij met iemand heeft te spreken. Want het Hebreeuwse woord betekent zowel met den mond spreken als met het hart iets bedenken.

Hertaald: hij in gepeins is, Dat is: omdat hij iets te bedenken heeft en bij zichzelf te overwegen; of omdat hij met iemand te spreken heeft. Want het Hebreeuwse woord betekent zowel met de mond spreken als in het hart iets overdenken.

wat te doen heeft, Anders, vervolg heeft; te weten, waardoor hij wordt aangezocht van anderen of hij zelf anderen zoekt en najaagt als mensen of beesten.

Hertaald: wat te doen heeft, Anders: op weg is; namelijk doordat hij door anderen gezocht wordt, of doordat hij zelf anderen zoekt en najaagt, mensen of dieren.

en zal wakker worden Te weten, indien gij luide genoeg roept.

Hertaald: en zal wakker worden Namelijk: als u maar luid genoeg roept.

1 Koningen 18 vers 28

wijze, Met welke zij de ijdele heidenen navolgen, Deut. 14:1, gelijk degenen, die zichzelven uit schijnheiligheid geselen, dat zij hun eigen bloed storten, navolgers van beiden zijn.

Hertaald: wijze, Daarmee volgen zij de ijdele heidenen na, Deut. 14:1; net zoals degenen die zichzelf uit schijnheiligheid geselen tot bloedens toe, navolgers van beiden zijn.

totdat zij bloed Anders, totdat zij met bloed overgoten waren.

Hertaald: totdat zij bloed Anders: totdat zij met bloed overgoten waren.

1 Koningen 18 vers 29

profeteerden Dat is, met hun uitwendig gelaat en gebaren zich zo aanstellen, alsof zij door den geest der profetie in vertrekking der zinnen geweest waren. Zie 1 Sam. 18:10.

Hertaald: profeteerden Dat is: zich met hun uiterlijk en hun gebaren zo aanstellen alsof zij door de geest van de profetie in vervoering waren. Zie 1 Sam. 18:10.

spijsoffer Hetwelk binnen Jeruzalem geschiedde in het laatste kwartier des daags, of, gelijk de Schriftuur spreekt, tussen twee avonden. Zie Ex. 29:41; Hand. 3:1. Alzo werd ook dagelijks een spijsoffer geofferd des morgens; Ex. 29:39; 2 Kon. 3:20.

Hertaald: spijsoffer Dat gebeurde in Jeruzalem in het laatste deel van de dag, of, zoals de Schrift het zegt, tussen de twee avonden. Zie Ex. 29:41; Hand. 3:1. Zo werd er 's morgens ook dagelijks een spijsoffer geofferd; Ex. 29:39; 2 Kon. 3:20.

1 Koningen 18 vers 30

altaar des HEEREN, Hetwelk hij tevoren gemaakt, en de profeten Baäls met hun springen verbroken hadden. Zie boven, vs.26.

Hertaald: altaar des HEEREN, Dat hij eerder gemaakt had en dat de profeten van Baäl met hun springen kapotgemaakt hadden. Zie hierboven vers 26.

1 Koningen 18 vers 31

Elia Hij wilde tonen met deze daad dat de twaalf stammen, niettegenstaande hun scheuring in de politie, evenwel behoorden tezamen verenigd te zijn in den godsdienst, om den Heere gelijkelijk met vermijding van alle afgoderij en ijdele superstitie naar zijn woord den schuldigen dienst en eer te bewijzen.

Hertaald: Elia Met deze daad wilde hij laten zien dat de twaalf stammen, ondanks hun scheuring in staatkundig opzicht, toch in de godsdienst verenigd behoorden te zijn, om de HEERE gezamenlijk naar Zijn woord de verschuldigde dienst en eer te bewijzen, met vermijding van alle afgoderij en ijdel bijgeloof.

1 Koningen 18 vers 32

hij bouwde Dit is een extraordinair werk geweest, komende van een speciaal en bijzonder bevel Gods, en daarom uit te nemen van den algemenen regel; Lev. 17:3; Deut. 12:13-14.

Hertaald: hij bouwde Dit is een buitengewoon werk geweest, voortkomend uit een speciaal en bijzonder bevel van God, en daarom uit te zonderen van de algemene regel; Lev. 17:3; Deut. 12:13-14.

in den Naam des HEEREN; Dat is, uit last en bevel van God en tot zijn eer. Zie onder, vs.36.

Hertaald: in den Naam des HEEREN; Dat is: in opdracht en op bevel van God en tot Zijn eer. Zie hieronder vers 36.

groeve Of, een waterloop.

Hertaald: groeve Of: een waterloop.

naar de wijdte Hebreeuws, naar het huis van twee maten zaads; dat is, naar de wijdte. Sommigen verstaan dat de groef zo wijd was als een zak, waar men twee maten zaads in deed; of twee maten zaads in konden gaan. Anderen verstaan dit van de wijdte niet der groef, maar der ruimte, die tussen de groef en het altaar is, begrijpende zoveel plaats als met twee maten zaads kan bezaaid worden.

Hertaald: naar de wijdte Hebreeuws: naar het huis van twee maten zaad; dat is: naar de wijdte. Sommigen verstaan hieronder dat de greppel zo wijd was als een zak waar men twee maten zaad in deed, of waar twee maten zaad in konden. Anderen betrekken dit niet op de wijdte van de greppel, maar op de ruimte tussen de greppel en het altaar, die zoveel plaats besloeg als men met twee maten zaad kan bezaaien.

maten zaads Zie van deze maat Gen. 18:6.

Hertaald: maten zaads Zie over deze maat Gen. 18:6.

1 Koningen 18 vers 34

kruiken Of, emmers.

Hertaald: kruiken Of: emmers.

met water, De profeet heeft dit water willen gebruiken, en dat in groten overvloed, om alle kwaad nadenken te benemen, en het wonderwerk, dat geschieden zou, te beter openbaar te maken.

Hertaald: met water, De profeet heeft dit water willen gebruiken, en dat in grote overvloed, om elke kwade verdenking weg te nemen en het wonder dat zou gebeuren des te duidelijker te laten uitkomen.

1 Koningen 18 vers 35

groeve met water Van welke boven, vs.32 gesproken is.

Hertaald: groeve met water Waarover hierboven in vers 32 gesproken is.

1 Koningen 18 vers 36

als men Zie boven, vs.29.

Hertaald: als men Zie hierboven vers 29.

naderde, Te weten, tot het altaar.

Hertaald: naderde, Namelijk: tot het altaar.

van Abraham, Deze naam Gods moest den Israëlieten indachtig maken dat zij en de Joden niet alleen dezelfde vleselijke afkomst hadden, die hen tot enigheid moest vermanen; maar ook in de gemeenschap der heilige leer en godsdienst, door middel dezer vaderen van God ontvangen, behoorden te volharden. Vergelijk de aantekeningen op Gen. 26:24.

Hertaald: van Abraham, Deze naam van God moest de Israëlieten eraan herinneren dat zij en de Joden niet alleen dezelfde natuurlijke afkomst hadden, die hen tot eenheid moest aansporen, maar dat zij ook behoorden te volharden in de gemeenschap van de heilige leer en eredienst, die zij door middel van deze vaderen van God ontvangen hadden. Vergelijk de aantekeningen bij Gen. 26:24.

al deze dingen Versta, niet alleen van hetgeen alreeds voor hem gedaan was, maar ook nog gedaan zou worden.

Hertaald: al deze dingen Versta hieronder niet alleen wat al vóór hem gedaan was, maar ook wat nog gedaan zou worden.

1 Koningen 18 vers 37

Antwoord mij, Dat is, verhoor mij, en openbaar door een zichtbaar teken, dat Gij mij verhoord hebt, doende vuur uit den hemel vallen om mijn offerande te verteren, gelijk ik het volk naar uw bevel dit teken gegeven heb, boven, vs.24.

Hertaald: Antwoord mij, Dat is: verhoor mij, en maak door een zichtbaar teken bekend dat U mij verhoord hebt, door vuur uit de hemel te laten vallen om mijn offer te verteren, zoals ik op Uw bevel dit teken aan het volk heb aangekondigd, hierboven vers 24.

achterwaarts Van de afgoderij, waarin zij verzopen liggen. Want een van de bedoelingen zijns gebeds was, opdat degenen, die uit het volk bekeerd zouden worden, Gode de eer van hun bekering zouden toeschrijven.

Hertaald: achterwaarts Van de afgoderij, waarin zij verzonken liggen. Want een van de bedoelingen van zijn gebed was dat degenen uit het volk die bekeerd zouden worden, God de eer van hun bekering zouden toeschrijven.

1 Koningen 18 vers 38

Toen viel Zie gelijke exempelen Lev. 9:24; Richt. 6:21; 2 Kron. 7:1.

Hertaald: Toen viel Zie soortgelijke voorbeelden in Lev. 9:24; Richt. 6:21; 2 Kron. 7:1.

1 Koningen 18 vers 39

zo vielen zij Tot een teken dat zij den Heere voor den waren God kenden en aanriepen. Zie Gen. 24:26.

Hertaald: zo vielen zij Als teken dat zij de HEERE als de ware God erkenden en aanriepen. Zie Gen. 24:26.

God, Zie boven, vs.24.

Hertaald: God, Zie hierboven vers 24.

1 Koningen 18 vers 40

Kison, Zie van deze beek Richt. 4:7.

Hertaald: Kison, Zie over deze beek Richt. 4:7.

slachtte hen aldaar O, keelde hen; dat is, hij doodde hen met het zwaard, onder, 1 Kon. 19:1. Dit is ook begrepen geweest in het bevel Gods, van hetwelk Elia gewag maakt, boven, vs.36; want hij heeft hierin niets gedaan door eigen beweging, maar door de aanspraak Gods en het beleid zijns Geestes; zulks dat dit werk gans particulier is, en niet door navolging moet misbruikt worden. Zie een gelijke daad in Samuël, 1 Sam. 15:33.

Hertaald: slachtte hen aldaar Of: keelde hen; dat is: hij doodde hen met het zwaard, hieronder 1 Kon. 19:1. Ook dit lag besloten in het bevel van God waarvan Elia hierboven in vers 36 melding maakt; want hij heeft hierin niets uit eigen beweging gedaan, maar op Gods aanspraak en onder leiding van Zijn Geest. Daarmee is dit een volstrekt bijzonder geval, dat niet ter navolging misbruikt mag worden. Zie een soortgelijke daad bij Samuël, 1 Sam. 15:33.

1 Koningen 18 vers 41

een geruis Hebreeuws, een stem van geruisch, of van overvloed des regens.

Hertaald: een geruis Hebreeuws: een stem van geruis, of van overvloed van regen.

1 Koningen 18 vers 42

en breidde zich uit Met deze gestaltenis zijns lichaams, zijn gebed vuriglijk tot God doende, en biddende om regen; hoewel hij uit de belofte Gods wel wist dat er regen komen zou.

Hertaald: en breidde zich uit In deze lichaamshouding bad hij vurig tot God om regen, hoewel hij uit Gods belofte wel wist dat er regen zou komen.

1 Koningen 18 vers 43

naar de zee Hebreeuws, den weg der zee.

Hertaald: naar de zee Hebreeuws: de weg van de zee.

1 Koningen 18 vers 44

ophoude Of, niet besluite; dat is, zo verrasse en belette, dat gij niet kunt tehuis geraken.

Hertaald: ophoude Of: niet insluit; dat is: u zo overvalt en ophoudt dat u niet thuis kunt komen.

1 Koningen 18 vers 45

ondertussen, Hebreeuws, tot hier en tot hier; dat is, ondertussen, en terwijl Achab zich gereed maakte om naar huis te rijden. Of, dat is, hier en daar, of overal werd de hemel zwart.

Hertaald: ondertussen, Hebreeuws: tot hier en tot hier; dat is: ondertussen, terwijl Achab zich gereedmaakte om naar huis te rijden. Of het betekent: hier en daar, dat wil zeggen overal werd de hemel zwart.

kwam een grote regen; Hebreeuws, was, of werd.

Hertaald: kwam een grote regen; Hebreeuws: was, of: werd.

Jizreël Een stad, gelegen in de palen der stammen van Manasse en Issaschar, Joz. 19:18, en te onderscheiden van een andere stad van dezen naam, gelegen in den stam van Juda; Joz. 15:56.

Hertaald: Jizreël Een stad op de grens van de stammen Manasse en Issaschar, Joz. 19:18, te onderscheiden van een andere stad met deze naam in de stam Juda; Joz. 15:56.

1 Koningen 18 vers 46

de hand des HEEREN Dat is, de Heere gaf hem een extraordinaire kracht, dat hij met lopen den ingespannen wagen van Achab kon voorkomen, zodat hij vóór hem te Jizreël kwam.

Hertaald: de hand des HEEREN Dat is: de HEERE gaf hem een buitengewone kracht, zodat hij lopend de bespannen wagen van Achab vóór kon blijven en eerder dan hij in Jizreël aankwam.

gordde Te weten, om te vaardiger te gaan, dewijl zij lange klederen droegen; alzo 2 Kon. 4:29, en 2 Kon. 9:1.

Hertaald: gordde Namelijk: om vlotter te kunnen lopen, aangezien zij lange kleren droegen; zo ook 2 Kon. 4:29, en 2 Kon. 9:1.

daar men Hebreeuws, totdat gij, enz.

Hertaald: daar men Hebreeuws: totdat u, enzovoort.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Achab  — vaders broeder

Zoon van Omri en diens opvolger als koning van Israël, tweeëntwintig jaren regerend te Samaria. Hij deed meer kwaad dan alle koningen voor hem, huwde Izebel, de dochter van de koning der Sidoniërs, en diende Baäl. Zijn regering wordt overheerst door zijn confrontaties met de profeet Elia (1 Kon. 16:28-33; 17-22).

Izebel  — betekenis onzeker

Dochter van Eth-Baal, koning der Sidoniërs, en vrouw van Achab. Zij bracht de dienst van Baäl in Israël, liet de profeten des HEEREN uitroeien en bedreigde Elia na de gebeurtenissen op de Karmel (1 Kon. 16:31; 18:4, 13, 19; 19:1-2).

Elia  — mijn God is de HEERE

De Thisbiet, uit Gilead; een van de grootste profeten van Israël. Hij kondigde Achab een langdurige droogte aan, werd door raven bij de beek Krith gevoed, en onderhield daarna wonderbaarlijk het huis van een weduwe te Zarfath, wier zoon hij ook uit de dood opwekte. Op de berg Karmel versloeg hij de vierhonderdvijftig profeten van Baäl in de beroemde vuurproef, maar vluchtte daarna voor Izebels wraak naar de berg Horeb, waar de HEERE hem in het suizen van een zachte stilte verscheen en hem opdracht gaf Hazaël, Jehu en Elisa te zalven (1 Kon. 17-19).

Obadja  — dienstknecht des HEEREN

De hofmeester van Achab, die, hoewel in dienst van een goddeloze koning, de HEERE zeer vreesde; hij verborg honderd profeten des HEEREN in twee spelonken en onderhield hen met brood en water toen Izebel de profeten liet doden. Hij ontmoette Elia en bracht Achab de boodschap van diens terugkeer (1 Kon. 18:3-16). Niet te verwarren met de latere profeet Obadja.

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Plaatsen Plaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
De berg Karmel  — Hebreeuws voor "boomgaard, vruchtbaar land/wijngaard"

Ligging: Een bergketen aan de Middellandse-Zeekust, ten zuiden van de baai van Haifa, waar de vlakte van Jizreël in de kustvlakte overgaat; reeds terloops genoemd als grenspunt van Aser (Joz. 19:26).

Geschiedenis: Hier daagde Elia, na drie en een half jaar droogte, de vierhonderdvijftig priesters van Baäl en de vierhonderd priesters van Asjera uit tot een krachtmeting ten overstaan van heel Israël: welke god met vuur uit de hemel zijn offer zou beantwoorden. Terwijl de Baälspriesters de hele dag tevergeefs riepen, zichzelf tot bloedens toe kerfden en spottend door Elia werden uitgedaagd, riep Elia, na zijn eigen offer driemaal met water te hebben overgoten, slechts een kort gebed — waarop vuur van de HEERE neerviel en het offer, het hout, de stenen, het stof en zelfs het water in de gracht verteerde. Het volk viel op zijn aangezicht en riep: "De HEERE is God! De HEERE is God!", waarna de Baälspriesters gedood werden en Elia bad om de regen, die spoedig in overvloed kwam (1 Kon. 18:19-46). Eeuwen later ook het toneel van Elisa's genezing van de Sunamitische vrouw (2 Kon. 4:25).

Bijbelse betekenis: Een van de meest dramatische en beslissende geloofsmomenten in heel het Oude Testament: de vraag "Hoe lang hinkt gij op twee gedachten?" (1 Kon. 18:21) confronteert Israël met de onmogelijkheid van een halfslachtig geloof, en de overweldigende overwinning van de HEERE over Baäl op zijn eigen, door Fenicische vruchtbaarheidsverering geheiligde berg, bewijst afdoende Wie de enige, ware God is.

Archeologie: Op de zuidoostelijke top van de Karmel, bij het huidige klooster van Muhraka ("de verbranding"), wordt van oudsher de plaats van Elia's offer gelokaliseerd; harde archeologische aanwijzingen voor de precieze offerplek ontbreken, zoals bij vrijwel alle plekken van eenmalige gebeurtenissen, maar de locatie past goed bij de bijbelse beschrijving van het uitzicht over de vlakte van Jizreël.

Joz. 19:26; 1 Kon. 18:19-46; 2 Kon. 2:25; 4:25; Amos 1:2; 9:3; Nah. 1:4

Alle bijbelse plaatsen in één overzicht →

© Vertaling ISB Encyclopedia en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Hoe lang hinkt gij op twee gedachten  — op de Karmel stelt Elia het volk voor de keus: "Hoe lang hinkt gij op twee gedachten? Zo de HEERE God is, volgt Hem na, en zo het Baal is, volgt hem na! Maar het volk antwoordde hem niet een woord" (1 Kon. 18:21)

Na drie jaar droogte laat Achab op Elia's bevel heel Israël op de Karmel samenkomen, met de vierhonderdvijftig profeten van Baäl (1 Kon. 18:19-20). Voordat er één var geslacht is, richt Elia zich tot het volk zelf. Zij hebben de HEERE niet openlijk afgezworen en Baäl niet openlijk verkozen; zij houden beide aan. Elia noemt dat hinken op twee gedachten, en eist een keus (1 Kon. 18:21). Het volk zwijgt. Pas als het vuur gevallen is, komt het antwoord dat hier uitbleef (1 Kon. 18:39).

Bijbelse betekenis: De aangeklaagde zonde is hier niet de keus voor Baäl maar het weigeren te kiezen. Men wilde de HEERE houden voor het geval Hij bestond, en Baäl erbij voor het geval de regen van hem kwam. Zo'n gedeeld hart heet in de Schrift geen voorzichtigheid maar afval. Het zwijgen van het volk is veelzeggend: wie op twee gedachten hinkt, heeft op de directe vraag geen antwoord, want elk eerlijk antwoord zou de helft van zijn leven ongedaan maken.

Typologie: Christus laat dezelfde deur niet openstaan: "Niemand kan twee heren dienen; want of hij zal den enen haten en den anderen liefhebben, of hij zal den enen aanhangen en den anderen verachten" (Matt. 6:24). Het gaat in beide gevallen niet om de vraag of men God erkent, maar of men Hem alleen dient.

1 Kon. 18:19-21,39; Matt. 6:24

De God Die door vuur antwoordt (Karmel)  — Elia stelt de proef voor: beide partijen bereiden een offer zonder vuur, "en de God, Die door vuur antwoorden zal, Die zal God zijn" (1 Kon. 18:24)

De profeten van Baäl gaan eerst. Van de morgen tot de middag roepen zij hun god aan, springen om het altaar en snijden zich naar hun wijze; er is geen stem en geen antwoorder (1 Kon. 18:25-29). Elia spot met hen: laten zij luider roepen, want misschien is hun god in gepeins, of op reis, of slaapt hij (1 Kon. 18:27). Daarna heelt hij het afgebroken altaar des HEEREN en bouwt het met twaalf stenen, naar het getal der stammen (1 Kon. 18:30-32). Hij laat het offer driemaal met water overgieten tot ook de groeve vol staat (1 Kon. 18:33-35). Zijn gebed duurt twee verzen en vraagt niet om zijn eigen eer: dat het bekend worde dat de HEERE God in Israël is, en dat het volk erkenne dat Hij de God is (1 Kon. 18:36-37). Het vuur valt en verteert het offer, het hout, de stenen, het stof en het water, waarop het volk op de aangezichten valt en roept: "De HEERE is God, de HEERE is God!" (1 Kon. 18:38-39). De profeten van Baäl worden daarop naar de beek Kison gevoerd en gedood, zoals de wet over verleiders tot afgoderij bepaald had (1 Kon. 18:40; Deut. 13:5).

Bijbelse betekenis: De twaalf stenen zijn geen versiering. Elia bouwt voor een volk dat al twee stammenrijken geworden is, en bouwt het toch als één, want Gods verbond is niet met de politiek meegescheurd. Het water dat hij laat uitgieten, sluit elke verklaring achteraf uit; wat volgt, kan niemand op een gunstige wind schuiven. Het scherpst is echter het verschil in gebed. De ene partij schreeuwt een halve dag en verwondt zichzelf om haar god te bewegen; de andere spreekt enkele zinnen tot een God Die niet bewogen hoeft te worden. Aan de lengte van het roepen ziet men wie er geloofd wordt.

Typologie: Wat hier eenmaal zichtbaar wordt, is dat Israël geen twee goden naast elkaar kan houden. Het volk belijdt dan ook niet dat de HEERE de sterkste is, maar dat Hij het is Die God is (1 Kon. 18:39). Dezelfde belijdenis had de wet al gevraagd, lang voor er een altaar op de Karmel stond.

1 Kon. 18:22-40; Deut. 13:5

Een kleine wolk als eens mans hand  — Elia bidt gebogen op de top van de Karmel, en laat zijn knecht zevenmaal uitzien naar de zee, tot deze meldt: "Zie, een kleine wolk, als eens mans hand, gaat op van de zee" (1 Kon. 18:44)

Nog voordat er een wolk te zien is, zegt Elia tegen Achab dat er een geruis van een overvloedige regen is (1 Kon. 18:41). Terwijl de koning gaat eten en drinken, klimt Elia naar de hoogte, buigt zich ter aarde en legt zijn aangezicht tussen zijn knieën (1 Kon. 18:42). Zesmaal komt zijn knecht terug met de melding dat er niets is; telkens zendt Elia hem opnieuw (1 Kon. 18:43). Op de zevende maal is er een wolkje, niet groter dan een mensenhand. Elia laat de koning onmiddellijk waarschuwen dat hij moet inspannen en afdalen voordat de regen hem ophoudt (1 Kon. 18:44). De hemel wordt zwart, er valt een grote regen, en de hand des HEEREN komt over Elia, zodat hij Achab tot aan Jizreël vooruitloopt (1 Kon. 18:45-46).

Bijbelse betekenis: God had de regen toegezegd, en toch bidt Elia erom, zesmaal tevergeefs. Een belofte maakt het gebed dus niet overbodig maar juist mogelijk: hij bidt niet om God over te halen, maar omdat hij weet wat God besloten heeft. Even leerzaam is de omvang van het antwoord. Wat na drie jaar droogte doorbreekt, begint als een wolkje ter grootte van een hand, en Elia herkent daarin al de stortbui. Wie op God wacht, hoeft niet op grote tekenen te wachten (reeds behandeld bij Aanhoudend gebed, Luk. 11:5-10).

Typologie: Jakobus wijst juist hier zijn lezers heen, en haalt de hoogte uit het verhaal om de troost erin te laten: "Elias was een mens van gelijke bewegingen als wij; en hij bad een gebed, dat het niet zou regenen; en het regende niet op de aarde in drie jaren en zes maanden" (Jak. 5:17). En over het slot van die geschiedenis: "hij bad wederom, en de hemel gaf regen, en de aarde bracht haar vrucht voort" (Jak. 5:17-18). De man van de Karmel wordt daar geen held genoemd maar een biddend mens.

1 Kon. 18:41-46; Luk. 11:5-10; Jak. 5:17-18

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het offer en de plaatsvervanging niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen uitwerking

Hoe lang hinkt gij op twee gedachten? — 18:20-39

Drie en een half jaar geen regen. Op de Karmel staan vierhonderdvijftig Baälpriesters tegenover één man, en daartussen een volk dat al jaren beide kanten open houdt.

De vraag is niet welke god bestaat maar aan welke men toebehoort, en het antwoord komt niet uit een redenering maar uit vuur op een offer.

Elia's eerste woord is een verwijt dat het volk niet kan beantwoorden. Hoe lang hinkt gij op twee gedachten? Zo de HEERE God is, volgt Hem na, en zo het Baäl is, volgt hem na. De kanttekeningen leggen uit dat hij hen twee dingen verwijt: dat zij God en Baäl tegelijk wilden dienen, en dat zij daarin bleven wankelen. En dan staat er die verpletterende zin: maar het volk antwoordde hem niet een woord.

De proef die hij voorstelt is eerlijk en eenvoudig. Twee altaren, twee offers, geen vuur eronder — en de God Die met vuur antwoordt, Die is God. Een halve dag lang roepen zij tot Baäl, kerven zich, springen om het altaar. Er is geen stem, geen antwoorder, geen opmerking.

Dan herbouwt Elia het vervallen altaar van de HEERE met twaalf stenen, naar het getal van de stammen — het volk was gescheurd, het altaar wordt heel gemaakt. Hij laat er drie keer water overgieten tot de groeve vol staat. En het vuur des HEEREN valt en verteert het brandoffer, het hout, de stenen, het stof, en likt zelfs het water op.

Het volk valt op de aangezichten en roept: de HEERE is God, de HEERE is God. Merk op waarover dat vuur viel. Niet over de vierhonderdvijftig, niet over het volk dat jarenlang hinkte, maar over een offer. Dat is de gestalte van heel de Schrift: het oordeel valt, maar het valt op het slachtoffer, en wie erbij staat blijft leven.

  1. 1 Koningen 18:21 — Hoe lang hinkt gij op twee gedachten? Het volk zweeg.
  2. 1 Koningen 18:31 — Twaalf stenen naar het getal der stammen: het altaar wordt heel gemaakt.
  3. 1 Koningen 18:38 — Het vuur valt — op het offer, niet op het volk.
  4. 1 Koningen 18:39 — De HEERE is God, de HEERE is God.
  5. Jakobus 5:17 — Elias was een mens van gelijke bewegingen als wij.
  6. Mattheüs 6:24 — Niemand kan twee heren dienen.

In het Nieuwe Testament: Jakobus 5:17-18; Lukas 12:49-51; Romeinen 8:3; Mattheüs 6:24

Hoever dit reikt: Dat het vuur op het offer viel in plaats van op het volk, is een gestalte die door heel de offerdienst loopt. De Schrift zegt dat hier niet met zoveel woorden; zij vertelt wat er gebeurde.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Spurgeons Commentaar

1 Koningen 18

1 Koningen 18:3-4.Kruisverwijzingen1 Koningen 18:13Nehemia 7:21 Koningen 16:9Mattheüs 10:40Nehemia 5:15Genesis 24:2Genesis 24:10Genesis 39:9
— En Achab had Obadja, den hofmeester, geroepen; en Obadja was den HEERE zeer vrezende. Want het geschiedde, als Izebel de profeten des HEEREN uitroeide, dat Obadja honderd profeten nam, en verborg ze bij vijftig man in een spelonk, en onderhield hen met brood en water.
God zal Zich in deze wereld nooit zonder getuigen laten, zelfs niet op de slechtste plaatsen van de wereld. Welk een afschuwelijke woonplaats moet het hof van Achab voor een gelovige geweest zijn! Al was er geen andere zondaar geweest dan die vrouw Izebel, zij was genoeg om het paleis tot een poel van ongerechtigheid te maken. En toch was in dat hof, waar Izebel meesteres was, de hofmeester een man die God grotelijks vreesde.

Wij behoren er nooit verwonderd over te zijn waar ook een gelovige te ontmoeten. De genade kan leven waar wij nooit zouden verwachten haar een uur te zien overleven. Jozef vreesde God aan het hof van Farao. Daniël was een vertrouwd raadsman van Nebukadnezar. Mordechai wachtte aan de poort van Ahasveros, en er waren heiligen in het huis van de keizer. Denk eens aan het vinden van diamanten op zo’n mesthoop als het paleis van Nero. Zeker is er geen plaats zonder enig licht van God — de duisterste spelonk van de ongerechtigheid heeft haar toorts.

1 Koningen 18:17-18.Kruisverwijzingen1 Koningen 21:20Jozua 7:252 Kronieken 15:21 Koningen 9:9Handelingen 16:201 Koningen 16:31Handelingen 24:5Jeremia 38:4
— En het geschiedde, als Achab Elia zag, dat Achab tot hem zeide: Zijt gij die beroerden van Israel? Toen zeide hij: Ik heb Israel niet beroerd, maar gij en uws vaders huis, daarmede, dat gijlieden de geboden des HEEREN verlaten hebt en de Baals nagevolgd zijt.
Het is de wijze van de mensen de schuld van hun moeite niet op hun zonde en op zichzelf te leggen, maar op hen die hen gewaarschuwd hebben. Merk Elia’s heilige stoutmoedigheid: “Ik heb Israël niet beroerd, maar gij.”

1 Koningen 18:19.KruisverwijzingenJozua 19:261 Koningen 16:332 Koningen 2:251 Koningen 19:12 Koningen 9:222 Petrus 2:1Amos 9:3Openbaring 2:20
— Nu dan, zend heen, verzamel tot mij het ganse Israel op den berg Karmel, en de vierhonderd en vijftig profeten van Baal, en de vierhonderd profeten van het bos, die van de tafel van Izebel eten.
Hij wist hoevelen er van hen waren. Het hart van de man was zo in deze strijd voor God tegen de afgoden gewikkeld, dat hij al zijn tegenstanders geteld had.

1 Koningen 18:20-21.KruisverwijzingenMattheüs 6:24Jozua 24:151 Samuël 7:32 Koningen 17:412 Korinthe 6:141 Korinthe 10:21Openbaring 3:15Sefanja 1:5
— Zo zond Achab onder alle kinderen Israels, en verzamelde de profeten op den berg Karmel. Toen naderde Elia tot het ganse volk, en zeide: Hoe lang hinkt gij op twee gedachten? Zo de HEERE God is, volgt Hem na, en zo het Baal is, volgt hem na! Maar het volk antwoordde hem niet een woord.
Zo onbeslist waren zij — misschien zo beschaamd door de tegenwoordigheid van die dappere man die niemand vreesde dan alleen God. Het was een dag om te gedenken toen de menigten van Israël aan de voet van de Karmel verzameld waren en de enige profeet des Heeren uittrad om de vierhonderdvijftig priesters van de valse god te tarten.

Wij hebben op die berg Karmel en langs de vlakte drie soorten mensen. Wij hebben eerst de toegewijde dienstknecht van Jehova, een enkele profeet. Wij hebben aan de andere kant de besliste dienaars van de boze, de vierhonderdvijftig profeten van Baäl. Maar de grote massa van die dag behoorde tot een derde soort: zij die niet besloten hadden of zij ten volle Jehova, de God van hun vaderen, zouden dienen, of Baäl, de god van Izebel. Hun oude overleveringen brachten hen ertoe Jehova te vrezen, maar hun belang aan het hof bracht hen ertoe voor Baäl te buigen.

De meesten van het volk dat voor hem stond, meenden dat Jehova God was en Baäl ook God. Om die reden was de dienst van beiden samenhangend. “Ik zal in mijn huis”, zei een van hen, “hier een altaar voor Jehova bouwen en daar een altaar voor Baäl. Ik ben van één gevoelen: ik geloof dat zij beiden God zijn.” “Nee, nee”, zei Elia, “zo kan het niet zijn! Zij zijn twee en moeten twee zijn.”

Velen zeggen heden: “Ik ben werelds, maar ik ben ook godsdienstig!” Het kan niet; zij zijn onderscheiden en gescheiden. Is God God, dien Hem en doe het grondig. Maar is deze wereld god, dien haar en maak geen belijdenis van godsdienst. “Niemand kan twee heren dienen” (Matth. 6:24). Maken wij belijdenis christen te zijn, dan moeten wij het zíjn! Maar zijn wij geen christen, dan moeten wij niet voorwenden het te zijn. De dubbelhartige mens, die twee gezichten draagt, is de verachtelijkste, omdat hij niet eerlijk genoeg is om door te zetten wat hij belijdt.

1 Koningen 18:22-24.Kruisverwijzingen1 Koningen 19:101 Koningen 18:381 Koningen 19:141 Kronieken 21:261 Koningen 20:351 Koningen 22:61 Koningen 20:381 Koningen 18:19
— Toen zeide Elia tot het volk: Ik ben alleen een profeet des HEEREN overgebleven, en de profeten van Baal zijn vierhonderd en vijftig mannen. Dat men ons dan twee varren geve, en dat zij voor zich den enen var kiezen, en denzelven in stukken delen, en op het hout leggen, maar geen vuur daaraan leggen; en ik zal den anderen var bereiden, en op het hout leggen, en geen vuur daaraan leggen. Roept gij daarna den naam van uw god aan, en ik zal den Naam des HEEREN aanroepen; en de God, Die door vuur antwoorden zal, Die zal God zijn. En het ganse volk antwoordde en zeide: Dat woord is goed.
En de priesters van Baäl konden de uitdaging niet weigeren. Want zij dienden de zonnegod — de god van het vuur; en kon hij de zonnedienaars niet antwoorden, dan moest hij in het geheel geen god zijn.

1 Koningen 18:25-26.KruisverwijzingenJeremia 10:51 Korinthe 12:21 Korinthe 8:4Daniël 5:23Jesaja 45:20Jesaja 37:38Jesaja 44:17Sefanja 1:9
— En Elia zeide tot de profeten van Baal: Kiest gijlieden voor u den enen var, en bereidt gij hem eerst, want gij zijt velen; en roept den naam uws gods aan, en legt geen vuur daaraan. En zij namen de var, dien hij hun gegeven had, en bereidden hem, en riepen den naam van Baal aan, van den morgen tot op den middag, zeggende: O Baal, antwoord ons! Maar er was geen stem en geen antwoorder. En zij sprongen tegen het altaar, dat men gemaakt had.
Dat was Baäls eigen hoge tijd, want dan zou de zon op haar hoogste punt staan: “van den morgen tot op den middag”. Zij herhaalden hun geroep telkens en telkens weer. Want dit is de wijze van alle valse eredienst: veel woorden te gebruiken, zoals de heidenen doen — wat ons verboden is. En zij sprongen op het altaar dat gemaakt was; dat was hun bijgeloof.

1 Koningen 18:31.KruisverwijzingenGenesis 35:102 Koningen 17:34Genesis 32:28Jozua 4:3Jozua 4:20Jesaja 48:1Efeze 4:4Efeze 2:20
— En Elia nam twaalf stenen, naar het getal der stammen van de kinderen Jakobs, tot welke het woord des HEEREN geschied was, zeggende: Israel zal uw naam zijn.
Want hij bedoelde deze dag te bewijzen dat God de God van de twaalf stammen was — niet van hemzelf en zijn stam, maar van al de geslachten van Israël.

1 Koningen 18:32-37.KruisverwijzingenExodus 3:61 Koningen 18:29Genesis 22:9Kolossenzen 3:171 Koningen 8:43Leviticus 1:6Richteren 6:20Numeri 16:28
— En hij bouwde met die stenen het altaar in den Naam des HEEREN; daarna maakte hij een groeve rondom het altaar, naar de wijdte van twee maten zaads. En hij schikte het hout, en deelde den var in stukken, en legde hem op het hout. En hij zeide: Vult vier kruiken met water, en giet het op het brandoffer en op het hout. En hij zeide: Doet het ten tweeden male. En zij deden het ten tweeden male. Voorts zeide hij: Doet het ten derden male. En zij deden het ten derden male; Dat het water rondom het altaar liep; daartoe vulde hij ook de groeve met water. Het geschiedde nu, als men het spijsoffer offerde, dat de profeet Elia naderde, en zeide: HEERE, God van Abraham, Izak en Israel, dat het heden bekend worde, dat Gij God in Israel zijt, en ik Uw knecht; en dat ik al deze dingen naar Uw woord gedaan heb. Antwoord mij, HEERE, antwoord mij; opdat dit volk erkenne, dat Gij, o HEERE, die God zijt, en dat Gij hun hart achterwaarts omgewend hebt.
Daar was het gebed. Hoe geheel anders dan dat herhalen van woorden, dat springen, dat snijden met messen! Hij stelt zijn wens, hij pleit zijn zaak, hij brengt zijn redenen aan — en dit is zijn gebed.

1 Koningen 18:36.KruisverwijzingenExodus 3:61 Koningen 18:291 Koningen 8:43Numeri 16:282 Koningen 19:19Handelingen 10:30Ezechiël 36:23Genesis 46:3
— Het geschiedde nu, als men het spijsoffer offerde, dat de profeet Elia naderde, en zeide: HEERE, God van Abraham, Izak en Israel, dat het heden bekend worde, dat Gij God in Israel zijt, en ik Uw knecht; en dat ik al deze dingen naar Uw woord gedaan heb.
Wij zouden kunnen vragen welk recht de profeet had de wolken te weerhouden of Gods eer op de proef te stellen. Veronderstel dat de Heere niet gewild had hem door vuur te antwoorden? Had hij enig recht Gods heerlijkheid te doen hangen aan zulke voorwaarden als hij voorstelde? Het antwoord is dat hij dit alles gedaan had naar Gods woord. Het was geen inval van hem het volk met een droogte te tuchtigen. Het was geen plan van hem, in zijn eigen brein gesmeed, dat hij de Godheid van Jehova of van Baäl op de proef zou stellen door een offer dat door wonderlijk vuur verteerd zou worden.

Telkens wanneer hij een stap zet, gaat het woord des Heeren eraan vooraf. Hij handelt nooit uit zichzelf; God staat achter hem. Elia’s karakter staat niet als een voorbeeld van roekeloze durf maar als het voorbeeld van een man van een gezond verstand. Geloof in God is de ware wijsheid, de hoogste vorm van gezond verstand. Te geloven Hem die niet liegen kan en te vertrouwen Hem die niet falen kan, is een soort wijsheid waarom alleen dwazen lachen.

Een gezant droomt er nooit van dat zijn bevoegde daden door zijn koning verworpen zullen worden. Handelt iemand als onze zaakgelastigde en doet hij ons bevel, dan ligt de verantwoordelijkheid voor zijn daden bij ons, en wij moeten hem steunen. Willen wij de Heere maar vertrouwen zodat wij doen wat Hij zegt, dan zal Hij ons nooit falen en zal Hij ons erdoor helpen, al stonden aarde en hel in de weg.

1 Koningen 18:38-40.KruisverwijzingenLeviticus 9:241 Koningen 18:24Richteren 6:211 Kronieken 21:26Job 1:162 Kronieken 7:1Deuteronomium 18:20Deuteronomium 13:5
— Toen viel het vuur de HEEREN, en verteerde dat brandoffer, en dat hout, en die stenen, en dat stof, ja, lekte dat water op, hetwelk in de groeve was. Als nu het ganse volk dat zag, zo vielen zij op hun aangezichten, en zeiden: De HEERE is God, de HEERE is God! En Elia zeide tot hen: Grijpt de profeten van Baal, dat niemand van hen ontkome. En zij grepen ze; en Elia voerde hen af naar de beek Kison, en slachtte hen aldaar.
En zo bewees hij dat hij de profeet van God was en dat God de God van Israël was. Elia mag de “IJzeren Profeet” genoemd worden; hij was een streng en dapper man die er niet voor terugdeinsde de boodschap van zijn Meester te brengen, welk gevaar er ook was. De Sidonische koningin Izebel had haar bevel uitgevaardigd dat de profeten van Jehova gedood zouden worden, een bevel dat maar al te goed gehoorzaamd werd. Niemand kon voor deze tijgerin bestaan, totdat Elia kwam en haar boosheid tartte het ergste te doen.

Die enkele man, van heldenmoed, keerde de vreselijke vloed van de afgoderij en stond, als een rots in de stroom, vast op zijn plaats. Hij had bewezen dat de profeten van Baäl leugenaars en bedriegers waren, en ging toen tot de natuurlijke gevolgtrekking over. De wet van Israël luidde: “En diezelve profeet, of dromen-dromer, zal gedood worden… Zo zult gij het boze uit het midden van u wegdoen” (Deut. 13:5). Daarom, aangezien de zaak voor alle mensen bewezen was, gebood Elia het volk de bedriegers te grijpen.

De man deed de wil van zijn Meester grondig, en droomde er nooit van van een vergelijk. Misschien is hij om die reden, met maar één ander uit een vrouw geboren, langs een ongewone weg ten hemel gevaren. De God die hem zo grootmoedig getrouw maakte, had bepaald dat hij die anders dan anderen door de wereld ging, ook anders uit haar zou heengaan; en hij die in het leven als een seraf gevlamd had, zou in een wagen van vuur tot zijn loon gedragen worden.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Willen wij de Heere maar vertrouwen zodat wij doen wat Hij zegt, dan zal Hij ons nooit falen en zal Hij ons erdoor helpen, al stonden aarde en hel in de weg.

Verdiepende artikelen

Elia's oproep tot het aarzelende volk

Voor Iedere Dag

Hoe lang hinkt gij op twee gedachten? Zo de HEERE God is, volgt Hem na en zo het Baal is, volgt hem na! 1 Koningen 18:21 Verder lezen: Johannes…

Een vurig gebed

Voor Iedere Dag

Bij het begin van uw smeekbeden is er een woord uitgegaan en nu ben ik zelf gekomen om u dat te vertellen, want u bent zeer gewenst. (Daniel…

Geef Christus de bloem van je jeugd

Met Spurgeon Het Jaar Door

Ik uw knecht nu vrees de Heere van mijn jonkheid af. 1 Koningen 18:12 Beste jonge mensen, als er iemand van jullie in de zonde leeft, dan smeek…

blijf bij het goede

Met Spurgeon Het Jaar Door

Ik uw knecht nu vrees de Heere van mijn jonkheid af. 1 Koningen 18:12 Godsvrucht in de jeugd leidt tot een godsvrucht die blijft. Obadja kon zeggen: ‘Ik…

Een verankerde vreze des Heeren

Met Spurgeon Het Jaar Door

Ik uw knecht nu vrees de Heere van mijn jonkheid af. 1 Koningen 18:12 Vóór alle dingen is het voor jonge mensen nodig dat ze bang zijn om…

Heilige vrees

Met Spurgeon Het Jaar Door

Ik uw knecht nu vrees de Heere van mijn jonkheid af. 1 Koningen 18:12 De vroege godsvrucht van Obadja had bijzondere merktekenen van echtheid. De manier waarop hij…

Speciale vaandeldragers

Met Spurgeon Het Jaar Door

Ik uw knecht nu vrees de Heere van mijn jonkheid af. 1 Koningen 18:12 Vaak zijn mensen die van God getuigen in hun jeugd bekeerd. Het schijnt God…

De minst bekende heiligen

Met Spurgeon Het Jaar Door

Ik uw knecht nu vrees de Heere van mijn jonkheid af. 1 Koningen 18:12 Elia heeft een gesprek onder vier ogen met Obadja; hij draagt hem op naar…

Gehoorzaamheid: Handelen naar Gods Woord

Preken

Een preek uitgesproken op 9 november 1884, door C.H. Spurgeon, in The Metropolitan Tabernacle, Newington. Het geschiedde nu, als men het spijsoffer offerde, dat de profeet Elia naderde,…

Bid zonder ophouden, ga wederom heen

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond" Ga weder henen, zevenmaal. 1 Koningen 18:43 Als God een goede uitkomst beloofd heeft, zal dat ook zeker gebeuren. Misschien hebt u…

Dat niemand van hen ontkome

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond" Dat niemand van hen ontkome. 1 Koningen 18:40 Toen de profeet Elia het antwoord op zijn bede ontvangen had, en het…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content