Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar
De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.
i
Over deze StudieBijbel
Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.
De Bijbeltekst
De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.
De kanttekeningen
De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.
De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.
Het commentaar, de citaten en de overdenkingen
Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.
De verklaring van Dächsel
Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.
Namen, plaatsen en begrippen
De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.
Christus in dit hoofdstuk
Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.
Waarom deze uitgave bijzonder is
Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.
Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.
1En het gebeurde na vele dagen, dat het woord des HEEREN geschiedde tot Elia, in het derde jaar, zeggende: Ga heen, vertoon u aan Achab; want Ik zal regen geven op den aardbodem.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
1En het gebeurdeH1961 na veleH7227dagenH3117, dat het woordH1697 des HEERENH3068 geschiedde totH413EliaH452, in het derdeH7992jaarH8141, zeggendeH559: GaH3212 heen, vertoonH7200 u aan AchabH256; want Ik zal regenH4306gevenH5414opH5921 den aardbodemH6440.En het gebeurde na vele dagen, dat het woord des HEEREN geschiedde tot Elia, in het derde jaar, zeggende: Ga heen, vertoon u aan Achab; want Ik zal regen geven op den aardbodem.
KJVAnd it came to pass after many3days,2that the word4of the LORD5came to Elijah8in the third10year,9saying,11Go,12shew13thyself unto Ahab;15and I will send16rain17upon19the earth.20
1וַיְהִי֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2יָמִ֣יםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger3רַבִּ֔יםH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)4וּדְבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work5יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)6הָיָה֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8אֵ֣לִיָּ֔הוּH452EliaElijah, Eliah9בַּשָּׁנָ֥הH8141jaren, jaar, jaars[phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)10הַשְּׁלִישִׁ֖יתH7992derde, derden, driejarigethird (part, rank, time), three (years old)11לֵאמֹ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12לֵ֚ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak13הֵרָאֵ֣הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions14אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15אַחְאָ֔בH256Achab, AchabsAhab16וְאֶתְּנָ֥הH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield17מָטָ֖רH4306regen, plasregenrain18עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with19פְּנֵ֥יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you20הָאֲדָמָֽהH127land, aardbodem, landscountry, earth, ground, husband(-man) (-ry), land
2En Elia ging heen, om zich aan Achab te vertonen. En de honger was sterk in Samaria.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
2En EliaH452gingH3212 heen, om zich aanH413AchabH256 te vertonenH7200. En de hongerH7458 was sterkH2389 in SamariaH8111.En Elia ging heen, om zich aan Achab te vertonen. En de honger was sterk in Samaria.
KJVAnd Elijah2went1to shew3himself unto Ahab.5And there was a sore7famine6in Samaria.8
1וַיֵּ֨לֶךְ֙H3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2אֵֽלִיָּ֔הוּH452EliaElijah, Eliah3לְהֵרָא֖וֹתH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5אַחְאָ֑בH256Achab, AchabsAhab6וְהָרָעָ֖בH7458honger, hongers, honger lijdendearth, famine, [phrase] famished, hunger7חָזָ֥קH2389sterke, sterk, sterkenharder, hottest, [phrase] impudent, loud, mighty, sore, stiff(-hearted), strong(-er)8בְּשֹׁמְרֽוֹןH8111SamariaSamaria
3En Achab had Obadja, den hofmeester, geroepen; en Obadja was den HEERE zeer vrezende.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
3En AchabH256 had ObadjaH5662, den hofmeesterH5921, geroepenH7121; en Obadja wasH1961 den HEEREH3068zeerH3966vrezendeH3373.En Achab had Obadja, den hofmeester, geroepen; en Obadja was den HEERE zeer vrezende.
KJVAnd Ahab2called1Obadiah,4which was the governor of his house.7(Now Obadiah8feared10the LORD12greatly:13
1וַיִּקְרָ֣אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say2אַחְאָ֔בH256Achab, AchabsAhab3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4עֹבַדְיָ֖הוּH5662ObadjaObadiah5אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with7הַבָּ֑יִתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)8וְעֹבַדְיָ֗הוּH5662ObadjaObadiah9הָיָ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use10יָרֵ֛אH3373vrezen, vreest, vrezendeafraid, fear (-ful)11אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix12יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)13מְאֹֽדH3966zeer, gans, grotediligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well
4Want het geschiedde, als Izebel de profeten des HEEREN uitroeide, dat Obadja honderd profeten nam, en verborg ze bij vijftig man in een spelonk, en onderhield hen met brood en water.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
4Want het geschieddeH1961, als IzebelH348 de profetenH5030 des HEERENH3068uitroeideH3772, dat ObadjaH5662honderdH3967profetenH5030namH3947, en verborgH2244 ze bij vijftigH2572manH376 in een spelonkH4631, en onderhieldH3557 hen met broodH3899 en waterH4325.Want het geschiedde, als Izebel de profeten des HEEREN uitroeide, dat Obadja honderd profeten nam, en verborg ze bij vijftig man in een spelonk, en onderhield hen met brood en water.
KJVFor it was so, when Jezebel3cut off2the prophets5of the LORD,6that Obadiah8took7an hundred9prophets,10and hid11them by fifty13in a cave,14and fed15them with bread16and water.)17
1וַיְהִי֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בְּהַכְרִ֣יתH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want3אִיזֶ֔בֶלH348IzebelJezebel4אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5נְבִיאֵ֣יH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet6יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7וַיִּקַּ֨חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win8עֹבַדְיָ֜הוּH5662ObadjaObadiah9מֵאָ֣הH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore10נְבִאִ֗יםH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet11וַֽיַּחְבִּיאֵ֞םH2244verstoken, verborgen, verborg[idiom] held, hide (self), do secretly12חֲמִשִּׁ֥יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty13אִישׁ֙H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)14בַּמְּעָרָ֔הH4631spelonk, spelonkencave, den, hole15וְכִלְכְּלָ֖םH3557onderhouden, verdragen, hield(be able to, can) abide, bear, comprehend, contain, feed, forbearing, guide, hold(-ing in), nourish(-er), be present, make provision, receive, sustain, provide sustenance (victuals)16לֶ֥חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals17וָמָֽיִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
5En Achab had gezegd tot Obadja: Trek door het land, tot alle waterfonteinen en tot alle rivieren; misschien zullen wij gras vinden, opdat wij de paarden en de muilezelen in het leven behouden, en niets uitroeien van de beesten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
5En AchabH256 had gezegdH559totH413ObadjaH5662: TrekH3212 door het landH776, totH413alleH3605waterfonteinenH4599 en totH413alleH3605rivierenH5158; misschien zullen wij grasH2682vindenH4672, opdat wij de paardenH5483 en de muilezelenH6505 in het leven behoudenH2421, en nietsH3808uitroeienH3772 van de beestenH929.En Achab had gezegd tot Obadja: Trek door het land, tot alle waterfonteinen en tot alle rivieren; misschien zullen wij gras vinden, opdat wij de paarden en de muilezelen in het leven behouden, en niets uitroeien van de beesten.
KJVAnd Ahab2said1unto Obadiah,4Go5into the land,6unto all fountains9of water,10and unto all brooks:13peradventure14we may find15grass16to save17the horses18and mules19alive,that we lose21not all the beasts.22
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אַחְאָב֙H256Achab, AchabsAhab3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4עֹ֣בַדְיָ֔הוּH5662ObadjaObadiah5לֵ֤ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak6בָּאָ֨רֶץ֙H776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9מַעְיְנֵ֣יH4599fonteinen, fontein, waterfonteinenfountain, spring, well10הַמַּ֔יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))11וְאֶ֖לH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)12כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)13הַנְּחָלִ֑יםH5158beek, beken, dalbrook, flood, river, stream, valley14אוּלַ֣יH194misschien, mogelijkif so be, may be, peradventure, unless15נִמְצָ֣אH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on16חָצִ֗ירH2682gras, hooi, lookgrass, hay, herb, leek17וּנְחַיֶּה֙H2421leven, leefde, levendkeep (leave, make) alive, [idiom] certainly, give (promise) life, (let, suffer to) live, nourish up, preserve (alive), quicken, recover, repair, restore (to life), revive, ([idiom] God) save (alive, life, lives), [idiom] surely, be whole18ס֣וּסH5483paarden, paard, Paardenpoortcrane, horse (-back, -hoof). Compare H6571 (פָּרָשׁ)19וָפֶ֔רֶדH6505muildieren, muildier, muilezelenmule20וְל֥וֹאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without21נַכְרִ֖יתH3772uitgeroeid, uitroeien, afgesnedenbe chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want22מֵהַבְּהֵמָֽהH929beesten, vee, beestbeast, cattle
6En zij deelden het land onder zich, dat zij het doortogen; Achab ging bijzonder op een weg, en Obadja ging ook bijzonder op een weg.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
6En zij deeldenH2505 het landH776 onder zich, dat zij het doortogenH5674; AchabH256gingH1980bijzonderH909 op eenH259wegH1870, en ObadjaH5662gingH1980 ook bijzonderH909 op eenH259wegH1870.En zij deelden het land onder zich, dat zij het doortogen; Achab ging bijzonder op een weg, en Obadja ging ook bijzonder op een weg.
KJVSo they divided1the land4between them to pass throughout5it: Ahab7went8one10way9by himself, and Obadiah12went13another15way14by himself.
1וַֽיְחַלְּק֥וּH2505delen, uitgedeeld, verdeelddeal, distribute, divide, flatter, give, (have, im-) part(-ner), take away a portion, receive, separate self, (be) smooth(-er)2לָהֶ֛ם3אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)4הָאָ֖רֶץH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world5לַֽעֲבָרH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath6בָּ֑הּ7אַחְאָ֞בH256Achab, AchabsAhab8הָלַ֨ךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl9בְּדֶ֤רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)10אֶחָד֙H259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,11לְבַדּ֔וֹH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength12וְעֹֽבַדְיָ֛הוּH5662ObadjaObadiah13הָלַ֥ךְH1980wandelt, gewandeld, wandelen(all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl14בְּדֶרֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)15אֶחָ֖דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,16לְבַדּֽוֹH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength
Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.
7Als nu Obadja op den weg was, ziet, zo was hem Elia tegemoet; en hem kennende, zo viel hij op zijn aangezicht, en zeide: Zijt gij mijn heer Elia?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
7Als nu ObadjaH5662 op den wegH1870 was, zietH2009, zo was hem EliaH452tegemoetH7125; en hem kennendeH5234, zo vielH5307 hij opH5921 zijn aangezichtH6440, en zeideH559: Zijt gijH859 mijn heerH113EliaH452?Als nu Obadja op den weg was, ziet, zo was hem Elia tegemoet; en hem kennende, zo viel hij op zijn aangezicht, en zeide: Zijt gij mijn heer Elia?
KJVAnd as Obadiah2was in the way,3behold, Elijah5met6him: and he knew7him, and fell8on his face,10and said,11Art thou that my lord14Elijah?15
1וַיְהִ֤יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2עֹבַדְיָ֨הוּ֙H5662ObadjaObadiah3בַּדֶּ֔רֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)4וְהִנֵּ֥הH2009ziet, ziebehold, lo, see5אֵלִיָּ֖הוּH452EliaElijah, Eliah6לִקְרָאת֑וֹH7125tegemoet, egemoet, ontmoette[idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way7וַיַּכִּרֵ֨הוּ֙H5234kennen, kende, kentacknowledge, [idiom] could, deliver, discern, dissemble, estrange, feign self to be another, know, take knowledge (notice), perceive, regard, (have) respect, behave (make) self strange(-ly)8וַיִּפֹּ֣לH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down9עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10פָּנָ֔יוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you11וַיֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12הַאַתָּ֥הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you13זֶ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)14אֲדֹנִ֥יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'15אֵלִיָּֽהוּH452EliaElijah, Eliah
8Hij zeide: Ik ben het; ga heen, zeg uw heer: Zie, Elia is hier.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
8Hij zeideH559: IkH589 ben het; gaH3212 heen, zegH559 uw heerH113: ZieH2009, EliaH452 is hier.Hij zeide: Ik ben het; ga heen, zeg uw heer: Zie, Elia is hier.
KJVAnd he answered1him, I am: go,4tell5thy lord,6Behold, Elijah8is here.
9Maar hij zeide: Wat heb ik gezondigd, dat gij uw knecht geeft in de hand van Achab, dat hij mij dode?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
9Maar hij zeideH559: WatH4100 heb ik gezondigdH2398, datH3588gijH859 uw knechtH5650geeftH5414 in de handH3027 van AchabH256, dat hij mij dodeH4191?Maar hij zeide: Wat heb ik gezondigd, dat gij uw knecht geeft in de hand van Achab, dat hij mij dode?
KJVAnd he said,1What have I sinned,3that thou wouldest deliver6thy servant8into the hand9of Ahab,10to slay11me?
1וַיֹּ֖אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מֶ֣הH4100wat, waarom, hoehow (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why3חָטָ֑אתִיH2398gezondigd, zondigen, zondigtbear the blame, cleanse, commit (sin), by fault, harm he hath done, loss, miss, (make) offend(-er), offer for sin, purge, purify (self), make reconciliation, (cause, make) sin(-ful, -ness), trespass4כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet5אַתָּ֞הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you6נֹתֵ֧ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield7אֶֽתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8עַבְדְּךָ֛H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant9בְּיַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves10אַחְאָ֖בH256Achab, AchabsAhab11לַהֲמִיתֵֽנִיH4191sterven, stierf, gedood[idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise
10Zo waarachtig als de HEERE, uw God, leeft, zo er een volk of koninkrijk is, waar mijn heer niet gezonden heeft, om u te zoeken; en als zij zeiden: Hij is hier niet; zo nam hij dat koninkrijk en dat volk een eed af; dat zij u niet hadden gevonden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
10Zo waarachtig als de HEEREH3068, uw GodH430, leeftH2416, zoH518 er een volkH1471 of koninkrijkH4467 is, waar mijn heerH113 niet gezondenH7971 heeft, om u te zoekenH1245; en als zij zeidenH559: Hij is hier niet; zo nam hij dat koninkrijkH4467 en dat volkH1471 een eedH7650 af; dat zij u niet hadden gevondenH4672.Zo waarachtig als de HEERE, uw God, leeft, zo er een volk of koninkrijk is, waar mijn heer niet gezonden heeft, om u te zoeken; en als zij zeiden: Hij is hier niet; zo nam hij dat koninkrijk en dat volk een eed af; dat zij u niet hadden gevonden.
KJVAs the LORD2thy God3liveth,1there is no5nation6or kingdom,7whither8my lord11hath not sent10to seek13thee: and when they said,14He is not there; he took an oath16of the kingdom18and nation,20that they found23thee not.
1חַ֣יH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop2יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3אֱלֹהֶ֗יךָH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet5יֶשׁH3426ware, Hoe lang, Voorwaar(there) are, (he, it, shall, there, there may, there shall, there should) be, thou do, had, hast, (which) hath, (I, shalt, that) have, (he, it, there) is, substance, it (there) was, (there) were, ye will, thou wilt, wouldest6גּ֤וֹיH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people7וּמַמְלָכָה֙H4467koninkrijk, koninkrijken, koninkrijkskingdom, king's, reign, royal8אֲ֠שֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection9לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without10שָׁלַ֨חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)11אֲדֹנִ֥יH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'12שָׁם֙H8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither13לְבַקֶּשְׁךָ֔H1245zoeken, zoekt, zochtask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for)14וְאָמְר֖וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet15אָ֑יִןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)16וְהִשְׁבִּ֤יעַH7650gezworen, zweren, zwoeradjure, charge (by an oath, with an oath), feed to the full (by mistake for H7646 (שָׂבַע)), take an oath, [idiom] straitly, (cause to, make to) swear17אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)18הַמַּמְלָכָה֙H4467koninkrijk, koninkrijken, koninkrijkskingdom, king's, reign, royal19וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)20הַגּ֔וֹיH1471heidenen, volken, volkGentile, heathen, nation, people21כִּ֖יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet22לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without23יִמְצָאֶֽכָּהH4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on
11En nu zegt gij: Ga heen, zeg uw heer: Zie, Elia is hier.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
11En nuH6258zegtH559gijH859: GaH3212 heen, zegH559 uw heerH113: ZieH2009, EliaH452 is hier.En nu zegt gij: Ga heen, zeg uw heer: Zie, Elia is hier.
KJVAnd now thou sayest,3Go,4tell5thy lord,6Behold, Elijah8is here.
1וְעַתָּ֖הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2אַתָּ֣הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you3אֹמֵ֑רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4לֵ֛ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak5אֱמֹ֥רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6לַאדֹנֶ֖יךָH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'7הִנֵּ֥הH2009ziet, ziebehold, lo, see8אֵלִיָּֽהוּH452EliaElijah, Eliah
12En het mocht geschieden, wanneer ik van u zou weggegaan zijn, dat de Geest des HEEREN u wegnam, ik weet niet waarheen; en ik kwam, om dat Achab aan te zeggen, en hij vond u niet, zo zou hij mij doden; ik, uw knecht, nu vrees den HEERE van mijn jonkheid af.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
12En het mocht geschiedenH1961, wanneer ikH589vanH854 u zou weggegaanH3212 zijn, dat de GeestH7307 des HEERENH3068 u wegnamH5375, ik weetH3045nietH3808 waarheen; en ik kwamH935, om dat AchabH256aanH5921 te zeggenH5046, en hij vondH4672 u nietH3808, zo zou hij mij dodenH2026; ik, uw knechtH5650, nu vreesH3372 den HEEREH3068vanH854 mijn jonkheidH5271 af.En het mocht geschieden, wanneer ik van u zou weggegaan zijn, dat de Geest des HEEREN u wegnam, ik weet niet waarheen; en ik kwam, om dat Achab aan te zeggen, en hij vond u niet, zo zou hij mij doden; ik, uw knecht, nu vrees den HEERE van mijn jonkheid af.
KJVAnd it shall come to pass, as soon as I am gone3from thee, that the Spirit5of the LORD6shall carry7thee whither I know11not; and so when I come12and tell13Ahab,14and he cannot find16thee, he shall slay17me: but I thy servant18fear19the LORD21from my youth.22
1וְהָיָ֞הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2אֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who3אֵלֵ֣ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak4מֵאִתָּ֗ךְH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix5וְר֨וּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)6יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7יִֽשָּׂאֲךָ֙H5375dragen, hief, droegenaccept, advance, arise, (able to, (armor), suffer to) bear(-er, up), bring (forth), burn, carry (away), cast, contain, desire, ease, exact, exalt (self), extol, fetch, forgive, furnish, further, give, go on, help, high, hold up, honorable ([phrase] man), lade, lay, lift (self) up, lofty, marry, magnify, [idiom] needs, obtain, pardon, raise (up), receive, regard, respect, set (up), spare, stir up, [phrase] swear, take (away, up), [idiom] utterly, wear, yield8עַ֚לH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9אֲשֶׁ֣רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection10לֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without11אֵדָ֔עH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot12וּבָ֨אתִיH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way13לְהַגִּ֧ידH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter14לְאַחְאָ֛בH256Achab, AchabsAhab15וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without16יִֽמְצָאֲךָ֖H4672gevonden, vinden, vond[phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on17וַהֲרָגָ֑נִיH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely18וְעַבְדְּךָ֛H5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant19יָרֵ֥אH3372vrezen, vreesde, Vreesaffright, be (make) afraid, dread(-ful), (put in) fear(-ful, -fully, -ing), (be had in) reverence(-end), [idiom] see, terrible (act, -ness, thing)20אֶתH854met, van, bijagainst, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix21יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)22מִנְּעֻרָֽיH5271jeugd, jonkheidchildhood, youth
13Is mijn heer niet aangezegd, wat ik gedaan heb, als Izebel de profeten des HEEREN doodde? Dat ik van de profeten des HEEREN honderd man heb verborgen, elk vijftig man in een spelonk, en die met brood en water onderhouden heb?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
13Is mijn heerH113nietH3808aangezegdH5046, wat ik gedaanH6213 heb, als IzebelH348 de profetenH5030 des HEERENH3068dooddeH2026? Dat ik van de profetenH5030 des HEERENH3068honderdH3967manH376 heb verborgenH2244, elk vijftigH2572 man in een spelonkH4631, en die met broodH3899 en waterH4325onderhoudenH3557 heb?Is mijn heer niet aangezegd, wat ik gedaan heb, als Izebel de profeten des HEEREN doodde? Dat ik van de profeten des HEEREN honderd man heb verborgen, elk vijftig man in een spelonk, en die met brood en water onderhouden heb?
KJVWas it not told2my lord3what I did6when Jezebel8slew7the prophets10of the LORD,11how I hid12an hundred15men16of the LORD'S14prophets13by fifty17in a cave,20and fed21them with bread22and water?23
1הֲלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without2הֻגַּ֤דH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter3לַֽאדֹנִי֙H113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'4אֵ֣תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection6עָשִׂ֔יתִיH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use7בַּהֲרֹ֣גH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely8אִיזֶ֔בֶלH348IzebelJezebel9אֵ֖תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10נְבִיאֵ֣יH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet11יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12וָאַחְבִּא֩H2244verstoken, verborgen, verborg[idiom] held, hide (self), do secretly13מִנְּבִיאֵ֨יH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet14יְהוָ֜הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15מֵ֣אָהH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore16אִ֗ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)17חֲמִשִּׁ֨יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty18חֲמִשִּׁ֥יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty19אִישׁ֙H376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)20בַּמְּעָרָ֔הH4631spelonk, spelonkencave, den, hole21וָאֲכַלְכְּלֵ֖םH3557onderhouden, verdragen, hield(be able to, can) abide, bear, comprehend, contain, feed, forbearing, guide, hold(-ing in), nourish(-er), be present, make provision, receive, sustain, provide sustenance (victuals)22לֶ֥חֶםH3899brood, broods, spijze(shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals23וָמָֽיִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
14En nu zegt gij: Ga heen, zeg uw heer: Zie, Elia is hier, en hij zou mij doodslaan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
14En nuH6258zegtH559gijH859: GaH3212 heen, zegH559 uw heerH113: ZieH2009, EliaH452 is hier, en hij zou mij doodslaanH2026.En nu zegt gij: Ga heen, zeg uw heer: Zie, Elia is hier, en hij zou mij doodslaan.
KJVAnd now thou sayest,3Go,4tell5thy lord,6Behold, Elijah8is here: and he shall slay9me.
1וְעַתָּה֙H6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2אַתָּ֣הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you3אֹמֵ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4לֵ֛ךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak5אֱמֹ֥רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet6לַֽאדֹנֶ֖יךָH113heer, heren, Heerelord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'7הִנֵּ֣הH2009ziet, ziebehold, lo, see8אֵלִיָּ֑הוּH452EliaElijah, Eliah9וַהֲרָגָֽנִיH2026doden, gedood, dooddedestroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely
15En Elia zeide: Zo waarachtig als de HEERE der heirscharen leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, ik zal voorzeker mij heden aan hem vertonen!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
15En EliaH452zeideH559: Zo waarachtig als de HEEREH3068 der heirscharenH6635leeftH2416, voor Wiens aangezichtH6440 ik staH5975, ik zal voorzekerH3588 mij hedenH3117aanH413 hem vertonenH7200!En Elia zeide: Zo waarachtig als de HEERE der heirscharen leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, ik zal voorzeker mij heden aan hem vertonen!
KJVAnd Elijah2said,1As the LORD4of hosts5liveth,3before8whom I stand,7I will surely shew11myself unto him to day.10
1וַיֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵֽלִיָּ֔הוּH452EliaElijah, Eliah3חַ֚יH2416leven, leeft, levens[phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop4יְהוָ֣הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)5צְבָא֔וֹתH6635heirscharen, heir, heirenappointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare)6אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection7עָמַ֖דְתִּיH5975stond, staan, stondenabide (behind), appoint, arise, cease, confirm, continue, dwell, be employed, endure, establish, leave, make, ordain, be (over), place, (be) present (self), raise up, remain, repair, [phrase] serve, set (forth, over, -tle, up), (make to, make to be at a, with-) stand (by, fast, firm, still, up), (be at a) stay (up), tarry8לְפָנָ֑יוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you9כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet10הַיּ֖וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger11אֵרָאֶ֥הH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions12אֵלָֽיוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)
16Toen ging Obadja Achab tegemoet, en zeide het hem aan; en Achab ging Elia tegemoet.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
16Toen gingH3212ObadjaH5662AchabH256tegemoetH7125, en zeideH5046 het hem aan; en AchabH256gingH3212EliaH452tegemoetH7125.Toen ging Obadja Achab tegemoet, en zeide het hem aan; en Achab ging Elia tegemoet.
KJVSo Obadiah2went1to meet3Ahab,4and told5him: and Ahab8went7to meet9Elijah.10
1וַיֵּ֧לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2עֹבַדְיָ֛הוּH5662ObadjaObadiah3לִקְרַ֥אתH7125tegemoet, egemoet, ontmoette[idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way4אַחְאָ֖בH256Achab, AchabsAhab5וַיַּגֶּדH5046kennen, verkondigen, bekendbewray, [idiom] certainly, certify, declare(-ing), denounce, expound, [idiom] fully, messenger, plainly, profess, rehearse, report, shew (forth), speak, [idiom] surely, tell, utter6ל֑וֹ7וַיֵּ֥לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak8אַחְאָ֖בH256Achab, AchabsAhab9לִקְרַ֥אתH7125tegemoet, egemoet, ontmoette[idiom] against (he come), help, meet, seek, [idiom] to, [idiom] in the way10אֵלִיָּֽהוּH452EliaElijah, Eliah
17En het geschiedde, als Achab Elia zag, dat Achab tot hem zeide: Zijt gij die beroerden van Israel?
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
17En het geschieddeH1961, als AchabH256EliaH452zagH7200, dat AchabH256totH413 hem zeideH559: Zijt gijH859dieH2088 beroerden van IsraelH3478?En het geschiedde, als Achab Elia zag, dat Achab tot hem zeide: Zijt gij die beroerden van Israel?
Ook in dit vers
beroerderH5916
KJVAnd it came to pass, when Ahab3saw2Elijah,5that Ahab7said6unto him, Art thou he that troubleth11Israel?12
1וַיְהִ֛יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כִּרְא֥וֹתH7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions3אַחְאָ֖בH256Achab, AchabsAhab4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5אֵלִיָּ֑הוּH452EliaElijah, Eliah6וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7אַחְאָב֙H256Achab, AchabsAhab8אֵלָ֔יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9הַאַתָּ֥הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you10זֶ֖הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)11עֹכֵ֥רH5916beroerd, beroert, beroerdertrouble, stir12יִשְׂרָאֵֽלH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael
18Toen zeide hij: Ik heb Israel niet beroerd, maar gij en uws vaders huis, daarmede, dat gijlieden de geboden des HEEREN verlaten hebt en de Baals nagevolgd zijt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
18Toen zeideH559 hij: Ik heb IsraelH3478nietH3808beroerdH5916, maarH3588gijH859 en uws vadersH1huisH1004, daarmede, dat gijlieden de gebodenH4687 des HEERENH3068verlatenH5800 hebt en de BaalsH1168nagevolgdH3212 zijt.Toen zeide hij: Ik heb Israel niet beroerd, maar gij en uws vaders huis, daarmede, dat gijlieden de geboden des HEEREN verlaten hebt en de Baals nagevolgd zijt.
KJVAnd he answered,1I have not troubled3Israel;5but thou, and thy father's10house,9in that ye have forsaken11the commandments13of the LORD,14and thou hast followed15Baalim.17
1וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2לֹ֤אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without3עָכַ֨רְתִּי֙H5916beroerd, beroert, beroerdertrouble, stir4אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)5יִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet7אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet8אַתָּ֖הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you9וּבֵ֣יתH1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)10אָבִ֑יךָH1vader, vaderen, vaderschief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'11בַּֽעֲזָבְכֶם֙H5800verlaten, verlaat, verlietcommit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13מִצְוֺ֣תH4687geboden, gebod, bevolen(which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept14יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15וַתֵּ֖לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak16אַחֲרֵ֥יH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with17הַבְּעָלִֽיםH1168Baal, BaalsBaal, (plural) Baalim
19Nu dan, zend heen, verzamel tot mij het ganse Israel op den berg Karmel, en de vierhonderd en vijftig profeten van Baal, en de vierhonderd profeten van het bos, die van de tafel van Izebel eten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
19Nu dan, zendH7971 heen, verzamelH6908totH413 mij het ganseH3605IsraelH3478 op den bergH2022KarmelH3760, en de vierhonderdH702 en vijftigH2572profetenH5030 van BaalH1168, en de vierhonderdH702profetenH5030 van het bosH842, die van de tafelH7979 van IzebelH348etenH398.Nu dan, zend heen, verzamel tot mij het ganse Israel op den berg Karmel, en de vierhonderd en vijftig profeten van Baal, en de vierhonderd profeten van het bos, die van de tafel van Izebel eten.
KJVNow therefore send,2and gather3to me all Israel7unto mount9Carmel,10and the prophets12of Baal13four14hundred15and fifty,16and the prophets17of the groves18four19hundred,20which eat21at Jezebel's23table.22
1וְעַתָּ֗הH6258nu, danhenceforth, now, straightway, this time, whereas2שְׁלַ֨חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)3קְבֹ֥ץH6908vergaderen, vergaderd, vergaderdeassemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up4אֵלַ֛יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)7יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael8אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)9הַ֣רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion10הַכַּרְמֶ֑לH3760Karmel, schonen velds, vruchtbaar landCarmel, fruitful (plentiful) field, (place)11וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12נְבִיאֵ֨יH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet13הַבַּ֜עַלH1168Baal, BaalsBaal, (plural) Baalim14אַרְבַּ֧עH702vier, vierhonderd, veertienfour15מֵא֣וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore16וַחֲמִשִּׁ֗יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty17וּנְבִיאֵ֤יH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet18הָֽאֲשֵׁרָה֙H842bossen, bos, haaggrove. Compare H6253 (עַשְׁתֹּרֶת)19אַרְבַּ֣עH702vier, vierhonderd, veertienfour20מֵא֔וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore21אֹכְלֵ֖יH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite22שֻׁלְחַ֥ןH7979tafel, tafelen, tafelstable23אִיזָֽבֶלH348IzebelJezebel
20Zo zond Achab onder alle kinderen Israels, en verzamelde de profeten op den berg Karmel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
20Zo zondH7971AchabH256 onder alleH3605kinderenH1121IsraelsH3478, en verzameldeH6908 de profetenH5030 op den bergH2022KarmelH3760.Zo zond Achab onder alle kinderen Israels, en verzamelde de profeten op den berg Karmel.
KJVSo Ahab2sent1unto all the children4of Israel,5and gathered6➔ the prophets8togetherunto mount10Carmel.11
1וַיִּשְׁלַ֥חH7971zond, gezonden, zenden[idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)2אַחְאָ֖בH256Achab, AchabsAhab3בְּכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4בְּנֵ֣יH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth5יִשְׂרָאֵ֑לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael6וַיִּקְבֹּ֥ץH6908vergaderen, vergaderd, vergaderdeassemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up7אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הַנְּבִיאִ֖יםH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet9אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)10הַ֥רH2022berg, bergen, gebergtehill (country), mount(-ain), [idiom] promotion11הַכַּרְמֶֽלH3760Karmel, schonen velds, vruchtbaar landCarmel, fruitful (plentiful) field, (place)
21Toen naderde Elia tot het ganse volk, en zeide: Hoe lang hinkt gij op twee gedachten? Zo de HEERE God is, volgt Hem na, en zo het Baal is, volgt hem na! Maar het volk antwoordde hem niet een woord.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
21Toen naderdeH5066EliaH452totH413 het ganseH3605volkH5971, en zeideH559: HoeH5704langH5921hinktH6452gijH859 op tweeH8147gedachtenH5587? Zo de HEEREH3068GodH430 is, volgt Hem naH310, en zo het BaalH1168 is, volgt hem naH310! Maar het volkH5971antwoorddeH6030 hem nietH3808 een woordH1697.Toen naderde Elia tot het ganse volk, en zeide: Hoe lang hinkt gij op twee gedachten? Zo de HEERE God is, volgt Hem na, en zo het Baal is, volgt hem na! Maar het volk antwoordde hem niet een woord.
Ook in dit vers
volgtH518
volgtH3212
KJVAnd Elijah2came1unto all the people,5and said,6How long11halt10ye between two12opinions?13if the LORD15be God,16follow him: but if Baal,20then follow17him. And the people25answered24him not a word.27
1וַיִּגַּ֨שׁH5066trad, naderde, naderen(make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand2אֵלִיָּ֜הוּH452EliaElijah, Eliah3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)5הָעָ֗םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people6וַיֹּ֨אמֶר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet7עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet8מָתַ֞יH4970langlong, when9אַתֶּ֣םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you10פֹּסְחִים֮H6452voorbijgaan, doorgaande, hinkthalt, become lame, leap, pass over11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12שְׁתֵּ֣יH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two13הַסְּעִפִּים֒H5587gedachtenopinion14אִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet15יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)16הָֽאֱלֹהִים֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty17לְכ֣וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak18אַחֲרָ֔יוH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with19וְאִםH518zo, indien, of(and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet20הַבַּ֖עַלH1168Baal, BaalsBaal, (plural) Baalim21לְכ֣וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak22אַחֲרָ֑יוH310na, achter, daarnaafter (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with23וְלֹֽאH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without24עָנ֥וּH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)25הָעָ֛םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people26אֹת֖וֹH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)27דָּבָֽרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work
22Toen zeide Elia tot het volk: Ik ben alleen een profeet des HEEREN overgebleven, en de profeten van Baal zijn vierhonderd en vijftig mannen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
22Toen zeideH559EliaH452totH413 het volkH5971: IkH589 ben alleen een profeetH5030 des HEERENH3068overgeblevenH3498, en de profetenH5030 van BaalH1168 zijn vierhonderdH702 en vijftigH2572mannenH376.Toen zeide Elia tot het volk: Ik ben alleen een profeet des HEEREN overgebleven, en de profeten van Baal zijn vierhonderd en vijftig mannen.
KJVThen said1Elijah2unto the people,4I, even I only, remain6a prophet7of the LORD;8but Baal's11prophets10are four12hundred13and fifty14men.15
1וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלִיָּ֨הוּ֙H452EliaElijah, Eliah3אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)4הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5אֲנִ֞יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who6נוֹתַ֧רְתִּיH3498overgebleven, overgelaten, overigeexcel, leave (a remnant), left behind, too much, make plenteous, preserve, (be, let) remain(-der, -ing, -nant), reserve, residue, rest7נָבִ֛יאH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet8לַיהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9לְבַדִּ֑יH905handbomen, bijzonder, grendelenalone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength10וּנְבִיאֵ֣יH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet11הַבַּ֔עַלH1168Baal, BaalsBaal, (plural) Baalim12אַרְבַּעH702vier, vierhonderd, veertienfour13מֵא֥וֹתH3967honderd, tweehonderd, honderdenhundred((-fold), -th), [phrase] sixscore14וַחֲמִשִּׁ֖יםH2572vijftig, vijftigen, vijftigstefifty15אִֽישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)
23Dat men ons dan twee varren geve, en dat zij voor zich den enen var kiezen, en denzelven in stukken delen, en op het hout leggen, maar geen vuur daaraan leggen; en ik zal den anderen var bereiden, en op het hout leggen, en geen vuur daaraan leggen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
23Dat men ons dan tweeH8147varrenH6499geveH5414, en dat zij voor zich den enenH259varH6499kiezenH977, en denzelven in stukken delenH5408, en opH5921 het houtH6086 leggen, maar geenH3808vuurH784 daaraan leggen; en ikH589 zal den anderen varH6499bereidenH6213, en opH5921 het houtH6086 leggen, en geenH3808vuurH784 daaraan leggen.Dat men ons dan twee varren geve, en dat zij voor zich den enen var kiezen, en denzelven in stukken delen, en op het hout leggen, maar geen vuur daaraan leggen; en ik zal den anderen var bereiden, en op het hout leggen, en geen vuur daaraan leggen.
Ook in dit vers
leggenH5414
leggenH7760
leggenH7760
leggenH7760
KJVLet them therefore give1us two3bullocks;4and let them choose5one8bullock7for themselves, and cut it in pieces,9and lay10it on wood,12and put15no fire13under: and I will dress17the other20bullock,19and lay21it on wood,23and put26no fire24under:
1וְיִתְּנוּH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield2לָ֜נוּ3שְׁנַ֣יִםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two4פָּרִ֗יםH6499var, varren, vars([phrase] young) bull(-ock), calf, ox5וְיִבְחֲר֣וּH977verkoren, verkiezen, verkoosacceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require6לָהֶם֩7הַפָּ֨רH6499var, varren, vars([phrase] young) bull(-ock), calf, ox8הָאֶחָ֜דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,9וִֽינַתְּחֻ֗הוּH5408deelde, delen, hieuwcut (in pieces), divide, hew in pieces10וְיָשִׂ֨ימוּ֙H7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work11עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with12הָ֣עֵצִ֔יםH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood13וְאֵ֖שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot14לֹ֣אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without15יָשִׂ֑ימוּH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work16וַאֲנִ֞יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who17אֶעֱשֶׂ֣הH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use18אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)19הַפָּ֣רH6499var, varren, vars([phrase] young) bull(-ock), calf, ox20הָאֶחָ֗דH259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,21וְנָֽתַתִּי֙H5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield22עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with23הָ֣עֵצִ֔יםH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood24וְאֵ֖שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot25לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without26אָשִֽׂיםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work
24Roept gij daarna den naam van uw god aan, en ik zal den Naam des HEEREN aanroepen; en de God, Die door vuur antwoorden zal, Die zal God zijn. En het ganse volk antwoordde en zeide: Dat woord is goed.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
24RoeptH7121 gij daarna den naamH8034 van uw godH430 aan, en ikH589 zal den NaamH8034 des HEERENH3068aanroepenH7121; en de GodH430, Die door vuurH784antwoordenH6030 zal, Die zal GodH430 zijn. En hetH1931ganseH3605volkH5971antwoorddeH6030 en zeideH559: Dat woordH1697 is goedH2896.Roept gij daarna den naam van uw god aan, en ik zal den Naam des HEEREN aanroepen; en de God, Die door vuur antwoorden zal, Die zal God zijn. En het ganse volk antwoordde en zeide: Dat woord is goed.
KJVAnd call1ye on the name2of your gods,3and I will call5on the name6of the LORD:7and the God9that answereth11by fire,12let him be God.14And all the people17answered15and said,18It is well19spoken.20
1וּקְרָאתֶ֞םH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say2בְּשֵׁ֣םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report3אֱלֹֽהֵיכֶ֗םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty4וַֽאֲנִי֙H589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who5אֶקְרָ֣אH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say6בְשֵׁםH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report7יְהוָ֔הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)8וְהָיָ֧הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use9הָאֱלֹהִ֛יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty10אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11יַעֲנֶ֥הH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)12בָאֵ֖שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot13ה֣וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who14הָאֱלֹהִ֑יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty15וַיַּ֧עַןH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)16כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)17הָעָ֛םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people18וַיֹּאמְר֖וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet19ט֥וֹבH2896goed, goede, beterbeautiful, best, better, bountiful, cheerful, at ease, [idiom] fair (word), (be in) favour, fine, glad, good (deed, -lier, -liest, -ly, -ness, -s), graciously, joyful, kindly, kindness, liketh (best), loving, merry, [idiom] most, pleasant, [phrase] pleaseth, pleasure, precious, prosperity, ready, sweet, wealth, welfare, (be) well(-favoured)20הַדָּבָֽרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work
25En Elia zeide tot de profeten van Baal: Kiest gijlieden voor u den enen var, en bereidt gij hem eerst, want gij zijt velen; en roept den naam uws gods aan, en legt geen vuur daaraan.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
25En EliaH452zeideH559 tot de profetenH5030 van BaalH1168: KiestH977 gijlieden voor u den enenH259varH6499, en bereidtH6213 gij hem eerstH7223, wantH3588gijH859 zijt velenH7227; en roeptH7121 den naamH8034 uws godsH430 aan, en legtH7760geenH3808vuurH784 daaraan.En Elia zeide tot de profeten van Baal: Kiest gijlieden voor u den enen var, en bereidt gij hem eerst, want gij zijt velen; en roept den naam uws gods aan, en legt geen vuur daaraan.
KJVAnd Elijah2said1unto the prophets3of Baal,4Choose5you one8bullock7for yourselves, and dress9it first;10for ye are many;13and call14on the name15of your gods,16but put19no fire17under.
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלִיָּ֜הוּH452EliaElijah, Eliah3לִנְבִיאֵ֣יH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet4הַבַּ֗עַלH1168Baal, BaalsBaal, (plural) Baalim5בַּחֲר֨וּH977verkoren, verkiezen, verkoosacceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require6לָכֶ֜ם7הַפָּ֤רH6499var, varren, vars([phrase] young) bull(-ock), calf, ox8הָֽאֶחָד֙H259een, ene, enerleia, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together,9וַעֲשׂ֣וּH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use10רִאשֹׁנָ֔הH7223eerste, vorige, eerstenancestor, (that were) before(-time), beginning, eldest, first, fore(-father) (-most), former (thing), of old time, past11כִּ֥יH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet12אַתֶּ֖םH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you13הָרַבִּ֑יםH7227vele, veel, grote(in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent)14וְקִרְאוּ֙H7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say15בְּשֵׁ֣םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report16אֱלֹהֵיכֶ֔םH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty17וְאֵ֖שׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot18לֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without19תָשִֽׂימוּH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work
26En zij namen de var, dien hij hun gegeven had, en bereidden hem, en riepen den naam van Baal aan, van den morgen tot op den middag, zeggende: O Baal, antwoord ons! Maar er was geen stem en geen antwoorder. En zij sprongen tegen het altaar, dat men gemaakt had.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
26En zij namenH3947 de varH6499, dienH834 hij hun gegevenH5414 had, en bereiddenH6213 hem, en riepenH7121 den naamH8034 van BaalH1168 aan, van den morgenH1242totH5704 op den middagH6672, zeggendeH559: O BaalH1168, antwoordH6030 ons! Maar er was geen stemH6963 en geenH369antwoorderH6030. En zij sprongenH6452tegenH5921 het altaarH4196, datH834 men gemaakt had.En zij namen de var, dien hij hun gegeven had, en bereidden hem, en riepen den naam van Baal aan, van den morgen tot op den middag, zeggende: O Baal, antwoord ons! Maar er was geen stem en geen antwoorder. En zij sprongen tegen het altaar, dat men gemaakt had.
KJVAnd they took1the bullock3which was given5them, and they dressed7it, and called8on the name9of Baal10from morning11even until noon,13saying,14O Baal,15hear16us. But there was no17voice,18nor any that answered.20And they leaped21upon the altar23which was made.25
1וַ֠יִּקְחוּH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הַפָּ֨רH6499var, varren, vars([phrase] young) bull(-ock), calf, ox4אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection5נָתַ֣ןH5414gegeven, geven, gafadd, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield6לָהֶם֮7וַֽיַּעֲשׂוּ֒H6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8וַיִּקְרְא֣וּH7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say9בְשֵׁםH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report10הַ֠בַּעַלH1168Baal, BaalsBaal, (plural) Baalim11מֵהַבֹּ֨קֶרH1242morgen, morgens, morgenstond([phrase]) day, early, morning, morrow12וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet13הַצָּהֳרַ֤יִםH6672middag, middags, venstermidday, noon(-day, -tide), window14לֵאמֹר֙H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet15הַבַּ֣עַלH1168Baal, BaalsBaal, (plural) Baalim16עֲנֵ֔נוּH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)17וְאֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)18ק֖וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell19וְאֵ֣יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)20עֹנֶ֑הH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)21וַֽיְפַסְּח֔וּH6452voorbijgaan, doorgaande, hinkthalt, become lame, leap, pass over22עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with23הַמִּזְבֵּ֖חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar24אֲשֶׁ֥רH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection25עָשָֽׂהH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use
27En het geschiedde op den middag, dat Elia met hen spotte, en zeide: Roept met luider stem, want hij is een god; omdat hij in gepeins is, of omdat hij wat te doen heeft, of omdat hij een reize heeft; misschien slaapt hij en zal wakker worden.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
27En het geschieddeH1961 op den middagH6672, dat EliaH452 met hen spotteH2048, en zeideH559: RoeptH7121 met luiderH1419stemH6963, wantH3588 hij is een godH430; omdat hijH1931 in gepeinsH7879 is, of omdatH3588 hij wat te doen heeft, of omdatH3588 hij een reizeH1870 heeft; misschien slaaptH3463hijH1931 en zal wakkerH3364 worden.En het geschiedde op den middag, dat Elia met hen spotte, en zeide: Roept met luider stem, want hij is een god; omdat hij in gepeins is, of omdat hij wat te doen heeft, of omdat hij een reize heeft; misschien slaapt hij en zal wakker worden.
KJVAnd it came to pass at noon,2that Elijah5mocked3them, and said,6Cry7aloud:9for he is a god;11either he is talking,14or he is pursuing,16or he is in a journey,19or peradventure21he sleepeth,22and must be awaked.24
28En zij riepen met luider stem, en zij sneden zichzelven met messen en met priemen, naar hun wijze, totdat zij bloed over zich uitstortten.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
28En zij riepenH7121 met luiderH1419stemH6963, en zij snedenH1413 zichzelven met messenH2719 en met priemenH7420, naar hun wijzeH4941, totdatH5704 zij bloedH1818overH5921 zich uitstorttenH8210.En zij riepen met luider stem, en zij sneden zichzelven met messen en met priemen, naar hun wijze, totdat zij bloed over zich uitstortten.
KJVAnd they cried1aloud,2and cut4themselves after their manner5with knives6and lancets,7till the blood10gushed out9upon them.
1וַֽיִּקְרְאוּ֙H7121riep, noemde, roepenbewray (self), that are bidden, call (for, forth, self, upon), cry (unto), (be) famous, guest, invite, mention, (give) name, preach, (make) proclaim(-ation), pronounce, publish, read, renowned, say2בְּק֣וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell3גָּד֔וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very4וַיִּתְגֹּֽדְדוּ֙H1413gesneden, hopen, insnijdenassemble (selves by troops), gather (selves together, self in troops), cut selves5כְּמִשְׁפָּטָ֔םH4941recht, rechten, gericht[phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong6בַּחֲרָב֖וֹתH2719zwaard, zwaards, zwaardenaxe, dagger, knife, mattock, sword, tool7וּבָֽרְמָחִ֑יםH7420spiesen, spies, priemenbuckler, javelin, lancet, spear8עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet9שְׁפָךְH8210vergoten, uitgieten, stortcast (up), gush out, pour (out), shed(-der, out), slip10דָּ֖םH1818bloed, bloeds, bloedschuldenblood(-y, -guiltiness, (-thirsty), [phrase] innocent11עֲלֵיהֶֽםH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with
29Het geschiedde nu, als de middag voorbij was, dat zij profeteerden totdat men het spijsoffer zou offeren; maar er was geen stem, en geen antwoorder, en geen opmerking.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
29Het geschiedde nu, als de middagH6672voorbijH5674 was, dat zij profeteerdenH5012totdatH5704 men het spijsofferH4503 zou offerenH5927; maar er was geen stemH6963, en geenH369antwoorderH6030, en geenH369opmerkingH7182.Het geschiedde nu, als de middag voorbij was, dat zij profeteerden totdat men het spijsoffer zou offeren; maar er was geen stem, en geen antwoorder, en geen opmerking.
KJVAnd it came to pass, when midday3was past,2and they prophesied4until the time of the offering6of the evening sacrifice,7that there was neither voice,9nor any to answer,11nor any that regarded.13
1וַֽיְהִי֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2כַּעֲבֹ֣רH5674doorgaan, voorbij, gegaanalienate, alter, [idiom] at all, beyond, bring (over, through), carry over, (over-) come (on, over), conduct (over), convey over, current, deliver, do away, enter, escape, fail, gender, get over, (make) go (away, beyond, by, forth, his way, in, on, over, through), have away (more), lay, meddle, overrun, make partition, (cause to, give, make to, over) pass(-age, along, away, beyond, by, -enger, on, out, over, through), (cause to, make) [phrase] proclaim(-amation), perish, provoke to anger, put away, rage, [phrase] raiser of taxes, remove, send over, set apart, [phrase] shave, cause to (make) sound, [idiom] speedily, [idiom] sweet smelling, take (away), (make to) transgress(-or), translate, turn away, (way-) faring man, be wrath3הַֽצָּהֳרַ֔יִםH6672middag, middags, venstermidday, noon(-day, -tide), window4וַיִּֽתְנַבְּא֔וּH5012profeteren, profeteer, profeteerdeprophesy(-ing), make self a prophet5עַ֖דH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet6לַעֲל֣וֹתH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work7הַמִּנְחָ֑הH4503spijsoffer, geschenk, geschenkengift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice8וְאֵֽיןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)9ק֥וֹלH6963stem, geluid, geruis[phrase] aloud, bleating, crackling, cry ([phrase] out), fame, lightness, lowing, noise, [phrase] hold peace, (pro-) claim, proclamation, [phrase] sing, sound, [phrase] spark, thunder(-ing), voice, [phrase] yell10וְאֵיןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)11עֹנֶ֖הH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)12וְאֵ֥יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)13קָֽשֶׁבH7182opmerking, nauw[idiom] diligently, hearing, much heed, that regarded
30Toen zeide Elia tot het ganse volk: Nadert tot mij. En al het volk naderde tot hem; en hij heelde het altaar des HEEREN, dat verbroken was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
30Toen zeideH559EliaH452 tot het ganseH3605volkH5971: NadertH5066 tot mij. En alH3605 het volkH5971naderdeH5066totH413 hem; en hij heeldeH7495 het altaarH4196 des HEERENH3068, dat verbrokenH2040 was.Toen zeide Elia tot het ganse volk: Nadert tot mij. En al het volk naderde tot hem; en hij heelde het altaar des HEEREN, dat verbroken was.
KJVAnd Elijah2said1unto all the people,4Come near5unto me. And all the people9came near7unto him. And he repaired11the altar13of the LORD14that was broken down.15
1וַיֹּ֨אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלִיָּ֤הוּH452EliaElijah, Eliah3לְכָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)4הָעָם֙H5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people5גְּשׁ֣וּH5066trad, naderde, naderen(make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand6אֵלַ֔יH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)7וַיִּגְּשׁ֥וּH5066trad, naderde, naderen(make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand8כָלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)9הָעָ֖םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people10אֵלָ֑יוH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)11וַיְרַפֵּ֛אH7495genezen, gezond, helencure, (cause to) heal, physician, repair, [idiom] thoroughly, make whole. See H7503 (רָפָה)12אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)13מִזְבַּ֥חH4196altaar, altaren, altaarsaltar14יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)15הֶהָרֽוּסH2040afbreken, afgebroken, verbrokenbeat down, break (down, through), destroy, overthrow, pluck down, pull down, ruin, throw down, [idiom] utterly
31En Elia nam twaalf stenen, naar het getal der stammen van de kinderen Jakobs, tot welke het woord des HEEREN geschied was, zeggende: Israel zal uw naam zijn.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
31En EliaH452namH3947twaalfH8147stenenH68, naar het getalH4557 der stammenH7626 van de kinderenH1121JakobsH3290, tot welkeH834 het woordH1697 des HEERENH3068geschiedH1961 was, zeggendeH559: IsraelH3478 zal uw naamH8034 zijn.En Elia nam twaalf stenen, naar het getal der stammen van de kinderen Jakobs, tot welke het woord des HEEREN geschied was, zeggende: Israel zal uw naam zijn.
KJVAnd Elijah2took1twelve3stones,5according to the number6of the tribes7of the sons8of Jacob,9unto whom the word12of the LORD13came, saying,15Israel16shall be thy name:18
1וַיִּקַּ֣חH3947nam, nemen, genomenaccept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win2אֵלִיָּ֗הוּH452EliaElijah, Eliah3שְׁתֵּ֤יםH8147twee, twaalf, beideboth, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two4עֶשְׂרֵה֙H6240-tien (in samenstellingen)(eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th)5אֲבָנִ֔יםH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)6כְּמִסְפַּ֖רH4557getal, tellen, geteld[phrase] abundance, account, [idiom] all, [idiom] few, (in-) finite, (certain) number(-ed), tale, telling, [phrase] time7שִׁבְטֵ֣יH7626stammen, stam, roede[idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe8בְנֵֽיH1121kinderen, zoon, zonen[phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth9יַעֲקֹ֑בH3290Jakob, JakobsJacob10אֲשֶׁר֩H834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection11הָיָ֨הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use12דְבַרH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work13יְהוָ֤הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)14אֵלָיו֙H413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15לֵאמֹ֔רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet16יִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael17יִהְיֶ֥הH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use18שְׁמֶֽךָH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report
32En hij bouwde met die stenen het altaar in den Naam des HEEREN; daarna maakte hij een groeve rondom het altaar, naar de wijdte van twee maten zaads.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
32En hij bouwdeH1129 met die stenenH68 het altaarH4196 in den NaamH8034 des HEERENH3068; daarna maakteH6213 hij een groeveH8585rondomH5439 het altaarH4196, naar de wijdteH1004 van twee matenH5429zaadsH2233.En hij bouwde met die stenen het altaar in den Naam des HEEREN; daarna maakte hij een groeve rondom het altaar, naar de wijdte van twee maten zaads.
KJVAnd with the stones3he built1an altar4in the name5of the LORD:6and he made7a trench8about12the altar,13as great as would contain9two measures10of seed.11
1וַיִּבְנֶ֧הH1129bouwen, gebouwd, bouwde(begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הָאֲבָנִ֛יםH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)4מִזְבֵּ֖חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar5בְּשֵׁ֣םH8034naam, Naam, namen[phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report6יְהוָ֑הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)7וַיַּ֣עַשׂH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use8תְּעָלָ֗הH8585watergang, groeve, heelpleistersconduit, cured, healing, little river, trench, watercourse9כְּבֵית֙H1004huis, huizen, huizecourt, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out)10סָאתַ֣יִםH5429maten, maatmeasure11זֶ֔רַעH2233zaad, zaads, zaadzaaiende[idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time12סָבִ֖יבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side13לַמִּזְבֵּֽחַH4196altaar, altaren, altaarsaltar
33En hij schikte het hout, en deelde den var in stukken, en legde hem op het hout.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
33En hij schikteH6186 het houtH6086, en deeldeH5408 den varH6499 in stukkenH5408, en legde hem opH5921 het houtH6086.En hij schikte het hout, en deelde den var in stukken, en legde hem op het hout.
Ook in dit vers
leideH7760
KJVAnd he put1➔ the wood3in order,and cut4the bullock6in pieces, and laid7him on the wood,9and said,Fillfourbarrelswith water,and pourit on the burnt sacrifice,and on the wood.
1וַֽיַּעֲרֹ֖ךְH6186stelden, schikken, toegerustput (set) (the battle, self) in array, compare, direct, equal, esteem, estimate, expert (in war), furnish, handle, join (battle), ordain, (lay, put, reckon up, set) (in) order, prepare, tax, value2אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)3הָֽעֵצִ֑יםH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood4וַיְנַתַּח֙H5408deelde, delen, hieuwcut (in pieces), divide, hew in pieces5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הַפָּ֔רH6499var, varren, vars([phrase] young) bull(-ock), calf, ox7וַיָּ֖שֶׂםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work8עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with9הָעֵצִֽיםH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood
34En hij zeide: Vult vier kruiken met water, en giet het op het brandoffer en op het hout. En hij zeide: Doet het ten tweeden male. En zij deden het ten tweeden male. Voorts zeide hij: Doet het ten derden male. En zij deden het ten derden male;
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
34En hij zeideH559: VultH4390vierH702kruikenH3537 met waterH4325, en gietH3332 het op het brandofferH5930 en opH5921 het houtH6086. En hij zeideH559: Doet het ten tweedenH8138 male. En zij deden het ten tweedenH8138 male. Voorts zeide hij: Doet het ten derdenH8027 male. En zij deden het ten derdenH8027 male;En hij zeide: Vult vier kruiken met water, en giet het op het brandoffer en op het hout. En hij zeide: Doet het ten tweeden male. En zij deden het ten tweeden male. Voorts zeide hij: Doet het ten derden male. En zij deden het ten derden male;
Ook in dit vers
zeideH559
KJVAnd he said,1Do it the second time.12And they did it the second time.13And he said,11Do it the third time.15And they did it the third time.16
1וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2מִלְא֨וּH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly3אַרְבָּעָ֤הH702vier, vierhonderd, veertienfour4כַדִּים֙H3537kruik, kruikenbarrel, pitcher5מַ֔יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))6וְיִֽצְק֥וּH3332goot, gieten, gegotencast, cleave fast, be (as) firm, grow, be hard, lay out, molten, overflow, pour (out), run out, set down, stedfast7עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with8הָעֹלָ֖הH5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)9וְעַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with10הָעֵצִ֑יםH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood11וַיֹּ֤אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12שְׁנוּ֙H8138tweeden, veranderd, veranderdedo (speak, strike) again, alter, double, (be given to) change, disguise, (be) diverse, pervert, prefer, repeat, return, do the second time13וַיִּשְׁנ֔וּH8138tweeden, veranderd, veranderdedo (speak, strike) again, alter, double, (be given to) change, disguise, (be) diverse, pervert, prefer, repeat, return, do the second time14וַיֹּ֥אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet15שַׁלֵּ֖שׁוּH8027derden, drie, driejarigedo the third time, (divide into, stay) three (days, -fold, parts, years old)16וַיְשַׁלֵּֽשׁוּH8027derden, drie, driejarigedo the third time, (divide into, stay) three (days, -fold, parts, years old)
35Dat het water rondom het altaar liep; daartoe vulde hij ook de groeve met water.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
35Dat het waterH4325rondomH5439 het altaarH4196liepH3212; daartoe vuldeH4390 hij ookH1571 de groeveH8585 met waterH4325.Dat het water rondom het altaar liep; daartoe vulde hij ook de groeve met water.
KJVAnd the water2ran1round about3the altar;4and he filled8the trench7also with water.9
1וַיֵּלְכ֣וּH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak2הַמַּ֔יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))3סָבִ֖יבH5439rondom, Rondom, omgangen(place, round) about, circuit, compass, on every side4לַמִּזְבֵּ֑חַH4196altaar, altaren, altaarsaltar5וְגַ֥םH1571ook, zelfs, jaagain, alike, also, (so much) as (soon), both (so)...and, but, either...or, even, for all, (in) likewise (manner), moreover, nay...neither, one, then(-refore), though, what, with, yea6אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)7הַתְּעָלָ֖הH8585watergang, groeve, heelpleistersconduit, cured, healing, little river, trench, watercourse8מִלֵּאH4390vervuld, vol, vervullenaccomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly9מָֽיִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))
36Het geschiedde nu, als men het spijsoffer offerde, dat de profeet Elia naderde, en zeide: HEERE, God van Abraham, Izak en Israel, dat het heden bekend worde, dat Gij God in Israel zijt, en ik Uw knecht; en dat ik al deze dingen naar Uw woord gedaan heb.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
36Het geschieddeH1961 nu, als men het spijsofferH4503offerdeH5927, dat de profeetH5030EliaH452naderdeH5066, en zeideH559: HEEREH3068, GodH430 van AbrahamH85, IzakH3327 en IsraelH3478, dat het hedenH3117bekendH3045 worde, datH3588GijH859GodH430 in IsraelH3478 zijt, en ikH589 Uw knechtH5650; en dat ik alH3605dezeH428 dingen naar Uw woordH1697gedaanH6213 heb.Het geschiedde nu, als men het spijsoffer offerde, dat de profeet Elia naderde, en zeide: HEERE, God van Abraham, Izak en Israel, dat het heden bekend worde, dat Gij God in Israel zijt, en ik Uw knecht; en dat ik al deze dingen naar Uw woord gedaan heb.
KJVAnd it came to pass at the time of the offering2of the evening sacrifice,3that Elijah5the prophet6came near,4and said,7LORD8God9of Abraham,10Isaac,11and of Israel,12let it be known14this day13that thou art God17in Israel,18and that I am thy servant,20and that I have done22all these things at thy word.21
1וַיְהִ֣יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בַּעֲל֣וֹתH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work3הַמִּנְחָ֗הH4503spijsoffer, geschenk, geschenkengift, oblation, (meat) offering, present, sacrifice4וַיִּגַּ֞שׁH5066trad, naderde, naderen(make to) approach (nigh), bring (forth, hither, near), (cause to) come (hither, near, nigh), give place, go hard (up), (be, draw, go) near (nigh), offer, overtake, present, put, stand5אֵלִיָּ֣הוּH452EliaElijah, Eliah6הַנָּבִיא֮H5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet7וַיֹּאמַר֒H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9אֱלֹהֵי֙H430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty10אַבְרָהָם֙H85Abraham, Abrahams, zoonAbraham11יִצְחָ֣קH3327Izak, IzaksIsaac. Compare H3446 (יִשְׂחָק)12וְיִשְׂרָאֵ֔לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael13הַיּ֣וֹםH3117dagen, dag, dageage, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger14יִוָּדַ֗עH3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot15כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet16אַתָּ֧הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you17אֱלֹהִ֛יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty18בְּיִשְׂרָאֵ֖לH3478Israel, Israels, IsraelietenIsrael19וַאֲנִ֣יH589ik, mijI, (as for) me, mine, myself, we, [idiom] which, [idiom] who20עַבְדֶּ֑ךָH5650knechten, knecht, knechts[idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant21וּבִדְבָרְךָ֣H1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work22עָשִׂ֔יתִיH6213doen, gedaan, maakteaccomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use23אֵ֥תH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)24כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)25הַדְּבָרִ֖יםH1697woord, woorden, zaakact, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work26הָאֵֽלֶּהH428deze, dit, dezenan-(the) other; one sort, so, some, such, them, these (same), they, this, those, thus, which, who(-m)
37Antwoord mij, HEERE, antwoord mij; opdat dit volk erkenne, dat Gij, o HEERE, die God zijt, en dat Gij hun hart achterwaarts omgewend hebt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
37AntwoordH6030 mij, HEEREH3068, antwoordH6030 mij; opdat dit volkH5971erkenneH3045, dat GijH859, o HEEREH3068, die GodH430 zijt, en dat GijH859 hun hartH3820achterwaartsH322omgewendH5437 hebt.Antwoord mij, HEERE, antwoord mij; opdat dit volk erkenne, dat Gij, o HEERE, die God zijt, en dat Gij hun hart achterwaarts omgewend hebt.
KJVHear1me, O LORD,2hear3me, that this people5may know4that thou art the LORD9God,10and that thou hast turned12➔ their heart14backagain.15
1עֲנֵ֤נִיH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)2יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3עֲנֵ֔נִיH6030antwoordde, antwoorden, antwoorddengive account, afflict (by mistake for H6031 (עָנָה)), (cause to, give) answer, bring low (by mistake for H6031 (עָנָה)), cry, hear, Leannoth, lift up, say, [idiom] scholar, (give a) shout, sing (together by course), speak, testify, utter, (bear) witness. See also H1042 (בֵּית עֲנוֹת), H1043 (בֵּית עֲנָת)4וְיֵֽדְעוּ֙H3045weten, weet, bekendacknowledge, acquaintance(-ted with), advise, answer, appoint, assuredly, be aware, (un-) awares, can(-not), certainly, comprehend, consider, [idiom] could they, cunning, declare, be diligent, (can, cause to) discern, discover, endued with, familiar friend, famous, feel, can have, be (ig-) norant, instruct, kinsfolk, kinsman, (cause to let, make) know, (come to give, have, take) knowledge, have (knowledge), (be, make, make to be, make self) known, [phrase] be learned, [phrase] lie by man, mark, perceive, privy to, [idiom] prognosticator, regard, have respect, skilful, shew, can (man of) skill, be sure, of a surety, teach, (can) tell, understand, have (understanding), [idiom] will be, wist, wit, wot5הָעָ֣םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people6הַזֶּ֔הH2088dit, deze, dezenhe, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ)7כִּֽיH3588want, dat, maarand, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet8אַתָּ֥הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you9יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)10הָאֱלֹהִ֑יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty11וְאַתָּ֛הH859gij, gijlieden, uthee, thou, ye, you12הֲסִבֹּ֥תָH5437rondom, keerde, omgewendbring, cast, fetch, lead, make, walk, [idiom] whirl, [idiom] round about, be about on every side, apply, avoid, beset (about), besiege, bring again, carry (about), change, cause to come about, [idiom] circuit, (fetch a) compass (about, round), drive, environ, [idiom] on every side, beset (close, come, compass, go, stand) round about, inclose, remove, return, set, sit down, turn (self) (about, aside, away, back)13אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14לִבָּ֖םH3820hart, harten, harte[phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom15אֲחֹרַנִּֽיתH322achterwaartsback (-ward, again)
38Toen viel het vuur de HEEREN, en verteerde dat brandoffer, en dat hout, en die stenen, en dat stof, ja, lekte dat water op, hetwelk in de groeve was.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
38Toen vielH5307 het vuurH784 de HEERENH3068, en verteerdeH398 dat brandofferH5930, en dat houtH6086, en die stenenH68, en dat stofH6083, ja, lekteH3897 dat waterH4325 op, hetwelkH834 in de groeveH8585 was.Toen viel het vuur de HEEREN, en verteerde dat brandoffer, en dat hout, en die stenen, en dat stof, ja, lekte dat water op, hetwelk in de groeve was.
KJVThen the fire2of the LORD3fell,1and consumed4the burnt sacrifice,6and the wood,8and the stones,10and the dust,12and licked up17the water14that was in the trench.16
1וַתִּפֹּ֣לH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down2אֵשׁH784vuur, vuurs, vurigeburning, fiery, fire, flaming, hot3יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)4וַתֹּ֤אכַלH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6הָֽעֹלָה֙H5930brandoffer, brandofferen, brandoffersascent, burnt offering (sacrifice), go up to. See also H5766 (עֶוֶל)7וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)8הָ֣עֵצִ֔יםH6086hout, bomen, boom[phrase] carpenter, gallows, helve, [phrase] pine, plank, staff, stalk, stick, stock, timber, tree, wood9וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)10הָאֲבָנִ֖יםH68stenen, steen, gesteente[phrase] carbuncle, [phrase] mason, [phrase] plummet, (chalk-, hail-, head-, sling-) stone(-ny), (divers) weight(-s)11וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)12הֶעָפָ֑רH6083stof, stofs, aardeashes, dust, earth, ground, morter, powder, rubbish13וְאֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)14הַמַּ֥יִםH4325water, wateren, waters[phrase] piss, wasting, water(-ing, (-course, -flood, -spring))15אֲשֶׁרH834die, dat, wat[idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection16בַּתְּעָלָ֖הH8585watergang, groeve, heelpleistersconduit, cured, healing, little river, trench, watercourse17לִחֵֽכָהH3897lekken, lekte, oplikkenlick (up)
39Als nu het ganse volk dat zag, zo vielen zij op hun aangezichten, en zeiden: De HEERE is God, de HEERE is God!
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
39Als nu het ganseH3605volkH5971 dat zagH7200, zo vielenH5307 zij opH5921 hun aangezichtenH6440, en zeidenH559: De HEEREH3068 is GodH430, de HEEREH3068 is GodH430!Als nu het ganse volk dat zag, zo vielen zij op hun aangezichten, en zeiden: De HEERE is God, de HEERE is God!
KJVAnd when all the people3saw1it, they fell4on their faces:6and they said,7The LORD,8he is the God;10the LORD,11he is the God.13
1וַיַּרְא֙H7200zag, zien, gezienadvise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions2כָּלH3605al, alle, ganse(in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever)3הָעָ֔םH5971volk, volks, volkenfolk, men, nation, people4וַֽיִּפְּל֖וּH5307vallen, viel, gevallenbe accepted, cast (down, self, (lots), out), cease, die, divide (by lot), (let) fail, (cause to, let, make, ready to) fall (away, down, -en, -ing), fell(-ing), fugitive, have (inheritance), inferior, be judged (by mistake for H6419 (פָּלַל)), lay (along), (cause to) lie down, light (down), be ([idiom] hast) lost, lying, overthrow, overwhelm, perish, present(-ed, -ing), (make to) rot, slay, smite out, [idiom] surely, throw down5עַלH5921op, over, aanabove, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with6פְּנֵיהֶ֑םH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you7וַיֹּ֣אמְר֔וּH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet8יְהוָה֙H3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)9ה֣וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who10הָאֱלֹהִ֔יםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty11יְהוָ֖הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)12ה֥וּאH1931hij, het, zijhe, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who13הָאֱלֹהִֽיםH430God, Gods, godenangels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
40En Elia zeide tot hen: Grijpt de profeten van Baal, dat niemand van hen ontkome. En zij grepen ze; en Elia voerde hen af naar de beek Kison, en slachtte hen aldaar.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
40En EliaH452zeideH559 tot hen: GrijptH8610 de profetenH5030 van BaalH1168, dat niemandH408 van hen ontkomeH4422. En zij grepenH8610 ze; en EliaH452voerdeH3381 hen af naarH413 de beekH5158KisonH7028, en slachtteH7819 hen aldaarH8033.En Elia zeide tot hen: Grijpt de profeten van Baal, dat niemand van hen ontkome. En zij grepen ze; en Elia voerde hen af naar de beek Kison, en slachtte hen aldaar.
KJVAnd Elijah2said1unto them, Take4the prophets6of Baal;7let not one8of them escape.10And they took12them: and Elijah14brought them down13to the brook16Kishon,17and slew18them there.
1וַיֹּאמֶר֩H559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֵלִיָּ֨הוּH452EliaElijah, Eliah3לָהֶ֜ם4תִּפְשׂ֣וּH8610gegrepen, grepen, handelencatch, handle, (lay, take) hold (on, over), stop, [idiom] surely, surprise, take5אֶתH853wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald(as such unrepresented in English)6נְבִיאֵ֣יH5030profeet, profeten, Profeetprophecy, that prophesy, prophet7הַבַּ֗עַלH1168Baal, BaalsBaal, (plural) Baalim8אִ֛ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9אַלH408niet, geen, niemandnay, neither, [phrase] never, no, nor, not, nothing (worth), rather than10יִמָּלֵ֥טH4422ontkomen, ontkwam, bevrijdendeliver (self), escape, lay, leap out, let alone, let go, preserve, save, [idiom] speedily, [idiom] surely11מֵהֶ֖ם12וַֽיִּתְפְּשׂ֑וּםH8610gegrepen, grepen, handelencatch, handle, (lay, take) hold (on, over), stop, [idiom] surely, surprise, take13וַיּוֹרִדֵ֤םH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down14אֵלִיָּ֨הוּ֙H452EliaElijah, Eliah15אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)16נַ֣חַלH5158beek, beken, dalbrook, flood, river, stream, valley17קִישׁ֔וֹןH7028KisonKishon, Kison18וַיִּשְׁחָטֵ֖םH7819slachten, slachtte, slachttenkill, offer, shoot out, slay, slaughter19שָֽׁםH8033daar, aldaar, derwaartsin it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
41Daarna zeide Elia tot Achab: Trek op, eet en drink; want er is een geruis van een overvloedigen regen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
41Daarna zeideH559EliaH452 tot AchabH256: TrekH5927 op, eetH398 en drinkH8354; wantH3588 er is een geruisH6963 van een overvloedigenH1995regenH1653.Daarna zeide Elia tot Achab: Trek op, eet en drink; want er is een geruis van een overvloedigen regen.
KJVAnd Elijah2said1unto Ahab,3Get thee up,4eat5and drink;6for there is a sound8of abundance9of rain.10
42Alzo toog Achab op, om te eten en te drinken; maar Elia ging op naar de hoogte van Karmel, en breidde zich uit voorwaarts ter aarde; daarna legde hij zijn aangezicht tussen zijn knieen.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
42Alzo toogH5927AchabH256 op, om te etenH398 en te drinkenH8354; maar EliaH452 ging op naarH413 de hoogteH7218 van KarmelH3760, en breiddeH1457 zich uit voorwaarts ter aardeH776; daarna legde hij zijn aangezichtH6440tussenH996 zijn knieenH1290.Alzo toog Achab op, om te eten en te drinken; maar Elia ging op naar de hoogte van Karmel, en breidde zich uit voorwaarts ter aarde; daarna legde hij zijn aangezicht tussen zijn knieen.
Ook in dit vers
leideH7760
KJVSo Ahab2went up1to eat3and to drink.4And Elijah5went up6to the top8of Carmel;9and he cast himself down10upon the earth,11and put12his face13between his knees,15
1וַיַּעֲלֶ֥הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work2אַחְאָ֖בH256Achab, AchabsAhab3לֶאֱכֹ֣לH398eten, gegeten, eet[idiom] at all, burn up, consume, devour(-er, up), dine, eat(-er, up), feed (with), food, [idiom] freely, [idiom] in...wise(-deed, plenty), (lay) meat, [idiom] quite4וְלִשְׁתּ֑וֹתH8354drinken, gedronken, drinkt[idiom] assuredly, banquet, [idiom] certainly, drink(-er, -ing), drunk ([idiom] -ard), surely. (Prop. intensive of H8248 (שָׁקָה).)5וְאֵ֨לִיָּ֜הוּH452EliaElijah, Eliah6עָלָ֨הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work7אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)8רֹ֤אשׁH7218hoofd, hoofden, hoogteband, beginning, captain, chapiter, chief(-est place, man, things), company, end, [idiom] every (man), excellent, first, forefront, (be-)head, height, (on) high(-est part, (priest)), [idiom] lead, [idiom] poor, principal, ruler, sum, top9הַכַּרְמֶל֙H3760Karmel, schonen velds, vruchtbaar landCarmel, fruitful (plentiful) field, (place)10וַיִּגְהַ֣רH1457breiddecast self down, stretch self11אַ֔רְצָהH776land, aarde, lands[idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world12וַיָּ֥שֶׂםH7760stellen, gesteld, zetten[idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work13פָּנָ֖יוH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you14בֵּ֥יןH996tussenamong, asunder, at, between (-twixt...and), [phrase] from (the widest), [idiom] in, out of, whether (it be...or), within15בִּרְכָּֽיוH1290knieen, knieknee
43En hij zeide tot zijn jongen: Ga nu op, en zie uit naar de zee. Toen ging hij op, en zag uit, en zeide: Er is niets. Toen zeide hij: Ga weder henen, zevenmaal.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
43En hij zeideH559totH413 zijn jongenH5288: Ga nu op, en zieH5027 uit naar de zeeH3220. Toen ging hij op, en zagH5027 uit, en zeideH559: Er is nietsH369. Toen zeideH559 hij: Ga weder henen, zevenmaalH7651.En hij zeide tot zijn jongen: Ga nu op, en zie uit naar de zee. Toen ging hij op, en zag uit, en zeide: Er is niets. Toen zeide hij: Ga weder henen, zevenmaal.
KJVAnd said1to his servant,3Go up4now, look6toward7the sea.8And he went up,9and looked,10and said,11There is nothing.13And he said,14Go again15seven16times.17
1וַיֹּ֣אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet2אֶֽלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)3נַעֲר֗וֹH5288jongen, jongeling, jongensbabe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man)4עֲלֵֽהH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work5נָא֙H4994toch, doch, OchI beseech (pray) thee (you), go to, now, oh6הַבֵּ֣טH5027aanschouwen, aanschouwt, zag(cause to) behold, consider, look (down), regard, have respect, see7דֶּֽרֶךְH1870weg, wegen, weegsalong, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever)8יָ֔םH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)9וַיַּ֨עַל֙H5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work10וַיַּבֵּ֔טH5027aanschouwen, aanschouwt, zag(cause to) behold, consider, look (down), regard, have respect, see11וַיֹּ֖אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12אֵ֣יןH369geen, niet, niemandelse, except, fail, (father-) less, be gone, in(-curable), neither, never, no (where), none, nor, (any, thing), not, nothing, to nought, past, un(-searchable), well-nigh, without. Compare H370 (אַיִן)13מְא֑וּמָהH3972iets, ding, nietsfault, [phrase] no(-ught), ought, somewhat, any (no-)thing14וַיֹּ֕אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet15שֻׁ֖בH7725wederkeren, keerde, keren((break, build, circumcise, dig, do anything, do evil, feed, lay down, lie down, lodge, make, rejoice, send, take, weep)) [idiom] again, (cause to) answer ([phrase] again), [idiom] in any case (wise), [idiom] at all, averse, bring (again, back, home again), call (to mind), carry again (back), cease, [idiom] certainly, come again (back), [idiom] consider, [phrase] continually, convert, deliver (again), [phrase] deny, draw back, fetch home again, [idiom] fro, get (oneself) (back) again, [idiom] give (again), go again (back, home), (go) out, hinder, let, (see) more, [idiom] needs, be past, [idiom] pay, pervert, pull in again, put (again, up again), recall, recompense, recover, refresh, relieve, render (again), requite, rescue, restore, retrieve, (cause to, make to) return, reverse, reward, [phrase] say nay, send back, set again, slide back, still, [idiom] surely, take back (off), (cause to, make to) turn (again, self again, away, back, back again, backward, from, off), withdraw16שֶׁ֥בַעH7651zeven, zevenhonderd, zevenmaal([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה)17פְּעָמִֽיםH6471ditmaal, malen, tweemaalanvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel
44En het geschiedde op de zevende maal, dat hij zeide: Zie, een kleine wolk, als eens mans hand, gaat op van de zee. En hij zeide: Ga op, zeg tot Achab: Span aan, en kom af, dat u de regen niet ophoude.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
44En het geschieddeH1961 op de zevende maalH7637, dat hij zeideH559: ZieH2009, een kleineH6996wolkH5645, als eens mansH376handH3709, gaat op van de zeeH3220. En hij zeideH559: Ga op, zegH559totH413AchabH256: SpanH631 aan, en komH3381 af, dat u de regenH1653nietH3808ophoudeH6113.En het geschiedde op de zevende maal, dat hij zeide: Zie, een kleine wolk, als eens mans hand, gaat op van de zee. En hij zeide: Ga op, zeg tot Achab: Span aan, en kom af, dat u de regen niet ophoude.
KJVAnd it came to pass at the seventh time,2that he said,3Behold, there ariseth9a little6cloud5out of the sea,10like a man's8hand.7And he said,11Go up,12say13unto Ahab,15Prepare16thy chariot, and get thee down,17that the rain20stop19thee not.
1וַֽיְהִי֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2בַּשְּׁבִעִ֔יתH7637zevenden, zevende, zevenseventh (time)3וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet4הִנֵּהH2009ziet, ziebehold, lo, see5עָ֛בH5645wolken, wolk, dichteclay, (thick) cloud, [idiom] thick, thicket. Compare H5672 (עֲבִי)6קְטַנָּ֥הH6996kleinste, kleine, kleinleast, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est)7כְּכַףH3709handen, hand, reukschaalbranch, [phrase] foot, hand((-ful), -dle, (-led)), hollow, middle, palm, paw, power, sole, spoon8אִ֖ישׁH376man, mannen, iederalso, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה)9עֹלָ֣הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work10מִיָּ֑םH3220zee, westen, zeeensea ([idiom] -faring man, (-shore)), south, west (-ern, side, -ward)11וַיֹּ֗אמֶרH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet12עֲלֵ֨הH5927optrekken, toog, opkomenarise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work13אֱמֹ֤רH559zeide, zeggende, zegtanswer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet14אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)15אַחְאָב֙H256Achab, AchabsAhab16אֱסֹ֣רH631gebonden, verbonden, bindenbind, fast, gird, harness, hold, keep, make ready, order, prepare, prison(-er), put in bonds, set in array, tie17וָרֵ֔דH3381nederdalen, neder, nedergedaald[idiom] abundantly, bring down, carry down, cast down, (cause to) come(-ing) down, fall (down), get down, go(-ing) down(-ward), hang down, [idiom] indeed, let down, light (down), put down (off), (cause to, let) run down, sink, subdue, take down18וְלֹ֥אH3808niet, geen, noch[idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without19יַעַצָרְכָ֖הH6113opgehouden, besloten, beslotene[idiom] be able, close up, detain, fast, keep (self close, still), prevail, recover, refrain, [idiom] reign, restrain, retain, shut (up), slack, stay, stop, withhold (self)20הַגָּֽשֶׁםH1653regen, plasregen, plasregensrain, shower
45En het geschiedde ondertussen, dat de hemel van wolken en wind zwart werd; en er kwam een grote regen; en Achab reed weg, en toog naar Jizreel.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
45En het geschieddeH1961ondertussenH5704, dat de hemelH8064 van wolkenH5645 en windH7307zwartH6937werdH1961; en er kwam een groteH1419regenH1653; en AchabH256reedH7392 weg, en toogH3212 naar JizreelH3157.En het geschiedde ondertussen, dat de hemel van wolken en wind zwart werd; en er kwam een grote regen; en Achab reed weg, en toog naar Jizreel.
KJVAnd it came to pass in the mean while,3that the heaven6was black7with clouds8and wind,9and there was a great12rain.11And Ahab14rode,13and went15to Jezreel.16
1וַיְהִ֣יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use2עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet3כֹּ֣הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder4וְעַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet5כֹּ֗הH3541zo, alzo, aldusalso, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder6וְהַשָּׁמַ֨יִם֙H8064hemel, hemels, hemelenair, [idiom] astrologer, heaven(-s)7הִֽתְקַדְּרוּ֙H6937zwart, rouwdragenden, verdonkerdbe black(-ish), be (make) dark(-en), [idiom] heavily, (cause to) mourn8עָבִ֣יםH5645wolken, wolk, dichteclay, (thick) cloud, [idiom] thick, thicket. Compare H5672 (עֲבִי)9וְר֔וּחַH7307geest, Geest, windair, anger, blast, breath, [idiom] cool, courage, mind, [idiom] quarter, [idiom] side, spirit(-ual), tempest, [idiom] vain, (whirl-) wind(-y)10וַיְהִ֖יH1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use11גֶּ֣שֶׁםH1653regen, plasregen, plasregensrain, shower12גָּד֑וֹלH1419grote, groot, groten[phrase] aloud, elder(-est), [phrase] exceeding(-ly), [phrase] far, (man of) great (man, matter, thing,-er,-ness), high, long, loud, mighty, more, much, noble, proud thing, [idiom] sore, ([idiom]) very13וַיִּרְכַּ֥בH7392rijden, rijdende, reedbring (on (horse-) back), carry, get (oneself) up, on (horse-) back, put, (cause to, make to) ride (in a chariot, on, -r), set14אַחְאָ֖בH256Achab, AchabsAhab15וַיֵּ֥לֶךְH3212ging, ga, gaan[idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak16יִזְרְעֶֽאלָהH3157Jizreel, JizreelaJezreel
46En de hand des HEEREN was over Elia, en hij gordde zijn lenden, en liep voor het aangezicht van Achab henen, tot daar men te Jizreel komt.
א
Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.
46En de handH3027 des HEERENH3068wasH1961 over EliaH452, en hij gorddeH8151 zijn lendenH4975, en liepH7323 voor het aangezichtH6440 van AchabH256 henen, tot daar men te JizreelH3157komtH935.En de hand des HEEREN was over Elia, en hij gordde zijn lenden, en liep voor het aangezicht van Achab henen, tot daar men te Jizreel komt.
KJVAnd the hand1of the LORD2was on Elijah;5and he girded up6his loins,7and ran8before9Ahab10to the entrance12of Jezreel.13
1וְיַדH3027hand, handen, dienst([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves2יְהוָ֗הH3068HEEREJehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)3הָֽיְתָה֙H1961zijn, geschiedde, wasbeacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use4אֶלH413tot, naar, aanabout, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in)5אֵ֣לִיָּ֔הוּH452EliaElijah, Eliah6וַיְשַׁנֵּ֖סH8151gorddegird up7מָתְנָ֑יוH4975lenden, lendenen, goede lenden[phrase] greyhound, loins, side8וַיָּ֨רָץ֙H7323liep, lopen, trawantenbreak down, divide speedily, footman, guard, bring hastily, (make) run (away, through), post9לִפְנֵ֣יH6440aangezicht, voor, aangezichten[phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you10אַחְאָ֔בH256Achab, AchabsAhab11עַדH5704tot, totdat, aanagainst, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet12בֹּאֲכָ֖הH935komen, kwam, kwamenabide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way13יִזְרְעֶֽאלָהH3157Jizreel, JizreelaJezreel
KruisverwijzingenSchatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
1 Koningen 18:1— En het gebeurde na vele dagen, dat het woord des HEEREN geschiedde tot Elia, in het derde jaar, zeggende: Ga heen, vertoon u aan Achab; want Ik zal regen geven op den aardbodem.Lukas 4:25→Jakobus 5:17→1 Koningen 17:1→Deuteronomium 28:12→Leviticus 26:4→1 Koningen 18:15→1 Koningen 17:15→Openbaring 11:6→
1 Koningen 18:2— En Elia ging heen, om zich aan Achab te vertonen. En de honger was sterk in Samaria.2 Koningen 6:25→Spreuken 28:1→Jesaja 51:12→Psalmen 27:1→Leviticus 26:26→Psalmen 51:4→Joël 1:15→Deuteronomium 28:23→
1 Koningen 18:3— En Achab had Obadja, den hofmeester, geroepen; en Obadja was den HEERE zeer vrezende.Nehemia 7:2→1 Koningen 16:9→Nehemia 5:15→Genesis 24:2→Genesis 24:10→Genesis 39:9→Spreuken 14:26→Handelingen 10:35→
1 Koningen 18:4— Want het geschiedde, als Izebel de profeten des HEEREN uitroeide, dat Obadja honderd profeten nam, en verborg ze bij vijftig man in een spelonk, en onderhield hen met brood en water.1 Koningen 18:13→Mattheüs 10:40→Mattheüs 25:35→Openbaring 17:4→Mattheüs 21:35→Hebreeën 11:38→Mattheüs 25:40→1 Koningen 13:16→
1 Koningen 18:5— En Achab had gezegd tot Obadja: Trek door het land, tot alle waterfonteinen en tot alle rivieren; misschien zullen wij gras vinden, opdat wij de paarden en de muilezelen in het leven behouden, en niets uitroeien van de beesten.Joël 2:22→Joël 1:18→Jeremia 14:5→Romeinen 8:20→Habakuk 3:17→Psalmen 104:14→
1 Koningen 18:6— En zij deelden het land onder zich, dat zij het doortogen; Achab ging bijzonder op een weg, en Obadja ging ook bijzonder op een weg.Jeremia 14:3→
1 Koningen 18:7— Als nu Obadja op den weg was, ziet, zo was hem Elia tegemoet; en hem kennende, zo viel hij op zijn aangezicht, en zeide: Zijt gij mijn heer Elia?2 Koningen 1:6→Genesis 18:12→1 Samuël 20:41→Genesis 44:20→Genesis 18:2→Genesis 44:33→Numeri 12:11→Genesis 50:18→
1 Koningen 18:8— Hij zeide: Ik ben het; ga heen, zeg uw heer: Zie, Elia is hier.1 Petrus 2:17→Romeinen 13:7→1 Koningen 18:3→
1 Koningen 18:9— Maar hij zeide: Wat heb ik gezondigd, dat gij uw knecht geeft in de hand van Achab, dat hij mij dode?1 Koningen 18:12→Exodus 5:21→1 Koningen 17:18→
1 Koningen 18:10— Zo waarachtig als de HEERE, uw God, leeft, zo er een volk of koninkrijk is, waar mijn heer niet gezonden heeft, om u te zoeken; en als zij zeiden: Hij is hier niet; zo nam hij dat koninkrijk en dat volk een eed af; dat zij u niet hadden gevonden.1 Koningen 17:1→1 Koningen 17:5→Psalmen 12:7→Jeremia 26:20→Psalmen 10:2→1 Koningen 17:9→1 Koningen 18:15→Johannes 8:59→
1 Koningen 18:11— En nu zegt gij: Ga heen, zeg uw heer: Zie, Elia is hier.1 Koningen 18:14→1 Koningen 18:8→
1 Koningen 18:12— En het mocht geschieden, wanneer ik van u zou weggegaan zijn, dat de Geest des HEEREN u wegnam, ik weet niet waarheen; en ik kwam, om dat Achab aan te zeggen, en hij vond u niet, zo zou hij mij doden; ik, uw knecht, nu vrees den HEERE van mijn jonkheid af.2 Koningen 2:16→Handelingen 8:39→Ezechiël 8:3→Ezechiël 11:24→2 Koningen 2:11→1 Samuël 2:18→Daniël 2:5→Ezechiël 3:12→
1 Koningen 18:13— Is mijn heer niet aangezegd, wat ik gedaan heb, als Izebel de profeten des HEEREN doodde? Dat ik van de profeten des HEEREN honderd man heb verborgen, elk vijftig man in een spelonk, en die met brood en water onderhouden heb?1 Koningen 18:4→Mattheüs 25:35→1 Thessalonicenzen 2:9→Genesis 20:4→Psalmen 18:21→Handelingen 20:34→Mattheüs 10:41→
1 Koningen 18:14— En nu zegt gij: Ga heen, zeg uw heer: Zie, Elia is hier, en hij zou mij doodslaan.Mattheüs 10:28→
1 Koningen 18:15— En Elia zeide: Zo waarachtig als de HEERE der heirscharen leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, ik zal voorzeker mij heden aan hem vertonen!1 Koningen 17:1→1 Koningen 18:10→Psalmen 148:2→Lukas 2:13→Psalmen 103:21→Jesaja 6:3→Psalmen 24:8→Deuteronomium 1:38→
1 Koningen 18:17— En het geschiedde, als Achab Elia zag, dat Achab tot hem zeide: Zijt gij die beroerden van Israel?1 Koningen 21:20→Jozua 7:25→Handelingen 16:20→Handelingen 24:5→Jeremia 38:4→Handelingen 17:6→Jeremia 26:8→Amos 7:10→
1 Koningen 18:18— Toen zeide hij: Ik heb Israel niet beroerd, maar gij en uws vaders huis, daarmede, dat gijlieden de geboden des HEEREN verlaten hebt en de Baals nagevolgd zijt.2 Kronieken 15:2→1 Koningen 9:9→1 Koningen 16:31→Handelingen 24:13→1 Koningen 21:25→Spreuken 13:21→Ezechiël 3:8→Handelingen 24:20→
1 Koningen 18:19— Nu dan, zend heen, verzamel tot mij het ganse Israel op den berg Karmel, en de vierhonderd en vijftig profeten van Baal, en de vierhonderd profeten van het bos, die van de tafel van Izebel eten.Jozua 19:26→1 Koningen 16:33→2 Koningen 2:25→1 Koningen 19:1→2 Koningen 9:22→2 Petrus 2:1→Amos 9:3→Openbaring 2:20→
1 Koningen 18:20— Zo zond Achab onder alle kinderen Israels, en verzamelde de profeten op den berg Karmel.1 Koningen 22:9→
1 Koningen 18:21— Toen naderde Elia tot het ganse volk, en zeide: Hoe lang hinkt gij op twee gedachten? Zo de HEERE God is, volgt Hem na, en zo het Baal is, volgt hem na! Maar het volk antwoordde hem niet een woord.Mattheüs 6:24→Jozua 24:15→1 Samuël 7:3→2 Koningen 17:41→2 Korinthe 6:14→1 Korinthe 10:21→Openbaring 3:15→Sefanja 1:5→
1 Koningen 18:22— Toen zeide Elia tot het volk: Ik ben alleen een profeet des HEEREN overgebleven, en de profeten van Baal zijn vierhonderd en vijftig mannen.1 Koningen 19:10→1 Koningen 19:14→1 Koningen 20:35→1 Koningen 22:6→1 Koningen 20:38→1 Koningen 18:19→1 Koningen 20:32→2 Petrus 2:1→
1 Koningen 18:24— Roept gij daarna den naam van uw god aan, en ik zal den Naam des HEEREN aanroepen; en de God, Die door vuur antwoorden zal, Die zal God zijn. En het ganse volk antwoordde en zeide: Dat woord is goed.1 Koningen 18:38→1 Kronieken 21:26→Leviticus 9:24→2 Kronieken 7:3→2 Samuël 14:19→Richteren 6:21→Jesaja 39:8→2 Kronieken 7:1→
1 Koningen 18:26— En zij namen de var, dien hij hun gegeven had, en bereidden hem, en riepen den naam van Baal aan, van den morgen tot op den middag, zeggende: O Baal, antwoord ons! Maar er was geen stem en geen antwoorder. En zij sprongen tegen het altaar, dat men gemaakt had.Jeremia 10:5→1 Korinthe 12:2→1 Korinthe 8:4→Daniël 5:23→Jesaja 45:20→Jesaja 37:38→Jesaja 44:17→Sefanja 1:9→
1 Koningen 18:27— En het geschiedde op den middag, dat Elia met hen spotte, en zeide: Roept met luider stem, want hij is een god; omdat hij in gepeins is, of omdat hij wat te doen heeft, of omdat hij een reize heeft; misschien slaapt hij en zal wakker worden.Psalmen 44:23→Psalmen 78:65→Psalmen 121:4→Jesaja 41:23→Jesaja 8:9→Prediker 11:9→Ezechiël 20:39→Mattheüs 26:45→
1 Koningen 18:28— En zij riepen met luider stem, en zij sneden zichzelven met messen en met priemen, naar hun wijze, totdat zij bloed over zich uitstortten.Leviticus 19:28→Deuteronomium 14:1→Markus 5:5→Micha 6:7→Markus 9:22→
1 Koningen 18:29— Het geschiedde nu, als de middag voorbij was, dat zij profeteerden totdat men het spijsoffer zou offeren; maar er was geen stem, en geen antwoorder, en geen opmerking.Exodus 29:41→1 Koningen 18:26→2 Timotheüs 3:8→1 Korinthe 11:4→1 Koningen 22:12→1 Koningen 22:10→Exodus 29:39→1 Samuël 18:10→
1 Koningen 18:30— Toen zeide Elia tot het ganse volk: Nadert tot mij. En al het volk naderde tot hem; en hij heelde het altaar des HEEREN, dat verbroken was.2 Kronieken 33:16→1 Koningen 19:10→1 Koningen 19:14→Romeinen 11:3→
1 Koningen 18:31— En Elia nam twaalf stenen, naar het getal der stammen van de kinderen Jakobs, tot welke het woord des HEEREN geschied was, zeggende: Israel zal uw naam zijn.Genesis 35:10→2 Koningen 17:34→Genesis 32:28→Jozua 4:3→Jozua 4:20→Jesaja 48:1→Efeze 4:4→Efeze 2:20→
1 Koningen 18:32— En hij bouwde met die stenen het altaar in den Naam des HEEREN; daarna maakte hij een groeve rondom het altaar, naar de wijdte van twee maten zaads.Kolossenzen 3:17→Richteren 6:26→1 Samuël 7:17→Richteren 21:4→1 Samuël 7:9→1 Korinthe 10:31→Exodus 20:24→
1 Koningen 18:33— En hij schikte het hout, en deelde den var in stukken, en legde hem op het hout.Genesis 22:9→Leviticus 1:6→Richteren 6:20→Daniël 3:25→Johannes 11:39→Daniël 3:19→Johannes 19:33→
1 Koningen 18:34— En hij zeide: Vult vier kruiken met water, en giet het op het brandoffer en op het hout. En hij zeide: Doet het ten tweeden male. En zij deden het ten tweeden male. Voorts zeide hij: Doet het ten derden male. En zij deden het ten derden male;2 Korinthe 4:2→2 Korinthe 8:21→
1 Koningen 18:35— Dat het water rondom het altaar liep; daartoe vulde hij ook de groeve met water.1 Koningen 18:38→1 Koningen 18:32→
1 Koningen 18:36— Het geschiedde nu, als men het spijsoffer offerde, dat de profeet Elia naderde, en zeide: HEERE, God van Abraham, Izak en Israel, dat het heden bekend worde, dat Gij God in Israel zijt, en ik Uw knecht; en dat ik al deze dingen naar Uw woord gedaan heb.Exodus 3:6→1 Koningen 18:29→1 Koningen 8:43→Numeri 16:28→2 Koningen 19:19→Handelingen 10:30→Ezechiël 36:23→Genesis 46:3→
1 Koningen 18:37— Antwoord mij, HEERE, antwoord mij; opdat dit volk erkenne, dat Gij, o HEERE, die God zijt, en dat Gij hun hart achterwaarts omgewend hebt.Maleachi 4:5→Genesis 32:28→Lukas 11:8→Jakobus 5:16→2 Kronieken 14:11→1 Koningen 18:36→Daniël 9:17→Jeremia 31:18→
1 Koningen 18:38— Toen viel het vuur de HEEREN, en verteerde dat brandoffer, en dat hout, en die stenen, en dat stof, ja, lekte dat water op, hetwelk in de groeve was.Leviticus 9:24→Richteren 6:21→1 Kronieken 21:26→Job 1:16→2 Kronieken 7:1→Leviticus 10:2→2 Koningen 1:12→Genesis 15:17→
1 Koningen 18:39— Als nu het ganse volk dat zag, zo vielen zij op hun aangezichten, en zeiden: De HEERE is God, de HEERE is God!1 Koningen 18:24→1 Koningen 18:21→1 Kronieken 21:16→Handelingen 4:16→2 Kronieken 7:3→Richteren 13:20→Johannes 5:35→Handelingen 2:37→
1 Koningen 18:40— En Elia zeide tot hen: Grijpt de profeten van Baal, dat niemand van hen ontkome. En zij grepen ze; en Elia voerde hen af naar de beek Kison, en slachtte hen aldaar.Deuteronomium 18:20→Deuteronomium 13:5→Richteren 5:21→Richteren 4:7→2 Koningen 10:24→Zacharia 13:2→Openbaring 20:10→Jeremia 48:10→
1 Koningen 18:41— Daarna zeide Elia tot Achab: Trek op, eet en drink; want er is een geruis van een overvloedigen regen.Prediker 9:7→Handelingen 27:34→1 Koningen 18:1→1 Koningen 17:1→
1 Koningen 18:42— Alzo toog Achab op, om te eten en te drinken; maar Elia ging op naar de hoogte van Karmel, en breidde zich uit voorwaarts ter aarde; daarna legde hij zijn aangezicht tussen zijn knieen.Handelingen 10:9→Jesaja 6:2→Jozua 7:6→Psalmen 89:7→Mattheüs 14:23→Ezra 9:6→1 Koningen 19:13→Jakobus 5:16→
1 Koningen 18:43— En hij zeide tot zijn jongen: Ga nu op, en zie uit naar de zee. Toen ging hij op, en zag uit, en zeide: Er is niets. Toen zeide hij: Ga weder henen, zevenmaal.Lukas 18:7→Habakuk 2:3→Hebreeën 10:36→Genesis 32:26→Efeze 6:18→Lukas 18:1→Psalmen 5:3→
1 Koningen 18:44— En het geschiedde op de zevende maal, dat hij zeide: Zie, een kleine wolk, als eens mans hand, gaat op van de zee. En hij zeide: Ga op, zeg tot Achab: Span aan, en kom af, dat u de regen niet ophoude.Lukas 12:54→Micha 1:13→1 Samuël 6:7→1 Samuël 6:10→Zacharia 4:10→Job 8:7→
1 Koningen 18:45— En het geschiedde ondertussen, dat de hemel van wolken en wind zwart werd; en er kwam een grote regen; en Achab reed weg, en toog naar Jizreel.1 Koningen 21:1→1 Koningen 21:23→Jozua 17:16→2 Samuël 2:9→Jozua 19:18→1 Koningen 18:39→2 Koningen 9:16→2 Samuël 21:14→
1 Koningen 18:46— En de hand des HEEREN was over Elia, en hij gordde zijn lenden, en liep voor het aangezicht van Achab henen, tot daar men te Jizreel komt.2 Koningen 3:15→2 Koningen 4:29→Jeremia 1:17→Ezechiël 3:14→2 Koningen 9:1→Jesaja 8:11→Ezechiël 1:3→1 Petrus 1:13→
KanttekeningenDe oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
1 Koningen 18 vers 1— En het gebeurde na vele dagen, dat het woord des HEEREN geschiedde tot Elia, in het derde jaar, zeggende: Ga heen, vertoon u aan Achab; want Ik zal regen geven op den aardbodem.
vele dagen,
Te weten, drie jaren en zes maanden; Luc. 4:25, en Jak. 5:17.
Hertaald:vele dagen,
Namelijk: drie jaar en zes maanden; Luk. 4:25, en Jak. 5:17.
in het derde jaar,
Te weten, nadat hij bij de weduwe in Sarepta was geherbergd geweest. Zie 1 Kon. 17:7.
Hertaald:in het derde jaar,
Namelijk: nadat hij bij de weduwe in Zarfath onderdak gekregen had. Zie 1 Kon. 17:7.
vertoon u aan Achab;
Om hem van mijnentwege den regen te beloven en te gebieden, dat hij de priesters van Baäl op den berg Karmel doe vergaderen. Zie onder, vs.19 en de volgende.
Hertaald:vertoon u aan Achab;
Om hem namens Mij de regen te beloven en hem te gebieden dat hij de priesters van Baäl op de berg Karmel laat samenkomen. Zie hieronder vers 19 en volgende.
1 Koningen 18 vers 2— En Elia ging heen, om zich aan Achab te vertonen. En de honger was sterk in Samaria.
in Samaria
Versta dit, niet alleen van de stad Samaria, maar van het ganse koninkrijk Israëls.
Hertaald:in Samaria
Versta dit niet alleen van de stad Samaria, maar van het hele koninkrijk Israël.
1 Koningen 18 vers 3— En Achab had Obadja, den hofmeester, geroepen; en Obadja was den HEERE zeer vrezende.
Obadja,
Hebreeuws, Obadjahu; die te onderscheiden is van anderen, de dezen naam gehad hebben, 1 Kron. 27:19, en 2 Kron. 34:12, en van den profeet Obadja, Ob. 1:1, tenware hij dezelfde geweest ware, gelijk enigen gemeend hebben.
Hertaald:Obadja,
Hebreeuws: Obadjahu; hij moet onderscheiden worden van anderen die deze naam gedragen hebben, 1 Kron. 27:19, en 2 Kron. 34:12, en van de profeet Obadja, Obadja 1:1 — tenzij hij dezelfde geweest zou zijn, zoals sommigen gemeend hebben.
den hofmeester,
Hebreeuws, die over zijn huis was; dat is, zijn hofmeester. Zie boven, 1 Kon. 4:6, en 1 Kon. 16:9.
Hertaald:den hofmeester,
Hebreeuws: die over zijn huis was; dat is: zijn hofmeester. Zie hierboven 1 Kon. 4:6 en 1 Kon. 16:9.
1 Koningen 18 vers 4— Want het geschiedde, als Izebel de profeten des HEEREN uitroeide, dat Obadja honderd profeten nam, en verborg ze bij vijftig man in een spelonk, en onderhield hen met brood en water.
bij vijftig man
Hebreeuws, vijftig man in een spelonk; te weten, en vijftig in een andere, dat is, bij, met, of elke vijftig samen.
Hertaald:bij vijftig man
Hebreeuws: vijftig man in een spelonk; namelijk vijftig in de ene en vijftig in de andere, dat is: telkens vijftig bij elkaar.
met brood en water
Dat is, met spijs en drank. Zie boven, 1 Kon. 13:8.
Hertaald:met brood en water
Dat is: met eten en drinken. Zie hierboven 1 Kon. 13:8.
1 Koningen 18 vers 5— En Achab had gezegd tot Obadja: Trek door het land, tot alle waterfonteinen en tot alle rivieren; misschien zullen wij gras vinden, opdat wij de paarden en de muilezelen in het leven behouden, en niets uitroeien van de beesten.
gras vinden,
Het Hebreeuwse woord betekent allerlei kruid, hetwelk den beesten tot voeder dient, groeiende in onbebouwde plaatsen, en dat met de zeisen afgemaaid en onder het hooi gerekend wordt. Vergelijk Job 8:12, en Job 40:10; Ps. 104:14, en Ps. 129:6, en Ps. 147:8.
Hertaald:gras vinden,
Het Hebreeuwse woord betekent allerlei gewas dat de dieren tot voeder dient, dat op onbebouwde plaatsen groeit en dat met de zeis gemaaid en tot het hooi gerekend wordt. Vergelijk Job 8:12, en Job 40:10; Ps. 104:14, en Ps. 129:6, en Ps. 147:8.
niets uitroeien
Te weten, mits die door onachtzaamheid van voeder onverzorgd te laten.
Hertaald:niets uitroeien
Namelijk: doordat wij ze uit achteloosheid zonder voeder zouden laten.
1 Koningen 18 vers 7— Als nu Obadja op den weg was, ziet, zo was hem Elia tegemoet; en hem kennende, zo viel hij op zijn aangezicht, en zeide: Zijt gij mijn heer Elia?
hem Elia tegemoet;
Hebreeuws, in zijn ontmoeting.
Hertaald:hem Elia tegemoet;
Hebreeuws: in zijn ontmoeting.
viel hij
Te weten, om hem burgerlijke eer te bewijzen, naar de manier des lands. Zie Gen. 18:2.
Hertaald:viel hij
Namelijk: om hem naar de gewoonte van het land eerbetoon te bewijzen. Zie Gen. 18:2.
1 Koningen 18 vers 9— Maar hij zeide: Wat heb ik gezondigd, dat gij uw knecht geeft in de hand van Achab, dat hij mij dode?
Wat heb ik
Hij wil zeggen dat Elia, hem bevelende hetgeen in vs.8 vermeld is, hem niets goeds scheen te gunnen, alsof hij zich ergens in misdaan had; want hij kon dat bevel niet wel volbrengen, zonder zijn leven in groot gevaar bij Achab te stellen. De reden hiervan verhaald hij onder, vs.12.
Hertaald:Wat heb ik
Hij wil zeggen dat Elia, door hem op te dragen wat in vers 8 vermeld is, hem niets goeds leek te gunnen, alsof hij zich ergens aan misdragen had; want hij kon die opdracht niet goed uitvoeren zonder zijn leven bij Achab in groot gevaar te brengen. De reden daarvan vertelt hij hieronder in vers 12.
1 Koningen 18 vers 10— Zo waarachtig als de HEERE, uw God, leeft, zo er een volk of koninkrijk is, waar mijn heer niet gezonden heeft, om u te zoeken; en als zij zeiden: Hij is hier niet; zo nam hij dat koninkrijk en dat volk een eed af; dat zij u niet hadden gevonden.
zoeken;
Voeg hierbij de straf, die in het eedzweren van de Hebreën verzwegen wordt, als: God doe mij dit of dat, enz. Zie Gen. 14:23.
Hertaald:zoeken;
Vul hierbij de straf aan die de Hebreeën bij het zweren onuitgesproken laten, zoals: God doe mij dit of dat, enzovoort. Zie Gen. 14:23.
dat koninkrijk
Achab had niet alleen in zijn land mannen uitgezonden, om Elia te zoeken, maar ook verzocht aan enige naburige koninkrijken en volken, die met hem in vriendschap stonden, hetzelfde onder hun gebied te willen doen; welke toen zij daarna zeiden, dat zij hem niet hadden kunnen vinden, begeerde hij dat zij de waarheid van hun zeggen met een eed bevestigen zouden.
Hertaald:dat koninkrijk
Achab had niet alleen in zijn eigen land mannen uitgezonden om Elia te zoeken, maar ook enkele naburige koninkrijken en volken waarmee hij op goede voet stond gevraagd hetzelfde in hun gebied te doen. Toen zij daarna zeiden dat zij hem niet hadden kunnen vinden, verlangde hij dat zij de waarheid van hun woord met een eed zouden bevestigen.
1 Koningen 18 vers 12— En het mocht geschieden, wanneer ik van u zou weggegaan zijn, dat de Geest des HEEREN u wegnam, ik weet niet waarheen; en ik kwam, om dat Achab aan te zeggen, en hij vond u niet, zo zou hij mij doden; ik, uw knecht, nu vrees den HEERE van mijn jonkheid af.
Geest des HEEREN
Versta dit van den Heiligen Geest, die dit doen kon door zijn goddelijke kracht, of door middelen, naar zijn welgevallen.
Hertaald:Geest des HEEREN
Versta hieronder de Heilige Geest, Die dit kon doen door Zijn goddelijke kracht of door middelen, naar Zijn welbehagen.
u wegnam,
Dat dit geschieden kon en somtijds geschied is, kan men afnemen uit 2 Kon. 2:16; Hand. 8:39.
Hertaald:u wegnam,
Dat dit kon gebeuren en soms ook gebeurd is, kan men opmaken uit 2 Kon. 2:16; Hand. 8:39.
dat Achab
Te weten, dat gij hier tegenwoordig zijt, en bereid om met hem te spreken.
Hertaald:dat Achab
Namelijk: dat u hier aanwezig bent en bereid om met hem te spreken.
mij doden;
Te weten, als een die hem door leugentaal zou bedrogen en bespot hebben.
Hertaald:mij doden;
Namelijk: als iemand die hem met leugentaal bedrogen en bespot zou hebben.
knecht,
Dat is, ik die tot uw dienst genegen en bereid ben; alzo in vs.13. Vergelijk boven, 1 Kon. 1:51.
Hertaald:knecht,
Dat is: ik, die bereid en gewillig ben om u te dienen; zo ook in vers 13. Vergelijk hierboven 1 Kon. 1:51.
1 Koningen 18 vers 13— Is mijn heer niet aangezegd, wat ik gedaan heb, als Izebel de profeten des HEEREN doodde? Dat ik van de profeten des HEEREN honderd man heb verborgen, elk vijftig man in een spelonk, en die met brood en water onderhouden heb?
elk vijftig man
Hebreeuws, een vijftig een vijftig man; dat is, in een spelonk vijftig, en in een andere vijftig; of elke vijftig in een spelonk. Zie Gen. 7:2.
Hertaald:elk vijftig man
Hebreeuws: een vijftig, een vijftig man; dat is: in de ene spelonk vijftig en in de andere vijftig; of: telkens vijftig in één spelonk. Zie Gen. 7:2.
1 Koningen 18 vers 15— En Elia zeide: Zo waarachtig als de HEERE der heirscharen leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, ik zal voorzeker mij heden aan hem vertonen!
de HEERE
Versta, door de heirscharen, alle schepselen, hemelse en aardse, zienlijke en onzienlijke, redelijke en redeloze, levende en levenloze. De redenen om welke zij heiren genoemd worden, zie Gen. 2:1. Dezer aller opperste Heere is God; niet alleen, omdat Hij hen allen geschapen heeft en nog onderhoudt, zodat zij eigenlijk hem alleen toebehoren, maar ook omdat Hij hen zo regeert, dat zij hem steeds in het uitvoeren van zijn heiligen wil in grote menigte ten dienste staan; en werd deze naam Gode dikwijls toegeschreven gelijk 1 Sam. 1:3, en 1 Sam. 4:4; 2 Sam. 5:10; Ps. 24:10; Jes. 1:9, enz.
Hertaald:de HEERE
Versta onder de legermachten alle schepselen: hemelse en aardse, zichtbare en onzichtbare, redelijke en redeloze, levende en levenloze. Waarom zij legers genoemd worden, zie Gen. 2:1. God is de opperste HEERE van deze alle; niet alleen omdat Hij hen alle geschapen heeft en nog onderhoudt, zodat zij eigenlijk alleen Hem toebehoren, maar ook omdat Hij hen zo regeert dat zij Hem voortdurend in groten getale ten dienste staan bij het uitvoeren van Zijn heilige wil. Deze naam wordt vaak aan God toegeschreven, zoals in 1 Sam. 1:3, en 1 Sam. 4:4; 2 Sam. 5:10; Ps. 24:10; Jes. 1:9, enzovoort.
voor Wiens
Alzo boven, 1 Kon. 17:1. Zie Deut. 10:8.
Hertaald:voor Wiens
Zo ook hierboven 1 Kon. 17:1. Zie Deut. 10:8.
ik zal voorzeker
Dat is, zo waar is het dat ik heden voor Achab zal verschijnen, als het waarachtig is dat de Heere leeft.
Hertaald:ik zal voorzeker
Dat is: het is even zeker dat ik vandaag voor Achab zal verschijnen als het waar is dat de HEERE leeft.
1 Koningen 18 vers 16— Toen ging Obadja Achab tegemoet, en zeide het hem aan; en Achab ging Elia tegemoet.
zeide het hem
Te weten, dat Elia kwam en begeerde voor hem te verschijnen.
Hertaald:zeide het hem
Namelijk: dat Elia gekomen was en voor hem wilde verschijnen.
ging Elia tegemoet
Niet om hem met vriendelijke eerbieding, maar met smadige scheldwoorden te onthalen, en te beschuldigen over de langdurige droogte.
Hertaald:ging Elia tegemoet
Niet om hem met vriendelijke eerbied te ontvangen, maar met smadelijke scheldwoorden, en om hem van de langdurige droogte te beschuldigen.
1 Koningen 18 vers 17— En het geschiedde, als Achab Elia zag, dat Achab tot hem zeide: Zijt gij die beroerden van Israel?
beroerder
Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk, beroerte, moeite en onrust, verenigd met kommer en ontstelling des harten, door woorden en werken aanrichten. Vergelijk Gen. 34:30; Joz. 7:25; Richt. 11:35; Spr. 15:27. Hierover wordt Elia van Achab beschuldigd, niet alleen omdat hij de afgoderij gams tegen was, maar ook omdat hij hem meende te zijn de oorzaak van de droogte en van den honger, waarmede het land nu lang was geplaagd geweest.
Hertaald:beroerder
Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk: door woorden en daden beroering, moeite en onrust veroorzaken, gepaard met kommer en ontsteltenis van het hart. Vergelijk Gen. 34:30; Joz. 7:25; Richt. 11:35; Spr. 15:27. Hiervan wordt Elia door Achab beschuldigd, niet alleen omdat hij volstrekt tegen de afgoderij was, maar ook omdat hij hem de oorzaak achtte van de droogte en de honger waarmee het land nu lang geplaagd was geweest.
1 Koningen 18 vers 18— Toen zeide hij: Ik heb Israel niet beroerd, maar gij en uws vaders huis, daarmede, dat gijlieden de geboden des HEEREN verlaten hebt en de Baals nagevolgd zijt.
1 Koningen 18 vers 19— Nu dan, zend heen, verzamel tot mij het ganse Israel op den berg Karmel, en de vierhonderd en vijftig profeten van Baal, en de vierhonderd profeten van het bos, die van de tafel van Izebel eten.
Nu dan,
Te weten, opdat gij van deze droogte verlost wordt. Want in dat bevel is de belofte begrepen, dat God het land van die verlossen zou, indien hij dit nakwam.
Hertaald:Nu dan,
Namelijk: opdat u van deze droogte verlost wordt. Want in dat bevel ligt de belofte besloten dat God het land ervan zou verlossen als hij het zou nakomen.
Karmel,
Gelegen in den stam van Issaschar bij de Middellandse zee, Joz. 19:26; Jer. 46:18. Deze berg was zeer hoog, Am. 9:3, wel bewassen met bomen, wijngaarden en welriekende kruiden; in somma, zeer vruchtbaar, Jes. 35:2; op deze berg heeft zich ook de profeet Elisa onthouden, 2 Kon. 4:25, en is te onderscheiden van den berg Karmel, gelegen in den stam van Juda, in de woestijn Maon, waar Nabal woonde; 1 Sam. 25:2.
Hertaald:Karmel,
Gelegen in de stam Issaschar bij de Middellandse Zee, Joz. 19:26; Jer. 46:18. Deze berg was zeer hoog, Amos 9:3, en rijk begroeid met bomen, wijngaarden en welriekende kruiden; kortom, zeer vruchtbaar, Jes. 35:2. Op deze berg heeft ook de profeet Elisa verbleven, 2 Kon. 4:25. Hij moet onderscheiden worden van de berg Karmel in de stam Juda, in de woestijn Maon, waar Nabal woonde; 1 Sam. 25:2.
van het bos,
Te weten, het afgodische bos, waarvan te zien is boven, 1 Kon. 16:33. Van zulke bossen, zie Ex. 34:13; Deut. 7:5, met de aantekeningen. Anders, bosgod, of, boomgod.
Hertaald:van het bos,
Namelijk: het afgodische bos, waarover hierboven 1 Kon. 16:33 te raadplegen is. Over zulke bossen, zie Ex. 34:13; Deut. 7:5, met de aantekeningen daar. Anders: bosgod, of: boomgod.
van de tafel
Of, aan de tafel.
Hertaald:van de tafel
Of: aan de tafel.
1 Koningen 18 vers 21— Toen naderde Elia tot het ganse volk, en zeide: Hoe lang hinkt gij op twee gedachten? Zo de HEERE God is, volgt Hem na, en zo het Baal is, volgt hem na! Maar het volk antwoordde hem niet een woord.
op twee gedachten?
Anders, springende op twee takken; want het Hebreeuwse woord betekent ook een tak, gelijk Jes. 17:6, maar voor gedachten wordt het genomen Job 4:13, en Job 20:2. Hij beschuldigt hen van twee dingen:<i>I.</i> Dat zij God en Baäl tezamen wilden dienen;<i>II.</i> Dat zij niet besloten, wien van beiden alleen zij zouden aanhangen, dewijl zij wel behoorden geweten te hebben, dat er maar één God is.
Hertaald:op twee gedachten?
Anders: springend op twee takken; want het Hebreeuwse woord betekent ook een tak, zoals in Jes. 17:6, maar in Job 4:13 en Job 20:2 wordt het gebruikt voor gedachten. Hij beschuldigt hen van twee dingen: I. dat zij God en Baäl tegelijk wilden dienen; II. dat zij geen keuze maakten wie van beiden zij alleen zouden aanhangen, terwijl zij toch hadden moeten weten dat er maar één God is.
God is,
Dat is, die enige en ware God, wien men alleen de godsdienstige eer schuldig is.
Hertaald:God is,
Dat is: die enige en ware God, aan Wie men alleen de godsdienstige eer verschuldigd is.
1 Koningen 18 vers 22— Toen zeide Elia tot het volk: Ik ben alleen een profeet des HEEREN overgebleven, en de profeten van Baal zijn vierhonderd en vijftig mannen.
alleen
Te weten, die de waarheid van de leer en de zuiverheid van den godsdienst in Israël openlijk verdedig en voorsta, zijnde de andere profeten of gestorven, of vermoord, of verjaagd en in spelonken schuilende.
Hertaald:alleen
Namelijk: die de waarheid van de leer en de zuiverheid van de eredienst in Israël openlijk verdedig en voorsta, aangezien de andere profeten gestorven, vermoord of verjaagd waren en zich in spelonken schuilhielden.
vierhonderd en vijftig
Men houdt dat onder dezen niet begrepen zijn enigen der vierhonderd profeten der afgodische boschaadje, die Elia mede tot deze verzameling had laten roepen, boven, vs.19, maar dat Izebel die zou achtergehouden hebben, en geboden niet te verschijnen, hetwelk wordt afgenomen uit hetgeen verhaald wordt onder, 1 Kon. 22:6. Zie aldaar de aantekeningen.
Hertaald:vierhonderd en vijftig
Men neemt aan dat hieronder niet de vierhonderd profeten van het afgodische bos begrepen zijn, die Elia ook naar deze samenkomst had laten roepen, hierboven vers 19, maar dat Izebel hen zou hebben tegengehouden en bevolen niet te verschijnen. Dat wordt afgeleid uit wat hieronder in 1 Kon. 22:6 verteld wordt. Zie de aantekeningen daar.
1 Koningen 18 vers 23— Dat men ons dan twee varren geve, en dat zij voor zich den enen var kiezen, en denzelven in stukken delen, en op het hout leggen, maar geen vuur daaraan leggen; en ik zal den anderen var bereiden, en op het hout leggen, en geen vuur daaraan leggen.
leggen, en geen vuur
Hebreeuws eigenlijk, geven.
Hertaald:leggen, en geen vuur
Hebreeuws letterlijk: geven.
1 Koningen 18 vers 24— Roept gij daarna den naam van uw god aan, en ik zal den Naam des HEEREN aanroepen; en de God, Die door vuur antwoorden zal, Die zal God zijn. En het ganse volk antwoordde en zeide: Dat woord is goed.
door vuur
Versta, met het zenden des vuurs van den hemel, om door hetzelve de offerande aan te steken en te verteren, tot een bewijs wie de ware God, welke de rechte leer en zuivere godsdienst was.
Hertaald:door vuur
Versta hieronder: door vuur uit de hemel te zenden, om daarmee het offer aan te steken en te verteren, als bewijs wie de ware God was en wat de juiste leer en de zuivere eredienst waren.
God zijn
Gelijk boven, vs.21.
Hertaald:God zijn
Zoals hierboven in vers 21.
Dat woord is goed
Of, die zaak.
Hertaald:Dat woord is goed
Of: die zaak.
1 Koningen 18 vers 26— En zij namen de var, dien hij hun gegeven had, en bereidden hem, en riepen den naam van Baal aan, van den morgen tot op den middag, zeggende: O Baal, antwoord ons! Maar er was geen stem en geen antwoorder. En zij sprongen tegen het altaar, dat men gemaakt had.
dien hij hun
Dat is, die Elia recht tevoren hun toegelaten had te kiezen. Zie boven, vs.23.
Hertaald:dien hij hun
Dat is: die Elia hun vlak daarvoor had toegestaan te kiezen. Zie hierboven vers 23.
zij sprongen
Versta dit van het altaar, dat Elia gemaakt had, hetwelk zij uit enkele kwaadheid met hun bespringen zochten om te stoten, hen gelatende door den ijver van een profetischen geest hiertoe gedreven te zijn. Zie onder, vs.29,30.
Hertaald:zij sprongen
Versta dit van het altaar dat Elia gemaakt had; uit pure kwaadaardigheid probeerden zij dat met hun springen omver te stoten, terwijl zij zich voordeden alsof zij daartoe gedreven werden door de ijver van een profetische geest. Zie hieronder vers 29, 30.
tegen het altaar,
Of, op over.
Hertaald:tegen het altaar,
Of: op, over.
1 Koningen 18 vers 27— En het geschiedde op den middag, dat Elia met hen spotte, en zeide: Roept met luider stem, want hij is een god; omdat hij in gepeins is, of omdat hij wat te doen heeft, of omdat hij een reize heeft; misschien slaapt hij en zal wakker worden.
hij in gepeins is,
Dat is, omdat hij wat heeft te denken, en met zijn zinnen te overleggen; of omdat hij met iemand heeft te spreken. Want het Hebreeuwse woord betekent zowel met den mond spreken als met het hart iets bedenken.
Hertaald:hij in gepeins is,
Dat is: omdat hij iets te bedenken heeft en bij zichzelf te overwegen; of omdat hij met iemand te spreken heeft. Want het Hebreeuwse woord betekent zowel met de mond spreken als in het hart iets overdenken.
wat te doen heeft,
Anders, vervolg heeft; te weten, waardoor hij wordt aangezocht van anderen of hij zelf anderen zoekt en najaagt als mensen of beesten.
Hertaald:wat te doen heeft,
Anders: op weg is; namelijk doordat hij door anderen gezocht wordt, of doordat hij zelf anderen zoekt en najaagt, mensen of dieren.
en zal wakker worden
Te weten, indien gij luide genoeg roept.
Hertaald:en zal wakker worden
Namelijk: als u maar luid genoeg roept.
1 Koningen 18 vers 28— En zij riepen met luider stem, en zij sneden zichzelven met messen en met priemen, naar hun wijze, totdat zij bloed over zich uitstortten.
wijze,
Met welke zij de ijdele heidenen navolgen, Deut. 14:1, gelijk degenen, die zichzelven uit schijnheiligheid geselen, dat zij hun eigen bloed storten, navolgers van beiden zijn.
Hertaald:wijze,
Daarmee volgen zij de ijdele heidenen na, Deut. 14:1; net zoals degenen die zichzelf uit schijnheiligheid geselen tot bloedens toe, navolgers van beiden zijn.
totdat zij bloed
Anders, totdat zij met bloed overgoten waren.
Hertaald:totdat zij bloed
Anders: totdat zij met bloed overgoten waren.
1 Koningen 18 vers 29— Het geschiedde nu, als de middag voorbij was, dat zij profeteerden totdat men het spijsoffer zou offeren; maar er was geen stem, en geen antwoorder, en geen opmerking.
profeteerden
Dat is, met hun uitwendig gelaat en gebaren zich zo aanstellen, alsof zij door den geest der profetie in vertrekking der zinnen geweest waren. Zie 1 Sam. 18:10.
Hertaald:profeteerden
Dat is: zich met hun uiterlijk en hun gebaren zo aanstellen alsof zij door de geest van de profetie in vervoering waren. Zie 1 Sam. 18:10.
spijsoffer
Hetwelk binnen Jeruzalem geschiedde in het laatste kwartier des daags, of, gelijk de Schriftuur spreekt, tussen twee avonden. Zie Ex. 29:41; Hand. 3:1. Alzo werd ook dagelijks een spijsoffer geofferd des morgens; Ex. 29:39; 2 Kon. 3:20.
Hertaald:spijsoffer
Dat gebeurde in Jeruzalem in het laatste deel van de dag, of, zoals de Schrift het zegt, tussen de twee avonden. Zie Ex. 29:41; Hand. 3:1. Zo werd er 's morgens ook dagelijks een spijsoffer geofferd; Ex. 29:39; 2 Kon. 3:20.
1 Koningen 18 vers 30— Toen zeide Elia tot het ganse volk: Nadert tot mij. En al het volk naderde tot hem; en hij heelde het altaar des HEEREN, dat verbroken was.
altaar des HEEREN,
Hetwelk hij tevoren gemaakt, en de profeten Baäls met hun springen verbroken hadden. Zie boven, vs.26.
Hertaald:altaar des HEEREN,
Dat hij eerder gemaakt had en dat de profeten van Baäl met hun springen kapotgemaakt hadden. Zie hierboven vers 26.
1 Koningen 18 vers 31— En Elia nam twaalf stenen, naar het getal der stammen van de kinderen Jakobs, tot welke het woord des HEEREN geschied was, zeggende: Israel zal uw naam zijn.
Elia
Hij wilde tonen met deze daad dat de twaalf stammen, niettegenstaande hun scheuring in de politie, evenwel behoorden tezamen verenigd te zijn in den godsdienst, om den Heere gelijkelijk met vermijding van alle afgoderij en ijdele superstitie naar zijn woord den schuldigen dienst en eer te bewijzen.
Hertaald:Elia
Met deze daad wilde hij laten zien dat de twaalf stammen, ondanks hun scheuring in staatkundig opzicht, toch in de godsdienst verenigd behoorden te zijn, om de HEERE gezamenlijk naar Zijn woord de verschuldigde dienst en eer te bewijzen, met vermijding van alle afgoderij en ijdel bijgeloof.
1 Koningen 18 vers 32— En hij bouwde met die stenen het altaar in den Naam des HEEREN; daarna maakte hij een groeve rondom het altaar, naar de wijdte van twee maten zaads.
hij bouwde
Dit is een extraordinair werk geweest, komende van een speciaal en bijzonder bevel Gods, en daarom uit te nemen van den algemenen regel; Lev. 17:3; Deut. 12:13-14.
Hertaald:hij bouwde
Dit is een buitengewoon werk geweest, voortkomend uit een speciaal en bijzonder bevel van God, en daarom uit te zonderen van de algemene regel; Lev. 17:3; Deut. 12:13-14.
in den Naam des HEEREN;
Dat is, uit last en bevel van God en tot zijn eer. Zie onder, vs.36.
Hertaald:in den Naam des HEEREN;
Dat is: in opdracht en op bevel van God en tot Zijn eer. Zie hieronder vers 36.
groeve
Of, een waterloop.
Hertaald:groeve
Of: een waterloop.
naar de wijdte
Hebreeuws, naar het huis van twee maten zaads; dat is, naar de wijdte. Sommigen verstaan dat de groef zo wijd was als een zak, waar men twee maten zaads in deed; of twee maten zaads in konden gaan. Anderen verstaan dit van de wijdte niet der groef, maar der ruimte, die tussen de groef en het altaar is, begrijpende zoveel plaats als met twee maten zaads kan bezaaid worden.
Hertaald:naar de wijdte
Hebreeuws: naar het huis van twee maten zaad; dat is: naar de wijdte. Sommigen verstaan hieronder dat de greppel zo wijd was als een zak waar men twee maten zaad in deed, of waar twee maten zaad in konden. Anderen betrekken dit niet op de wijdte van de greppel, maar op de ruimte tussen de greppel en het altaar, die zoveel plaats besloeg als men met twee maten zaad kan bezaaien.
maten zaads
Zie van deze maat Gen. 18:6.
Hertaald:maten zaads
Zie over deze maat Gen. 18:6.
1 Koningen 18 vers 34— En hij zeide: Vult vier kruiken met water, en giet het op het brandoffer en op het hout. En hij zeide: Doet het ten tweeden male. En zij deden het ten tweeden male. Voorts zeide hij: Doet het ten derden male. En zij deden het ten derden male;
kruiken
Of, emmers.
Hertaald:kruiken
Of: emmers.
met water,
De profeet heeft dit water willen gebruiken, en dat in groten overvloed, om alle kwaad nadenken te benemen, en het wonderwerk, dat geschieden zou, te beter openbaar te maken.
Hertaald:met water,
De profeet heeft dit water willen gebruiken, en dat in grote overvloed, om elke kwade verdenking weg te nemen en het wonder dat zou gebeuren des te duidelijker te laten uitkomen.
1 Koningen 18 vers 35— Dat het water rondom het altaar liep; daartoe vulde hij ook de groeve met water.
groeve met water
Van welke boven, vs.32 gesproken is.
Hertaald:groeve met water
Waarover hierboven in vers 32 gesproken is.
1 Koningen 18 vers 36— Het geschiedde nu, als men het spijsoffer offerde, dat de profeet Elia naderde, en zeide: HEERE, God van Abraham, Izak en Israel, dat het heden bekend worde, dat Gij God in Israel zijt, en ik Uw knecht; en dat ik al deze dingen naar Uw woord gedaan heb.
als men
Zie boven, vs.29.
Hertaald:als men
Zie hierboven vers 29.
naderde,
Te weten, tot het altaar.
Hertaald:naderde,
Namelijk: tot het altaar.
van Abraham,
Deze naam Gods moest den Israëlieten indachtig maken dat zij en de Joden niet alleen dezelfde vleselijke afkomst hadden, die hen tot enigheid moest vermanen; maar ook in de gemeenschap der heilige leer en godsdienst, door middel dezer vaderen van God ontvangen, behoorden te volharden. Vergelijk de aantekeningen op Gen. 26:24.
Hertaald:van Abraham,
Deze naam van God moest de Israëlieten eraan herinneren dat zij en de Joden niet alleen dezelfde natuurlijke afkomst hadden, die hen tot eenheid moest aansporen, maar dat zij ook behoorden te volharden in de gemeenschap van de heilige leer en eredienst, die zij door middel van deze vaderen van God ontvangen hadden. Vergelijk de aantekeningen bij Gen. 26:24.
al deze dingen
Versta, niet alleen van hetgeen alreeds voor hem gedaan was, maar ook nog gedaan zou worden.
Hertaald:al deze dingen
Versta hieronder niet alleen wat al vóór hem gedaan was, maar ook wat nog gedaan zou worden.
1 Koningen 18 vers 37— Antwoord mij, HEERE, antwoord mij; opdat dit volk erkenne, dat Gij, o HEERE, die God zijt, en dat Gij hun hart achterwaarts omgewend hebt.
Antwoord mij,
Dat is, verhoor mij, en openbaar door een zichtbaar teken, dat Gij mij verhoord hebt, doende vuur uit den hemel vallen om mijn offerande te verteren, gelijk ik het volk naar uw bevel dit teken gegeven heb, boven, vs.24.
Hertaald:Antwoord mij,
Dat is: verhoor mij, en maak door een zichtbaar teken bekend dat U mij verhoord hebt, door vuur uit de hemel te laten vallen om mijn offer te verteren, zoals ik op Uw bevel dit teken aan het volk heb aangekondigd, hierboven vers 24.
achterwaarts
Van de afgoderij, waarin zij verzopen liggen. Want een van de bedoelingen zijns gebeds was, opdat degenen, die uit het volk bekeerd zouden worden, Gode de eer van hun bekering zouden toeschrijven.
Hertaald:achterwaarts
Van de afgoderij, waarin zij verzonken liggen. Want een van de bedoelingen van zijn gebed was dat degenen uit het volk die bekeerd zouden worden, God de eer van hun bekering zouden toeschrijven.
1 Koningen 18 vers 38— Toen viel het vuur de HEEREN, en verteerde dat brandoffer, en dat hout, en die stenen, en dat stof, ja, lekte dat water op, hetwelk in de groeve was.
Toen viel
Zie gelijke exempelen Lev. 9:24; Richt. 6:21; 2 Kron. 7:1.
Hertaald:Toen viel
Zie soortgelijke voorbeelden in Lev. 9:24; Richt. 6:21; 2 Kron. 7:1.
1 Koningen 18 vers 39— Als nu het ganse volk dat zag, zo vielen zij op hun aangezichten, en zeiden: De HEERE is God, de HEERE is God!
zo vielen zij
Tot een teken dat zij den Heere voor den waren God kenden en aanriepen. Zie Gen. 24:26.
Hertaald:zo vielen zij
Als teken dat zij de HEERE als de ware God erkenden en aanriepen. Zie Gen. 24:26.
God,
Zie boven, vs.24.
Hertaald:God,
Zie hierboven vers 24.
1 Koningen 18 vers 40— En Elia zeide tot hen: Grijpt de profeten van Baal, dat niemand van hen ontkome. En zij grepen ze; en Elia voerde hen af naar de beek Kison, en slachtte hen aldaar.
Kison,
Zie van deze beek Richt. 4:7.
Hertaald:Kison,
Zie over deze beek Richt. 4:7.
slachtte hen aldaar
O, keelde hen; dat is, hij doodde hen met het zwaard, onder, 1 Kon. 19:1. Dit is ook begrepen geweest in het bevel Gods, van hetwelk Elia gewag maakt, boven, vs.36; want hij heeft hierin niets gedaan door eigen beweging, maar door de aanspraak Gods en het beleid zijns Geestes; zulks dat dit werk gans particulier is, en niet door navolging moet misbruikt worden. Zie een gelijke daad in Samuël, 1 Sam. 15:33.
Hertaald:slachtte hen aldaar
Of: keelde hen; dat is: hij doodde hen met het zwaard, hieronder 1 Kon. 19:1. Ook dit lag besloten in het bevel van God waarvan Elia hierboven in vers 36 melding maakt; want hij heeft hierin niets uit eigen beweging gedaan, maar op Gods aanspraak en onder leiding van Zijn Geest. Daarmee is dit een volstrekt bijzonder geval, dat niet ter navolging misbruikt mag worden. Zie een soortgelijke daad bij Samuël, 1 Sam. 15:33.
1 Koningen 18 vers 41— Daarna zeide Elia tot Achab: Trek op, eet en drink; want er is een geruis van een overvloedigen regen.
een geruis
Hebreeuws, een stem van geruisch, of van overvloed des regens.
Hertaald:een geruis
Hebreeuws: een stem van geruis, of van overvloed van regen.
1 Koningen 18 vers 42— Alzo toog Achab op, om te eten en te drinken; maar Elia ging op naar de hoogte van Karmel, en breidde zich uit voorwaarts ter aarde; daarna legde hij zijn aangezicht tussen zijn knieen.
en breidde zich uit
Met deze gestaltenis zijns lichaams, zijn gebed vuriglijk tot God doende, en biddende om regen; hoewel hij uit de belofte Gods wel wist dat er regen komen zou.
Hertaald:en breidde zich uit
In deze lichaamshouding bad hij vurig tot God om regen, hoewel hij uit Gods belofte wel wist dat er regen zou komen.
1 Koningen 18 vers 43— En hij zeide tot zijn jongen: Ga nu op, en zie uit naar de zee. Toen ging hij op, en zag uit, en zeide: Er is niets. Toen zeide hij: Ga weder henen, zevenmaal.
naar de zee
Hebreeuws, den weg der zee.
Hertaald:naar de zee
Hebreeuws: de weg van de zee.
1 Koningen 18 vers 44— En het geschiedde op de zevende maal, dat hij zeide: Zie, een kleine wolk, als eens mans hand, gaat op van de zee. En hij zeide: Ga op, zeg tot Achab: Span aan, en kom af, dat u de regen niet ophoude.
ophoude
Of, niet besluite; dat is, zo verrasse en belette, dat gij niet kunt tehuis geraken.
Hertaald:ophoude
Of: niet insluit; dat is: u zo overvalt en ophoudt dat u niet thuis kunt komen.
1 Koningen 18 vers 45— En het geschiedde ondertussen, dat de hemel van wolken en wind zwart werd; en er kwam een grote regen; en Achab reed weg, en toog naar Jizreel.
ondertussen,
Hebreeuws, tot hier en tot hier; dat is, ondertussen, en terwijl Achab zich gereed maakte om naar huis te rijden. Of, dat is, hier en daar, of overal werd de hemel zwart.
Hertaald:ondertussen,
Hebreeuws: tot hier en tot hier; dat is: ondertussen, terwijl Achab zich gereedmaakte om naar huis te rijden. Of het betekent: hier en daar, dat wil zeggen overal werd de hemel zwart.
kwam een grote regen;
Hebreeuws, was, of werd.
Hertaald:kwam een grote regen;
Hebreeuws: was, of: werd.
Jizreël
Een stad, gelegen in de palen der stammen van Manasse en Issaschar, Joz. 19:18, en te onderscheiden van een andere stad van dezen naam, gelegen in den stam van Juda; Joz. 15:56.
Hertaald:Jizreël
Een stad op de grens van de stammen Manasse en Issaschar, Joz. 19:18, te onderscheiden van een andere stad met deze naam in de stam Juda; Joz. 15:56.
1 Koningen 18 vers 46— En de hand des HEEREN was over Elia, en hij gordde zijn lenden, en liep voor het aangezicht van Achab henen, tot daar men te Jizreel komt.
de hand des HEEREN
Dat is, de Heere gaf hem een extraordinaire kracht, dat hij met lopen den ingespannen wagen van Achab kon voorkomen, zodat hij vóór hem te Jizreël kwam.
Hertaald:de hand des HEEREN
Dat is: de HEERE gaf hem een buitengewone kracht, zodat hij lopend de bespannen wagen van Achab vóór kon blijven en eerder dan hij in Jizreël aankwam.
gordde
Te weten, om te vaardiger te gaan, dewijl zij lange klederen droegen; alzo 2 Kon. 4:29, en 2 Kon. 9:1.
Hertaald:gordde
Namelijk: om vlotter te kunnen lopen, aangezien zij lange kleren droegen; zo ook 2 Kon. 4:29, en 2 Kon. 9:1.
Bijbelse NamenPersonen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Achab — vaders broeder
Zoon van Omri en diens opvolger als koning van Israël, tweeëntwintig jaren regerend te Samaria. Hij deed meer kwaad dan alle koningen voor hem, huwde Izebel, de dochter van de koning der Sidoniërs, en diende Baäl. Zijn regering wordt overheerst door zijn confrontaties met de profeet Elia (1 Kon. 16:28-33; 17-22).
Izebel — betekenis onzeker
Dochter van Eth-Baal, koning der Sidoniërs, en vrouw van Achab. Zij bracht de dienst van Baäl in Israël, liet de profeten des HEEREN uitroeien en bedreigde Elia na de gebeurtenissen op de Karmel (1 Kon. 16:31; 18:4, 13, 19; 19:1-2).
Elia — mijn God is de HEERE
De Thisbiet, uit Gilead; een van de grootste profeten van Israël. Hij kondigde Achab een langdurige droogte aan, werd door raven bij de beek Krith gevoed, en onderhield daarna wonderbaarlijk het huis van een weduwe te Zarfath, wier zoon hij ook uit de dood opwekte. Op de berg Karmel versloeg hij de vierhonderdvijftig profeten van Baäl in de beroemde vuurproef, maar vluchtte daarna voor Izebels wraak naar de berg Horeb, waar de HEERE hem in het suizen van een zachte stilte verscheen en hem opdracht gaf Hazaël, Jehu en Elisa te zalven (1 Kon. 17-19).
Obadja — dienstknecht des HEEREN
De hofmeester van Achab, die, hoewel in dienst van een goddeloze koning, de HEERE zeer vreesde; hij verborg honderd profeten des HEEREN in twee spelonken en onderhield hen met brood en water toen Izebel de profeten liet doden. Hij ontmoette Elia en bracht Achab de boodschap van diens terugkeer (1 Kon. 18:3-16). Niet te verwarren met de latere profeet Obadja.
Bijbelse PlaatsenPlaatsen die in dit hoofdstuk genoemd worden
De berg Karmel — Hebreeuws voor "boomgaard, vruchtbaar land/wijngaard"
Ligging: Een bergketen aan de Middellandse-Zeekust, ten zuiden van de baai van Haifa, waar de vlakte van Jizreël in de kustvlakte overgaat; reeds terloops genoemd als grenspunt van Aser (Joz. 19:26).
Geschiedenis: Hier daagde Elia, na drie en een half jaar droogte, de vierhonderdvijftig priesters van Baäl en de vierhonderd priesters van Asjera uit tot een krachtmeting ten overstaan van heel Israël: welke god met vuur uit de hemel zijn offer zou beantwoorden. Terwijl de Baälspriesters de hele dag tevergeefs riepen, zichzelf tot bloedens toe kerfden en spottend door Elia werden uitgedaagd, riep Elia, na zijn eigen offer driemaal met water te hebben overgoten, slechts een kort gebed — waarop vuur van de HEERE neerviel en het offer, het hout, de stenen, het stof en zelfs het water in de gracht verteerde. Het volk viel op zijn aangezicht en riep: "De HEERE is God! De HEERE is God!", waarna de Baälspriesters gedood werden en Elia bad om de regen, die spoedig in overvloed kwam (1 Kon. 18:19-46). Eeuwen later ook het toneel van Elisa's genezing van de Sunamitische vrouw (2 Kon. 4:25).
Bijbelse betekenis: Een van de meest dramatische en beslissende geloofsmomenten in heel het Oude Testament: de vraag "Hoe lang hinkt gij op twee gedachten?" (1 Kon. 18:21) confronteert Israël met de onmogelijkheid van een halfslachtig geloof, en de overweldigende overwinning van de HEERE over Baäl op zijn eigen, door Fenicische vruchtbaarheidsverering geheiligde berg, bewijst afdoende Wie de enige, ware God is.
Archeologie: Op de zuidoostelijke top van de Karmel, bij het huidige klooster van Muhraka ("de verbranding"), wordt van oudsher de plaats van Elia's offer gelokaliseerd; harde archeologische aanwijzingen voor de precieze offerplek ontbreken, zoals bij vrijwel alle plekken van eenmalige gebeurtenissen, maar de locatie past goed bij de bijbelse beschrijving van het uitzicht over de vlakte van Jizreël.
Bijbelse BegrippenBegrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Hoe lang hinkt gij op twee gedachten — op de Karmel stelt Elia het volk voor de keus: "Hoe lang hinkt gij op twee gedachten? Zo de HEERE God is, volgt Hem na, en zo het Baal is, volgt hem na! Maar het volk antwoordde hem niet een woord" (1 Kon. 18:21)
Na drie jaar droogte laat Achab op Elia's bevel heel Israël op de Karmel samenkomen, met de vierhonderdvijftig profeten van Baäl (1 Kon. 18:19-20). Voordat er één var geslacht is, richt Elia zich tot het volk zelf. Zij hebben de HEERE niet openlijk afgezworen en Baäl niet openlijk verkozen; zij houden beide aan. Elia noemt dat hinken op twee gedachten, en eist een keus (1 Kon. 18:21). Het volk zwijgt. Pas als het vuur gevallen is, komt het antwoord dat hier uitbleef (1 Kon. 18:39).
Bijbelse betekenis: De aangeklaagde zonde is hier niet de keus voor Baäl maar het weigeren te kiezen. Men wilde de HEERE houden voor het geval Hij bestond, en Baäl erbij voor het geval de regen van hem kwam. Zo'n gedeeld hart heet in de Schrift geen voorzichtigheid maar afval. Het zwijgen van het volk is veelzeggend: wie op twee gedachten hinkt, heeft op de directe vraag geen antwoord, want elk eerlijk antwoord zou de helft van zijn leven ongedaan maken.
Typologie: Christus laat dezelfde deur niet openstaan: "Niemand kan twee heren dienen; want of hij zal den enen haten en den anderen liefhebben, of hij zal den enen aanhangen en den anderen verachten" (Matt. 6:24). Het gaat in beide gevallen niet om de vraag of men God erkent, maar of men Hem alleen dient.
1 Kon. 18:19-21,39; Matt. 6:24
De God Die door vuur antwoordt (Karmel) — Elia stelt de proef voor: beide partijen bereiden een offer zonder vuur, "en de God, Die door vuur antwoorden zal, Die zal God zijn" (1 Kon. 18:24)
De profeten van Baäl gaan eerst. Van de morgen tot de middag roepen zij hun god aan, springen om het altaar en snijden zich naar hun wijze; er is geen stem en geen antwoorder (1 Kon. 18:25-29). Elia spot met hen: laten zij luider roepen, want misschien is hun god in gepeins, of op reis, of slaapt hij (1 Kon. 18:27). Daarna heelt hij het afgebroken altaar des HEEREN en bouwt het met twaalf stenen, naar het getal der stammen (1 Kon. 18:30-32). Hij laat het offer driemaal met water overgieten tot ook de groeve vol staat (1 Kon. 18:33-35). Zijn gebed duurt twee verzen en vraagt niet om zijn eigen eer: dat het bekend worde dat de HEERE God in Israël is, en dat het volk erkenne dat Hij de God is (1 Kon. 18:36-37). Het vuur valt en verteert het offer, het hout, de stenen, het stof en het water, waarop het volk op de aangezichten valt en roept: "De HEERE is God, de HEERE is God!" (1 Kon. 18:38-39). De profeten van Baäl worden daarop naar de beek Kison gevoerd en gedood, zoals de wet over verleiders tot afgoderij bepaald had (1 Kon. 18:40; Deut. 13:5).
Bijbelse betekenis: De twaalf stenen zijn geen versiering. Elia bouwt voor een volk dat al twee stammenrijken geworden is, en bouwt het toch als één, want Gods verbond is niet met de politiek meegescheurd. Het water dat hij laat uitgieten, sluit elke verklaring achteraf uit; wat volgt, kan niemand op een gunstige wind schuiven. Het scherpst is echter het verschil in gebed. De ene partij schreeuwt een halve dag en verwondt zichzelf om haar god te bewegen; de andere spreekt enkele zinnen tot een God Die niet bewogen hoeft te worden. Aan de lengte van het roepen ziet men wie er geloofd wordt.
Typologie: Wat hier eenmaal zichtbaar wordt, is dat Israël geen twee goden naast elkaar kan houden. Het volk belijdt dan ook niet dat de HEERE de sterkste is, maar dat Hij het is Die God is (1 Kon. 18:39). Dezelfde belijdenis had de wet al gevraagd, lang voor er een altaar op de Karmel stond.
1 Kon. 18:22-40; Deut. 13:5
Een kleine wolk als eens mans hand — Elia bidt gebogen op de top van de Karmel, en laat zijn knecht zevenmaal uitzien naar de zee, tot deze meldt: "Zie, een kleine wolk, als eens mans hand, gaat op van de zee" (1 Kon. 18:44)
Nog voordat er een wolk te zien is, zegt Elia tegen Achab dat er een geruis van een overvloedige regen is (1 Kon. 18:41). Terwijl de koning gaat eten en drinken, klimt Elia naar de hoogte, buigt zich ter aarde en legt zijn aangezicht tussen zijn knieën (1 Kon. 18:42). Zesmaal komt zijn knecht terug met de melding dat er niets is; telkens zendt Elia hem opnieuw (1 Kon. 18:43). Op de zevende maal is er een wolkje, niet groter dan een mensenhand. Elia laat de koning onmiddellijk waarschuwen dat hij moet inspannen en afdalen voordat de regen hem ophoudt (1 Kon. 18:44). De hemel wordt zwart, er valt een grote regen, en de hand des HEEREN komt over Elia, zodat hij Achab tot aan Jizreël vooruitloopt (1 Kon. 18:45-46).
Bijbelse betekenis: God had de regen toegezegd, en toch bidt Elia erom, zesmaal tevergeefs. Een belofte maakt het gebed dus niet overbodig maar juist mogelijk: hij bidt niet om God over te halen, maar omdat hij weet wat God besloten heeft. Even leerzaam is de omvang van het antwoord. Wat na drie jaar droogte doorbreekt, begint als een wolkje ter grootte van een hand, en Elia herkent daarin al de stortbui. Wie op God wacht, hoeft niet op grote tekenen te wachten (reeds behandeld bij Aanhoudend gebed, Luk. 11:5-10).
Typologie: Jakobus wijst juist hier zijn lezers heen, en haalt de hoogte uit het verhaal om de troost erin te laten: "Elias was een mens van gelijke bewegingen als wij; en hij bad een gebed, dat het niet zou regenen; en het regende niet op de aarde in drie jaren en zes maanden" (Jak. 5:17). En over het slot van die geschiedenis: "hij bad wederom, en de hemel gaf regen, en de aarde bracht haar vrucht voort" (Jak. 5:17-18). De man van de Karmel wordt daar geen held genoemd maar een biddend mens.
Christus in dit hoofdstukHeenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk
Het offer en de plaatsvervangingniveau 2Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsenuitwerking
Hoe lang hinkt gij op twee gedachten? — 18:20-39
Drie en een half jaar geen regen. Op de Karmel staan vierhonderdvijftig Baälpriesters tegenover één man, en daartussen een volk dat al jaren beide kanten open houdt.
De vraag is niet welke god bestaat maar aan welke men toebehoort, en het antwoord komt niet uit een redenering maar uit vuur op een offer.
Elia's eerste woord is een verwijt dat het volk niet kan beantwoorden. Hoe lang hinkt gij op twee gedachten? Zo de HEERE God is, volgt Hem na, en zo het Baäl is, volgt hem na. De kanttekeningen leggen uit dat hij hen twee dingen verwijt: dat zij God en Baäl tegelijk wilden dienen, en dat zij daarin bleven wankelen. En dan staat er die verpletterende zin: maar het volk antwoordde hem niet een woord.
De proef die hij voorstelt is eerlijk en eenvoudig. Twee altaren, twee offers, geen vuur eronder — en de God Die met vuur antwoordt, Die is God. Een halve dag lang roepen zij tot Baäl, kerven zich, springen om het altaar. Er is geen stem, geen antwoorder, geen opmerking.
Dan herbouwt Elia het vervallen altaar van de HEERE met twaalf stenen, naar het getal van de stammen — het volk was gescheurd, het altaar wordt heel gemaakt. Hij laat er drie keer water overgieten tot de groeve vol staat. En het vuur des HEEREN valt en verteert het brandoffer, het hout, de stenen, het stof, en likt zelfs het water op.
Het volk valt op de aangezichten en roept: de HEERE is God, de HEERE is God. Merk op waarover dat vuur viel. Niet over de vierhonderdvijftig, niet over het volk dat jarenlang hinkte, maar over een offer. Dat is de gestalte van heel de Schrift: het oordeel valt, maar het valt op het slachtoffer, en wie erbij staat blijft leven.
1 Koningen 18:21 — Hoe lang hinkt gij op twee gedachten? Het volk zweeg.
1 Koningen 18:31 — Twaalf stenen naar het getal der stammen: het altaar wordt heel gemaakt.
1 Koningen 18:38 — Het vuur valt — op het offer, niet op het volk.
1 Koningen 18:39 — De HEERE is God, de HEERE is God.
Jakobus 5:17 — Elias was een mens van gelijke bewegingen als wij.
Mattheüs 6:24 — Niemand kan twee heren dienen.
In het Nieuwe Testament: Jakobus 5:17-18; Lukas 12:49-51; Romeinen 8:3; Mattheüs 6:24
Hoever dit reikt: Dat het vuur op het offer viel in plaats van op het volk, is een gestalte die door heel de offerdienst loopt. De Schrift zegt dat hier niet met zoveel woorden; zij vertelt wat er gebeurde.
Wat betekenen de niveaus?
Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.
niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst
Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.
1 Koningen 18:3-4.Kruisverwijzingen1 Koningen 18:13→Nehemia 7:2→1 Koningen 16:9→Mattheüs 10:40→Nehemia 5:15→Genesis 24:2→Genesis 24:10→Genesis 39:9→ — En Achab had Obadja, den hofmeester, geroepen; en Obadja was den HEERE zeer vrezende. Want het geschiedde, als Izebel de profeten des HEEREN uitroeide, dat Obadja honderd profeten nam, en verborg ze bij vijftig man in een spelonk, en onderhield hen met brood en water. God zal Zich in deze wereld nooit zonder getuigen laten, zelfs niet op de slechtste plaatsen van de wereld. Welk een afschuwelijke woonplaats moet het hof van Achab voor een gelovige geweest zijn! Al was er geen andere zondaar geweest dan die vrouw Izebel, zij was genoeg om het paleis tot een poel van ongerechtigheid te maken. En toch was in dat hof, waar Izebel meesteres was, de hofmeester een man die God grotelijks vreesde.
Wij behoren er nooit verwonderd over te zijn waar ook een gelovige te ontmoeten. De genade kan leven waar wij nooit zouden verwachten haar een uur te zien overleven. Jozef vreesde God aan het hof van Farao. Daniël was een vertrouwd raadsman van Nebukadnezar. Mordechai wachtte aan de poort van Ahasveros, en er waren heiligen in het huis van de keizer. Denk eens aan het vinden van diamanten op zo’n mesthoop als het paleis van Nero. Zeker is er geen plaats zonder enig licht van God — de duisterste spelonk van de ongerechtigheid heeft haar toorts.
1 Koningen 18:17-18.Kruisverwijzingen1 Koningen 21:20→Jozua 7:25→2 Kronieken 15:2→1 Koningen 9:9→Handelingen 16:20→1 Koningen 16:31→Handelingen 24:5→Jeremia 38:4→ — En het geschiedde, als Achab Elia zag, dat Achab tot hem zeide: Zijt gij die beroerden van Israel? Toen zeide hij: Ik heb Israel niet beroerd, maar gij en uws vaders huis, daarmede, dat gijlieden de geboden des HEEREN verlaten hebt en de Baals nagevolgd zijt. Het is de wijze van de mensen de schuld van hun moeite niet op hun zonde en op zichzelf te leggen, maar op hen die hen gewaarschuwd hebben. Merk Elia’s heilige stoutmoedigheid: “Ik heb Israël niet beroerd, maar gij.”
1 Koningen 18:19.KruisverwijzingenJozua 19:26→1 Koningen 16:33→2 Koningen 2:25→1 Koningen 19:1→2 Koningen 9:22→2 Petrus 2:1→Amos 9:3→Openbaring 2:20→ — Nu dan, zend heen, verzamel tot mij het ganse Israel op den berg Karmel, en de vierhonderd en vijftig profeten van Baal, en de vierhonderd profeten van het bos, die van de tafel van Izebel eten. Hij wist hoevelen er van hen waren. Het hart van de man was zo in deze strijd voor God tegen de afgoden gewikkeld, dat hij al zijn tegenstanders geteld had.
1 Koningen 18:20-21.KruisverwijzingenMattheüs 6:24→Jozua 24:15→1 Samuël 7:3→2 Koningen 17:41→2 Korinthe 6:14→1 Korinthe 10:21→Openbaring 3:15→Sefanja 1:5→ — Zo zond Achab onder alle kinderen Israels, en verzamelde de profeten op den berg Karmel. Toen naderde Elia tot het ganse volk, en zeide: Hoe lang hinkt gij op twee gedachten? Zo de HEERE God is, volgt Hem na, en zo het Baal is, volgt hem na! Maar het volk antwoordde hem niet een woord. Zo onbeslist waren zij — misschien zo beschaamd door de tegenwoordigheid van die dappere man die niemand vreesde dan alleen God. Het was een dag om te gedenken toen de menigten van Israël aan de voet van de Karmel verzameld waren en de enige profeet des Heeren uittrad om de vierhonderdvijftig priesters van de valse god te tarten.
Wij hebben op die berg Karmel en langs de vlakte drie soorten mensen. Wij hebben eerst de toegewijde dienstknecht van Jehova, een enkele profeet. Wij hebben aan de andere kant de besliste dienaars van de boze, de vierhonderdvijftig profeten van Baäl. Maar de grote massa van die dag behoorde tot een derde soort: zij die niet besloten hadden of zij ten volle Jehova, de God van hun vaderen, zouden dienen, of Baäl, de god van Izebel. Hun oude overleveringen brachten hen ertoe Jehova te vrezen, maar hun belang aan het hof bracht hen ertoe voor Baäl te buigen.
De meesten van het volk dat voor hem stond, meenden dat Jehova God was en Baäl ook God. Om die reden was de dienst van beiden samenhangend. “Ik zal in mijn huis”, zei een van hen, “hier een altaar voor Jehova bouwen en daar een altaar voor Baäl. Ik ben van één gevoelen: ik geloof dat zij beiden God zijn.” “Nee, nee”, zei Elia, “zo kan het niet zijn! Zij zijn twee en moeten twee zijn.”
Velen zeggen heden: “Ik ben werelds, maar ik ben ook godsdienstig!” Het kan niet; zij zijn onderscheiden en gescheiden. Is God God, dien Hem en doe het grondig. Maar is deze wereld god, dien haar en maak geen belijdenis van godsdienst. “Niemand kan twee heren dienen” (Matth. 6:24). Maken wij belijdenis christen te zijn, dan moeten wij het zíjn! Maar zijn wij geen christen, dan moeten wij niet voorwenden het te zijn. De dubbelhartige mens, die twee gezichten draagt, is de verachtelijkste, omdat hij niet eerlijk genoeg is om door te zetten wat hij belijdt.
1 Koningen 18:22-24.Kruisverwijzingen1 Koningen 19:10→1 Koningen 18:38→1 Koningen 19:14→1 Kronieken 21:26→1 Koningen 20:35→1 Koningen 22:6→1 Koningen 20:38→1 Koningen 18:19→ — Toen zeide Elia tot het volk: Ik ben alleen een profeet des HEEREN overgebleven, en de profeten van Baal zijn vierhonderd en vijftig mannen. Dat men ons dan twee varren geve, en dat zij voor zich den enen var kiezen, en denzelven in stukken delen, en op het hout leggen, maar geen vuur daaraan leggen; en ik zal den anderen var bereiden, en op het hout leggen, en geen vuur daaraan leggen. Roept gij daarna den naam van uw god aan, en ik zal den Naam des HEEREN aanroepen; en de God, Die door vuur antwoorden zal, Die zal God zijn. En het ganse volk antwoordde en zeide: Dat woord is goed. En de priesters van Baäl konden de uitdaging niet weigeren. Want zij dienden de zonnegod — de god van het vuur; en kon hij de zonnedienaars niet antwoorden, dan moest hij in het geheel geen god zijn.
1 Koningen 18:25-26.KruisverwijzingenJeremia 10:5→1 Korinthe 12:2→1 Korinthe 8:4→Daniël 5:23→Jesaja 45:20→Jesaja 37:38→Jesaja 44:17→Sefanja 1:9→ — En Elia zeide tot de profeten van Baal: Kiest gijlieden voor u den enen var, en bereidt gij hem eerst, want gij zijt velen; en roept den naam uws gods aan, en legt geen vuur daaraan. En zij namen de var, dien hij hun gegeven had, en bereidden hem, en riepen den naam van Baal aan, van den morgen tot op den middag, zeggende: O Baal, antwoord ons! Maar er was geen stem en geen antwoorder. En zij sprongen tegen het altaar, dat men gemaakt had. Dat was Baäls eigen hoge tijd, want dan zou de zon op haar hoogste punt staan: “van den morgen tot op den middag”. Zij herhaalden hun geroep telkens en telkens weer. Want dit is de wijze van alle valse eredienst: veel woorden te gebruiken, zoals de heidenen doen — wat ons verboden is. En zij sprongen op het altaar dat gemaakt was; dat was hun bijgeloof.
1 Koningen 18:31.KruisverwijzingenGenesis 35:10→2 Koningen 17:34→Genesis 32:28→Jozua 4:3→Jozua 4:20→Jesaja 48:1→Efeze 4:4→Efeze 2:20→ — En Elia nam twaalf stenen, naar het getal der stammen van de kinderen Jakobs, tot welke het woord des HEEREN geschied was, zeggende: Israel zal uw naam zijn. Want hij bedoelde deze dag te bewijzen dat God de God van de twaalf stammen was — niet van hemzelf en zijn stam, maar van al de geslachten van Israël.
1 Koningen 18:32-37.KruisverwijzingenExodus 3:6→1 Koningen 18:29→Genesis 22:9→Kolossenzen 3:17→1 Koningen 8:43→Leviticus 1:6→Richteren 6:20→Numeri 16:28→ — En hij bouwde met die stenen het altaar in den Naam des HEEREN; daarna maakte hij een groeve rondom het altaar, naar de wijdte van twee maten zaads. En hij schikte het hout, en deelde den var in stukken, en legde hem op het hout. En hij zeide: Vult vier kruiken met water, en giet het op het brandoffer en op het hout. En hij zeide: Doet het ten tweeden male. En zij deden het ten tweeden male. Voorts zeide hij: Doet het ten derden male. En zij deden het ten derden male; Dat het water rondom het altaar liep; daartoe vulde hij ook de groeve met water. Het geschiedde nu, als men het spijsoffer offerde, dat de profeet Elia naderde, en zeide: HEERE, God van Abraham, Izak en Israel, dat het heden bekend worde, dat Gij God in Israel zijt, en ik Uw knecht; en dat ik al deze dingen naar Uw woord gedaan heb. Antwoord mij, HEERE, antwoord mij; opdat dit volk erkenne, dat Gij, o HEERE, die God zijt, en dat Gij hun hart achterwaarts omgewend hebt. Daar was het gebed. Hoe geheel anders dan dat herhalen van woorden, dat springen, dat snijden met messen! Hij stelt zijn wens, hij pleit zijn zaak, hij brengt zijn redenen aan — en dit is zijn gebed.
1 Koningen 18:36.KruisverwijzingenExodus 3:6→1 Koningen 18:29→1 Koningen 8:43→Numeri 16:28→2 Koningen 19:19→Handelingen 10:30→Ezechiël 36:23→Genesis 46:3→ — Het geschiedde nu, als men het spijsoffer offerde, dat de profeet Elia naderde, en zeide: HEERE, God van Abraham, Izak en Israel, dat het heden bekend worde, dat Gij God in Israel zijt, en ik Uw knecht; en dat ik al deze dingen naar Uw woord gedaan heb. Wij zouden kunnen vragen welk recht de profeet had de wolken te weerhouden of Gods eer op de proef te stellen. Veronderstel dat de Heere niet gewild had hem door vuur te antwoorden? Had hij enig recht Gods heerlijkheid te doen hangen aan zulke voorwaarden als hij voorstelde? Het antwoord is dat hij dit alles gedaan had naar Gods woord. Het was geen inval van hem het volk met een droogte te tuchtigen. Het was geen plan van hem, in zijn eigen brein gesmeed, dat hij de Godheid van Jehova of van Baäl op de proef zou stellen door een offer dat door wonderlijk vuur verteerd zou worden.
Telkens wanneer hij een stap zet, gaat het woord des Heeren eraan vooraf. Hij handelt nooit uit zichzelf; God staat achter hem. Elia’s karakter staat niet als een voorbeeld van roekeloze durf maar als het voorbeeld van een man van een gezond verstand. Geloof in God is de ware wijsheid, de hoogste vorm van gezond verstand. Te geloven Hem die niet liegen kan en te vertrouwen Hem die niet falen kan, is een soort wijsheid waarom alleen dwazen lachen.
Een gezant droomt er nooit van dat zijn bevoegde daden door zijn koning verworpen zullen worden. Handelt iemand als onze zaakgelastigde en doet hij ons bevel, dan ligt de verantwoordelijkheid voor zijn daden bij ons, en wij moeten hem steunen. Willen wij de Heere maar vertrouwen zodat wij doen wat Hij zegt, dan zal Hij ons nooit falen en zal Hij ons erdoor helpen, al stonden aarde en hel in de weg.
1 Koningen 18:38-40.KruisverwijzingenLeviticus 9:24→1 Koningen 18:24→Richteren 6:21→1 Kronieken 21:26→Job 1:16→2 Kronieken 7:1→Deuteronomium 18:20→Deuteronomium 13:5→ — Toen viel het vuur de HEEREN, en verteerde dat brandoffer, en dat hout, en die stenen, en dat stof, ja, lekte dat water op, hetwelk in de groeve was. Als nu het ganse volk dat zag, zo vielen zij op hun aangezichten, en zeiden: De HEERE is God, de HEERE is God! En Elia zeide tot hen: Grijpt de profeten van Baal, dat niemand van hen ontkome. En zij grepen ze; en Elia voerde hen af naar de beek Kison, en slachtte hen aldaar. En zo bewees hij dat hij de profeet van God was en dat God de God van Israël was. Elia mag de “IJzeren Profeet” genoemd worden; hij was een streng en dapper man die er niet voor terugdeinsde de boodschap van zijn Meester te brengen, welk gevaar er ook was. De Sidonische koningin Izebel had haar bevel uitgevaardigd dat de profeten van Jehova gedood zouden worden, een bevel dat maar al te goed gehoorzaamd werd. Niemand kon voor deze tijgerin bestaan, totdat Elia kwam en haar boosheid tartte het ergste te doen.
Die enkele man, van heldenmoed, keerde de vreselijke vloed van de afgoderij en stond, als een rots in de stroom, vast op zijn plaats. Hij had bewezen dat de profeten van Baäl leugenaars en bedriegers waren, en ging toen tot de natuurlijke gevolgtrekking over. De wet van Israël luidde: “En diezelve profeet, of dromen-dromer, zal gedood worden… Zo zult gij het boze uit het midden van u wegdoen” (Deut. 13:5). Daarom, aangezien de zaak voor alle mensen bewezen was, gebood Elia het volk de bedriegers te grijpen.
De man deed de wil van zijn Meester grondig, en droomde er nooit van van een vergelijk. Misschien is hij om die reden, met maar één ander uit een vrouw geboren, langs een ongewone weg ten hemel gevaren. De God die hem zo grootmoedig getrouw maakte, had bepaald dat hij die anders dan anderen door de wereld ging, ook anders uit haar zou heengaan; en hij die in het leven als een seraf gevlamd had, zou in een wagen van vuur tot zijn loon gedragen worden.
Willen wij de Heere maar vertrouwen zodat wij doen wat Hij zegt, dan zal Hij ons nooit falen en zal Hij ons erdoor helpen, al stonden aarde en hel in de weg.
Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.
Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!
Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]
Over de Auteur
C.H. Spurgeon
1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.
Spurgeons Commentaar
1 Koningen 18
1 Koningen 18:3-4.Kruisverwijzingen1 Koningen 18:13→Nehemia 7:2→1 Koningen 16:9→Mattheüs 10:40→Nehemia 5:15→Genesis 24:2→Genesis 24:10→Genesis 39:9→
— En Achab had Obadja, den hofmeester, geroepen; en Obadja was den HEERE zeer vrezende. Want het geschiedde, als Izebel de profeten des HEEREN uitroeide, dat Obadja honderd profeten nam, en verborg ze bij vijftig man in een spelonk, en onderhield hen met brood en water.
God zal Zich in deze wereld nooit zonder getuigen laten, zelfs niet op de slechtste plaatsen van de wereld. Welk een afschuwelijke woonplaats moet het hof van Achab voor een gelovige geweest zijn! Al was er geen andere zondaar geweest dan die vrouw Izebel, zij was genoeg om het paleis tot een poel van ongerechtigheid te maken. En toch was in dat hof, waar Izebel meesteres was, de hofmeester een man die God grotelijks vreesde.
Wij behoren er nooit verwonderd over te zijn waar ook een gelovige te ontmoeten. De genade kan leven waar wij nooit zouden verwachten haar een uur te zien overleven. Jozef vreesde God aan het hof van Farao. Daniël was een vertrouwd raadsman van Nebukadnezar. Mordechai wachtte aan de poort van Ahasveros, en er waren heiligen in het huis van de keizer. Denk eens aan het vinden van diamanten op zo’n mesthoop als het paleis van Nero. Zeker is er geen plaats zonder enig licht van God — de duisterste spelonk van de ongerechtigheid heeft haar toorts.
1 Koningen 18:17-18.Kruisverwijzingen1 Koningen 21:20→Jozua 7:25→2 Kronieken 15:2→1 Koningen 9:9→Handelingen 16:20→1 Koningen 16:31→Handelingen 24:5→Jeremia 38:4→
— En het geschiedde, als Achab Elia zag, dat Achab tot hem zeide: Zijt gij die beroerden van Israel? Toen zeide hij: Ik heb Israel niet beroerd, maar gij en uws vaders huis, daarmede, dat gijlieden de geboden des HEEREN verlaten hebt en de Baals nagevolgd zijt.
Het is de wijze van de mensen de schuld van hun moeite niet op hun zonde en op zichzelf te leggen, maar op hen die hen gewaarschuwd hebben. Merk Elia’s heilige stoutmoedigheid: “Ik heb Israël niet beroerd, maar gij.”
1 Koningen 18:19.KruisverwijzingenJozua 19:26→1 Koningen 16:33→2 Koningen 2:25→1 Koningen 19:1→2 Koningen 9:22→2 Petrus 2:1→Amos 9:3→Openbaring 2:20→
— Nu dan, zend heen, verzamel tot mij het ganse Israel op den berg Karmel, en de vierhonderd en vijftig profeten van Baal, en de vierhonderd profeten van het bos, die van de tafel van Izebel eten.
Hij wist hoevelen er van hen waren. Het hart van de man was zo in deze strijd voor God tegen de afgoden gewikkeld, dat hij al zijn tegenstanders geteld had.
1 Koningen 18:20-21.KruisverwijzingenMattheüs 6:24→Jozua 24:15→1 Samuël 7:3→2 Koningen 17:41→2 Korinthe 6:14→1 Korinthe 10:21→Openbaring 3:15→Sefanja 1:5→
— Zo zond Achab onder alle kinderen Israels, en verzamelde de profeten op den berg Karmel. Toen naderde Elia tot het ganse volk, en zeide: Hoe lang hinkt gij op twee gedachten? Zo de HEERE God is, volgt Hem na, en zo het Baal is, volgt hem na! Maar het volk antwoordde hem niet een woord.
Zo onbeslist waren zij — misschien zo beschaamd door de tegenwoordigheid van die dappere man die niemand vreesde dan alleen God. Het was een dag om te gedenken toen de menigten van Israël aan de voet van de Karmel verzameld waren en de enige profeet des Heeren uittrad om de vierhonderdvijftig priesters van de valse god te tarten.
Wij hebben op die berg Karmel en langs de vlakte drie soorten mensen. Wij hebben eerst de toegewijde dienstknecht van Jehova, een enkele profeet. Wij hebben aan de andere kant de besliste dienaars van de boze, de vierhonderdvijftig profeten van Baäl. Maar de grote massa van die dag behoorde tot een derde soort: zij die niet besloten hadden of zij ten volle Jehova, de God van hun vaderen, zouden dienen, of Baäl, de god van Izebel. Hun oude overleveringen brachten hen ertoe Jehova te vrezen, maar hun belang aan het hof bracht hen ertoe voor Baäl te buigen.
De meesten van het volk dat voor hem stond, meenden dat Jehova God was en Baäl ook God. Om die reden was de dienst van beiden samenhangend. “Ik zal in mijn huis”, zei een van hen, “hier een altaar voor Jehova bouwen en daar een altaar voor Baäl. Ik ben van één gevoelen: ik geloof dat zij beiden God zijn.” “Nee, nee”, zei Elia, “zo kan het niet zijn! Zij zijn twee en moeten twee zijn.”
Velen zeggen heden: “Ik ben werelds, maar ik ben ook godsdienstig!” Het kan niet; zij zijn onderscheiden en gescheiden. Is God God, dien Hem en doe het grondig. Maar is deze wereld god, dien haar en maak geen belijdenis van godsdienst. “Niemand kan twee heren dienen” (Matth. 6:24). Maken wij belijdenis christen te zijn, dan moeten wij het zíjn! Maar zijn wij geen christen, dan moeten wij niet voorwenden het te zijn. De dubbelhartige mens, die twee gezichten draagt, is de verachtelijkste, omdat hij niet eerlijk genoeg is om door te zetten wat hij belijdt.
1 Koningen 18:22-24.Kruisverwijzingen1 Koningen 19:10→1 Koningen 18:38→1 Koningen 19:14→1 Kronieken 21:26→1 Koningen 20:35→1 Koningen 22:6→1 Koningen 20:38→1 Koningen 18:19→
— Toen zeide Elia tot het volk: Ik ben alleen een profeet des HEEREN overgebleven, en de profeten van Baal zijn vierhonderd en vijftig mannen. Dat men ons dan twee varren geve, en dat zij voor zich den enen var kiezen, en denzelven in stukken delen, en op het hout leggen, maar geen vuur daaraan leggen; en ik zal den anderen var bereiden, en op het hout leggen, en geen vuur daaraan leggen. Roept gij daarna den naam van uw god aan, en ik zal den Naam des HEEREN aanroepen; en de God, Die door vuur antwoorden zal, Die zal God zijn. En het ganse volk antwoordde en zeide: Dat woord is goed.
En de priesters van Baäl konden de uitdaging niet weigeren. Want zij dienden de zonnegod — de god van het vuur; en kon hij de zonnedienaars niet antwoorden, dan moest hij in het geheel geen god zijn.
1 Koningen 18:25-26.KruisverwijzingenJeremia 10:5→1 Korinthe 12:2→1 Korinthe 8:4→Daniël 5:23→Jesaja 45:20→Jesaja 37:38→Jesaja 44:17→Sefanja 1:9→
— En Elia zeide tot de profeten van Baal: Kiest gijlieden voor u den enen var, en bereidt gij hem eerst, want gij zijt velen; en roept den naam uws gods aan, en legt geen vuur daaraan. En zij namen de var, dien hij hun gegeven had, en bereidden hem, en riepen den naam van Baal aan, van den morgen tot op den middag, zeggende: O Baal, antwoord ons! Maar er was geen stem en geen antwoorder. En zij sprongen tegen het altaar, dat men gemaakt had.
Dat was Baäls eigen hoge tijd, want dan zou de zon op haar hoogste punt staan: “van den morgen tot op den middag”. Zij herhaalden hun geroep telkens en telkens weer. Want dit is de wijze van alle valse eredienst: veel woorden te gebruiken, zoals de heidenen doen — wat ons verboden is. En zij sprongen op het altaar dat gemaakt was; dat was hun bijgeloof.
1 Koningen 18:31.KruisverwijzingenGenesis 35:10→2 Koningen 17:34→Genesis 32:28→Jozua 4:3→Jozua 4:20→Jesaja 48:1→Efeze 4:4→Efeze 2:20→
— En Elia nam twaalf stenen, naar het getal der stammen van de kinderen Jakobs, tot welke het woord des HEEREN geschied was, zeggende: Israel zal uw naam zijn.
Want hij bedoelde deze dag te bewijzen dat God de God van de twaalf stammen was — niet van hemzelf en zijn stam, maar van al de geslachten van Israël.
1 Koningen 18:32-37.KruisverwijzingenExodus 3:6→1 Koningen 18:29→Genesis 22:9→Kolossenzen 3:17→1 Koningen 8:43→Leviticus 1:6→Richteren 6:20→Numeri 16:28→
— En hij bouwde met die stenen het altaar in den Naam des HEEREN; daarna maakte hij een groeve rondom het altaar, naar de wijdte van twee maten zaads. En hij schikte het hout, en deelde den var in stukken, en legde hem op het hout. En hij zeide: Vult vier kruiken met water, en giet het op het brandoffer en op het hout. En hij zeide: Doet het ten tweeden male. En zij deden het ten tweeden male. Voorts zeide hij: Doet het ten derden male. En zij deden het ten derden male; Dat het water rondom het altaar liep; daartoe vulde hij ook de groeve met water. Het geschiedde nu, als men het spijsoffer offerde, dat de profeet Elia naderde, en zeide: HEERE, God van Abraham, Izak en Israel, dat het heden bekend worde, dat Gij God in Israel zijt, en ik Uw knecht; en dat ik al deze dingen naar Uw woord gedaan heb. Antwoord mij, HEERE, antwoord mij; opdat dit volk erkenne, dat Gij, o HEERE, die God zijt, en dat Gij hun hart achterwaarts omgewend hebt.
Daar was het gebed. Hoe geheel anders dan dat herhalen van woorden, dat springen, dat snijden met messen! Hij stelt zijn wens, hij pleit zijn zaak, hij brengt zijn redenen aan — en dit is zijn gebed.
1 Koningen 18:36.KruisverwijzingenExodus 3:6→1 Koningen 18:29→1 Koningen 8:43→Numeri 16:28→2 Koningen 19:19→Handelingen 10:30→Ezechiël 36:23→Genesis 46:3→
— Het geschiedde nu, als men het spijsoffer offerde, dat de profeet Elia naderde, en zeide: HEERE, God van Abraham, Izak en Israel, dat het heden bekend worde, dat Gij God in Israel zijt, en ik Uw knecht; en dat ik al deze dingen naar Uw woord gedaan heb.
Wij zouden kunnen vragen welk recht de profeet had de wolken te weerhouden of Gods eer op de proef te stellen. Veronderstel dat de Heere niet gewild had hem door vuur te antwoorden? Had hij enig recht Gods heerlijkheid te doen hangen aan zulke voorwaarden als hij voorstelde? Het antwoord is dat hij dit alles gedaan had naar Gods woord. Het was geen inval van hem het volk met een droogte te tuchtigen. Het was geen plan van hem, in zijn eigen brein gesmeed, dat hij de Godheid van Jehova of van Baäl op de proef zou stellen door een offer dat door wonderlijk vuur verteerd zou worden.
Telkens wanneer hij een stap zet, gaat het woord des Heeren eraan vooraf. Hij handelt nooit uit zichzelf; God staat achter hem. Elia’s karakter staat niet als een voorbeeld van roekeloze durf maar als het voorbeeld van een man van een gezond verstand. Geloof in God is de ware wijsheid, de hoogste vorm van gezond verstand. Te geloven Hem die niet liegen kan en te vertrouwen Hem die niet falen kan, is een soort wijsheid waarom alleen dwazen lachen.
Een gezant droomt er nooit van dat zijn bevoegde daden door zijn koning verworpen zullen worden. Handelt iemand als onze zaakgelastigde en doet hij ons bevel, dan ligt de verantwoordelijkheid voor zijn daden bij ons, en wij moeten hem steunen. Willen wij de Heere maar vertrouwen zodat wij doen wat Hij zegt, dan zal Hij ons nooit falen en zal Hij ons erdoor helpen, al stonden aarde en hel in de weg.
1 Koningen 18:38-40.KruisverwijzingenLeviticus 9:24→1 Koningen 18:24→Richteren 6:21→1 Kronieken 21:26→Job 1:16→2 Kronieken 7:1→Deuteronomium 18:20→Deuteronomium 13:5→
— Toen viel het vuur de HEEREN, en verteerde dat brandoffer, en dat hout, en die stenen, en dat stof, ja, lekte dat water op, hetwelk in de groeve was. Als nu het ganse volk dat zag, zo vielen zij op hun aangezichten, en zeiden: De HEERE is God, de HEERE is God! En Elia zeide tot hen: Grijpt de profeten van Baal, dat niemand van hen ontkome. En zij grepen ze; en Elia voerde hen af naar de beek Kison, en slachtte hen aldaar.
En zo bewees hij dat hij de profeet van God was en dat God de God van Israël was. Elia mag de “IJzeren Profeet” genoemd worden; hij was een streng en dapper man die er niet voor terugdeinsde de boodschap van zijn Meester te brengen, welk gevaar er ook was. De Sidonische koningin Izebel had haar bevel uitgevaardigd dat de profeten van Jehova gedood zouden worden, een bevel dat maar al te goed gehoorzaamd werd. Niemand kon voor deze tijgerin bestaan, totdat Elia kwam en haar boosheid tartte het ergste te doen.
Die enkele man, van heldenmoed, keerde de vreselijke vloed van de afgoderij en stond, als een rots in de stroom, vast op zijn plaats. Hij had bewezen dat de profeten van Baäl leugenaars en bedriegers waren, en ging toen tot de natuurlijke gevolgtrekking over. De wet van Israël luidde: “En diezelve profeet, of dromen-dromer, zal gedood worden… Zo zult gij het boze uit het midden van u wegdoen” (Deut. 13:5). Daarom, aangezien de zaak voor alle mensen bewezen was, gebood Elia het volk de bedriegers te grijpen.
De man deed de wil van zijn Meester grondig, en droomde er nooit van van een vergelijk. Misschien is hij om die reden, met maar één ander uit een vrouw geboren, langs een ongewone weg ten hemel gevaren. De God die hem zo grootmoedig getrouw maakte, had bepaald dat hij die anders dan anderen door de wereld ging, ook anders uit haar zou heengaan; en hij die in het leven als een seraf gevlamd had, zou in een wagen van vuur tot zijn loon gedragen worden.
© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas