“Ga weder henen, zevenmaal.”—1 Koningen 18:43
Het slagen is zeker wanneer de Heere het heeft beloofd. Al heb je maand na maand gebeden zonder een teken van antwoord, toch kan het niet zo zijn dat de Heere doof is, als Zijn volk ernstig bidt over iets wat Zijn eer raakt. De profeet op de top van de Karmel bleef met God worstelen. Hij gaf zich geen enkel ogenblik over aan de angst dat zijn zaak voor het gerecht van Jehova zou worden afgewezen. Zesmaal kwam de knecht terug, maar elke keer was er geen ander woord dan: “Ga weder henen.” Ongeloof mag nooit in ons opkomen. We moeten ons geloof vasthouden, zelfs tot zeventigmaal zeven keer. Het geloof stuurt de verwachtingsvolle hoop uit om vanaf de top van de Karmel te kijken. Is er niets te zien, dan stuurt het die hoop steeds opnieuw. Het geloof wordt niet verpletterd door telkens weer teleurgesteld te worden. Integendeel, het wordt aangespoord om vuriger bij zijn God te pleiten. Het wordt vernederd, maar niet beschaamd. Zijn zuchten worden dieper en zijn verzuchtingen heftiger, maar het laat nooit los en houdt nooit op. Voor vlees en bloed zou een snel antwoord prettiger zijn, maar gelovige zielen hebben geleerd zich te onderwerpen en het goed te vinden om op de Heere te wachten en Hem te verwachten. Als een antwoord op zich laat wachten, gaat het hart vaak zichzelf onderzoeken. Zo komt het tot berouw en geestelijke vernieuwing: er worden dodelijke slagen uitgedeeld aan onze verdorvenheid en de kamers vol afgodsbeelden worden schoongemaakt. Het grote gevaar is dat mensen moedeloos worden en de zegen mislopen. Lezer, val niet in die zonde, maar blijf bidden en waken. Eindelijk werd het wolkje gezien, het zekere voorteken van stromen regen. Zo zal ook jou het teken ten goede zeker worden gegeven, en je zult opstaan als een overwinnende vorst om de genade te ontvangen waarnaar je zocht. Elias was een mens met dezelfde hartstochten als wij: zijn macht bij God lag niet in zijn eigen verdienste. Als zijn gebed vol geloof zo veel kon uitrichten, waarom dat van jou dan niet? Pleit onophoudelijk en aanhoudend op het dierbare bloed, en het zal met je gaan zoals je hart verlangt.

