Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

1 Koningen 11

1 En de koning Salomo had veel vreemde vrouwen lief, en dat benevens de dochter van Farao: Moabietische, Ammonietische, Edomietische, Sidonische, Hethietische;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 En de koningH4428 SalomoH8010 had veelH7227 vreemdeH5237 vrouwenH802 liefH157, en dat benevens de dochterH1323 van FaraoH6547: MoabietischeH4125, AmmonietischeH5984, EdomietischeH130, SidonischeH6722, HethietischeH2850; En de koning Salomo had veel vreemde vrouwen lief, en dat benevens de dochter van Farao: Moabietische, Ammonietische, Edomietische, Sidonische, Hethietische;

KJV But king1 Solomon2 loved3 many6 strange5 women,4 together with the daughter8 of Pharaoh,9 women of the Moabites,10 Ammonites,11 Edomites,12 Zidonians,13 and Hittites;14

1 וְהַמֶּ֣לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 2 שְׁלֹמֹ֗ה H8010 Salomo Solomon 3 אָהַ֞ב H157 lief, liefhebben, liefheeft (be-) love(-d, -ly, -r), like, friend 4 נָשִׁ֧ים H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 5 נָכְרִיּ֛וֹת H5237 vreemde, vreemd, onbekende alien, foreigner, outlandish, strange(-r, woman) 6 רַבּ֖וֹת H7227 vele, veel, grote (in) abound(-undance, -ant, -antly), captain, elder, enough, exceedingly, full, great(-ly, man, one), increase, long (enough, (time)), (do, have) many(-ifold, things, a time), (ship-)master, mighty, more, (too, very) much, multiply(-tude), officer, often(-times), plenteous, populous, prince, process (of time), suffice(-lent) 7 וְאֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 בַּת H1323 dochter, dochteren, onderhorige plaatsen apple (of the eye), branch, company, daughter, [idiom] first, [idiom] old, [phrase] owl, town, village 9 פַּרְעֹ֑ה H6547 Farao Pharaoh 10 מוֹאֲבִיּ֤וֹת H4125 Moabietische, Moabieten, Moabiet (woman) of Moab, Moabite(-ish, -ss) 11 עַמֳּנִיּוֹת֙ H5984 Ammonieten, Ammoniet, Ammonietische Ammonite(-s) 12 אֲדֹ֣מִיֹּ֔ת H130 Edomiet, Edomieten, Edomietische Edomite 13 צֵדְנִיֹּ֖ת H6722 Sidoniers, Sidonische Sidonian, of Sidon, Zidonian 14 חִתִּיֹּֽת H2850 Hethieten, Hethiet, Hethietische Hittite, Hittities
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 Van die volken, waarvan de HEERE gezegd had tot de kinderen Israels: Gijlieden zult tot hen niet ingaan, en zij zullen tot u niet inkomen; zij zouden zekerlijk uw hart achter hun goden neigen; aan deze hing Salomo met liefde.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 VanH4480 die volkenH1471, waarvan de HEEREH3068 gezegdH559 had totH413 de kinderenH1121 IsraelsH3478: Gijlieden zult tot hen nietH3808 ingaanH935, en zijH1992 zullen tot u nietH3808 inkomenH935; zij zouden zekerlijkH403 uw hartH3824 achterH310 hun godenH430 neigenH5186; aan deze hing SalomoH8010 met liefdeH157. Van die volken, waarvan de HEERE gezegd had tot de kinderen Israels: Gijlieden zult tot hen niet ingaan, en zij zullen tot u niet inkomen; zij zouden zekerlijk uw hart achter hun goden neigen; aan deze hing Salomo met liefde.

KJV Of the nations2 concerning which the LORD5 said4 unto the children7 of Israel,8 Ye shall not go in10 to them, neither shall they come in14 unto you: for surely16 they will turn away17 your heart19 after20 their gods:21 Solomon24 clave23 unto these in love.

1 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 2 הַגּוֹיִ֗ם H1471 heidenen, volken, volk Gentile, heathen, nation, people 3 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 אָֽמַר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 5 יְהוָה֩ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 7 בְּנֵ֨י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 יִשְׂרָאֵ֜ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 9 לֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 תָבֹ֣אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 11 בָהֶ֗ם 12 וְהֵם֙ H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 13 לֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 14 יָבֹ֣אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 15 בָכֶ֔ם 16 אָכֵן֙ H403 waarlijk, Voorwaar, Waarlijk but, certainly, nevertheless, surely, truly, verily 17 יַטּ֣וּ H5186 neig, uitgestrekt, uitgestrekten [phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield 18 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 לְבַבְכֶ֔ם H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 20 אַחֲרֵ֖י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 21 אֱלֹהֵיהֶ֑ם H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 22 בָּהֶ֛ם 23 דָּבַ֥ק H1692 kleeft, kleven, aanhangen abide fast, cleave (fast together), follow close (hard after), be joined (together), keep (fast), overtake, pursue hard, stick, take 24 שְׁלֹמֹ֖ה H8010 Salomo Solomon 25 לְאַהֲבָֽה H160 liefde, liefhad, bemint love

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En hij had zevenhonderd vrouwen, vorstinnen, en driehonderd bijwijven; en zijn vrouwen neigden zijn hart.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 En hij had zevenhonderdH7651 vrouwenH802, vorstinnenH8282, en driehonderdH7969 bijwijvenH6370; en zijn vrouwenH802 neigdenH5186 zijn hartH3820. En hij had zevenhonderd vrouwen, vorstinnen, en driehonderd bijwijven; en zijn vrouwen neigden zijn hart.

KJV And he had seven5 hundred6 wives,3 princesses,4 and three8 hundred9 concubines:7 and his wives11 turned away10 his heart.13

1 וַיְהִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 ל֣וֹ 3 נָשִׁ֗ים H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 4 שָׂרוֹת֙ H8282 vorstinnen, staatsvrouwen, vorstin lady, princess, queen 5 שְׁבַ֣ע H7651 zeven, zevenhonderd, zevenmaal ([phrase] by) seven(-fold),-s, (-teen, -teenth), -th, times). Compare H7658 (שִׁבְעָנָה) 6 מֵא֔וֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 7 וּפִֽלַגְשִׁ֖ים H6370 bijwijf, bijwijven concubine, paramour 8 שְׁלֹ֣שׁ H7969 drie, driehonderd, dertien [phrase] fork, [phrase] often(-times), third, thir(-teen, -teenth), three, [phrase] thrice. Compare H7991 (שָׁלִישׁ) 9 מֵא֑וֹת H3967 honderd, tweehonderd, honderden hundred((-fold), -th), [phrase] sixscore 10 וַיַּטּ֥וּ H5186 neig, uitgestrekt, uitgestrekten [phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield 11 נָשָׁ֖יו H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 לִבּֽוֹ H3820 hart, harten, harte [phrase] care for, comfortably, consent, [idiom] considered, courag(-eous), friend(-ly), ((broken-), (hard-), (merry-), (stiff-), (stout-), double) heart(-ed), [idiom] heed, [idiom] I, kindly, midst, mind(-ed), [idiom] regard(-ed), [idiom] themselves, [idiom] unawares, understanding, [idiom] well, willingly, wisdom
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Want het geschiedde in den tijd van Salomo's ouderdom, dat zijn vrouwen zijn hart achter andere goden neigden; dat zijn hart niet volkomen was met den HEERE, zijn God, gelijk het hart van zijn vader David.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Want het geschiedde in den tijdH6256 van SalomoH8010's ouderdomH2209, dat zijn vrouwenH802 zijn hartH3824 achterH310 andere godenH430 neigdenH5186; dat zijnH1961 hartH3824 nietH3808 volkomenH8003 was metH5973 den HEEREH3068, zijn GodH430, gelijk het hartH3824 van zijn vaderH1 DavidH1732. Want het geschiedde in den tijd van Salomo's ouderdom, dat zijn vrouwen zijn hart achter andere goden neigden; dat zijn hart niet volkomen was met den HEERE, zijn God, gelijk het hart van zijn vader David.

KJV For it came to pass, when2 Solomon4 was old,3 that his wives5 turned away6 his heart8 after9 other11 gods:10 and his heart14 was not perfect15 with the LORD17 his God,18 as was the heart19 of David20 his father.21

1 וַיְהִ֗י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 לְעֵת֙ H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 3 זִקְנַ֣ת H2209 ouderdom, ouderdoms, oud old (age) 4 שְׁלֹמֹ֔ה H8010 Salomo Solomon 5 נָשָׁיו֙ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 6 הִטּ֣וּ H5186 neig, uitgestrekt, uitgestrekten [phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 לְבָב֔וֹ H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 9 אַחֲרֵ֖י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 10 אֱלֹהִ֣ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 11 אֲחֵרִ֑ים H312 ander, anders, aarde (an-) other man, following, next, strange 12 וְלֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 13 הָיָ֨ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 14 לְבָב֤וֹ H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 15 שָׁלֵם֙ H8003 volkomen, volkomene, volmaakt full, just, made ready, peaceable, perfect(-ed), quiet, Shalem (by mistake for a name), whole 16 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 17 יְהוָ֣ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 18 אֱלֹהָ֔יו H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 19 כִּלְבַ֖ב H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 20 דָּוִ֥יד H1732 David, Davids David 21 אָבִֽיו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Want Salomo wandelde Astoreth, den god der Sidoniers, na, en Milchom, het verfoeisel der Ammonieten.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 Want SalomoH8010 wandeldeH3212 AstorethH6253, den godH430 der SidoniersH6722, naH310, en MilchomH4445, het verfoeiselH8251 der AmmonietenH5984. Want Salomo wandelde Astoreth, den god der Sidoniers, na, en Milchom, het verfoeisel der Ammonieten.

KJV For Solomon2 went1 after3 Ashtoreth4 the goddess5 of the Zidonians,6 and after7 Milcom8 the abomination9 of the Ammonites.10

1 וַיֵּ֣לֶךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 2 שְׁלֹמֹ֔ה H8010 Salomo Solomon 3 אַחֲרֵ֣י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 4 עַשְׁתֹּ֔רֶת H6253 Astoreth Ashtoreth 5 אֱלֹהֵ֖י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 6 צִדֹנִ֑ים H6722 Sidoniers, Sidonische Sidonian, of Sidon, Zidonian 7 וְאַחֲרֵ֣י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 8 מִלְכֹּ֔ם H4445 Milchom, Malcham Malcham, Milcom 9 שִׁקֻּ֖ץ H8251 verfoeiselen, verfoeisel, gruwel abominable filth (idol, -ation), detestable (thing) 10 עַמֹּנִֽים H5984 Ammonieten, Ammoniet, Ammonietische Ammonite(-s)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Alzo deed Salomo dat kwaad was in de ogen des HEEREN; en volhardde niet den HEERE te volgen, gelijk zijn vader David.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Alzo deedH6213 SalomoH8010 dat kwaadH7451 was in de ogenH5869 des HEERENH3068; en volharddeH4390 nietH3808 den HEEREH3068 te volgenH310, gelijk zijn vaderH1 DavidH1732. Alzo deed Salomo dat kwaad was in de ogen des HEEREN; en volhardde niet den HEERE te volgen, gelijk zijn vader David.

KJV And Solomon2 did1 evil3 in the sight4 of the LORD,5 and went not fully7 after8 the LORD,9 as did David10 his father.11

1 וַיַּ֧עַשׂ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 2 שְׁלֹמֹ֛ה H8010 Salomo Solomon 3 הָרַ֖ע H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 4 בְּעֵינֵ֣י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 5 יְהוָ֑ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 6 וְלֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 7 מִלֵּ֛א H4390 vervuld, vol, vervullen accomplish, confirm, [phrase] consecrate, be at an end, be expired, be fenced, fill, fulfil, (be, become, [idiom] draw, give in, go) full(-ly, -ly set, tale), (over-) flow, fulness, furnish, gather (selves, together), presume, replenish, satisfy, set, space, take a (hand-) full, [phrase] have wholly 8 אַחֲרֵ֥י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 9 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 10 כְּדָוִ֥ד H1732 David, Davids David 11 אָבִֽיו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Toen bouwde Salomo een hoogte voor Kamos, het verfoeisel der Moabieten, op den berg, die voor Jeruzalem is, en voor Molech, het verfoeisel der kinderen Ammons.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 Toen bouwdeH1129 SalomoH8010 een hoogteH1116 voor KamosH3645, het verfoeiselH8251 der MoabietenH4124, opH5921 den bergH2022, dieH834 voorH6440 JeruzalemH3389 is, en voor MolechH4432, het verfoeiselH8251 der kinderenH1121 AmmonsH5983. Toen bouwde Salomo een hoogte voor Kamos, het verfoeisel der Moabieten, op den berg, die voor Jeruzalem is, en voor Molech, het verfoeisel der kinderen Ammons.

KJV Then did Solomon3 build2 an high place4 for Chemosh,5 the abomination6 of Moab,7 in the hill8 that is before11 Jerusalem,12 and for Molech,13 the abomination14 of the children15 of Ammon.16

1 אָז֩ H227 toen, alsdan beginning, for, from, hitherto, now, of old, once, since, then, at which time, yet 2 יִבְנֶ֨ה H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 3 שְׁלֹמֹ֜ה H8010 Salomo Solomon 4 בָּמָ֗ה H1116 hoogten, hoogte, Bamoth height, high place, wave 5 לִכְמוֹשׁ֙ H3645 Kamos, Kamoz Chemosh 6 שִׁקֻּ֣ץ H8251 verfoeiselen, verfoeisel, gruwel abominable filth (idol, -ation), detestable (thing) 7 מוֹאָ֔ב H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab 8 בָּהָ֕ר H2022 berg, bergen, gebergte hill (country), mount(-ain), [idiom] promotion 9 אֲשֶׁ֖ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 פְּנֵ֣י H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 12 יְרוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 13 וּלְמֹ֕לֶךְ H4432 Molech Molech. Compare H4445 (מַלְכָּם) 14 שִׁקֻּ֖ץ H8251 verfoeiselen, verfoeisel, gruwel abominable filth (idol, -ation), detestable (thing) 15 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 16 עַמּֽוֹן H5983 Ammons, Ammon Ammon, Ammonites
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 En alzo deed hij voor al zijn vreemde vrouwen, die haar goden rookten en offerden.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 En alzoH3651 deedH6213 hij voor alH3605 zijn vreemdeH5237 vrouwenH802, die haar godenH430 rooktenH6999 en offerdenH2076. En alzo deed hij voor al zijn vreemde vrouwen, die haar goden rookten en offerden.

KJV And likewise did2 he for all his strange5 wives,4 which burnt incense6 and sacrificed7 unto their gods.8

1 וְכֵ֣ן H3651 daarom, alzo, zo [phrase] after that (this, -ward, -wards), as... as, [phrase] (for-) asmuch as yet, [phrase] be (for which) cause, [phrase] following, howbeit, in (the) like (manner, -wise), [idiom] the more, right, (even) so, state, straightway, such (thing), surely, [phrase] there (where) -fore, this, thus, true, well, [idiom] you 2 עָשָׂ֔ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 3 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 נָשָׁ֖יו H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 5 הַנָּכְרִיּ֑וֹת H5237 vreemde, vreemd, onbekende alien, foreigner, outlandish, strange(-r, woman) 6 מַקְטִיר֥וֹת H6999 aansteken, roken, gerookt burn (incense, sacrifice) (upon), (altar for) incense, kindle, offer (incense, a sacrifice) 7 וּֽמְזַבְּח֖וֹת H2076 offeren, offerde, offerden kill, offer, (do) sacrifice, slay 8 לֵאלֹהֵיהֶֽן H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Daarom vertoornde Zich de HEERE tegen Salomo, omdat hij zijn hart geneigd had van den HEERE, den God Israels, Die hem tweemaal verschenen was.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Daarom vertoorndeH599 Zich de HEEREH3068 tegen SalomoH8010, omdatH3588 hij zijn hartH3824 geneigdH5186 had van den HEEREH3068, den GodH430 IsraelsH3478, Die hem tweemaalH6471 verschenenH7200 was. Daarom vertoornde Zich de HEERE tegen Salomo, omdat hij zijn hart geneigd had van den HEERE, den God Israels, Die hem tweemaal verschenen was.

KJV And the LORD2 was angry1 with Solomon,3 because his heart6 was turned5 from the LORD8 God9 of Israel,10 which had appeared11 unto him twice,13

1 וַיִּתְאַנַּ֥ף H599 vertoornde, toornen, toornig be angry (displeased) 2 יְהוָ֖ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 בִּשְׁלֹמֹ֑ה H8010 Salomo Solomon 4 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 5 נָטָ֣ה H5186 neig, uitgestrekt, uitgestrekten [phrase] afternoon, apply, bow (down, -ing), carry aside, decline, deliver, extend, go down, be gone, incline, intend, lay, let down, offer, outstretched, overthrown, pervert, pitch, prolong, put away, shew, spread (out), stretch (forth, out), take (aside), turn (aside, away), wrest, cause to yield 6 לְבָב֗וֹ H3824 hart, harten, harte [phrase] bethink themselves, breast, comfortably, courage, ((faint), (tender-) heart(-ed), midst, mind, [idiom] unawares, understanding 7 מֵעִ֤ם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 8 יְהוָה֙ H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 9 אֱלֹהֵ֣י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 10 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 11 הַנִּרְאָ֥ה H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 12 אֵלָ֖יו H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 13 פַּעֲמָֽיִם H6471 ditmaal, malen, tweemaal anvil, corner, foot(-step), going, (hundred-) fold, [idiom] now, (this) [phrase] once, order, rank, step, [phrase] thrice, (often-), second, this, two) time(-s), twice, wheel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 En hem van deze zaak geboden had, dat hij andere goden niet zou nawandelen; doch hij hield niet, wat de HEERE geboden had.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 En hem van dezeH2088 zaakH1697 gebodenH6680 had, dat hij andere godenH430 niet zou nawandelenH3212; doch hij hieldH8104 niet, watH834 de HEEREH3068 gebodenH6680 had. En hem van deze zaak geboden had, dat hij andere goden niet zou nawandelen; doch hij hield niet, wat de HEERE geboden had.

KJV And had commanded1 him concerning this thing,4 that he should not go7 after8 other10 gods:9 but he kept12 not that which the LORD16 commanded.15

1 וְצִוָּ֤ה H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 2 אֵלָיו֙ H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 3 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 4 הַדָּבָ֣ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 5 הַזֶּ֔ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 6 לְבִ֨לְתִּי H1115 niet, niemand, tenzij because un(satiable), beside, but, [phrase] continual, except, from, lest, neither, no more, none, not, nothing, save, that no, without 7 לֶ֔כֶת H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 8 אַחֲרֵ֖י H310 na, achter, daarna after (that, -ward), again, at, away from, back (from, -side), behind, beside, by, follow (after, -ing), forasmuch, from, hereafter, hinder end, [phrase] out (over) live, [phrase] persecute, posterity, pursuing, remnant, seeing, since, thence(-forth), when, with 9 אֱלֹהִ֣ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 10 אֲחֵרִ֑ים H312 ander, anders, aarde (an-) other man, following, next, strange 11 וְלֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 12 שָׁמַ֔ר H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 13 אֵ֥ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 14 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 15 צִוָּ֖ה H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 16 יְהוָֽה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Daarom zeide de HEERE tot Salomo: Dewijl dit bij u geschied is, dat gij niet hebt gehouden Mijn verbond en Mijn inzettingen, die Ik u geboden heb; Ik zal gewisselijk dit koninkrijk van u scheuren, en datzelve uw knecht geven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 Daarom zeideH559 de HEEREH3068 tot SalomoH8010: Dewijl ditH2063 bij u geschiedH1961 is, dat gij nietH3808 hebt gehouden Mijn verbondH1285 en Mijn inzettingenH2708, dieH834 Ik u gebodenH6680 heb; Ik zal gewisselijkH7167 dit koninkrijkH4467 van u scheurenH7167, en datzelve uw knechtH5650 gevenH5414. Daarom zeide de HEERE tot Salomo: Dewijl dit bij u geschied is, dat gij niet hebt gehouden Mijn verbond en Mijn inzettingen, die Ik u geboden heb; Ik zal gewisselijk dit koninkrijk van u scheuren, en datzelve uw knecht geven.

KJV Wherefore the LORD2 said1 unto Solomon,3 Forasmuch as this is done of thee, and thou hast not kept10 my covenant11 and my statutes,12 which I have commanded14 thee, I will surely16 rend17 the kingdom19 from thee, and will give21 it to thy servant.22

1 וַיֹּ֨אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 יְהוָ֜ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 לִשְׁלֹמֹ֗ה H8010 Salomo Solomon 4 יַ֚עַן H3282 omdat, daarom because (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why 5 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 הָֽיְתָה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 זֹּ֣את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 8 עִמָּ֔ךְ H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 9 וְלֹ֤א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 10 שָׁמַ֨רְתָּ֙ H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 11 בְּרִיתִ֣י H1285 verbond, verbonds, Verbond confederacy, (con-) feder(-ate), covenant, league 12 וְחֻקֹּתַ֔י H2708 inzettingen, inzetting, ordinantien appointed, custom, manner, ordinance, site, statute 13 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 14 צִוִּ֖יתִי H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 15 עָלֶ֑יךָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 16 קָרֹ֨עַ H7167 scheurde, gescheurd, scheurden cut out, rend, [idiom] surely, tear 17 אֶקְרַ֤ע H7167 scheurde, gescheurd, scheurden cut out, rend, [idiom] surely, tear 18 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 הַמַּמְלָכָה֙ H4467 koninkrijk, koninkrijken, koninkrijks kingdom, king's, reign, royal 20 מֵֽעָלֶ֔יךָ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 21 וּנְתַתִּ֖יהָ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 22 לְעַבְדֶּֽךָ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 In uw dagen nochtans zal Ik dat niet doen, om uws vaders Davids wil, van de hand uws zoons zal Ik het scheuren.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 In uw dagenH3117 nochtans zal Ik dat nietH3808 doenH6213, omH4616 uws vadersH1 DavidsH1732 wilH4480, van de handH3027 uws zoonsH1121 zal Ik het scheurenH7167. In uw dagen nochtans zal Ik dat niet doen, om uws vaders Davids wil, van de hand uws zoons zal Ik het scheuren.

KJV Notwithstanding in thy days2 I will not do4 it for David6 thy father's7 sake: but I will rend10 it out of the hand8 of thy son.9

1 אַךְ H389 doch, alleen; voorzeker also, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but) 2 בְּיָמֶ֨יךָ֙ H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 3 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 4 אֶעֱשֶׂ֔נָּה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 5 לְמַ֖עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 6 דָּוִ֣ד H1732 David, Davids David 7 אָבִ֑יךָ H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 8 מִיַּ֥ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 9 בִּנְךָ֖ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 10 אֶקְרָעֶֽנָּה H7167 scheurde, gescheurd, scheurden cut out, rend, [idiom] surely, tear

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Doch Ik zal het gehele koninkrijk niet afscheuren; een stam zal Ik uw zoon geven, om Mijns knechts Davids wil, en om Jeruzalems wil, dat Ik verkoren heb.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Doch Ik zal het geheleH3605 koninkrijkH4467 nietH3808 afscheurenH7167; eenH259 stamH7626 zal Ik uw zoonH1121 gevenH5414, om Mijns knechtsH5650 DavidsH1732 wil, en om JeruzalemsH3389 wil, dat Ik verkorenH977 heb. Doch Ik zal het gehele koninkrijk niet afscheuren; een stam zal Ik uw zoon geven, om Mijns knechts Davids wil, en om Jeruzalems wil, dat Ik verkoren heb.

Ook in dit vers wilH834 wilH4616

KJV Howbeit1 I will not rend away6 all the kingdom;4 but will give9 one8 tribe7 to thy son10 for David12 my servant's13 sake, and for Jerusalem's15 sake which I have chosen.17

1 רַ֤ק H7535 alleen, slechts but, even, except, howbeit howsoever, at the least, nevertheless, nothing but, notwithstanding, only, save, so (that), surely, yet (so), in any wise 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 4 הַמַּמְלָכָה֙ H4467 koninkrijk, koninkrijken, koninkrijks kingdom, king's, reign, royal 5 לֹ֣א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 6 אֶקְרָ֔ע H7167 scheurde, gescheurd, scheurden cut out, rend, [idiom] surely, tear 7 שֵׁ֥בֶט H7626 stammen, stam, roede [idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe 8 אֶחָ֖ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 9 אֶתֵּ֣ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 10 לִבְנֶ֑ךָ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 11 לְמַ֨עַן֙ H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 12 דָּוִ֣ד H1732 David, Davids David 13 עַבְדִּ֔י H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 14 וּלְמַ֥עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 15 יְרוּשָׁלִַ֖ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 16 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 17 בָּחָֽרְתִּי H977 verkoren, verkiezen, verkoos acceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Zo verwekte de HEERE Salomo een tegenpartijder, Hadad, den Edomiet; hij was van des konings zaad in Edom.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Zo verwekteH6965 de HEEREH3068 SalomoH8010 een tegenpartijderH7854, HadadH1908, den EdomietH130; hijH1931 was van des koningsH4428 zaadH2233 in EdomH123. Zo verwekte de HEERE Salomo een tegenpartijder, Hadad, den Edomiet; hij was van des konings zaad in Edom.

KJV And the LORD2 stirred up1 an adversary3 unto Solomon,4 Hadad6 the Edomite:7 he was of the king's9 seed8 in Edom.11

1 וַיָּ֨קֶם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 2 יְהוָ֤ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 3 שָׂטָן֙ H7854 satan, tegenpartijder, tegenpartij adversary, Satan, withstand 4 לִשְׁלֹמֹ֔ה H8010 Salomo Solomon 5 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 הֲדַ֣ד H1908 Hadad Hadad 7 הָאֲדֹמִ֑י H130 Edomiet, Edomieten, Edomietische Edomite 8 מִזֶּ֧רַע H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 9 הַמֶּ֛לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 10 ה֖וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 11 בֶּאֱדֽוֹם H123 Edom, Edomieten, Edoms Edom, Edomites, Idumea
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Want het was geschied, als David in Edom was, toen Joab, de krijgsoverste, optoog, om de verslagenen te begraven, dat hij al wat mannelijk was in Edom sloeg;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Want het was geschiedH1961, als DavidH1732 in EdomH123 was, toen JoabH3097, de krijgsoversteH8269, optoogH5927, om de verslagenenH2491 te begravenH6912, dat hij alH3605 wat mannelijkH2145 was in EdomH123 sloegH5221; Want het was geschied, als David in Edom was, toen Joab, de krijgsoverste, optoog, om de verslagenen te begraven, dat hij al wat mannelijk was in Edom sloeg;

KJV For it came to pass, when David3 was in Edom,5 and Joab7 the captain8 of the host9 was gone up6 to bury10 the slain,12 after he had smitten13 every male15 in Edom;16

1 וַיְהִ֗י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בִּֽהְי֤וֹת H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 3 דָּוִד֙ H1732 David, Davids David 4 אֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 5 אֱד֔וֹם H123 Edom, Edomieten, Edoms Edom, Edomites, Idumea 6 בַּעֲל֗וֹת H5927 optrekken, toog, opkomen arise (up), (cause to) ascend up, at once, break (the day) (up), bring (up), (cause to) burn, carry up, cast up, [phrase] shew, climb (up), (cause to, make to) come (up), cut off, dawn, depart, exalt, excel, fall, fetch up, get up, (make to) go (away, up); grow (over) increase, lay, leap, levy, lift (self) up, light, (make) up, [idiom] mention, mount up, offer, make to pay, [phrase] perfect, prefer, put (on), raise, recover, restore, (make to) rise (up), scale, set (up), shoot forth (up), (begin to) spring (up), stir up, take away (up), work 7 יוֹאָב֙ H3097 Joab, Joabs Joab 8 שַׂ֣ר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 9 הַצָּבָ֔א H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 10 לְקַבֵּ֖ר H6912 begraven, begroeven, begraaf [idiom] in any wise, bury(-ier) 11 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 12 הַחֲלָלִ֑ים H2491 verslagenen, verslagen, verslagene kill, profane, slain (man), [idiom] slew, (deadly) wounded 13 וַיַּ֥ךְ H5221 sloeg, slaan, geslagen beat, cast forth, clap, give (wounds), [idiom] go forward, [idiom] indeed, kill, make (slaughter), murderer, punish, slaughter, slay(-er, -ing), smite(-r, -ing), strike, be stricken, (give) stripes, [idiom] surely, wound 14 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 זָכָ֖ר H2145 mannelijk, manspersonen, mannetje [idiom] him, male, man(child, -kind) 16 בֶּאֱדֽוֹם H123 Edom, Edomieten, Edoms Edom, Edomites, Idumea
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Want Joab bleef aldaar zes maanden, met het ganse Israel, totdat hij al wat mannelijk was in Edom uitgeroeid had.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 WantH3588 JoabH3097 bleefH3427 aldaarH8033 zesH8337 maandenH2320, met het ganse IsraelH3478, totdatH5704 hij al wat mannelijkH2145 was in EdomH123 uitgeroeidH3772 had. Want Joab bleef aldaar zes maanden, met het ganse Israel, totdat hij al wat mannelijk was in Edom uitgeroeid had.

KJV (For six2 months3 did Joab6 remain4 there with all Israel,8 until he had cut off10 every male12 in Edom:)13

1 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 2 שֵׁ֧שֶׁת H8337 zes, zeshonderd, zestien six(-teen, -teenth), sixth 3 חֳדָשִׁ֛ים H2320 maand, maanden, nieuwe maan month(-ly), new moon 4 יָֽשַׁב H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 5 שָׁ֥ם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither 6 יוֹאָ֖ב H3097 Joab, Joabs Joab 7 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 יִשְׂרָאֵ֑ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 9 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 10 הִכְרִ֥ית H3772 uitgeroeid, uitroeien, afgesneden be chewed, be con-(feder-) ate, covenant, cut (down, off), destroy, fail, feller, be freed, hew (down), make a league (covenant), [idiom] lose, perish, [idiom] utterly, [idiom] want 11 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 12 זָכָ֖ר H2145 mannelijk, manspersonen, mannetje [idiom] him, male, man(child, -kind) 13 בֶּאֱדֽוֹם H123 Edom, Edomieten, Edoms Edom, Edomites, Idumea
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 Doch Hadad was ontvloden, hij en enige Edomietische mannen uit zijns vaders knechten met hem, om in Egypte te komen; Hadad nu was een klein jongsken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 Doch Hadad was ontvlodenH1272, hijH1931 en enigeH376 EdomietischeH130 mannenH582 uit zijns vadersH1 knechtenH5650 metH854 hem, om in EgypteH4714 te komenH935; Hadad nu was een kleinH6996 jongskenH5288. Doch Hadad was ontvloden, hij en enige Edomietische mannen uit zijns vaders knechten met hem, om in Egypte te komen; Hadad nu was een klein jongsken.

Ook in dit vers HadadH111 HadadH1908

KJV That Hadad2 fled,1 he and certain Edomites5 of his father's7 servants6 with him, to go9 into Egypt;10 Hadad11 being yet a little13 child.12

1 וַיִּבְרַ֣ח H1272 vluchtte, vlood, gevloden chase (away); drive away, fain, flee (away), put to flight, make haste, reach, run away, shoot 2 אֲדַ֡ד H111 Hadad Hadad 3 הוּא֩ H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 4 וַאֲנָשִׁ֨ים H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 5 אֲדֹמִיִּ֜ים H130 Edomiet, Edomieten, Edomietische Edomite 6 מֵעַבְדֵ֥י H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 7 אָבִ֛יו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 8 אִתּ֖וֹ H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 9 לָב֣וֹא H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 10 מִצְרָ֑יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 11 וַהֲדַ֖ד H1908 Hadad Hadad 12 נַ֥עַר H5288 jongen, jongeling, jongens babe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man) 13 קָטָֽן H6996 kleinste, kleine, klein least, less(-er), little (one), small(-est, one, quantity, thing), young(-er, -est)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 En zij maakten zich op van Midian, en kwamen tot Paran, en kwamen in Egypte tot Farao, den koning van Egypte, die hem een huis gaf, en hem voeding toezeide, en hem een land gaf.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 En zij maaktenH6965 zich op van MidianH4080, en kwamenH935 tot ParanH6290, en kwamenH935 in EgypteH4714 totH413 FaraoH6547, den koningH4428 van EgypteH4714, die hem een huisH1004 gafH5414, en hem voedingH3899 toezeideH559, en hem een landH776 gafH5414. En zij maakten zich op van Midian, en kwamen tot Paran, en kwamen in Egypte tot Farao, den koning van Egypte, die hem een huis gaf, en hem voeding toezeide, en hem een land gaf.

Ook in dit vers namenH3947 ParanH6290

KJV And they arose1 out of Midian,2 and came3 to Paran:4 and they took5 men with them out of Paran,8 and they came9 to Egypt,10 unto Pharaoh12 king13 of Egypt;14 which gave15 him an house,17 and appointed19 him victuals,18 and gave22 him land.21

1 וַיָּקֻ֨מוּ֙ H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 2 מִמִּדְיָ֔ן H4080 Midianieten, Midian Midian, Midianite 3 וַיָּבֹ֖אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 4 פָּארָ֑ן H6290 Paran Paran 5 וַיִּקְחוּ֩ H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 6 אֲנָשִׁ֨ים H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 7 עִמָּ֜ם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 8 מִפָּארָ֗ן H6290 Paran Paran 9 וַיָּבֹ֤אוּ H935 komen, kwam, kwamen abide, apply, attain, [idiom] be, befall, [phrase] besiege, bring (forth, in, into, to pass), call, carry, [idiom] certainly, (cause, let, thing for) to come (against, in, out, upon, to pass), depart, [idiom] doubtless again, [phrase] eat, [phrase] employ, (cause to) enter (in, into, -tering, -trance, -try), be fallen, fetch, [phrase] follow, get, give, go (down, in, to war), grant, [phrase] have, [idiom] indeed, (in-) vade, lead, lift (up), mention, pull in, put, resort, run (down), send, set, [idiom] (well) stricken (in age), [idiom] surely, take (in), way 10 מִצְרַ֨יִם֙ H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 11 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 12 פַּרְעֹ֣ה H6547 Farao Pharaoh 13 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 14 מִצְרַ֔יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 15 וַיִּתֶּן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 16 ל֣וֹ 17 בַ֗יִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 18 וְלֶ֨חֶם֙ H3899 brood, broods, spijze (shew-) bread, [idiom] eat, food, fruit, loaf, meat, victuals 19 אָ֣מַר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 20 ל֔וֹ 21 וְאֶ֖רֶץ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 22 נָ֥תַן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 23 לֽוֹ
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 En Hadad vond grote genade in de ogen van Farao, zodat hij hem tot een vrouw gaf de zuster zijner huisvrouw, de zuster van Tachpenes, de koningin.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 En HadadH1908 vondH4672 groteH3966 genadeH2580 in de ogenH5869 van FaraoH6547, zodat hij hem tot een vrouwH802 gafH5414 de zusterH269 zijner huisvrouwH802, de zusterH269 van TachpenesH8472, de koninginH1377. En Hadad vond grote genade in de ogen van Farao, zodat hij hem tot een vrouw gaf de zuster zijner huisvrouw, de zuster van Tachpenes, de koningin.

KJV And Hadad2 found1 great6 favour3 in the sight4 of Pharaoh,5 so that he gave7 him to wife9 the sister11 of his own wife,12 the sister13 of Tahpenes14 the queen.15

1 וַיִּמְצָא֙ H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 2 הֲדַ֥ד H1908 Hadad Hadad 3 חֵ֛ן H2580 genade, aangenaam, gunst favour, grace(-ious), pleasant, precious, (well-) favoured 4 בְּעֵינֵ֥י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 5 פַרְעֹ֖ה H6547 Farao Pharaoh 6 מְאֹ֑ד H3966 zeer, gans, grote diligently, especially, exceeding(-ly), far, fast, good, great(-ly), [idiom] louder and louder, might(-ily, -y), (so) much, quickly, (so) sore, utterly, very ([phrase] much, sore), well 7 וַיִּתֶּן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 8 ל֤וֹ 9 אִשָּׁה֙ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 10 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 11 אֲח֣וֹת H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together 12 אִשְׁתּ֔וֹ H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 13 אֲח֖וֹת H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together 14 תַּחְפְּנֵ֥יס H8472 Tachpenes Tahpenes 15 הַגְּבִירָֽה H1377 koningin queen
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 En de zuster van Tachpenes baarde hem zijn zoon Genubath, denwelken Tachpenes optoog in het huis van Farao; zodat Genubath in het huis van Farao was, onder de zonen van Farao.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 En de zusterH269 van TachpenesH8472 baardeH3205 hem zijn zoonH1121 GenubathH1592, denwelken TachpenesH8472 optoogH1580 in het huisH1004 van FaraoH6547; zodat GenubathH1592 in het huisH1004 van FaraoH6547 was, onder de zonenH1121 van FaraoH6547. En de zuster van Tachpenes baarde hem zijn zoon Genubath, denwelken Tachpenes optoog in het huis van Farao; zodat Genubath in het huis van Farao was, onder de zonen van Farao.

KJV And the sister3 of Tahpenes4 bare1 him Genubath6 his son,7 whom Tahpenes9 weaned8 in10 Pharaoh's12 house:11 and Genubath14 was in Pharaoh's16 household15 among17 the sons18 of Pharaoh.19

1 וַתֵּ֨לֶד H3205 gewon, baarde, geboren bear, beget, birth(-day), born, (make to) bring forth (children, young), bring up, calve, child, come, be delivered (of a child), time of delivery, gender, hatch, labour, (do the office of a) midwife, declare pedigrees, be the son of, (woman in, woman that) travail(-eth, -ing woman) 2 ל֜וֹ 3 אֲח֣וֹת H269 zuster, zusters, zusteren (an-) other, sister, together 4 תַּחְפְּנֵ֗יס H8472 Tachpenes Tahpenes 5 אֵ֚ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 גְּנֻבַ֣ת H1592 Genubath Genubath 7 בְּנ֔וֹ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 וַתִּגְמְלֵ֣הוּ H1580 gespeend, vergelden, vergolden bestow on, deal bountifully, do (good), recompense, requite, reward, ripen, [phrase] serve, mean, yield 9 תַחְפְּנֵ֔ס H8472 Tachpenes Tahpenes 10 בְּת֖וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 11 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 12 פַּרְעֹ֑ה H6547 Farao Pharaoh 13 וַיְהִ֤י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 14 גְנֻבַת֙ H1592 Genubath Genubath 15 בֵּ֣ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 16 פַּרְעֹ֔ה H6547 Farao Pharaoh 17 בְּת֖וֹךְ H8432 midden, middelste, binnenste among(-st), [idiom] between, half, [idiom] (there-, where-), in(-to), middle, mid(-night), midst (among), [idiom] out (of), [idiom] through, [idiom] with(-in) 18 בְּנֵ֥י H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 19 פַרְעֹֽה H6547 Farao Pharaoh
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Toen nu Hadad in Egypte hoorde, dat David met zijn vaderen ontslapen, en dat Joab, de krijgsoverste, dood was, zeide Hadad tot Farao: Laat mij gaan, dat ik in mijn land trekke.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Toen nu HadadH1908 in EgypteH4714 hoordeH8085, datH3588 DavidH1732 metH5973 zijn vaderenH1 ontslapenH7901, en datH3588 JoabH3097, de krijgsoversteH8269, doodH4191 was, zeideH559 HadadH1908 totH413 FaraoH6547: Laat mij gaan, dat ik in mijn landH776 trekkeH3212. Toen nu Hadad in Egypte hoorde, dat David met zijn vaderen ontslapen, en dat Joab, de krijgsoverste, dood was, zeide Hadad tot Farao: Laat mij gaan, dat ik in mijn land trekke.

KJV And when Hadad1 heard2 in Egypt3 that David6 slept5 with his fathers,8 and that Joab11 the captain12 of the host13 was dead,10 Hadad15 said14 to Pharaoh,17 Let me depart,18 that I may go19 to mine own country.21

1 וַהֲדַ֞ד H1908 Hadad Hadad 2 שָׁמַ֣ע H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 3 בְּמִצְרַ֗יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 4 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 5 שָׁכַ֤ב H7901 ontsliep, liggen, gelegen [idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay 6 דָּוִד֙ H1732 David, Davids David 7 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 8 אֲבֹתָ֔יו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 9 וְכִי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 מֵ֖ת H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 11 יוֹאָ֣ב H3097 Joab, Joabs Joab 12 שַֽׂר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 13 הַצָּבָ֑א H6635 heirscharen, heir, heiren appointed time, ([phrase]) army, ([phrase]) battle, company, host, service, soldiers, waiting upon, war(-fare) 14 וַיֹּ֤אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 15 הֲדַד֙ H1908 Hadad Hadad 16 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 17 פַּרְעֹ֔ה H6547 Farao Pharaoh 18 שַׁלְּחֵ֖נִי H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 19 וְאֵלֵ֥ךְ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 20 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 21 אַרְצִֽי H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Doch Farao zeide: Maar wat ontbreekt u bij mij, dat, zie, gij in uw land zoekt te trekken? En hij zeide: Niets, maar laat mij evenwel gaan.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 Doch FaraoH6547 zeideH559: Maar watH4100 ontbreektH2638 u bijH5973 mij, dat, zieH2009, gij in uw landH776 zoektH1245 te trekkenH3212? En hij zeideH559: NietsH3808, maarH3588 laat mij evenwel gaan. Doch Farao zeide: Maar wat ontbreekt u bij mij, dat, zie, gij in uw land zoekt te trekken? En hij zeide: Niets, maar laat mij evenwel gaan.

KJV Then Pharaoh3 said1 unto him, But what hast thou lacked7 with me, that, behold, thou seekest10 to go11 to thine own country?13 And he answered,14 Nothing: howbeit let me go17 in any wise.18

1 וַיֹּ֧אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 ל֣וֹ 3 פַרְעֹ֗ה H6547 Farao Pharaoh 4 כִּ֠י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 5 מָה H4100 wat, waarom, hoe how (long, oft, (-soever)), (no-) thing, what (end, good, purpose, thing), whereby(-fore, -in, -to, -with), (for) why 6 אַתָּ֤ה H859 gij, gijlieden, u thee, thou, ye, you 7 חָסֵר֙ H2638 gebrek, verstandeloos, verstandeloze destitute, fail, lack, have need, void, want 8 עִמִּ֔י H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 9 וְהִנְּךָ֥ H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 10 מְבַקֵּ֖שׁ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 11 לָלֶ֣כֶת H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 12 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 13 אַרְצֶ֑ךָ H776 land, aarde, lands [idiom] common, country, earth, field, ground, land, [idiom] natins, way, [phrase] wilderness, world 14 וַיֹּ֣אמֶר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 15 לֹ֔א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 16 כִּ֥י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 17 שַׁלֵּ֖חַ H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out) 18 תְּשַׁלְּחֵֽנִי H7971 zond, gezonden, zenden [idiom] any wise, appoint, bring (on the way), cast (away, out), conduct, [idiom] earnestly, forsake, give (up), grow long, lay, leave, let depart (down, go, loose), push away, put (away, forth, in, out), reach forth, send (away, forth, out), set, shoot (forth, out), sow, spread, stretch forth (out)

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Ook verwekte God hem een wederpartijder, Rezon, den zoon van Eljada, die gevloden was van zijn heer Hadad-ezer, den koning van Zoba,
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Ook verwekteH6965 GodH430 hem een wederpartijderH7854, RezonH7331, den zoonH1121 van EljadaH450, dieH834 gevlodenH1272 was vanH854 zijn heerH113 Hadad-ezer, den koningH4428 van ZobaH6678, Ook verwekte God hem een wederpartijder, Rezon, den zoon van Eljada, die gevloden was van zijn heer Hadad-ezer, den koning van Zoba,

Ook in dit vers Hadad-H1909

KJV And God2 stirred him up1 another adversary,4 Rezon6 the son7 of Eliadah,8 which fled10 from his lord15 Hadadezer12 king13 of Zobah:14

1 וַיָּ֨קֶם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 2 אֱלֹהִ֥ים H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 3 לוֹ֙ 4 שָׂטָ֔ן H7854 satan, tegenpartijder, tegenpartij adversary, Satan, withstand 5 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 6 רְז֖וֹן H7331 Rezon Rezon 7 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 8 אֶלְיָדָ֑ע H450 Eljada Eliada 9 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 בָּרַ֗ח H1272 vluchtte, vlood, gevloden chase (away); drive away, fain, flee (away), put to flight, make haste, reach, run away, shoot 11 מֵאֵ֛ת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 12 הֲדַדְעֶ֥זֶר H1909 Hadad-, Hadad- Hadadezer. Compare H1928 (הֲדַרְעֶזֶר) 13 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 14 צוֹבָ֖ה H6678 Zoba Zoba, Zobah 15 אֲדֹנָֽיו H113 heer, heren, Heere lord, master, owner. Compare also names beginning with 'Adoni-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Tegen welken hij ook mannen vergaderd had, en werd overste ener bende, als David die doodde; en getrokken zijnde naar Damaskus, woonden zij aldaar, en regeerden in Damaskus.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 TegenH5921 welken hij ook mannenH582 vergaderdH6908 had, en werdH1961 oversteH8269 ener bendeH1416, als DavidH1732 die dooddeH2026; en getrokkenH3212 zijnde naar DamaskusH1834, woondenH3427 zij aldaar, en regeerdenH4427 in DamaskusH1834. Tegen welken hij ook mannen vergaderd had, en werd overste ener bende, als David die doodde; en getrokken zijnde naar Damaskus, woonden zij aldaar, en regeerden in Damaskus.

KJV And he gathered1 men unto him, and became captain5 over a band,6 when David8 slew7 them of Zobah: and they went10 to Damascus,11 and dwelt12 therein, and reigned14 in Damascus.15

1 וַיִּקְבֹּ֤ץ H6908 vergaderen, vergaderd, vergaderde assemble (selves), gather (bring) (together, selves together, up), heap, resort, [idiom] surely, take up 2 עָלָיו֙ H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 3 אֲנָשִׁ֔ים H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 4 וַיְהִ֣י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 5 שַׂר H8269 vorsten, oversten, overste captain (that had rule), chief (captain), general, governor, keeper, lord,(-task-)master, prince(-ipal), ruler, steward 6 גְּד֔וּד H1416 benden, bende, bende straatschenders army, band (of men), company, troop (of robbers) 7 בַּהֲרֹ֥ג H2026 doden, gedood, doodde destroy, out of hand, kill, murder(-er), put to (death), make (slaughter), slay(-er), [idiom] surely 8 דָּוִ֖ד H1732 David, Davids David 9 אֹתָ֑ם H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 וַיֵּלְכ֤וּ H3212 ging, ga, gaan [idiom] again, away, bear, bring, carry (away), come (away), depart, flow, [phrase] follow(-ing), get (away, hence, him), (cause to, made) go (away, -ing, -ne, one's way, out), grow, lead (forth), let down, march, prosper, [phrase] pursue, cause to run, spread, take away (-journey), vanish, (cause to) walk(-ing), wax, [idiom] be weak 11 דַמֶּ֨שֶׂק֙ H1834 Damaskus, Damaskener Damascus 12 וַיֵּ֣שְׁבוּ H3427 inwoners, wonen, woonden (make to) abide(-ing), continue, (cause to, make to) dwell(-ing), ease self, endure, establish, [idiom] fail, habitation, haunt, (make to) inhabit(-ant), make to keep (house), lurking, [idiom] marry(-ing), (bring again to) place, remain, return, seat, set(-tle), (down-) sit(-down, still, -ting down, -ting (place) -uate), take, tarry 13 בָ֔הּ 14 וַֽיִּמְלְכ֖וּ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 15 בְּדַמָּֽשֶׂק H1834 Damaskus, Damaskener Damascus

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En hij was Israels tegenpartijder al de dagen van Salomo, en dat benevens het kwaad, dat Hadad deed; want hij had een afkeer van Israel, en hij regeerde over Syrie.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 En hij wasH1961 IsraelsH3478 tegenpartijderH7854 alH3605 de dagenH3117 vanH854 SalomoH8010, en dat benevens het kwaadH7451, datH834 HadadH1908 deed; want hij had een afkeerH6973 van IsraelH3478, en hij regeerdeH4427 overH5921 SyrieH758. En hij was Israels tegenpartijder al de dagen van Salomo, en dat benevens het kwaad, dat Hadad deed; want hij had een afkeer van Israel, en hij regeerde over Syrie.

KJV And he was an adversary2 to Israel3 all the days5 of Solomon,6 beside the mischief8 that Hadad10 did: and he abhorred11 Israel,12 and reigned13 over Syria.15

1 וַיְהִ֨י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 שָׂטָ֤ן H7854 satan, tegenpartijder, tegenpartij adversary, Satan, withstand 3 לְיִשְׂרָאֵל֙ H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 4 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 יְמֵ֣י H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 6 שְׁלֹמֹ֔ה H8010 Salomo Solomon 7 וְאֶת H854 met, van, bij against, among, before, by, for, from, in(-to), (out) of, with. Often with another prepositional prefix 8 הָרָעָ֖ה H7451 kwaad, kwade, boze adversity, affliction, bad, calamity, [phrase] displease(-ure), distress, evil((-favouredness), man, thing), [phrase] exceedingly, [idiom] great, grief(-vous), harm, heavy, hurt(-ful), ill (favoured), [phrase] mark, mischief(-vous), misery, naught(-ty), noisome, [phrase] not please, sad(-ly), sore, sorrow, trouble, vex, wicked(-ly, -ness, one), worse(-st), wretchedness, wrong. (Incl. feminine raaah; as adjective or noun.) 9 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 10 הֲדָ֑ד H1908 Hadad Hadad 11 וַיָּ֨קָץ֙ H6973 verdrietig, afkeer, beangstigd abhor, be distressed, be grieved, loathe, vex, be weary 12 בְּיִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 13 וַיִּמְלֹ֖ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 14 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 15 אֲרָֽם H758 Syriers, Syrie, Aram Aram, Mesopotamia, Syria, Syrians
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Daartoe Jerobeam, de zoon van Nebat, een Efrathiet van Zereda, Salomo's knecht (wiens moeders naam was Zerua, een weduwvrouw), hief ook de hand op tegen den koning.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 Daartoe JerobeamH3379, de zoonH1121 van NebatH5028, een EfrathietH673 vanH4480 ZeredaH6868, SalomoH8010's knechtH5650 (wiens moedersH517 naamH8034 was Zerua, een weduwvrouw), hiefH7311 ook de handH3027 op tegen den koningH4428. Daartoe Jerobeam, de zoon van Nebat, een Efrathiet van Zereda, Salomo's knecht (wiens moeders naam was Zerua, een weduwvrouw), hief ook de hand op tegen den koning.

KJV And Jeroboam1 the son2 of Nebat,3 an Ephrathite4 of Zereda,6 Solomon's13 servant,12 whose mother's8 name7 was Zeruah,9 a widow11 woman,10 even he lifted up14 his hand15 against the king.16

1 וְיָרָבְעָם֩ H3379 Jerobeam, Jerobeams, jerobeam Jeroboam 2 בֶּן H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 3 נְבָ֨ט H5028 Nebat Nebat 4 אֶפְרָתִ֜י H673 Efrathiet, Efraimiet, Efrathers Ephraimite, Ephrathite 5 מִן H4480 van, uit, dan above, after, among, at, because of, by (reason of), from (among), in, [idiom] neither, [idiom] nor, (out) of, over, since, [idiom] then, through, [idiom] whether, with 6 הַצְּרֵדָ֗ה H6868 Zereda, Zeredatha Zereda, Zeredathah 7 וְשֵׁ֤ם H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 8 אִמּוֹ֙ H517 moeder, moeders dam, mother, [idiom] parting 9 צְרוּעָה֙ H6871 Zeruah 10 אִשָּׁ֣ה H802 vrouw, vrouwen, huisvrouw (adulter) ess, each, every, female, [idiom] many, [phrase] none, one, [phrase] together, wife, woman. Often unexpressed in English 11 אַלְמָנָ֔ה H490 weduwe, weduwen, weduwvrouw desolate house (palace), widow 12 עֶ֖בֶד H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 13 לִשְׁלֹמֹ֑ה H8010 Salomo Solomon 14 וַיָּ֥רֶם H7311 verhoogd, verhogen, offeren bring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms 15 יָ֖ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 16 בַּמֶּֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 Dit is nu de zaak, waarom hij de hand tegen den koning ophief. Salomo bouwde Millo, en sloot de breuk der stad van zijn vader David toe.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 DitH2088 is nu de zaakH1697, waarom hij de handH3027 tegen den koningH4428 ophiefH7311. SalomoH8010 bouwdeH1129 MilloH4407, en slootH5462 de breukH6556 der stadH5892 van zijn vaderH1 DavidH1732 toe. Dit is nu de zaak, waarom hij de hand tegen den koning ophief. Salomo bouwde Millo, en sloot de breuk der stad van zijn vader David toe.

KJV And this was the cause2 that he lifted up4 his hand5 against the king:6 Solomon7 built8 Millo,10 and repaired11 the breaches13 of the city14 of David15 his father.16

1 וְזֶ֣ה H2088 dit, deze, dezen he, [idiom] hence, [idiom] here, it(-self), [idiom] now, [idiom] of him, the one...the other, [idiom] than the other, ([idiom] out of) the (self) same, such (a one) that, these, this (hath, man), on this side...on that side, [idiom] thus, very, which. Compare H2063 (זֹאת), H2090 (זֹה), H2097 (זוֹ), H2098 (זוּ) 2 הַדָּבָ֔ר H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 4 הֵרִ֥ים H7311 verhoogd, verhogen, offeren bring up, exalt (self), extol, give, go up, haughty, heave (up), (be, lift up on, make on, set up on, too) high(-er, one), hold up, levy, lift(-er) up, (be) lofty, ([idiom] a-) loud, mount up, offer (up), [phrase] presumptuously, (be) promote(-ion), proud, set up, tall(-er), take (away, off, up), breed worms 5 יָ֖ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 6 בַּמֶּ֑לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 7 שְׁלֹמֹה֙ H8010 Salomo Solomon 8 בָּנָ֣ה H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 9 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 10 הַמִּלּ֔וֹא H4407 Millo Millo. See also H1037 (בֵּית מִלּוֹא) 11 סָגַ֕ר H5462 gesloten, sloot, toegesloten close up, deliver (up), give over (up), inclose, [idiom] pure, repair, shut (in, self, out, up, up together), stop, [idiom] straitly 12 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 13 פֶּ֕רֶץ H6556 scheur, breuk, bressen breach, breaking forth (in), [idiom] forth, gap 14 עִ֖יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 15 דָּוִ֥ד H1732 David, Davids David 16 אָבִֽיו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 En de man Jerobeam was een dapper held. Toen Salomo dezen jongeling zag, dat hij arbeidzaam was, zo stelde hij hem over al den last van het huis van Jozef.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 En de manH376 JerobeamH3379 was een dapperH2428 heldH1368. Toen SalomoH8010 dezen jongelingH5288 zagH7200, dat hij arbeidzaamH6213 was, zo steldeH6485 hij hem over alH3605 den lastH5447 van het huisH1004 van JozefH3130. En de man Jerobeam was een dapper held. Toen Salomo dezen jongeling zag, dat hij arbeidzaam was, zo stelde hij hem over al den last van het huis van Jozef.

KJV And the man1 Jeroboam2 was a mighty man3 of valour:4 and Solomon6 seeing5 the young man8 that he was industrious,10 he made him ruler13 over all the charge16 of the house17 of Joseph.18

1 וְהָאִ֥ישׁ H376 man, mannen, ieder also, another, any (man), a certain, [phrase] champion, consent, each, every (one), fellow, (foot-, husband-) man, (good-, great, mighty) man, he, high (degree), him (that is), husband, man(-kind), [phrase] none, one, people, person, [phrase] steward, what (man) soever, whoso(-ever), worthy. Compare H802 (אִשָּׁה) 2 יָרָבְעָ֖ם H3379 Jerobeam, Jerobeams, jerobeam Jeroboam 3 גִּבּ֣וֹר H1368 helden, held, geweldig champion, chief, [idiom] excel, giant, man, mighty (man, one), strong (man), valiant man 4 חָ֑יִל H2428 heir, kloeke, vermogen able, activity, ([phrase]) army, band of men (soldiers), company, (great) forces, goods, host, might, power, riches, strength, strong, substance, train, ([phrase]) valiant(-ly), valour, virtuous(-ly), war, worthy(-ily) 5 וַיַּ֨רְא H7200 zag, zien, gezien advise self, appear, approve, behold, [idiom] certainly, consider, discern, (make to) enjoy, have experience, gaze, take heed, [idiom] indeed, [idiom] joyfully, lo, look (on, one another, one on another, one upon another, out, up, upon), mark, meet, [idiom] be near, perceive, present, provide, regard, (have) respect, (fore-, cause to, let) see(-r, -m, one another), shew (self), [idiom] sight of others, (e-) spy, stare, [idiom] surely, [idiom] think, view, visions 6 שְׁלֹמֹ֜ה H8010 Salomo Solomon 7 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 הַנַּ֗עַר H5288 jongen, jongeling, jongens babe, boy, child, damsel (from the margin), lad, servant, young (man) 9 כִּֽי H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 10 עֹשֵׂ֤ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 11 מְלָאכָה֙ H4399 werk, werks, handwerk business, [phrase] cattle, [phrase] industrious, occupation, ([phrase] -pied), [phrase] officer, thing (made), use, (manner of) work((-man), -manship) 12 ה֔וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 13 וַיַּפְקֵ֣ד H6485 getelden, bezoeken, bezoeking appoint, [idiom] at all, avenge, bestow, (appoint to have the, give a) charge, commit, count, deliver to keep, be empty, enjoin, go see, hurt, do judgment, lack, lay up, look, make, [idiom] by any means, miss, number, officer, (make) overseer, have (the) oversight, punish, reckon, (call to) remember(-brance), set (over), sum, [idiom] surely, visit, want 14 אֹת֔וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 15 לְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 16 סֵ֖בֶל H5447 last burden, charge 17 בֵּ֥ית H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 18 יוֹסֵֽף H3130 Jozef, Jozefs Joseph. Compare H3084 (יְהוֹסֵף)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Het geschiedde nu te dier tijd, als Jerobeam uit Jeruzalem uitging, dat de profeet Ahia, de Siloniet, hem op den weg vond, en hij zich een nieuw kleed aangedaan had, en zij beiden alleen op het veld waren;
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 Het geschieddeH1961 nu te dier tijdH6256, als JerobeamH3379 uit JeruzalemH3389 uitgingH3318, dat de profeetH5030 AhiaH281, de SilonietH7888, hem op den wegH1870 vondH4672, en hijH1931 zich een nieuwH2319 kleedH8008 aangedaanH3680 had, en zij beidenH8147 alleen op het veldH7704 waren; Het geschiedde nu te dier tijd, als Jerobeam uit Jeruzalem uitging, dat de profeet Ahia, de Siloniet, hem op den weg vond, en hij zich een nieuw kleed aangedaan had, en zij beiden alleen op het veld waren;

KJV And it came to pass at that time2 when Jeroboam4 went out5 of Jerusalem,6 that the prophet11 Ahijah9 the Shilonite10 found7 him in the way;12 and he had clad14 himself with a new16 garment;15 and they two17 were alone in the field:19

1 וַֽיְהִי֙ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 בָּעֵ֣ת H6256 tijd, tijde, tijden [phrase] after, (al-) ways, [idiom] certain, [phrase] continually, [phrase] evening, long, (due) season, so (long) as, (even-, evening-, noon-) tide, (meal-), what) time, when 3 הַהִ֔יא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 4 וְיָֽרָבְעָ֖ם H3379 Jerobeam, Jerobeams, jerobeam Jeroboam 5 יָצָ֣א H3318 uitgaan, uitgegaan, uitgevoerd [idiom] after, appear, [idiom] assuredly, bear out, [idiom] begotten, break out, bring forth (out, up), carry out, come (abroad, out, thereat, without), [phrase] be condemned, depart(-ing, -ure), draw forth, in the end, escape, exact, fail, fall (out), fetch forth (out), get away (forth, hence, out), (able to, cause to, let) go abroad (forth, on, out), going out, grow, have forth (out), issue out, lay (lie) out, lead out, pluck out, proceed, pull out, put away, be risen, [idiom] scarce, send with commandment, shoot forth, spread, spring out, stand out, [idiom] still, [idiom] surely, take forth (out), at any time, [idiom] to (and fro), utter 6 מִירוּשָׁלִָ֑ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 7 וַיִּמְצָ֣א H4672 gevonden, vinden, vond [phrase] be able, befall, being, catch, [idiom] certainly, (cause to) come (on, to, to hand), deliver, be enough (cause to) find(-ing, occasion, out), get (hold upon), [idiom] have (here), be here, hit, be left, light (up-) on, meet (with), [idiom] occasion serve, (be) present, ready, speed, suffice, take hold on 8 אֹת֡וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 9 אֲחִיָּה֩ H281 Ahia Ahiah, Ahijah 10 הַשִּׁילֹנִ֨י H7888 Siloniet, Silonieten Shilonite 11 הַנָּבִ֜יא H5030 profeet, profeten, Profeet prophecy, that prophesy, prophet 12 בַּדֶּ֗רֶךְ H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 13 וְה֤וּא H1931 hij, het, zij he, as for her, him(-self), it, the same, she (herself), such, that (...it), these, they, this, those, which (is), who 14 מִתְכַּסֶּה֙ H3680 bedekt, bedekken, bedekte clad self, close, clothe, conceal, cover (self), (flee to) hide, overwhelm. Compare H3780 (כָּשָׂה) 15 בְּשַׂלְמָ֣ה H8008 klederen, kleed, kleding clothes, garment, raiment 16 חֲדָשָׁ֔ה H2319 nieuwe, nieuw, nieuwen fresh, new thing 17 וּשְׁנֵיהֶ֥ם H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 18 לְבַדָּ֖ם H905 handbomen, bijzonder, grendelen alone, apart, bar, besides, branch, by self, of each alike, except, only, part, staff, strength 19 בַּשָּׂדֶֽה H7704 veld, velds, akker country, field, ground, land, soil, [idiom] wild
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
30 Zo vatte Ahia het nieuwe kleed, dat aan hem was, en scheurde het, in twaalf stukken.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

30 Zo vatteH8610 AhiaH281 het nieuweH2319 kleedH8008, datH834 aanH5921 hem was, en scheurdeH7167 het, in twaalfH8147 stukkenH7168. Zo vatte Ahia het nieuwe kleed, dat aan hem was, en scheurde het, in twaalf stukken.

KJV And Ahijah2 caught1 the new4 garment3 that was on him, and rent7 it in twelve8 pieces:10

1 וַיִּתְפֹּ֣שׂ H8610 gegrepen, grepen, handelen catch, handle, (lay, take) hold (on, over), stop, [idiom] surely, surprise, take 2 אֲחִיָּ֔ה H281 Ahia Ahiah, Ahijah 3 בַּשַּׂלְמָ֥ה H8008 klederen, kleed, kleding clothes, garment, raiment 4 הַחֲדָשָׁ֖ה H2319 nieuwe, nieuw, nieuwen fresh, new thing 5 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 עָלָ֑יו H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 וַיִּ֨קְרָעֶ֔הָ H7167 scheurde, gescheurd, scheurden cut out, rend, [idiom] surely, tear 8 שְׁנֵ֥ים H8147 twee, twaalf, beide both, couple, double, second, twain, [phrase] twelfth, [phrase] twelve, [phrase] twenty (sixscore) thousand, twice, two 9 עָשָׂ֖ר H6240 -tien (in samenstellingen) (eigh-, fif-, four-, nine-, seven-, six-, thir-) teen(-th), [phrase] eleven(-th), [phrase] sixscore thousand, [phrase] twelve(-th) 10 קְרָעִֽים H7168 stukken, verscheurde klederen piece, rag
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
31 En hij zeide tot Jerobeam: Neem u tien stukken; want alzo zegt de HEERE, de God Israels: Zie, Ik zal het koninkrijk van de hand van Salomo scheuren, en u tien stammen geven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

31 En hij zeideH559 tot JerobeamH3379: NeemH3947 u tienH6235 stukkenH7168; wantH3588 alzoH3541 zegtH559 de HEEREH3068, de GodH430 IsraelsH3478: ZieH2009, Ik zal het koninkrijkH4467 van de handH3027 van SalomoH8010 scheurenH7167, en u tienH6235 stammenH7626 gevenH5414. En hij zeide tot Jerobeam: Neem u tien stukken; want alzo zegt de HEERE, de God Israels: Zie, Ik zal het koninkrijk van de hand van Salomo scheuren, en u tien stammen geven.

KJV And he said1 to Jeroboam,2 Take3 thee ten5 pieces:6 for thus saith9 the LORD,10 the God11 of Israel,12 Behold, I will rend14 the kingdom16 out of the hand17 of Solomon,18 and will give19 ten22 tribes23 to thee:

1 וַיֹּ֨אמֶר֙ H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 2 לְיָֽרָבְעָ֔ם H3379 Jerobeam, Jerobeams, jerobeam Jeroboam 3 קַח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 4 לְךָ֖ 5 עֲשָׂרָ֣ה H6235 tien, tienen, tienmaal ten, (fif-, seven-) teen 6 קְרָעִ֑ים H7168 stukken, verscheurde klederen piece, rag 7 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 כֹה֩ H3541 zo, alzo, aldus also, here, + hitherto, like, on the other side, so (and much), such, on that manner, (on) this (manner, side, way, way and that way), + mean while, yonder 9 אָמַ֨ר H559 zeide, zeggende, zegt answer, appoint, avouch, bid, boast self, call, certify, challenge, charge, [phrase] (at the, give) command(-ment), commune, consider, declare, demand, [idiom] desire, determine, [idiom] expressly, [idiom] indeed, [idiom] intend, name, [idiom] plainly, promise, publish, report, require, say, speak (against, of), [idiom] still, [idiom] suppose, talk, tell, term, [idiom] that is, [idiom] think, use (speech), utter, [idiom] verily, [idiom] yet 10 יְהוָ֜ה H3068 HEERE Jehovah, the Lord. Compare H3050 (יָהּ), H3069 (יְהֹוִה) 11 אֱלֹהֵ֣י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 12 יִשְׂרָאֵ֗ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 13 הִנְנִ֨י H2005 ziet, zie behold, if, lo, though 14 קֹרֵ֤עַ H7167 scheurde, gescheurd, scheurden cut out, rend, [idiom] surely, tear 15 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 16 הַמַּמְלָכָה֙ H4467 koninkrijk, koninkrijken, koninkrijks kingdom, king's, reign, royal 17 מִיַּ֣ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 18 שְׁלֹמֹ֔ה H8010 Salomo Solomon 19 וְנָתַתִּ֣י H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 20 לְךָ֔ 21 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 22 עֲשָׂרָ֥ה H6235 tien, tienen, tienmaal ten, (fif-, seven-) teen 23 הַשְּׁבָטִֽים H7626 stammen, stam, roede [idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe

Een nummer met een stippellijn in de Nederlandse tekst komt uit de concordantie: dat grondwoord staat in deze grondtekst niet als afzonderlijk woord. Meestal is het een andere schrijfwijze van dezelfde naam, een naamvalsvorm die apart geteld wordt, een voorzetsel dat in het Hebreeuws aan het woord vastzit, of een lezing die in een ander handschrift staat. De woordstudie erachter hoort wel degelijk bij dit woord.

Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
32 Maar een stam zal hij hebben, om Mijns knechts Davids wil, en om Jeruzalems wil, de stad, die Ik verkoren heb uit alle stammen van Israel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

32 Maar eenH259 stamH7626 zal hij hebben, om Mijns knechtsH5650 DavidsH1732 wilH4616, en om JeruzalemsH3389 wil, de stadH5892, dieH834 Ik verkorenH977 heb uit alleH3605 stammenH7626 van IsraelH3478. Maar een stam zal hij hebben, om Mijns knechts Davids wil, en om Jeruzalems wil, de stad, die Ik verkoren heb uit alle stammen van Israel.

KJV (But he shall have one2 tribe1 for my servant6 David's7 sake, and for Jerusalem's9 sake, the city10 which I have chosen12 out of all the tribes15 of Israel:)16

1 וְהַשֵּׁ֥בֶט H7626 stammen, stam, roede [idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe 2 הָאֶחָ֖ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 3 יִֽהְיֶה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 4 לּ֑וֹ 5 לְמַ֣עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 6 עַבְדִּ֣י H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 7 דָוִ֗ד H1732 David, Davids David 8 וּלְמַ֨עַן֙ H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 9 יְר֣וּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 10 הָעִיר֙ H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 11 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 12 בָּחַ֣רְתִּי H977 verkoren, verkiezen, verkoos acceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require 13 בָ֔הּ 14 מִכֹּ֖ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 15 שִׁבְטֵ֥י H7626 stammen, stam, roede [idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe 16 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
33 Daarom dat zij Mij verlaten, en zich nedergebogen hebben voor Astoreth, den god der Sidoniers, Kamos, den god der Moabieten, en Milchom, den god der kinderen Ammons; en niet gewandeld hebben in Mijn wegen, om te doen wat recht is in Mijn ogen, te weten Mijn inzettingen en Mijn rechten; gelijk zijn vader David.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

33 Daarom datH834 zij Mij verlatenH5800, en zich nedergebogenH7812 hebben voor AstorethH6253, den godH430 der SidoniersH6722, KamosH3645, den godH430 der MoabietenH4124, en MilchomH4445, den godH430 der kinderenH1121 AmmonsH5983; en nietH3808 gewandeldH1980 hebben in Mijn wegenH1870, om te doenH6213 wat rechtH3477 is in Mijn ogenH5869, te weten Mijn inzettingenH2708 en Mijn rechtenH4941; gelijk zijn vaderH1 DavidH1732. Daarom dat zij Mij verlaten, en zich nedergebogen hebben voor Astoreth, den god der Sidoniers, Kamos, den god der Moabieten, en Milchom, den god der kinderen Ammons; en niet gewandeld hebben in Mijn wegen, om te doen wat recht is in Mijn ogen, te weten Mijn inzettingen en Mijn rechten; gelijk zijn vader David.

KJV Because that they have forsaken3 me, and have worshipped4 Ashtoreth5 the goddess6 of the Zidonians,7 Chemosh8 the god9 of the Moabites,10 and Milcom11 the god12 of the children13 of Ammon,14 and have not walked16 in my ways,17 to do18 that which is right19 in mine eyes,20 and to keep my statutes21 and my judgments,22 as did David23 his father.24

1 יַ֣עַן H3282 omdat, daarom because (that), forasmuch ([phrase] as), seeing then, [phrase] that, [phrase] wheras, [phrase] why 2 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 עֲזָב֗וּנִי H5800 verlaten, verlaat, verliet commit self, fail, forsake, fortify, help, leave (destitute, off), refuse, [idiom] surely 4 וַיִּֽשְׁתַּחֲווּ֮ H7812 boog, bogen, nederbuigen bow (self) down, crouch, fall down (flat), humbly beseech, do (make) obeisance, do reverence, make to stoop, worship 5 לְעַשְׁתֹּרֶת֮ H6253 Astoreth Ashtoreth 6 אֱלֹהֵ֣י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 7 צִֽדֹנִין֒ H6722 Sidoniers, Sidonische Sidonian, of Sidon, Zidonian 8 לִכְמוֹשׁ֙ H3645 Kamos, Kamoz Chemosh 9 אֱלֹהֵ֣י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 10 מוֹאָ֔ב H4124 Moab, Moabieten, Moabs Moab 11 וּלְמִלְכֹּ֖ם H4445 Milchom, Malcham Malcham, Milcom 12 אֱלֹהֵ֣י H430 God, Gods, goden angels, [idiom] exceeding, God (gods) (-dess, -ly), [idiom] (very) great, judges, [idiom] mighty 13 בְנֵֽי H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 14 עַמּ֑וֹן H5983 Ammons, Ammon Ammon, Ammonites 15 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 16 הָלְכ֣וּ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 17 בִדְרָכַ֗י H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 18 לַעֲשׂ֨וֹת H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 19 הַיָּשָׁ֧ר H3477 recht, oprechten, oprechte convenient, equity, Jasher, just, meet(-est), [phrase] pleased well right(-eous), straight, (most) upright(-ly, -ness) 20 בְּעֵינַ֛י H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 21 וְחֻקֹּתַ֥י H2708 inzettingen, inzetting, ordinantien appointed, custom, manner, ordinance, site, statute 22 וּמִשְׁפָּטַ֖י H4941 recht, rechten, gericht [phrase] adversary, ceremony, charge, [idiom] crime, custom, desert, determination, discretion, disposing, due, fashion, form, to be judged, judgment, just(-ice, -ly), (manner of) law(-ful), manner, measure, (due) order, ordinance, right, sentence, usest, [idiom] worthy, [phrase] wrong 23 כְּדָוִ֥ד H1732 David, Davids David 24 אָבִֽיו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-'
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
34 Doch niets van dit koninkrijk zal Ik uit zijn hand nemen; maar Ik stel hem tot een vorst al de dagen zijns levens, om Mijns knechts Davids wil, dien Ik verkoren heb, die Mijn geboden en Mijn inzettingen gehouden heeft.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

34 Doch nietsH3808 van dit koninkrijkH4467 zal Ik uit zijn handH3027 nemenH3947; maarH3588 Ik stelH7896 hem tot een vorstH5387 alH3605 de dagenH3117 zijns levensH2416, omH4616 Mijns knechtsH5650 DavidsH1732 wilH834, dien Ik verkorenH977 heb, die Mijn gebodenH4687 en Mijn inzettingenH2708 gehouden heeft. Doch niets van dit koninkrijk zal Ik uit zijn hand nemen; maar Ik stel hem tot een vorst al de dagen zijns levens, om Mijns knechts Davids wil, dien Ik verkoren heb, die Mijn geboden en Mijn inzettingen gehouden heeft.

KJV Howbeit I will not take2 the whole kingdom5 out of his hand:6 but I will make9 him prince8 all the days11 of his life12 for David14 my servant's15 sake, whom I chose,17 because he kept20 my commandments21 and my statutes:22

1 וְלֹֽא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 2 אֶקַּ֥ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 3 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 4 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 הַמַּמְלָכָ֖ה H4467 koninkrijk, koninkrijken, koninkrijks kingdom, king's, reign, royal 6 מִיָּד֑וֹ H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 7 כִּ֣י H3588 want, dat, maar and, + (forasmuch, inasmuch, where-) as, assured(-ly), + but, certainly, doubtless, + else, even, + except, for, how, (because, in, so, than) that, + nevertheless, now, rightly, seeing, since, surely, then, therefore, + (al-) though, + till, truly, + until, when, whether, while, whom, yea, yet 8 נָשִׂ֣יא H5387 overste, oversten, vorst captain, chief, cloud, governor, prince, ruler, vapour 9 אֲשִׁתֶ֗נּוּ H7896 zetten, zet, zette apply, appoint, array, bring, consider, lay (up), let alone, [idiom] look, make, mark, put (on), [phrase] regard, set, shew, be stayed, [idiom] take 10 כֹּ֚ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 יְמֵ֣י H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 12 חַיָּ֔יו H2416 leven, leeft, levens [phrase] age, alive, appetite, (wild) beast, company, congregation, life(-time), live(-ly), living (creature, thing), maintenance, [phrase] merry, multitude, [phrase] (be) old, quick, raw, running, springing, troop 13 לְמַ֨עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 14 דָּוִ֤ד H1732 David, Davids David 15 עַבְדִּי֙ H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 16 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 17 בָּחַ֣רְתִּי H977 verkoren, verkiezen, verkoos acceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require 18 אֹת֔וֹ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 19 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 20 שָׁמַ֖ר H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 21 מִצְוֺתַ֥י H4687 geboden, gebod, bevolen (which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept 22 וְחֻקֹּתָֽי H2708 inzettingen, inzetting, ordinantien appointed, custom, manner, ordinance, site, statute
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
35 Maar uit de hand zijns zoons zal Ik het koninkrijk nemen; en Ik zal u daarvan tien stammen geven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

35 Maar uit de handH3027 zijns zoonsH1121 zal Ik het koninkrijkH4410 nemenH3947; en Ik zal u daarvan tienH6235 stammenH7626 gevenH5414. Maar uit de hand zijns zoons zal Ik het koninkrijk nemen; en Ik zal u daarvan tien stammen geven.

KJV But I will take1 the kingdom2 out of his son's4 hand,3 and will give5 it unto thee, even ten8 tribes.9

1 וְלָקַחְתִּ֥י H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 2 הַמְּלוּכָ֖ה H4410 koninkrijk, koninklijk, koninkrijks kingsom, king's, [idiom] royal 3 מִיַּ֣ד H3027 hand, handen, dienst ([phrase] be) able, [idiom] about, [phrase] armholes, at, axletree, because of, beside, border, [idiom] bounty, [phrase] broad, (broken-) handed, [idiom] by, charge, coast, [phrase] consecrate, [phrase] creditor, custody, debt, dominion, [idiom] enough, [phrase] fellowship, force, [idiom] from, hand(-staves, -y work), [idiom] he, himself, [idiom] in, labour, [phrase] large, ledge, (left-) handed, means, [idiom] mine, ministry, near, [idiom] of, [idiom] order, ordinance, [idiom] our, parts, pain, power, [idiom] presumptuously, service, side, sore, state, stay, draw with strength, stroke, [phrase] swear, terror, [idiom] thee, [idiom] by them, [idiom] themselves, [idiom] thine own, [idiom] thou, through, [idiom] throwing, [phrase] thumb, times, [idiom] to, [idiom] under, [idiom] us, [idiom] wait on, (way-) side, where, [phrase] wide, [idiom] with (him, me, you), work, [phrase] yield, [idiom] yourselves 4 בְּנ֑וֹ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 5 וּנְתַתִּ֣יהָ H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 6 לְּךָ֔ 7 אֵ֖ת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 8 עֲשֶׂ֥רֶת H6235 tien, tienen, tienmaal ten, (fif-, seven-) teen 9 הַשְּׁבָטִֽים H7626 stammen, stam, roede [idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
36 En zijn zoon zal Ik een stam geven; opdat Mijn knecht David altijd een lamp voor Mijn aangezicht hebbe in Jeruzalem, de stad, die Ik Mij verkoren heb, om Mijn Naam daar te stellen.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

36 En zijn zoonH1121 zal Ik een stamH7626 gevenH5414; opdat Mijn knechtH5650 DavidH1732 altijdH3605 een lampH5216 voor Mijn aangezichtH6440 hebbeH1961 in JeruzalemH3389, de stadH5892, dieH834 Ik Mij verkorenH977 heb, om Mijn NaamH8034 daarH8033 te stellenH7760. En zijn zoon zal Ik een stam geven; opdat Mijn knecht David altijd een lamp voor Mijn aangezicht hebbe in Jeruzalem, de stad, die Ik Mij verkoren heb, om Mijn Naam daar te stellen.

KJV And unto his son1 will I give2 one4 tribe,3 that David8 my servant9 may have a light7 alway11 before12 me in Jerusalem,13 the city14 which I have chosen16 me to put18 my name19 there.

1 וְלִבְנ֖וֹ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 2 אֶתֵּ֣ן H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 3 שֵֽׁבֶט H7626 stammen, stam, roede [idiom] correction, dart, rod, sceptre, staff, tribe 4 אֶחָ֑ד H259 een, ene, enerlei a, alike, alone, altogether, and, any(-thing), apiece, a certain, (dai-) ly, each (one), [phrase] eleven, every, few, first, [phrase] highway, a man, once, one, only, other, some, together, 5 לְמַ֣עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 6 הֱיֽוֹת H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 7 נִ֣יר H5216 lampen, lamp, Lamp candle, lamp, light 8 לְדָֽוִיד H1732 David, Davids David 9 עַ֠בְדִּי H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 10 כָּֽל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 11 הַיָּמִ֤ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 12 לְפָנַי֙ H6440 aangezicht, voor, aangezichten [phrase] accept, a-(be-) fore(-time), against, anger, [idiom] as (long as), at, [phrase] battle, [phrase] because (of), [phrase] beseech, countenance, edge, [phrase] employ, endure, [phrase] enquire, face, favour, fear of, for, forefront(-part), form(-er time, -ward), from, front, heaviness, [idiom] him(-self), [phrase] honourable, [phrase] impudent, [phrase] in, it, look(-eth) (-s), [idiom] me, [phrase] meet, [idiom] more than, mouth, of, off, (of) old (time), [idiom] on, open, [phrase] out of, over against, the partial, person, [phrase] please, presence, propect, was purposed, by reason of, [phrase] regard, right forth, [phrase] serve, [idiom] shewbread, sight, state, straight, [phrase] street, [idiom] thee, [idiom] them(-selves), through ([phrase] -out), till, time(-s) past, (un-) to(-ward), [phrase] upon, upside ([phrase] down), with(-in, [phrase] -stand), [idiom] ye, [idiom] you 13 בִּיר֣וּשָׁלִַ֔ם H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 14 הָעִיר֙ H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 15 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 16 בָּחַ֣רְתִּי H977 verkoren, verkiezen, verkoos acceptable, appoint, choose (choice), excellent, join, be rather, require 17 לִ֔י 18 לָשׂ֥וּם H7760 stellen, gesteld, zetten [idiom] any wise, appoint, bring, call (a name), care, cast in, change, charge, commit, consider, convey, determine, [phrase] disguise, dispose, do, get, give, heap up, hold, impute, lay (down, up), leave, look, make (out), mark, [phrase] name, [idiom] on, ordain, order, [phrase] paint, place, preserve, purpose, put (on), [phrase] regard, rehearse, reward, (cause to) set (on, up), shew, [phrase] stedfastly, take, [idiom] tell, [phrase] tread down, (over-)turn, [idiom] wholly, work 19 שְׁמִ֖י H8034 naam, Naam, namen [phrase] base, (in-) fame(-ous), named(-d), renown, report 20 שָֽׁם H8033 daar, aldaar, derwaarts in it, [phrase] thence, there (-in, [phrase] of, [phrase] out), [phrase] thither, [phrase] whither
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
37 Zo zal Ik u nemen, en gij zult regeren over al wat uw ziel zal begeren; en gij zult koning zijn over Israel.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

37 Zo zal Ik u nemenH3947, en gij zult regerenH4427 over alH3605 watH834 uw zielH5315 zal begerenH183; en gij zult koningH4428 zijnH1961 overH5921 IsraelH3478. Zo zal Ik u nemen, en gij zult regeren over al wat uw ziel zal begeren; en gij zult koning zijn over Israel.

KJV And I will take2 thee, and thou shalt reign3 according to all that thy soul7 desireth,6 and shalt be king9 over Israel.11

1 וְאֹתְךָ֣ H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 2 אֶקַּ֔ח H3947 nam, nemen, genomen accept, bring, buy, carry away, drawn, fetch, get, infold, [idiom] many, mingle, place, receive(-ing), reserve, seize, send for, take (away, -ing, up), use, win 3 וּמָ֣לַכְתָּ֔ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 4 בְּכֹ֥ל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 אֲשֶׁר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 תְּאַוֶּ֖ה H183 begeert, begeerd, gelusten covet, (greatly) desire, be desirous, long, lust (after) 7 נַפְשֶׁ֑ךָ H5315 ziel, zielen, leven any, appetite, beast, body, breath, creature, [idiom] dead(-ly), desire, [idiom] (dis-) contented, [idiom] fish, ghost, [phrase] greedy, he, heart(-y), (hath, [idiom] jeopardy of) life ([idiom] in jeopardy), lust, man, me, mind, mortally, one, own, person, pleasure, (her-, him-, my-, thy-) self, them (your) -selves, [phrase] slay, soul, [phrase] tablet, they, thing, ([idiom] she) will, [idiom] would have it 8 וְהָיִ֥יתָ H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 9 מֶּ֖לֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 10 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 11 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
38 En het zal geschieden, zo gij horen zult al wat Ik u zal gebieden, en in Mijn wegen zult wandelen, en doen wat recht in Mijn ogen is, houdende Mijn inzettingen en Mijn geboden, gelijk als Mijn knecht David gedaan heeft; dat Ik met u zal zijn, en u een bestendig huis bouwen, gelijk als Ik David gebouwd heb, en zal u Israel geven.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

38 En het zal geschiedenH1961, zoH518 gij horenH8085 zult alH3605 watH834 Ik u zal gebiedenH6680, en in Mijn wegenH1870 zult wandelenH1980, en doenH6213 wat rechtH3477 in Mijn ogenH5869 is, houdendeH8104 Mijn inzettingenH2708 en Mijn gebodenH4687, gelijk als Mijn knechtH5650 DavidH1732 gedaanH6213 heeft; datH834 Ik metH5973 u zal zijn, en u een bestendigH539 huisH1004 bouwenH1129, gelijk als Ik DavidH1732 gebouwdH1129 heb, en zal u IsraelH3478 gevenH5414. En het zal geschieden, zo gij horen zult al wat Ik u zal gebieden, en in Mijn wegen zult wandelen, en doen wat recht in Mijn ogen is, houdende Mijn inzettingen en Mijn geboden, gelijk als Mijn knecht David gedaan heeft; dat Ik met u zal zijn, en u een bestendig huis bouwen, gelijk als Ik David gebouwd heb, en zal u Israel geven.

KJV And it shall be, if thou wilt hearken3 unto all that I command7 thee, and wilt walk8 in my ways,9 and do10 that is right11 in my sight,12 to keep13 my statutes14 and my commandments,15 as David18 my servant19 did;17 that I will be with thee, and build22 thee a sure25 house,24 as I built27 for David,28 and will give29 Israel32 unto thee.

1 וְהָיָ֗ה H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 2 אִם H518 zo, indien, of (and, can-, doubtless, if, that) (not), [phrase] but, either, [phrase] except, [phrase] more(-over if, than), neither, nevertheless, nor, oh that, or, [phrase] save (only, -ing), seeing, since, sith, [phrase] surely (no more, none, not), though, [phrase] of a truth, [phrase] unless, [phrase] verily, when, whereas, whether, while, [phrase] yet 3 תִּשְׁמַע֮ H8085 horen, gehoord, hoorde [idiom] attentively, call (gather) together, [idiom] carefully, [idiom] certainly, consent, consider, be content, declare, [idiom] diligently, discern, give ear, (cause to, let, make to) hear(-ken, tell), [idiom] indeed, listen, make (a) noise, (be) obedient, obey, perceive, (make a) proclaim(-ation), publish, regard, report, shew (forth), (make a) sound, [idiom] surely, tell, understand, whosoever (heareth), witness 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 6 אֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 7 אֲצַוֶּךָ֒ H6680 geboden, gebood, gebiede appoint, (for-) bid, (give a) charge, (give a, give in, send with) command(-er, -ment), send a messenger, put, (set) in order 8 וְהָלַכְתָּ֣ H1980 wandelt, gewandeld, wandelen (all) along, apace, behave (self), come, (on) continually, be conversant, depart, [phrase] be eased, enter, exercise (self), [phrase] follow, forth, forward, get, go (about, abroad, along, away, forward, on, out, up and down), [phrase] greater, grow, be wont to haunt, lead, march, [idiom] more and more, move (self), needs, on, pass (away), be at the point, quite, run (along), [phrase] send, speedily, spread, still, surely, [phrase] tale-bearer, [phrase] travel(-ler), walk (abroad, on, to and fro, up and down, to places), wander, wax, (way-) faring man, [idiom] be weak, whirl 9 בִדְרָכַ֗י H1870 weg, wegen, weegs along, away, because of, [phrase] by, conversation, custom, (east-) ward, journey, manner, passenger, through, toward, (high-) (path-) way(-side), whither(-soever) 10 וְעָשִׂ֨יתָ H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 11 הַיָּשָׁ֤ר H3477 recht, oprechten, oprechte convenient, equity, Jasher, just, meet(-est), [phrase] pleased well right(-eous), straight, (most) upright(-ly, -ness) 12 בְּעֵינַי֙ H5869 ogen, oog, verf affliction, outward appearance, [phrase] before, [phrase] think best, colour, conceit, [phrase] be content, countenance, [phrase] displease, eye((-brow), (-d), -sight), face, [phrase] favour, fountain, furrow (from the margin), [idiom] him, [phrase] humble, knowledge, look, ([phrase] well), [idiom] me, open(-ly), [phrase] (not) please, presence, [phrase] regard, resemblance, sight, [idiom] thee, [idiom] them, [phrase] think, [idiom] us, well, [idiom] you(-rselves) 13 לִשְׁמ֤וֹר H8104 houden, bewaren, waarnemen beward, be circumspect, take heed (to self), keep(-er, self), mark, look narrowly, observe, preserve, regard, reserve, save (self), sure, (that lay) wait (for), watch(-man) 14 חֻקּוֹתַי֙ H2708 inzettingen, inzetting, ordinantien appointed, custom, manner, ordinance, site, statute 15 וּמִצְוֺתַ֔י H4687 geboden, gebod, bevolen (which was) commanded(-ment), law, ordinance, precept 16 כַּאֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 17 עָשָׂ֖ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 18 דָּוִ֣ד H1732 David, Davids David 19 עַבְדִּ֑י H5650 knechten, knecht, knechts [idiom] bondage, bondman, (bond-) servant, (man-) servant 20 וְהָיִ֣יתִי H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 21 עִמָּ֗ךְ H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 22 וּבָנִ֨יתִי H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 23 לְךָ֤ 24 בַֽיִת H1004 huis, huizen, huize court, daughter, door, [phrase] dungeon, family, [phrase] forth of, [idiom] great as would contain, hangings, home(born), (winter) house(-hold), inside(-ward), palace, place, [phrase] prison, [phrase] steward, [phrase] tablet, temple, web, [phrase] within(-out) 25 נֶאֱמָן֙ H539 getrouw, geloven, geloofd hence, assurance, believe, bring up, establish, [phrase] fail, be faithful (of long continuance, stedfast, sure, surely, trusty, verified), nurse, (-ing father), (put), trust, turn to the right 26 כַּאֲשֶׁ֣ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 27 בָּנִ֣יתִי H1129 bouwen, gebouwd, bouwde (begin to) build(-er), obtain children, make, repair, set (up), [idiom] surely 28 לְדָוִ֔ד H1732 David, Davids David 29 וְנָתַתִּ֥י H5414 gegeven, geven, gaf add, apply, appoint, ascribe, assign, [idiom] avenge, [idiom] be (healed), bestow, bring (forth, hither), cast, cause, charge, come, commit, consider, count, [phrase] cry, deliver (up), direct, distribute, do, [idiom] doubtless, [idiom] without fail, fasten, frame, [idiom] get, give (forth, over, up), grant, hang (up), [idiom] have, [idiom] indeed, lay (unto charge, up), (give) leave, lend, let (out), [phrase] lie, lift up, make, [phrase] O that, occupy, offer, ordain, pay, perform, place, pour, print, [idiom] pull, put (forth), recompense, render, requite, restore, send (out), set (forth), shew, shoot forth (up), [phrase] sing, [phrase] slander, strike, (sub-) mit, suffer, [idiom] surely, [idiom] take, thrust, trade, turn, utter, [phrase] weep, [phrase] willingly, [phrase] withdraw, [phrase] would (to) God, yield 30 לְךָ֖ 31 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 32 יִשְׂרָאֵֽל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
39 En Ik zal om diens wil het zaad van David verootmoedigen; nochtans niet altijd.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

39 En Ik zal omH4616 diensH2063 wil het zaadH2233 van DavidH1732 verootmoedigenH6031; nochtans nietH3808 altijdH3605. En Ik zal om diens wil het zaad van David verootmoedigen; nochtans niet altijd.

KJV And I will for this afflict1 the seed3 of David,4 but not for ever.10

1 וַֽאעַנֶּ֛ה H6031 verootmoedigen, verdrukt, verkracht abase self, afflict(-ion, self), answer (by mistake for H6030 (עָנָה)), chasten self, deal hardly with, defile, exercise, force, gentleness, humble (self), hurt, ravish, sing (by mistake for H6030 (עָנָה)), speak (by mistake for H6030 (עָנָה)), submit self, weaken, [idiom] in any wise 2 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 3 זֶ֥רַע H2233 zaad, zaads, zaadzaaiende [idiom] carnally, child, fruitful, seed(-time), sowing-time 4 דָּוִ֖ד H1732 David, Davids David 5 לְמַ֣עַן H4616 opdat, om, omdat because of, to the end (intent) that, for (to,... 's sake), [phrase] lest, that, to 6 זֹ֑את H2063 dit, deze, dat hereby (-in, -with), it, likewise, the one (other, same), she, so (much), such (deed), that, therefore, these, this (thing), thus 7 אַ֖ךְ H389 doch, alleen; voorzeker also, in any wise, at least, but, certainly, even, howbeit, nevertheless, notwithstanding, only, save, surely, of a surety, truly, verily, [phrase] wherefore, yet (but) 8 לֹ֥א H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 כָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 10 הַיָּמִֽים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
40 Daarom zocht Salomo Jerobeam te doden; maar Jerobeam maakte zich op, en vlood in Egypte, tot Sisak, den koning van Egypte, en was in Egypte, totdat Salomo stierf.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

40 Daarom zochtH1245 SalomoH8010 JerobeamH3379 te dodenH4191; maar JerobeamH3379 maakte zich op, en vloodH1272 in EgypteH4714, tot SisakH7895, den koningH4428 van EgypteH4714, en wasH1961 in EgypteH4714, totdatH5704 SalomoH8010 stierfH4194. Daarom zocht Salomo Jerobeam te doden; maar Jerobeam maakte zich op, en vlood in Egypte, tot Sisak, den koning van Egypte, en was in Egypte, totdat Salomo stierf.

KJV Solomon2 sought1 therefore to kill3 Jeroboam.5 And Jeroboam7 arose,6 and fled8 into Egypt,9 unto Shishak11 king12 of Egypt,13 and was in Egypt15 until the death17 of Solomon.18

1 וַיְבַקֵּ֥שׁ H1245 zoeken, zoekt, zocht ask, beg, beseech, desire, enquire, get, make inquisition, procure, (make) request, require, seek (for) 2 שְׁלֹמֹ֖ה H8010 Salomo Solomon 3 לְהָמִ֣ית H4191 sterven, stierf, gedood [idiom] at all, [idiom] crying, (be) dead (body, man, one), (put to, worthy of) death, destroy(-er), (cause to, be like to, must) die, kill, necro(-mancer), [idiom] must needs, slay, [idiom] surely, [idiom] very suddenly, [idiom] in (no) wise 4 אֶת H853 wijst het lijdend voorwerp aan; niet met een eigen woord vertaald (as such unrepresented in English) 5 יָרָבְעָ֑ם H3379 Jerobeam, Jerobeams, jerobeam Jeroboam 6 וַיָּ֣קָם H6965 opstaan, stond, Sta abide, accomplish, [idiom] be clearer, confirm, continue, decree, [idiom] be dim, endure, [idiom] enemy, enjoin, get up, make good, help, hold, (help to) lift up (again), make, [idiom] but newly, ordain, perform, pitch, raise (up), rear (up), remain, (a-) rise (up) (again, against), rouse up, set (up), (e-) stablish, (make to) stand (up), stir up, strengthen, succeed, (as-, make) sure(-ly), (be) up(-hold, -rising) 7 יָרָבְעָ֗ם H3379 Jerobeam, Jerobeams, jerobeam Jeroboam 8 וַיִּבְרַ֤ח H1272 vluchtte, vlood, gevloden chase (away); drive away, fain, flee (away), put to flight, make haste, reach, run away, shoot 9 מִצְרַ֨יִם֙ H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 10 אֶל H413 tot, naar, aan about, according to, after, against, among, as for, at, because(-fore, -side), both...and, by, concerning, for, from, [idiom] hath, in(-to), near, (out) of, over, through, to(-ward), under, unto, upon, whether, with(-in) 11 שִׁישַׁ֣ק H7895 Sisak Shishak 12 מֶֽלֶךְ H4428 koning, konings, koningen king, royal 13 מִצְרַ֔יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 14 וַיְהִ֥י H1961 zijn, geschiedde, was beacon, [idiom] altogether, be(-come), accomplished, committed, like), break, cause, come (to pass), do, faint, fall, [phrase] follow, happen, [idiom] have, last, pertain, quit (one-) self, require, [idiom] use 15 בְמִצְרַ֖יִם H4714 Egypte, Egyptenaren, Egyptenaars Egypt, Egyptians, Mizraim 16 עַד H5704 tot, totdat, aan against, and, as, at, before, by (that), even (to), for(-asmuch as), (hither-) to, [phrase] how long, into, as long (much) as, (so) that, till, toward, until, when, while, ([phrase] as) yet 17 מ֥וֹת H4194 dood, doods, stierf (be) dead(-ly), death, die(-d) 18 שְׁלֹמֹֽה H8010 Salomo Solomon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
41 Het overige nu der geschiedenissen van Salomo, en al wat hij gedaan heeft, en zijn wijsheid, is dat niet geschreven in het boek der geschiedenissen van Salomo?
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

41 Het overigeH3499 nu der geschiedenissenH1697 van SalomoH8010, en alH3605 watH834 hij gedaanH6213 heeft, en zijn wijsheidH2451, is dat nietH3808 geschrevenH3789 in het boekH5612 der geschiedenissenH1697 van SalomoH8010? Het overige nu der geschiedenissen van Salomo, en al wat hij gedaan heeft, en zijn wijsheid, is dat niet geschreven in het boek der geschiedenissen van Salomo?

KJV And the rest1 of the acts2 of Solomon,3 and all that he did,6 and his wisdom,7 are they not written10 in the book12 of the acts13 of Solomon?14

1 וְיֶ֨תֶר H3499 overige, overblijfsel, overgelaten [phrase] abundant, cord, exceeding, excellancy(-ent), what they leave, that hath left, plentifully, remnant, residue, rest, string, with 2 דִּבְרֵ֧י H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 3 שְׁלֹמֹ֛ה H8010 Salomo Solomon 4 וְכָל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 5 אֲשֶׁ֥ר H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 6 עָשָׂ֖ה H6213 doen, gedaan, maakte accomplish, advance, appoint, apt, be at, become, bear, bestow, bring forth, bruise, be busy, [idiom] certainly, have the charge of, commit, deal (with), deck, [phrase] displease, do, (ready) dress(-ed), (put in) execute(-ion), exercise, fashion, [phrase] feast, (fight-) ing man, [phrase] finish, fit, fly, follow, fulfill, furnish, gather, get, go about, govern, grant, great, [phrase] hinder, hold (a feast), [idiom] indeed, [phrase] be industrious, [phrase] journey, keep, labour, maintain, make, be meet, observe, be occupied, offer, [phrase] officer, pare, bring (come) to pass, perform, pracise, prepare, procure, provide, put, requite, [idiom] sacrifice, serve, set, shew, [idiom] sin, spend, [idiom] surely, take, [idiom] thoroughly, trim, [idiom] very, [phrase] vex, be (warr-) ior, work(-man), yield, use 7 וְחָכְמָת֑וֹ H2451 wijsheid, Wijsheid, wijs skilful, wisdom, wisely, wit 8 הֲלֽוֹא H3808 niet, geen, noch [idiom] before, [phrase] or else, ere, [phrase] except, ig(-norant), much, less, nay, neither, never, no((-ne), -r, (-thing)), ([idiom] as though...,(can-), for) not (out of), of nought, otherwise, out of, [phrase] surely, [phrase] as truly as, [phrase] of a truth, [phrase] verily, for want, [phrase] whether, without 9 הֵ֣ם H1992 zij, die, hun it, like, [idiom] (how, so) many (soever, more as) they (be), (the) same, [idiom] so, [idiom] such, their, them, these, they, those, which, who, whom, withal, ye 10 כְּתֻבִ֔ים H3789 geschreven, schreef, beschreven describe, record, prescribe, subscribe, write(-ing, -ten) 11 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 12 סֵ֖פֶר H5612 boek, brieven, wetboek bill, book, evidence, [idiom] learn(-ed) (-ing), letter, register, scroll 13 דִּבְרֵ֥י H1697 woord, woorden, zaak act, advice, affair, answer, [idiom] any such (thing), because of, book, business, care, case, cause, certain rate, [phrase] chronicles, commandment, [idiom] commune(-ication), [phrase] concern(-ing), [phrase] confer, counsel, [phrase] dearth, decree, deed, [idiom] disease, due, duty, effect, [phrase] eloquent, errand, (evil favoured-) ness, [phrase] glory, [phrase] harm, hurt, [phrase] iniquity, [phrase] judgment, language, [phrase] lying, manner, matter, message, (no) thing, oracle, [idiom] ought, [idiom] parts, [phrase] pertaining, [phrase] please, portion, [phrase] power, promise, provision, purpose, question, rate, reason, report, request, [idiom] (as hast) said, sake, saying, sentence, [phrase] sign, [phrase] so, some (uncleanness), somewhat to say, [phrase] song, speech, [idiom] spoken, talk, task, [phrase] that, [idiom] there done, thing (concerning), thought, [phrase] thus, tidings, what(-soever), [phrase] wherewith, which, word, work 14 שְׁלֹמֹֽה H8010 Salomo Solomon
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
42 De tijd nu, dien Salomo te Jeruzalem over het ganse Israel regeerde, was veertig jaar.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

42 De tijdH3117 nu, dienH834 SalomoH8010 te JeruzalemH3389 overH5921 het ganseH3605 IsraelH3478 regeerdeH4427, was veertigH705 jaarH8141. De tijd nu, dien Salomo te Jeruzalem over het ganse Israel regeerde, was veertig jaar.

KJV And the time1 that Solomon4 reigned3 in Jerusalem5 over all Israel8 was forty9 years.10

1 וְהַיָּמִ֗ים H3117 dagen, dag, dage age, [phrase] always, [phrase] chronicals, continually(-ance), daily, ((birth-), each, to) day, (now a, two) days (agone), [phrase] elder, [idiom] end, [phrase] evening, [phrase] (for) ever(-lasting, -more), [idiom] full, life, as (so) long as (... live), (even) now, [phrase] old, [phrase] outlived, [phrase] perpetually, presently, [phrase] remaineth, [idiom] required, season, [idiom] since, space, then, (process of) time, [phrase] as at other times, [phrase] in trouble, weather, (as) when, (a, the, within a) while (that), [idiom] whole ([phrase] age), (full) year(-ly), [phrase] younger 2 אֲשֶׁר֩ H834 die, dat, wat [idiom] after, [idiom] alike, as (soon as), because, [idiom] every, for, [phrase] forasmuch, [phrase] from whence, [phrase] how(-soever), [idiom] if, (so) that ((thing) which, wherein), [idiom] though, [phrase] until, [phrase] whatsoever, when, where ([phrase] -as, -in, -of, -on, -soever, -with), which, whilst, [phrase] whither(-soever), who(-m, -soever, -se). As it is indeclinable, it is often accompanied by the personal pronoun expletively, used to show the connection 3 מָלַ֨ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 4 שְׁלֹמֹ֤ה H8010 Salomo Solomon 5 בִירוּשָׁלִַ֨ם֙ H3389 Jeruzalem, Jeruzalems Jerusalem 6 עַל H5921 op, over, aan above, according to(-ly), after, (as) against, among, and, [idiom] as, at, because of, beside (the rest of), between, beyond the time, [idiom] both and, by (reason of), [idiom] had the charge of, concerning for, in (that), (forth, out) of, (from) (off), (up-) on, over, than, through(-out), to, touching, [idiom] with 7 כָּל H3605 al, alle, ganse (in) all (manner, (ye)), altogether, any (manner), enough, every (one, place, thing), howsoever, as many as, (no-) thing, ought, whatsoever, (the) whole, whoso(-ever) 8 יִשְׂרָאֵ֔ל H3478 Israel, Israels, Israelieten Israel 9 אַרְבָּעִ֖ים H705 veertig, veertigste, Veertig -forty 10 שָׁנָֽה H8141 jaren, jaar, jaars [phrase] whole age, [idiom] long, [phrase] old, year([idiom] -ly)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
43 Daarna ontsliep Salomo met zijn vaderen, en werd begraven in de stad van zijn vader David; en Rehabeam, zijn zoon, werd koning in zijn plaats.
א

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, van rechts naar links, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Hebreeuwse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Hebreeuwse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Hebreeuws te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

43 Daarna ontsliepH7901 SalomoH8010 metH5973 zijn vaderenH1, en werd begravenH6912 in de stadH5892 van zijn vaderH1 DavidH1732; en RehabeamH7346, zijn zoonH1121, werd koningH4427 in zijn plaatsH8478. Daarna ontsliep Salomo met zijn vaderen, en werd begraven in de stad van zijn vader David; en Rehabeam, zijn zoon, werd koning in zijn plaats.

KJV And Solomon2 slept1 with his fathers,4 and was buried5 in the city6 of David7 his father:8 and Rehoboam10 his son11 reigned9 in his stead.

1 וַיִּשְׁכַּ֤ב H7901 ontsliep, liggen, gelegen [idiom] at all, cast down, (lover-)lay (self) (down), (make to) lie (down, down to sleep, still with), lodge, ravish, take rest, sleep, stay 2 שְׁלֹמֹה֙ H8010 Salomo Solomon 3 עִם H5973 met, bij, tegen accompanying, against, and, as ([idiom] long as), before, beside, by (reason of), for all, from (among, between), in, like, more than, of, (un-) to, with(-al) 4 אֲבֹתָ֔יו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 5 וַיִּ֨קָּבֵ֔ר H6912 begraven, begroeven, begraaf [idiom] in any wise, bury(-ier) 6 בְּעִ֖יר H5892 stad, steden, vrijstad Ai (from margin), city, court (from margin), town 7 דָּוִ֣ד H1732 David, Davids David 8 אָבִ֑יו H1 vader, vaderen, vaders chief, (fore-) father(-less), [idiom] patrimony, principal. Compare names in 'Abi-' 9 וַיִּמְלֹ֛ךְ H4427 koning, regeerde, regeren consult, [idiom] indeed, be (make, set a, set up) king, be (make) queen, (begin to, make to) reign(-ing), rule, [idiom] surely 10 רְחַבְעָ֥ם H7346 Rehabeam Rehoboam 11 בְּנ֖וֹ H1121 kinderen, zoon, zonen [phrase] afflicted, age, (Ahoh-) (Ammon-) (Hachmon-) (Lev-) ite, (anoint-) ed one, appointed to, ([phrase]) arrow, (Assyr-) (Babylon-) (Egypt-) (Grec-) ian, one born, bough, branch, breed, [phrase] (young) bullock, [phrase] (young) calf, [idiom] came up in, child, colt, [idiom] common, [idiom] corn, daughter, [idiom] of first, [phrase] firstborn, foal, [phrase] very fruitful, [phrase] postage, [idiom] in, [phrase] kid, [phrase] lamb, ([phrase]) man, meet, [phrase] mighty, [phrase] nephew, old, ([phrase]) people, [phrase] rebel, [phrase] robber, [idiom] servant born, [idiom] soldier, son, [phrase] spark, [phrase] steward, [phrase] stranger, [idiom] surely, them of, [phrase] tumultuous one, [phrase] valiant(-est), whelp, worthy, young (one), youth 12 תַּחְתָּֽיו H8478 onder, plaats, voor as, beneath, [idiom] flat, in(-stead), (same) place (where...is), room, for...sake, stead of, under, [idiom] unto, [idiom] when...was mine, whereas, (where-) fore, with
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
1 Koningen 11:1 Deuteronomium 17:17 Nehemia 13:23 1 Koningen 3:1 Spreuken 22:14 Spreuken 23:33 Spreuken 5:8 Leviticus 18:18 Spreuken 2:16
1 Koningen 11:2 Exodus 34:16 Deuteronomium 7:3 Exodus 23:32 Jozua 23:12 Numeri 25:1 Richteren 16:4 2 Korinthe 6:14 2 Kronieken 19:2
1 Koningen 11:3 2 Samuël 5:13 2 Samuël 3:2 Richteren 9:5 Prediker 7:28 2 Kronieken 11:21 Richteren 8:30
1 Koningen 11:4 1 Koningen 9:4 1 Koningen 8:61 2 Kronieken 34:2 1 Kronieken 28:9 2 Kronieken 17:3 1 Kronieken 29:19 1 Koningen 6:12 1 Koningen 9:10
1 Koningen 11:5 Richteren 2:13 1 Koningen 11:7 1 Koningen 11:33 2 Koningen 23:13 Richteren 10:6 1 Samuël 7:3 Sefanja 1:5 Jeremia 2:10
1 Koningen 11:6 Jozua 14:14 Jozua 14:8 Numeri 14:24
1 Koningen 11:7 Numeri 21:29 Richteren 11:24 Handelingen 7:43 Jesaja 44:19 2 Koningen 21:2 Deuteronomium 27:15 Mattheüs 26:30 Daniël 11:31
1 Koningen 11:8 1 Korinthe 10:11 Ezechiël 16:22 1 Korinthe 10:20 Hosea 4:11 1 Koningen 11:1
1 Koningen 11:9 1 Koningen 3:5 1 Koningen 9:2 Deuteronomium 3:26 1 Kronieken 21:7 2 Timotheüs 4:10 Spreuken 4:23 Hosea 4:11 Deuteronomium 9:20
1 Koningen 11:10 1 Koningen 6:12 1 Koningen 9:4 2 Kronieken 7:17
1 Koningen 11:11 1 Koningen 11:31 1 Koningen 12:15 1 Koningen 12:20 1 Samuël 13:13 Numeri 14:35 1 Samuël 2:30 2 Samuël 12:9 2 Koningen 17:21
1 Koningen 11:12 1 Samuël 9:4 2 Koningen 20:17 1 Koningen 21:29 Genesis 19:29 Genesis 12:2 Exodus 20:5 2 Koningen 20:19 2 Koningen 22:19
1 Koningen 11:13 1 Koningen 12:20 Deuteronomium 12:11 1 Koningen 11:32 Deuteronomium 12:5 2 Koningen 19:34 1 Koningen 11:11 Jeremia 33:15 1 Koningen 11:35
1 Koningen 11:14 Jesaja 10:5 1 Samuël 26:19 Psalmen 89:30 1 Kronieken 5:26 Jesaja 13:17 Jesaja 10:26 2 Samuël 24:1 1 Koningen 12:15
1 Koningen 11:15 2 Samuël 8:14 1 Kronieken 18:12 Deuteronomium 20:13 Psalmen 60:1 Maleachi 1:2 Numeri 24:18 Numeri 31:17 Genesis 25:23
1 Koningen 11:17 2 Samuël 4:4 Exodus 2:1 Mattheüs 2:13 2 Koningen 11:2
1 Koningen 11:18 Numeri 10:12 Deuteronomium 33:2 Deuteronomium 1:1 Genesis 21:21 Numeri 25:18 Numeri 22:4 Numeri 25:14 Genesis 14:6
1 Koningen 11:19 Genesis 39:4 Jeremia 43:7 Genesis 41:45 Genesis 39:21 Handelingen 7:21 Handelingen 7:10
1 Koningen 11:20 Genesis 21:7 1 Samuël 1:24
1 Koningen 11:21 1 Koningen 2:10 Mattheüs 2:20 Genesis 45:24 1 Koningen 2:34 Jozua 2:21 Exodus 4:19 1 Samuël 9:26 2 Samuël 3:21
1 Koningen 11:22 Markus 14:31 Psalmen 37:8 Jeremia 2:31 2 Samuël 18:22 Lukas 22:35
1 Koningen 11:23 2 Samuël 8:3 1 Koningen 11:14 2 Samuël 10:8 Psalmen 60:1 1 Kronieken 19:16 Jesaja 37:26 2 Samuël 16:11 Jesaja 45:5
1 Koningen 11:24 2 Samuël 10:8 2 Samuël 10:18 1 Koningen 19:15 Genesis 14:15 1 Koningen 20:34 Handelingen 9:2
1 Koningen 11:25 Psalmen 106:40 Genesis 34:30 1 Koningen 5:4 2 Samuël 16:21 Zacharia 11:8 2 Kronieken 15:2 Deuteronomium 23:7
1 Koningen 11:26 2 Kronieken 13:6 1 Koningen 12:2 1 Samuël 1:1 1 Koningen 11:11 1 Koningen 11:28 2 Samuël 20:21 1 Koningen 14:16 1 Samuël 17:12
1 Koningen 11:27 1 Koningen 9:24 1 Koningen 9:15 Jesaja 26:11 Spreuken 30:32 Nehemia 4:7 Jesaja 22:9 2 Samuël 20:21 Ezechiël 13:5
1 Koningen 11:28 Spreuken 22:29 1 Koningen 5:16 Mattheüs 11:30 Jozua 18:5 Amos 5:6 2 Samuël 19:20 Zacharia 10:6 Jesaja 14:25
1 Koningen 11:29 1 Koningen 14:2 2 Kronieken 9:29 1 Koningen 12:15 Genesis 4:8 2 Samuël 14:6 Jozua 18:1
1 Koningen 11:30 1 Samuël 15:27 1 Samuël 24:4
1 Koningen 11:31 1 Koningen 11:11
1 Koningen 11:32 1 Koningen 11:13 1 Koningen 14:21 1 Koningen 12:20
1 Koningen 11:33 Hosea 4:17 1 Koningen 6:12 1 Koningen 9:5 1 Koningen 3:14 Jeremia 2:13 1 Kronieken 28:9 1 Koningen 11:5 1 Koningen 11:9
1 Koningen 11:34 1 Koningen 11:31 Jesaja 55:3 1 Koningen 11:12 Psalmen 103:10 Habakuk 3:2 Job 11:6
1 Koningen 11:35 1 Koningen 12:15 2 Kronieken 10:15 1 Koningen 12:20 1 Koningen 11:12 Exodus 20:5
1 Koningen 11:36 2 Koningen 8:19 1 Koningen 15:4 1 Koningen 11:13 2 Kronieken 21:7 Psalmen 132:17 2 Samuël 21:17 Openbaring 21:10 2 Samuël 7:29
1 Koningen 11:37 2 Samuël 3:21 1 Koningen 11:26 Deuteronomium 14:26
1 Koningen 11:38 2 Samuël 7:11 Jozua 1:5 Deuteronomium 31:8 1 Koningen 3:14 1 Kronieken 17:24 2 Samuël 7:16 1 Koningen 9:4 2 Samuël 7:26
1 Koningen 11:39 Jesaja 11:1 1 Koningen 14:8 Klaagliederen 3:31 1 Koningen 14:25 Lukas 2:11 Lukas 1:32 1 Koningen 12:16 Jeremia 23:5
1 Koningen 11:40 2 Kronieken 12:2 2 Kronieken 16:10 Klaagliederen 3:37 Jesaja 46:10 Spreuken 21:30 1 Koningen 14:25 Jesaja 14:24
1 Koningen 11:41 2 Kronieken 9:29
1 Koningen 11:42 1 Koningen 2:11
1 Koningen 11:43 1 Koningen 2:10 2 Koningen 21:18 2 Kronieken 9:31 Mattheüs 1:7 2 Koningen 21:26 1 Koningen 14:20 1 Kronieken 3:10 2 Koningen 16:20
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
1 Koningen 11 vers 1

de koning Sálomo Te weten, naar sommiger gevoelen, nadat hij vijf of zes en twintig jaren geregeerd had. Men rekent deze jaren aldus: Drie jaren vóór de bouwing des tempels, zeven jaren in die bouwing besteed; dertien jaren in de bouwing van zijn huis en andere gestichten; eindelijk nog twee of drie jaren in welke de koningin van Scheba hem bezocht heeft.

Hertaald: de koning Sálomo Namelijk: volgens sommigen nadat hij vijfentwintig of zesentwintig jaar geregeerd had. Men telt die jaren zo: drie jaar vóór de bouw van de tempel, zeven jaar aan die bouw besteed, dertien jaar aan de bouw van zijn huis en andere gebouwen, en ten slotte nog twee of drie jaar waarin de koningin van Scheba hem bezocht heeft.

vreemde Of, uitlandse.

Hertaald: vreemde Of: buitenlandse.

benevens Zo wordt het Hebreeuwse woord genomen onder, vs.25, en 2 Kron. 11:18.

Hertaald: benevens Zo wordt het Hebreeuwse woord opgevat hieronder in vers 25 en in 2 Kron. 11:18.

1 Koningen 11 vers 2

gezegd had Zie Ex. 34:16, en Deut. 7:3-4.

Hertaald: gezegd had Zie Ex. 34:16 en Deut. 7:3-4.

niet ingaan, Dat is, door huwelijken u met hen verenigen. Zie Gen. 6:4.

Hertaald: niet ingaan, Dat is: u door huwelijken met hen verbinden. Zie Gen. 6:4.

1 Koningen 11 vers 3

bijwijven; Die van lageren staat waren dan de huisvrouwen, en in minder waarde gehouden. Zie Gen. 22:24.

Hertaald: bijwijven; Die van lagere stand waren dan de echtgenotes en in minder aanzien stonden. Zie Gen. 22:24.

neigden zijn hart Te weten, om van den waren God af te wijken en de afgoden aan te hangen, gelijk de volgende woorden uitwijzen.

Hertaald: neigden zijn hart Namelijk: om van de ware God af te wijken en de afgoden aan te hangen, zoals de volgende woorden aangeven.

1 Koningen 11 vers 4

volkomen Zie boven, 1 Kon. 8:61.

Hertaald: volkomen Zie hierboven 1 Kon. 8:61.

1 Koningen 11 vers 5

wandelde Achter de afgoden te gaan, of te wandelen, is, hen aan te hangen en na te volgen, in het geheel of ten dele, zelfs ook met toelating en bevordering; op welke laatste manier Salomo, om zijne vrouwen te behagen, zich aan deze zonde schuldig gemaakt heeft. Vergelijk onder, 1 Kon. 18:18, en 1 Kon. 21:25-26; Jer. 2:23.

Hertaald: wandelde Achter de afgoden aan gaan of wandelen betekent: hen aanhangen en navolgen, geheel of gedeeltelijk, en ook door het toe te laten en te bevorderen. Op die laatste manier heeft Salomo zich aan deze zonde schuldig gemaakt, om zijn vrouwen te behagen. Vergelijk hieronder 1 Kon. 18:18, en 1 Kon. 21:25-26; Jer. 2:23.

Astoreth, Dit is de naam van een afgod, of afgodin der Sidoniërs. Zie breder daarvan Richt. 2:13.

Hertaald: Astoreth, Dit is de naam van een afgod of afgodin van de Sidoniërs. Zie daarover uitvoeriger Richt. 2:13.

Milchom, Een afgod, die ook Molech genaamd wordt, onder, vs.7. Zie van dezen Lev. 18:21.

Hertaald: Milchom, Een afgod die hieronder in vers 7 ook Molech genoemd wordt. Zie over hem Lev. 18:21.

het verfoeisel Dat is, dat zeer verfoeilijk en gruwelijk voor God en te verfoeien is van alle godvrezenden; alzo onder, vs.7.

Hertaald: het verfoeisel Dat is: wat voor God zeer verfoeilijk en gruwelijk is en door alle godvrezenden verfoeid moet worden; zo ook hieronder vers 7.

1 Koningen 11 vers 6

dat kwaad was Versta, bijzonderlijk de afgoderij en den valsen godsdienst. Vergelijk hiermede Gen. 38:7.

Hertaald: dat kwaad was Versta hieronder in het bijzonder de afgoderij en de valse eredienst. Vergelijk hiermee Gen. 38:7.

volhardde Hebreeuws, en vervulde niet achter den Heere. Zie Num. 14:24.

Hertaald: volhardde Hebreeuws: en hij maakte het niet vol achter de HEERE. Zie Num. 14:24.

1 Koningen 11 vers 7

hoogte Zie Lev. 26:30.

Hertaald: hoogte Zie Lev. 26:30.

Kamos, De naam van een afgod der Moabieten en Ammonieten, van denwelken zie ook Num. 21:29; Richt. 11:24; Jer. 48:7. Dezen met de twee afgoden, gemeld vs.5, heeft de vrome koning Josia weggenomen; 2 Kon. 23:13.

Hertaald: Kamos, De naam van een afgod van de Moabieten en Ammonieten; zie over hem ook Num. 21:29; Richt. 11:24; Jer. 48:7. Deze afgod heeft de vrome koning Josia samen met de twee afgoden die in vers 5 genoemd zijn weggedaan; 2 Kon. 23:13.

der Moabieten, Die daarom het volk van Chemos genaamd worden; Num. 21:29.

Hertaald: der Moabieten, Die daarom het volk van Kamos genoemd worden; Num. 21:29.

berg, Namelijk, den Olijfberg. Van denwelken zie 2 Sam. 15:30, en wordt genaamd, 2 Kon. 23:13, de berg Maschith, dat is, des verdervers, omdat de Joden zich daar door afgoderij verdierven.

Hertaald: berg, Namelijk: de Olijfberg. Zie daarover 2 Sam. 15:30. In 2 Kon. 23:13 wordt hij de berg Maschith genoemd, dat is: van de verderver, omdat de Joden zich daar door afgoderij te gronde richtten.

Molech, Ook Milcom genaamd, boven, vs.5.

Hertaald: Molech, Ook Milkom genoemd, hierboven vers 5.

1 Koningen 11 vers 9

van den HEERE, Dat is, van hem. Vergelijk boven, 1 Kon. 8:1, en zie de aantekeningen.

Hertaald: van den HEERE, Dat is: van hem. Vergelijk hierboven 1 Kon. 8:1 met de aantekeningen daar.

tweemaal verschenen was Te weten, de eerste maal te Gibeon, boven 1 Kon. 3:5, en de tweede maal te Jeruzalem na de inwijding des tempels, 1 Kon. 9:2.

Hertaald: tweemaal verschenen was Namelijk: de eerste keer in Gibeon, hierboven 1 Kon. 3:5, en de tweede keer in Jeruzalem na de inwijding van de tempel, 1 Kon. 9:2.

1 Koningen 11 vers 11

zeide de HEERE Of, Hij zelf, of door enigen profeet, die Nathan kon zijn, zo hij nog leefde; of Ahia de Siloniet, van welken gewag wordt gemaakt onder, vs.30.

Hertaald: zeide de HEERE Of: Hij Zelf, of door een profeet, die Nathan geweest kan zijn als hij nog leefde, of Ahia de Siloniet, die hieronder in vers 30 genoemd wordt.

Ik zal gewisselijk Hebreeuws, scheurende scheuren; dat is, Ik zal zekerlijk een groot deel des koninkrijks met geweld van u afrukken. Zie deze manier van spreken onder, vs.12,13, 31.

Hertaald: Ik zal gewisselijk Hebreeuws: scheurende scheuren; dat is: Ik zal zeker een groot deel van het koninkrijk met geweld van u afrukken. Zie deze manier van spreken hieronder in vers 12, 13, 31.

uw knecht geven Dat is, een uwer dienaren, namelijk Jerobeam; van wien, zie onder, vs.26-28, enz.

Hertaald: uw knecht geven Dat is: aan een van uw dienaren, namelijk Jerobeam; zie over hem hieronder vers 26-28, enzovoort.

1 Koningen 11 vers 12

om uws vaders Davids wil, Dat is, om de belofte, die Ik uwen vader gedaan heb, 2 Sam. 7:13; 1 Kron. 28:5-6, in welke belofte de Messias mede beloofd wordt, om wiens wil eigenlijk God den zijnen goeddoet.

Hertaald: om uws vaders Davids wil, Dat is: om de belofte die Ik uw vader gedaan heb, 2 Sam. 7:13; 1 Kron. 28:5-6. In die belofte wordt ook de Messias beloofd, om Wiens wil God eigenlijk de Zijnen goeddoet.

zoons Namelijk, van Rehabeam, alzo ook vs.35. Zie de vervulling van dit dreigement, onder, 1Ki 12, en 1 Sam. 15:28; de verklaring hebben wij onder, vs.35.

Hertaald: zoons Namelijk: van Rehabeam; zo ook vers 35. Zie de vervulling van deze bedreiging hieronder in 1 Kon. 12 en in 1 Sam. 15:28; de verklaring staat hieronder in vers 35.

1 Koningen 11 vers 13

Jeruzalems wil, Dat is, om de belofte, die ik aan de stad Jeruzalem gegeven heb, 2 Kron. 6:6.

Hertaald: Jeruzalems wil, Dat is: om de belofte die Ik aan de stad Jeruzalem gegeven heb, 2 Kron. 6:6.

1 Koningen 11 vers 15

in Edom was, Daar oorlog voerende. Zie 2 Sam. 8:14; 1 Kron. 18:12-13.

Hertaald: in Edom was, Waar hij oorlog voerde. Zie 2 Sam. 8:14; 1 Kron. 18:12-13.

verslagenen Te weten, Israëlieten, die in den strijd, welken David tegen de Edomieten gehad had, omgekomen waren, of met welken David, na zijn victorie over de Edomieten, hun land bezet had, om het onder zijn gehoorzaamheid te behouden, doch die na zijn vertrek van de inwoners waren verslagen geweest.

Hertaald: verslagenen Namelijk: Israëlieten die omgekomen waren in de strijd die David tegen de Edomieten gevoerd had. Of ook: Israëlieten met wie David na zijn overwinning op de Edomieten hun land bezet had, om het aan zich onderworpen te houden, maar die na zijn vertrek door de inwoners waren gedood.

1 Koningen 11 vers 18

Midian, Zie Gen. 25:2.

Hertaald: Midian, Zie Gen. 25:2.

Paran, Zie Gen. 14:6.

Hertaald: Paran, Zie Gen. 14:6.

voeding toezeide, Hebreeuws, brood; dat is, kost, voedsel, kleding. Zie Gen. 3:19.

Hertaald: voeding toezeide, Hebreeuws: brood; dat is: kost, voedsel, kleding. Zie Gen. 3:19.

1 Koningen 11 vers 19

vond grote genade Hebreeuws, vond zeer genade; wat het zij, genade in iemands ogen te vinden, zie Gen. 18:3.

Hertaald: vond grote genade Hebreeuws: vond zeer genade; wat het is genade te vinden in iemands ogen, zie Gen. 18:3.

koningin Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk de oppervrouw des huisgezins, alsof men zeide, de herin; daarom, als van des konings huis of gezin verstaan zijn huisvrouw, of moeder, de koningin, gelijk hier en onder, 1 Kon. 15:13; 2 Kon. 10:13; Jer. 13:18, en Jer. 29:2.

Hertaald: koningin Het Hebreeuwse woord betekent eigenlijk de vrouw die aan het hoofd van het huisgezin staat, als zei men: de meesteres. Daarom wordt het, gezegd van het huis of gezin van de koning, gebruikt voor zijn vrouw of moeder, de koningin, zoals hier en hieronder in 1 Kon. 15:13; 2 Kon. 10:13; Jer. 13:18, en Jer. 29:2.

1 Koningen 11 vers 20

optoog Hebreeuws, speende.

Hertaald: optoog Hebreeuws: speende.

in het huis van Faraö; Hebreeuws, in het midden van Farao's huis.

Hertaald: in het huis van Faraö; Hebreeuws: in het midden van het huis van Farao.

1 Koningen 11 vers 22

laat mij evenwel gaan Hebreeuws, latende gaan laat mij gaan.

Hertaald: laat mij evenwel gaan Hebreeuws: latende gaan laat mij gaan.

1 Koningen 11 vers 23

gevloden Te weten, als hij merkte dat David tegen Hadad-Ezer de overhand had in den strijd, waarvan te zien is 2 Sam. 8:3.

Hertaald: gevloden Namelijk: toen hij merkte dat David in de strijd de overhand kreeg op Hadad-Ezer, waarover te lezen is in 2 Sam. 8:3.

Zoba, De naam van een landschap van Syrië, gelegen tussen Damaskus en den Eufraat. Zie daarvan 1 Sam. 14:47, en 2 Kron. 8:3; Ps. 60:2.

Hertaald: Zoba, De naam van een landstreek in Syrië, gelegen tussen Damascus en de Eufraat. Zie daarover 1 Sam. 14:47, en 2 Kron. 8:3; Ps. 60:2.

1 Koningen 11 vers 24

mannen Versta, krijgslieden, die den koning van Zoba gediend hadden, en nu onder het beleid van Rezon, die van zijn heer afgevallen was, zich lieten gebruiken om zijn land en het land daaromtrent gelegen af te lopen en te plunderen.

Hertaald: mannen Versta hieronder krijgslieden die de koning van Zoba gediend hadden en zich nu onder leiding van Rezon, die van zijn heer afgevallen was, lieten gebruiken om zijn land en de omliggende streken af te lopen en te plunderen.

vergaderd had, Namelijk, zijn heer Hadad-Ezer.

Hertaald: vergaderd had, Namelijk: zijn heer Hadad-Ezer.

die doodde; Namelijk, Syriërs van Zoba.

Hertaald: die doodde; Namelijk: Syriërs uit Zoba.

Damaskus, Zie van deze stad Gen. 14:15. Deze stad heeft Rezon overweldigd, en daaruit het garnizoen [van David daarin gelegd, om die onder zich te houden, 2 Sam. 8:6 ] , uitgedreven, en alzo het regiment daarvan ingenomen.

Hertaald: Damaskus, Zie over deze stad Gen. 14:15. Rezon heeft deze stad overmeesterd en het garnizoen dat David erin gelegd had om haar in bedwang te houden, 2 Sam. 8:6, eruit verdreven, en zo het bestuur ervan overgenomen.

1 Koningen 11 vers 25

hij was Namelijk, Rezon.

Hertaald: hij was Namelijk: Rezon.

al de dagen van Sálomo, Te weten, als Salomo van den Heere afgeweken en tot afgoderij vervallen was. Zie 1 Kon. 5:4.

Hertaald: al de dagen van Sálomo, Namelijk: toen Salomo van de HEERE afgeweken en tot afgoderij vervallen was. Zie 1 Kon. 5:4.

Hadad Versta, Hadad, van welken gesproken is boven, vs.14.

Hertaald: Hadad Versta hieronder Hadad, over wie hierboven in vers 14 gesproken is.

hij had Namelijk, Rezon.

Hertaald: hij had Namelijk: Rezon.

1 Koningen 11 vers 26

een Efrathiet Dat is, een Efraïmiet, of, die van den stam van Efraïm was; alzo Richt. 12:5.

Hertaald: een Efrathiet Dat is: een Efraïmiet, oftewel iemand die uit de stam Efraïm was; zo ook Richt. 12:5.

Zeréda, De naam van de stad zijner geboorte, gelegen in den stam Efraïms. Zie Joz. 3:16.

Hertaald: Zeréda, De naam van zijn geboortestad, gelegen in de stam Efraïm. Zie Joz. 3:16.

hief ook de hand op Dat is, viel af van den koning, of maakte moeite en oproer tegen den koning; alzo in vs.27, en 2 Sam. 20:21, en vergelijk onder, vs.40.

Hertaald: hief ook de hand op Dat is: hij viel van de koning af, of hij verwekte moeite en oproer tegen de koning; zo ook in vers 27 en in 2 Sam. 20:21, en vergelijk hieronder vers 40.

1 Koningen 11 vers 27

Millo, Zie boven, 1 Kon. 9:15.

Hertaald: Millo, Zie hierboven 1 Kon. 9:15.

de breuk Te weten, die David gemaakt had als hij de Jebusieten daar uit verdreef, en den burg Zion won. Zie 2 Sam. 5:6-7.

Hertaald: de breuk Namelijk: de bres die David gemaakt had toen hij de Jebusieten daaruit verdreef en de burcht Sion innam. Zie 2 Sam. 5:6-7.

1 Koningen 11 vers 28

En de man Jeróbeam Te weten, in het werk van bouwing van grote gestichten en sterkten, waarover hem Salomo als opziener gesteld had. Want hier worden twee gelegenheden verhaald, door welke hij zijn koning ontrouw geworden is, inplaats van dankbaar te zijn. De eerste, dat hij tot het voorzegde ambt verheven was; de andere, dat hij daarna nog tot een hogere staat gekomen is, gelijk de volgende woorden verklaren.

Hertaald: En de man Jeróbeam Namelijk: bij het bouwen van grote gebouwen en vestingwerken, waarover Salomo hem als opzichter had aangesteld. Want hier worden twee aanleidingen verhaald waardoor hij zijn koning ontrouw geworden is in plaats van dankbaar te zijn. De eerste is dat hij tot het zojuist genoemde ambt verheven was; de tweede dat hij daarna nog een hogere positie kreeg, zoals de volgende woorden uitleggen.

jongeling zag, Dit woord wordt ook van mannen gebruikt, en voornamelijk als zij iemands dienaren zijn. Zie Gen. 22:5.

Hertaald: jongeling zag, Dit woord wordt ook van volwassen mannen gebruikt, vooral wanneer zij in iemands dienst staan. Zie Gen. 22:5.

arbeidzaam was, Dat is, naarstig, zeer toeziende, en bezig in het verzorgen en uitvoeren van het werk waarover hij van den koning gesteld was. Hebreeuws, doende werk.

Hertaald: arbeidzaam was, Dat is: ijverig, zeer oplettend en druk bezig met het verzorgen en uitvoeren van het werk waarover de koning hem aangesteld had. Hebreeuws: werk doende.

over al den last Versta, de stammen van Efraïm en Manasse.

Hertaald: over al den last Versta hieronder de stammen Efraïm en Manasse.

1 Koningen 11 vers 29

Ahia, Hij is te onderscheiden van anderen van dezen naam, als van Ahia den priester, 1 Sam. 14:3, van Ahia den Leviet, die over de schatten van het huis des Heeren was, 1 Kron. 26:20, van Ahia den schrijver van Salomo, 1 Kon. 4:3, enz.

Hertaald: Ahia, Hij moet onderscheiden worden van anderen met deze naam, zoals Ahia de priester, 1 Sam. 14:3, Ahia de Leviet, die over de schatten van het huis van de HEERE ging, 1 Kron. 26:20, Ahia de schrijver van Salomo, 1 Kon. 4:3, enzovoort.

vond, Dat is, ontmoette.

Hertaald: vond, Dat is: ontmoette.

zich Hebreeuws, zich met een nieuw kleed bedekt had.

Hertaald: zich Hebreeuws: zich met een nieuw kleed bedekt had.

1 Koningen 11 vers 32

een stam Versta, den stam van Juda; hoewel daarin de stam van Simeon enigszins vermengd was, mitsgaders een deel van den stam van Benjamin. Nu in de tien stammen worden Efraïm en Manasse voor twee stammen gerekend, maar de stam van Levi, hebbende geen bijzonder land en zijnde onder de andere stammen verstrooid, komt niet in rekening.

Hertaald: een stam Versta hieronder de stam Juda, hoewel de stam Simeon daar enigszins mee vermengd was, en ook een deel van de stam Benjamin. Bij de tien stammen worden Efraïm en Manasse als twee stammen geteld, maar de stam Levi, die geen eigen gebied had en onder de andere stammen verspreid woonde, telt niet mee.

Mijns knechts Zie boven, vs.12,13.

Hertaald: Mijns knechts Zie hierboven vers 12, 13.

1 Koningen 11 vers 33

nedergebogen Te weten, om aan te bidden.

Hertaald: nedergebogen Namelijk: om te aanbidden.

den god der Sidoniërs, Of, godin.

Hertaald: den god der Sidoniërs, Of: godin.

gewandeld In den weg des Heeren te wandelen is te leven naar het voorschrift van zijn woord, gelijk de navolgende woorden verklaren. Zie 2 Kon. 21:22; Ps. 119:2, en Ps. 128:1.

Hertaald: gewandeld In de weg van de HEERE wandelen is leven naar het voorschrift van Zijn woord, zoals de volgende woorden uitleggen. Zie 2 Kon. 21:22; Ps. 119:2, en Ps. 128:1.

wat recht is Wat recht is in de ogen des Heeren verklaren de volgende woorden, namelijk, hetgeen naar zijn heilig woord en ordinantie, niet naar menselijke instellingen geschiedt; alzo onder, 1 Kon. 15:5, 11, en 1 Kon. 22:43.

Hertaald: wat recht is Wat recht is in de ogen van de HEERE wordt door de volgende woorden verklaard, namelijk wat gebeurt naar Zijn heilige woord en verordening en niet naar menselijke instellingen; zo ook hieronder 1 Kon. 15:5, 11, en 1 Kon. 22:43.

1 Koningen 11 vers 34

niets van dit koninkrijk Hebreeuws, en dit gehele koninkrijk zal Ik uit zijn hand niet nemen; dat is, niets daarvan. Deze manier van spreken, betekenende niet een particuliere of bijzondere, maar een generale of algemene afzegging en loochening, vindt men zeer dikwijls in de Heilige Schrift, gelijk Gen. 23:6; Joz. 11:14; Ps. 143:2; Matt. 24:22; Rom. 3:20. Zie ook Gen. 39:23.

Hertaald: niets van dit koninkrijk Hebreeuws: en dit hele koninkrijk zal Ik niet uit zijn hand nemen; dat is: niets daarvan. Deze manier van spreken, die geen gedeeltelijke maar een algehele ontkenning uitdrukt, komt zeer vaak voor in de Heilige Schrift, zoals in Gen. 23:6; Joz. 11:14; Ps. 143:2; Matth. 24:22; Rom. 3:20. Zie ook Gen. 39:23.

1 Koningen 11 vers 35

Ik zal Hebreeuws, en Ik zal dat geven, [te weten] tien stammen.

Hertaald: Ik zal Hebreeuws: en Ik zal dat geven, [namelijk] tien stammen.

1 Koningen 11 vers 36

zal Ik een stam geven; Zie boven, vs.32.

Hertaald: zal Ik een stam geven; Zie hierboven vers 32.

altijd Hebreeuws, alle dagen. Versta, in den stam van Juda, tot op de toekomst van den Messias. Want van David af tot de Babylonische gevangenis is de koninklijke regering in Juda gebleven; daarna de vorstelijke macht en het Sanhedrin, tot op Christus, wiens koninkrijk eeuwig is.

Hertaald: altijd Hebreeuws: alle dagen. Versta hieronder: in de stam Juda, tot aan de komst van de Messias. Want van David af tot aan de Babylonische ballingschap is het koningschap in Juda gebleven, en daarna de vorstelijke macht en het Sanhedrin, tot op Christus, Wiens koninkrijk eeuwig is.

lamp Of, kaars, of licht; dat is, navolgens in het koninkrijk, zijnde voorbeelden des Heeren Christus. Zo wordt dit woord ook genomen 2 Sam. 21:17. Zie mede onder, 1 Kon. 15:4; 2 Kron. 21:7; Ps. 132:17.

Hertaald: lamp Of: kaars, of licht; dat is: nakomelingen in het koninkrijk, die voorafbeeldingen waren van de Heere Christus. Zo wordt dit woord ook gebruikt in 2 Sam. 21:17. Zie ook hieronder 1 Kon. 15:4; 2 Kron. 21:7; Ps. 132:17.

Mijn Naam Zie boven, 1 Kon. 8:16.

Hertaald: Mijn Naam Zie hierboven 1 Kon. 8:16.

1 Koningen 11 vers 37

over al wat uw ziel zal begeren; Dat is, als een souverein vorst over een groot, machtig en welgezegend land; gelijk deze dingen gemeenlijk van koningen begeerd worden.

Hertaald: over al wat uw ziel zal begeren; Dat is: als een soeverein vorst over een groot, machtig en rijk gezegend land, zoals koningen dat gewoonlijk verlangen.

over Israël Dat is, over het merendeel des volks.

Hertaald: over Israël Dat is: over het grootste deel van het volk.

1 Koningen 11 vers 38

met u zal zijn, Zie Gen. 21:22, en Gen. 26:24.

Hertaald: met u zal zijn, Zie Gen. 21:22 en Gen. 26:24.

u een bestendig huis bouwen, Dat is, uw koninkrijk zo bevestigen, dat het bij uw nakomelingen blijven zal. Vergelijk 1 Sam. 2:35; 2 Sam. 7:16.

Hertaald: u een bestendig huis bouwen, Dat is: uw koningschap zo bevestigen dat het bij uw nakomelingen blijven zal. Vergelijk 1 Sam. 2:35; 2 Sam. 7:16.

1 Koningen 11 vers 39

niet altijd Hebreeuws, niet ten allen dage. Want de Messias, die uit het zaad Davids naar het vlees voortkomen zou en in het koninkrijk op het geestelijke manier opvolgen, zou niet alleen over al de stammen Israëls, maar ook over de gehele wereld heerschappij hebben.

Hertaald: niet altijd Hebreeuws: niet al de dagen. Want de Messias, Die naar het vlees uit het nageslacht van David zou voortkomen en Die op geestelijke wijze in het koninkrijk zou opvolgen, zou niet alleen over alle stammen van Israël heersen, maar over de hele wereld.

1 Koningen 11 vers 41

der geschiedenissen van Sálomo, Hebreeuws, der woorden.

Hertaald: der geschiedenissen van Sálomo, Hebreeuws: van de woorden.

in het boek Hiermede moet men niet verstaan de twee boeken der Kronieken, die lang daarna, zo men houdt, van Ezra eerst geschreven zijn, maar een ander boek, in hetwelk de handelingen en geschiedenissen van Salomo in het lange verhaald waren, hetwelk niet meer voorhanden is.

Hertaald: in het boek Hiermee moet men niet de twee boeken van de Kronieken bedoelen, die naar men aanneemt pas lang daarna door Ezra geschreven zijn, maar een ander boek waarin de daden en de geschiedenis van Salomo uitvoerig verhaald waren en dat niet meer bestaat.

1 Koningen 11 vers 42

De tijd nu, Hebreeuws, de dagen.

Hertaald: De tijd nu, Hebreeuws: de dagen.

1 Koningen 11 vers 43

Rehábeam, Genoemd, Matt. 1:7, Roboam.

Hertaald: Rehábeam, In Matth. 1:7 Roboam genoemd.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Namen Personen die in dit hoofdstuk genoemd worden
Hadad  — (vernoemd naar de Edomitische god Hadad)

Een Edomiet van koninklijken bloede. Als kind ontkwam hij, toen Joab in Davids opdracht alle mannen van Edom ombracht, en vluchtte naar Egypte, waar Farao hem gastvrij ontving en hem de zuster van zijn eigen vrouw Tachpenes tot vrouw gaf. Na Davids en Joabs dood keerde hij naar zijn land terug en werd hij, tegen het einde van Salomo's regering, een tegenstander van Israël (1 Kon. 11:14-22, 25).

Tachpenes  — betekenis onzeker

De Egyptische koningin, gemalin van de Farao die Hadad de Edomiet opnam; zij liet haar zuster aan Hadad tot vrouw geven en voedde hun zoon Genubath op in het huis van Farao (1 Kon. 11:19-20).

Genubath  — diefstal

Zoon van Hadad de Edomiet en de zuster van koningin Tachpenes; hij werd opgevoed in het huis van Farao, te midden van diens eigen zonen (1 Kon. 11:20).

Rezon  — vorst, heerser

Zoon van Eljada, die van zijn heer Hadad-ezer, koning van Zoba, gevlucht was toen David hem versloeg. Hij werd het hoofd van een roversbende, veroverde Damaskus en werd daar koning; hij was Israël vijandig gezind, al de dagen van Salomo (1 Kon. 11:23-25).

Ahia (de Siloniet)  — broeder des HEEREN

Een profeet uit Silo, niet te verwarren met Ahia, de zoon van Sisa, Salomo's schrijver. Hij ontmoette Jerobeam op de weg, scheurde zijn nieuwe kleed in twaalf stukken en gaf Jerobeam er tien van, als teken dat de HEERE hem tien stammen van Israël zou geven na de scheuring van het rijk (1 Kon. 11:29-39). Later profeteerde hij ook tegen Jerobeams huis, toen diens vrouw hem in vermomming kwam raadplegen over hun zieke zoon (1 Kon. 14:1-18).

Sisak  — betekenis onzeker (Egyptische naam)

Koning van Egypte, bij wie Jerobeam een toevlucht zocht toen Salomo hem naar het leven stond (1 Kon. 11:40). In het vijfde jaar van Rehabeam trok hij tegen Jeruzalem op en nam de schatten van de tempel en het paleis weg (1 Kon. 14:25-26).

Jerobeam  — het volk vermeerdert zich (of: hij twist met het volk)

Zoon van Nebat, een Efraïmiet van Zereda, dienaar van Salomo, die door de profeet Ahia werd aangewezen als de toekomstige koning over tien stammen. Uit vrees voor Salomo vluchtte hij naar Egypte, tot koning Sisak, en keerde na Salomo's dood terug om de eerste koning van het afgescheiden rijk Israël te worden. Hij maakte twee gouden kalveren te Beth-El en Dan om te voorkomen dat het volk naar Jeruzalem zou trekken, en werd daardoor het toonbeeld van de koning "die Israël deed zondigen" (1 Kon. 11:26-40; 12:1-33; 14:1-20).

Rehabeam  — hij verruimt het volk

Zoon van Salomo en Naäma, de Ammonietische, en diens opvolger als koning. Door de raad van de jonge mannen te volgen in plaats van die van de oudsten, maakte hij het volk zijn juk nog zwaarder, wat leidde tot de scheuring van het rijk: tien stammen volgden Jerobeam, en alleen Juda (en Benjamin) bleven Rehabeam trouw. In zijn vijfde regeringsjaar plunderde Sisak van Egypte Jeruzalem (1 Kon. 11:43; 12:1-24; 14:21-31).

Alle bijbelse namen in één overzicht →

Easton’s Bible Dictionary, © hertaald naar het Nederlands door Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Salomo's hart geneigd (de val van de wijste koning)  — op zijn oude dag neigen Salomo's vreemde vrouwen zijn hart achter andere goden, zodat "zijn hart niet volkomen was met den HEERE, zijn God, gelijk het hart van zijn vader David" (1 Kon. 11:4)

Salomo verbond zich aan vrouwen uit juist die volken waarover de HEERE gezegd had: "Gijlieden zult tot hen niet ingaan, en zij zullen tot u niet inkomen; zij zouden zekerlijk uw hart achter hun goden neigen" (1 Kon. 11:2). Hij had zevenhonderd vrouwen, vorstinnen, en driehonderd bijwijven, en aan deze hing hij met liefde (1 Kon. 11:1-3). Wat de waarschuwing voorzegd had, gebeurde woordelijk: in zijn ouderdom neigden zij zijn hart achter andere goden (1 Kon. 11:4). Hij wandelde Astoreth na, en Milchom, en bouwde hoogten voor Kamos en Molech op de berg tegenover Jeruzalem (1 Kon. 11:5-8). Daarom vertoornde Zich de HEERE tegen hem, Die hem tweemaal verschenen was en hem juist dit verboden had (1 Kon. 11:9-10). Het vonnis luidt: "Ik zal gewisselijk dit koninkrijk van u scheuren, en datzelve uw knecht geven" (1 Kon. 11:11). Om Davids wil wordt de uitvoering uitgesteld tot de dagen van Salomo's zoon, en blijft één stam gespaard (1 Kon. 11:12-13).

Bijbelse betekenis: De Schrift wijt Salomo's val niet aan een plotselinge afval, maar aan een hart dat langzaam meegetrokken werd. Hij verloor zijn wijsheid niet; hij hield ze, en week toch af. Kennis van God beschermt dus niet vanzelf tegen afwijken van God. De tekst meet hem niet aan zijn verstand maar aan zijn hart, en de maatstaf is niet zijn eigen begin maar het onverdeelde hart van David. Verzwarend is dat hij deze waarschuwing niet alleen uit de wet kende: de HEERE was hem tweemaal persoonlijk verschenen en had het hem uitdrukkelijk geboden.

Typologie: De wet had de koning eeuwen tevoren precies dit verboden: "Ook zal hij voor zich de vrouwen niet vermenigvuldigen, opdat zijn hart niet afwijke" (Deut. 17:17). Salomo overtrad geen onbekende regel, maar het uitgesproken doel ervan. Nehemia houdt het geslachten later aan zijn eigen tijdgenoten voor: "Heeft niet Salomo, de koning van Israel, daarin gezondigd, hoewel er onder vele heidenen geen koning was, gelijk hij, en hij zijn God lief was?" (Neh. 13:26). En dan valt de slotzin: "Ook hem deden de vreemde vrouwen zondigen" (Neh. 13:26). Wie het verst gevorderd is, staat daarom nog niet vast.

1 Kon. 11:1-13; Deut. 17:17; Neh. 13:26

Het gescheurde kleed van Ahia (tien stukken)  — de profeet Ahia vindt Jerobeam op het veld, scheurt zijn nieuwe kleed in twaalf stukken en zegt: "Neem u tien stukken; want alzo zegt de HEERE, de God Israels: Zie, Ik zal het koninkrijk van de hand van Salomo scheuren, en u tien stammen geven" (1 Kon. 11:31)

Jerobeam, een dapper held die Salomo over de arbeid van het huis van Jozef gesteld had, verlaat Jeruzalem en ontmoet onderweg de profeet Ahia (1 Kon. 11:26-29). Ahia grijpt het nieuwe kleed dat hij draagt en scheurt het in twaalf stukken. Tien daarvan geeft hij Jerobeam, met het woord dat de HEERE het koninkrijk uit Salomo's hand scheuren zal (1 Kon. 11:30-31). Als reden noemt hij de afgoderij van Astoreth, Kamos en Milchom, en het niet wandelen in Gods wegen "gelijk zijn vader David" (1 Kon. 11:33). Salomo zelf houdt de troon zijn leven lang; pas zijn zoon verliest de tien stammen (1 Kon. 11:34-35). Aan Jerobeam wordt daarbij dezelfde voorwaarde gesteld als eerder aan Salomo: hoort hij naar Gods geboden, dan zal de HEERE hem een bestendig huis bouwen, gelijk Hij David gebouwd heeft (1 Kon. 11:38).

Bijbelse betekenis: De profeet spreekt zijn boodschap niet alleen uit, hij doet haar voor. Het gescheurde kleed maakt de scheuring zichtbaar vóór zij plaatsvindt, zodat niemand naderhand kan zeggen dat het een toevalligheid van de politiek was. Even opvallend is de belofte aan Jerobeam: hij krijgt hetzelfde aanbod dat Davids huis ontving, op dezelfde voorwaarde van gehoorzaamheid. Zijn latere val is dus niet zijn lot, maar zijn keus. De HEERE geeft hem een deur die hij zelf dichtdoet.

Typologie: Ditzelfde soort profetische daad, waarbij een woord fysiek voorgedaan wordt vóór het gebeurt, doet ook Agabus: hij "nam den gordel van Paulus, en zichzelven handen en voeten gebonden hebbende, zeide: Dit zegt de Heilige Geest: Den man, wiens deze gordel is, zullen de Joden alzo te Jeruzalem binden, en overleveren in de handen der heidenen" (Hand. 21:11).

1 Kon. 11:26-39

Een lamp voor Mijn aangezicht (om Davids wil)  — bij de aankondiging van de scheuring behoudt de HEERE één stam voor Davids huis, "opdat Mijn knecht David altijd een lamp voor Mijn aangezicht hebbe in Jeruzalem" (1 Kon. 11:36)

Midden in een oordeelswoord staat een uitzondering. Tien stammen gaan naar Jerobeam, maar één stam blijft bij de zoon van Salomo. De reden ligt niet bij die zoon: het is om Davids wil, en om de wil van Jeruzalem, de stad die de HEERE Zich verkoren heeft om Zijn Naam daar te stellen (1 Kon. 11:32,36). Dezelfde uitdrukking keert terug bij de goddeloze Abiam: "Maar om Davids wil, gaf de HEERE, zijn God, hem een lamp in Jeruzalem, verwekkende zijn zoon na hem, en bevestigende Jeruzalem" (1 Kon. 15:4). De lamp brandt daar dus juist waar de koning zelf haar niet verdient.

Bijbelse betekenis: Het beeld is dat van een licht dat brandende gehouden wordt, hoe laag de vlam ook staat. De voortgang van Davids huis rust niet op de vroomheid van de opeenvolgende koningen, want die ontbreekt vaak volkomen, maar op Gods trouw aan Zijn eigen belofte. Hier ligt de vastheid van het verbond met David (reeds behandeld bij Het verbond met David, 2 Sam. 7:12-16): niet in mensen, maar in de Belover. Zo blijft, dwars door de eeuwen van verval heen, de lijn open waaruit de Christus voortkomt.

Typologie: Eerder was David zelf de lamp genoemd die zijn mannen niet wilden laten uitblussen (2 Sam. 21:17, reeds behandeld bij De lamp van Israël). Nu is hij het niet meer die brandt, maar de belofte die om hem heen blijft branden. Uiteindelijk is de vervulling niet een dynastie maar een Persoon, Die Zichzelf het Licht der wereld noemt (Joh. 8:12).

1 Kon. 11:32,36; 1 Kon. 15:4; 2 Sam. 7:12-16; 2 Sam. 21:17; Joh. 8:12

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Het verbond niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding uitwerking

Zijn vrouwen neigden zijn hart — 11:1-13

Het elfde hoofdstuk van 1 Koningen doet met Salomo wat het elfde hoofdstuk van 2 Samuël met zijn vader deed: het beschrijft het punt waarop het misgaat. Bij David ging het om één vrouw op één avond. Bij Salomo gaat het over jaren.

De wijste koning van Israël raakt zijn hart kwijt, en het gebeurt langzaam en op zijn oude dag.

Het staat er zonder omhaal: “En de koning Salomo had veel vreemde vrouwen lief.” En er staat bij waar zij vandaan kwamen: Moabietische, Ammonietische, Edomietische, Sidonische, Hethietische — precies de volken waarvan God gezegd had dat men er niet mee trouwen moest, en er staat zelfs bij waarom Hij dat gezegd had: zij zouden zekerlijk uw hart achter hun goden neigen.

De waarschuwing wordt dus in hetzelfde vers geciteerd als de overtreding. De reden was bekend, en er is precies gebeurd wat aangekondigd was.

Wat er daarna staat is een tijdsbepaling die aandacht verdient: “Want het geschiedde in den tijd van Salomo's ouderdom, dat zijn vrouwen zijn hart achter andere goden neigden.” Niet in zijn jonge jaren, toen hij nog geen ervaring had. Op zijn oude dag, na alles wat hij gezien had — de verschijning in Gibeon, de tempel, het vuur uit de hemel.

En het woord dat telkens terugkeert is hart. Zijn vrouwen neigden zijn hart; zijn hart was niet volkomen met de HEERE zijn God. De man die om een verstandig hart gevraagd had, verloor het aan de kant waar hij het niet verwachtte.

Gods antwoord is streng en het is verbondstaal: “Ik zal gewisselijk dit koninkrijk van u scheuren, en datzelve uw knecht geven.” Maar er komen twee beperkingen achteraan, en beide hebben dezelfde grond. “In uw dagen nochtans zal Ik dat niet doen, om uws vaders Davids wil.” En: “een stam zal Ik uw zoon geven, om Mijns knechts Davids wil, en om Jeruzalems wil, dat Ik verkoren heb.”

Tweemaal om Davids wil. De belofte aan David houdt de scheur tegen zolang Salomo leeft, en zij zorgt dat er één stam overblijft. God verbreekt Zijn verbond niet, ook niet wanneer de koning het wel doet.

Zo staat dit hoofdstuk in de lijn van het verbond, en het laat zien waar de vastheid ervan ligt. Niet in de trouw van de koning — die viel weg — maar in een eed die eerder gedaan was. Diezelfde stam Juda blijft over, en langs die ene stam loopt het geslachtsregister van Mattheüs 1 door.

Paulus vat die vastheid in één zin samen: indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw; Hij kan Zichzelven niet verloochenen.

  1. Deuteronomium 17:17 — De wet had de koning verboden vele vrouwen te nemen.
  2. 1 Koningen 11:2 — De waarschuwing wordt in hetzelfde vers geciteerd als de overtreding.
  3. 1 Koningen 11:4 — Het gebeurde op zijn oude dag, na alles wat hij gezien had.
  4. 1 Koningen 11:11 — Ik zal dit koninkrijk van u scheuren.
  5. 1 Koningen 11:12-13 — Maar tweemaal een beperking, en beide om Davids wil.
  6. 2 Timotheüs 2:13 — Indien wij ontrouw zijn, Hij blijft getrouw; Hij kan Zichzelven niet verloochenen.

In het Nieuwe Testament: 2 Timotheüs 2:13; 2 Samuël 7:14-16; Deuteronomium 17:17; Mattheüs 1:7; Nehemia 13:26

Hoever dit reikt: Het Nieuwe Testament haalt 1 Koningen 11 niet aan; wel wordt Salomo in Nehemia 13 als waarschuwend voorbeeld genoemd. Wat hier gelegd wordt rust op wat het hoofdstuk zelf zegt: het koninkrijk wordt gescheurd, en tweemaal wordt de beperking daarvan gegrond op Davids wil. Dat de belofte aan David uiteindelijk in Christus uitkomt, is elders in de Schrift onderbouwd; dit hoofdstuk noemt geen Messias.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

Spurgeons Commentaar

1 Koningen 11

1 Koningen 11:40-43.Kruisverwijzingen1 Koningen 2:102 Koningen 21:182 Kronieken 12:22 Kronieken 9:292 Kronieken 9:31Mattheüs 1:72 Kronieken 16:10Klaagliederen 3:37
— Daarom zocht Salomo Jerobeam te doden; maar Jerobeam maakte zich op, en vlood in Egypte, tot Sisak, den koning van Egypte, en was in Egypte, totdat Salomo stierf. Het overige nu der geschiedenissen van Salomo, en al wat hij gedaan heeft, en zijn wijsheid, is dat niet geschreven in het boek der geschiedenissen van Salomo? De tijd nu, dien Salomo te Jeruzalem over het ganse Israel regeerde, was veertig jaar. Daarna ontsliep Salomo met zijn vaderen, en werd begraven in de stad van zijn vader David; en Rehabeam, zijn zoon, werd koning in zijn plaats.
God had Salomo gedreigd, omdat hij andere goden had opgericht, dat Hij een groot deel van het koninkrijk van hem zou afscheuren en een andere koning in zijn plaats zou stellen. Na grote bergen komen er gewoonlijk lage heuvels. Na Salomo komt Rehabeam. De genade loopt niet in het bloed, daarvan mogen wij zeker zijn; want zelfs de menselijke wijsheid daalt niet van vader op zoon neer. Er is geen noodzakelijke overdracht van gaven en talenten, en nog veel minder van genade, van het ene geslacht op het andere.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content