Gratis Studiebijbel – Spurgeon Studiebijbel SV

Gratis online Studiebijbel met Spurgeon-commentaar

De Spurgeon Studiebijbel is een gratis online studiebijbel waarmee u de Bijbel kunt lezen en bestuderen. U vindt hier de Statenvertaling met het commentaar van C.H. Spurgeon, kruisverwijzingen, kanttekeningen, Bijbelse namen, plaatsen en begrippen, Strong-nummers en meer. Ook kunt u per hoofdstuk ontdekken wat de Bijbel zegt over Christus. Zo hebt u niet alleen de Bijbeltekst bij de hand, maar ook allerlei hulpmiddelen om Gods Woord beter te begrijpen. De Studiebijbel is vrij toegankelijk en kan volledig online worden gebruikt, zonder abonnement of aankoop van een boek.

Over deze StudieBijbel

Naast de Bijbeltekst staan verschillende vensters open. Zij zijn niet van één hand, en dat is met opzet. Hieronder staat wie waarvoor verantwoordelijk is.

De Bijbeltekst

De tekst is de Statenvertaling, de vertaling die de Staten-Generaal in 1618 liet maken en die in 1637 verscheen. Zij is hier onveranderd overgenomen.

De kanttekeningen

De kanttekeningen zijn van de Statenvertalers zelf. Dat maakt ze bijzonder: het zijn geen latere verklaringen van buitenaf, maar de aantekeningen van de mannen die de grondtekst vertaalden, geschreven terwijl zij eraan werkten. Waar zij twijfelden, schreven zij het op. Waar een Hebreeuws of Grieks woord meer dan één kant op kon, noemden zij beide. Zo kijkt de lezer mee over de schouder van de vertaler.

De hertaling naar hedendaags Nederlands is van Teun van der Plas. De inhoud is daarbij gevolgd, niet vervangen; de bedoeling was het oude Nederlands weg te nemen en niets anders.

Het commentaar, de citaten en de overdenkingen

Deze zijn van Charles Haddon Spurgeon (1834-1892), vertaald in het Nederlands. Zij komen uit zijn Bijbelcommentaar en uit zijn preken en geschriften.

De verklaring van Dächsel

Het paneel met de Bijbelverklaring is niet van Spurgeon maar van Karl August Dächsel (1818-1901), wiens verklaring van de hele Bijbel in het Nederlands beschikbaar is.

Namen, plaatsen en begrippen

De registers van Bijbelse namen, plaatsen en begrippen gaan terug op oudere naslagwerken, waaronder Easton's Bible Dictionary en de International Standard Bible Encyclopedia. Zij zijn hertaald naar het Nederlands en aangevuld door Teun van der Plas.

Christus in dit hoofdstuk

Dit register is geschreven door Teun van der Plas, op grond van de kanttekeningen en de genoemde bronnen. Bij elke heenwijzing staat aangegeven hoe stevig zij is: of het Nieuwe Testament de plaats zelf op Christus toepast, of dat het om een verantwoorde uitleg of een oude overlevering van de kerk gaat. Wat de Schrift niet zegt, wordt ook niet als haar woord gepresenteerd.

Waarom deze uitgave bijzonder is

Wat hier bij elkaar staat, stond nooit eerder bij elkaar. De kanttekeningen van 1637 en het commentaar van Spurgeon zijn door tweeënhalve eeuw gescheiden, en de een is Nederlands en gereformeerd, de ander Engels en baptistisch; toch lezen zij dezelfde tekst, en juist naast elkaar wordt zichtbaar wat zij delen.

Daarbij is alles hertaald in hedendaags Nederlands, is de Statenvertaling zelf ongewijzigd gebleven, en loopt door alle registers heen de vraag waar de Schrift zelf op uitloopt: op Christus. Dat is geen invulling achteraf, maar wat Hij op de Emmausweg zelf deed, beginnende van Mozes en van al de profeten.

© Teun van der Plas

1 Johannes 2

1 Mijn kinderkens, ik schrijf u deze dingen, opdat gij niet zondigt. En indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij den Vader, Jezus Christus, den Rechtvaardige;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

1 Mijn kinderkensG5040, ikG1473 schrijfG1125 uG4771 dezeG3778 dingen, opdatG2443 gij nietG3361 zondigtG264. EnG2532 indienG1437 iemandG5100 gezondigdG264 heeft, wij hebben een VoorspraakG3875 bijG4314 den VaderG3962, JezusG2424 ChristusG5547, den RechtvaardigeG1342; Mijn kinderkens, ik schrijf u deze dingen, opdat gij niet zondigt. En indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij den Vader, Jezus Christus, den Rechtvaardige;

KJV My little children,1 these things write I4 unto you, that ➔ ye sin8 not. And9 if10 any man11 sin,12 we have14 an advocate13 with15 the Father,17 Jesus18 Christ19 the righteous:20

1 τεκνια G5040 kinderkens, Kinderkens little children 2 μου G1473 mij, ik I, me 3 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 4 γραφω G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 5 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 6 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 7 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 8 αμαρτητε G264 gezondigd, zondigt, zondigen for your faults, offend, sin, trespass 9 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 10 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 11 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 12 αμαρτη G264 gezondigd, zondigt, zondigen for your faults, offend, sin, trespass 13 παρακλητον G3875 Trooster, Voorspraak advocate, comforter 14 εχομεν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 15 προς G4314 tot, bij, aan about, according to , against, among, at, because of, before, between, (where-)by, for, X at thy house, in, for intent, nigh unto, of, which pertain to, that, to (the end that), X together, to (you) -ward, unto, with(-in) 16 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 πατερα G3962 Vader, vader, vaders father, parent 18 ιησουν G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 19 χριστον G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 20 δικαιον G1342 rechtvaardig, rechtvaardigen, rechtvaardige just, meet, right(-eous)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
2 En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der gehele wereld.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

2 En HijG846 isG1510 een verzoeningG2434 voor onze zondenG266; en nietG3756 alleen voor de onze, maar ookG2532 voor de zonden der gehele wereldG2889. En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der gehele wereld.

KJV And1 he2 is the propitiation3 for5 our sins:7 and13 not9 for10 ours12 only,14 but15 also16 for17 the sins of the whole18 world.20

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 3 ιλασμος G2434 verzoening propitiation 4 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 5 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 6 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 αμαρτιων G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful) 8 ημων G1473 mij, ik I, me 9 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 10 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 11 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 ημετερων G2251 onze, het onze our, your (by a different reading) 13 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 14 μονον G3440 alleen, slechts alone, but, only 15 αλλα G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 18 ολου G3650 geheel, alles, gansen all, altogether, every whit, + throughout, whole 19 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 κοσμου G2889 wereld, versiersel adorning, world
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
3 En hieraan kennen wij, dat wij Hem gekend hebben, zo wij Zijn geboden bewaren.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

3 EnG2532 hieraan kennenG1097 wij, dat wij HemG846 gekendG1097 hebben, zoG1437 wij Zijn gebodenG1785 bewarenG5083. En hieraan kennen wij, dat wij Hem gekend hebben, zo wij Zijn geboden bewaren.

KJV And1 hereby2 we do know4 that5 we know6 him,7 if8 we keep12 his11 commandments.10

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 3 τουτω G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 4 γινωσκομεν G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 5 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 6 εγνωκαμεν G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 7 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 9 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 εντολας G1785 gebod, geboden, bevel commandment, precept 11 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 τηρωμεν G5083 bewaard, bewaren, bewaart hold fast, keep(- er), (pre-, re-)serve, watch
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
4 Die daar zegt: Ik ken Hem, en Zijn geboden niet bewaart, die is een leugenaar, en in dien is de waarheid niet;
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

4 Die daar zegtG3004: Ik kenG1097 HemG846, enG2532 Zijn gebodenG1785 niet bewaartG5083, die is een leugenaarG5583, enG2532 inG1722 dien isG1510 de waarheidG225 niet; Die daar zegt: Ik ken Hem, en Zijn geboden niet bewaart, die is een leugenaar, en in dien is de waarheid niet;

KJV He that saith,2 I know3 him,4 and5 keepeth10 not9 his8 commandments,7 is a liar,11 and13 the truth17 is not18 in14 him.

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 εγνωκα G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 4 αυτον G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 τας G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 εντολας G1785 gebod, geboden, bevel commandment, precept 8 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 10 τηρων G5083 bewaard, bewaren, bewaart hold fast, keep(- er), (pre-, re-)serve, watch 11 ψευστης G5583 leugenaar, leugenachtig, leugenaars liar 12 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 15 τουτω G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 16 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 αληθεια G225 waarheid, Waarheid, ware true, X truly, truth, verity 18 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 19 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
5 Maar zo wie Zijn Woord bewaart, in dien is waarlijk de liefde Gods volmaakt geworden; hieraan kennen wij, dat wij in Hem zijn.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

5 MaarG1161 zo wie Zijn WoordG3056 bewaartG5083, inG1722 dien is waarlijkG230 de liefdeG26 GodsG2316 volmaaktG5048 geworden; hieraan kennenG1097 wij, dat wij inG1722 HemG846 zijn. Maar zo wie Zijn Woord bewaart, in dien is waarlijk de liefde Gods volmaakt geworden; hieraan kennen wij, dat wij in Hem zijn.

KJV But2 whoso1 keepeth3 his5 word,7 in9 him verily8 is15 ➔ the love12 of God14 perfected: hereby16 know we18 that19 we are in20 him.21

1 ος G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 2 δ G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 4 τηρη G5083 bewaard, bewaren, bewaart hold fast, keep(- er), (pre-, re-)serve, watch 5 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 λογον G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 8 αληθως G230 waarlijk, Waarlijk, waarachtiglijk indeed, surely, of a surety, truly, of a (in) truth, verily, very 9 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 10 τουτω G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 11 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 αγαπη G26 liefde, liefdemaaltijden, liefhebben (feast of) charity(-ably), dear, love 13 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 15 τετελειωται G5048 volmaakt, heiligen, voleindigd consecrate, finish, fulfil, make) perfect 16 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 17 τουτω G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 18 γινωσκομεν G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 19 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 20 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 21 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 22 εσμεν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
6 Die zegt, dat hij in Hem blijft, die moet ook zelf alzo wandelen, gelijk Hij gewandeld heeft.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

6 Die zegtG3004, dat hij inG1722 Hem blijftG3306, die moetG3784 ookG2532 zelfG846 alzoG3779 wandelenG4043, gelijk Hij gewandeldG4043 heeft. Die zegt, dat hij in Hem blijft, die moet ook zelf alzo wandelen, gelijk Hij gewandeld heeft.

KJV He that saith2 he abideth5 in3 him4 ought6 himself11 also10 so12 to walk,9 even as7 he8 walked.13

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 4 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 5 μενειν G3306 blijft, bleef, blijve abide, continue, dwell, endure, be present, remain, stand, tarry (for), X thine own 6 οφειλει G3784 schuldig, moet, moeten behove, be bound, (be) debt(-or), (be) due(-ty), be guilty (indebted), (must) need(-s), ought, owe, should 7 καθως G2531 gelijk, zoals according to, (according, even) as, how, when 8 εκεινος G1565 die, dien, dezen he, it, the other (same), selfsame, that (same, very), X their, X them, they, this, those 9 περιεπατησεν G4043 wandelen, wandelt, wandelende go, be occupied with, walk (about) 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 12 ουτως G3779 alzo, aldus, zo after that, after (in) this manner, as, even (so), for all that, like(-wise), no more, on this fashion(-wise), so (in like manner), thus, what 13 περιπατειν G4043 wandelen, wandelt, wandelende go, be occupied with, walk (about)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
7 Broeders! Ik schrijf u geen nieuw gebod, maar een oud gebod, dat gij van den beginne gehad hebt; dit oud gebod is het woord, dat gij van den beginne gehoord hebt.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

7 BroedersG80! Ik schrijfG1125 uG4771 geenG3756 nieuwG2537 gebodG1785, maarG235 een oudG3820 gebodG1785, datG3739 gij vanG575 den beginneG746 gehad hebt; dit oudG3820 gebodG1785 isG1510 het woordG3056, datG3739 gij vanG575 den beginneG746 gehoordG191 hebt. Broeders! Ik schrijf u geen nieuw gebod, maar een oud gebod, dat gij van den beginne gehad hebt; dit oud gebod is het woord, dat gij van den beginne gehoord hebt.

KJV Brethren,1 I write5 no2 new4 commandment3 unto you, but7 an old9 commandment8 which10 ye had11 from12 the beginning.13 The old17 commandment15 is the word20 which21 ye have heard22 from23 the beginning.24

1 αδελφοι G80 broeders, broeder, broederen brother 2 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 3 εντολην G1785 gebod, geboden, bevel commandment, precept 4 καινην G2537 nieuw, nieuwe, nieuwen new 5 γραφω G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 6 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 7 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 8 εντολην G1785 gebod, geboden, bevel commandment, precept 9 παλαιαν G3820 oude, oud, ouden old 10 ην G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 11 ειχετε G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 12 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 13 αρχης G746 beginne, begin, overheden beginning, corner, (at the, the) first (estate), magistrate, power, principality, principle, rule 14 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 εντολη G1785 gebod, geboden, bevel commandment, precept 16 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 παλαια G3820 oude, oud, ouden old 18 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 19 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 λογος G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 21 ον G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 22 ηκουσατε G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 23 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 24 αρχης G746 beginne, begin, overheden beginning, corner, (at the, the) first (estate), magistrate, power, principality, principle, rule
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
8 Wederom schrijf ik u een nieuw gebod: hetgeen waarachtig is in Hem, zij ook in u waarachtig; want de duisternis gaat voorbij, en het waarachtige licht schijnt nu.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

8 WederomG3825 schrijfG1125 ik uG4771 een nieuwG2537 gebodG1785: hetgeenG3739 waarachtigG227 isG1510 inG1722 HemG846, zij ookG2532 inG1722 uG4771 waarachtig; wantG3754 de duisternisG4653 gaat voorbijG3855, enG2532 het waarachtigeG228 lichtG5457 schijntG5316 nu. Wederom schrijf ik u een nieuw gebod: hetgeen waarachtig is in Hem, zij ook in u waarachtig; want de duisternis gaat voorbij, en het waarachtige licht schijnt nu.

KJV Again,1 a new3 commandment2 I write4 unto you, which thing6 is true8 in9 him10 and11 in12 you: because14 the darkness16 is past,17 and18 the true22 light20 now23 shineth.24

1 παλιν G3825 wederom, opnieuw again 2 εντολην G1785 gebod, geboden, bevel commandment, precept 3 καινην G2537 nieuw, nieuwe, nieuwen new 4 γραφω G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 5 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 6 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 7 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 8 αληθες G227 waarachtig, waarachtige, waarachtigen true, truly, truth 9 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 10 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 13 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 14 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 15 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 16 σκοτια G4653 duisternis, duister dark(-ness) 17 παραγεται G3855 voorbij, voorbijgaande, voorbijging depart, pass (away, by, forth) 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 φως G5457 licht, Licht, lichts fire, light 21 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 αληθινον G228 waarachtig, waarachtige, ware true 23 ηδη G2235 alrede, Alrede already, (even) now (already), by this time 24 φαινει G5316 schijnt, schijnen, mogen appear, seem, be seen, shine, X think
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
9 Die zegt, dat hij in het licht is, en zijn broeder haat, die is in de duisternis tot nog toe.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

9 Die zegtG3004, dat hijG846 inG1722 het lichtG5457 isG1510, enG2532 zijn broederG80 haatG3404, die is inG1722 de duisternisG4653 tot nogG737 toe. Die zegt, dat hij in het licht is, en zijn broeder haat, die is in de duisternis tot nog toe.

KJV He that saith2 he is in3 the light,5 and7 hateth11 his10 brother,9 is in12 darkness14 even until16 now.17

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 λεγων G3004 zeggende, zeide, zeg ask, bid, boast, call, describe, give out, name, put forth, say(-ing, on), shew, speak, tell, utter 3 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 4 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 φωτι G5457 licht, Licht, lichts fire, light 6 ειναι G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 7 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 8 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 αδελφον G80 broeders, broeder, broederen brother 10 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 11 μισων G3404 haat, gehaat, haten hate(-ful) 12 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 13 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 σκοτια G4653 duisternis, duister dark(-ness) 15 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 16 εως G2193 tot, totdat even (until, unto), (as) far (as), how long, (un-)til(-l), (hither-, un-, up) to, while(-s) 17 αρτι G737 nu, thans, terstond this day (hour), hence(-forth), here(-after), hither(-to), (even) now, (this) present
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
10 Die zijn broeder liefheeft, blijft in het licht, en geen ergernis is in hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

10 Die zijn broederG80 liefheeftG25, blijftG3306 inG1722 het lichtG5457, enG2532 geenG3756 ergernisG4625 isG1510 inG1722 hemG846. Die zijn broeder liefheeft, blijft in het licht, en geen ergernis is in hem.

KJV He that loveth2 his5 brother4 abideth9 in6 the light,8 and10 there is none14 occasion of stumbling11 in12 him.13

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 αγαπων G25 liefhebben, lief, liefgehad (be-)love(-ed) 3 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 αδελφον G80 broeders, broeder, broederen brother 5 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 6 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 7 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 φωτι G5457 licht, Licht, lichts fire, light 9 μενει G3306 blijft, bleef, blijve abide, continue, dwell, endure, be present, remain, stand, tarry (for), X thine own 10 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 11 σκανδαλον G4625 ergernis, ergernissen, aanstoot occasion to fall (of stumbling), offence, thing that offends, stumblingblock 12 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 13 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 14 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 15 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
11 Maar die zijn broeder haat, is in de duisternis, en wandelt in de duisternis, en weet niet, waar hij henengaat; want de duisternis heeft zijn ogen verblind.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

11 MaarG1161 die zijn broederG80 haatG3404, is inG1722 de duisternisG4653, en wandeltG4043 inG1722 de duisternisG4653, en weetG1492 nietG3756, waar hijG846 henengaatG5217; wantG3754 de duisternisG4653 heeft zijn ogenG3788 verblindG5186. Maar die zijn broeder haat, is in de duisternis, en wandelt in de duisternis, en weet niet, waar hij henengaat; want de duisternis heeft zijn ogen verblind.

KJV But2 he that hateth3 his6 brother5 is in7 darkness,9 and11 walketh15 in12 darkness,14 and16 knoweth18 not17 whither he goeth,20 because21 that darkness23 hath blinded24 his27 eyes.26

1 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 2 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 3 μισων G3404 haat, gehaat, haten hate(-ful) 4 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 αδελφον G80 broeders, broeder, broederen brother 6 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 8 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 σκοτια G4653 duisternis, duister dark(-ness) 10 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 13 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 σκοτια G4653 duisternis, duister dark(-ness) 15 περιπατει G4043 wandelen, wandelt, wandelende go, be occupied with, walk (about) 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 18 οιδεν G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 19 που G4225 ergens about, a certain place 20 υπαγει G5217 heenga, heengaan, heengaat depart, get hence, go (a-)way 21 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 22 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 σκοτια G4653 duisternis, duister dark(-ness) 24 ετυφλωσεν G5186 verblind blind 25 τους G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 οφθαλμους G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 27 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
12 Ik schrijf u, kinderkens, want de zonden zijn u vergeven om Zijns Naams wil.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

12 Ik schrijfG1125 uG4771, kinderkensG5040, wantG3754 de zondenG266 zijn uG4771 vergevenG863 omG1223 Zijns NaamsG3686 wil. Ik schrijf u, kinderkens, want de zonden zijn u vergeven om Zijns Naams wil.

KJV I write1 unto you, little children,3 because4 your sins8 are forgiven5 you for9 ➔ his12 name's11 sake.

1 γραφω G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 2 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 3 τεκνια G5040 kinderkens, Kinderkens little children 4 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 5 αφεωνται G863 vergeven, verlaten, liet cry, forgive, forsake, lay aside, leave, let (alone, be, go, have), omit, put (send) away, remit, suffer, yield up 6 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 7 αι G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 αμαρτιαι G266 zonde, zonden, zondigen offence, sin(-ful) 9 δια G1223 door, om, vanwege after, always, among, at, to avoid, because of (that), briefly, by, for (cause) … fore, from, in, by occasion of, of, by reason of, for sake, that, thereby, therefore, X though, through(-out), to, wherefore, with (-in) 10 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ονομα G3686 Naam, naam, name called, (+ sur-)name(-d) 12 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
13 Ik schrijf u, vaders! want gij hebt Hem gekend, Die van den beginne is. Ik schrijf u, jongelingen, want gij hebt den boze overwonnen. Ik schrijf u, kinderen, want gij hebt den Vader gekend.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

13 Ik schrijfG1125 uG4771, vadersG3962! wantG3754 gij hebt Hem gekendG1097, Die vanG575 den beginneG746 is. Ik schrijfG1125 uG4771, jongelingenG3495, wantG3754 gij hebt den bozeG4190 overwonnenG3528. Ik schrijfG1125 uG4771, kinderenG3813, wantG3754 gij hebt den VaderG3962 gekendG1097. Ik schrijf u, vaders! want gij hebt Hem gekend, Die van den beginne is. Ik schrijf u, jongelingen, want gij hebt den boze overwonnen. Ik schrijf u, kinderen, want gij hebt den Vader gekend.

KJV I write1 unto you, fathers,3 because4 ye have known5 him that is from7 the beginning.8 I write9 unto you, young men,11 because12 ye have overcome13 the wicked one.15 I write16 unto you, little children,18 because19 ye have known20 the Father.22

1 γραφω G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 2 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 3 πατερες G3962 Vader, vader, vaders father, parent 4 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 5 εγνωκατε G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 8 αρχης G746 beginne, begin, overheden beginning, corner, (at the, the) first (estate), magistrate, power, principality, principle, rule 9 γραφω G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 10 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 11 νεανισκοι G3495 jongeling, jongelingen, Jongeling young man 12 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 13 νενικηκατε G3528 overwint, overwonnen, overwinnen conquer, overcome, prevail, get the victory 14 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 πονηρον G4190 boze, boos, bozen bad, evil, grievous, harm, lewd, malicious, wicked(-ness) 16 γραφω G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 17 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 18 παιδια G3813 kindeken, Kindeken, kinderen (little, young) child, damsel 19 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 20 εγνωκατε G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 21 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 πατερα G3962 Vader, vader, vaders father, parent
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
14 Ik heb u geschreven, vaders, want gij hebt Hem gekend, Die van den beginne is. Ik heb u geschreven, jongelingen, want gij zijt sterk, en het Woord Gods blijft in u, en gij hebt den boze overwonnen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

14 Ik heb u geschrevenG1125, vadersG3962, wantG3754 gij hebt Hem gekendG1097, Die vanG575 den beginneG746 is. Ik heb u geschrevenG1125, jongelingenG3495, wantG3754 gij zijtG1510 sterkG2478, enG2532 het WoordG3056 GodsG2316 blijftG3306 inG1722 u, enG2532 gij hebt den bozeG4190 overwonnenG3528. Ik heb u geschreven, vaders, want gij hebt Hem gekend, Die van den beginne is. Ik heb u geschreven, jongelingen, want gij zijt sterk, en het Woord Gods blijft in u, en gij hebt den boze overwonnen.

KJV I have written1 unto you, fathers,3 because4 ye have known5 him that is from7 the beginning.8 I have written9 unto you, young men,11 because12 ye are strong,13 and15 the word17 of God19 abideth22 in20 you, and23 ye have overcome24 the wicked one.26

1 εγραψα G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 2 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 3 πατερες G3962 Vader, vader, vaders father, parent 4 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 5 εγνωκατε G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 6 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 8 αρχης G746 beginne, begin, overheden beginning, corner, (at the, the) first (estate), magistrate, power, principality, principle, rule 9 εγραψα G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 10 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 11 νεανισκοι G3495 jongeling, jongelingen, Jongeling young man 12 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 13 ισχυροι G2478 sterke, sterken, sterker boisterous, mighty(-ier), powerful, strong(-er, man), valiant 14 εστε G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 15 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 16 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 17 λογος G3056 woord, Woord, woorden account, cause, communication, X concerning, doctrine, fame, X have to do, intent, matter, mouth, preaching, question, reason, + reckon, remove, say(-ing), shew, X speaker, speech, talk, thing, + none of these things move me, tidings, treatise, utterance, word, work 18 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 20 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 21 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 22 μενει G3306 blijft, bleef, blijve abide, continue, dwell, endure, be present, remain, stand, tarry (for), X thine own 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 νενικηκατε G3528 overwint, overwonnen, overwinnen conquer, overcome, prevail, get the victory 25 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 πονηρον G4190 boze, boos, bozen bad, evil, grievous, harm, lewd, malicious, wicked(-ness)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
15 Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is; zo iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

15 Hebt de wereldG2889 niet liefG25, noch hetgeen inG1722 de wereldG2889 is; zoG1437 iemandG5100 de wereldG2889 liefheeftG25, de liefdeG26 des VadersG3962 is niet inG1722 hemG846. Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is; zo iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem.

KJV Love2 not1 the world,4 neither5 the things that are in7 the world.9 If10 any man11 love12 the world,14 the love18 of the Father20 is not15 in21 him.22

1 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 2 αγαπατε G25 liefhebben, lief, liefgehad (be-)love(-ed) 3 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 κοσμον G2889 wereld, versiersel adorning, world 5 μηδε G3366 en niet, ook niet, noch neither, nor (yet), (no) not (once, so much as) 6 τα G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 8 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 9 κοσμω G2889 wereld, versiersel adorning, world 10 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 11 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 12 αγαπα G25 liefhebben, lief, liefgehad (be-)love(-ed) 13 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 κοσμον G2889 wereld, versiersel adorning, world 15 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 16 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 17 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 αγαπη G26 liefde, liefdemaaltijden, liefhebben (feast of) charity(-ably), dear, love 19 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 πατρος G3962 Vader, vader, vaders father, parent 21 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 22 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
16 Want al wat in de wereld is, namelijk de begeerlijkheid des vleses, en de begeerlijkheid der ogen, en de grootsheid des levens, is niet uit den Vader, maar is uit de wereld.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

16 WantG3754 alG3956 wat inG1722 de wereldG2889 is, namelijk de begeerlijkheidG1939 des vlesesG4561, enG2532 de begeerlijkheidG1939 der ogenG3788, enG2532 de grootsheidG212 des levensG979, isG1510 nietG3756 uitG1537 den VaderG3962, maarG235 isG1510 uitG1537 de wereldG2889. Want al wat in de wereld is, namelijk de begeerlijkheid des vleses, en de begeerlijkheid der ogen, en de grootsheid des levens, is niet uit den Vader, maar is uit de wereld.

KJV For1 all2 that is in4 the world,6 the lust8 of the flesh,10 and11 the lust13 of the eyes,15 and16 the pride18 of life,20 is not21 of23 the Father,25 but26 is of27 the world.29

1 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 2 παν G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 3 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 5 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 κοσμω G2889 wereld, versiersel adorning, world 7 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 επιθυμια G1939 begeerlijkheden, begeerlijkheid, begeerte concupiscence, desire, lust (after) 9 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 σαρκος G4561 vlees, vleses, lichaams carnal(-ly, + -ly minded), flesh(-ly) 11 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 12 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 επιθυμια G1939 begeerlijkheden, begeerlijkheid, begeerte concupiscence, desire, lust (after) 14 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 οφθαλμων G3788 ogen, oog, Ogen eye, sight 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 αλαζονεια G212 grootsheid, hoogmoed boasting, pride 19 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 βιου G979 goed, leeftocht, levens good, life, living 21 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 22 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 23 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 24 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 πατρος G3962 Vader, vader, vaders father, parent 26 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 27 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 28 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 29 κοσμου G2889 wereld, versiersel adorning, world 30 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
17 En de wereld gaat voorbij, en haar begeerlijkheid; maar die den wil van God doet, blijft in der eeuwigheid.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

17 En de wereldG2889 gaat voorbijG3855, en haarG846 begeerlijkheidG1939; maarG1161 die den wilG2307 van GodG2316 doetG4160, blijftG3306 inG1519 der eeuwigheidG165. En de wereld gaat voorbij, en haar begeerlijkheid; maar die den wil van God doet, blijft in der eeuwigheid.

KJV And1 the world3 passeth away,4 and5 the lust7 thereof:8 but10 he that doeth11 the will13 of God15 abideth16 for17 ever.19

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 κοσμος G2889 wereld, versiersel adorning, world 4 παραγεται G3855 voorbij, voorbijgaande, voorbijging depart, pass (away, by, forth) 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 επιθυμια G1939 begeerlijkheden, begeerlijkheid, begeerte concupiscence, desire, lust (after) 8 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 δε G1161 maar, en, nu also, and, but, moreover, now (often unexpressed in English) 11 ποιων G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 12 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 θελημα G2307 wil desire, pleasure, will 14 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 θεου G2316 God, Gods, Gode X exceeding, God, god(-ly, -ward) 16 μενει G3306 blijft, bleef, blijve abide, continue, dwell, endure, be present, remain, stand, tarry (for), X thine own 17 εις G1519 in, tot, naar (abundant-)ly, against, among, as, at, (back-)ward, before, by, concerning, + continual, + far more exceeding, for (intent, purpose), fore, + forth, in (among, at, unto, -so much that, -to), to the intent that, + of one mind, + never, of, (up-)on, + perish, + set at one again, (so) that, therefore(-unto), throughout, til, to (be, the end, -ward), (here-)until(-to), …ward, (where-)fore, with 18 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 αιωνα G165 eeuwigheid, wereld, eeuw age, course, eternal, (for) ever(-more), (n-)ever, (beginning of the , while the) world (began, without end)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
18 Kinderkens, het is de laatste ure; en gelijk gij gehoord hebt, dat de antichrist komt, zo zijn ook nu vele antichristen geworden; waaruit wij kennen, dat het de laatste ure is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

18 KinderkensG3813, het is de laatsteG2078 ureG5610; enG2532 gelijk gij gehoordG191 hebt, datG3754 de antichristG500 komtG2064, zo zijn ookG2532 nu veleG4183 antichristenG500 gewordenG1096; waaruitG3606 wij kennenG1097, datG3754 het de laatsteG2078 ureG5610 isG1510. Kinderkens, het is de laatste ure; en gelijk gij gehoord hebt, dat de antichrist komt, zo zijn ook nu vele antichristen geworden; waaruit wij kennen, dat het de laatste ure is.

KJV Little children,1 it is the last2 time:3 and5 as6 ye have heard7 that8 antichrist10 shall come,11 even12 now13 are there16 many15 antichrists;14 whereby17 we know18 that19 it is the last20 time.21

1 παιδια G3813 kindeken, Kindeken, kinderen (little, young) child, damsel 2 εσχατη G2078 laatste, laatsten, Laatste ends of, last, latter end, lowest, uttermost 3 ωρα G5610 ure, uur, uren day, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time 4 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 5 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 6 καθως G2531 gelijk, zoals according to, (according, even) as, how, when 7 ηκουσατε G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 8 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 αντιχριστος G500 antichrist, antichristen antichrist 11 ερχεται G2064 komen, gekomen, kwam accompany, appear, bring, come, enter, fall out, go, grow, X light, X next, pass, resort, be set 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 νυν G3568 nu, thans henceforth, + hereafter, of late, soon, present, this (time) 14 αντιχριστοι G500 antichrist, antichristen antichrist 15 πολλοι G4183 vele, velen, veel abundant, + altogether, common, + far (passed, spent), (+ be of a) great (age, deal, -ly, while), long, many, much, oft(-en (-times)), plenteous, sore, straitly 16 γεγονασιν G1096 geworden, geschied, geschiedde arise, be assembled, be(-come, -fall, -have self), be brought (to pass), (be) come (to pass), continue, be divided, draw, be ended, fall, be finished, follow, be found, be fulfilled, + God forbid, grow, happen, have, be kept, be made, be married, be ordained to be, partake, pass, be performed, be published, require, seem, be showed, X soon as it was, sound, be taken, be turned, use, wax, will, would, be wrought 17 οθεν G3606 Waaruit, waaruit from thence, (from) whence, where(-by, -fore, -upon) 18 γινωσκομεν G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 19 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 20 εσχατη G2078 laatste, laatsten, Laatste ends of, last, latter end, lowest, uttermost 21 ωρα G5610 ure, uur, uren day, hour, instant, season, X short, (even-)tide, (high) time 22 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
19 Zij zijn uit ons uitgegaan, maar zij waren uit ons niet; want indien zij uit ons geweest waren, zo zouden zij met ons gebleven zijn; maar dit is geschied, opdat zij zouden openbaar worden, dat zij niet allen uit ons zijn.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

19 Zij zijn uitG1537 ons uitgegaanG1831, maarG235 zij warenG1510 uitG1537 ons nietG3756; want indienG1487 zijG1510 uitG1537 ons geweest waren, zo zouden zij metG3326 ons geblevenG3306 zijn; maarG235 dit is geschied, opdatG2443 zij zouden openbaarG5319 worden, datG3754 zijG1510 nietG3756 allenG3956 uitG1537 ons zijn. Zij zijn uit ons uitgegaan, maar zij waren uit ons niet; want indien zij uit ons geweest waren, zo zouden zij met ons gebleven zijn; maar dit is geschied, opdat zij zouden openbaar worden, dat zij niet allen uit ons zijn.

KJV They went out3 from1 us, but4 they were not5 of7 us; for10 if9 they had been of12 us, they would15 no doubt have continued14 with16 us: but18 they went out, that19 they might be made manifest20 that21 they were not22 all24 of25 us.

1 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 2 ημων G1473 mij, ik I, me 3 εξηλθον G1831 uitgegaan, gingen, uitgaande come (forth, out), depart (out of), escape, get out, go (abroad, away, forth, out, thence), proceed (forth), spread abroad 4 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 5 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 6 ησαν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 7 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 8 ημων G1473 mij, ik I, me 9 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 10 γαρ G1063 want, wil, immers and, as, because (that), but, even, for, indeed, no doubt, seeing, then, therefore, verily, what, why, yet 11 ησαν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 12 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 13 ημων G1473 mij, ik I, me 14 μεμενηκεισαν G3306 blijft, bleef, blijve abide, continue, dwell, endure, be present, remain, stand, tarry (for), X thine own 15 αν G302 drukt voorwaardelijkheid uit; blijft meestal onvertaald (what-, where-, wither-, who-)soever 16 μεθ G3326 met, na, nadat after(-ward), X that he again, against, among, X and, + follow, hence, hereafter, in, of, (up-)on, + our, X and setting, since, (un-)to, + together, when, with (+ -out) 17 ημων G1473 mij, ik I, me 18 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 19 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 20 φανερωθωσιν G5319 geopenbaard, openbaar, openbaar maakt appear, manifestly declare, (make) manifest (forth), shew (self) 21 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 22 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 23 εισιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 24 παντες G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 25 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 26 ημων G1473 mij, ik I, me
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
20 Doch gij hebt de zalving van den Heilige, en gij weet alle dingen.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

20 Doch gij hebtG2192 de zalvingG5545 vanG575 den HeiligeG40, enG2532 gij weetG1492 alleG3956 dingen. Doch gij hebt de zalving van den Heilige, en gij weet alle dingen.

KJV But1 ye have4 an unction3 from5 the Holy One,7 and8 ye know9 all things.10

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 3 χρισμα G5545 zalving anointing, unction 4 εχετε G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 5 απο G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 6 του G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 7 αγιου G40 heiligen, Heiligen, Heilige (most) holy (one, thing), saint 8 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 9 οιδατε G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 10 παντα G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
21 Ik heb u niet geschreven, omdat gij de waarheid niet weet, maar omdat gij die weet, en omdat geen leugen uit de waarheid is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

21 Ik heb u nietG3756 geschrevenG1125, omdatG3754 gij de waarheidG225 nietG3756 weet, maarG235 omdatG3754 gij die weet, enG2532 omdatG3754 geenG3756 leugenG5579 uitG1537 de waarheidG225 isG1510. Ik heb u niet geschreven, omdat gij de waarheid niet weet, maar omdat gij die weet, en omdat geen leugen uit de waarheid is.

KJV I have2 ➔ not1 written unto you because4 ye know6 not5 the truth,8 but9 because10 ye know11 it,12 and13 that14 no15 lie16 is of17 the truth.19

1 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 2 εγραψα G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 3 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 4 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 5 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 6 οιδατε G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 7 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 αληθειαν G225 waarheid, Waarheid, ware true, X truly, truth, verity 9 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 10 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 11 οιδατε G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 12 αυτην G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 13 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 14 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 15 παν G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 16 ψευδος G5579 leugen lie, lying 17 εκ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 18 της G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 αληθειας G225 waarheid, Waarheid, ware true, X truly, truth, verity 20 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 21 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
22 Wie is de leugenaar, dan die loochent, dat Jezus is de Christus? Deze is de antichrist, die den Vader en den Zoon loochent.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

22 WieG5101 isG1510 de leugenaarG5583, dan die loochentG720, dat JezusG2424 isG1510 de ChristusG5547? DezeG3778 isG1510 de antichristG500, die den VaderG3962 enG2532 den ZoonG5207 loochentG720. Wie is de leugenaar, dan die loochent, dat Jezus is de Christus? Deze is de antichrist, die den Vader en den Zoon loochent.

KJV Who1 is a liar4 but he that denieth8 that9 Jesus10 is11 the Christ?14 He15 is antichrist,18 that denieth20 the Father22 and23 the Son.25

1 τις G5101 wat, wie, waarom every man, how (much), + no(-ne, thing), what (manner, thing), where (-by, -fore, -of, -unto, - with, -withal), whether, which, who(-m, -se), why 2 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 3 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 ψευστης G5583 leugenaar, leugenachtig, leugenaars liar 5 ει G1487 indien, zo, of forasmuch as, if, that, (al-)though, whether 6 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 7 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 αρνουμενος G720 verloochend, verloochenen, loochende deny, refuse 9 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 10 ιησους G2424 Jezus, JEZUS, Jezus' Jesus 11 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 12 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 13 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 14 χριστος G5547 Christus, Christus', CHRISTUS Christ 15 ουτος G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 16 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 17 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 αντιχριστος G500 antichrist, antichristen antichrist 19 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 20 αρνουμενος G720 verloochend, verloochenen, loochende deny, refuse 21 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 πατερα G3962 Vader, vader, vaders father, parent 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 25 υιον G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
23 Een iegelijk, die den Zoon loochent, heeft ook den Vader niet.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

23 Een iegelijkG3956, die den ZoonG5207 loochentG720, heeftG2192 ookG2532 den VaderG3962 niet. Een iegelijk, die den Zoon loochent, heeft ook den Vader niet.

Ook in dit vers belijdtG3670 VaderG3962 ZoonG5207

KJV Whosoever1 denieth3 the Son,5 the same hath9 not6 the Father:8 (but) he that acknowledgeth13 the Son15 hath19 the Father18 also.16

1 πας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 2 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 3 αρνουμενος G720 verloochend, verloochenen, loochende deny, refuse 4 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 υιον G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 6 ουδε G3761 ook niet, noch neither (indeed), never, no (more, nor, not), nor (yet), (also, even, then) not (even, so much as), + nothing, so much as 7 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 8 πατερα G3962 Vader, vader, vaders father, parent 9 εχει G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 12 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 ομολογων G3670 belijden, beleden, belijdt con- (pro-)fess, confession is made, give thanks, promise 14 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 15 υιον G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 16 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 17 τον G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 18 πατερα G3962 Vader, vader, vaders father, parent 19 εχει G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
24 Hetgeen gijlieden dan van den beginne gehoord hebt, dat blijve in u. Indien in u blijft, wat gij van den beginne gehoord hebt, zo zult gij ook in den Zoon en in den Vader blijven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

24 Hetgeen gijlieden danG3767 vanG575 den beginneG746 gehoordG191 hebt, datG3739 blijveG3306 in u. IndienG1437 in uG4771 blijftG3306, watG3739 gij vanG575 den beginneG746 gehoordG191 hebt, zo zult gijG4771 ook inG1722 den ZoonG5207 enG2532 inG1722 den VaderG3962 blijven. Hetgeen gijlieden dan van den beginne gehoord hebt, dat blijve in u. Indien in u blijft, wat gij van den beginne gehoord hebt, zo zult gij ook in den Zoon en in den Vader blijven.

KJV Let9 ➔ that therefore2 abide13 in7 you, which3 ye have heard4 from5 the beginning.6 If10 that which14 ye have heard17 from15 the beginning16 shall remain27 in11 you, ye also18 shall continue in20 the Son,22 and23 in24 the Father.26

1 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 2 ουν G3767 dan, zo, nu and (so, truly), but, now (then), so (likewise then), then, therefore, verily, wherefore 3 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 4 ηκουσατε G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 5 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 6 αρχης G746 beginne, begin, overheden beginning, corner, (at the, the) first (estate), magistrate, power, principality, principle, rule 7 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 8 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 9 μενετω G3306 blijft, bleef, blijve abide, continue, dwell, endure, be present, remain, stand, tarry (for), X thine own 10 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 11 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 12 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 13 μεινη G3306 blijft, bleef, blijve abide, continue, dwell, endure, be present, remain, stand, tarry (for), X thine own 14 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 15 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 16 αρχης G746 beginne, begin, overheden beginning, corner, (at the, the) first (estate), magistrate, power, principality, principle, rule 17 ηκουσατε G191 gehoord, horen, hoorde give (in the) audience (of), come (to the ears), (shall) hear(-er, -ken), be noised, be reported, understand 18 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 19 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 20 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 21 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 22 υιω G5207 Zoon, zoon, kinderen child, foal, son 23 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 24 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 25 τω G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 26 πατρι G3962 Vader, vader, vaders father, parent 27 μενειτε G3306 blijft, bleef, blijve abide, continue, dwell, endure, be present, remain, stand, tarry (for), X thine own
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
25 En dit is de belofte, die Hij ons beloofd heeft, namelijk het eeuwige leven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

25 EnG2532 ditG3778 isG1510 de belofteG1860, die HijG846 ons beloofdG1861 heeft, namelijk het eeuwigeG166 levenG2222. En dit is de belofte, die Hij ons beloofd heeft, namelijk het eeuwige leven.

KJV And1 this2 is the promise5 that6 he7 hath promised8 us, even eternal13 life.11

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 αυτη G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 3 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 4 η G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 5 επαγγελια G1860 belofte, beloftenis, beloftenissen message, promise 6 ην G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 7 αυτος G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 8 επηγγειλατο G1861 beloofd, Belovende, belijden profess, (make) promise 9 ημιν G1473 mij, ik I, me 10 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 11 ζωην G2222 leven, levens, Leven life(-time) 12 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 13 αιωνιον G166 eeuwige, eeuwigen, eeuwig eternal, for ever, everlasting, world (began)
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
26 Dit heb ik u geschreven van degenen, die u verleiden.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

26 Dit heb ik u geschrevenG1125 vanG4012 degenen, die uG4771 verleidenG4105. Dit heb ik u geschreven van degenen, die u verleiden.

KJV These things have I written2 unto you concerning4 them that seduce6 you.

1 ταυτα G3778 deze, dit, die he (it was that), hereof, it, she, such as, the same, these, they, this (man, same, woman), which, who 2 εγραψα G1125 geschreven, schrijf, schrijven describe, write(-ing, -ten) 3 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 4 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 5 των G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 6 πλανωντων G4105 verleiden, Dwaalt, verleid go astray, deceive, err, seduce, wander, be out of the way 7 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
27 En de zalving, die gijlieden van Hem ontvangen hebt, blijft in u, en gij hebt niet van node, dat iemand u lere; maar gelijk dezelfde zalving u leert van alle dingen, zo is zij ook waarachtig, en is geen leugen; en gelijk zij u geleerd heeft, zo zult gij in Hem blijven.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

27 EnG2532 de zalvingG5545, dieG3739 gijliedenG4771 van HemG846 ontvangenG2983 hebt, blijftG3306 inG1722 u, enG2532 gij hebt nietG3756 van nodeG5532, dat iemandG5100 uG4771 lereG1321; maarG235 gelijkG5613 dezelfde zalvingG5545 uG4771 leertG1321 van alleG3956 dingen, zo is zij ookG2532 waarachtigG227, enG2532 isG1510 geenG3756 leugenG5579; enG2532 gelijk zij uG4771 geleerdG1321 heeft, zo zult gij inG1722 HemG846 blijven. En de zalving, die gijlieden van Hem ontvangen hebt, blijft in u, en gij hebt niet van node, dat iemand u lere; maar gelijk dezelfde zalving u leert van alle dingen, zo is zij ook waarachtig, en is geen leugen; en gelijk zij u geleerd heeft, zo zult gij in Hem blijven.

KJV But1 the anointing4 which5 ye have received6 of7 him8 abideth11 in9 you, and12 ye need14 not13 that16 any man17 teach18 you: but20 as21 the same23 anointing24 teacheth25 you of27 all things,28 and29 is truth,30 and32 is no33 lie,35 and36 even as37 it hath taught38 you, ye shall abide40 in41 him.42

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 υμεις G4771 u, gij, gijlieden thou 3 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 4 χρισμα G5545 zalving anointing, unction 5 ο G3739 die, welke, welken one, (an-, the) other, some, that, what, which, who(-m, -se), etc 6 ελαβετε G2983 ontvangen, nam, genomen accept, + be amazed, assay, attain, bring, X when I call, catch, come on (X unto), + forget, have, hold, obtain, receive (X after), take (away, up) 7 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 8 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 9 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 10 υμιν G4771 u, gij, gijlieden thou 11 μενει G3306 blijft, bleef, blijve abide, continue, dwell, endure, be present, remain, stand, tarry (for), X thine own 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 ου G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 14 χρειαν G5532 node, nooddruft, nood business, lack, necessary(-ity), need(-ful), use, want 15 εχετε G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 16 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 17 τις G5100 iemand, sommigen, zeker a (kind of), any (man, thing, thing at all), certain (thing), divers, he (every) man, one (X thing), ought, + partly, some (man, -body, - thing, -what), (+ that no-)thing, what(-soever), X wherewith, whom(-soever), whose(-soever) 18 διδασκη G1321 lerende, leerde, leren teach 19 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 20 αλλ G235 maar, doch and, but (even), howbeit, indeed, nay, nevertheless, no, notwithstanding, save, therefore, yea, yet 21 ως G5613 als, gelijk, hoe about, after (that), (according) as (it had been, it were), as soon (as), even as (like), for, how (greatly), like (as, unto), since, so (that), that, to wit, unto, when(-soever), while, X with all speed 22 το G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 23 αυτο G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 24 χρισμα G5545 zalving anointing, unction 25 διδασκει G1321 lerende, leerde, leren teach 26 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 27 περι G4012 van, over, aangaande (there-)about, above, against, at, on behalf of, X and his company, which concern, (as) concerning, for, X how it will go with, ((there-, where-)) of, on, over, pertaining (to), for sake, X (e-)state, (as) touching, (where-)by (in), with 28 παντων G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 29 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 30 αληθες G227 waarachtig, waarachtige, waarachtigen true, truly, truth 31 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 32 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 33 ουκ G3756 niet, geen, niemand + long, nay, neither, never, no (X man), none, (can-)not, + nothing, + special, un(-worthy), when, + without, + yet but 34 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 35 ψευδος G5579 leugen lie, lying 36 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 37 καθως G2531 gelijk, zoals according to, (according, even) as, how, when 38 εδιδαξεν G1321 lerende, leerde, leren teach 39 υμας G4771 u, gij, gijlieden thou 40 μενειτε G3306 blijft, bleef, blijve abide, continue, dwell, endure, be present, remain, stand, tarry (for), X thine own 41 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 42 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
28 En nu, kinderkens, blijft in Hem; opdat, wanneer Hij zal geopenbaard zijn, wij vrijmoedigheid hebben, en wij van Hem niet beschaamd gemaakt worden in Zijn toekomst.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

28 EnG2532 nu, kinderkensG5040, blijftG3306 inG1722 Hem; opdatG2443, wanneer Hij zal geopenbaardG5319 zijn, wij vrijmoedigheidG3954 hebbenG2192, enG2532 wij vanG575 HemG846 nietG3361 beschaamdG153 gemaakt worden inG1722 Zijn toekomstG3952. En nu, kinderkens, blijft in Hem; opdat, wanneer Hij zal geopenbaard zijn, wij vrijmoedigheid hebben, en wij van Hem niet beschaamd gemaakt worden in Zijn toekomst.

KJV And1 now,2 little children,3 abide4 in5 him;6 that,7 when8 he shall appear,9 we may have10 confidence,11 and12 not13 be ashamed14 before15 him16 at17 his20 coming.19

1 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 2 νυν G3568 nu, thans henceforth, + hereafter, of late, soon, present, this (time) 3 τεκνια G5040 kinderkens, Kinderkens little children 4 μενετε G3306 blijft, bleef, blijve abide, continue, dwell, endure, be present, remain, stand, tarry (for), X thine own 5 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 6 αυτω G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 7 ινα G2443 opdat, dat, wil albeit, because, to the intent (that), lest, so as, (so) that, (for) to 8 οταν G3752 wanneer, zodra as long (soon) as, that, + till, when(-soever), while 9 φανερωθη G5319 geopenbaard, openbaar, openbaar maakt appear, manifestly declare, (make) manifest (forth), shew (self) 10 εχωμεν G2192 hebben, heeft, hebt be (able, X hold, possessed with), accompany, + begin to amend, can(+ -not), X conceive, count, diseased, do + eat, + enjoy, + fear, following, have, hold, keep, + lack, + go to law, lie, + must needs, + of necessity, + need, next, + recover, + reign, + rest, + return, X sick, take for, + tremble, + uncircumcised, use 11 παρρησιαν G3954 vrijmoedigheid, vrijuit, vrijmoedigheid bold (X -ly, -ness, -ness of speech), confidence, X freely, X openly, X plainly(-ness) 12 και G2532 en, ook, mede and, also, both, but, even, for, if, or, so, that, then, therefore, when, yet 13 μη G3361 niet, geen, niemand any but (that), X forbear, + God forbid, + lack, lest, neither, never, no (X wise in), none, nor, (can-)not, nothing, that not, un(-taken), without 14 αισχυνθωμεν G153 beschaamd, schaam, schame be ashamed 15 απ G575 van, uit, af (X here-)after, ago, at, because of, before, by (the space of), for(-th), from, in, (out) of, off, (up-)on(-ce), since, with 16 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 17 εν G1722 in, met, onder about, after, against, + almost, X altogether, among, X as, at, before, between, (here-)by (+ all means), for (… sake of), + give self wholly to, (here-)in(-to, -wardly), X mightily, (because) of, (up-)on, (open-)ly, X outwardly, one, X quickly, X shortly, (speedi-)ly, X that, X there(-in, -on), through(-out), (un-)to(-ward), under, when, where(-with), while, with(-in) 18 τη G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 19 παρουσια G3952 toekomst, tegenwoordigheid, komst coming, presence 20 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
29 Indien gij weet, dat Hij rechtvaardig is, zo weet gij, dat een iegelijk, die de rechtvaardigheid doet, uit Hem geboren is.
Α

Hieronder staat het vers in de Statenvertaling, met bij elk woord het Strong's-nummer van het Griekse woord dat erachter staat. Onderaan ziet u de grondtekst zelf, met bij elk woord de betekenissen die de Statenvertalers ervoor gekozen hebben. Zo leest u mee in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

Hier staat het vers in de Statenvertaling, daaronder de King James Version (1769), en onderaan de Griekse grondtekst met de Strong's-nummers. Elk grondtekstwoord heeft een eigen volgnummer; hetzelfde nummer bij een woord in de King James wijst naar het Griekse woord dat erachter staat. Zo kunt u vers voor vers meelezen in de grondtaal, ook zonder Grieks te kennen. Een enkel grondtekstwoord draagt geen nummer, doordat de King James daar geen apart woord tegenover stelt. Klik op een nummer voor de woordstudie erachter.

29 Indien gij weet, dat Hij rechtvaardigG1342 isG1510, zo weet gij, datG3754 een iegelijkG3956, die de rechtvaardigheidG1343 doetG4160, uitG1537 HemG846 geborenG1080 is. Indien gij weet, dat Hij rechtvaardig is, zo weet gij, dat een iegelijk, die de rechtvaardigheid doet, uit Hem geboren is.

KJV If1 ye know2 that3 he is righteous,4 ye know6 that7 every one8 that doeth10 righteousness12 is born15 of13 him.14

1 εαν G1437 indien, zo, ware before, but, except, (and) if, (if) so, (what-, whither-)soever, though, when (-soever), whether (or), to whom, (who-)so(-ever) 2 ειδητε G1492 weet, zag, ziende be aware, behold, X can (+ not tell), consider, (have) know(-ledge), look (on), perceive, see, be sure, tell, understand, wish, wot 3 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 4 δικαιος G1342 rechtvaardig, rechtvaardigen, rechtvaardige just, meet, right(-eous) 5 εστιν G1510 is, zijn, was am, have been, X it is I, was 6 γινωσκετε G1097 gekend, weten, kent allow, be aware (of), feel, (have) know(-ledge), perceived, be resolved, can speak, be sure, understand 7 οτι G3754 dat, want, omdat as concerning that, as though, because (that), for (that), how (that), (in) that, though, why 8 πας G3956 allen, alle, al all (manner of, means), alway(-s), any (one), X daily, + ever, every (one, way), as many as, + no(-thing), X thoroughly, whatsoever, whole, whosoever 9 ο G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 10 ποιων G4160 doen, gedaan, doet abide, + agree, appoint, X avenge, + band together, be, bear, + bewray, bring (forth), cast out, cause, commit, + content, continue, deal, + without any delay, (would) do(-ing), execute, exercise, fulfil, gain, give, have, hold, X journeying, keep, + lay wait, + lighten the ship, make, X mean, + none of these things move me, observe, ordain, perform, provide, + have purged, purpose, put, + raising up, X secure, shew, X shoot out, spend, take, tarry, + transgress the law, work, yield 11 την G3588 de, het, die (lidwoord) the, this, that, one, he, she, it, etc 12 δικαιοσυνην G1343 rechtvaardigheid, gerechtigheid righteousness 13 εξ G1537 uit, van, met after, among, X are, at, betwixt(-yond), by (the means of), exceedingly, (+ abundantly above), for(- th), from (among, forth, up), + grudgingly, + heartily, X heavenly, X hereby, + very highly, in, …ly, (because, by reason) of, off (from), on, out among (from, of), over, since, X thenceforth, through, X unto, X vehemently, with(-out) 14 αυτου G846 hem, hen, hij her, it(-self), one, the other, (mine) own, said, (self-), the) same, ((him-, my-, thy- )self, (your-)selves, she, that, their(-s), them(-selves), there(-at, - by, -in, -into, -of, -on, -with), they, (these) things, this (man), those, together, very, which 15 γεγεννηται G1080 geboren, gewon, gegenereerd bear, beget, be born, bring forth, conceive, be delivered of, gender, make, spring
Meer over de grondtalen en de Strong's-nummers
Kruisverwijzingen Schatkamer van Schriftkennis (Treasury of Scripture Knowledge)
1 Johannes 2:1 Romeinen 8:34 1 Timotheüs 2:5 Johannes 8:11 1 Johannes 1:8 2 Korinthe 5:21 Titus 2:11 1 Johannes 3:18 1 Johannes 3:7
1 Johannes 2:2 1 Johannes 4:10 1 Johannes 4:14 Johannes 4:42 Johannes 11:51 1 Petrus 3:18 1 Petrus 2:24 Johannes 1:29 Openbaring 12:9
1 Johannes 2:3 Johannes 14:15 Johannes 15:10 1 Johannes 5:3 1 Johannes 4:13 1 Johannes 5:19 1 Johannes 3:22 1 Thessalonicenzen 4:1 1 Johannes 3:19
1 Johannes 2:4 1 Johannes 1:8 1 Johannes 1:6 Jakobus 2:14 Titus 1:16 1 Johannes 2:9 1 Johannes 4:20 Hosea 8:2 1 Johannes 1:10
1 Johannes 2:5 Johannes 14:23 1 Johannes 4:12 Johannes 14:21 1 Johannes 3:24 1 Johannes 5:2 Openbaring 14:12 1 Johannes 4:18 1 Johannes 4:15
1 Johannes 2:6 1 Petrus 2:21 Johannes 13:15 1 Korinthe 11:1 Mattheüs 11:29 1 Johannes 2:28 Johannes 15:4 1 Johannes 2:4 Efeze 5:2
1 Johannes 2:7 1 Johannes 3:11 2 Johannes 1:5 Leviticus 19:18 Galaten 5:13 Mattheüs 22:37 Romeinen 13:8 Markus 12:29 Jakobus 2:8
1 Johannes 2:8 Romeinen 13:12 Efeze 5:8 Johannes 1:9 Johannes 13:34 Johannes 1:4 1 Johannes 4:21 Johannes 8:12 Maleachi 4:2
1 Johannes 2:9 1 Johannes 4:20 1 Johannes 2:11 1 Johannes 2:4 1 Korinthe 13:1 1 Johannes 1:6 Psalmen 82:5 2 Petrus 1:9 Romeinen 2:18
1 Johannes 2:10 1 Johannes 3:14 Romeinen 9:32 Hosea 6:3 Mattheüs 18:7 2 Petrus 1:10 Mattheüs 13:21 Romeinen 14:13 Johannes 8:31
1 Johannes 2:11 Johannes 12:35 1 Johannes 2:9 Spreuken 4:19 Openbaring 3:17 1 Johannes 1:6 2 Korinthe 4:4 Johannes 12:40 Titus 3:3
1 Johannes 2:12 Handelingen 10:43 Handelingen 13:38 Psalmen 106:8 Lukas 24:47 1 Johannes 2:21 Jeremia 14:7 Handelingen 4:12 Lukas 7:47
1 Johannes 2:13 1 Johannes 2:14 Johannes 14:7 Lukas 10:22 1 Johannes 4:4 1 Johannes 1:1 1 Johannes 3:12 1 Johannes 5:18 1 Johannes 5:4
1 Johannes 2:14 1 Johannes 2:13 Johannes 5:38 Efeze 6:10 Psalmen 119:11 Hebreeën 8:10 Kolossenzen 1:11 Openbaring 2:7 Johannes 15:7
1 Johannes 2:15 Jakobus 4:4 Romeinen 12:2 Mattheüs 6:24 1 Johannes 3:17 Kolossenzen 3:1 1 Timotheüs 6:10 Lukas 16:13 1 Johannes 5:4
1 Johannes 2:16 Romeinen 13:14 Genesis 3:6 Psalmen 119:36 Efeze 2:3 Mattheüs 5:28 Spreuken 27:20 Galaten 5:17 Job 31:1
1 Johannes 2:17 1 Korinthe 7:31 Markus 3:35 Mattheüs 24:35 Romeinen 12:2 1 Petrus 4:2 1 Thessalonicenzen 4:3 Johannes 6:58 Psalmen 39:6
1 Johannes 2:18 1 Johannes 4:3 1 Johannes 2:22 2 Johannes 1:7 Mattheüs 24:5 Mattheüs 24:24 2 Petrus 3:3 Judas 1:18 1 Johannes 4:1
1 Johannes 2:19 1 Korinthe 11:19 Handelingen 20:30 Deuteronomium 13:13 Johannes 4:14 2 Timotheüs 2:10 Judas 1:1 Markus 13:22 Jeremia 32:38
1 Johannes 2:20 1 Johannes 2:27 Markus 1:24 Johannes 14:26 Spreuken 28:5 Psalmen 45:7 1 Korinthe 2:15 Handelingen 10:38 2 Korinthe 1:21
1 Johannes 2:21 2 Petrus 1:12 Judas 1:5 Spreuken 9:8 Spreuken 1:5 Romeinen 15:14
1 Johannes 2:22 2 Johannes 1:7 1 Johannes 4:3 1 Johannes 2:18 1 Johannes 4:20 Openbaring 3:9 Judas 1:4 1 Johannes 2:4 Johannes 8:44
1 Johannes 2:23 1 Johannes 4:15 Johannes 8:19 1 Johannes 5:1 Lukas 10:22 Johannes 5:23 Johannes 14:9 1 Johannes 2:22 Johannes 10:30
1 Johannes 2:24 Johannes 14:23 1 Johannes 1:3 1 Johannes 2:7 Openbaring 3:3 1 Johannes 4:16 Openbaring 3:11 Johannes 15:9 Johannes 15:7
1 Johannes 2:25 1 Johannes 1:2 1 Timotheüs 6:12 Johannes 10:28 Romeinen 2:7 Titus 1:2 Romeinen 6:23 Johannes 6:54 Daniël 12:2
1 Johannes 2:26 2 Johannes 1:7 1 Johannes 3:7 Handelingen 20:29 1 Timotheüs 4:1 2 Petrus 2:1 Kolossenzen 2:8 Ezechiël 13:10 2 Korinthe 11:13
1 Johannes 2:27 Johannes 14:26 1 Johannes 2:20 1 Petrus 1:23 Kolossenzen 2:6 1 Korinthe 2:13 Johannes 15:4 2 Petrus 1:16 1 Thessalonicenzen 2:13
1 Johannes 2:28 1 Johannes 3:2 1 Johannes 4:17 1 Johannes 2:1 1 Johannes 3:21 Kolossenzen 3:4 1 Petrus 5:4 1 Thessalonicenzen 2:19 Openbaring 1:7
1 Johannes 2:29 1 Johannes 5:1 1 Johannes 3:7 1 Johannes 4:7 Johannes 1:13 1 Johannes 2:1 2 Petrus 1:4 1 Johannes 5:4 Jeremia 13:23
Kanttekeningen De oorspronkelijke aantekeningen van de Statenvertalers (1637/1657)
1 Johannes 2 vers 1

kinderkens, ik Dit woord gebruikt hij om zijn vriendelijkheid tegen hen te betonen, gelijk Christus, Joh. 13:33; en noemt de gelovigen met dezen naam, niet alleen omdat hij velen van hen door de prediking van het Evangelie gelijk als gebaard had, 1 Kor. 4:15; Filem. 1:10; maar ook om zijn hogen ouderdom.

Hertaald: kinderkens, ik Dit woord gebruikt hij om zijn vriendelijkheid tegenover hen te betonen, zoals Christus doet in Joh. 13:33. Hij noemt de gelovigen met deze naam niet alleen omdat hij velen van hen door de prediking van het Evangelie als het ware voortgebracht had, 1 Kor. 4:15; Filem. 1:10, maar ook vanwege zijn hoge leeftijd.

opdat gij niet zondigt Dat is, niet opdat gij deze leer zoudt misbruiken om daarop te vrijer te zondigen.

Hertaald: opdat gij niet zondigt Dat is: niet opdat u deze leer zou misbruiken om daarop des te vrijer te zondigen.

En indien iemand Of maar.

Hertaald: En indien iemand Of: maar.

wij hebben een Dat is, opdat gij zoudt weten, en u daarmede troosten, dat wij hebben, enz.

Hertaald: wij hebben een Dat is: opdat u zou weten en u daarmee zou troosten dat wij hebben, enzovoort.

Voorspraak Grieks paracleton; welke titel eigenlijk betekent een advocaat of voorspraak, die iemands zaak voorspreekt en uitvoert in gericht; en wordt hier Christus toegeschreven, omdat Hij bij den Vader voor ons bidt; Rom. 8:34.

Hertaald: Voorspraak Grieks: paraklèton. Die aanduiding betekent eigenlijk een advocaat of pleitbezorger, die iemands zaak voor de rechter bepleit en behartigt. Zij wordt hier aan Christus toegeschreven omdat Hij bij de Vader voor ons bidt; Rom. 8:34.

bij den Vader, Namelijk dien wij met onze zonden hebben vertoornd.

Hertaald: bij den Vader, Namelijk de Vader, Die wij met onze zonden vertoornd hebben.

den Rechtvaardige; Zo wordt Hij toegenaamd Jes. 53:11; Zach. 9:9; Hand. 7:52; omdat Hij zonder enige zonde is geweest. Zie 1 Joh. 3:5, en daarom bekwaam om onze voorspraak te wezen; Hebr. 7:26; en 1 Petr. 3:18.

Hertaald: den Rechtvaardige; Zo wordt Hij genoemd in Jes. 53:11; Zach. 9:9; Hand. 7:52, omdat Hij zonder enige zonde geweest is. Zie 1 Joh. 3:5; en daarom is Hij geschikt om onze Voorspraak te zijn; Hebr. 7:26 en 1 Petr. 3:18.

1 Johannes 2 vers 2

verzoening Grieks hilasmos; verzoening, dat is, verzoener; gelijk in denzelfden zin Paulus Hem noemt hilasterion; dat is, verzoendeksel, Rom. 3:25. Zie de aantekeningen aldaar. En Hij wordt hier de verzoening zelf genoemd, omdat Hij zichzelf tot verzoening heeft opgeofferd, Joh. 17:19; Hebr. 10:14, en dat Hij alleen en volmaakt ons met God verzoend heeft; Hebr. 9:28.

Hertaald: verzoening Grieks: hilasmos, verzoening; dat is: Verzoener. Zo noemt Paulus Hem in dezelfde betekenis hilastèrion, dat is: verzoendeksel, Rom. 3:25. Zie de aantekeningen daar. Hij wordt hier de verzoening zelf genoemd omdat Hij Zichzelf tot verzoening geofferd heeft, Joh. 17:19; Hebr. 10:14, en omdat Hij ons als enige en volkomen met God verzoend heeft; Hebr. 9:28.

voor onze zonden; Namelijk omdat Hij voor deze in onze plaats de straf dragende, en daarmede de gerechtigheid Gods voldoende, den toorn Gods stilt, en zo God met de mensen verzoent; 2 Kor. 5:21.

Hertaald: voor onze zonden; Namelijk omdat Hij daarvoor in onze plaats de straf gedragen heeft en daarmee aan de gerechtigheid van God voldaan heeft; zo stilt Hij de toorn van God en verzoent Hij God met de mensen; 2 Kor. 5:21.

de onze, maar Namelijk der apostelen en der andere gelovigen die nu leven.

Hertaald: de onze, maar Namelijk de zonden van de apostelen en van de andere gelovigen die nu leven.

der gehele wereld Dat is, van alle mensen, die in de ganse wereld uit alle volken, Joh. 11:52; Openb. 5:9, nog in Hem zullen geloven. Want dat Hij alle en een ieder mens in de gehele wereld met God niet verzoent, blijkt zo uit de ervaring, als ook daaruit, dat Hij niet voor alle en voor een ieder mens den Vader heeft gebeden, Joh. 17:9, maar alleen voor degenen, die in Hem zullen geloven; Joh. 17:20.

Hertaald: der gehele wereld Dat is: van alle mensen in de hele wereld, uit alle volken, Joh. 11:52; Openb. 5:9, die nog in Hem zullen geloven. Want dat Hij niet alle mensen en ieder afzonderlijk in de hele wereld met God verzoent, blijkt zowel uit de ervaring als daaruit dat Hij niet voor alle mensen en voor ieder afzonderlijk de Vader gebeden heeft, Joh. 17:9, maar alleen voor hen die in Hem zullen geloven; Joh. 17:20.

1 Johannes 2 vers 3

Hem Namelijk Jezus Christus.

Hertaald: Hem Namelijk Jezus Christus.

gekend hebben, zo Namelijk zo dat wij Hem ook voor onzen Zaligmaker hebben erkend, Hem liefhebben, ons vertrouwen op Hem stellen en Hem gehoorzamen. Want dit woord betekent hier, gelijk ook dikwijls elders, meer dan ene blote kennis. Zie Ps. 1:6; Matt. 7:23; 2 Tim. 2:19.

Hertaald: gekend hebben, zo Namelijk zo gekend hebben dat wij Hem ook als onze Zaligmaker erkend hebben, Hem liefhebben, ons vertrouwen op Hem stellen en Hem gehoorzamen. Want dit woord betekent hier, zoals ook dikwijls elders, meer dan een enkele kennis. Zie Ps. 1:6; Matth. 7:23; 2 Tim. 2:19.

bewaren Dat is, onderhouden, namelijk met oprechte vlijt en ijver; hoewel in dit leven hetzelve niet geheel volkomen geschiedt. Zie 1 Joh. 1:8.

Hertaald: bewaren Dat is: onderhouden, namelijk met oprechte inzet en ijver, hoewel dat in dit leven niet geheel volkomen gebeurt. Zie 1 Joh. 1:8.

1 Johannes 2 vers 4

is de waarheid niet; Dit verklaart het voorgaande, bij wijze van tegenstelling, die deze apostel dikwijls gebruikt.

Hertaald: is de waarheid niet; Dit verklaart het voorgaande bij wijze van tegenstelling, die deze apostel dikwijls gebruikt.

1 Johannes 2 vers 5

de liefde Gods Namelijk waarmee wij God liefhebben.

Hertaald: de liefde Gods Namelijk de liefde waarmee wij God liefhebben.

volmaakt geworden; Of vervuld; dat is, een oprechte en ware liefde geworden, die al hare delen heeft. Zie 1 Joh. 4:12, 1 Joh. 4:18; want dat noch ons geloof noch onze liefde in alle graden volmaakt is in dit leven, leert Paulus 1 Kor. 13:9, en Johannes, 1 Joh. 1:8.

Hertaald: volmaakt geworden; Of: vervuld; dat is: een oprechte en ware liefde geworden, die al haar delen heeft. Zie 1 Joh. 4:12, 1 Joh. 4:18. Want dat ons geloof en onze liefde in dit leven niet in alle gradaties volmaakt zijn, leert Paulus in 1 Kor. 13:9 en Johannes in 1 Joh. 1:8.

hieraan kennen wij, Grieks hierin, namelijk aan het onderhouden van Gods Woord, en als onze liefde volmaakt geworden is.

Hertaald: hieraan kennen wij, Grieks: hierin, namelijk aan het onderhouden van Gods Woord en daaraan dat onze liefde volmaakt geworden is.

in Hem zijn Dat is, met Hem, en met Zijn weldaden gemeenschap hebben.

Hertaald: in Hem zijn Dat is: met Hem en met Zijn weldaden gemeenschap hebben.

1 Johannes 2 vers 6

in Hem blijft, Dat is, in Zijn gemeenschap is en blijven wil. Zie Joh. 6:56.

Hertaald: in Hem blijft, Dat is: in Zijn gemeenschap is en daarin wil blijven. Zie Joh. 6:56.

gelijk Hij gewandeld Dat is, heilig naar het voorbeeld Zijns levens, hoewel wij het in alles volmaakt niet kunnen navolgen; 1 Joh. 1:8.

Hertaald: gelijk Hij gewandeld Dat is: heilig, naar het voorbeeld van Zijn leven, hoewel wij dat in alles niet volkomen kunnen navolgen; 1 Joh. 1:8.

1 Johannes 2 vers 7

geen nieuw gebod, Namelijk als ik met dit mijn schrijven u voorhoud, en ernstig indruk, het gebod van zijn naasten lief te hebben, hetwelk niet nieuw is, daar het niet alleen in het Oude Testament voorgesteld wordt, Lev. 19:17-18; maar ook van het begin der prediking van het Evangelie altijd sterk is gedreven geweest; Matt. 5:44; Joh. 15:12; Rom. 12:10, en Rom. 13:8.

Hertaald: geen nieuw gebod, Namelijk als ik u met dit schrijven van mij het gebod voorhoud en ernstig inprent om uw naaste lief te hebben. Dat gebod is niet nieuw, omdat het niet alleen in het Oude Testament voorgesteld wordt, Lev. 19:17-18, maar ook vanaf het begin van de prediking van het Evangelie altijd krachtig aangedrongen is; Matth. 5:44; Joh. 15:12; Rom. 12:10 en Rom. 13:8.

van den beginne gehad Dat is, van dat gij tot de kennis van Christus geroepen zijt.

Hertaald: van den beginne gehad Dat is: vanaf het moment dat u tot de kennis van Christus geroepen bent.

1 Johannes 2 vers 8

Wederom schrijf Of daarentegen.

Hertaald: Wederom schrijf Of: daarentegen.

een nieuw gebod Dat is, dat op een nieuwe wijze van Christus en Zijn apostelen voorgesteld en gedreven wordt, met zijn eigen exempel en bijzondere liefde bevestigd is en door den Geest van God in de harten der gelovigen wordt ingeschreven, volgens de beloften van het Nieuwe Verbond; Jer. 31:22. Zie de aantekeningen Joh. 13:34.

Hertaald: een nieuw gebod Dat is: een gebod dat op een nieuwe wijze door Christus en Zijn apostelen voorgesteld en aangedrongen wordt, dat met Zijn eigen voorbeeld en Zijn bijzondere liefde bevestigd is en dat door de Geest van God in de harten van de gelovigen geschreven wordt, overeenkomstig de beloften van het Nieuwe Verbond; Jer. 31:22. Zie de aantekeningen bij Joh. 13:34.

hetgeen waarachtig Dat is, de liefde die waarlijk in Christus jegens ons is, die zij ook waarlijk in u. Zie Joh. 13:34.

Hertaald: hetgeen waarachtig Dat is: de liefde die werkelijk in Christus tegenover ons is, laat die ook werkelijk in u zijn. Zie Joh. 13:34.

zij ook in u Of is.

Hertaald: zij ook in u Of: is.

want Of dat de duisternis, enz.

Hertaald: want Of: dat de duisternis, enzovoort.

de duisternis Namelijk van onwetendheid en goddeloosheid, die tevoren in de wereld was eer het Evangelie gepredikt werd; zie dergelijke Rom. 13:12; 1 Thess. 5:4; 1 Petr. 2:9.

Hertaald: de duisternis Namelijk de duisternis van onwetendheid en goddeloosheid, die eerder in de wereld was voordat het Evangelie gepredikt werd; zie iets dergelijks in Rom. 13:12; 1 Thess. 5:4; 1 Petr. 2:9.

het waarachtige licht Namelijk der zaligmakende kennis van God en Zijner beloften en geboden; Ef. 5:8; 1 Joh. 1:7, en vs.9.

Hertaald: het waarachtige licht Namelijk het licht van de zaligmakende kennis van God en van Zijn beloften en geboden; Ef. 5:8; 1 Joh. 1:7 en vers 9.

schijnt nu Namelijk in de leer van het Evangelie, die wij verkondigen.

Hertaald: schijnt nu Namelijk in de leer van het Evangelie, die wij verkondigen.

1 Johannes 2 vers 9

in het licht is, Dat is, de leer van het Evangelie kent en aanneemt.

Hertaald: in het licht is, Dat is: de leer van het Evangelie kent en aanneemt.

die is in de duisternis Dat is, die steekt nog in de voorgaande onwetendheid en blindheid; en is dus geen recht Christen.

Hertaald: die is in de duisternis Dat is: die zit nog in de eerdere onwetendheid en blindheid en is dus geen echte christen.

1 Johannes 2 vers 10

ergernis is in hem Of aanstoot. Grieks scandalon; het welk betekent een steen of iets dergelijks, dat in den weg ligt, waaraan men zich stoot, en waardoor men ten val gebracht wordt, hetwelk licht geschiedt als men in duisternis wandelt; maar die in het licht wandelt kan licht zulk een aanstoot mijden, als hij wel voor zich ziet, hetwelk de apostel hier zegt, dat de ware gelovigen doen. Zie dergelijke Ps. 119:165; Joh. 11:9-10.

Hertaald: ergernis is in hem Of: aanstoot. Grieks: skandalon; dat duidt op een steen of iets dergelijks dat in de weg ligt, waaraan men zich stoot en waardoor men ten val gebracht wordt. Dat gebeurt licht wanneer men in de duisternis wandelt; maar wie in het licht wandelt kan zulk een struikelblok gemakkelijk vermijden, omdat hij goed voor zich ziet. Dat zegt de apostel hier van de ware gelovigen. Zie iets dergelijks in Ps. 119:165; Joh. 11:9-10.

1 Johannes 2 vers 11

waar hij henengaat; Namelijk of hij den rechten weg gaat of niet. Of weet niet dat hij tot zijn verderf gaat.

Hertaald: waar hij henengaat; Namelijk of hij de rechte weg gaat of niet. Of: hij weet niet dat hij naar zijn verderf gaat.

1 Johannes 2 vers 12

kinderkens, Gelijk tevoren vs.1. Hier begint nog niet de indeling naar den ouderdom, maar in het volgende vers.

Hertaald: kinderkens, Zoals eerder in vers 1. Hier begint de indeling naar de leeftijd nog niet, maar in het volgende vers.

want de zonden Of dat u de zonden vergeven zijn. Zo ook vs.13,14.

Hertaald: want de zonden Of: dat u de zonden vergeven zijn. Zo ook in vers 13 en 14.

om Zijns Naams wil Dat is, om Christus Jezus' wil. Zie Hand. 4:12, en Hand. 10:43, en de aantekeningen aldaar.

Hertaald: om Zijns Naams wil Dat is: om Christus Jezus' wil. Zie Hand. 4:12 en Hand. 10:43, en de aantekeningen daar.

1 Johannes 2 vers 13

vaders, Dat is, oude lieden, die door uwe jaren grote kennis hebt verkregen.

Hertaald: vaders, Dat is: oude mensen, die door uw jaren grote kennis verkregen hebt.

Hem gekend, Namelijk Jezus Christus.

Hertaald: Hem gekend, Namelijk Jezus Christus.

Die van den beginne Namelijk der wereld, dat is, van eeuwigheid. Zie 1 Joh. 1:1.

Hertaald: Die van den beginne Namelijk van het begin van de wereld, dat is: van eeuwigheid. Zie 1 Joh. 1:1.

jongelingen, want Namelijk die in het beste en sterkste van uw leven zijt en bekwaam tot strijden.

Hertaald: jongelingen, want Namelijk u die in de beste en sterkste tijd van uw leven bent en geschikt om te strijden.

den boze overwonnen Dat is, den duivel, Matt. 6:13, en Matt. 13:19.

Hertaald: den boze overwonnen Dat is: de duivel, Matth. 6:13 en Matth. 13:19.

kinderen, want Namelijk die nog jong van jaren zijt, wiens ambt en ere is hun ouders recht te kennen, ontzien en lief te hebben.

Hertaald: kinderen, want Namelijk u die nog jong van jaren bent en wier taak en eer het is uw ouders goed te kennen, te eren en lief te hebben.

den Vader gekend Namelijk van onzen Heere Jezus Christus, die ook onze Vader om Christus' wil geworden is; Joh. 20:17.

Hertaald: den Vader gekend Namelijk de Vader van onze Heere Jezus Christus, Die om Christus' wil ook onze Vader geworden is; Joh. 20:17.

1 Johannes 2 vers 14

gij zijt sterk, Dat is, gelijk jonge lieden gewoonlijk sterk van lichaam zijn, zo moeten zij ook sterk zijn in het geloof om tegen den duivel te strijden; 1 Petr. 5:9.

Hertaald: gij zijt sterk, Dat is: zoals jonge mensen gewoonlijk sterk van lichaam zijn, zo moeten zij ook sterk zijn in het geloof om tegen de duivel te strijden; 1 Petr. 5:9.

het Woord Gods Namelijk hetwelk is het geestelijk zwaard, waarmede gij tegen den duivel moet strijden; Ef. 6:17.

Hertaald: het Woord Gods Namelijk het Woord van God, dat het geestelijke zwaard is waarmee u tegen de duivel moet strijden; Ef. 6:17.

1 Johannes 2 vers 15

de wereld niet lief, Dat is, de dingen die buiten de rechte kennis en dienst Gods in deze wereld van wereldse mensen groot geacht, begeerd en nagestreefd worden, die in vs.16 worden uitgedrukt; zie Jak. 4:4.

Hertaald: de wereld niet lief, Dat is: de dingen buiten de ware kennis en dienst van God die in deze wereld door wereldse mensen hoog geacht, begeerd en nagejaagd worden en die in vers 16 uitgedrukt worden; zie Jak. 4:4.

de liefde des Vaders Namelijk waarmee wij God den Vader liefhebben.

Hertaald: de liefde des Vaders Namelijk de liefde waarmee wij God de Vader liefhebben.

is niet in Hem Namelijk daar deze tweeërlei liefde zich strekt tot zaken die tegen elkander strijden, tezamen niet kunnen bestaan, en de ene liefde de andere uitdrijft. Zie Matt. 6:24.

Hertaald: is niet in Hem Namelijk omdat deze twee soorten liefde zich uitstrekken naar zaken die met elkaar strijden, zodat zij niet samen kunnen bestaan en de ene liefde de andere verdrijft. Zie Matth. 6:24.

1 Johannes 2 vers 16

al wat in de wereld Dat is, al wat de wereldse mensen liefhebben en nastreven begrepen in deze drie soorten die hier uitgedrukt worden.

Hertaald: al wat in de wereld Dat is: alles wat de wereldse mensen liefhebben en najagen, samengevat in deze drie soorten die hier uitgedrukt worden.

de begeerlijkheid des vleses, Dat is, de wellustigheid. Zie Rom. 13:14.

Hertaald: de begeerlijkheid des vleses, Dat is: de wellust. Zie Rom. 13:14.

de begeerlijkheid der ogen, Dat is, de gierigheid en begeerte van rijkdommen, die hier der ogen wordt genoemd, omdat het aanschouwen dezer goederen de begeerte derzelve opwekt, en dat de ogen der gierigaards daarmee nimmer verzadigd worden, maar willen alles hebben wat zij zien. Zie Spr. 27:20; Pred. 4:8.

Hertaald: de begeerlijkheid der ogen, Dat is: de hebzucht en het verlangen naar rijkdom, dat hier de begeerlijkheid van de ogen genoemd wordt omdat het zien van deze goederen het verlangen ernaar opwekt en omdat de ogen van de hebzuchtigen daarmee nooit verzadigd worden, maar alles willen hebben wat zij zien. Zie Spr. 27:20; Pred. 4:8.

de grootsheid des levens, Of trotsheid; dat is, de eergierigheid of hovaardigheid, die de wereldse mensen in hun staat en leven alleszins betonen in grote kostelijkheid, pracht en verheffing boven hun naasten. De apostel, deze zonden beschrijvende, benoemt ze met den naam van begeerlijkheid, daar zij uit de aangeborene verdorvenheid voortkomen, Jak. 1:15; om zo den wortel derzelve uit te strekken.

Hertaald: de grootsheid des levens, Of: trots; dat is: de eerzucht of hoogmoed die de wereldse mensen in hun stand en hun leven op alle manieren betonen, in grote kostbaarheid, pracht en verheffing boven hun naasten. Wanneer de apostel deze zonden beschrijft, noemt hij ze met de naam begeerlijkheid, omdat zij uit de aangeboren verdorvenheid voortkomen, Jak. 1:15; zo wijst hij tot de wortel daarvan terug.

is niet uit den Vader, Dat is, is van God in het hart der mensen niet ingeplant, en behaagt God niet.

Hertaald: is niet uit den Vader, Dat is: is door God niet in het hart van de mensen geplant en behaagt God niet.

uit de wereld Dat is, uit de verdorvene natuur der wereldse mensen.

Hertaald: uit de wereld Dat is: uit de verdorven natuur van de wereldse mensen.

1 Johannes 2 vers 17

de wereld gaat voorbij, Dat is, de wereldse mensen.

Hertaald: de wereld gaat voorbij, Dat is: de wereldse mensen.

haar begeerlijkheid; Dat is, al de goederen en wellusten waartoe hun begeerlijkheid zich strekt.

Hertaald: haar begeerlijkheid; Dat is: al de goederen en de wellusten waarnaar hun begeerlijkheid zich uitstrekt.

die den wil van God Namelijk in het vlieden van deze begeerlijkheden en zonden.

Hertaald: die den wil van God Namelijk in het ontvluchten van deze begeerten en zonden.

blijft in der eeuwigheid Dat is, zal het eeuwige leven hebben.

Hertaald: blijft in der eeuwigheid Dat is: zal het eeuwige leven hebben.

1 Johannes 2 vers 18

het is de laatste ure; Dat is, wij beleven nu den laatsten tijd der wereld, waarvan tevoren gezegd is, dat in deze de antichrist zal komen en vele valse leraars zullen opstaan. Zie Matt. 24:5; 1 Kor. 10:11; 2 Thess. 2:3; 1 Tim. 4:1; 2 Tim. 3:1; 2 Petr. 3:3.

Hertaald: het is de laatste ure; Dat is: wij beleven nu de laatste tijd van de wereld, waarvan eerder gezegd is dat daarin de antichrist zal komen en dat er veel valse leraars zullen opstaan. Zie Matth. 24:5; 1 Kor. 10:11; 2 Thess. 2:3; 1 Tim. 4:1; 2 Tim. 3:1; 2 Petr. 3:3.

de antichrist Grieks ho antichristos; welk woord in het algemeen betekent iemand die, onder den naam van Christen te zijn, zich stelt tegen de leer van Christus' persoon en ambt, en in het bijzonder een onder deze bijzonder uitstekende, die niet bestaat in een persoon alleen, maar in verscheidene elkander in een staat opvolgende of in elkanders plaats komende, gelijk men door den keizer van Rome dikwijls niet alleen verstaat den regerenden keizer, maar ook al degenen die in het keizerrijk den een na den ander opvolgen. Hier spreekt de apostel van den uitstekenden antichrist, gelijk het Griekse woord ho te kennen geeft, die 2 Thess. 2:3, enz. en in de Openbaring van Johannes doorgaans beschreven wordt.

Hertaald: de antichrist Grieks: ho antichristos. Dat woord betekent in het algemeen iemand die zich, onder de naam christen te zijn, stelt tegen de leer van de Persoon en het ambt van Christus; en in het bijzonder iemand die daaronder uitsteekt en die niet uit één persoon alleen bestaat, maar uit verschillende personen die elkaar in dezelfde positie opvolgen of elkaars plaats innemen. Zo verstaat men onder de keizer van Rome dikwijls niet alleen de regerende keizer, maar ook allen die hem in het keizerrijk de een na de ander opvolgen. Hier spreekt de apostel over die uitstekende antichrist, zoals het Griekse woord ho te kennen geeft, die in 2 Thess. 2:3, enzovoort, en telkens in de Openbaring van Johannes beschreven wordt.

komt, zo zijn ook Dat is, komen zal, of gelijk als op den weg is om te komen; zie 2 Thess. 2:7.

Hertaald: komt, zo zijn ook Dat is: komen zal, of: als het ware op de weg is om te komen; zie 2 Thess. 2:7.

vele antichristen Dat is, vele valse leraars onder de christenen, die voorlopers van den groten antichrist zijn geweest en van één geest gedreven, want hier wordt dat woord in het algemeen en in het brede genomen.

Hertaald: vele antichristen Dat is: veel valse leraars onder de christenen, die voorlopers van de grote antichrist geweest zijn en door dezelfde geest gedreven werden. Want hier wordt dat woord in het algemeen en in ruime zin gebruikt.

dat het de laatste ure Namelijk volgens de voorzeggingen van Christus en der apostelen, tevoren aangetekend.

Hertaald: dat het de laatste ure Namelijk overeenkomstig de voorzeggingen van Christus en van de apostelen, die eerder aangetekend zijn.

1 Johannes 2 vers 19

Zij zijn Namelijk deze antichristen en valse leraars.

Hertaald: Zij zijn Namelijk deze antichristen en valse leraars.

uit ons Namelijk christenen of christelijke vergaderingen.

Hertaald: uit ons Namelijk uit ons christenen of uit de christelijke gemeenten.

uitgegaan, maar Dat is, voortgekomen, opgestaan en hebben zich van ons afgezonderd.

Hertaald: uitgegaan, maar Dat is: voortgekomen en opgestaan, en zij hebben zich van ons afgezonderd.

uit ons niet; Dat is, uit de ware en oprechte christenen, noch uit de oprechte en gezonde leraars.

Hertaald: uit ons niet; Dat is: niet uit de ware en oprechte christenen en ook niet uit de oprechte en gezonde leraars.

met ons Namelijk, oprechte christenen en leraars.

Hertaald: met ons Namelijk bij ons, oprechte christenen en leraars.

gebleven zijn; Namelijk in de enigheid van het geloof en bij de waarheid.

Hertaald: gebleven zijn; Namelijk gebleven in de eenheid van het geloof en bij de waarheid.

allen uit ons zijn Namelijk die zich christenen noemen, en hun leer met Christus' naam bekleden; zie Matt. 7:21.

Hertaald: allen uit ons zijn Namelijk allen die zich christenen noemen en hun leer met de naam van Christus bekleden; zie Matth. 7:21.

1 Johannes 2 vers 20

Doch gij hebt Grieks en. De apostel wijst den gelovigen nu aan het rechte middel om de verleidingen der antichristenen te ontkomen, namelijk dat zij vast blijven bij de leer, die zij door de verlichting van den Heiligen Geest eens hebben geleerd en aangenomen.

Hertaald: Doch gij hebt Grieks: en. De apostel wijst de gelovigen nu het juiste middel aan om de verleidingen van de antichristen te ontkomen, namelijk dat zij vast blijven bij de leer die zij door de verlichting van de Heilige Geest eenmaal geleerd en aangenomen hebben.

de zalving Of de zalf; waardoor hij verstaat de genadige werking van den Heiligen Geest, waardoor zij wedergeboren en met de zaligmakende kennis van Christus verlicht en versterkt zijn, die bij de uitstorting van een kostelijke zalf wordt vergeleken. Zie Zie Ps. 45:8, en Ps. 133:2.

Hertaald: de zalving Of: de zalf. Daarmee bedoelt hij de genadige werking van de Heilige Geest, waardoor zij wedergeboren zijn en met de zaligmakende kennis van Christus verlicht en versterkt zijn. Die wordt vergeleken met het uitgieten van een kostbare zalf. Zie Ps. 45:8 en Ps. 133:2.

van den Heilige, Dat is, van Christus Jezus, die zo genoemd wordt Ps. 16:10; Dan. 9:24; Hand. 2:27. Zie de aantekeningen aldaar; en de reden Hebr. 7:26. Van Hem hebben alle gelovigen deze gave; Joël 2:28; Joh. 1:16, en Joh. 14:26.

Hertaald: van den Heilige, Dat is: van Christus Jezus, Die zo genoemd wordt in Ps. 16:10; Dan. 9:24; Hand. 2:27. Zie de aantekeningen daar, en de reden in Hebr. 7:26. Van Hem hebben alle gelovigen deze gave; Joël 2:28; Joh. 1:16 en Joh. 14:26.

alle dingen Namelijk die u ter zaligheid nodig zijn te weten en waarvan ik u schrijf.

Hertaald: alle dingen Namelijk alle dingen die u tot zaligheid moet weten en waarover ik u schrijf.

1 Johannes 2 vers 21

de waarheid niet weet, Namelijk de leer van het Evangelie.

Hertaald: de waarheid niet weet, Namelijk de waarheid van de leer van het Evangelie.

maar omdat gij die weet, Dat is, om u de gedachtenis van hetgeen gij weet te verversen, en u daardoor in de waarheid meer en meer te versterken tegen de verleidingen.

Hertaald: maar omdat gij die weet, Dat is: om de herinnering van wat u weet bij u te verversen en u daardoor meer en meer in de waarheid te versterken tegen de verleidingen.

geen leugen uit de waarheid is Grieks dat alle leugen uit de waarheid niet is; dat is, omdat geen leugen, dat is geen valse leer, uit de waarheid, dat is, uit de leer van het Evangelie, die wij prediken, is.

Hertaald: geen leugen uit de waarheid is Grieks: dat alle leugen niet uit de waarheid is; dat is: omdat geen leugen, dat is: geen valse leer, uit de waarheid is, dat is: uit de leer van het Evangelie die wij prediken.

1 Johannes 2 vers 22

de leugenaar, dan Dat is, de voornaamste valse leraar.

Hertaald: de leugenaar, dan Dat is: de belangrijkste valse leraar.

is de Christus? Grieks niet is; dat is, die de waarheid loochenende zegt, dat Jezus niet is de Christus, dat is, de Messias, de Gezalfde, de beloofde Zaligmaker. Zie Joh. 20:31.

Hertaald: is de Christus? Grieks: niet is; dat is: wie de waarheid loochent en zegt dat Jezus niet de Christus is, dat is: niet de Messias, de Gezalfde, de beloofde Zaligmaker. Zie Joh. 20:31.

die den Vader en Hoe de Vader wordt geloochend, wordt nader in vs.23 verklaard.

Hertaald: die den Vader en Hoe de Vader geloochend wordt, wordt nader verklaard in vers 23.

den Zoon loochent De Zoon van God de Heere Jezus Christus wordt geloochend, niet alleen ten opzichte van Zijn persoon, wanneer men loochent, òf Zijne Goddelijke, òf Zijn ware menselijke natuur, òf dergelijke; maar ten opzichte van Zijn ambt, als men loochent dat Hij de Zaligmaker is, of dat Hij de enige en volmaakte Zaligmaker is, en als men benevens Hem nog andere middelaars tot de zaligheid stelt, enz.

Hertaald: den Zoon loochent De Zoon van God, de Heere Jezus Christus, wordt geloochend, niet alleen met het oog op Zijn Persoon — wanneer men óf Zijn goddelijke, óf Zijn ware menselijke natuur loochent, of iets dergelijks — maar ook met het oog op Zijn ambt: wanneer men loochent dat Hij de Zaligmaker is, of dat Hij de enige en volkomen Zaligmaker is, en wanneer men naast Hem nog andere middelaars tot de zaligheid stelt, enzovoort.

1 Johannes 2 vers 23

heeft ook den Vader niet Dat is, loochent ook genoegzaam den Vader, daar de Vader zonder Zijn Zoon niet kan zijn, noch recht gekend worden. Zie Joh. 8:19, en Joh. 10:30. In sommige Griekse boeken worden hier nog bijgevoegd deze woorden; die den Zoon belijdt, heeft ook den Vader.

Hertaald: heeft ook den Vader niet Dat is: die loochent daarmee ook de Vader, omdat de Vader niet zonder Zijn Zoon kan zijn en ook niet goed gekend kan worden. Zie Joh. 8:19 en Joh. 10:30. In sommige Griekse handschriften worden hier nog deze woorden aan toegevoegd: wie de Zoon belijdt, heeft ook de Vader.

1 Johannes 2 vers 24

Hetgeen gijlieden dan Namelijk van de zuivere leer van het Evangelie, die u van Christus en de apostelen van eersten aan gepredikt is geweest.

Hertaald: Hetgeen gijlieden dan Namelijk van de zuivere leer van het Evangelie, die u vanaf het begin door Christus en de apostelen gepredikt is.

dat blijve in u Dat is, volhardt gij in deze volstandig.

Hertaald: dat blijve in u Dat is: volhard daar standvastig in.

in den Zoon Dat is, in de oprechte en zaligmakende leer van den Vader en van den Zoon; of in de gemeenschap van den Vader en den Zoon; 1 Joh. 1:3.

Hertaald: in den Zoon Dat is: in de oprechte en zaligmakende leer van de Vader en van de Zoon; of: in de gemeenschap met de Vader en de Zoon; 1 Joh. 1:3.

1 Johannes 2 vers 25

de belofte, Dat is, hetgeen Christus ons in het Evangelie beloofd heeft.

Hertaald: de belofte, Dat is: wat Christus ons in het Evangelie beloofd heeft.

het eeuwige leven Zie Matt. 19:29, en Matt. 25:46; Joh. 3:15-16, en Joh. 5:24, en Joh. 6:33, Joh. 6:54, en Joh. 10:10, en Joh. 17:2, en doorgaans in het Evangelie.

Hertaald: het eeuwige leven Zie Matth. 19:29 en Matth. 25:46; Joh. 3:15-16 en Joh. 5:24, en Joh. 6:33, Joh. 6:54, en Joh. 10:10 en Joh. 17:2, en telkens in het Evangelie.

1 Johannes 2 vers 26

degenen, die u verleiden Namelijk opdat gij des te beter en zorgvuldiger van hun verleiding u zoudt mogen wachten.

Hertaald: degenen, die u verleiden Namelijk opdat u zich des te beter en zorgvuldiger voor hun verleiding zou kunnen wachten.

1 Johannes 2 vers 27

de zalving, die Dat is, dezelfde genade van den Heiligen Geest, die u Christus heeft gegeven, om u te verlichten met de kennis der waarheid, gelijk vs.20.

Hertaald: de zalving, die Dat is: diezelfde genade van de Heilige Geest die Christus u gegeven heeft om u met de kennis van de waarheid te verlichten, zoals in vers 20.

dat iemand u lere; Namelijk deze dingen, terwijl gij ze reeds weet, of de gronden der christelijke leer, die gij reeds gelegd hebt.

Hertaald: dat iemand u lere; Namelijk dat iemand u deze dingen leert, terwijl u ze al weet; of de grondslagen van de christelijke leer, die u al gelegd hebt.

van alle dingen, Dat is, van al deze dingen; of van al wat u nodig is ter zaligheid te weten. Zie vs.20.

Hertaald: van alle dingen, Dat is: van al deze dingen; of: van alles wat u tot zaligheid moet weten. Zie vers 20.

zij ook waarachtig, Namelijk de zalving.

Hertaald: zij ook waarachtig, Namelijk de zalving.

zo zult gij Dat is, zo blijft in Hem; een Hebreeuwse wijze van spreken. Of Hij spreekt zo, om te tonen het goed vertrouwen dat Hij had van hun standvastigheid.

Hertaald: zo zult gij Dat is: blijf dan in Hem; dit is een Hebreeuwse manier van spreken. Of hij spreekt zo om het goede vertrouwen te laten zien dat hij in hun standvastigheid had.

in Hem blijven Namelijk Christus; gelijk uit het volgende en het voorgaande vs.24 blijkt.

Hertaald: in Hem blijven Namelijk in Christus, zoals uit het volgende en uit het voorgaande vers 24 blijkt.

1 Johannes 2 vers 28

in Hem; opdat, Namelijk Christus; dat is, bij zijn gemeenschap en leer, die met geloof vasthoudende.

Hertaald: in Hem; opdat, Namelijk in Christus; dat is: bij Zijn gemeenschap en Zijn leer, door die met het geloof vast te houden.

geopenbaard zijn, Namelijk in Zijn komst ten oordeel, gelijk de volgende woorden verklaren. Zie ook 1 Joh. 3:2.

Hertaald: geopenbaard zijn, Namelijk geopenbaard in Zijn komst ten oordeel, zoals de volgende woorden verklaren. Zie ook 1 Joh. 3:2.

vrijmoedigheid hebben, Namelijk om te bestaan in Zijn oordeel voor Hem, vertrouwende dat Hij ons niet verdoemen maar zal vrijspreken.

Hertaald: vrijmoedigheid hebben, Namelijk vrijmoedigheid om in Zijn oordeel voor Hem staande te blijven, in het vertrouwen dat Hij ons niet zal verdoemen maar zal vrijspreken.

van Hem niet Of voor Hem niet beschaamd worden.

Hertaald: van Hem niet Of: voor Hem niet beschaamd worden.

beschaamd gemaakt worden Namelijk gelijk allen ongelovigen en goddelozen zal wedervaren.

Hertaald: beschaamd gemaakt worden Namelijk zoals alle ongelovigen en goddelozen zal overkomen.

1 Johannes 2 vers 29

Hij rechtvaardig is, Namelijk God de Vader, of Christus, van wien Hij in de voorgaande woorden heeft gesproken.

Hertaald: Hij rechtvaardig is, Namelijk God de Vader, of Christus, over Wie hij in de voorgaande woorden gesproken heeft.

die de rechtvaardigheid Dat is, die godzalig leeft.

Hertaald: die de rechtvaardigheid Dat is: wie godvrezend leeft.

uit Hem geboren is Dat is, van Hem geestelijk wedergeboren is. Zie 1 Joh. 3:9.

Hertaald: uit Hem geboren is Dat is: geestelijk uit Hem wedergeboren is. Zie 1 Joh. 3:9.

© Hertaling van de kanttekeningen: Teun van der Plas

Bijbelse Begrippen Begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen
Voorspraak bij de Vader  — "Wij hebben een Voorspraak bij den Vader, Jezus Christus, den Rechtvaardige" (1 Joh. 2:1) — Christus' voortdurende pleitbezorging voor de gelovige die gezondigd heeft

Johannes schrijft met een praktisch doel: "opdat gij niet zondigt" (1 Joh. 2:1) — dit is geen vrijbrief voor de zonde, maar juist een middel om haar te vermijden. Toch, "indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij den Vader, Jezus Christus, den Rechtvaardige; en Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der gehele wereld" (1 Joh. 2:1-2).

Bijbelse betekenis: De Voorspraak (Grieks: parakletos, hetzelfde woord als Trooster, Joh. 14, reeds behandeld) pleit niet ondanks Gods gerechtigheid maar juist erop gegrond: Hij wordt "den Rechtvaardige" genoemd, en Zijn pleidooi berust op het feit dat Hij "een verzoening voor onze zonden" al geworden is. Dit is een ander accent dan Middelaar tussen God en mensen (1 Tim. 2, reeds behandeld). Daar gaat het om de ene weg tot God in het algemeen; hier gaat het om de voortdurende, actuele pleitbezorging van Christus voor de gelovige die opnieuw zondigt.

Typologie: Hebreeën tekent dezelfde voortdurende voorbede: "Hij ook volkomenlijk kan zalig maken degenen, die door Hem tot God gaan, alzo Hij altijd leeft om voor hen te bidden" (Hebr. 7:25, reeds aangehaald bij Priesterschap naar de ordening van Melchizedek); Paulus voegt eraan toe dat Christus "ook voor ons bidt" vanuit Zijn plaats aan Gods rechterhand (Rom. 8:34).

1 Joh. 2:1-2; Hebr. 7:25; Rom. 8:34

Alle bijbelse begrippen in één overzicht →

© Vertaling Easton’s Bible Dictionary en informatieve aanvullingen: Teun van der Plas

Christus in dit hoofdstuk Heenwijzingen naar Christus in dit hoofdstuk

Wij hebben een Voorspraak bij den Vader — 2:1-2

Profeet, priester en koning niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe ambt

Johannes heeft geschreven dat wie zegt geen zonde te hebben, zichzelf verleidt. Dan komt de vraag die iedere lezer stelt: wat dan, als het tóch weer misgaat? Het antwoord staat in twee verzen.

Er is Iemand Die bij de Vader het woord voert, en Hij is tegelijk het offer waarop Hij Zich beroept.

**Waarvoor hij schrijft.** “Mijn kinderkens, ik schrijf u deze dingen, opdat gij niet zondigt.” De kanttekening voegt er de goede toon aan toe: hij noemt hen zo uit vriendelijkheid, en omdat hij oud is.

En zij wijst erop wat er níet bedoeld wordt: het is niet geschreven opdat men deze leer zou misbruiken om des te vrijer te zondigen.

**En dan de tweede helft.** “En indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij den Vader, Jezus Christus, den Rechtvaardige.”

Voorspraak is een woord uit de rechtszaal: iemand die naast de beschuldigde gaat staan en voor hem spreekt. In het Oude Testament staat de aanklager erbij — Zacharia ziet de hogepriester Jozua voor de Engel des HEEREN staan, met de satan aan zijn rechterhand om hem te weerstaan.

Hier staat er Iemand aan de andere kant.

**Waarom Hij het kan.** Er staat bij dat Hij de Rechtvaardige is. Een pleitbezorger die zelf schuldig staat, helpt niemand. Deze heeft niets goed te maken.

**En waarmee Hij pleit.** “En Hij is een verzoening voor onze zonden.” Dat is het opmerkelijke: Hij verwijst niet naar een offer dat door een ander gebracht is. Hij ís het.

Zo komen twee ambten hier samen. De hogepriester ging op de grote verzoendag met bloed naar binnen en droeg de namen van de stammen op zijn hart. Deze ging naar binnen met Zijn eigen bloed, en Hij blijft daar — Hij leeft altijd om voor hen te bidden.

**Wat dat betekent voor de lezer.** Er staat niet dat het niet erg is. Er staat dat er, wanneer het misgaat, al iemand aan het woord is. De Voorspraak begint niet te spreken wanneer wij het Hem vragen; Hij is er.

  1. Leviticus 16:15 — De hogepriester gaat eenmaal per jaar naar binnen, met bloed.
  2. Zacharia 3:1 — De aanklager staat aan de rechterhand van de priester.
  3. 1 Johannes 2:1 — Maar wij hebben een Voorspraak bij de Vader.
  4. 1 Johannes 2:2 — En Hij is Zelf de verzoening waarop Hij pleit.
  5. Hebreeën 9:24 — Hij is ingegaan in de hemel zelf, om voor ons te verschijnen.
  6. Hebreeën 7:25 — En Hij leeft altijd om voor hen te bidden.

In het Nieuwe Testament: Zacharia 3:1; Leviticus 16:15; Hebreeën 7:25; Hebreeën 9:24; Romeinen 8:34; Johannes 14:16

Hoever dit reikt: Het woord Voorspraak wordt door Johannes ook van de Heilige Geest gebruikt; hier gaat het over Christus bij de Vader. Hoe ver de verzoening voor de zonden der gehele wereld reikt, wordt verschillend uitgelegd; deze post volgt de bewoording en spreekt zich daarover niet uit. De verbinding met de hogepriester ligt in het woord verzoening en in wat Hebreeën daarover zegt.

Wat betekenen de niveaus?

Het niveau zegt hoe stevig de verbinding met Christus is. Hoe lager het getal, hoe vaster de grond. Onder elke heenwijzing staat bij "Hoever dit reikt" wat er wél en niet vaststaat.

  1. niveau 1 Het Nieuwe Testament past deze plaats zelf op Christus toe
  2. niveau 2 Sterk onderbouwd vanuit meerdere Schriftplaatsen
  3. niveau 3 Verantwoorde typologische of heilshistorische verbinding
  4. niveau 4 Mogelijke toepassing, niet de zekere betekenis van de tekst

Een vijfde niveau, de vrije allegorie waarin men Christus in elk detail zoekt, wordt in dit register niet gebruikt.

Alle heenwijzingen naar Christus in één overzicht →

© Teun van der Plas

1 Johannes 2

1 Johannes 2:1. KruisverwijzingenRomeinen 8:341 Timotheüs 2:5Johannes 8:111 Johannes 1:82 Korinthe 5:21Titus 2:111 Johannes 3:181 Johannes 3:7
— Mijn kinderkens, ik schrijf u deze dingen, opdat gij niet zondigt. En indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij den Vader, Jezus Christus, den Rechtvaardige;
Hiervoor moeten wij waken en strijden: dat wij niet zondigen. Dit is een van de grote doelen van alles wat door de ingeving van de Geest geschreven is — dat wij van de zonde bewaard zouden worden. O kind van God, zoals u bang zou zijn gif te drinken, zoals u voor een slang zou vluchten, vrees zo de zonde!
Wat dan? Is het dan een hopeloos geval? O nee, verre daarvan; het is een droevig geval, maar er is een geneesmiddel voor: “En indien iemand gezondigd heeft” — Wij moeten ernaar streven een volkomen heilig leven te leiden. Maar omdat wij voortdurend bij dat ideaal tekortkomen, ligt hier onze troost. Wij hebben nog altijd een Voorspraak, nog altijd Iemand Die onze zaak op Zich neemt en voor ons pleit voor de troon van Zijn Vader. Hij is bezorgd dat zij niet zouden zondigen; hij weet dat zij het toch doen, en dat zij liegen als zij zeggen dat zij het niet doen. Toch blijft het doel van de christen zondeloze volmaaktheid. Hij zal die nooit hebben totdat hij in de hemel komt, en dat is des te beter: zo zal hij altijd voorwaarts blijven dringen en nooit rekenen dat hij het bereikt heeft.

Elke dag merk ik dat het voor mijn ziel het gezondst is te proberen als een heilige te wandelen. Maar om dat te kunnen, moet ik voortdurend als een zondaar tot Christus komen. “Jezus Christus, den Rechtvaardige” staat op om voor mij te pleiten, en Hij pleit Zijn eigen gerechtigheid. En let hierop: Hij doet dat niet als ik niet zondig, maar als ik wél zondig. Daarin ligt de schoonheid van deze tekst. Wanneer ik gezondigd heb en met een schuldig geweten en een pijnlijk hart naar mijn binnenkamer kruip, en voel dat ik niet waard ben een kind van God genoemd te worden, heb ik toch een Voorspraak – juist omdat ik een van de velen ben die zondigen.

1 Johannes 2:1-2. KruisverwijzingenRomeinen 8:341 Timotheüs 2:51 Johannes 4:101 Johannes 4:14Johannes 8:111 Johannes 1:82 Korinthe 5:21Johannes 4:42
— Mijn kinderkens, ik schrijf u deze dingen, opdat gij niet zondigt. En indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij den Vader, Jezus Christus, den Rechtvaardige; En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der gehele wereld.
Komt dan tot Christus om vergeving, of u Joden bent of heidenen, of u heiligen bent of zondaren, of u oud bent of jong, of u zedelijk leeft of onzedelijk. Want God is zowel bij macht als bereidwillig om alle soorten zonde te vergeven, om de verzoening die Zijn geliefde Zoon geofferd heeft, “Jezus Christus, den Rechtvaardige.”
Daarmee wordt niet alleen bedoeld dat Jezus Christus voor heidenen zowel als voor Joden gestorven is, en voor sommigen uit alle volken. Er is in de verzoening van Christus ook iets dat voor ieder schepsel onder de hemel toereikend zóu zijn, als God ieder schepsel daartoe uitverkoren had. De beperking ligt niet in de waarde van de verzoening zelf, maar in het voornemen en de bedoeling van de eeuwige God. God heeft Zijn Zoon gezonden om Zijn leven af te leggen voor Zijn schapen. Wij weten dat Christus ons gekocht heeft uit de mensen, zodat de verlossing in het bijzonder en op bijzondere wijze voor de uitverkorenen is. En toch was de prijs die betaald werd zo kostbaar en het bloed zo oneindig in waarde, dat Christus het had kunnen doen. Al zou ieder mens die ooit geleefd heeft verlost moeten worden, Hij had het gekund. Dit maakt ons vrijmoedig om het Evangelie aan alle creaturen te prediken, omdat wij weten dat er geen grens is aan de waarde van de verzoening. En toch weten wij dat de bedoeling ervan alleen het uitverkoren volk van God betreft. Wie tot Hem komt, zal verlossing van de zonde ontvangen; noch Jood noch heiden wordt bij het offer van Christus uitgesloten. Zij voor wie Hij stierf zijn van elk geslacht, elke kleur, elke stand en elke afkomst.

1 Johannes 2:3. KruisverwijzingenJohannes 14:15Johannes 15:101 Johannes 5:31 Johannes 4:131 Johannes 5:191 Johannes 3:221 Thessalonicenzen 4:11 Johannes 3:19
— En hieraan kennen wij, dat wij Hem gekend hebben, zo wij Zijn geboden bewaren.
Gehoorzaamheid is de toets van het discipelschap. Louter hoofdkennis is geheel tevergeefs, en al onze vreze is tevergeefs, tenzij wij aan de geboden van Christus een werkelijke gehoorzaamheid bewijzen. Wij zullen Hem niet alleen zaligmakend kennen, maar wij zullen ook wéten dat wij Hem kennen, “zo wij Zijn geboden bewaren.” Heiligheid van leven is het beste bewijs dat wij God kennen. Het doet er niet toe hoe gemakkelijk wij over God kunnen spreken, en ook niet hoeveel wij menen Hem lief te hebben. De grote toets is deze: bewaren wij Zijn geboden? Wat een hartdoorzoekende toets is dat! Hoe moest die ons vernederen voor de genadetroon!

1 Johannes 2:4. Kruisverwijzingen1 Johannes 1:81 Johannes 1:6Jakobus 2:14Titus 1:161 Johannes 2:91 Johannes 4:20Hosea 8:21 Johannes 1:10
— Die daar zegt: Ik ken Hem, en Zijn geboden niet bewaart, die is een leugenaar, en in dien is de waarheid niet;
Het is een verschrikkelijke toestand om in te verkeren. U zegt dat u Christus kent, en dan hoort u de Heilige Geest u een leugenaar noemen omdat u Christus’ geboden niet bewaart. Ik herinner u er nogmaals aan dat gehoorzaamheid onmisbaar is voor het christelijke discipelschap. Als wij weigeren Christus’ geboden te gehoorzamen, kennen wij de Zaligmaker duidelijk niet werkelijk. Wij zijn dan zelfs nog geen beginners in de school van Christus.

1 Johannes 2:5. KruisverwijzingenJohannes 14:231 Johannes 4:12Johannes 14:211 Johannes 3:241 Johannes 5:2Openbaring 14:121 Johannes 4:181 Johannes 4:15
— Maar zo wie Zijn Woord bewaart, in dien is waarlijk de liefde Gods volmaakt geworden; hieraan kennen wij, dat wij in Hem zijn.
Wanneer elk woord van Hem ons dierbaar is en wij ernaar streven naar Zijn voorschriften te leven, dan weten wij dat wij “in Hem zijn.” Dat is nog meer dan weten dat wij Hem kennen, want het is de zekerheid dat wij met Hem verenigd zijn door een levende verbinding die nooit verbroken kan worden.

1 Johannes 2:6. Kruisverwijzingen1 Petrus 2:21Johannes 13:151 Korinthe 11:1Mattheüs 11:291 Johannes 2:28Johannes 15:41 Johannes 2:4Efeze 5:2
— Die zegt, dat hij in Hem blijft, die moet ook zelf alzo wandelen, gelijk Hij gewandeld heeft.
Wat een wandel zou dat zijn! Hoe heilig, onschuldig, onbesmet en afgescheiden van de zondaren is de man die tracht te wandelen zoals Christus gewandeld heeft. Wanneer wij ernaar streven in elk opzicht te zijn wat Gods Woord ons zegt dat wij behoren te zijn, dan mogen wij weten dat wij in God zijn. Maar als wij achteloos wandelen en op onze daden geen acht geven, en doen wat in ons dwaze hart opkomt, dan hebben wij geen enkel bewijs dat wij in God zijn.

Het eerste bij een christen is de inlijving in Christus; het volgende is de navolging van Christus. Wij kunnen geen christenen zijn tenzij wij in Christus zijn, en wij zijn niet werkelijk in Christus tenzij het leven van Christus naar ons vermogen in ons opnieuw geleefd wordt. Het voornemen van God is beslist niet in ons vervuld als wij niet gelijkvormig geworden zijn aan het beeld van Zijn lieve Zoon. De Geest van God heeft alle uitverkorenen van God die wedergeboren zijn gezalfd, en Hij woont bij hen en in hen. De Geest kan geen onheiligheid voortbrengen. Woont de Geest dus in ons – en woont Hij niet in ons, dan zijn wij niet in Christus – dan moet Hij in ons werken om ons aan Christus gelijkvormig te maken, opdat wij zouden wandelen “gelijk Hij gewandeld heeft.”

1 Johannes 2:7. Kruisverwijzingen1 Johannes 3:112 Johannes 1:5Leviticus 19:18Galaten 5:13Mattheüs 22:37Romeinen 13:8Markus 12:29Jakobus 2:8
— Broeders! Ik schrijf u geen nieuw gebod, maar een oud gebod, dat gij van den beginne gehad hebt; dit oud gebod is het woord, dat gij van den beginne gehoord hebt.
Het oude gebod is “het woord, dat gij van den beginne gehoord hebt.” Dat is: van de tijd af dat Christus voor het eerst begon te prediken, of toen het Evangelie voor het eerst in uw oren gepredikt werd.

1 Johannes 2:8. KruisverwijzingenRomeinen 13:12Efeze 5:8Johannes 1:9Johannes 13:34Johannes 1:41 Johannes 4:21Johannes 8:12Maleachi 4:2
— Wederom schrijf ik u een nieuw gebod: hetgeen waarachtig is in Hem, zij ook in u waarachtig; want de duisternis gaat voorbij, en het waarachtige licht schijnt nu.
Wat in het Evangelie nieuw is in de ene zin, is in de andere zin niet nieuw. Want al stond Johannes op het punt te schrijven wat hij een nieuw gebod noemde, hij schreef tegelijk iets dat niet nieuwerwets was. Het was niet op het Evangelie geënt, maar het groeit er van nature uit op: de wet van de liefde.

1 Johannes 2:9. Kruisverwijzingen1 Johannes 4:201 Johannes 2:111 Johannes 2:41 Korinthe 13:11 Johannes 1:6Psalmen 82:52 Petrus 1:9Romeinen 2:18
— Die zegt, dat hij in het licht is, en zijn broeder haat, die is in de duisternis tot nog toe.
God is liefde en God is licht; daarom is de liefde licht, en het licht van God is liefde. Waar vijandschap en haat nog in het hart zijn, is dat een stellig bewijs dat de genade van God er niet is. Liefde is de ware toets van het licht. Het gaat om die liefde die ons brengt tot liefde voor God, voor Christus, voor de waarheid en voor Gods volk; ja, voor de hele wereld van de mensen om hun bestwil. Dat is de liefde die betuigt dat het licht dat wij hebben werkelijk het licht van God is.

1 Johannes 2:10. Kruisverwijzingen1 Johannes 3:14Romeinen 9:32Hosea 6:3Mattheüs 18:72 Petrus 1:10Mattheüs 13:21Romeinen 14:13Johannes 8:31
— Die zijn broeder liefheeft, blijft in het licht, en geen ergernis is in hem.
Een liefdevolle geest is vriendelijk, mild, vergevend, onbaatzuchtig en zoekt het welzijn van anderen. Dat is een van de beste bewijzen dat onze natuurlijke duisternis weg is en dat het ware geestelijke licht in ons is. Sommige mensen denken veel over de leer van Christus, maar weinig over de Geest van Christus. Laten zij bedenken dat er geschreven staat: “Maar zo iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe.” Als wij niet weten wat liefhebben is, dan weten wij in schriftuurlijke zin ook niet wat leven is: dan zijn wij dood. Haat is het doodskleed waarin de dode ziel gewikkeld wordt, de grafkleren waarin zij in het graf gelegd wordt. Maar de liefde is het gewaad van het leven waarmee een werkelijk levendgemaakte geest zich bekleedt. Wie vol haat is, woont in de duisternis, maar wie liefheeft blijft in het licht. Let erop hoe liefde en leven en licht op de gezegendste wijze aan elkaar verbonden zijn.

1 Johannes 2:11-13. Kruisverwijzingen1 Johannes 2:14Johannes 12:35Handelingen 10:43Johannes 14:71 Johannes 2:9Handelingen 13:38Lukas 10:221 Johannes 4:4
— Maar die zijn broeder haat, is in de duisternis, en wandelt in de duisternis, en weet niet, waar hij henengaat; want de duisternis heeft zijn ogen verblind. Ik schrijf u, kinderkens, want de zonden zijn u vergeven om Zijns Naams wil. Ik schrijf u, vaders! want gij hebt Hem gekend, Die van den beginne is. Ik schrijf u, jongelingen, want gij hebt den boze overwonnen. Ik schrijf u, kinderen, want gij hebt den Vader gekend.
U bent oude mannen, en u denkt graag aan de oude dingen. De eeuwige liefde van God, het verbond dat met Christus gemaakt is voordat de wereld gegrondvest was — die dingen zijn u innig dierbaar; en boven al het andere schat u Hem, “Die van den beginne is.”

1 Johannes 2:13. Kruisverwijzingen1 Johannes 2:14Johannes 14:7Lukas 10:221 Johannes 4:41 Johannes 1:11 Johannes 3:121 Johannes 5:181 Johannes 5:4
— Ik schrijf u, vaders! want gij hebt Hem gekend, Die van den beginne is. Ik schrijf u, jongelingen, want gij hebt den boze overwonnen. Ik schrijf u, kinderen, want gij hebt den Vader gekend.
In de dagen van uw sterkte hebt u de overwinning gewonnen die geen menselijke kracht ooit zonder hulp winnen kan. U hebt die boze overwonnen. Hij zou u met gemak overwonnen hebben als u aan uzelf overgelaten was om tegen hem te strijden.
En dat is alles wat kleine kinderen in het begin hoeven te weten. Zij kennen misschien de grote geheimen niet die de vaders doorgrond hebben, en zij weten misschien sommige dingen niet goed die de jongelingen weten. Maar zelfs de kinderen in Christus kennen de Vader en verheugen zich in Zijn liefde.

1 Johannes 2:14. Kruisverwijzingen1 Johannes 2:13Johannes 5:38Efeze 6:10Psalmen 119:11Hebreeën 8:10Kolossenzen 1:11Openbaring 2:7Johannes 15:7
— Ik heb u geschreven, vaders, want gij hebt Hem gekend, Die van den beginne is. Ik heb u geschreven, jongelingen, want gij zijt sterk, en het Woord Gods blijft in u, en gij hebt den boze overwonnen.
U ziet dat Johannes tweemaal hetzelfde over de vaders zegt, en verder niets over hen. Maar Hem werkelijk gekend te hebben “Die van den beginne is”, is in de praktijk alles kennen wat zelfs de vaders hoeven of kunnen weten. Deze kennis omvat immers alle andere kennis die het weten waard is. Ook hier herhaalt Johannes wat hij eerder over de jongelingen zei, maar hij voegt eraan toe: “want gij zijt sterk, en het Woord Gods blijft in u.” Er is een bedoeling in de herhaling van elk geval: zij is er om het gewicht van de apostolische verklaringen te onderstrepen.

1 Johannes 2:15. KruisverwijzingenJakobus 4:4Romeinen 12:2Mattheüs 6:241 Johannes 3:17Kolossenzen 3:11 Timotheüs 6:10Lukas 16:131 Johannes 5:4
— Hebt de wereld niet lief, noch hetgeen in de wereld is; zo iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem.
Uw liefde is bedoeld voor iets beters dan deze vergankelijke en bevlekte dingen. Laat de liefde van uw hart dus niet uitvloeien naar zaken die zo besmet en zo laag zijn. “Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn.”
Deze twee dingen zijn zulke dodelijke tegenstellingen dat zij niet samen kunnen bestaan: waar de liefde van de Vader is, kan de liefde voor de wereld niet zijn. Er is in ons geen ruimte voor twee liefden. De liefde voor de wereld is wezenlijk afgodendienst, en God laat Zich niet naast afgoden aanbidden. “zo iemand de wereld liefheeft, de liefde des Vaders is niet in hem.” Trekt die tekst niet een scherpe grens tussen hen die de Heere liefhebben en hen die Hem niet liefhebben? Bedenk, kinderen van God, dat dit de taal is van Johannes, de apostel van de liefde. Maar ware liefde is eerlijk, openhartig, hartdoorzoekend, hartonderzoekend. Meen niet dat er enige liefde voor uw ziel is in het hart van de prediker die zachte dingen predikt. Die vleit u met zijn “vrede, vrede” terwijl er geen vrede is. Nee, de hoogste en diepste liefde, de liefde die het meest door de hemel bezield is, is die welke het hart onderzoekt en toetst of daar geen bedrog is. Want deze zondige wereld staat rechtstreeks tegenover de Vader. U kunt uw hart niet tegelijk twee tegengestelde kanten uit zenden — naar het kwade en naar het goede; u moet tussen die twee een keus maken.

1 Johannes 2:16. KruisverwijzingenRomeinen 13:14Genesis 3:6Psalmen 119:36Efeze 2:3Mattheüs 5:28Spreuken 27:20Galaten 5:17Job 31:1
— Want al wat in de wereld is, namelijk de begeerlijkheid des vleses, en de begeerlijkheid der ogen, en de grootsheid des levens, is niet uit den Vader, maar is uit de wereld.
Die drie-eenheid van de duivel — “de begeerlijkheid des vleses, en de begeerlijkheid der ogen, en de grootsheid des levens” — “is niet uit den Vader, maar is uit de wereld.”

1 Johannes 2:17. Kruisverwijzingen1 Korinthe 7:31Markus 3:35Mattheüs 24:35Romeinen 12:21 Petrus 4:21 Thessalonicenzen 4:3Johannes 6:58Psalmen 39:6
— En de wereld gaat voorbij, en haar begeerlijkheid; maar die den wil van God doet, blijft in der eeuwigheid.
Zij is maar een zucht, een schim, een luchtbel, een luchtspiegeling die wegsmelt als u haar wilt naderen; er is niets wezenlijks in.
Er staat niet: hij die iets groots doet om van de mensen gezien te worden. Niet: hij die een rij hofjes bouwt of bij zijn sterven een grote som aan liefdadigheid nalaat omdat hij die toch niet met zich mee kon nemen. Niet: hij die voor zich uit een bazuin laat blazen om iedereen te laten weten wat een goed mens hij is. Niet: hij die iedereen voorbij moet streven. Maar: “die den wil van God doet, blijft in der eeuwigheid.” Gehoorzaamheid aan de wil van God is de weg naar eeuwige eer en eeuwige vreugde.

1 Johannes 2:18. Kruisverwijzingen1 Johannes 4:31 Johannes 2:222 Johannes 1:7Mattheüs 24:5Mattheüs 24:242 Petrus 3:3Judas 1:181 Johannes 4:1
— Kinderkens, het is de laatste ure; en gelijk gij gehoord hebt, dat de antichrist komt, zo zijn ook nu vele antichristen geworden; waaruit wij kennen, dat het de laatste ure is.
U mag deze plaats lezen als “het is de laatste ure”, alsof Johannes wilde laten zien hoe laat het was en hoe spoedig Christus zou komen. Hoeveel nadrukkelijker zou Johannes dit vers kunnen schrijven als hij vandaag schreef! Naar mijn gedachte is dit nu zelfs nog meer het geval dan toen Johannes het schreef. De antichristen vermenigvuldigen zich aan alle kanten, en er staan nog erger kwaden te komen dan wij tot nu toe gezien hebben. Daarom behoren de christenen op hun hoede te zijn, en zich met deze waarheid te troosten: dat het de laatste ure is. Is deze bedeling eenmaal doorgekomen, dan is de strijd geëindigd. Al zou de bedeling zich langer uitstrekken dan onze hoop en ons verlangen, toch is zij voorbij zodra wij erdoor zijn. Dit moet de laatste aanval van onze grote tegenstander en al zijn heirscharen zijn. Staat daarom vast, soldaten van het kruis; staat als rotsen te midden van het geweld van de golven, en de overwinning zal toch de uwe zijn.

1 Johannes 2:19. Kruisverwijzingen1 Korinthe 11:19Handelingen 20:30Deuteronomium 13:13Johannes 4:142 Timotheüs 2:10Judas 1:1Markus 13:22Jeremia 32:38
— Zij zijn uit ons uitgegaan, maar zij waren uit ons niet; want indien zij uit ons geweest waren, zo zouden zij met ons gebleven zijn; maar dit is geschied, opdat zij zouden openbaar worden, dat zij niet allen uit ons zijn.
Want ach, veel van de antichristen kwamen uit de kerk voort; zij sproten op uit de volgelingen van Christus: “Zij zijn uit ons uitgegaan” —
De slechtste mensen gaan uit van onder de beste mensen; de antichristen gaan uit van de kerk van Christus. De grondstof voor een duivel was een engel. Om een Judas te maken moet u hem uit een apostel maken. Moge God Zijn belijdende kerk zuiveren, aangezien zij zelfs in haar eigen schoot tegenstanders van het geloof voortbrengt.

1 Johannes 2:20. Kruisverwijzingen1 Johannes 2:27Markus 1:24Johannes 14:26Spreuken 28:5Psalmen 45:71 Korinthe 2:15Handelingen 10:382 Korinthe 1:21
— Doch gij hebt de zalving van den Heilige, en gij weet alle dingen.
De Geest van God zal u onderwijzen naarmate u het nodig hebt te weten. Hij zal u zo onderrichten dat u alles zult weten wat tot het welzijn van uw ziel en tot Zijn eigen eer dient. U die God kent, weet alle dingen; zelfs de kleine kinderen, de zuigelingen in Christus, kennen de Vader. U zult niet afgeleid en bedrogen worden door deze antichristen die in de wereld uitgegaan zijn.

1 Johannes 2:21. Kruisverwijzingen2 Petrus 1:12Judas 1:5Spreuken 9:8Spreuken 1:5Romeinen 15:14
— Ik heb u niet geschreven, omdat gij de waarheid niet weet, maar omdat gij die weet, en omdat geen leugen uit de waarheid is.
Wat door mensen gemaakt is, is onwaar, “maar het Woord des Heeren blijft in der eeuwigheid; en dit is het Woord, dat onder u verkondigd is.” De waarheid is uit één stuk, en een leugen kan geen deel van de waarheid zijn. Christus leert ons geen jezuïtisch stelsel waarin dwaling en valsheid met de waarheid vermengd zijn. Het Evangelie is geheel waarheid; en tot hen die het geloven mogen wij zeggen: u weet de waarheid, en u weet ook dat geen leugen uit de waarheid is.

1 Johannes 2:22-23. Kruisverwijzingen2 Johannes 1:71 Johannes 4:31 Johannes 4:151 Johannes 2:18Johannes 8:191 Johannes 4:20Openbaring 3:9Judas 1:4
— Wie is de leugenaar, dan die loochent, dat Jezus is de Christus? Deze is de antichrist, die den Vader en den Zoon loochent. Een iegelijk, die den Zoon loochent, heeft ook den Vader niet.
Sommigen doen alsof zij de Vader eren terwijl zij de Zoon onteren, maar dat kan nooit werkelijk gedaan worden. Jezus heeft naar waarheid gezegd: “Ik en de Vader zijn een”, zodat wie de Zoon loochent ook de Vader loochent. Zij die de Godheid van Christus ontkennen, ontkennen in de praktijk het goddelijke Vaderschap van God. Het is voor ons niet mogelijk de rest van de waarheid te verstaan als wij niet in Christus geloven, Die de Waarheid is.

1 Johannes 2:24. KruisverwijzingenJohannes 14:231 Johannes 1:31 Johannes 2:7Openbaring 3:31 Johannes 4:16Openbaring 3:11Johannes 15:9Johannes 15:7
— Hetgeen gijlieden dan van den beginne gehoord hebt, dat blijve in u. Indien in u blijft, wat gij van den beginne gehoord hebt, zo zult gij ook in den Zoon en in den Vader blijven.
Het was de waarheid die hun in het begin geopenbaard werd. Er was dus geen latere openbaring nodig om de misslagen van de eerste te verbeteren, zoals sommigen vandaag dwaas en valselijk leren. Wat onderwerp van de belofte is, is ook onderwerp van het gebod. De geboden van het Evangelie worden aan de christenen gegeven omdat God op deze wijze Zijn eigen belofte houdt en mij zo tot gehoorzaamheid leidt.

1 Johannes 2:25. Kruisverwijzingen1 Johannes 1:21 Timotheüs 6:12Johannes 10:28Romeinen 2:7Titus 1:2Romeinen 6:23Johannes 6:54Daniël 12:2
— En dit is de belofte, die Hij ons beloofd heeft, namelijk het eeuwige leven.
Laten zij die er behoefte aan hebben deze nieuwigheden houden, deze voortdurende veranderingen; wij die in Jezus geloven hebben iets dat veel beter is: de belofte van het eeuwige leven.

1 Johannes 2:26. Kruisverwijzingen2 Johannes 1:71 Johannes 3:7Handelingen 20:291 Timotheüs 4:12 Petrus 2:1Kolossenzen 2:8Ezechiël 13:102 Korinthe 11:13
— Dit heb ik u geschreven van degenen, die u verleiden.
Zij zouden u afleiden als zij konden; wacht u dus voor hen. Wie gewaarschuwd is, is gewapend.

1 Johannes 2:27-28. KruisverwijzingenJohannes 14:261 Johannes 3:21 Johannes 4:171 Johannes 2:201 Johannes 2:11 Johannes 3:21Kolossenzen 3:41 Petrus 5:4
— En de zalving, die gijlieden van Hem ontvangen hebt, blijft in u, en gij hebt niet van node, dat iemand u lere; maar gelijk dezelfde zalving u leert van alle dingen, zo is zij ook waarachtig, en is geen leugen; en gelijk zij u geleerd heeft, zo zult gij in Hem blijven. En nu, kinderkens, blijft in Hem; opdat, wanneer Hij zal geopenbaard zijn, wij vrijmoedigheid hebben, en wij van Hem niet beschaamd gemaakt worden in Zijn toekomst.
En dit is een grote reden waarom wij in Hem moeten blijven.

© Nederlandse vertaling: Teun van der Plas

Spurgeon Citaten

Wij mogen een grote groei in de heiliging hebben, voortgang in de genadegaven en ontwikkeling van onze deugden. Maar ik bid ernstig dat wij nooit iets daarvan zetten waar Christus behoort te staan. Dit is het doel van de verkiezing, het oogmerk van de verlossing, de vrucht van de roeping, de metgezel van de rechtvaardigmaking, het bewijs van de aanneming tot kinderen en het onderpand van de heerlijkheid: dat wij heilig zouden zijn, gelijk Christus heilig is.

Verdiepende artikelen

Volg de voetstappen van Christus

Hij Verkwikt Mijn Ziel

Wie zegt in Hem te blijven, moet ook zelf zo wandelen als Hij gewandeld heeft. 1 Johannes 2: aarom zouden christenen Christus navolgen? Allereerst omwille van henzelf. Wil…

Onze Voorspreker

Hij Verkwikt Mijn Ziel

En als iemand gezondigd heeft: wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de Rechtvaardige. 1 Johannes 2:1 Wie in Jezus gelooft, zal nooit zo handelen dat…

In Hem - gelijk aan Hem

Preken

Die zegt, dat hij in Hem blijft, die moet ook zelf alzo wandelen, gelijk Hij gewandeld heeft. 1 Johannes 2:6 Die zegt, dat Hij in Hem blijft.’ Dat is…

De lijdensweg

Voor Iedere Dag

En zij namen Jezus mee en leidden Hem weg. (Johannes 19:16). Lees verder Johannes 15:18—21. Ik zal niet zeggen dat de wereld vriendelijker tegen ons is omdat we niet…

Aan jullie, jonge vrienden

Preken

Ik heb aan je geschreven, jongelingen, want gij zijt sterk, en het Woord van God blijft in u, en gij hebt den Boze overwonnen. 1 Johannes 2:14 Johannes was…

Wie zal ons scheiden?

Nabij De Zon

En dit is de belofte, die Hij ons beloofd heeft, namelijk het eeuwige leven. 1 Johannes 2:25 Ik vraag mij af of Johannes hier moest terugdenken aan de…

Vergeving

Nabij De Zon

Ik schrijf u, kinderkens, want de zonden zijn u vergeven om Zijns Naams wil. 1 Johannes 2:12 Geen enkel mens kan de oneindige waarde van de goddelijke offerande op…

De Rechtvaardige

Nabij De Zon

Mijn kinderkens, ik schrijf u deze dingen, opdat gij niet zondigt. En indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de Rechtvaardige. 1 Johannes…

Wij hebben een Voorspraak

Dagelijkse Hulp

En indien iemand zondigt, wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus, de Rechtvaardige." 1 Johannes 2:1. Welke woorden van tederheid, welke zinnen van overreding zal de…

Bereid uzelf voor op de wederkomst

Preken

En nu, kinderkens, blijft in Hem, opdat wanneer Hij zal geopenbaard zijn, wij vrijmoedigheid hebben, en wij van Hem niet beschaamd gemaakt worden in Zijn toekomst. 1 Johannes 2:28…

Indien iemand gezondigd heeft

Aan De Voeten Van De Meester

Mijn kinderkens, ik schrijf u deze dingen, opdat gij niet zondigt. En indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij den Vader, Jezus Christus, den Rechtvaardige; 1…

Wandelen zoals Jezus

Voor Iedere Morgen

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Morgen" Wie zegt in Hem te blijven, moet ook zelf zo wandelen als Hij gewandeld heeft. 1 Johannes 2 vers 6 Waarom…

Volkomen en vrije genade

Aan De Voeten Van De Meester

Mijn kinderkens, ik schrijf u deze dingen, opdat gij niet zondigt. En indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij den Vader, Jezus Christus, den Rechtvaardige; 1…

Een beschrijving van jongelingen in Christus

Preken

Ik schrijf jullie, jongelingen, want gij hebt de boze overwonnen... Ik heb je geschreven, jongelingen, want gij zijt sterk, en het Woord van God blijft in u; en…

Wij hebben een Voorspraak bij de Vader

Voor Iedere Avond

Bijbels Dagboek, C.H. Spurgeon  "Voor Iedere Avond" Indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij de Vader, Jezus Christus de rechtvaardige. 1 Johannes 2:1 Indien iemand gezondigd heeft, wij…

Voor de kleine kinderen van God

Preken

Een preek uitgesproken op zondagochtend 18 maart 1883, door C. H. Spurgeon, in de Metropolitan Tabernacle, Newington. Ik schrijf u, kinderkens, want de zonden zijn u vergeven ons…

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content