25 november — Avond

“Want Hij zegt tot Mozes: Ik zal Mij ontfermen, diens Ik Mij ontferm, en zal barmhartig zijn, dien Ik barmhartig ben.”—Romeinen 9:15

In deze woorden eist de Heere heel duidelijk het recht op om Zijn barmhartigheid te geven of te onthouden, naar Zijn eigen soevereine wil. Zoals het recht over leven en dood bij de koning ligt, zo heeft de Rechter van de hele aarde het recht om de schuldigen te sparen of te veroordelen, zoals Hem het beste lijkt. Door hun zonden hebben mensen elke aanspraak op God verspeeld. Ze verdienen het om verloren te gaan vanwege hun zonden. En als ze allemaal verloren gaan, hebben ze geen reden tot klagen. Als de Heere ingrijpt om sommigen te redden, mag Hij dat doen, zolang het doel van de gerechtigheid niet wordt gedwarsboomd. Maar als Hij het beter vindt om de veroordeelden het rechtvaardige vonnis te laten dragen, mag niemand Hem voor hun rechtbank dagen. Dwaas en brutaal zijn al die toespraken over het recht van mensen om allemaal gelijk behandeld te worden. Onwetend, om niet te zeggen erger, zijn die bezwaren tegen de onderscheidende genade. Ze zijn niets anders dan het verzet van de trotse menselijke natuur tegen de kroon en de scepter van Jehova. Als we onze eigen volslagen ondergang en schuld leren zien, en de rechtvaardigheid van het goddelijke oordeel over de zonde, dan maken we geen bezwaar meer tegen de waarheid dat de Heere niet verplicht is ons te redden. Dan mopperen we niet als Hij ervoor kiest anderen te redden, alsof Hij ons daarmee onrecht deed. Dan voelen we dat het Zijn eigen vrije daad van onverdiende goedheid zal zijn als Hij ons wil aanzien, en daarvoor zullen wij Zijn Naam eeuwig zegenen.

Hoe kunnen zij die door God zijn uitverkoren Gods genade genoeg aanbidden? Ze hebben geen ruimte om te roemen, want Gods soevereiniteit sluit dat volkomen uit. Alleen de wil van de Heere wordt verheerlijkt, en het idee van menselijke verdienste wordt voor eeuwig met verachting weggegooid. Er is in de Schrift geen leer die zo vernederend is als die van de uitverkiezing. Er is geen leer die meer tot dankbaarheid aanzet, en dus ook geen die meer heiligt. Gelovigen moeten er niet bang voor zijn, maar zich er aanbiddend in verheugen.

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt ons om Het Spurgeon Archief in stand te houden. Dankzij uw bijdrage kunnen wij ons werk voortzetten en dit waardevolle archief gratis aanbieden en vrijhouden van reclame en commerciële invloeden.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Archiefhulpmiddelen

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content