“En het zal te dien dage geschieden, spreekt de HEERE, dat gij Mij noemen zult: Mijn Man; en Mij niet meer noemen zult: Mijn Baal! En Ik zal de namen der Baals van haar mond wegdoen; zij zullen niet meer bij hun namen gedacht worden.”—Hosea 2:15-16
Die dag is gekomen. We zien onze God niet langer als Baal, onze tiran en machtige meester, want we staan niet onder de wet, maar onder de genade. Nu denken we aan Jehovah, onze God, als onze “Man”, onze beminde Echtgenoot, onze Heere in liefde, onze naaste verwant in de banden van een heilige verbondenheid. We dienen Hem niet minder gehoorzaam, maar we dienen Hem om een hogere en dierbaarder reden. We beven niet langer onder Zijn zweep, maar verheugen ons in Zijn liefde. De slaaf is veranderd in een kind en de taak in een genoegen.
Is het zo bij jou, beste lezer? Heeft de genade slaafse vrees verdreven en kinderlijke liefde ingeplant? Wat zijn we gelukkig in zo’n ervaring! Nu noemen we de dag des Heeren een vreugde, en de eredienst is nooit een vermoeienis. Bidden is nu een voorrecht, en lofprijs is een feestdag. Gehoorzamen is hemel; geven voor de zaak van God is een feestmaal. Zo is alles nieuw geworden. Onze mond is vervuld met zingen en ons hart met muziek. Geprezen zij onze hemelse Man tot in alle eeuwigheid.

