Een ieder die tot Christus komt, is welkom!

Een preek uitgesproken op zondag 25 februari 1889, door C.H. Spurgeon, in de Metropoltan Tabernacle, Newington.

Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen. Joh. 6:37

Christus zal niet tevergeefs gestorven zijn. Zijn Vader heeft Hem als loon voor Zijn zielsarbeid een bepaald aantal mensen gegeven, en Hij zal ze allen ontvangen, zoals Hij Zelf heeft gezegd: “Al wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen; en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.” De almachtige genade zal hen zacht maar onweerstaanbaar aantrekken. Onlangs gaf mijn vader mij enkele brieven terug die ik hem schreef toen ik pas met prediken begon. Ze zijn bijna kinderlijk van toon, maar toen ik ze opnieuw las, trof mij in één ervan deze zin: “Hoe hunker ik ernaar duizenden zielen gered te zien; maar mijn grote troost is dat sommigen gered zullen worden — gered móéten worden — gered zúllen worden; want er staat geschreven: ‘Al wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen.’”

De vraag die ieder van u zich behoort te stellen, is deze: behoor ik tot dat getal? Mijn bedoeling vanmorgen is te prediken opdat u mag ontdekken of u één bent van die ‘allen’ die de Vader aan Christus heeft gegeven — die ‘allen’ die tot Hem zullen komen. We kunnen het tweede deel van de tekst gebruiken om het eerste te verklaren: “Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen,” verheldert de eerdere uitspraak van onze Heiland: “Al wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen.”

Ik heb geen tijd voor een uitgebreide inleiding; ik wil direct ter zake komen en het geheel zo helder en beknopt mogelijk uiteenzetten. Luister daarom aandachtig, overweeg wat u hoort, bid erom; en moge God de Heilige Geest dit woord met kracht tot ieder van uw harten toepassen.

I. Let allereerst in de tekst op DE VEREISTE VOORWAARDE: “Die tot Mij komt.” Als u behouden wilt worden, moet u tot Christus komen. Er is geen andere weg tot zaligheid onder de hemel dan deze: tot Christus komen. Waar u ook heen wendt — u zult teleurgesteld uitkomen en verloren gaan. Alleen door tot Hem te komen kunt u het eeuwige leven ontvangen. Wat betekent het om tot Christus te komen? Het houdt in dat men alle andere vormen van vertrouwen achter zich laat. Tot iemand komen, is immers: al het andere loslaten. Tot Christus komen betekent dus afstand doen van alles waarop men voorheen hoopte of vertrouwde.

Vertrouwt u op uw eigen werken? Op een priester? Op de verdiensten van de heilige Maagd Maria, of op de voorbede van heiligen en engelen in de hemel? Vertrouwt u op iets anders dan de Heere Jezus Christus Zelf? Zo ja, laat dat dan los, resoluut en zonder uitstel. Keer u af van al die andere bronnen van vertrouwen, en stel uw geloof geheel op de gekruisigde Christus. Want dát alleen is de weg tot redding, zoals Petrus sprak tot de oversten en oudsten van Israël: “Er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden.” Richt daarom uw ogen en uw hart op Jezus, die aan het kruis Zijn bloed vergoot; kom onmiddellijk tot Hem, en uw ziel zal leven — leven tot in eeuwigheid.

Tot Jezus komen betekent, kort gezegd, op Hem vertrouwen. Hij is de Verlosser — dat is Zijn werk, Zijn ambt. Kom tot Hem en vertrouw erop dat Hij u werkelijk zal redden. Als u uzelf zou kunnen redden, had u geen Verlosser nodig. Maar nu Christus Zich heeft aangesteld als Redder, laat Hem dan dat werk volbrengen — en Hij zal het doen. Leg al uw noden aan Zijn voeten en stel uw vertrouwen geheel op Hem. Neem het besluit dat, als u verloren zou gaan, dat alleen kan gebeuren terwijl u op Jezus vertrouwt — en dát zal nooit gebeuren. Bind al uw hoop samen tot één bundel en leg die in Zijn handen. Laat Hem uw hele zaligheid zijn, uw enige verwachting — en u zult zeker behouden worden.

Ik heb u wel vaker proberen uit te leggen wat het betekent om te leven door geloof. Het lijkt wel op een man die over een strak gespannen touw loopt. De gelovige wordt verzekerd dat hij niet zal vallen, en hij vertrouwt God dat dit waar is; maar soms zegt hij bij zichzelf: “Wat een val zou het zijn, als ik toch zou vallen!” Vaak heb ik dit zelf ervaren: ik beklom een onzichtbare trap — ik kon de volgende trede niet zien, maar zodra ik mijn voet neerzette, bleek zij van massief graniet. Ik kon de volgende trede niet zien en het leek alsof ik in een afgrond zou storten, en toch klom ik stap voor stap omhoog. Alles leek duister, en toch was er telkens licht precies daar waar ik het nodig had.

Toen ik als jongen ’s avonds een kaars vasthield voor mijn vader terwijl hij buiten in de tuin hout zaagde, moest hij regelmatig tegen mij zeggen: “Jongen, houd de kaars dichter bij de zaagsnede — niet verderop.” Later moest ik daar veel aan terugdenken. Wanneer ik nieuwsgierig was naar wat er volgende week of volgend jaar zou gebeuren, leek de Heere tot mij te zeggen: “Houd uw kaars bij het werk van vandaag, als u dát kunt zien is het genoeg, wees daar tevreden mee — meer licht hebt u nu niet nodig.” Stel dat u vooruit kon kijken naar de volgende week; het zou een genadige gunst zijn als u dan een poos uw zicht verloor, want het vooraf zien van zorgen en moeite brengt geen nut. “Elke dag heeft genoeg aan zijn eigen kwaad”, zoals ze ook genoeg heeft aan haar eigen goed.

De Heere leidt Zijn volk naar de hemel door hun geloof te oefenen in Zijn dagelijkse zorg voor hen. Vaak blijkt juist iemands vertrouwen op God voor zijn dagelijkse behoeften een bewijs van het diepere geloof waarmee hij zijn ziel aan Christus toevertrouwt. Trek geen scheidslijn tussen het tijdelijke en het geestelijke, alsof God slechts met het ene te maken heeft en niet met het ander. Ik herinner mij een opmerking over een vrome man, van wie iemand zei: “Wat een zonderling — hij bad onlangs zelfs voor een sleutel!” Maar waarom zou men niet bidden om een sleutel? Waarom niet om een speld? Soms is een speld even belangrijk als een koninkrijk. Kleine dingen zijn vaak de spil van grote gebeurtenissen. Leg daarom alles in geloof en gebed aan God voor. “Weest in geen ding bezorgd; maar laat uw begeerten in alles, door bidden en smeken, met dankzegging bekend worden bij God.”

Ik ben even van mijn onderwerp afgeweken, maar laten we nu terugkeren tot de kern: wat betekent het om tot Christus te komen? Tot Jezus komen omvat niet alleen dat men alle andere vormen van vertrouwen loslaat en geheel op Hem bouwt; het betekent óók dat men Hem volgt. Wie op Hem vertrouwt, moet Hem gehoorzamen. Wie zijn ziel in Zijn handen legt, moet Hem erkennen als zijn Heer en Meester, evenals als zijn Verlosser. Christus is gekomen om u te redden van de zonde, niet in de zonde. Daarom zal Hij u helpen om die zonde achter u te laten — welke zonde het ook is. Hij zal u de overwinning schenken, u heiligen, u bekwaam maken om te doen wat in Gods ogen recht is. Hij is machtig volkomen zalig te maken wie door Hem tot God gaan; maar u moet tot Hem komen, als u door Hem gered wilt worden.

Om samen te vatten: u moet alle andere vormen van hoop laten varen. U moet Jezus aannemen als uw enige Toevlucht en vervolgens gehoorzaam zijn aan Zijn gebod, Hem aanvaarden als uw Heer en Meester. Bent u daartoe bereid? Zo niet, dan rest mij niets anders te zeggen dan dit: wie niet in Hem gelooft, zal zonder hoop verloren gaan. Als u Gods geneesmiddel voor de ziekte van uw ziel — het enige geneesmiddel dat er bestaat — verwerpt, rest u niets anders dan duisternis: diepe, sombere duisternis, tot in eeuwigheid.

II. Maar let nu, ten tweede — nu deze voorwaarde gesteld is — ook op de ALGEMEENHEID VAN DE PERSONEN: “Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.” Als iemand tot Christus komt, is dat het enige wat nodig is.
Misschien zegt u: “Dominee, ik ben een niemand. Niemand kent mij; mijn naam is nog nooit ergens genoemd en zal dat ook nooit worden. Ik beteken niets.”
Welnu, als meneer Niemand tot Christus komt, zal Christus hem niet afwijzen. Kom maar, onbekende mens, vergeten ziel — vergeten door iedereen, behalve door Christus Zelf! Zelfs als u denkt dat u zonder betekenis bent, zelfs dan zal Hij u niet uitwerpen.

Een ander zegt: “Ik ben zo’n zonderling.”
Zeg dat maar niet te hard, want ik ben er zelf ook één! Maar, mijn vrienden, hoe vreemd we ook mogen lijken — ook al noemt de wereld ons eigenaardig, misschien zelfs wat dwaas — toch zegt Jezus: “Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.”
Kom dus, meneer Zonderling! U zult niet verloren gaan omdat u te weinig verstand hebt, en ook niet omdat u er te veel van hebt — al is dát zelden een struikelblok.
Zelfs al hebt u geen talenten, al bent u arm en zult u nooit groot of invloedrijk worden — als u maar tot Christus komt, dan zegt Hij: “Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.”

“Ach,” zegt een derde stem, “het is niet mijn onbekendheid of mijn zonderlinge toestand die me tegenhoudt — het is de grootheid van mijn zonde.”
Laten we het Woord opnieuw lezen: “Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.”
Al had iemand zeven moorden op zijn geweten, al had hij elk denkbaar kwaad bedreven — hoererij, overspel, godslastering — al leek zijn schuld onmeetbaar groot, tóch, als hij tot Christus kwam, ja, als hij werkelijk kwam, dan zou deze belofte nog steeds voor hem gelden: “Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.”

“Maar,” zegt een ander, “ik ben een oude man, uitgeput en nutteloos. Mijn dagen zijn opgebruikt. Mijn leven is versleten in de zonde. Ik ben voor niemand nog van waarde.”
Kom toch, u die aan het einde van uw levensweg bent gekomen! Jezus zegt: “Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.”
Moet u met twee wandelstokken lopen? Dat doet er niet toe — kom tot Jezus. Al bent u zo zwak dat u zich afvraagt hoe u op uw hoge ouderdom nog standhoudt, mijn Heere zal u ontvangen. Zelfs al was u honderd jaar oud — ja, zelfs ouder dan Methusalem — als u tot Hem kwam, zou Hij u niet verwerpen. Want Zijn woord staat vast: “Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.”

“Ach,” zegt iemand, “ik verkeer in een nog slechtere toestand dan die oudere vriend, want behalve dat ik oud ben, heb ik mij verzet tegen de Geest van God. Jarenlang heeft mijn geweten tegen mij gesproken, maar ik heb het geprobeerd te smoren. Ik heb elke heilige indruk onderdrukt.” Ja, dat is droevig — buitengewoon droevig — maar toch: als u tot Christus komt, als u zelfs maar wíl komen, ja, als uw hart nog maar de minste neiging voelt om tot Jezus te gaan, dan zal Hij u niet afwijzen.

Misschien zegt iemand anders: “Ik vrees dat ik de onvergeeflijke zonde heb begaan.” Als u tot Christus komt, weet ik zeker dat u dat niet hebt gedaan. Want wie tot Hem komt, zal Hij geenszins uitwerpen, en dus kan die zonde niet op u rusten. Kom dan — al zou u dieper in zonde verzonken zijn dan wie ook op aarde, des te heerlijker zal Gods genade blijken wanneer zij u reinigt — witter dan sneeuw — door het kostbare bloed van Jezus.

“Ah!” zegt iemand, “u kent mij niet, meneer.” Nee, mijn vriend, dat doe ik niet — maar misschien mag ik u binnenkort leren kennen. “Dat zal u niet bevallen, dominee,” zegt u, “want ik ben een afvallige. Ik beleed vroeger het geloof, maar heb het opgegeven. Ik ben teruggekeerd naar de wereld, heb moedwillig gezondigd en ben slechter dan ooit.” Ach, zelfs dan — zelfs als uw afvalligheid zeven keer herhaald was — blijft deze belofte overeind: “Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.” Wat uw verleden ook is, wat uw heden ook moge zijn, keer terug, afvallige! Kom tot Christus. Hij blijft trouw aan Zijn eigen woord, en mijn tekst noemt geen enkele uitzondering: “Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.”

“Maar, dominee,” zegt een ander, “ik zou graag tot Christus willen komen, maar ik ben niet geschikt om te komen.”
Kom dan — ongeschikt, onrein, onwaardig — precies zoals u bent. Jezus zegt niet: “Die geschikt is, zal Ik aannemen”, maar: “Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.”

Stel dat ik ’s nachts wakker word door iemand die roept: “Brand!” en ik zie een man aan mijn raam met een reddingsladder — denk je dat ik dan in bed zou liggen en zeggen: “Wacht even, ik moet eerst mijn das omdoen”? Of: “Ik kan niet naar beneden zonder mijn beste vest”? Nee! Ik zou zo snel mogelijk naar buiten klimmen! Zo dwaas is het ook om te spreken over uw ‘geschiktheid’ terwijl uw ziel in gevaar is.

Ik hoorde eens over een edelman die zijn leven verloor, omdat hij stilhield om zijn haar te krullen terwijl Cromwells soldaten hem op de hielen zaten. Sommigen van u lachen misschien om die dwaasheid — maar uw praten over “geschikt worden” is precies hetzelfde! Wat betekent uw zogenoemde geschiktheid, terwijl de dood nabij is en de eeuwigheid u wacht? Uw toestand doet er niet toe voor Christus. Denk aan wat we aan het begin van de dienst zongen:

Laat uw geweten u niet doen aarzelen,
noch u verbeelden dat er voorwaarden zijn;
want de enige voorwaarde die Hij verlangt,
is dat gij uw behoefte aan Hem gevoelt.
En zelfs dát zal Hij u schenken —
het is de eerste glans van Zijn Geest.”

Kom tot Christus zoals u bent — schuldig, verachtelijk, onverschillig, goddeloos, zonder God en zonder hoop in deze wereld. Kom nu, ja, nú, want Jezus heeft gezegd: “Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.” Klinkt er in deze woorden geen heerlijke, ruime, allesomvattende genade?

“Die tot Mij komt” — wie is deze “Die”? Het is “degene die komt.” En wie is “degene die komt”? Iedereen, overal ter wereld, die werkelijk tot Christus komt. Of hij nu rood of zwart is, wit of bruin, of welke huidskleur ook; wie hij ook is, waar hij ook vandaan komt — als hij tot Jezus komt, zal hij op geen enkele wijze worden afgewezen. Wanneer u iets in algemene termen wilt uitdrukken, is het altijd het beste om het ruim te houden — zeg het eenvoudig, en laat het daarbij. Ga niet in details, want dat doet de Verlosser ook niet.

Ik hoorde eens van een man — een vriendelijke, liefhebbende echtgenoot — die al zijn bezittingen aan zijn vrouw wilde nalaten. Hij wenste dat zij alles zou erven, zoals het ook hoorde. Daarom schreef hij in zijn testament: “Ik laat al mijn eigendommen na aan mijn geliefde vrouw, Elizabeth.” Dat was duidelijk en goed. Maar vervolgens, tegen beter weten in, ging hij in detail en voegde eraan toe: “Al mijn onroerend goed en persoonlijke bezittingen.” Nu bestond het grootste deel van zijn bezit uit pachtgrond — grond die hij niet bezat, maar in gebruik had. Juist daardoor viel die grond buiten zijn omschrijving, en dus erfde zijn vrouw die niet. Zo verloor de arme vrouw het grootste deel van wat haar man in feite háár had willen schenken.

Maar zie hier de genade van de Heiland: Hij treedt niet in details. Hij zegt eenvoudig: “Die tot Mij komt.” Dat wil zeggen: elke man, elke vrouw, elk kind onder de wijde hemel — wie ook maar komt en zijn vertrouwen op Christus stelt — zal op geen enkele wijze worden afgewezen.

Ik dank God dat er geen enkele beperking in die woorden staat, geen verwijzing naar een bepaald karakter of een bepaalde toestand, alsof men zou zeggen: “De mensen van dát type zal Ik aannemen.” Want dan zou iemand kunnen denken dat alle anderen zijn uitgesloten. Nee — de tekst omvat allen. Iedere ziel die tot Christus komt, zal door Hem worden ontvangen.

III. De vlucht van de tijd dringt mij voort; dus vraag ik uw volledige aandacht terwijl ik, ten derde, spreek over DE ONMISKENBAARHEID VAN DE BELOFTE. “Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen” — dat wil zeggen: om geen enkele reden, onder geen enkele omstandigheid, op geen enkel moment, en op geen enkele voorwaarde. Geen “misschien”, geen “maar”, geen “behalve”. Het betekent eenvoudig dit: Ik zal hem aannemen; Ik zal hem redden; Ik zal hem zegenen.

Als u dan, mijn vriend, tot Christus komt — hoe zou de Heere u dan kunnen afwijzen? Hoe zou Hij dat ooit kunnen doen en tegelijk waarachtig blijven? Stel u voor dat mijn Heere Jezus Zelf deze woorden gesproken heeft en dat zij nu in de Schrift zijn vastgelegd: “Die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.” Zou Hij dan iemand afwijzen — zelfs die eenvoudige, onbekende ziel daar in de hoek? Dat zou een leugen zijn, een openlijke leugen! En ik smeek u: laster mijn Heere Jezus Christus niet door te denken dat Hij ooit zo iets zou doen. Voordat Hij deze belofte deed, stond het Hem vrij te ontvangen wie Hij wilde. Maar nu Hij Zijn woord heeft gegeven, verplicht Zijn eigen waarheid Hem om dat woord te houden. Zolang Christus de waarachtige Christus is, moet Hij elke ziel aannemen die tot Hem komt.

Maar laat mij u dit vragen: stel dat u werkelijk tot Jezus kwam, en Hij zou u afwijzen — met welke handen zou Hij dat doen? “Met Zijn eigen handen,” zegt u? Wat! Christus, die naar voren komt om een zondaar te verwerpen die tot Hem vlucht? Met welke handen dan? Met díe doorboorde handen, die nog steeds de sporen van de spijkers dragen?
De Gekruisigde, die een zoekende zondaar verstoot? Onmogelijk! Hij heeft geen handen om zo’n daad te verrichten — beide zijn doorboord voor schuldige mensen. Hij heeft geen voeten die u zouden kunnen wegstoten — ook die waren vastgenageld aan het kruis. En Hij heeft geen hart dat u zou kunnen verwerpen — dat hart is immers doorstoken uit liefde voor verloren zondaars. Daarom kan Hij niemand afwijzen die tot Hem komt.

Nog een vraag: wat zou Christus erbij winnen als Hij u zou verstoten? Als mijn gezegende Heere — met de doornenkroon, de doorboorde zijde en de verwonde handen u zou afwijzen? Welke heerlijkheid zou Hem dat brengen? Als Hij u, die tot Hem bent gekomen en op Zijn liefde vertrouwt, in de hel zou werpen, welk genoegen zou Hem dat verschaffen? Wat zou Hem dat groter maken? Niets! Natuurlijk niet.

En wat zou zo’n veronderstelling betekenen? Stel dat het waar was dat één mens tot Christus kwam, en Hij die mens tóch had verworpen; wat zou er dan gebeuren? Wel, er zijn duizenden onder ons die nooit meer zouden kunnen prediken! Ik zelf zou in ieder geval zwijgen. Als mijn Meester ooit een zondaar zou afwijzen die tot Hem kwam, dan zou ik niet langer met een zuiver geweten kunnen prediken uit die heilige woorden: “Wie tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen.”

Sterker nog, als één belofte zou worden gebroken, zou ik niet weten of ik enige andere nog kon vertrouwen. Hoe zou ik dan een evangelie kunnen verkondigen dat slechts misschien waar is? Nee — ik moet een “zal” en een “wil” horen, recht van de eeuwige troon van God. Zonder dat is onze prediking vergeefs, en uw geloof evenzeer vergeefs.

Overweeg wat er zou gebeuren als één enkele ziel tot Christus kwam — en Christus die ziel zou afwijzen.
Wat dan? Alle heiligen zouden hun vertrouwen in Hem verliezen. Als een mens één keer zijn belofte breekt, heeft het geen zin meer om te zeggen: “Maar over het algemeen ben ik eerlijk.” U hebt hem eenmaal op een leugen betrapt, en u zult hem niet meer vertrouwen, nietwaar? Zo ook — als onze gezegende Heere, wiens woord zuivere waarheid is, ook maar één keer een van Zijn beloften zou schenden, dan zou Zijn volk Hem niet langer kunnen vertrouwen. De kerk zou haar geloof verliezen, en dat geloof is haar leven.

Maar meer nog: het zou gehoord worden in de hemel. Eén enkele ziel die tot Christus kwam en werd verworpen, zou de harpen doen verstommen, de glans van het hemelse licht doen verbleken, de vreugde van de zaligen wegnemen. Er zou gefluisterd worden tussen de verheerlijkten: “Jezus heeft Zijn belofte gebroken. Hij heeft een biddende, gelovige ziel verstoten. Zou Hij dan ook Zijn belofte aan ons kunnen breken? Zou Hij óns uit de hemel kunnen werpen?”

Wanneer zij probeerden Hem te loven, zou er een brok in hun keel komen; zij zouden niet kunnen zingen. Hoe zouden zij kunnen zingen: ‘Ere zij aan Hem Die ons heeft liefgehad en ons van onze zonden gewassen heeft in Zijn bloed’, als zij erbij moesten denken: ‘Maar Hij heeft niet iedereen gewassen die tot Hem kwam, hoewel Hij dat beloofde’?

Ik huiver om verder te spreken over wat dat zou betekenen. Het is een vreselijke gedachte. Want ook in de diepten van de hel zouden zij het horen — en hoe zouden de duivelen juichen! Met afschuwelijke vreugde zouden zij elkaars hand grijpen en elkaar toeroepen: “Christus is niet trouw aan Zijn woord! De zogenaamde Verlosser heeft iemand afgewezen die tot Hem kwam! Hij nam tollenaars en zondaars aan, ja, zelfs hoeren waste Zijn voeten met haar tranen — maar deze man, nee, hij was te slecht, te verloren, te ver heen. Jezus kon hem niet redden, Zijn kracht is uitgeput! Hij kón vroeger zondaars redden, achttienhonderd jaar geleden misschien, maar nu niet meer. Zijn heerlijkheid was schijn!”

Wat een spot, wat een hoon zou dan over die heilige Naam klinken in de krochten van Hades — en, ik durf het nauwelijks te zeggen, niet eens geheel ten onrechte, als Christus ooit iemand zou afwijzen die tot Hem kwam! Maar, mijn geliefden — dat kan nooit gebeuren. Nooit! Het is zo zeker als Gods eigen eed, zo zeker als het bestaan van Jehova Zelf: wie tot Christus komt, zal op geen enkele wijze worden uitgeworpen. Ik getuig graag — voor allen die mij horen — dat dit waar is:

“¹ Ik kwam tot Jezus, moede, mat,
beladen met mijn smart;
ik vond bij Hem mijn rustplaats,
en vreugd vervulde ’t hart.”

Komt allen tot Hem, en mag ieder van u zelf bewijzen dat dit woord waarheid is — tot eer van de Heere Jezus Christus. AMEN.

¹ Engelse hymne “I Heard the Voice of Jesus Say”, geschreven door Horatius Bonar (1808–1889).

Translate Website

Zoek In Archief

Selecteer een zoekfilter

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt Het Spurgeon Archief te onderhouden en reclamevrij te houden.
Met uw bijdrage maakt u het mogelijk dat wij ons werk kunnen voortzetten en dit waardevolle archief vrij houden van reclame en commerciële invloeden. U kunt zelf het bedrag bepalen dat u wilt schenken – u kunt kiezen uit vooraf ingevulde bedragen of zelf een bedrag invoeren dat u passend vindt.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Interne Bladwijzers

Maak een gratis account aan of log in op Het Spurgeon Archief om uw favoriete artikelen met bladwijzers op te slaan en ze later gemakkelijk terug te vinden wanneer u opnieuw inlogt. Zo houdt u uw persoonlijke leeslijst bij en kunt u snel verder lezen waar u was gebleven.

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

Charles Haddon Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content