9 juni — Een betrouwbare naam
“Maar Ik zal in het midden van u doen overblijven een ellendig en arm volk; die zullen op den Naam des HEEREN betrouwen.”—Sefanja 3:12
Wanneer het ware geloof bij de rijken dreigt uit te sterven, vindt het een thuis bij de armen van deze wereld, die rijk zijn in het geloof. De Heere heeft ook nu Zijn trouwe overblijfsel. Hoor ik daar ook bij?
Misschien komt het doordat mensen ellendig en arm zijn dat ze leren “op den Naam des HEEREN” te betrouwen. Wie geen geld heeft, moet wel zien hoever hij op krediet komt. Wie zijn eigen naam in eigen ogen niets waard vindt, doet verstandig als hij steun zoekt bij een andere Naam, de beste van alle namen, de Naam van Jehova. God zal altijd een volk hebben dat op Hem vertrouwt, en dat zal een ellendig en arm volk zijn. Hoe weinig de wereld ook van hen denkt: dat zij midden in een volk worden overgelaten, is voor dat volk een bron van ontelbare zegeningen. Hier hebben we het zout dat het verderf tegenhoudt dat door begeerte in de wereld is gekomen.
Opnieuw komt de vraag bij ieder van ons aan: hoor ik daar ook bij? Lijd ik onder de zonde in mij en om mij heen? Ben ik arm van geest, geestelijk arm naar mijn eigen oordeel? Vertrouw ik op de Heere? Dat is de hoofdzaak. Jezus openbaart de Naam, het karakter, de persoon van God; vertrouw ik op Hem? Zo ja, dan ben ik met een doel in deze wereld achtergelaten. Heere, help mij dat doel te vervullen.