Brief aan zijn zoon Charles — Brighton, 7 maart 1875

BRIEF 50
Brighton, 7 maart [1875].
Mijn eigen lieve zoon,
Ik vind het heel vriendelijk en attent van je dat je je vader schrijft, en te meer omdat je niet zoveel tijd voor jezelf hebt. Het is een grote genade dat ik mij zoveel beter voel, en ik weet zeker dat je mij zult helpen God daarvoor te loven. Ook je lieve moeder is hier bij mij veel gezonder geweest dan ik haar in lange tijd gekend heb; dat is opnieuw een grote reden tot dankbaarheid. Zij is ons zo bijzonder dierbaar dat het ons allen raakt hoe het met haar gaat. Ik ben blij dat je verlangt iets voor de Heere te doen, en ik zal nog blijer zijn wanneer je er werkelijk mee begint.
De tijd vliegt, en de gelegenheid om goed te doen vliegt met hem mee. Hoe ijverig je in de toekomst ook zult zijn, het werk van 1875 kun je alleen in 1875 doen; en als je het nu laat liggen, blijft het in alle eeuwigheid ongedaan. De nauwgezette aandacht die je aan je werk geeft, de zorgvuldige reinheid van je dagelijks leven en je zorg om gewone dingen in de juiste gezindheid te doen, dat alles is werkelijk dienst aan de Heere. De uren waarin je om Christus’ wil ijverig je aardse beroep uitoefent, zijn echt uren van arbeid voor Jezus.
Toch kan dit je niet bevredigen, of dat hoop ik tenminste. Verlost door het dierbare bloed van Jezus, voel je dat je Hem toebehoort, en je verlangt ernaar je liefde voor Hem te tonen door daden die er rechtstreeks op gericht zijn Zijn koninkrijk uit te breiden en zielen binnen te brengen die Hij graag zegent. Wanneer zulke pogingen eenmaal begonnen zijn, worden ze gemakkelijker, en het hart wordt aangegrepen door een soort honger om meer te doen. Het is geen zwoegen, maar genoegen; en als God zegent wat wij doen, stijgt het van een gewoon genoegen uit tot een heilige vreugde.
“Alles, wat uw hand vindt om te doen, doe dat met uw macht.” Het is niet aan mij om te zeggen wat, want dat moet je zelf bedenken, en daarin ligt de helft van het genoegen.
Ik heb mij er zeer over verheugd dat je schreef dat je je in het gebed verheugt. Moge het altijd zo zijn, en steeds meer. Niets geeft ons zoveel kracht of biedt ons zulke leiding. De Heere zegene je daar, en dan moet alles wel goed gaan.
Ik heb altijd gehoopt je eens als een leider in het leger van God te zien. Hoe het zal gaan, weet ik niet, maar dat het zo mag worden, is een van mijn onophoudelijke gebeden.
Lieve zoon, mogen alle zegeningen je overvloedig toevloeien. Je weet dat ik heel innig van je houd. Wat het weer betreft is het hier een zeer sombere zondag; ik hoop dat jij thuis een gelukkige dag hebt. Je liefhebbende vader,
C. H. Spurgeon.
© Vertaling Letters of Charles Haddon Spurgeon door Teun van der Plas