Brief aan kanunnik Palmer — Nightingale Lane, 4 juli

BRIEF 207
Geachte heer,
Ik zou graag uw aandacht vragen voor de grote overlast die het luiden van een klok bij St. Gabriel’s Church veroorzaakt, terwijl de gemeente in het Tabernakel in gebed is. Ik heb uw voorganger erop gewezen dat niemand dan een parochiekerk het recht heeft een klok te luiden, en hem laten weten dat ik mij werkelijk tot de wet zou moeten wenden om aan deze onnodige hinder een eind te maken. Hij heeft het kwaad zeer welwillend tot een minimum beperkt, en ik maakte geen bezwaar meer. Het is zeker verre van mij dat ik mij zou willen bemoeien met de bijzondere gewoonten van mijn buren; maar wanneer vele honderden mensen, samengekomen om God te aanbidden, gestoord worden door het gebeier van een luide klok, ben ik wel genoodzaakt mij te beklagen. Onze diensten worden gehouden op zondag om 11 uur en om 6.30 uur, en op maandag en donderdag van 7 tot 8.30 uur ’s avonds.
Omdat ik met iedereen in de parochie op goede voet wil staan, vertrouw ik erop dat u de klokkenluider ons niet langer laat storen, maar hem enkele slagen laat geven in plaats van de vele die nu worden gegeven. Ik verblijf,
hoogachtend,
C. H. Spurgeon.
© Vertaling Letters of Charles Haddon Spurgeon door Teun van der Plas