Naar de inhoud
Het Spurgeon Archief Preken en geschriften in het Nederlands

Brieven

Brief aan een onbekende heer — Borough, 24 april 1855

2 min. lezen

Charles Haddon Spurgeon

BRIEF 82

Borough, 24 april 1855.

Waarde heer,

Gewoonlijk bekommer ik mij weinig om wat de kranten over mij schrijven. Alle eer geef ik aan mijn Meester, en ik geloof dat smadelijke artikelen niet meer zijn dan reclame voor mij en nog meer mensen onder het geluid van het evangelie brengen. Maar u, waarde heer, hebt het (ik weet niet waarom) goedgevonden zo gunstig over mijn arbeid te spreken, dat ik het niet meer dan billijk vind u te bedanken. Had ik dat persoonlijk kunnen doen, dan had ik mij dat genoegen graag gegund; maar een brief is het beste wat daarvoor in de plaats kan komen. Te midden van een onophoudelijk rumoer van smaad doet het arm vlees en bloed goed één welwillende stem te horen.

Veel van wat u tot mijn lof hebt gezegd, verdien ik bij lange na niet. Maar de grove afkeuring die de Essex Standard enzovoort, enzovoort over mij uitstort, verdien ik evenmin, en daarom streep ik het ene tegen het andere weg. Ik ben welsprekend noch geleerd, maar het Hoofd van de Kerk heeft mij meegevoel gegeven met hen die het licht nog missen. Ik heb nooit naar populariteit gestreefd, en ik kan niet zeggen hoe het komt dat zovelen mij komen horen. Maar zou ik nu moeten veranderen? Zou ik, om de beschaafde criticus te behagen, “het volk” in de steek laten, dat een eenvoudige en aangrijpende stijl zo hard nodig heeft?

Misschien ben ik “vulgair” en zo meer, maar opzet is het niet, behalve dan dat ik de mensen móét en zál laten luisteren. Ik ben er vast van overtuigd dat wij beschaafde predikers genoeg hebben, en dat “de velen” iets anders nodig hebben. God heeft mijn dienst aan de diepst gezonkenen en verstotenen erkend. Laten anderen hun eigen stand dienen; dezen zijn de mijnen, en bij hen moet ik blijven. Dat ik u zo lastigval, heeft maar één reden: dankbaarheid jegens een belangeloze vriend. Misschien hebt u een andere keer goede reden om mij te berispen; doe dat dan, zoals u ongetwijfeld zult doen, van ganser harte. Maar mijn jonge hart zal “een vriend” niet gauw vergeten.

Gelooft u mij,
waarde heer,
zeer oprecht de uwe,
C. H. Spurgeon.

© Vertaling Letters of Charles Haddon Spurgeon door Teun van der Plas