Naar de inhoud
Het Spurgeon Archief Preken en geschriften in het Nederlands

Brieven

Brief aan ds. Thomas Curme — Westwood, 12 juni 1884

1 min. lezen

Charles Haddon Spurgeon

BRIEF 169

Westwood, 12 juni 1884.

Waarde vriend,

Ik hoorde terloops van meneer Abraham dat u ziek was, maar ik had geen idee dat het ernstig was; meneer Rochfort is echter zo vriendelijk geweest mij meer te berichten. Het maakt mij heel verdrietig, maar u bent dat vast niet. Het verlies zal het onze zijn, en de hemel en u zullen erbij winnen.

Dierbare, liefhebbende broeder, u hoeft nu niets anders meer te doen dan naar huis te gaan; en wat een thuis! U zult u volkomen thuis voelen waar alles liefde is, want u hebt in dat gezegende element geleefd en bent er vervuld van. Ik zal u spoedig achterna komen strompelen en u daar opzoeken. Wij worden nu eenmaal naar elkaar toe getrokken, of het nu hier is of in de heerlijkheid. Wij hebben dezelfde Heere lief en dezelfde gezegende waarheid. Mogen de eeuwige armen onder u zijn! Ik bid voor u een liefdevol, teder gebed: “Heere, troost Uw dierbare knecht, en laat hem, wanneer hij heengaat, door een drooggevallen rivier gaan naar het land van de levende fonteinen!” Aanstaande donderdag word ik vijftig, en u nadert uw jubeljaar. Daarin zijn wij aan elkaar gelijk, maar Jezus is de hoogste vreugde. In de handen van de Vader beveel ik u, “totdat de dag aankomt, en de schaduwen vlieden.” Uw liefhebbende broeder,

C. H. Spurgeon.

© Vertaling Letters of Charles Haddon Spurgeon door Teun van der Plas