Naar de inhoud
Het Spurgeon Archief Preken en geschriften in het Nederlands

Brieven

Brief aan de redacteur van The Star — Nightingale Lane, 10 juni 1857

1 min. lezen

Charles Haddon Spurgeon

BRIEF 228

Nightingale Lane, 10 juni 1857.

Mijnheer,

Ik moet u verzoeken onmiddellijk aandacht te schenken aan verscheidene onjuistheden in een artikel in de Star van vanmorgen, met als kop “Mr. Spurgeon done by a pickle-selling Tartuffe.” Ik kan mij niet voorstellen waar zo’n buitengewone bewering vandaan komt, want men had evengoed kunnen zeggen dat Adam mijn boomgaard had geplunderd als dat de heer—— zich ons geld had toegeëigend. Tot mijn vreugde kan ik melden dat het geld voor het nieuwe Tabernakel bij de London and Westminster Bank “ingelegd” is, op twee goede namen, en tot nu toe nooit in enig gevaar is gebracht. Het is zeer waarschijnlijk dat de heer—— een van mijn hoorders is geweest; in een gemeente van zo’n omvang kan hij er weleens bij zijn geweest.

Maar hij was geen lid van mijn gemeente, hij had geen zitplaats en hij kwam ook niet geregeld. Misschien heeft hij een witte das gedragen, maar die heeft hij niet van ons geld gekocht, want hij had op geen enkele wijze iets met ons te maken, behalve dat hij af en toe een dienst bijwoonde. Als uw zegsman ooit onder mijn prediking heeft gezeten, kan ik alleen maar betreuren dat ik hem, evenals——, moet rekenen tot hen die niet tot hun nut hebben gehoord. Men behoort voorzichtig te zijn met het navertellen van ongegronde verhalen, en dat vooral wanneer de heilige naam van de godsdienst in het geding is.

Ik verblijf,
hoogachtend de uwe,
C. H. Spurgeon.

© Vertaling Letters of Charles Haddon Spurgeon door Teun van der Plas