Brief aan de kinderen van het weeshuis — zonder datum

BRIEF 186
[Zonder datum.]
Mijn lieve kinderen,
Ik wens jullie een vrolijk kerstfeest, ieder van jullie. Ik hoop dat jullie allemaal gezond zijn en kunnen genieten van de lekkere dingen die wij dankzij goede vrienden hebben kunnen verzorgen. Driewerf hoera voor die vrienden! Laten wij allemaal dankbaar zijn dat onze hemelse Vader ons het hele jaar door brood heeft gegeven om te eten en kleding om aan te trekken, en dat Hij ons beschutting heeft gegeven tegen de stormwind en een plaats om te rusten. Laten wij allemaal zingen:
“Laten wij met blij gemoed
de Heere loven, want Hij is goed;
want Zijn barmhartigheid zal duren,
altijd getrouw, altijd zeker.”
Zolang jullie in het weeshuis zijn, hoop ik dat jullie allemaal, jongens en meisjes, heel gelukkig zullen zijn. Ik zou zelf heel ongelukkig zijn als ik dacht dat jullie ongelukkig waren. Toch kennen sommigen van jullie de beste vreugde misschien nog niet: de vreugde om door het geloof in Jezus Christus in het reine te zijn met God, en zo bereid te zijn voor het leven dat nu is en voor het leven dat komt. Dat geluk kende ik toen ik een jongen was, en ik wilde dat jullie het allemaal hadden.
Laten wij het beste van onszelf maken. Jongens en meisjes, straks zijn jullie mannen en vrouwen. Leer zoveel als je kunt, zodat je weet hoe je je rol moet vervullen en hoe je in het leven slaagt. Jullie liefhebbende vriend, C. H. Spurgeon.
Aan meneer Charlesworth, met dank voor zijn brieven en met de hartelijkste groeten aan hemzelf en aan het hele personeel. Dit is mijn woord aan de jongens en meisjes.
© Vertaling Letters of Charles Haddon Spurgeon door Teun van der Plas