Brief aan de heer Joshua Keevil — Westwood, 19 juni 1886

BRIEF 128
Westwood, 19 juni 1886.
Beste meneer Keevil,
De schimmel verdient alles wat u ervan zegt; maar waarom zou u mij een paard geven? Dat is veel te veel. Het is mij alsof ik zo’n groot geschenk niet van u mag aannemen. Ik ben bereid het tegen betaling van u over te nemen, en ik dank u.
Laat mij het paard alstublieft een poos hebben; dan kunnen wij deze zaak later afhandelen. Intussen ruste het beste van Gods zegeningen voor altijd op u. Vandaag is het mijn verjaardag, maar niemand anders komt met zo’n geschenk. Er schijnt maar één Keevil te zijn. God zegene hem.
Hartelijk de uwe,
C. H. Spurgeon.
© Vertaling Letters of Charles Haddon Spurgeon door Teun van der Plas