Neem, eet!

Een preek uitgesproken door C.H. Spurgeon, op 8 Januari 1888, in de Metropolitan Tabernacle, Newington.

En terwijl zij aten, nam Jezus het brood en toen Hij het gezegend had, brak Hij het en gaf het aan de discipelen en Hij zei: Neem, eet, dit is Mijn lichaam. Mattheüs 26:26

Over één ding zijn wij het allen eens: het avondmaal is een symbool van de dood van Jezus Christus en van de wijze waarop wij de zegeningen van Hem ontvangen. Het brood staat voor Zijn gebroken lichaam, de beker voor Zijn vergoten bloed — en doordat brood en wijn gescheiden worden aangereikt, wordt ons Zijn dood zichtbaar voorgesteld. De manier waarop wij dit brood eten en uit deze beker drinken, beeldt uit hoe wij Christus Zelf ontvangen. Zoals wij brood en wijn met ons lichaam ontvangen door te eten en te drinken, zo ontvangen wij geestelijk de verdienste en de kracht van de Heere Jezus Christus door geloof — een geloof dat voedt zoals eten, dat verkwikt zoals drinken, en dat Christus in ons hart opneemt zoals voedsel tot in ons wezen doordringt.

Deze twee woorden, ‘Neem, eet’, zijn de praktische aanwijzingen voor het avondmaal en vormen in geestelijke zin het evangelie van Gods genade. Elke discipel van de Heere Jezus kan als het ware een innerlijke stem horen die met betrekking tot Christus tot hem zegt: “Neem, eet.” En u, die vreest geen discipel van Hem te zijn – als u het wél zou willen zijn, als er een verlangen in uw hart is om Hem te kennen, als u Hem bent gaan zoeken – tot u durf ik eveneens te zeggen: “Neem, eet.” Dít is de weg om Christus te verkrijgen: neem Hem aan, neem deel aan Hem, en Hij is de uwe. U herinnert zich waarschijnlijk het bijzondere verhaal van de bekering van Augustinus, die na een zondig leven werd neergeslagen door gewetenswroeging. Zijn innerlijke pijn was groot en hij vond nergens vrede, totdat hij een stem hoorde – mogelijk die van een kind aan de andere kant van een muur, we weten het niet – maar hij hoorde steeds opnieuw die woorden: “Tolle, lege; tolle, lege; tolle, lege”, dat wil zeggen: “Neem en lees; neem en lees.” Hij nam het boek, las het, overdacht het in geloof en vond vrede met God.

Ik heb gebeden dat er vanavond hier misschien een jonge Augustinus aanwezig is. Op dit moment is zijn naam in feite “verachtelijk”, omdat hij in zonde en ongerechtigheid leeft. Ik bid dat zijn geweten gekweld mag worden en dat hij door deze woorden uit de tekst, “Neem, eet”, tot Christus geleid mag worden. Moge dit gebod tot u doordringen, moge u het verstaan en gehoorzamen, en moge mijn Meester van een grote zondaar een grote heilige maken – zelfs een Augustinus, die eenmaal moedig het evangelie van Gods genade zal verdedigen, hoewel hij nu nog wanhopig zondigt tegen de almachtige liefde. O, moge dat zo zijn!

Met dat doel voor ogen kom ik bij mijn tekst. We kunnen daar niet veel onderscheid in maken, toch? Er zijn slechts twee woorden waarover ik in het bijzonder wil spreken, en die zullen de onderverdelingen van mijn onderwerp vormen. Ten eerste: “Neem”, en ten tweede: “Eet”.

I. Het eerste woord waarop ik uw aandacht wil vestigen, is “NEEM”. Net zoals een arts aan het begin van een recept zou schrijven: “Neem dit en dat”, zo zei de Heere Jezus tegen Zijn discipelen: “Neem.” Dat woord wordt in ons Nieuwe Testament vaak vertaald met “ontvang”. Jezus houdt het brood in Zijn hand omhoog en zegt als het ware: “Ontvang het; laat het in uw hand komen.” Jezus nam het brood, zegende het en brak het, en toen Hij het aan Zijn discipelen aanbood, zei Hij: “Neem, neem, neem”, en zij namen het, en het brood werd van hen.

Zo ontvangen heiligen zegeningen: zij nemen ze aan. En zo ontvangen zondaars ook zegeningen: door de genade van God nemen zij ze aan. Zij maken ze niet, verdienen ze niet en verwerven ze ook niet, maar zij nemen ze aan. Jezus Christus zegt tegen hen: “Neem”, en zij gehoorzamen Zijn stem en nemen het aan.

Niemand aan tafel zei: “Heere, ik durf het niet te nemen”, want toen Jezus zei: “Neem”, namen zij het. Niemand zei – al voelde misschien iedereen zich zo: “Ik ben het niet waard om het te nemen” – maar toen Jezus zei: “Neem”, namen zij het. Het is altijd het beste om alle goede dingen die u worden aangeboden, te aanvaarden. Als u een zeer arm mens bent en iemand biedt u een shilling aan, dan durf ik u dit advies te geven: neem hem aan. Blijf niet staan om tegen hem te zeggen: “Beste meneer, ik denk dat willekeurige liefdadigheid verkeerd is; u hebt nooit naar mijn karakter geïnformeerd, u weet niet of ik echt werkeloos ben.” Als u een shilling aangeboden krijgt, mijn vriend, kunt u die beter aannemen. En als u erg hongerig bent en er is brood voorhanden, dan doet u er goed aan dat te eten wanneer het u wordt aangeboden. Als het u vrijelijk wordt aangeboden, neem het dan vrijelijk aan.

Als ik in die situatie zou verkeren, zou ik geen vragen stellen – niet alleen uit gewetensoverwegingen, maar ook uit pure noodzaak. En al helemaal als het geschenk mij uit genade, door de Heere Jezus Christus, wordt aangeboden. Als Hij zegt: “Neem”, dan neem ik. Er is niets vrijgeviger dan een geschenk; misschien zou ik zelfs vrijer moeten zijn in het aannemen dan in het geven. Onze arme natuur is bekrompen en we zijn niet altijd vrijgevig in het geven, maar zelfs egoïsme kan ons vrijmoedig maken in het ontvangen. Een heilig verlangen naar uw eigen welzijn en uw eigen redding zou u ertoe moeten brengen te zeggen: “Ja, Heere, als U vrijelijk geeft, zal ik zonder aarzelen vrijelijk nemen!”

En het is niet zo dat de Meester dat stuk brood een half uur lang aan Petrus heeft voorgehouden. Hij zei: “Neem”, en Petrus nam het. “Neem”, zei Hij tegen Johannes, en Johannes nam het. “Neem”, zei Hij tegen Filippus, en Filippus nam het meteen. Gezegend zijn zij die Christus aannemen zodra zij voor het eerst over Hem horen. Gezegend zijn allen die Hem aannemen, maar driemaal gezegend zijn zij die, wanneer Hij zegt: “Neem”, door Zijn genade onmiddellijk antwoorden: “Ja, Heere, dat zal ik doen, en ik dank U van harte!” Denk aan die woorden die we zo vaak hebben gezongen:

Leven vindt men bij Jezus alleen,
Alleen daar wordt het u geschonken —
Aangereikt zonder prijs of geld,
Een geschenk van God, om niet gegeven;
Neem het heil dan aan,
Neem het nu, en u zult gelukzalig zijn.”

Ik verwacht dat iemand zal zeggen: “Moet ik Jezus Christus dan alleen maar aannemen?” Ja, precies zo. Hebt u een Verlosser nodig? Daar is Hij; neem Hem aan. Wilt u bevrijd worden van de macht der zonde? Hij kan u bevrijden; neem Hem aan om dat te doen. Wilt u een heilig, godvruchtig leven leiden? Hier is Iemand die u kan reinigen en u in staat kan stellen zo te leven. Neem Hem aan; Hij is zo vrij als de lucht: u hoeft voor Christus niet meer te betalen dan voor de volgende ademtocht die uw longen binnenkomt. Neem Hem aan, neem Hem aan; dat is alles wat u hoeft te doen.

Als u zegt: “Ik kan mij nauwelijks voorstellen dat ik, een arme, onwaardige zondaar, Christus mag aannemen”, dan is juist dát de kern van het evangelie: u móét dit horen, want Jezus zei: “Neem, eet.” De Heere Jezus zei tegen Zijn discipelen: “Neem, eet; dit is Mijn lichaam.” Dat laat zien hoe vrij Christus Zich aan zondaars geeft. Eens had Hij geen lichaam; de gezegende Zoon van God was zuiver Geest, maar Hij heeft Zich vernederd om uit Maria geboren te worden. Denk aan Hem als het Kind in de kribbe: de Heere van alles vernederde Zich zo diep dat Hij aan de borst van een vrouw lag en in doeken gewikkeld werd zoals ieder ander kind. De Heere van leven en heerlijkheid heeft de menselijke natuur aangenomen. Hij leefde in Nazareth als Kind en groeide op als arbeider, bekend als de zoon van een timmerman.

Arbeider, uw God werd timmerman voor u; neem Hem dan aan. Dat Hij onder de mensen kwam en een lichaam aannam zoals het onze, moet ons juist moed geven om te beseffen dat wij Hem vrij mogen aannemen. Zijn naam is Immanuel: God met ons. En als Hij God mét ons is, been van ons been en vlees van ons vlees, als Hij zo ver gekomen is om ons te zegenen, laten wij dan niet twijfelen dat wij vrij mogen aannemen wat Hij is komen brengen.

Bedenk bovendien dat Hij, nadat Hij een lichaam had aangenomen, in dat lichaam heeft geleden. Als ik u alleen zou vertellen dat Jezus Christus nog moet sterven om u te verlossen, zou dat uw geloof op de proef stellen. Maar nu mag u horen dat Hij wél gestorven is, dat het werk van uw verlossing is volbracht, dat Jezus riep: “Het is volbracht” voordat Hij Zijn hoofd boog en Zijn geest gaf, dat Hij uw schuld tot op de laatste cent heeft betaald en uw zonden in Zijn eigen lichaam aan het kruis heeft gedragen – dat is werkelijk goed nieuws. Want dat betekent dat, nu Hij dit alles heeft gedaan en gestorven is, “de Rechtvaardige voor de onrechtvaardigen, om ons tot God te brengen”, wij Hem vrij mogen aannemen. Daarop kunt u met vertrouwen steunen.

God heeft Zijn Zoon aangewezen als verzoening voor de zonde. Laten wij dan naar Hem luisteren wanneer Hij zegt: “Neem, neem, neem”, en laten wij aannemen wat ons zo vrij wordt aangeboden. Beste vrienden, bedenk ook: doordat Jezus Christus een lichaam had en in dat lichaam stierf, moest het doel van die dood buiten Hemzelf liggen. Hij kon geen mens zijn geworden om daar Zelf beter van te worden. Hij kon niet gestorven zijn met slechts Zijn eigen eer als doel. Hij hoefde de heerlijkheid van Zijn goddelijkheid niet te verhullen in een sterfelijk lichaam, om vervolgens in dat lichaam te sterven. Dus moet Hij voor anderen gestorven zijn. Neem Hem daarom aan, neem Hem aan. Ziet u niet dat de vruchten niet aan de boom hangen voor de boom zelf, maar voor de voorbijganger, die – wanneer hij honger heeft – zijn hand kan uitstrekken, ze kan nemen en eten? O, dat u dit zou inzien: dat Christus voor zonden stierf die niet de Zijne waren, om verzoening te bewerken, en dat u Hem daarom mag aannemen, Hem volkomen vrij mag aannemen!

Bovendien is het Jezus Zelf die ons geeft wat wij worden bevolen om te nemen. Let erop hoe dit vers luidt: “Jezus nam het brood, zegende het, brak het, gaf het aan de discipelen en zei: Neem, eet.” Wat Jezus geeft, mag u werkelijk nemen. Ik mag niet zomaar de eigendommen van een ander nemen, maar ik mag wel nemen wat die ander mij geeft. Als ik zou worden gearresteerd wegens diefstal, en ik kon oprecht zeggen: “Deze man heeft het mij gegeven”, dan zou ik toch geen dief zijn? En als Jezus Christus u genade schenkt en u neemt die aan, dan pleegt u geen diefstal, maar gehoorzaamheid.

In feite is het volstrekt onmogelijk dat iemand Christus aangrijpt zonder dat hij daar wettig recht toe heeft. Als een hond een slagerij binnenrent en een stuk vlees steelt, kan de slager het hem afpakken en verhinderen dat hij eet wat hij gestolen heeft. Maar er is nog nooit een “hond” van een zondaar geweest die kwam en zich vastklampte aan de genade van Christus, en dat Christus het vervolgens van hem afnam. Neem het, zondaar, dan zal u het zeker hebben. Als u het durft te grijpen, maakt God dat grijpen door het geloof tot iets goeds, want Hij gebiedt u het te doen. U kunt nooit enig ander recht op Christus hebben dan dit ene recht: dat Hij vrijelijk geeft aan hen die Hem nodig hebben, naar de rijkdom van Zijn genade. Daarom, luister naar dit woord: “Neem, neem, neem.” Ontvang, aanvaard, grijp, eigen het u toe, neem.

Toen Jezus Christus tegen Zijn discipelen zei: “Neem”, was Hij hun Meester, en het woord van Christus had voor de discipelen een wettige kracht. Niemand onder hen had kunnen zeggen: “Ik wil niet nemen”, zonder zich schuldig te maken aan ongehoorzaamheid. Och, dat er vanavond hier een arme ziel zou zijn die zou zeggen: “Is er een Verlosser? Dan wil ik Hem hebben; ik zal Hem nemen.” Moge de Geest van oneindige liefde uw geest zo bewegen dat u, als in een heilige wanhoop, zegt: “Ik zal Hem nu nemen. Of ik dat nu kan of niet, ik zal Hem aannemen. Ook al zegt mijn zondige bewustzijn: ‘Dat mag je niet’, en al zegt de duivel: ‘Dat durf je niet’, toch zal ik Hem aannemen. Ik geloof, ik zal geloven, ik móét geloven dat Jezus voor mij gestorven is. En ik zal Hem aannemen als mijn Verlosser; ik zal mij volledig en alleen op Hem verlaten.”

Als u dit doet, zult u nooit verloren gaan. Want aan u, en aan iedereen die een discipel van Christus is, of het nog zal worden, klinkt dit gebod: “Neem, neem, neem, neem, neem.” O, gezegend bericht en zoet gebod, moge de goddelijke Geest u nu leiden om het te gehoorzamen en Christus als uw Verlosser aan te nemen!

II. Het tweede hoofdpunt van de preek is: EET – “Neem, EET.” Eten is zo eenvoudig dat het bijna geen uitleg behoeft; ga naar huis en schuif aan voor de maaltijd, en u begrijpt het meteen. Elke hongerige, ja ieder levend mens weet wat eten is. Wat is eten? Eten is de meest innerlijke vorm van ontvangen: het is het voedsel dat voor u staat, in uzelf opnemen. Zo is het ook met Christus. Neem Christus, u die Zijn discipelen bent; neem Christus Zelf, Zijn werk, Zijn bloed, Zijn gerechtigheid – neem dit alles in uzelf op. Zeg in uw hart: “Dit is voor míj; ik neem het voor mijzelf. Wat ik eet, eet ik voor mijzelf.” U kunt niet voor uw vrouw of uw kind eten; eten moet u zelf doen. Wees dan nu moedig genoeg om Christus geheel voor uzelf te nemen.

Zeg: “Deze stervende Verlosser is van mij, deze opgestane Verlosser is van mij. Ik hoop dat velen Hem zullen hebben, maar wat mijzelf betreft: ík neem Hem.” Wanneer ik eet, doe ik iets persoonlijks; zo is het ook met geloven. Neem daarom door het geloof deze gezegende Zoon van God, die Mens werd, leefde, stierf en opstond – neem Hem persoonlijk tot u. Dat is wat u nú behoort te doen. “Maar dat is toch egoïstisch?”, zegt u misschien. Het is een noodzakelijke daad. U hebt persoonlijk gezondigd, dus moet u Christus persoonlijk aannemen. U hebt persoonlijk honger, dus moet u persoonlijk eten. Wie kan u dat kwalijk nemen? U kunt niet onzelfzuchtig voor anderen zorgen als u zelf niet eet; dan leeft u niet lang genoeg om zelfzuchtig of onzelfzuchtig te zijn. Zorg dus eerst dáárvoor: “Neem, eet.” Ontvang Christus op de meest innerlijke manier.

Eten is ook een heel gewone, vertrouwde manier van ontvangen. Het is iets wat zowel de arbeider als de edelman doet – en vaak doet de arbeider het met meer smaak dan de edelman. Nodig geen deftige, rijke mensen uit als u echt wilt zien hoe er gegeten wordt, maar arme arbeiders die al lange tijd weinig te eten hebben gehad. Zet hen aan tafel met een goed stuk vlees en let eens op hoe zij eten. Zo gulzig en gretig mogen eenvoudige mensen ook Christus nemen wanneer zij tot Hem komen. Eten is een vertrouwelijke, dagelijkse handeling; daarom zeggen wij ook met betrekking tot de grote verlossing in Jezus Christus: “Neem, eet”; neem Hem direct in u op. U kunt dat doen terwijl u uw maaltijd nuttigt, terwijl u als hongerige uw brood eet: zo mag u de Heere Jezus Christus innerlijk aannemen, op Hem vertrouwen, Hem ontvangen, en zeggen: “Hij is – Hij zal geheel en al – van mij zijn.”

Wanneer voedsel wordt gegeten, wordt het niet alleen ingenomen, maar ook gekauwd. Het blijft enige tijd in de mond, wordt heen en weer bewogen, zodat de smaak goed wordt ervaren. Zo hoort u ook met betrekking tot de Heere Jezus Christus en Zijn verlossingswerk veel na te denken. Overdenk, onthoud, leer en verwerk de waarheid innerlijk. Als u zegt: “Ik kan niet geloven”, denk dan veel na over wát er te geloven valt en over Hém in wie u moet geloven. Dat “herkauwen” – het herhaald overdenken – is een uitnemende manier om u te voeden met het hemelse brood. Jezus stierf voor zondaars; Jezus stierf voor zondaars; Jezus stierf in de plaats van zondaars. “Kauw” op die grote waarheid, draai haar telkens weer om in uw gedachten, totdat de kern en de kracht ervan in uw ziel zijn doorgedrongen.

Dan vindt er een innerlijke assimilatie van het voedsel plaats. Het dringt door tot in ons diepste wezen en begint ons lichaam op te bouwen, totdat het voedsel dat daarnet nog brood was, vlees en bloed wordt. Houd Christus in uw gedachten, in uw geloof, in uw hart, totdat Christus uiteindelijk één met u wordt en uw ziel voedt, zoals voedsel uw lichaam opbouwt. “Neem, eet.” U weet dat het eigenlijke doel van eten is dat het voedsel in u wordt opgenomen. Het gaat erom dat het zo in u komt dat het van u wordt en een deel van uzelf wordt. Doe dat nu met de gezegende Heere Jezus Christus en al Zijn wonderbare werk voor zondaars. Neem Hem aan totdat Hij in u is en een wezenlijk deel van u wordt, en u door Hem leeft. “Neem, eet.”

Ik kan mij voorstellen dat iemand zegt: “O, maar het lijkt mij té mooi om waar te zijn dat ik, een arme, onwaardig schepsel, Christus tot mij mag nemen, zoals ik een stuk brood tot mijn voedsel neem!” Luister dan: Hij zélf zegt dat u het moet doen; dat is genoeg waarborg. Al was ik de meest onwaardige die nog niet in de hel is, als Jezus mij vraagt Hem te vertrouwen, dan mag ik Hem vertrouwen. Zijn uitnodiging is voor mij voldoende garantie om het te doen. O kind van God, o u die Zijn kind wilt zijn, Hij nodigt u uit om te eten. Ik smeek u: aarzel niet, maar laat Zijn uitnodiging uw waarborg zijn!

Jezus Christus vergelijkt Zichzelf met brood. Maar wat is het nut van brood, anders dan om gegeten te worden? Waarvoor wordt het tot brood gemaakt, anders dan om gegeten te worden? Waarom ligt het in rijen bij de bakker? Om er alleen maar naar te kijken? Wat! Hongerige mensen op straat, en brood dat daar ligt als versiering? Nee, brood bakken betekent: voedsel voor mensen. Zo is het ook wanneer de Heere Jezus Christus Zich met brood vergelijkt: daarmee maakt Hij duidelijk dat Hij Zich in het genadeverbond juist zo heeft willen geven, opdat wij Hem zouden ontvangen.

Wat gebeurt er met brood dat niet wordt gegeten? Het manna in de woestijn dat niet gegeten, maar bewaard werd, kreeg wormen en stonk. Onze Heere Jezus Christus heeft geen nut, als het zo gezegd mag worden, tenzij zondaars door Hem worden gered. Een Verlosser die niemand redt is als een man die een winkel opent en nooit iets verkoopt, of als een arts die in een stad komt en nooit patiënten heeft. Christus móét zondaars redden; Hij wil zondaars, Hij verlangt ernaar zondaars te redden. Kom dan tot Hem. Kom en eet van dat Brood, dat zijn doel, zijn bedoeling en zijn bestemming mist als het niet wordt gegeten. Christus als brood dat niet gegeten wordt, is Christus die wordt onteerd.

“Neem, eet.” Wat betekent dat “eten”? Dat zal ik u uitleggen. Wanneer twee mannen in het Oosten een stuk brood namen en het braken, en de één het ene stuk at en de ander het andere stuk, betekende dat: vriendschap. Ik kom de tent van een Arabier binnen en ik weet niet wat voor man hij is; misschien zou hij mij ’s nachts kunnen doden en beroven. Maar als hij mij een stuk brood geeft en ik eet met hem, zal hij mij geen kwaad doen. De rechten van de gastvrijheid zijn dan op mij van toepassing; er is vriendschap tussen hem en mij.

Ziet u het? God vindt Zijn vreugde in Jezus Christus; wilt u ook vreugde in Hem hebben? Dan hebt u samen brood gebroken, want u verheugt zich in dezelfde Persoon. God vertrouwt Zijn eer aan Christus toe; wilt u uw ziel aan Christus toevertrouwen? Dan hebt u brood met God gebroken. “Neem, eet”, zegt Jezus, en op het moment dat u dat doet, is er vriendschap – ja, is er een verbond – gesloten tussen u en de grote Vader. God heeft Jezus Christus zeker meer lief dan ik, maar soms denk ik dat Hij Hem niet méér liefheeft dan ik. O, wat een Christus is Hij voor mijn ziel! En God heeft Hem ook lief; daarin zijn wij het eens. Wij zijn het eens over een dierbare Verlosser, en op dat punt reiken God en mens elkaar de hand en zijn voor eeuwig vrienden. Over het offer van Christus is ons verbond gevestigd. Zodra u door het geloof van Christus hebt “gegeten”, is er een eeuwige vriendschap gesloten tussen u en uw God.

Nogmaals, wanneer Jezus zegt: “Neem, eet”, maakt Hij daarmee duidelijk dat Hij het ware voedsel voor onze ziel wil zijn. Zielen moeten gevoed worden met de waarheid van God; dát is hun geestelijk voedsel. En de Heere Jezus Christus wordt, wanneer wij aan Hem denken, over Hem mediteren, in Hem geloven en Hem ontvangen, het voedsel van ons hart, de voeding van onze geest. Denk daarom veel aan Hem, vertrouw veel op Hem, overdenk Hem vaak. Zo wordt u sterk in de Heere en opgebouwd tot een volwassen mens in Christus Jezus. Dit is de betekenis van de woorden: “Neem, eet.”

Dit beeld laat ook de bijzondere verbondenheid zien tussen Christus en Zijn volk. Wat een mens eet, wordt onlosmakelijk met hem verbonden. U kunt niet meer terughalen wat hij gisteren gegeten heeft; het is een deel van hem geworden. Er wordt verteld van een priester die het Nieuwe Testament van een Iers jongetje afnam. Het jongetje zei: “Er zijn tien hoofdstukken die u niet kunt afpakken.” “Waarom niet?”, vroeg de priester. “Omdat ik ze uit mijn hoofd heb geleerd.” Zo kan Christus, zodra u Hem in uw hart hebt ontvangen, niet meer van u worden weggenomen. “Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus?”

Er is zo’n hechte band tussen Christus en de gelovige dat er geen scheiding tussen hen kan zijn zonder dat Christus én de mens zelf tenietgedaan zouden worden. Zij zijn zo met elkaar verbonden, verweven en vermengd, dat scheiding onmogelijk is. Daarom zegt de Heiland tot u, die Zijn discipel bent, en tot u, die dat wenst te worden: “Neem, eet.” Zoals u ons straks aan de avondmaalstafel het brood ziet nemen en eten, zo behoort u Christus te nemen en u met Hem te voeden, want Hij gebiedt u dat te doen.

“Neem, eet.” Er wordt niets gezegd over verdienen, niets over kopen, niets over eerst geschikt of voorbereid zijn. Kom dan, neem de Heere Jezus Christus, en Hij is de uwe. “O,” zegt iemand, “ik zal op Christus vertrouwen, ik zal Hem nu aannemen.” Jullie jonge mannen en jonge vrouwen die hier vanavond aanwezig zijn, op de eerste zondag van mijn terugkeer na mijn rusttijd – het zou een zeer gelukkige avond zijn als jullie Christus zouden durven aannemen.

Toen ik zelf in nood verkeerde, leek het mij alsof ik Christus niet mócht aannemen. Jaren geleden, toen ik een jongen van vijftien was, was dat mijn worsteling: ik durfde niet te geloven dat Christus voor míj gestorven was en was bang om mijn ziel aan Hem toe te vertrouwen. Langzamerhand begon ik te zien dat, als ik het zou durven, ik het ook kón doen; en dat, als ik het eenmaal zou doen, het voor altijd zou zijn en nooit meer ongedaan gemaakt kon worden. Dat als ik de kans zou aangrijpen om Jezus Christus te ontmoeten en slechts de zoom van Zijn kleed aan te raken – al leek dat enorm vrijmoedig – het toch een heilige en geheiligde vrijmoedigheid zou zijn, en dat Christus mij dat niet kwalijk zou nemen.

En ik weet: toen ik voor het eerst geloofde, voelde het alsof ik een dief was die genezing had gestolen. Maar de Heere Jezus heeft het mij nooit weer afgenomen. Ik waagde het, ik riskeerde het, ik durfde te zeggen: “Ik geloof dat Hij mij kan redden en dat Hij mij heeft gered.” Ik vertrouwde op Hem, en zo vond ik vrede. Doe u dat vanavond ook.Jezus heeft gezegd: “Wie in Mij gelooft, hééft eeuwig leven.” Hij heeft het nu, en omdat het eeuwig is, zult u het nooit verliezen. Wie in Jezus Christus gelooft, komt niet in het oordeel, ondanks al zijn vroegere schuld en zonden. “Wie gelooft en zich laat dopen, zal zalig worden.” Nu hebt u het hele evangelie gehoord; zo heeft de Meester het gesproken, en daar is niets door mij aan toegevoegd. “Wie gelooft en zich laat dopen, zal zalig worden.” “Als u met uw mond belijdt dat Jezus de Heere is en met uw hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u zalig worden; want met het hart gelooft men tot gerechtigheid en met de mond belijdt men tot zaligheid.”

“Neem, eet; neem, eet; neem, eet.” Graag zou men deze woorden zo willen uitspreken dat u, daarboven op de hoogste galerij, ze over twintig jaar nog in uw geheugen hoort naklinken, als u dan nog leeft. Dat, wanneer u zich deze lampen en deze rijen mensen herinnert, u als het ware nog steeds een stem hoort die – misschien dan al lang uit het graf – roept: “Neem, eet.” Maar wacht geen twintig jaar. “Neem, eet”; doe het vanavond. Moge God u allen helpen om dit te doen, om Jezus’ wil. Amen.

Translate Website

Zoek In Archief

Selecteer een zoekfilter

Steun ons met een donatie

Uw steun helpt Het Spurgeon Archief te onderhouden en reclamevrij te houden.
Met uw bijdrage maakt u het mogelijk dat wij ons werk kunnen voortzetten en dit waardevolle archief vrij houden van reclame en commerciële invloeden. U kunt zelf het bedrag bepalen dat u wilt schenken – u kunt kiezen uit vooraf ingevulde bedragen of zelf een bedrag invoeren dat u passend vindt.

Wij danken u hartelijk voor uw steun en betrokkenheid!

Interne Bladwijzers

Maak een gratis account aan of log in op Het Spurgeon Archief om uw favoriete artikelen met bladwijzers op te slaan en ze later gemakkelijk terug te vinden wanneer u opnieuw inlogt. Zo houdt u uw persoonlijke leeslijst bij en kunt u snel verder lezen waar u was gebleven.

Contact

Heeft u een tekstfout gevonden, of heeft u een vraag? Stuur dan een E-mail naar: [email protected]

Over de Auteur

C.H. Spurgeon

Charles Haddon Spurgeon

1834 – 1892 Was een Engelse baptistenpredikant in de puriteinse traditie. Belangrijke onderwerpen uit zijn prediking waren de vergeving van zonden en de noodzaak van wedergeboorte.

Onze Socials:

Copyright & Content