8 mei — Morgen
“En die gezond gemaakt was, wist niet, Wie Hij was.”—Johannes 5:13
Voor wie gelukkig en gezond is, vliegen de jaren voorbij. Maar achtendertig jaar ziekte moeten zich als een eindeloos vermoeiende tijd hebben voortgesleept in het leven van de arme zieke man. Toen Jezus hem dus met één woord genas, terwijl hij bij het badwater van Bethesda lag, merkte hij tot zijn vreugde dat er iets veranderd was. Zo gaat het ook de zondaar die weken en maanden door wanhoop verlamd was en vermoeid naar redding heeft gezucht. Hij merkt heel goed dat er iets veranderd is wanneer de Heere Jezus het woord van kracht spreekt en vreugde en vrede geeft in het geloven. Een kwaad dat zo groot is, kan niet worden weggenomen zonder dat we het merken. Een leven dat zo bijzonder is, kan niet worden geschonken zonder dat het zich laat zien. En een verandering die zo wonderlijk is, kan niet onopgemerkt blijven. Toch wist de arme man niet Wie zijn genezing had bewerkt. Hij kende de heiligheid van Zijn Persoon niet, ook niet de ambten die Hij vervulde of de opdracht waarmee Hij onder de mensen was gekomen. Ook in harten die de kracht van Zijn bloed voelen, kan nog veel onwetendheid over Jezus zijn. We mogen mensen niet snel veroordelen om hun gebrek aan kennis. Waar we het geloof zien dat de ziel redt, moeten we geloven dat de redding geschonken is. De Heilige Geest maakt mensen boetvaardig lang voordat Hij hen tot theologen maakt. Wie gelooft wat hij weet, zal al snel duidelijker weten wat hij gelooft. Onwetendheid is echter wel een kwaad, want deze arme man werd door de farizeeën flink geplaagd en was helemaal niet tegen hen opgewassen. Het is goed om tegenstanders antwoord te kunnen geven. Maar dat lukt niet als we de Heere Jezus niet duidelijk en met begrip kennen. Zijn onwetendheid werd echter snel genezen, vlak na zijn ziekte. Want de Heere zocht hem op in de tempel. Na die genadige openbaring getuigde hij “dat het Jezus was, Die hem gezond gemaakt had”. Heere, als U mij gered hebt, toon mij dan Uzelf, zodat ik U kan verkondigen aan de mensenkinderen.