Naar de inhoud
Het Spurgeon Archief Preken en geschriften in het Nederlands

Preekaantekeningen

Gen. 33:9-11 – Ik heb genoeg

4 min. lezen

Ezau zei: Ik heb genoeg. Gen. 33:9 (1) Jacob zei: Ik heb genoeg. Gen. 33:11 (2)

Het is even zeldzaam als aangenaam om iemand te ontmoeten die werkelijk genoeg heeft. De meeste mensen haken naar méér.
Maar hier zien wij twee mannen die tevreden waren — volkomen tevreden.
Het is waar: beiden waren rijk. En toch zijn juist rijke mensen vaak de meest hebzuchtige van allen.
Om het wonder nog groter te maken: het gaat hier niet om willekeurige mannen, maar om twee broeders — en wat meer is, twee broeders met heel verschillend karakter en aard, die elk konden zeggen: “Ik heb genoeg.”
Waar zullen we zulke twee broeders vinden?
Waarlijk, hun vaders zegen rustte op deze vergenoegde tweeling.
Zij waren een zeldzaam wonder in hun tijd — en in de onze niet minder.

I. Een onbekeerde man die genoeg heeft

Ezau had vele gebreken, maar ontevredenheid behoefde daar niet één van te zijn. Tevredenheid is zowel een morele voortreffelijkheid als een geestelijke genadegave. Soms zijn zelfs onbekeerde mensen tevreden met hun lot.

  1. Dat gebeurt niet vaak.
    De meeste wereldse mensen vormen een gezelschap van klagers en ontevredenen.

  2. Toch komt het soms voor, zoals bij Ezau.
    Dat kan voortkomen uit een gebrek aan geestelijke diepte, of uit een natuurlijk gemakkelijke aard die snel tevreden is — of uit gedachteloosheid, waardoor men zich enkel om het genot van het ogenblik bekommert.

  3. Er steekt iets goeds in.
    Het weerhoudt van gierigheid en de ellende die daaruit voortkomt. Soms wekt het een zekere goedhartigheid — de gezindheid om “te leven en te laten leven.”

  4. Maar het heeft ook een schaduwzijde.
    Velen gaan zich beroemen op hun voorspoed en eigengerechtigheid, die ze nooit zouden koesteren als ze naar méér hunkerden.
    Het voedt minachting voor geestelijke rijkdom.
    Het kan een teken zijn dat iemand zijn deel al in dit leven heeft ontvangen.

II. Een godvrezend mens die genoeg heeft

  1. Helaas kan dat niet van iedere christen gezegd worden.
    Sommigen haken nog naar de wereld, terwijl ze beweren haar verlaten te hebben. Dat brengt onrust, prikkelbaarheid en afgunst — en maakt hun geest arm.

  2. Maar o, hoe heerlijk is het om genoeg te hebben!
    Tevredenheid is beter dan rijkdom.

  3. Het is zalig om genoeg te hebben om te kunnen delen.
    Dat behoort het doel van onze arbeid te zijn:
    “Dat hij arbeide, werkende met zijn handen wat goed is, opdat hij hebbe mede te delen aan wie gebrek heeft.” (Ef. 4:28)

  4. En het is zalig dit alles uit Gods hand te ontvangen.
    Jakob zei: “God heeft het mij genadig verleend, en ik heb genoeg.” (Gen. 33:11)

  5. Het allervolmaaktste is: alles te hebben.
    De kanttekening zegt dat Jakob letterlijk sprak: “Ik heb alles.”
    En inderdaad – “alle dingen zijn de uwe.” (1 Kor. 3:22)

Alles wat de gelovige nodig heeft, is hem beloofd in het verbond; alles in de voorzienigheid werkt hem ten goede; en in God, die zijn deel is, heeft hij meer dan alles.
In Christus heeft hij genoeg genade en kracht; in het Woord genoeg licht; in de Geest genoeg troost; in Gods liefde, macht en trouw oneindige schatten.
Zijn naam is immers: God de Algenoegzame.

Zou het kind van zo’n Vader ontevreden zijn?
Zelfs een wereldling kan soms vrij zijn van dat kwaad — hoeveel te meer de gelovige, die alle dingen heeft in zijn Heere!

Voorbeelden ter illustratie

Een arme gelovige vrouw, van wie haar ontbijt bestond uit een stuk droog brood en een glas water, riep uit:
“Hoe! dit alles — en ook nog Christus erbij!”

Een Puriteinse predikant, die voor zijn maaltijd slechts een haring en wat aardappelen had, bad dankend:
“Heere, wij danken U dat Gij land en zee hebt doorzocht om spijs te vinden voor Uw kinderen.”

De leus van onze tijd is: “vooruit, vooruit!”
alsof de wereld met postpaarden doorraast.
Maar hoe verbaasd zullen zulke mensen zijn wanneer zij eenmaal in de hemel komen, en zien dat de engelen — die toch wijzer zijn — geen plannen maken om aartsengelen te worden!

Overdenkingen

Is de bij niet even tevreden met de druppel dauw die zij drinkt uit een bloem, als de os met het gras op de heuvels?
Tevredenheid ligt niet in wat wij bezitten, maar in ons hart.
Het geheim van geluk is niet volle schuren, maar een rustige ziel.

“De tevreden mens,” zegt Seneca, “is gelukkig.”
Ontevredenheid berooft de mens van het vermogen om te genieten van wat hij heeft — één druppel azijn kan een glas wijn bederven.
(T. Watson)

Als voorbeeld van natuurlijke, niet-geestelijke tevredenheid wordt verteld:
Een zeevaarder zei eens tegen een Groenlandse inboorling dat hij medelijden had met zijn armoede.
“Armoede?” riep de man verwonderd, “ik heb altijd een balein door mijn neus en genoeg traan om te drinken — wat zou ik meer kunnen verlangen?”

(1) Naar de Engelse overzetting.
(2) Naar de Engelse overzetting.
(3) Gen. 33:11, Naar de Engelse overzetting.