“… uw droefheid zal tot blijdschap worden.”—Johannes 16:20
Hun bijzondere verdriet was de dood en de afwezigheid van hun Heere, en het veranderde in vreugde toen Hij uit de dood opstond en Zich in hun midden liet zien.
Zo zal al het verdriet van de heiligen veranderd worden, zelfs het ergste, dat eruitziet alsof het voor altijd een bron van bitterheid moet blijven.
Dus: hoe meer verdriet, hoe meer vreugde. Als wij vrachten verdriet te dragen hebben, zal de kracht van de Heere die in tonnen vreugde veranderen. Hoe bitterder de moeite, hoe heerlijker het genot: als de slinger ver naar links uitzwaait, gaat hij daarna des te verder naar rechts. De herinnering aan het verdriet zal de smaak van de blijdschap verhogen. Wij zullen het ene tegen het andere afzetten, en de diamant zal beter schitteren tegen de zwarte achtergrond erachter.
Kom, mijn hart, houd moed! Over een tijdje zal ik net zo blij zijn als ik nu somber ben. Jezus zegt mij dat mijn verdriet door een hemelse alchemie in blijdschap veranderd zal worden. Ik zie niet hoe dat zal gaan, maar ik geloof het, en ik begin alvast te zingen. Deze neerslachtigheid duurt niet lang. Straks ben ik bij de gelukkigen die de Heere dag en nacht prijzen, en daar zal ik zingen van de barmhartigheid die mij uit grote nood heeft gered.

