“En hij zeide: Vrees niet; want die bij ons zijn, zijn meer, dan die bij hen zijn.”—2 Koningen 6:16
Paarden, wagens en een groot leger sloten de profeet op in Dothan. Zijn jonge knecht schrok. Hoe konden zij aan zo’n groep gewapende mannen ontkomen?
Maar de profeet had ogen die zijn knecht niet had, en hij kon een groter leger zien, met veel betere wapens, dat hem tegen alle kwaad beschermde. Paarden van vuur zijn machtiger dan paarden van vlees, en wagens van vuur zijn veel beter dan wagens van ijzer.
Zo is het ook nu. De tegenstanders van de waarheid zijn talrijk, invloedrijk, geleerd en sluw. In hun handen vergaat het de waarheid slecht, en toch heeft de man van God geen reden tot angst. De machtigste krachten, zichtbaar en onzichtbaar, staan aan de kant van de gerechtigheid. God heeft legers die in hinderlaag liggen en zich zullen laten zien als het nodig is. De krachten aan de kant van het goede en ware wegen ruimschoots op tegen de machten van het kwaad.
Laten wij daarom moed houden en met opgeheven hoofd lopen, als mensen die een bemoedigend geheim kennen, dat hen boven alle vrees heeft uitgetild. Wij staan aan de winnende kant. De strijd kan hevig zijn, maar wij weten hoe hij afloopt. Het geloof dat God bij zich heeft, is in een duidelijke meerderheid:
“Die bij ons zijn, zijn meer, dan die bij hen zijn.”

