“Ik zal u wederom zien, en uw hart zal zich verblijden.”—Johannes 16:22
Hij zal zeker een tweede keer komen, en dan, als Hij ons ziet en wij Hem zien, zal er werkelijk gejuicht worden. Och, kwam die blijde terugkeer maar! Maar deze belofte wordt elke dag ook op een andere manier vervuld. Onze genadige Heere heeft in Zijn omgang met ons veel “wederoms”. Hij schonk ons vergeving, en Hij ziet ons weer en herhaalt het woord van vrijspraak als nieuwe zonden ons verdriet doen. Hij heeft ons laten zien dat wij door God aangenomen zijn, en als ons geloof in die zegen een beetje dof wordt, komt Hij telkens weer naar ons toe en zegt: “Vrede zij ulieden!”, en dan zijn onze harten blij.
Geliefden, al onze zegeningen uit het verleden zijn een voorbode van zegeningen in de toekomst. Als Jezus bij ons is geweest, zal Hij ons weer zien. Beschouw geen eerdere gunst als iets doods en begravens, waarover je moet rouwen, maar als een gezaaid zaad dat zal groeien, zijn kopje uit het stof zal steken en zal roepen: “Ik zal u wederom zien.”
Zijn de tijden donker omdat Jezus niet bij ons is zoals vroeger? Laten we moed vatten, want Hij blijft niet lang weg. Zijn voeten zijn als die van een ree of een jong hert, en ze zullen Hem snel bij ons brengen. Laten we daarom blij worden, want Hij zegt ook nu tegen ons: “Ik zal u wederom zien.”

