“Gij zult opstaan, Gij zult U ontfermen over Sion, want de tijd om haar genadig te zijn, want de bestemde tijd is gekomen. Want Uw knechten hebben een welgevallen aan haar stenen, en hebben medelijden met haar gruis.”—Psalm 102:14-15
Ja, onze gebeden voor de gemeente zullen worden verhoord. De bestemde tijd is gekomen. Wij houden van de gebedsbijeenkomsten, van de zondagsschool en van alle samenkomsten in het huis van de Heere. Wij zijn met ons hart verbonden aan al Gods volk en kunnen met recht zeggen:
Er is geen lam in heel Uw kudde dat ik te min zou achten om te weiden, er is geen vijand voor wie ik zou terugdeinzen om Uw zaak te bepleiten.
Als dit het algemene gevoel is, zullen wij binnenkort tijden van verkwikking beleven van de aanwezigheid van de Heere. Onze samenkomsten zullen vol zijn, gelovigen zullen weer opleven en zondaars zullen zich bekeren. Dit kan alleen voortkomen uit de barmhartigheid van de Heere; maar het zal komen, en wij worden opgeroepen het te verwachten. De tijd, de bestemde tijd, is gekomen. Laten wij ons dus in beweging zetten. Laten wij elke steen van ons Sion liefhebben, ook al is hij neergevallen.
Laten wij de kleinste waarheid, de kleinste instelling, de kleinste gelovige koesteren, ook al noemen sommigen het maar stof. Als wij Sion genegen zijn, staat God op het punt haar genegen te zijn. Als wij vreugde hebben in het werk van de Heere, zal de Heere Zelf er vreugde in hebben.

