“Laat mijn hart oprecht zijn tot Uw inzettingen, opdat ik niet beschaamd worde.”—Psalm 119:80
We mogen dit door God ingegeven gebed zien als een belofte in zichzelf: wie dicht bij het Woord van God blijft, zal er nooit reden toe hebben zich daarvoor te schamen.
Let op: het gebed vraagt om een oprecht hart. Een gezonde leer is goed, een gezond oordeel erover is beter, maar een oprecht hart voor de waarheid is het allerbeste.
We moeten de waarheid liefhebben, haar voelen en haar gehoorzamen. Anders zijn we niet echt oprecht in Gods inzettingen. Zijn er in deze boze dagen veel mensen die oprecht zijn?
Ach, mochten de schrijver en de lezer twee van zulke mensen zijn! Velen zullen zich schamen op de grote laatste dag, als alle geschillen beslecht worden.
Dan zullen zij de dwaasheid van hun bedenksels inzien en vol berouw zijn over hun trotse ongeloof en hun opzettelijke weerstand tegen de Heere. Maar wie geloofde wat de Heere leerde en deed wat de Heere gebood, zal rechtvaardig blijken te zijn in wat hij gedaan heeft. “Dan zullen de rechtvaardigen blinken, gelijk de zon.”
Mensen die veel zijn belasterd en mishandeld, zullen op die dag zien dat hun schande in heerlijkheid is veranderd.
Laten we het gebed uit onze tekst bidden, en we mogen er zeker van zijn dat de belofte ervan aan ons vervuld wordt. Als de Heere ons oprecht maakt, houdt Hij ons veilig.

