“Want wie heeft, dien zal gegeven worden, en hij zal overvloediglijk hebben; maar wie niet heeft, van dien zal genomen worden, ook dat hij heeft.”—Mattheüs 13:12
Als de Heere een mens veel genade heeft gegeven, geeft Hij hem nog meer. Een klein beetje geloof is een spaarpotje; er komt meer geloof bij. Maar dan moet het geen schijngeloof zijn, maar echt en waar geloof. Wat is het nodig dat wij het met ons geloof serieus menen en niet veel belijden zonder iets te bezitten! Want op een dag wordt zelfs de belijdenis van ons weggenomen, als dat alles is wat wij hebben. De waarschuwing is even waar als de belofte.
De Heere zij geprezen: als Hij eenmaal een begin heeft gemaakt, gaat Hij door met het schenken van de gaven van Zijn Geest, totdat wie weinig had, maar dat weinige echt had, overvloed bezit. Ach, dat wij die overvloed hadden! Overvloed aan genade is iets om vurig naar te verlangen.
Het is goed om veel te weten, maar beter om veel lief te hebben. Het is heerlijk om veel vaardigheid te hebben om God te dienen, maar nog beter om veel geloof te hebben om de Heere te vertrouwen voor die vaardigheid en voor alles.
Heere, U hebt mij een besef van zonde gegeven. Maak mijn afkeer van het kwaad dan dieper.
U hebt mij op Jezus leren vertrouwen. Laat mijn geloof dan groeien tot volle zekerheid.
U hebt mij ertoe gebracht U lief te hebben. Laat mij dan door een vurige liefde voor U worden meegesleept!

