“…de bergen en heuvelen zullen geschal maken met vrolijk gezang voor uw aangezicht, en alle bomen des velds zullen de handen samenklappen.”—Jesaja 55:12
Als de zonde is vergeven, is ons grootste verdriet voorbij en begint onze echte vreugde. Zo groot is de blijdschap die de Heere geeft aan hen die met Hem verzoend zijn, dat zij overvloeit en de hele schepping met vreugde vervult. De zichtbare wereld heeft verborgen muziek in zich, en een vernieuwd hart weet die tevoorschijn te halen en te laten klinken.
De schepping is het orgel. Een mens vol genade vindt de toetsen, legt er zijn hand op en wekt het hele heelal tot een harmonie van lofprijs. Bergen en heuvels en andere grote dingen vormen als het ware de bas van het koor, terwijl de bomen van het bos en alles wat leven heeft de melodie van het lied overnemen.
Als Gods Woord onder ons gezegend wordt en zielen worden gered, lijkt alles vol van lied. Als wij horen hoe jonge gelovigen belijden wat zij geloven en hoe goed onderwezen heiligen getuigen, worden wij zo blij dat wij de Heere moeten loven. Dan lijkt het alsof rotsen en heuvels, bossen en velden onze vreugdetonen weerkaatsen en de wereld in een orkest veranderen.
Heere, leid mij op deze gelukkige meidag naar buiten, Uw wereld vol klanken in, zo rijk aan lofzang als een leeuwerik die uit volle borst zingt.

