“En zoekt den vrede der stad, waarhenen Ik u gevankelijk heb doen wegvoeren, en bidt voor haar tot den HEERE; want in haar vrede zult gij vrede hebben.”—Jeremia 29:7
Wij zijn vreemdelingen en bijwoners bij de Heere. Het beginsel in deze tekst moet ons daarom allemaal aansporen om de vrede en de welvaart te zoeken van de mensen bij wie wij wonen. Vooral ons land en onze stad verdienen onze voortdurende voorbede, opdat zij gezegend worden. Een ernstig gebed voor ons eigen land en voor andere landen past op de lippen van elke gelovige.
Laten wij vurig bidden om de grote gave van vrede, thuis en in het buitenland. Als onenigheid bloedvergieten veroorzaakt in onze straten, of als een oorlog in den vreemde onze dappere soldaten doodt, dan betreuren wij allemaal die ramp. Laten wij daarom bidden om vrede en ijverig de beginselen bevorderen waardoor de bevolkingsgroepen in eigen land en de volken in het buitenland door banden van vriendschap met elkaar verbonden kunnen worden.
Aan ons wordt rust beloofd in samenhang met de vrede van het land. Dat is heel wenselijk, want zo kunnen wij onze gezinnen opvoeden in de vreze van de Heere en ook het evangelie prediken zonder belemmering of tegenwerking. Laten wij vandaag veel bidden voor ons land, onze nationale zonden belijden en vragen om nationale vergeving en zegen, om Jezus’ wil.

