“Immers zullen mij het goede en de weldadigheid volgen al de dagen mijns levens.”—Psalm 23:6
Een vrome dichter zingt:
Heere, nu U een extra dag in mijn tijd plaatst, zoals U nu doet, een dag die in andere jaren onbekend is, schenk mij, ik smeek het U, zoveel genade dat zij die dag verlicht, zodat hij, in welke gedaante ook, de heiligheid vergroot en de lofzang verlengt!
Deze dag komt maar eens in de vier jaar. Tot nu toe hebben goedheid en barmhartigheid, als twee wachters, ons van dag tot dag gevolgd. Zij vormen de achterhoede, terwijl de genade voorop gaat. En omdat deze ongewone dag ook een van de dagen van ons leven is, zullen de twee beschermengelen vandaag ook bij ons zijn.
Goedheid om in onze behoeften te voorzien en barmhartigheid om onze zonden uit te wissen: die twee vergezellen elke stap die wij zetten, vandaag en elke dag, totdat er geen dagen meer zijn. Laten wij daarom de Heere op deze bijzondere dag dienen met een bijzonder toegewijd hart en Zijn lof zingen met meer vuur en innigheid dan ooit. Zouden wij vandaag niet een bijzondere gave kunnen brengen voor de zaak van God of voor de armen? Laten wij met vindingrijke liefde van deze negenentwintigste februari een dag maken die wij nooit meer vergeten.

