“En Ik zal dat derde deel in het vuur brengen, en Ik zal het louteren, gelijk men zilver loutert, en Ik zal het beproeven, gelijk men goud beproeft; het zal Mijn Naam aanroepen, en Ik zal het verhoren; Ik zal zeggen: Het is Mijn volk; en het zal zeggen: De HEERE is mijn God.”—Zacharia 13:9.
De genade verandert ons in edel metaal, en dan volgen het vuur en de smeltoven als noodzakelijk gevolg. Schrikken we hiervan? Zouden we liever waardeloos zijn, zodat we rust hadden, zoals de stenen op het veld?
Dat zou betekenen dat we het mindere deel kiezen, zoals Ezau, die het linzenmoes nam en het verbondsdeel opgaf. Nee, Heere. Wij worden liever met vreugde in de smeltoven geworpen dan dat wij uit Uw nabijheid worden verworpen!
Het vuur zuivert alleen; het vernietigt niet. We moeten door het vuur heen gebracht worden, niet erin achtergelaten. De Heere waardeert Zijn volk als zilver, en daarom doet Hij moeite om hun slakken weg te zuiveren. Als wij wijs zijn, zullen wij het zuiveringsproces eerder verwelkomen dan afwijzen. Onze bede zal zijn dat het onedele van ons wordt weggenomen, en niet dat wij uit de smeltkroes worden weggehaald.
O Heere, U beproeft ons wel! Wij staan op het punt te smelten onder de hevigheid van de vlam. Toch is dit Uw weg, en Uw weg is de beste. Houd ons staande in de beproeving en voltooi ons zuiveringsproces, en wij zullen Uw eigendom zijn voor eeuwig en altijd.

