“Die overwint, Ik zal hem geven te eten van den boom des levens, die in het midden van het paradijs Gods is.”—Openbaring 2:7
Niemand mag op de dag van de strijd de rug toekeren of weigeren mee te gaan in de heilige oorlog.
Wij moeten strijden als wij willen heersen. Wij moeten de strijd voortzetten totdat wij elke vijand hebben overwonnen. Anders is deze belofte niet voor ons, want ze is alleen voor “die overwint”. Wij moeten de valse profeten overwinnen die in de wereld gekomen zijn, samen met al het kwaad dat bij hun leer hoort. Wij moeten onze eigen moedeloosheid overwinnen en onze neiging om in onze eerste liefde te verkoelen.
Lees het hele woord dat de Geest tot de gemeente van Efeze spreekt.
Als wij door genade de overwinning behalen — en dat zullen wij als wij onze overwinnende Leidsman trouw volgen — dan worden wij toegelaten tot het hart van het paradijs van God. Dan mogen wij langs de cherub en zijn vlammende zwaard gaan en komen bij die bewaakte boom, waarvan wie eet voor altijd zal leven. Zo ontkomen wij aan die eindeloze dood, het loon van de zonde, en ontvangen wij dat eeuwige leven, het zegel van onschuld, de vrucht van onsterfelijke beginselen van goddelijke heiligheid. Kom, mijn hart, vat moed! Wie voor de strijd vlucht, verliest de vreugde van het nieuwe en betere Eden. Wie doorvecht tot de overwinning, wandelt met God in het paradijs.

