“…en zal hen in zekerheid doen nederliggen.”—Hosea 2:17
Ja, de heiligen zullen vrede hebben. Het gedeelte waaruit dit genadige woord komt, spreekt van vrede “met het wild gedierte des velds, en met het gevogelte des hemels, en het kruipend gedierte des aardbodems”. Dat is vrede met aardse vijanden, met raadselachtig kwaad en met kleine ergernissen! Ieder van die dingen zou ons kunnen beletten te gaan liggen, maar geen ervan zal dat doen.
De Heere zal alles wat Zijn volk bedreigt, volledig vernietigen: “Ik zal den boog, en het zwaard, en den krijg van de aarde verbreken.” De vrede zal inderdaad diep zijn als alle werktuigen van onrust aan stukken zijn gebroken.
Bij deze vrede hoort rust: Psalm 127:2 zegt “het is alzo, dat Hij het Zijn beminden als in den slaap geeft”. Volledig verzorgd en door God tot stilte gebracht, gaan de gelovigen liggen in stille rust. Deze rust is veilig. Het is één ding om te gaan liggen, maar iets heel anders om “in zekerheid” te gaan liggen. Wij worden gebracht in het land van de belofte, het huis van de Vader, de kamer van de liefde en de schoot van Christus. Nu mogen wij zeker “in zekerheid nederliggen”. Het is veiliger voor een gelovige om in vrede te gaan liggen dan rechtop te zitten piekeren.
“Hij doet mij nederliggen in grazige weiden.” Wij komen nooit tot rust voordat de Trooster ons doet nederliggen.

