Brief aan Thomas H. Olney — Nightingale Lane, oktober 1875

BRIEF 164
Nightingale Lane, oktober 1875.
Waarde vriend,
Ik kon tegen meneer M—— niet veel zeggen, want ik was als verdoofd door het bericht van de dood van uw broer en kon het niet bevatten; eerlijk gezegd kan ik dat nu nog niet.
God zegene u, geliefde broeder, en nu Hij in ernstige daden zo heel dichtbij komt, moge Hij ook even dichtbij komen in liefde! Vrede zij u in dit uur van diepe ontsteltenis!
Ik betuig mijn diepste medeleven aan de weduwe. Ik kan niets beters doen dan bidden dat zij nu heel genadig ondersteund mag worden. Als zij zich stil voor de Heere kan buigen, zal dat tot haar eigen bestwil zijn. Verdriet dat zo natuurlijk is, en dat zo licht te zwaar kan worden, moet worden bedwongen, ter wille van haarzelf en van haar kleintjes. God helpe haar, arme ziel! Wat een verlies is het hare!
Liefdevol de uwe,
C. H. Spurgeon.
© Vertaling Letters of Charles Haddon Spurgeon door Teun van der Plas