“En Jezus zeide tot hem: Zo gij kunt geloven, alle dingen zijn mogelijk dengene, die gelooft.”—Markus 9:23
Ons ongeloof is de grootste hindernis op onze weg; sterker nog, er is eigenlijk geen andere moeilijkheid voor onze geestelijke vooruitgang en voorspoed. De Heere kan alles; maar Hij heeft de regel gesteld dat het ons gaat naar ons geloof, en zo bindt ons ongeloof de handen van Zijn almacht.
Ja, de bondgenootschappen van het kwaad zullen uiteengedreven worden als wij maar kunnen geloven. De verachte waarheid zal het hoofd opheffen als wij maar vertrouwen hebben in de God van de waarheid. Wij kunnen onze last van zorgen dragen en ongedeerd door de golven van nood gaan, als wij onze lenden maar omgorden met de gordel van de vrede, die gordel die door de handen van het vertrouwen wordt vastgemaakt.
Wat kunnen wij niet geloven? Is alles mogelijk, behalve geloven in God? Toch is Hij altijd waar; waarom geloven wij Hem dan niet? Hij is altijd trouw aan Zijn woord; waarom kunnen wij Hem dan niet vertrouwen? Als ons hart goed staat, kost geloven geen moeite: dan is het voor ons net zo natuurlijk om op God te vertrouwen als voor een kind om zijn vader te vertrouwen.
Het ergste is dat wij God over alles kunnen geloven, behalve over de zorg die ons nu drukt. Dat is dwaas. Kom, mijn ziel, schud zulke zonde van u af en vertrouw uw God de last, het werk en het verlangen van dit moment toe. Als dat gebeurd is, is alles gebeurd.

