“De Engel des HEEREN legert Zich rondom degenen, die Hem vrezen, en rukt hen uit.”—Psalm 34:8
Wij kunnen de engelen niet zien, maar het is genoeg dat zij ons kunnen zien. Er is één grote Engel des verbonds, Die wij liefhebben zonder Hem gezien te hebben, en Zijn oog is altijd op ons gericht, dag en nacht. Hij heeft een leger van heilige engelen onder Zich en laat hen waken over Zijn heiligen en hen beschermen tegen alle kwaad. Als duivels ons kwaad doen, bewijzen stralende wezens ons dienst.
Merk op dat de Heere van de engelen niet komt en gaat en ons slechts korte bezoekjes brengt, maar dat Hij en Zijn legers rondom ons kamperen. Het hoofdkwartier van het leger van de verlossing is bij hen die op de levende God vertrouwen. Dit kamp omringt de gelovigen, zodat zij van geen enkele kant kunnen worden aangevallen, tenzij de vijand erin slaagt door de verschansingen van de Heere van de engelen heen te breken. Wij hebben een vaste bescherming, een blijvende wacht.
Met Gods boodschappers als wachtposten om ons heen worden wij niet verrast door plotselinge aanvallen en niet verzwolgen door een overweldigende overmacht. In dit vers wordt redding beloofd, redding door de grote Aanvoerder van onze zaligheid, en die redding zullen wij telkens weer ontvangen, tot onze strijd is volbracht en wij het slagveld inruilen voor ons thuis van rust.

