“Immers zal een wees bij U ontfermd worden.”—Hosea 14:4
Dit is een uitstekende reden om al het andere vertrouwen los te laten en alleen op de Heere te steunen. Als een kind zonder zijn natuurlijke beschermer achterblijft, stapt onze God naar voren en wordt Hij zijn voogd. Zo mag ook iemand die alles kwijt is waarop hij kon leunen, zich werpen op de levende God. Dan vindt hij in Hem alles wat hij nodig heeft. Wezen zijn aangewezen op Gods vaderschap, en Hij zorgt voor hen. De schrijver van deze bladzijden weet wat het is om alleen op Gods blote arm te steunen. Hij getuigt daarvan graag: geen vertrouwen wordt zo door de feiten bevestigd en zo zeker door de uitkomst beloond als het vertrouwen op de onzichtbare, maar eeuwig levende God.
Sommige kinderen met een vader hebben daar niet veel aan, maar wie vaderloos is en God heeft, is rijk. Beter God hebben zonder andere vriend dan alle beschermheren op aarde hebben zonder God. Het is pijnlijk om een mens te missen op wie we konden rekenen. Maar zolang de Heere voor ons de bron van ontferming blijft, zijn we niet werkelijk wees. Laten vaderloze kinderen vanmorgen een beroep doen op dit genadige woord, en laat iedereen die zijn zichtbare steun heeft verloren hetzelfde doen.
Heere, laat mij ontferming vinden bij U! Hoe armer en hulpelozer ik ben, hoe vrijmoediger doe ik een beroep op Uw liefdevolle hart.

