“Omdat uw hart week geworden is, en gij u voor het aangezicht des HEEREN vernederd hebt, als gij hoordet, wat Ik gesproken heb tegen deze plaats en derzelver inwoners, dat zij tot een verwoesting en vloek zullen worden, en dat gij uw klederen gescheurd en voor Mijn aangezicht geweend hebt; zo heb Ik u ook verhoord, spreekt de HEERE.”—2 Koningen 22:19
Velen minachten waarschuwing en komen om. Gelukkig is hij die beeft voor het Woord van God. Josia deed dat, en hem werd bespaard het kwaad te zien dat de Heere over Juda wilde brengen vanwege haar grote zonden. Hebt u deze tederheid? Vernedert u zich zo? Dan zal ook u in de boze dag gespaard blijven. God zet een merkteken op de mensen die zuchten en roepen om de zonde van deze tijd. De verderfengel heeft bevel zijn zwaard in de schede te houden tot de uitverkorenen van God in veiligheid zijn. Zij zijn het best te herkennen aan hun ontzag voor God en hun beven voor het Woord van de Heere. Zijn de tijden dreigend?
Rukt het ongeloof met grote stappen op, en vreest u een nationale tuchtiging over dit bezoedelde volk? Dat mag ook wel. Toch kunt u rusten in deze belofte:
“Gij zult met vrede in uw graf verzameld worden, en uw ogen zullen al het kwaad niet zien, dat Ik over deze plaats brengen zal.” Nog mooier is dat de Heere Zelf kan komen, en dan zullen de dagen van onze rouw ten einde zijn.

