“Mij aangaande, ik zal tot God roepen, en de HEERE zal mij verlossen.”—Psalm 55:17
Ja, ik moet bidden en ik zal bidden. Wat kan ik anders doen? Wat kan ik beters doen? Verraden, verlaten, bedroefd en radeloos, o mijn Heere, ik zal tot U roepen. Mijn Ziklag ligt in de as, en men spreekt erover mij te stenigen; maar ik sterk mijn hart in de Heere, Die mij door deze beproeving heen zal dragen, zoals Hij mij door zoveel andere beproevingen heen heeft gedragen.
Jehova zal mij verlossen; ik ben er zeker van dat Hij het doet, en ik belijd mijn geloof.
De Heere, en niemand anders, zal mij verlossen. Ik wil geen andere helper, en ik zou niet op een arm van vlees vertrouwen, ook al zou ik dat kunnen. Ik zal ’s avonds, ’s morgens en ’s middags tot Hem roepen, en tot niemand anders, want Hij is meer dan genoeg.
Hoe Hij mij zal verlossen, kan ik niet raden; maar Hij zal het doen, dat weet ik. Hij zal het doen op de beste en zekerste manier, en Hij zal het doen in de ruimste, de ware en de volste zin.
Uit deze nood en uit alle toekomstige nood zal de grote IK BEN mij brengen, zo zeker als Hij leeft; en wanneer de dood komt en alle geheimen van de eeuwigheid daarop volgen, zal dit nog steeds waar zijn: “de HEERE zal mij verlossen”. Dit zal mijn lied zijn, de hele herfstdag door. Is het niet als een rijpe appel van de boom des levens? Ik zal ervan eten. Wat smaakt het heerlijk!

